Een onderzoek naar informatiezoekgedrag bij kinderen, tieners en jongeren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een onderzoek naar informatiezoekgedrag bij kinderen, tieners en jongeren"

Transcriptie

1

2 Infoscan Onderzoeksrapport Een onderzoek naar informatiezoekgedrag bij kinderen, tieners en jongeren 2013, Gent, HoGent Faculteit Mens en Welzijn Auteurs : Julie Schamp, Johan Jongbloet, Peer van der Kreeft, Tina Van Havere, Didier Reynaert, Riet Steel, Jo Frederix, Annemie Coone Contact : Peer van der Kreeft, promotor, Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep Sociaal Werk, Voskenslaan 362, 9000 Gent, Het volledige onderzoeksrapport en een beknopte versie zijn te downloaden op: Een onderzoek in opdracht van De Ambrassade, volgens Bestek 2011/21 van het Vlaams Informatiepunt (VIP) Jeugd vzw: informatie in het sociale netwerk van kinderen tieners en jongeren, met steun van de Vlaamse Overheid 1

3 Overzicht tabellen...4 Overzicht figuren Inleiding Onderzoeksvragen Literatuurstudie Inleiding Informatiebehoeften van kinderen en jongeren Maatschappelijk kwetsbare groepen Beoordeling en gebruik van jeugdinformatie Methodologie Survey Opzet survey Afname survey Steekproef Dagboeken Opzet dagboeken Afname dagboeken Steekproef Focusgroepen Opzet focusgroepen Afname focusgroepen Steekproef Resultaten Resultaten survey Algemene beschrijving Informatie in het sociale netwerk van kinderen Informatie in het sociale netwerk van tieners Informatie in het sociale netwerk van jongeren Overzicht informatiebronnen in relatie tot thema s bij kinderen Overzicht informatiebronnen in relatie tot thema s bij tieners Overzicht informatiebronnen in relaties tot thema s bij jongeren Reeds gekende specifieke infobronnen bij kinderen Reeds gekende specifieke infobronnen bij tieners Reeds gekende specifieke infobronnen bij jongeren

4 Samenvatting resultaten survey Resultaten dagboeken Informatie in het sociale netwerk van kinderen Informatie in het sociale netwerk van tieners Informatie in het sociale netwerk van jongeren Resultaten focusgroepen Informatie in het sociale netwerk van kinderen Informatie in het sociale netwerk van tieners Informatie in het sociale netwerk van jongeren Informatie in het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren volgens professionele intermediairen Informatie in het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren volgens... ouders en leerkrachten Algemene conclusies en aanbevelingen Algemene conclusies Zoekstrategie naar informatie complexer dan je denkt Sociale netwerk als cruciale bron Digitale informatie steeds belangrijker Papier blijft sterk medium Klassieke jeugdinformatieorganisaties en -initiatieven gekend maar... minder gebruikt Ongevraagd informatie aanreiken, niet opdringen Gebruik van eigen criteria in kritische geest Inzetten op informeel én formeel leren Aanbevelingen Algemene aanbevelingen Praktische aanbevelingen Referenties Bijlage 1: overzicht van de beschreven situaties en overlap tussen de thema s Bijlage 2: extract uit het survey instrument voor tieners Bijlage 3: extracten uit een dagboek voor tieners en jongeren

5 Overzicht tabellen Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Tabel 5 Overlappende cases per informatiethema. Cases per thema dat niet overlapt overheen leeftijdsgroepen. Verdeling van de geclusterde postcodes over stedelijk of landelijk gebied. Indeling van de leeftijdsgroep 8 tot 11 jaar volgens de clustertypologie van Dessoy, verder opgedeeld naar stedelijk of landelijk aan de hand van schooladres. Indeling van de middelste leeftijdsgroep naar stedelijk of landelijk gebied. Tabel 6 Indeling naar landelijk of stedelijk gebied van de leeftijdsgroep 16+. Tabel 7 Tabel 8 Tabel 9 Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Tabel 13 Tabel 14 Tabel 15 Significante verbanden tussen dezelfde infovraag hebben en geslacht. Significante verbanden met gemiddelde en standaardafwijking tussen leeftijd en aantal maal een bepaalde bron consulteren over alle cases bij de kinderen. Standaardafwijkingen voor beste en eerste infobron per leeftijdsgroep oplopend gesorteerd. Algemeen gebruik infobronnen per thema volgens de kinderen. Algemeen gebruik infobronnen per thema volgens de tieners. Algemeen gebruik infobronnen per thema volgens de jongeren. Reeds gekende specifieke infobronnen bij kinderen. Reeds gekende specifieke infobronnen bij tieners. Reeds gekende specifieke infobronnen bij jongeren. 4

