VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
|
|
|
- Regina Michiels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie: 1 Fase: gevorderd-startbekwaam Naam student:.
2 2
3 Inhoudsopgave Inleiding Instructie feedbackformulier Leerplan en leerlijn gevorderd 1 Leerplan en leerlijn gevorderd 2 Leerplan en leerlijn startbekwame fase Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen Beroepstaak D Gevorderde 1 Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepsopdracht D Gevorderde fase 2 Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Beroepsopdracht D Startbekwame fase Beroepsopdracht D Beroepsopdracht startbekwaam Feedbackformulier Ondersteuningsmagazijn school Ondersteuningsmagazijn praktijk Beoordelingsformulier D startbekwaam Toetsen Algemene instructie beroepsopdracht voor studenten en beoordelaars Toets beroepsopdracht D 3
4 4
5 Inleiding Voor je ligt het opdrachtenboek Beroepstaak D voor de gehele opleiding. Beroepstaak D gaat over het uitvoeren van de verpleegtechnische en voorbehouden handelingen. In dit opdrachtenboek vind je: - Beroepsopdracht D, Gevorderd en Startbekwaam - Beoordelingsformulieren - Ondersteuningsmagazijn (OM) met activiteiten voor school en praktijk en de rekentaken voor verpleegkundige rekenen In de gevorderde fase 1, 2 en in startbekwame fase worden de beroepsopdrachten in hun geheeld afgetoetst met een beoordelingsformulier. Instructies voor het toetsen van beroepsopdracht D kun je achter in dit opdrachtenboek vinden Voor het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling heb je kennis nodig: kennis van de anatomie en kennis van de materialen Op school, in het skillslab, oefen je de verpleegtechnische vaardigheid tot beheersingsniveau. Dat kan betekenen dat je veel moet oefenen. Vervolgens wordt deze verpleegtechnische handeling getoetst in het skillslab. In de BPV vindt de toepassing en transfer van de verpleegtechnische handeling plaats. In dit ondersteuningsmagazijn worden de verpleegtechnische handelingen, zoals beschreven in het landelijk kwalificatie dossier MBO-Verpleegkundige, behandeld. Ook zijn er verpleegtechnische handelingen opgenomen die niet in het in het kwalificatiedossier staan, maar die je wel in de BPV kunt tegenkomen.. Voorbeelden hier van zijn: Toedienen van vocht via hypodemoclyse en Toedienen van medicatie subcutaan via een insuflon Overzichtslijst verpleegtechnische handelingen De uitgevoerde activiteiten teken je af bij het onderwerp door de datum in te vullen waarop je de activiteit hebt gedaan. De vaardigheden worden door de docent afgetekend op het overzichtslijst, wanneer de verpleegtechnische handeling in het skillslab met een voldoende is afgetoetst. De werkbegeleider tekent op hetzelfde overzicht de verpleegtechnische handeling af, die je in de praktijk met een voldoende hebt behaald 1. Dit overzicht kun vinden je achter het tabblad overzichtslijst verpleegtechnische handelingen. Let op: In je opdrachtenboek zit een aftekenlijst met de verpleegtechnische handelingen, die je kunt afronden voor beroepstaak D. Wanneer je in een vorige fase al vaardigheden hebt afgerond op school en/of de praktijk, voeg dan je aftekenlijst toe in dit opdrachtenboek of laat ze door de docent overnemen op het nieuwe overzichtlijst Verpleegtechnische handelingen uit dit opdrachtenboek. 1 Je hoeft niet voor elke verpleegtechnische handeling een feedback en-beoordelingsformulier in te laten vullen door de werkbegeleider 5
6 6
7 Instructie Feedbackformulier Inleiding Tijdens het leren kun je een beroepsopdracht, of delen daarvan meerdere keren uitvoeren. Dit met het doel feedback te verzamelen m.b.t. je handelen, zodat je het uitvoeren van de opdracht steeds verder kunt verbeteren. Instructie voor de student Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Probeer een goed beeld te krijgen van de competenties en werkprocessen waarvan men verwacht dat je die laat zien. Praat erover met collega s, met je werkbegeleider etc. Let op hoe anderen het werk uitvoeren en wat jij daarvan kan leren. - Ga na welke competenties je al goed beheerst en met welke competenties je nog moeite hebt. Vraag collega s, werkbegeleiders om je op specifieke onderdelen, competenties/prestatie-indicatoren, feedback te geven. Dit kan door middel van een gesprek, een gerichte observatie etc. - Voer de opdracht meerdere keren uit en vraag verschillende werkbegeleiders het feedbackformulier in te vullen. Bespreek de uitkomsten met je eigen werkbegeleider. - Kruis een paar competenties/werkprocessen aan waar je extra aandacht aan wil schenken. Beschrijf zelf hoe je vindt dat je deze uitvoert en vergelijk je eigen mening met die van collega s. - Zorg ervoor dat je voldoende feedback hebt verzameld en voeg de formulieren als bewijslast toe aan je portfolio. Gebruik de formulieren in gesprekken met je SLB-er bijvoorbeeld tijdens voortgangsgesprekken. Zorg er wel steeds voor dat datum, naam en paraaf van de werkbegeleider op het formulier staan. Instructie voor de werkbegeleider Er zijn verschillende mogelijkheden om het feedbackformulier te gebruiken. Enkele suggesties: - Samen met de student bekijkt u de inhoud van de opdracht, neemt u de werkprocessen, de competenties en prestatie-indicatoren door. Samen scherpt u het beeld aan van wat er verwacht wordt van de student en de betekenis daarvan voor uw praktijksituatie. - Samen met de student neemt u het feedbackformulier door. De student vertelt wat hij daarin moeilijk vindt, goed vindt gaan etc. U vertelt de student wat uw bevindingen zijn. Een dergelijk gesprek levert informatie op voor het leren en begeleiden van de student. Er kan een keuze gemaakt worden om de komende tijd extra aandacht te hebben voor bepaalde werkprocessen/competenties. (feedforward) - U vindt dat de student al veel geoefend heeft met onderdelen van de beroepstaak. Volgens u is de student in staat de totale zorg voor bijv. 1 zorgvrager uit te voeren. U gebruikt het feedbackformulier om de student van informatie te voorzien over zijn handelen - U vindt dat de student voldoende geleerd heeft om de opdracht uit te voeren en met behulp van feedback zijn handelen te vervolmaken. U maakt een planning met hem welke zorgvrager s hij wanneer gaat verzorgen en gebruikt het feedbackformulier om de student van feedback te voorzien. NB: Bij het geven van feedback is het van belang dat u het gedrag van de student (prestatie-indicator) altijd bekijkt in het totaal van de opdracht en de werkprocessen. Gebruik hiervoor naast de opdracht altijd het overzicht van de werkprocessen, competenties en prestatie-indicatoren 7
8 8
9 Begrippenlijst Om dit opdrachtenboek goed te kunnen lezen worden eerst begrippen uitgelegd die gebruikt worden. Begrip Assessor Beroepsopdracht Beroepsproduct Beroepstaak BPV Casustoets Competentie Feedbackinstrumenten IJkmoment Kwalificatiedossier Uitleg Waardeert op de ijkmomenten het portfolio en geeft advies aan de sub examencommissie of de student verder mag gaan met de opleiding. Een beroepstaak die een student uitvoert op het niveau van beginner, gevorderd en/of startbekwaam niveau. Deze opdracht meet het niveau van de student en kan in de praktijk of op school worden afgenomen. Dit staat omschreven in de opdracht. Een door de beroepsbeoefenaar te leveren dienst (immaterieel) of product (materieel) in de context van het beroep. Een beroepstaak is herkenbare taak / onderdeel in het werk (beroep) en bevat een cluster van werkprocessen uit het kwalificatiedossier. Beroepspraktijkvorming (praktijk/stage) Een toets waarmee gemeten wordt of students in staat zijn om voor de beroepstaak specifieke kennis en inzicht in te zetten om specifieke problemen binnen die beroepstaak te analyseren en op te lossen. Een vermogen dat kennis (wat je moet weten), houding (gedrag) en vaardigheden (wat je moet kunnen uitvoeren) omvat, om in een concrete beroepssituatie doelen te kunnen bereiken. Instrumenten die vanuit verschillende invalshoeken feedback geven aan de student zoals een zelftest of observatielijst. Moment waarop vastgesteld wordt waar de student zich bevindt in het leerproces en of hij/zij verder mag gaan: go/no go. Beschrijft wat de student aan het einde van de opleiding moet kennen en kunnen. 9
10 Begrip Ondersteuningsmagazijn PAP POP Portfolio Prestatie-indicatoren Studieloopbaanwerkbegeleider (SLB) Toetsmagazijn Werkproces Zorgsetting Uitleg Een gestructureerde verzameling van middelen om het leren van de student te ondersteunen zowel op school als in de praktijk. Persoonlijk Activiteiten Plan Persoonlijk Ontwikkel Plan Een map met bewijzen die laat zien hoe ver de student is in de opleiding Indicatie om te bepalen of het gewenste resultaat van de opdracht is behaald. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. De student krijgt tijdens zijn opleiding begeleiding van een SLB. Deze begeleiding betreft het leerproces en de loopbaan van de student. Een gestructureerde verzameling van feedback instrumenten. Is bedoeld als evaluatie-instrument om te kunnen bekijken hoe ver iemand op een bepaald moment is. Beschrijving van activiteiten die van een beroepsbeoefenaar verwacht worden. Deze zijn beschreven in het kwalificatiedossier. Een organisatie waar zorg wordt verleend: verpleeghuis/verzorgingshuis/thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en Ziekenhuis (Klinische zorg) 10
11 LEERPLAN EN LEERLIJN 11
12 Leerplan Gevorderde fase 1 Leerplan MBO-Verpleegkundige KD CREBO 93 Gevorderde-1 fase 10 weken Chronische ziek 15 weken Klinische zorg 10 weken GGZ 5 weken VGZ Beroepstaken Kennis, vaardigheden,houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen E: Organisatie en E1-3: Opname, ontslag, overdracht E4: Werkbegeleiding E4: Werkbegeleiding beroepsgebonden taken E6: Overleg E6: Overleg E5: Klinische les E8: Coördinatie E8: Coördinatie E7: Kwaliteitszorg E7: Kwaliteitszorg Werkprocessen 1.1,1.2,1.3,1.4,1.5,1.6,1.7,1.8,2.1, 1.1,1.2,1.3,1.4,1.5,1.6,1.7,1.8,1.9, 1.1,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8, ,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8, ,2.3,2.4,2.5, ,2.2,2.3,2.4,2.5, ,2.3,2.5,3.2,3.3, ,2.3, 2.5, 3.1,3.2,3.5 Competenties A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R,T,U,V, A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R, A,B,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,Q,R,S, A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,P,Q,R,S X T,U,V,X T,V,X T,U,V,X Toetsing Kennistoetsen B Kennistoetsen B Kennistoetsen B Kennistoetsen B Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Toets D Verpleegkundig Rekenen Casustoets B Chronische zv Casustoets B Klinische zv Casustoets B Psychiatrische zv Casustoets B Verstandelijk beperkte zv Casustoets C Chronische zv Casustoets C Klinische zv Casustoets C Psychiatrische zv Casustoets C Verstandelijk beperkte zv Casustoets D Beroepsopdracht: B en C beoordeling Beroepsopdracht: D doorlopend Beroepsopdracht E feedback Taal Niveau Toets (TNT) Eindtoets MVT Rekenen Niveau Toets (RNT) Eindtoets Nederlands Engels Niveau Toets Engels Niveau Toets Eindtoets Rekenen IJkmoment NVT 4: weken NVT 5: weken Kun je de opleiding vervolgen? Kun je naar de gevorderde-2? Aanwezigheid Aanwezigheid Beroepshouding Beroepshouding Competentiegroei Beroepsopdrachten Nederlands Casustoetsen Rekenen Competentiegroei Beoordeling werkgever Nederlands/Rekenen (indien aanwezig) Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 12
13 Leerlijn Gevorderde fase 1 Leerlijn MBO-Verpleegkundige (BOL-BBL) KD CREBO 93 Gevorderde-1 2e leerjaar 10 WEKEN Chronisch zieke 15 WEKEN Klinische zorgvrager 10 WEKEN GGZ 5 WEKEN VGZ Beroepstaken Chronisch zieke zorgvrager Klinische zorgvrager Psychiatrische zorgvrager Verstandelijk gehand. Zorgvrager Beroepstaak B B1: Plannen van zorg Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Klinisch redeneren Klinisch redeneren DSM 4/ klinisch redeneren Klinisch redeneren B2: Basiszorg Oriëntatie op de chronisch zieke Oriëntatie op de Klinische zorgvrager Oriëntatie op de psychiatrische zorgvrageroriëntatie op de verstandelijk gehandicapte CVA (vers-oud) Diagnostiek en onderzoeken bij de zorgvrager Zorgvrager met stemmingsstoornisen (basis) Visies op zorg MS (relatie met D) Zorgvrager met schizofrenie/psychose (basis) Belangenbehartiging/ouderparticipatie Parkinson Pre- en postoperatieve zorg maag-darm OK Zorgvrager met meervoudige handicaps + Chronische pijn Revalidatie na total hip/total knee epilepsie + spasticiteit + automutilatie Gezonde Zwangeren, kraamvrouwen en Zorgvrager met genetische afwijkingen pasgeborenen (basis) Jeugdige zorgvrager/ouderparticipatie Basis MDL, buikok en Ileus Basis MDL, buikok en Ileus Psychische functies Genetica-definitie VG Anatomie/Fysiologie/ Pathologie Circulatie-2 Anesthesie+ Post OK complicaties + Visies acute pijn in de psychiatrie Oorzalen en gevolgen Zenuwstelsel-2 Traumatologie: Fractuurleer Psychopathologie Syndromen en symptomen Ziekten van de hersenen en het zenuwstelsel Orthopedie: total hip/total knee (CVA-MS-Parkinson) Embryologie Chronisch pijn Voortplantingsstelsel Kenmerken zwangere en kraamvrouwen en pasgeborenen Fysiologische van baring/kraambed Recht Beroepstaak B-D De professional Het zieke kind De BOPZ-klacht De onvrijwillige zorg bij verstandelijk Het verpleegkundig beroep De geboorte Onvrijwillig opgenomen psychiatrische patiënt gehandicapten en dementen Keuze Voedingsleer beroepstaak B Voeding bij CVA, Parkinson Voeding bj zwangeren Ondervoeding Voedingsproblemen in VGZ Zuigelingen - borstvoeding Overvoeding B3: Crisissituatie Herhaling EHBO/levensreddend Herhaling EHBO/levensreddend handelen handelen Omgaan met fysieke agressie/cfb Herhaling EHBO; levensreddend handelen Voorkomen van agressie bij verslikking-verstikking in de VGZ Omgaan met agressie C1: Voorlichting/instructie Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij Relevante voorlichting bij Relevante voorlichting bij ICIDH-model de zorgcategorieën de zorgcategorieën de zorgcategorieën C2: Begeleiding Autonomie en empowerment Begeleidingsmethoden bij zwangeren Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Coping en copingsstrategieen Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Begeleiden gedragsproblemen Begeleiden gedragsproblemen Pijnbeleving Specifiek begeleidingsmethoden CVA Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Ontwikkelen beroepshouding Ontwikkelen beroepshouding Ontwikkelen beroepshouding Ontwikkelen beroepshouding Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Relevante ethiek en LBO Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen C3: Groepsprocessen Groepsvoorlichting Groepsvoorlichting Groepsvoorlichting Begeleiden van groepsprocessen Begeleiding van groepsprocessen Begeleiden van groepsprocessen (basis) Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D: Verpleegtechnische vaardigheden D1: Voorbehouden handelingeninjecteren: subcutaan, intramusculair Hielprik neonaten Katheriseren van de blaas Rekenen: toedienen van medicatie per injectie Maagsonde inbrengen D2: verpleegtechnische handelingen Sondevoeding toedienen Zuurstof toedienen Uitvoeren van blaaspoeling Uitzuigen van mond-keelholte Bedienen voedingspomp Rekenen: zuurstof Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Rekenen: toedienen sondevoeding Rekenen: toedienen vloeistoffen per infuus D3: Verpleegtechnische handelingen Assisteren/verrichten van diagnostisch Irrigeren onderzoek van de vagina met keuze ivm: Irrigeren van stoma chirugische ingreep Uitvoeren van maagdarmspoeling intern/neurologisch onderzoek bevalling of geboort Verzorging van tracheacanule/tracheastoma Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn E: Organisatie en professie gebonden taken E1: Opname Opnamegesprek E2: Ontslag Verpl. Overdracht bij ontslag E3: Overplaatsing Verpl. Overdracht bij overplaatsing E4: Werkbegeleiding Werkbegeleiding krijgen Werkbegeleiding krijgen E5: Klinische les Klinische les E6: Overleg Consulteren van collega's e.a. E7: Kwaliteitszorg Evidence Based Practice werken E8: Coördinatie Werkplanning maken gericht op zorgvrager Kwaliteitszorg gericht op zorgvrager Kwaliteitszorg gericht op zorgvrager Organisatievormen verplegen Overlegvormen/ vergadertechnieken op microniveau op microniveau Nederlands Niveau bepalen TNT Werken aan beroepsspecifieke taal/rekenen/mvt Algemeen en beroepsspecifiek Beroepsspecifieke taal/rekenen/mvt Rekenen Niveau bepalen RNT 2e sessie 3F getallen 3F verhoudingen Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Werken aan beroepsspecifieke taal/rekenen /MVT Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Reflectie Korthage Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voorbereiding praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten Beroepsopdrachten B-C- ter beoordeling Beroepsopdrachten D- E voor feedback 13
14 Leerplan Gevorderde fase 2 Leerplan MBO-Verpleegkundige KD CREBO 93 Gevorderde-2 fase 40 weken 40 weken 40 weken 40 weken Beroepstaken Kennis/vaardigheden/houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische D1: Voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen D1: voorbehouden handelingen handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze met keuze met keuze met keuze E: Organisatie en E1-3: Opname, ontslag en overdrachte1-3: Opname, ontslag en overdracht E4: Werkbegeleiding E4: Werkbegeleiding beroepsgebonden taken E5 Klinische les voorbereiden E5 Klinische les voorbereiden en uitvoeren + uitvoeren E6: Overleg E6: Overleg E7: Kwaliteitszorg E7: Kwaliteitszorg macroniveau E8: Coördinatie Ketenzorg-zorgpad Evidence based werken Evidence based werken E8: Coördinatie Werkprocessen 1.1,1.2,1.3,1.4,1.5,1.6,1.7,1.8,2.1, 1.1,1.2,1.3,1.4,1.5,1.6,1.7,1.8, ,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8, ,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8,1.9, ,2.3,2.5, ,2.3,2.4,2.5, ,2.3,2,2.4,2.5,3.2,3.3, ,2.3,2.4,2.5,3.1,3.2,3.5 Competenties A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R,T,V,X A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R,T,U,V,XA,B,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,Q,R,S,T,U,V,X A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,P,Q,R,S,T,U,V,X Toetsing Kennistoetsen B Kennistoetsen B Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Rekentoetsen D Rekentoetsen D Rekentoetsen D Rekentoetsen D Casustoets B, C gevorderd 2 Casustoets E gevorderd 2 Casustoets D gevorderd 2 Beroepsopdrachten B, C, D, E: voldoende beoordeling Niveau Toets (MVT) Eindtoets Taal Taal Niveau Toets (TNT) Eindtoets Rekenen Rekenen Niveau Toets (RNT) Eindtoets MVT IJkmoment 6: weken NVT 7: weken Kun je de opleiding vervolgen? Aanwezigheid Beroepshouding Competentiegroei Nederlands Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) Kun je naar de startbekwame fase? Aanwezigheid Beroepshouding Beroepsopdrachten Casustoetsen Competentiegroei Nederlands/Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 14
