VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
|
|
|
- Nelly Janssen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie: 1 Fase: beginner-gevorderd-startbekwaam Naam student:.
2 2
3 Inhoudsopgave Inleiding Instructie feedbackformulier Leerplan en leerlijn beginner Leerplan en leerlijn gevorderd 1 Leerplan en leerlijn gevorderd 2 Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen Beroepstaak D Beginner Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepstaak D Gevorderde 1 Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepsopdracht D Gevorderde fase 2 Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Toetsen Algemene instructie beroepsopdracht voor studenten en beoordelaars Toets beroepsopdracht D 3
4 4
5 Inleiding Voor je ligt het opdrachtenboek Beroepstaak D voor de gehele opleiding. Beroepstaak D gaat over het uitvoeren van de verpleegtechnische en voorbehouden handelingen. In dit opdrachtenboek vind je: - Beroepsopdracht D Beginner, Gevorderd en Startbekwaam - Beoordelingsformulieren - Ondersteuningsmagazijn (OM) met activiteiten voor school en praktijk en de rekentaken voor verpleegkundige rekenen Beroepsopdracht D wordt in de beginnersfase niet getoetst met een beoordelingsformulier, maar rond je af met een positief feedback formulier. In de gevorderde fase 1 en 2 worden de beroepsopdrachten in hun geheeld afgetoetst met een beoordelingsformulier. Instructies voor het toetsen van beroepsopdracht D kun je achter in dit opdrachtenboek vinden Voor het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling heb je kennis nodig: kennis van de anatomie en kennis van de materialen Op school, in het skillslab, oefen je de verpleegtechnische vaardigheid tot beheersingsniveau. Dat kan betekenen dat je veel moet oefenen. Vervolgens wordt deze verpleegtechnische handeling getoetst in het skillslab. In de BPV vindt de toepassing en transfer van de verpleegtechnische handeling plaats. In dit ondersteuningsmagazijn worden de verpleegtechnische handelingen, zoals beschreven in het landelijk kwalificatie dossier MBO-Verpleegkundige, behandeld.. Ook zijn er verpleegtechnische handelingen opgenomen die niet in het in het kwalificatiedossier staan, maar die je wel in de BPV kunt tegenkomen.. Voorbeelden hier van zijn: Toedienen van vocht via hypodemoclyse en Toedienen van medicatie subcutaan via een insuflon Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen De uitgevoerde activiteiten teken je af bij het onderwerp door de datum in te vullen waarop je de activiteit hebt gedaan. De vaardigheden worden door de docent afgetekend op de overzichtslijst, wanneer de verpleegtechnische handeling in het skillslab met een voldoende is afgetoetst. De werkbegeleider tekent op hetzelfde overzicht de verpleegtechnische handeling af, die je in de praktijk met een voldoende hebt behaald 1. Dit overzicht kun vinden achter het tabblad overzichtslijst verpleegtechnische handelingen. 1 Je hoeft niet per verpleegtechnische handeling een feedback en-beoordelingsformulier in te laten vullen door de werkbegeleider 5
6 6
7 Instructie Feedbackformulier Inleiding Tijdens het leren kun je een beroepsopdracht, of delen daarvan meerdere keren uitvoeren. Dit met het doel feedback te verzamelen m.b.t. je handelen, zodat je het uitvoeren van de opdracht steeds verder kunt verbeteren. Instructie voor de student Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Probeer een goed beeld te krijgen van de competenties en werkprocessen waarvan men verwacht dat je die laat zien. Praat erover met collega s, met je werkbegeleider etc. Let op hoe anderen het werk uitvoeren en wat jij daarvan kan leren. - Ga na welke competenties je al goed beheerst en met welke competenties je nog moeite hebt. Vraag collega s, werkbegeleiders om je op specifieke onderdelen, competenties/prestatie-indicatoren, feedback te geven. Dit kan door middel van een gesprek, een gerichte observatie etc. - Voer de opdracht meerdere keren uit en vraag verschillende werkbegeleiders het feedbackformulier in te vullen. Bespreek de uitkomsten met je eigen werkbegeleider. - Kruis een paar competenties/werkprocessen aan waar je extra aandacht aan wil schenken. Beschrijf zelf hoe je vindt dat je deze uitvoert en vergelijk je eigen mening met die van collega s. - Zorg ervoor dat je voldoende feedback hebt verzameld en voeg de formulieren als bewijslast toe aan je portfolio. Gebruik de formulieren in gesprekken met je SLB-er bijvoorbeeld tijdens voortgangsgesprekken. Zorg er wel steeds voor dat datum, naam en paraaf van de werkbegeleider op het formulier staan. Instructie voor de werkbegeleider Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Samen met de student bekijkt u de inhoud van de opdracht, neemt u de werkprocessen, de competenties en prestatie-indicatoren door. Samen scherpt u het beeld aan van wat er verwacht wordt van de student en de betekenis daarvan voor uw praktijksituatie. - Samen met de student neemt u het feedbackformulier door. De student vertelt wat hij daarin moeilijk vindt, goed vindt gaan etc. U vertelt de student wat uw bevindingen zijn. Een dergelijk gesprek levert informatie op voor het leren en begeleiden van de student. Er kan een keuze gemaakt worden om de komende tijd extra aandacht te hebben voor bepaalde werkprocessen/competenties. (feedforward) - U vindt dat de student al veel geoefend heeft met onderdelen van de beroepstaak. Volgens u is de student in staat de totale zorg voor bijv. 1 zorgvrager uit te voeren. U gebruikt het feedbackformulier om de student van informatie te voorzien over zijn handelen - U vindt dat de student voldoende geleerd heeft om de opdracht uit te voeren en met behulp van feedback zijn handelen te vervolmaken. U maakt een planning met hem welke zorgvrager s hij wanneer gaat verzorgen en gebruikt het feedbackformulier om de student van feedback te voorzien. NB: Bij het geven van feedback is het van belang dat u het gedrag van de student (prestatie-indicator) altijd bekijkt in het totaal van de opdracht en de werkprocessen. Gebruik hiervoor naast de opdracht altijd het overzicht van de werkprocessen, competenties en prestatie-indicatoren 7
8 8
9 Begrippenlijst Om dit opdrachtenboek goed te kunnen lezen worden eerst begrippen uitgelegd die gebruikt worden. Begrip Assessor Beroepsopdracht Beroepsproduct Beroepstaak BPV Casustoets Competentie Feedbackinstrumenten IJkmoment Kwalificatiedossier Uitleg Waardeert op de ijkmomenten het portfolio en geeft advies aan de sub examencommissie of de student verder mag gaan met de opleiding. Een beroepstaak die een student uitvoert op het niveau van beginner, gevorderd en/of startbekwaam niveau. Deze opdracht meet het niveau van de student en kan in de praktijk of op school worden afgenomen. Dit staat omschreven in de opdracht. Een door de beroepsbeoefenaar te leveren dienst (immaterieel) of product (materieel) in de context van het beroep. Een beroepstaak is herkenbare taak / onderdeel in het werk (beroep) en bevat een cluster van werkprocessen uit het kwalificatiedossier. Beroepspraktijkvorming (praktijk/stage) Een toets waarmee gemeten wordt of students in staat zijn om voor de beroepstaak specifieke kennis en inzicht in te zetten om specifieke problemen binnen die beroepstaak te analyseren en op te lossen. Een vermogen dat kennis (wat je moet weten), houding (gedrag) en vaardigheden (wat je moet kunnen uitvoeren) omvat, om in een concrete beroepssituatie doelen te kunnen bereiken. Instrumenten die vanuit verschillende invalshoeken feedback geven aan de student zoals een zelftest of observatielijst. Moment waarop vastgesteld wordt waar de student zich bevindt in het leerproces en of hij/zij verder mag gaan: go/no go. Beschrijft wat de student aan het einde van de opleiding moet kennen en kunnen. 9
10 Begrip Ondersteuningsmagazijn PAP POP Portfolio Prestatie-indicatoren Studieloopbaanwerkbegeleider (SLB) Toetsmagazijn Werkproces Zorgsetting Uitleg Een gestructureerde verzameling van middelen om het leren van de student te ondersteunen zowel op school als in de praktijk. Persoonlijk Activiteiten Plan Persoonlijk Ontwikkel Plan Een map met bewijzen die laat zien hoe ver de student is in de opleiding Indicatie om te bepalen of het gewenste resultaat van de opdracht is behaald. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. De student krijgt tijdens zijn opleiding begeleiding van een SLB. Deze begeleiding betreft het leerproces en de loopbaan van de student. Een gestructureerde verzameling van feedback instrumenten. Is bedoeld als evaluatie-instrument om te kunnen bekijken hoe ver iemand op een bepaald moment is. Beschrijving van activiteiten die van een beroepsbeoefenaar verwacht worden. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. Een organisatie waar zorg wordt verleend: verpleeghuis/verzorgingshuis/thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en Ziekenhuis (Klinische zorg) 10
11 LEERPLAN EN LEERLIJN 11
12 12
13 Leerplan MBO-Verpleegkundige GGZ KD CREBO 95 Beginnerfase 10 WEKEN 10 WEKEN 15 WEKEN ( geriatr zvr) 5 WEKEN ( chron zvr) Beroepstaken Kennis Vaardigheden/houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructiec1: Voorlichting, advies en instructiec1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingend2: Verpleegtechnische handelingen E: Organisatie en professie E1: Organisatie en professie E1 Organisatie en professie E1 Organisatie en professie beroepsgebonden taken beroepsgebonden taken beroepsgebonden taken beroepsgebonden taken Werkprocessen 1,2, , 1,2, 1,4, 1.6, 1.7, 1.9, , 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.9, , 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.9., 2.1 Competenties C,D,E, F, J, K, R, V A, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, V A, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T, VA, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T, V Toetsing Kennistoetsen B VP/Ana Fys/Path Kennistoetsen B/VP/ Ana Fys/Path Kennistoetsen B/VP/Ana/Fys/Path Casustoets B beginner Vaardigheidstoetsen B Vaardigheidstoetsen B Casustoets C beginner Beroepsopdracht B en C beginner (beoordeling) Taal Niveau Toets (TNT) Taal Niveau Toets Rekenen Niveau Toets (RNT) Rekenen Niveau Toets IJkmoment 1: 6-8 weken 2: weken NVT 3: weken Kun je de opleiding vervolgen Kun je de opleiding vervolgen? Kun je naar de gevorderde fase 1? en starten met de praktijkactiviteiten? Aanwezigheid Aanwezigheid Aanwezigheid Beroepshouding Beroepshouding Beroepshouding Competentiegroei Beroepsopdrachten Motivatie Nederlands Casustoetsen Kennistest Rekenen Competentiegroei Nederlands Beoordeling werkgever Nederlands/Rekenen Rekenen (indien aanwezig) Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 13
14 Leerlijn MBO-verpleegkundige (BBL-GGZ) crebo 95- KD Beginnerfase 1e leerjaar OP 1 OP 2 OP 3 OP 4 Beroepstaken B, C, D, E 10 weken generiek 10 weken generiek Geriatrische zorgvrager.10 weken Geriatrische zorgvrager 5 weken en chron. 5 weken Beroepstaak Oriëntatie beroepstaken B1 Plannen van zorg Beroepsbeeld, beroepsprofiel, visie Beroepsbeeld Beroepsbeeld/klinisch redeneren Opname, ontslag en overplaatsingsgesprek op verplegen Verpleegkundig proces, methodisch verplegenverpleegkundig proces, zorgleefplan Klinisch redeneren Verpleegkundig proces B2: Basiszorg Verpleegkunde Persoonlijke basiszorg Persoonlijke basiszorg Geriatrische zorgvrager. Geriatrische zorgvrager vervolg Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid Bedcomplicaties Bedverzorging Bedverzorging Basiszorg bij dementie, delier en depressie Chronische zorgvrager Voeding- en vochtopname Voeding- en vochtopname Aandoeningen zintuigen/evenwichtsstoornissen COPD/astma Uitscheiding Uitscheiding Hartfalen Diabetes Mellitus/metabool syndroom Mobiliteit/transfer Mobiliteit Osteoporose CVA Vitale functies Vitale functies Parkinson Activiteiten- en rustpatroon Activiteiten- en rustpatroon Ouder worden Hygiëne en veiligheid/arbo Hygiëne en veiligheid Veiligheid gericht op doelgroep/valpreventie Anatomie/fysiologie/pathologie Psychiatrische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Stemmingsstoornissen Angststoornissen Stemmingsstoornissen Borderline persoonlijkheidsstoornis Middelen misbruik Schizofrenie en psychotische stoornissen Psychiatrische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Inleiding Psychologische theorieen en modellen Angststoornissen-basis (chronische) stemmingsstoornissen Orientatie op de doelgroep DSM IV Ontwikkelingspsychologie Persoonlijkheidsstoornissen Klinische en ambulante setting Psychische functies en algemene Middelen misbruik: inleiding Psychopathologie Psychose - schizofrenie Stemmingsstoornissen Borderline persoonlijkheidsstoornis Infectieleer Circulatie + afwijkingen P/RR; shock Bedcomplicaties GER: Dementie, delier, depressie Huid, cellen en weefsels Spijsvertering + afwijkingen (symptomen) Algemene wondleer GER: Incontinentie gerelateerde pathologie Lichaamstemperatuur en afwijkingen Uitscheiding + afwijkingen (symptomen) Algemene farmacologie inclusief prostaatlijden Slapen + slaapstoornissen Ademhaling + afwijkingen (symptomen) Bewegingsapparaat + indeling ZS Theorie reanimatie/ehbo B3 GER: Aandoeningen zintuigen CHRON: Astma, COPD Begrippen schei- en natuurkunde Zintuigstelsel GER: Hartfalen CHRON: Diabetes Mellitus/metabool syndroom Circulatie Zenuwstelsel: begrippen; cerebrum GER: Osteoporose, artrose CHRON: CVA GER: Parkinson Recht Beroepstaak B-D Beroepscode/beroepsprofiel Wetgeving: WGBO, wet BIG en ARBO Professioneel handelen (1 gev.) Financiering basiszorg (5) Recht, functies van recht (1) Informatierecht (3) Crisissituaties (8) Overlijden (6) Beroepsgeheim (2) Zorgdossier (4) Wilsonbekwame patient (9) Rechtspositie leerling verpleegkundige (7) Klachtrecht (10) Voedingsleer beroepstaak B Inleiding dieetleer Afweergedrag dementie Voeding en wonden Chron: folder CVA/Parkinson Schijf van 5 Diabetes Voedingsstoffen, gezonde voeding Chron: client COPD B3: Crisissituaties EHBO EHBO, crisisinterventies EHBO, crisisinterventie Conflicthantering Omgaan met gedragsproblemen Fysieke en verbale agressie Fysieke en verbale agressie Fysieke en verbale agressie 14
15 Beroepstaak C C1: Voorlichting, advies en instructie Primaire preventie Opstellen GVO plan GVO gericht op geriatrische en psychiatrische Secundaire preventie Uitvoeren instructie zorgvrager Tertiaire preventie Voorlichting geven Uitvoeren instructie, voorlichting geven C2: Psychosociale begeleiding Communicatie Gespreksstructuur en Assertiviteit Begeleidingsmethoden/benaderingswijzen Begeleidingsmethoden/benaderingswijzen gesprekstechnieken Therapeutisch milieu Onderhandelingstechnieken Rehabilitatie Samenwerken Begeledingsmethodiek geriatrie Ernstig lijden, sterven en rouw Beroepshouding, geheim en code Seksualiteit Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Beginselen van ethiek Oorsprong Beroepscode Betekenis vak Dilemma's Beroepsvisie C3: Groepsbegeleiding Intervisie Rollen in een groep, groepspatronen Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Observeren clienten in een groep Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden Injecteren: subcutaan en intramusculair waaronder voorbehouden handelingen Medicijnen checken, registreren, Verzorgen rode wonden (Functionele zelfstandigheid*) distribueren Een suprapubisch katheter verzorgen Medicijnen toedienen Katheterzak verwisselen Katheter verzorgen Verpleegkundig rekenen Toedienen van medicijnen/etikettering Oplossen en verdunnen Verpleegkunde Complicaties Complicaties Medicijnleer Medicijnleer Beroepstaak E E1: Deskundigheidsbevordering en Startprofiel opstellen, POP/PAP opstellen Werkplanning POP/PAP bijstellen professionalisering Reflecteren, reflectie schrijven Presentatietechnieken inleiding Voorbereiding BPV E2: Kwaliteitszorg kwaliteitszorg orientatie Kwaltiteitszorg E3: Werkbegeleiding Werkbegeleiding ontvangen Feedback vragen-ontvangen Werkbegeleiding vragen-ontvangen Werkbegeleiding informeren Feedback vragen-ontvangen Nederlands Rekenen Niveau bepalen (TNT) Niveau bepalen (RNT) 2F getallen 2Fverhoudingen 3F meetkunde 3F verbanden Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Domeinen Muliti Studieloopbaan individuele coaching POP/PAP opstellen, bespreken POP/PAP bespreken POP/PAP bespreken Reflectie Korthagen Startprofiel opstellen, bespreken Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Individuele coaching Voorbereiding praktijk Voorbereiding praktijk Leervaardigheden Leervaardigheden Leervaardigheden voorbereiding praktijk Praktijk NVT Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdracht B,C,D en E beginner beroepsopdracht B,C,D en E beginner beroepsopdracht B,C,D en E beginner 15
16 Leerplan gevorderd 1 Leerplan MBO-Verpleegkundige GGZ KD CREBO 95 Gevorderde-1 fase Chronische zorgvrager (5 wk) Psychiatrische Zorgvr (10 wk) Klinische zorgvrager (15 wk) VGZ zorgvrager (10 wk) Beroepstaken Kennis Vaardigheden/houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen E: Organisatie en professie E1 werkt aan deskundigheids E1 werkt aan deskundigheids E1 werkt aan deskundigheids E1 werkt aan deskundigheids beroepsgebonden taken bevordering en professionalisering bevordering en professionalisering bevordering en professionalisering bevordering en professionalisering E2 Werkt aan bevorderen en E2 Werkt aan bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg bewaken van kwaliteitszorg E3 Werkbegeleiding krijgen Werkprocessen 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.6, 1.7, , 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7,1,8 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1,8 1.9, 2.1, , , 2.1, , 2.1, 1.2 Competenties A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, V, Q A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, V, Q A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, V, Q A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, V, Q Toetsing Kennistoetsen B VP/Ana Fys/Path Kennistoetsen B VP/Ana Fys/Path Kennistoetsen B VP/Ana Fys/Path Kennistoetsen B VP/Ana Fys/Path Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Casustoets B Chronische zv Casustoets B Psychiatrische zv Casustoets B Klinische zorgvrager Casustoets B VGZ Zorgvrager Casustoets C Chronische zv Casustoets C Psychiatrsiche zv Casustoets C Klinische zorgvrager Casustoets C VGZ Zorgvrager Casustoets D en casustoets E Beroepsopdracht B en C beoordeling Beroepsopdracht D doorlopend Beroepsopdracht E feedback Taal Niveau Toets (TNT) Eindtoets MVT Rekenen Niveau Toets (RNT) Eindtoets Nederlands Engels Niveau Toets Engels Niveau Toets Eindtoets Rekenen IJkmoment NVT 4: weken NVT 5: weken Kun je de opleiding vervolgen? Kun je naar de gevorderde-2? Aanwezigheid Aanwezigheid Beroepshouding Beroepshouding Competentiegroei Beroepsopdrachten Nederlands Casustoetsen Rekenen Competentiegroei Beoordeling werkgever Nederlands/Rekenen (indien aanwezig) Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 16
17 Leerlijn gevorderd 1 Leerlijn MBO-Verpleegkundige (BBL-GGZ) -crebo 95- KD Gevorderde-1 2e leerjaar OP 1 OP1-2 OP 2-3 OP 4 Beroepstaken Chronisch zieke zorgvrager in de ggz 5 weken Psychiatrische zorgvrager 10 weken Klinische zorgvrager (in de ggz) 15 weken Verstandelijk gehandicapte zorgvrager 10 weken Beroepstaak B klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting Beroepsbeeld Beroepsbeeld Beroepsbeeld Beroepsbeeld B1: Plannen van zorg Methodisch handelen, klinisch redeneren Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Verpleegplan opstellen DSM 4/ klinisch redeneren Klinisch redeneren Zorgleefplan Overdracht, overplaatsing, ontslag Verpleegplan opstellen Klinisch redeneren B2: Basiszorg Oriëntatie op de chronisch somatische zieke Zorgvrager met persoonlijkheidsstoornissen Oriëntatie op de Klinische zorgvrager Oriëntatie op de verstandelijk gehandicapte MS Zorgvrager mert somatoforme stoornissen Diagnostiek en onderzoeken (relatie met D) Visies op zorg COPD Zorgvrager met dissociatieve stoornissen Pre- en postoperatieve zorg maag-darm ok Astma Zorg vrager met stemmingsstoornissen Basis MDL, buik ok en ileus Belangenbehartiging Parkinson Zorgvrager met middelenmisbruik Gezonde zwangeren, kraamvrouwen Zorgvrager met meervoudige handicaps Reumatoïde Artritis en pasgeborenen (basis) Zorgvrager met licht verst handicap Artrose Jeugdige zorgvrager/ouderparticipatie Zorgvrager met epilepsie Chronische pijn Zorgvrager met genetische afwijkingen Zorgvrager met motorische stoornissen Anatomie/Fysiologie/Pathologie Basis MDL, buik ok en ileus Circulatie-2 Traumatologie: fractuurleer Zenuwstelsel-2 Anaestesie Spijsvertering Postok complicaties, acute pijn Hormoonstelsel Orthopedie: total hip / total knee Pijn auto immuunziekten (reuma,ms) Psychopathologie Embryologie Syndromen en symptomen ziekten van het zenuwstelsel(parkinson,ms) Voortplantingsstelsel Syndroom van Down Kenmerken zwangere en kraamvrouwen Kenmerken pasgeborene Fysiologische baring en kraambed Recht Beroepstaak B-D Professioneel handelen (1) BOPZ klachtenprocedure (6) Geboorte (2) Onvrijwillige zorg in WZD (5) Rechtspositie verpleegkundige (7) De psychiatrische patient in BOPZ (4) Minderjarigen (3) Voedingsleer beroepstaak B MS folder Operatieve voeding Voeding en zwangeren Voeding verstandelijk gehandicapten (casussen) Ondervoeding Voeding en pasgeborenen Voorkomen en omgaan met fysieke- en verbale Voorkomen en omgaan met fysieke- en verbale Voorkomen en omgaan met fysieke- en verbale B3: Crisissituatie agressie agrressie agressie agressie Omgaan met gedragsproblemen Omgaan met gedragsproblemen Omgaan met gedragsproblemen Omgaan met gedragsproblemen Herhaling reanimatie C1: Voorlichting/instructie Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij de zorgcategorieen Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën ICIDH-model GVO GVO GVO Psycho-educatie C2: Begeleiding Pijnbeleving Begeleidingsmethoden bij zwangeren Gesprekstechnieken Gesprekstechnieken Gesprekstechnieken Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Begeleiden gedragsproblemen Begeleiden gedragsproblemen Begeleiden gedragsproblemen Ontwikkelen beroepshouding Ontwikkelen beroepshouding Ontwikkelen beroepshouding Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen C3: Groepsprocessen Groepsvoorlichting Groepsvoorlichting Groepsvoorlichting Begeleiden van groepsprocessen Begeleiding van groepsprocessen Begeleiden van groepsprocessen Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D verpleegtechnische vaardigheden Maagsonde inbrengen hielprik neonaten waaronder voorbehouden handelingen Toedienen van zuurstof Katheteriseren van de blaas (functionele zelfstandigheid*) Sondevoeding toedienen Uitzuigen van een mond- en keelholte Uitvoeren van een blaasspoeling Bedienen voedingspomp zwachtelen rekenen : toedienen sondevoeding intern/ neurologisch onderzoek Uitvoeren van een maag/ darmspoeling Verzorgen van een tracheacanule Irrigeren van de vagina Irrigeren van een stoma Assisteren/ verrichten van diagn. onderzoek ivm: chirurgische onderzoek bevalling of geboorte Verpleegkundig rekenen sondevoeding toedieningssnelheid zuurstof Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn E: Organisatie en professie gebonden taken E1: Deskundigheidsbevordering en Visieontwikkeling op beroep en beroepsuitvoering Beroepsprofiel GGZ verpleegkundige Beroepsprofiel verpleegkundige in ziekenhuis Beroepsprofiel VGZ verpleegkundige professionalisering Verpleegkundige zorg aan chronisch zieken Visievorming beroep en beroepsuitvoeirng Visievorming beroep en beroepsuitvoering Visievorming beroep en beroepsuitvoering Evidence Based Practice Klinische les voorbereiden en uitvoeren Evidence Based Practice verpleegkundige in de gehandicaptenzorg Discussie voeren (beroepsmatig) E2: Kwaliteitszorg Kwaliteitszorg gericht op zorgvrager Kwaliteitszorg gericht op zorgvrager Kwaliteitszorg gericht op zorgvrager Consulteren van collega's e.a. Consulteren van collega's e.a. Consulteren van collega's e.a. Overlegvormen/ vergadertechnieken Overlegvormen/ vergadertechnieken Overlegvormen/ vergadertechnieken E3: Werkbegeleiding Ontvangt werkbegeleiding Ontvangt werkbegeleiding Ontvangt werkbegeleiding Nederlands Niveau bepalen TNT Rekenen Niveau bepalen RNT 3F getallen 3F verhoudingen Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Burgerschap Multiculturele samenleving Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Groepscoaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voorbereiding praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten Beroepsopdrachten B-C-D-E op feedbackniveau 17
