Spelling en uitspraak
|
|
|
- Annemie Coppens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 15 Spelling en uitspraak De spelling kan slechts een gebrekkige weergave zijn van de gesproken taal. Men zal nooit alle nuances van de uitspraak, intonatie en stemflexie in schrifttekens kunnen vangen. Dit geldt a fortiori voor het dialect; het is er allereerst om gesproken te worden: men moet het horen. In het algemeen kan men zeggen dat bij de weergave van het Kerkraads dialect in dit woordenboek zo veel mogelijk de spellingregels van het Algemeen Nederlands zijn gevolgd. Bij de medeklinkers leverde dit vrijwel geen moeilijkheden op. Voor de in het Nederlands enkel als assimilatieklank voorkomende stemhebbende gutturale ploffer (Du. gut, Fr. gargon) en voor de stemhebbende palatale glijder als in de leenwoorden genie en horloge boden zich in de Limburgse dialectliteratuur de tekens gk en zj aan (b.v. wegke, duzje). Moeilijker lag het bij de klinkers. Het Kerkraads kent nl. nogal wat klinkers die in het Nederlands niet voorkomen. Was er enkel een nuanceverschil, dan bediende men zich van het conventionele teken, anders ontleende men de tekens aan het Duits en het Frans, of bedacht de spelling zelf (b.v. de spelling ao en ao voor de klank van rosé en freule). De klank zelf hebben we trachten te benaderen door middel van een vergelijking met Franse en vooral Duitse woorden. Om geen nieuwe tekens in te voeren, heeft men zich soms beperkt tot een nadere omschrijving van de klank, zo bij de meer open / in woorden als inne, tsing of ook bij de meer of minder gesloten e van woorden als b.v. sjtek en kelder. Over het algemeen is het gebmik van accent- of leestekens beperkt gehouden. Zo zal men geen teken vinden dat de lengte van een klinker aangeeft. De voor veel Limburgse dialecten kenmerkende stoot- en sleeptoon is niet in de spelling uitgedmkt, maar apart aangegeven. Accenttekens en het trema zeggen enkel iets van de kwaliteit van klinkers en tweeklanken. Met opzet is zo weinig mogelijk gebruik gemaakt van de Nederlandse of intemationale benamingen van de spraakklanken; waar dat wel het geval is, zal de niet-taalkundig geschoolde lezer uit de context en de voorbeelden de betekenis kunnen opmaken. Terwille van de leesbaarheid is ook afgezien van fonetisch schrift, op een enkele uitzondering na: de sjwa of reductie vocaal. Klinkers a aa duidt de gedekte klinker aan in gesloten lettergreep, de vrije klinker in open lettergreep, b.v. bakke, kraf, sjtam als Ned. kalm; jape, sjravele als Du. laben. staat voor de vrije klinker in gesloten lettergreep en aan het eind van een woord, b.v. kaat, baar, sjaa, hingenaa; uitspraak als Du. Hase, nah.
2 Kirchröadsj er Dieksiej oneer 16 e ie o oe ö ao u eu Het Kerkraads kent vier varianten van de e-klank: 1) kort en open in sjtek, leffel, legke; voor liquida en nasaal nog iets meer open: sjterve, kelder, dem, heng; 2) lang en open (geschreven e) in nès, kème, brèche, wèsje; 3) kort en gesloten (geschreven /) in rikke, milch, krichel, visje, mit; voor liquida en nasaal iets meer open: inne, sjting, vilt, birk; 4) lang en gesloten in sjtere, dene, deer. Bovendien geeft e de reductievocaal weer: jeleuve, oavend. Is kort binnen een lettergreep en in onbeklemtoonde positie: piezzele, hillieje, pensiejoeën. Is half lang met st. d'r Tien, prie, kieve. Is lang met si. wien, kniepe, zie (pers. vnw.) Ook de o kent vier varianten: 1) Kort en open in Jod, hoffe, blom, hof. De Umlaut hiervan is ö in blömsje, hofje. 2) Lang en open (geschreven ao) in kaod, sjaos, kaoche, vlaog. De bijpassende Umlaut is ao in vlaos, vlaog. 