15 Leerlijn Gevorderde fase 2 Leerlijn MBO-Verpleegkundige (BOL/BBL) KD CREBO 93 Gevorderde-2 3e leerjaar 40 WEKEN 40 WEKEN 40 WEKEN 40 WEKEN KLINISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG VERPLEEGHUIS-THUISZORG VERSTANDELIJKE GEHANDICAPTENZORG B1 : Plannen van zorg Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Methodisch handelen Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren B2: Basiszorg Cardiologische zorgvrager Eetstoornis Zorgvrager met dementie Zorgvrager met lichamelijke handicaps Zorgvrager met longaandoeningen Verslavingsproblematiek Zorgvrager met depressie Zorgvrager met fenylketonurie Gynaecologische zorgvrager Angststoornis Zorgvrager aan levenseinde en terminale zorg Zorgvrager met congenitale hypothyreoidie Urologische zorgvrager Persoonlijkheidsstoornis Zorgvrager met COPD en Astma Zorgvrager met hydrocephalus Oncologische zorgvrager Somatoforme stoornis Zorgvrager met Diabetes Mellitus Zorgvrager met spina bifida Algemene chirurgie Zorgvrager met aandoeningen naar keuze Zorgvrager met oncologische aandoeningen Zorgvrager met medische oorzaken gedragsproblemen Zorgvrager Maag-Darm-Leveraandoening Zorgvrager met chronische aandoeningen Zorgvrager met chronische hartfalen en hypertensie Zorgvrager met meervoudige handicaps Zorgvrager met aandoening hormoonstelsel/dm Zorgvrager in de ambulante zorg Zorgvrager met niet-aangeboren hersenletsel Zorgvrager met autisme Zorgvrager met wonden/ trauma's Zorgvrager met schizofrenie Zorgvrager met pijn, chronische pijn Zorgvrager met automutilerend gedrag Neurologische zorgvrager Zorgvrager met depressie/manie Zorgvager met MS Zorgvrager met motorische stoornissen Zorgvrager met vaatchirurgische aandoeningen Zorgvrager met psychotische belevingen Zorgvrager met CVA Zorgvrager met afwijkingen aan de zintuigen Zorgvrager met chronische aandoeningen Zorgvrager met somatische aandoeningen: Zorgvrager met reumatische aandoeningen Zorgvrager met chronische aandoeningen Zorgvrager met dementie-delier oncologie, cardiologie, longaandoening, MDL Zorgvrager met chronische aandoeningen Zorgvrager met somatische aandoeningen: oncologie, cardiologie, longaandoening, MDL Anatomie/Fysiologie/Pathologie Gerelateerd aan: Gerelateerd aan: Gerelateerd aan: Gerelateerd aan: Ziektebeelden/ aandoeningen Ziektebeelden/ aandoeningen Ziektebeelden/ aandoeningen Ziektebeelden/ aandoeningen Recht Beroepstaak B-D Relevante wetgeving Relevante wetgeving Relevante wetgeving Relevante wetgeving Voedingsleer beroepstaak B Voeding en oncologie Eetstoornissen Voeding en oudern Eten en drinken als activiteit Overgewicht en ondergewicht, praktijkopdracht Overgewicht en ondergewicht, praktijkopdracht Overgewicht en ondergewicht, praktijkopdracht Overgewicht en ondergewicht, praktijkopdracht B3: Crisissituatie Herhaling EHBO Herhaling EHBO Herhaling EHBO Herhaling EHBO Omgaan met fysieke agressie/cfb Omgaan met fysieke agressie/cfb Omgaan met fysieke agressie/cfb Omgaan met fysieke agressie/cfb Voorkomen van agressie Voorkomen van agressie Voorkomen van agressie Voorkomen van agressie C1: Voorlichting/instructie Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Relevante voorlichting bij de zorgcategorieën Educatie van zorgvrager Educatie van zorgvrager Educatie van zorgvrager Educatie van zorgvrager C2: Begeleiding Specifieke begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Specifiek begeleidingsmethoden op doelgroep Begeleidingsgesprek voeren Alternatieve geneeswijzen Slechtnieuwsgesprekken Gespreksvoering: motiverende gesprekstechnieken Ethiek en levensbeschouwing (LBO) Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Religieuze en culturele betekenisgeving Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen Zingevingvragen C3: Groepsprocessen Begeleiden van groepsprocessen Begeleiden van groepsprocessen Begeleiden van groepsprocessen met gedragsproblematiek met gedragsproblematiek met gedragsproblematiek Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Groepsvoorlichting bij spec. doelgroepen Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D: Verpleegtechnische vaardigheden D1: Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen Verzorgen van zwarte wonden Geneesmiddelen toedienen via infuussyteem Verzorgen van wonden met hechtingen Epiduraal centraal infuus Verwijderen van tampons en hechtingen Toegepast rekenen Verzorgen van wonden met drains Verwijderen wonddrain D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze vaardigheden voorkomend in praktijk vaardigheden voorkomend in praktijk vaardigheden voorkomend in de praktijk vaardigheden voorkomend in de praktijk Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn E: Organisatie en professie gebonden taken: E1: Opname Acute opname in ZH Acute opname in de GGZ E2: Ontslag Ontslag Ontslag E3: Overplaatsing Overplaatsing Overplaatsing E4: Werkbegeleiding Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven E5: Klinische les Klinische les voorbereiden + uitvoeren Klinische les voorbereiden + uitvoeren E6: Overleg Overleg Overleg E7: Kwaliteitszorg Kwaliteitszorg macroniveau Kwaliteitszorg macroniveau Ketenzorg en zorgpaden Evedence based werken E8: Coördinatie Continuteit en coordinatie van zorg Continuteit en coordinatie van zorg Evedence based werken Nederlands Niveau bepalen TNT Rekenen Niveau bepalen RNT 3e sessie 3F meetkunde 3F verbanden Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Werken aan beroepsspecifieke Werken aan beroepsspecifieke Werken aan beroepsspecifieke Werken aan beroepsspecifieke taal/rekenen/mvt taal/rekenen/mvt taal/rekenen/mvt taal/rekenen/mvt Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Reflectie Korthage Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Voortgang praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau 15
16 Leerplan Startbekwame fase Leerplan MBO-Verpleegkundige KD CREBO 93 Startbekwame fase 30 WEKEN 30 WEKEN 30 WEKEN 10 WEKEN Beroepstaken Kennis,vaardigheden,houding B: Verpleegkundige basiszorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg B1: Plannen van zorg Proeve van bekwaamheid B2: Basiszorg B2: Basiszorg B2: Basiszorg B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties B3: Crisissituaties C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C1: Voorlichting, advies en instructie C: Begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C2: Psychosociale begeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding C3: Groepsbegeleiding D: Verpleegtechnische D1: Voorbehouden handelingen D1: Voorbehouden handelingen handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze met keuze E: Organisatie en E1-3: Opname, ontslag en overdrachte1-3: Opname, ontslag en overdrachte1-3: Opname, ontslag en overdracht beroepsgebonden taken E4: Werkbegeleiding E4: Werkbegeleiding E4: Werkbegeleiding E5: Klinische les E5: Klinische les E5: Klinische les E6: Overleg E6: Overleg E6: Overleg E7: Kwaliteitszorg E7: Kwaliteitszorg E7: Kwaliteitszorg E8: Coördinatie E8: Coördinatie E8: Coördinatie Werkprocessen 1.1,1.2,1.3,1.4,1.5,1.6,1.7,1.8,2.1, 1.1,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8,1.9, ,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8,1.9, ,1.2,1.3,1.5,1.6,1.7,1.8,1.9, ,2.3,2.5, ,2.3,2.4,2.5, ,2.3,2.5,3.2,3.3, ,2.3,2.5,3.1,3.2,3.5 Competenties A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R,T,V, A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,R, A,B,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,Q,R,S, A,C,D,E,F,G,H,I,J,K,L,M,N,P,Q,R,S, X T,U,V,X T,U,V,X T,U,V,X Toetsing Vaardigheidstoetsen D Vaardigheidstoetsen D Casustoets D Startbekwaam Casustoets B, C, E startbekwaam Beroepsopdracht B, C, D, E Startbekwaam (beoordeling) Proeve van Bekwaamheid Taal Niveau toets (TNT) Reken Niveau Toets (RNT) Engels Niveau Toets (MVT) Centraal examen Nederlands Centraal examen Rekenen IJkmoment 8: weken 9: weken Kun je de opleiding vervolgen? Aanwezigheid Beroepshouding Competentiegroei Nederlands Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) Kun je de Proeve uitvoeren? Aanwezigheid Beroepshouding Beroepsopdrachten Casustoetsen Competentiegroei Nederlands/Rekenen Beoordeling werkgever (indien aanwezig) 16
17 Leerlijn Startbekwame fase Leerlijn MBO-Verpleegkundige (BOL-BBL) KD CREBO 93 Startbekwame fase 4e leerjaar 30 WEKEN 30 WEKEN 30 WEKEN 30 WEKEN 10 WEKEN KLINISCHE ZORG PSYCHIATRISCHE ZORG VERPLEEGHUIS - THUISZORG VERSTAND. GEHANDICAPTENZORG PROEVE Accent op: Accent op: Accent op: Accent op: Accent op: Accent op: Accent op: Accent op: van Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken Zelfstandig uitvoeren van beroepstaken bekwaam- Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in leerproces Zelfstandigheid in leerproces heid Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in samenwerken multidisciplinairzelfstandigheid in samenwerken multidisciplinair Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid in coördinatie en continuïteit Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Zelfstandigheid m.b.t. kwaliteitszorg Beroepshouding als rolmodel Beroepshouding als rolmodel Beroepshouding als rolmodel Beroepshouding als rolmodel Beroepsopdracht B Zorgverlenen in alle situaties Zorgverlenen in alle situaties Zorgverlenen in alle situaties Zorgverlenen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Methodisch handelen in alle situaties Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Klinisch redeneren Van opname tot. Van opname tot. Van opname tot. Van opname tot. Casusanalyse schrijven en uitvoeren Casusanalyse schrijven en uitvoeren Casusanalyse schrijven en uitvoeren Casusanalyse schrijven en uitvoeren Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, Laatste levensfase: palliatief terminale zorg, pijnbestrijding, complementaire zorg pijnbestrijding, complementaire zorg pijnbestrijding, complementaire zorg pijnbestrijding, complementaire zorg Risicogedrag Risicogedrag Risicogedrag Risicogedrag Beroepsopdracht C C1: Voorlichting/instructie GVO: individueel of groep GVO: individueel of groep GVO: individueel of groep GVO: individueel of groep C2: Begeleiding Begeleiden bij dilemma's Begeleiden bij dilemma's Begeleiden bij dilemma's Begeleiden bij dilemma's C3 Groepsbegeleidng Groepsprocessen Groepsprocessen Groepsprocessen Groepsprocessen Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn Doorlopende leerlijn D: Verpleegtechnische vaardigheden D1: Voorbehouden handelingen Intraveneus injecteren Intraveneus injecteren Inbrengen van een perifeer infuus Inbrengen van een perifeer infuus Venapunctie uitvoeren Venapunctie uitvoeren D3: Verpleegtechnische handelingen Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus met keuze Controleren van centraal infuus Controleren van centraal infuus Transfusie Transfusie vaardigheden voorkomend in praktijk vaardigheden voorkomend in praktijk E: Organisatie en professie gebonden taken Deskundigheidsbevordering en Zorgpad Zorgpad Zorgpad Zorgpad professionalisering Ketenzorg Ketenzorg Ketenzorg Ketenzorg Nieuwe uitgangspunten in de zorg Nieuwe uitgangspunten in de zorg Nieuwe uitgangspunten in de zorg Nieuwe uitgangspunten in de zorg Werkbegeleiding Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven Werkbegeleiding geven Kwaliteitszorg Knelpunten en kwaliteitsintrumenten Knelpunten en kwaliteitsintrumenten Knelpunten en kwaliteitsintrumenten Knelpunten en kwaliteitsintrumenten Overleg en coordinatie Continuiteit en coordinatie van zorg; Continuiteit en coordinatie van zorg; Continuiteit en coordinatie van zorg; Continuiteit en coordinatie van zorg; oudste van dienst oudste van dienst oudste van dienst oudste van dienst Nederlands Niveau bepalen TNT Werken aan beroepsspecifiek taal/rekenen/mvtwerken aan beroepsspecifiek taal/rekenen/mvtwerken aan beroepsspecifiek taal/rekenen/mvt Rekenen Niveau bepalen RNT Algemeen en beroepsspecifiek Algemeen en beroepsspecifiek Algemeen en beroepsspecifiek Engels Niveau bepalen Engels Eindtoetsen taal/rekenen/mvt Werken aan beroepsspecifieke taal/rekenen/mvt Burgerschap Domeinen Domeinen Domeinen Domeinen Studieloopbaan Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Pop/Pap Reflectie Korthage Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Individuele coaching Groepscoaching Groepscoaching Groepscoaching Voorbereiding praktijk Voorbereiding praktijk Voorbereiding praktijk Voorbereiding praktijk Praktijk Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op Activiteiten ter voorbereiding op beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten beroepsopdrachten Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau Beroepsopdrachten B-C-D-E op beoordelingsniveau 17
18 18
19 Beroepstaak D Verplichte verpleegtechnische handelingen Overzichtslijst Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen D1: Voorbehouden handelingen Subcutaan injecteren G1 Fase opleiding Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Intramusculair injecteren Intraveneus injecteren Een perifeer infuus inbrengen Geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem (Pomp, kolf of zakje) Een maagsonde inbrengen Katheteriseren van de blaas bij vrouwen Katheteriseren van de blaas bij mannen Venapunctie uitvoeren Hielprik bij neonaten G1 S S G2 G1 G1 G1 S G1 D2: Verpleegtechnische handelingen Medicijnen checken, B registeren, distribueren Medicijnen toedienen: B oraal Medicijnen toedienen rectaal B Medicijnen toedienen vaginaal Medicijnen toedienen via de huid Medicijnen toedienen via de luchtwegen Medicijnen toedienen via de slijmvliezen Toedienen van zuurstof Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen B B B B G1 G1 19
20 Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen Fase opleiding D2: Verpleegtechnische handelingen Sondevoeding toedienen G1 Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Stoma verzorgen Een suprapubische katheter verzorgen Een infuuspomp en een spuitpomp verzorgen Verzorgen van rode wond Verzorgen van gele wond Verzorgen van zwarte wond Wonden met hechtingen Maagsonde verzorgen Blaaskatheter verzorgen Zwachteltechnieken toepassen Hechtingen en tampons verwijderen Blaasspoeling uitvoeren via een gesloten systeem Blaasspoeling geven via een open systeem Mond-en keelholte uitzuigen Sondevoeding toedienen Voedingspomp bedienen Verzamelen van monsters t.b.v. de diagnostiek (steriel en niet -steriel Lichaamstemperatuur regelen door middel van warmte- en koude Eerste hulp ( somatisch) verlenen bij verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, bij ademstilstand en circulatiestilstand G1 G1 G1 B B G2 G2 G1 G1 B G2 G1 G1 G1 G1 G1 B B B, G, S 20
21 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Overzichtslijst Verpleegtechnische handelingen met keuze Wonden met drains verzorgen G1 Fase opleiding Paraaf docent Datum Paraaf begeleider praktijk Datum Wonddrain verwijderen Vloeistoffen toedienen via centraal infuus Een centraal infuus controleren Transfusie Maagspoeling uitvoeren Darmspoeling uitvoeren Vagina irrigeren Stoma irrigeren G2 S S S G1 G1 G1 G1 Tracheacanule en G1 tracheastoma verzorgen Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandeling Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met neurologische behandeling Assisteren bij of verrichten van G1 diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte 21
22 Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x Vloeistoffen toedienen via centraal x x infuus Een centraal infuus controleren x x Transfusie x PEG-sondevoeding toedienen x x Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x Vagina irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma x x x verzorgen Assisteren bij of verrichten van x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van x x x x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x 22
23 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE GEVORDERD 1 BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie: 1.0 Fase: gevorderd 1 Naam student:. 23
24 24
25 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 1 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 2 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaamniveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 1 aanbod komen: 1. blaasspoeling uitvoeren; 2. sondevoeding toedienen; 3. een voedingspomp bedienen; 4. verzorgen van een maagsonde; 5. stoma verzorgen; 6. bedienen van een infuuspomp en spuitpomp. 7. zuurstof toedienen 8. vloeistoffen via perifeer infuus toedienen; 2 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 25
26 Alle voorbehouden handelingen die in de gevorderde 1 fase aan bod komen: 1. subcutaan en intramusculair injecteren; 2. inbrengen van een maagsonde 3. katheteriseren van de blaas bij vrouwen; 4. katheteriseren van de blaas bij mannen; 5. hielprik neonaten Rekentaken - Medicatie per injectie - Zuurstof toedienen - Sondevoeding toedienen - Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen Verpleegtechnische handelingen (met keuze), die in de gevorderde fase 1 aan bod komen: 1. PEG-sondevoeding toedienen 2. maagspoeling uitvoeren 3. darmspoeling uitvoeren 4. stoma irrigeren 5. vagina irrigeren 6. tracheacanule en tracheastoma verzorgen 7. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandeling 8. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met neurologische behandeling 9. assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Maagspoeling uitvoeren x x x Darmspoeling uitvoeren x x x Stoma irrigeren x x x Vagina irrigeren x x x Tracheacanule en tracheastoma x x x verzorgen Assisteren bij of verrichten van x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van x x x x diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met intern/neurologische onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken/behandelingen in verband met bevalling of geboorte x x 26
27 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 27
28 28
29 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Gevorderd - Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen(i L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C3 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) Feedback 29
30 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *Paraaf door stempel 30
31 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatieindicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: D3: Verpleegtechnische 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, handelingen met keuze 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden Prestatie-indicatoren Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. I. Legt duidelijk uit Presenteren Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. J. Formuleren en Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. rapporteren Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. K. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Vakdeskundigheid toepassen Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling L. Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of 31
32 Competenties in de werkprocessen Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Prestatie-indicatoren instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen a.h.v. protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 32
33 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie 1.0 Gevorderde fase 1Naam student: 33
34 34
35 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D1 Voorbehouden handelingen Gevorderde 1 Activiteiten datum paraaf Kennis Subcutaan en intramusculair injecteren Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren Katheteriseren van de blaas Hielprik neonaten Vaardigheden Subcutaan en intramusculair injecteren Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter Inbrengen maagsonde Rekentaak Medicatie per injectie Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D 2 Verpleegtechnische handelingen Gevorderde 1 Activiteiten datum paraaf Kennis Verwisselen van een suprapubische katheter Spoelen van de blaas Toedienen van zuurstof Stomaverzorging Maagsonde verzorgen Bedienen van de voedingspomp Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Uitzuigen van de mond- en keelholte, vaardigheid Vaardigheden Spoelen van de blaas, vaardigheid. Stomaverzorging Sondevoeding toedienen Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule Voedingsleer Sondevoeding toedienen Rekentaken Zuurstof toedienen Sondevoeding toedienen Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen (rekentaak) 2 35
36 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D3 Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 1 Met Keuze Activiteiten datum paraaf Kennis Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Irrigeren van de vagina Orgaanspoelingen uitvoeren Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek inclusief Glucose bepaling 3 PAAF Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte incl. hielprik 4 Vaardigheden Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid 3 Glucosebepaling is een verplichte verpleegtechnische handeling 4 Hielprik bij neonaten is een voorbehouden handeling 36
37 D1 Subcutaan en intramusculair injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan die je nodig hebt om medicatie toe te dienen per s.c. en i.m. injectie. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Zorg dat je een p.c. tot je beschikking hebt. Boek Verpleegtechnische handelingen thema medicijnen toedienen onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Onderwijsprotocollen achtergrond informatie School Bespreek je bevindingen met mededeelnemers en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 2 Medicijnen toedienen per injectie behalve intraveneus injecteren. Lees de achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Activiteit 2: Lees de achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit. Kijk of je medicijnen kent van je stage/werkplek die volgens een eigen protocol moeten worden toegediend en kijk of het protocol overeenkomt met het protocol met het protocol van je stage/werkplek. 37
38 D1 Vaardigheid: Subcutaan en intramusculair injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kunt medicatie toedienen per s.c. en i.m. injectie volgens protocol in een oefen situatie. Zorg dat je de beschikking hebt over een p.c. Zoek een DVD of een filmpje op internet over s.c. en i.m. injecteren Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Boek Verpleegtechnische handelingen het thema medicijnen toedienen onderdeel 2 Medicijnen toedienen per injectie behalve intraveneus injecteren. Achtergrondinformatie door van de onderwijsprotocollen injecteren incl. gereedmaken van een injectiespuit School Beoordeel de vaardigheden met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Nabespreken in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen verplicht Activiteit 1 Bekijk de DVD of het filmpje over dit onderwerp. Activiteit 2 Ga in het praktijklokaal en oefen de handelingen volgens de protocollen. 38
