Wonen in Amsterdam 2011 Leefbaarheid
|
|
|
- Dennis Lenaerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties
2 Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Amsterdam Datum Juli 2013 Auteurs San Yin Kan, Jan Düker en Kees Dignum Begeleidingsgroep Vertegenwoordigers van stadsdelen, corporaties, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de dienst Wonen, Zorg en Samenleven en Bureau Onderzoek en Statistiek Redactie Kees Dignum, Gozewijn Bergenhenegouwen en San Yin Kan Grafische vormgeving Arie de Zeeuw Foto voorkant Edwin van Eis In opdracht van De Dienst Wonen, Zorg en Samenleven, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en alle Amsterdamse stadsdelen Gemeente Amsterdam Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Jodenbreestraat 25 Postbus BX Amsterdam Telefoon Website Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Delflandlaan 4 Postbus AR Amsterdam Telefoon W-mail [email protected] Website
3 Wonen in Amsterdam 2011
4 4
5 Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies 5 Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Bijlage 1 Bijlage 2 Inleiding Wonen in Amsterdam (WiA) en leefbaarheid Relatie met andere leefbaarheidsonderzoeken Leeswijzer 14 Stadsdelen Totaaloordeel buurt en toekomstige ontwikkeling Schoon, heel, veilig: schoon Schoon, heel, veilig: heel Schoon, heel, veilig: veilig Prettig samenleven Wat kan er verbeteren? Resumé 26 Buurtcombinaties Totaaloordeel over de buurt Schoon, heel, veilig: schoon Schoon, heel, veilig: heel Schoon, heel, veilig: veilig Prettig samenleven Voorzieningen Aantrekkelijkheid woonomgeving Hoogste en laagste scores per thema 63 Sociale controle Algemeen Sociale controle en bevolkingskenmerken Stadsdelen Buurtcombinaties 73 Sociale controle per buurt 79 Enquête 82 3
6 4
7 Samenvatting en conclusies De scores op de leefbaarheidsvragen van Wonen in Amsterdam 2001 worden beschouwd als een nulmeting. Elke twee jaar worden de vragen opgenomen, zodat de gegevens door de tijd heen vergeleken kunnen worden. Totaaloordeel en ontwikkeling Ten opzichte van 2009 is het totaaloordeel over de buurt in Amsterdam vrijwel gelijk gebleven (gemiddeld rapportcijfer van 7,28 naar 7,34 in 2011). Wel is het zo dat in 2011 geen enkele buurt lager gewaardeerd wordt dan een 6,0. In voorgaande jaren WiA waren er altijd één of meer buurten die onder de zes gewaardeerd werden. Op stadsdeelniveau zijn het de bewoners van Centrum en Zuid die het meest tevreden zijn met hun buurten (8,1 en 7,9 respectievelijk). De buurten die het hoogst gewaardeerd worden zijn Landelijk Noord en Grachtengordel-West (beide 8,4). Gebieden met een hoge waardering zijn voornamelijk te vinden in Centrum, Zuid en aan de rand van de stad in de meer landelijke gebieden. De buurten van Nieuw-West worden, samen met de buurten van Noord het laagst beoordeeld door haar bewoners, voor beide stadsdelen komt de waardering neer op een 6,8. De Kolenkit (in West) is in 2011 de buurtcombinatie met het laagste gemiddelde cijfer voor het totaaloordeel, dit was vóór 2007 ook het geval. In Overtoomse Veld is de tevredenheid over de buurt het meest toegenomen tussen 2009 en 2011(van 5,6 naar 6,2). Bij de stedelijke vernieuwing daalt de leefbaarheid vaak in de uitvoeringsfase, om sterk toe te nemen bij de afronding. Dat doet zich in Overtoomse Veld nu voor. Na Overtoomse Veld is het gebied de Omval de buurt met de grootste stijging (van 6,1 naar 6,6). Andere buurten waar de leefbaarheid er sterk op vooruit is gegaan zijn de Transvaalbuurt (van 6,5 naar 6,9), De Centrale Markt/Frederik Hendrikbuurt (van 7,5 naar 7,9), Het Erasmuspark (6,9 naar 7,2) en Venserpolder (van 6,1 naar 6,4). De sterkste daling tussen 2009 en 2011 is te zien in Burgwallen-Nieuwe Zijde (van 7,6 tot 7,1). Daarnaast daalde de waardering in Banne Buiksloot/Buiksloterham (van 6,7 tot 6,4), Bosleeuw (van 6,6 tot 6,3), de Eendracht (van 7,0 tot 6,7) en Driemond (van 5
8 8,0 tot 7,7). De buurtcombinaties Slotervaart-Zuid en Holendrecht/Reigersbos, waar in 2009 nog een sterke daling plaatsvond, stabiliseerden in In stadsdeel West is de leefbaarheid in alle buurtcombinaties er op vooruit gegaan in de afgelopen tien jaar. Dit geldt ook voor grote delen van Oost en Zuidoost. In Centrum en Zuid zien we her en der toenames, maar toch vooral een stabilisatie. In deze stadsdelen was het leefbaarheidsoordeel altijd al hoog, het is dan niet verrassend dat de leefbaarheid niet zo sterk toeneemt. In stadsdeel Nieuw-West zien we een stijgende tevredenheid voor de buurten gelegen aan de ring en achterin Osdorp. In Noord zien we dat in vier gebieden de leefbaarheid lager wordt beoordeeld dan in Meer dan de helft van alle buurtcombinaties laat in 2011 een duidelijk positiever beeld zien dan in De grootste toename vindt plaats in de buurten: de Kinkerbuurt (van 6,1 naar 7,7), De Indische Buurt West (van 5,4 naar 7,0) en De Krommert Zuid (van 5,5 naar 7,0). Opvallend is dat al deze buurten in 2001 ver onder het stedelijk gemiddelde (6,9) beoordeeld werden. Andere buurten waar de leefbaarheid sterk is gestegen, zijn Erasmuspark en de Staatsliedenbuurt. Daarnaast zijn er nog negen andere buurten waar de leefbaarheid met meer dan een vol punt is gestegen in de afgelopen tien jaar. Een zestal buurten, merendeels in Noord, laat een daling van het totaaloordeel zien tussen 2001 en Er is gevraagd hoe de bewoners verwachten dat buurt zich zich de komende jaren ontwikkelt. In 2011 hebben bewoners gemiddeld genomen even hoge verwachtingen over de ontwikkeling van de buurt als in De hele stad wordt met een 7,0 beoordeeld. Het meest optimistisch zijn de bewoners van Centrum (7,5), het minst de bewoners van Nieuw-West (6,4). De vraag over de verwachte buurtontwikkeling wordt in één gebied met lager dan een zes beoordeeld, Eendracht in Nieuw-West krijgt een 5,9. Er zijn duidelijke verschillen zichtbaar tussen buurten en stadsdelen. In de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost krijgen de meeste buurtcombinaties een cijfer tussen de 6 en de 7. In Centrum, West, Zuid en Oost is men in veel gebieden positiever over de verwachte ontwikkeling en worden meer gebieden gewaardeerd met een cijfer tussen de 7 en de 8. 6
9 Schoon De tevredenheid over het schoonhouden van straten en stoepen (rapportcijfer 6,3) is minder hoog dan het totaaloordeel voor de buurt. Het meest tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen zijn de bewoners van Centrum (6,9), het minst tevreden de bewoners van Noord (5,4). Noord laat een enorme verslechtering zien ten opzichte van 2009 (en 2005), in voorgaande jaren schommelde het gemiddelde telkens rond de 6, in 2011 is dit zes tiende lager. Buurtcombinaties van stadsdeel Noord, en dan met name in Volewijck en IJplein/ Vogelbuurt worden laag beoordeeld voor het schoonhouden van straten en stoepen (en andere indicatoren voor schoonhouden en onderhoud). Bij de meeste stadsdelen vindt er door de jaren heen weinig verandering plaats, alleen Oost laat een verbetering zien. Driemond laat de sterkste vooruitgang zien. Weesperbuurt/Plantage is de buurt met het hoogste oordeel over het schoonhouden van straten en stoepen. De tevredenheid over het schoonhouden van de groenvoorzieningen is hoger in 2011 dan in 2009, 6,5 in plaats van 6,4. Op Noord (6,0) na ligt in alle stadsdelen het gemiddelde rond de 6,5. De grootste stijging tussen 2005 en 2011 is te zien bij stadsdeel Oost (van 6,3 naar 6,7). De overlast door vervuiling is iets verminderd. In de afgelopen tien jaar is de overlast geleidelijk afgenomen tot een 6,1 in Er zijn nog drie stadsdelen met een rapportcijfer lager dan 6.: West, Zuidoost en Noord (respectievelijk 5,9, 5,8 en 5,4). Noord laat op dit vlak een verslechtering zien ten opzichte van In Nieuw-West is de overlast afgenomen. Dit vertaalt zich in een stijging van het cijfer van 5,7 naar 6,0. Op buurtniveau is de grootste toename van overlast door vervuiling te zien in Nieuwmarkt/Lastage, Overtoomse Veld, Willemspark en Slotervaart-Zuid. 7
10 Heel Gemiddeld geven Amsterdammers een 6,5 voor het onderhoud van de straten en stoepen. Het onderhoud van straten en stoepen verbetert geleidelijk volgens de Amsterdammers. Centrum (6,8) krijgt het hoogste cijfer van haar bewoners, Noord (5,7) het laagste. Noord laat ten opzichte van 2009 ook op dit onderwerp een daling zien. In vergelijking met 2005 laten de stadsdelen Oost en West een forse stijging zien. De tevredenheid over het onderhoud van groenvoorzieningen is verbeterd in Een meerderheid van de stadsdelen krijgt een cijfer hoger dan een 6,7. Zuid krijgt de hoogste beoordeling, een 6,9. Alleen Nieuw-West en Noord, met respectievelijk een 6,6 en 6,3 worden lager beoordeeld. Noord laat een lichte daling zien ten opzichte van 2009, maar de daling is niet zo sterk als bij andere indicatoren over vervuiling, schoon houden en onderhoud. Nellestein krijgt het hoogste oordeel voor wat betreft het schoonhouden van de groenvoorzieningen en het onderhoud van de groenvoorzieningen. Voor wat betreft het onderhoud van straten en stoepen, scoort de relatief nieuwe buurt Oostelijk Havengebied/ Zeeburgereiland het hoogst. De tevredenheid over het onderhoud van de woningen in de buurt stabiliseert in De hoogste beoordeling geven de bewoners in Centrum. In 2011 wordt het onderhoud van de woningen het laagst gewaardeerd in Nieuw-West en Noord. De grootste toename van de waardering heeft plaatsgevonden in Oost en West. Veilig Amsterdammers voelen zich gemiddeld genomen veilig. Het gemiddelde cijfer voor veilig voelen overdag is al een aantal jaren constant gebleven op een 8,2. Tussen 2001 en 2011 verbetert de subjectieve veiligheid in de meeste stadsdelen, alleen Noord laat een lichte verslechtering zien. s Avonds wordt de veiligheid minder positief beoordeeld dan overdag (een vol punt verschil), al is het gemiddelde nog steeds een ruime voldoende. In de stadsdelen Oost en West lijkt het verschil in veiligheidsbeleving s avonds en overdag op de stad als geheel: een vol punt verschil. In Centrum en Zuid is het verschil kleiner dan een vol punt en in Noord, Zuidoost en Nieuw-West is het verschil groter dan een vol punt. In vergelijking met tien jaar geleden laten Oost en West de grootste verbetering zien. Tussen 2009 en 2011 laat Transvaalbuurt op veel vlakken verbetering zien, waaronder het s avonds veilig voelen. Ondanks de geleidelijke verbetering van de ervaren veiligheid is overlast door criminaliteit in 2011 voor het eerst in de tweejaarlijkse metingen sinds 2001 toegenomen: deze trendbreuk doet zich in alle stadsdelen voor. Bosleeuw laat de grootste daling zien op de thema s veilig voelen s avonds en overlast van criminaliteit. Landlust Zuid heeft het laagste cijfer voor wat betreft overlast van criminaliteit. 8
11 Prettig samenleven Prettig samenleven, de sociale dimensie van leefbaarheid, wordt gemeten aan de hand van drie vragen. Hoe gaan de verschillende groepen met elkaar om in de buurt? In hoeverre zijn bewoners betrokken bij de buurt? En voelt men zich thuis in de buurt? De omgang tussen verschillende groepen wordt door Amsterdammers, net zoals in 2009, in 2011 met een 6,9 beoordeeld. Nieuw-West (6,6) ontvangt het laagste cijfer en Centrum (7,3) het hoogste. Het rapportcijfer over de betrokkenheid bij de buurt is iets gestegen ten opzichte van 2009, dat past in de trend sinds Nieuw-West en Zuidoost (beide 5,9) scoren nog net geen voldoende in Het hoogst gewaardeerd wordt Centrum (6,7). Tussen 2001 en 2011 is in Noord geen verandering waarneembaar. De overige stadsdelen laten een sterke stijging zien. Het rapportcijfer voor het thuisvoelen in de buurt is hoog en constant. Gemiddeld gesproken voelen de Amsterdammers in de verschillende stadsdelen zich zeer thuis in hun buurt: overal meer dan een ruime voldoende. Landelijk Noord krijgt op alle indicatoren voor prettig samenleven de hoogste score toegekend. De Transvaalbuurt laat op elke indicator voor prettig samenleven de sterkste verbetering zien tussen 2009 en Driemond laat de grootste verslechtering zien van de betrokkenheid bij de buurt en het thuis voelen in de buurt tussen 2009 en De betrokkenheid wordt het laagst beoordeeld in De Omval, terwijl de omgang tussen groepen mensen en het thuis voelen in de buurt het laagst wordt beoordeeld in Overtoomse Veld en De Kolenkit. Verbeteraspecten In het onderzoek is ook gevraagd naar de verbeterpunten van de woonomgeving. Het schoonhouden van straten en stoepen (38%) wordt het vaakst genoemd door bewoners. In Noord wordt dit verbeterpunt door 52% van de bewoners genoemd, terwijl dit in Centrum maar in 26% van de respondenten het geval is. Het onderhoud van bestaande woningen, het schoonhouden van het groen, het onderhoud van straten en stoepen, meer winkels en veiligheid worden door rond de 25% van de bewoners genoemd. Het onderhoud van bestaande woningen is in West (32%) belangrijk. Het schoonhouden van het groen wordt het vaakst in Noord genoemd (36%). Alle aspecten rond onderhoud en schoonhouden worden door de bewoners van Noord vaker genoemd dan elders. Om meer winkels wordt vooral gevraagd in Oost, Noord en Zuidoost, 30% van de bewoners geeft dit aan. Maatregelen om de veiligheid te verbeteren worden het meest door bewoners in Nieuw-West en Zuidoost benoemd. Parkeergelegenheid is een verbeteraspect dat in Zuid en Centrum vaak door de bewoners wordt genoemd. 9
12 Sociale controle De vragen over de omgang van verschillende groepen mensen in de buurt, de betrokkenheid van buurtbewoners en het thuis voelen in de buurt, geven een beeld van de buurtbinding en sociale contacten. Voor een oordeel over de actiebereidheid van de bewoners waren tot nu toe geen vragen opgenomen. In WiA 2011 zijn daarom vijf vragen opgenomen waarin wordt gevraagd of men denkt dat mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat: er spijbelende kinderen rond hangen, graffiti wordt gespoten, er een heftige woordenwisseling is, er wordt ingebroken of als iemand bezig is aan een geparkeerde auto van een van de bewoners. Deze vijf vragen worden samen tot een schaal gevormd om de actiebereidheid en de mate van sociale controle in de verschillen stadsdelen te meten. De mate waarin bewoners denken dat er ingegrepen wordt, blijkt positief samen te hangen met de gemiddelde waardering die de bewoners geven bij de andere leefbaarheidvragen; tevredenheid met de buurt (totaaloordeel), onderhoud en schoonhouden van straten en stoepen, omgang van verschillende groepen, betrokkenheid van buurtbewoners, overlast (buren, andere groepen mensen en vervuiling) en veilig voelen. Anders gezegd, waar de mensen meer bereid zijn om in actie te komen ligt de waardering van de leefbaarheid van de buurt gemiddeld hoger. Bewoners tussen jaar denken vaker (60%) dat buurtbewoners zullen ingrijpen bij incidenten dan jongere en oudere bewoners. Turkse Amsterdammers (43%) en Amsterdammers uit de brede groep overige niet-westerse Amsterdammers (41%) denken minder vaak dan andere groepen dat buurtbewoners zullen optreden. De stadsdelen Centrum, Zuid en Oost hebben in vrijwel alle gevallen de hoogste percentages respondenten die verwachten dat de mensen uit hun buurt (zeker of waarschijnlijk) iets zullen doen bij elk van de vijf vragen. De andere stadsdelen scoren duidelijk lager. Waar de actiebereidheid groter is, zijn ook de scores op een aantal andere leefbaarheidskenmerken hoger. Een tegenvoorbeeld is stads deel Centrum. De overlast door andere groepen mensen is daar hoger dan gemiddeld, maar de bereidheid om in te grijpen is juist hoger. De overlast heeft waarschijnlijk te maken met de toeristen die het Centrum in grote getale bezoeken. Als naar afzonderlijke buurtcombinaties wordt gekeken dan blijkt dat Landelijk Noord (73%) en Driemond (66%), de buurtcombinaties zijn waar men denkt dat bewoners het vaakst zullen ingrijpen. Meerdere buurten in Zuid en Centrum en enkele buurten in Oost en West laten hogere scores zien. De buurt waar men verwacht dat bewoners het minst snel ingrijpen is Osdorp-Midden (35%). Door de stad verspreid zijn er buurtcombinaties waar de verwachting laag ligt. De twaalf buurten die in 2001 tot de hotspots van leefbaarheidsproblemen werden gerekend, blijken momenteel (in 2011 is het voor het eerst gemeten) allen een relatief lage score te hebben op de sociale controle indicator. Ondanks dat het overgrote deel van de hotspots juist sterke verbeteringen hebben laten zien op de algemene buurtwaardering wijst de lage sociale controle op een voortdurende kwetsbaarheid. 10
13 1 Inleiding 1.1 Wonen in Amsterdam (WiA) en leefbaarheid Het begrip leefbaarheid wordt gebruikt om aan te geven hoe aantrekkelijk een buurt of gebied is om te wonen of verblijven. Nadeel van het begrip leefbaarheid is dat het een containerbegrip is waar veel onder wordt geschaard. Zo zijn er in Amsterdam diverse monitoren ontwikkeld die raken aan het begrip leefbaarheid, het verschil tussen deze monitoren zit hem in de focus van een bepaald aspect van de leefbaarheid. In onze benadering in het algemeen, en specifiek voor deze rapportage, onderscheiden wij de volgende aspecten van leefbaarheid: Schoon: de resultaten van alle activiteiten die gericht zijn op het schoonhouden van de stad, met name woongebouwen en woonomgeving; Heel: de resultaten van alle activiteiten die gericht zijn op een goed functionerend gebruik en onderhoud van objecten in de stad, met name in de gebouwde omgeving en de buitenruimte; Veilig: de resultaten van alle activiteiten die gericht zijn op een vergroting van de veiligheid van bewoners, met name op het terrein van criminaliteit en verkeer; Prettig samenleven: de resultaten van alle activiteiten die ten doel hebben om de kwaliteit van het samenleven van bewoners te verbeteren, met name op straat-, buurt-, en wijkniveau. De aanwezigheid van voorzieningen: functiemenging van wonen, werken en voorzieningen maakt stedelijke woonmilieus aantrekkelijk. In 2001 is het onderzoek Wonen in Amsterdam (WiA) voor het eerst uitgebreid met leefbaarheidsvragen. De vragen die vanaf toen in het onderzoek zijn opgenomen komen grotendeels overeen met de Lemon-leefbaarheidsmonitor van Aedes. Er wordt gevraagd naar het subjectieve oordeel van bewoners op verschillende leefbaarheidsaspecten. Hierbij staat centraal hoe de bewoners zelf denken over de leefbaarheid in hun buurt. De scores op de leefbaarheidsvragen van Wonen in Amsterdam 2001 worden beschouwd als een nulmeting. 11
14 Elke twee jaar worden de vragen opgenomen, zodat de gegevens ook door de tijd heen vergeleken kunnen worden. Ook worden deze indicatoren gebruikt om de voortgang van de doelen die gesteld zijn in de overeenkomst Bouwen aan de Stad te monitoren. Naast het rapporteren van de leefbaarheid op stadsdeelniveau wordt er voor namelijk op buurtcombinatie-niveau gerapporteerd. Met de fusie van de stadsdelen in 2011 zijn stadsdelen namelijk van een dergelijke grootte geworden dat rapportcijfers over een dergelijk gebied niet zoveel zeggen. Alle buurtcombinaties worden meegnomen in het onderzoek. Immers de probleembuurt van gisteren is niet noodzakelijk de probleembuurt van vandaag en omgekeerd. Zeker voor het volgen van ontwikkelingen over langere periodes is het wenselijk als onderzoeken zich niet beperken tot die wijken die in het kader van bepaald beleid zijn aangewezen. WiA is een steekproefonderzoek, betrouwbaarheidsmarges zijn dus van toepassing. Op stadsdeelniveau liggen die tussen de 2,3% en 3,4%, afhankelijk van de omvang van de respons, op buurtniveau liggen die lager. Het gaat in deze rapportage dan ook niet om het exacte rapportcijfer vast te stellen dat door bewoners in een bepaald stadsdeel of buurt wordt gegeven. Veeleer gaat het erom algemene patronen op te sporen en te bepalen welke wijken en buurten ruim boven het Amsterdamse gemiddelde scoren en welke eronder. In tegenstelling tot de andere rapporten en factsheets van WiA zijn in deze rapportage de rapportcijfers gebaseerd op ongewogen cijfers. In het landelijke benchmarkbestand van Lemon zijn de gegevens ook niet gewogen. Vanuit het streven naar eenduidigheid is er daarom voor gekozen om voor de leefbaarheids dimensies uit te gaan van ongewogen cijfers. Dit is in 2001 besloten en omwille van continuïteit wordt hiermee doorgegaan. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om met deze rapportage buurten te stigmatiseren. Wel is het wenselijk dat de mening van bewoners over de leefbaarheid in de buurt helder voor het voetlicht komt. Als bewoners tevreden of ontevreden zijn over de leefbaarheid in een bepaalde buurt wordt dat in deze rapportage duidelijk weergegeven. Op basis van deze rapportage kunnen de betrokkenen (bewoners, stadsdeel, woningcorporaties, centrale stad, politie etc.) de discussie voeren en met elkaar beslissen welke maatregelen nodig zijn. De gegevens uit dit onderzoek kunnen daarbij worden gecombineerd met de kennis en ervaringen van de betrokkenen in specifieke buurten. In de afgelopen jaren is gebleken dat de stadsdelen en corporaties steeds meer gebruikmaken van de gegevens in dit onderzoek om te bezien of inspanningen op het gebied van leefbaarheid vruchten afwerpen. 12
