De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie"

Transcriptie

1 ARTIKEL De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie In deze bijdrage doen we verslag van een onderzoek naar het gebruik van het portfolio in de universitaire lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht. Het portfolio wordt zowel bij de begeleiding als de beoordeling van de student gebruikt. Om doelen en functie van het portfolio en de manier van werken ermee voor studenten te verhelderen, is bij de introductie ervan gebruik gemaakt van een analogie met de brief, het CV en de referenties uit een sollicitatieprocedure. In dit artikel doen we verslag van onze ervaringen met dit portfolio. We besteden daarbij ook aandacht aan de relatie met het ui-model voor niveaus van verandering (Korthagen, 2001; Korthagen en Vasalos, 2005). 1 AUTEUR(S) Jan van Tartwijk Universiteit Leiden, ICLON Martine van Rijswijk & Hanneke Tuithof Universiteit Utrecht, IVLOS Inleiding In de afgelopen vijftien jaar heeft het gebruik van portfolio s in lerarenopleidingen een stormachtige groei gekend. De populariteit van dit instrument valt samen met veranderingen die veel lerarenopleidingen hebben doorgemaakt. Kenmerkend voor die verandering is een verschuiving van het zwaartepunt van de opleidingen van leren binnen de muren van het opleidingsinstituut naar leren in de schoolpraktijk (Stokking, Leenders, De Jong & Van Tartwijk, 2003). In de vernieuwde curricula krijgen langere leerlijnen meer nadruk, speelt reflectie op de eigen ontwikkeling een belangrijke rol en liggen begeleiding en beoordeling vaak in elkaars verlengde. Meestal zijn de studenten die aan dergelijke opleidingen beginnen onderwijs gewend, dat bestaat uit een reeks afzonderlijke studieonderdelen die per onderdeel met een toets worden afgesloten. Van studenten vraagt deze overgang dus een omslag in hun beeld van leren. In de nieuwe curricula hebben portfolio s de functie van informatiebron bij het begeleiden, plannen en uiteindelijk beoordelen van de ontwikkeling van de student. Bovendien worden studenten in het portfolio gestimuleerd te reflecteren op hun ontwikkeling. Hoewel portfolio s vanuit het perspectief van het ontwerpen van de opleiding dus een duidelijke functie vervullen, gaat de introductie ervan vaak met verwarring gepaard. Het blijkt lastig om studenten duidelijk te maken wat een portfolio is, welk doel het werken met een portfolio heeft, wat de meerwaarde ervan is en hoe het samenstellen, bespreken en beoordelen ervan in zijn werk gaat. Die onduidelijkheid leidt vaak tot frustraties bij studenten en hun opleiders (vergelijk bijvoorbeeld Wade & Yarbrough, 1996). In de postdoctorale universitaire lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht wordt sinds een aantal jaren gewerkt met een elektronisch portfolio waarin studenten niet alleen een indruk geven van hun functioneren in de schoolpraktijk, maar waarin zij ook reflecteren op de ontwikkeling van hun bekwaamheden, hun motivatie voor het beroep en op hun profiel als leraar. Bij de introductie van dit portfolio is gebruik gemaakt van de analogie van het portfolio met de brief, het CV en de referenties uit sollicitatieprocedures. De hoop en verwachting was dat door het gebruik van deze analogie onduidelijkheden zouden worden voorkomen. In deze bijdrage beschrijven we een onderzoek waarmee is nagegaan of we daarin geslaagd zijn en of de ervaren duidelijkheid over het portfolio samenhangt met de waardering van het werken ermee. We beginnen deze bijdrage met een beschrijving van de opleiding waarin het onderzoek is uitgevoerd en van het gebruikte portfolio. Vervolgens beschrijven we de methoden van gegevensverzameling bij studenten en opleiders en de resultaten van het onderzoek. We besluiten met een conclusie en een discussie over de implicaties van ons onderzoek. Context 24 De opleiding De postdoctorale lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht is bedoeld voor studenten met een academische vooropleiding. De opleiding bereidt studenten in één jaar voor op het beroep van leraar. De opleidingsdoelen

2 zijn samengevat in zes docentrollen die een leraar moet kunnen vervullen om adequaat te functioneren: vakdidacticus, organisator van het leerproces, pedagoog, manager van de werksfeer, docent buiten de klas en eindverantwoordelijke voor de eigen groei. In de opleiding wordt werken als docent in praktijksituaties gecombineerd met bijeenkomsten op het instituut met een vaste groep medestudenten onder leiding van vaste opleiders. In die bijeenkomsten worden de praktijkervaringen van de studenten en hun perceptie daarvan in een breder (theoretisch) perspectief geplaatst. Studenten wordt geleerd te reflecteren op eigen ervaringen en overtuigingen. Daarnaast worden verdiepende bijeenkomsten aangeboden ter ondersteuning van het leren uitvoeren van de vakdidactische, pedagogische en organisatorische taken van de leraar. Het portfolio Het hier beschreven portfolio is ontwikkeld in een langlopend ontwikkelproject dat is gestart in 1994 (Van Tartwijk, Lockhorst & Tuithof, 2002). Sinds 2001 wordt bij de introductie van dit portfolio gebruik gemaakt van de analogie met de brief, CV en de referenties uit de sollicitatieprocedure. Vanaf 2001 is tevens gebruik gemaakt van een elektronisch portfolio in plaats van een portfolio op papier. Het elektronische portfolio heeft de vorm van een door de student te bouwen en onderhouden website. Aan het begin van de opleiding krijgen studenten het sjabloon van deze website: een inhoudelijk leeg, maar wat betreft pagina-indeling en lay-out voorgestructureerde website. Per pagina van die website moeten studenten specifieke onderdelen van het portfolio verder uitwerken. Die onderdelen zijn: materialen, een overzicht van ervaring voor en tijdens de opleiding en reflecties. Wat betreft de reflecties wordt in het portfolio in navolging van Korthagen (Korthagen, 2001, 2004; Korthagen & Vasalos, 2005) onderscheid gemaakt tussen enerzijds reflectie op het eigen profiel als docent (inclusief motivatie voor het beroep en opvattingen over het onderwijs en het leraarschap) en anderzijds reflectie op de ontwikkeling van het functioneren binnen de beroepsrollen die iedere student aan het eind van de opleiding zou moeten kunnen vervullen. Per rol is een aparte pagina beschikbaar. Studenten wordt gevraagd om de reflecties en de overzichten van ervaring systematisch te onderbouwen door te verwijzen naar de uiteenlopende materialen in het portfolio. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van hyperlinks. De instructie en de analogie Vanaf 1994 is stapsgewijs een instructiewijze ontwikkeld die recht doet aan duidelijkheid over doel en functie van het portfolio en wat er van de studenten wordt verwacht en die ruimte geeft om de individuele ontwikkeling te laten zien. De analogie van het portfolio met de brief, het CV en de referenties speelt daarbij een belangrijke rol, zoals duidelijk wordt uit de eerste zinnen van de schriftelijk instructie. In de schriftelijke instructie voor het portfolio wordt nadrukkelijk verwezen naar de hierboven beschreven analogie tussen het portfolio en de sollicitatieprocedure: Wanneer je solliciteert naar een nieuwe functie die bijvoorbeeld in de krant staat, zul je in de meeste gevallen een sollicitatiebrief en een CV opsturen. In je CV laat je zien wat je ervaring is: wat je al in huis hebt. In je brief geef je aan waarom je de functie ambieert en hoe wat jij in huis hebt zich verhoudt tot de functie-eisen uit de advertentietekst. Vaak geef je in het sollicitatiegesprek een aantal referenties: personen met wie je hebt gewerkt en die kunnen bevestigen wat jij in je brief en CV hebt opgeschreven. In essentie lijkt een portfolio wel op een combinatie van het CV, de brief en de referenties uit een sollicitatieprocedure. In een portfolio beschrijf je net als in een CV wat je allemaal gedaan hebt. Bovendien beschrijf je in een portfolio net als in een sollicitatiebrief in hoeverre je al beschikt over de gevraagde bekwaamheden, wat voor iemand jij bent en waarom je gemotiveerd bent voor de functie waar je op solliciteert. In een portfolio onderbouw je je beschrijvingen en analyses bovendien met wat anderen van je functioneren vinden. Dat kun je vergelijken met de referenties uit de sollicitatieprocedure. De reflectie op het eigen professioneel profiel, motivatie en opvattingen wordt vergeleken met de algemene inleiding waarmee een sollicitatiebrief meestal begint. De profielpagina zou je kunnen vergelijken met het eerste deel van sollicitatiebrief waarin je ( ) uitlegt waarom een baan je aanspreekt. ( ). Je kunt hier meer van jezelf laten zien. Bijvoorbeeld door kwaliteiten te beschrijven die een goed beeld geven van jou als persoon en van je leraarschap ( ). Beschrijf wat je kan als docent, wat je wil bereiken, welke ideeën je over het onderwijs hebt en hoe het beroep past bij jou als persoon. De reflecties over de ontwikkeling per beroepsrol worden vergeleken met het deel van de sollicitatiebrief waarin wordt ingegaan op de functie-eisen. Die beroepsrollen worden in de instructie gepresenteerd in de vorm van een advertentietekst (zie figuur 1). Het overzicht van ervaring krijgt een plaats in het portfolio CV. In de instructie wordt de studenten gevraagd in dit CV ook een overzicht te geven van het materiaal dat in het portfolio te vinden is. Op de CV pagina vind je net als in een traditioneel CV een chronologisch overzicht van door jou gevolgd onderwijs, door jou verzorgd onderwijs en andere relevante ervaring ( ). Materiaal dat je naar aanleiding van je ervaringen in de komende periode in de opleiding en op school verzamelt geef je een plek in je CV. Het CV biedt daarmee een kader om je illustratiemateriaal te ordenen. Het materiaal dat in het portfolio moet worden opgenomen, wordt in de instructie vergeleken met de referenties, zoals die vaak in het kader van een sollicitatieprocedure worden geraadpleegd. De studenten worden er expliciet op gewezen dat de analogie hier beperkingen heeft: Maar wat betreft het onderbouwen van je beschrijvingen en analyses ga je in een portfolio veel verder [dan in een sollicitatieprocedure]. Je verwijst niet alléén naar wat anderen van je functioneren zeggen, maar gebruikt ook allerlei ander illustratief materiaal. VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders jrg 26(3)