39 D1 Subcutaan en intramusculair injecteren: veilig werken bij injecteren Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt in kaart gebracht welke aan veiligheidsvoorschriften je, je moet houden bij het injecteren Zorg dat je een PC of DVD speler tot je beschikking hebt. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen, thema medicijnen toedienen, onderdeel; medicijnen toedienen per injectie. Raadpleeg: Zoek een filmpje op internet waarin een demonstatie wordt gegeven van injecteren of een prikaccident aan de orde komt. Zoek de DVD, nu niet meteen in paniek raken. Bestudeer het artikel Dat prikt School Aan de hand van zelf opgestelde criteria t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, beroepspraktijk en crisis situatie. Aan de hand van een evaluatie formulier presenteren. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen (K) Verplicht Activiteit 1 Bereid een presentatie voor waarin je de veiligheidseisen t.a.v. injecteren in kaart brengt. 1. Bekijk de DVD Nu niet meteen in paniek raken. 2. Ga na welke veiligheidseisen er zijn t.a.v. injecteren. 3. Ga na welke protocollen er zijn/ worden gebruikt t.a.v. injecteren in de instelling waar jij stage loopt. 4. Geef aan welke gevaren het injecteren met zich mee kan brengen voor zowel de zorgvrager als de zorgverlener. 5. Geef een voorbeeld van een prikaccident vanuit je praktijk ervaring of zoek een casus op in een boek of op internet. 6. Ga op zoek welk protocol er is in de instelling waar jij stage loopt, gebruikt wordt na een prikaccident. 7. Stel criteria op t.a.v. veiligheid; in het praktijk lokaal, BPV situatie en crisis situatie. 39
40 D1 Rekentaak medicatie per injectie Voorbehouden handeling Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische voorbereiding Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.4 Voor verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Uitleg Toedienen: Bij alle toedieningsvormen, waaronder voornamelijk injecteren en oraal toedienen, wordt een van tevoren berekend deel van de voorraadoplossing aan de patiënt gegeven. Je moet daarbij twee gegevens kennen om uit te rekenen, hoeveel milliliter of liter vloeistof wordt toegediend: 1. Het gevraagde aantal grammen, milligrammen of internationale eenheden voor toediening. 2. De concentratie van de voorraadoplossing. Deze moet altijd vermeld staan op ampul, flacon of fles en wordt uitgedrukt in de reeds eerder genoemde begrippen als: - %, - mg/ml, - g/ml, - IE/ml, enzovoort. Rekenen met procenten. Soms wordt niet aangegeven hoeveel milligram geneesmiddel er per milliliter in de vloeistof zit maar hoeveel procent geneesmiddel er in de vloeistof zit. Gelukkig hebben ze daar internationaal wel afspraken over gemaakt. Het is dan ook zinvol het verband te kennen tussen % en milligrammen. Procent (%) betekent: het honderdste deel 40
41 Eerder werd het verband met grammen beschreven: 1% = 1 g/100 ml, dus ook: 1% = 1000 mg/100 ml Op dezelfde manier kunnen andere percentages "vertaald" worden: 2 % = 20 mg/ml 5 % = 50 mg/ml 0,5 % = 5 mg/ml, enzovoort. Berekenen 1% = 10 mg/ml. (= internationale afspraak) Je deelt wat je wilt hebben door wat je hebt per milliliter Gevraagde hoeveelheid (in mg, g, IE) Voorraad (in mg, g, IE) x volume voorraad = aantal toe te dienen hoeveelheid (in ml of liters) Voorbeeld 1: Aanwezig: Magnesium sulfaat 15% in een flacon van 10 ml. De patiënt moet 1,5 gr Magnesium sulfaat toegediend krijgen. Hoeveel ml moet je de patiënt geven? 15% = 150 mg/ml. Patiënt moet 1,5 gr(=1500 mg) hebben aanwezige voorraad 150mg x 1ml = 10 ml. Deze berekening kan ook in een algemene formule uitgedrukt worden, waarmee het aantal ml of liters voor toediening zich vlot laten berekenen. Voorbeeld 2: In voorraad is fenobarbital 25 mg/ml. Gevraagd wordt om 10 mg in totaal te injecteren. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? Gevraagde hoeveelheid = 10 mg x volume voorraad voorraad 25 mg volume voorraad = 1 ml 10 mg x 1 ml= 0,4 ml 25 mg 41
42 Voorbeeld 3: In voorraad Gentamycine 80 mg/2 ml. Er moet een injectie worden gegeven van 120 mg. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 120 mg x volume voorraad voorraad 80 mg volume voorraad = 2 ml 120 x 2 = 3 ml 80 Voorbeeld 4: In voorraad Heparine 2500 EH/ml. Je moet een zorgvrager 1750 EH toedienen per injectie. Hoeveel ml dien je toe? Gevraagde hoeveelheid = 1750EH Voorraad 2500EH x volume voorraad Volume voorraad = 1 ml 1750EH x 1 = 0,7 ml 2500EH Opgaven: medicatie per injectie: 1. Je moet een onrustige zorgvrager 2 mg Haldol i.m. (intramusculair) geven. Je hebt in voorraad Haldol 5mg/ml. Hoeveel dien je deze zorgvrager toe? 2. Je moet een zorgvrager s -morgens 56IE insuline en s-avonds 28IE insuline s.c. (subcutaan) toedienen. In voorraad insuline 100IE/ml. a. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager s-morgens toe b. Hoeveel ml geef je s-avonds? 3. Je moet een zorgvrager IE Penicilline i.m. toedienen. In voorraad Penicilline IE opgelost in 4 ml aquadest. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 4. Je moet een zorgvrager ter voorbereiding op de narcose 3 mg Dormicum i.m. toedienen. In voorraad Dormicum 15 mg/3ml. Hoeveel ml dien je deze zorgvrager toe? 5. In voorraad een ampul Fenobarbital waarop staat: 2 ml=100 mg. Je moet de zorgvrager een injectie geven van 80 mg Fenobarbital geven. Hoeveel ml. Geef je? 6. In voorraad een ampul morfine 10 mg/ml. Je moet de zorgvrager 7,5 mg morfine geven Hoeveel ml maak je klaar in de spuit? 7. Je hebt in voorraad een flesje insuline waarop staat Insuline 100EH/2ml Je moet de zorgvrager 10 EH Insuline geven. Hoeveel ml geef je? 42
43 8. Je hebt in de kast een flesje Heparine 7500EH/10ml. Je moet de zorgvrager 600EH Heparine geven. Hoeveel ml. trek je op? 9. Een zorgvrager die teveel vocht vasthoudt krijgt 25 mg Lasix toegediend. In voorraad een ampul Lasix 20 mg/2ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 10. Je moet een zorgvrager 3 mg Temesta i.m. geven. In de voorraadkast ligt Temesta 6 mg/2ml Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 11. Je moet een zorgvrager 10 mg Losec toedienen. Je hebt in voorraad 40 mg Losec per flacon. Deze flacon wordt opgelost met het bij de verpakking ingesloten oplosmiddel van 10 ml. Hoeveel ml. dien je deze zorgvrager toe? 12. Je heb een penicilline-oplossing van 8000IE/5ml. De zorgvrager moet per keer 4000IE hebben. a. Hoeveel ml. trek je op? b. Hoeveel ml. krijgt de zorgvrager per 24 uur als hij 4 giften krijgt? 13. Een zorgvrager moet 300 mg Clamoxyl i.m. hebben. Je hebt in voorraad een flacon van 1,5 gram in 10 ml opgelost. Hoeveel ml. trek je op? Opgave 14 In voorraad heb je Actrapid 100 EH / Ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven. De zorgvrager moet hebben: We geven: 2 EH actrapid... ml 7.5 EH actrapid... ml 14 EH actrapid... ml 20 EH actrapid... ml 28 EH actrapid... ml 32 EH actrapid... ml 64 EH actrapid... ml 43
44 15 In voorraad Heparine van 5000EH/ml Bereken in het onderstaande schema hoeveel ml je moet geven De zorgvrager moet hebben: We geven: 1000 EH ml 1250 EH...ml 1500 EH ml 1750 EH ml 2000 EH ml 3000 EH ml 3750 EH ml 6250 EH ml 16. Je hebt in voorraad KCL 20 mmol/10 ml. De zorgvrager moet 120 mmol/24 uur krijgen, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe? 17. Je hebt in voorraad magnesiumoxide van 12,5%. Je moet geven aan de zorgvrager 200 mg magnesiumoxide. Hoeveel ml dien je toe? 18. Je hebt in voorraad Magnesiumsulfaat 20%. Je moet de zorgvrager 350 mg Magnesiumsulfaat geven. Hoeveel ml dien je toe? 19. Je hebt in voorraad Pethidine 5%. Je moet de zorgvrager 50 mg Pethidine geven. Hoeveel ml dien je toe? 20. Je hebt in voorraad KCL 15 mmol/10 ml. Je moet de zorgvrager 180 mmol/24 uur geven, verdeeld over 4 zakken van 500 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per zak toe. 21. Je hebt in voorraad een flacon van 10 ml Magnesium Sulfaat 15%. Hoeveel gram Magnesium Sulfaat zit er in deze flacon. 22. Je hebt in voorraad een ampul van 5 ml Magnesiumsulfaat 20%. Hoeveel gram Magnesiumsulfaat zit er in deze ampul? 23. In voorraad: ampullen atropine van 0,5%. Je moet de zorgvrager 10 mg atropine i.m. toedienen. Hoeveel ml dien je de zorgvrager toe? 44
45 D1 Inbrengen maagsonde, vaardigheid. Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Je kan in een oefensituatie volgens protocol maagsonde inbrengen. Je kan in een oefensituatie een maagsonde verwijderen. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: inbrengen maagsonde verwijderen maagsonde Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 45
46 D2 Een maagsonde verzorgen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft zijn kennis getoond over het verzorgen van een maagsonde. Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen, onderdeel een maagsonde inbrengen en verzorgen 2.4 De verzorging van een zorgvrager met een sonde Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Keuze Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen onderdeel Een maagsonde inbrengen en verzorgen 2.4 De verzorging van een zorgvrager met een sonde Maak de kennisopdrachten. 46
47 D2 VDL Sondevoeding toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je hebt kennis opgedaan van de indicaties voor sondevoeding, vormen van toediening en soorten sondevoeding Ga na wat je al weet van sondevoeding en wat je ervaringen zijn. Zoek een DVD over het toedienen van sondevoeding in de mediatheek/ OLC of zoek een filmpje over dit onderwerp. Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1 : Zoek bij de Vilans onderwijsprotocollen bij het onderwerp sondevoeding naar informatie over Sondevoeding, wat is het en wanneer wordt het gegeven en soorten, bereiden en bewaren van sondevoeding 47
48 D2 Bedienen voedingspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de gebruiksaanwijzing van verschillende voedingspompen. De student heeft zicht op de indicaties en complicaties van het gebruik van een voedingspomp. Zorg dat je beschikking hebt over de gebruiksaanwijzing van voedingspompen van tenminste twee fabrikanten. Formeer een groepje van tenminste drie studenten. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Zoek via Vilans - onderwijsprotocollen naar voedingspompen zowel documenten als afbeeldingen. Vilans onderwijsprotocollen Thuis/School Evalueer de inhoud van de presentatie met de docent in de klas. Evalueer de presentatie aan de hand van een evaluatie formulier. Lever het verslag in ter beoordeling aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Vergelijk de verschillende voedingspompen met elkaar die je gevonden hebt op Vilans - onderwijsprotocollen. Maak een lijstje van criteria waaraan een voedingspomp moet voldoen. Beoordeel de voedingspompen aan de hand van de criteria. Presenteer de uitkomsten in de groep. Activiteit 2: Beschrijf de indicaties voor een voedingspomp en de mogelijke complicaties. Geef aan hoe je deze complicaties kunt voorkomen en vroegtijdig kunt opsporen. Beschrijf wat je moet doen bij de beschreven complicaties. 48
49 D2 Sondevoeding toedienen, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie sondevoeding toedienen volgens protocol.. Zorg dat je beschikking hebt over de volgende protocollen: Toedienen van sondevoeding met een 50ml spuit. Toedienen van sondevoeding met een toedieningssysteem. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: Sondevoeding toedienen Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 49
50 D2 Rekentaak sondevoeding toedienen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 2. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) c. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als je dezelfde hoeveelheid via een voedingspomp gaat geven 3. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 50
51 4. Je moet een zorgvrager 1,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1,5 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 18 druppels) 5. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml.. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig? b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 6. Je moet een zorgvrager 1 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 1 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 7. Je moet een zorgvrager 2,5 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 500 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2,5 liter in 12 uur in moet lopen (1ml=17 druppels) 8. Je moet een zorgvrager 2 liter sondevoeding toedienen. Je hebt in voorraad zakken sondevoeding van 250 ml. a. Hoeveel zakken sondevoeding heb je nodig b. Op hoeveel druppels per minuut stel je de sondevoeding in als 2 liter in 12 uur in moet lopen (1 ml = 16 druppels) 51
52 D2 Toedienen van zuurstof Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om zuurstof toe te kunnen dienen. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Zorg dat je een P.C. tot je beschikking hebt Boek verpleegtechnische handelen Thema: De ademhaling ondersteunen onderdeel 2 zuurstof toedienen Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen. School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema De ademhaling ondersteunen onderdeel 2 Zuurstof toedienen. Maak de opdrachten praktijk 1, 2 en 3. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen. 52
53 D2 Rekentaak Zuurstof toedienen Resultaat Test jezelf doormiddel van de rekentaak Praktische voorbereiding Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Theorie Locatie Op school Evaluatie Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas Werkproces 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht/keuze Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Zuurstof cilinders. In ziekenhuizen en sommigen verpleeghuizen vind je in de muur, naast of boven het bed van de zorgvrager, een soort zilverkleurig boxje met een bordje zuurstof er boven. Via allerlei buizen komt uit een grote tank, die bij het ziekenhuis staat, zuurstof. Dat is wel zo makkelijk. De technische dienst zorgt er voor dat er genoeg zuurstof in de tank zit. In verpleeghuizen, verzorgingshuizen of thuis maakt men vaak gebruik van zuurstof cilinders. Voor zuurstof geldt dat het in een grijze fles zit met een zwarte band om de witte hals. Op die band staat met witte letters ZUURSTOF Zuurstof bevindt zich in cilinders van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter inhoud. Dit is echter niet de hoeveelheid zuurstof die erin zit, want de zuurstof is er in hoge druk samengeperst. Dit noemt men de overdruk van het gas. Deze overdruk of atmosferische druk wordt aangegeven door een drukmeter of manometer die op de cilinder is gemonteerd. Internationaal wordt de atmosferische druk in BAR aangeduid. Voor het bepalen van het aantal liters zuurstof, dat zich nog in de cilinder bevindt, ga je uit van de volgende regel: DE DRUK X DE INHOUD VAN DE CILINDER = DE HOEVEELHEID ZUURSTOF Druk wordt door de manometer aan gegeven in bar of atmosfeer, in mmhg of kg/cm 2 inhoud is de aan gegeven inhoud van de cilinder. De kleine (nood)flesje hebben een inhoud van 2 liter maar er zijn ook flessen van 5, 10 en 40 liter 53
54 Wetenswaardigheden Als de manometer nog 1 BAR aangeeft dan is de druk gelijk aan de buitenlucht en zal er geen zuurstof meer uit de cilinder komen. Linde Gas Benelux geeft aan zelfs 2 bar in de fles te houden. Dit om vervuiling in de fles / systeem te voorkomen. Dit betekent dus dat je als je precies wilt rekenen 1 of 2 bar van de fles moet afhalen. Je komt dan zuurstof tekort als je het precies berekend. Het is dan ook belangrijk om dit in de praktijk in je achterhoofd te houden. In de sommen hebben we per 2012 afgesproken dat we hier geen rekening mee houden. In de meeste leerboeken / verpleegkundig rekenen wordt hier ook geen rekening mee gehouden. Voorbeelden De cilinderinhoud is 10 liter. De manometer staat op 75 BAR. Hoelang kan men deze cilinder gebruiken als de zorgvrager 2 liter per minuut krijgt? Berekening Aantal liter zuurstof: 75 x 10 = 750 liter. De tijdsduur is 750 liter = 375 minuten = 6 uur en 15 minuten 2 l/min Vraag Je hebt een cilinder met een inhoud van 10 liter. De zorgvrager moet hebben 2 liter per minuut, gedurende 2 uur. De manometer staat op 130 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? Berekening a. 130 x 10 = 1300 liter. b. 2 uur = 120 min. (2 X 60 min.) De zorgvrager krijgt: 120 x 2 liter = 240 liter c. In de cilinder bevindt zich na afloop: 1060 liter ( ). De manometerdruk is 106 BAR (1060 : 10) 54
55 Opgaven zuurstof toedienen 1. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staan op 20 BAR? 2. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 65,2 BAR? 3. Je hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 2 uur. De manometer staat op 160,5 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter zuurstof krijgt de zorgvrager in 2 uur toegediend? c. Hoeveel uur kun je toekomen met deze cilinder? 4. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 4 uur 2 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 5. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter als de manometer staat op 101,25 BAR? 6. De manometer van een 10 liter cilinder staat op 65 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kun je toekomen als de zorgvrager 2 l/min. krijgt? 7. Hoeveel liter zuurstof krijgt een zorgvrager die gedurende 2 uur 1 liter zuurstof per minuut krijgt toegediend? 8. Hoeveel liter zuurstof zit er in een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter als de manometer staat op 87,4 BAR? 9. U hebt een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter. De zorgvrager krijgt 2 l/min. gedurende 4 uur. De manometer staat op 140 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel liter moet de zorgvrager in totaal krijgen? c. Hoeveel BAR geeft de manometer na 2 uur aan? 55
56 10. De manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter staan op 95 BAR. Hoeveel BAR geeft de manometer aan als een zorgvrager gedurende 5 uur 1 liter zuurstof per minuut heeft gekregen? 11. De manometer van een 40 liter cilinder staat op 85 BAR. a. Hoeveel liter zuurstof zit er in de cilinder? b. Hoeveel uur kunt u toekomen als de zorgvrager 5 l/min toegediend krijgt? 12. U moet een zorgvrager gedurende 2,5 uur 1 liter zuurstof per minuut geven. a. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 10 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? b. Op hoeveel BAR moet de manometer van een cilinder met een cilinderinhoud van 40 liter minstens staan opdat er voldoende zuurstof aanwezig is? 56
57 D3 PAAF Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte incl. hielprik Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met bevalling of geboorte. Zorg dat je de beschikking hebt over een computer. Vilans, onderdeel puncties hielprik Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Zoek enkele veel voorkomende onderzoeken die er plaats vinden bij zwangere vrouwen, bevallingen en geboortes. Zoek op wat de hielprik inhoudt, wat het doel is, hoe wordt het uitgevoerd en door wie het wordt uitgevoerd. 57
58 D1 Hielprik toepassen Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in het toepassen van de hielprik Formeer een groepje van maximaal 5 studenten. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet over het toepassen van een hielprik. Bestudeer de theorie over hielprik toepassen Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. School/thuis Evalueer activiteit 2 en aan de hand van het antwoord model van ThiemeMeulenhoff 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet Activiteit 2: verplicht Maak de kennisopdracht van het thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. Activiteit 3: keuze Voer de samenwerkingsopdracht uit van het thema: Puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. Activiteit 4: verplicht Maak de vragen van praktijk 1 van het thema: puncties verrichten, onderdeel hielprik toepassen. 58
59 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met chirurgische behandelingen Verpleegtechnische handelingen met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. chirurgische behandelingen Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 2 assisteren bij chirurgische behandelingen Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 2 assisteren bij chirurgische behandelingen Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Activiteit 2: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 59
60 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen i.v.m. interne / neurologische onderzoek Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 3 assisteren bij intern / neurologisch onderzoek Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema Deelnemen aan onderzoek en behandeling door andere disciplines onderdeel 3 assisteren bij intern / neurologisch onderzoek Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Activiteit 2: Kijk op naar relevante informatie die van toepassing zijn op dit onderwerp en de afdeling waar je momenteel werkzaam bent. 60