15 1.2 Relatie met andere leefbaarheidsonderzoeken De WiA-rapportage leefbaarheid is niet het enige leefbaarheidsonderzoek dat in Amsterdam wordt uitgevoerd. Vanaf 2003 wordt het veldwerk voor de monitor leefbaarheid en veiligheid continu uitgevoerd. In overleg met de Directie Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam (doov) wordt getracht overlap tussen beide onderzoeken zoveel mogelijk te voorkomen. Het zwaartepunt van de monitor leefbaarheid en veiligheid komt daarbij te liggen bij veiligheid. Voor informatie over de veiligheidssituatie in Amsterdam verwijzen wij graag naar de Regionale Veiligheidsrapportage Amsterdam-Amstelland en de Veiligheidsindex Amsterdam van doov: Naar aanleiding van het programakkoord is de leefbaarheidsindex ontwikkeld door O&S in opdracht van OOV. De index berust op drie pijlers: Overlast, Fysiek en Sociaal. De gegevens zijn allen afkomstig uit de enquête van de Veiligheidsmonitor. De sindex kent voor een deel inhoudelijke overlap met de leefbaarheidsgegevens uit het onderzoek Wonen in Amsterdam. Een belangrijke overeenkomst is verder dat beide onderzoeken naar het oordeel van de burger kijken (subjectieve gegevens). Er zijn echter belangrijke verschillen tussen deze twee onderzoeken. Ten eerste de mate waarin ontwikkelingen op de lange termijn kunnen worden geschetst. In WiA wordt al sinds 2001 gevraagd naar het oordeel van bewoners over de leefbaarheid, terwijl de sindex teruggaat tot Ten tweede de frequentie. Over de sindex wordt iedere vier maanden gerapporteerd, over Wonen in Amsterdam (WiA) iedere twee jaar. Op basis van de sindex kan er dus sneller worden gestuurd op ontwikkelingen, terwijl op basis van WiA de ontwikkeling op de lange termijn kan worden weergegeven. In die zin zijn beide onderzoeken complementair. Ten slotte verschilt het thematische uitgangspunt. De leefbaarheidsvragen uit WiA zijn ontwikkeld vanuit het domein wonen en woonomgeving, terwijl de vragen uit de sindex zijn ontwikkeld vanuit het domein veiligheid. Beide domeinen komen bij elkaar op het vlak leefbaarheid. Deze toenadering is ook beleidsmatig steeds meer te zien (gebiedsgericht werken). Zie ook: veiligheid/veiligheid-cijfers/leefbaarheidsindex/ Een ander instrument waar de leefbaarheid mee wordt gemeten is de Leef barometer. De Leefbaarometer is een instrument van het ministerie van BZK waar de leefbaarheid in Nederland gemeten wordt tot op straatniveau (het zogenaamde 6-positie-postcode niveau). Deze is sinds 2008 online en kan ontwikkelingen laten zien van 1998 tot en met Het berekenen van de leefbaarheid op zo een klein schaal niveau gebeurt aan de hand van 49 indicatoren. Deze indicatoren variëren in soort. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar het type woningen maar ook naar het aantal werklozen. Hier wordt dus niet gevraagd naar bewonersoordelen van allerlei leefbaarheidaspecten, maar er wordt gekeken naar indicatoren die een statistisch aangetoond causaal verband met het niveau van leefbaarheid hebben. Voor meer informatie hierover: www. leefbaarometer.nl 13
16 Op het gebied van leefbaarheidsmonitoren is het goed om ook nog even aandacht te geven aan de monitor De Staat van de Stad Amsterdam. De zevende versie van deze monitor staat gepland voor najaar De Staat van de Stad geeft een beeld van de ontwikkelingen in participatie en leefsituatie. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de Stadsmonitor Amsterdam. De Stadsmonitor Amsterdam geeft op een laag ruimtelijk schaalniveau (6-positie-postcode) een beeld van de ruimtelijke spreiding van verschijnselen, zoals werkloosheid en kenmerken van bevolkingsgroepen (o.a. leeftijd, huishoudenstype en etniciteit). Uit eerdere leefbaarheidsrapportages op basis van Wonen in Amsterdam is gebleken dat leefbaarheidsproblemen vaak optreden in die buurten die te maken hebben met ruimtelijke concentraties van sociaal-economische problemen. Voor meer informatie hierover: www. os.amsterdam.nl/publicaties/destaatvandestadamsterdam/ 1.3 Leeswijzer Deze rapportage is bondiger dan de rapportage van Ten eerste omdat dit keer geen hoofdstuk over buurten is opgenomen. Ten tweede omdat ervoor gekozen is om het hoofdstuk over de stadsdelen in te korten. Stadsdelen zijn van een dermate grote omvang geworden, een geografisch gebied ter grootte van een middelgrote stad in Nederland, dat een gemiddelde per stadsdeel niet veel meer zegt omdat leefbaarheid toch vaak op een lokale schaal wordt ervaren. In hoofdstuk 2 worden de leefbaarheidsresultaten voor de stad als geheel en per stadsdeel kort aangestipt. In hoofdstuk 3 wordt er gerapporteerd op het schaalniveau van de buurtcombinatie. De gegevens worden voornamelijk met behulp van kaarten gepresenteerd. De kaarten geven een snel en duidelijk overzicht van de scores van de verschillende buurtcombinaties. Voor wie de precieze gegevens wil weten, is er een losse bijlage met de scores van Wonen in Amsterdam 2011 (en eerdere edities) per gebied. Hoofdstuk 4 gaat in op een aspect van de leefbaarheid dat in de rapportages van WiA nog niet zoveel aan de orde is geweest, maar wat in verschillende andere publicaties over leefbaarheid wel belicht wordt: collectieve zelfredzaamheid. De collectieve zelfredzaamheid wordt hier bepaald aan de hand van twee onderdelen. Ten eerste buurtbinding en sociale contacten. Hiervoor zijn al verschillende WiA-variabelen beschikbaar. En ten tweede de actiebereidheid van bewoners om in te grijpen als zij iets zien gebeuren wat niet door de beugel kan. Over de actiebereidheid van bewoners waren tot nog toe geen vragen opgenomen in WiA. In de vragenlijst van 2011 is dit voor het eerst het geval. Jan Düker, senior onderzoeker van stadsdeel Oost heeft de vragen over zelfredzaamheid geanalyseerd en het hoofdstuk over sociale controle geschreven. 14
17 2Stadsdelen 2.1 Totaaloordeel buurt en toekomstige ontwikkeling Tussen 2001 en 2009 is het leefbaarheidscijfer voor Amsterdam elke twee jaar toegenomen. Echter tussen 2009 en 2011 vindt een stabilisatie van het totaaloordeel plaats voor de stad. Op de vraag: Hoe tevreden bent u met uw buurt (totaaloordeel) geven de Amsterdammers evenals in 2009 hun buurt een 7,3 als rapportcijfer. In 2007 was dat een 7,2, in 2005 een 7,1 en in 2001 een 6,9. Bewoners van Centrum en Zuid zijn het meest tevreden met hun buurten (8,1 en 7,9 respectievelijk) maar dit zijn ook de stadsdelen waar de afgelopen twee jaar geen verbetering te zien is. De twee stadsdelen die de sterkste stijging van de buurtwaardering laten zien tussen 2009 en 2011 zijn Nieuw-West (van 6,6 naar 6,8) en West (van 7,2 naar 7,4). De buurten van Nieuw-West worden, samen met Noord het laagst beoordeeld. Laag is hier relatief want beide stadsdelen worden met een 6,8 beoordeeld. Waar Nieuw-West een stijging laat zien in de afgelopen twee jaren is in Noord een daling zichtbaar (van 6,9 naar 6,8). Oost en Zuidoost laten ook vooruitgang zien ten opzichte van 2009, het totaaloordeel neemt in deze stadsdelen met één tiende punt toe. Figuur 2.1: Totaaloordeel over de buurt per stadsdeel Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 7,7 8,1 8,1 0,0 0,4 West 6,4 7,2 7,4 0,2 1,0 Nieuw-West 6,5 6,6 6,8 0,2 0,3 Zuid 7,6 7,9 7,9 0,0 0,3 Oost 6,7 7,3 7,4 0,1 0,7 Noord 7,1 6,9 6,8-0,1-0,3 Zuidoost 6,5 6,8 6,9 0,1 0,4 Amsterdam 6,9 7,3 7,3 0,0 0,4 Hoogste score Laagste score Als er teveel scores dezelfde zijn wordt de kleur achterwegen gelaten. 15
18 Stadsdeel Noord is het enige stadsdeel waar in de afgelopen tien jaar geen stijging zichtbaar is. In 2001 werd in Noord nog een buurtwaardering gehaald van 7,1 in 2011 is dit gedaald naar 6,8. Het stadsdeel waar de buurtwaardering het meest is gestegen is het stadsdeel dat in 2001 nog het laagst beoordeeld werd: West. In de afgelopen tien jaar is de buurtwaardering hier met een vol punt gestegen, van 6,4 in 2001 naar 7,4 in Het andere stadsdeel dat een forse toename laat zien is Oost. Oost kreeg voor het totaaloordeel in 2001 een 6,7 in 2011 is dit toegenomen tot een 7,4. Centrum en Zuidoost laten eenzelfde toename zien als het Amsterdamse gemiddelde, een toename met vier tiende punt. Nieuw-West en Zuid zitten daar iets onder met drie tiende punt. Het gemiddelde cijfer dat wordt gegeven op de vraag hoe de buurt zich de komende jaren zal ontwikkelen laat ook een stabilisatie zien voor Amsterdam. Evenals in 2009, is dit een een ruime voldoende: 7,0. Het meest optimistisch zijn de bewoners van Centrum (7,5), gevolgd door West en Zuid (beide 7,3). Daarna volgen Oost (7,1), Noord en Zuidoost (6,5). Het laagste cijfer krijgt Nieuw-West (6,4). Net zoals bij het totaaloordeel geldt dat bewoners van alle stadsdelen de ontwikkeling gemiddeld positief inschatten. Er zijn ten opzichte van 2009 enkele lichte verbeteringen zichtbaar. Centrum, Nieuw-West, Oost en Noord laten een toename zien van één tiende punt. Figuur 2.2: Oordeel over de toekomstige ontwikkeling van de buurt Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 7,3 7,4 7,5 0,1 0,1 West 7,2 7,3 7,3 0,1 0,0 Nieuw-West 6,1 6,3 6,4 0,2 0,1 Zuid 7,2 7,3 7,3 0,1 0,0 Oost 6,8 7 7,1 0,2 0,1 Noord 6,3 6,4 6,5 0,1 0,1 Zuidoost 6,4 6,5 6,5 0,1 0,0 Amsterdam 6,8 7,0 7,0 0,2 0,0 Gangbaar in de WiA leefbaarheidsrapportages is om de waardering voor de buurt en stadsdelen te meten via gemiddelde rapportcijfers. Een andere indicatie is door te kijken naar de verdeling van rapportcijfers (zie figuur 2.3). Tussen de stadsdelen is een driedeling te zien: de bewoners van Zuid en Centrum zijn zeer tevreden over hun buurt, in beide stadsdelen geeft meer dan 70% van de bewoners een acht of hoger en minder dan 5% van de bewoners geeft een cijfer lager dan een vijf. Voor bewoners in West en Oost geldt dat meer dan 50% een cijfer hoger dan een acht geeft en minder dan 10% een cijfer lager dan vijf geeft. Voor de bewoners in Noord, Zuidoost en Nieuw-West geldt dat iets minder dan 40% van de bewoners een cijfer hoger dan een acht geeft voor het totaaloordeel over de buurt. Het aantal bewoners dat de buurt met een rapportcijfer lager dan een vijf beoordeelt ligt tussen de 15 en 18%. In deze drie stadsdelen ligt ook het hoogste percentage bewoners dat een zes of een zeven geeft, rond de 45%. 16
19 Figuur 2.3: Spreiding totaaloordeel over de buurt 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam Rapportcijfer 1 t/m 3 4 en 5 6 en 7 8 en 9 10 Als naar de verdeling van rapportcijfers wordt gekeken voor de verwachte ontwikkeling van de buurt valt op dat meer dan 50% van de bewoners van Centrum en West boven een acht uitkomt. Voor Zuid en Oost is dat iets minder dan 50%, voor Noord en Zuidoost geldt dit voor 31% van de bewoners en voor Nieuw-West is dit in 28% het geval. Het aantal onvoldoendes dat wordt gegeven ligt in Centrum, West en Zuid tussen de 10 en 12%, in Oost is dit een kleine 15%, en in Nieuw-West, Noord en Zuidoost ligt het aantal onvoldoendes tussen de 25 en 27%. In deze stadsdelen is, evenals bij het totaaloordeel, ook dit keer weer het hoogste aandeel zessen en zevens te vinden, tussen de 43 en 47% van de bewoners beoordeelt de ontwikkeling van de buurt met een zes of zeven. Figuur 2.4: Spreiding oordeel over toekomstige ontwikkeling van de buurt 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam Rapportcijfer 1 t/m 3 4 en 5 6 en 7 8 en
20 2.2 Schoon, heel, veilig: schoon De tevredenheid over het schoonhouden van straten en stoepen is evenals de algemene buurtwaardering, constant gebleven. Het Amsterdamse gemiddelde ligt niet erg hoog: 6,3. De hoogste tevredenheid is te vinden in stadsdeel Centrum (6,9), de laagste tevredenheid is te vinden in Noord (5,4). Noord laat een enorme verslechtering zien ten opzichte van 2009 (en 2005), in voorgaande jaren lag het gemiddelde in Noord telkens rond de 6. Bij de meeste stadsdelen vindt er door de jaren heen weinig verandering plaats, Noord, dat een daling laat zien, en Oost dat juist een verbetering laat zien, zijn de uitzonderingen. Figuur 2.5: Tevredenheid schoonhouden straten en stoepen Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,8 6,9 6,8 6,9 0,1 0,1 West 6,2 6,2 6,3 6,4 0,2 0,1 Nieuw-West 6,0 6,1 6,0 6,0 0,0 0,0 Zuid 6,4 6,2 6,4 6,3-0,1-0,1 Oost 6,1 6,0 6,4 6,6 0,5 0,2 Noord 6,0 5,9 6,1 5,4-0,6-0,7 Zuidoost 6,3 6,2 6,1 6,2-0,1 0,1 Amsterdam 6,2 6,2 6,3 6,3 0,1 0,0 Hoogste score Laagste score De tevredenheid over het schoonhouden van de groenvoorzieningen is iets toegenomen ten opzichte van 2009, een verschuiving van een 6,4 naar een 6,5. Het stadsdeel wat het laagst hierop wordt beoordeeld is Noord, een 6,0. In 2009 kreeg Noord evenals Centrum, West en Nieuw-West nog een 6,3 van de bewoners voor het schoonhouden van de groenvoorzieningen. Zuid, Zuidoost en Oost scoorden hoger, rond de 6,5. In 2011 zijn het de stadsdelen Centrum, Zuidoost, Oost en Zuid die hoog scoren, een 6,6 of 6,7. West en Nieuw-West laten ook een verbetering zien en stijgen naar respectievelijk 6,5 en 6,4. De grootste stijging tussen 2011 en 2005 is te zien bij stadsdeel Oost. Figuur 2.6: Tevredenheid schoonhouden groenvoorzieningen Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,4 6,3 6,3 6,6 0,2 0,3 West 6,3 6,2 6,3 6,5 0,2 0,2 Nieuw-West 6,5 6,4 6,3 6,4-0,1 0,1 Zuid 6,6 6,4 6,6 6,7 0,1 0,1 Oost 6,3 6,2 6,5 6,7 0,4 0,2 Noord 6,3 6,1 6,3 6,0-0,3-0,3 Zuidoost 6,7 6,5 6,5 6,6-0,1 0,1 Amsterdam 6,4 6,3 6,4 6,5 0,1 0,1 18
21 De overlast die bewoners door vervuiling ervaren is verminderd; dit uit zich in een lichte stijging van het rapportcijfer op dit thema. Het is een krappe voldoende 6,1. In de afgelopen tien jaar is de overlast beetje bij beetje afgenomen. In 2011 zijn er wel nog drie stadsdelen die een cijfer lager dan een 6 krijgen. West een 5,9, Zuidoost een 5,8 en Noord een 5,4. Stadsdelen die er positiever uitkomen zijn Centrum en Oost, beide een 6,4. In 2011 laat Noord ook op dit onderdeel een verslechtering zien ten opzichte van In Nieuw-West is juist een verbetering te zien ten opzichte van 2009 van een 5,7 naar een 6,0. Wanneer 2001 als startpunt wordt genomen zien we dat Centrum, West en Oost een sterke verbetering laten zien. Figuur 2.7: Overlast door vervuiling Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 5,7 6,2 6,2 6,4 0,7 0,2 West 5,3 5,7 5,8 5,9 0,6 0,1 Nieuw-West 5,8 5,9 5,7 6,0 0,2 0,3 Zuid 6,1 6,1 6,2 6,2 0,1 0,0 Oost 5,8 5,8 6,2 6,4 0,6 0,2 Noord 6,1 5,9 6,1 5,4-0,7-0,7 Zuidoost 5,6 5,8 5,8 5,8 0,2 0,0 Amsterdam 5,7 5,9 6,0 6,1 0,4 0,1 2.3 Schoon, heel, veilig: heel De tevredenheid van bewoners over het onderhoud van de openbare ruimte wordt hoger beoordeeld dan de tevredenheid over het schoonhouden van openbare ruimte. Gemiddeld geven Amsterdammers een 6,5 voor het onderhoud van de straten en stoepen. Het onderhoud van straten en stoepen laat door de jaren heen ook een lichte verbetering zien. Tussen 2009 en 2011 laat Centrum de grootste toename zien, van 6,6 naar 6,8. Noord is het enige stadsdeel waar de waardering voor dit onderhoud daalt. In 2009 was dit nog een krappe voldoende, in 2011 is dit gedaald naar een 5,7. In vergelijking met 2005 laten de stadsdelen Oost en West een forse stijging zien. Figuur 2.8: Tevredenheid onderhoud straten en stoepen Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,6 6,6 6,6 6,8 0,2 0,2 West 6,3 6,4 6,5 6,6 0,3 0,1 Nieuw-West 6,1 6,2 6,1 6,2 0,1 0,1 Zuid 6,7 6,5 6,6 6,6-0,1 0,0 Oost 6,4 6,4 6,6 6,7 0,3 0,1 Noord 5,9 5,9 6,0 5,7-0,2-0,3 Zuidoost 6,3 6,2 6,3 6,3 0,0 0,0 Amsterdam 6,3 6,3 6,4 6,5 0,2 0,1 19
22 De tevredenheid over het onderhoud van groenvoorzieningen zit voor de tweede opvolgende keer in de lift. Tussen 2005 en 2007 was de tevredenheid hierover afgenomen maar in 2009 en ook in 2011 neemt de tevredenheid hierover weer toe. Een meerderheid van de stadsdelen krijgt een cijfer hoger dan een 6,7. Zuid krijgt de hoogste beoordeling, een 6,9. Alleen Nieuw-West en Noord, met respectievelijk een 6,6 en 6,3 worden lager beoordeeld. Noord laat een lichte daling zien ten opzichte van 2009, maar de daling is niet zo sterk als bij andere indicatoren over vervuiling, schoon houden en onderhoud. De sterkste toename is te zien in Centrum, zowel de afgelopen twee jaar als de afgelopen zes jaar. Opvallend is dat Zuidoost stabiel blijft. In 2005 was Zuidoost nog het stadsdeel dat het hoogst beoordeeld werd over het onderhoud van het groen, in 2007 is dat afgenomen en sindsdien is het cijfer constant gebleven. Noord en Nieuw-West laten eenzelfde patroon zien, een daling in 2007 en daaropvolgend een stabilisatie. Figuur 2.9: Tevredenheid onderhoud groen Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,2 6,3 6,4 6,7 0,5 0,3 West 6,3 6,3 6,5 6,7 0,4 0,2 Nieuw-West 6,8 6,6 6,5 6,6-0,2 0,1 Zuid 6,8 6,6 6,8 6,9 0,1 0,1 Oost 6,5 6,4 6,6 6,8 0,3 0,2 Noord 6,7 6,3 6,4 6,3-0,4-0,1 Zuidoost 7,1 6,7 6,7 6,7-0,4 0,0 Amsterdam 6,6 6,4 6,6 6,7 0,1 0,1 De tevredenheid over het onderhoud van de woningen in de buurt stabiliseert in Er zijn kleine positieve veranderingen in Centrum, West, Nieuw-West en Oost zichtbaar en een daling in Noord. De hoogste beoordeling geven de bewoners in Centrum, dit is tot nu toe in alle jaren het geval geweest. In 2011 wordt het onderhoud van de woningen het laagst gewaardeerd in Nieuw-West en Noord. De grootste toename de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden in Oost en West. Figuur 2.10: Tevredenheid onderhoud woningen in de buurt Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,9 7,2 7,2 7,3 0,4 0,1 West 5,9 6,4 6,5 6,6 0,7 0,1 Nieuw-West 6,2 6,4 6,3 6,4 0,2 0,1 Zuid 6,8 6,9 7,0 7,0 0,2 0,0 Oost 6,2 6,6 6,8 6,9 0,7 0,1 Noord 6,6 6,6 6,6 6,4-0,2-0,2 Zuidoost 6,2 6,7 6,6 6,6 0,4 0,0 Amsterdam 6,4 6,6 6,7 6,7 0,3 0,0 20
23 2.4 Schoon, heel, veilig: veilig Amsterdammers voelen zich veilig overdag. Het gemiddelde cijfer is een 8,2, dit is al een aantal jaren constant gebleven. In Centrum voelt men zich het veiligst, een 8,6 geven bewoners. Stadsdeel Zuid doet hier weinig voor onder. Deze stadsdelen kennen al verschillende jaren de hoogste scores. In het stadsdeel met het laagste cijfer voor veiligheid overdag, Nieuw-West wordt nog altijd een gemiddeld rapportcijfer van 7,7 gehaald. Tussen 2001 en 2011 laten de meeste stadsdelen een verbetering zien, alleen Noord laat een lichte verslechtering zien in deze periode. Figuur 2.11: Veilig voelen overdag Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 8,3 8,6 8,6 8,6 0,3 0,0 West 7,8 8,2 8,3 8,2 0,4-0,1 Nieuw-West 7,5 7,7 7,8 7,7 0,2-0,1 Zuid 8,3 8,6 8,6 8,5 0,2-0,1 Oost 7,9 8,2 8,3 8,3 0,4 0,0 Noord 8,0 8,0 8,0 7,9-0,1-0,1 Zuidoost 7,4 7,9 7,8 7,8 0,4 0,0 Amsterdam 7,9 8,2 8,2 8,2 0,3 0,0 Amsterdammers voelen zich minder veilig s avonds dan overdag, al wordt hiervoor nog steeds een ruime voldoende gegeven. Het scheelt een vol punt tussen veilig voelen overdag en in de avond voor geheel Amsterdam. Bij de stadsdelen geldt dat voor West en Oost. In Centrum en Zuid is het verschil juist kleiner dan een vol punt en in Noord, Zuidoost en Nieuw-West is het verschil juist groter dan een vol punt. Waar het veilig voelen overdag gelijk is gebleven ten opzichte van 2009 is het veilig voelen s avonds iets verbeterd. Voor Zuid en Zuidoost is het oordeel ongewijzigd, Noord laat een kleine daling zien, maar de overige stadsdelen laten allemaal een (lichte) stijging zien. Vergeleken met tien jaar geleden heeft de grootste verbetering plaatsgevonden in Oost en West. Al laten alle stadsdelen, op Noord na (lichte daling) een verbetering zien. Figuur 2.12: Veilig voelen avond Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 7,2 7,5 7,6 7,8 0,6 0,2 West 6,5 7,1 7,1 7,2 0,7 0,1 Nieuw-West 6,0 6,2 6,3 6,5 0,5 0,2 Zuid 7,4 7,7 7,7 7,7 0,3 0,0 Oost 6,6 6,9 7,1 7,3 0,7 0,2 Noord 6,9 6,7 6,9 6,8-0,1-0,1 Zuidoost 5,8 6,4 6,5 6,5 0,7 0,0 Amsterdam 6,6 7,0 7,1 7,2 0,6 0,1 21
24 Ondanks dat bewoners zich niet minder veilig voelen wordt er wel meer overlast ervaren door criminaliteit. Alle stadsdelen laten een lager cijfer zien in 2011 in vergelijking met Terwijl tussen 2001 en 2009 alle stadsdelen juist sterke verbeteringen hebben laten zien. Een verklaring voor de toename van de ervaren overlast door criminaliteit is lastig te achterhalen. Als er gekeken wordt naar de veiligheidsmonitor die door de gemeente en de politie jaarlijks wordt uitgegeven zijn er geen grote verschuivingen zichtbaar en ook geen verschuivingen die zouden verklaren waarom de daling bij alle stadsdelen heeft plaats gevonden. De sterkste daling tussen 2009 en 2011 is zichtbaar in Noord, een daling van zeven tiende. Tot nu toe is Zuid altijd het stadsdeel geweest dat het minst overlast ervaart van criminaliteit en Nieuw-West het stadsdeel dat het meest overlast ervaart Figuur 2.12: Overlast criminaliteit Ontwikkeling Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,1 7,1 6,8 1,0-0,2 0,7 West 6,0 6,8 6,4 0,9-0,4 0,5 Nieuw-West 5,7 6,3 6,0 0,6-0,3 0,3 Zuid 7,0 7,4 7,1 0,5-0,4 0,1 Oost 6,1 6,7 6,5 0,7-0,3 0,4 Noord 6,8 7,0 6,4 0,3-0,7-0,4 Zuidoost 5,8 6,6 6,2 0,8-0,4 0,4 Amsterdam 6,2 6,9 6,5 0,7-0,4 0,3 2.5 Prettig samenleven Prettig samenleven is een aspect van de leefbaarheid dat iets zegt over de sociale verbondenheid met andere bewoners in de directe leefomgeving. Hiervoor wordt gekeken naar drie verschillende vragen in Wonen in Amsterdam: Hoe gaan volgens bewoners mensen met elkaar in de buurt om? In hoeverre zijn bewoners betrokken bij de buurt? En voelt men zich thuis in de buurt. De wijze hoe verschillende groepen in de buurt met elkaar omgaan wordt door Amsterdammers in 2011 met een 6,9 beoordeeld net zoals in Tussen 2009 en Figuur 2.13: Tevredenheid omgang verschillende groepen mensen Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,9 7,2 7,3 7,3 0,4 0,0 West 6,1 6,7 6,8 6,8 0,7 0,0 Nieuw-West 6,2 6,5 6,6 6,6 0,4 0,0 Zuid 6,8 7,1 7,2 7,2 0,4 0,0 Oost 6,4 6,8 6,9 6,9 0,5 0,0 Noord 6,8 6,8 6,8 6,7-0,1-0,1 Zuidoost 6,2 6,8 6,8 6,7 0,5-0,1 Amsterdam 6,4 6,8 6,9 6,9 0,5 0,0 22
25 2011 vinden er weinig veranderingen plaats bij de stadsdelen. Alleen Noord en Zuidoost laten een lichte daling zien. Maar in alle stadsdelen is men tevreden over de omgang van verschillende groepen. Nieuw-West ontvangt het laagste cijfer, Centrum het hoogste. Ten opzichte van 2001 is het cijfer verbeterd voor alle stadsdelen, op de lichte daling in Noord na. Het rapportcijfer over de betrokkenheid bij de buurt is iets toegenomen ten opzichte van de vorige WiA. Hiermee zet de verbetering door. In 2001 was het rapportcijfer een 5,6. Inmiddels is dat toegenomen tot een 6,1. Nieuw-West en Zuidoost scoren nog net geen voldoende in Het hoogst gewaardeerd wordt Centrum. Tussen 2009 en 2011 zijn er geen verslechteringen zichtbaar bij de stadsdelen. Tussen 2001 en 2011 is in Noord geen verandering waarneembaar. De overige stadsdelen laten allen een sterke stijging zien, West laat de grootste stijging van het betrokkenheidscijfer zien in deze periode. Figuur 2.14: Tevredenheid betrokkenheid bewoners bij de buurt Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 6,1 6,3 6,5 6,7 0,6 0,2 West 5,2 5,8 6,0 6,2 1,0 0,2 Nieuw-West 5,4 5,6 5,8 5,9 0,5 0,1 Zuid 5,9 6,1 6,3 6,4 0,5 0,1 Oost 5,6 6,0 6,3 6,3 0,7 0,0 Noord 6,1 6,0 6,1 6,1 0,0 0,0 Zuidoost 5,5 5,8 5,9 5,9 0,4 0,0 Amsterdam 5,6 6,0 6,1 6,2 0,6 0,1 Het rapportcijfer voor het thuisvoelen in de buurt is hoog en constant. Gemiddeld gesproken voelen de Amsterdammers in de verschillende stadsdelen zich zeer thuis in hun buurt: overal meer dan een ruime voldoende. Hierbij geldt dat Nieuw-West de laagste waardering krijgt en Centrum de hoogste. Opvalland is dat sinds de eerste meting in 2007 het oordeel nauwelijks veranderd is in de stadsdelen. Hooguit een daling of stijging van een tiende. Figuur 2.15: Thuisvoelen in de buurt Ontwikkeling Ontwikkeling Centrum 8,4 8,4 8,5 0,1 0,1 West 7,7 7,8 7,8 0,1 0,0 Nieuw-West 7,2 7,3 7,3 0,1 0,0 Zuid 8,3 8,3 8,2-0,1-0,1 Oost 7,7 7,8 7,8 0,1 0,0 Noord 7,5 7,6 7,5 0,0-0,1 Zuidoost 7,5 7,4 7,5 0,0 0,1 Amsterdam 7,8 7,8 7,8 0,0 0,0 Hoogste score Laagste score 23