3 Je kunt denken aan materiaal dat je zelf hebt geschreven of gemaakt, zoals (les)planningen, onderwijsmateriaal, aantekeningen, logboekfragmenten, verslagen, etc.( ). Door het gebruik van illustratief materiaal is het beeld dat je van jezelf in een portfolio geeft veel completer en rijker dan wanneer je daar bijvoorbeeld alleen een brief, CV en referenties voor zou gebruiken. Het werken aan het portfolio wordt in de diverse opleidingsgroepen besproken. Hierbij komt de manier van werken aan de orde, maar ook de inhoud van het portfolio. Inhoudelijk wordt het portfolio besproken in ten minste drie individuele gesprekken met de opleider op het instituut. In deze gesprekken komen ook de door de studenten geformuleerde leervragen en voornemens, in de vorm van een Persoonlijk Opleidingsplan (POP), aan de orde. De structuur van het portfolio is toegesneden op deze gesprekken (zie figuur 2). De student geeft zijn of haar begeleider voorafgaand aan deze gesprekken toegang tot het elektronische portfolio, zodat hij of zij zich een beeld We zoeken: Een vakdidactisch deskundige die in staat is om een expliciete visie te formuleren op het vak en de plaats ervan in de maatschappij. Die bovendien inzicht heeft in de opbouw van het curriculum van het vak inclusief kerndoelen en eindtermen, die weet hoe leerlingen kennis en begrip binnen zijn of haar vakgebied verwerven, en die deze visie en deze inzichten weet te vertalen naar effectieve en leuke lessen en durft te experimenteren. Een vormgever en begeleider van leerprocessen die op grond van zelf vastgestelde doelen en de beginsituatie van de leerlingen een systematische planning van leeractiviteiten van leerlingen kan maken. Die deze plannen ook goed kan uitvoeren, wat betekent dat hij/zij verschillende werkvormen adequaat kan hanteren, indien daartoe aanleiding is plannen kan bijstellen, en die bovendien leerlingen het hoe en waarom van de les weet duidelijk te maken. Die kan omgaan met verschillen tussen leerlingen. Daarnaast verwachten we dat de docent op een adequate manier de vorderingen van de leerlingen evalueert en toetst. Een opvoeder die over voldoende zelfkennis, zelfwaardering en verantwoordelijkheidsgevoel beschikt om jongeren pedagogisch te kunnen begeleiden. Die een gezonde pedagogische relatie met jongeren aan kan gaan in een sfeer van veiligheid en respect en die je als jongere het gevoel geeft dat je er toe doet. Die vanuit pedagogisch perspectief kan reflecteren en in staat is stap voor stap een pedagogische visie te ontwikkelen om het pedagogisch-didactisch handelen richting te geven. Een manager van de werksfeer. Een docent die inzicht heeft in communicatieprocessen in de klas en over het gedragsrepertoire beschikt om die processen op verschillende manieren te beïnvloeden en in een wenselijke richting te sturen. Die in staat is om in uiteenlopende omstandigheden een relatie met een groep leerlingen en met individuele leerlingen te onderhouden. Die in staat is om een ordelijke en plezierige werksfeer te realiseren. Een docent die zich ook buiten de eigen klas betrokken toont bij de school als gemeenschap en die in de schoolorganisatie les-, klas- en vakoverstijgende taken kan en wil uitvoeren. Een docent die zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn/haar eigen groei. Dat betekent dat hij/zij initiatieven neemt om het eigen handelen adequaat te analyseren: in verschillende schoolsituaties en vanuit verschillende (theoretische) invalshoeken daarbij rekening houdend met de eigen persoonlijke ontwikkeling. En op basis van die analyse moet de docent in staat zijn zichzelf te verbeteren in een continu ontwikkelingsproces. De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie Figuur 1: Advertentietekst 26 Figuur 2: Pop-portfolio sjabloon 2004