61 D3 Assisteren bij of verrichten van diagnostische onderzoeken / behandelingen in verband met intern / neurologisch onderzoek Glucose bepaling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie omtrent het bepalen van het glucosegehalte in het bloed Zorg dat je een computer bij de hand hebt. Onderwijsprotocollen Vilans onderdeel puncties bloedglucosewaarden bepalen en bloedglucose meters Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bespreek met je groepsgenoten je ervaring met het bepalen van het glucose gehalte. Welke verschillen kom je tegen? Ga naar en bestudeer het onderdeel suikerziekte Ga naar onderwijsprotocollen Vilans, onderdeel puncties en bestudeer de onderdelen bloedglucosewaarden bepalen en bloedglucose meters Activiteit 2: Kijk op DVD of internet naar de diverse mogelijkheden om een glucose bepaling te doen. Kijk in het vaardigheidslokaal naar de diverse glucosemeters en voer een test uit. 61
62 D1 Katheteriseren van de blaas Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaaskatherisatie uit te voeren Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen onderdeel Het inbrengen van een blaaskatheter Achtergrondinformatie onderwijsprotocollen onderdeel nier en blaaskatheterisatie Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Zorgvragers met blaaskatheters en maagsondes verzorgen het onderdeel Het inbrengen van een blaaskatheter Maak de praktijkopdrachten 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de Vilans - onderwijsprotocollen onderdelen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter 62
63 D2 Verwisselen van een suprapubische katheter Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een suprapubische katheter te verwisselen. Zorg dat je een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Achtergrondinformatie Vilans -onderwijsprotocollen verwisselen suprapubische verblijfskatheter Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen, onderdeel: verwisselen van een suprapubische katheter 63
64 D1 Katheteriseren van de blaas en verwisselen suprapubische katheter, vaardigheid. Voorbehouden handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Je kan in een oefensituatie volgens protocol een blaaskatheterisatie uitvoeren. Je kan in een oefensituatie volgens protocol een suprapubische katheter verwisselen. Je kan in een oefensituatie een verblijfskatheter verwijderen. Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: blaaskatheterisatie bij een man, eenmalig blaaskatheterisatie bij een man, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een man twee personen blaaskatheterisatie bij een vrouw, eenmalig blaaskatheterisatie bij een vrouw, (verblijfskatheter) blaaskatheterisatie bij een vrouw, twee personen verwijderen verblijfskatheter Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 64
65 D2 Spoelen van de blaas Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis opgedaan die je nodig hebt om een blaasspoeling uit te voeren. Zorg dat je het boek Verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelen Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas Achtergrondinformatie Vilans onderwijsprotocollen onderdeel blaasspoeling Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren onderdeel 1 spoelen van de blaas. Maak de opdrachten praktijk 1 en 2 Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: Katheterspoelen met een spoelzakje Katheter spoelen met een spuit Blaas poelen met een spoelzakje via een verblijfskatheter Blaasspoelen met een spuit via een verblijfskatheter Aansluiten systeem blaas spoelen via een verblijfskatheter Verwijderen systeem blaas spoelen via een verblijfskatheter 65
66 D2 Spoelen van de blaas, vaardigheid. Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Je kan in een oefensituatie volgens protocol een blaasspoeling uitvoeren Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Vorm een groepje met 3 of 4 medestudenten. School Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handeling: blaasspoeling Activiteit 2: Oefen de vaardigheid volgens protocol in het praktijklokaal. 66
67 D3 Orgaanspoelingen uitvoeren Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van het spoelen van de maag, darm en stoma. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren, onderdeel spoelen van de maag, irrigeren van een stoma en spoelen van de darm Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Orgaanspoelingen uitvoeren de onderdelen Spoelen van de maag, irrigeren van een stoma en spoelen van de darm Maak de praktijkopdrachten van de bovenstaande onderdelen. Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: spoelen van een colostoma darmspoelen rectaal / toedienen van een hoog opgaand klysma maaginhoud hevelen 67
68 D2 Stoma verzorging Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie stomaverzorging Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: helpen bij uitscheiding onderdeel een stoma verzorgen Thuis/School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen het thema Helpen bij uitscheiding het onderdeel een stoma verzorgen Maak de praktijkopdrachten 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdrachten. Lees de achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje 68
69 D2 Stoma verzorging, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie volgens protocol een stoma verzorgen. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je de benodigde protocollen tot je beschikking hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: helpen bij uitscheiding onderdeel een stoma verzorgen Achtergrondinformatie en richtlijnen van de onderwijsprotocollen onderdelen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje School Kijk deze activiteit na met klasgenoten en vraag zo nodig verduidelijking aan de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: verwisselen stoma / fistelzakje bij tweedelig systeem verwisselen van huidplaat en stoma / fistelzakje Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 69
70 D3 Irrigeren van de vagina Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van het spoelen van de vagina. De student heeft een protocol opgesteld voor het irrigeren van de vagina. Formeer een groepje van maximaal 5 studenten Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Orgaanspoelingen uitvoeren, onderdeel irrigeren van een stoma. School/thuis Evalueer activiteit aan de hand van het antwoord model in het mapje ondersteunende materialen. Laat het verslag beoordelen door de docent. Evalueer activiteit 2 aan den hand van het kaartje van Korthage en bespreek de inhoud met je docent. 1.4 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen verplicht Activiteit 1 Zoek in de literatuur achtergrond informatie over het irrigeren van de vagina en geef antwoord op de volgende vragen. 1. Welke indicaties zijn er voor het irrigeren van de vagina? 2. Welke contra indicaties zijn er voor het irrigeren van de vagina? Activiteit 2 Maak een verslag waarin je: - Tenminste 2 protocollen voor het irrigeren van de vagina met elkaar vergelijkt. - Geef aan welk protocol je het beste vindt en waarom. - Pas het beste protocol aan, aan het format wat gebruikt wordt op school - Geef aan hoe je rekening houdt met gevoelens van schaamte bij de zorgvrager. 70
71 D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de verzorging van een tracheostomie en tracheacanule Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen, Thema ademhaling ondersteunen, onderdeel: De verzorging van een tracheostoma/ tracheacanule. Vilans onderwijsprotocollen onderdeel tracheacanule Thuis/School Evalueer de vraag uit praktijk 1 aan de hand van de inhoud van het boek en bespreek dit met een mede student. Beoordeel de kennisopdracht aan de hand van het antwoordmodel. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema de ademhaling ondersteunen onderdeel 1 de verzorging van een tracheastoma/tracheacanule. Maak in een groepje de praktijkopdrachten 1 en 2. Maak de samenwerkingsopdracht. Bestudeer van de Vilans onderwijsprotocollen het onderdeel tracheacanule de relevante achtergrondinformatie. Beschrijf op welke manieren een zorgvrager met een tracheacanule kan spreken. 71
72 D3 Verzorgen van een tracheostoma en tracheacanule, vaardigheid Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een tracheostoma en tracheacanule verzorgen volgens protocol. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: reinigen van een eendelige tracheacanule verzorgen tracheastoma reinigen trachea binnencanule verzorgen huid Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 72
73 D3 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in het uitzuigen van de mond- en keelholte en het uitzuigen van een tracheacanule. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en het boek Verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: De ademhaling ondersteunen, onderdelen Het uitzuigen van de mond-en keelholte en de verzorging van een tracheastoma/tracheacanule Vilans onderwijsprotocollen Thuis/School Evalueer de vraag bij praktijk 1 en de kennis opdracht met behulp van het antwoord model. Evalueer de samenwerkingsopdracht aan de hand van een evaluatie formulier. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Bespreek de antwoorden op de vragen van activiteit 1 met je docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1 Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen onderdeel 3 Het uitzuigen van de mond- en keelholte en van onderdeel Het verzorgen van een tracheastoma en een tracheacanule Beantwoordt de vraag bij praktijk 1 Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht. Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel zuurstof toedienen de relevante achtergrondinformatie m.b.t. uitzuigen mond- keelholte Bestudeer van Vilans onderwijsprotocollen onderdeel tracheacanule de relevante achtergrondinformatie m.b.t. uitzuigen tracheacanule. 73
74 D3 Uitzuigen van de mond- en keelholte en tracheacanule, vaardigheid Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol. De student kan in een oefensituatie volgens protocol een tracheacanule uitzuigen. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: uitzuigen oppervlakkig slijm via mond of neus uitzuigen van de tracheacanule met cuff uitzuigen tracheastoma zonder canule verzorging huid uitzuigen trachea via tracheacanule Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 74
75 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft zich verdiept in de theorie van parenteraal toedienen van vloeistoffen via een perifeer infuus. Zorg dat je beschikking hebt overeen computer en het boek verpleegtechnische handelingen. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen, onderdeel parenteraal toedienen van vloeistoffen. Thuis/School Evalueer activiteit 1 met de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bestudeer uit je boek Verpleegtechnische handelingen thema: parenteraal toedienen van vloeistoffen. Beantwoord de vragen bij praktijk 1 en 2. Beantwoordt de vragen van de kennisopdracht 1,2,3, 5,6 en 7. Bestudeer de relevante achtergrondinformatie van de Vilans onderwijsprotocollen inclusief hypodermoclyse 75
76 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus, vaardigheid Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan in een oefensituatie een infuussysteem klaarmaken voor gebruik en aansluiten op een infuusnaald. Zorg dat je een computer bij de hand hebt. School Evalueer activiteit 1 met de docent. Beoordeel de vaardigheden aan de hand van de protocollen en vraag je mede studenten en de docent om feedback. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit. K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: Bekijk een DVD of filmpjes op internet over de handelingen: gereed maken infuuszak en infuussysteem verwisselen infuuszak infuusslang verzorgen insteekopening perifeer infuus fysiologisch zout doorspuiten in perifeer infuus Activiteit 2: Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal. 76
77 D2 Rekentaak 1 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Kijk de rekentaak na met behulp van het antwoordmodel en de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opdrachten goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. 1. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Rond af naar hele ml. Antwoord:.. ml/uur 2. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:.. ml te veel/ te weinig. 3. Een zorgvrager krijgt 3 liter NaCl / 24 uur. Om uur zie je dat er nog 400 ml in de infuuszak zit. Op welke druppelsnelheid moet het infuus staan om deze zak om uur leeg te laten zijn? (Afronden op een geheel getal.) Antwoord:. druppels per minuut 4. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 2.5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? Antwoord:... ml per minuut 77
78 5. Een zorgvrager krijgt 2ltr. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 200 ml bevat. Hoeveel ml Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 6. Een zorgvrager moet 3 ltr NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? Antwoord:.druppels per minuut 7. Een zorgvrager krijgt 2,5 ltr. Gluc 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml nog 250 ml bevat. Hoeveel ml Gluc 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? Antwoord:. ml teveel/ te weinig 78
79 D2 Rekentaak 2 Toedienen van parentarale vloeistoffen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K vakdeskundigheid toepassen Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op 1. Via een infuus moet 1500ml vloeistof van Ringer ingebracht worden over een tijd van 15 uur. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord: druppels per minuut 2. Bepaal de druppelsnelheid wanneer in 24 uur 6 kolven a 500ml bij een patiënt ingebracht moet worden. Antwoord: druppels per minuut 3. Vijf infuuskolven a 250ml elk met 5% glucose oplossing moeten in 7 uur inlopen. Hoe stel je de druppelsnelheid in? Antwoord:...druppels per minuut 4. Aan een infuusfles met 500 ml fysiologische- zoutoplossing wordt 10ml KCL toegevoegd, het geheel moet in 2 uur inlopen. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid ingesteld? Antwoord:..ml per uur 79
80 ml infuusvloeistof moet met behulp van een volumepomp 7 uur inlopen. Hoeveel ml/uur wordt de volumepomp ingesteld? Antwoord:..ml per uur 6. Stel, dat hetzelfde van vraag 5 met behulp van een druppelpomp moet gebeuren. Op hoeveel dr/min wordt de druppelsnelheid dan ingesteld? Antwoord:. druppels per minuut 7. Reken om naar druppels per minuut: a. 0,1 ml/ min b. 0,8 ml/min: c. 3.2 ml/min: d. 0.1 ml/sec: e. 0,02 ml/sec: f. 180 ml/ uur: g. 6ml/uur: h. 24ml/uur: 8. Hoeveel ml/ uur zou de infuuspomp lopen, wanneer in 12.5 uur 45 ml fysiologische zoutoplossing en 5ml Dobutrex inlopen? Antwoord: ml per uur 9. Reken om naar milliliters/ uur: a. 25 ml/min: b. 25 dr/min: c. 0,8 ml/min: d. 1,6 ml/min: e. 0, 5 ml/sec: f. 1dr/sec: g. 100 ml/ min: h. 300dr/uur: 80
81 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie 1.0 Naam student: 81
82 82
83 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D1 Voorbehouden Handelingen Gevorderd 1 Verplicht Activiteiten datum paraaf Injecteren subcutaan Injecteren intramusculair Maagsonde inbrengen/ verwijderen Katheteriseren van de blaas Verblijfskatheter bij een vrouw Verblijfskatheter bij een man Eenmalig Katheteriseren Blaaskatheter controleren Suprapubisch Katheter inbrengen Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D2 Verpleegtechniche handelingen Gevorderd 1 Verplicht Toedienen van zuurstof Maagsonde: Verzorgen maagsonde Verwijderen maagsonde Sondevoeding toedienen Bedienen voedingspomp Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D D3 Verpleegtechnische handelingen Gevorderd 1 Met Keuze Uitzuigen van mond-en keelholte Uitvoeren van een blaasspoeling met een open systeem Toedienen van vloeistoffen via een perifeer infuus/ bedienen infuuspomp Uitvoeren van een maag/darmspoeling Irrigeren van de vagina Irrigeren van een stoma Verzorgen van een tracheacanule Assisteren bij verrichtingen van diagnostisch onderzoek: Chirurgisch onderzoek Intern/ neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte 83
84 84
85 D1 Injecteren subcutaan Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een subcutane injectie geven volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 2 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 85
86 D2 Injecteren intramusculair Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een intramusculaire injectie geven volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 4 hoofdstuk 2 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 86
87 D2 Toedienen van zuurstof Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt zuurstof toedienen volgens protocol door middel van een fles, een concentrator of een centraal systeem Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 6 hoofdstuk 2 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 87
88 D1 Maagsonde inbrengen/ verwijderen Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een maagsonde inbrengen volgens protocol Je kunt de maagsonde controleren volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 8 hoofdstuk 2 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 88
89 D2 Verzorgen van een maagsonde Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt een maagsonde verzorgen volgens protocol Je kunt een maagsonde verwijderen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 2 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 89
90 D2 Sondevoeding toedienen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt sondevoeding toedienen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 2 hoofdstuk 1 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 90
91 D2 Bedienen voedingspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een voedingspomp bedienen volgens protocol Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 7 hoofdstuk 1 en thema 2 hoofdstuk Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 91
92 D2 Stomaverzorging Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt stomaverzorging toepassen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 3 hoofdstuk 1 Werkproces 1.3 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Vaardigheden Verplicht/keuze D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verzorgen van een stoma -colon stoma -duodenum stoma -ileo stoma -uro stoma Verplicht 92
93 D1 Katheteriseren van de blaas Voorbehouden handeling Resultaat Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) Je kunt een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) Je kunt eenmalig katheteriseren (man, vrouw) Je kunt de blaaskatheter controleren volgens protocol Je kunt een suprapubische katheter inbrengen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 8 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Vaardigheden - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (vrouw) - een verblijfskatheter inbrengen volgens protocol (man) - eenmalig katheteriseren (man, vrouw) - blaaskatheter controleren volgens protocol - suprapubische katheter inbrengen volgens protocol Verplicht/keuze Verplicht 93
94 D2 Uitvoeren van een blaasspoeling Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een open systeem Je kunt een blaasspoeling uitvoeren met een gesloten systeem Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 10 hoofdstuk 1 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 94
95 D3 Uitvoeren van een maag/darmspoeling Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplichting Je kunt een maag/darmspoeling uitvoeren volgens protocol Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 10 hoofdstuk 2 en Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Naar keuze 95
96 D3 Irrigeren van een stoma Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Je kunt een stoma irrigeren volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 10 hoofdstuk 3 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 96
97 D3 Assisteren bij verrichten van diagnostisch onderzoek Verpleegtechnische handeling met keuze Resultaat Je kunt assisteren bij het verrichten van een diagnostisch onderzoek Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 12 hoofdstuk 2,3 en 4 Boek verplegen in kraamzorg thema 3 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke verrichtingen Verplichting 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Chirurgisch onderzoek Intern/neurologisch onderzoek Bevalling of geboorte Naar keuze 97
98 D2 Verzamelen van monsters t.b.v. diagnostiek : bloedsuiker bepalen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de bloedsuiker bepalen met behulp van een vingerprik volgens Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 12 hoofdstuk 1 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid onder begeleiding uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 98
99 D2 Toedienen van vloeistoffen via perifeer infuus/ bedienen infuuspomp Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt vloeistoffen toedienen via een perifeer infuus en hierbij de infuuspomp instellen en de druppelsnelheid van een perifeer infuus berekenen en instellen Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 4 hoofdstuk 3 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 99
100 D2 Uitzuigen van mond- en keelholte Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt de mond- en keelholte uitzuigen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 6 hoofdstuk 3 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 100