3) Kort en gesloten (geschreven ó) in hoste, vlókke, hónged, bedórf, hód. De hierbij behorende Umlaut schrijft men u in hudsje, vluks-je. 4) Lang en gesloten in lofe, hoots, hoof. De Umlaut van deze klank is eu in kneufe, heuts-je, heufje. Is kort binnen een lettergreep en in onbeklemtoonde positie: voet, moelle, oejazes. Is halflang met st. boed, floeze, iech loe, doe (bijw.). Is lang met si. roet, hoes, koete, doe (pers. vnw.). Is open en kort als in Du. Löffel: mölle, pötsje. Is open en lang als in Ned. freule: kraoche, zaotser. Is open en kort in gesloten lettergreep als in Ned. lucht, put: sjuts, tusje. Is half lang met st. meun, jreun, deus. Is lang met si. meusj, kneufe, leures. u uu ü eë, ieë, oeë, üe, öa, oa In open lettergreep als Ned. duren: murer, ulesjpeiel. In gesloten lettergreep als Ned. vuur: kluur, nuus. in gesloten lettergreep als Du. Schütze, Hülse; aan het eind van een woord als Fr. vertu: kümme, vlüjje, üch; lü, hü. zgn. zwevende tweeklanken, waarvan het eerste deel wordt gevormd door een korte ee, ie, oe, ü, ö en ó, gevolgd door een toonloze e of sjwaf^j. Voorbeelden: keëts, leëve, heë; kieës, sjtrieële, mieë; kloeëster, karoeëte, vloeë; vrüet, lüete, blu
3 17 speuing en uitspraak vöal, köaler, knöa; koad, koale, Kirchroa. Ook voor r hoort men deze laatste klank: kloar, joare, verloare. Tweeklanken ai ei, ij ui auw ouw au als Du. Mai, bleiben: fain, kail, sjlaif, klaister. De klank is half lang met st. in b.v.: kai, lai, rainieje. Is lang met si. in: mai, sjrai, plai, sjpaicher. de uitspraak komt overeen met de Nederlandse. We spellen ei, tenzij het Nederlandse woord met ij wordt gespeld: knei, vleie, sjnei, wei, maar: neëvebij, vrije, rij, evenals in het achtervoegsel -erij: jekkerij, sjlechterij. in mui, huie, rui-ieg, sjui als in Ned. huis, in kauw, vrauw, klauwe, um hauwens als Du. Frau, bauen, brauchen. in kouw, mouw, verzouwe, iech zouw als Ned. koud, flauw. in vraud, vrausje (van vrauw), heë hau (van han) als Du. Braute, Heu. Medeklinkers Meestal is er geen verschil met de Nederlandse uitspraak. We beperken ons dan ook tot: ch g gk sj zj w deze stemloze klank wordt na velare klinkers, d.w.z. na a(a), 0(0), ao, oe en oa, uitgesproken als Ach-Laut, dus in maache, sjtachel, traog, bóch, boech, heë vroog (van vroage). In dit geval nadert de klank dicht de stemloze huigr. Na palatale klinkers en na een medeklinker is de uitspraak gelijk aan de Duitse Ich-Laut, b.v. in miech, richtieg, rèche, drüeg, murg, velg. Zo kan er dus verschil in uitspraak zijn bij de vormen van één woord: laoch - löcher, boech - büchs-je, heë vroog - heë vreug (conj.). is in de meeste gevallen tot j' geworden. Ze komt nog voor na een velare klinker. Evenals bij de ch gaat de uitspraak sterk in de richting van de (stemhebbende) huig-r: vroage, zage, oge, zoege. duidt de klank van Du. Geld, gut; hij komt voor enkel tussen klinkers: sjmagke, wegke, rugke, herregke (mv. van sjmak, wek, ruk, herrek). is de palatale sisklank als in Du. Tisch, schön: sjuie, sjong, visj, sjtoa, sjwaam, lasj e. de stemhebbende vorm van de vorige, die gehoord wordt in woorden als genie, horloge: duzje, pieëdzje. is in alle gevallen bilabiaal met zwakke ronding.
4 Kirchröadsj er Dieksiej oneer 18 r is altijd de huig-r. Dat heeft tot gevolg dat men vóór r na een vrije of lange klinker een zwakke, op een sjwa gelijkende naklank hoort: dee(3)r, bie(d)r si.: bedoe(d)re, leu(3)res, vuu(d)r. Doch vrijwel niet na aa en oo: jaar, baar, broor Algemene opmerkingen 1) Een inlautende medeklinker wordt verdubbeld, wanneer hij wordt voorafgegaan door een korte klinker: ziwe, kroeffe, sjtoemmel, wiesse, tieppele, sjtieppe, piezzele. De ch wordt nooit dubbel geschreven; de voorafgaande klinker is kort, tenzij anders aangegeven, b.v. krichel, Miechel, kuche, broeche, becher. Maar lang: maache, bleeche, kieche si en na de altijd lange klinkers: brèche, jeuche, kaoche. Het voorafgaande geldt ook vóór sj en zj. Kort: wusje, foesje, lasje; wuzje, koezjelmoesj. Lang: toesje si, kriesje si, heesje, pluusje. 2) Sommige eenlettergrepige tussenwerpsels, meestal verkorte vormen, hebben aan het eind de korte klinker: ju, wa, da, dè', ook de voorzetsels a, i en va. 3) Grondslag van de spelling van het Kerkraads is de uitspraak. Daamaast geldt de regel der gelijkvormigheid. Zo wordt de spelling van de stemloze eindmedeklinker bepaald door de verlengde vorm van het woord. Dus: kaat - mv. kate, maar sjwaad - sjwade, jelid - jelidder, iech hod - inf. haode, sjtüb - sjtübbe, iech sjoeb - inf. sjoebbe, maag - mag e. Aan het einde van een woord schrijven we evenwel geen v, z, zj en gk, maar/ s, sj, k. Dus: haas - haze, muk - mugke, kaof- kaover, iech lek - legke, wusj - wuzje, brif- brivve. Waar geen analoge vormen voorkomen, richt de spelling zich naar het Nederlands: boag (boog), peëd (paard), sjtad (stad). Het achtervoegsel -ieg wordt altijd met g gespeld: in de verbogen vorm wordt g tot/ zoals gebruikelijk in het Kerkraads. Dus ierlieg - ierlieje, jemuutlieg -jemuutlieje. Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden wordt altijd gespeld met -d, omdat bij bijvoeglijk gebruik de stemloze eindmedeklinker wordt verzacht tot -d. Tevens vindt assimilatie van de onmiddellijk voorafgaande medeklinker(s) plaats: sjave - jesjaafd - jesjaafde breer, aafknage - aafjeknaagd - inne aafjeknaagde knaok, maache - jemaad - jemade man. Maar ook: sjetse - de jesjetsde hoezer (dzd), lesje - jelèsjde kalk (zjd), inne umjekiepde waan (bd), i-jepakde jesjenker (gkd). 4) Een stemloze medeklinker die in de zin vóór een klinker komt, wordt in het spreken stemhebbend: doch 't jraas aaf(g,z); loof ins de trap óp (v,b); 't kink weed al vrug i bed jelaad (d,g); darf iech jevelles e sjtuk appelvlaam han (v, z, gk). De onmiddellijk voorafgaande medeklinker(s) wordt (worden) geassimileerd; heë erft alles (vd); zetst üch (dzd). 5) Na een korte klinker wordt in het spreken tussen een r of / en een volgende medeklinker een overgangsklank gehoord (svarabhaktivocaal), niet echter voor een dentaal: mil(d)ch, dör(d)p, sjter(d)k, hel(d)pe, zel(d)ver, Pal(d)mzóndieg. Zonder tussenklank: jeld, nold, kelder, valsj, pols. 6) In het algemeen kan men zeggen, dat de articulatie van klinkers en medeklinkers in het Kerkraads minder gespannen is dan in het Nederlands. De kwaliteit der klinkers ondergaat ook lichte wijzigingen onder invloed van de omringende medeklinkers. Dit geldt b.v. vóór de velare r, terwijl de / en de bilabiale w in de Anlaut een verdoffing vooral van de a tot gevolg heeft. Lange klinkers worden langer uitgesproken dan de Nederlandse vóór r.
5 19 spelling en uitspraak 7) Het Kerkraads heeft met de andere Limburgse dialecten gemeen de vormen van intonatie, die stoottoon en sleeptoon worden genoemd. Sommige syllaben hebben een krachtige inzet en worden korter en stotend uitgesproken (stoot- of valtoon), andere hebben een gerekte, bijna slepende uitspraak met gelijk blijvende intensiteit (sleeptoon of traagheidsaccent). Daarmee gaat een verschil in toonhoogte gepaard. Beide intonaties treden op zowel bij korte als bij lange klinkers. De twee vormen van intonatie hebben een vorm- en betekenisonderscheidende functie: a. Alleen door hun stoot- of sleeptoon verschillen in betekenis o.a. moer st (muur) - moer si (peen), linge st (lindebomen) - linge si (lendenen), zei st (vergiet) - zij si (duivin), de zouw st (straatgoot) - de zouw si (zeug). Tezamen met verschil in geslacht of woordsoort o.a. doe st (toen) - doe si (jij), de val st (val) - d'r val si (het vallen), d'r vuur st (bunzing) - 't vuur si (vuur), de vaas st - 't vaas si, d'r jraaf st - 't jraaf s\ enz.. b. Het verschil treedt op als onderscheidingsteken tussen het enkelvoud en het meervoud, o.a. 't peëd si - de peëd st, d'r erm si - de erm st, d'r daag si, de daag st. Tezamen met andere verschillen, o.a. d'r boom si - de beum st (ook: de boom st), d'r knien si - de knieng st. c. De intonatie bepaalt (mede) het verschil tussen de verbogen en on verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord en tussen grondwoord en diminutief: ronk s\ - d'r Ronge Pool st, broen si - de broeng patere st; vrunk si - vrunke st, rank si - renke st, ponk si - punke st, moes si - müs-je st. d. Verschil in intonatie treedt op in het praeterium van sommige sterke werkwoorden tussen het enkelvoud en de 2de persoon meervoud enerzijds en de 1ste en 3de persoon meervoud anderzijds: heë brooch st - zie brooche si, doe droogs st - zie droge si, uur oost st - vier ose si, iech loog st - ze loge si, heë hooi st - ze hole si. In het vervolg geven wij de stoottoon aan; de sleeptoon enkel bij oppositie. Bij klinkers ie en oe onderscheiden wij drie waarden: lang si, halflang st, kort. De toon wordt in het algemeen alleen bij 't grondwoord aangegeven.