4 kan vormen van de ontwikkeling van de student in de voorafgaande periode. De afspraken die in de eerste twee gesprekken worden gemaakt worden ook vastgelegd in het POP-gedeelte van dit portfolio. De studenten bereiden deze gesprekken voor, onder andere door met andere studenten portfolio s te vergelijken en elkaar feedback te geven op de vorm en inhoud van het portfolio. Het tussengesprek en de laatste bespreking van het portfolio met de opleider hebben steeds nadrukkelijker het karakter van een beoordeling. Doel van de beoordeling is vast te stellen of de student zich zodanig heeft ontwikkeld dat het verantwoord is hem of haar te certificeren als eerstegraads leraar. Gegevensverzameling Om te onderzoeken of de sollicitatieanalogie de verwarring over doel, functie en aanpak bij het werken met een portfolio heeft weggenomen en of de eventueel ervaren duidelijkheid samenhangt met de waardering van het werken met het portfolio, zijn gegevens verzameld onder studenten en hun opleiders. Studenten (vragenlijsten) (vijf groepen) 38 (drie groepen) 37 (drie groepen) gaven ze als antwoord heel onduidelijk, met een score 5 heel duidelijk. Standaardafwijkingen varieerden van 0,73 tot 1,04. Hieronder illustreren we die resultaten met antwoorden van studenten op de open vragen en met de gegevens uit de interviews met de opleiders. 1. Is het doel van het maken van een portfolio je duidelijk? 2. Vind je de aangeleverde structuur (het sjabloon) duidelijk? 3. Is voor jou duidelijk wat voor informatie je in het profieldeel je portfolio moet geven 4. Is voor jou duidelijk wat voor informatie je bij de verschillende rollen moet geven? 5. Is voor jou duidelijk wat voor informatie je bij het cv moet geven? 6. Is voor jou duidelijk wat je op kan nemen als illustratie/documentatie materiaal? ,20 4,05 3,89 4, ,57 3,67 3,61 3,24 3,75 3,24 3,43 4,07 3,89 3,84 3,84 3,50 3,81 Opleiders (interviews) Tabel 1: Respons Voor het verzamelen van gegevens onder studenten is gebruik gemaakt van een schriftelijke vragenlijst. De vragen hebben betrekking op de duidelijkheid over de doelen en de structuur van het portfolio en de duidelijkheid over wat bij de diverse onderdelen van het portfolio wordt verwacht. Tevens zijn gegevens verzameld over de waardering van het portfolio en het werken ermee. Behalve door de vragenlijsten onder studenten zijn ook gegevens verzameld door middel van semi-gestructureerde interviews met elf opleiders van de verschillende groepen die de studenten hadden begeleid bij het werken met de portfolio s (zie tabel 1). De vragen uit de vragenlijst die onder de studenten is afgenomen zijn daarbij gebruikt als interview-leidraad. Van de gesprekken zijn verslagen gemaakt die de opleiders zijn voorgelegd. Resultaten Duidelijkheid 4* 8* * Een van de opleiders is zowel in 2002 als in 2004 geïnterviewd. In tabel 2 zijn de gemiddelden per jaar weergegeven van de antwoorden van de studenten op de schriftelijke vragen naar de duidelijkheid van de doelen en de onderdelen van het portfolio. Met een score 1 Tabel 2: Gemiddelde oordeel van de studenten over duidelijkheid De meeste studenten vinden het doel van het werken met het portfolio duidelijk (vraag 1). De geïnterviewde opleiders zijn het hiermee eens. Sommige opleiders merken op dat het werken met een portfolio een nieuwe kijk op onderwijs vraagt die voor studenten niet vanzelfsprekend is. Rationeel snappen studenten al snel wat er van ze verwacht wordt, maar het duurt een tijdje voor het ook echt tot ze is doorgedrongen. Voor veel studenten is het toch allemaal een nieuwe manier van opleiden waar ze nog niet aan gewend zijn. Ze hebben dat nog niet eerder in hun schoolloopbaan meegemaakt. De begrippen die daarbij horen, zoals portfolio, zijn ook nieuw. Het duurt een tijd voor ze daar vertrouwd mee zijn (Opleider Bèta-groep, 2004). Verschillende opleiders merkten wel op dat veel studenten de instructie vaak hap-snap lezen. Het bespreken van de instructie in de groep en het eerste individuele gesprek over het portfolio zijn daarom belangrijk om studenten op het goede spoor te zetten. Zowel de studenten als de opleiders vonden het gebruikte sjabloon van het portfolio duidelijk (vraag 2). De helft van de in 2004 geënquêteerde studenten en een kwart van de studenten die in 2003 de vragenlijst invulde noemt bij de open vraag naar een aspect van het portfolio dat zeker niet moet veranderen: het sjabloon. Een aantal studenten noemt daarbij expliciet de ruimte die deze aanpak biedt. De vrijheid om eigen accenten aan te brengen moet zeker zo blijven. (student bèta-groep, 2004). VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders jrg 26(3)

5 De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie 28 De ruimte voor persoonlijke invulling moet zeker zo blijven (student gamma-groep 2004). Opleiders vinden het belangrijk dat de studenten de structuur van het portfolio in tact laten zoals die in het sjabloon is vastgelegd. Wanneer studenten dat niet doen gaat dat volgens de opleiders ten koste van de herkenbaarheid en toegankelijkheid van de portfolio s. Ze vinden het prima dat studenten de vormgeving naar eigen smaak aanpassen. Dat bevordert volgens de opleiders het gevoel van eigenaarschap van het portfolio. De reflecties over de ontwikkeling per beroepsrol worden vergeleken met het deel van de sollicitatiebrief waarin wordt ingegaan op de functieeisen. Die beroepsrollen worden in de instructie gepresenteerd in de vorm van een advertentietekst. De studenten weten wat voor informatie bij het CV van hen wordt verwacht (vraag 5) en vinden het redelijk duidelijk welke materialen ze in het portfolio kunnen opnemen (vraag 6). De ervaren duidelijkheid over de informatie die moet worden gegeven bij 'rollen' en 'profiel' is relatief lager (vraag 4 en 3). Sommige opleiders merken op dat wel duidelijk is wat verwacht wordt bij de rollen, maar dat er overlap bestaat tussen een aantal rollen wat op zich weer tot onduidelijkheden leidt. Het probleem bij de rollen is dat een aantal van die rollen overlappen. Voorbeelden zijn de rol als pedagoog en de rol als manager van de werksfeer. Bij beide rollen komen bijvoorbeeld normen en waarden terug als onderwerp. Soms wringt dat. Ook de rol eindverantwoordelijke voor eigen groei vraagt soms toelichting (Opleider gamma groep 2002). De onderwerpen die bij het profieldeel aan de orde komen, zoals eigen kenmerken als professional en opvattingen over het leraarschap en het onderwijs, zijn abstracter dan analyses van het functioneren van de student in de schoolklas. Dat verklaart waarom de informatie die in dit deel van het portfolio wordt gevraagd relatief onduidelijk is in vergelijking met de informatie die bij de rollen en het CV wordt gevraagd. Zeker aan het begin van de opleiding is het voor veel studenten nog wel vaag. Het gaat om moeilijk grijpbare zaken (Opleider gamma groep 2004). Juist omdat het hier gaat om abstractere onderwerpen maken opleiders hier vaak gebruik van gerichte oefeningen om studenten te stimuleren na te denken over zaken als motivatie, visie en opvattingen. Discussies in de opleiding over het concept kernreflectie (Korthagen, 2004) zijn volgens een geïnterviewde ook verhelderend geweest voor opleiders. Waardering In tabel 3 zijn de gemiddelden weergegeven van de antwoorden op vragen die betrekking hebben op de waardering van het werken met het portfolio. Ook hier de antwoorden in de vorm van een score op een vijfpuntsschaal met als uitersten heel slecht (1) en heel goed (5), helemaal niet zinvol (1) en erg zinvol (5), helemaal geen beter zicht (1) en veel beter zicht (5) of helemaal niet de moeit waard (1) en erg de moeite waard (5). Standaardafwijkingen varieerden van 0,87 tot 1, Vind je dat het portfolio een goed beeld geeft van wat jij kan als docent? 8. Vond je het zinvol om je portfolio te bespreken met je begeleider? 9. Kreeg je door het werken aan het portfolio beter zicht op waar jij als leraar goed en minder goed in bent? 10. Vond je de in het portfolio geïnvesteerde tijd en energie de moeite waard? ,62 3,30 3,35 4,05 3,65 3,50 3,67 3,53 3,46 3,53 3,11 2,97 Tabel 3: Gemiddelde waardering (m) van studenten voor het portfolio en het werken daarmee De studenten vinden gemiddeld dat het portfolio een redelijk beeld geeft van hun kwaliteiten als docent (vraag 7). Uit de interviews komt naar voren dat opleiders hierover over het algemeen ook positief zijn. Het portfolio geeft een goed beeld van de studenten ( ) het is goed startpunt voor het beoordelingsgesprek. ( ) Studenten zouden ook niet willen dat we ze bijvoorbeeld via tentamens beoordelen (opleider alfagroep, 2004). Een aantal opleiders merkt wel op dat de diversiteit van het materiaal waarmee reflecties worden onderbouwd belangrijk is voor de kwaliteit van het beeld van de student. De opmerking, dat de indruk die wordt opgedaan tijdens een lesbezoek ook waarde heeft, komt vaker terug. Je ziet hoe ze met de leerlingen omgaan. Hoe ze het volhouden gedurende een les. Hoe ze met collega s omgaan. Of ze lid van het team zijn (Opleider bèta-groep 2004). Studenten vinden het zinvol om het portfolio met hun begeleider te bespreken (vraag 8). De besprekingen worden door de opleiders cruciaal gevonden voor het rendement van het werken met het portfolio. Juist in de bespreking wordt de student via zijn portfolio gehoord en gezien. Het is cruciaal voor het succes van het gebruik ervan. Inhoudelijk levert het ook winst. Studenten worden juist dan op het spoor gezet (Opleider bèta-groep, 2004).