26 2.6 Wat kan er verbeteren? Bewoners is gevraagd naar de verbeterpunten van de woonomgeving, meerdere antwoorden zijn mogelijk dus de percentages tellen op tot meer dan 100%. Daarnaast is aan bewoners gevraagd welke verbeterpunt wat hun betreft prioriteit moet krijgen. Het schoonhouden van de straten en stoepen wordt het meest genoemd, 38% van de geënquêteerden noemt dit als verbeterpunt en voor een kleine 20% van de bewoners geldt dit als prioriteit. Meer dan 50% van de bewoners in Noord benoemt het schoonhouden van straten en stoepen als verbeteraspect, terwijl dit in Centrum maar in iets meer dan een kwart van de respondenten het geval is. Het onderhoud van bestaande woningen, het schoonhouden van het groen, het onderhoud van straten en stoepen, meer winkels en veiligheid worden rond de 25% van de bewoners genoemd. Het onderhoud van bestaande woningen is in West (32%) een belangrijk en in Centrum (17%) een relatief onbelangrijk verbeterpunt. Het schoonhouden van het groen wordt het meest in Noord genoemd (36%), dit onderdeel wordt veel minder vaak benoemd in Oost en Centrum. Figuur 2.16: Welke verbeteraspecten worden genoemd? Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam Onderhoud, verbeteren woningen 17% 32% 23% 22% 23% 22% 23% 24% Meer nieuwbouw 4% 12% 21% 5% 11% 12% 15% 11% Schoonhouden straten en stoepen 26% 37% 41% 42% 30% 52% 41% 38% Schoonhouden groen 18% 22% 29% 23% 19% 36% 28% 24% Onderhoud straten en stoepen 25% 21% 29% 27% 20% 43% 30% 27% Onderhoud groen 16% 17% 19% 18% 15% 26% 21% 19% Inrichting straten, stoepen en groen 14% 13% 9% 10% 13% 11% 10% 12% Meer winkels 18% 23% 25% 13% 33% 31% 31% 24% Meer buurthuizen\wijkcentra 4% 5% 7% 6% 8% 8% 12% 7% Meer zorgvoorzieningen (zoals huisarts) 4% 5% 8% 3% 7% 9% 9% 6% Meer openbaar vervoer 7% 6% 9% 7% 8% 11% 11% 8% Meer parkeergelegenheid 24% 22% 19% 23% 21% 17% 21% 21% Veiligheid 15% 24% 32% 12% 22% 26% 37% 23% Andere redenen 25% 21% 17% 20% 22% 17% 15% 20% Niets te verbeteren 11% 8% 8% 11% 8% 5% 7% 8% Totaal 227% 268% 296% 242% 260% 326% 311% 272% Het onderhoud van straten en stoepen wordt als verbeteraspect het vaakst genoemd in stadsdeel Noord. In Oost en West wordt dit door ongeveer 20% van de bewoners genoemd. Om meer winkels wordt vooral gevraagd in Noord, Oost en Zuidoost, 30% van de bewoners geeft dit aan. Dit speelt blijkbaar minder in Zuid waar slechts 13% behoefte heeft aan meer winkels. 24
27 Maatregelen om de veiligheid te verbeteren worden in Nieuw-West en Zuidoost, door respectievelijk 33% en 37% van de huishoudens genoemd als verbeteraspect. In Zuid vraagt slechts 13% hierom. De vraag om meer parkeergelegenheden wordt door 21% van de huishoudens genoemd. De verschillen tussen de stadsdelen zijn op dit onderwerp niet zo groot. In Noord is hier de minste behoefte aan, slechts 17% van bewoners noemt dit als verbeteraspect. Zoals verwacht kan worden wordt dit weer vaak genoemd in Centrum (24,%) en Zuid (23%). In figuur 2.17 staan de percentages aangegeven van welk verbeteraspect het eerst moeten worden aangepakt volgens de bewoners. De totalen tellen op tot 100%. De hoogste waardes komen overeen met wat de meest genoemde verbeteraspecten zijn binnen de verschillende stadsdelen. Figuur 2.17: Aan welke verbeteraspecten wordt het meest belang gehecht? Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam Onderhoud, verbeteren woningen 6% 13% 9% 9% 9% 7% 7% 9% Meer nieuwbouw 1% 5% 10% 1% 4% 4% 5% 5% Schoonhouden 13% 19% 18% 26% 16% 25% 19% 19% Onderhoud 12% 7% 10% 11% 7% 17% 11% 10% Inrichting straten, stoepen en groen 6% 4% 2% 3% 4% 2% 2% 3% Meer winkels 8% 7% 6% 4% 13% 8% 8% 8% Meer buurthuizen\wijkcentra 3% 3% 4% 4% 4% 4% 6% 4% Meer parkeergelegenheid 13% 10% 8% 12% 8% 7% 7% 9% Veiligheid 6% 10% 14% 4% 10% 9% 17% 10% Andere redenen 22% 16% 12% 16% 18% 13% 11% 15% Niets te verbeteren 10% 7% 7% 10% 7% 4% 7% 7% Hoge score Lage score 25
28 2.7 Resumé Ten opzichte van 2009 is het totaaloordeel over de buurt in Amsterdam gelijk gebleven. Bewoners van Centrum en Zuid zijn het meest tevreden met hun buurten (8,1 en 7,9 respectievelijk). De buurten van Nieuw-West worden, samen met de buurten van Noord het laagst beoordeeld door haar bewoners, voor beide stadsdelen komt de waardering neer op een 6,8. Ten opzichte van 2001 is het totaaloordeel het meest toegenomen in het stadsdeel waar de buurtwaardering in 2001 nog het laagst beoordeeld werd: West (van 6,4 naar 7,4). Een ander stadsdeel dat een forse toename laat zien is Oost (van 6,7 tot 7,4). In 2011 hebben bewoners gemiddeld genomen even hoge verwachtingen over de ontwikkeling van de buurt als in De hele stad wordt met een 7,0 beoordeeld. Het meest optimistisch zijn de bewoners van Centrum (7,5), het minst optimistisch de bewoners van Nieuw-West (6,4). Er zijn ten opzichte van 2009 enkele lichte verbeteringen zichtbaar. Centrum, Nieuw-West, Oost en Noord laten een toename zien van één tiende punt. Als naar de verdeling van rapportcijfers (de spreiding) wordt gekeken dan is een driedeling tussen de stadsdelen zichtbaar. De bewoners van Zuid en Centrum zijn zeer tevreden over hun buurt, in beide stadsdelen geeft meer dan 70% van de bewoners een acht of hoger en minder dan 5% geeft een cijfer lager dan een vijf. In West en Oost is dit respectievelijk 50% en 10%. In Noord, Zuidoost en Nieuw-West geeft 40% een acht of hoger, het aantal rapportcijfers lager dan een vijf ligt tussen de 15% en 18%. Deze verdeling komt in grote lijnen overeen met de drie marktgebieden die overeengekomen zijn in Bouwen aan de Stad. Bij de verdeling van de verwachte ontwikkeling van de buurt is minder goed een driedeling te ontwaren. Meer dan 50% van de bewoners van Centrum en West geven een cijfer acht of hoger. Voor Zuid en Oost is dat iets minder dan 50%. In Noord en Zuidoost geldt dit voor 31% van de bewoners en voor Nieuw-West is dit in 28% het geval. De tevredenheid over het schoonhouden van straten en stoepen wordt minder hoog gewaardeerd dan het totaaloordeel: 6,3. Het meest tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen zijn de bewoners van Centrum (6,9), het minst tevreden de bewoners van Noord (5,4). Noord laat een enorme verslechtering zien ten opzichte van 2009 (en 2005), in voorgaande jaren schommelde het gemiddelde telkens rond de 6, in 2011 is dit zes tiende lager. Bij de meeste stadsdelen vindt er door de jaren heen weinig verandering plaats, alleen Oost laat een verbetering zien. De tevredenheid over het schoonhouden van de groenvoorzieningen wordt iets hoger beoordeeld in 2011 dan in 2009, 6,5 in plaats van 6,4. Op Noord (6,0) na laten alle stadsdelen een gemiddelde zien in de buurt van de 6,5. De grootste stijging tussen 2011 en 2005 is te zien bij stadsdeel Oost (van 6,3 naar 6,7). De overlast door vervuiling die ervaren wordt door bewoners is iets verminderd. In de afgelopen tien jaar is de overlast beetje bij beetje afgenomen tot een 6,1 in 2011 voor de stad. Er zijn nog drie stadsdelen die een cijfer lager dan een 6 krijgen. West, Zuidoost en Noord (resp. 5,9, 5,8 en 5,4). Noord laat op dit vlak een verslechtering zien ten opzichte van In Nieuw-West is de overlast 26
29 afgenomen dit vertaald zich in een verbetering van het cijfer van een 5,7 naar een 6,0. Gemiddeld geven Amsterdammers een 6,5 voor het onderhoud van de straten en stoepen. Het onderhoud van straten en stoepen laat door de jaren heen een lichte verbetering zien. Centrum (6,8) krijgt het hoogste cijfer van haar bewoners, Noord (5,7) het laagste. Noord laat ten opzichte van 2009 ook hiervoor een daling zien. In vergelijking met 2005 laten de stadsdelen Oost en West een forse stijging zien. De tevredenheid over het onderhoud van groenvoorzieningen is verbeterd in Een meerderheid van de stadsdelen krijgt een cijfer hoger dan een 6,7. Zuid krijgt de hoogste beoordeling, een 6,9. Alleen Nieuw-West en Noord, met respectievelijk een 6,6 en 6,3 worden lager beoordeeld. Noord laat een lichte daling zien ten opzichte van 2009, maar de daling is niet zo sterk als bij andere indicatoren over vervuiling, schoon houden en onderhoud. De tevredenheid over het onderhoud van de woningen in de buurt stabiliseert in Er zijn kleine positieve veranderingen in Centrum, West, Nieuw-West en Oost zichtbaar en een daling in Noord. De hoogste beoordeling geven de bewoners in Centrum. In 2011 wordt het onderhoud van de woningen het laagst gewaardeerd in Nieuw-West en Noord. De grootste toename de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden in Oost en West. Amsterdammers voelen zich gemiddeld genomen veilig. Het gemiddelde cijfer voor veilig voelen overdag is al een aantal jaren constant gebleven op een 8,2. Tussen 2001 en 2011 laten de meeste stadsdelen een verbetering zien, alleen Noord laat een lichte verslechtering zien in deze periode. s Avonds wordt minder hoog beoordeeld dan overdag, al is het gemiddelde nog steeds een ruime voldoende. Het verschil tussen overdag en s avonds is een vol punt. Kijken we naar de afzonderlijke stadsdelen dan valt hierbij op dit verschil van een vol punt alleen geldt in Oost en West. In Centrum en Zuid is het verschil kleiner dan een vol punt en in Noord, Zuidoost en Nieuw-West is het verschil groter dan een vol punt. In vergelijking met tien jaar geleden laten Oost en West de grootste verbetering zien. Al laten alle stadsdelen, op Noord na (lichte daling) een verbetering zien. Bewoners ervaren wel meer overlast door criminaliteit in Alle stadsdelen laten een verslechtering zien in Terwijl tussen 2001 en 2009 alle stadsdelen juist sterke verbeteringen hebben laten zien. Prettig samenleven is een aspect van de leefbaarheid wat iets zegt over de sociale verbondenheid met andere bewoners in de directe leefomgeving. Hiervoor wordt gekeken naar drie verschillende vragen. Hoe gaan volgens bewoners met elkaar in de buurt om? In hoeverre zijn bewoners betrokken bij de buurt? En of men zich thuis voelt in de buurt. De omgang tussen verschillende groepen wordt door Amsterdammers, net zoals in 2009, in 2011 met een 6,9 beoordeeld. Noord en Zuidoost laten een lichte daling zien. Nieuw-West (6,6) ontvangt het laagste cijfer en Centrum (7,3) het hoogste. Ten opzichte van 2001 is het cijfer verbeterd voor alle stadsdelen, op de lichte daling in Noord na. 27
30 Het rapportcijfer over de betrokkenheid bij de buurt is iets toegenomen ten opzichte van Dit aspect laat in elke editie een verbetering zien ten opzichte van de vorige. Nieuw-West en Zuidoost (beide 5,9) scoren nog net geen voldoende in Het hoogst gewaardeerd wordt Centrum (6,7). Tussen 2001 en 2011 is in Noord geen verandering waarneembaar. De overige stadsdelen laten allen een sterke stijging zien. Het rapportcijfer voor het thuisvoelen in de buurt is hoog en constant. Gemiddeld gesproken voelen de Amsterdammers in de verschillende stadsdelen zich zeer thuis in hun buurt: overal meer dan een ruime voldoende. Opvalland is dat sinds de eerste meting in 2007 het oordeel nauwelijks veranderd is in de stadsdelen. In het onderzoek is ook gevraagd naar de verbeterpunten van de woon - omgeving. Het schoonhouden van straten en stoepen (38%) wordt het vaakst genoemd door bewoners. In Noord wordt dit verbeterpunt door 52% van de bewoners genoemd, terwijl dit in Centrum maar in 26% van de respondenten het geval is. Het onderhoud van bestaande woningen, het schoonhouden van het groen, het onderhoud van straten en stoepen, meer winkels en veiligheid worden door rond de 25% van de bewoners genoemd. Het onderhoud van bestaande woningen is in West (32%) belangrijk. Het schoonhouden van het groen wordt het vaakst in Noord genoemd (36%) voor alle aspecten rond onderhoud en schoonhouden geldt dat de Bewoners van Noord dit het vaakst aangeven. Om meer winkels wordt vooral gevraagd in Oost, Noord en Zuidoost, 30% van de bewoners geeft dit aan. Maatregelen om de veiligheid te verbeteren worden het meest door bewoners in Nieuw-West en Zuidoost benoemd. Parkeergelegenheden is een verbeteraspect dat in Zuid en Centrum vaak door de bewoners wordt genoemd. 28
31 3Buurtcombinaties In het vorige hoofdstuk is ingegaan op de leefbaarheid op het niveau van de stad en stadsdelen. Met de fusie van verschillende stadsdelen in mei 2010 komen de stadsdelen wat aantal inwoners betreft overeen met middelgrote Nederlandse steden van het kaliber s Hertogenbosch, Zoetermeer en Amstel veen. De vraag rijst dan wat een cijfer over het stadsdeel aangeeft. Binnen de stadsdelen bestaan er grote verschillen tussen de buurten voor de leefbaarheid scores. Zo zien we bijvoorbeeld dat in stadsdeel West het gebied De Helmers buurt/ Vondel buurt een hogere waardering voor het totaaloordeel krijgt dan het gebied de Hoofdweg en omgeving. En zo zien we in stadsdeel Zuid dat het Museum kwartier\ Duivels eiland een betere score heeft dan de Diamantbuurt. In dit hoofdstuk wordt gerapporteerd op het niveau van gebieden, dit zijn samengevoegde buurten. Op het niveau van de afzonderlijke buurten zijn op basis van WiA geen betrouwbare uitspraken te doen vanwege het relatief lage aantal respondenten per buurt. Omdat dit probleem ook speelt bij een aantal buurtcombinaties is ervoor gekozen om enkele buurtcombinaties samen te voegen tot gebieden. Andersom geldt voor andere buurtcombinaties dat ze gesplitst kunnen worden waarbij toch betrouwbare uitspraken gedaan kunnen blijven worden. Voor ieder gebied zijn op deze manier circa 200 ingevulde enquêtes beschikbaar. Hierdoor kunnen betrouwbare uitspraken gedaan worden over de beoordeling van de leefbaarheid door bewoners. Omdat enkele buurtcombinaties uit industrieterreinen, kantoorparken of bedrijfsterreinen bestaan zijn deze niet meegenomen in de analyse. Achterin het rapport is een kaart te vinden met de gehanteerde buurtcombinaties. Wij spreken in dit rapport omwille van de eenvoud over buurten als we het over gebieden hebben. De leefbaarheidscores worden in dit hoofdstuk zoveel mogelijk in kaarten weergegeven. Hierbij wordt gewerkt met kleuren die staan voor klassen waarbinnen het gemiddelde rapportcijfer dat de bewoners geven aan hun buurt valt. Zo ontstaat per thema in één oogopslag een totaalbeeld van de stad. 29
32 In de toelichtende teksten komen de opvallende scores aan de orde. Op veranderingen in de tijd, ten opzichte van eerdere edities van WiA, wordt zowel in kaarten als in de toelichtende teksten ingegaan. De exacte gemiddelde leefbaarheidscores van de buurtcombinaties staan in de rapportage WiA 2011: stadsdeelprofielen op 3.1 Totaaloordeel over de buurt Aan bewoners wordt gevraagd naar een totaaloordeel over hun buurt, zij kunnen hiervoor een cijfer geven op een schaal van 1 tot 10. Sinds 2001, het eerste meetmoment van leefbaarheidsvragen, wordt het totaaloordeel gebruikt als overkoepelende leefbaarheidsscore. Het wordt onder andere gebruikt als outcome -indicator in afspraken tussen gemeente, corporaties en huurders (Bouwen aan de Stad II, pag 11). In deze paragraaf wordt op buurtcombinatieniveau inzicht gegeven in het totaaloordeel van 2011, de ontwikkelingen door de tijd heen en de verwachte ontwikkeling die bewoners hebben wat betreft hun buurt. Figuur 3.1: Totaaloordeel over de buurt 8,0 tot 8,5 7,5 tot 8,0 7,0 tot 7,5 6,5 tot 7,0 6,0 tot 6,5 30
33 Oordeel over de buurt in 2011: alle gebieden een voldoende In 2011 wordt geen enkele buurt lager gewaardeerd dan een 6, dit is een po si tieve ontwikkeling. In voorgaande jaren waren er altijd één of meer buurten die met een onvoldoende gewaardeerd werden. In 2001 scoorden nog dertien gebieden onvoldoende. Dit daalde naar zes in 2005, twee in 2007 en één in De buurt Landelijk Noord (8,4) is de best gewaardeerde buurt in 2011 samen met de buurt Grachtengordel-West (8,4). Hierna volgt het kwartet buurten Grachtengordel-Zuid, Jordaan, Haarlemmerbuurt en het Museumkwartier/ Duivelseiland (allen 8,3). In 2009 had de buurt Grachtengordel-West het hoogste cijfer. In 2001 was dat de Apollobuurt. Als we naar figuur 3.1 kijken zien we dat de hoogst gewaardeerde gebieden zich enerzijds concentreren in de stadsdelen Centrum en Zuid en anderzijds aan de rand van de stad in de meer landelijke gebieden. De laag scorende buurten bevinden zich met name buiten de ring en boven het IJ. De drie laagst scorende buurten grenzen aan elkaar: de Kolenkit (6,0), Overtoomse Veld (6,2) en Bosleeuw (6,3). Het oordeel over de buurt door de tijd heen Het gemiddelde totaaloordeel voor Amsterdam is tussen 2009 en 2011 gestabiliseerd op een gemiddelde van 7,3. In de gebieden daarentegen, zijn net zoals voorgaande jaren, meerdere verschuivingen zichtbaar (zie figuur 3.2). In Overtoomse Veld is de tevredenheid over de buurt het meest toegenomen sinds 2009 (van 5,6 naar 6,2). In WiA 2009 werd reeds voorzichtig geopperd dat de laatste buurt (Overtoomse Veld) die onvoldoende scoorde in 2009 een voldoende zou halen in 2011 vanwege investeringen in het gebied. Overtoomse Veld komt hiermee op een voldoende. Het afronden van de stedelijke vernieuwing in dit gebied heeft zijn vruchten afgeworpen. Bij de stedelijke vernieuwing is vaker een patroon te zien dat tijdens de SV de leefbaarheid afneemt, waarna deze sterk toeneemt bij afronding hiervan. Na Overtoomse Veld is het gebied de Omval de buurt met de grootste stijging (van 6,1 naar 6,6). Deze stijging zou enerzijds te verklaren kunnen worden door de komst van de nieuwe wijk Amstelkwartier en anderzijds door de ontwikkeling van een eigen woonsfeer van het studentencomplex aan de Wenckenbachweg. Andere buurten waar de leefbaarheid er sterk op vooruit is gegaan zijn de Transvaalbuurt (van 6,5 naar 6,9), De Centrale Markt/Frederik Hendrikbuurt (van 7,5 naar 7,9), Het Erasmuspark (6,9 naar 7,2) en Venserpolder (van 6,1 naar 6,4). In 2009 was reeds een sterke toename te zien in o.a. de Transvaalbuurt. De Indische Buurt West, het gebied waar in 2009 de leefbaarheid nog het sterkst toenam laat een stabilisatie zien voor het totaaloordel. Tussen 2009 en 2011 is de leefbaarheid ook gedaald in een aantal gebieden. De sterkste daling vond plaats in de buurt Burgwallen-Nieuwe Zijde (met -0,5 tot 7,1). Daarna gevolgd door Banne Buiksloot/Buiksloterham (met -0,3 tot 6,4). In Banne Buiksloot/Buiksloterham was in 2009 een sterke verbetering te zien, het oordeel over de leefbaarheid is nu op hetzelfde niveau als in In Bosleeuw is ook een daling zichtbaar (met -0,3 tot 6,3), het vertragen van de stedelijke vernieuwing kan een verklaring zijn voor de dalende leefbaarheid. 31
34 Figuur 3.2: Ontwikkeling buurtwaardering tussen 2009 en 2011 Stijging 0,3 tot 0,6 Geen significante stijging of daling Daling 0,3 tot 0,6 Tenslotte zien we een daling van de leefbaarheid in de Eendracht (met -0,3 tot 6,7) en Driemond (met -0,3 tot 7,7). De buurtcombinaties Slotervaart-Zuid en Holendrecht/Reigersbos, waar in 2009 nog een significante daling zichtbaar was, zijn in 2011 niet verder afgezakt, maar laten ook geen stijging zien. Als gekeken wordt over een langere periode, tussen 2001 en 2011, zien we dat in meer dan de helft van alle buurtcombinaties de leefbaarheid nu positiever wordt beoordeeld dan in Opvallend hierbij is dat in stadsdeel West de leefbaarheid er in alle buurtcombinaties er op vooruit is gegaan in de afgelopen tien jaar. Dit geldt ook voor grote delen van Oost en Zuidoost. In Zuidoost laten de buurten rond de Gaasperplas geen stijging maar ook geen daling zien. De overige gebieden laten wel een stijging van de tevredenheid zien. In Oost is te zien dat de stijging achterblijft in de buurtcombinaties van de Watergraafsmeer. In Centrum en Zuid zien we her en der toenames, maar toch vooral een stabilisatie (grijze gebieden) van het totaaloordeel, in deze stadsdelen is het leefbaarheidsoordeel al hoog, het is niet verrassend dat de leefbaarheid niet zo sterk toeneemt. In stadsdeel Nieuw-West zien we een stijgende tevredenheid voor de buurten gelegen aan de ring en achterin Osdorp, verder zijn geen grote verschuivingen in het oordeel zichtbaar. In Noord zien we dat in vier gebieden de leefbaarheid lager wordt beoordeeld dan in Een drietal buurten laat tussen 2001 en 2011 de grootste stijging zien. Dit zijn de Kinkerbuurt (van 6,1 naar 7,7), De Indische Buurt West (van 5,4 naar 7,0) en 32
35 Figuur 3.3: Ontwikkeling buurtwaardering tussen 2001 en 2011 Stijging 1,2 tot 1,6 Stijging 0,9 tot 1,2 Stijging 0,6 tot 0,9 Stijging 0,3 tot 0,6 Geen significante stijging of daling Daling 0,3 tot 0,7 De Krommert Zuid (van 5,5 naar 7,0). Opvallend is dat al deze buurten in 2001 ver onder het stedelijk gemiddelde (6,9) beoordeeld werden. Over de opkomst van de Indische Buurt West is reeds veel geschreven. De twee aangrenzende buurten in stadsdeel West gescheiden door de Kostverlorenvaart hebben minder aandacht gekregen wat dat betreft. De Indische Buurt West en De Krommert Zuid liggen in de ring terwijl de Kinkerbuurt in de 19de eeuwse gordel ligt. Andere buurten waar de leefbaarheid sterk is gestegen zijn Erasmuspark en de Staatsliedenbuurt. Daarnaast zijn er nog negen andere buurten waar de leefbaarheid met meer dan een vol punt is gestegen in de afgelopen tien jaar. De stijgende tevredenheid van gebieden in Zuidoost, Nieuw-West en Noord laten zien dat een positieve ontwikkeling niet enkel is voorbehouden aan gebieden binnen de ring A10. Een zestal buurten laat een daling van het totaaloordeel zien tussen 2001 en De sterkste daling is zichtbaar in de Eendracht in Nieuw-West (van 7,4 tot 6,7). In Noord zijn er vier buurten waar een daling van het totaaloordeel te zien is: Oostzanerwerf/Kadoelen (van 7,7 tot 7,2), Banne Buiksloot/Buiksloterham (van 7,2 tot 6,8), Volewijck (van 7,0 tot 6,6) en Buikslotermeer (van 7,2 tot 6,8). Ten slotte is er één buurt in Oost, de Omval (van 7,0 tot 6,6) met een daling van het totaaloordeel. De Omval liet tussen 2009 en 2011 juist een duidelijke toename van de leefbaarheid zien Over een langere periode is dit dus niet het geval. 33