Visuele Leerlijn Spelling
Visuele Leerlijn Spelling www.gynzy.com Versie: 15-08-2018 Begrippen Klanken & Letters Klank (begrip) Klinker of medeklinker (begrip) Korte of lange klank (begrip) Tweetekenklank (begrip) Lange-, korte-,
oefenen met spelling A
oefenen met spelling A Oefenen met spelling A 0 Spellingsproblemen Cd-rom A eenvoudige eenlettergrepige woorden eenvoudige eenlettergrepige woorden woordbegin: sp, sl, st, tr woordeind: twee medeklinkers
Handleiding bij werkbladen uitspraak
Handleiding bij werkbladen uitspraak Er zijn drie kopieerbladen voor de uitspraak: overzicht van de klinkers overzicht van de lastige medeklinkers oefentips voor de uitspraak van de r De eerste twee lichten
instapkaarten taal verkennen
instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3
Als je woorden goed uit wilt spreken, is het belangrijk dat je weet waar een lettergreep begint en waar hij eindigt.
Lettergrepen Als je woorden goed uit wilt spreken, is het belangrijk dat je weet waar een lettergreep begint en waar hij eindigt. Om een woord in lettergrepen te verdelen, kijken we naar de klinkers. Als
zelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord Het zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding. de man de kat de fiets lidwoord Het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord. de het een samenstelling Een
Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.
Basisspelling Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van
Inhoud. 1 Spelling 10
Inhoud 1 Spelling 10 1 geschiedenis van de friese spelling (stavering) in het kort 10 2 spellingregels 12 Hulpmiddelen 12 Klinkers en medeklinkers 12 Lettergrepen 13 Stemhebbend en stemloos 13 Basisregels
Een Tengwar-mode voor het Nederlands
1 of 5 20/09/2006 14:05 Een Tengwar-mode voor het Nederlands Let op: Om dit document te kunnen lezen, moet tenminste een van de volgende lettertypen geïnstalleerd zijn: Tengwar Sindarin, Tengwar Quenya
Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:
Dyslexiebehandeling Informatiepakket leerkracht: - Werkwijze bij Onderwijszorg Nederland (ONL) - Klankenschema - Stappenplan - Kopie overzichts-steunkaart - Uitleg losse steunkaarten - Uitleg steunkaart
Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.
Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen
6 Het beoordelen van uitspraak
Werkblad 51 Wat vind je van je Nederlandse uitspraak? 1 Wat vind je van je Nederlandse uitspraak? Omcirkel het antwoord. Mijn uitspraak van het Nederlands is 1 niet goed 2 voldoende 3 goed 2 Schrijf op
IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit
IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als
WOORDPAKKET 6.2 i in een tweeklank hoofdletter
WOORDPAKKET 6.1A WOORDPAKKET 6.1B WOORDPAKKET 6.2 Ik hoor een ie maar schrijf een i: woorden net als fabrikant. Ik hoor een ie maar schrijf een i in een tweeklank: woorden net als radio. Aardrijkskundige
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen
Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra
BLOK 2: les 1 en 2. groep 4) en leren de woorden correct te schrijven (cat. 14) REGEL: 14: Lange klanken aan het eind van een klankgroep:
BLOK 1: les 1 en 2 Het voorvoegsel be-, ge-, ver-, me-, te- in een woord hetkennen en het woord correct teschrijven (cat. 11c) 11c: Wooden met een stomme e vooraan: In woorden die beginnen met be-, ge-,
Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling
Basisspelling Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling; regels die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs nog wordt geoefend.
2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over
Naam Datum Klas Ik luister goed. Ik vul de woorden in. 1 in een 2 leerde ze op school 3 haar met haar 4 leest boeken uit de van de stad en gaat graag naar het zich bij opa en oma in de, dat is in 6 Met
Van leesplankje naar digitaal leren lezen en spellen
Van leesplankje naar digitaal leren lezen en spellen Harmen Kooreman Het leesplankje van Hoogeveen begint met de woorden aap, noot, mies. De kinderen leerden lezen door middel van analyse en synthese.
Het verwoorden van de spellingsregel is belangrijk (bewustwording waarom je iets op een bepaalde manier schrijft).
Beste ouders, Wij zijn begonnen aan thema 8 van taal. Dit is het laatste thema van dit schooljaar. Volgend schooljaar krijgt u geen uitleg meer over de spellingscategorieën omdat de categorieën in groep
Flitsend Spellen en Lezen 1
Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend
Spellingchecker .?. Voor de juiste spelling. Nicole Neels. hoorwoorden. net als woorden. weetwoorden. regelwoorden
Spellingchecker Voor de juiste spelling hoorwoorden.?. net als woorden weetwoorden regelwoorden Eduforce Nicole Neels 1 Inhoudsopgave Goed spellen, hoe doe je dat? 7-8 Stap voor stap goed spellen (denkkaart)
Flitsend Spellen en Lezen 1
Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van eind groep 3 en groep 4 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van deze leerlijn.
Jaarplanning spelling
Week 1 Jaarplanning spelling medeklinker(s) en klinkers die door 1 letter worden weergegeven (pen, bol) Kinderen spellen woorden die zijn samengesteld uit 2 eerder geleerde woorden (fietsbel, taalschrift,
Klankgroep en lettergreep
Spellingwijzers groep 4 Voor de ouders Klankgroep en lettergreep Een klankgroep is een soort hulpmiddel bij het aanleren van spellingregels. Wat hoor je als je een woord langzaam in stukjes uitspreekt.