6 Gemiddeld vinden studenten dat ze door het werken aan het portfolio beter zicht hebben gekregen op waar zij goed en minder goed in zijn (vraag 9). Bij de open vragen wordt door studenten opgemerkt dat het portfolio hen heeft gestimuleerd te reflecteren op hun functioneren en ontwikkeling. Reflectie op kunnen en ontwikkeling (in het portfolio) dwingt je een overzicht te krijgen over wat je in de opleiding doet en concretiseert theorie (student gamma-groep 2003). Niets veranderen! Bijhouden van eigen ontwikkeling is belangrijk. Het is goed om daar zelf over na te moeten denken (student bèta-groep, 2004). Uit de interviews komt naar voren dat opleiders het portfolio een geschikt instrument vinden om studenten te stimuleren op hun ontwikkeling te reflecteren en hen daarbij te begeleiden. Het reguleert het reflectieproces en is in die zin zeker functioneel (Opleider bèta-groep, 2004). Ze worden gedwongen om beter en genuanceerder naar zichzelf te kijken. Dat helpt ze om expliciet te krijgen waar ze goed en minder goed in zijn. (Opleider gamma-groep, 2004). De studenten is ten slotte gevraagd of ze de in het portfolio geïnvesteerde tijd en energie de moeite waard vonden. In de drie jaren dat op grote schaal met het portfolio en de instructie is gewerkt zijn studenten significant positiever geworden (2002: 2,97; 2003: 3,11; 2004: 3,53). Ook aan opleiders is deze vraag voorgelegd en ook de opleiders die in 2004 zijn geïnterviewd zijn beduidend positiever over het portfolio. Met deze analogie wordt aangesloten bij een al bestaand beeld van studenten over een beoordelingsprocedure, de selectie voor een baan, waarbij het er om gaat een beoordelaar te overtuigen van de eigen geschiktheid. Om na te gaan of de ervaren duidelijkheid samenhangt met de waardering van het portfolio zijn de items uit tabel 2 gecombineerd met de schaal Duidelijkheid en de items uit tabel 3 in de schaal Waardering. Beide schalen waren intern consistent. De antwoorden van de dio s op beide schalen bleken samen te hangen. We zijn ook nagegaan of de door de dio s ervaren duidelijkheid en hun waardering is toe- danwel afgenomen in de periode Zowel wat betreft ervaren duidelijkheid als wat betreft waardering is sprake van een significante toename in deze periode 2. Conclusies en verdere ontwikkelingen In het hier beschreven onderzoek is nagegaan of door een portfolio dat wordt geïntroduceerd aan de hand van analogie, onduidelijkheden rond het portfolio worden voorkomen. Tevens is nagegaan in hoeverre de ervaren duidelijkheid samenhangt met de waardering voor de inzet van een portfolio. Gekozen is voor Omgeving Gedrag Bekwaamheden Overtuigingen Identiteit Betrokkenheid Figuur 3: Ui-model (Korthagen, 2004) de analogie van het portfolio met de brief, het CV en de referenties, zoals die gebruikt worden in sollicitatieprocedures. Dit sluit goed aan het werken met het gebruikte portfolio, waarin studenten niet alleen een indruk geven van hun functioneren in de praktijk, maar ook reflecteren op de ontwikkeling van hun bekwaamheden, hun motivatie en hun profiel als leraar. Met deze analogie wordt aangesloten bij een al bestaand beeld van studenten over een beoordelingsprocedure, de selectie voor een baan, waarbij het er om gaat een beoordelaar te overtuigen van de eigen geschiktheid. Bovendien wordt zowel in sollicitatiebrieven als in portfolio s gereflecteerd op eigen competenties en ontwikkeling, visie op het vak, motivatie en professioneel profiel. Zowel in brief en CV als in een portfolio is het van belang dat de eigenaar ervan zich houdt aan bepaalde conventies wat betreft structuur en inhoud. De resultaten zijn positief wat betreft de ervaren duidelijkheid over doel en inhoud van het portfolio dat aan de hand van deze analogie is geïntroduceerd. Dat blijkt zowel uit de antwoorden van de studenten op door ons gestelde schriftelijke vragen als uit de interviews met de opleiders. Opleiders merken echter wel op, dat de instructie in veel gevallen hap-snap gelezen wordt en dat discussies over het portfolio tijdens groepsbijeenkomsten en individuele gesprekken met begeleiders van belang zijn voor een goed begrip van het werken met het portfolio. Dat impliceert dat de rol van de opleider bij de introductie niet moeten worden onderschat. Het is dan ook tekenend, dat de duidelijkheid die door studenten wordt ervaren toeneemt gedurende de drie jaren waarin gegevens zijn verzameld. Dit is mogelijk een gevolg van het betere begrip dat de opleiders in die periode zelf hebben ontwikkeld met betrekking tot het portfolio en de ervaring die ze hebben opgedaan met het introduceren ervan aan de hand van de analogie. De mate waarin het portfolio als duidelijk wordt ervaren hangt bovendien VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders jrg 26(3)

