Samen werken Samen leren
|
|
|
- Linda van der Ven
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Samen werken Samen leren Wanneer Samen werken en Samen leren gecombineerd worden, ontstaat het begrip Samenwerkend Leren oftewel Coöperatief leren. In Amerika is het cooperative learning model voor het onderwijs ontstaan. De Nederlandse onderwijskundige Veenman (2000, 2005) en Van Vugt houden voor dit model bij voorkeur de naam Coöperatief Leren aan omdat het verwijst naar het oorspronkelijke model van de Amerikanen Johnson & Johnson. 1 Ebbens, Ettekoven & van Rooijen vertalen in 1997 coöperatief leren als samenwerkend leren. Dit model voor Coöperatief Leren van Johnson & Johnson, verder in dit artikel CL genoemd, is ook terug te vinden in de Dalton ontwikkelingslijn Samenwerkend leren. Wat houdt samenwerkend leren nu eigenlijk in? Waarom is het de laatste tijd in onderwijsland zo populair? In dit artikel wordt het coöperatief leren model van Johnson & Johnson uiteengezet en vergeleken met de latere uitwerking van Kagan (2003). De vraag die in deze bijdrage centraal staat, luidt als volgt: wat zijn de consequenties van beide uitwerkingen voor het implementatieproces van CL in de praktijk van een (basis)schoolklas? Dit artikel start met het kader waarbinnen CL een plaats heeft gekregen in het onderwijs en de redenen voor de toegenomen belangstelling voor CL. Daarna zal het model van Johnson & Johnson en de gestructureerde uitwerking van Kagan worden toegelicht. Vervolgens wordt bekeken welke uitwerking oftewel stroming het implementatieproces van CL in de onderwijspraktijk vergemakkelijkt. Hierbij wordt ook gekeken hoe deze twee uitwerkingen ten goede kunnen komen aan de sociale competentie. Waarom is CL in? Samenwerkend leren oftewel Coöperatief Leren (CL) is erg in zwang afgelopen tijd. Dit is logisch aangezien het aansluit bij de uitgangspunten van de sociaal constructivistische leertheorie die de afgelopen jaren in is binnen het onderwijs. Het constructivisme kent uitgangspunten die via CL in de praktijk tot uiting kunnen komen, namelijk: 1. Leren is een actief proces. Leerlingen leren door zelf te denken en te handelen. Ze leren zelf informatie te verzamelen en te verwerken. Leren leren en kennis gebruiken is in verschillende situaties belangrijker dan kennis als doel op zichzelf. 2. Kennis wordt actief geconstrueerd en niet passief geabsorbeerd. CL stimuleert dat leerlingen actief de aangeboden informatie bewerken, toepassen of oefenen. De leerlingen praten met elkaar over de leerstof, dagen elkaar uit om een moeilijk begrip uit te leggen, brengen hun gedachten onder woorden. 3. Kennis wordt uitgevonden en niet ontdekt. Waarheid en kennis als een objectieve weergave van de werkelijkheid bestaat niet. Alle menselijke kennis is subjectief en relatief. Menselijke kennis is een construct, een product van de menselijke geest. 4. Alle kennis is persoonlijk en sociaal geconstrueerd. CL geeft inhoud aan het idee dat leren een constructief proces is waarbij een leerling door interactie met de omgeving voortdurend de houdbaarheid van zijn persoonlijke opvattingen toetst. 5. Leren is in essentie een proces van betekenisverlening. Leerlingen proberen nieuwe leerstof te begrijpen vanuit datgene wat ze reeds weten of waar ze meer bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan het realistisch rekenen waarbij leerlingen de sommen in contexten maken, sommen die ze in de dagelijkse werkelijkheid tegenkomen. Als de leerstof te ver verwijderd is van hun eigen kennis en ervaringen, dan kunnen ze geneigd zijn het zoeken naar betekenissen te staken. Hierdoor kunnen ze verveeld of verward raken. Betekenisverlening wordt makkelijker door het leren plezieriger en gemakkelijker (door bijvoorbeeld oefening) te maken. 1 Johnson, D. W., & Johnson, R. T. (1983). The socialization and achievement crisis: Are cooperative learning experiences the answer? Applied Social Psychology, 4, Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 1
2 In 2003 is het vertaalde boek van Kagan Structureel coöperatief leren op de markt gekomen. Mede hierdoor en door het verschijnen van Coöperatief leren: praktijkboek van Kagan in 2001 zijn vele leerkrachten inmiddels bijgeschoold in deze uitwerking van CL dat zich met name kenmerkt door de gestructureerde werkvormen die Kagan van creatieve leerkrachten heeft verzameld tijdens zijn werk als schoolbegeleider. In 2000 kwam het boek van Förrer, Kenter & Veenman uit Coöperatief leren in het basisonderwijs. Dit boek gaat meer uit van het oorsponkelijke Johnson & Johnson model waarbij verwezen wordt naar Kagan voor de praktische uitwerkingen van de werkvormen in verschillende stappen. Veenman (2005) geeft voor de toegenomen belangstelling voor coöperatief leren, de volgende argumenten: 1. Op de eerste plaats laten onderzoeken van Cohen, Johnson & Johnson en Slavin zien dat CL een positieve invloed heeft op de cognitieve en sociale ontwikkeling van de leerlingen zoals leerprestaties, interetnische vriendschappen, acceptatie van gehandicapte klasgenoten en zelfvertrouwen. 2. Op de tweede plaats wordt in de huidige opvattingen een belangrijke plaats toegekend aan actief leren, de ontwikkeling van de denkvermogens van leerlingen, het leren oplossen van problemen, de integratie en toepassing van kennis en actief mondeling taalgebruik. Hiervoor is CL een uitstekend middel. 3. Op de derde plaats kan via coöperatieve leergroepen beter worden omgegaan met de individuele verschillen tussen de leerlingen in de klas. Leerlingen vullen elkaar aan. 4. Op de vierde plaats laat onderzoek van Stevens & Slavin zien dat leerlingen met leerachterstanden het op scholen met coöperatief ingerichte leergroepen beter doen dan vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen met speciale onderwijsprogramma s. 2 Wat zijn nu die coöperatief ingerichte leergroepen? Wat is CL? Johnson & Johnson leggen dit via vijf basiskenmerken helder uit. Model van Johnson & Johnson Het CL model concentreert zich rond vijf basiskenmerken; (1) positieve wederzijdse afhankelijkheid, (2) individuele verantwoordelijkheid, (3) directe interactie, (4) sociale vaardigheden en (5) evaluatie van het groepsproces. De leerkracht dient met deze basiskenmerken rekening te houden, wil er sprake zijn van CL. Wat houden die begrippen nu in? ad 1) Positieve wederzijdse afhankelijkheid is het belangrijkste basiskenmerk. De leerlingen beseffen dat ze elkaar nodig hebben om de opdracht met succes af te ronden. De leerlingen zien in dat hun inzet en inspanning belangrijk is voor de gehele groep, ze helpen en moedigen elkaar aan. Dit betekent dat de leerkracht de taak zorgvuldig moet structureren en dat het doel en de gevraagde kwaliteit van de opdracht duidelijk zijn. Positieve wederzijdse afhankelijkheid kan op verschillende manieren gestructureerd worden, namelijk door: Doelafhankelijkheid; het formuleren van gemeenschappelijke doelen. Deze afhankelijkheid is het belangrijkste. De volgende mogelijkheden maken de positieve wederzijdse afhankelijkheid alleen nog maar sterker: Materiaal-afhankelijkheid; een verdeling van de materialen of hulpmiddelen. Beloning-afhankelijkheid; het geven van beloningen. Rol-afhankelijkheid; het specificeren van bepaalde rollen. Identiteit-afhankelijkheid; het werken aan een eigen identiteit, de groepsleden vormen een eenheid op grond van een gemeenschappelijk kenmerk. Taak-afhankelijkheid; het verdelen van taken. 2 Veenman. S. (2005). Lezing voor de Stichting Delta-onderwijs, Oosterhout. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 2