Onthoudschrift spelling groep 8:
Onthoudschrift spelling groep 8: THEMA 1 Categorie basiswoord woordgroep 9A -ng tong weet/ 13B -ch lucht weet als je acht, echt, ucht of icht hoort schrijf je ch behalve bij hij ligt, hij legt, hij zegt
je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort
Groep 4 Spelling Thema 1 Een nieuw huis aan het begin (klas) aan het eind (tent) met st aan het eind (kist) met ts aan het eind (muts) aan het begin en aan het eind (krant) Thema 2 Wat word jij later?
Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9
INHOUD Inleiding 7 Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 Les 1 Stap voor stap op weg naar minder spellingfouten 11 1.1 Juist spellen is... 11 1.2 Stappenplan goed spellen 13 1.3 Hardnekkige spellingproblemen
LES 2 KLINKERS Kelley lesson II: 2 Vowels, p. 6 3 Half-Vowels, p. 8
LES 2 KLINKERS Kelley lesson II: 2 Vowels, p. 6 3 Half-Vowels, p. 8 Doel van deze les: het kunnen herkennen en benoemen van de Hebreeuwse klinkers en het kunnen uitspreken van eenvoudige Hebreeuwse woorden.
Taalbeschouwelijke termen bao so 2010
1 Bijlage: Vergelijking taalbeschouwelijke termen leerplannen basisonderwijs en secundair onderwijs In deze lijst vindt u in de linkerkolom een overzicht van de taalbeschouwelijke termen uit het leerplan
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.
Spelling op maat 3 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 3 is het derde deel van
Overzicht categorieën Taal actief groep 7
Overzicht categorieën Taal actief groep Introductie Onderstaand treft u in de eerste kolom het nummer van de categorie aan zoals die voorkomt in Taal actief, in de tweede kolom de omschrijving, in de derde
Kernwoord Uitleg Voorbeeld
Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig
Benodigde voorkennis spelling groep 5
Taal actief 4 spelling groep 5-8 spelling groep 5 In dit document is een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen spelling groep 5. Deze kennis maakt onderdeel uit van de leerlijn groep 4. Hebben
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 2 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 2 is het tweede deel van deze leerlijn.
Inleiding. Hardop lezen, heeft dat zin? VERSTAANBAAR SPREKEN: WAT HELPT? MARGREET VERBOOG
VERSTAANBAAR SPREKEN: WAT HELPT? MARGREET VERBOOG Inleiding In het NT2-onderwijs is het, gezien de grote tijdsdruk, van groot belang altijd te zoeken naar de meest effectieve wijze van oefenen. De uitspraak
ABC, Uitspraak. Het ABC (Het Alfabet)
ABC, Uitspraak Om de Nederlandse uitspraak van letters en lettercombinaties weer te geven wordt in dit materiaal het Internationaal Fonetisch Alfabet (International Phonetic Alphabet, IPA) gebruikt. De
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van
Estafette Nieuw Leerlijn Technisch Lezen jaargroep 4
Estafette Nieuw Leerlijn Technisch Lezen jaargroep 4 AVI-E3 Het op beheersingsniveau (correct en vlot) kunnen lezen van teksten op AVI-niveau E3. Leerinhoud E3: Woorden eindigend op ~b, ~d, ~dt Woorden
De leerlijn spelling CED-Groep
De leerlijn spelling CED-Groep Onderstaande tabel geeft de leerlijn spelling van CED-Groep weer. Deze leerlijn is gebaseerd op een eerdere versie van M. Gerritse en M. Greevenbosch (2008) en verder ontwikkeld
2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12
Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek
Samenvatting Nederlands NL Spelling 1 t/m 12
Samenvatting Nederlands NL Spelling 1 t/m 12 Samenvatting door een scholier 1040 woorden 26 februari 2014 4,5 16 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands 1 Leestekens Punt Aan het eind van
Visuele Leerlijn Taal
Visuele Leerlijn Taal www.gynzy.com Versie: 05-09-2019 Taalbegrip Abstracties Probleem & oplossing Zender & ontvanger Functies van taal Discussie Standpunt & argument Feit & mening Illustratie (als voorbeeld)
Spelling 1F. Doelgroepen Spelling 1F. Omschrijving Spelling 1F
Spelling 1F Spelling 1F bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee leerlingen in het voortgezet onderwijs meestal verder oefenen. Doelgroepen
Les 1 jas en das. Op pad. van links naar rechts
Les 1 jas en das Op pad van links naar rechts 1 Inhoud 0 Inleiding 1.1 a} 1.2 s} as 1.3 j} jas 1.4 d} das 1.5 t} tas 1.6 k} kat 1.7 n} nat 1.8 r} rat, kar 1.9 v} vat 1.10 b} bak 1.11 l} bal 1.12 p} pak
Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:
Rapportperiode 1 Vak: Nederlands Onderdeel: LEZEN Docent: RKW 1 Aantal lessen per week: 4 Methode: Lees Mee Hoofdstuk: Blok 1 t/m 6 Blz. Weging: 1x 3x woordmixtoets 3x leestoets In totaal 6 cijfers Studievaardigheden:
LIJST MET DE MEEST VOORKOMENDE SPELFOUTEN. AcroPDF - A Quality PDF Writer and PDF Converter to create PDF files. To remove the line, buy a license.