18 Leerplan gevorderd 2 40 weken GGZ Beroepstaken Kennis/vaardigheden/houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische D1: Voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze met keuze met keuze met keuze E: Organisatie en beroepsgebonden taken E1 Leerplan MBO-Verpleegkundige GGZ KD CREBO 95 Gevorderde-2 fase Werkt aan deskundigheidsbevordering Werkt aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep en professionalisering van het beroep E2 Kwaliteitszorg op macroniveau Kwaliteitszorg op macroniveau E3 Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven Begeleidings en beoordelingsgesprekken Begeleidings en beoordelingsgesprekken Werkprocessen 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.9, 2.1, 1.9, 2.2, , 2.2, , 2.3 Competenties A, B, C,D,E, F, H, I, J, K, L, M, R,T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T V, Q V, Q T, Q T, Q Toetsing Kennistoetsen B Kennistoetsen B Kennistoetsen B Kennistoetsen B Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Rekentoetsen Rekentoetsen Rekentoetsen Rekentoetsen Casustoets B, C gevorderd 2 Casustoets E gevorderd 2 Niveau Toets (MVT) Taal Niveau Toets (TNT) Rekenen Niveau Toets (RNT) Beroepsopdrachten B, C, D, E (beoordeling) Eindtoets Taal Eindtoets Rekenen Eindtoets MVT IJkmoment 6: weken NVT 7: weken Kun je naar de startbekwame fase? Kun je de opleiding vervolgen? Aanwezigheid Aanwezigheid Beroepshouding Beroepshouding Beroepsopdrachten Competentiegroei Casustoetsen Nederlands Competentiegroei Rekenen Nederlands/Rekenen Beoordeling werkgever Beoordeling werkgever (indien aanwezig) (indien aanwezig) 18
19 Leerlijn gevorderd 2 Gevorderde-2 3e leerjaar OP-1 OP-2 OP-3 OP-4 PSYCHIATRISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting B1 : Plannen van zorg Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Beroepsbeeld Beroepsbeeld Beroepsbeeld Beroepsbeeld Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Coordinatie van zorg Coordinatie van zorg Theorie en modellen Theorie en modellen Theorie en modellen Theorie en modellen Analyse maken Analyse maken Analyse maken Analyse maken B2: Basiszorg Verdieping ziektebeelden : Oncologische zorgvrager (basis) Acute psychiatrische zorgvrager Zorgvrager met lichamelijke handicaps Zorgvrager met beperkte mogelijkheden tot zelfzorg, Zorgvrager in somatisch in de ambulante en psychosociaal setting opzicht Zorgvrager met stemmingsstoornissen Zorgvrager met epilepsie Zorgvrager met aanpassingsstoornissen De acute psychiatrische zorgvrager Persoonlijkheidsstoornissen Zorgvrager met medische oorzaken gedragsproblemen Zorgvrager met Eetstoornis Middelenmisbruik Zorgvrager met autisme, asperger Verslavingsproblematiek Zorgvrager met PDD-NOS, Zorgvrager met seksuele stoornissen Zorgvrager met angststoornissen Zorgvrager met aandachtstekortstoornis,oa ADHD Jeugdige zorgvrager Zorgvrager met automutilerend gedrag Jeugdige zorgvrager Zorgvrager met somatische aandoeningen: oncologie( basis), maag/darm/leverst, longprobl. Anatomie/Fysiologie/ Pathologie Zorgvrager met chronische aandoeningen: arththerosclerose, hartfalen, hartinfarct(basis) Gerelateerd aan ziektebeelden/aandoeningen Gerelateerd aan ziektebeelden/aandoeningen Gerelateerd aan ziektebeelden/aandoeningen Gerelateerd aan ziektebeelden/aandoeningen Recht Beroepstaak B-D Forensische psychiatrie, TBS, strafrecht Tuchtrechter Marktwerking Einde van het leven Kwaliteit en budgettering Voedingsleer beroepstaak B Metabool syndroom, overvoeding Adolescenten en voeding Eetstoornissen Voeding en de terminale zorgvrager Voeding en allergieen B3: Crisissituatie Omgaan met fysieke en verbale agressie Omgaan met fysieke en verbale agressie Omgaan met fysieke en verbale agressie Omgaan met fysieke en verbale agressie Voorkomen van agressie Herhaling reanimeren C1: Voorlichting/instructie Psycho-Educatie van zorgvrager Psycho-Educatie van zorgvrager Psycho-Educatie van zorgvrager Psycho-Educatie van zorgvrager voorlichting ECT voorlichting ECT C2: Begeleiding Psychologische theorieen Psychologische theorieen Specifiek begeleidingsmethoden, CTG, omgaan met Specifiek gedragsproblemen begeleidingsmethoden, CTG, omgaan met gedragsproblemen Specifieke begeleidingsmethoden op doelgroep Specifieke begeleidingsmethoden op doelgroep Omgaan met stigmatisering en zingeving Omgaan met stigmatisering en zingeving Slechtnieuwsgesprekken Alternatieve geneeswijzen Begeleiding met suicidaliteit Begeleiding met suicidaliteit Gesprekstechnieken Gesprekstechnieken Omgaan met agressie, meetinstrumenten Omgaan met agressie, meetinstrumenten rehabilitatie vervolg rehabilitatie vervolg doelgericht begeleiden doelgericht begeleiden rouw en herstelzorg rouw en herstelzorg Beroepshouding Beroepshouding Beroepshouding Beroepshouding Bewustzijn eigen grenzen Bewustzijn eigen grenzen Bewustzijn eigen grenzen Bewustzijn eigen grenzen Reflectie op eigen functioneren Reflectie op eigen functioneren Reflectie op eigen functioneren Reflectie op eigen functioneren Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen C3: Groepsprocessen Begeleiden groep Begeleiden groep Begeleiden groep Systeem begeleiding W.p. 1.5 therapeutisch klimaat therapeutisch klimaat therapeutisch klimaat therapeutisch klimaat Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Leeftijdsgebonden problematiek Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D: Verpleegtechnische vaardigheden Verzorgen van zwarte wonden Geneesmiddelen toedienen via infuussysteem Thoraxdrainage Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus waaronder voorbehouden handelingenverzorgen van wonden met hechtingen Epiduraal centraal infuus Venapunctie uitvoeren Controleren van centraal infuus (functionele zelfstandigheid*) Verwijderen van tampons en hechtingen Transfusie Inbrengen van een perifeerinfuus Transfusie Verzorgen van wonden met drains Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Intraveneus injecteren Verwijderen wonddrain Vaardigheden voorkomend in praktijk Vaardigheden voorkomend in praktijk Verpleegkundig rekenen I.v. toedienen van medicatie via infuus/ Infusie perfusorpomp Infusie E: Organisatie en professie naar keuze naar keuze naar keuze gebonden taken: Doorlopende leerlijn Doorlopende leerliijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Uitvoeren van professie gebonden taken E1: werkt aan deskundigheids- Werkt aan deskundigheidsbevordering en Werkt aan deskundigheidsbevordering en Werkt aan deskundigheidsbevordering en Werkt aan deskundigheidsbevordering en bevordering en professionalisering professionalisering van het beroep professionalisering van het beroep professionalisering van het beroep professionalisering van het beroep van het beroep E2: Kwaliteitszorg Kwaliteitszorg op micro niveau Kwaliteitszorg op meso niveau kwaliteitszorg op macro niveau Kwaliteitszorg op micro-, meso- macroniveau Casemanagement Casemanagement Intervisie en knelpunten oplossen Intervisie en knelpunten oplossen Transculturele hulpverlening Transculturele hulpverlening Transculturele hulpverlening Transculturele hulpverlening E3: Werkbegeleiding Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven begeleidings en beoordelingsgesprekken Begeleidngs en beoordelingsgessprekken Nederlands Niveau bepalen TNT Rekenen Niveau bepalen RNT 3F meetkunde 3F verbanden Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Groepscoaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten 19
20 Leerplan startbekwaam Leerplan MBO-Verpleegkundige GGZ KD CREBO 95 Startbekwame fase 30 WEKEN 30 WEKEN 30 WEKEN 10 WEKEN Beroepstaken Kennis Vaardigheden Houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg Proeve van bekwaamheid B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische D1: Voorbehouden handelingen D1: Voorbehouden handelingen handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze met keuze E: Organisatie en professie E1 Deskundigheidsbevordering en E1 Deskundigheidsbevordering en E1 Deskundigheidsbevordering en professionalisering professionalisering professionalisering beroepsgebonden taken E2 Kwaliteitszorg E2 Kwaliteitszorg E2 Kwaliteitszorg E3 Werkbegeleiding E3 Werkbegeleiding E3 Werkbegeleiding Werkprocessen 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.1, 1,2, 1.3, 1,4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.9, 2.1, 2.2, , 2.1, 2.2, , 2.1, 2.2, , 2.1, 2.2, 2.3 Competenties A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T A, B, C,D,E, F, H,I, J, K, L, M, R, T T, Q T, Q T, Q T, Q Toetsing Beroepsopdracht B, C, D, E Casustoets D startbekwaam Casustoets B, C, E startbekwaam Startbekwaam (beoordeling) Taal Niveau toets (TNT) Reken Niveau Toets (RNT) Engels Niveau Toets (MVT) Centraal examen Nederlands IJkmoment 8: weken 9: weken Kun je de opleiding vervolgen? Aanwezigheid Beroepshouding Competentiegroei Nederlands Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) Kun je de Proeve uitvoeren? Aanwezigheid Beroepshouding Beroepsopdrachten Casustoetsen Competentiegroei Nederlands/Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 20
21 Leerlijn startbekwaam Leerlijn MBO-Verpleegkundige (BBL-GGZ)-crebo 95-KD Startbekwame fase 4e leerjaar OP-1 OP -2 OP-3 OP-4 PSYCHIATRISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG PROEVE 10 weken klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting klinische en ambulante setting Accent fase op: Accent fase op: Accent fase op: Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Beroepshouding als rolmodel Beroepshouding als rolmodel Beroepshouding als rolmodel Methodisch handelen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Verpleegdossier Verpleegdossier Verpleegdossier Beroepstaak B1-2-3 Van opname tot. Van opname tot. Van opname tot. Casusanalyse schrijven en uitvoeren Casusanalyse schrijven en uitvoeren Casusanalyse schrijven en uitvoeren Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, pijnbestrijding, complementaire zorg pijnbestrijding, complementaire zorg pijnbestrijding, complementaire zorg Risicogedrag Risicogedrag Risicogedrag Anatomie/Fysiologie/Pathologie Op leervraag Op leervraag Op leervraag Recht Beroepstaak B-D Op leervraag Op leervraag Op leervraag C1: Voorlichting/instructie Psycho-educatie: verschillende meth of aan groep Psycho-educatie: verschillende meth of aan groep Psycho-educatie: verschillende meth of aan groep Begeleiden: gesprekstechnieken/vormen Begeleiden: gesprekstechnieken/vormen Begeleiden: gesprekstechnieken/vormen C2: Begeleiding Begeleiden in specifieke sittuaties Begeleiden in specifieke sittuaties Begeleiden in specifieke sittuaties C3: Groepsbegeleiding Omgaan met groepsprocessen Omgaan met groepsprocessen Omgaan met groepsprocessen Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Op leervraag Op leervraag Op leervraag Doorlopende leerliijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D: Verpleegtechnische vaardigheden waaronder voorbehouden handeling Vaardigheden voorkomen in de praktijk Vaardigheden voorkomen in de praktijk Vaardigheden voorkomen in de praktijk (functionele zelfstandigheid *) Uitvoeren van professie gebonden taken Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn E1: Werkt aan deskundigheidsbevordering en Nieuwe uitgangspunten/ ontwikkelingen in de zorg Nieuwe uitgangspunten/ ontwikkelingen in de zorgnieuwe uitgangspunten/ ontwikkelingen in de zorg professionalisering Deskundigheidsbevordering en professionalisering: Deskundigheidsbevordering en professionalisering: Deskundigheidsbevordering en professionalisering: 1. Zorgpaden 1. Zorgpaden 1. Zorgpaden E2: Werkt aan bevorderen en bewaken 2. Marktwerking 2. Marktwerking 2. Marktwerking van kwaliteitszorg 3. Continuiteit en coordinatie van zorg 3. Continuiteit en coordinatie van zorg 3. Continuiteit en coordinatie van zorg E3: Geeft werkbegeleiding Knelpunten en professionalisering, Knelpunten en professionalisering, Knelpunten en professionalisering, 4. Kwaliteitsinstrumenten 4. Kwaliteitsinstrumenten 4. Kwaliteitsinstrumenten Werkbegeleiding geven, Werkbegeleiding geven, Werkbegeleiding geven, 5. werkbegeleiding 5. werkbegeleiding 5. werkbegeleiding Nederlands Niveau bepalen TNT Rekenen Niveau bepalen RNT Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Reflectie Korthagen Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voortbereiding praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveauberoepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau 21
22 22
23 Beroepstaak D Overzichtslijst Verplichte verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Verpleegtechnische handelingen Medicijnen checken, registeren, distribueren, zo nodig op opname (volgens verpleegplan) Medicijnen toedienen: oraal Niveau B B Paraaf docent Datum Paraaf werkbegeleider praktijk Datum Medicijnen toedienen rectaal B Medicijnen toedienen vaginaal B Medicijnen toedienen via de huid B Medicijnen toedienen via de luchtwegen Medicijnen toedienen via de slijmvliezen Toedienen van zuurstof B B G1 Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Sondevoeding toedienen G1 G1 Een voedingspomp bedienen G1 Een stoma verzorgen G1 Een suprapubisch katheter verzorgen Een infuuspomp en een spuitpomp verzorgen Geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem/toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje) Verzorgen van rode wonden G1 G1 G1 B Verzorgen van gele wonden G2 Verzorgen van zwarte wonden G2 23
24 Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Verpleegtechnische handelingen Verzorgen van wonden met hechtingen Maagkatheter verzorgen Niveau G2 G1 Paraaf docent Datum Paraaf werkbegeleider praktijk Datum Blaaskatheter verzorgen B Katheterzak verwisselen B Zwachteltechnieken toepassen G1 Verpleegtechnische handelingen Hechtingen en tampons verwijderen Blaasspoeling uitvoeren: - Via een gesloten systeem - Via een open systeem Mond - en keelholte uitzuigen G2 G1 G1 Verzamelen van monsters t.b.v. B diagnostiek (steriel en niet steriel materiaal) Lichaamstemperatuur regelen B door middel van koude en warmte regeling Eerste hulp ( somatisch) verlenen B.G1.G2 bij verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, bij ademstilstand en circulatiestilstand Voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Subcutaan injecteren* B Intramusculair injecteren* Intraveneus injecteren* Een perifeer infuus inbrengen* Een maagsonde inbrengen* Katheteriseren van de blaas bij vrouwen* Katheteriseren van de blaas bij mannen* Venapunctie uitvoeren* Hielprik bij neonaten* B G2 G2 G1 G1 G1 G2 G1 24
25 Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Niveau Paraaf docent Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Wonden met drains verzorgen G2 Datum Paraaf werkbegeleider praktijk Datum Wonddrain verwijderen G2 Vloeistoffen toedienen via G2 centraal infuus Een centraal infuus controleren G2 Transfusie PEG-sondevoeding toedienen Maagspoeling uitvoeren Darmspoeling uitvoeren Stoma irrigeren Tracheacanule en tracheastoma verzorgen Thoraxdrainage Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte G2 G1 G2 G1 G1 G1 G2 G1 G1 G1 25
26 Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x Vloeistoffen toedienen via centraal x x infuus Een centraal infuus controleren x x Transfusie x PEG-sondevoeding toedienen x x Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma verzorgen Thoraxdrainage Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x x x x x x x x x x 26
27 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEGINNER BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie: 1.0 Fase: beginner-gevorderd-startbekwaam Naam deelnemer:. 27
28 28
29 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de beginner fase van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 2 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten. Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaamniveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in de beginner fase aanbod komen: verzorgen van rode wonden verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek (steriel en niet steriel materiaal); een suprapubische katheter verzorgen; verzorgen van een blaaskatheter verwisselen van katheterzak medicijnen checken, registreren en distribueren; medicijnen toedienen: oraal, rectaal, vaginaal, via de huid, via de luchtwegen, via de slijmvliezen eerste hulp (somatisch) verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, en bij ademstilstand en circulatiestilstand 3 (B3) basisreanimatie (B3) 2 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 3 EHBO en basisreanimatie worden in B3 aangeboden 29
30 Alle voorbehouden handelingen die in de gevorderde 1 fase aan bod komen: 1. subcutaan en intramusculair injecteren; Rekentaken - Medicatie per os - Oplossen en verdunnen - Medicatie per injectie 30
31 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren. Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren. Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 31
32 32
33 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (A, D, H,J, K, M) 1.2 De verpleegkundige observeert en monitort veranderingen in de gezondheid en het welbevinden van de zorgvrager (E, F, J, K, R,V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen op een bekwame en professionele manier uit volgens geldende protocollen, wet- en regelgeving en richtlijnen van de organisatie (J, K, T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij het handhaven van zijn/haar zelfredzaamheid (C, D, R) 1.6 De verpleegkundige geeft onder begeleiding duidelijke en begrijpelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager over de verpleegtechnische handelingen. Zij checkt of de informatie begrepen is (I, L). 1.8 De verpleegkundige heeft de planning van zorgverlening besproken en afgestemd in overleg met de verpleegkundige, die eveneens eindverantwoordelijk is (B,E,Q) 1.9 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager en haar werkbegeleider. Zij rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) Feedback 33
34 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* Paraaf door stempel 34
35 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatie-indicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Voert verpleegtechnische handelingen uit Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, 1.8 en 1,9 Competenties: Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. B Aansturen C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. E. Samenwerken H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en Prestatie-indicatoren Voorbehouden 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen 1.8 en 1,9 Verpleegtechnische 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen met keuze 1.8 en 1,9 A, B, C,D,E, F, H, I, J, K, L, M, R, T, V, Q Vraagt advies bij het nemen van een beslissing. Houdt rekening met de veiligheid van de zorgvrager en anderen. Observeert (acute) veranderingen in de gezondheidstoestand en benoemt de genomen interventies Roept gerichte hulp in Handelt in opdracht van werkbegeleider Kent vaktermen Oefent in het geven van relevante informatie /instructie aan collega s (onder begeleiding) Verwoordt het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan werkbegeleider. Stimuleert de zorgvrager om handelingen en activiteiten zoveel mogelijk zelf uit te voeren Daagt de zorgvrager uit om zelf keuzes te maken bij de persoonlijke basiszorg Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Observeert de gezondheid en het welbevinden van de zorgvrager, en bespreekt dit met de zorgvrager en werkbegeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Toont inlevend vermogen Toont betrokkenheid Behandelt de zorgvrager met respect en geduld Herkent de kwaliteiten van andere zorgverleners. Benoemt alle betrokkenen bij het zorgproces. Raadpleegt indien nodig haar werkbegeleider en/of andere deskundigen Roept bij calamiteiten tijdig hulp in van anderen Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Rapporteert onder toezicht. Formuleert scherp en kernachtig haar bevindingen 35
36 Competenties in de Prestatie-indicatoren werkprocessen rapporteren Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met werkbegeleider. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding.. K. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Vakdeskundigheidheid toepassen Oefent in het gebruik van haar kennis over ziektebeelden (pathologie) van haar doelgroep met werkbegeleider Weet vragen te beantwoorden Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen, passend bij de verpleegtechnische L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren P. Plannen en organiseren R. Op de behoeften en verwachtingen van de cliënt richten handeling. Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan werkbegeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Plant in logische volgorde haar werkzaamheden voor de zorgverlening en benoemt de prioriteiten van de zorgverlening Maakt een planning voor de zorgverleningen en bespreekt deze met haar werkbegeleider Heeft overzicht van de te verrichte werkzaamheden. Voert de werkzaamheden binnen de gestelde tijd uit. Herkent en bespreekt met de zorgvrager in zorgsituaties zijn behoeften en verwachtingen. Bespreekt de mogelijkheden en beperkingen van de zorgverlening met de zorgvrager. Gaat na of de zorgvrager tevreden is over de verleende zorg T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Verdiept zich in de wettelijke richtlijnen en procedures die gelden voor onvoorziene -/ crisissituaties en vertelt hoe zij deze gaat toepassen Observeert verpleegtechnische handelingen aan de hand van protocollen. Observeert het handelen van collega s tijdens een onvoorziene -/ crisissituatie en bespreekt dit na. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 36
37 OPLEIDING MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: beginner Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1.0 Naam student: 37
38 38
39 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Verplicht Verzorgen van rode wonden Activiteiten datum paraaf Verzorgen van rode wonden vaardigheid Verzorgen van een blaaskatheter Activiteiten datum paraaf Verzorgen van een verblijfskatheter kennis Verzorgen van een verblijfskatheter vaardigheid Verwisselen van een katheterzak vaardigheid Monsters verzamelen t.b.v. diagnostiek Activiteiten datum paraaf Het verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek (steriel en niet steriel materiaal) Recht (vakdocent) Activiteiten datum paraaf Voorbehouden handelingen Medicatie toedienen Activiteiten Medicijnen toedienen: Inleiding Medicijnen toedienen: Discussie over medicatie toedienen Medicijnen toedienen, vaardigheid Checken, registreren en distribueren, zo nodig controle op inname van medicijnen PAAF PAAF Medicijnen toedienen: Begrippen in de farmacologie Rekentaken Medicatie per os Oplossen Verdunnen Medicatie toedienen, druppelen, per os, oplossen en verdunnen Datum Paraaf 39
40 Medicatie toedienen per injectie Activiteiten datum paraaf Subcutaan en intramusculair injecteren Subcutaan en intramusculair injecteren, vaardigheid: Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren Rekentaak Medicatie per injectie 40
41 HET VERZORGEN VAN RODE WONDEN Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen welke kennis en richtlijnen er nodig zijn om een rode wond verzorgen Zorg dat je beschikking hebt over een computer, een koptelefoon en pen en papier. De cd-rom is al geïnstalleerd op de computer. Boek Verpleegtechnische handelingen thema Wonden verzorgen en informatie op internet( Vilans) In het OLC of een laptop van het Albeda college Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) verplicht Het verzorgen van wonden kan variëren van een eenvoudig plakken van een gaasje tot een complexe wondverzorging met een vacuümpomp bij een geïnfecteerde open wond. Wonden worden ingedeeld in diverse categorieën. Onder de verzorging van wonden valt ook het observeren en rapporteren van de wond, volgens vastgestelde criteria. In deze activiteit staat de verzorging van de rode wond centraal. Activiteit 1 Bestudeer uit je boek het thema Wonden verzorgen Beantwoordt de 10 vragen van de kennisopdracht. Activiteit 2 Bestudeer het onderdeel rode wond van de CD-ROM wondverzorging in het OLC. Ga naar het onderdeel MBO - casuïstiek en beantwoordt de vragen van casus 5. 41
42 Activiteit 3: Het WCS is een kenniscentrum op het gebied van wondverzorging. Op het gebied van wondbehandeling zie je dat de behandeling van wonden voor een groot gedeelte bestaat uit het gebruik maken van verbanden en andere materialen. De fabrikanten van deze producten zijn volop bezig met het ontwikkelen van nieuwe behandelmethoden en materialen. Ook in de vakliteratuur kom je artikelen tegen die betrekking hebben op wondzorg, bijvoorbeeld ervaringen en actuele ontwikkelingen. Een aantal interessante sites m.b.t. wondbehandeling zijn de volgende: Je zal zien dat er naast de indeling rode gele zwarte wonden er meer indelingen zijn. Een rode wond kan bijvoorbeeld, droog, vochtig of nat zijn. Kijk welke mogelijkheden en materialen er zijn bij de verzorging van rode wonden. 42
43 HET VERZORGEN VAN EEN VERBLIJFSKATHETER Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student toont aan een verblijfskatheter te kunnen verzorgen volgens de richtlijnen. Zorg dat je de protocollen Het verzorgen van een verblijfskatheter, het verzorgen van een supra-pubisch katheter en het verwisselen van een katheterzak kan gebruiken Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). School Beoordeel de vaardigheden met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (L, K) verplicht Activiteit: 1: Bekijk een DVD of een filmpje over dit onderwerp. Activiteit 2: Ga in het praktijklokaal oefenen met de protocollen: Het verzorgen van een verblijfskatheter, het verzorgen van een suprapubische katheter en het verwisselen van een katheterzak. 43