101 D3 Verzorgen van een tracheacanule Verpleegtechnische handeling naar keuze Resultaat Je kunt een tracheacanule verzorgen volgens protocol Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 6 hoofdstuk 1 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplichting Naar keuze 101
102 D2 EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken bij ademstilstand en circulatiestilstand 5 Verpleegtechnische handelingen Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Mogelijke voorbeelden Verplicht/keuze Je kunt adequaat handelen bij een ongeval of een onverwachte situatie Je kunt de juiste interventies toepassen volgens de richtlijnen Boek verpleegtechnische handelingen thema 13 hoofdstuk voert verpleegtechnische handelingen uit 1.7 hanteert crisissituaties A: Beslissen en activiteiten initiëren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen J: Formuleren en rapporteten L: Materialen en middelen inzetten M: Analyseren T: Instructies en procedures opvolgen V: Met druk en tegenslag omgaan Zorg dat je op de hoogte bent van de richtlijnen/protocollen bij acute situaties op je afdeling Voer de vaardigheden uit in geval van acute situaties Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheden Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verwondingen Vergiftiging Verstikking Verslikken Ademstilstand/circulatiestilstand Verplicht 5 deze activiteit wordt ook in B3 crisissituaties aangeboden 102
103 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K- M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C2 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 103
104 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 104
105 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Gevorderde fase 2 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie:1.0 Fase: gevorderd 2 Naam student:. 105
106 106
107 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, waaronder voorbehouden handelingen (functionele zelfstandigheid*) Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skills lab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de gevorderde fase 2 van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden). 6 Oefen de handelingen in het skills lab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaam niveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in gevorderde fase 2 aanbod komen: 1. verzorgen van wonden: zwarte wonden en wonden met hechtingen; 2. hechtingen en tampons verwijderen; 3. geneesmiddelen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem / toedieningssysteem (pomp, kolf of zakje); 4. verzorgen epiduraal katheter 5. EHBO verlenen bij: verwondingen, vergiftigingen, verstikking, verslikken, en bij ademstilstand en circulatiestilstand (B3 crisissituaties) Rekentaken - geneesmiddelen toedienen in opgeloste vorm via een infuus/bedieningssysteem(pomp, kolf of zakje) 6 Wanneer er een verpleegtechnische handeling in de praktijk voorkomt, die je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aan leren voor die handeling 107
108 Verpleegtechnische handelingen met keuze, die in Gevorderde fase 2 aan bod komen: 1. wonden met drains verzorgen 2. wonddrain verwijderen Overige verpleegtechnische handelingen (met keuze) Branche ZH VVT GGZ GHZ Wonden met drains verzorgen x x Wonddrain verwijderen x x 108
109 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst. 109
110 110
111 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Gevorderd - Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen(i L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C3 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) Feedback 111
112 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *Paraaf door stempel 112
113 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatieindicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: D3: Verpleegtechnische 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, handelingen met keuze 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheid toepassen Prestatie-indicatoren Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling 113
114 L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen a.h.v. protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 114
115 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie 1.0 Gevorderde fase 2 Naam student: 115
116 116
117 Ondersteuningsmagazijn School Beroepstaak D2 Verpleegtechnische handelingen Gevorderd 2 Verplicht Activiteiten Verpleegtechnische handelingen Gele en zwarte wonden verzorgen Verzorgen van wonden met agraves/hechtingen Verzorgen van wonden met tampons Verzorgen epiduraal katheter Geneesmiddelen toedienen via toedieningssysteem Rekentaken Rekentaak 1: Geneesmiddelen toedienen per infuus Rekentaak 2: Geneesmiddelen toedienen per infuus Datum Paraaf Ondersteuningsmagazijn School Activiteiten Wonden met drains verzorgen Wonddrains verwijderen Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen, met keuze Gevorderd 2 Keuze Datum Paraaf 117
118 118
119 D2 Gele en zwarte wonden verzorgen Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces Competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe het verzorgen van gele en zwarte wonden volgens protocol wordt uitgevoerd. Zorg dat je beschikking hebt over een computer en internet. Zorg dat je de beschikking hebt over het boek verpleegtechnische handelingen. Print het protocol: Wondverzorging( Vilans) Stem af met welke studenten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 studenten) Boek: verpleegtechnische handelingen Thema; Wonden verzorgen School of thuis. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. Beoordeel de vaardigheid met behulp van het protocol. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag de docent of de uitvoering voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K. Vakdeskundigheid toepassen L. De juiste materialen en middelen gebruiken T. Instructies en procedure opvolgen verplicht Activiteit 1: Maak een verslag over het verzorgen van gele en zwarte wonden, in dit verslag moet minimaal de volgende items opgenomen worden: Wat zijn de oorzaken van gele en zwarte wonden. Op welke aspecten beoordeel je deze wond? Welke wondverbanden zijn volgens W.C.S. geschikt voor het verzorgen van gele en zwarte wonden. Welke disciplines worden betrokken bij de behandeling van wonden. Activiteit 2: Oefen de vaardigheid volgens protocol 119
120 D2 Verzorgen van wonden met hechtingen Verpleegtechnische handeling Resultaat De student heeft kennis over diverse methoden van wondhechting. Praktische Zorg dat je het boek verpleegtechnische vaardigheden bij de voorbereiding hand hebt. Zoek informatie op via internet Zoek protocol op via Vilans; Verwijderen hechtingen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Internet Vilans site Locatie Op school/thuis Evaluatie Na bespreking met de docent, antwoordmodel Werkproces 1.4 competentie Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht/keuze verplicht Activiteit; Bestudeer de theorie over diverse methoden van wondhechting. Beantwoord de volgende vragen; 1. Welke methoden van hechten bestaan er? 2. Waar zijn die van afhankelijk? 3. Wat is belangrijk bij het verwijderen van de hechtingen? 4. Geef per hechting soort aan wat de specifieke aandachtspunten zijn. 5. Hoe verzorg je een wond met hechtingen? 120
121 D2 Verzorgen van wonden met tampons Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft kennis over het tamponeren van wonden en vragen hierover beantwoord. Zorg dat je het boek verpleegtechnische vaardigheden bij de hand hebt. Zoek het protocol op over het; Verwijderen van een wondtampon( Vilans). Bestudeer theorie en achtergrondinformatie over het verzorgen van wonden met tampons. Stem af met welke andere klasgenoten je deze activiteit gaat uitvoeren. Boek verpleegtechnische handelingen, hoofdstuk verzorgen van wonden. en en Vilans site Op school Na bespreking met de docent. Aan de hand van het protocol evalueren of de vaardigheid goed is uitgevoerd. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten verplicht Activiteit 1; Beantwoord de volgende vragen: - Ga op zoek naar welke wonden getamponneerd kunnen worden en de indicaties hiervoor aanwezig moeten zijn, - Onderzoek uit welk materiaal een tampon kan bestaan; - Onderzoek met je subgroep de voor en nadelen van tamponneren, op kort en lang termijn, - Ga met je subgroep na, wat het vervolg van een wondbehandeling zou kunnen zijn nadat er een tampon is geplaatst - Zoek ook nog verder op de verpleegkundige of medische sites van het internet 121
122 D3 Verzorgen van wonden met drains Verpleegtechnische handeling me keuze Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in de verschillende drains en kan benoemen hoe de verpleegkundige zorg t.a.v. drains wordt uitgevoerd. De student kan drains verzorgen volgens protocol in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen Print protocollen. Verzorgen van een wond- of redonsedrain. Verwisselen van de opvangfles van een redonsedrain, Verwijderen van een wond- of redonsedrain Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Theorie Boek verpleegtechnische handelingen, Thema verzorgen van wonden. Internet; Vilans site Locatie Praktijklokaal Evaluatie Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Werkproces competentie Verplicht/keuze Activiteit 1: 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Keuze Maak de kennisopdracht van het thema Verzorgen van wonden onderdeel, Wonden met drains verzorgen. Activiteit 2: Ga in het praktijklokaal oefenen met het drains verzorgen volgens protocol. 122
123 D2 Geneesmiddelen toedienen via toedieningssysteem Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding De student heeft zich verdiept in het toedienen van geneesmiddelen via verschillende toedieningssystemen. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen en het farmaceutisch kompas. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: Oplossen medicijnen in infuuszak Intraveneus toedienen van medicatie mbv zijlijn bij perifeer infuus Gereedmaken infuustoedieningssysteem met pomp Inbrengen Insuflon injectiepoort en toedienen van medicatie Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het toedienen van medicatie per infuus. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Het farmaceutisch kompas. Internet Vilans site School/thuis Kijk activiteit 1, 2 en 3 na met behulp van het antwoordmodel van ThiemeMeulenhoff Bespreek de activiteiten na met de docent in de klas. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Activiteit 1, 2 en 3*: 2 naar keuze Activiteit 4 en 5: verplicht Activiteit 1: keuze* Maak de kennisopdracht van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 2: keuze* Voer de samenwerkingsopdracht uit van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 3: keuze* Maak de vragen van praktijk 2 van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. 123
124 Activiteit 4: verplicht Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van medicatie per infuus. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via infuus. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per infuus? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per infuus. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per infuus, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 5: verplicht Oefen de vaardigheden volgens protocol in het praktijklokaal 124
125 D2 Verzorgen van een epiduraal katheter Verpleegtechnische handeling Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe de verpleegkundige zorg t.a.v. epiduraal katheter wordt uitgevoerd. Bestudeer de protocollen (Vilans) Verzorgen intrathecaal /epiduraal katheter, Verwijderen van een epiduraalkatheter Bestudeer ook de achtergrond informatie Internet; Vilans site Praktijklokaal Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten Verplicht Activiteit 1: Zoek informatie op over het verzorgen van een epiduraal katheter. Activiteit 2; Zoek een filmpje op over het onderwerp en toon dit in de klas. Geef hier instructie bij over het verzorgen van een epiduraal katheter. Activiteit 3; Benoem alle aandachtspunten en complicaties. 125
126 Rekentaak 1 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. UITLEG VAN MEDICATIE PER INFUUS EN HYPODERMOCLYSE Infuusvloeistof is beschikbaar in kolven (zakken) van 50, 100, 250, 500 of 1000 ml. Bij het infuus en de hypodermoclyse zijn 2 gegevens belangrijk: 1. Hoeveel ml moet de zorgvrager hebben? 2. In welke tijd? De druppelsnelheid stellen we in op het aantal druppels per minuut. Bij een waterige oplossing geldt: 1 ml = 20 druppels De formule om de druppelsnelheid te berekenen is: aantal ml x 20 druppels = aantal uren x 60 minuten druppels/minuut (dr/min) Voorbeeld 1: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 12 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml x 20 dr = dr = 111 dr/min 12 uur x 60 min 720 min 126
127 Voorbeeld 2: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 3 liter Glucose 5% moet krijgen in 8 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml x 20 dr = dr = 125 dr/min 8 uur x 60 min 480 min Voorbeeld 3: Bereken de druppelsnelheid als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml x 20 dr = dr = 35 dr/min 24 uur x 60 min 1440 min In de praktijk is het mogelijk dat je met een volumetrische infuuspomp zoals een IVAC 598 moet werken, die je moet instellen op ml/uur. Voorbeeld 1 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 4 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 4 liter = 4000 ml 4000 ml = 167 ml/uur 24 uur Voorbeeld 2 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 3 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 16 uur. 3 liter = 3000 ml 3000 ml = 188 ml/uur 16 uur Voorbeeld 3 Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2,5 liter NaCl 0,9% moet krijgen in 24 uur. 2,5 liter = 2500 ml 2500 ml = 104 ml/uur 24 uur NB: hebben we te maken met ml per uur of druppels per minuut 127
128 Hypodermoclyse: Als hoeveelheid toe te dienen vocht per hypodermoclyse wordt meestal ml/24 uur aangehouden. Per infusieplaats 0,5 liter tot 1 liter, waarbij een totale hoeveelheid van meer dan 1 liter dus over twee infusieplaatsen verdeeld wordt (bijv. beide bovenbenen). Als maximum wordt 2 liter totaal aangehouden, waarbij aangetekend dient te worden dat voor palliatieve toepassingen zelden meer dan 1 liter gegeven hoeft te worden; grotere hoeveelheden kunnen in de palliatieve fase zelfs problemen geven. De infusiesnelheid is enigszins afhankelijk van de subcutane resorptie en dient afgestemd te worden op de individuele cliënt. Meestal wordt ml/uur toegediend; als maximum geldt 250 ml/uur. Opgaven infusie 1: 1. Een zorgvrager krijgt EH Penicilline via een perifeer infuus toegediend. Je hebt flacons Penicilline in voorraad van EH per flacon. De flacon wordt opgelost met 4 ml steriel water. a. Hoeveel ml van deze Penicillineoplossing voeg je toe per keer aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. b. Bereken de druppelsnelheid/minuut als de totale hoeveelheid in 30 minuten in mag lopen (1 ml = 20 druppels). 2. Een zorgvrager krijgt een Furosemidepomp. Hij krijgt 250mg/24 uur toegediend. Je hebt in voorraad Furosemide 200 mg/10 ml. Hoeveel ml Furosemide heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur. (48 ml). 3. Een zorgvrager wordt opgenomen met een hoge bloedsuiker. Hij is ook sterk uitgedroogd. Hij krijgt 500 ml Nacl 0,9% toegediend in 1 uur via een perifeer infuus. Op hoeveel ml per uur stel je de infuuspomp in. 4. Je moet een zorgvrager 25 gram glucose via een perifeer infuus toedienen. Je hebt in voorraad glucose 50%. a. Hoeveel ml Glucose 50% moet je de zorgvrager via dit infuus toedienen. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de hoeveelheid in 15 minuten in moet lopen. 5. Een zorgvrager krijgt 900 mg Dalacin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Dalacin ampullen 250mg/ml. Hoeveel ml Dalacin voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 100 ml. 6. Een zorgvrager krijgt 300 mg Ciproxin via een perifeer infuus toegediend. In voorraad flesjes Ciproxin van 400mg/200 ml. a. Hoeveel ml van deze oplossing dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de totale hoeveelheid in 30 minuten in moet lopen. 7. Een zorgvrager krijgt 400 mg Doxycycline toegediend via een perifeer infuus. In voorraad Doxycycline 250 mg/2ml. Hoeveel ml Doxycycline voeg je aan het zakje NaCl 0,9% van 100 ml toe. 128
129 8. Een zorgvrager is diabeet en is nuchter voor een operatie. Hij krijgt een infuus Glucose 5% (500 ml) met 10 EH Actrapid. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid voeg je toe aan de zak Glucose 5% b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 1 EH Actrapid per uur moet krijgen.(1ml=20 druppels) 9. Een zorgvrager krijgt 120mmol KCL per 24 uur toegediend, verdeeld over 4 zakken NaCl 0,9% van 500 ml. In voorraad KCL 20mmol/10 ml. Hoeveel ml KCL voeg je per keer aan een zak NaCl 0,9% van 500 ml toe. 10. Een zorgvrager moet 15 gram Magnesium Sulfaat krijgen. Je gaat naar de apotheek en krijgt een flesje Magnesium Sulfaat 60% mee. Hoeveel ml moet je aan de zorgvrager per keer geven. 11. Een zorgvrager krijgt een Heparinepomp. De afdeling maakt gebruik van standaardpompen ( EH Heparine/48ml). Je hebt in voorraad Heparine 5000EH/2ml. a. Hoeveel ml Heparine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken. b. De startdosis voor deze zorgvrager is EH/24 uur. Op hoeveel ml per uur stel je deze pomp in. 12. Een zorgvrager krijgt 90 gram Cofact via een perifeer infuus toegediend. Het hematologisch laboratorium heeft flesjes van 20gr/15 ml in voorraad. a. Hoeveel flesjes Cofact heb je minimaal nodig en hoeveel ml Cofact dien je de zorgvrager toe. b. Op hoeveel ml/uur stel je de infuuspomp in als de zorgvrager 2 gram Cofact per minuut moet krijgen (1 ml = 20 druppels) 13. Een zorgvrager krijgt 360 mg Diphantoine via een perifeer infuus toegediend. In voorraad Diphantoine 400 mg/4 ml. Hoeveel ml Diphantoine voeg je toe aan een zakje NaCl 0,9% van 50 ml. 14. Een zorgvrager krijgt een Ketamine/Dormicumpomp. Hij krijgt per 24 uur 30 mg Dormicum en 600 mg Ketamine toegediend. Je hebt in voorraad Dormicum 4mg/ml en Ketamine 500mg/10 ml. a. Hoeveel ml Dormicum heb je nodig b. Hoeveel ml Ketamine heb je nodig c. Hoeveel ml NaCl 0,9% hen je nodig om deze pomp voor 24 uur klaar te kunnen maken (48ml) 15. Een zorgvrager krijgt een Morfinepomp. Het ziekenhuis waar je werkt maakt gebruik van standaardpompen. Er wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Morfine 10mg/1 ml. a. Hoeveel ml Morfine en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken. b. De zorgvrager krijgt 2mg/uur toegediend. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in. 129
130 16. Een zorgvrager krijgt een Actrapidpomp i.v.m. veel te hoge bloedsuikers. Er wordt op de afdeling waar je werkt van een standaard 1 op 1 oplossing. In de spuit kan maximaal 50 ml. Je hebt in voorraad Actrapid 100EH/ml. a. Hoeveel ml Actrapid en hoeveel ml NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp klaar te maken b. Er wordt gestart met 3 EH actrapid per uur, op hoeveel ml per uur stel je de pomp in 17. Een zorgvrager krijgt een Burinexpomp. Hij krijgt 5 mg per 24 uur voorgeschreven. Je hebt in voorraad ampullen Burinex 2 mg/4 ml. Hoeveel ml Burinex heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om een pomp klaar te maken voor 12 uur (36 ml). 18. Een zorgvrager krijgt een Fluimicilpomp. Hij krijgt 50 mg per kg lichaamsgewicht per 24 uur toegediend. De zorgvrager weegt 80 kg. In voorraad Fluimicil 5 gram/20 ml. Hoeveel ml Fluimicil heb je nodig en hoeveel ml NaCl 0,9% om de pomp klaar te maken voor 24 uur (48 ml) 19. Een zorgvrager krijgt een Glucose 5% infuus welke ingesteld staat op 84 ml/uur. Ook krijgt de zorgvrager 4 keer daags Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml krijgt deze zorgvrager i.v. per 24 uur? 130
131 Rekentaak 2 Geneesmiddelen toedienen per infuus Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Test jezelf doormiddel van de rekentaak Zorg dat je een rekenmachine en het formuleblad bij de hand hebt. Op school Met behulp van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit (K) Verplicht Activiteit: Je hebt een voldoende als alle vragen goed zijn. Werk rustig Lees de opgaven goed door Maak eerst de opgaven die je zeker weet Verbeter alleen als je zeker weet dat het fout is Je mag gebruik maken van het formuleblad Je mag gebruik maken van je rekenmachine Werk netjes en schrijf de uitwerking op Bespreek de fouten met een mede student of schrijf je in voor remediering. Opgaven 1. Reken om: 0,75 mg. = µg 2. Een zorgvrager heeft als infuusbeleid 1,5 liter NaCl 0,9% per 24 uur. De vloeistof wordt per infuuspomp gegeven. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in? ml/uur 3. Een patiënt heeft ernstige pijn. De arts schrijft Pethidine i.m. voor. Je hebt een oplossing van 5% en je moet 80 mg. toedienen. Hoeveel ml. moet je geven? ml. 4. Een zorgvrager krijgt een Actrapid-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Actrapid 100 EH/ml. Hoeveel ml. Actrapid en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te kunnen maken? ml Actrapid ml. NaCl 0,9% 131