Spelfout tegen: Woorden splitsen Wat heb ik fout gedaan? Voorbeeld MOGELIJKE REGELS 1a woord verkeerd gesplitst ploo-ien i.p.v. plooi-en Bij twee medeklinkers kun je tussen die medeklinkers splitsen. De
schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt dan schrijf je ij dan schrijf je ij
Groep 8 Spelling Thema 1 Je zit op mijn lip woorden met ng (tong) woorden met cht (lucht) woorden met ei (reis) woorden met ij (ijs) hoor je de zingende /n/, dan schrijf je -ng hoor je na een korte klank
1.2.3 Trappen van vergelijking 20
INHOUD DEEL I Woord voor woord 13 1.1 Zelfstandig naamwoord (substantief) 16 1.1.1 Definitie 16 1.1.2 Soorten 16 1.1.2.1 Soortnaam of eigennaam 16 1.1.2.2 Concrete of abstracte zelfstandige naamwoorden
Spelling 2F. Doelgroepen Spelling 2F. Omschrijving Spelling 2F
Spelling 2F De spellingstof die in het Spelling 2F behandeld wordt, is de stof van de basisschool die ook in lagere vo-opleidingen nog aan de orde komt, plus de door Meijering en de SLO aangegeven nieuwe
Zet je hersens op scherp en daag je tegenspelers uit voor een spannende RIJMwoordenstrijd!
Speel de RIJMwoordenstrijd! Oefen spelenderwijs met alle verschillende spraakklanken en letters en vergroot daarbij je rijmwoordenschat! Train je auditief onderscheidingsvermogen, je geheugen en alertheid.
Algemene Taalwetenschap. Hogeschool van Amsterdam Josefien Sweep
Algemene Taalwetenschap Hogeschool van Amsterdam Josefien Sweep Fonetiek en Fonologie Fonetiek en fonologie gaan over spraak (klanken): het gebruik van de stem om te communiceren. Spraak is het belangrijkste
Arrangementen dagbesteding VSO Oriëntatiefase Verdiepingsfase Integratiefase Leerjaar 1 (de
ARRANGEMENTKAART maart 2013 Arbeid schriftelijke taal VSO- AFDELING Standaarden VSO Leeftijd à 13 14 15 16 17 18 19 Gevorderd 25% 10 10 11 11 11 12 12 Voldoende 75% 7 7 8 8 9 9 10 Minimum 90% 3 4 4 4 5
Ik schrijf op wat ik hoor.
Categorie 1a Woorden met a Groep 3 Ik schrijf op wat ik hoor. kam Categorie 1a Woorden met a Groep 3 tak kar hal gas Categorie 1b Woorden met aa Groep 3 Ik schrijf op wat ik hoor. raam Categorie 1b Woorden
Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.
Regels werkwoordspelling In dit bestand worden de 5 werkwoordsvormen uitgelegd. Het gaat om: 1. Tegenwoordige tijd 2. Verleden tijd 3. Voltooid deelwoord 4. Onvoltooid deelwoord 5. Bijvoeglijk gebruikt
leerling 05 Meest recente oef ening en (max. 1 week geleden) Opgemaakt op
leerling 05 Meest recente oef ening en (max. 1 week geleden) Opgemaakt op 10-04-2018 Oef ening Laatste pog ing Pog ing en Goed / Fout Percentag e Af g erond LS2.1 letterplaat lange klanken 09-04-2018,
Iets wat alleen een mens kan. Geheel Deel Mensen Persoon Voorwerp Inhoud Product uitstreek product
Samenvatting door Sam 813 woorden 2 maart 2016 6,8 21 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Lezen Tekststructuren: Voor/nadelenstructuur Verleden/heden(/toekomst)structuur Aspectenstructuur
1. poes Luisterweg Ik luister goed naar het woord, Dan schrijf ik het zoals het hoort.
1. poes 2. draak 3. muts 4. wolk Duo betekent twee De /u/ doet dus niet mee 5. krant 6. schaap Hoor je na een s een /g/? Dan schrijf je ch en nooit een g! 7. feest / vier Ik verdeel het woord in klankgroepen.
Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!
In dit document kunt u lezen wat de kinderen leren in elke kern. In de eerste zes kernen zal dit voornamelijk ingaan op het aanleren van woorden en letters. In de laatste kernen komt het lezen al wat meer
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I Grammatica I Rubriek Oefening Type Opgaven Uitleg Alle onderwerpen Totaaltoets Grammatica I (*) 42 1 Klanken/letters Deeltoets 1 (*) Naamwoorden Deeltoets 2
Wat is zo belangrijk aan uitspraak?