6 Overzicht figuren Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 5 Figuur 6 Antwoordblad van de leeftijdsgroep 8-11 jaar. Kinderen per onderwijstype. Leeftijdsverdeling van de leeftijdsgroep van de kinderen. Tieners per onderwijstype. Tieners regulier onderwijs per niveau. Figuur 7 Leeftijdsverdeling in de groep 16+. Figuur 8 Figuur 9 Figuur 10 Figuur 11 Figuur 12 Figuur 13 Figuur 14 Figuur 15 Figuur 16 Figuur 17 Figuur 18 Figuur 19 Figuur 20 Figuur 21 Figuur 22 cases. Figuur 23 Figuur 24 Figuur 25 Opleidingen van de jongeren die nog een opleiding volgen. Percentage kinderen die zich dezelfde vraag al eens hebben gesteld. Percentage tieners die ooit al eens dezelfde infovraag hebben gehad. Percentage jongeren die ooit al dezelfde infovraag hadden. Bekendheid van de infobronnen bij de kinderen. Bekendheid van de infobronnen bij de tieners. Bekendheid van de infobronnen bij de jongeren. Gemiddeld gebruik van de infobronnen over alle situaties per leeftijdsgroep. Eerst te consulteren infobron per case volgens de kinderen. Beste infobron per case volgens de kinderen. Eerst te consulteren infobron per case volgens de tieners. Beste infobron per case volgens de tieners. Eerst te consulteren infobron per case volgens de jongeren. Beste infobron bij elke case volgens de jongeren. Gemiddelde van verkregen info per infobron voor alle leeftijdsgroepen over alle Gemiddeld gebruik van de informatiebronnen over alle situaties per leeftijdsgroep. Aantal keer dat google geraadpleegd wordt in tien situaties. Bekendheid van de organisaties bij de kinderen, tieners en jongeren. 5