132 5. Een zorgvrager krijgt een Morfine-pomp. Op de afdeling waar je werkt wordt gebruik gemaakt van een 1 op 1 oplossing (50 ml). Je hebt in voorraad Morfine 100 mg/10 ml. a. Hoeveel ml. Morfine en hoeveel ml. NaCl 0,9% heb je nodig om deze pomp te maken? ml. Morfine ml. NaCl 0,9 % b. Op hoeveel ml/uur stel je de pomp in als de zorgvrager 2,5 mg Morfine per uur moet krijgen? ml./uur 6. Een zorgvrager krijgt Gluc 5% i.v. per infuuspomp, die ingesteld staat op 84 ml/uur. Bovendien krijgt de zorgvrager 4 X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. Hoeveel vocht in ml. krijgt deze zorgvrager totaal i.v. per 24 uur? ml. 7. Een zorgvrager heeft ernstige pijn. De arts schrijft Morfine voor. Er is 3% Morfine op voorraad. Hoeveel ml 3% Morfine geef je een zorgvrager die 15 mg. moet krijgen? ml. 8. Een zorgvrager moet 2,5 liter. NaCl 0,9% per 24 uur krijgen. Op hoeveel druppels per minuut stel je het infuus in? dr./min. 9. Een zorgvrager krijgt 1500 ml. Gluc. 5% per 24 uur. 3 uur na het starten van de infusie constateer je dat de zak van 500 ml. nog 400 ml bevat. Hoeveel ml. Gluc. 5% heeft de zorgvrager te veel of te weinig gekregen? ml. te 10. Een flacon Erythromycine van 1000mg. wordt opgelost in 10 ml. water. Welke concentratie krijg je in mg/ml? mg./ml 11. Een zorgvrager van 96 kg. krijgt 75µg Acetyldigoxine/kg lichaamsgewicht, verdeeld over 4 doses per 24 uur. In voorraad zijn deelbare tabletten van 0,4 mg Acetyldigoxine. Hoeveel deelbare tabletten krijgt de zorgvrager per keer? tbl. 132
133 12. Je moet 15 mmol Magnesiumsulfaat aan een infuus toevoegen. Op het etiket van de ampul staat 1,25 mmol/ml. Hoeveel ml. voeg je aan het infuus toe? ml. 13. Een zorgvrager heeft van uur tot uur een positieve vochtbalans van 1350 ml. Van uur tot uur heeft hij 880 ml. aan infuus gehad, 425 ml. gedronken en 725 ml. geürineerd. Bereken de vochtbalans van uur tot uur in ml. Vermeld erbij of de balans positief of negatief is. 14. Een zorgvrager heeft een infuus met 2,5 ltr. NaCl 0,9% per 24 uur, daarnaast 4X dgs. Augmentin 1000/200 i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9% en 1X dgs. 1/8 mg. Digoxine i.v. opgelost in 100 ml. NaCl 0,9%. Hoeveel vocht krijgt deze zorgvrager per 24 uur? 133
134 134
135 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Praktijk Fase: Gevorderde fase 2 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie 1.0 Naam student: 135
136 136
137 Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen waaronder voorbehouden handelingen Gevorderd 2 Verplicht Verpleegtechnische handeling datum paraaf Geneesmiddelen toedienen via infuussysteem( pomp, kolf of zakje) Verzorgen van zwarte wonden Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves Verwijderen van tampons en hechtingen Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Gevorderd 2 keuze Verpleegtechnische handeling datum paraaf Verzorgen van wonden met drains Wonddrains verwijderen 137
138 138
139 D2 Geneesmiddelen toedienen via een infuussysteem (pomp, kolf, zakje) Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt geneesmiddelen toedienen per infuus via een pomp, een kolf of een zakje Theorie Boek verpleeg technische handelingen. Thema 4 hoofdstuk 3. Het farmaceutisch kompas. Werkproces* Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Onderzoek welke toedieningssystemen bij jou op de afdeling worden toegepast en wanneer voor een bepaald systeem wordt gekozen Verdiep je in de werking van de infuuspomp op je afdeling Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 139
140 D2 Verzorgen van gele en zwarte wonden Verpleegtechnisch handeling Resultaat Theorie Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze Je kunt een gele wond verzorgen volgens protocol Je kunt een zwarte wond verzorgen volgens protocol Boek verpleeg technische handelingen thema 5 hoofdstuk Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 140
141 D2 Verzorgen van wonden met hechtingen/agraves Verpleegtechnisch handeling Resultaat Je kunt uitleggen op welke verschillende manieren een wond gehecht kan worden Je kunt een wond verzorgen met hechtingen en agraves Theorie Boek verpleegtechnische vaardigheden thema 5 hoofdstuk 4 Werkproces Competenties Voorbereiding activiteit Uitvoering activiteit Evaluatie activiteit Verplicht/keuze 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht 141
142 D2 Verwijderen van tampons en hechtingen Verpleegtechnische handeling Resultaat Je kunt hechtingen en/of tampons verwijderen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 6 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Verplicht 142
143 D3 Verzorgen van wonden met drains Verpleegtechnisch handeling met keuze Resultaat Je kunt wonden verzorgen met drains Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 5 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Keuze 143
144 D3 Verwijderen van een wonddrain Verpleegtechnisch handeling met keuze Resultaat Je kunt een wonddrain verwijderen Theorie Boek verpleegtechnische handelingen thema 5 hoofdstuk 5 Werkproces 1.4 Verpleeg technische handelingen uitvoeren Competenties D: Aandacht en begrip tonen K: Vakdeskundigheid toepassen L: Materialen en middelen inzetten T: Instructies en procedures opvolgen Voorbereiding activiteit Zorg dat je de beschikking hebt over de nodige kennis en over de juiste protocollen en materialen Uitvoering activiteit Voer de vaardigheid uit Reflecteer op de uitgevoerde vaardigheid Evaluatie activiteit Evalueer met je werkbegeleider Vraag schriftelijke feedback aan je werkbegeleider Verplicht/keuze Keuze 144
145 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.2 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K- M) 1.7 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.8 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.9 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (C2 Eerste hulp verlenen) (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.6 De verpleegkundige biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.6 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 145
146 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 146
147 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D Verpleegtechnische handelingen Startbekwame fase Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie:1.0 Fase: startbekwaam Naam student:. 147
148 148
149 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen Verplicht Aanleren van de verplichte verpleegtechnische handelingen Op school/ skillslab Leer de verpleegtechnische handelingen, die in de startbekwame fase van de opleiding aan bod komen aan, door het uitvoeren van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor school (zowel kennis als vaardigheden) 7 Oefen de handelingen in het skillslab en gebruik hiervoor de ondersteuning van de docent of de praktijkinstructeur Na een aantal afgesproken handelingen vraag je de docent om de opdracht vaardigheidstoetsing waarbij je uit een selectie van 3-5 verpleegtechnische handelingen op één handelingen getoetst wordt. Deze handelingen voer je uit volgens protocol. Na de toetsing laat je de aangeleerde verpleegtechnische handelingen, door de docent, aftekenen op de overzichtslijst.. In de Praktijk Na de toetsing van de selectie aangeleerde verpleegtechnische handelingen kun je deze handelingen oefenen in de praktijk. Hiervoor gebruik je de praktijkactiviteiten Vraag je werkbegeleider om feedback en laat een feedbackformulier invullen op startbekwaam niveau Wanneer je de verpleegtechnische handeling beheerst laat je het uitvoeren van de verpleegtechnische handeling beoordelen met het beoordelingsformulier op startbekwaam niveau. Na een goede beoordeling laat je de verpleegtechnische handeling aftekenen op de overzichtslijst Je verzamelt de beoordelingsformulieren in je portfolio ten behoeve van de startbekwame beroepsopdracht Verplichte verpleegtechnische handelingen die in de startbekwame fase aanbod komen: Alle voorbehouden handelingen 1. Vloeistoffen via perifeer infuus toedienen 2. Venapunctie uitvoeren 3. Intraveneus injecteren 7 Wanneer een vaardigheid in de praktijk voorkomt, die in je aan kan en mag leren vraag je aan de SLB de activiteiten voor het aanleren voor die handeling 149
150 Beroepstaak D Verpleegtechnische handelingen met keuze Verpleegtechnische handelingen met keuze die in de startbekwame fase aan bod komen: Voorkomend in de setting ZH VVT GGZ GHZ Vloeistoffen toedienen via centraal infuus x x Een centraal infuus controleren x x Transfusie x Rekentaken Voorgeschreven medicatie, vloeistoffen: - hoeveelheden berekenen en bereiden 150
151 Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 151
152 152
153 FEEDBACKFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) Feedback 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan, in een oefensituatie, een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving ( A-T-V) 1.8 Verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) 153
154 Vervolg FEEDBACKFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Argumentatie feedback (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de volgende bladzijde) Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 154
155 Overzicht : beroepstaak, beroepsproducten, werkprocessen, competenties met prestatie indicatoren Beroepstaak D Beroepsproducten Werkprocessen Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen D.1 Voorbehouden handelingen D2: Verpleegtechnische handelingen 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, , 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties: D3: Verpleegtechnische handelingen met keuze A, C,D, H, I,J, K, L, M, N, T,V 1.1, 1.4, 1.5, 1.6, 2.1, 3.5, 1.7, 1.8, 2.5 Competenties in de werkprocessen A Beslissingen en activiteiten initiëren. C Begeleiden D Aandacht en begrip tonen. H. Overtuigen en beïnvloeden I. Presenteren J. Formuleren en rapporteren K. Vakdeskundigheidtoepassen Prestatie-indicatoren Observeert acute situaties en benoemt de genomen beslissingen. Roept gerichte hulp in. Handelt in opdracht van begeleider. Observeert en benoemt Verwoord het belang van de zelfredzaamheid van de zorgvrager aan begeleider. Schat de draagkracht en draaglast van een mantelzorger in en benoemt dit. Luistert actief en toont respect en bespreekt dit. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Observeert en bespreekt gevoelens en problemen van de zorgvrager met begeleider. Toont inlevend vermogen. Observeert de zorgvrager op het fysieke en mentale welzijn en bespreekt dit met de zorgvrager en begeleider. Stelt vragen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. Herkent en benoemt de toegepaste gespreksvaardigheden. Woont anamnesegesprekken bij en bespreekt dit na. Oefent in het uitvoeren van anamnesegesprekken. Stelt een verpleegplan op en bespreekt dit met begeleider. Legt duidelijk uit Presenteert met overtuiging. Gaat na of de informatie overgekomen is. Stelt onder begeleiding de doelen en activiteiten van het verpleegplan op. Rapporteert onder toezicht. Rapporteert verkregen observaties onder begeleiding. Schrijft in begrijpelijke taal en bespreekt dit met begeleider. Benoemt de beperkingen en mogelijkheden van de zorgvrager.. Oefent in het gebruik van de ziekteleer (pathologie) van de doelgroep met begeleider Voert handelingen op juiste wijze uit onder begeleiding. Oefent met medisch rekenen passend bij de handeling. Benoemt de anatomie passend bij de handeling 155
156 Competenties in de werkprocessen L. Materialen en middelen inzetten M. Analyseren N. Onderzoeken T. Instructies en procedures opvolgen V. Met druk en tegenslag omgaan Prestatie-indicatoren Benoemt gericht de voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen of instructiematerialen. Signaleert en bespreekt de mogelijkheden, beschikbaarheid en bijbehorende kosten. Geeft uitleg aan begeleider om zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen met behulp van materialen en middelen Verzamelt onder begeleiding gegevens en gebruikt de methodiek. Legt verbanden tussen de gegevens en bespreekt dit met werkbegeleider. Bespreekt mogelijke aandachtspunten uit de evaluatie gegevens. Benoemt en controleert met werkbegeleider de oplossingen voor de knelpunten. Oefent in het interpreteren van veranderingen. Benoemt de genomen vervolgstappen en motiveert waarom deze genomen zijn. Observeert verpleegtechnische handelingen aan de hand van protocollen. Achterhaalt de wettelijke richtlijnen en vertelt hoe zij deze toe gaat passen. Handelt in opdracht professioneel en bespreekt de effecten na Herkent en bespreekt eigen gevoelens met de werkbegeleiding. Oefent in het stellen van prioriteiten en vertelt waarom. 156
157 OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE Activiteiten Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D School en Praktijk Fase: Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: KD: Versie 1.0 Naam student: 157
158 158
159 Ondersteuningsmagazijn School/praktijk Beroepstaak D D1 Voorbehouden handelingen Startbekwaam Activiteiten Inbrengen van een perifeer infuus (vaardigheid) Venapunctie (vaardigheid) Intraveneus injecteren (vaardigheid) datum paraaf Protocollen (Vilans) Inbrengen perifere canule voor infuus (toedieningssysteem) Assisteren bij inbrengen perifere canule voor infuus Bloed afnemen perifeer (venapunctie) Toedienen medicatie via perifeer infuus Ondersteuningsmagazijn School/praktijk Beroepstaak D D3 Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Startbekwaam Activiteiten Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Controleren en verzorgen van centraal infuus Uitvoeren van een transfusie Zelftest Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie datum paraaf Protocollen (Vilans) Toedienen bloed perifeer infuus. Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Aankoppelen infuusslang aan poortsysteemnaald in veneus poortsysteem Inbrengen subcutaan infuus en toedienen subcuvia mbv spuitenpomp 159
160 160
161 D1 Inbrengen van een perifeer infuus Voorbehouden handelingen Resultaat Praktische voorbereiding De student kan benoemen hoe volgens protocol een perifeer infuus ingebracht wordt en toont dit in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Zoek een filmpje op internet of een DVD over het inbrengen van een perifeer infuus. Print de protocollen: Vilans Inbrengen perifere canule voor infuus(toedieningssysteem) Assisteren bij inbrengen perifere canule voor infuus Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. ;paragraaf; het inbrengen van een perifeer infuus. Praktijklokaal/school/thuis Evalueer activiteit 2 met de docent in de klas. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit 1: (keuze) Bekijk het filmpje dat je hebt gevonden op internet of de DVD. Activiteit 2: Discussieer met je medestudenten over de vraag bij Praktijk 1 van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 3: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per infuus. Activiteit 4: Oefen de vaardigheden volgens protocol.(vilans) 161
162 D1 Venapunctie Voorbehouden handelingen Resultaat De student kan benoemen hoe een venapunctie wordt uitgevoerd volgens protocol en toont dit aan in een oefensituatie. Praktische Zorg dat je het boek verpleegtechnische handelingen bij de hand hebt. voorbereiding Zorg dat je een Pc bij de hand hebt Print het protocol (Vilans): Bloed afnemen perifeer (venapunctie) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een filmpje op internet of een DVD over het uitvoeren van een venapunctie. Zoek op internet informatie over venapunctie (Vilans site) Theorie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Locatie Praktijklokaal/ school/ thuis Evaluatie.Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. Werkproces 1.4 competentie Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht/keuze Verplicht Activiteit 1: Bekijk het filmpje dat je op internet hebt gevonden of bekijk de DVD Activiteit 2: Zoek de informatie op via internet( Vilans site) en beantwoord de volgende vragen: - Welke 2 systemen zijn er ten behoeve van venapunctie? - Op basis van welke gegevens kies je de aanprikplaats? - Welke complicaties kunnen optreden en hoe kunnen deze voorkomen worden en welke interventies pleeg je? - Waarom moet bij bloedafname voor kweek de huid gedesinfecteerd worden? Activiteit 3: Maak de kennisopdracht van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 4: Voer de samenwerkingsopdracht uit van thema: Puncties verrichten, onderdeel Venapunctie toepassen. Activiteit 5: Oefen de vaardigheid: Uitvoeren van een venapunctie volgens protocol. 162
163 D1 Intraveneus injecteren Voorbehouden handelingen Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens protocol intraveneus medicatie wordt toegediend en toont dit in een oefensituatie Zorg dat je beschikking hebt over je studieboek verpleegtechnische handelingen en het farmaceutisch kompas. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Toedienen medicatie via perifeer infuus ( Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het intraveneus injecteren.. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Richt je op het gedeelte dat gaat over intraveneus injecteren. Het farmaceutisch kompas. internet; Vilans site School/thuis De inhoud van de presentatie wordt beoordeeld door de docent. Evalueer de presentatie aan de hand van een evaluatie formulier. Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Verplicht Activiteit1: Maak van de kennisopdracht vraag 8 van het thema: Medicijnen toedienen, onderdeel medicijnen toedienen per injectie. Activiteit 2: Bereid een PowerPoint presentatie voor over het toedienen van per intraveneuze injectie. In de presentatie moet in ieder geval de volgende items aanbod komen: Welke medicatie wordt gebruikt voor het toedienen via intraveneuze injectie.. Waarom wordt er gekozen voor het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie? Werk tenminste 3 verschillende medicatie uit die vaak gebruikt worden voor toedienen per intraveneuze injectie. Geef aan wat de indicatie en contra indicaties zijn, welke controles er dienen plaats te vinden en welke complicaties er kunnen optreden met de bijhorende interventies. Geef aan hoe je de zorgvrager voorlicht. Gevolgen van fouten bij het toedienen van medicatie per intraveneuze injectie, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel Activiteit 3: Oefen de vaardigheid: Toedienen medicatie via perifeer infuus ( Vilans) 163
164 D3 Toedienen van vloeistoffen via centraal infuus Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen hoe volgens de richtlijnen vloeistof wordt toegediend via het centraal infuus. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen. Internet; Vilans site School/thuis Evalueer activiteit 2 aan de hand van een evaluatieformulier. Bespreek activiteit 3 na met de docent in de klas. Lever het verslag in ter beoordeling van de docent. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Keuze Activiteit 1: Maak van de kennisopdracht vraag 3, 4 en 5 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen. Activiteit 2: Voer de samenwerkingsopdracht uit van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen Activiteit 3: Maak de vragen van praktijk 2 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen. Activiteit 4: Maak een verslag over het centraal infuus. In het verslag komen minimaal de volgende zaken aan de orde: Beschrijf de verschillende soorten die er zijn. Wat zijn de voor en nadelen van de verschillende soorten. Op welke plaatsen van het lichaam kan een centraal infuus ingebracht worden. Waar moet je opletten bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus? Welke complicaties kunnen optreden bij het toedienen van vloeistoffen via centraal infuus. 164
165 D3 Controleren en verzorgen van centraal infuus Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het controleren en verzorgen van centraal infuus wordt uitgevoerd. De student heeft deze vaardigheden t.a.v. controleren en verzorgen van centraal infuus geoefend volgens protocol. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print de protocollen: ( Vilans) Verwisselen infuusslang centraal veneuze katheter Verzorgen centraal veneuze katheter Verzorgen van de huidpoort bij patiënt met CAPD Aankoppelen infuusslang aan poortsysteemnaald in veneus poortsysteem Inbrengen subcutaan infuus en toedienen subcuvia mbv spuitenpomp Zoek een filmpje op internet of een DVD over bovenstaande onderwerpen Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Stem af welke vaardigheden je kunt oefenen in het praktijklokaal. Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; parenteraal toedienen van vloeistoffen.. paragraaf: Complicaties. Internet; Vilans site School/praktijklokaal/thuis Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen keuze Activiteit; 1 Bekijk de filmpjes die je hebt gevonden op internet of de Dvd s Activiteit: 2 Beantwoord de volgende vragen: 1. Waarom is het belangrijk dat een C.V.K. goed gefixeerd wordt na inbrengen? 2. Hoe kun je controleren of de C.V.K. nog goed gefixeerd is? 165