Nederlandse In tegenstelling verstaanbaarheid, klanken tot bijvoorbeeld juist in tegendeel dusdanig een zelfs: Franse aan de dat karakteristiek accent een accent heeft ontstaat. een van Duits de Duitse
Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.
Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 4 en 5 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 1 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 1 is het eerste deel van
Leerstofaanbod groep 4
Leerstofaanbod groep 4 Rekenen Rekenen Methode: RekenZeker De lessen zijn onderverdeeld in een aantal domeinen: getallen, bewerkingen (optellen, aftrekken en tafels en meten van tijd en geld. Optellen
schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt. Hoor je /ie/ aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je i. Dan schrijf je ij.
Groep 7 Spelling Thema 1 Het landje van ons woorden met ng (tong) woorden met cht (lucht) woorden met i die klinkt als ie (liter) Hoor je de zingende /n/, dan schrijf je ng. Hoor je na een korte klank
als iets niet letterlijk is bedoeld.
Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven
Andere werkwoordsvorm (infinitief, voltooid of onvoltooid deelwoord) schrijf je zo simpel mogelijk. Op t- klank = verlengen, d-klank = verlengen.
Samenvatting door een scholier 1095 woorden 29 juni 2004 5,8 70 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Hoofdstuk 1: Reclame Werkwoordsspelling: Bij een werkwoord als persoonsvorm moet
Een lijn in (begrijpend) luisteren en lezen voor de ganse basisschool
Een lijn in (begrijpend) luisteren en lezen voor de ganse basisschool 1 Leren begrijpen van geschreven taal Wanneer en hoe? Begrijpend luisteren/lezen Wat heeft invloed op begrijpend luisteren/lezen? 2
Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart.
Snel aan de slag! Wat heeft u nodig? Het juiste Spelling in beeld-oefenboekje Een schriftje waar uw kind in kan werken Een pen waarmee uw kind prettig werkt Een markeerstift of een aantal kleurpotloden
Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2)
Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2) Samenvatting door een scholier 1020 woorden 25 september 2011 7,3 13 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands CURSUS SPELLEN Werkwoordspelling
Woordenschat blok 04 gr4 Les 1 Enzovoort: en ga zo maar verder. Hierboven: boven iets, bijvoorbeeld een lijn. Hieronder: onder iets, bijvoorbeeld een
Woordenschat blok 04 gr4 Les 1 Enzovoort: en ga zo maar verder. Hierboven: boven iets, bijvoorbeeld een lijn. Hieronder: onder iets, bijvoorbeeld een lijn. Ondersteboven: iets staat op zijn kop, de onderkant
Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica
Basisgrammatica In Muiswerk Basisgrammatica wordt aandacht besteed aan de drie belangrijkste woordsoorten die de traditionele grammatica onderscheidt. Verder komen de eerste beginselen van zinsontleding
Uitleg Staal Spelling
Uitleg Staal Spelling Deze handleiding geeft uitleg voor ouders hoe de verschillende categorieën werken. Het vaste ritme, goed voordoen, elke les herhalen en dagelijkse dictees zorgen voor optimale spellingresultaten.
Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen
Leerdoelen groep 7 Pluspunt rekenen NB. De leerdoelen van deze rekenmethode bieden wij de kinderen aan middels Denken in Doelen. Dat betekent dat we niet exact de blokken van de methode volgen, maar dat
เร ยนและเข ยนภาษาไทย. Thaise alfabet leren lezen enooit. schrijfwijze: letterklasse = : = waterbuffel. n seindmedeklinker. รอน Ron(ald) Schü$e, 2014
letterklasse = : = waterbuffel L k Thaise alfabet leren lezen enooit n seindmedeklinker chrijven เร ยนและเข ยนภาษาไทย รอน Ron(ald) Schü$e, 2014 โรนะลด (Ronald Schü$e), 2014 Voor iedere letter is er een
namen steden landen Namen steden. werelddelen 61 Namen landen hoofdletter werelddelen. namen, N Namen inwoners van inwoners van landen
61 regelwoord Amsterdam, Nederland, Nederlander, Amsterdamse, Nederlandse Woorden die beginnen met een hoofdletter: Namen van steden. Namen van landen of werelddelen. Namen van inwoners van landen. Namen
Blok Klankgrgoepenwoord Deze categorie komt in veel woorden voor en is een heel lastige categorie.
Blok 4 10 Klankgrgoepenwoord Deze categorie komt in veel woorden voor en is een heel lastige categorie. stap 3 stap 4 stap 1 stap 2 Stap 1 Verdelen in klankgroepen Klankgroepen zijn auditieve lettergrepen.
π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46
Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord
π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46
Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord
schrijf je meestal ch, behalve bij ik lig, ik leg en ik zeg. Dan schrijf je ij. Dan schrijf je ij.