7 1 Inleiding Sociaal-wetenschappelijke literatuur geeft sinds het eind van de jaren zestig steeds meer aandacht aan de groeiende keuzevrijheid van de jeugd. Daarmee wordt een maatschappelijke ontwikkeling naar meer autonomie voor kinderen en jongeren beschreven. De jeugd wordt steeds meer gezien als een autonome levensfase met eigen vragen, noden en behoeften waarbij van kinderen en jongeren wordt verwacht dat ze weloverwogen keuzes maken, en dit in een steeds complexer wordende samenleving. Doordacht kiezen veronderstelt dat je over de nodige informatie kunt beschikken om die keuzes te maken. De ontwikkeling van een jeugdinformatiebeleid sinds de jaren negentig speelde in op deze maatschappelijke evolutie (Van de Walle, 2003). Vandaag vinden we heel veel actoren die informatie verstrekken aan de jeugd. Allerhande media maken informatie toegankelijker voor jongeren. Daarenboven worden jongeren door het sociale karakter van het internet zelf belangrijke producenten van media en informatie, niet alleen meer consumenten er van. Tegelijk zien we in het informatielandschap nog moeilijk het bos door de bomen. Vanuit een beleidsperspectief blijkt het nodig om op deze nieuwe ontwikkelingen in te spelen. In het Vlaams Jeugdbeleidsplan ( ) stelt de overheid prioritair dat alle kinderen en jongeren toegang hebben tot goede jeugdinformatie die hun keuzemogelijkheden en -processen versterkt (Vlaams Jeugdbeleidsplan: Naar een jongerenpact Priorititeiten voor de regeerperiode , 2011). Een goed jeugdinformatiebeleid, zo heet het, zorgt er voor dat advies, gegevens, inzichten en producten die informatie verschaffen op een toegankelijke, accurate en doelgroepspecifieke wijze ter beschikking worden gesteld. Kinderen en jongeren hebben dit nodig om eigen keuzes te maken in hun leven. Hun opvoeders (ouders, leerkrachten, begeleiders) hebben het nodig om hen in die keuzes te begeleiden. Jeugdinformatie wil zorgen voor antwoorden op de vragen die zij zich stellen, wil hen informeren over hun rechten en wil hen wapenen om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving. In dit Vlaams jeugdinformatiebeleid is een aantal knelpunten vast te stellen. Het Vlaams Jeugdbeleidsplan maakt melding van drie pijnpunten, aansluitend bij eerder onderzoek naar jeugdinformatie in Vlaanderen (Custers & Mortelmans, 2006; De Clerck, Vandenbosch, Opgenhaffen, & Eggermont, 2008; "Doorlichting informatiepunten," 2009; Van de Walle, 2003). Ten eerste is het aanbod te weinig afgestemd op de behoeften van kinderen en jongeren; ze worden te weinig benaderd in hun eigen leefwereld. Daarenboven bereikt de informatie niet altijd de juiste jongeren. Zo merken we dat vooral maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren veel minder toegang hebben tot informatie. Bestaande methoden en structuren werken niet altijd: sommige omdat zij slechts louter voorlichting geven en kinderen of jongeren zich niet met concrete vragen tot hen kunnen wenden, andere omdat zij net integendeel te veel vertrekken van een vraaggerichte dienstverlening (de burger, jongere of het kind moeten zelf de stap zetten, zelf om hulp vragen) terwijl bepaalde doelgroepen net wel gericht moeten benaderd worden met concrete en directe informatie. De rol van opvoeders als informatiebemiddelaars vergeten we hierbij nogal eens (Vlaams Jeugdbeleidsplan: Naar een jongerenpact Priorititeiten voor de regeerperiode , 2011). Ten tweede is er een zeer groot maar versnipperd aanbod aanwezig, terwijl kinderen en jongeren vaak eenzijdige zoekstrategieën gebruiken. Daardoor hebben ze slechts toegang tot een beperkt deel 6