7 De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie sterk samen met de waardering ervan: door duidelijkheid worden frustraties voorkomen. Door het gebruik van de analogie van het portfolio met de sollicitatiebrief, het CV en referenties, proberen we er ook voor te zorgen dat de student zich houdt aan conventies voor het werken met het portfolio, zonder dat dit ten koste gaat van het gevoel van eigenaarschap. Dit gevoel van eigenaarschap wordt door Wade en Yarbrough (1996) essentieel genoemd voor de mate waarin studenten in het portfolio zullen investeren. De opmerkingen die studenten maken over de ruimte die ze in dit portfolio hebben zijn in dit verband positief. Het portfolio dat aan de hand van de sollicitatie-analogie wordt geïntroduceerd is in een periode van zes jaar ontwikkeld. In deze periode is niet alleen deze analogie uitgewerkt, maar is ook steeds verder gespecificeerd wat de plaats in het portfolio is van de onderwerpen voor reflectie en van de diverse materialen. In het profieldeel van het portfolio gaat het om reflecties op motivatie, (professionele) identiteit en overtuigingen. Bij de rollen gaat het om reflectie op de ontwikkeling van bekwaamheid per beroepsrol. In het CV wordt onder meer verwezen naar logboekfragmenten waarin student reflecteert op het eigen gedrag en de effecten daarvan in de klas. Overige materialen (planningen, opdrachten en toetsen, foto s, video s, evaluaties, etc.) worden gebruikt om die reflecties te onderbouwen. Op deze manier is een inhoudelijke structuur in het portfolio ontstaan die sterke gelijkenis vertoont met het door Korthagen ontwikkelde ui-model (Korthagen, 2004; Korthagen & Vasalos, 2005). In dit model beschrijft Korthagen de inhouden van reflectie die van belang zijn voor het leren van de leraren en studenten aan de lerarenopleiding (zie figuur 3). De voor de buitenwereld zichtbare laag, is het gedrag waarmee de docent communiceert met zijn of haar omgeving. Welk gedrag een docent daarbij kan inzetten wordt bepaald door zijn of haar bekwaamheid. Het hangt van de omstandigheden af of bekwaamheden in de praktijk worden gebracht of worden uitgedrukt in gedrag. Als volgende dieper liggende niveaus onderscheidt Korthagen respectievelijk overtuigingen, identiteit en betrokkenheid. Overtuigingen hebben betrekking op de opvattingen van de docent over het onderwijs en het leraarschap. Met (professionele) identiteit verwijst Korthagen naar de visie die een docent over zichzelf heeft: Wat voor type docent ben ik? Bij betrokkenheid tenslotte, gaat het om de vraag waarom of waarvoor een docent docent is (geworden). Het gaat hier ook om de vraag hoe iemand zijn of haar eigen betekenis ziet en in een groter geheel een plaats kan krijgen (van de school, van de wereld). Korthagen wijst op het belang van consistentie tussen de diverse lagen voor een evenwichtige ontwikkeling van de docent. Het hier beschreven portfolio biedt mogelijkheden om de verschillende aspecten van het functioneren van de docent in relatie tot elkaar te beschouwen en begeleiden. NOTEN 1 2 We willen Douwe Beijaard, Ditte Lockhorst, Fred Korthagen, Peter van Tilborgh, Nico Verloop, Erik Driessen en Yvonne Kops bedanken voor commentaar op delen van dit artikel. Uiteraard komt de inhoud van dit artikel voor rekening van de auteurs. Beide schalen waren intern consistent (alpha respectievelijk.70 en.74). De antwoorden van de dio's op beide schalen bleken samen te hangen (een correlatie van 0,51; p<0,001). We vonden een significante correlatie van jaar van afname en de schaal duidelijkheid van 0,25 en een correlatie van jaar van 0,23 tussen jaar van afname en de schaal waardering. LITERATUUR Korthagen, F.A.J. (2004). In search of the essence of a good teacher: towards a more holistic approach in teacher education. Teaching and Teacher Education, 20, Korthagen, F.A.J. & Vasalos, A. (2005). Levels in reflection: core reflection as a means to enhance professional growth. Teachers and Teaching: theory and practise,11(1), Stokking, K., Leenders, F., Jong, J. de & Tartwijk, J. van (2003). From Student to Teacher: reducing practice shock and early dropout in the teaching profession. European Journal of Teacher Education 26(3), Tartwijk, J. van, Lockhorst, D. & Tuithof, H. (2002). Universiteit Utrecht: Portfolio's en de opleiding van docenten. In E. Driessen, D. Beijaard, J. van Tartwijk & C. van der Vleuten (Red.). Portfolio's (pp 75-88). Groningen: Wolters Noordhoff. Wade, R.C. & Yarbrough, D.B. (1996). Portfolios: A tool for reflective thinking in teacher education? Teaching and Teacher Education, 12,

Ontwikkelingsverslag Minor Teaching Abroad

Ontwikkelingsverslag Minor Teaching Abroad Ontwikkelingsverslag Minor Teaching Abroad In dit document beschrijf je zo concreet mogelijk jouw ontwikkeling op de vijf kerntaken gedurende de stage in het buitenland. Elke kerntaak onderbouw je met

Nadere informatie

Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie

Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie Kariene Mittendorff, lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs Studieloopbaanbegeleiding Binnen scholen wordt op verschillende manieren gewerkt aan

Nadere informatie

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD ILS Nijmegen Mei 2009 Voorwoord: Dit voorstel voor een competentieprofiel van de spd is ontworpen op verzoek van de directies van ILS- HAN en ILS-RU door de productgroep

Nadere informatie

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Weblogs 1 Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Iwan Wopereis Open Universiteit Nederland Peter Sloep

Nadere informatie

Competentievenster 2015

Competentievenster 2015 Windesheim zet kennis in werking Competentievenster 2015 TWEEDEGRAADS LERARENOPLEIDING WINDESHEIM Inleiding 3 Het competentievenster van de tweedegraads lerarenopleidingen van Hogeschool Windesheim vormt

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Organisatie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels

Nadere informatie

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Persoonlijke ontwikkeling Reflecteren

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Persoonlijke ontwikkeling Reflecteren BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Inleiding en leerdoelen Reflectie is de weerkaatsing van licht in bijvoorbeeld een spiegel. Reflectie zoals je dat in deze opdracht zult leren is eigenlijk

Nadere informatie

Vragenlijst voor masterstudenten

Vragenlijst voor masterstudenten Vragenlijst voor masterstudenten Digitale toetsing en beoordeling in de universitaire lerarenopleiding Intro Het komende studiejaar besteden opleiders van alle universitaire lerarenopleidingen speciale

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie

Nadere informatie

Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (versie september 2011)

Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (versie september 2011) Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen sformulier voor het werkplekleren (versie september 2011) Toelichting bij het beoordelen van het Werkplekleren. De tweedegraads

Nadere informatie

3.1. Susan Beckers, Linda Verheijen: Logboek als middel voor professionalisering

3.1. Susan Beckers, Linda Verheijen: Logboek als middel voor professionalisering 3.1. Susan Beckers, Linda Verheijen: Logboek als middel voor professionalisering Susan Beckers en Linda Verheijen beschreven onderzoek naar het logboek als middel voor professionalisering van instituutsopleiders.

Nadere informatie

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie

Nadere informatie

Bijlage 7 Opdracht Bekwaamheidsproef 2 (studentenmateriaal)

Bijlage 7 Opdracht Bekwaamheidsproef 2 (studentenmateriaal) Bijlage 7 Opdracht Bekwaamheidsproef 2 (studentenmateriaal) Inleiding Gedurende de studie zijn er een aantal momenten waarin je moet aantonen in hoeverre je de competenties voor het beroep van leraar beheerst.