36 Het oordeel over de buurt in de hotspots en focusgebieden Hotspots zijn gebieden die in het verleden een onvoldoende op het totaaloordeel hebben laten zien. De cijfers laten zien dat dit geen vast gegeven is. Het tegenovergestelde is zelfs het geval. De buurtwaardering in deze gebieden is, op één buurt na tussen 2001 en 2011, meer gestegen dan het stedelijk gemiddelde. Tabel 3.4 geeft een beeld van deze ontwikkeling weer. Alleen in de buurt IJplein/Vogelbuurt zien we dat het totaaloordeel er niet significant op vooruit is gegaan, maar stabiel is gebleven rond de 6,4 in de afgelopen tien jaar. Figuur 3.4: Totaaloordeel over de buurt per hotspot Ontwikkeling Ontwikkeling Bijlmer Centrum (D,F,H) 5,5 6,4 6,6 1,1 0,2 Bijlmer Oost (E,G,K) 5,7 6,5 6,7 1,0 0,2 Erasmuspark 5,8 6,9 7,2 1,4 0,3 IJplein/Vogelbuurt 6,5 6,3 6,4-0,1 0,1 Indische Buurt Oost 5,9 6,5 6,5 0,6 0,0 Indische Buurt West 5,4 7,0 7,0 1,6 0,0 De Kolenkit 5,0 6,1 6,0 1,0-0,1 Landlust Noord/Sloterdijk 5,6 6,7 6,5 0,9-0,2 Landlust Zuid 5,7 6,6 6,6 0,9 0,0 Osdorp-Midden 5,8 6,2 6,5 0,7 0,3 Overtoomse veld 5,3 5,6 6,2 0,9 0,6 Transvaalbuurt 5,7 6,5 6,9 1,2 0,4 Amsterdam 6,9 7,3 7,3 0,4 0 Tussen 2009 en 2011 zien we dat in vier hotspots er nog een significante positieve ontwikkeling heeft plaats gevonden. Overtoomse Veld, het enige gebied wat in 2009 nog onvoldoende scoorde, is meer dan een half punt gestegen. Overtoomse Veld wordt nu net zo als alle andere buurten ten minste met een voldoende gewaardeerd. De Transvaalbuurt werd in 2009 nog met een 6,5 gewaardeerd door de bewoners, in 2011 is dit oordeel een 6,9 gemiddeld. Tussen 2009 en 2007 liet de Transvaalbuurt ook al een significante stijging zien. Het gebied Osdorp-Midden laat ook een stijging zien van 6,2 naar 6,5 in de afgelopen twee jaar. Tussen 2009 en 2007 was er juist geen verbetering te zien in dit gebied. Dit werd toen geweten aan de stedelijke vernieuwing die daar nog in volle gang was, nu is deze meer afgerond. Ten slotte Erasmuspark, het gebied in voormalig stadsdeel Bos en Lommer wat aan de ring ligt is tussen 2009 en 2011 gestegen van een 6,9 naar een 7,2, dat is één tiende lager dan het stedelijk gemiddelde. Met het verdwijnen van de Rijksmiddelen wijkaanpak- en ISV is in Amsterdam besloten om het nog resterende budget in te zetten voor de verbetering van een aantal Focusgebieden. De 33 stedelijke vernieuwingsgebieden komen hiermee te vervallen. Voor Focusgebieden zijn output en outcome doelstellingen geformuleerd op het gebied van leefkwaliteit en de sociaal economische positie van bewoners. Voor de leefkwaliteit houdt dit in dat het totaaloordeel in deze 34
37 buurten moet stijgen tussen de 0,3 en 0,4 in de komende periode. De Focusgebieden zijn buurten waar de leefbaarheid relatief laag wordt beoordeeld en waar de sociaal economische positie van bewoners achterblijft. Hieronder in tabel 3.5 is een overzicht van de Focusgebieden samen met de leefbaarheidsoordelen van de afgelopen jaren. Enkele van de eerder genoemde hotspots zitten ook bij de Focusgebieden; De Kolenkit. IJplein/Vogelbuurt en Bijlmer Centrum. Wat opvalt, is dat geen enkel Focusgebied tussen 2009 en 2011 een significante verbetering (of verslechtering) laat zien. Verder is zichtbaar dat de drie hotspot buurten de enige buurten zijn die over een langere periode een duidelijke positieve ontwikkeling laten zien. Figuur 3.5: Totaaloordeel over de buurt per focusgebied Ontwikkeling Ontwikkeling De Kolenkit 5,4 6,1 6,0 0,7-0,1 Volewijck 6,3 6,4 6,6 0,2 0,2 IJplein/Vogelbuurt 5,8 6,3 6,4 0,6 0,1 Nieuwendam-Noord 6,4 6,5 6,5 0,2 0,1 Slotermeer-Noordoost 6,2 6,3 6,4 0,2 0,1 Slotermeer-Zuidwest 6,1 6,5 6,4 0,3-0,1 Bijlmer Centrum 5,8 6,3 6,5 0,7 0,2 Holendrecht/Reigersbos 6,8 6,7 6,9 0,2 0,2 Amsterdam 7,0 7,3 7,3 0,3 0,0 Verwachting van de ontwikkeling van de buurt In de WiA-enquête wordt ook gevraagd naar wat de verwachte ontwikkeling van de buurt is volgens de bewoners. Denken bewoners dat hun buurt zich positief of negatief zal ontwikkelen? Zien bewoners de toekomst van hun buurt rooskleurig of somber in? Er is één gebied waarvan de verwachte ontwikkeling met lager dan een zes wordt beoordeeld, Eendracht in Nieuw-West krijgt een 5,9. Dit gebied was een van de gebieden waar een lagere waardering voor de buurt werd gegeven ten opzichte van Alle overige gebieden hebben een cijfer hoger dan een 6 gekregen voor wat betreft de verwachte ontwikkeling. Er zijn wel duidelijke verschillen zichtbaar tussen buurten en stadsdelen. In de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost krijgen de meeste buurtcombinaties een cijfer tussen de 6 en de 7. In Centrum, West, Zuid en Oost is men in veel gebieden positiever over de verwachte ontwikkeling en worden meer gebieden gewaardeerd met een cijfer tussen de 7 en de 8. Bij buurten die een hoog oordeel voor het totaaloordeel(>7,5) krijgen, daar is de verwachte ontwikkeling vaak ook hoog (>7,0). Verder zien we dat bewoners in buurten in de stadsdelen West en Oost die een relatief laag totaaloordeel hebben wel positef zijn over de toekomst. Dit zijn buurten waar de afgelopen jaren flink is geïnvesteerd zoals Erasmuspark en de Indische buurt. Buiten de ring, zijn alleen bewoners in Landelijk Noord en de Geerdink- en Kantershof zeer positief over de toekomst. 35
38 Figuur 3.6: Oordeel buurtontwikkeling komende jaren 7,5 tot 7,9 7,0 tot 7,5 6,5 tot 7,0 6,0 tot 6,5 5,5 tot 6,0 De buurtcombinaties waar men het meest positief is over de verwachte ontwikkeling van de buurt zijn de Staatsliedenbuurt en Landelijk Noord. Twee heel verschillende buurten, de ene ligt midden in de stad waar de afgelopen jaren veel veranderd is, terwijl de andere buurt aan de rand van de stad ligt waar nauwelijks verandering heeft plaats gevonden. Andere buurtcombinaties waar de toekomst van de buurt als positief wordt gezien zijn de Haarlemmermeerbuurt, Weesperzijde, Overtoomse Sluis, Museumkwartier, Grachtengordel-West en Hemelsbuurt/Vondelbuurt. Opmerkelijk is dat al deze buurten nabij parken of water zijn gesitueerd. Ontwikkeling van de verwachte ontwikkeling van de buurt Tussen 2007 en 2009 waren er enkele zeer sterke stijgingen en dalingen te zien in de verwachte ontwikkeling, tussen 2009 en 2011 zijn de ontwikkelingen wat minder scherp. Desondanks zijn er echter nog weldegelijk positieve en negatieve ontwikkelingen te zien verspreid over de stad. De grootste stijgers ten opzichte van 2009 zijn de Transvaalbuurt (van 6,7 naar 7,1), Burgwallen-Oude Zijde (van 6,6 naar 7,1) en Slotervaart-Noord (van 6,3 naar 6,7). Van deze drie buurtcombinaties is alleen in de Transvaalbuurt een toename van het totaaloordeel geweest tussen 2009 en
39 Figuur 3.7: Ontwikkeling verwachte buurtontwikkeling komende jaren 2009 en 2011 Stijging 0,3 tot 0,6 Geen significante stijging of daling Daling 0,3 tot 0,6 Opvallend is de trend in de buurtcombinaties Nieuwendam-Noord en Tuindorp Nieuwendam/Tuindorp Buiksloot in stadsdeel Noord. Dit zijn gebieden waar de leefbaarheid relatief laag wordt beoordeeld. Ook is er geen toename geweest in het totaaloordeel de afgelopen twee jaar. Bewoners zijn in 2011 echter positiever over de toekomst dan twee jaar geleden. In Zuid is er geen buurt met een toename in de verwachte ontwikkeling maar hier is de verwachte ontwikkeling in de meeste gebieden al hoog. Er zijn ook buurten met een dalende verwachte ontwikkeling.waren er tussen 2007 en 2009 twee buurtcombinaties waar de verwachte ontwikkeling daalde, tussen 2009 en 2011 zijn dat zes gebieden. Een dalende lijn is te zien in Buikslotermeer in stadsdeel Noord, Burgwallen-Nieuwe Zijde in Centrum, de Diamantbuurt in Zuid en de buurten Kolenkit, Bosleeuw en Helmersbuurt/ Vondelbuurt in stadsdeel West. De daling in Helmersbuurt/Vondelbuurt is niet verrassend, in de vorige WiA was de verwachting erg hoog (8,0) ten opzichte van een stedelijk gemiddelde. In Bosleeuw is de stedelijke vernieuwing uitgesteld dit kan een verklaring zijn dat de bewoners minder hoopvol ten aanzien van de toekomst zijn. Dat de Kolenkit en de Diamantbuurt een daling laten zien in de verwachte ontwikkeling is zorgelijker omdat dit buurten betreffen waar veel leefbaarheidsproblemen waren en waar flink in is geïnvesteerd om dat te verbeteren. De Kolenkit heeft voor een deel ook te maken met een vertraging van de fysieke vernieuwing. 37
40 3.2 Schoon, heel, veilig: schoon Schoonhouden straten en stoepen De beoordeling van het schoonhouden van straten en stoepen wordt in een groot aantal buurtcombinaties beoordeeld met een cijfer lager dan een zes. Het aantal buurten met een onvoldoende is toegenomen ten opzichte van 2009 van 22 tot 26. Van deze 26 buurten zijn er vijf buurtcombinaties die lager dan een 5,5 scoren, deze zijn allen gelegen in stadsdeel Noord. Verklaring kan mogelijk de stadsdeelbezuiniging op beheer zijn. Ook zijn er twee buurten in stadsdeel Nieuw-West die een 5,5 scoren. Van de 22 buurtcombinaties die in 2009 een onvoldoende scoorden zijn er in 2011 inmiddels 7 die een voldoende hebben gehaald. De grootste toename, dus een positiever oordeel ten opzichte van 2009, is te zien in de buurt Driemond (van 5,8 naar 6,5). In de top tien van stijgers zijn vier buurtcombinaties in stadsdeel Oost gelegen en drie buurtcombinaties in stadsdeel Zuidoost. Tussen 2007 en 2009 was ook al veel verbetering te zien in buurtcombinaties uit stadsdeel Oost. De hoogste waardering wordt gegeven in Weesperbuurt/ Plantage (7,3) in stadsdeel Centrum, terwijl de laagste waardering wordt gegeven in Volewijck (4,9) in stadsdeel Noord. Figuur 3.8: Tevredenheid schoonhouden straten en stoepen 7,0 tot 7,3 6,5 tot 7,0 6,0 tot 6,5 5,5 tot 6,0 4,8 tot 5,5 38
41 Schoonhouden groenvoorzieningen In vergelijking met het schoonhouden van straten en stoepen is het oordeel over het schoonhouden van de groenvoorzieningen iets beter. Veel minder buurtcombinaties, slechts 8 van de 84 in totaal worden beoordeeld met een onvoldoende. De buurten Volewijck en IJplein/Vogelbuurt zijn de buurtcombinaties die het laagst worden beoordeeld (beide 5,4). Dit zijn tevens de buurt combinaties waar het oordeel over het schoonhouden van groenvoorzieningen het sterkst is gedaald ten opzichte van Noord telt meer buurten waar de tevredenheid hierover gedaald is tussen 2009 en Terwijl de meeste andere buurtcombinaties die in 2011 met een onvoldoende worden gewaardeerd juist een stijgende lijn laten zien. Nellestein (7,5) wordt het hoogst beoordeeld, gevolgd door Buitenveldert-Oost (7,3), Geerdink- en Kantershof (7,2) en Midddenmeer (7,2). De buurtcombinaties die de grootste verbetering laten zien ten opzichte van 2009 zijn Driemond en Erasmuspark (beide een toename van +0,6) gevolgd door de Westindische Buurt, IJburg, De Krommert-Zuid en Osdorp-Midden (toename van + 0,5). De laatste twee buurten werden in 2009 nog met een onvoldoende beoordeeld. Figuur 3.9: Tevredenheid schoonhouden groenvoorzieningen 7,0-7,6 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 5,3-5,5 39
42 Overlast vervuiling Er zijn 38 van de 84 buurtcombinaties die een laag cijfer ontvangen op overlast door vervuiling in 2011, in 2009 waren dit nog 42 buurtcombinaties. De bewoners van de buurten Volewijck en IJplein/Vogelbuurt geven het laagste cijfer en ervaren de meeste overlast (4,7). De bewoners in Landelijk Noord en Buitenveldert-Oost ervaren het minst overlast door vervuiling (beide 7,4). In elk stadsdeel zijn er wel buurten waar overlast door vervuiling een laag waarderingscijfer krijgt (veel overlast) en buurten met een hoger waarderingscijfer (weinig overlast). Overlast vervuiling door de tijd heen De buurt waar het oordeel over overlast tussen 2009 en 2011 door vervuiling het sterkst is gestegen (wat een daling van de ervaren overlast inhoudt) is de Oosterparkbuurt (van 5,1 naar 6,0), gevolgd door Slotermeer-Zuidwest (van 5,4 naar 6,1) en Driemond (van 6,6 naar 7,3). In acht van de negen buurtcombinaties in stadsdeel Noord is het cijfer voor overlast door vervuiling afgenomen (wat een stijging van de ervaren overlast is). De stadsdeel bezuiniging op beheer van de openbare ruimte is waarschijnlijk debet aan deze toename van overlast door vervuiling. Alleen in Landelijk Noord is geen toename of afname te zien. De sterkste daling is te zien in Volewijck (van 5,7 naar 4,7). Verder zien we een verslechtering van het oordeel in Landlust Noord/Sloterdijk in stadsdeel West en Burgwallen-Nieuwe Zijde in stadsdeel Centrum. In totaal zijn er tien buurten waar het oordeel over overlast door vervuiling is verslechterd, terwijl er twintig buurten zijn waar het oordeel is verbeterd. Figuur 3.10: Overlast vervuiling Figuur 3.11: Ontwikkeling overlast vervuiling ,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 4,5-5,5 Stijging 0,6-0,9 Stijging 0,3-0,6 Geen significante stijging of daling Daling 0,3-0,6 Daling 0,6-0,9 40
43 3.3 Schoon, heel, veilig: heel Onderhoud straten en stoepen Het onderhoud van straten en stoepen wordt het laagst gewaardeerd in Volewijck (5,2) en het hoogst in het Oostelijk Havengebied/Zeeburgereiland & Nieuwe Diep (7,3). Evenals bij de beoordelingen over vervuiling zien we dat grote delen van stadsdeel Noord met een onvoldoende worden gewaardeerd. Daarnaast zijn er een aantal buurtcombinaties in Nieuw-West met een relatief lage waardering voor het onderhoud van straten en stoepen in de buurt. In de rest van Amsterdam, behalve de Kolenkit, wordt het onderhoud van straten en stoepen met een voldoende beoordeeld. Figuur 3.12: Tevredenheid onderhoud straten en stoepen 7,0-7,3 6,5-7,0 6,0-6,5 5,2-6,0 Sterke afnames tussen 2009 en 2011 zijn te zien in een groot aantal buurten in stadsdeel Noord, welke allemaal resulteren in onvoldoendes. Verder zijn er dalingen in Burgwallen-Nieuwe zijde, Schinkelbuurt, Eendracht en de Van Galenbuurt. Ondanks de afname van tevredenheid over het onderhoud, worden deze buurtcombinaties nog wel met een voldoende gewaardeerd in tegenstelling tot de buurtcombinaties in stadsdeel Noord waar de waardering tussen 2009 en 2011 is gedaald. Er zijn echter meer buurten tussen 2009 en 2011 waar de tevredenheid over het onderhoud van straten en stoepen is toegenomen in plaats van afgenomen. De sterkste toename is te zien in de buurten Haarlemmerbuurt (van 6,6 naar 7,2), Overtoomse Veld (van 5,3 naar 5,8) en Weteringsschans (van 6,5 naar 7,0). Verder zien we verschillende buurtcombinaties in Centrum, Oost, West en Nieuw-West waar het oordeel over het onderhoud van straten en stoepen is toegenomen. 41
44 Onderhoud groenvoorzieningen Bij de tevredenheid over het onderhoud van de groenvoorzieningen worden hogere gemiddelde cijfers gegeven, ook zijn er minder buurten met onvoldoendes ten opzichte van het onderhoud van straten en stoepen. De Burg wallen (Oude en Nieuwe Zijde), Volewijck, IJplein/Vogelbuurt en De Kolenkit worden gewaardeerd met een onvoldoende voor het onderhoud van de groenvoorzieningen door hun bewoners. Één buurt laat een daling in tevredenheid zien ten opzichte van 2009: Volewijck. Het meest tevreden over het onderhoud van het groen zijn net zoals in 2009 de bewoners in Nellestein (7,5). Gevolgd door Geerdink- en Kantershof (7,4) beide gelegen in stadsdeel Zuidoost. Er zijn 21 van de 84 buurten die een verbetering laten zien tussen 2009 en Een stijging van een half punt is het maximum, dat geldt voor de buurten Weesperbuurt/Plantage, Nieuwmarkt/ Lastage, Burgwallen-Oude Zijde, Geerdink- en Kantershof, Osdorp-Midden en IJburg. Opvallend is dat veel buurten die een toename in het oordeel over het onderhoud van de groenvoorzieningen in stadsdeel Centrum en West liggen. Figuur 3.13: Tevredenheid onderhoud groenvoorzieningen 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,7-6,0 42
45 3.4 Schoon, heel, veilig: veilig In WiA is aan bewoners gevraagd hoe veilig zij zich in hun buurt voelen, overdag en s avonds. Daarnaast is gevraagd aan bewoners in hoeverre zij overlast ervaren van criminaliteit. Hoe het oordeel van de bewoners is in de buruten wordt in deze paragraaf verder behandeld. Vragen over velig voelen worden niet alleen in WiA gevraagd. In Amsterdam wordt de veiligheid ook gemonitord door de veiligheidsindex. Dit is een combinatie van de veiligheidsmonitor, waar naar de subjectieve veiligheidsbeleving wordt gevraagd en gegevens van de politie Amsterdam-Amstelland over inbraak, diefstal, geweld, overlast, vandalisme, verkeer en drugs. 1 Veiligheidsgevoelens overdag en s avonds Amsterdammers voelen zich overdag veilig in hun buurt. Geen enkele buurtcombinatie wordt gemiddeld lager gewaardeerd dan een 7,4. Daarom is er nu voor gekozen om dit niet verder te bespreken of te visualiseren. Voor wat betreft de mate van veilig voelen in de avond is er overigens ook een positief beeld te zien, hoewel dit minder positief is dan het oordeel over veilig voelen overdag, wordt geen enkele buurtcombinatie met een onvoldoende beoordeeld. Figuur 3.14: Veiligheidsgevoelens s avonds 8,0-8,4 7,5-8,0 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,
46 Over het algemeen kan gezegd worden dat het verschil in cijfer tussen veilig voelen overdag en s avonds ongeveer een vol punt scheelt, daarbij kan nog gezegd worden dat hoe lager de waardering s avonds is hoe groter het verschil in waardering tussen dag en avond is. Er kan een grove indeling kan gemaakt worden waarbij een waardering tot 7 voornamelijk buiten de ring gevonden worden en waar een waardering boven de 7 voornamelijk binnen de ring te vinden is. Het merendeel van de buurtcombinaties in stadsdeel Centrum, Zuid en de voormalige stadsdelen Westerpark en Oud-West krijgen zelfs een waardering boven de 7,5. De ontwikkeling van het veilig voelen in de buurt s avonds tussen 2001 en 2011 laat een bijzonder positief beeld zien. Van de 84 buurtcombinaties zijn er 61 die een positieve ontwikkeling hebben door gemaakt de afgelopen tien jaar. Slechts drie buurtcombinaties laten een daling zien voor het veilig voelen s avonds. Voor 20 buurtcombinaties is er geen significante daling of stijging te zien. Opvallend is dat in stadsdeel Noord slechts één buurt is waar een licht positieve toename is geweest de afgelopen tien jaar, en dat bij de andere buurten geen duidelijke toename of afname is te zien. De grootste stijgingen (een toename van meer dan 1,2 punt) zijn te zien in de gebieden buiten de ring en de 19de eeuwse ring en juist niet in Centrum en Zuid, die absoluut gezien zich meer veilig voelen in de avond. Het gaat om Figuur 3.15: Ontwikkeling veiligheidsgevoelens s avonds Stijging 1,2 tot 1,8 Stijging 0,9 tot 1,2 Stijging 0,6 tot 0,9 Stijging 0,3 tot 0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3 tot 0,7 44
47 de buurten Bijlmer Oost (E,G,K), Geerdink- en Kantershof, Overtoomse Veld, Indische Buurt West, Kinkerbuurt, Slotervaart-Noord, Nellestein, De Kolenkit en De Punt. Op één na (Kinkerbuurt) waren dit alle buurten die in 2001 met een cijfer lager dan een 6 werden beoordeeld. De drie buurtcombinaties die over de afgelopen tien jaar een daling van de ervaren veiligheid in de avond laten zien, zijn Driemond, De Omval en Eendracht. Deze buurtcombinaties worden ondanks deze daling overigens nog steeds met een ruime voldoende beoordeeld. De ontwikkeling van de veiligheidsbeleving in de avond tussen 2009 en 2011 wordt in figuur 3.14 weergegeven. De ontwikkeling is niet zo uitgesproken als over de afgelopen 10 jaar. In Bosleeuw, Landlust Zuid, Buikslotermeer en Holendrecht/Reigersbos/Amstel III/Bullewijk is de ervaren veiligheid afgenomen in de afgelopen twee jaar. Mogelijke verklaringen zijn dat in Bosleeuw en Landlust Zuid de stedelijke vernieuwing achterblijft. In Buikslotermeer en Holendrecht/Reigersbos zijn er leefbaarheidsproblemen (geweest) rondom de winkelcentra daar. De buurtcombinatie waar de ervaren veiligheid het meest is toegenomen de afgelopen twee jaar is de Transvaalbuurt (van 6,0 naar 6,7). In de buurtcombinaties Westlandgracht, Overtoomse Veld, De Kolenkit, Burgwallen-Oude Zijde en Nieuwmarkt/Lastage is de veiligheidsbeleving ook toegenomen met een half punt of meer. Opvallend is de sterke verbetering van veel buurten in stadsdeel Nieuw-West. Figuur 3.16: Ontwikkeling veiligheidsgevoelens s avonds Stijging 0,3 tot 0,7 Geen significante daling of stijging Daling 0,3 tot 0,7 45
48 Overlast van criminaliteit De buurt die het laagste cijfer krijgt en dus de meeste overlast van criminaliteit ervaart is Landlust Zuid (5,2). Er zijn meer buurten die onder de zes scoren, deze hebben echter geen cijfer gekregen onder de 5,5. In relatief veel buurten in stadsdeel West en Nieuw-West wordt voor de overlast van criminaliteit een laag cijfer gegeven. Het minst overlast van criminaliteit wordt ervaren in Buitenveldert-Oost. Daarnaast zijn er veel buurten in Zuid die een cijfer hoger dan een 7 hebben gekregen. Stadsdeel Zuid is het enige stadsdeel waar geen buurten te vinden zijn waar de overlast van criminaliteit lager dan een 6,5 is beoordeeld. Figuur 3.17: Overlast van criminaliteit 7,5-7,7 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 5,1-5,5 De overlast van criminaliteit is in veel buurten toegenomen ten opzichte van 2009, 43 buurten laten een duidelijke daling zien. Dit is opmerkelijk omdat uit de veiligheidsindex niet blijkt dat de geregistreerde criminaliteit is toegenomen. Ook is de veiligheidsbeleving in deze buurten niet afgenomen. In geen enkele buurtcombinatie is een significante verbetering op te merken. Het meest positief nog is het aantal onveranderde buurt combinaties. Maar dit geldt voor minder dan de helft van alle buurten. De grootste verslechtering heeft plaatsgevonden in de buurten, Bosleeuw (van 6,9 naar 5,6), Banne Buiksloot/Buiksloterham (van 7,1 naar 5,9), Landlust Zuid (van 6,3 naar 5,2) en Holendrecht/Reigersbos/Amstel III/Bullewijk (van 7,1 naar 6,1). Het is niet zo dat de verslechteringen in enkele stadsdelen zichtbaar zijn. In alle stadsdelen zijn er meerdere buurten die een verslechtering laten zien. De meeste verslechtering is zichtbaar in Noord en West waar respectievelijk 7 van de 9 en 11 van de 18 buurten een daling laten zien. 46
49 Figuur 3.18: Ontwikkeling overlast van criminaliteit Geen significante daling of stijging Daling 0,3 tot 0,6 Daling 0,6 tot 0,9 Daling 0,9 tot 1,3 47
50 3.5 Prettig samenleven Als gekeken wordt naar de factoren die bijdragen aan de leefbaarheid dan blijkt dat vooral sociale factoren een sterke samenhang hebben met het totaaloordeel over de buurt 2. Het gaat hierbij om de kwaliteit van samenleven van buurtbewoners op straat-, buurt- en wijkniveau. Zoals de omgang van buurtbewoners met elkaar, de sfeer in de buurt en het vertrouwen in de buurt. Dit scharen wij onder het kopje prettig samenleven. Oordeel over omgang verschillende groepen Amsterdammers zijn tevreden met hoe verschillende groepen met elkaar omgaan, elke buurtcombinatie wordt tenminste met een zes gewaardeerd. Buurtcombinaties die opvallen doordat ze voor dit onderdeel hoger dan een 7,5 scoren zijn: Landelijk Noord (7,8), Grachtengordel-West (7,6), Grachtengordel-Zuid (7,5) en Willemspark (7,5). Buurten die een relatief laag cijfer hiervoor krijgen zijn Landlust Zuid (6,0), de Kolenkit (6,0) en Overtoomse veld (6,1). Overtoomse veld en de Kolenkit zijn buurten waar de leefbaarheid laag wordt beoordeeld, terwijl in Landlust Zuid een aantal verslechteringen voor de Figuur 3.19: Tevredenheid over de omgang van verschillende groepen mensen in de buurt 7,5-7,9 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 2 Wonen in Amsterdam 2009, p81 ev 48