44 HET VERZORGEN VAN EEN VERBLIJFSKATHETER kennisopdracht Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen welke aandachtspunten en richtlijnen er zijn bij het verzorgen van een verblijfskatheter Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je beschikking hebt over een pc.. Boek: Verpleegtechnische handelingen PC: onderwijsprotocollen(vilans) School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) verplicht Activiteit 1: Lees uit je boek van het thema Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen het onderdeel 1 Het inbrengen van een blaaskatheter door en bestudeer 1.5 Verpleegkundige aandachtspunten bij de verzorging van een verblijfskatheter. Activiteit 2: Ga naar en bestudeer de richtlijnen m.b.t. verzorgen van een verblijfskatheter incl. het verzorgen van een supra-pubisch katheter en het verwisselen van een katheterzak 44
45 Activiteit 3: Ga naar de onderwijsprotocollen en bestudeer de achtergrondinformatie en informatie over materialen m.b.t. deze vaardigheden. Beschrijf de volgende begrippen: dag- en nachtzak beenzak bedzak urimeter (zie afbeelding onder) 45
46 46
47 Het verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze het verzamelen van monsters ten behoeve van diagnostiek (steriel en niet-steriel materiaal) volgens de richtlijnen wordt gedaan. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je beschikking hebt over een pc. Boek Verpleegtechnische handelingen, thema: Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines, onderdeel: Steriele en niet steriele monsters voor diagnostiek. Internet (Vilans) School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) verplicht Het verzamelen van steriele en niet-steriele monsters voor diagnostiek vraagt soms om een combinatie van vaardigheden. Het kan zijn dat je de zorgvrager moet ondersteunen bij net ophoesten van sputum en het steriel opvangen van dit sputum. Wat doe je als je ziet dat er bloed bij dit sputum aanwezig is? Het kan zijn dat je urine steriel moet opvangen bij een blaaskatherisatie. Mag je urine uit een urineopvangzak gebruiken voor laboratoriumonderzoek? Van groot belang is dat je je zelf beschermt tegen besmetting. Ook moet je zorgdragen voor een juiste verwerking van de materialen. Het juiste materiaal van de juiste patiënt moet op de juiste manier opgevangen worden en moet terecht komen op de juiste plaats volgens de geldende richtlijnen. Denk ook aan de uitslagen, wat is de duur van het onderzoek, wat voor gevolgen kan de uitslag hebben voor de patiënt. Activiteit 1 Bestudeer uit je boek het thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines het onderdeel 1 Steriele en niet-steriele monsters voor diagnostiek. 47
48 Activiteit 2 Ga naar Schrijf op bij welke aandoeningen er bepaalde onderzoeken gedaan kunnen worden. Welke lichaamsproducten kunnen er onderzocht kunnen worden. Waarop kunnen deze lichaamsproducten worden onderzocht? Welke lichaamsproducten kunnen er nog meer onderzocht worden? Bekijk ook hoe de bepalingen tot stand komen. Activiteit 3 Ga naar de onderwijsprotocollen en bestudeer de achtergrondinformatie bij: Nier en blaaskatheterisatie: opvangen van urine (midstream-urine) afname urinekweek bij ingebrachte katheter met spuit Lichaamsverzorging en observatie: afnemen neuskweek bij nieuwe influenza opvangen feces voor onderzoek testen van urine met behulp van een urinestick Bestudeer de protocollen van deze vaardigheden. 48
49 Medicijnen toedienen: Inleiding Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan over relevante begrippen m.b.t. toedienen van medicijnen. Zorg dat je beschikking hebt over het boek Verpleegtechnische handelingen. Bestudeer Thema 1: Toedienen van medicijnen Boek Verpleegtechnische handelingen Onderwijsprotocol toedienen van medicijnen School Nabespreken in de klas met de docent. 1.3 voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 1 Toedienen van medicijnen 1.1 t/m 1.3 voert verpleegtechnische handelingen uit voert verpleegtechnische handelingen uit en 1.8 Beantwoordt de vragen 2 t/m 5 van de kennisopdracht. Stel eventuele vragen aan docent. Activiteit 2: Ga via Portaal naar de onderwijsprotocollen op GEZ practicum, - onderwerp Toedienen van medicijnen achtergrond informatie en materialen Lees de bladzijden 1 t/m 35 door en beantwoordt de volgende vragen: Welke toedieningsvormen zijn er per os? Welke andere toedieningsvormen kun je benoemen? Mag je op eigen initiatief medicijnen malen? Kijk of je de theorie begrijpt, stel eventuele vragen aan de docent. 49
50 Activiteit 3 : Lees het artikel DC 45 Medicijnleer en beantwoordt de volgende vragen: Wat houdt de Opiumwet in? Welke kleurcodes van etiketten zijn er en wat betekenen ze? Welke functies van medicatie zijn er? Wat betekenen de begrippen therapeutische_ sub therapeutische_ en toxische werking? Welke soorten medicatie zijn er? Wat is de onderverdeling in de psychofarmaca? 50
51 PAAF Medicijnen toedienen: Begrippen in de farmacologie Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan over enkele begrippen in de farmacologie. Zorg dat je beschikking hebt over het Farmacotherapeutisch kompas. Dit kan per boek of internet. Farmacotherapeutisch kompas School Nabespreken in de klas met de docent. 1.3 voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit: Lees het hoofdstuk Inleiding Farmacotherapie het gedeelte Farmacokinetiek Zoek bij een medicijn, dat je bekend is, in het kompas wat de volgende begrippen betekenen voor een zorgvrager die dat medicijn voorgeschreven krijgt: Stofnaam en merknaam Toedieningsvormen Eigenschappen Indicatie Contra-indicatie Zwangerschap/lactatie Bijwerkingen Interacties Waarschuwingen en voorzorgen Dosering 51
52 Medicijnen toedienen: Discussie over medicatie toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt standpunten uitgewisseld t.a.v. medicatie toediening door het voeren van een discussie aan de hand van stellingen Zorg dat je beschikking hebt over het boek Verpleegtechnische handelingen. Gebruik zo nodig de achtergrondinformatie van het onderwijsprotocol medicijnen toedienen per os en het malen van medicatie Formeer een groepje van minimaal 3 studenten Boek: Verpleegtechnische handelingen Thema: Toedienen van medicijnen Onderwijsprotocollen Toedienen van medicijnen de onderdelen medicijnen klaarzetten/uitzetten (m.b.v. een medicijnuitzetsysteem) malen van medicijnen en aanreiken van medicijnen de inleiding, achtergrondinformatie en materialen. School Vergelijk de uitkomsten met andere groepjes en neem dit mee in je nabespreking 1.3 voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1: Korte discussie in je groepje over de volgende stellingen, noteer de uitkomst. 'De verpleegkundige moet bij elke zorgvrager controleren of de medicijnen ook echt worden ingenomen'. 'Wanneer een zorgvrager de medicijnen niet goed kan slikken, moeten deze fijngemalen worden'. 'De verpleegkundige is verantwoordelijk voor elk medicijn wat de zorgvrager krijgt' 52
53 Vaardigheid: Medicijnen toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan van de toedieningsvormen en het toedienen van medicijnen. Zorg dat je beschikking hebt over een computer. Boek Verpleegtechnische handelingen Onderwijsprotocol toedienen van medicijnen School Nabespreken in de klas met de docent. 1.3 voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Zoek enkele instructiefilmpjes m.b.t. het toedienen van medicijnen. Kijk bijvoorbeeld op Activiteit 2: Bekijk in het praktijklokaal de diversiteit aan medicijnen en de toedieningsmogelijkheden. 53
54 Checken, registreren en distribueren, zo nodig controle op inname van medicijnen (volgens verpleegplan) Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan over relevante begrippen m.b.t. checken, registreren en distribueren van medicijnen Zorg dat je beschikking hebt over het boek Verpleegtechnische handelingen. Bestudeer Thema 1: Toedienen van medicijnen Boek Verpleegtechnische handelingen Onderwijsprotocollen toedienen van medicijnen School Nabespreken in de klas met de docent. 1.3 voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 1 Toedienen van medicijnen 1.5 t/m 1.7 en 1.9 Beantwoordt de vragen van Praktijk 1 Beantwoordt de vraag 1van de kennisopdracht. Stel eventuele vragen aan docent. Activiteit 2: Lees van de onderwijsprotocollen van het onderdeel medicijnen klaarzetten/uitzetten (m.b.v. een medicijnuitzetsysteem) en het aanreiken van medicijnen de inleiding, achtergrondinformatie en materialen. Beschrijf hoe de medicatie voorziening, van voorschrijven door de arts tot toediening en registratie plaats vindt op jouw stage/werkplek. Beschrijf hoe de continuïteit van toediening wordt gewaarborgd. Beschrijf ook hoe op je stage/werkplek omgegaan wordt met het zelf toedienen van medicatie door de zorgvrager, bijvoorbeeld inhalaties of pijnmedicatie? 54
55 Rekentaak medicatie per os Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze Toets jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Aan de hand van het antwoord model en eventueel met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Maak de vragen van deze rekentaak Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bepaal je score aan de hand van de antwoordmodel. Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG VAN MEDICATIE PER OS Toedienen: Bij alle toedieningsvormen waaronder voornamelijk injecteren en oraal toedienen, wordt een van tevoren berekend deel van de voorraadoplossing aan de patiënt gegeven. Je moet daarbij 2 gegevens kennen om uit te rekenen: 1. Het gevraagde aantal grammen, milligrammen, liters, milliliters of internationale eenheden voor toediening. 2. De concentratie van de voorraadoplossing. Deze moet altijd vermeld staan op ampul, flacon of fles en wordt uitgedrukt in de reeds eerder genoemde begrippen als: %, mg/ml, g/ml, IE/ml enz. Voor het rekenwerk bij het geven van injecties is het zinvol het verband te kennen tussen % en milligrammen: 1% = 1 g/100 ml, dus ook 1% = 1000mg/100 ml 1% = 1g/100 ml of 1% = 10 mg/ml 55
56 Op dezelfde manier kunnen andere percentages vertaald worden: 2 % = 20 mg/ml 5 % = 50 mg/ml 0,5% = 5 mg/ml Voorbeeld 1: Voorraad Magnesiumsulfaat 15% in een flacon van 10 ml. De zorgvrager moet 1,5 gram Magnesiumsulfaat toegediend krijgen. Hoeveel ml moet je de zorgvrager geven. 15% = 150 mg/ml Zorgvrager moet 1,5 gram (= 1500 mg) hebben Aanwezige voorraad 150 mg x 1ml = 10ml Gevraagde hoeveelheid x volume voorraad Voorraad Voorbeeld 2: Voorraad Amoxycilline drank 250 mg/5ml. Je moet de zorgvrager 350 mg Amoxycilline geven. Hoeveel ml geef je? Gevraagde hoeveelheid = 350 mg x volume voorraad Voorraad 250 mg Volume voorraad = 5 ml dus 350 mg x 5ml = 7 ml 250 mg Voorbeeld 3: Voorraad Lasix 40 mg. Je moet de zorgvrager 60 mg geven. Hoeveel tabletten geef je? Gevraagde hoeveelheid = 60 mg = 1,5 tablet Voorraad 40 mg Voorbeeld 4: Voorraad Selokeen Zoc 50 mg. Je moet een zorgvrager 200 mg Selokeen Zoc geven. Hoeveel tabletten? Gevraagde hoeveelheid = 200 mg = 4 tabletten Voorraad 50 mg 56
57 Opgaven medicijnen toedienen per os 1. In voorraad Lanoxin tabletten van 0,25 mg Je moet aan een zorgvrager 1/8 mg Lanoxin geven. Hoeveel tabletten geef je? 2. In voorraad Digoxine tabletten van 0,125 mg Je moet aan een zorgvrager 1/16 mg Digoxine geven. Hoeveel tabletten geef je? 3. In voorraad Lasix tabletten van 20 mg. Je moet een zorgvrager 70 mg Lasix geven. Hoeveel tabletten geef je? 4. In voorraad Depakine Chrono tabletten van 500 mg. Je moet de zorgvrager 1,5 gram Depakine Chrono geven. Hoeveel tabletten geef je? 5. In voorraad Amaryl tabletten van 1 mg en 4 mg. Je moet de zorgvrager 6 mg Amaryl geven. Hoeveel tabletten geef je? 6. In voorraad Thyrax tabletten van 0,1 mg en 0,025mg Je moet de zorgvrager 175 microgram (mcg) Thyrax geven. Hoeveel tabletten geef je? 7. In voorraad Zantac drank 150 mg/10 ml Je moet de zorgvrager 60 mg Zantac geven. Hoeveel ml geef je? 8. In voorraad KCL drank 100 mg/ml. Je moet de zorgvrager 1 gram KCL geven. Hoeveel ml geef je? 9. In voorraad Depakine drank 250mg/ml. Je moet de zorgvrager 750 mg Depakine geven. Hoeveel ml geef je? 10. In voorraad Trisporal drank 10mg/ml. Je moet de zorgvrager 150 mg Trisporal geven. Hoeveel ml geef je? 57
58 Rekentaak oplossen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze Toets jezelf doormiddel van de rekentaak oplossen Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Aan de hand van het antwoord model en eventueel met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Maak de vragen van deze rekentaak Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bepaal je score aan de hand van de antwoordmodel. Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG OPLOSSEN Oplossen: De verhouding tussen opgeloste stof en oplosmiddel bepaalt de sterkte of concentratie van een oplossing. Men maakt vaak gebruik van het begrip procent (%) of promille ( o / oo ) De opgeloste stof is meestal vast zoals suiker, zout, maar kan ook een vloeistof zijn zoals chloor. Vaste stoffen worden in grammen en milligrammen aangegeven en vloeistoffen in liters en milliliters. Het oplosmiddel, zo heet de vloeistof waarin een bepaalde stof kan oplossen of vermengen, is b.v. water. Voorbeelden: Sorbitoloplossing 5% Zoutoplossing 0,9% Sodaoplossing 4% chlooroplossing 2% Suikeroplossing 5% Procent betekent: Per honderd, dus 1% suikeroplossing betekent dat 1 deel suiker opgelost is in 100 delen totaal, dus 99 delen oplosmiddel (water). Je kan dus zeggen 1 staat tot 100 (1:100) Promille betekent: Per duizend, dus 1 o / oo suikeroplossing betekent dat 1 deel suiker opgelost is in 1000 delen totaal, dus 999 delen oplosmiddel (water). Je kan dus zeggen 1 staat tot duizend (1:1000) 58
59 Gangbaar is het volgende: 1% suikeroplossing is de verhouding van 1 gram suiker in 100 ml totaalvolume dus: 1% = 1 gram van een stof per 100 ml. zo ook: 2 % = 2 g/100 ml 25 % = 25 g/100 ml 0,1 % = 0,1 g/100 ml Voorbeeld: Hoeveel gram sorbitol wordt er opgelost om een 5%-sorbitoloplossing van 500 ml te bereiden? Uitwerking: 5% betekent, dat in elke 100 ml van die oplossing 5 gram sorbitol moet zijn opgelost. 5% = 5 gram per 100 ml We hebben te maken met 500 ml. Dat is 5 x zoveel als 100 ml, dus moet er ook 5 x 5 gram = 25 gram sorbitol opgelost worden om 500 ml met een sterkte van 5% te krijgen. Wanneer aan een oplossing de eis van een grote mate van nauwkeurigheid moet worden gesteld, is een verpleegkundige niet in staat deze te bereiken. Dit wordt gedaan door (ziekenhuis) apotheker, deze is in staat om een grote mate van nauwkeurigheid te bereiken. In de praktijk moeten we nu, ondanks dat we weten dat we een onzorgvuldigheid is, aannemen dat het S.G. (soortelijke gewicht) van suiker 1 gram per milliliter is, zodat 30 ml suiker 30 gram weegt. Van de liter 3%-suikeroplossing is dus 30 gram suiker. We vullen dan tot 1 liter aan met water. 1 gram = 1 ml. Opgaven medicijnen oplossen 1. Je hebt een steriele schaar gebruikt bij de wondverzorging. De schaar moet hierna gedesinfecteerd worden in een chlooroplossing van 2,5%. Hoeveel ml zuivere chloor heb je nodig als je 250 ml chlooroplossing van 2,5% moet maken. 2. Een zorgvrager met brandwonden moet dagelijks voor de wondverzorging in het vlinderbad met een zoutoplossing van 0,45%. In het vlinderbad gaat 1000 liter. Hoeveel kg zout heb je nodig om deze zoutoplossing te kunnen maken. 59
60 3. Er is een zorgvrager opgenomen met een zeer besmettelijke infectie, die geïsoleerd verpleegd wordt. Dagelijks moet de po, die op de kamer moet blijven, gedesinfecteerd worden met een chlooroplossing van 2,5%. Je hebt in voorraad chloortabletten van 10 gram. In de po gaat 2 liter. Hoeveel chloortabletten van 10 gram heb je nodig om deze oplossing te kunnen maken ml chocolademelk bestaat voor 6% uit cacao en voor 5,5% uit suiker. Hoeveel gram cacao en suiker is dat? 5. Hoeveel gram suiker heb je nodig om 350 ml suikeroplossing 6% te maken? 6. Hoeveel liter zoutoplossing van 7 o / oo kun je maken van 28 gram zout? 7. Je hebt in voorraad 2 liter chlooroplossing van 7,5 o / oo. Hoeveel ml chloor bevat deze vloeistof? 8. Een zorgvrager krijgt 300 ml bitterwater van 5% voorgeschreven. Hoeveel maatlepeltjes bitterzout moet je oplossen? Een maatlepeltje is 5 g bitterzout. 9. Er staat in de voorraadkast een flesje van 750 ml oplossing, waarin 5% waterstofperoxide zit. Hoeveel ml pure waterstofperoxide zit hierin? 10. Je moet voor een zorgvrager die opgenomen is met brandwonden aan zijn arm een zoutbad klaarmaken van 0,45%. In het armbad gaat 50 liter. Hoeveel gram zout heb je nodig voor deze oplossing? 60
61 Rekentaak verdunnen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Oefen jezelf doormiddel van het maken van rekensommen over medicijnen toedienen, druppelen, per os, oplossen en verdunnen Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school of thuis Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Maak de vragen van deze rekentaak Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bepaal je score aan de hand van de antwoordmodel Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG VERDUNNEN: Verdunnen moet nog wel eens gebeuren in het ziekenhuis om voornamelijk twee redenen: 1. Het volume van geconcentreerde voorraad oplossingen is kleiner dan verdunde oplossingen. Dit geeft voordelen bij het transporteren, het opbergen en verpakken. 2. De standaardsterkte moet voor specifiek gebruik op een bepaalde afdeling wel eens aangepast worden door verdunnen. Stel, de voorraadoplossing is: 5 g glucose/50 ml = 10% glucoseoplossing, Aangevuld tot 100 ml: 5 g glucose / 100 ml = 5 % glucoseoplossing, Aangevuld tot 250 ml: 5 g glucose / 250 ml = 2 % glucoseoplossing, Aangevuld tot 500 ml: 5 g glucose / 500 ml = 1 % glucoseoplossing, Aangevuld tot 1000 ml: 5 g glucose / 1000 ml = 0,5% glucoseoplossing. Wanneer men de bovenstaande rij bekijkt, kan het volgende aan elkaar gelijk gesteld worden: % verdunning ( in ml. of liters) x volume verdunning = volume % voorraadoplossing ( in ml. of liters) Voorbeeld: Hoeveel ml wordt van de voorradige 3%-waterstofperoxideoplossing genomen om te verdunnen tot 750 ml van 0,5%? 61
62 Toepassing formule: 0,5 (%) x 750 ml = 125 ml 3 (%) Dus: Men neemt een maatcilinder waarin 125 ml waterstofperoxide van 3% wordt afgepast. Wanneer deze hoeveelheid tot 750 ml aangevuld wordt, verkrijgt men behalve de gewenste hoeveelheid verdunning ook de gewenste sterkte, namelijk 0,5%. Opgaven medicijnen verdunnen 1. Ten behoeve van een gorgeldrank moet 20% Halamied oplossing verdund worden tot 500ml van 1% sterkte. Hoeveel ml wordt van de voorradige 20% oplossing genomen? 2. Voorradig is een babyvoeding met 25% glucoseoplossing. Er is op de afdeling 225ml babyvoeding met 10% glucose nodig. Hoeveel ml wordt van de voorraad genomen? 3. Hoeveel ml van de voorradige 30% formaldehydeoplossing moet verdund worden om 2 liter van 1,5% sterkte te bereiken? 4. Aanwezig is pure (100%) Lyorthol. Hoeveel ml neem je hiervan om een oplossing 5 liter met een concentratie van 0,5% te bereiden? 5. Je hebt in voorraad 1000 ml fysiologische zoutoplossing 4,5 o / oo. Je moet maken 100 ml van 0,45 o / oo. a. Hoeveel ml neem je van de voorraad? b. Hoeveel ml water voeg je aan deze oplossing toe? 6. Je hebt limonade met 50% siroop in voorraad. Je moet maken een glas (= 200 ml) limonade á 10% siroop. a. Hoeveel ml neem je van de voorraad? b. Hoeveel ml water voeg je daaraan toe? 7. Je hebt in voorraad een citroenzuuroplossing van 0,5%. Je moet maken 100 ml met 0,4% citroenzuur. a. Hoeveel ml neem je van de voorraad? b. Met hoeveel ml water verdun je dat? 8. Voor een voetbad moet je maken 500 ml zoutoplossing van 0,6%. Je hebt in voorraad een zoutoplossing van 0,8% a. Hoeveel ml neem je van de voorraad? b. Hoeveel ml water voeg je daaraan toe? 62
63 9. Je hebt in voorraad 500 ml suikeroplossing 20%. Je moet maken 10 ml á 0,5% suiker. a. Hoeveel ml neem je van de voorraad? b. Hoeveel ml water voeg je daaraan toe? 10. Je hebt in voorraad een suikeroplossing van 35%. Van deze oplossing moet gemaakt worden 100 ml á 17,5%. a. Hoeveel ml gebruik je van de voorraad? b. Hoeveel ml water voeg je daaraan toe? 63
64 64
65 Rekentaak medicatie toedienen, druppelen, per os, oplossen en verdunnen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Oefen jezelf doormiddel van het maken van rekenen sommen over medicijnen toedienen, druppelen, per os, oplossen en verdunnen Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school of thuis Met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Maak de vragen van deze rekentaak Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bepaal je score aan de hand van de antwoordmodel Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Opgaven medicijnen per os, oplossen en verdunnen 1. Een flesje oogdruppels bevat 20 ml chloramphenicol 2,5%. Hoeveel mg chloramphenicol bevat dit flesje? 2. Een flacon bevat 10 ml KCL 15%. Hoeveel gram KCL bevat deze flacon? 3. Een ampul bevat 10 ml Magnesium Sulfaat 25%. Hoeveel gram Magnesium Sulfaat bevat deze ampul? 4. Een flesje bevat 150 ml Magnesium Sulfaat 4%. Hoeveel gram Magnesium Sulfaat bevat dit flesje? 5. Een flesje oordruppels bevat 10 ml zoutoplossing 3,5%. Hoeveel mg zout bevat dat flesje? 6. Je gaat 5 liter lyortholoplossing maken van 2%. Hoeveel ml Lyorthol heb je nodig voor deze oplossing? 7. Je gaat 10 liter zoutoplossing maken van 5%. Hoeveel gram zout heb je nodig om deze oplossing te maken? 65
66 8. Op de afdeling heb je een fles lyortholoplossing van 2%. De inhoud van de fles is 2 liter Hoeveel ml zuivere Lyorthol bevat deze fles? 9. Je moet bij een zorgvrager mondspoelen met 300 ml waterstofperoxydeoplossing van 1,5%. Je hebt in voorraad een waterstofperoxydeoplossing van 9%. Hoeveel ml neem je van de bestaande oplossing en hoeveel ml water voeg je Toe? 10. Je moet een pincet dat je net hebt gebruikt bij de wondverzorging desinfecteren in 300 ml Lyortholoplossing van 5%. Je hebt in voorraad een Lyortholoplossing van 30%. Hoeveel ml neem je van de bestaande oplossing en hoeveel ml water voeg je toe? 11. Je moet een po desinfecteren met een chlooroplossing van 4,5%. In de po gaat 2,5 liter. Je hebt in voorraad een chlooroplossing van 9%. Hoeveel ml neem je van de bestaande oplossing en hoeveel ml water voeg je toe? 12. Je moet een po desinfecteren met een chloorexidine oplossing van 2%. In de po gaat 1,5 liter. Je hebt in voorraad een chloorexidine oplossing van 10%. Hoeveel ml neem je van de bestaande oplossing en hoeveel ml water voeg je toe? 13. Voor de wondverzorging heb je een alcoholoplossing van 100 ml 1,5% nodig. Je hebt in voorraad een alcoholoplossing van 6%. Hoeveel ml neem je van de bestaande oplossing en hoeveel ml water voeg je toe? 66
67 Subcutaan en intramusculair injecteren Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan die je nodig hebt om medicatie toe te dienen per s.c. en i.m. injectie. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Zorg dat je een p.c. tot je beschikking hebt. Boek Verpleegtechnische handelingen thema medicijnen toedienen onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Onderwijsprotocollen achtergrond informatie School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 2 Medicijnen toedienen per injectie behalve intraveneus injecteren. Lees de achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Activiteit 2: Lees de achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Kijk of je medicijnen kent van je stage/werkplek die volgens een eigen protocol moeten worden toegediend en kijk of het protocol overeenkomt met het protocol met het protocol van je stage/werkplek. 67
68 Vaardigheid: Subcutaan en intramusculair injecteren Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kunt medicatie toedienen per s.c. en i.m. injectie volgens protocol in een oefen situatie. Zorg dat je de beschikking hebt over een p.c. Zoek een DVD of een filmpje op internet over s.c. en i.m. injecteren Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 2 Medicijnen toedienen per injectie behalve intraveneus injecteren. Achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit School Beoordeel de vaardigheden met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Nabespreken in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen verplicht Activiteit 1 Bekijk de DVD of het filmpje over dit onderwerp. Activiteit 2 Ga in het praktijklokaal en oefen de handelingen volgens de protocollen. 68