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

kempelscan K1-fase Eerste semester

kempelscan K1-fase Eerste semester kempelscan K1-fase Eerste semester Kempelscan K1-fase eerste semester 1/6 Didactische competentie Kern 3.1 Didactisch competent Adaptief omgaan met leerlijnen De student bereidt systematisch lessen/leeractiviteiten

Nadere informatie

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten najaar 2005 Inleiding In het assessment UvA-docent wordt vastgesteld welke competenties van het docentschap door u al verworven zijn en welke onderdelen nog

Nadere informatie

Dag van de Leraar. Gefeliciteerd! In de Zwarte Doos:

Dag van de Leraar. Gefeliciteerd! In de Zwarte Doos: Dag van de Leraar Gefeliciteerd! In de Zwarte Doos: 16.45 Thee & taart 17.15 Lezing Jongeren motiveren door James Smith van Youngworks Tijdens de adolescentie komen jongeren er geleidelijk achter wat goed

Nadere informatie

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview) Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview) Student: Opleidingsassessor: Studentnummer:. Veldassessor:. Datum: Een startbekwaam

Nadere informatie

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT Meerwaarde voor onderwijs De Pijlers en de Plus van FLOT De vijf Pijlers: Cruciale factoren voor goed leraarschap Wat maakt een leraar tot een goede leraar? Het antwoord op deze vraag is niet objectief

Nadere informatie

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk De jongeren die zich aanmelden bij Maljuna Frato hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en hebben weinig of geen zicht op hun mogelijkheden, kwaliteiten

Nadere informatie

2.3 Wanneer ben je een goede werkbegeleider? Methodisch werken als werkbegeleider 18

2.3 Wanneer ben je een goede werkbegeleider? Methodisch werken als werkbegeleider 18 15 De werkbegeleider Samenvatting De werkbegeleider heeft een belangrijke rol binnen zorg- en welzijnsorganisaties. Zij helpt de student zich het vak eigen te maken en leert tegelijkertijd zelf hoe zij

Nadere informatie

Overzicht curriculum VU

Overzicht curriculum VU Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat

Nadere informatie

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Portfolio ~ POP ~ PAP

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Portfolio ~ POP ~ PAP BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Inleiding en leerdoelen Het begrip portfolio komt oorspronkelijk uit de wereld van kunst en architectuur. Kunstenaars en architecten kunnen bij hun sollicitaties

Nadere informatie

Tabel Competenties docentopleiders/-trainers

Tabel Competenties docentopleiders/-trainers Tabel Competenties docentopleiders/-trainers In deze tabel zijn de competenties van de docentopleider/trainer (1) opgenomen. Deze zijn verder geconcretiseerd in bekwaamheidseisen of indicatoren en uitgewerkt

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding ding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing Afdeling Hoger Onderwijs Afdeling Voortgezet Onderwijs Praktijkgids Eerstegraads Lerarenopleiding Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding Universiteit Leiden.

Nadere informatie

N@Tschool! Gebruikersdag 2007

N@Tschool! Gebruikersdag 2007 N@Tschool! Gebruikersdag 2007 Portfolio in de Praktijk Ervaringen met het digitaal portfolio binnen diverse opleidingen André Hoogmoed a.j.hoogmoed@hro.nl @gmail.com Agenda Reflectie Wat is de afgelopen

Nadere informatie

Vragenlijst voor minorstudenten

Vragenlijst voor minorstudenten Vragenlijst voor minorstudenten Digitale toetsing en beoordeling in de universitaire lerarenopleiding Intro Het komende studiejaar besteden opleiders van alle universitaire lerarenopleidingen speciale

Nadere informatie

Toelichting student op zijn ontwikkeling aan de hand van voorbeelden uit de stage:

Toelichting student op zijn ontwikkeling aan de hand van voorbeelden uit de stage: Bijlage III: Competentie formulier stage onderbouw 1 (Vak)didactisch vermogen en operationaliserend vermogen Kun je vakinhoudelijke doelstellingen formuleren uitvoeren in de les 1= onvoldoende, nog niet

Nadere informatie

Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem

Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem Docentevaluaties: zó geef je studenten een stem Docentevaluaties worden gebruikt om studenten feedback te laten geven op de kwaliteit van de docenten. In dit artikel wordt ingegaan op de randvoorwaarden

Nadere informatie

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie. Rapportageformat Instrument Keurmerk HAN ILS en samenwerkingsscholen Versie VO, oktober 2014 Standaard 1. De samenwerkingsschool in relatie tot de kwaliteit van de leerwerkomgeving van de lerende Deze

Nadere informatie

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding portfolio handleiding Werkgroep portfolio & coaching 1 De plaats van portfolio in het leren op het VMBO. In enkele notities en werkdocumenten is het kader voor het nieuwe onderwijs geschetst. Dit komt

Nadere informatie

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD eindbeoordeling WPL-2 Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding tweedegraads lerarenopleidingen datum: 2 april 2015 naam student: Peter Lakeman studentnr.

Nadere informatie

Interpersoonlijk competent

Interpersoonlijk competent Inhoudsopgave Inhoudsopgave...0 Inleiding...1 Interpersoonlijk competent...2 Pedagogisch competent...3 Vakinhoudelijk & didactisch competent...4 Organisatorisch competent...5 Competent in samenwerken met

Nadere informatie

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve sformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Toelichting bij het beoordelen in het Werkplekleren. De tweedegraads lerarenopleiding

Nadere informatie

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven. Procedure en criteria voor het beoordelen van studenten in de beroepspraktijk Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Nadere informatie

Training Resultaatgericht Coachen

Training Resultaatgericht Coachen Training Resultaatgericht Coachen met aandacht voor zingeving Herken je dit? Je bent verantwoordelijk voor de gang van zaken op je werk. Je hebt alle verantwoordelijkheid, maar niet de bijbehorende bevoegdheden.

Nadere informatie

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

Competentiemeter docent beroepsonderwijs Competentiemeter docent beroepsonderwijs De beschrijving van de competenties in deze competentiemeter is gebaseerd op: - de bekwaamheidseisen uit de Algemene Maatregel van Bestuur als uitwerking van de

Nadere informatie

master leraar voortgezet onderwijs

master leraar voortgezet onderwijs DEEL JE KENNIS! master leraar voortgezet onderwijs JOUW PROGRAMMA IN EEN NOTENDOP De master Leraar voortgezet onderwijs van de VU is een eenjarige master (voltijd*) waarin je een eerstegraads onderwijsbevoegdheid

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Angela Rondhuis

Rapport Docent i360. Angela Rondhuis Rapport Docent i360 Naam Angela Rondhuis Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding

Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding Digitale hulpmiddelen bij het toetsen en beoordelen in de universitaire lerarenopleiding Vragenlijst voor docenten/opleiders Intro Doel van deze vragenlijst is informatie te verzamelen over het gebruik

Nadere informatie

Leerwensen formuleren en reflectie

Leerwensen formuleren en reflectie Leerwensen formuleren en reflectie Een manier om persoonlijke professionele ontwikkeling te stimuleren Peter Ruit, Driestar Hogeschool Gouda Samenvatting Dit artikel beschrijft aan de hand van een praktijkvoorbeeld