8 van informatie (Vlaams Jeugdbeleidsplan: Naar een jongerenpact Priorititeiten voor de regeerperiode , 2011). Ten slotte laat de kwaliteit van informatieaanbod vaak te wensen over. Jeugdinformatiewerkers en verstrekkers kennen de juiste tools en good practices te weinig; er is onvoldoende expertiseopbouw. Daardoor zijn kinderen en jongeren vaak te weinig geïnformeerd om goed te kunnen participeren, om hun rechten en plichten te kennen, om toegang te krijgen tot de juiste hulp(verlening) of om gefundeerde keuzes te kunnen maken (Vlaams Jeugdbeleidsplan: Naar een jongerenpact Priorititeiten voor de regeerperiode , 2011). Het Vlaams Jeugdbeleidsplan zet dan ook in op drie belangrijke punten. Ten eerste moet het informatieaanbod gericht naar kinderen en jongeren beantwoorden aan overeengekomen kwaliteitsprincipes en criteria. Ten tweede moet er doelgerichter worden ingezet op jeugdinformatie door samenwerking en coördinatie. Ten slotte moet de deskundigheid over het toegankelijk maken van informatie bij beleidsmedewerkers en jeugdinformatieverstrekkers worden verhoogd. De realisatie van deze drie beleidspunten, met in het bijzondere het laatste, vraagt echter een degelijk inzicht het informatienetwerk van kinderen, tieners en jongeren. En in de effecten die deze informatie teweeg brengt. Het nieuwe open flow media landschap maakt deze vragen nog pertinenter omdat de vrees bestaat dat degelijke ondersteunende informatie wordt opgeslokt door de onstuitbare stroom aan informatie die jongeren dagelijks over zich heen krijgen. Dit onderzoek werd opgestart in februari 2012 in opdracht van het Vlaams Informatiepunt Jeugd (VIP Jeugd). Sinds 1 januari 2013 is VIP Jeugd gefusioneerd met het Steunpunt Jeugd en de Vlaamse Jeugdraad. De Ambrassade is het resultaat van deze samensmelting. De Ambrassade is dé referentie voor alles wat met kinderen, jongeren en hun organisaties aanbelangt en een belangrijke schakel tussen overheid, middenveld en jeugd. 2 Onderzoeksvragen In een hieronder voorgesteld onderzoek willen we informatienetwerken rond kinderen, tieners en jongeren in kaart brengen met een klemtoon op fysieke personen in die netwerken. Want deze informatie(verstrekkers) bereikt de doelgroep via informele kanalen. Dan denken we vooral aan de ouders en de peergroep van de jongere, maar ook aan leerkrachten, jeugdwerkers, enzovoort. Toch kunnen we in het huidige medialandschap het groeiende sociale karakter van media technologie niet negeren. We stellen immers ook tot doel om deze informatienetwerken beter te gaan gebruiken. Aan het einde van dit gefaseerd onderzoek zullen we zodoende in staat zijn aanbevelingen te formuleren voor belangrijke actoren in jeugdinformatielandschap. Volgende onderzoekvragen staan centraal in voorliggend onderzoek: Hoe wordt informatie verspreid via het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren? Welk effect heeft deze informatie? Hoe kunnen jeugdinformatiewerkers inspelen op informatie in het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren? Het doel van dit onderzoek INFOSCAN is drieledig. Ten eerste willen we inzicht krijgen in de informatiedragers die kinderen, tieners en jongeren bereiken, met de nadruk op het sociale netwerk. 7

9 Hoewel blijkt uit eerder onderzoek van VIP Jeugd dat kinderen, tieners en jongeren vaak informatie krijgen van de directe sociale omgeving, zoals leerkrachten, vrienden, familie, vertrouwenspersonen, etc., weten we weinig over hoe deze informatieverspreiding in het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren eigenlijk gebeurt (Custers & Mortelmans, 2006; De Clerck et al., 2008). Hierbij willen we niet enkel de nadruk leggen op het vraaggestuurde informatiezoekgedrag als Waar ga je te rade met dergelijk probleem?. We willen naar boven halen hoe infodragers jongeren ook ongevraagd bereiken. Een tweede onderzoeksvraag stelt de effecten die de verkregen informatie heeft op het gedrag van de jongere centraal. Hierbij stellen we onmiddellijk de vraag welke informatiedragers en - verstrekkers worden gewaardeerd door de doelgroep. Het daagt hierbij dat niet elke informatiedrager absoluut naar waarde wordt geschat, maar dat dit afhankelijk is van de context waarin de informatieverstrekking plaats vindt en het type van de verkregen informatie. Enkel geloofwaardige informatie zal immers als dusdanig worden opgenomen in het referentiekader van de jongere waarop hij zijn gedrag uiteindelijk zal baseren. Ten slotte zullen we uit de analyses van deze data de vinger kunnen leggen op hiaten in informatie verstrekking of een ongewenste match tussen informatie en informatiedrager. Het onderzoek heeft dan ook tot doel om praktische aanbevelingen voor jeugdinformatiewerkers en beleidsrelevante aanbevelingen te formuleren voor effectieve en kwaliteitsvolle informatieverstrekking naar kinderen, tieners en jongeren. Doorheen dit onderzoek willen we ook een klemtoon leggen op maatschappelijk kwetsbare jongeren omdat blijkt dat de doorstroom van informatie naar die jongeren moeilijker verloopt (Vander Laenen, 2007). Vaak zijn ze immers in een benadeelde positie om informatie via verschillende bronnen te vernemen en dat interfereert met een objectief intern beslissingsproces die een betekenisvolle maatschappelijke participatie in de weg kan staan. Een focus op deze doelgroep is dan extra belangrijk om zo effectief en kwaliteitsvol mogelijk informatie te verstrekken die de basis vormt voor een actieve en zinvolle maatschappelijke participatie. Om tegemoet te komen aan de doelstellingen van INFOSCAN werken we met een combinatie van vier onderzoeksmethoden in vier opeenvolgende onderzoeksfasen die bijdragen tot het formuleren van bruikbare en haalbare aanbevelingen tot het beter bereiken van jongeren met informatie. Hoofdstuk 3 bevat een summiere literatuurstudie. Hoofdstuk 4 behandelt de opzet en uitwerking van het kwantitatief luik van dit onderzoek. We gebruikten een survey-methode om de laatste veranderingen in informatienetwerken rond kinderen, tieners en jongeren te bevragen. Hoofdstuk 5 behandelt het onderzoeksluik met de dagboeken. Aan de hand van deze onderzoekstechniek lieten we onze respondenten kort op de bal reflecteren en rapporteren over informatiestromen die vaak erg vluchtig en informeel van aard zijn. Hoofdstuk 6 vat de resultaten van de focusgroepen samen. In deze onderzoeksfase lieten we peers per leeftijdsgroep in focusgroepsgesprekken reflecteren over de bevindingen die we verkregen met de vorige onderzoekstechnieken. We organiseerden ook focusgroepen met informatiewerkers relevant aan de betreffende leeftijdsgroepen. 8