69 Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren Verpleegtechnisch handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt in kaart gebracht welke aan veiligheidsvoorschriften je, je moet houden bij het injecteren Zorg dat je een PC of DVD speler tot je beschikking hebt. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen, thema medicijnen toedienen, onderdeel; medicijnen toedienen per injectie. Raadpleeg: Zoek een filmpje op internet waarin een demonstatie wordt gegeven van injecteren of een prikaccident aan de orde komt. Zoek de DVD, nu niet meteen in paniek raken. Bestudeer het artikel Dat prikt School Aan de hand van zelf opgestelde criteria t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, beroepspraktijk en crisis situatie. Aan de hand van een evaluatie formulier presenteren. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen (K) Verplicht Activiteit 1 Bereid een presentatie voor waarin je de veiligheidseisen t.a.v. injecteren in kaart brengt. 1. Bekijk de DVD Nu niet meteen in paniek raken. 2. Ga na welke veiligheidseisen er zijn t.a.v. injecteren. 3. Ga na welke protocollen er zijn/ worden gebruikt t.a.v. injecteren in de instelling waar jij stage loopt. 4. Geef aan welke gevaren het injecteren met zich mee kan brengen voor zowel de zorgvrager als de zorgverlener. 5. Geef een voorbeeld van een prikaccident vanuit je praktijk ervaring of zoek een casus op in een boek of op internet. 6. Ga op zoek welk protocol er is in de instelling waar jij stage loopt, gebruikt wordt na een prikaccident. 7. Stel criteria op t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, BPV situatie en crisis situatie. 69
70 Rekentaak medicatie per injectie Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische voorbereiding Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.3 Voor verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Uitleg Toedienen: Bij alle toedieningsvormen, waaronder voornamelijk injecteren en oraal toedienen, wordt een van tevoren berekend deel van de voorraadoplossing aan de patiënt gegeven. Je moet daarbij twee gegevens kennen om uit te rekenen, hoeveel milliliter of liter vloeistof wordt toegediend: 1. Het gevraagde aantal grammen, milligrammen of internationale eenheden voor toediening. 2. De concentratie van de voorraadoplossing. Deze moet altijd vermeld staan op ampul, flacon of fles en wordt uitgedrukt in de reeds eerder genoemde begrippen als: - %, - mg/ml, - g/ml, - IE/ml, enzovoort. Rekenen met procenten. Soms wordt niet aangegeven hoeveel milligram geneesmiddel er per milliliter in de vloeistof zit maar hoeveel procent geneesmiddel er in de vloeistof zit. Gelukkig hebben ze daar internationaal wel afspraken over gemaakt. Het is dan ook zinvol het verband te kennen tussen % en milligrammen. Procent (%) betekent: het honderdste deel 70
71 Eerder werd het verband met grammen beschreven: 1% = 1 g/100 ml, dus ook: 1% = 1000 mg/100 ml Op dezelfde manier kunnen andere percentages "vertaald" worden: 2 % = 20 mg/ml 5 % = 50 mg/ml 0,5 % = 5 mg/ml, enzovoort. Berekenen 1% = 10 mg/ml. (= internationale afspraak) Je deelt wat je wilt hebben door wat je hebt per milliliter Gevraagde hoeveelheid (in mg, g, IE) Voorraad (in mg, g, IE) x volume voorraad = aantal toe te dienen hoeveelheid (in ml of liters) Voorbeeld 1: Aanwezig: Magnesium sulfaat 15% in een flacon van 10 ml. De patiënt moet 1,5 gr Magnesium sulfaat toegediend krijgen. Hoeveel ml moet je de patiënt geven? 15% = 150 mg/ml. Patiënt moet 1,5 gr(=1500 mg) hebben aanwezige voorraad 150mg x 1ml = 10 ml. Deze berekening kan ook in een algemene formule uitgedrukt worden, waarmee het aantal ml of liters voor toediening zich vlot laten berekenen. Voorbeeld 2: In voorraad is fenobarbital 25 mg/ml. Gevraagd wordt om 10 mg in totaal te injecteren. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? Gevraagde hoeveelheid = 10 mg x volume voorraad voorraad 25 mg volume voorraad = 1 ml 10 mg x 1 ml= 0,4 ml 25 mg 71
72 Voorbeeld 3: In voorraad Gentamycine 80 mg/2 ml. Er moet een injectie worden gegeven van 120 mg. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 120 mg x volume voorraad voorraad 80 mg volume voorraad = 2 ml 120 x 2 = 3 ml 80 Voorbeeld 4: In voorraad Heparine 2500 EH/ml. Je moet een zorgvrager 1750 EH toedienen per injectie. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 1750EH Voorraad 2500EH x volume voorraad Volume voorraad = 1 ml 1750EH x 1 = 0,7 ml 2500EH Opgaven: medicatie per injectie: 1. Je moet een onrustige zorgvrager 2 mg Haldol i.m. (intramusculair) geven. Je hebt in voorraad Haldol 5mg/ml. Hoeveel dien je deze zorgvrager toe? 2. Je moet een zorgvrager s -morgens 56IE insuline en s-avonds 28IE insuline s.c. (subcutaan) toedienen. In voorraad insuline 100IE/ml. a. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager s-morgens toe b. Hoeveel ml geef je s-avonds? 3. Je moet een zorgvrager IE Penicilline i.m. toedienen. In voorraad Penicilline IE opgelost in 4 ml aquadest. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 4. Je moet een zorgvrager ter voorbereiding op de narcose 3 mg Dormicum i.m. toedienen. In voorraad Dormicum 15 mg/3ml. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 5. In voorraad een ampul Fenobarbital waarop staat: 2 ml=100 mg. Je moet de zorgvrager een injectie geven van 80 mg Fenobarbital geven. Hoeveel ml. Geef je? 6. In voorraad een ampul morfine 10 mg/ml. Je moet de zorgvrager 7,5 mg morfine geven Hoeveel ml maak je klaar in de spuit? 7. Je hebt in voorraad een flesje insuline waarop staat Insuline 100EH/2ml Je moet de zorgvrager 10 EH Insuline geven. Hoeveel ml geef je? 72
73 8. Je hebt in de kast een flesje Heparine 7500EH/10ml. Je moet de zorgvrager 600EH Heparine geven. Hoeveel ml. trek je op? 9. Een zorgvrager die teveel vocht vasthoudt krijgt 25 mg Lasix toegediend. In voorraad een ampul Lasix 20 mg/2ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 10. Je moet een zorgvrager 3 mg Temesta i.m. geven. In de voorraadkast ligt Temesta 6 mg/2ml Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 11. Je moet een zorgvrager 10 mg Losec toedienen. Je hebt in voorraad 40 mg Losec per flacon. Deze flacon wordt opgelost met het bij de verpakking ingesloten oplosmiddel van 10 ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 12. Je heb een penicilline-oplossing van 8000IE/5ml. De zorgvrager moet per keer 4000IE hebben. a. Hoeveel ml. trek je op? b. Hoeveel ml. krijgt de zorgvrager per 24 uur als hij 4 giften krijgt? 13. Een zorgvrager moet 300 mg Clamoxyl i.m. hebben. Je hebt in voorraad een flacon van 1,5 gram in 10 ml opgelost. Hoeveel ml. trek je op? Opgave 14 In voorraad heb je Actrapid 100 EH / Ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven. De zorgvrager moet hebben: We geven: 2 EH actrapid... ml 7.5 EH actrapid... ml 14 EH actrapid... ml 20 EH actrapid... ml 28 EH actrapid... ml 32 EH actrapid... ml 64 EH actrapid... ml 73
74 15 In voorraad Heparine van 5000EH/ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven De zorgvrager moet hebben: We geven: 1000 EH ml 1250 EH...ml 1500 EH ml 1750 EH ml 2000 EH ml 3000 EH ml 3750 EH ml 6250 EH ml 16. Je hebt in voorraad KCL 20 mmol/10 ml. De zorgvrager moet 120 mmol/24 uur krijgen, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe? 17. Je hebt in voorraad magnesiumoxide van 12,5%. Je moet geven aan de zorgvrager 200 mg magnesiumoxide. Hoeveel ml dien je toe? 18. Je hebt in voorraad Magnesiumsulfaat 20%. Je moet de zorgvrager 350 mg Magnesiumsulfaat geven. Hoeveel ml dien je toe? 19. Je hebt in voorraad Pethidine 5%. Je moet de zorgvrager 50 mg Pethidine geven. Hoeveel ml dien je toe? 20. Je hebt in voorraad KCL 15 mmol/10 ml. Je moet de zorgvrager 180 mmol/24 uur geven, verdeeld over 4 zakken van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe. 21. Je hebt in voorraad een flacon van 10 ml Magnesium Sulfaat 15%. Hoeveel gram Magnesium Sulfaat zit er in deze flacon. 22. Je hebt in voorraad een ampul van 5 ml Magnesiumsulfaat 20%. Hoeveel gram Magnesiumsulfaat zit er in deze ampul? 23. In voorraad: ampullen atropine van 0,5%. Je moet de zorgvrager 10 mg atropine i.m. toedienen. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? 74
75 OPLEIDING MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: beginner Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1 Naam student: 75
76 76
77 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Beginner Verplicht Activiteiten datum paraaf Wondverzorging: Verzorgen van rode wonden Verzamelen van monsters t.b.v. diagnostiek: Steriel: Urine Niet-steriel: Urine Faeces Sputum Een blaaskatheter verzorgen: Medicatie checken, registreren en distribueren Medicatie toedienen oraal rectaal - microclysma - suppositorium vaginaal via de huid via de slijmvliezen - oogzalf, ooggel, oogdruppels - neusdruppels, neusspray - oordruppels via de luchtwegen - inhalatie, - inhaleren, - verstuiver Voorbehouden handelingen Injecteren subcutaan Injecteren intramusculair Sputum Een blaaskatheter verzorgen Een suprapubisch katheter verzorgen Een katheterzak verwisselen 77
78 78
79 Wondverzorging Resultaat De student kan wondverzorging toepassen volgens protocol bij rode wonden Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K, L, T) Voorbereiding activiteit Onderzoek op je afdeling: Hoe procedures tot stand komen m.b.t. het uitvoeren van wondverzorging Welke materialen gebruikt worden op de afdeling Welke instrumenten/scorelijsten er zijn om wonden te monitoren Welke richtlijnen en protocollen zijn m.b.t. wondverzorging Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider, teken de vaardigheid af op je overzichtslijst Vaardigheden Verzorgen van rode wonden 79
80 Verzamelen van monsters t.b.v. diagnostiek Resultaat Je kunt monsters verzamelen volgens protocol ten behoeve van diagnostiek Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 12 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en de juiste protocollen van de instelling waar je werkt en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider, teken de vaardigheid af op je overzichtslijst. Vaardigheden Steriel: - Urine Niet steriel:: - Urine - Faeces - Sputum - Slijmvliezen 80
81 Een katheter verzorgen Resultaat De student kan: - een (suprapubisch) katheter verzorgen volgens protocol - een katheterzak verwisselen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 3 hoofdstuk 2 en thema 10 Hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K, L, T) Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en de protocollen van de instelling waar je werkzaam bent en de juiste materialen. Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider aan de hand van het feedbackformulier Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider, teken de vaardigheden af op je overzichtslijst. Vaardigheden - Een suprapubisch katheter verzorgen - Katheter verzorgen - Katheterzak verwisselen 81
82 Een medicijnlogboek aanleggen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de werking en bijwerkingen benoemen van medicatie die regelmatig op je afdeling voorkomt Je hebt dit vastgelegd in een individueel logboek Theorie Boek Verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 1 Werkproces(sen) 1.3 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren Competentie(s) K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Voorbereiding activiteit Start een logboek Uitvoering activiteit Maak je eigen logboek met werking/bijwerkingen van medicatie en overige aandachtspunten Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 82
83 Het medicijngebruik checken, registreren en distribueren Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de aandachtspunten bij checken van het medicijngebruik benoemen Je kunt de aandachtspunten bij het registreren van het medicijngebruik benoemen Je kunt de aandachtspunten bij het uitzetten en delen van medicijnen benoemen Theorie Boek Verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 1 Werkproces(sen) Competentie(s) Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Onderzoek op je afdeling/instelling - hoe het voorschrijven van medicatie plaatsvindt - hoe de distributie van medicatie plaatsvindt - wat het controleren van medicatie inhoudt en hoe dit wordt uitgevoerd -waar registratie van medicijnen uit bestaat en hoe dit wordt uitgevoerd Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 83
84 Medicijnen toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt medicijnen toedienen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema 4 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Verpleegtechnische handelingen uitvoeren competentie K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Voorbereiding activiteit Onderzoek de redenen waarom voor een bepaalde wijze van toediening gekozen wordt. Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Vaardigheden Medicijnen toedienen oraal Medicijnen toedienen rectaal: - microclysma - suppositorium Medicijnen toedienen vaginaal Medicijnen toedienen via de huid Medicijnen toedienen via de slijmvliezen - oogzalf, ooggel, oogdruppels - neusdruppels, neusspray - oordruppels Het toedienen van medicijnen via de luchtwegen - inhalatie, - inhaleren, - verstuiver Verplicht/keuze Verplicht 84
85 Injecteren subcutaan Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een subcutane injectie geven volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 2 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 85
86 Injecteren intramusculair Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een intramusculaire injectie geven volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 2 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 86
87 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (A, D, H, J, K, M) 1.2 De verpleegkundige biedt persoonlijke verzorging, observeert en monitort gezondheid en welbevinden (E, F, J, K, R, V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De gevorderde kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorzien situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (E-T-V) 1.9. De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatie indicatoren) 87
88 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 88
89 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE GEVORDERD 1 BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie: 1 Fase: beginner-gevorderd-startbekwaam Naam deelnemer:. 89
90 90
91 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 1 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 4 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaamniveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 1 aanbod komen: 1. blaasspoeling uitvoeren; 2. sondevoeding toedienen; 3. een voedingspomp bedienen; 4. verzorgen van een maagsonde; 5. stoma verzorgen; 6. bedienen van een infuuspomp en spuitpomp. 7. vloeistoffen via perifeer infuus toedienen; 4 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 91
92 Alle voorbehouden handelingen die in de gevorderde 1 fase aan bod komen: 1. inbrengen van een maagsonde 2. katheteriseren van de blaas bij vrouwen; 3. katheteriseren van de blaas bij mannen; 4. hielprik neonaten Rekentaken - Zuurstof toedienen - Sondevoeding toedienen - Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Verpleegtechnische handelingen (met keuze), die in de gevorderde fase 1 aan bod komen: 1. PEG-sondevoeding toedienen 2. maagspoeling uitvoeren 3. darmspoeling uitvoeren 4. stoma irrigeren 5. tracheacanule en tracheastoma verzorgen 6. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandeling 7. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met neurologische behandeling 8. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ PEG-sondevoeding toedienen x x Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma verzorgen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x x x x x x x x x 92
93 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren. Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren. Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 93
94 94
95 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (A, D, H,J, K, M) 1.2 De verpleegkundige observeert en monitort veranderingen in de gezondheid en het welbevinden van de zorgvrager (E, F, J, K, R,V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen op een bekwame en professionele manier uit volgens geldende protocollen, wet- en regelgeving en richtlijnen van de organisatie (J, K, T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D, R) 1.6 De verpleegkundige geeft onder begeleiding duidelijke en begrijpelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager over de verpleegtechnische handelingen. Zij checkt of de informatie begrepen is (I, L). 1.8 De verpleegkundige heeft de planning van zorgverlening besproken en afgestemd in overleg met de verpleegkundige, die eveneens eindverantwoordelijk is (B,E,Q) 1.9 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager en haar werkbegeleider. Zij rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) Feedback 95
96 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* Paraaf door stempel 96
97 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatie-indicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Voert verpleegtechnische handelingen uit Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, 1.8 en 1,9 Competenties: Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. E. Samenwerken H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheidheid toepassen Prestatie-indicatoren Voorbehouden 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen 1.8 en 1,9 Verpleegtechnische 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen met keuze 1.8 en 1,9 A, B, C,D,E, F, H, I, J, K, L, M, R, T, V, Q Observeert, herkent en benoemt verandering van de gezondheidstoestand Observeert, herkent en benoemt acute situaties Benoemt de genomen beslissingen en interventies Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Stimuleert de zorgvrager om handelingen en activiteiten zoveel mogelijk zelf uit te voeren Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen, luistert aandachtig Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Vraagt de zorgvrager naar hun ervaringen en gevoelens over de geboden zorg en begeleiding Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen t.b.v. de evaluatie Roept bij calamiteiten hulp in van andere deskundigen Overleg tijdig en regelmatig met andere deskundigen Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Past gespreksvaardigheden Legt duidelijk en correct uit Houdt in haar stijl van communiceren rekening met de doelgroep Gaat na of de informatie overgekomen is. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager. Maakt gebruik van haar kennis over stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen en ziektebeelden van de zorgcategorie Weet vragen te beantwoorden Voert handelingen op verantwoorde en juiste wijze uit onder begeleiding. 97
98 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren Prestatie-indicatoren Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Kan vlot en accuraat rekenen Kiest en gebruikt voorlichtingsmateriaal, hulpmiddelen of instructiemateriaal, die aansluiten bij het onderwerp Gebruikt voor het uitvoeren van de verpleegtechnische handelingen materialen en middelen op de juiste manier Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. R. Herkent en bespreekt met de zorgvrager in zorgsituaties zijn behoeften en verwachtingen. Bespreekt de mogelijkheden en beperkingen van de zorgverlening met de zorgvrager. Gaat na of de zorgvrager tevreden is over de verleende zorg T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Q Plannen en organiseren Observeert verpleegtechnische handelingen aan de hand van protocollen. Achterhaalt protocollen, (werk) procedures, veiligheidsregels, voorschriften, bekwaamheidseisen wet BIG en de wettelijke richtlijnen, die gelden voor verpleegtechnische handelingen en - vertelt hoe zij deze toe gaat passen bij de Houdt zich bij het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen aan voorgeschreven protocollen, (werk) procedures, volgt veiligheidsregels en voorschriften op, werkt volgens de bekwaamheidseisen (wet BIG) en wettelijke richtlijnen. Handelt volgens de voorgeschreven procedures die in de zorgverlening gelden voor onvoorziene en crisissituaties Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. Blijft in stressvolle situaties rustig en gericht op het werk Plant en regelt in logische volgorde de werkzaamheden voor de zorgverlening 98
99 OPLEIDING MBO-VERPLEEGLUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1 Gevorderde fase 1 Naam student: 99
100 100
101 Ondersteuningsmagazijn School Recht (vakdocent) Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Gevorderde 1 Activiteiten datum paraaf Voorbehouden handelingen Toedienen van zuurstof Activiteiten datum paraaf Toedienen van zuurstof Rekentaak Zuurstof toedienen 101
102 Ondersteuningsmagazijn School Katheteriseren van de blaas Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Gevorderde 1 Activiteiten datum paraaf Katheteriseren van de blaas Verwisselen van een suprapubische katheter Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter, vaardigheid. Spoelen van de blaas Spoelen van de blaas, vaardigheid. Orgaanspoelingen uitvoeren Activiteiten datum paraaf Orgaanspoelingen uitvoeren Stoma verzorging Activiteiten datum paraaf Stoma verzorging Stoma verzorging, vaardigheid Maagsonde inbrengen, verzorgen en sondevoeding toedienen Activiteiten datum paraaf Een maagsonde verzorgen Sondevoeding toedienen VDL Bedienen voedingspomp Sondevoeding toedienen, vaardigheid Inbrengen maagsonde, vaardigheid. Rekentaak Sondevoeding toedienen Vloeistoffen toedienen via perifeer infuus Activiteiten datum paraaf Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus, vaardigheid Rekentaken Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 2 102
103 Ondersteuningsmagazijn School Uitzuigen mond-en keelholte Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Gevorderde 1 Activiteiten datum paraaf Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule Uitzuigen van de mond- en keelholte, vaardigheid Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 1 Met Keuze Assisteren bij of verrichting van diagnostische onderzoeken Activiteiten datum paraaf Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek inclusief Glucose bepaling 5 Hielprik neonaten (voorbehouden handeling) PAAF Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte incl. hielprik 6 Verzorgen van tracheostoma en tracheacanule Activiteiten datum paraaf Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid 5 Glucosebepaling is een verplichte verpleegtechnische handeling 6 Hielprik bij neonaten is een voorbehouden handeling 103
104 104
105 Toedienen van zuurstof Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om zuurstof toe te kunnen dienen. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Zorg dat je een P.C. tot je beschikking hebt Boek verpleegtechnische handelen Thema: De ademhaling ondersteunen onderdeel 2 zuurstof toedienen Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen. School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema De ademhaling ondersteunen onderdeel 2 Zuurstof toedienen. Maak de opdrachten praktijk 1, 2 en 3. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen. 105
106 Rekentaak Zuurstof toedienen Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische voorbereiding Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Zuurstof cilinders. In ziekenhuizen en sommigen verpleeghuizen vind je in de muur, naast of boven het bed van de zorgvrager, een soort zilverkleurig boxje met een bordje zuurstof er boven. Via allerlei buizen komt uit een grote tank, die bij het ziekenhuis staat, zuurstof. Dat is wel zo makkelijk. De technische dienst zorgt er voor dat er genoeg zuurstof in de tank zit. In verpleeghuizen, verzorgingshuizen of thuis maakt men vaak gebruik van zuurstof cilinders. Voor zuurstof geldt dat het in een grijze fles zit met een zwarte band om de witte hals. Op die band staat met witte letters ZUURSTOF Zuurstof bevindt zich in cilinders van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter inhoud. Dit is echter niet de hoeveelheid zuurstof die erin zit, want de zuurstof is er in hoge druk samengeperst. Dit noemt men de overdruk van het gas. Deze overdruk of atmosferische druk wordt aangegeven door een drukmeter of manometer die op de cilinder is gemonteerd. Internationaal wordt de atmosferische druk in BAR aangeduid. Voor het bepalen van het aantal liters zuurstof, dat zich nog in de cilinder bevindt, ga je uit van de volgende regel: DE DRUK X DE INHOUD VAN DE CILINDER = DE HOEVEELHEID ZUURSTOF Druk wordt door de manometer aan gegeven in bar of atmosfeer, in mmhg of kg/cm 2 inhoud is de aan gegeven inhoud van de cilinder. De kleine (nood)flesje hebben een inhoud van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter 106