3 Ad 2) Individuele verantwoordelijkheid Het effect van CL is het grootst als de leerlingen zich zowel verantwoordelijk voelen voor hun eigen bijdragen aan de groepsopdracht als voor het helpen van de andere groepsleden bij het maken van de groepsopdracht. Niet alleen over het groepsproduct dient verantwoording afgelegd te worden maar ook over de individuele bijdragen van elk groepslid aan het groepsproduct. Het doel van de samenwerking is dat ieder groepslid er beter van wordt. Individuele verantwoordelijkheid kan bijvoorbeeld gestructureerd worden door iedere leerling na de samenwerking een toets te laten maken, door leerlingen willekeurig een beurt te geven om voor de klas uit te leggen wat de groep gedaan heeft of welke oplossing gevonden is, door als leerkracht te observeren wat de bijdrage is van ieder groepslid aan het groepsproces, door één leerling de rol van controleur te geven die er op toe ziet dat ieder groepslid de leerstof begrepen heeft, door de leden van de groep elkaars werk te laten redigeren, door leerlingen de opdracht te geven aan anderen uit te leggen wat ze hebben gedaan of geleerd. Ad 3) Directie interactie betekent dat de leerlingen zo dicht bij elkaar zitten dat ze goed met elkaar kunnen communiceren en de benodigde materialen en informatie met elkaar kunnen delen. Niet alleen de inrichting van de klas, maar ook de opdracht die gegeven wordt, dient directe interactie te bevorderen. Ad 4) Sociale vaardigheden die voor CL van belang zijn en die de leerlingen nog niet goed beheersen, dienen aangeleerd te worden. CL vereist niet alleen sociale vaardigheden maar bevordert deze ook. Van belang is dat de leerkracht nagaat welke sociale vaardigheden bij een bepaalde opdracht belangrijk zijn. Het benadrukken van één of twee vaardigheden per les is in eerste instantie voldoende. De belangrijkste sociale vaardigheden bij CL zijn: in de groep blijven, ter zake kunnen blijven, niet te luid spreken, goed kunnen luisteren, op je beurt wachten, de ander uit laten spreken, doorvragen, samenvatten, elkaar kunnen aanmoedigen, elkaar complimenten kunnen geven, hulp durven vragen en geven, het oneens durven zijn met een ander. Ad 5) Evaluatie van het groepsproces. Bij coöperatief leren dienen zowel de cognitieve als de sociale doelen geëvalueerd te worden. Deze evaluatie kan tijdens of na afloop van de les plaatsvinden. Zowel de leerkracht als de leerlingen spelen bij de evaluatie een belangrijke rol. Kagan (2003) heeft deze vijf basiskenmerken van Johnson & Johnson op een praktische manier toegankelijk gemaakt voor de basisschoolleerkracht door de kenmerken voor te structureren via coöperatieve werkvormen. Begrippen van Johnson & Johnson en Kagan Kagan gebruikt in plaats van het begrip basiskenmerken de begrippen basisprincipes en sleutelkenmerken. Kagan heeft het model van Johnson & Johnson zo uitgewerkt dat er meerdere begrippen zijn onstaan die met elkaar samenhangen. In onderstaand figuur worden de vijf basiskenmerken van Johnson & Johnson in verband gebracht met de zes sleutelbegrippen van Kagan. De buitenste vijfhoek, het kader, bestaat uit de oorspronkelijke vijf basiskenmerken van Johnson & Johnson. Binnenin zijn de zes sleutelbegrippen van Kagan zichtbaar (g.i.p.s., structuren, teams, coöperatief management, de wil om samen te werken en de vaardigheid om samen te werken) waarbij het sleutelbegrip structuren centraal is gesteld. Bij implementaties in de praktijk vanuit de uitwerking van Kagan wordt als eerste kennis gemaakt met de structuren. Dit is de basis van deze uitwerking, vandaar het centraal weergeven van het begrip structuren in de kern van de vijfhoek. In die structuren zijn volgens 3 Kagan de basisprincipes van CL aanwezig : Gelijke deelname (G), Individuele aanspreekbaarheid (I), Positieve wederzijdse afhankelijkheid (P), Simultane interactie (S), kortweg GIPS. Ze komen deels overeen met de vijf basisbegrippen van Johnson & Johnson (zie in het figuur). Gelijke deelname en simultane interactie zijn nieuwe begrippen. 3 Kagan, S. (2003). Structureel coöperatief leren: hét internationale standaardwerk. RPCZ Educatieve Uitgeverij, Middelburg. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 3
4 Figuur 1: CL volgens Johnson & Johnson en Kagan Kagan geeft door middel van het begrip simultane interactie een andere invulling aan het begrip directe interactie. Het gaat bij hem niet alleen om het direct met elkaar kunnen overleggen en daarbij elkaar in de ogen kunnen kijken maar ook het totaal aantal leerlingen in een klas dat tegelijkertijd aan het praten is over de stof. Kagan voegt het begrip gelijke deelname toe om het praktische probleem van de meelifters te tackelen. Het tegengaan van meelifters wordt in het model van Johnson & Johnson gerealiseerd door de groepsverantwoordelijkheid zo veel mogelijk te koppelen aan de individuele verantwoordelijkheid. Gelijke deelname kan in het model van Johnson & Johnson onder het kenmerk positieve wederzijdse (taak)afhankelijkheid of individuele verantwoordelijkheid vallen. Kagan voegt de andere sleutelbegrippen toe om de implementatie in de praktijk te vergemakkelijken. Deze zes sleutelbegrippen hoeven volgens Kagan niet in alle coöperatief leren lessen te worden toegepast. Wel neemt het succes van een coöperatief leren les toe als de leerkracht bekwaamheid heeft in alle punten. Volgens de definitie van Kagan moet het GIPS helemaal toegepast worden, anders is er geen sprake van coöperatief leren. Hierin verschilt Kagan met Johnson & Johnson die aangeven dat er pas sprake is van coöperatief leren als aan de vijf basiskenmerken wordt voldaan. De leerkracht moet volgens Johnson & Johnson bij zijn voorbereiding en uitvoering van CL rekening houden met de vijf basiskenmerken. Het belang van positieve wederzijdse afhankelijkheid en individuele verantwoordelijkheid wordt door beiden onderschreven. Kagan noemt de individuele verantwoordelijkheid, individuele aanspreekbaarheid. Dit geeft concreter aan dat de leerkracht en medeleerlingen een leerling op zijn individuele inbreng kunnen aanspreken. Een ander verschil tussen de twee uitwerkingen van CL zit in de nadruk op de ontwikkeling van de sociale competentie. Johnson & Johnson vinden dat er expliciet rekening moet worden gehouden met sociale vaardigheden in elke CL activiteit. Kagan noemt het belang van sociale vaardigheden niet in zijn basisprincipes (het GIPS) terwijl Johnson & Johnson de noodzaak er van aangeven via twee basiskenmerken, waaronder (kenmerk 4) sociale vaardigheden en (kenmerk 5) evaluatie van het groepsproces. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 4