166 Een zorgvrager krijgt verschillende medicijnen toegediend via centraal infuus, De zorgvrager vertoont shock verschijnselen. 3. Welke verschijnselen kun je observeren bij deze zorgvrager? 4. Om wat voor een shock kan het hier gaan? 5. Noem tenminste drie acties die de verpleegkundige moet ondernemen in deze situatie. 6. Leg uit waarom het belangrijk is vitale functies te controleren bij het inbrengen van een C.V.K. 7. Aan welke complicaties denk je als een zorgvrager in shock raakt tijdens het inbrengen van een C.V.K. 8. Welke kweken moeten afgenomen worden bij een zorgvrager met centraal infuus die septisch is. 9. Welke verschijnselen kun je observeren bij een zorgvrager die septisch is. Activiteit3 : Oefen de gekozen vaardigheden volgens protocol (Vilans) 166
167 D3 Uitvoeren van een transfusie Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student kan benoemen op welke wijze volgens protocol het toedienen van een transfusie wordt uitgevoerd, en toont dit in een oefensituatie. Zorg dat je beschikking hebt over studieboek verpleegtechnische handelingen. Zorg dat je een PC bij de hand hebt. Print het protocol: Toedienen bloed perifeer infuus. (Vilans) Stem af met welke klasgenoten je de vaardigheid gaat oefenen in het praktijklokaal (maximaal 3 personen). Zoek informatie over bloedtransfusie op internet( Vilans site) of een boek interne geneeskunde voor verpleegkundigen. Zoek een artikel in een vaktijdschrift over fouten bij het toedienen van bloedtransfusie Boek verpleegtechnische handelingen. Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen School/praktijklokaal/thuis Bespreek de activiteiten zo nodig na met de docent in de klas. Beoordeel de vaardigheden met behulp van de protocollen Evalueer met je klasgenoten hoe de uitvoering van de vaardigheid is gegaan. Vraag aan de docent of het resultaat voldoende is. 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen T: instructies en procedures opvolgen Keuze Activiteit1: Maak van de kennisopdracht Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. Activiteit 2: Voer de samenwerkingsopdracht uit van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. Activiteit 3: Maak de vragen van praktijk 1 van Thema: Vloeistoffen parenteraal toedienen onderdeel; Een transfusie toedienen. 167
168 Activiteit 4: Maak een verslag over bloedtransfusie, dit verslag moet minimaal de volgende items bevatten: Uitleg van het ABO- bloedgroepen systeem Indicaties van bloedtransfusie Contra indicaties voor bloedtransfusie Normale lichamelijke reacties tijdens en na een bloedtransfusie Complicaties tijdens en na bloedtransfusie en de bijhorende interventies Uitleg van de kruisproef Veiligheidsvoorschriften o.a. dubbelcheck Gevolgen van fouten bij bloedtransfusie, ondersteund door een artikel waarin een specifieke casus wordt beschreven. Mening t.a.v. de inhoud van het artikel 168
169 D3 Zelftest Parenteraal toedienen van vloeistoffen en bloedtransfusie Verpleegtechnische handelingen (met keuze) Resultaat Praktische voorbereiding Theorie Locatie Evaluatie Werkproces competentie Verplicht/keuze De student heeft de zelftest gemaakt met een voldoende Zorg voor een rustige ruimte Basisboek 4 verpleegtechnische handelingen Op school Aan de hand van het antwoordmodel en met de docent in de klas 1.4 Voert verpleegtechnische handelingen uit K: Vakdeskundigheid toepassen keuze Activiteit: Maak de zelftest Normering: Vraag 1: 32 punten. Vraag 2: 4 punten.(a=2,b=2) Vraag 3: 1 punt. Vraag 4: 1 punt. Vraag 5: 2 punten. Vraag 6: 5 punten. Vraag 7: 3 punten (A=1,B=2) Vraag 8: 10 punten. Vraag 9: 3 punten. (A=1,B=2) Vraag 10: 2 punten. Vraag 11: 5 punten. Vraag 12: 12 punten Vraag 13: 20 punten. (A=3,B=10,C=7) Het totaal is 100 punten. 60 punten= 5.5 als cijfer, dus voldoende. 169
170 Vragen: 1. Zowel een perifeer infuus als een centraal infuus kan complicaties geven. Beschrijf bij iedere genoemde complicatie: a. Wat het is, b. Waardoor het kan ontstaan; c. Hoe kan je het als verpleegkundige observeren; d. Welke interventies onderneem je als verpleegkundige? A. Flebitis en tromboflebitis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? 3 oorzaken Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jouw verpleegkundige interventies uit? B. Sepsis: Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? C. Allergische reacties. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen) Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? D. Overvulling. Wat is het? (begrip) Waardoor kan het ontstaan? Hoe kan jij het observeren? (Symptomen)Waar bestaan jou verpleegkundige interventies uit? 2. Als jij een infuus moet gaan inbrengen zorg je ervoor dat je alles bij de hand heb om goed efficiënt te werken en de zorgvrager zo min mogelijk te belasten. Een van die materialen die je klaarzet is een goed gevuld infuussysteem wat a-septisch zodat je het gelijk kan aansluiten als de venflon goed zit. Bij het aansluiten zie je dat er nog wat lucht in het systeem zit. A. Welke acties neem je hierop? Let op!: De venflon zit dus al in de vene bij de zorgvrager! B. Beargumenteer uitgebreid jouw acties en waarom! 170
171 3. Wat wordt er verstaan onder de hematocriet waarde? 4. Vul in! Bloedserum blijft over als uit het.. verwijderd is. 5. Wat wordt er verstaan onder het begrip rhesusfactor? 6. Uit volbloed van een donor worden verschillende bloedproducten gehaald. Benoem deze 5 verschillende bloedproducten. 7. A. Geef uitleg over wat er verstaan wordt onder de Kruisproef? B. Wat voor grote betekenis heeft deze kruisproef bij een parenterale toediening van bloed of bloedproducten? 8. Naast de gegevens die je van de zorgvrager moet controleren moet je ook het bloed of bloedproduct controleren. Benoem de 5 specifieke controle punten van het bloed of bloedproduct en beschrijf uitgebreid het WAAROM erbij! 9. Als je alles gecontroleerd heb en je bent helemaal zeker van je zaak, mag je dan het bloed gaan aanhangen? A: Ja/Neen. B: Beargumenteer je antwoord. 10. Als je een transfusie gaat uitvoeren ga je volgens je protocol te werk. Een van die punten van het protocol is het opnemen van de vitale functies. Pols, RR, en temperatuur van te voren en na 30 minuten weer. En het bloed op kamer temperatuur brengen. A. Beargumenteer uitgebreid het waarom van je handelen met betrekking tot het meten van de vitale functies. B. Op welke wijze breng jij het zakje bloed op kamertemperatuur? 171
172 11. Zorgvragers kunnen verschillend reageren op de transfusie van bloed of bloedproducten. Elke reactie heeft een eigen oorzaak en bij elke reactie passen andere maatregelen. Sommige zijn onschuldig van aard, zijn meer of minder gebruikelijk, andere zijn levensbedreigend en vereisen onmiddellijk ingrijpen. Benoem 3 transfusie reacties naast de acute hemolytische transfusie reactie. (Deze laatste telt dus niet mee in het rijtje van 3!!) 12. Kies uit je antwoorden op vraag 11, 2 transfusie reacties. Beschrijf hiervan uitgebreid: - De oorzaken van de transfusie reactie, - De verschijnselen bij de zorgvrager - Welke verpleegkundige interventie je onderneemt. Mijn gekozen transfusie reactie nummer 1 is: Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) zijn: Mijn gekozen transfusie reactie nummer 2 is:.. Oorzaak/ oorzaken zijn: Verschijnselen bij de zorgvrager zijn: Mijn verpleegkundige interventie(s) hierbij zijn: 13. Op jouw afdeling ligt dhr. Jansen, met 1 s. Hij is opgenomen na een maag- en slokdarm bloeding. Het bloeden is inmiddels gestopt maar dhr., voelt zich erg slap en ziet zwarte vlekken voor zijn ogen als hij opstaat. Ook is hij snel duizelig en is erg snel moe. Per order arts is er bloed geprikt en het blijkt dat dhr. zijn HB erg laag is. Te laag om met ijzerpreparaten, oraal, omhoog te brengen. Dus heeft de arts besloten tot een bloedtransfusie. Hij krijgt 3 zakjes bloed en om uur moet de eerste aanhangen. Je collega draagt hier de zorg voor. Om uur wordt er gebeld en een mede zorgvrager, dhr. Janssen, komt de kamer uit en roept om hulp. Jou collega gaat er direct op af en vraagt of jij ook mee wil komen. Op de kamer zie jij een onrustige heer Amsterdam die het erg koud heeft. Je collega zegt direct dat je de arts moet gaan bellen i.v.m. een waarschijnlijke acute hemolytische transfusie reactie bij dhr. en dat je terug moet komen. A. Wat kunnen de oorzaken van een acute hemolytische transfusiereactie? Benoem er minstens 2. B. Welke verschijnselen horen bij deze reactie? Benoem er minstens 10. C. Welke interventies moet je collega verder direct toepassen in deze situatie, nu de arts al gewaarschuwd is? 172
173 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.1 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.5 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties en prestatieindicatoren) 173
174 Vervolg BEOORDELINGSFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 174
175 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: Mei 2012 Cohort KD: Versie
176 176
177 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student geacht wordt te doorlopen gedurende de opleiding. Uiteindelijk zal de student de beroepsopdrachten op startbekwaam niveau uitoefenen. Gedurende de opleiding heeft de student geoefend met de opdrachten en heeft hij feedback verzameld. In overleg met de studieloopbaanbegeleider en de werkbegeleider/praktijkopleider wordt besloten of de student in staat is de beroepsopdracht als toets uit te voeren. De toets wordt uitgevoerd op een vastgesteld moment dat van te voren bij de deelnemer en de beoordelaar bekend is. De afdeling waar de toets wordt afgenomen is eveneens bekend. Op de volgende pagina s wordt een precieze en algemene instructie beschreven voor de deelnemer en de beoordelaar. De algemene instructie geldt voor alle beroepsopdrachten die als toets uitgevoerd worden. Daar waar de instructie afwijkt, zal dat per beroepsopdracht aangegeven worden. 177
178 INSTRUCTIE VOOR DE STUDENT Binnenkort ga je een beroepsopdracht als toets uitvoeren. Op deze pagina vind je de instructie voor het uitvoeren van de toets. Voorbereiding 1. Bereid je met behulp van de activiteiten uit het ondersteuningsmagazijn voor op het uitvoeren van de toets. 2. Verzamel de feedbackformulieren zodat je je goed kunt voorbereiden op de toets (wat is belangrijk voor je om op te letten/wat doe je goed/waar moet je nog wat extra aandacht aan schenken voordat je de toets gaat uitvoeren etc.) Overleg hierover ook met je SLB en je begeleider in de praktijk. 3. Vraag toestemming voor het uitvoeren van de toets aan je werkbegeleider/ praktijkopleider. 4. Maak een planning en schrijf de afspraken die je maakt voor de uitvoering en de beoordeling van de toets in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afspraken-formulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) 5. Voeg het formulier bij het beoordelingsformulier van de toets. Uitvoering toets 1. Voer de toets uit volgens de planning Nabespreking toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de beoordelaar en vraag om eventuele toelichting op de beoordeling. 2. Bij een voldoende beoordeling: vraag de beoordelaar het beoordelingsformulier af te tekenen en te voorzien van een stempel van de praktijkorganisatie. zet zelf ook de handtekening op het beoordelingsformulier Stel je POP en werkplanning in overleg met je studieloopbaanbegeleider / beoordelaar bij. Maak daarbij gebruik van de argumentatie waarop de beoordeling gebaseerd is. 3. Bij een onvoldoende beoordeling: vraag de beoordelaar om een beschrijving van de beoordeling maak een plan voor de voorbereiding van de herkansing start opnieuw de voorbereiding van de toets Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 178
179 INSTRUCTIE VOOR DE BEOORDELAAR Binnenkort gaat u een student beoordelen die een beroepsopdracht als toets zal uitvoeren. Op deze pagina vindt u de instructie voor het beoordelen van de toets. Voorbereiding 1. Bespreek met de student de planning en leg samen met de student de afspraken voor de uitvoering en beoordeling van de toets vast in het daarvoor bestemde formulier. (zie het afsprakenformulier toets beroepsopdracht achter in het opdrachtenboek) Uitvoering en beoordeling van de toets 1. Observeer de uitvoering van de toets. 2. Beoordeel de uitgevoerde werkprocessen met voldoende/onvoldoende. 3. Vervolgens geeft u het totaal oordeel aan op het formulier. De opdracht is voldoende als alle werkprocessen met een voldoende zijn beoordeeld. 4. Beargumenteer en beschrijf uw beoordeling op het beoordelingsformulier. Maak daarbij gebruik van de competenties zoals die op het overzicht van de beroepstaak worden genoemd. Nabespreking van de toets 1. Bespreek de beoordeling van de toets met de student. Bij een voldoende beoordeling: tekent u de toets af met handtekening en stempel van de organisatie laat de student eveneens het formulier tekenen ondersteunt u indien nodig de student bij het bijstellen van zijn POP en werkplanning. Bij een onvoldoende beoordeling: evalueert u uitvoerig de resultaten van de toets met de student en geeft u toelichting op de beschreven beoordeling. maakt u met de student afspraken m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van de herkansing Voldoende beoordeling De toets is voldoende als ALLE werkprocessen met VOLDOENDE zijn beoordeeld. 179
180 180
181 OPLEIDING tot MBO Verpleegkundige TOETS BEROEPSOPDRACHT Zelfstandig verpleegtechnische handelingen uitvoeren Beroepstaak D Niveau Startbekwaam Datum: juni 2012 Cohort: KD:
182 182
183 INLEIDING Binnenkort ga je de toets Zelfstandig verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren afleggen. Wat je moet doen en hoe je je kunt voorbereiden op de toets lees je in de ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS achter het tabblad toetsen van het opdrachten boek. Wat er van de beoordelaar van de toets verwacht wordt staat ook beschreven in deze algemene instructie Beroepsopdracht Beroepstaak D Startbekwaam Kun jij de verpleegtechnische handelingen zelfstandig uitvoeren? In de afgelopen periode heb je op school alle verplichte verpleegtechnische handelingen en alle verpleegtechnische handelingen met keuze uitgevoerd. Je hebt deze verpleegtechnische handelingen getoetst op school en/of in de BPV en de verpleegtechnische handelingen zijn afgetekend op de aftekenlijsten. Misschien heb je in de BPV niet alle verpleegtechnische handelingen kunnen aftoetsen en kunnen aftekenen. Voor het behalen van je diploma moet je alle verplichte verpleegtechnische handelingen en de voor de setting bepaalde verpleegtechnische handelingen met keuze hebben afgetekend. De verpleegtechnische handelingen die je niet hebt kunnen aftekenen in de praktijk kun je op school in een simulatie in het skillslab alsnog aftoetsen. De startbekwame beroepsopdracht luidt dan ook: Laat in de BPV zien dat je de verpleegtechnische handelingen zelfstandig kunt uitvoeren? Mocht dit niet mogelijk zijn dan luidt de startbekwame opdracht: Laat je SLB zien dat je verpleegtechnische handelingen in een simulatie in het skillslab kunt uitvoeren? Je SLB mag hierbij het volgende van je verwachten aan bewijslast: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst Alle verpleegtechnische vaardigheden naar keuze zijn afgetekend door de docent op school op de overzichtslijst. De getoetste vaardigheden in de praktijk zijn afgetekend op de overzichtslijst door je begeleider in de praktijk. Je hebt alle beoordelingsformulieren van de getoetste vaardigheden in de praktijk verzameld. Criteria: Alle verplichte verpleegtechnische vaardigheden en de vaardigheden naar keuze (en voorkomen in de setting), zijn getoetst in de praktijk. Als dat niet het geval is, dan worden de ontbrekende vaardigheden in het skills lab met een simulatie afgetoetst.. 183
184 184
185 BEOORDELINGSFORMULIER Beroepsopdracht D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Werkprocessen Beroepstaak D Startbekwaam Niveau 1.2 De verpleegkundige verzamelt systematisch gegevens vanuit het verpleegplan van de zorgvrager (de casus in het zorgdossier) (D-H-J-K-M) 1.4 De verpleegkundige voert de verpleegtechnische handelingen uit op een professionele manier volgens geldende protocollen, en wet- en regelgeving (K-L-T) 1.5 De verpleegkundige monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied (J-N) 1.6 De verpleegkundige geeft duidelijke voorlichting, advies en instructie aan de zorgvrager in de oefensituatie over de verpleegtechnische handelingen (I L) 1.7 De verpleegkundige kan een crisissituatie of onvoorziene situatie professioneel aanpakken volgens de geldende procedures en regelgeving (A-T-V) 1.8 De verpleegkundige verleent verpleegkundige zorg en ondersteuning in een specifieke branche (A, I, K, R) 2.1 De verpleegkundige begeleidt de zorgvrager bij zelfredzaamheid (C, D) 2.6 Biedt verpleegkundige begeleiding in een specifieke branche (D, G) 3.5 De verpleegkundige evalueert regelmatig en zorgvuldig de uitgevoerde verpleegtechnische handelingen met de zorgvrager, de mede studenten en de docent en rapporteert haar bevindingen in het zorgdossier. (C, J, M) O V Totaal Oordeel Beroepsopdracht D Voldoende Onvoldoende Argumentatie beoordeling (verplicht invullen) (maak bij de argumentaties van de beoordeling gebruik van de competenties zoals benoemd in het overzicht van de beroepstaak op de vorige bladzijde) 185
186 Vervolg BEOORDELINGSFORMULIER BEROEPSOPDRACHT D Naam student: Datum: Opleiding: MBOverpleegkundige Niveau: Startbekwaam Afspraak: Naam beoordelaar: Paraaf beoordelaar: Paraaf student: Stempel praktijkorganisatie* *paraaf door stempel 186
187 AFSPRAKEN VOOR DE UITVOERING VAN DE TOETS NAAM STUDENT: : OPLEIDING :. CURSUSJAAR : DE TOETS BEROEPSOPDRACHT : A B C D E (omcirkel de beroepstaakletter) NIVEAU : BEGINNER GEVORDERD 1 - GEVORDERD 2- STARTBEKWAAM (omcirkel het niveau) WORDT AFGENOMEN OP: DATUM : TIJDSTIP : VAN TOT TIJDSTIP NAGESPREK : VAN TOT AFDELING :.. NAAM BEOORDELAAR :. OVERIGE RELEVANTE AFSPRAKEN: DATUM; WERKBEGELEIDER/PRAKTIJKOPLEIDER: PARAAF: STUDENT: PARAAF: NAAM: NAAM: 187
Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen
Aftekenboekje MBO Verpleegkunde Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen 2017-2018 MBO Verpleegkunde 2 Het uitvoeren van verpleegtechnische en voorbehouden handelingen Naam student:
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 Versie:
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 7 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 Versie: 1 Fase:
Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen
2018-2019 Aftekenboekje Verpleegtechnische Handelingen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! AFTEKENBOEKJE VERPLEEGTECHNISCHE HANDELINGEN MBO Verpleegkundige Niveau-4
Opleiding Verzorgende IG, vanaf cohort 2013
Beoordelingslijst voorbehouden en risicovolle verpleegtechnische handelingen Onderdeel van kwalificerende beroepsprestatie 2.4: uitvoeren van verpleegtechnische vaardigheden Opleiding Verzorgende IG, vanaf
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK STARTBEKWAAM inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn BEROEPSTAAK D Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatiedossier MBO Verpleegkunde 2012-2013 Crebonummer 95520
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK Klinische zorg Gevorderd 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 1 experimentgroep Fase: Gevorderd 2 Naam
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase ZIEKENHUIS
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten ZIEKENHUIS Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK VERPLEEGHUIS, VERZORGINGSHUIS EN THUISZORG Gevorderd 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juni 2013 Fase: Gevorderd
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 8 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Startbekwaam Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 KD 2012-2013 Crebo 95530 Versie 1.0 Albeda
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase. Verpleeghuis, verzorgingshuis en thuiszorg
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten Verpleeghuis, verzorgingshuis en thuiszorg Albeda college Branche gezondheidszorg
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Opdrachtenboek startbekwame fase GEESTELIJKE GEZONDHEIDZORG
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Opdrachtenboek startbekwame fase Inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten GEESTELIJKE GEZONDHEIDZORG Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK Gevorderd 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 1 Fase: Gevorderd 1 Naam student:. Albeda College Branche
OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak D Startbekaam
OPLEIDING tot Verzorgende-IG Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak D Startbekaam Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2010-2011 Fase: Startbekaam Naam student:. 1 D1.T1.KP.start.