107 Wetenswaardigheden Als de manometer nog 1 BAR aangeeft dan is de druk gelijk aan de buitenlucht en zal er geen zuurstof meer uit de cilinder komen. Linde Gas Benelux geeft aan zelfs 2 bar in de fles te houden. Dit om vervuiling in de fles / systeem te voorkomen. Dit betekent dus dat je als je precies wilt rekenen 1 of 2 bar van de fles moet afhalen. Je komt dan zuurstof tekort als je het precies berekend. Het is dan ook belangrijk om dit in de praktijk in je achterhoofd te houden. In de sommen hebben we per 2012 afgesproken dat we hier geen rekening mee houden. In de meeste leerboeken / verpleegkundig rekenen wordt hier ook geen rekening mee gehouden. Voorbeelden De cilinderinhoud is 10 liter. De manometer staat op 75 BAR. Hoelang kan men deze cilinder gebruiken als de zorgvrager 2 liter per minuut krijgt? Berekening Aantal liter zuurstof: 75 x 10 = 750 liter. De tijdsduur is 750 liter = 375 minuten = 6 uur en 15 minuten 2 l/min Vraag Je hebt een cilinder met een inhoud van 10 liter. De zorgvrager moet hebben 2 liter per minuut, gedurende 2 uur. De manometer staat op 130 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? Berekening a. 130 x 10 = 1300 liter. b. 2 uur = 120 min. (2 X 60 min.) De zorgvrager krijgt: 120 x 2 liter = 240 liter c. In de cilinder bevindt zich na afloop: 1060 liter ( ). De manometerdruk is 106 BAR (1060 : 10) 107
108 Opgaven zuurstof toedienen 1. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staan op 20 BAR? 2. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 65,2 BAR? 3. Je hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 2 uur. De manometer staat op 160,5 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter zuurstof krijgt de zorgvrager in 2 uur toegediend? c. Hoeveel uur kun je toekomen met deze cilinder? 4. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 4 uur 2 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 5. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staat op 101,25 BAR? 6. De manometer van een 10 liter cilinder staat op 65 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kun je toekomen als de zorgvrager 2 l/min. krijgt? 7. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 2 uur 1 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 8. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 87,4 BAR? 9. U hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 4 uur. De manometer staat op 140 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? 108
109 10. De manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter staan op 95 BAR. Hoeveel BAR geeft de manometer aan als een zorgvrager gedurende 5 uur 1 liter zuurstof per minuut heeft gekregen? 11. De manometer van een 40 liter cilinder staat op 85 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kunt u toekomen als de zorgvrager 5 l/min toegediend krijgt? 12. U moet een zorgvrager gedurende 2,5 uur 1 liter zuurstof per minuut geven. a. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? b. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? 109
110 Spoelen van de blaas Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaasspoeling uit te voeren. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas. Maak de opdrachten praktijk 1 en 2 Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: Katheterspoelen met een spoelzakje Katheter spoelen met een spuit Blaaspoelen met een spoelzakje via een verblijfskatheter Blaasspoelen met een spuit via een verblijfskatheter Aansluiten systeem blaaspoelen via een verblijfskatheter Verwijderen systeem blaasspoelen via een verblijfskatheter 110
111 Katheteriseren van de blaas Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaaskatherisatie uit te voeren Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen onderdeel Het inbrengen van een blaaskatheter Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel nier en blaaskatheterisatie Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen het onderdeel Het inbrengen van een blaaskatheter Maak de praktijkopdrachten 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de Vilans - onderwijsprotocollen onderdelen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter 111
112 Verwisselen van een suprapubische katheter Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een suprapubische katheter te verwisselen. Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Achtergrondinformatie Vilans -onderwijsprotocollen verwisselen suprapubische verblijfskatheter Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen, onderdeel: verwisselen van een suprapubische katheter 112
113 Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter, vaardigheid. Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Je kan in een oefensituatie volgens protocol een blaaskatheterisatie uitvoeren. Je kan in een oefensituatie volgens protocol een suprapubische katheter verwisselen. Je kan in een oefensituatie een verblijfskatheter verwijderen. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 113
114 Spoelen van de blaas Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaasspoeling uit te voeren. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas Achtergrondinformatie Vilans onderwijsprotocollen onderdeel blaasspoeling Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas. Maak de opdrachten praktijk 1 en 2 Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: Katheterspoelen met een spoelzakje Katheter spoelen met een spuit Blaas poelen met een spoelzakje via een verblijfskatheter Blaasspoelen met een spuit via een verblijfskatheter Aansluiten systeem blaas spoelen via een verblijfskatheter Verwijderen systeem blaas spoelen via een verblijfskatheter 114
115 Spoelen van de blaas, vaardigheid. Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie volgens protocol een blaasspoeling uitvoeren Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: blaasspoeling Activiteit 2: Oefen de vaardigheid volgens protocol in het praktijklokaal. 115
116 Orgaanspoelingen uitvoeren Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van het spoelen van de maag, darm en stoma. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren, onderdeel spoelen van de maag, irrigeren van een stoma en spoelen van de darm Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren de onderdelen Spoelen van de maag, irrigeren van een stoma en spoelen van de darm Maak de praktijkopdrachten van de bovenstaande onderdelen. Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: spoelen van een colostoma darmspoelen rectaal / toedienen van een hoog opgaand klysma maaginhoud hevelen 116
117 Stoma verzorging Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie stomaverzorging Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: helpen bij uitscheiding onderdeel een stoma verzorgen Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Helpen bij uitscheiding het onderdeel een stoma verzorgen Maak de praktijkopdrachten 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje 117
118 Stoma verzorging, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie volgens protocol een stoma verzorgen. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: helpen bij uitscheiding onderdeel een stoma verzorgen Achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 118
119 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Verpleegtechnische handelingen met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. chirurgische behandelingen Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 2 assisteren bij chirurgische behandelingen Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 2 assisteren bij chirurgische behandelingen Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Activiteit 2: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 119
120 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. interne / neurologische onderzoek Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 3 assisteren bij intern / neurologisch onderzoek Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 3 assisteren bij intern / neurologisch onderzoek Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Activiteit 2: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 120
121 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Glucose bepaling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het bepalen van het glucosegehalte in het bloed Zorg dat je een computer bij de hand hebt. Onderwijsprotocollen Vilans onderdeel puncties bloedglucosewaarden bepalen en bloedglucose meters Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bespreek met je groepsgenoten je ervaring met het bepalen van het glucose gehalte. Welke verschillen kom je tegen? Ga naar en bestudeer het onderdeel suikerziekte Ga naar onderwijsprotocollen Vilans, onderdeel puncties en bestudeer de onderdelen bloedglucosewaarden bepalen en bloedglucose meters Activiteit 2: Kijk op DVD of internet naar de diverse mogelijkheden om een glucose bepaling te doen. Kijk in het vaardigheidslokaal naar de diverse glucosemeters en voer een test uit. 121
122 PAAF Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte incl. hielprik Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Vilans, onderdeel puncties hielprik Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Zoek enkele veel voorkomende onderzoeken die er plaats vinden bij zwangere vrouwen, bevallingen en geboortes. Zoek op wat de hielprik inhoudt, wat het doel is, hoe wordt het uitgevoerd en door wie het wordt uitgevoerd. 122
123 Hielprik toepassen Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in het toepassen van de hielprik Formeer een groepje van maximaal 5 studenten. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet over het toepassen van een hielprik. Bestudeer de theorie over hielprik toepassen Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. School/thuis Evalueer activiteit 2 en aan de hand van het antwoord model van ThiemeMeulenhoff 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet Activiteit 2: verplicht Maak de kennisopdracht van het thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. Activiteit 3: keuze Voer de samenwerkingsopdracht uit van het thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. Activiteit 4: verplicht Maak de vragen van praktijk 1 van het thema: puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. 123
124 Een maagsonde verzorgen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft zijn kennis getoond over het verzorgen van een maagsonde. Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen, onderdeel een maagsonde inbrengen en verzorgen 2.4 De verzorging van een zorgvrager met een sonde Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Keuze Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen onderdeel Een maagsonde inbrengen en verzorgen 2.4 De verzorging van een zorgvrager met een sonde Maak de kennisopdrachten. 124
125 VDL Sondevoeding toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan van de indicaties voor sondevoeding, vormen van toediening en soorten sondevoeding Ga na wat je al weet van sondevoeding en wat je ervaringen zijn. Zoek een DVD over het toedienen van sondevoeding in de mediatheek/ OLC of zoek een filmpje over dit onderwerp. Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1 : Zoek bij de Vilans onderwijsprotocollen bij het onderwerp sondevoeding naar informatie over Sondevoeding, wat is het en wanneer wordt het gegeven en soorten, bereiden en bewaren van sondevoeding 125
126 Bedienen voedingspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de gebruiksaanwijzing van verschillende voedingspompen. De student heeft zicht op de indicaties en complicaties van het gebruik van een voedingspomp. Zorg dat je beschikking hebt over de gebruiksaanwijzing van voedingspompen van tenminste twee fabrikanten. Formeer een groepje van tenminste drie studenten. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Zoek via Vilans - onderwijsprotocollen naar voedingspompen zowel documenten als afbeeldingen. Vilans onderwijsprotocollen Thuis/School Evalueer de inhoud van de presentatie met de docent in de klas. Evalueer de presentatie aan de hand van een evaluatie formulier. Lever het verslag in ter beoordeling aan de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Vergelijk de verschillende voedingspompen met elkaar die je gevonden hebt op Vilans - onderwijsprotocollen. Maak een lijstje van criteria waaraan een voedingspomp moet voldoen. Beoordeel de voedingspompen aan de hand van de criteria. Presenteer de uitkomsten in de groep. Activiteit 2: Beschrijf de indicaties voor een voedingspomp en de mogelijke complicaties. Geef aan hoe je deze complicaties kunt voorkomen en vroegtijdig kunt opsporen. Beschrijf wat je moet doen bij de beschreven complicaties. 126
127 Sondevoeding toedienen, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie sondevoeding toedienen volgens protocol.. Zorg dat je beschikking hebt over de volgende protocollen: Toedienen van sondevoeding met een 50ml spuit. Toedienen van sondevoeding met een toedieningssysteem. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: Sondevoeding toedienen Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 127
128 Rekentaak sondevoeding toedienen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 2. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 3. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 128
129 4. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 18 druppels) 5. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml.. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig? b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 6. Je moet een zorgvrager 1 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 7. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 8. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 129
130 Inbrengen maagsonde, vaardigheid. Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Je kan in een oefensituatie volgens protocol maagsonde inbrengen. Je kan in een oefensituatie een maagsonde verwijderen. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: inbrengen maagsonde verwijderen maagsonde Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 130
131 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van parenteraal toedienen van vloeistoffen via een perifeer infuus. Zorg dat je beschikking hebt overeen computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen, onderdeel parenteraal toedienen van vloeistoffen. Thuis/School Evalueer activiteit 1 met de docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema: parenteraal toedienen van vloeistoffen. Beantwoord de vragen bij praktijk 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht 1,2,3, 5,6 en 7. Bestudeer de relevante achtergrondinformatie van de Vilans onderwijsprotocollen inclusief hypodermoclyse 131
132 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een infuussysteem klaarmaken voor gebruik en aansluiten op een infuusnaald. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: gereed maken infuuszak en infuussysteem verwisselen infuuszak infuusslang verzorgen insteekopening perifeer infuus fysiologisch zout doorspuiten in perifeer infuus Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 132
133 Rekentaak 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Kijk de rekentaak na met behulp van het antwoordmodel en de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opdrachten goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Rond af naar hele ml. Antwoord:.. ml/uur 2. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:.. ml te veel/ te weinig. 3. Een zorgvrager krijgt 3 liter NaCl / 24 uur. Om uur zie je dat er nog 400 ml in de infuuszak zit. Op welke druppelsnelheid moet het infuus staan om deze zak om uur leeg te laten zijn? (Afronden op een geheel getal.) Antwoord:. druppels per minuut 4. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 2.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Antwoord:... ml per minuut 133
134 5. Een zorgvrager krijgt 2ltr. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 200 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 6. Een zorgvrager moet 3 ltr NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? Antwoord:.druppels per minuut 7. Een zorgvrager krijgt 2,5 ltr. Gluc 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml nog 250 ml bevat. Hoeveel ml Gluc 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 134
135 Rekentaak 2 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op 1. Via een infuus moet 1500ml vloeistof van Ringer ingebracht worden over een tijd van 15 uur. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord: druppels per minuut 2. Bepaal de druppelsnelheid wanneer in 24 uur 6 kolven a 500ml bij een patiënt ingebracht moet worden. Antwoord: druppels per minuut 3. Vijf infuuskolven a 250ml elk met 5% glucose oplossing moeten in 7 uur inlopen. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord:...druppels per minuut 4. Aan een infuusfles met 500 ml fysiologische- zoutoplossing wordt 10ml KCL toegevoegd, het geheel moet in 2 uur inlopen. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid ingesteld? Antwoord:..ml per uur 135
136 ml infuusvloeistof moet met behulp van een volumepomp 7 uur inlopen. Hoeveel ml/uur wordt de volumepomp ingesteld? Antwoord:..ml per uur 6. Stel, dat hetzelfde van vraag 5 met behulp van een druppelpomp moet gebeuren. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid dan ingesteld? Antwoord:. druppels per minuut 7. Reken om naar druppels per minuut: a. 0,1 ml/ min b. 0,8 ml/min: c. 3.2 ml/min: d. 0.1 ml/sec: e. 0,02 ml/sec: f. 180 ml/ uur: g. 6ml/uur: h. 24ml/uur: 8. Hoeveel ml/ uur zou de infuuspomp lopen, wanneer in 12.5 uur 45 ml fysiologische zoutoplossing en 5ml Dobutrex inlopen? Antwoord: ml per uur 9. Reken om naar milliliters/ uur: a. 25 ml/min: b. 25 dr/min: c. 0,8 ml/min: d. 1,6 ml/min: e. 0, 5 ml/sec: f. 1dr/sec: g. 100 ml/ min: h. 300dr/uur: 136
137 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de verzorging van een tracheostomie en tracheacanule Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen, Thema ademhaling ondersteunen, onderdeel: De verzorging van een tracheostoma/ tracheacanule. Vilans onderwijsprotocollen onderdeel tracheacanule Thuis/School Evalueer de vraag uit praktijk 1 aan de hand van de inhoud van het boek en bespreek dit met een mede student. Beoordeel de kennisopdracht aan de hand van het antwoordmodel. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema de ademhaling ondersteunen onderdeel 1 de verzorging van een tracheastoma/tracheacanule. Maak in een groepje de praktijkopdrachten 1 en 2. Maak de samenwerkingsopdracht. Bestudeer van de Vilans onderwijsprotocollen het onderdeel tracheacanule de relevante achtergrondinformatie. Beschrijf op welke manieren een zorgvrager met een tracheacanule kan spreken. 137
138 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een tracheostoma en tracheacanule verzorgen volgens protocol. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheastoma reinigen trachea binnencanule verzorgen huid Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 138
139 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het uitzuigen van de mond- en keelholte en het uitzuigen van een tracheacanule. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: De ademhaling ondersteunen, onderdelen Het uitzuigen van de mond-en keelholte en de verzorging van een tracheastoma/tracheacanule Vilans onderwijsprotocollen Thuis/School Evalueer de vraag bij praktijk 1 en de kennis opdracht met behulp van het antwoord model. Evalueer de samenwerkingsopdracht aan de hand van een evaluatie formulier. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Bespreek de antwoorden op de vragen van activiteit 1 met je docent. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen onderdeel 3 Het uitzuigen van de mond- en keelholte en van onderdeel Het verzorgen van een tracheastoma en een tracheacanule Beantwoordt de vraag bij praktijk 1 Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen de relevante achtergrondinformatie m.b.t. uitzuigen mond- keelholte Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel tracheacanule de relevante achtergrondinformatie m.b.t. uitzuigen tracheacanule. 139
140 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule, vaardigheid Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol. De student kan in een oefensituatie volgens protocol een tracheacanule uitzuigen. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus uitzuigen van de tracheacanule met cuff uitzuigen tracheastoma zonder canule verzorging huid uitzuigen trachea via tracheacanule Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 140
141 OPLEIDING MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1 Naam student: 141
142 142
143 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechniche handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Gevorderd 1 Verplicht Activiteiten datum paraaf Verpleegtechnische handelingen Toedienen van zuurstof Maagsonde: Verzorgen maagsonde Verwijderen maagsonde Sondevoeding toedienen Bedienen voedingspomp Voorbehouden handelingen Maagsonde inbrengen/ verwijderen Katheteriseren van de blaas Verblijfskatheter bij een vrouw Verblijfskatheter bij een man Eenmalig Katheteriseren Suprapubisch Katheter inbrengen Hielprik neonaten 143
144 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 1 Met Keuze Activiteiten datum paraaf Uitzuigen van mond-en keelholte Uitvoeren van een blaasspoeling met een open systeem Uitvoeren van een maag/darmspoeling Irrigeren van een stoma Verzorgen van een tracheacanule en tracheastoma Assisteren bij verrichtingen van diagnostisch onderzoek: Chirurgisch onderzoek Intern/ neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte 144
145 Toedienen van zuurstof Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt zuurstof toedienen volgens protocol door middel van een fles, een concentrator of een centraal systeem Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 6 hoofdstuk 2 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 145
146 Maagsonde inbrengen/ verwijderen Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een maagsonde inbrengen volgens protocol Je kunt de maagsonde controleren volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 8 hoofdstuk 2 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 146
147 Verzorgen van een maagsonde Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt een maagsonde verzorgen volgens protocol Je kunt een maagsonde verwijderen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 2 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 147
148 Sondevoeding toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt sondevoeding toedienen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 2 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 148
149 Bedienen voedingspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een voedingspomp bedienen volgens protocol Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 7 hoofdstuk 1 en thema 2 hoofdstuk Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 149
150 Stomaverzorging Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt stomaverzorging toepassen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 3 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Vaardigheden Verplicht/keuze D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verzorgen van een stoma -colon stoma -duodenum stoma -ileo stoma -uro stoma Verplicht 150
151 Katheteriseren van de blaas Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) Je kunt eenmalig katheteriseren (man, vrouw) Je kunt de blaaskatheter controleren volgens protocol Je kunt een suprapubische katheter inbrengen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 8 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Vaardigheden - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) - eenmalig katheteriseren (man, vrouw) - blaaskatheter controleren volgens protocol - suprapubische katheter inbrengen volgens protocol Verplicht/keuze Verplicht 151
152 Uitvoeren van een blaasspoeling Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een open systeem Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een gesloten systeem Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 10 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 152
153 Toepassen van zwachteltechnieken Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt zwachteltechnieken toepassen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 2 Werkproces 1.3 verpleegtechnische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Vaardigheid Ambulant compressie zwachtelen Verplicht/keuze Verplicht 153
154 Lichaamstemperatuur regelen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je hebt kennis van hulpmiddelen om warmte en koude toe te dienen Je kunt een koude en/of warmtebehandeling geven Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 9 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke vaardigheden Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider -Hulpmiddelen gebruiken om warmte toe te dienen -Hulpmiddelen gebruiken om koude toe te dienen Verplicht 154
155 Uitvoeren van een maag/darmspoeling Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt een maag/darmspoeling uitvoeren volgens protocol Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 10 hoofdstuk 2 en Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Naar keuze 155
156 Irrigeren van een stoma Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Je kunt een stoma irrigeren volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 10 hoofdstuk 3 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 156