Nadere informatie

Reflectie op het VELOV-onderzoek De lerende lerarenopleider, Brussel 15 januari 2015 Mieke Lunenberg

Reflectie op het VELOV-onderzoek De lerende lerarenopleider, Brussel 15 januari 2015 Mieke Lunenberg Reflectie op het VELOV-onderzoek De lerende lerarenopleider, Brussel 15 januari 2015 Mieke Lunenberg (mieke@lunenberg.info; http://lunenberg.info/) Dag, Allereerst dank voor de gelegenheid om te reflecteren

Nadere informatie

Competentieprofiel Werkbegeleider

Competentieprofiel Werkbegeleider Competentieprofiel Werkbegeleider Calibris Kenniscentrum voor leren in de praktijk in Zorg, Welzijn en Sport Postbus 131 3980 CC Bunnik T 030 750 7000 F 030 750 7001 I www.calibris.nl E info@calibris.nl

Nadere informatie

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak E Beginner

OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE. Ondersteuningsmagazijn. Beroepstaak E Beginner OPLEIDING tot MBO- VERPLEEGKUNDIGE Ondersteuningsmagazijn Beroepstaak E Beginner Albeda college Branche gezondheidszorg Kwalificatieniveau 4 Crebo 95 Versie: Juli 2013 Fase: beginner Naam deelnemer:. 2

Nadere informatie

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen SWOT-ANALYSE Met een SWOT-analyse breng ik mijn sterke en zwakke punten in kaart. Deze punten heb ik vervolgens in verband gebracht met de competenties van en leraar en heb ik beschreven wat dit betekent

Nadere informatie

Beoordelen van competenties

Beoordelen van competenties Beoordelen van competenties Jos Geerligs Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 7 Deel I Beoordelen van niveau van competenties 2. Theorieën aan de basis van cgo 9 3. Leervragen centraal in cgo 13 4. De

Nadere informatie

Proces beoordeling portfolio

Proces beoordeling portfolio Proces beoordeling portfolio 2016-2017 Beoordelingsinstrument portfolio 2016-2017 1 Inhoud Beoordeling proces portfolio... 3 Overzicht inhoud beoordeling portfolio... 4 Leerlijn portfolio (per IO)... 6

Nadere informatie

Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies

Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies Inleiding Binnen de inspectie wordt gewerkt aan de afstemming en toekomstige integratie

Nadere informatie

Tevredenheid over start en ontwikkeling op de arbeidsmarkt

Tevredenheid over start en ontwikkeling op de arbeidsmarkt Tevredenheid over start en ontwikkeling op de arbeidsmarkt Hbo ers uit sector Onderwijs vaker tevreden... 2 Tweedegraads lerarenopleidingen hbo en lerarenopleidingen kunst/lo het vaakst tevreden... 4 Afgestudeerden

Nadere informatie

Basistraject Schoolopleider Informatiebrochure

Basistraject Schoolopleider Informatiebrochure Basistraject Schoolopleider Informatiebrochure Opzet basistraject schoolopleiders De schoolopleider heeft een spilfunctie tussen basisschool en opleiding en heeft een coördinerende, begeleidende taak t.a.v.

Nadere informatie

WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016

WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016 HANDLEIDING VOOR HET SCHRIJVEN VAN EEN WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016 VIA VINCI ACADEMY 2015-1 - In het portfolio worden per module* werkstukken opgeslagen, welke door de docent positief zijn beoordeeld.

Nadere informatie

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze Gespreksdocument Inleiding Het portfolio is gevuld met bewijslast voor de behaalde competenties op het gevraagde niveau Het laatste studiepunt wordt behaald met het schrijven van het gespreksdocument.

Nadere informatie

Modules voor studenten in de afstudeerfase

Modules voor studenten in de afstudeerfase Modules voor studenten in de afstudeerfase Afstudeerstage, LIO stage of Educatieve Master Gedurende het laatste jaar van je lerarenopleiding loop je zelfstandig stage op de werkplek. Om het leren op de

Nadere informatie

Ontwikkelgesprekken nader uitgewerkt

Ontwikkelgesprekken nader uitgewerkt Ontwikkelgesprekken nader uitgewerkt Inleiding Een ontwikkelgesprek is altijd een gesprek tussen een werknemer en zijn of haar leidinggevende. Doel van het ontwikkelgesprek is om in beeld te brengen hoe

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Hoofdstuk 1 vormt de algemene inleiding van het proefschrift. In dit hoofdstuk beschrijven wij de achtergronden, het doel, de relevantie en de context van het onderzoek, en de

Nadere informatie

De Haagse Hogeschool Faculteit voor gezondheid, voeding en sport. HBO-Verpleegkunde Voltijd/Deeltijd/Duaal Studiejaar: Jaar: 4

De Haagse Hogeschool Faculteit voor gezondheid, voeding en sport. HBO-Verpleegkunde Voltijd/Deeltijd/Duaal Studiejaar: Jaar: 4 De Haagse Hogeschool Faculteit voor gezondheid, voeding en sport HBO-Verpleegkunde Voltijd/Deeltijd/Duaal Studiejaar: 216-21 Jaar: Afstudeerfase Onderdeel: Meesterproefgesprek Rol van zorgverlener, regisseur,

Nadere informatie

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING: beeldende vorming De DOELSTELLING van de -opdrachten & De BEOORDELING: Doelstellingen van de opdrachten. Leren: Thematisch + procesmatig te werken Bestuderen van het thema: met een open houding Verzamelen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Serie handleidingen. "LbD4All" ("Leren door Ontwikkeling voor iedereen ") Evaluatie. Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti

Serie handleidingen. LbD4All (Leren door Ontwikkeling voor iedereen ) Evaluatie. Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti Serie handleidingen "LbD4All" ("Leren door Ontwikkeling voor iedereen ") Evaluatie Door Kristina Henriksson, Päivi Mantere & Irma Manti Deze publicatie werd gefinancierd door de Europese Commissie. De

Nadere informatie

LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan

LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan Juni 2013 Erica de Bruïne (Hogeschool Windesheim) Hans van Huijgevoort (Fontys OSO) Hettie Siemons (Hogeschool Utrecht, Seminarium

Nadere informatie

Protocol ECD. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC)

Protocol ECD. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Protocol ECD Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Versie juli 2011 1 Protocol ECD Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk te laten verlopen worden in dit protocol de richtlijnen,

Nadere informatie

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Samenwerken Omgevingsgericht/samenwerken Reflectie en zelfontwikkeling competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Competentieprofiel stichting Het Driespan, (V)SO

Nadere informatie

Bronnenkaart. Reflectiemethodieken 1

Bronnenkaart. Reflectiemethodieken 1 Bronnenkaart Reflectiemethodieken 1 Onderwijsautobiografie Bron: Verkuyl H. (2002). Lesgeven in pedagogisch perspectief. Een werkboek voor leraren in opleiding. Soest: Nelissen. Een onderwijs(auto)biografie

Nadere informatie

1.3. Ron Bertisen: Nadenken over onderwijs ontwerpen

1.3. Ron Bertisen: Nadenken over onderwijs ontwerpen .3. Ron Bertisen: Nadenken over onderwijs ontwerpen Ron Bertisen is als medeprojectleider verantwoordelijk geweest voor de ontwikkeling van het curriculum van de Nieuwste Pabo samen met zijn collega s