5 De zes sleutelbegrippen van Kagan Hieronder zullen de zes sleutelbegrippen van Kagan (deels nogmaals) kort worden toegelicht. Ad a) Sleutelbegrip GIPS. Ad G) Gelijke deelname is van belang voor het succes van alle leerlingen. Kagan geeft aan dat gelijke deelname gestructureerd dient te worden. Zonder structuur gaat in heterogene teams vrijwillige deelname over in ongelijke deelname. Gelijke deelname kan volgens hem gecreëerd worden door het wisselen van beurten en door verdeling van het werk. Ad I) Individuele aanspreekbaarheid kan verschillende vormen aannemen; individuele aanspreekbaarheid voor de taak, individuele aanspreekbaarheid voor het luisteren, individuele aanspreekbaarheid voor de beloning (bijv. elke leerling krijgt een individueel cijfer en het groepscijfer). De bijdrage van elk ieder teamlid wordt bekendgemaakt aan het team. Individuele aanspreekbaarheid laten meetellen, draagt bij tot betere resultaten bij coöperatief leren, volgens Slavin. Werken met groepscijfers of een groepsproduct zonder dat elk lid aansprakelijk wordt gesteld voor zijn of haar prestaties, leveren niet altijd prestatieverbeteringen op 4. (ad P) Positieve wederzijdse afhankelijkheid is er wanneer resultaten met elkaar in verband worden gebracht. Hiermee wordt bedoeld dat de kinderen elkaar nodig hebben om tot een succesvol eindresultaat te komen. Als een goed resultaat van een leerling wordt geassocieerd met goede resultaten van andere leerlingen, zijn de leerlingen positief wederzijds afhankelijk. (ad S) Bij simultane interactie kijkt de leerkracht welk deel van de klas tegelijk waarneembaar actief is. Bij coöperatief leren wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk kinderen tegelijk waarneembaar actief te zien. Bij tweetal structuren bijvoorbeeld is de helft van de klas tegelijk aan het praten over de inhoud van de les. Ad b) Structuren zijn de vele coöperatieve werkvormen die Kagan uitgeschreven heeft. Kagan geeft zelf in zijn training aan dat hij de basiskenmerken van coöperatief leren van Johnson & Johnson praktisch heeft gemaakt voor de basisschoolleerkracht door de uitgewerkte structuren, c.q. werkvormen. (ad c) Teams zijn groepen mensen die volgens Kagan ideaal gezien uit vier personen bestaan die elkaar kennen, elkaar accepteren en elkaar steunen. Ze hebben een sterke en positieve teamidentiteit, blijven voor langere periode van minimaal zes weken bij elkaar en zijn heterogeen samengesteld op prestatieniveau. Kagan heeft ook teambouwers beschreven, coöperatieve werkvormen die de teamidentiteit versterken. Johnson & Johnson geven dit belang aan bij hun basiskenmerk positieve wederzijdse (identiteit) afhankelijkheid. Groepsdoelen stellen (positieve wederzijdse doelafhankelijkheid) wordt als essentiëler aangemerkt door Johnson & Johnson dan identiteit afhankelijkheid. (ad d) Coöperatief management krijgt vorm door het instellen van routines. Routines zijn dagelijks terugkerende gewoonten om meer effectieve leertijd en een positieve sfeer te realiseren. Voorbeelden van routines zijn het stilte signaal, stemvolume, benamingen als schouder- en oogmaatje, alle kinderen van tafel 1. 4 Slavin, R.E. (1995). Cooperative learning: Theory, research and practice (2 nd ed). Boston: Allyn and Bacon. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 5
6 Voorbeeld geluidsniveaus voor de bovenbouw: 1 stil 2 fluisteren 3 normaal niveau, je hoort het binnen de groep 4 je hoort het bij een andere groep 5 je hoort het buiten het klaslokaal Voorbeeld geluidsniveaus voor de onderbouw: Groepsstem Teamstem Liniaalstem Ad e) De wil om samen te werken wordt gestimuleerd door het gebruik van klasbouwers. Dit zijn coöperatieve werkvormen waarbij alle kinderen mee kunnen doen. Deze klasbouwers zorgen ervoor dat kinderen vertrouwd raken met hun klasgenoten, zegt Kagan. Plezier, eenvoudig, geen of makkelijke leerstof zijn kenmerken voor de klasbouwers. De klasbouwer is ook een belangrijk hulpmiddel om kinderen sociaal vaardig te maken. Een voorbeeld van een klasbouwer is de werkvorm mix-pair-share waarbij leerlingen eerst zelf nadenken over een vraag, bijvoorbeeld wat is je favoriete film en waarom? Daarna wandelt iedereen door de klas totdat de leerkracht het stilte (stop) signaal geeft of de muziek stop zet. De leerling gaat zijn antwoord uitwisselen met een leerling die op dat moment het dichtst bij hem of haar staat. Dit wordt een aantal keer herhaald. (Ad f) De vaardigheid om samen te werken De meeste kinderen hebben oefening in sociale vaardigheden nodig om te kunnen samenwerken. Dit kan op verschillende manieren worden bevorderd. Door voorbeeldgedrag, door rollenspelen, observeren, geven van positieve feedback, door het oefenen van specifieke sociale vaardigheden en reflectie. Om de basis sociale vaardigheden bij kleuters te oefenen besteed leerkracht Evelyne hier regelmatig tijd aan. Voor elke coöperatieve les prikt zij een kaartje met een pictogram van de sociale vaardigheid op het bord waar zij en de kinderen speciaal op gaat letten. Ze vraagt aan de kinderen wat het betekent en/of speelt een verhaaltje met behulp van vingerpoppetjes waaruit de sociale vaardigheid blijkt. Bij het uitleggen van de les vertel ik de kinderen dat we vooral gaan letten op bijvoorbeeld het aankijken van elkaar. Tijdens de coöperatieve les observeert ze de kinderen op die specifieke vaardigheid, welke kinderen laten deze vaardigheid al zien? Bij de evaluatie geeft ze gerichte feedback door voorbeelden te noemen van de geobserveerde vaardigheid. Ik zag dat Jan Marieke in de ogen keek toen hij haar wat vertelde. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 6
7 Hoe CL implementeren? Er zijn drie stromingen om CL te implementeren; de Structuur Aanpak, de Samen Leren aanpak oftewel de Concept aanpak en de Curriculum Specifieke Pakketten. De laatste aanpak wordt buiten beschouwing gelaten in dit artikel omdat een leerkracht die geen structuren kent en ook de achterliggende principes niet kent, nooit op de meest efficiënte manier het optimale curriculum zal opleveren (4). Zeer ervaren CL-leerkrachten maken volgens Kagan gebruik van alle drie de stromingen. De beginnende leerkracht kan volgens hem het beste beginnen met één stroming, nl. de Structuur Aanpak. Het is een aanpak waarbij de leerkracht start met een simpele structuur, bijvoorbeeld werkvormen in tweetallen. Volgens hem is bij deze werkvormen geen voorbereidend werk met sociale vaardigheden of rolverdeling nodig. Deze werkvormen kunnen ook bij elke inhoud ingezet worden. Wanneer je thuis bent in een eenvoudige CL werkvorm en hem op verschillende manieren gebruikt hebt, begin je leerlingen pas een nieuwe werkvorm aan te bieden. Al snel zul je complexe multistructurele lessen geven en iedere structuur gebruiken voor die onderwerpen waar deze het meest geschikt voor is, aldus Kagan. Hij geeft daarbij aan dat een leerkracht goed moet bedenken waarom hij een bepaalde werkvorm in zet. Welk doel heeft hij ermee? Als de leerkracht zich bewust is van de effecten van de verschillende structuren kan hij op een intelligente wijze lessen met van te voren bepaalde resultaten ontwikkelen. Kagan deelt de werkvormen in verschillende domeinen oftewel categorieën in: teambouwers, klasbouwers, structuren voor beheersing van stof, structuren voor informatie-uitwisseling, structuren voor communicatievaardigheid. Voor het uitwisselen van informatie bijvoorbeeld zijn bepaalde werkvormen geschikt. Aan de andere kant geeft hij ook aan dat de werkvormen los van de inhoud van de les staan. De tweede stroming is de Concept aanpak. Dit is de aanpak die Veenman in zijn boek beschrijft gebaseerd op het werk van Johnson & Johnson. Hierbij gaat men uit van gedeeld leiderschap, gedeelde verantwoordelijkheid, directe instructie van taakgerelateerde en sociale vaardigheden en leerkracht observatie en interventie (met gestructureerde observatie en feedback bij specifieke cognitieve en sociale vaardigheden). Leerkrachten volgen hierbij een aantal stappen bij het voorbereiden van CL: 1. Kies bij een les doelen voor leerinhouden (cognitieve doelen) en voor samenwerkingsvaardigheden (sociale doelen). 