157 Assisteren bij verrichten van diagnostisch onderzoek Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Je kunt assisteren bij het verrichten van een diagnostisch onderzoek Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 12 hoofdstuk 2,3 en 4 Boek verplegen in kraamzorg thema 3 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke verrichtingen Verplichting 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Chirurgisch onderzoek Intern/neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte Naar keuze 157
158 Verzamelen van monsters t.b.v. diagnostiek : bloedsuiker bepalen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de bloedsuiker bepalen met behulp van een vingerprik volgens Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 12 hoofdstuk 1 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 158
159 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus/ bedienen infuuspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt vloeistoffen toedienen via een perifeer infuus en hierbij de infuuspomp instellen en de druppelsnelheid van een perifeer infuus berekenen en instellen Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 4 hoofdstuk 3 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 159
160 Uitzuigen van mond- en keelholte Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 6 hoofdstuk 3 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 160
161 Verzorgen van een tracheacanule Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Je kunt een tracheacanule verzorgen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 6 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 161
162 EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken bij ademstilstand en circulatiestilstand 7 Verpleegtechnische handelingen Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke voorbeelden Verplicht/keuze Je kunt adequaat handelen bij een ongeval of een onverwachte situatie Je kunt de juiste interventies toepassen volgens de richtlijnen Boek verpleegtechnische handelingen thema 13 hoofdstuk voert verpleegtechnische handelingen uit 1.7 hanteert crisissituaties A: Beslissen en activiteiten initiëren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen J: Formuleren en rapporteten L: Materialen en middelen inzetten M: Analyseren T: Instructies en procedures opvolgen V: Met druk en tegenslag omgaan Zorg dat je op de hoogte bent van de richtlijnen/protocollen bij acute situaties op je afdeling Voer de vaardigheden uit in geval van acute situaties Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheden Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verwondingen Vergiftiging Verstikking Verslikken Ademstilstand/circulatiestilstand Verplicht 7 deze activiteit wordt ook in B3 crisissituaties aangeboden 162
163 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.2 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (A, D, H, J, K, M) 1.2 De verpleegkundige biedt persoonlijke verzorging, observeert en monitort gezondheid en welbevinden (E, F, J, K, R, V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De gevorderde kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorzien situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (E-T-V) De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatie indicatoren) 163
164 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 164
165 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Gevorderde fase 2 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie:1 Fase: beginner-gevorderd-startbekwaam Naam student:. 165
166 166
167 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 2 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 8 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaam niveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 2 aanbod komen: 1. verzorgen van wonden: zwarte wonden en wonden met hechtingen; 2. hechtingen en tampons verwijderen; 3. geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem / toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje); 4. EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, en bij ademstilstand en circulatiestilstand Alle voorbehouden handelingen 1. intraveneus injecteren 2. een perifeer infuus inbrengen 3. venapunctie uitvoeren Rekentaken - geneesmiddelen toedienen in opgeloste vorm via een infuus/bedieningssysteem(pomp, kolf of zakje) 8 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 167
168 Verpleegtechnische handelingen met keuze, die in Gevorderde fase 2 aan bod komen: 1. vloeistoffen toedienen via centraal infuus 2. een centraal infuus controleren 3. transfusie 4. thoraxdrainage Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x Vloeistoffen toedienen via centraal x x infuus Een centraal infuus controleren x x Transfusie Thoraxdrainage x x 168
169 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst. 169
170 170
171 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (A, D, H,J, K, M) 1.2 De verpleegkundige observeert en monitort veranderingen in de gezondheid en het welbevinden van de zorgvrager (E, F, J, K, R,V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen op een bekwame en professionele manier uit volgens geldende protocollen, wet- en regelgeving en richtlijnen van de organisatie (J, K, T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D, R) 1.6 De verpleegkundige geeft onder begeleiding duidelijke en begrijpelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager over de verpleegtechnische handelingen. Zij checkt of de informatie begrepen is (I, L). 1.8 De verpleegkundige heeft de planning van zorgverlening besproken en afgestemd in overleg met de verpleegkundige, die eveneens eindverantwoordelijk is (B,E,Q) 1.9 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager en haar werkbegeleider. Zij rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) Feedback 171
172 FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *Paraaf door stempel 172
173 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatie-indicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Voert verpleegtechnische handelingen uit Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, 1.8 en 1,9 Competenties: Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. E. Samenwerken H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheidheid toepassen Prestatie-indicatoren Voorbehouden 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen 1.8 en 1,9 Verpleegtechnische 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, handelingen met keuze 1.8 en 1,9 A, B, C,D,E, F, H, I, J, K, L, M, R, T, V, Q Observeert, herkent en benoemt verandering van de gezondheidstoestand Observeert, herkent en benoemt acute situaties Benoemt de genomen beslissingen en interventies Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Stimuleert de zorgvrager om handelingen en activiteiten zoveel mogelijk zelf uit te voeren Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen, luistert aandachtig Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Vraagt de zorgvrager naar hun ervaringen en gevoelens over de geboden zorg en begeleiding Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen t.b.v. de evaluatie Roept bij calamiteiten hulp in van andere deskundigen Overleg tijdig en regelmatig met andere deskundigen Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Past gespreksvaardigheden Legt duidelijk en correct uit Houdt in haar stijl van communiceren rekening met de doelgroep Gaat na of de informatie overgekomen is. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager. Maakt gebruik van haar kennis over stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen en ziektebeelden van de zorgcategorie Weet vragen te beantwoorden Voert handelingen op verantwoorde en juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. 173
174 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren Prestatie-indicatoren Kan vlot en accuraat rekenen Kiest en gebruikt voorlichtingsmateriaal, hulpmiddelen of instructiemateriaal, die aansluiten bij het onderwerp Gebruikt voor het uitvoeren van de verpleegtechnische handelingen materialen en middelen op de juiste manier Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. R. Herkent en bespreekt met de zorgvrager in zorgsituaties zijn behoeften en verwachtingen. Bespreekt de mogelijkheden en beperkingen van de zorgverlening met de zorgvrager. Gaat na of de zorgvrager tevreden is over de verleende zorg T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Q Plannen en organiseren Observeert verpleegtechnische handelingen aan de hand van protocollen. Achterhaalt protocollen, (werk) procedures, veiligheidsregels, voorschriften, bekwaamheidseisen wet BIG en de wettelijke richtlijnen, die gelden voor verpleegtechnische handelingen en - vertelt hoe zij deze toe gaat passen bij de Houdt zich bij het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen aan voorgeschreven protocollen, (werk) procedures, volgt veiligheidsregels en voorschriften op, werkt volgens de bekwaamheidseisen (wet BIG) en wettelijke richtlijnen. Handelt volgens de voorgeschreven procedures die in de zorgverlening gelden voor onvoorziene en crisissituaties Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. Blijft in stressvolle situaties rustig en gericht op het werk Plant en regelt in logische volgorde de werkzaamheden voor de zorgverlening 174
175 OPLEIDING MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1 Gevorderde fase 2 Naam student: 175
176 176
177 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Gevorderd 2 Verplicht Activiteiten Verpleegtechnische handelingen Gele en zwarte wonden verzorgen Verzorgen van wonden met agraves/hechtingen Verzorgen van wonden met tampons Geneesmiddelen toedienen via toedieningssysteem Verzorgen van een epiduraal katheter Voorbehouden handelingen Inbrengen van een perifeer infuus (vaardigheid) Venapunctie (vaardigheid) Intraveneus injecteren (vaardigheid) Rekentaken Rekentaak 1: Geneesmiddelen toedienen per infuus Rekentaak 2: Geneesmiddelen toedienen per infuus Datum Paraaf Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, met keuze Gevorderd 2 Keuze Activiteiten Wonden met drains verzorgen Wonddrains verwijderen Vloeistoffen toedienen via centraal infuus Een centraal infuus controleren Transfusie Zelftest: Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie Thoraxdrainage Datum Paraaf 177
178 178
179 Gele en zwarte wonden verzorgen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe het verzorgen van gele en zwarte wonden volgens protocol wordt uitgevoerd. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en internet. Zorg dat je de beschikking hebt over het boek verpleegtechnische handelingen. Print het protocol: Wondverzorging( Vilans) Stem af met welke studenten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 studenten) Boek: verpleegtechnische handelingen Thema; Wonden verzorgen School of thuis. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. Beoordeel de vaardigheid met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag de docent of de uitvoering voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Maak een verslag over het verzorgen van gele en zwarte wonden, in dit verslag moet minimaal de volgende items opgenomen worden: Wat zijn de oorzaken van gele en zwarte wonden. Op welke aspecten beoordeel je deze wond? Welke wondverbanden zijn volgens W.C.S. geschikt voor het verzorgen van gele en zwarte wonden. Welke disciplines worden betrokken bij de behandeling van wonden. Activiteit 2: Oefen de vaardigheid volgens protocol 179
180 Verzorgen van wonden met hechtingen Verpleegtechnische handeling Resultaat De student heeft kennis over diverse methoden van wondhechting. Praktische Zorg dat je het boek verpleegtechnische vaardigheden bij de voorbereiding hand hebt. Zoek informatie op via internet Zoek protocol op via Vilans; Verwijderen hechtingen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Internet Vilans site Locatie Op school/thuis Evaluatie Na bespreking met de docent, antwoordmodel Werkproces 1.3 competentie K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht/keuze verplicht Activiteit; Bestudeer de theorie over diverse methoden van wondhechting. Beantwoord de volgende vragen; 1. Welke methoden van hechten bestaan er? 2. Waar zijn die van afhankelijk? 3. Wat is belangrijk bij het verwijderen van de hechtingen? 4. Geef per hechting soort aan wat de specifieke aandachtspunten zijn. 5. Hoe verzorg je een wond met hechtingen? 180
181 Verzorgen van wonden met tampons Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis over het tamponeren van wonden en vragen hierover beantwoord, en oefent dit in een oefensituatie Zorg dat je het boek verpleegtechnische vaardigheden bij de hand hebt. Zoek het protocol op over het; Verwijderen van een wondtampon( Vilans) Stem af met welke andere klasgenoten je deze activiteit gaat uitvoeren. Boek verpleegtechnische handelingen, hoofdstuk verzorgen van wonden. en en vilans site Op school Na bespreking met de docent. Aan de hand van het protocol evalueren of de vaardigheid goed is uitgevoerd. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1; Beantwoord de volgende vragen: - Ga op zoek naar welke wonden getamponneerd kunnen worden en de indicaties hiervoor aanwezig moeten zijn, - Onderzoek uit welk materiaal een tampon kan bestaan; - Onderzoek met je subgroep de voor en nadelen van tamponneren, op kort en lang termijn, - Ga met je subgroep na, wat het vervolg van een wondbehandeling zou kunnen zijn nadat er een tampon is geplaatst - Zoek ook nog verder op de verpleegkundige of medische sites van het internet Activiteit 2; Oefen deze vaardigheid in het praktijklokaal 181
182 Verzorgen van wonden met drains Verpleegtechnische handeling me keuze Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in de verschillende drains en kan benoemen hoe de verpleegkundige zorg t.a.v. drains wordt uitgevoerd. De student kan drains verzorgen volgens protocol in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen Print protocollen. Verzorgen van een wond- of redonsedrain. Verwisselen van de opvangfles van een redonsedrain, Verwijderen van een wond- of redonsedrain Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Theorie Boek verpleegtechnische handelingen, Thema verzorgen van wonden. Internet; Vilans site Locatie Praktijklokaal Evaluatie Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Werkproces competentie Verplicht/keuze Activiteit 1: 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Keuze Maak de kennisopdracht van het thema Verzorgen van wonden onderdeel, Wonden met drains verzorgen. Activiteit 2: Ga in het praktijklokaal oefenen met het drains verzorgen volgens protocol. 182
183 Geneesmiddelen toedienen via toedieningssysteem Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in het toedienen van geneesmiddelen via verschillende toedieningssystemen. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen en het farmaceutisch kompas. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: Oplossen medicijnen in infuuszak Intraveneus toedienen van medicatie mbv zijlijn bij perifeer infuus Gereedmaken infuustoedieningssysteem met pomp Inbrengen Insuflon injectiepoort en toedienen van medicatie Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het toedienen van medicatie per infuus. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Het farmaceutisch kompas. Internet Vilans site School/thuis Kijk activiteit 1, 2 en 3 na met behulp van het antwoordmodel van ThiemeMeulenhoff Bespreek de activiteiten na met de docent in de klas. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Activiteit 1, 2 en 3*: 2 naar keuze Activiteit 4 en 5: verplicht Activiteit 1: keuze* Maak de kennisopdracht van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 2: keuze* Voer de samenwerkingsopdracht uit van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 3: keuze* Maak de vragen van praktijk 2 van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. 183
184 Activiteit 4: verplicht Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van medicatie per infuus. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via infuus. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per infuus? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per infuus. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per infuus, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 5: verplicht Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal 184
185 Verzorgen van een epiduraal katheter Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan: - benoemen hoe de verpleegkundige zorg t.a.v. epiduraal katheter wordt uitgevoerd. - een epiduraal katheter verzorgen volgens protocol in een oefensituatie. Zoek informatie op over dit onderwerp Print protocollen: Verzorgen intrathecaal /epiduraal katheter, Verwijderen van een epiduraalkatheter Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Internet; Vilans site Praktijklokaal Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Zoek informatie op over het verzorgen van een epiduraal katheter. Activiteit 2; Zoek een filmpje op over het onderwerp en toon dit in de klas. Geef hier instructie bij over het verzorgen van een epiduraal katheter. Activiteit 3; Benoem alle aandachtspunten en complicaties. Activiteit 4; Oefen deze vaardigheid volgens protocol in het praktijklokaal 185
186 Intraveneus injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens protocol intraveneus medicatie wordt toegediend en toont dit in een oefensituatie Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen en het farmaceutisch kompas. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Toedienen medicatie via perifeer infuus ( Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het intraveneus injecteren.. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Het farmaceutisch kompas. internet; Vilans site School/thuis Evalueer de vragen in de klas met de docent Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Maak van de kennisopdracht vraag 8 van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Activiteit 2: Beantwoord de volgende vragen; 1. Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via intraveneuze injectie.. 2. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie? 3. Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per intraveneuze injectie. 4. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. 5. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. 6. Zoek uit welke gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie voorkomen, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. 7. Geef een mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 3: Oefen de vaardigheid: Toedienen van een medicatiebolus bij een zorgvrager met een perifere infuuscanule volgens protocol (Vilans) 186
187 Inbrengen van een perifeer infuus Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens protocol een perifeer infuus ingebracht wordt en toont dit in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet of een DVD over het inbrengen van een perifeer infuus. Print de protocollen: Vilans Inbrengen perifere canule voor infuus(toedieningssysteem) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. paragraaf; het inbrengen van een perifeer infuus. Praktijklokaal/school/thuis Evalueer activiteit 2 met de docent in de klas. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: (keuze) Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet of de DVD. Activiteit 2: Discussieer met je medestudenten over de vraag bij Praktijk 1 van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 3: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 4: Oefen de vaardigheid volgens protocol.(vilans) 187
188 Venapunctie Voorbehouden handeling Resultaat De student kan benoemen hoe een venapunctie wordt uitgevoerd volgens protocol en toont dit aan in een oefensituatie. Praktische Zorg dat je het boek verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. voorbereiding Zorg dat je een Pc bij de hand hebt Print het protocol( Vilans). Bloedafnemen perifeer (venapunctie) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een filmpje op internet of een DVD over het uitvoeren van een venapunctie. Zoek op internet informatie over venapunctie (Vilans site) Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Locatie Praktijklokaal/ school/ thuis Evaluatie.Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Werkproces 1.3 competentie K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht/keuze Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je op internet hebt gevonden of bekijk de DVD Activiteit 2: Zoek de informatie op via internet( Vilans site) en beantwoord de volgende vragen: 1. Welke 2 systemen zijn er ten behoeve van venapunctie? 2. Op basis van welke gegevens kies je de aanprikplaats? 3. Welke complicaties kunnen optreden en hoe kunnen deze voorkomen worden en welke interventies pleeg je? 4. Waarom moet bij bloedafname voor kweek de huid gedesinfecteerd worden? Activiteit 3: Maak de kennisopdracht van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 4: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 5: Oefen de vaardigheid:. Bloedafnemen perifeer (venapunctie) 188
189 Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens de richtlijnen vloeistof wordt toegediend via het centraal infuus. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print protocollen uit; Heparine doorspuiten in een centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Boek verpleegtechnische handelingen. Thema:.vloeistoffen parenteraal toedienen. Internet; Vilans site School/thuis Evalueer activiteit 2 aan de hand van een evaluatieformulier. Kijk activiteit 1 en 3 na met behulp van het antwoordmodel van ThiemeMeulenhoff. Bespreek na met de docent in de klas. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Keuze Activiteit 1: Maak van de kennisopdracht vraag 3, 4 en 5 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen. Activiteit 2: Voer de samenwerkingsopdracht uit van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen Activiteit 3: Maak de vragen van praktijk 2 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen. Activiteit 4: Maak een verslag over het centraal infuus. In het verslag komen minimaal de volgende zaken aan de orde: Beschrijf de verschillende soorten die er zijn. Wat zijn de voor en nadelen van de verschillende soorten. Op welke plaatsen van het lichaam kan een centraal infuus ingebracht worden. Waar moet je opletten bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus? Welke complicaties kunnen optreden bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus. 189
190 Controleren en verzorgen van centraal infuus Voorbehouden handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het controleren en verzorgen van centraal infuus wordt uitgevoerd. De student heeft deze vaardigheden t.a.v. controleren en verzorgen van centraal infuus geoefend volgens protocol. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: ( Vilans).Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Aankoppelen infuusslang aan poortsysteemnaald in veneus poortsysteem Inbrengen subcutaan infuus en toedienen subcuvia m.b.v. spuitenpomp Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Zoek een filmpje op internet of een DVD over bovenstaande onderwerpen Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Stem af welke vaardigheden je kunt oefenen in het praktijklokaal. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen.. paragraaf: Complicaties. Internet; Vilans site School/praktijklokaal/thuis Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen keuze Activiteit; 1 Bekijk de filmpjes die je hebt gevonden op internet of de Dvd s Activiteit: 2 Beantwoord de volgende vragen: 1. Waarom is het belangrijk dat een C.V.K. goed gefixeerd wordt na inbrengen? 2. Hoe kun je controleren of de C.V.K. nog goed gefixeerd is? 190
191 Een zorgvrager krijgt verschillende medicijnen toegediend via centraal infuus, De zorgvrager vertoont shock verschijnselen. 3. Welke verschijnselen kun je observeren bij deze zorgvrager? 4. Om wat voor een shock kan het hier gaan? 5. Noem tenminste drie acties die de verpleegkundige moet ondernemen in deze situatie. 6. Leg uit waarom het belangrijk is vitale functies te controleren bij het inbrengen van een C.V.K. 7. Aan welke complicaties denk je als een zorgvrager in shock raakt tijdens het inbrengen van een C.V.K. 8. Welke kweken moeten afgenomen worden bij een zorgvrager met centraal infuus die septisch is. 9. Welke verschijnselen kun je observeren bij een zorgvrager die septisch is. Activiteit3 : Oefen de gekozen vaardigheden volgens protocol (Vilans) 191