Groep 6 Spelling Thema 1 Op heterdaad betrapt ng (tong) ch (pech) ei (reis) ij (ijs) Hoor je de zingende /n/, dan schrijf je ng. Hoor je na een korte klank /g/, dan schrijf je meestal ch, behalve bij ik
Deze weken leren wij:
Kern 1: ik - maan - roos - vis- sok Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e Woorden: ik - maan - roos - vis - sok aan pen - en We leren ook in welke straat de letters horen; korte klankstraat, lange klankstraat,
Luister naar het alfabet en de voorbeelden. Kijk ook naar de afbeeldingen. voorbeeld letter. b bee [b] bus [ə] een. hemd
Het alfabet Van A tot Z Het Nederlandse alfabet heeft 26 letters. Deze letters zijn klinkers en medeklinkers. Er zijn 6 klinkers: a, e, i, o, u, y. Er zijn 20 medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m,
Veilig leren lezen Kern 1: ik - maan - roos vis
Kern 1: ik - maan - roos vis Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e Woorden: ik - maan - roos - vis - sok aan pen en Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind
Meer dan grammatica!
Gramm@foon Meer dan grammatica! 1e druk 2011 ISBN: 9789490807061 Copyright: KleurRijker B.V., [email protected] Auteurs: Karine Jekel, Vika Lukina, Nynke Oosterhuis Redactie: Karine Jekel, Nynke Oosterhuis,
apen 1 Schrijf het woord op. 2 Schrijf het woord op. Een woord met een lange klank aan het eind van een klankgroep. Net als jager.
spelling 27b 1 Kies uit: ogen tenen samen oren apen zalen muren tegels toren 1 Twee a hebben s : apen 2 vier o, vier o Je leert hoe je woorden met een lange klank aan het eind van een klankgroep schrijft.
Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten
Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten dr. Pierre Bakkes dr. Herman Crompvoets Jan Notten Frans Walraven aangenomen door de Raod veur t Limburgs in zijn vergadering van 12-02-2003, bevestigd door het
Woordpakket 11 Groep 4. Woorden: Ook zo-woorden. draai foei gooi mooi nooit ooit roeit saai blijf fijn de gein het plein de pijn vijf zei
Woordpakket 11 Groep 4 Categorie: Woorden met aai, -ooi en oei - Hoor je oej, ooj of aaj, schrijf dan oei, -ooi of aai. draai foei gooi mooi nooit ooit roeit saai blijf fijn de gein het plein de pijn vijf
1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8
Deel 1 Grammatica 1 1 WOORDSOORTEN 3 1.1 Tot welke woordsoort behoren de onderstreepte woorden in de volgende zinnen? 3 1.2 Multiple choice. Benoem de onderstreepte woorden 4 1.3 Benoem de onderstreepte
Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:
Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt
Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.
Spelling op maat 2 De Muiswerkprogramma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 2 is het tweede deel van
Taal actief spelling en de nieuwe Cito-toets spelling. Taal actief
Taal actief spelling en de nieuwe Cito-toets spelling Taal actief Introductie In dit artikel wordt een vergelijking gemaakt tussen de spellingcategorieën zoals die voorkomen in Taal actief 3 en de categorieën
Flitsend Spellen en Lezen 1
Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend
De leerlijn spelling CED-Groep (Voor po- sbo- so)
Groep 2 Groep 3 De leerlijn spelling CED-Groep (Voor po- sbo- so) Groep Leerstofaanbod groep 2 en 3 z - Leerlingen analyseren klankzuivere woorden in afzonderlijke klanken in de juiste volgorde (m/a/n,
Thema 2. Rennen voor geld
Thema 2 Rennen voor geld Les 2.1 Berlijnse calorieën zekerheden zebra s onmiddellijk Les 1 reis, ijs Sjoerd vertelt zijn opa dat hij rondjes gaat lopen op een sportterrein. Wat een ander woord voor terrein?
WOORDPAKKET 1. Ik schrijf woorden met een medeklinker aan het begin en einde van een woord: woorden net als man.
WOORDPAKKET 1 Ik schrijf de ee aan het einde van een woord juist: woorden net als zee. Ik schrijf een doffe klinker: woorden net als me of een. Ik schrijf woorden met één klinker en één medeklinker: woorden
Afspraak 31 weetwoord. Afspraak 30 regelwoord. liniaal, actueel. thermometer. Afspraak 32a weetwoord. Afspraak 32b weetwoord. team.
Afspraak 30 regelwoord liniaal, actueel je een j of een w, maar die schrijf je niet Afspraak 31 weetwoord thermometer je een t, maar je schrijft th Afspraak 32a weetwoord team Leenwoorden uit het Engels
Wegwijs in de werkwoordspelling
Wegwijs in de werkwoordspelling 1 Een aantal begrippen Tijd = de tijd waarin gesproken wordt: vandaag, gisteren, morgen Persoon = wie aan het spreken is of de persoon om wie het gaat in de zin. Infinitief
Leerlijn Spelling voor leerlingen die uitstromen naar Praktijkonderwijs GROEP 3
Leerlijn Spelling voor leerlingen die uitstromen naar Praktijkonderwijs GROEP 2 - Leerlingen analyseren klankzuivere woorden in afzonderlijke klanken in de juiste volgorde (m/a/n, b/r/oe/k). - Leerlingen
Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.
Grammatica op maat Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Grammatica op maat Dit programma is