10 3 Literatuurstudie 3.1 Inleiding Onderzoeksmatig werd de voorbije jaren door VIP Jeugd ingezet op een aantal strategieën om bovenstaande doelstellingen te bereiken. Zo werd onder meer onderzoek gedaan naar informatiebehoeften van kinderen en jongeren en een hieraan gekoppeld kwaliteitsvol informatieaanbod. Daaropvolgend werd onderzoek uitgevoerd naar de betekenis van een kwaliteitsvol informatieaanbod voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Achtereenvolgens bespreken we kort de belangrijkste inzichten voortkomend uit deze onderzoeken. Vervolgens gaan we dieper in op de probleemstelling van voorliggend onderzoek, die mede voort komt uit de bevindingen van de eerste onderzoeken en die te maken hebben met de beoordeling en het gebruik van jeugdinformatie door kinderen, tieners en jongeren zelf, en het belang van het sociale netwerk hierbij. 3.2 Informatiebehoeften van kinderen en jongeren Belangrijke inzichten met betrekking tot informatiebehoeften van jongeren werden geleverd met het onderzoek van De Clerck et. al. (2008) en Shenton en Dixon (2004). In hun onderzoek wordt gewezen op verschillende dimensies van een informatiebehoefte. Onderscheiden dimensies zijn onder meer de oorzaak van een informatiebehoefte, dit kan onder meer een onzekerheid, een leemte, verlangen, nood of zorg zijn, of het type van informatiebehoefte (i.e. feiten, interpretaties, advies, etc.). Verder wordt aandacht besteed aan het belang van geslacht, sociale leefwereld, leeftijd en ontwikkelingsperiode in het ontstaan van een informatiebehoefte. Dit laatste sluit aan bij eerdere vaststellingen die werden gemaakt in onderzoek naar jeugdinformatie in Vlaanderen door Custers en Mortelmans (2006). Daarin wordt gesteld dat doorheen een aantal socialisatietrajecten van jongeren de nood aan informatie groter of intenser wordt, zoals bijvoorbeeld de overgang van het primair naar het secundair onderwijs, of de stap naar de arbeidsmarkt. In het onderzoek van De Clerck et. al. (2008) worden informatiebehoeften vertaald in termen van zorgen hebben over. Deze zorgen worden vervolgens gemeten overheen drie groepen: kinderen (10-12 jarigen), tieners (12-18 jarigen) en adolescenten (18-25 jarigen). Informatiebehoeften bij kinderen zijn opvallend genoeg gekenmerkt door abstracte, op de toekomst gerichte thema s zoals geluk, zorgen over de toekomst, trouwen en liefde. Deze leeftijdsgroep geeft eveneens aan gezinsproblemen van groot belang te vinden. Kinderen van laag opgeleide ouders zouden meer zorgen hebben over hun studiekeuze en over de onveiligheid op school. Belangrijke vaststelling in het licht van een te ontwikkelen informatiebeleid is eveneens dat kinderen met ouders met een lage scholingsgraad er minder vanuit kunnen gaan over solide vertrouwenspersonen te beschikken. Zorgen over de school nemen voor leerlingen van de middelbare school (12-18 jarigen) toe. Het is de eerste en belangrijkste bron van zorgen. Tieners maken zich ook meer zorgen over hun gezondheid en uiterlijk. Oudere tieners worden geconfronteerd met meer zorgen, onder meer over hoe ze zich voelen op school, een toekomstige job, problemen met vrienden, een algemeen onbehagen over het leven etc. De studierichting blijkt een grote impact te hebben op hoe men zich op school voelt: tieners uit het ASO en TSO maken zich meer zorgen over schoolgerelateerde gevoelens en schoolprestaties dan tieners uit het BSO. 9