192 Inbrengen van een perifeer infuus (vaardigheid) Voorbehouden handelingen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het inbrengen van een perifeer infuus. De student heeft geoefend met het inbrengen van een perifeer infuus in een oefensituatie volgens protocol Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je beschikking hebt over studieboek Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet of een DVD over het inbrengen van een perifeer infuus. Print de protocollen: Het inbrengen van een perifeer infuus Het klaarzetten en assisteren bij het inbrengen van een perifeer infuus. Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Concentreer je op de paragraaf; het inbrengen van een perifeer infuus. Praktijklokaal/school/thuis Evalueer activiteit 2 met de docent in de klas. Evalueer activiteit 3 aan de hand van een evaluatieformulier. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: (keuze) Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet of de DVD. Activiteit 2: Discussieer met je medestudenten over de vraag bij Praktijk 1 van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 3: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 4: Oefen de vaardigheden volgens protocol. 192
193 Venapunctie (vaardigheid) Voorbehouden handelingen Resultaat De student heeft zich verdiept in de theorie over venapunctie Praktische Zorg dat je het boek verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. voorbereiding Zorg dat je een Pc bij de hand hebt Print het protocol: Uitvoeren van een venapunctie Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een filmpje op internet of een DVD over het uitvoeren van een venapunctie. Zoek op internet informatie over venapunctie Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Locatie Praktijklokaal/ school/ thuis Evaluatie Kijk activiteit 2 met behulp van het antwoordmodel na (ondersteunend materiaal). Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit competentie K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht/keuze Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je op internet hebt gevonden of bekijk de DVD Activiteit 2: Lees de informatie op de link (aangegeven bij theorie) en beantwoord de volgende vragen: 5. Welke 2 systemen zijn er ten behoeve van venapunctie? 6. Op basis van welke gegevens kies je de aanprikplaats? 7. Welke complicaties kunnen optreden en hoe kunnen deze voorkomen worden en welke interventies pleeg je? 8. Waarom moet bij bloedafname voor kweek de huid gedesinfecteerd worden? Activiteit 3: Maak de kennisopdracht van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 4: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 5: Oefen de vaardigheid: Uitvoeren van een venapunctie volgens protocol. 193
194 Intraveneus injecteren (vaardigheid) Voorbehouden handelingen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het intraveneus injecteren Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen en het farmaceutisch kompas. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Toedienen van een medicatiebolus bij een zorgvrager met een perifere infuuscanule Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het intraveneus injecteren.. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Richt je op het gedeelte dat gaat over intraveneus injecteren. Het farmaceutisch kompas. School/thuis Evalueer activiteit 1 aan de hand van het antwoordmodel van Thiememeulenhoff De inhoud van de presentatie wordt beoordeeld door de docent. Evalueer de presentatie aan de hand van een evaluatie formulier. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit1: Maak van de kennisopdracht vraag 8 van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Activiteit 2: Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van per intraveneuze injectie. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via intraveneuze injectie.. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per intraveneuze injectie. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel 194
195 Activiteit 3: Oefen de vaardigheid: Toedienen van een medicatiebolus bij een zorgvrager met een perifere infuuscanule volgens protocol 195
196 Rekentaak 1 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG VAN MEDICATIE PER INFUUS EN HYPODERMOCLYSE Infuusvloeistof is beschikbaar in kolven (zakken) van 50, 100, 250, 500 of 1000 ml. Bij het infuus en de hypodermoclyse zijn 2 gegevens belangrijk: 1. Hoeveel ml moet de zorgvrager hebben? 2. In welke tijd? De druppelsnelheid stellen we in op het aantal druppels per minuut. Bij een waterige oplossing geldt: 1 ml = 20 druppels De formule om de druppelsnelheid te berekenen is: aantal ml x 20 druppels = aantal uren x 60 minuten druppels/minuut (dr/min) Voorbeeld 1: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 12 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml x 20 dr = dr = 111 dr/min 12 uur x 60 min 720 min 196
197 Voorbeeld 2: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 3 liter Glucose 5% moet krijgen in 8 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml x 20 dr = dr = 125 dr/min 8 uur x 60 min 480 min Voorbeeld 3: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml x 20 dr = dr = 35 dr/min 24 uur x 60 min 1440 min In de praktijk is het mogelijk dat je met een volumetrische infuuspomp zoals een IVAC 598 moet werken, die je moet instellen op ml/uur. Voorbeeld 1 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml = 167 ml/uur 24 uur Voorbeeld 2 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 3 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 16 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml = 188 ml/uur 16 uur Voorbeeld 3 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml = 104 ml/uur 24 uur NB: hebben we te maken met ml per uur of druppels per minuut 197
198 Hypodermoclyse: Als hoeveelheid toe te dienen vocht per hypodermoclyse wordt meestal ml/24 uur aangehouden. Per infusieplaats 0,5 liter tot 1 liter, waarbij een totale hoeveelheid van meer dan 1 liter dus over twee infusieplaatsen verdeeld wordt (bijv. beide bovenbenen). Als maximum wordt 2 liter totaal aangehouden, waarbij aangetekend dient te worden dat voor palliatieve toepassingen zelden meer dan 1 liter gegeven hoeft te worden; grotere hoeveelheden kunnen in de palliatieve fase zelfs problemen geven. De infusiesnelheid is enigszins afhankelijk van de subcutane resorptie en dient afgestemd te worden op de individuele cliënt. Meestal wordt ml/uur toegediend; als maximum geldt 250 ml/uur. Opgaven infusie 1: 1. Een zorgvrager krijgt EH Penicilline via een perifeer infuus toegediend. Je hebt flacons Penicilline in voorraad van EH per flacon. De flacon wordt opgelost met 4 ml steriel water. a. Hoeveel ml van deze Penicillineoplossing voeg je toe per keer aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. b. Bereken de druppelsnelheid/minuut als de totale hoeveelheid in 30 minuten in mag lopen (1 ml = 20 druppels). 2. Een zorgvrager krijgt een Furosemidepomp. Hij krijgt 250mg/24 uur toegediend. Je hebt in voorraad Furosemide 200 mg/10 ml. Hoeveel ml Furosemide heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur. (48 ml). 3. Een zorgvrager wordt opgenomen met een hoge bloedsuiker. Hij is ook sterk uitgedroogd. Hij krijgt 500 ml Nacl 0,9% toegediend in 1 uur via een perifeer infuus. Op hoeveel ml per uur stel je de infuuspomp in. 4. Je moet een zorgvrager 25 gram glucose via een perifeer infuus toedienen. Je hebt in voorraad glucose 50%. a. Hoeveel ml Glucose 50% moet je de zorgvrager via dit infuus toedienen. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de hoeveelheid in 15 minuten in moet lopen. 5. Een zorgvrager krijgt 900 mg Dalacin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Dalacin ampullen 250mg/ml. Hoeveel ml Dalacin voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. 6. Een zorgvrager krijgt 300 mg Ciproxin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad flesjes Ciproxin van 400mg/200 ml. a. Hoeveel ml van deze oplossing dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de totale hoeveelheid in 30 minuten in moet lopen. 7. Een zorgvrager krijgt 400 mg Doxycycline toegediend via een perifeer infuus. In voorraad Doxycycline 250 mg/2ml. Hoeveel ml Doxycycline voeg je aan het zakje NaCl 0,9% van 100 ml toe. 198
199 8. Een zorgvrager is diabeet en is nuchter voor een operatie. Hij krijgt een infuus Glucose 5% (500 ml) met 10 EH Actrapid. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid voeg je toe aan de zak Glucose 5% b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 1 EH Actrapid per uur moet krijgen.(1ml=20 druppels) 9. Een zorgvrager krijgt 120mmol KCL per 24 uur toegediend, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. In voorraad KCL 20mmol/10 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per keer aan een zak NaCl 0,9% van 500 ml toe. 10. Een zorgvrager moet 15 gram Magnesium Sulfaat krijgen. Je gaat naar de apotheek en krijgt een flesje Magnesium Sulfaat 60% mee. Hoeveel ml moet je aan de zorgvrager per keer geven. 11. Een zorgvrager krijgt een Heparinepomp. De afdeling maakt gebruik van standaardpompen ( EH Heparine/48ml). Je hebt in voorraad Heparine 5000EH/2ml. a. Hoeveel ml Heparine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken. b. De startdosis voor deze zorgvrager is EH/24 uur. Op hoeveel ml per uur stel je deze pomp in. 12. Een zorgvrager krijgt 90 gram Cofact via een perifeer infuus toegediend. Het hematologisch laboratorium heeft flesjes van 20gr/15 ml in voorraad. a. Hoeveel flesjes Cofact heb je minimaal nodig en hoeveel ml Cofact dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2 gram Cofact per minuut moet krijgen (1 ml = 20 druppels) 13. Een zorgvrager krijgt 360 mg Diphantoine via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Diphantoine 400 mg/4 ml. Hoeveel ml Diphantoine voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 50 ml. 14. Een zorgvrager krijgt een Ketamine/Dormicumpomp. Hij krijgt per 24 uur 30 mg Dormicum en 600 mg Ketamine toegediend. Je hebt in voorraad Dormicum 4mg/ml en Ketamine 500mg/10 ml. a. Hoeveel ml Dormicum heb je nodig b. Hoeveel ml Ketamine heb je nodig c. Hoeveel ml NaCl 0,9% hen je nodig om deze pomp voor 24 uur klaar te kunnen maken (48ml) 15. Een zorgvrager krijgt een Morfinepomp. Het ziekenhuis waar je werkt maakt gebruik van standaardpompen. Er wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Morfine 10mg/1 ml. a. Hoeveel ml Morfine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken. b. De zorgvrager krijgt 2mg/uur toegediend. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in. 199
200 16. Een zorgvrager krijgt een Actrapidpomp i.v.m. veel te hoge bloedsuikers. Er wordt op de afdeling waar je werkt van een standaard 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken b. Er wordt gestart met 3 EH actrapid per uur, op hoeveel ml per uur stel je de pomp in 17. Een zorgvrager krijgt een Burinexpomp. Hij krijgt 5 mg per 24 uur voorgeschreven. Je hebt in voorraad ampullen Burinex 2 mg/4 ml. Hoeveel ml Burinex heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om een pomp klaar te maken voor 12 uur (36 ml). 18. Een zorgvrager krijgt een Fluimicilpomp. Hij krijgt 50 mg per kg lichaamsgewicht per 24 uur toegediend. De zorgvrager weegt 80 kg. In voorraad Fluimicil 5 gram/20 ml. Hoeveel ml Fluimicil heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur (48 ml) 19. Een zorgvrager krijgt een Glucose 5% infuus welke ingesteld staat op 84 ml/uur. Ook krijgt de zorgvrager 4 keer daags Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml krijgt deze zorgvrager i.v. per 24 uur? 200
201 Rekentaak 2 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met behulp van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Je hebt een voldoende als alle vragen goed zijn. Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Opgaven 1. Reken om: 0,75 mg. = µg 2. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1,5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? ml/uur 3. Een patiënt heeft ernstige pijn. De arts schrijft Pethidine i.m. voor. Je hebt een oplossing van 5% en je moet 80 mg. toedienen. Hoeveel ml. moet je geven? ml. 4. Een zorgvrager krijgt een Actrapid-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Actrapid 100 EH/ml. Hoeveel ml. Actrapid en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken? ml Actrapid ml. NaCl 0,9% 201
202 5. Een zorgvrager krijgt een Morfine-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Morfine 100 mg/10 ml. a. Hoeveel ml. Morfine en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te maken? ml. Morfine ml. NaCl 0,9 % b. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als de zorgvrager 2,5 mg Morfine per uur moet krijgen? ml./uur 6. Een zorgvrager krijgt Gluc 5% i.v. per infuuspomp, die ingesteld staat op 84 ml/uur. Bovendien krijgt de zorgvrager 4 X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml. krijgt deze zorgvrager totaal i.v. per 24 uur? ml. 7. Een zorgvrager heeft ernstige pijn. De arts schrijft Morfine voor. Er is 3% Morfine op voorraad. Hoeveel ml 3% Morfine geef je een zorgvrager die 15 mg. moet krijgen? ml. 8. Een zorgvrager moet 2,5 liter. NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? dr./min. 9. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml. Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? ml. te 10. Een flacon Erythromycine van 1000mg. wordt opgelost in 10 ml. water. Welke concentratie krijg je in mg/ml? mg./ml 11. Een zorgvrager van 96 kg. krijgt 75µg Acetyldigoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 4 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,4 mg Acetyldigoxine. Hoeveel deelbare tabletten krijgt de zorgvrager per keer? tbl. 202
203 12. Je moet 15 mmol Magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml. Hoeveel ml. voeg je aan het infuus toe? ml. 13. Een zorgvrager heeft van uur tot uur een positieve vochtbalans van 1350 ml. Van uur tot uur heeft hij 880 ml. aan infuus gehad, 425 ml. gedronken en 725 ml. geürineerd. Bereken de vochtbalans van uur tot uur in ml. Vermeld erbij of de balans positief of negatief is. 14. Een zorgvrager heeft een infuus met 2,5 ltr. NaCl 0,9% per 24 uur, daarnaast 4X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9% en 1X dgs. 1/8 mg. Digoxine i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9%. Hoeveel vocht krijgt deze zorgvrager per 24 uur? 203
204 Uitvoeren van een transfusie Voorbehouden handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het toedienen van een transfusie wordt uitgevoerd, en toont dit in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Toedienen bloed perifeer infuus.( Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek informatie over bloedtransfusie op internet( Vilans site) of een boek interne geneeskunde voor verpleegkundigen. Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het toedienen van bloedtransfusie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen Internet; Vilans site School/praktijklokaal/thuis Kijk activiteit na met behulp van het antwoordmodel van ThiemeMeulenhoff Bespreek de activiteiten zo nodig na met de docent in de klas. Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Keuze Activiteit1: Maak van de kennisopdracht Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. Activiteit 2: Voer de samenwerkingsopdracht uit van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. Activiteit 3: Maak de vragen van praktijk 1 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. 204
205 Activiteit 4: Maak een verslag over bloedtransfusie, dit verslag moet minimaal de volgende items bevatten: Uitleg van het ABO- bloedgroepen systeem Indicaties van bloedtransfusie Contra indicaties voor bloedtransfusie Normale lichamelijke reacties tijdens en na een bloedtransfusie Complicaties tijdens en na bloedtransfusie en de bijhorende interventies Uitleg van de kruisproef Veiligheidsvoorschriften o.a. dubbelcheck Gevolgen van fouten bij bloedtransfusie, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 5 Oefen de vaardigheid: Het starten van bloedtransfusie volgens protocol 205
206 Zelftest Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie Verpleegtechnische handelingen met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft de zelftest gemaakt met een voldoende Zorg voor een rustige ruimte Basisboek 4 verpleegtechnische handelingen Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: instructies en procedures opvolgen keuze Activiteit: Maak de zelftest Normering: Vraag 1: 32 punten. Vraag 2: 4 punten.(a=2,b=2) Vraag 3: 1 punt. Vraag 4: 1 punt. Vraag 5: 2 punten. Vraag 6: 5 punten. Vraag 7: 3 punten (A=1,B=2) Vraag 8: 10 punten. Vraag 9: 3 punten. (A=1,B=2) Vraag 10: 2 punten. Vraag 11: 5 punten. Vraag 12: 12 punten Vraag 13: 20 punten. (A=3,B=10,C=7) Het totaal is 100 punten. 60 punten= 5.5 als cijfer, dus voldoende. 206
207 Vragen: 1. Zowel een perifeer infuus als een centraal infuus kan complicaties geven. Beschrijf bij iedere genoemde complicatie: a. Wat het is, b. Waardoor het kan ontstaan; c. Hoe kan je het als verpleegkundige observeren; d. Welke interventies onderneem je als verpleegkundige? A. Flebitis en tromboflebitis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? 3 oorzaken Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jouw verpleegkundige interventies uit? B. Sepsis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? C. Allergische reacties. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? D. Overvulling. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen)Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? 2. Als jij een infuus moet gaan inbrengen zorg je ervoor dat je alles bij de hand heb om goed efficiënt te werken en de zorgvrager zo min mogelijk te belasten. Een van die materialen die je klaarzet is een goed gevuld infuussysteem wat a-septisch zodat je het gelijk kan aansluiten als de venflon goed zit. Bij het aansluiten zie je dat er nog wat lucht in het systeem zit. A. Welke acties neem je hierop? Let op!: De venflon zit dus al in de vene bij de zorgvrager! B. Beargumenteer uitgebreid jouw acties en waarom! 207
208 3. Wat wordt er verstaan onder de hematocriet waarde? 4. Vul in! Bloedserum blijft over als uit het.. verwijderd is. 5. Wat wordt er verstaan onder het begrip rhesusfactor? 6. Uit volbloed van een donor worden verschillende bloedproducten gehaald. Benoem deze 5 verschillende bloedproducten. 7. A. Geef uitleg over wat er verstaan wordt onder de Kruisproef? B. Wat voor grote betekenis heeft deze kruisproef bij een parenterale toediening van bloed of bloedproducten? 8. Naast de gegevens die je van de zorgvrager moet controleren moet je ook het bloed of bloedproduct controleren. Benoem de 5 specifieke controle punten van het bloed of bloedproduct en beschrijf uitgebreid het WAAROM erbij! 9. Als je alles gecontroleerd heb en je bent helemaal zeker van je zaak, mag je dan het bloed gaan aanhangen? A: Ja/Neen. B: Beargumenteer je antwoord. 10. Als je een transfusie gaat uitvoeren ga je volgens je protocol te werk. Een van die punten van het protocol is het opnemen van de vitale functies. Pols, RR, en temperatuur van te voren en na 30 minuten weer. En het bloed op kamer temperatuur brengen. A. Beargumenteer uitgebreid het waarom van je handelen met betrekking tot het meten van de vitale functies. B. Op welke wijze breng jij het zakje bloed op kamertemperatuur? 208
209 11. Zorgvragers kunnen verschillend reageren op de transfusie van bloed of bloedproducten. Elke reactie heeft een eigen oorzaak en bij elke reactie passen andere maatregelen. Sommige zijn onschuldig van aard, zijn meer of minder gebruikelijk, andere zijn levensbedreigend en vereisen onmiddellijk ingrijpen. Benoem 3 transfusie reacties naast de acute hemolytische transfusie reactie. (Deze laatste telt dus niet mee in het rijtje van 3!!) 12. Kies uit je antwoorden op vraag 11, 2 transfusie reacties. Beschrijf hiervan uitgebreid: - De oorzaken van de transfusie reactie, - De verschijnselen bij de zorgvrager - Welke verpleegkundige interventie je onderneemt. Mijn gekozen transfusie reactie nummer 1 is: Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) zijn: Mijn gekozen transfusie reactie nummer 2 is:.. Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) hierbij zijn: 13. Op jouw afdeling ligt dhr. Jansen, met 1 s. Hij is opgenomen na een maag- en slokdarm bloeding. Het bloeden is inmiddels gestopt maar dhr., voelt zich erg slap en ziet zwarte vlekken voor zijn ogen als hij opstaat. Ook is hij snel duizelig en is erg snel moe. Per order arts is er bloed geprikt en het blijkt dat dhr. zijn HB erg laag is. Te laag om met ijzerpreparaten, oraal, omhoog te brengen. Dus heeft de arts besloten tot een bloedtransfusie. Hij krijgt 3 zakjes bloed en om uur moet de eerste aanhangen. Je collega draagt hier de zorg voor. Om uur wordt er gebeld en een mede zorgvrager, dhr. Janssen, komt de kamer uit en roept om hulp. Jou collega gaat er direct op af en vraagt of jij ook mee wil komen. Op de kamer zie jij een onrustige heer Amsterdam die het erg koud heeft. Je collega zegt direct dat je de arts moet gaan bellen i.v.m. een waarschijnlijke acute hemolytische transfusie reactie bij dhr. en dat je terug moet komen. A. Wat kunnen de oorzaken van een acute hemolytische transfusiereactie? Benoem er minstens 2. B. Welke verschijnselen horen bij deze reactie? Benoem er minstens 10. C. Welke interventies moet je collega verder direct toepassen in deze situatie, nu de arts al gewaarschuwd is? 209
210 Thorax drainage Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe de verpleegkundige zorg t.a.v. thoraxdrainage wordt uitgevoerd. De student kan een thorax drainage verzorgen volgens protocol in een oefensituatie. Zoek informatie op over dit onderwerp Print protocollen: Verzorgen intrathecaal katheter Verwijderen van een epiduraalkatheter Volg het hoorcollege over dit onderwerp. Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Internet; Vilans site Praktijklokaal Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.3 K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit; Oefen de vaardigheid volgens protocol in het praktijk lokaal. 210
211 OPLEIDING MBO-VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: Versie 1 Naam student: 211
212 212
213 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen Gevorderd 2 Verplicht Verpleegtechnische handeling datum paraaf Geneesmiddelen toedienen via infuussysteem( pomp, kolf of zakje) Verzorgen van zwarte wonden Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves Verwijderen van tampons en hechtingen Voorbehouden handelingen Een perifeer infuus inbrengen Venapunctie uitvoeren Intraveneus injecteren Hielprik bij neonaten Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 2 keuze Verpleegtechnische handeling datum paraaf Verzorgen van wonden met drains Wonddrains verwijderen Vloeistoffen toedienen via perifeer infuus Een centraal infuus controleren Transfusie Thoraxdrainage 213
214 214
215 Geneesmiddelen toedienen via een infuussysteem (pomp, kolf, zakje) Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt geneesmiddelen toedienen per infuus via een pomp, een kolf of een zakje Theorie Boek verpleeg technische handelingen. Thema 4 hoofdstuk 3. Het farmaceutisch kompas. Werkproces* Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Onderzoek welke toedieningssystemen bij jou op de afdeling worden toegepast en wanneer voor een bepaald systeem wordt gekozen Verdiep je in de werking van de infuuspomp op je afdeling Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider 215
216 Verzorgen van zwarte wonden Verpleegtechnisch handeling Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een zwarte wond verzorgen volgens protocol Boek verpleeg technische handelingen thema 5 hoofdstuk Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 216
217 Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves Verpleegtechnisch handeling Resultaat Je kunt uitleggen op welke verschillende manieren een wond gehecht kan worden Je kunt een wond verzorgen met hechtingen en agraves Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 5 hoofdstuk 4 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 217
218 Verwijderen van tampons en hechtingen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt hechtingen en/of tampons verwijderen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 6 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 218
219 Verzorgen van wonden met drains Verpleegtechnisch handeling met keuze Resultaat Je kunt wonden verzorgen met drains Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 5 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Keuze 219
220 Verwijderen van een wonddrain Verpleegtechnisch handeling met keuze Resultaat Je kunt een wonddrain verwijderen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 5 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Keuze 220
221 Hielprik neonaten Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een hielprik geven aan een pasgeborene/neonaat Je kunt het monster verzamelen en er op de juiste wijze mee handelen Theorie Boek verpleeg technische handelingen. Thema 11 hoofdstuk 2 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Keuze 221
222 222