51 indicatoren voor prettig samenleven te zien zijn. De vertraging van de stedelijke vernieuwing daar legt druk op de leefbaarheid. Buiten de ring krijgen de meeste buurten een cijfer dat onder de 7 ligt, binnen de ring krijgen de meeste buurten een cijfer juist hoger dan een 7. Ten opzichte van 2009 zijn er niet veel duidelijke verschuivingen. Het oordeel over de omgang van verschillende groepen mensen in de buurt is toegenomen in de Transvaalbuurt (van 6,2 naar 6,6) en afgenomen in Landlust-Zuid (van 6,6 naar 6,0), Driemond (van 7,8 naar 7,3) en Eendracht (van 6,8 naar 6,5). Ten opzichte van 2001 zien we dat het oordeel over de omgang van verschillende groepen mensen met elkaar in grote delen van de stad is verbeterd, of althans hoger beoordeeld wordt. Duidelijke dalingen zien we enkel in de buurten Eendracht en De Omval (beide van 6,9 naar 6,5). Bijna het complete stadsdeel West laat een toename zien. Daar ligt ook de buurt met de grootste stijging: De Krommert-Zuid (van 5,4 naar 6,6). Verder laten de Indische Buurt West (van 5,5 naar 6,6), Erasmuspark( 5,7 naar 6,7), Venserpolder (van 5,5 naar 6,4). Bijlmer Centrum (D,F,H) (van 5,5 naar 6,5) en Transvaalbuurt (van 5,6 naar 6,6) een grote stijging zien. In elk stadsdeel zien we buurtcombinaties waar het oordeel is verbeterd. Echter in Noord zien we vooral stabilisatie en is er maar één buurt die een verbetering laat zien. Figuur 3.20: Ontwikkeling omgang verschillende groepen mensen Stijging 0,9 tot 1,2 Stijging 0,6 tot 0,9 Stijging 0,3 tot 0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3 tot 0,4 49
52 Betrokkenheid buurtbewoners bij hun buurt. De betrokkenheid bij de buurt van buurtbewoners wordt evenals de omgang met verschillende groepen het hoogst gewaardeerd in Landelijk Noord en Driemond. De betrokkenheid bij de buurt wordt echter in 29 van de 84 buurtcombinaties onder de 6,0 gewaardeerd. In zes buurten ligt dit oordeel zelfs onder de 5,5. Het zijn voornamelijk de buurten in de stadsdelen buiten de ring en ten noorden van het IJ, maar ook delen van West, waar de bewoners ontevreden zijn over de betrokkenheid van buurtbewoners met hun buurt. Ten opzichte van 2009 zien we een daling in vijf buurten verspreid over de stad: Driemond (van 7,5 naar 7,1), Tuindorp Oostzaan ( van 6,4 naar 6,0), Eendracht (van 6,0 naar 5,6), Nellestein (van 6,9 naar 6,6) en De Omval (van 5,5 naar 5,1). Een stijging is in meer buurten te zien, twaalf in totaal, waarbij de grootste stijging te zien is in Transvaalbuurt (van 5,4 naar 6,0). Figuur 3.21: Oordeel betrokkenheid bij de buurt van buurtbewoners 7,0-7,9 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 5,1-5,5 50
53 Thuisvoelen in de buurt Al zijn de bewoners in meerdere buurten minder tevreden over de betrokkenheid van hun buurtbewoners in de buurt, men voelt zich wel degelijk thuis in de buurt. Geen enkele buurt wordt lager gewaardeerd dan een 6,7 gemiddeld voor wat betreft het thuisvoelen in de buurt. Buurtcombinaties die onder een 7 gewaardeerd worden bevinden zich vooral in het Westen van Amsterdam. Enige uitzonderingen daargelaten is er over het algemeen een duidelijk verschil zichtbaar tussen de buurten binnen en buiten de ring. Binnen de ring voelen bewoners zich meer thuis en waarderen dat met (nog) hogere cijfers. Figuur 3.22: Mate van thuisvoelen in de buurt 8,5-8,9 8,0-8,5 7,5-8,0 7,0-7,5 6,7-7,0 51
54 Overlast van buren en andere groepen mensen De overlast van buren die bewoners ervaren is gemiddeld genomen gering en wordt niet slecht beoordeeld, alhoewel minder hoog dan het thuisvoelen in de buurt. Burenoverlast kan een zeer specifiek probleem zijn waar slechts enkele huishoudens in een buurt last van hebben. Dit zal dan niet makkelijk zichtbaar zijn op buurtniveau waar een veelvoud van huishoudens geen last van de buren heeft. Wat opvalt is dat op de ring en de 19de eeuwse gordel veel buurten liggen met een relatief laag cijfer. Een mogelijke verklaring is de veelal compacte bouw in dit gebied, waardoor burengerucht potentieel hoger ligt. Deze buurten liggen verspreid in West, Zuid, Oost en Noord. Verder wordt in de vernieuwde Bijlmer de overlast van buren relatief slecht beoordeeld. Figuur 3.23: Overlast van buren Figuur 3.24: Overlast van andere groepen mensen 8,0-8,3 7,5-8,0 7,0-7,5 6,4-7,0 7,5-8,0 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 4,2-6,0 Evenals in voorgaande jaren is zichtbaar dat in de buurten Burgwallen-Oude Zijde en -Nieuwe Zijde (4,2 en 4,9 respectievelijk) de overlast van andere groepen mensen het laagst wordt gewaardeerd. Dit is niet verwonderlijk omdat het Centrum een toeristische trekpleister en een uitgaansgebied is. De overlast is hier dan ook voornamelijk uitgaansgerelateerde overlast. Nieuw in 2011 is dat er twee andere gebieden zijn die rood kleuren, niet zo laag als de Burgwallen maar toch onder de 6. Het gaat om de buurten Landlust Zuid en Nieuwmarkt/ Lastage. Nieuwmarkt/Lastage is een buurt die meer populair wordt zowel als toeristische trekpleister en als uitgaansgebied. Hierdoor neemt de ervaren overlast toe. Ook is het waarschijnlijk dat de drukte van het Wallengebied overloopt naar deze buurt. Een verklaring voor de sterke daling in Landlust Zuid is minder snel gevonden. Wel is het zo dat in deze buurt meerdere leefbaarheidsindicatoren sterk gedaald zijn. Buurten waar het minste overlast van andere groepen mensen wordt ervaren bevinden zich voornamelijk aan de rand van de stad in Zuid, Noord en Zuidoost. 52
55 3.6 Voorzieningen Tevredenheid over voorzieningen In de WiA-enquête wordt bewoners gevraagd om voorzieningen zoals basisscholen, zorgvoorzieningen en sportgelegenheden een rapportcijfer te geven om aan te geven hoe tevreden zij zijn over het aanbod van deze voorzieningen in de buurt. Er bestaat een verband tussen het totaaloordeel over de buurt en het aanbod van voorzieningen zoals wordt beschreven in de WiA rapportage van Winkels Wat het aanbod van winkels betreft is zichtbaar dat de buurten die een zeer lage waardering krijgen voor het aanbod van winkelvoorzieningen een wat geïsoleerde ligging hebben. Driemond (2,8), Nellestein (4,2), Betondorp en Eendracht (beide 4,8) worden allen onder de 5 gewaardeerd en bevinden zich aan de rand van de stad. De hoogst scorende buurtcombinatie ligt in Zuid, de Oude Pijp. In voorgaande jaren was het telkens een buurt in stadsdeel Centrum, waar het hoogste oordeel over de tevredenheid van winkelvoorzieningen werd gegeven. Buurten die boven de 8 gewaardeerd worden liggen voornamelijk in Centrum en voormalig stadsdeel Oud-West. Uitzonderingen zijn de eerder genoemde Oude Pijp, de Nieuwe Pijp en de Dapperbuurt. Figuur 3.25: Tevredenheid winkels 8,0-8,4 7,0-8,0 6,0-7,0 5,0-6,0 2,8-5,0 53
56 Figuur 3.26: Tevredenheid over basisscholen Figuur 3.27: Tevredenheid over zorgvoorzieningen 7,0-7,9 6,5-7,0 6,0-6,5 5,0-6,0 4,3-5,0 7,5-7,9 7,0-7,5 6,5-7,0 5,4 3,1 Basisscholen Het aanbod van basisscholen wordt als onvoldoende ervaren in De Omval (4,4), Burgwallen-Nieuwe Zijde (5,5) en Eendracht (5,9). Eendracht scoorde in 2007 nog een ruime voldoende hiervoor. In Betondorp werd het aanbod in 2009 als onvoldoende ervaren maar dit oordeel is in 2011 gestegen naar een 6,1. De Burgwallen-Nieuwe Zijde wordt daarentegen nog lager beoordeeld dan in 2009 (van 5,8 naar 5,5). De hoogste waardering krijgt de Apollobuurt (7,9), gevolgd door Gein (7,7), Museumkwartier/Duivelseiland (7,6) en Sloter-/Riekerpolder (7,6). Zorgvoorzieningen Alleen De Omval (3,1) en Driemond (5,4) laten een onvoldoende voor het aanbod aan zorgvoorzieningen in de buurt zien. Erasmuspark (7,9), Nellestein (7,8) en Gein (7,8) zijn de buurtcombinaties die het hoogste cijfer krijgen van de gehele stad. Ter vergelijking met 2009 zijn er vier buurtcombinaties waar een verbetering is opgetreden: Betondorp (van 6,5 naar 7,0), Driemond (van 2,7 naar 3,1), Overtoomse veld (van 6,5 naar 6,9) en Transvaalbuurt (van 7,1 naar 7,4). Er zijn geen dalingen over de tevredenheid van het aanbod zorgvoorzieningen. Buurthuizen/wijkcentra De tevredenheid over het aanbod van buurthuizen/wijkcentra worden het laagst gewaardeerd in De Omval en Nellestein (beide 4,5), gevolgd door Driemond (5,1) en Burgwallen-Nieuwe Zijde (5,3). Ook in IJburg, Grachtengordel-Zuid, Oostelijk Havengebied/Zeeburgereiland & Nieuwe Diep en Eendracht wordt voor het aanbod van buurthuizen/wijkcentra een cijfer lager dan een 6 gegeven. Er worden geen zeer hoge cijfers gegeven voor het aanbod. Het hoogste cijfer wordt gegeven in Buitenveldert-West/Station Zuid/WTC e.o. en is een 7,3. Een ruime voldoende, meer niet. 54
57 Figuur 3.28: Tevredenheid over buurthuizen/wijkcentra Figuur 3.29: Ontwikkeling tevredenheid buurthuizen/ wijkcentra ,0-7,3 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 4,5-5,5 Stijging 0,6-0,9 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,6 Daling 0,6-1,1 Als er gekeken wordt naar de veranderingen ten opzichte van 2009 dan zien we een groot aantal verschuivingen zowel in negatief als positief opzicht. Elk stadsdeel behalve Oost, heeft wel één of meerdere buurtcombinaties die een daling over de tevredenheid van het aanbod laten zien. De sterkste daling vindt plaats in Grachtengordel-Zuid (van 6,9 naar 5,9) gevolgd door Nellestein (van 5,3 naar 4,5). De sterkste stijging is te zien in Driemond (van 4,2 naar 5,1) en IJburg (van 5,0 naar 5,7). Verder valt op dat vooral in buurtcombinaties binnen de stadsdelen Nieuw-West en West de tevredenheid over het aanbod van buurthuizen is toegenomen. Figuur 3.30: Tevredenheid over sportvoorzieningen Sportvoorzieningen Het aanbod sportvoorzieningen wordt het hoogst gewaardeerd in Middenmeer (8,1) gevolgd door Buitenveldert-West/Station Zuid/WTC e.o. en Osdorp-Oost (beide 7,5). Het minst tevreden over het aanbod sportvoorzieningen zijn de bewoners van Grachtengordel-Zuid (5,3), Burgwallen-Oude Zijde (5,5) en De Omval (5,5). De buurten die hoog scoren op dit onderdeel liggen voornamelijk aan de randen van de stad, hier liggen de meeste sportvoorzieningen. 8,1 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 5,3 55
58 Figuur 3.31: Tevredenheid over speelvoorzieningen Figuur 3.32: Ontwikkeling tevredenheid speelvoorzieningen ,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 4,4-5,5 Stijging 0,6-0,9 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,4 Speelvoorzieningen De tevredenheid over de speelvoorzieningen is het hoogst in Erasmuspark (7,5). Op de Burgwallen-Nieuwe-Zijde (4,4), De Omval (4,5) en Burgwallen-Oude Zijde (5,3) zijn de bewoners het minst tevreden over het aanbod van speelvoorzieningen. Opvallend is dat ten opzichte van 2009 de tevredenheid over speel voorzieningen in veel buurtcombinaties is toegenomen. Grachtengordel-Zuid en Buikslotermeer laten nog een lichte daling zien. Maar bijna dertig buurt combinaties laten een toename van tevredenheid zien over het aanbod van speel voorzieningen. De grootste stijging is in Landlust Zuid(van 6,5 naar 7,3), Osdorp-Midden (van 5,9 naar 6,7) en IJburg(van 4,9 naar 5,8). Opvallend is de stijging die in Landlust Zuid zichtbaar is terwijl bij meerdere andere leefbaarheids indicatoren juist een daling zichtbaar is in Landlust Zuid. 56
59 Figuur 3.33: Tevredenheid over parkeervoorzieningen Figuur 3.34: Ontwikkeling tevredenheid parkeervoorzieningen ,0-8,0 6,5-7,0 6,0-6,5 5,5-6,0 5,0-5,5 4,0-5,0 Stijging 1,3-1,4 Stijging 0,6-0,9 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,6 Daling 0,6-0,9 Parkeervoorzieningen Er zijn vijf buurten waar de tevredenheid over het aanbod van parkeervoorzieningen met een cijfer lager dan een vijf gewaardeerd wordt, te weten: Burgwallen-Oude en-nieuwe Zijde, Grachtengordel-Zuid en de Nieuwe en Oude Pijp, in 2009 gold dit ook al voor deze buurtcombinaties. Daarnaast zijn er nog achttien andere gebieden waar het aanbod beoordeeld wordt met een cijfer lager dan een zes. In totaal zijn er dus 23 buurten die onvoldoende scoren, in 2009 waren dit er nog 29 en in 2007 nog 31. Het meest tevreden over het aanbod van parkeervoorzieningen zijn de bewoners uit de buurten Buiten veldert-oost en Nieuwendam-Noord (beide 7,7). Hoog scoren doen voornamelijk gebieden buiten de ring. Vier buurten laten ten opzichte van 2009 een daling zien. Terwijl drieëntwintig gebieden een duidelijke stijging laten zien. De Kolenkit is het sterkst gedaald (van 6,5 naar 5,6), gevolgd door Buikslotermeer (van 7,4 naar 6,9), Westlandgracht (van 7,1 naar 6,6) en Nieuwmarkt/Lastage (van 5,4 naar 5,0). De grootste stijging vindt plaats in Slotervaart-Noord en -Zuid (beide van 5,8 naar 7,2). De Kolenkit is de enige buurt die tussen 2009 en 2011 opgeschoven is van een voldoende naar een onvoldoende. Terwijl dertien buurten een omgekeerde beweging laten zien. 57
60 Figuur 3.35: Tevredenheid over het openbaar vervoer Figuur 3.36: Ontwikkeling aanbod openbaar vervoer ,0-8,6 7,0-8,0 6,3-7,0 3,1 Stijging 0,7 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,6 Daling 0,9 Openbaar vervoer Het aanbod van openbaar vervoer, wordt in tegenstelling tot de parkeervoorzieningen hoog gewaardeerd. In slechts één buurtcombinatie wordt dit gewaardeerd met een diepe onvoldoende, namelijk in Driemond (3,1). Verder zijn er nog een tweetal buurtcombinaties die het aanbod OV onder de zeven waarderen, maar niet lager dan 6,3, Landelijk Noord (6,3) en Buitenveldert-Oost (6,5). De hoogste tevredenheid voor het aanbod vinden we op de Burgwallen- Nieuwe Zijde (8,6) en -Oude Zijde (8,3), maar dat is logisch met de nabijheid van het centraal station. Verder krijgen Weesperbuurt/Plantage, Dapperbuurt, Da Costabuurt en Museumkwartier/Duivelseiland allen een zeer hoge waardering (allen 8,3). Verspreid over de stad zien we verschillende dalingen en stijgingen over de tevredenheid van het aanbod van OV. In Driemond is het oordeel gezakt van een 4,0 naar een 3,1. Terwijl op IJburg een sterke toename zichtbaar is van 6,5 naar 7,2. 58
61 Figuur 3.37: Ervaren overlast horeca Figuur 3.38: Ontwikkeling ervaren overlast horeca ,5-9,0 8,0-8,5 7,0-8,0 6,3-7,0 5,2-5,5 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,6 Daling 0,6-0,9 Daling 0,9-1,1 Overlast horeca De ervaren overlast van horeca concentreert zich op de Burgwallen, die een onvol doende krijgen van bewoners als het om overlast van de horeca gaat. Vanwege de vele uitgaansgelegenheden aldaar is dit niet verwonderlijk. De Grachten gordel-zuid, De Weteringschans en de Oude Pijp worden nog wel met een voldoende gewaardeerd, maar ten opzichte van de rest van Amsterdam wordt hier, op de Burgwallen na, relatief de meeste overlast ervaren, deze buurten krijgen een cijfer tussen de 6,3 en 7. In de overige buurten wordt nauwelijks aangegeven dat er overlast van horeca is al deze buurten krijgen een ruime voldoende, met uitschieters boven de 8,5. Als gekeken wordt naar de ontwikkeling van de ervaren overlast van horeca tussen 2009 en 2011 zien we veel verslechteringen in verschillende buurten. De hoge rapportcijfers lagen in veel buurten in 2009 nog hoger dan nu. De hoogste toename van de ervaren overlast vindt plaats in Driemond (van 8,8 naar 7,8) en Nellestein (van 9,3 naar 8,4). Dat de sterkste daling in deze buurten plaatsvind is opvallend. Beide wijken zijn relatief rustige woonwijken met weinig horeca. Eerder had verwacht kunnen worden dat in de buurten rond het centrum de overlast zou zijn toegenomen, dit vanwege de uitrol van de centrumfunctie en gentrification die daarmee gepaard gaat. Dit is echter niet het geval. Ook buiten de ring zien we namelijk een toename van de overlast van horeca. Maar nogmaals, bijna alle buurtcombinaties ervaren weinig overlast van horeca in het algemeen, dit blijkt uit de hoge rapportcijfers die worden gegeven. Een vermindering van de ervaren overlast is te zien in Landelijk Noord(van 8,4 naar 9,0), Bijlmer Oost (E,G,K) (van 7,8 naar 8,2) en Houthavens/Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt (van 7,8 naar 8,2). 59
62 Figuur 3.39: Ervaren overlast van parkeren Figuur 3.40: Ontwikkeling ervaren overlast parkeren ,5-7,7 7,0-7,5 6,0-7,0 5,5-6,0 5,2 Stijging 0,9-1,4 Stijging 0,6-0,9 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,7 Overlast parkeren Het aantal buurten dat een laag cijfer krijgt voor overlast van parkeren is gedaald tot tien buurtcombinaties, in 2009 waren dit er nog twaalf en in 2007 elf. Het laagst gewaardeerd is de Oude Pijp met een cijfer 5,2. De andere buurten die lager dan een zes scoren, scoren wel allemaal hoger dan een 5,5. De hoogste tevredenheid is er in de buurtcombinaties Nieuwendam-Noord (7,7) gevolgd door Betondorp (7,6), Diamantbuurt (7,6) en Buitenveldert Oost (7,5). De overlast is het sterkst gestegen in Bijlmer Centrum (D,F,H) (van 6,7 naar 6,0) en Sloter-/Riekerpolder (van 7,0 naar 6,5). De overlast is het meeste afgenomen in Slotervaart-Noord (van 6,0 naar 7,2) en Slotervaart-Zuid (van 5,9 naar 7,2). Kennelijk heeft het afronden van de stedelijke vernieuwing daar gezorgd voor betere parkeer faciliteiten. 60
63 3.8 Aantrekkelijkheid woonomgeving De tevredenheid met de inrichting van de woonomgeving is een bepalende factor van de leefbaarheid. Voor wat betreft de mate van waardering van de fysieke woonomgeving wordt de Grachtengordel-West het hoogst gewaardeerd met een 8,0. Ook hoog gewaardeerd worden de buurtcombinaties Nellestein (7,8), Apollobuurt (7,8), Willemspark (7,7), Museumkwartier/Duivelseiland (7,6) en Landelijk Noord (7,6) alle boven de 7,5. Een cijfer lager dan zes krijgen de buurten De Omval, De Kolenkit, Landlust Noord/Sloterdijk, Overtoomse veld en Bosleeuw. De hoge waarderingen bevinden zich voornamelijk in Centrum en Zuid, daar bevinden zich geen buurten met een oordeel lager dan 6,5. In de overige stadsdelen is dit niet het geval. Figuur 3.41: Waardering inrichting woonomgeving (mooi of lelijk) Figuur 3.42: Ontwikkeling inrichting woonomgeving ,5-8,1 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,3-6,0 Stijging 0,6-0,7 Stijging 0,3-0,6 Geen significante daling of stijging Daling 0,3-0,6 Als er gekeken wordt naar de ontwikkeling tussen 2007 en 2011 zien we dat er in Venserpolder en De Eendracht een daling heeft plaatsgevonden over het oordeel van de inrichting van de woonomgeving. Daar tegenover staan (lichte) stijgingen in vele buurtcombinaties. Stijgingen met meer dan zes tiende punt hebben plaats gevonden in De Krommert Zuid, Erasmuspark, Geerdink- en Kantershof en Indische Buurt West. In West zijn er tien buurten waar het oordeel is verbeterd, in Oost zijn het er zes. De waardering van de woningen in de buurt wordt gemiddeld hoger beoordeeld dan de waardering voor de woonomgeving. In De Omval en de Kolenkit worden de woningen in de buurt laag gewaardeerd met een 5,4. Daarnaast zijn er nog zes buurten met een waardering lager dan 6,0 alle gelegen in stadsdeel West en Nieuw-West. Vijf buurten worden door bewoners beoordeeld met een cijfer boven de acht voor wat betreft de waardering van de woningen. Grachtengordel-West, Grachtengordel-Zuid, Willemspark, de Apollobuurt en het Museumkwartier/Duivelseiland. Ten opzichte van 2009 zijn er drie buurten 61
64 Figuur 3.43: Waardering woningen in de buurt (mooi of lelijk) Figuur 3.44: Tevredenheid onderhoud woningen in de buurt 8,0-8,5 7,5-8,0 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,4-6,0 7,5-7,8 7,0-7,5 6,5-7,0 6,0-6,5 5,4-6,0 waar een verslechtering in het oordeel over de woningen heeft plaats gevonden: Bijlmer Centrum (D,F,H) (van 6,7 naar 6,3), Landlust Noord/Sloterdijk (van 6,1 naar 5,7) en Eendracht (van 7,0 naar 6,7),. Door deze verandering is het oordeel over de schoonheid van woningen in Landlust Noord/Sloterdijk lager dan een zes. Daarentegen laten acht buurten een verbetering van het oordeel zien. De grootste toename is te zien in Overtoomse veld (van 4,9 naar 5,6) en Westlandgracht (van 5,3 naar 5,9). Enkele lichte, maar duidelijke stijgingen zijn te zien in De Omval, De Punt, Geuzenveld (Spieringhorn), de Staatsliedenbuurt, Nieuwmarkt/Lastage en Betondorp. De tevredenheid over de mate van onderhoud van woningen in de buurt is het hoogst in de Grachtengordel-Zuid (7,8) en -West (7,7) en Museumkwartier/ Duivelseiland (7,7). Gevolgd door het Oostenlijk Havengebied, Willemspark en Apollobuurt. Dit zijn alle wijken met een hoog aandeel eigen woning bezit. De laagste waardering krijgt de Kolenkit (5,5), maar ook Overtoomse Veld, Slotermeer Noordoost, IJplein/Vogelbuurt, Volewijck, Bosleeuw en Slotermeer- Zuidwest krijgen een waardering lager dan 6,0. De sterkste daling ten opzichte van 2009 vindt plaats in Eendracht (van 7,0 naar 6,5) maar ook Buikslotermeer, Burgwallen-Nieuwe Zijde, IJburg, IJplein/Vogelbuurt en Volewijck laten een daling zien. Zoals bekend is er op het beheer van de openbare ruimte bezuinigd in Noord. Op het beheer van woningen zijn zover bekend niet meer bezuinigingen geweest in Noord dan elders in de stad. Zou het beheer van de openbare ruimte en daarmee het oordeel over de openbare ruimte van invloed zijn op het oordeel over het beheer van de woningen? De grootste stijging in het oordeel over het onderhoud van de woningen is te zien in de Staatsliedenbuurt, Transvaalbuurt, Erasmuspark, Overtoomse veld en de Oostelijke Eilanden/ Kadijken. Deze buurten laten een stijging zien van vier tiende punt. Verder laten Venserpolder, Osdorp-Midden en Betondorp nog een stijging zien van drie tiende punt. 62