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KD 2012 Cohort: 2015-2016 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars KD 2012
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMEN BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2015-2016 KD 2012-2013 Crebo 95530 Albeda College Branche
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT. voor. Studenten en Beoordelaars
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT voor Studenten en Beoordelaars KD 2012 KRAAM KD 2012 Cohort: 2012-2013 1 Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG 2014 Crebo: 95 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student geacht wordt
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 3 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: november 2014 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
Beroepstaak D Verpleegtechnische vaardigheden en voorbehouden handelingen Crebo 95520 BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Overzicht verpleegtechnische en voorbehouden handelingen, die
NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV. Crebonummer: 95520. Sector: Gezondheidszorg
NCOI-programma voor de opleiding Verpleegkundige niveau IV Crebonummer: 95520 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI opleidingsgroep biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort opleidingstraject
Arbeidsmarktroute MBOberoepen
2018-2019 Arbeidsmarktroute MBOberoepen Het Vakbekwaamheidsbewijs Arbeidsmarktroute (VBA) maakt ervaring zichtbaar! EVC-Aftekenboekje verpleegtechnische handelingen Werkproces B1-K1-W5: Voert verpleegtechnische
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS KD 2012 Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau 3 Crebo:95530 Versie 1.0 KD 2012 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D
BIJLAGEN STARTBEKWAME FASE BEROEPSOPDRACHT D Bijlage 01 Bijlage 02 Bijlage 03 Bijlage 04 Bijlage 05 Leerlijn BOL en BBL 4 jarig Leerlijn BOL en BBL Verkort Formuleblad Te toetsen vaardigheden per deel
Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese
Dit project is gefinancierd door de steun van de Europese Commissie. Deze mededeling weerspiegelt alleen de mening van de auteur en de Europese Commissie en de Europese Commissie kan niet aansprakelijk
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL)
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL) VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG 2015 Crebo 95 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij begeleiden. Beroepstaak C. Niveau Gevorderd 2
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Ondersteunen bij begeleiden Beroepstaak C Niveau Gevorderd 2 Datum: Juni 2012 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 INLEIDING Binnenkort ga je de toets
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Beginner Doorstroom Helpende Zorg Beroepstaak B beginner: B1 en B3 Beroepstaak C beginner: C1 Beroepstaak E beginner Albeda College Branche Gezondheidszorg
ADDENDUM OP DE STUDIEHANDLEIDING
ADDENDUM OP DE STUDIEHANDLEIDING branche Gezondheidszorg Albeda College Opleiding tot Verzorgende IG uitstroom Kraam KD2012 Schooljaar 2012-2013 1 2 Inleiding. Omdat jij als verzorgende de uitstroom Kraam
CERTIFICAAT VAN DEELNAME:
Deze brochure biedt u een overzicht van de trainingen waarmee wordt toegewerkt naar een CERTIFICAAT VAN DEELNAME: Certificeerbare eenheden Verzorgende IG Ondersteunen bij verpleegtechnische handelingen
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 3 Verzorgende (IG)
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 3 Verzorgende (IG) Gebaseerd op: Prove2Move, mei 2016, ISBN 978-94-6224-115-2, Kwalificatiedossier Verzorgende-IG,
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam EXAMEN KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam EXAMEN KD 2012 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief examen beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1516
Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg
Handleiding VTV BBL-CombiCare Verzorgende-IG/Medewerker Maatschappelijke Zorg KD Maatschappelijke Zorg 1.1: Inventariseert hulpvragen van de cliënt 3.3: Stemt de werkzaamheden af met betrokkenen KD Verzorgende-IG
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT KD 2012
1 ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS KD 2012 KD 2012 Cohort: 2015-2016 INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit beroepsopdrachten waarmee de student getoetst wordt op
OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO
OPLEIDING MBO VERPLEEGKUNDIGE PORTFOLIO Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 Naam Student:. Groep: INHOUD Inleiding Overzicht alle ijkmomenten Portfolio Gegevens: Student School Praktijkorganisatie
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam KD 2012 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche Gezondheidszorg Kwalificatieniveau
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken. Beroepstaak E. Niveau Gevorderd 2
OPLEIDING tot MBO - VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van organisatie en professiegebonden taken Beroepstaak E Niveau Gevorderd 2 Datum: Juni 2012 Cohort: 2012-2013 KD: 2009-2010 INLEIDING
Naam student: Naam Loopbaanbegeleider:
Naam student: Naam Loopbaanbegeleider: 1 2 Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen, wat ook wel certificeerbare eenheid
IJkmomentnummer 3,5,7 kwalificerend (overgang naar volgende fase) door ASSESSOR
IJkmomentnummer: 2,4,6,8 ontwikkelingsgericht door SLB IJkmomentnummer 3,5,7 kwalificerend (overgang naar volgende fase) door ASSESSOR Doel ijkmoment: Het verkrijgen van een antwoord op de vraag of de
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd KD 2012 Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam Beroepstaak E gevorderd Albeda
OPLEIDING Verzorgende-IG PORTFOLIO
OPLEIDING Verzorgende-IG SPW4-VIG PORTFOLIO KD2012 Kwalificatieniveau 3 Cohort: 2012-2013 Versie: 1.0 KD: 2012 Crebo: 95530 Naam student:. Groep: Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 Inhoudsopgave
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie 3 Datum: januari 2014
PROEVE VAN BEKWAAMHEID
PROEVE VAN BEKWAAMHEID CE 3: Ondersteunen bij Verpleegtechnische handelingen Handleiding voor deelnemer en beoordelaar Afdeling Gezondheidszorg Opleiding Verzorgende niveau 3, BOL/BBL; Cohort 2009-2012/
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd KD 2012
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd KD 2012 Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam Beroepstaak E gevorderd Albeda
proeven bij fase: certificeren
proeven bij fase: oriënteren proeven bij fase: certificeren proeven bij fase: diplomeren EXAMEN OVERZICHT: MBO VERPLEEGKUNDIGE OP BASIS VAN HET DOSSIER 2011-2012 Ondersteunen bij persoonlijke basiszorg
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG.2014 Crebo 95 Algemene inleiding Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student geacht wordt
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg PORTFOLIO
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg PORTFOLIO KD2012 Kwalificatieniveau 3 Versie: 1.1 Crebo: 95530 en 92650 Naam Student:. Groep: Albeda College Branche Gezondheidszorg 2 Inhoudsopgave
Verzorgende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0118 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,
VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
1 OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK inclusief ONDERSTEUNINGSMAGAZIJN EN TOETSEN BEROEPSTAAK D Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: Juli 2013 Fase:
GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
OPLEIDING tot MBO VERPLEEGKUNDIGE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 KD 2012 Crebo 95 Versie: jan 2014 Fase: gevorderd 1 verkort Naam
NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG. Niveau 3 Crebonummer: 95530. Sector: Gezondheidszorg. Aanleiding
NCOI-programma voor de opleiding Verzorgende IG Niveau 3 Crebonummer: 95530 Sector: Gezondheidszorg Aanleiding NCOI Opleidingsgroep (NCOI) biedt in samenwerking met een zorginstelling een sterk verkort
STUDENTENVERSIE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Leren, ontwikkelen, beoordelen en ijken / assessment MBO Verpleegkundige Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 93 Versie: juni 2013 Naam student:.
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT (Thuiszorg) Beroepstaak B Helpen bij de persoonlijke zorg/ ADL Niveau Startbekwaam Toets beroepstaak B Helpende startbekwaam Thuiszorg 08-2011 Beroepsopdracht
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: jan 2015 Fase: Gevorderd 1 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK. Fase: Startbekwaam KD 2009-2010
OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK Fase: Startbekwaam KD 2009-2010 Beroepstaak B Startbekwaam Beroepstaak C Startbekwaam Beroepstaak D Startbekwaam Beroepstaak E Startbekwaam Albeda College Branche
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BBL OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BBL OPDRACHTENBOEK Gevorderd 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo: 95 Versie: ODB G1 VERKORT Datum: Februari 2016 Fase:
Naam student: Naam loopbaanbegeleider:
Naam student: Naam loopbaanbegeleider: 1 2 Handleiding voor het gebruiken van het CE 2 portfolio ondersteunen bij begeleiding. Beste student(e), Voor je ligt het portfolio van het opleidingsonderdeel Ondersteunen
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016
Blauwdruk ZorgPad Nieuwe leeroplossing 2016 MBO Verzorgende (IG) Versie 1.4 Noordhoff Health Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Noordhoff Health, aantoonbaar beter. www.noordhoff-health.nl
Verzorgende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verzorgende en verpleegtechnische handelingen behorend bij één of meerdere kwalificaties mbo Op dit moment is een wijziging van de WEB in voorbereiding waarmee de positie van keuzedelen in
VERKORTE OPLEIDING VERZORGENDE-IG
[Geef tekst op] VERKORTE OPLEIDING VERZORGENDE-IG OPDRACHTENBOEK B-VIG Fase: Gevorderd/Startbekwaam KD 2012 Beroepstaak B gevorderd/startbekwaam Beroepstaak C gevorderd/startbekwaam Beroepstaak D verplicht
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Begeleider Gehandicaptenzorg Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Specifieke Doelgroepen Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Zien waar hulp nodig is! (Thuiszorg) Beroepstaak B Helpen bij de persoonlijke zorg/ ADL Niveau Toets beroepstaak B Helpende gevorderd Thuiszorg
Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager
Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager 1 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan op. A: Beslissen en activiteiten initiëren
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT
ALGEMENE INSTRUCTIE TOETS BEROEPSOPDRACHT VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: April 2011 Cohort: 2011-2012 2 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten die de student
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT. Ondersteunen bij Verpleegkundige (Basis)zorg. Beroepstaak B Verpleegkundige (Basis)zorg
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE TOETS BEROEPSOPDRACHT Ondersteunen bij Verpleegkundige (Basis)zorg Beroepstaak B Verpleegkundige (Basis)zorg Niveau Beginner Datum: mei 2012 Cohort: 2012-2013 INLEIDING
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5
OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSTAAK D, DEEL 5 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: juni 2013 Fase: Gevorderd 2 Naam deelnemer:. 2 Inhoudsopgave Beroepsopdracht
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd
OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van activiteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten Niveau
k j J K R D J M C D R D J M
Koppeling leereenheden Nuzorg aan de Fase-indeling de opleiding Verpleegkundige KD 2011 en 2012 van Consortium Beroepsonderwijs Fase 1 Beroepsprestaties Werkprocessen Competenties Leereenheden NUzorg Verwerken
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 4 Verpleegkundige
Verantwoordingsdocument betreffende relatie ZorgPad, editie 2017 en Prove2Move, mei 2016 Niveau 4 Verpleegkundige Gebaseerd op: Prove2Move, mei 2016, ISBN 978-94-6224-103-9, Kwalificatiedossier Mbo-Verpleegkundige,
Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie 0.1. 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1
Body of Knowledge Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo Werkversie 0.1 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1 Inhoud 1 Verpleegkundige MBO basis... 3 1.1 Menselijk functioneren... 3 1.2 Methodisch handelen...
2. Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken. Oordeel voldoende / onvoldoende * Instelling: Fase: 1 2 3*
Competentiekaart verzorgende IG (de eisen ten aanzien van loopbaan en de burgerschapsdimensies zijn in de kaart verwerkt, behalve de politiek-juridische dimensie die geheel op school wordt behandeld) Competentiekaart
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK inclusief ondersteuningsmagazijn en toetsen beroepsopdrachten Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Schooljaar
Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven
l Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven Pagina 1 van16 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D
OPDRACHTENBOEK VAN BEGINNER TOT STARTBEKWAAM BEROEPSTAAK D inclusief toets beroepstaak D en ondersteuningsmagazijn Albeda College Branche Gezondheidszorg Crebonummer 95520 Versie ODB BEROEPSTAAK D 1415
proeven bij fase: certificeren
proeven bij fase: oriënteren proeven bij fase: certificeren proeven bij fase: diplomeren EXAMEN OVERZICHT: VERZORGENDE - IG OP BASIS VAN HET DOSSIER 2011-2012 Ondersteunen bij en wonen Ondersteunen bij
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE. VERKORTE OPLEIDING BOL en BBL OPDRACHTENBOEK. Gevorderd 1
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE VERKORTE OPLEIDING BOL en BBL OPDRACHTENBOEK Gevorderd 1 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo: 95 Versie: ODB G1 VERKORT 1516 Datum: Augustus
STUDIEHANDLEIDING branche Gezondheidszorg Albeda College
STUDIEHANDLEIDING branche Gezondheidszorg Albeda College Opleiding tot Mbo-verpleegkundige (GGZ) Regulier Gevorderde fase en Startbekwaam Verkort Crebonummer 93510 Cohort 2013-2014-verkortegroep 1 juli
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE. Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE Geestelijke Gezondheidszorg OPDRACHTENBOEK Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Cohort: 2011-2012 Versie: 30-6-2011 Fase: Gevorderd 1 en 2 en verkorte
Toets en Examenplan MBO Verpleegkundige COHORT 2015-2019 Crebo 95520
Toets en examenplan Leeswijzer In het toets- en examenplan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen toetsen ( ontwikkelingsgericht) per fase en de examens van de startbekwame fase. Beroepstaak D neemt
Examenplan Verpleegkundige niveau 4, 4 jarig regulier BOL/BBL
Examenplan Verpleegkundige niveau 4, 4 jarig regulier BOL/BBL 1. Overzicht 1.1 Specifieke examens Examenoverzicht opleiding: Verpleegkunde Niveau 4 4 jarig Crebocode: 95520 Dossiercode: 95520/2013-2017
Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verzorgende IG. Werkversie 0.1. 1/9 Verzorgende IG v0.1
Body of Knowledge Kwalificatiedossier Verzorgende IG Werkversie 0.1 1/9 Verzorgende IG v0.1 Inhoud 1 Verzorgende IG basis... 3 1.1 Zorgcontext... 3 1.2 Communicatie, coaching en begeleiding... 3 1.3 Functioneren
Verplegende en verpleegtechnische handelingen
Keuzedeel mbo Verplegende en verpleegtechnische handelingen gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0119 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg,
Toets en Examenplan MBO Verpleegkunde GGZ Leerplan COHORTEN 2013-2017 Crebo 95520
Toets en examenplan Leeswijzer In het toets- en examenplan is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen toetsen ( ontwikkelingsgericht) per fase en de examens van de startbekwame fase. Beroepstaak D neemt
OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT
OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT Huishoudelijke zorg op maat. (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg) Beroepstaak A Hulp bij huishouden en wonen. Niveau Startbekwaam Toets BT A STB Zorghulp V en V 02-2012
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK
OPLEIDING tot MBO-VERPLEEGKUNDIGE OPDRACHTENBOEK ZIEKENHUIS Gevorderd 2 Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: ODB G2 ZH 1415 Fase: Gevorderd 2 Naam Student. Albeda
Verzorgende KD 2011-2012. Fase Score Beroepsprestaties Werkprocessen KD 2011 Onderwijsmagazijn TM
1 Verzorgende KD 2011-2012 Fase 1 Ontwikkelingsgericht 1.1 Verzamelen van gegevens 1.1 Stelt (mede) het zorgplan op Het zorgplan: Oriëntatie op het beroep Gegevens verzamelen 1.2 Beginnen met zorg Het
OPLEIDING. Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg OPDRACHTENBOEK. Fase: Gevorderd
OPLEIDING Verzorgende-IG & Medewerker Maatschappelijke Zorg OPDRACHTENBOEK Fase: Gevorderd Beroepstaak B gevorderd Beroepstaak C gevorderd Beroepstaak D verplicht en met keuze Beroepstaak D startbekwaam
Datum 16 juli Versie 1.0. Noordhoff Uitgevers BV. Het Spoor AK HOUTEN
Datum 16 juli 2015 Versie 1.0 Noordhoff Uitgevers BV Het Spoor 8-14 3994 AK HOUTEN 088-522 68 66 [email protected] Inhoudsopgave Examens Kerntaak 1 & 2... 3 Examens VVT... 6 Examens GHZ... 7 Examens
E Q L R T D J M E F J R C D R D J M
Koppeling leereenheden Nuzorg aan de Fase-indeling de opleiding Verzorgende-IG KD 2011 en 2012 van Consortium Beroepsonderwijs Fase 1 Beroepsprestaties Werkprocessen Competenties Leereenheden NUzorg Verzamelen