2. Maak keuzen t.a.v. de werkvormen, de positieve wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid, groepsgrootte (start met tweetallen als leerlingen en/ of leerkracht CL nog niet gewend is), groepssamenstelling, inrichting van het lokaal, materialen, rollen, extraactiviteit voor groepen die eerder klaar zijn. 3. Start van de les: korte instructie van de opdracht, de stappen van de werkvorm, wat leerlingen aan het eind moeten kennen of kunnen, de kwaliteitseisen van het werk en sta stil bij de samenwerkingsvaardigheden. 4. Procesbewaking; stimuleer directe interactie. Stimuleer dat leerlingen hardop denken, vragen stellen aan elkaar, samenvatten wat wordt gezegd, uitleg geven met argumenten. Begeleid en observeer het groepsproces, grijp evt. in om te wijzen op de juiste samenwerkingsvaardigheden. 5. Evaluatie van de leeruitkomsten en van het groepsproces door de samenwerkingsvaardigheden na te bespreken. Welke uitwerking van CL werkt voor de implementatie het beste? Een combinatie, zeggen Johnson & Johnson zelf 5. Het hangt mijns inziens ook af van de leerstijl van de leerkracht. De een gaat liever vanuit de praktijk aan de slag en de ander heeft bij voorkeur eerst het theoretisch kader helder. Beide stromingen hebben zo hun nadelen als ze in de praktijk niet goed uitgevoerd worden. Het nadeel van de structuur aanpak is dat 5 Johnson, D.W. & Johnson, R.T. (1992). Implementing Cooperative Learning, Contemporary Education, vol. 63 no. 3, p.173. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 7
8 leerkrachten de structuren/ werkvormen uitvoeren zonder de achterliggende principes helder te hebben waardoor de groei van de sociale ontwikkeling bijvoorbeeld maar minimaal is en waardoor leerkrachten misschien eerder opgeven omdat het niet de gewenste cognitieve resulaten oplevert. Kiezen voor een bepaalde stroming en aanpak heeft ook met bedoelingen te maken. Als we het beperkte doel hebben om leerlingen te laten samenwerken om leerprestaties en etnische relaties te verbeteren, dan kunnen we dat bereiken met een strikte structuur aanpak volgens Kagan. Als we echter voor onze leerlingen het moeilijkere doel hebben om juist de coöperatieve of sociale vaardigheden van de leerlingen zelf te verbeteren, dan is het beter om de weg van de concept aanpak te bewandelen, zegt Kagan. Het doel is dan om leerlingen uit te rusten met een groot aantal coöperatieve vaardigheden en praktische keuzemogelijkheden zodat ze deze later kunnen meenemen en toepassen in de vele verschillende situaties waarin ze in het dagelijks leven terecht zullen komen. CL is cognitieve én sociale ontwikkeling Mijns inziens moet bij de implementatie van CL naast de cognitieve ontwikkeling ook op de sociale ontwikkeling van de leerlingen gelet worden. De meerwaarde van CL is de evenwichtige aandacht voor de cognitieve én de sociale ontwikkeling. Förrer e.a. (2000) geven dit ook aan 6. Sociale kennis, vaardigheden en attitude is onmisbaar in het dagelijks leven. Daarbij staat de sociale ontwikkeling ook in dienst van de cognitieve ontwikkeling. Door die sociale competentie te bevorderen bereiken we samen meer dan wanneer we onze individuele presentaties zouden optellen. Het geheel is meer dan de som der delen. Bovendien geldt voor vele leerlingen het volgende: wat je eerst met z n tweeën, drieën of vieren kunt (wilt), kun (durf) je later alleen. Bij observaties in de praktijk constateer ik regelmatig dat er geen aandacht is voor de sociale vaardigheden terwijl dit mijns inziens toch een essentieel aspect is van het coöperatief leren. De filosoof en pedagoog Dewey 7 geeft aan dat kinderen meestal wel sociale kennis en vaardigheden bezitten maar dat de sensor om het te gebruiken er vaak niet is. De attitude is er niet. Kagan probeert die attitude te bevorderen door middel van werkvormen die hij team- en klasbouwers noemt. Johnson & Johnson willen de attitude met name bevorderen door bewustwording via stil staan bij (reflectie op) de specifieke vaardigheid in de instructie en (tussen)evaluatie. Het gevaar van Kagans uitwerking is dat de sociale competentie, waar het mijns inziens ook om draait bij CL, te weinig uit de voeten komt. Kagan geeft dit zelf ook aan. Hij zegt dat uit onderzoek nog niet is gebleken dat de Structuur aanpak (die hijzelf uitdraagt) daadwerkelijk betere resultaten oplevert op het gebied van de sociale competentie. Hij zegt dat bijna iedereen samen zal werken als een situatie zo gestructureerd is dat het in eigen belang is om samen te werken. Dit betekent echter nog niet dat leerlingen een verscheidenheid aan sociale vaardigheden hebben om gewoonlijke competitieve situaties in het dagelijks leven om te buigen tot een coöperatieve manier van samenwerken met gewoonlijk competitief ingestelde personen. Als we willen dat leerlingen sociale vaardigheden gebruiken in nieuwe situaties, dan moeten we sociale vaardigheden deel laten uitmaken van het leerplan en moeten we de leerlingen plaatsen in tamelijk ongestructureerde situaties. We moeten ze dan de tijd geven om te reflecteren zegt ook Kagan zodat ze zich de behoefte voor sociale vaardigheden zelfbewust worden (4). Starten met Johnson & Johnson of Kagan? De sleutelbegrippen structuren en GIPS van Kagan zijn bekender bij de leerkrachten die ik tot nu toe begeleid heb dan de andere vier sleutelbegrippen van hem waaronder sociale vaardigheden. Het gevaar bestaat dat leerkrachten in de praktijk met name werken met het 6 Förrer, M., Kenter, B., Veenman, S. (2000) Coöperatief leren in het basisonderwijs, CPS onderwijsontwikkeling en advies, Amersfoort. 7 Biesta, G. & Miedema, S. (1999).Ervaring en opvoeding John Dewey. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 8
9 GIPS-model van Kagan en wellicht vaker nog alleen met de structuren van Kagan, zonder zich de achterliggende basiskenmerken te realiseren. Of misschien gebruiken de leerkrachten alleen de routines die houvast geven (behorende bij sleutelbegrip coöperatief management), bijvoorbeeld het stilteteken en de geluidsniveaus in het kader van ordehandhaving. Door de hoeveelheid aan begrippen en praktische uitwerkingen die Kagan beidt, kan het gevaar bestaan dat de kern van het concept niet helder wordt. De vijf basiskenmerken van Johnson & Johnson zijn in eerste instantie als concept helderder. Ik raad aan om te starten met het begrijpen van de vijf basiskenmerken middels coöperatieve werkvormen wanneer leerkrachten beginnen met het invoeren van CL. Zo ervaren zij direct zelf in de praktijk verschillende werkvormen oftewel structuren. Daarbij is het van belang zich te realiseren waarom zij CL willen invoeren. Is het m.n. ten dienste van de cognitieve ontwikkeling? Dan kan beter voor de Structuur aanpak van Kagan gekozen worden. Of is het ook een doel op zich? Dan kan beter voor de Concept aanpak van Johnson & Johnson gekozen worden. Aangezien er in één (basis)schoolteam vaak meerdere visies op onderwijs en verschillende leerstijlen aanwezig zijn, is het bij schoolbegeleiding raadzaam een combinatie van beide stromingen op gedifferentieerde wijze