65 3.9 Hoogste en laagste scores per thema Figuur 3.41 geeft een overzicht van de hoogst en laagst scorende buurten in 2011 voor verschillende leefbaarheidsindicatoren. Daarnaast is in de tabel ook opgenomen welke buurten de sterkste stijging en daling laten zien ten opzichte van De Kolenkit krijgt weer het laagste gemiddelde cijfer voor het totaaloordeel, dit was vóór 2007 ook het geval. Het totaaloordeel wordt echter wel beoordeeld met een voldoende, dat was voorheen niet het geval. De Kolenkit is verder de laagst scorende buurtcombinatie voor wat betreft het onderhoud van de woningen in de buurt, de mate van schoonheid van de woningen in de buurt, de omgang tussen groepen mensen en het thuisvoelen in de buurt. De Kolenkit laat verslechteringen zien op het aanbod van enkele voorzieningen en de verwachte ontwikkeling van de buurt is wat afgenomen. Voor het overgrote deel van de leefbaarheidsindicatoren laat de Kolenkit echter een stijging of stabilisatie zien. In 2007 en 2009 was Overtoomse veld de buurt met het laagste totaaloordeel van de stad, deze buurt heeft tussen 2009 en 2011 een sterke positieve ontwikkeling doorgemaakt. De positieve ontwikkeling die Overtoomse Veld tussen 2007 en 2009 liet zien, heeft deze periode ook doorgezet. Naast de sterkste vooruitgang op het totaaloordeel, laat Overtoomse Veld ook de grootste toename zien voor wat betreft het oordeel over de woningen en samen met de Kolenkit, de inrichting van de woonomgeving. Wat het schoonhouden en onderhoud betreft zien we dat vooral buurtcombinaties in stadsdeel Noord een daling laten zien, en dan met name Volewijck en IJplein/Vogelbuurt. Deze buurtcombinaties zien we dan ook terug zowel in het rijtje met laagste scores op het gebied van schoonhouden en onderhoud, als bij de negatieve ontwikkeling tussen 2009 en De achteruitgang van overlast door vervuiling is echter niet het grootst in een buurt in Noord, maar in de buurten Nieuwmarkt/Lastage, Overtoomse Veld, Willemspark en Slotervaart-Zuid. De sterkste vooruitgang voor het schoonhouden van straten en stoepen en de groenvoorzieningen vindt plaats in Driemond. Nellestein krijgt het hoogste oordeel voor wat betreft het schoonhouden van de groenvoorzieningen en het onderhoud van de groenvoorzieningen. Weesperbuurt/Plantage is de buurt met het hoogste oordeel over het schoonhouden van straten en stoepen. Voor wat betreft het onderhoud van straten en stoepen, scoort de relatief nieuwe buurt Oostelijk Havengebied/ Zeeburgereiland het hoogst. Eendracht is een buurtcombinatie waar verschillende leefbaarheidsindicatoren tussen 2009 en 2011 verslechterd zijn. De verwachte ontwikkeling van de buurt ligt het laagst van de hele stad. Daarnaast vindt daar de sterkste daling plaats op het gebied van onderhoud van woningen in de buurt, de schoonheid van woningen, de inrichting van de woonomgeving en overlast van buren. 63
66 In Landlust Zuid en Bosleeuw zijn ook verslechterende leefbaarheidsindicatoren zichtbaar. Landlust Zuid heeft het laagste cijfer voor wat betreft overlast van criminaliteit en omgang tussen verschillende groepen mensen. Daarnaast is daar de sterkste daling te zien voor wat betreft overlast andere groepen mensen en de omgang van andere groepen mensen. Bosleeuw heeft het laagste oordeel voor wat betreft overlast van buren en laat de grootste daling zien voor wat betreft veilig voelen s avonds en overlast van criminaliteit. Transvaalbuurt laat juist sterke verbeteringen zien. De verwachte ontwikkeling is het meest toegenomen hier, evenals het s avonds veilig voelen. Daarnaast laat de Transvaalbuurt op elke indicator voor prettig samenleven een sterke stijging zien. De hoogste beoordelingen voor prettig samenleven zijn vaak voor de buurt Landelijk Noord, deze buurt krijgt bij bijna elke leefbaarheidsindicator een van de hoogste beoordelingen. De hoogste beoordeling krijgt deze buurt voor: het totaaloordeel, verwachte ontwikkeling van de komende jaren, overlast door vervuiling, mate van s avonds veilig voelen, betrokkenheid bij de buurt, omgang tussen groepen mensen, overlast van buren en het thuisvoelen in de buurt. 64
67 Figuur 3.45: Hoogst en laagst gewaardeerde gebieden en grootste ontwikkeling Laagste score Hoogste score Grootste achteruitgang Grootste vooruitgang Totaal Totaaloordeel De Kolenkit (6,0) Landelijk Noord (8,4) Burgw.Oude Z (7,6 7,1) Overtoomse Veld (5,6 6,2) Verwachte ontwikkeling buurt Eendracht (5,9) Landelijk Noord en Staatsliedenb.(7,9) Schoon Buikslotermeer (6,5 6,0) Transvaalbuurt (6,7 7,1) Schoonhouden straten en stoepen Volewijck (4,9) Weesperbuurt/ IJplein/Vogelbuurt (6,0 5,0) Driemond (5,8 6,5) Plantage (7,3) Schoonhouden groenvoorzieningen Volewijck en IJplein/ Nellestein (7,5) Volewijck (6,1 5,4) Driemond (6,5 7,1) Vogelbuurt (5,4) Overlast vervuiling Volewijck en IJplein/ Landelijk Noord (7,5) Nieuwm/Lastage (6,2 5,4), Oosterparkbuurt (5,1 6,0) Vogelbuurt (4,7) Overtoomse veld (5,5 4,9), Willemspark (6,4 5,8) en Slotervaart-Zuid (5,9 5,3) Heel Onderhoud woningen in de buurt De Kolenkit (5,0) Grachteng.Zuid (7,8) Eendracht (7,0 6,5) Staatsliedenbuurt (6,7 7,1) Onderhoud straten en stoepen Volewijck (5,2) Oostelijk Havengeb/ IJplein/Vogelb.(5,8 5,2) Haarlemmerbuurt (6,6 7,2) Zeeburgereiland & Nieuwe Diep (7,1) Onderhoud groenvoorzieningen Burgw.-Oude Z. en Volewijck (5,7) Nellestein (7,5) Volewijck (6,1 5,7) Weesperbuurt/Plantage (6,6 7,2) Mooi Woningen in de buurt De Kolenkit en De Omval (5,4) Grachteng.-West (8,5) Inrichting woonomgeving De Omval (5,3) Grachteng.-West (8,0) Veilig De Eendracht (7,0 6,6) De Eendracht (6,8 6,5) en Landlust Noord/Sloterdijk (6,2 5,9) Overtoomse Veld (4,9 5,6) Overtoomse veld (5,9 5,3) en De kolenkit (5,2 5,8) Overlast criminaliteit Landlust Zuid (5,2) Buitenv.-Oost (7,7) Bosleeuw (6,9 5,6) Bijlmer Oost (E,G,K,) Veilig voelen s avonds Prettig samenleven Overt. Veld en Venserpolder (6,1) (5,9 6,2) Landelijk Nrd (8,4) Bosleeuw (6,9 6,2) Transvaalbuurt (6,0 6,7) Betrokkenheid bij de buurt De Omval (5,1) Landelijk Nrd (7,8) Driemond (7,5 7,1) Transvaalbuurt (5,4 6,0) Overlast andere groepen mensen Burgw.Oude Z (4,2) Buitenv.-Oost (8,0) Landlust Zuid (6,6 5,7) De Omval (5,7 6,4) Omgang tussen groepen mensen Landlust Zuid en Landelijk Nrd (7,9) Landlust Zuid (6,6 6,0) Transvaalbuurt (6,2 6,6) De Kolenkit (6,0) Thuisvoelen in de buurt Overt. Veld en Landelijk Noord en Driemond (8,5 8,0) Transvaalbuurt (7,1 7,5) De Kolenkit (6,7) Burgw.Nieuwe Z (8,8) Overlast buren Bosleeuw (6,4) Landelijk Nrd (8,3) Eendracht (7,6 7,0) Betondorp (7,1 8,0) Parkeren Aanbod parkeer voorzieningen Burgwallen-Oude Zijde (4,4) Nieuwend-Nrd en Buitenv.-Oost (7,7) Overlast parkeren Oude Pijp (5,2) Nieuwendam-Nrd (7,7) De Kolenkit (6,5 5,6) Bijlmer Centrum (D,F,H) (6,7 6,0) Slotervaart-Noord (5,8 7,2) Slotervaart Zuid (5,9 7,2) 65
68 66
69 4Sociale controle Het stedelijke beleid is gericht op het oplossen of voorkomen van de achteruitgang van buurten. We streven naar leefbare buurten. Om een beeld van de leefbaarheid in de buurten te krijgen worden indicatoren verzameld die aangeven hoe de buurten er fysiek en sociaal voor staan. Monitoren zoals WiA zorgen voor een regelmatige aanvoer van informatie over die leefbaarheid, over de kwaliteit van de woningen, over de woonomgeving en over de sociale aspecten van de buurten. Naast deze indicatoren, wordt er in verschillende wetenschappelijke publicaties over leefbaarheid ook gekeken naar de rol die de bewoners zelf hebben bij het vergroten van de leefbaarheid. Dit sluit aan bij de maatschappelijke discussie en ontwikkeling in ons land waarbij wordt uitgegaan van eigen verantwoordelijkheid. In dit verband is het begrip collectieve zelfredzaamheid actueel. Bij collectieve zelfredzaamheid gaat het over de sociale samenhang tussen bewoners in combinatie met de bereidheid van de mensen om zich in te zetten voor het gemeenschappelijke belang. Uit recent onderzoek 1 blijkt dat door de aanwezigheid van een bepaalde mate van zelfredzaamheid, waarbij er bijvoorbeeld goede sociale contacten bestaan en bewoners zich verbonden voelen met de buurt, de bewoners ook minder overlast ervaren en zich veiliger voelen. Als die samenhang er is in een buurt, gaan bewoners erop vertrouwen dat andere bewoners in actie komen als er iets gebeurt dat niet gewenst is. Op hun beurt zijn zij dan zelf misschien ook sneller bereid dit te doen, alleen of samen met anderen. De samenhang en actiebereidheid zijn mede afhankelijk van gedeelde normen en waarden. Waar dat minder het geval is, gaan mensen makkelijker over tot normoverschrijdend gedrag, vooral als ze zien dat anderen zich ook niet aan de regels houden en bijvoorbeeld rommel op straat gooien. 1 Een van de onderzoeken over dit onderwerp is het NICIS-onderzoek Vertrouwen houden in de buurt, nov. 2010, R. Kleinhans, G. Bolt en M van der Land 67
70 Bewoners krijgen zo al gauw het gevoel er alleen voor te staan, wat uiteraard niet bevorderlijk is voor het gevoel van veiligheid in een buurt. Het deel leefbaarheid van WiA maakt het mogelijk om de ontwikkelingen te volgen van de fysieke aspecten en de sociale samenhang in de stad en in de buurten. De vragen, hoe verschillende groepen mensen met elkaar omgaan, hoe beoordeelt u de betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt en voelt u zich thuis in de buurt, geven een beeld van de buurtbinding en sociale contacten. Voor een oordeel over het tweede onderdeel van collectieve zelfredzaamheid, de actiebereidheid van de bewoners, die ook wel informele sociale controle wordt genoemd, waren tot nu toe geen vragen opgenomen. In WiA 2011 zijn daarom de volgende vijf vragen opgenomen: denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat spijbelende kinderen hier rondhangen denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat jongeren hier graffiti op de muren spuiten? denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat hier op straat een tamelijk heftige woorden wisseling is? denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat hier in de buurt wordt ingebroken? denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat iemand bezig is aan een geparkeerde auto van een van de bewoners? De antwoordcategorieën bij alle vragen zijn: ja, zeker wel, waarschijnlijk wel, eerder niet dan wel, zeker niet, niet van toepassing en weet niet. Deze zijn indirect geformuleerd. Wat denkt de ondervraagde dat zijn medebewoners zouden antwoorden. Dit is gedaan om het geven van sociaal wenselijke antwoorden door de deelnemers zoveel mogelijk te beperken. Omdat de vijf vragen samen een schaal vormen waarin verschillende situaties samen de actiebereidheid aangeven gebruiken we het totaal van de antwoorden om de mate van sociale controle in de verschillen stadsdelen te beoordelen. Omdat deze vragen niet eerder zijn gesteld, is bij de analyse van de gegevens nog geen vergelijking in de tijd mogelijk. 68
71 4.1 Algemeen Uit de beantwoording van de vraag over spijbelende kinderen blijkt de verwachting dat er in alle stadsdelen meer bewoners zijn die niet ingrijpen, dan bewoners die wel ingrijpen. Bij de overige vragen is het omgekeerde het geval. Mogelijk wordt spijbelen over het algemeen gezien als iets waarbij ingrijpen minder belangrijk is of minder effect heeft. Het kan ook zijn dat het voor bewoners soms moeilijk is om te onderscheiden of het om spijbelende kinderen gaat of niet. Opvallend vaak geeft men in de gehele stad geen antwoord op deze vraag over spijbelende kinderen, veel vaker dan bij de overige vragen (gemiddeld 36% tegenover 15 tot 24% bij de andere vragen). Het kan zijn dat men inderdaad niet weet wat bewoners zullen doen. Er is echter niet gevraagd naar de motieven bij deze vragen, dus blijven de redenen voor het gedrag feitelijk onbekend. Bij een tamelijk heftige woordenwisseling ligt in vergelijking met de andere vragen het aandeel bewoners dat denkt dat bewoners iets zal doen het dichtst bij het aandeel bewoners dat denkt dat men niet iets zal doen. Daar kunnen we ons verschillende dingen bij voorstellen. Enerzijds is ingrijpen misschien lastig voor bewoners omdat dit gevolgen kan hebben voor degene die wat doet, anderzijds vinden bewoners het voorval mogelijk niet zo ernstig dat ze de politie bellen. Uit de respons blijkt dat bewoners het vaakst denken dat bewoners iets doen als er in de buurt wordt ingebroken. Minstens tweederde van de bewoners in de stadsdelen denkt dat bij inbraak ingegrepen wordt (gemiddeld 73%). Ook als iemand aan de geparkeerde auto van een buurtbewoner komt, denkt 60 procent of meer dat bewoners actie ondernemen (gemiddeld 68%). Het verwachte animo om iets te doen bij graffitispuiten ligt net als bij een heftige woordenwisseling weer veel lager (minimaal 36% respectievelijk 33%). Bij kleinere vergrijpen denkt men dat bewoners minder geneigd zijn iets te doen dan bij zwaardere vergrijpen. Het feit dat er bij de beantwoording van de vragen over inbreken en bezig zijn aan de auto van een bewoner minder vaak geen antwoord is gegeven, komt mogelijk door de opvatting dat deze vergrijpen meer een zaak zijn voor de politie. De bewoners kunnen daarbij meer op een (veilige) afstand blijven en hoeven niet meer te doen dan het voorval telefonisch te melden bij de politie. De mate waarin bewoners denken dat er ingegrepen wordt, blijkt positief samen te hangen met de gemiddelde waardering die de bewoners geven bij de andere leefbaarheidvragen; tevredenheid met de buurt (totaaloordeel), onderhoud en schoonhouden van straten en stoepen, omgang van verschillende groepen, betrokkenheid van buurtbewoners, overlast (buren, andere groepen mensen en vervuiling) en veilig voelen. Anders gezegd, waar verwacht wordt dat mensen meer bereid zijn om in actie te komen ligt de waardering van de leefbaarheid van de buurt gemiddeld hoger. Hierin kunnen we een bevestiging zien van het onderzoek uit de inleiding van deze paragraaf. 69
72 4.2 Sociale controle en bevolkingskenmerken Kijken we naar de samenhang tussen leeftijdsgroepen en sociale controle dan blijkt dat de jongste bewoners (18-24 jaar; 53%) en de oudste bewoners (75+; 55%) beduidend minder vaak denken dat bewoners in actie komen en lager scoren dan de bewoners in de leeftijdgroepen daar tussen in. De bewoners van jaar (60%) hebben de hoogste cijfers. Bij opleidingsniveau hebben de laagst opgeleiden (max. basisonderwijs; 42%) significant minder dan gemiddeld de verwachting dat bewoners in actie komen. Kijken we naar inkomens dan geldt hetzelfde voor de laagste inkomensklasse (tot netto maandinkomen; 45%), terwijl de hoogste inkomens (> 3.310; 60%) duidelijk denken dat bewoners eerder iets zullen doen. Bij de zes onderscheiden bevolkingsgroepen naar etniciteit vallen de Turkse Amsterdammers (43%) en vooral de overige niet-westerse Amsterdammers (41%) op door een geringe verwachte actie bereidheid. Kijken we naar het onderscheid mannen en vrouwen, dan is er over het geheel gezien bij sociale controle nauwelijks verschil in de antwoorden. Bij de lichtere vergrijpen zijn het de vrouwen die denken dat er vaker wordt ingegrepen, maar bij inbreken en bezig met de auto van een buurtbewoner zijn dat juist de mannen. Bij inbreken gaat het om 72% van de vrouwen en 75% van de mannen en bij bezig zijn met een auto om respectievelijk 70% en 67%. 4.3 Stadsdelen De stadsdelen Centrum, Zuid en Oost hebben in vrijwel alle gevallen de hoogste percentages respondenten die verwachten dat de mensen uit hun buurt (zeker of waarschijnlijk) iets zullen doen bij elk van de vijf vragen. De andere stadsdelen scoren onder het stedelijke gemiddelde. Met andere woorden de sociale controle is in eerst genoemde stadsdelen groter dan in de andere. De mate van sociale controle per stadsdeel is in tabel 1 weergegeven. De bewoners van Centrum oefenen de meeste sociale controle uit als van deze gegevens wordt uit gegaan. De sociale controle is in stadsdeel Zuidoost en in Nieuw-West het kleinst. Bij het bekijken van de omgang van de buurtbewoners met elkaar, de betrokkenheid van buurtbewoners, overlast en veilig voelen in de buurt, zien we veel overeenkomsten tussen de uitkomsten. Waar de actiebereidheid groter is, zijn ook de scores op deze onderwerpen vaak gunstiger. Er zijn ook uitzonderingen. In Centrum geven de bewoners aan dat zij veel overlast (van andere groepen mensen) ondervinden en doen de bewoners vaker iets wanneer er ongewenst gedrag is te zien. De overlast heeft ongetwijfeld te maken met de toeristen die het Centrum in groten getale bezoeken. Die overlast is echter van een andere orde dan de overlast die mensen hebben in de overige stadsdelen. 70
73 In Noord, waar de actiebereid gering is, ondervinden de bewoners naar verhouding juist weinig overlast van andere groepen mensen. In stadsdeel Centrum denken de bewoners dat bewoners significant eerder iets doen als ze spijbelende kinderen zien rondhangen dan in de andere stadsdelen (26%). Dat geldt - in mindere mate - ook voor stadsdeel Zuidoost (24%). In West is het percentage bewoners dat denkt dat er ingegrepen wordt het kleinst (18%) en het percentage dat dit niet doet het hoogst. Ook Nieuw-West heeft naar verhouding een laag percentage waar bewoners denken dat er ingegrepen wordt. Zuidoost valt op door afwijkende antwoorden bij spijbelen ten opzichte van de andere vragen over sociale controle. In dit stadsdeel is de verwachting dat bewoners bij het zien van spijbelende kinderen naar verhouding vaak zullen ingrijpen. Wat de verklaring is van het eerder ingrijpen bij spijbelen Figuur 4.1:. Sociale controle vragen per stadsdeel (als percentage van het aantal respondenten) Centrum West Nieuw- West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam Iets doen bij spijbelen Ja 25,7 17,8 19,5 23,1 23,1 21,6 23,7 21,8 Nee 39,4 47,5 42,7 42,3 44,1 39,8 37,6 42,5 G.a. 35,0 34,8 37,8 34,6 32,8 38,6 38,7 35,7 Iets doen bij graffiti Ja 61,3 42,9 40,3 54,7 48,7 43,5 35,8 47,3 Nee 22,1 31, ,9 28,6 28,8 36,4 28,7 G.a. 16,6 25,8 27,7 21,4 22,7 27,7 27,8 24,0 Iets doen bij woordenwisseling Ja 50,0 38,9 32,9 42,2 40,3 36,6 32,6 39,4 Nee 33,1 37,2 39,5 36,8 36, ,5 36,7 G.a. 16,8 23,8 27,6 21,0 23,4 28,3 29,9 23,9 Iets doen bij inbreken Ja 81,4 71,0 65,8 78,9 72,8 69,1 65,2 72,5 Nee 8,8 13,1 16,3 9,2 11,9 13,5 14,9 12,3 G.a. 9,8 16,0 17,9 11,9 15,3 17,4 19,9 15,1 Iets doen bij bezig auto Ja 74,0 64,9 63,1 73,1 69,5 67,2 59,6 67,8 Nee 13,1 16,5 18,1 13,0 14,5 15,1 17,7 15,3 G.a. 12,9 18,6 18,8 13, ,7 22,7 16,9 Sociale controle Ja 58,5 47,1 44,3 54,4 50,9 47,6 43,4 49,8 Nee 23,3 29,1 29,7 25,0 27,1 26,4 28,8 27,1 G.a. 18,2 23,8 26,0 20,6 22,0 26,0 27,8 23,1 Hoogste score Laagste score Ja = ja en ja waarschijnlijk, Nee = nee en eerder niet dan wel G.a. = geen antwoord of niet van toepassing (niet van toepassing is maximaal 4%). 71
74 in dit stads deel, is op het eerste gezicht niet duidelijk. Het is niet zo dat het school verzuim in Zuidoost hoger is dan in de andere stadsdelen of dat er naar verhouding meer kinderen wonen. Voor Zuidoost geldt bij de overige vragen dat men juist niet zo snel iets zal doen. Dit stadsdeel scoort op deze vragen steeds het laagst of een na laagst. De stadsdelen Centrum en in mindere mate Zuid tonen een relatief hoog percentage bewoners dat denkt dat bewoners iets doen als jongeren graffiti op de muren spuiten (61% en 55% tegenover gemiddeld 47%). Omdat de percentages geen antwoord hier laag zijn, weten de bewoners van deze beide stadsdelen bij dit thema kennelijk goed wat ze willen. In Zuidoost is het percentage geen antwoord bij dit onderwerp juist weer hoog (28%). Bij heftige woordenwisseling zijn de percentages ingrijpen of niet ingrijpen meer in evenwicht dan bij het vorige thema. Stadsdeel Centrum scoort ook weer hoog bij de verwachte bereidheid om in te grijpen (50% tegenover 39% gemiddeld), terwijl in Nieuw-West en Zuidoost de minste bereidheid bestaat om in te grijpen (beide 33%). De antwoorden op de vraag over inbraak geven aan dat we kunnen verwachten dat bewoners denken dat hierbij eerder iets ondernemen wordt dan bij andere vergrijpen. In stadsdeel Centrum denkt men dat de bewoners eerder iets doen dan in de andere stadsdelen (81% tegenover 73% gemiddeld). Zuid scoort weer significant hoger dan de rest van de stad (79%). In Zuidoost en Nieuw-West denken minder bewoners dat bewoners iets doen bij het zien van een inbraak (65% en 66%). In stadsdeel Centrum is het bezig zijn aan de auto van een bewoner in de buurt een soort incident waarbij de bewoners beduidend eerder iets doen dan in de overige stadsdelen (74% tegenover 68% gemiddeld). In Zuidoost, denkt men dat een veel kleiner deel van de bewoners in actie zal komen (60%). 72
75 4.4 Buurtcombinaties Spijbelen De buurten met significant hogere percentages bevinden zich voornamelijk in Centrum, Zuid en Oost. Maar op dit lagere schaalniveau zien we deze percentages ook in buurten van andere stadsdelen. Ook in Noord en Zuidoost zijn buurten met hogere scores. De bewoners van Driemond (52%) onderdeel van Zuidoost en Landelijk Noord (44%), denken het vaakst dat mensen in hun buurt iets doen als ze spijbelaars zien. In de zuidelijke grachtengordel zijn deze percentages ook hoog: Weesperbuurt/Plantage (40%) en Grachtengordel-Zuid (35%). In Zuid zijn het de buurten Apollobuurt (35%) en Willemspark (32%) waar het percentage bewoners dat dentk dat bewoners iets doen hoog is. In stadsdeel Oost behalen het Oostelijk Havengebied/ Zeeburgereiland (33%) en IJburg-West (33%) de hoogste percentages. Stadsdeel Zuidoost scoort laag, zo hebben we eerder al gezien bij de bespreking van de stadsdelen, maar er is toch ook een buurt die het wat dit onderwerp betreft naar verhouding goed doet en dat is Nellestein (30%). Buurten die het opvallend slecht doen vinden we verspreid over de hele stad. De Omval (3% 2 ), Weesperzijde (11%), Burgwallen-Nieuwe Zijde (5%), Landlust-Zuid (7%), de van Galenbuurt (12%), Slotervaart-Zuid (13%) en de Nieuwe Pijp (14%) 3 Figuur 4.2: Spijbelen % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 30-52% 22-30% 14-22% 2-14% 2 De geringe score is hier mogelijk beïnvloed door het feit dat in een deel van de buurt alleen studenten die in containers wonen en geen gewone woningen noch scholen aanwezig zijn. 3 Bij indeling in klassen op de kaart is gekozen voor een vierdeling waarbij is uitgegaan van een verdeling op basis van de standaarddeviatie; dat geldt ook voor de overige kaarten over sociale controle 73
76 Graffiti spuiten In de WiA-enquête is ook gevraagd naar het ingrijpen van bewoners als ze zien dat jongeren graffiti op de muren spuiten. Daarbij is er vanuit gegaan dat de buurtbewoners het onderscheid kunnen maken tussen plekken waar het aanbrengen van graffiti een vorm van kunst is en waar dat niet het geval is. Het aandeel bewoners dat denkt dat bewoners ingrijpen als jongeren graffiti op muren spuiten is over het geheel gezien veel hoger dan bij het zien van spijbelende jeugd (gemiddeld 47% tegenover 22%). Figuur 4.3: Graffiti spuiten % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 60-76% 47-60% 35-47% 23-35% Buurten met naar verhouding veel meer bewoners die denken dat er ingegrepen wordt dan gemiddeld in de stad, zijn : Grachtengordel-West (76%) en Weteringschans (68%) in Centrum, Landelijk Noord (73%) in Noord, Driemond (65%) in Zuidoost, Willemspark (70%) en de Apollobuurt (67%) in Zuid. Ook relatief veel bewoners van buurten in Oost denken dat er vaker dan gemiddeld ingegrepen wordt: Middenmeer (68%), IJburg-West (64%) en Betondorp (63%). In West scoort één buurt hoog: Overtoomse Sluis (61%). Buurten waar men denkt dat de bewoners het minst geneigd zijn om in te grijpen vinden we in West, Nieuw-West, Zuidoost en Oost: Van Galenbuurt (23%), De Kolenkit (28%) in West, Osdorp-Midden (28%) en Overtoomseveld (30%) in Nieuw-West, Venserpolder (28%) in Zuidoost en Indische Buurt-Oost (31%) en -West (33%) en de Transvaalbuurt (33%) in stadsdeel Oost. Vergeleken met de rest van Zuid scoort de Diamantbuurt (32%) opvallend laag. 74