223 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.3 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (A, D, H, J, K, M) 1.2 De verpleegkundige biedt persoonlijke verzorging, observeert en monitort gezondheid en welbevinden (E, F, J, K, R, V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De gevorderde kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorzien situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (E-T-V) De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatie indicatoren) 223
224 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 224
225 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: Mei 2012 Cohort Versie 1 225
226 226
227 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student geacht wordt te doorlopen gedurende de opleiding. Uiteindelijk zal de student de beroepsopdrachten op startbekwaam niveau uitoefenen. Gedurende de opleiding heeft de student geoefend met de opdrachten en heeft hij feedback verzameld. In overleg met de studieloopbaanbegeleider en de werkbegeleider/praktijkopleider wordt besloten of de student in staat is de beroepsopdracht als toets uit te voeren. De toets wordt uitgevoerd op een vastgesteld moment dat van te voren bij de deelnemer en de beoordelaar bekend is. De afdeling waar de toets wordt afgenomen is eveneens bekend. Op de volgende pagina s wordt een precieze en algemene instructie beschreven voor de deelnemer en de beoordelaar. De algemene instructie geldt voor alle beroepsopdrachten die als toets uitgevoerd worden. Daar waar de instructie afwijkt, zal dat per beroepsopdracht aangegeven worden. 227
228 INSTRUCTIE VOOR DE STUDENT Binnenkort ga je een beroepsopdracht als toets uitvoeren. Op deze pagina vind je de instructie voor het uitvoeren van de toets. Voorbereiding 1. Bereid je met behulp van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor op het uitvoeren van de toets. 2. Verzamel de feedbackformulieren zodat je je goed kunt voorbereiden op de toets (wat is belangrijk voor je om op te letten/wat doe je goed/waar moet je nog wat extra aandacht aan schenken voordat je de toets gaat uitvoeren etc.) Overleg hierover ook met je SLB en je begeleider in de praktijk. 3. Vraag toestemming voor het uitvoeren van de toets aan je werkbegeleider/ praktijkopleider. 4. Maak een planning en schrijf de afspraken die je maakt voor de uitvoering en de beoordeling van de toets in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afspraken-formulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) 5. Voeg het formulier bij het beoordelingsformulier van de toets. Uitvoering toets 1. Voer de toets uit volgens de planning Nabespreking toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de beoordelaar en vraag om eventuele toelichting op de beoordeling. 2. Bij een voldoende beoordeling: vraag de beoordelaar het beoordelingsformulier af te tekenen en te voorzien van een stempel van de praktijkorganisatie. zet zelf ook de handtekening op het beoordelingsformulier Stel je POP en werkplanning in overleg met je studieloopbaanbegeleider / beoordelaar bij. Maak daarbij gebruik van de argumentatie waarop de beoordeling gebaseerd is. 3. Bij een onvoldoende beoordeling: vraag de beoordelaar om een beschrijving van de beoordeling maak een plan voor de voorbereiding van de herkansing start opnieuw de voorbereiding van de toets Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 228
229 INSTRUCTIE VOOR DE BEOORDELAAR Binnenkort gaat u een student beoordelen die een beroepsopdracht als toets zal uitvoeren. Op deze pagina vindt u de instructie voor het beoordelen van de toets. Voorbereiding 1. Bespreek met de student de planning en leg samen met de student de afspraken voor de uitvoering en beoordeling van de toets vast in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afsprakenformulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) Uitvoering en beoordeling van de toets 1. Observeer de uitvoering van de toets. 2. Beoordeel de uitgevoerde werkprocessen met voldoende/onvoldoende. 3. Vervolgens geeft u het totaal oordeel aan op het formulier. De opdracht is voldoende als alle werkprocessen met een voldoende zijn beoordeeld. 4. Beargumenteer en beschrijf uw beoordeling op het beoordelingsformulier. Maak daarbij gebruik van de competenties zoals die op het overzicht van de beroepstaak worden genoemd. Nabespreking van de toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de student. Bij een voldoende beoordeling: tekent u de toets af met handtekening en stempel van de organisatie laat de student eveneens het formulier tekenen ondersteunt u indien nodig de student bij het bijstellen van zijn POP en werkplanning. Bij een onvoldoende beoordeling: evalueert u uitvoerig de resultaten van de toets met de student en geeft u toelichting op de beschreven beoordeling. maakt u met de student afspraken m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van de herkansing Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 229
230 230
231 OPLEIDING tot MBO Verpleegkundige TOETS BEROEPSOPDRACHT Zelfstandig verpleegtechnische handelingen uitvoeren Beroepstaak D Niveau Startbekwaam Datum: Mei 2011 Cohort:
232 232
233 INLEIDING Binnenkort ga je de toets Zelfstandig verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren afleggen. Wat je moet doen en hoe je je kunt voorbereiden op de toets lees je in de ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS achter het tabblad toetsen van het opdrachten boek. Wat er van de beoordelaar van de toets verwacht wordt staat ook beschreven in deze algemene instructie Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting, zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 233
234 234
235 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.4 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (A, D, H, J, K, M) 1.2 De verpleegkundige biedt persoonlijke verzorging, observeert en monitort gezondheid en welbevinden (E, F, J, K, R, V) 1.3 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.4 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager (C, D) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De gevorderde kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorzien situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (E-T-V) De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (D, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) 235
236 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 236
237 237
238 238
239 AFSPRAKEN VOOR DE UITVOERING VAN DE TOETS NAAM STUDENT: : OPLEIDING :. CURSUSJAAR : DE TOETS BEROEPSOPDRACHT : A B C D E (omcirkel de beroepstaakletter) NIVEAU : BEGINNER GEVORDERD 1 - GEVORDERD 2- STARTBEKWAAM (omcirkel het niveau) WORDT AFGENOMEN OP: DATUM : TIJDSTIP : VAN TOT TIJDSTIP NAGESPREK : VAN TOT AFDELING :.. NAAM BEOORDELAAR :. OVERIGE RELEVANTE AFSPRAKEN: DATUM; WERKBEGELEIDER/PRAKTIJKOPLEIDER: PARAAF: STUDENT: PARAAF: NAAM: NAAM: 239
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 Versie:
Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen
Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen 2017-2018 MBO Verpleegkunde 2 Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen Naam student:
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 Versie:
Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen
2018-2019 Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! AFTEKENBOEKJE VERPLEEGTECHNISCHE HANDELINGEN MBO Verpleegkundige Niveau-4
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520
Opleiding Verzorgende IG, vanaf cohort 2013
Beoordelingslijst voorbehouden en risicovolle verpleegtechnische handelingen Onderdeel van kwalificerende beroepsprestatie 2.4: uitvoeren van verpleegtechnische vaardigheden Opleiding Verzorgende IG, vanaf
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Bijlage 02 Bijlage 03 Bijlage 04 Bijlage 05 Leerlijn BOL en BBL 4 jarig Leerlijn BOL en BBL Verkort Formuleblad Te toetsen vaardigheden per deel
ADDENDUM OP DE STUDIEHANDLEIDING
ADDENDUM OP DE STUDIEHANDLEIDING branche Gezondheidszorg Albeda College Opleiding tot Verzorgende IG uitstroom Kraam KD2012 Schooljaar 2012-2013 1 2 Inleiding. Omdat jij als verzorgende de uitstroom Kraam
Arbeidsmarktroute MBOberoepen
2018-2019 Arbeidsmarktroute MBOberoepen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! EVC-Aftekenboekje verpleegtechnische handelingen Werkproces B1-K1-W5: Voert verpleegtechnische
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK Gevorderd 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 1 Fase: Gevorderd 1 Naam student:. Albeda College Branche
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase ZIEKENHUIS
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten ZIEKENHUIS Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK Klinische zorg Gevorderd 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 1 experimentgroep Fase: Gevorderd 2 Naam
OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Startbekaam
OPLEIDING tot Verzorgende-IG Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Startbekaam Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2010-2011 Fase: Startbekaam Naam student:. 1 D1.T1.KP.start.
Conceptoverzicht. Niveau Boektitel ISBN Thematitel Artikel
Conceptoverzicht 1 Het zorgplan 978900692916 Als je zorg nodig hebt Ondersteunen bij basiszorg en huishoudelijke zorg Verschillende vormen van zorg Zelfredzaamheid in kaart brengen Drie methoden voor systematische
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 3 Verzorgende (IG)
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 3 Verzorgende (IG) Gebaseerd op: Prove2Move, mei 2016, ISBN 978-94-6224-115-2, Kwalificatiedossier Verzorgende-IG,
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase. Verpleeghuis, verzorgingshuis en thuiszorg
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten Verpleeghuis, verzorgingshuis en thuiszorg Albeda college Branche gezondheidszorg
NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV. Crebonummer: 95520. Sector: Gezondheidszorg
NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV Crebonummer: 95520 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI opleidingsgroep biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort opleidingstraject
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase GEESTELIJKE GEZONDHEIDZORG
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten GEESTELIJKE GEZONDHEIDZORG Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK VERPLEEGHUIS, VERZORGINGSHUIS EN THUISZORG Gevorderd 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juni 2013 Fase: Gevorderd
k j J K R D J M C D R D J M
Koppeling leereenheden Nuzorg aan de Fase-indeling de opleiding Verpleegkundige KD 2011 en 2012 van Consortium Beroepsonderwijs Fase 1 Beroepsprestaties Werkprocessen Competenties Leereenheden NUzorg Verwerken
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016 MBO Verzorgende (IG) Versie 1.4 Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd KD 2012 Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam Beroepstaak E gevorderd Albeda
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg Beroepstaak B beginner: B1 en B3 Beroepstaak C beginner: C1 Beroepstaak E beginner Albeda College Branche Gezondheidszorg
Het verpleegplan. Persoonlijke basiszorg 2. Begeleiden. Voorlichting, advies en instructie. Traject V&V niveau 4 OVERZICHT LEEREENHEDEN CONCEPT
Basisdeel Het verpleegplan Persoonlijke basiszorg 1 Persoonlijke basiszorg 2 Begeleiden Voorlichting, advies en instructie Oriëntatie op het beroep Gegevens verzamelen Inschatten van zorgsituaties Verpleegdoelen
Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese
Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese Commissie en de Europese Commissie kan niet aansprakelijk
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd KD 2012 Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam Beroepstaak E gevorderd Albeda
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK BEGINNER
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK BEGINNER Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD 2012 Versie: 1 Fase: beginner Naam student:. Albeda College Branche
STUDENTENVERSIE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment MBO Verpleegkundige Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: juni 2013 Naam student:.
IJkmomentnummer 3,5,7 kwalificerend (overgang naar volgende fase) door ASSESSOR
IJkmomentnummer: 2,4,6,8 ontwikkelingsgericht door SLB IJkmomentnummer 3,5,7 kwalificerend (overgang naar volgende fase) door ASSESSOR Doel ijkmoment: Het verkrijgen van een antwoord op de vraag of de
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie 3 Datum: januari 2014
Activiteitenoverzicht reguliere gevorderde groepen
Activiteitenoverzicht reguliere gevorderde groepen Uitvoeren van verpleegkundige zorg G1 G2 B1 Verpleegkundig proces B1 Ondersteunings/verpleegplan voor een zorgvrager met een verstandelijke beperking
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief examen beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1516
CERTIFICAAT VAN DEELNAME:
Deze brochure biedt u een overzicht van de trainingen waarmee wordt toegewerkt naar een CERTIFICAAT VAN DEELNAME: Certificeerbare eenheden Verzorgende IG Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen
Verzorgende KD 2011-2012. Fase Score Beroepsprestaties Werkprocessen KD 2011 Onderwijsmagazijn TM
1 Verzorgende KD 2011-2012 Fase 1 Ontwikkelingsgericht 1.1 Verzamelen van gegevens 1.1 Stelt (mede) het zorgplan op Het zorgplan: Oriëntatie op het beroep Gegevens verzamelen 1.2 Beginnen met zorg Het
Datum 16 juli Versie 1.0. Noordhoff Uitgevers BV. Het Spoor AK HOUTEN
Datum 16 juli 2015 Versie 1.0 Noordhoff Uitgevers BV Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Inhoudsopgave Examens Kerntaak 1 & 2... 3 Examens VVT... 6 Examens GHZ... 7 Examens
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Specifieke Doelgroepen Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
E Q L R T D J M E F J R C D R D J M
Koppeling leereenheden Nuzorg aan de Fase-indeling de opleiding Verzorgende-IG KD 2011 en 2012 van Consortium Beroepsonderwijs Fase 1 Beroepsprestaties Werkprocessen Competenties Leereenheden NUzorg Verzamelen
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Begeleider Gehandicaptenzorg Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
proeven bij fase: certificeren
proeven bij fase: oriënteren proeven bij fase: certificeren proeven bij fase: diplomeren EXAMEN OVERZICHT: MBO VERPLEEGKUNDIGE OP BASIS VAN HET DOSSIER 2011-2012 Ondersteunen bij persoonlijke basiszorg
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 4 Verpleegkundige
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 4 Verpleegkundige Gebaseerd op: Prove2Move, mei 2016, ISBN 978-94-6224-103-9, Kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige,
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam KD 2012 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam EXAMEN KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam EXAMEN KD 2012 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die
NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG. Niveau 3 Crebonummer: 95530. Sector: Gezondheidszorg. Aanleiding
NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG Niveau 3 Crebonummer: 95530 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI Opleidingsgroep (NCOI) biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 KD 2012-2013 Crebo 95530 Versie 1.0 Albeda
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2015-2016 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een
Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie 0.1. 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1
Body of Knowledge Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo Werkversie 0.1 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1 Inhoud 1 Verpleegkundige MBO basis... 3 1.1 Menselijk functioneren... 3 1.2 Methodisch handelen...
Rapport onderwijs / resultatenoverzicht Opleiding MBO- Verpleegkundige BBL 3 jaar
Rapport onderwijs / resultatenoverzicht Opleiding MBO- Verpleegkundige BBL 3 jaar Naam : : Werkprocessen Onderwijs, BPV, Beroepsopdrachten Bijzonderheden periode JAAR 1 Periode 1 en 2 1.2 1.4 1 Persoonlijke
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: Juni 2014 Crebo 95 1 Algemene inleiding Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student geacht wordt
Rapport onderwijs / resultatenoverzicht Opleiding MBO- Verpleegkundige BBL 4 jaar
Rapport onderwijs / resultatenoverzicht Opleiding MBO- Verpleegkundige BBL 4 jaar Naam : Geboortedatum : Traject : Persoonlijke code : Werkprocessen Onderwijs, BPV, Beroepsopdrachten Bijzonderheden periode
OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO
OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 Naam Student:. Groep: INHOUD Inleiding Overzicht alle ijkmomenten Portfolio Gegevens: Student School Praktijkorganisatie
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 2 Fase: beginner Naam student:. Albeda College Branche Gezondheidszorg
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KRAAM KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit
Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg
Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg KD Maatschappelijke Zorg 1.1: Inventariseert hulpvragen van de cliënt 3.3: Stemt de werkzaamheden af met betrokkenen KD Verzorgende-IG
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2015-2016 KD 2012-2013 Crebo 95530 Albeda College Branche
PROEVE VAN BEKWAAMHEID
PROEVE VAN BEKWAAMHEID CE 3: Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen Handleiding voor deelnemer en beoordelaar Afdeling Gezondheidszorg Opleiding Verzorgende niveau 3, BOL/BBL; Cohort 2009-2012/
Verantwoordingsdocument relatie editie 2016 Prove2Move niveau 4 Verpleegkundige
Verantwoordingsdocument relatie editie 2016 Prove2Move niveau 4 Verpleegkundige Datum juni 2016 Versie 1.2 Noordhoff Uitgevers BV Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Verantwoordingsdocument
STUDENTENVERSIE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment
Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment MBO Verpleegkundige Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95520 Versie: va juli 2017 regulier & verkort Naam student: 1
Rapport/ resultatenoverzicht opleiding Mbo- Verpleegkundige BBL 2 jaar JAAR 1 cohort 2013 Naam Geboortedatum : Traject Persoonlijke code
Rapport/ resultatenoverzicht opleiding Mbo- Verpleegkundige BBL 2 jaar JAAR cohort 203 Naam Geboortedatum : Traject Persoonlijke code Werkprocessen Onderwijs, BPV, Beroepsopdrachten Bijzonderheden periode
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1415
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam KD 2009-2010
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam KD 2009-2010 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak D Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Startbekwaam Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
Toets en Examenplan MBO Verpleegkundige COHORT 2015-2019 Crebo 95520
Toets en examenplan Leeswijzer In het toets- en examenplan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen toetsen ( ontwikkelingsgericht) per fase en de examens van de startbekwame fase. Beroepstaak D neemt
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016 MBO Verpleegkundige Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl
VERKORTE OPLEIDING VERZORGENDE-IG
[Geef tekst op] VERKORTE OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK B-VIG Fase: Gevorderd/Startbekwaam KD 2012 Beroepstaak B gevorderd/startbekwaam Beroepstaak C gevorderd/startbekwaam Beroepstaak D verplicht
Toets en Examenplan MBO Verpleegkunde GGZ Leerplan COHORTEN 2013-2017 Crebo 95520
Toets en examenplan Leeswijzer In het toets- en examenplan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen toetsen ( ontwikkelingsgericht) per fase en de examens van de startbekwame fase. Beroepstaak D neemt
Naam student: Naam Loopbaanbegeleider:
Naam student: Naam Loopbaanbegeleider: 1 2 Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen, wat ook wel certificeerbare eenheid
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016 MBO Verpleegkundige Versie 1.4 Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: november 2014 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken. Beroepstaak E. Niveau Gevorderd 2
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken Beroepstaak E Niveau Gevorderd 2 Datum: Juni 2012 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 INLEIDING
Bewijsmap Vaardigheden/Verpleegtechnische handelingen
Scholen voor Zorg Kwalificatiedossier 2012 Exameneenheid 6 Bewijsmap Vaardigheden/Verpleegtechnische handelingen bestaat uit de volgende 3 delen die apart worden uitgereikt: Deel A: Basisvaardigheden Deel
Examenplan voor de opleidingen tot Verzorgende Individuele Gezondheidszorg 1.Overzicht
Examenplan voor de opleidingen tot Verzorgende Individuele Gezondheidszorg 1.Overzicht 1.1.Specifieke examens Examenoverzicht opleiding: Verzorgende IG Niveau 3 3 jaar Crebocode: 95530 Dossiercode: - Dossierjaar:
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2012-2013 Versie:
Fase 1. Ontwikkelingsgericht. Fase-indeling met beroepsprestaties 1. Verpleegkundige KD 2011-2012
1 Verpleegkundige KD 2011-2012 Fase 1 Ontwikkelingsgericht 1.1 Verwerken van gegevens 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het 1.2 Beginnen met zorg Het verpleegplan: Gegevens verzamelen Het verpleegplan
OPLEIDING VERZORGENDE-IG Kraam OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING VERZORGENDE-IG Kraam OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd KD 2012 concept Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht Beroepstaak D met keuze Beroepstaak E gevorderd Albeda
Verzorgende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0118 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,
Beroepsopdracht/ leermenu 5. Verpleegtechnische handelingen deel 2
Beroepsopdracht/ leermenu 5 Verpleegtechnische handelingen deel 2 Werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit Competenties: K: vakdeskundigheid toepassen L: materialen en middelen inzetten
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Fase:
Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014
Scholingsaanbod vanaf 1 september 2014 t/m eind 2014 Basiscursus 1: Het bepalen van een bloedsuiker en het toedienen van insuline maandag 08 september van 09.00 12.00 maandag 24 november van 09.00 12.00
Toets en Examenplan MBO Verpleegkunde COHORTEN Crebo 95520
Toets en examenplan Leeswijzer In het toets- en examenplan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen toetsen ( ontwikkelingsgericht) per fase en de examens van de startbekwame fase. Beroepstaak D neemt
GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Schooljaar: 2012-2013 KD 2012 Crebo 95 Versie: 2 Fase: beginner
Inhoud. Deel I Het verpleegkundig beroep in beeld. Deel II Methodisch werken
IX I Deel I Het verpleegkundig beroep in beeld 1 Waar gaat het om in de verpleging?.............................................. 3 1.1 Oriëntatie op het beroep van mbo-verpleegkundige..................................
OPLEIDING Verzorgende-IG PORTFOLIO
OPLEIDING Verzorgende-IG SPW4-VIG PORTFOLIO KD2012 Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 KD: 2012 Crebo: 95530 Naam student:. Groep: Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 Inhoudsopgave
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE. Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 30-6-2011 Fase: Gevorderd 1 en 2 en verkorte
STUDENTENVERSIE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment
Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment MBO Verpleegkundige Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95520 Versie: va juli 2015 regulier & va sept. 2015 verkort Naam
Verzorgende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in
OPLEIDING. Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam
Examenplan Verpleegkundige niveau 4, 4 jarig regulier BOL/BBL
Examenplan Verpleegkundige niveau 4, 4 jarig regulier BOL/BBL 1. Overzicht 1.1 Specifieke examens Examenoverzicht opleiding: Verpleegkunde Niveau 4 4 jarig Crebocode: 95520 Dossiercode: 95520/2013-2017
proeven bij fase: certificeren
proeven bij fase: oriënteren proeven bij fase: certificeren proeven bij fase: diplomeren EXAMEN OVERZICHT: VERZORGENDE - IG OP BASIS VAN HET DOSSIER 2011-2012 Ondersteunen bij en wonen Ondersteunen bij
Verplegende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verplegende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0119 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg PORTFOLIO
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg PORTFOLIO KD2012 Kwalificatieniveau 3 Versie: 1.1 Crebo: 95530 en 92650 Naam Student:. Groep: Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 Inhoudsopgave
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Ondersteuningsmagazijn gevorderd 1 BEROEPSTAAK E
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Ondersteuningsmagazijn gevorderd 1 BEROEPSTAAK E Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2009-2010 Versie: 3 Fase: Gevorderd 1 Naam Student:.