toe te passen. Mijn voorkeur voor de uitwerking van Johnson & Johnson komt met name door het beroep dat ze doen op de professionaliteit van de leraar. Johnson & Johnson gaan mijns inziens uit van de leerkracht als autonome professional die zelfstandig lessen kan ontwerpen welke voldoen aan de kenmerken. Kagan tracht praktische handvatten te bieden voor de uitgangspunten door die erg gestructureerd uit te werken waardoor de leerkracht als instructeur die handvatten maar hoeft te volgen. In beide gevallen bestaat echter het gevaar dat er fouten worden gemaakt in de interpretatie van de uitwerking en dat het CL model niet volledig wordt ingevoerd. Het volledig invoeren van CL heeft ook met de volgende implementatieprincipes te maken: werken aan betrokkenheid, ontwikkelen van persoonlijke actieplannen, samenwerking met collega s, goed leiderschap en het vormen van een veranderteam. Förrer, Kenter & Veenman werken deze principes in hun boek kort uit. Er is nog veel te ontdekken of uit te vinden, om te spreken in sociaal constructivistische taal, op het gebied van CL. Welke uitwerking van CL vergemakkelijkt het implementatieproces? Het model van Johnson & Johnson waarbij leerkrachten zelf nadenken over de manier waarop ze de basiskenmerken van coöperatief leren inpassen in hun dagelijkse praktijk, waarbij ze zelf lessen bedenken waarin die principes naar voren komen? Of de uitwerking van Kagan, alles vooraf structureren zodat leerkrachten de instructies maar hoeven op te volgen? Heeft die praktische uitwerking van het CL model geholpen om de sociale competentie bij kinderen te vergroten? Of heeft het met name geholpen om de leerkracht zijn didactisch repertoire zodanig te vergroten dat kinderen actiever bezig zijn met hun leren? Kloppen alle assumpties die Kagan maakt? Wat bedoelt hij precies met bepaalde basisprincipes en sleutelbegrippen? Wanneer is een deelname bijvoorbeeld gelijk? Er blijven nog vele vragen over die interessant zijn om (in een Dalton Ontwikkelings Plan groep) te onderzoeken. Conclusie en samenvatting De leerkracht die het CL model van Johnson & Johnson in de klas toepast, vergroot naast de cognitieve ontwikkeling ook de sociale kennis, vaardigheden en houding van zijn leerlingen, geeft Veenman aan. Johnson & Johnson geven aan dat voor de implementatie van CL in de schoolpraktijk beide invalshoeken, vanuit de praktische werkvormen (de Structuur aanpak) en vanuit de achterliggende principes, de basiskenmerken (de Concept aanpak), gelijktijdig gebruikt kunnen worden. Start met een werkvormen met tweetallen, totdat je deze onder de knie hebt. Start dan met een volgende. Gelijktijdig probeer je je de principes eigen te maken. Hoe zitten die principes in de werkvorm zoals je hem nu toepast? Kun je die principes flexibel toepassen in elke les? Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 9
10 Kagan geeft de voorkeur voor één model om verwarring te voorkomen. Mijns inziens hangt het van de leerstijl van een leerkracht af en zijn bedoelingen of hij wil starten met de achterliggende theorie of de praktische uitwerking of beiden. Beide modellen kennen valkuilen als ze niet goed toegepast worden. Ik zal zelf in het kader van de begeleiding van leerkrachten altijd voor een combinatie kiezen om zo te kunnen differentiëren. Ik zal niet gauw uitgaan van het Structureel coöperatief leren boek met de uitwerking van Kagan daar die in eerste instantie weinig overzichtelijk is door de vele begrippen rondom CL en doordat die mijns inziens niet altijd even helder uitgewerkt zijn. Kagan lijkt door die erg concrete uitwerking ook minder vertrouwen te hebben in de professionaliteit van de leerkracht. Het boek van Förrer, Kenter & Veenman, dat meer gebaseerd is op het model van Johnson & Johnson, straalt meer vertrouwen uit dat de leerkracht zelf de basiskenmerken kan koppelen aan werkvormen en opdrachten voor leerlingen. De leerkracht kan zelf verantwoorden hoe de vijf basiskenmerken in CL situaties aan bod komen. Natasja Choinowski Literatuurlijst Biesta, G. & Miedema, S. (1999). Ervaring en opvoeding John Dewey. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten. Ebbens, Ettekoven & van Rooijen (1997). Samenwerkend leren: Praktijkboek. Wolters Noordhoff, Groningen. Förrer, M., Kenter, B., Veenman, S. (2000) Coöperatief leren in het basisonderwijs, CPS onderwijsontwikkeling en advies, Amersfoort. Johnson, D. W., & Johnson, R. T. (1983). The socialization and achievement crisis: Are cooperative learning experiences the answer? Applied Social Psychology, 4, p Johnson, D.W. & Johnson, R.T. (1992). Implementing Cooperative Learning, Contemporary Education, vol. 63 no. 3, p.173, Indiana State University. Kagan, S. (2003). Structureel coöperatief leren: hét internationale standaardwerk. RPCZ Educatieve Uitgeverij, Middelburg. Slavin, R.E. (1995). Cooperative learning: Theory, research and practice (2 nd ed). Boston: Allyn and Bacon. Veenman. S. (2005). Lezing voor de Stichting Delta-onderwijs, Oosterhout. Vugt, J.M.C.G. van (2002) Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs. HB uitgevers, Baarn. Dalton is no method, no system, Dalton is an influence, a way of life (Helen Parkhurst) 10
De inwerking van groepen op elkaar Het begrip samenwerken bij Helen Parkhurst
De inwerking van groepen op elkaar Het begrip samenwerken bij Helen Parkhurst René Berends Versie 1, juli 2008 Inleiding In het online woordenboek van Van Dale i staat het volgende over samenwerken: sa
Coöperatief leren Wat is coöperatief leren? Waarom is coöperatief leren belangrijk? Coöperatieve werkvormen
Coöperatief leren Wat is coöperatief leren? Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarin de leerlingen in kleine groepen op een gestructureerde manier samenwerken aan een leertaak met een gezamenlijk
Coöperatief leren (CLS) Volgens Dr. Spencer Kagan Verwerkt door Peter Steurs en Natascha Vansteelant
Coöperatief leren (CLS) Volgens Dr. Spencer Kagan Verwerkt door Peter Steurs en Natascha Vansteelant 7 Sleutels tot succes Sleutel 1: Didactische structuren Sleutel 2: Teams Sleutel 3: Management Sleutel
Tijdens de vergadering van
BAS: Samenwerken Coöperatief leren Versie Versie 2 opgesteld door Erik Datum 31 augustus 2015 Documenteigenaar Borging vastgesteld in het team Teamleden Initiatief planning Tijdens de vergadering van Ria
Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015
Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015 In het leven van alle dag speelt Wetenschap en Techniek (W&T) een grote rol. We staan er vaak maar weinig bij stil, maar zonder de vele uitvindingen in de wereld van
ogen en oren open! Luister je wel?
ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak
Er kan pas over Coöperatief Leren gesproken worden als er gewerkt wordt volgens een aantal basisprincipes kortweg GIPS genoemd.
Op onze school werken we al nu alweer enkele jaren met Coöperatief Leren volgens Kagan & Kagan. Het is ons antwoord op de vraag vorm en inhoud te geven aan het NIEUWE LEREN. We doen dit in alle groepen
Dalton (samenwerking/ samenwerkend leren) en Coöperatief leren
Dalton (samenwerking/ samenwerkend leren) en Coöperatief leren Vijf basiskenmerken van coöperatief leren: 1. Positieve wederzijdse verantwoordelijkheid. De leerlingen moeten het gevoel hebben elkaar nodig
Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.
Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van
Schooljaar : Leerlijn Coöperatieve werkvormen binnen groepsplannen
Schooljaar 2014-2015: Leerlijn Coöperatieve werkvormen binnen groepsplannen Workshop 1: Achtergrond en klassenmanagement 8 oktober 2014 13.30 16.00 uur Willeke Beuker Elselien Boekeloo Mia O Niel De Leerlijn
Doel: 27/11/2017. Coöperatieve werkvormen in functie van SEO en SOB Ariane Moreels
Coöperatieve werkvormen in functie van SEO en SOB Ariane Moreels Doel: Hoe kunnen we sociale vaardigheden integreren binnen CLS? Hoe kunnen we via CLS kinderen sociaal vaardig maken? Hoe ondersteunen we
Meesterstuk Samenwerkingsvaardigheden aanbieden door middel van coöperatief leren.
Meesterstuk Samenwerkingsvaardigheden aanbieden door middel van coöperatief leren. Lieneke de Vaan Basisschool Klimstart Schooljaar 2013-2014 Inhoudsopgave Samenvatting... 4 1. Contet... 5 1.1 Contet van
Het verbeteren van zelfwerkzaamheid van 2 havo/vwo leerlingen.
Bonaventuracollege Leiden Het verbeteren van zelfwerkzaamheid van 2 havo/vwo leerlingen. Advies voor docenten Sanne Macleane 2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De opbouwende leerlijn van het zelfstandig
ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE
ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE Onderwijs zoals we dat vroeger kenden, bestaat al lang niet meer. Niet dat er toen slecht onderwijs was, maar de huidige maatschappij vraagt meer van de leerlingen
augustus 2012 Kwaliteitskaart Coöperatief leren
augustus 2012 Kwaliteitskaart Coöperatief leren Coöperatief leren WEB P a g i n a [ 2 ] 1. Inleiding Samenwerken is een belangrijke vaardigheid die leerlingen nodig hebben om goed te kunnen functioneren
Les Dieren met een baan, thema vermaak
Les Dieren met een baan, thema vermaak Lesvoorbereidingsformulier Doelgroep: groep 6 Beginsituatie: Wat kunnen en kennen de leerlingen al m.b.t. de doelstelling? Kijk in de methode, praat met je mentor,
Coöperatief leren op KBS De Rietkraag
2014-2015 Coöperatief leren op KBS De Rietkraag Stageleergroep: Noortje Brummelhuis, Lise Wichers, Samantha Biemans, Patricia Smit en Anouk Schiphorst Onder begeleiding van: Hans Nijboer. 3 Inhoudsopgave
IK-DOELEN BIJ DE DALTONUITGANGSPUNTEN
IK-DOELEN BIJ DE DALTONUITGANGSPUNTEN 1 2 3 4 5 A Samen werken (spelen) Hierbij is het samenwerken nog vooral doel en nog geen middel. Er is nog geen sprake van taakdifferentiatie. De taak ligt vooraf
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn.
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn. de valkuilen aan het licht zullen komen. In de workshop zal worden
Vrijheid, vrijheid in gebondenheid of toch maar verantwoordelijkheid? Het begrip vrijheid in de praktijk van het Nederlandse daltononderwijs
Vrijheid, vrijheid in gebondenheid of toch maar verantwoordelijkheid? Het begrip vrijheid in de praktijk van het Nederlandse daltononderwijs Inleiding René Berends Versie 1, juli 2008 De Nederlandse Dalton
Beleidsplan coöperatief leren 2013-2019
INHOUDSOPGAVE Woord vooraf... 2 De Doelen... 2 Vijf basiskenmerken... 2 1) Positieve wederzijdse verantwoordelijkheid.... 2 2) Individuele verantwoordelijkheid.... 3 3) Directe interactie.... 3 4) Aandacht
De lerende Overblijf Medewerker
Whitepaper tussenschoolse opvang Overblijf Academie Maart 2014 Inleiding Deze whitepaper is bedoeld voor schoolleiders, directies en besturen in het primair onderwijs in Nederland die willen weten hoe
Workshop Coöperatief leren voor beginners
Workshop Coöperatief leren voor beginners Onderwijsdag Scholengroep Holland Maandag 1 april 2019 Presentatie: Cissy van Eede Doelen voor de workshop Je hebt kennis gemaakt met: De uitgangspunten voor het
Actieplan coöperatieve werkvormen.
Planning Actieplan coöperatieve werkvormen. Planperiode Schooljaar 2016-2017 Versie 1 Datum 7-9- 2016 1. Algemene gegevens Opdrachtgever Bert Hardeman Organisatie- of resultaatgebied Visie en beleidsvorming
SWINXS BESCHRIJVING. Wat is het? Voor wie is het? Hoe werkt het?
BESCHRIJVING SWINXS Wat is het? De Swinxs is een game console die zowel binnen- als buiten gebruikt kan worden voor actieve spellen. De Swinxs stuurt het spel aan met behulp van spraak. De console praat,
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn.
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn. de valkuilen aan het licht zullen komen. In de workshop zal worden
Van placemat tot maatjesflat Het begrip samenwerken in de praktijk van de Nederlandse daltonschool
Inleiding Van placemat tot maatjesflat Het begrip samenwerken in de praktijk van de Nederlandse daltonschool René Berends Versie 1, juli 2008 In het online woordenboek van Van Dale i staat het volgende
POP Martin van der Kevie
Naam student: Martin van der Kevie Studentnr.: s1030766 Studiefase: leerjaar 1 Datum: 18 okt 2009 Interpersoonlijk competent Overzicht wat leerlingen bezig houdt dit kun je gebruiken tijdens de les. Verder
Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren?
Welke coöperatieve werkvormen gaan we aanleren? w 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 1 X 2 X X 3 X X X 4 X X X X 5 X X X X X 6 X X X X X X 7 X X X X X X X 8 X X X X X X X X ö 1. D e n k e n D e
BIJLAGE 5 ACTIVERENDE WERKVORMEN
15 BIJLAGE 5 ACTIVERENDE WERKVORMEN De zeventien activerende werkvormen uit Coöperatief leren in het basisonderwijs (CPS: M. Förrer, B. Kenter en S. Veenman). Voor een nadere uitwerking verwijzen we naar
Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs
Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Vakdocumenten Frans (2004) Samenwerkend leren - Taakgericht werken 1 Samenwerkingsstructuren Check
Coöperatief werken op de Tafelronde
Coöperatief werken op de Tafelronde Naam: Jasmijn Valkenburg Studentnummer: 1590794 School: De Tafelronde Contactpersoon: Jos Houtveen 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 De school in kaart... 4 1.1 Contextbeschrijving...
1.3. Leerkrachten kennen de 7 uitgangspunten en passen enkele uitgangspunten bewust en systematisch toe.
1. Uitgangspunten HGW 2. Reflectie 3. Communicatie Implementatie HGW-OGW Leerkrachten Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 1.1. Leerkrachten kennen de 7 uitgangspunten van HGW niet maar passen deze (gedeeltelijk)
2. Waar staat de school voor?
2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook
Hoe observeer je in de klas?
Hoe observeer je in de klas? Een vliegende start Donderdag 15 oktober 2015 Rosanne Zwart Welkom en voorstellen Ik begeleid startende docenten Ik werk op een school Ik werk op een universiteit of Hogeschool
Reflectiegesprekken met kinderen
Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen
HOUT EN BOUW. Activerende werkvormen? De leraar doet er toe.
HOUT EN BOUW Activerende werkvormen? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat we na 14 dagen gemiddeld slechts 10 % hebben onthouden van datgene wat we gelezen hebben en 20 % van wat we hebben gehoord.