77 Woordenwisseling Landelijk Noord (62%) is de buurt met het grootste aandeel bewoners wat denkt dat bij een heftige woordenwisseling door bewoners actie zal worden ondernemen. Het is ook de enige buurt in Noord die significant boven het stedelijk gemiddelde uitkomt. Andere buurten die relatief hoog scoren liggen in het Centrum, Weteringschans (61%), Weesperbuurt/Plantage (56%) en Burgwallen-Oude Zijde (53%), in Zuid, de Apollobuurt (52%) en in Oost Middenmeer (51%). In West zien we scherpe contrasten in de verdeling van de scores naar deel gebieden. In de voormalige stadsdelen Westerpark en Oud-West hebben de buurten relatief hoge scores, Staatsliedenbuurt (53%), Overtoomse Sluis (53%) en Helmersbuurt/Vondelbuurt (49%). In voormalige stadsdelen Bos en Lommer en de Baarsjes hebben de buurten met uitzondering van de Hoofddorppleinbuurt lage scores. Men denkt dat bewoners het minst geneigd zjin om in te grijpen in de buurten, De Omval (22% tegenover 39% gemiddeld), Landlust Zuid (26%), Bosleeuw (28%), Bijlmer Centrum (26%), Slotervaart-Noord (28%), Slotervaart-Zuid (28%) en Osdorp-Midden (28%). Figuur 4.4: Woordenwisseling % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 48-63% 39-48% 31-39% 22-31% 75
78 Inbreken Als er wordt ingebroken mogen we, gezien het hoge percentage van bewoners dat denkt dat bewoners iets doen, verwachten dat de bewoners in de dorpen, de grachtengordel en Zuid het meeste en voor het overgrote deel wel in actie komen. Landelijk Noord (93%), Driemond (87%), Grachtengordel-Zuid (91%), Grachtengordel-West, Museumkwartier/Duivelseiland (87%) en Willemspark (87%) hebben de hoogste percentages. In Nieuw-West scoort de buurtcombinatie Middelveldse Akerpolder/ Sloten/Luktemeer/Ookmeer (86%) significant hoger dan gemiddeld. Dit zijn stuk voor stuk buurten met een hoog aandeel eigen woningbezit. Het minste in actie komen bij inbraak is te zien in veel buurten die in de woonmilieuterminologie Transitie heten: in Nieuw-West, Osdorp-Midden (51%), Slotervaart-Zuid (58%) en Slotermeer-Noordoost (58%), in Noord, IJplein/ Vogelbuurt (54%), in West, De Kolenkit (56%) en Bosleeuw (57%), in Zuidoost, Bijlmer Centrum (58%) en Venserpolder (58%) en in Oost, Indische Buurt Oost (59%). Dit zijn buurten met een hoog aandeel Niet-westerse Amsterdammers (> 50%) en met veel bewoners die tot de laagste inkomensgroep behoren (23-44%). Figuur 4.5: Inbreken % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 82-93% 73-82% 63-73% 51-63% 76
79 Bezig auto Als iemand aan de auto van een buurtbewoner bezig is, denken de bewoners in veel gevallen dat men in actie komt. Wat dat betreft zijn de verschillen met inbreken niet groot. Toch is te zien dat er in vrij veel buurten weer anders wordt gereageerd dan bij inbreken. De hoogste percentages bewoners die denken dat bewoners in actie komen zijn te vinden in Landelijk Noord (94%), Grachtengordel-West (85%), Weesperbuurt/ Plantage (81%), Grachtengordel-Zuid (81%). Daarnaast kunnen we vaststellen dat de bewoners ook in andere delen van de stad geneigd zijn om in te grijpen. In Nieuw-West is dat Sloter-/Riekerpolder (81%), in Oost, het Oostelijk Havengebied (80%) en in Zuid, het Museumkwartier/Duivelseiland (80%). Het laagste percentage bewoners dat verwacht dat er ingegrepen wordt is in de buurten IJplein/Vogelbuurt (49%), Venserpolder (51%), Bijlmer Centrum (52%), Osdorp-Midden (52%), Westlandgracht (55%), De Kolenkit (53%), Landlust Noord/Sloterdijk (53%) en weer opvallend (zie ook spijbelen) Burgwallen-Nieuwe Zijde (54%) in stadsdeel Centrum. Figuur 4.6: Bezig met auto % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 77-92% 68-77% 58-68% 49-58% 77
80 Sociale controle Het totaalbeeld van sociale controle geeft aan dat Landelijk Noord (73%) en Driemond (66%), de Dorpen zoals ze in de typering van de twaalf woonmilieus worden genoemd, het hoogst scoren. Zij worden direct gevolgd door buurten in Centrum o.a. Weteringschans (64%), Weesperbuurt/Plantage (64%) en in Zuid, Willemspark (64%) en Apollobuurt (63%). Ook Oost heeft een reeks buurten met een hoge mate van sociale controle; Middenmeer (61%), Oostelijk Havengebied (60%) en IJburg-West (59%). In West hoort Overtoomse Sluis bij deze buurten die significant hoger scoren. Voor het merendeel gaat het om buurten die behoren tot de woonmilieus Centrumrand en Welgesteld stedelijk. Een mindere sociale controle bestaat in buurten van Nieuw-West, Osdorp- Midden (35%), Slotervaart-Zuid (38%), van Noord, IJplein/Vogelbuurt, van West, Van Galenbuurt (37%), De Kolenkit (38), van Zuidoost, Venserpolder (37%), Bijlmer Centrum (38%), van Oost, Indische Buurt-Oost (39%) en De Omval (39%). In stadsdeel Centrum valt Burgwallen-Nieuwe Zijde (41%) negatief op. De meeste van deze buurten horen bij het woonmilieu Transitie. Bij het bekijken van de twaalf buurten die in 2001 tot de hotspots van leefbaarheids problemen werden gerekend, blijken er tien een significant geringere sociale controle te hebben (wat in 2011 voor het eerst gemeten is). Tien van deze buurten staan rood op de kaart en twee oranje voor wat betreft sociale controle ondanks de duidelijke toename van de tevredenheid over de buurt (totaaloordeel; zie ook de tabel over de hotspots). Dit kan een aanwijzing zijn dat de verbeterde leefbaarheid hier nog kwetsbaar is en extra aandacht nodig gewenst is. Figuur 4.7: Sociale controle Over het geheel gezien geldt voor buurten met hoge cijfers voor sociale controle dat ze ook hoge scores krijgen voor buurttevredenheid en omgekeerd. Deze sociale controle schaal komt sterk overeen met de sociale dimensie van de leefbaarheid. In WiA 2009 leefbaarheid werd al vast gesteld dat het totaaloordeel voor de buurt een grote mate van samenhang kent met de sociale dimensie van leefbaarheid (prettig samenleven). De constatering dat een hoge mate van sociale controle een hoog cijfer voor het totaaloordeel van de buurt oplevert, bevestigt dit beeld. % ingrijpen ja of ja waarschijnlijk 58-74% 50-58% 41-50% 34-41% 78
81 Bijlage 1: Sociale controle per buurt Ja Nee G.a. = ja en ja waarschijnlijk, = nee en eerder niet dan wel = geen antwoord of niet van toepassing Spijbelen Grafitti Woordenwisseling Inbreken Bezig zijn auto Totaal, sociale controle Centrum Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Burgwallen-Oude Zijde Burgwallen-Nieuwe Zijde Grachtengordel-West Grachtengordel-Zuid Nieuwmarkt/Lastage Haarlemmerbuurt Jordaan Weteringschans Weesperbuurt/Plantage Oostelijke Eilanden/Kadijken West Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Houthavens/Spaarndamm. en Zeeh.brt Staatsliedenbuurt Centrale Markt/Frederik Hendrikbrt Da Costabuurt Kinkerbuurt Van Lennepbuurt Helmersbuurt/Vondelbuurt Overtoomse Sluis Landlust Noord/Sloterdijk Bosleeuw Landlust Zuid Erasmuspark De Kolenkit De Krommert Noord De Krommert Zuid Van Galenbuurt Hoofdweg e.o Westindische buurt Hoge score Lage score
82 Spijbelen Grafitti Woordenwisseling Inbreken Bezig zijn auto Totaal, sociale controle Nieuw-West Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Slotermeer-Noordoost Slotermeer-Zuidwest Geuzenveld(Spieringhorn) Eendracht Osdorp-Oost Osdorp-Midden De Punt Middelv. Akerp./Sloten/Lutkem./Ookmeer Slotervaart-Noord Slotervaart-Zuid Overtoomse veld Westlandgracht Sloter-/Riekerpolder Zuid Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Oude Pijp Nieuwe Pijp Diamantbuurt Hoofddorppleinbuurt Schinkelbuurt Willemspark Museumkwartier/Duivelseiland Stadionbuurt Apollobuurt Scheldebuurt IJsselbuurt Rijnbuurt Buitenv.-West/Station Zuid/WTC e.o Buitenveldert-Oost Weesperzijde Oosterparkbuurt
83 Spijbelen Grafitti Woordenwisseling Inbreken Bezig zijn auto Totaal, sociale controle Oost Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Dapperbuurt Transvaalbuurt Indische Buurt West Indische Buurt Oost Oost. Havengeb./Zeeb.eil. & Nieuwe Diep IJburg-West Frankendael Middenmeer Betondorp De Omval Noord Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Volewijck IJplein/Vogelbuurt Tuindorp Nieuwendam/Tuindorp Buiksloot Tuindorp Oostzaan Oostzanerwerf/Kadoelen Nieuwendam-Noord Buikslotermeer Banne Buiksloot/Buiksloterham Landelijk Noord Zuidoost Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Venserpolder Bijlmer Centrum (D,F,H) Geerdink- en Kantershof Bijlmer Oost (E,G,K) Nellestein Holendrecht/Reigersbos/Amstel III/Bullewijk Gein Driemond Amsterdam Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Ja Nee G.a. Amsterdam Stadev Amsterdam+stadev 29,6 59,7 48,2 82,0 77,1 49,8 27,1 23,1 Amsterdam -stadev 14,0 34,9 30,6 63,1 58,5 8,6 5,9 4,9
84 Bijlage 2: Enquête
85 De gemeente Amsterdam en de Amsterdamse woningcorporaties willen graag weten hoe u denkt over uw woning, uw woonomgeving en de leefbaarheid in uw buurt. Daarom vragen wij u deze vragenlijst in te vullen en zo snel mogelijk terug te sturen in de bijgevoegde envelop (een postzegel is niet nodig). U bent door middel van een steekproef geselecteerd voor dit onderzoek. Uw gegevens worden vertrouwelijk en anoniem behandeld. De Dienst Onderzoek en Statistiek verzamelt alle ingevulde gegevens en draagt de onderzoeksresultaten zonder naam en adres over aan de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. 1 Woongeschiedenis 1.1 Sinds welk jaar woont u in uw huidige woning? sinds 1.2 Waar woonde u voordat u deze woning betrok? 1 in dezelfde buurt 2 in hetzelfde stadsdeel, andere buurt 3 in Amsterdam, ander stadsdeel 4 in de omgeving van Amsterdam 5 elders in Nederland 6 in het buitenland 7 woon hier al sinds geboorte 1.3 Wat was uw vorige woonsituatie? 1 op kamers/studentenflat 2 inwonend bij ouders/familie/vrienden 3 zelfstandige huurwoning van particulier 4 zelfstandige huurwoning van woningcorporatie 5 koopwoning 6 anders, nl. 2 Uw woning 2.3 Wat voor soort verwarming heeft uw woning? 1 kachel 2 CV zonder warmwatervoorziening 3 CV met warmwatervoorziening 4 stadsverwarming zonder eigen meter 5 stadsverwarming met eigen meter 6 blokverwarming op gas of olie zonder eigen meter 7 blokverwarming op gas of olie met eigen meter 8 andersoortige verwarming, nl. 2.4 Heeft u dubbele beglazing in uw woning? 1 ja 2 ja, gedeeltelijk 3 nee 2.5 Is uw woning te bereiken zonder trappen te hoeven lopen? 1 ja 2 nee 2.6 Zijn in uw woning alle vertrekken op dezelfde verdieping gelegen? (zolder/berging/kelder buiten beschouwing gelaten) 1 ja 2 nee 2.1 Wat is uw huidige woonsituatie? 1 zelfstandige huurwoning van particulier 2 zelfstandige huurwoning van woningcorporatie 3 koopwoning 4 anders, nl. 2.7 Heeft u of iemand van uw huishouden moeite met traplopen als gevolg van een langdurige ziekte, aandoening, handicap of ouderdomsverschijnselen? 1 ja 2 nee 2.2 Hoeveel kamers heeft uw woning in totaal? (zonder de keuken en badkamer) kamers 2.8 Denkt u dat uw huidige woning geschikt is om oud in te worden? 1 ja 2 ja, na enige aanpassingen 3 nee 1
86 LET OP! Bij de twee onderstaande vragen kunt u een rapportcijfer van 1 t/m 10 aankruisen. Een hoog rapportcijfer betekent een positief oordeel, een laag cijfer betekent een negatief oordeel. 2.9 Wilt u aangeven in welke mate u tevreden bent over uw woning? (totaaloordeel) zeer zeer ontevreden tevreden 2.10 Hoe beoordeelt u de staat van onderhoud van uw woning? zeer zeer slecht goed 2.11 Op welke aspecten (voor zover aanwezig) zou uw woning verbeterd moeten worden? (U kunt hier meer dan één antwoord aankruisen) 1 gevel, dak, dakgoot 2 fundering 3 buitenschilderwerk, buitenkozijnen 4 indeling van de woning 5 balkon/dakterras 6 berging 7 plafonds, binnenmuren 8 lift en andere gemeenschappelijke installaties 9 trappenhuis/galerij 10 keuken/keukenblok 11 toilet 12 badkamer, douche 13 verwarming 14 warmte-isolatie 15 vochtwering 16 geluidsisolatie tegen lawaai van buiten 17 geluidsisolatie tussen woningen 18 ventilatiemogelijkheden 19 beveiliging tegen inbraak 20 overig, nl. 21 geen, woning is goed 2.12 Heeft u de laatste 2 jaar wel eens onderhoudsklachten gemeld aan uw verhuurder/beheerder of VvE? 1 ja, meerdere onderhoudsklachten 2 ja, één onderhoudsklacht 3 nee naar niet van toepassing naar Hoe tevreden bent u over de afhandeling van de onderhoudsklacht(en)? zeer zeer ontevreden tevreden 2.14 Heeft u de laatste 2 jaar wel eens een overlastsituatie gemeld bij uw verhuurder/beheerder of VvE? 1 ja, meerdere meldingen van overlast 2 ja, één melding van overlast 3 nee naar niet van toepassing naar Welke overlast heeft u aan de verhuurder/beheerder of VvE gemeld? (U kunt hier meer dan één antwoord aankruisen) 1 lawaai buren 2 overlast bewoners in gemeenschappelijke ruimten (gangen, bergingen, trappenhal, lift) 3 vervuiling gemeenschappelijke ruimten 4 vernieling gemeenschappelijke ruimten 5 criminaliteit in het gebouw (openbreken boxen, postbussen; prostitutie, dealen) 6 overlast van mensen buiten op straat 7 vervuiling en vernieling van straten, pleinen, groen 8 overig, nl Hoe tevreden bent u over de afhandeling van deze overlastmelding(en)? zeer zeer ontevreden tevreden 2.17 Beschikt uw huishouden over één of meerdere auto s? 1 geen auto naar ja, 1 auto 3 ja, 2 auto s 4 ja, 3 of meer auto s 2.18 Waar parkeert u uw auto( s) meestal? (bij meerdere auto s kunt u meerdere antwoorden aankruisen) 1 op straat in de buurt (met of zonder parkeervergunning) 2 op straat, buiten de eigen buurt (met of zonder parkeervergunning) 3 op eigen terrein (bij de woning, inpandig, in een garagebox, etc.) 4 (gehuurde) parkeerplek in een parkeergarage 5 anders, nl. 2
87 3 Uw huishouden en het inkomen 3.1 Uit hoeveel personen bestaat uw huishouden? (alleen personen meetellen die in uw woning wonen, inclusief uzelf) personen 3.4 Hoeveel personen in uw huishouden hebben een eigen (regulier) inkomen? (kinderen met alleen een vakantie- of bijbaantje buiten beschouwing laten) personen 3.5 Hoeveel bedraagt het totale netto maandinkomen van deze personen bij elkaar? (niet meetellen: vakantiegeld, reis- en onkostenvergoedingen, etc.), netto per maand 3.2 Wilt u hieronder aangeven hoe uw huishouden precies is samengesteld? personen leeftijd M V uzelf jaar partner jaar 1e kind (oudste) jaar 2e kind jaar 3e kind jaar 4e kind jaar 3.6 Kunt u in onderstaand schema voor de verschillende personen in uw huishouden (maximaal drie) aankruisen welke bronnen van inkomsten zij hebben? (per persoon zijn meerdere antwoorden mogelijk) 3e perbron van inkomsten uzelf partner soon betaalde arbeid (werkgever) eigen onderneming freelance arbeid, ZZP uitkering van de Dienst Werk en Inkomen (WWB/IOAW/IOAZ/Wwik/ bijzondere bijstand) aantal overige thuiswonende kinderen aantal overige personen (familie/kostganger e.d.) uitkering van uitvoeringsinstantie (UWV) (WAO/WIA/WAZ/Wajong/WW) ID-banen/WIW/WSW uitkering van de Sociale Verzekeringsbank (AOW/ANW) 3.3 Wilt u hieronder aankruisen wat het hoogst behaalde diploma is van u en van uw eventuele partner? uzelf partner geen diploma of enkele jaren lagere school basisonderwijs/lagere school VSO (voortgezet speciaal onderwijs) pensioenfonds(en) lijfrente, rente op vermogen VUT/FPU of andere uittredingsregeling alimentatie voor uzelf of uw kinderen studiefinanciering/bijdrage van ouders anders, nl. VBO/LBO (huishoud-, ambacht-, technische school of interne bedrijfsopleiding), MBO-kort, leerlingwezen, ULO MAVO, MULO, VMBO MBO-lang, of interne bedrijfsopleiding op MBO-niveau HAVO, VWO, gymnasium, HBS, MMS HBO of interne bedrijfsopleiding op HBO-niveau WO, universiteit anders, nl. anders, nl. 3
88 LET OP: Bent u huurder van uw woning, vul dan blok 4 in (Vragen aan huurders). Als u eigenaar van uw woning bent, ga dan naar blok 5 (Vragen aan eigenaren). 4.6 Ontvangt u huurtoeslag? (voorheen huursubsidie) 1 ja 2 nee naar weet niet naar Vragen aan huurders LET OP! De meeste huurders krijgen elk jaar in april een aankondiging van de huurverhoging. Als u deze aankondiging van vorig jaar april erbij pakt, kunt u de volgende vragen gemakkelijker beantwoorden. Mocht u alleen de aankondiging van dit jaar ter beschikking hebben, gebruik dan de huidige (oude) huurbedragen die gelden tot 1 juli Wat is de huidige kale huur (ook wel nettohuur genoemd) van uw woning? Dit is de huur zonder watergeld, servicekosten, kosten voor verwarming/gas en kosten van een eventuele parkeerplaats., per maand 4.2 Wordt er door de verhuurder een bedrag in rekening gebracht voor verwarming/gas (bijvoorbeeld bij collectieve verwarming)? Zo ja, hoeveel? 1 ja,, per maand 2 nee 3 weet niet 4.7 Hoeveel bedraagt deze huurtoeslag per maand? 1, per maand 2 weet niet 4.8 Wordt deze huurtoeslag overgemaakt naar uw eigen rekening, of direct naar de rekening van uw verhuurder? 1 naar eigen rekening 2 naar rekening verhuurder 3 weet niet 4.9 Welk totaalbedrag betaalt u nu per maand voor uw woning aan de verhuurder?, per maand 4.10 Zou u de woning die u nu huurt willen kopen? 1 ja 2 eventueel 3 nee naar weet niet naar Indien u uw huidige huurwoning zou kunnen kopen, wat voor een koopprijs zou u bereid zijn maximaal te betalen? 4.3 Worden er door de verhuurder nog overige kosten (servicekosten, watergeld) voor uw woning in rekening gebracht, naast de kale huur en eventuele verwarmings/ gaskosten? Zo ja, hoeveel? 1 ja,, per maand 2 nee 1, 2 weet niet 4.12 Hoe tevreden bent u in het algemeen over uw verhuurder? zeer zeer ontevreden tevreden 4.4 Hoeveel betaalt u per maand aan energielasten (exclusief de kosten uit vraag 4.2)? Ga door naar vraag 6.1 1, per maand 2 weet niet 4.5 Betaalt u voor een parkeerplaats bij de woning (dus niet op straat)? 1 ja,, per maand 2 ja, deze zijn bij de servicekosten inbegrepen 3 nee 4
89 5 Vragen aan eigenaren 5.1 U bent eigenaar van de woning, welke situatie is op u van toepassing? 1 lid van coöperatieve flatexploitatievereniging 2 lid van vereniging van eigenaren (VvE/appartementsrecht) 3 bezitter van eengezinswoning (geen VvE) naar eigenaar-bewoner en verhuurder van pand naar anders, nl. naar Uw woonomgeving LET OP!! Bij onderstaande vragen kunt u een rapportcijfer van 1 t/m 10 aankruisen. Een hoog rapportcijfer betekent een positief oordeel, een laag rapportcijfer een negatief oordeel. 6.1 Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) zeer zeer ontevreden tevreden 5.2 Welk rapportcijfer geeft u met betrekking tot het functioneren van de VvE? functio- functioneert neert zeer slecht zeer goed 5.3 Wat zijn uw netto hypotheek(woon)lasten per maand? (Dus na belastingteruggave!) 1, per maand 2 niet van toepassing 3 weet niet 5.4 Hoeveel betaalt u aan energielasten? 6.2 Wat vindt u van het aanbod van onderstaande voorzieningen in uw buurt? ruim ruim onvoldoende voldoende parkeervoorzieningen 2 openbaar vervoer 3 winkels 4 basisscholen 5 sportgelegenheden 6 speelvoorzieningen 7 buurthuizen/wijkcentra 8 zorgvoorzieningen (zoals huisarts) 1, per maand 2 weet niet 5.5 Hoe hoog schat u de huidige marktwaarde van uw woning? 6.3 Hoe beoordeelt u de onderstaande zaken in uw buurt? zeer lelijk zeer mooi de woningen in de buurt de inrichting van de woonomgeving, de groenvoorzieningen 6.4 Hoe beoordeelt u het schoonhouden van de onderstaande zaken in uw buurt? straten en stoepen de groenvoorzieningen speelvoorzieningen ruim ruim onvoldoende voldoende Hoe beoordeelt u de staat van onderhoud van de onderstaande zaken in uw buurt? de woningen in de buurt straten en stoepen de groenvoorzieningen speelvoorzieningen ruim ruim onvoldoende voldoende
90 6.6 Op welke zaken zou de woonomgeving volgens u verbeterd kunnen worden? (U kunt hier meer dan één antwoord aankruisen) 1 onderhoud/verbeteren bestaande woningen 2 meer nieuwbouw (sloop oude woningen) 3 schoonhouden straten en stoepen 4 schoonhouden groen 5 onderhoud straten en stoepen 6 onderhoud groen 7 andere inrichting straten, stoepen en groen 8 meer winkels 9 meer buurthuizen/wijkcentra 10 meer zorgvoorzieningen (zoals huisarts) 11 meer openbaar vervoer 12 meer parkeergelegenheid 13 veiligheid 14 anders, nl. 15 niets te verbeteren 6.7 Kunt u uit voorgaande vraag het nummer opschrijven van hetgeen dat als eerste aangepakt zou moeten worden? 6.8 Hoe gaan verschillende groepen mensen in uw buurt met elkaar om? zeer zeer onprettig prettig 6.9 Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt? geen grote betrokkenheid betrokkenheid 6.10 Kunt u met een rapportcijfer 1 t/m 10 aangeven in welke mate u overlast ondervindt bij de onderstaande categorieën? Een laag cijfer betekent dat u veel overlast ondervindt en een hoog cijfer dat u weinig overlast ondervindt. buren andere groepen mensen verkeersdrukte verkeerslawaai parkeren vervuiling horeca (hotels, restaurants, cafés) criminaliteit ernstige geen overlast overlast Voelt u zich thuis in uw buurt? helemaal zeer niet thuis 6.12 Hoe veilig voelt u zich in uw buurt? zeer zeer onveilig veilig overdag s avonds 6.13 Hoe denkt u dat de buurt waar u woont zich de komende jaren zal ontwikkelen? zeer zeer negatief positief 6.14 Denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat spijbelende kinderen hier rondhangen? 1 ja, zeker wel 2 waarschijnlijk wel 3 eerder niet dan wel 4 zeker niet 5 niet van toepassing 6 weet niet 6.15 Denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat jongeren hier graffiti op de muren spuiten? 1 ja, zeker wel 2 waarschijnlijk wel 3 eerder niet dan wel 4 zeker niet 5 niet van toepassing 6 weet niet 6.16 Denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat hier op straat een tamelijk heftige woordenwisseling is? 1 ja, zeker wel 2 waarschijnlijk wel 3 eerder niet dan wel 4 zeker niet 5 niet van toepassing 6 weet niet 6