Nadere informatie

De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid. Véronique van de Reijt en Quinta Kools Fontys Lerarenopleiding Tilburg

De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid. Véronique van de Reijt en Quinta Kools Fontys Lerarenopleiding Tilburg De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid Véronique van de Reijt en Quinta Kools Fontys Lerarenopleiding Tilburg Context van de Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT)

Nadere informatie

Bekwaamheidsdossier. februari 2006 O. OC0602_p8_12 Personeelsbeleid2.i8 8 19-01-2006 16:29:26

Bekwaamheidsdossier. februari 2006 O. OC0602_p8_12 Personeelsbeleid2.i8 8 19-01-2006 16:29:26 Bekwaamheidsdossier Laat zien wat je i februari 2006 O OC0602_p8_12 Personeelsbeleid2.i8 8 19-01-2006 16:29:26 Is het bekwaamheidsdossier een nieuwe papieren tijger? Dat hoeft niet. Leraren die zelf verantwoordelijk

Nadere informatie

Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs

Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs Uit: Besluit van 16 maart 2017 tot wijziging van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel BES in verband

Nadere informatie

Beoordeling van de competenties stage bovenbouw

Beoordeling van de competenties stage bovenbouw Beoordeling van de competenties stage bovenbouw Hierbij vinden jullie een lijst met competenties die van belang zijn voor de stage bovenbouw. De lijst is bestemd voor de student en de mentor van de stageschool.

Nadere informatie

Beoordelingsformulier Verslag Vakprofilering Geschiedenis Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5

Beoordelingsformulier Verslag Vakprofilering Geschiedenis Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5 Beoordelingsformulier 3.1.2 Verslag Vakprofilering Geschiedenis 2015-2016 Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5 Studentnaam: Klas: Beoordelaar Studentnummer: Datum: KERN- EN DEELTAKEN DIE HOREN BIJ DEZE TOETS: 2.1,

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Leve de competente coach!

Leve de competente coach! Silvia van Schaik-Kuijer Leve de competente coach! Van competentieanalyse naar ontwikkelplan Inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 Deel 1 Algemene informatie over Leve de competente coach! Coachen en coachcompetenties:

Nadere informatie

Begaafde leerlingen komen er vanzelf... Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek.

Begaafde leerlingen komen er vanzelf... Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek. Begaafde leerlingen komen er vanzelf... toch? Implementatie van een verandering van de pedagogische beroepspraktijk op basis van praktijkgericht onderzoek. Teambijeenkomsten Anneke Gielis Begaafde leerlingen

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid. Voorloper Kwaliteit van lerarenopleiders

De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid. Voorloper Kwaliteit van lerarenopleiders De rol van de beroepsstandaard van lerarenopleiders in het personeelsbeleid Voorloper Kwaliteit van lerarenopleiders Véronique van de Reijt en Quinta Kools Fontys Lerarenopleiding Tilburg Context van de

Nadere informatie

Reflecteren met onderbouwleerlingen is zinvol! Maar waarom en hoe?

Reflecteren met onderbouwleerlingen is zinvol! Maar waarom en hoe? Reflecteren met onderbouwleerlingen is zinvol! Maar waarom en hoe? Figuur 1: Leerlingen reflecteren samen. Daltonschool de Bongerd in Oene Bernadette Palm Het belang van reflecteren Het vergroten van kennis;

Nadere informatie

BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3

BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3 BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3 1. INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding aan leerlingen (individueel en in

Nadere informatie

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT DE SBL competenties COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Woordenschatonderwijs. Ideeën, modellen en (werk)vormen die de leerkrachten kunnen inzetten in de klas om het woordenschatonderwijs

Woordenschatonderwijs. Ideeën, modellen en (werk)vormen die de leerkrachten kunnen inzetten in de klas om het woordenschatonderwijs Schooljaar 2011-2012 Woordenschatonderwijs Ideeën, modellen en (werk)vormen die de leerkrachten kunnen inzetten in de klas om het woordenschatonderwijs te verbeteren opbrengsten Schooljaar 2012-2013 Woordleerstrategieën

Nadere informatie

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC)

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Protocol Werkplekleren Student ESoE Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Versie juli 2011 1 Protocol Werkplekleren Master SEC Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk te laten

Nadere informatie

De 10 basiscompetenties van de leraar

De 10 basiscompetenties van de leraar De 10 basiscompetenties van de leraar Woord vooraf 1 De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 2 De leraar als opvoeder 3 De leraar als inhoudelijk expert 5 8 36 52 4 De leraar als organisator

Nadere informatie

Intervisie Wat is het? Wanneer kun je het gebruiken?

Intervisie Wat is het? Wanneer kun je het gebruiken? Intervisie Wat is het? Intervisie is een manier om met collega's of vakgenoten te leren van vragen en problemen uit de dagelijkse werkpraktijk. Tijdens de bijeenkomst brengen deelnemers vraagstukken in,

Nadere informatie

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van de Hogeschool Rotterdam. Mijn presentatie is opgebouwd

Nadere informatie

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat KIJKWIJZER PEDAGOGISCH-DIDACTISCH HANDELEN IN DE KLAS School : Vakgebied : Leerkracht : Datum : Groep : Observant : 1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat (SBL competenties 1 en 2) 1.1* is

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Beoordelen competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding

Beoordelen competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding ARTIKEL Beoordelen van competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding Ontwerp van een beoordelingsprogramma Beoordelen van competentieontwikkeling inde context van een lerarenopleiding is

Nadere informatie

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep Proeve van Bekwaamheid kerntaak 2 Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep ROC van Amsterdam,augustus 2007 Voorwoord Voor u ligt een proeve van bekwaamheid voor

Nadere informatie

Training. Coachend begeleiden

Training. Coachend begeleiden Training Coachend begeleiden Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteurs: Bertine Pruim Inhoudelijke redactie: Napona Smid Titel: Factor-E Coachend begeleiden

Nadere informatie

Competenties / bekwaamheden van een daltonleerkracht

Competenties / bekwaamheden van een daltonleerkracht Competenties / bekwaamheden van een daltonleerkracht Tijdens de DON bijeenkomst van 13 november 2013 hebben we in kleine groepen (daltoncoördinatoren en directeuren) een lijst met competenties/bekwaamheden

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding artikel Zone Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding Op de pabo van de Hogeschool van Amsterdam bestaat sinds 2009 de mogelijkheid voor studenten om een OGOspecialisatie te volgen. Het idee achter het

Nadere informatie

Opleiding rekenen mbo

Opleiding rekenen mbo Opleiding rekenen mbo Fokke Munk, Rinske Stelwagen, Monica Wijers, Vincent Jonker 22-1-2015, 13:00-14:15 Inhoud 1. De opleiding c.q. nascholing 2. Waarom praktijkonderzoek? 3. Discussie 1 Wat is een goede

Nadere informatie

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe Accountmanager Accountmanager onderhoudt relaties met bedrijven en organisaties met het doel voor praktijkleren binnen te halen. Hij kan nagaan welke bedrijven hebben, doet voorstellen voor bij bedrijven

Nadere informatie

Competentieprofiel van de opleider CHVG

Competentieprofiel van de opleider CHVG Competentieprofiel van de opleider CHVG Competentieprofiel van de opleider per competentiegebied 0. Competentiegebied: handelen als expert De opleider beantwoordt aan het competentieprofiel van de betreffende

Nadere informatie