Luisteren en samenvatten
Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister
Dossier opdracht 12. Vakproject 2: Vakdidactiek
Dossier opdracht 12 Vakproject 2: Vakdidactiek Naam: Thomas Sluyter Nummer: 1018808 Jaar / Klas: 1e jaar Docent Wiskunde, deeltijd Datum: 12 november, 2007 Samenvatting Dit document is onderdeel van mijn
3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?
Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat
INTERACTIEVE WERKVORMEN IN DE WISKUNDELES
INTERACTIEVE WERKVORMEN IN DE WISKUNDELES WAAROM DEZE BIJSCHOLING? DE LEERDRIEHOEK Luisteren 5 tot 8% Lezen 11% Zien / horen (avm) 22% Leerkracht: docent Leerkracht: mediator Zien / horen (demo) 32% Erover
21ste-eeuwse vaardigheden:
INLEIDING 21ste-eeuwse vaardigheden Het helpen ontwikkelen van 21ste-eeuwse vaardigheden bij studenten vraagt het nodige van docenten. Zowel qua werkvormen als begeleiding. In hoeverre neem je een voorbeeldrol
VAKOVERSCHRIJDEND: ACTIEF LEREN
VAKOVERSCHRIJDEND: ACTIEF LEREN Kernteam actief leren voor alle leraren 1 Actief Leren Bij de start van dit nieuwe schooljaar leggen we met ons kernteam het accent op Actief Leren. Actief leren omvat zeer
Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1
Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: Het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs: Stadium van het instructie model Oriëntatiefase
18-9-2014. Pedagogische opleiding theorie. Doelstellingen. Doelstellingen. Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback. De kennis over de begrippen:
Pedagogische opleiding theorie Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback Doelstellingen De kennis over de begrippen:, feedback, opleiden en leren kunnen uitdrukken en verfijnen Doelstellingen De voornaamste
HOE LAAT IK MEDEWERKERS
MANAGEMENT Een zelfstandige medewerker is een tevreden medewerker HOE LAAT IK MEDEWERKERS ZELFSTANDIG FUNCTIONEREN? De ene mens is de andere niet. Sommigen zijn blij met een chef die aan hen geducht leiding
1. Denken-delen-uitwisselen
Vijf basiswerkvormen voor activerend leren 1. Denken-delen-uitwisselen 2. Check-in-duo s 3. Genummerde-hoofden-tezamen 4. Experts 5. Drie-stappen-interview 1. Denken-delen-uitwisselen - De docent stelt
Leren zichtbaar maken
Leren zichtbaar maken Deze presentatie: De theorie: leren zichtbaar maken formatieve assessment De praktijk op Bader Primary School Hoe verder op Unit scholen? Leren zichtbaar maken met het Formatieve
Korte of lange opdrachten die gericht zijn op beheersing van de stof.
Samenwerkend leren bij taakgericht werken 1 Samenwerkingsstructuren Check in duo's Elke leerling werkt eerst individueel aan de opdracht. Daarna vergelijkt elke leerling zijn eigen antwoorden met die van
Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten
Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt
Mentor Datum Groep Aantal lln
Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Rachel van der Pijl P14EhvADT De Springplank. Eindhoven
3. Samenwerkend leren
3.1 Denken-Delen-Uitwisselen doel Samen nadenken over een begrip of antwoord groepssamenstelling individueel-> tweetal ->klassikaal 1. Denken: de leerling krijgt een vraag van de leerkracht of moet een
Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89
Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn.
De valkuilen van Samenwerkend leren. In deze workshop zullen een aantal eenvoudige samenwerkingsvormen worden uitgevoerd, waarbij mn. de valkuilen aan het licht zullen komen. In de workshop zal worden
Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman
Compassie leven 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Inhoudsopgave Voorwoord Wekelijkse inspiraties 01 Geweld in de taal? Wie, ik?
HUISWERKBELEID 1. AANLEIDING
HUISWERKBELEID 1. AANLEIDING In het schooljaar2013-2014 staat onder andere een beleidsplan over huiswerk centraal. Met dit nieuwe beleidsplan krijgen de leerkrachten een afgewogen werkinstrument ter beschikking.
Doel Het vergroten van de motivatie en het zelfvertrouwen van de leerlingen, het bevorderen van de effectieve leertijd en sociale vaardigheden.
Ontwikkelingslijn: Ontwikkelingsveld 2: Eigenaar: Coöperatief leren Tandemleren Inge Kiers Doel Het vergroten van de motivatie en het zelfvertrouwen van de leerlingen, het bevorderen van de effectieve
Hieronder geven wij antwoord op een aantal vragen, die van belang kunnen zijn bij het kiezen van een school voor uw kind(eren).
Waarom kiezen voor onze school? Het is geen gemakkelijke opgave, een goede basisschool te kiezen voor uw kind(eren). De basisschool vervult immers een belangrijke rol in de opvoeding en ontwikkeling van
Kijkwijzer (voorheen observatie instrument) ICALT. verdieping voor coach en leerkracht. leerkracht
Kijkwijzer (voorheen observatie instrument) Veiliger, vraagt naar algemeenheden: basis Overzichtelijk maar te globaal Niet gedifferentieerd in niveau ICALT Meer gedetailleerd, biedt mogelijkheden tot verdieping
CST: Leergroep rond samenwerkend leren via on line discussiegroepen
CST: Leergroep rond samenwerkend leren via on line discussiegroepen Tammy Schellens & Bram De Wever Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Gent Hoe gebruiken we online discussiegroepen als didactische werkvorm?
COMMUNICEREN VANUIT JE KERN
COMMUNICEREN VANUIT JE KERN Wil je duurzaam doelen bereiken? Zorg dan voor verbonden medewerkers! Afgestemde medewerkers zijn een belangrijke aanjager voor het realiseren van samenwerking en innovatie
Mindmappen met kleuters
Mindmap Woordenschat Groep 1-2 Mindmappen met kleuters Rianne Hofma Mindmappen met kleuters? Ongetwijfeld een goed idee! Maar hoe kun je dit bij jonge kinderen, die niet kunnen lezen en schrijven, gestalte
vaardigheden - 21st century skills
vaardigheden - 21st century skills 21st century skills waarom? De Hoeksteen bereidt leerlingen voor op betekenisvolle deelname aan de wereld van vandaag en de toekomst. Deze wereld vraagt kinderen met
Theoretisch kader De 21st century skills Onderverdeling in cognitieve en conatieve vaardigheden
Theoretisch kader: Zoals ik in mijn probleemanalyse beschrijf ga ik de vaardigheid creativiteit, van de 21st century skills onderzoeken, omdat ik wil weten op welke manier de school invloed kan uitoefenen
Functieprofiel. Leraar. op OBS Het Toverkruid LA, 1,0 FTE. Aanstelling voor een jaar welke bij goed functioneren kan leiden tot een vaste aanstelling.