91 6.17 Denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat hier in de buurt wordt ingebroken? 1 ja, zeker wel 2 waarschijnlijk wel 3 eerder niet dan wel 4 zeker niet 5 niet van toepassing 6 weet niet 6.18 Denkt u dat de mensen uit deze buurt iets doen als ze zien dat iemand bezig is aan een geparkeerde auto van een van de bewoners? 1 ja, zeker wel 2 waarschijnlijk wel 3 eerder niet dan wel 4 zeker niet 5 niet van toepassing 6 weet niet 7 Woonwensen 7.1 Wilt u binnen twee jaar verhuizen? 1 beslist niet 2 eventueel wel, misschien naar zou wel willen, kan niets vinden naar beslist wel naar heb al andere huisvesting gevonden naar Wat zijn de twee belangrijkste redenen voor u om niet te willen verhuizen? 1 huidige woning is goed 2 buurt bevalt goed 3 financiële situatie 4 verhuizen is veel werk 5 mijn leeftijd 6 hier zijn voldoende parkeermogelijkheden 7 dichtbij werk/studie 8 dichtbij familie/vrienden 9 ik heb te weinig woonduur/inschrijfduur 10 er is geen geschikt aanbod 11 anders, nl. 7.3 Denkt u binnen twee jaar te moeten verhuizen? 1 ja 2 nee naar Als u zou verhuizen, waarmee heeft dat dan te maken? (U kunt hier meer dan één antwoord aankruisen) 1 te grote woning 2 te kleine woning 3 woningtype 4 woning niet gelijkvloers/te veel trappen 5 sloop 6 slechte kwaliteit woning 7 te dure woning 8 overlast buren 9 lawaai, stank, verkeersdrukte, vervuiling 10 de drukte in de stad 11 voorzieningen, winkels, scholen, etc. 12 sfeer in de buurt (criminaliteit, asociaal gedrag, soort mensen, etc.) 13 onvoldoende parkeervoorzieningen 14 omstandigheden in mijn huishouden (gezinsuitbreiding, scheiding, overlijden, etc.) 15 omstandigheden in werk of studie 16 geen tuin/balkon 17 anders, nl. 7.6 Kunt u uit de voorgaande vraag het nummer opschrijven van de belangrijkste verhuisreden? 7.7 Wilt u buiten Amsterdam gaan wonen of in Amsterdam blijven? 1 in Amsterdam blijven 2 buiten Amsterdam gaan wonen, binnen 25 km van Amsterdam 3 elders in Nederland 4 buiten Nederland 5 heb geen voorkeur 7.8 Als u binnen Amsterdam verhuist, wilt u dan liever in uw eigen stadsdeel blijven of naar een ander stadsdeel verhuizen? 1 bij voorkeur in eigen buurt 2 bij voorkeur in eigen stadsdeel blijven, andere buurt 3 bij voorkeur naar een ander stadsdeel 4 heb geen voorkeur 5 weet niet 6 niet van toepassing, wil uitsluitend buiten Amsterdam gaan wonen 7.4 Op welke termijn denkt u te verhuizen? 1 binnen 6 maanden 2 over 6 tot 12 maanden 3 over 12 tot 24 maanden 7
92 7.9 Wilt u de toekomstige woning kopen of huren? 1 uitsluitend kopen 2 uitsluitend huren 3 liever kopen, eventueel huren 4 liever huren, eventueel kopen 5 heb geen voorkeur 6 weet niet 7.10 Heeft u voor uw toekomstige woning de voorkeur voor bestaande bouw (die nu al bewoond is) of nieuwbouw (die door u als eerste bewoond wordt)? 1 liever bestaande bouw 2 liever nieuwbouw 3 heb geen voorkeur 4 weet niet 7.11 Wat voor een soort woning heeft uw eerste voorkeur? 1 eengezinswoning 2 benedenwoning met tuin 3 etagewoning (appartement, flat) 4 ouderenwoning of WIBO-woning 5 heb geen voorkeur 6 anders, nl Indien u zou huren, wat voor een huurprijs zou u bereid zijn maximaal (maandelijks) te betalen, exclusief serviceen stookkosten? 1, per maand 2 niet van toepassing, wil uitsluitend kopen 7.14 Indien u zou kopen, wat voor een koopprijs zou u bereid zijn maximaal te betalen? 1, 2 niet van toepassing, wil uitsluitend huren 7.15 Bent u dit jaar actief op zoek geweest naar een andere woning? (meer dan één antwoord mogelijk) 1 nee, niet actief 2 ja, via WoningNet 3 ja, via Funda, internet 4 ja, makelaar ingeschakeld 5 ja, op andere manier 7.16 Dit waren alle vragen, heeft u nog opmerkingen dan kunt u die hier kwijt Hoe groot moet de nieuwe woning zijn die u zoekt? 1 kleiner dan 40 vierkante meter 2 40 tot 60 vierkante meter 3 60 tot 80 vierkante meter 4 80 tot 100 vierkante meter vierkante meter of meer Hartelijk bedankt voor uw medewerking 8
93 Bijlage 2: Gebiedsindeling Amsterdam A Centrum A00 Burgwallen-Oude Zijde A01 Burgwallen-Nieuwe Zijde A02 Grachtengordel-West A03 Grachtengordel-Zuid A04 Nieuwmarkt/Lastage A05 Haarlemmerbuurt A06 Jordaan A07 De Weteringschans A08 Weesperbuurt/Plantage A09 Oostelijke Eilanden/ Kadijken B Westpoort B10 Westelijk Havengebied B11 Bedrijventerrein Sloterdijk E West E12 Houthavens E13 Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt E14 Staatsliedenbuurt E15 Centrale Markt E16 Frederik Hendrikbuurt E17 Da Costabuurt E18 Kinkerbuurt E19 Van Lennepbuurt E20 Helmersbuurt E21 Overtoomse Sluis E22 Vondelbuurt E36 Sloterdijk E37 Landlust E38 Erasmuspark E39 De Kolenkit E40 De Krommert E41 Van Galenbuurt E42 Hoofdweg e.o. E43 Westindische Buurt F Nieuw-West F75 Spieringhorn F76 Slotermeer-Noordoost F77 Slotermeer-Zuidwest F78 Geuzenveld F79 Eendracht F80 Lutkemeer/Ookmeer F81 Osdorp-Oost F82 Osdorp-Midden F83 De Punt F84 Middelveldsche Akerpolder/Sloten F85 Slotervaart F86 Overtoomse Veld F87 Westlandgracht F88 Sloter-/Riekerpolder K Zuid K24 Oude Pijp K25 Nieuwe Pijp K26 Diamantbuurt K44 Hoofddorppleinbuurt K45 Schinkelbuurt K46 Willemspark K47 Museumkwartier K48 Stadionbuurt K49 Apollobuurt K50 Duivelseiland K52 Scheldebuurt K53 IJselbuurt K54 Rijnbuurt K59 Station Zuid/WTC e.o. K90 Buitenveldert-West K91 Buitenveldert-Oost M Oost M27 Weesperzijde M28 Oosterparkbuurt M29 Dapperbuurt M30 Transvaalbuurt M31 Indische Buurt West M32 Indische Buurt Oost M33 Oostelijk Havengeb. M34 Zeeburgereiland/Nw. Diep M35 IJburg West M51 IJburg Zuid M55 Frankendael M56 Middenmeer M57 Betondorp M58 De Omval M74 IJburg Oost N Noord N60 Volewijck N61 IJplein/Vogelbuurt N62 Tuindorp Nieuwendam N63 Tuindorp Buiksloot N64 Nieuwendammerdijk/ Buiksloterdijk N65 Tuindorp Oostzaan N66 Oostzanerwerf N67 Kadoelen N68 Nieuwendam-Noord N69 Buikslotermeer N70 Banne Buiksloot N71 Buiksloterham N72 Nieuwendammerham N73 Waterland T Zuidoost T92 Amstel III/Bullewijk T93 Bijlmer Centrum (D,F,H) T94 Bijlmer Oost (E,G,K) T95 Nellestein T96 Holendrecht/Reigersbos T97 Gein T98 Driemond N66 B10 B N65 N67 N70 N69 B11 F75 F79 F78 F80 F83 F84 F F81 F82 F76 F77 F85 F88 E36 E15 E37 E E39 E38 E16 A06 E41 E40 A02 E17 E42 E18 F86 F87 K44 E19 E20 E43 E22 E21 K47 K46 K45 K48 E13 E14 K49 K59 K E12 A05 A00 A A03 A07 K24 K50 K25 K52 N71 A01 A04 K26 K53 K54 N63 N60 N61 A08 M28 A09 M27 M30 M55 M29 N N72 M31 M N62 N64 M33 M57 M32 M56 N68 M34 N73 M35 M51 M74 M58 K90 K91 T94 T93 T98 T T95 T92 T96 T97
94 bevat ook de uitgaven: Stand van zaken Stadsdeelprofielen (alleen digitaal) Woonwensen en verhuisgedrag (alleen digitaal)
Wonen in Amsterdam 2015 Leefbaarheid
Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2015 Leefbaarheid Januari 2016 Amsterdammers geven hun buurt gemiddeld een 7,5 Sterkste stijgers in Oost en West; drie
Wonen in Amsterdam 2017 Leefbaarheid
Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2017 Leefbaarheid Januari 2018 Amsterdammers waarderen hun buurt gemiddeld met een 7,5 Bewoners Centrum minder positief over toekomst buurt
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Buurtrapport Juli 202 Hoe leefbaar en veilig is de buurt? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede keer deelgenomen aan de Integrale Veiligheidsmonitor.
Samenvatting onderzoeksresultaten
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 9 2 Samenvatting onderzoeksresultaten 2.1 Inleiding In 2007 hebben de gemeente Tilburg en de woningcorporaties Tiwos Tilburgse Woonstichting, WonenBreburg, t Heem (voorheen
Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015
Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015 In de periode half mei/ half juli 2015 heeft USP Marketing Consultancy in opdracht van Volkshuisvesting opnieuw een bewonersonderzoek gedaan naar de tevredenheid
Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2008-2011
Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 28-211 Deze notitie brengt op basis van de Amsterdamse Veiligheidsmonitor de leefbaarheid en veiligheid in de regio Amsterdam-Amstelland tussen 28 en 211
Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013
Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013 In de periode half mei/ begin juli 2013 heeft USP Marketing Consultancy in opdracht van Volkshuisvesting opnieuw een bewonersonderzoek gedaan naar de tevredenheid
Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt?
VEILIGHEIDSMONITOR-WIJKPEILING ALMERE 2017 Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt? 23 mei 2018 Meer weten over uw eigen wijk? Ga naar www.wijkmonitoralmere.nl 1. INTRODUCTIE
Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013
Politie Eenheid Fact sheet nummer 4 februari 213 Veiligheidsmonitor -Amstelland 28-212 Deze fact sheet brengt de veiligheid in de regio -Amstelland tussen 28 en 212 in kaart. blijkt op verschillende indicatoren
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Hoe leefbaar en veilig is? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft de gemeente voor de tweede keer deelgenomen
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Hoe leefbaar en veilig is de Es? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede
Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten
Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten Gemeente s-hertogenbosch, afdeling Onderzoek & Statistiek, februari 2019 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Vrijwilligerswerk... 4 3. Mantelzorg... 8
Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte
Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte Gemeente Hollands Kroon Mei 2014 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl
Openbare ruimte en groen
Ruimtegebruik 245 Openbare ruimte en groen..2 Ruimtegebruik Woonomgeving Amsterdam in cijfers 203 246 Openbare ruimte en groen Stad wordt steeds drukker Amsterdam heeft een oppervlakte van 2.933 hectare.
WijkWijzer De tien Utrechtse wijken in cijfers.
WijkWijzer 2011 De tien Utrechtse wijken in cijfers www.onderzoek.utrecht.nl Inleiding Voor u ligt de WijkWijzer 2011; een bron aan informatie over de tien Utrechtse wijken. Aan de hand van vijf belangrijke
- Buitengebied-Noord bestaat uit vier buurten met elk een laag inwonersaantal; Langenholte, Haerst, Bedrijventerrein Hessenpoort en Tolhuislanden.
Stedelijke rapportage Algemeen stad De stedelijke rapportage begint met een vijftal vragen uit het buurt voor buurt onderzoek, die betrekking hebben op het oordeel over de stad Zwolle als geheel. De stad
Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011
Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Juli 202 Hoe leefbaar en veilig is de? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede keer deelgenomen aan de Integrale Veiligheidsmonitor.
Wijktoets Aandachtswijk Gesworen Hoek 2016 Analyse
Wijktoets Aandachtswijk Gesworen Hoek 21 Analyse Figuur 1: subwijken Gesworen Hoek Inleiding Met ingang van 214 voeren we 1 keer per 2 jaar de wijktoets uit in de gemeente Tilburg. De wijktoets is een
Wonen in Amsterdam 2013 Stadsdeelprofielen
Stadsdeelprofielen Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Amsterdam Datum Juni 2014 Auteurs Kees Dignum en Hester Booi Grafische
Buurtprofiel: Heugemerveld hoofdstuk 11
Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in
Straatintimidatie Amsterdam. Factsheet Onderzoek, Informatie en Statistiek
Straatintimidatie Amsterdam Factsheet 201 Onderzoek, Informatie en Statistiek In opdracht van: Directie Openbare Orde en Veiligheid Projectnummer: 11 Beek, Eliza van der Smeets, Harry Bezoekadres: Oudezijds
Buurtprofiel: Wyckerpoort hoofdstuk 10
Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in
Leefbaarheid in Hoorn
Leefbaarheid in Hoorn Lemon meting 2008 5e meting In opdracht van Gemeente Hoorn en Intermaris Hoeksteen Nynke den Herder Annika Janse Januari 2009 Rapportnummer: 99850 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade
De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.
Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.
Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017
Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda [email protected] www.dimensus.nl (076) 515
Samenvatting WijkWijzer 2017
Samenvatting WijkWijzer 2017 Bevolking & wonen Inwoners Op 1 januari 2017 telt Utrecht 343.134 inwoners. Met 47.801 inwoners is Vleuten-De Meern de grootste wijk van Utrecht, gevolgd door de wijk Noordwest.
Buurtprofiel: Limmel hoofdstuk 7
Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in
Buurtprofiel: Wittevrouwenveld hoofdstuk 3
Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in
Empel. Wijk- en buurtmonitor 2016
Wijk- en buurtmonitor 2016 Empel Empel ligt ten noordoosten van s-hertogenbosch. De wijk bestaat uit een ouder en een nieuwer gedeelte. De eerste woningen zijn in 1946 gebouwd. Deze oorspronkelijke kern
Waardering van leefbaarheid en woonomgeving
Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.
Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Woolde Augustus 2010
Veiligheidsmonitor Wijkrapport Augustus 2010 Wijkrapport Augustus 2010 Hoe leefbaar en veilig is Integrale Veiligheidsmonitor Inleiding Eind heeft de gemeente voor het eerst deelgenomen aan de Integrale
Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011
Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een
Drie jaar Taskforce Overlast
Drie jaar Taskforce Overlast Duidelijke afname van ervaren overlast Centrum en Sinds 2010 werkt de gemeente Dordrecht met de Taskforce Overlast in de openbare ruimte aan het terugdringen van de overlast
Bewonersonderzoek Dienstverlening weer verbeterd
Bewonersonderzoek 2018 Dienstverlening weer verbeterd Onderwerpen Methode en respons Resultaten: Woning, buurt en overlast Bewonersonderzoek 2018 Sociale contacten en betrokkenheid Verhuizen Dienstverlening
4.3 Veiligheidsbeleving
4.3 Veiligheidsbeleving Samenvatting: Het gevoel van veiligheid in het algemeen is sinds 2002 vrij constant. Iets meer dan één op de drie bewoners voelt zich vaak of soms onveilig. Het gevoel van onveiligheid
Thema s Omdat de resultaten en cijfers op wijkniveau erg uiteenlopen in onderwerp, is ervoor gekozen om deze onder te verdelen in 9 thema s:
Hoe is de wijkanalyse tot stand gekomen? Monitor Hilversum Begin december 2017 is de vragenlijst Monitor Hilversum naar 10.400 Hilversummers verstuurd. In totaal werden er 109 vragen voorgelegd over uiteenlopende
Wonen in Amsterdam. Stadsdeelprofielen. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Stadsdelen Amsterdamse Woningcorporaties
2011 Wonen in Amsterdam Stadsdeelprofielen Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Stadsdelen Amsterdamse Woningcorporaties Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Datum Augustus 2012 Auteurs Kees Dignum
Thema s Omdat de resultaten en cijfers op wijkniveau erg uiteenlopen in onderwerp, is ervoor gekozen om deze onder te verdelen in 9 thema s:
Hoe is de wijkanalyse tot stand gekomen? Monitor Hilversum Begin december 2017 is de vragenlijst Monitor Hilversum naar 10.400 Hilversummers verstuurd. In totaal werden er 109 vragen voorgelegd over uiteenlopende
Duurzaam in de buurt. Over groene stroom en investeren. Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008. Bureau Onderzoek Gemeente Groningen
Duurzaam in de buurt Over groene stroom en investeren Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008 Bureau Onderzoek Gemeente Groningen Bureau Onderzoek is ondergebracht bij de dienst Sozawe van de Gemeente
Zijn autochtonen en allochtonen tevreden met hun buurtbewoners?
Zijn autochtonen en allochtonen tevreden met hun? Martijn Souren en Harry Bierings Autochtonen voelen zich veel meer thuis bij de mensen in een autochtone buurt dan in een buurt met 5 procent of meer niet-westerse
Buurtprofiel: Nazareth hoofdstuk 5
Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in
Fact sheet Leefbaarheidsindex Periode
Fact sheet Leefbaarheidsindex Periode 2010-2013-1 nummer 4 juni 2013 Deze fact sheet gaat in op de leefbaarheid van buurten in Amsterdam. Ontwikkelingen vanaf 2010 komen aan de orde, met specifieke aandacht
Politieke participatie
12 Politieke participatie In dit hoofdstuk komen de interesse en participatie van Amsterdammers in de politiek aan bod. 2014 was in dat opzicht een boeiend jaar, met drie verkiezingen en belangrijke verschuivingen
TOENAME SPANNINGEN TUSSEN BEVOLKINGSGROEPEN IN AMSTERDAMSE BUURTEN
TOENAME SPANNINGEN TUSSEN BEVOLKINGSGROEPEN IN AMSTERDAMSE BUURTEN 22 oktober Sinds 2011 meet Bureau O+S met een signaleringsinstrument de spanningen tussen bevolkingsgroepen in Amsterdamse buurten. De
Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018
Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 18 OKTOBER 18 Elke vier maanden verzamelt de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek informatie over de stand van zaken op het gebied van
Wonen in Amsterdam 2011 Eerste resultaten
Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2011 Eerste resultaten November 2012 Continuïteit in ontwikkeling woningmarkt, stabilisatie inkomens Centraal in het onderzoek
WOZ WAARDE WONINGEN IN AMSTERDAM GESTEGEN
WOZ WAARDE WONINGEN IN AMSTERDAM GESTEGEN Nieuwsbericht Onderzoek, Informatie en Statistiek, 24 maart 2015 Na september zijn onder invloed van de kredietcrisis de koopprijzen van woningen gedaald en daarmee
Openbare ruimte en groen
Ruimtegebruik 259 Openbare ruimte en groen. Ruimtegebruik.2 Woonomgeving Amsterdam in cijfers 200 260 Openbare ruimte en groen Woningdichtheid per hectare bebouwd terrein, 200 veel meer dan gemiddeld (>
Veiligheid in het Openbaar Vervoer
Veiligheid in het Openbaar Vervoer Een overzicht van de stand van zaken in 2005 Project: 5197 In opdracht van dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer en de Bestuursdienst directie Openbare Orde en Veiligheid
Resultaten gemeentebeleidsmonitor Veiligheid en leefbaarheid
Resultaten gemeentebeleidsmonitor 217 Veiligheid en leefbaarheid 1. Inleiding Om de twee jaar wordt er een onderzoek, de zogeheten gemeentebeleidsmonitor, uitgevoerd onder de inwoners naar verschillende
Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden
Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden De gemeente Dordrecht zet zich in om overlast in het algemeen, en van coffeeshops in het bijzonder, te verminderen. Dordrecht telt in totaal acht
Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft
Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De
Buurt-voor-Buurt Onderzoek Wipstrik
Buurt-voor-Buurt Onderzoek In januari/februari 2018 is het Buurt-voor-Buurt Onderzoek van 2018 uitgevoerd. Ruim 10.500 Zwolse inwoners van 18 jaar en ouder hebben aan het onderzoek meegewerkt. Door deze
SOCIALE KRACHT BUNNIK 2017
SOCIALE KRACHT BUNNIK 2017 Wat is de Monitor Sociale Kracht? Brede burgerpeiling over o.a. sociaal domein, leefbaarheid, veiligheid Belevingsonderzoek, naast cijferbronnen Gericht op: benutten wat er al
Enquête leefbaarheid in uw buurt
Enquête leefbaarheid in uw buurt Met deze vragenlijst stellen wij u een aantal vragen over de leefbaarheid in uw buurt. U kunt steeds een rapportcijfer geven tussen de 1 (zeer negatief) en de 10 (zeer
Werkbelevingsonderzoek 2013
Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:
Klanttevredenheidsonderzoek Bureau Wbtv 2015
Klanttevredenheidsonderzoek Bureau Wbtv 1 Juni 1 Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de huidige mate van tevredenheid van tolken en vertalers, afnemers van tolk- en vertaaldiensten
WOZ-waarde woningen weer verder gedaald
WOZ-waarde woningen weer verder gedaald Na september 2008 zijn onder invloed van de kredietcrisis de koopprijzen van woningen gedaald en daarmee ook de WOZ-waarde, want die is gebaseerd op marktontwikkelingen.
1 Handhaving in Westerpark
1 Handhaving in Westerpark Het vierde onderzoek onder het panel van stadsdeel Westerpark gaat over handhaving. Het stadsdeel wil weten of de bewoners van Westerpark tevreden zijn over bepaalde vormen van
trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING
trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail [email protected] Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat
Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting
Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting Gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal, Dorien de Bruijn 23 mei 2014 Vanaf 1997 is de Amersfoortse Stadspeiling elke twee jaar voor een belangrijk deel
Wijkanalyses Assen. Inleiding wijkanalyse. Inleiding wijkanalyse
Wijkanalyses Assen Inleiding wijkanalyse, leefomgeving, meedoen en binding. De wijkanalyse is ontstaan er problemen. Met de wijkanalyses wordt dit in beeld gebracht. Inhoudsopgave Centrum Hoofdlijnen uitkomst
Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren
Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren nummer 3 november 2011 Jeugdcriminaliteit en risicofactoren Deze fact sheet bespreekt de actuele stand van zaken van de jeugdcriminaliteit en risicofactoren
7,5 50,4 7,2. Gemeente Enkhuizen, Leefbaarheid. Overlast in de buurt Enkhuizen. Veiligheidsbeleving Enkhuizen
Leefbaarheid 7,5 Leefbaarheid (rapportcijfer) : 7,5 Fysieke voorzieningen (score) Sociale cohesie in de buurt (score) Aanpak gemeente L&V (% (zeer) ) Gemeente, 2015 6,3 29,0 38,2 Overlast in de buurt %
5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast
5. CONCLUSIES In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken. Achtereenvolgens komen de overlast, de criminaliteit en de veiligheidsbeleving aan bod. Aan de 56 buurtbewoners
WijkWijzer 2016 De 10 Utrechtse wijken en 5 krachtwijken in cijfers. Utrecht.nl/onderzoek
WijkWijzer 2016 De 10 Utrechtse wijken en 5 krachtwijken in cijfers Utrecht.nl/onderzoek Inhoud Inleiding 3 Utrechtse wijken vergeleken 4 Bevolking & wonen 4 Sociaal-economisch 4 5 Sociale infrastructuur
Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010
Veiligheidsmonitor Wijkrapport Augustus 2010 Wijkrapport Augustus 2010 Hoe leefbaar en veilig is het Integrale Veiligheidsmonitor Inleiding Eind heeft de gemeente voor het eerst deelgenomen aan de Integrale
Rosmalen noord. Wijk- en buurtmonitor 2016
Wijk- en buurtmonitor 2016 Rosmalen noord Het stadsdeel Rosmalen ligt ten oosten van de rijksweg A2 en bestaat uit Rosmalen zuid en Rosmalen noord. Het oorspronkelijke zanddorp Rosmalen is vanaf eind jaren
Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages
Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de
Gemeente Houten Onderzoek plastic afvalinzameling, straatmuzikanten. Den Dolder, 20 oktober2008 Ir. Martine van Doornmalen Drs.
Gemeente Houten Onderzoek plastic afvalinzameling, straatmuzikanten ADV Market Research B.V. Den Dolder, 20 oktober2008 Ir. Martine van Doornmalen Drs.Thomas Beffers MSc Het auteursrecht op dit rapport
Toezichthouders in de wijk
Toezichthouders in de wijk Hoe ervaren inwoners uit Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht de aanwezigheid van Toezichthouders? Inhoud: 1 Conclusies 2 Bekendheid 3 Effect 4 Waardering taken Hondengerelateerde
Slachtoffers van woninginbraak
1 Slachtoffers van woninginbraak Fact sheet juli 2015 Woninginbraak behoort tot High Impact Crime, wat wil zeggen dat het een grote impact heeft en slachtoffers persoonlijk raakt. In de regio Amsterdam-Amstelland
Leefbaarheid en Veiligheid Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007
Leefbaarheid en Veiligheid Hengelo 2007 Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007 COLOFON Uitgave Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie Gemeente Hengelo Hazenweg 121 Postbus 18,