Functieprofiel Leraar op OBS Het Toverkruid LA, 1,0 FTE Aanstelling voor een jaar welke bij goed functioneren kan leiden tot een vaste aanstelling. April 2018 Specifieke competenties teamlid OBS Het Toverkruid
Effectieve maatregelen
Effectieve maatregelen In het taal- en rekenonderwijs Pieter Danes 27 maart 2012 Bijeenkomst Taal in mbo 01-11-2011 Presentatie toen: Van Anja Schaafsma (ROC Mondriaan) Over effectief onderwijs Presentatie
Overzicht van de coöperatieve werkvormen per leerjaar Tweede leerjaar
Hoe maakt TALENT interactie mogelijk? In elke les van TALENT wordt coöperatief gewerkt. De leerlingen gaan samen aan de slag bij opdrachten, leggen elkaar zaken uit... Om het coöperatief leren haalbaar
Visible Learning - John Hattie. Miljoenen leerlingen. Effect van het leerkracht. Effectgrootte
Visible Learning - John Hattie Wat maakt de school tot een succes? Daar is veel onderzoek naar gedaan. Maar wat werkt nu echt? In het baanbrekende boek Visible Learning verwerkt John Hattie de resultaten
Vier in Balans-tool. Rapportage Teamlid
Vier in Balans-tool Rapportage Teamlid 1 Inleiding Deze tool is gebaseerd op het Vier in Balans-model en is aangevuld met elementen uit Didactiek en Leiderschap in Balans. Dit model vat samen wat er uit
RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS
CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen
DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL
DECEMBER 2017 Lisa Jansen-Scheepers HET DRIESLAGMODEL Hoe het drieslagmodel kan worden ingezet ter ondersteuning van het getalbegrip in de realistische rekenles. Het belangrijkste doel van school is niet
Taalleermechanisme het kind praat uitgebreid en op eigen initiatief: hij gebruikt zo creatief en actief mogelijk zijn kennis van de taal
Gesprekken Wat is gespreksvaardigheid? Het subdomein gesprekken heeft betrekking op alle mondelinge taalactiviteit waarbij sprake is van interactie (van informele gesprekjes en kringgesprekken tot overleg,
Reflecteren met kinderen; leren door vragen Yvonne Kleefkens en José van Loo
Reflecteren met kinderen; leren door vragen Yvonne Kleefkens en José van Loo Jonge kinderen denken graag na over de wereld. Dat uit zich al heel vroeg in bijvoorbeeld de vragen die ze stellen: waarom,
DIRECTE INSTRUCTIE. Versie Tentamen. Proeve (RU) Competentie(s)
LWT DIRECTE INSTRUCTIE Tentamen Fase 1 RU Opleidingsbekwaam Hoofdfase HAN LIO-bekwaam Proeve (RU) Competentie(s) Standaardles 1. Interpersoonlijk competent 2. Pedagogisch competent 3. Vakinhoudelijk en
2. Wat moet ik verstaan onder cooperatief leren? 3. Welke structuur kan ik zien bij cooperatief leren?
Didactische werkvormen T Cooperatief leren Methode 1 T 1 Cooperatief leren AUTEUR INHUD Joep Knapen (1) Trainer en adviseur bij de afdeling ND, dienstverlener$ in onderwijsontwikkeling, van de Hogeschool
SOL. SOL self-organised learning
SOL self-organised learning SOL is een didactisch concept waarin verschillende moderne methoden op een nieuwe manier gebruikt worden. Essentieel is dat SOL het leren combineert met doceren met als achterliggende
Wie ben jij? HANDLEIDING
HANDLEIDING Wie ben jij? Korte omschrijving lesactiviteit Iedereen legt vijf vingers op tafel. Om de beurt vertel je iets over jezelf, waarvan je denkt dat het uniek is. Als het inderdaad uniek is, dan
BURG. DE RUITERSCHOOL
BURG. DE RUITERSCHOOL Pestprotocol Een samenvatting van dit protocol hangt zichtbaar in de school. Dit protocol is vastgesteld op 14 maart 2013 Vastgesteld door team Burg. De Ruiterschool: 4 maart 2013
1.4 Visie Het Timpaan
1.4 Visie Het Timpaan De visie op het onderwijs in de onderbouw is bij het Timpaan Basisontwikkeling. In de schoolgids wordt komen de volgende punten aanbod die uit Basisontwikkeling herkend worden. Heterogene
Mentor Datum Groep Aantal lln
Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Rachel van der Pijl P14EhvADT De Springplank. Eindhoven
DOCENTENHANDLEIDING HANDVATTEN VOOR EFFECTIEF SAMENWERKEND LEREN
DOCENTENHANDLEIDING HANDVATTEN VOOR EFFECTIEF SAMENWERKEND LEREN TIPS &TRICKS SPINOZA LYCEUM AMSTERDAM JULI 2012 LUKAS DROGE PAULA VAN WOLFSWINKEL 2 DOCENTENHANDLEIDING HANDVATTEN VOOR EFFECTIEF SAMENWERKEND
Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals
Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie
Voorlichting over gevaarlijke stoffen
Gepubliceerd op Werk & Veiligheid - Kennisplatform over preventie, RI&E en sociale veiligheid (https://www.werkenveiligheid.nl) Home > Voorlichting over gevaarlijke stoffen Voorlichting over gevaarlijke
Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten.
Werkvorm 1 Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten. Stap 2 Vervolgens formuleren ze vragen over wat ze
communicatie vanuit systeemtheoretisch perspectief Je kunt niet niet communiceren, besef het! (er is geen nooduitgang)
Workshop Taal, veel meer dan praten. Koolhof Coaching en Training Over de complexiteit van communicatie Onderwerp: Uitgangspunt: communicatie vanuit systeemtheoretisch perspectief Je kunt niet niet communiceren,
Het gedragmodel. 1. Inleiding
Het gedragmodel 1. Inleiding Het gedragmodel is een NLP-techiek, ontwikkeld door Peter Dalmeijer (zie www.vidarte.nl) en Paul Lenferink. Het model leert ons feedback te geven waarbij we anderen op hun
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken Werken in driehoeken is een wijze van samenwerking die in elke organisatie, projectteam en netwerk mogelijk is. Het maakt dat we kunnen werken vanuit een heldere
lezing Krachtig Onderwijzen
lezing Krachtig Onderwijzen 25 september 2013 www.bazalt.nl Bazalt Postbus 21778 3001 AT Rotterdam Tel: 088-5570570 1 Doelen Informatie over de werking van het brein in relatie tot onderwijs en ontwikkeling
Vier in Balans-tool. Individuele Rapportage
Vier in Balans-tool Individuele Rapportage 1 Inleiding Deze tool is gebaseerd op het Vier in Balans-model en is aangevuld met elementen uit Didactiek en Leiderschap in Balans. Dit model vat samen wat er
5. Klassen-of groepsgesprek
5.1 Beurten verdelen: Rondje doel Iedereen aan het woord laten over een onderwerp tijdens een gesprek wanneer n.v.t. groepssamenstelling klassikaal, groepjes duur 30 minuten voorbereiding: - Tijdens een
Samenwerking. Betrokkenheid
De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school
H u i s w e r k b e l e i d
H u i s w e r k b e l e i d Voor maken. sommige een Voor kinderen aantal anderen kinderen een is complexe het levert huiswerk huiswerk taak echter waarbij geen een zij problemen bron een beroep van op,
2013-2017. Huiswerkbeleid
01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het
WAT IS DALTONONDERWIJS?
WESTERKIM EN DALTON DALTONONDERWIJS Westerkim vindt het belangrijk rekening te houden met de mogelijkheden van het kind en de verschillen tussen kinderen. Aandacht voor ieder kind, zelfstandigheidsbevordering,
attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden
zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen
Coöperatief Vergaderen
Coöperatief Vergaderen Een complete aanpak voor actief vergaderen met betrokken deelnemers Dr. Spencer Kagan Met Betty de Jaeger en Dook Kopmels Inhoud Hoe dit boek tot stand kwam 4 Voorwoord 5 Hoofdstuk
Actualisering leerplan eerste graad - Deel getallenleer: vraagstukken Bijlage p. 1. Bijlagen
Bijlage p. 1 Bijlagen Bijlage p. 2 Bijlage 1 Domeinoverschrijdende doelen - Leerplan BaO (p. 83-85) 5.2 Doelen en leerinhouden 5.2.1 Wiskundige problemen leren oplossen DO1 Een algemene strategie voor
Roadmap Les voor de toekomst Weten wat je moet doen als je niet weet wat je moet doen.
Roadmap Les voor de toekomst Weten wat je moet doen als je niet weet wat je moet doen. Auteur: Guus Geisen, irisz Inleiding Deze uitwerking is een suggestie voor verschillende lessen rondom duurzaamheid.