11 In de adolescentie blijven ouders een belangrijke maar weliswaar indirecte rol spelen. Ook bij de groep van tieners stellen we vast dat het opleidingsniveau van de ouders een belangrijke invloed heeft op de zorgen van tieners. Hierbij aansluitend blijkt dat de concrete gezinssituatie een rol speelt in de bezorgdheden van tieners. Kinderen uit niet-klassieke gezinnen maken zich meer zorgen m.b.t. het gezin, ouderlijke controle en financiële aspecten. In de categorie jarigen is gezondheid de belangrijkste bron van bezorgdheid geworden. Een groot deel van de adolescenten voelt zich niet altijd goed in zijn vel. Zorgen over de school staan in deze groep, in tegenstelling tot de vorige 2 leeftijdscategorieën niet meer in de top 10 van bezorgdheden. Vrouwen maken zich meer zorgen dan mannen, voornamelijk ook over gezondheid. Een breuklijn is vast te stellen in deze groep m.b.t. studerende en niet-studerende jongvolwassenen: studerende jongeren maken zich meer zorgen dan niet-studerende adolescenten. Verder blijven in deze leeftijdsgroep de ouders manifest aanwezig, hoewel hun impact voornamelijk indirect van aard wordt. De partner van de jongere neemt een steeds belangrijkere plaats in en deze zal eveneens van grote invloed zijn op de zorgen die jongeren al dan niet hebben. Deze resultaten sluiten in grote mate aan bij internationale vaststellingen (voor een beknopt overzicht: zie Agosto & Huges-Hassall, 2006). Dit onderzoek toont dat informatie voor de doelgroep van adolescenten voornamelijk van belang is bij de overgang van de tienerjaren naar de adolescentie. Informatie tijdens deze periode is mede ondersteunend om de wereld te verkennen en begrijpen, hun eigen positie in die wereld te plaatsen en een verdere richting aan hun leven te geven. In relatie tot het detecteren van informatiebehoeften van jongeren is het eveneens relevant het aanbod te bekijken. Vaststelling vanuit het onderzoek van De Clerck et. al. (2008) is dat het informatieaanbod te weinig afgestemd is op de behoeften van kinderen en jongeren. Meer bepaald worden jongeren wat betreft hun informatiebehoeften te weinig benaderd in hun eigen leefwereld. Het jeugdinformatiebeleid wordt in die zin veeleer aanbodgestuurd ingericht dan vraaggestuurd. De onderscheiden leeftijdsgroepen hebben dan ook een slechte kennis van het aanbod van jeugdinformatie. Het is in die zin dan ook niet zo opvallend dat bijvoorbeeld bij de leeftijdsgroep jarigen een persoon uit het gezin of de vriendenkring de meest geprefereerde oplossing is om aan informatie te geraken. Dit is eveneens het geval voor de tieners. Daar waar echter kinderen in eerste instantie bij de ouders aankloppen, verschuift dit bij tieners naar de vriendenkring. En ook bij jongvolwassenen blijven personen de belangrijkste informatiebronnen. Het belang van vrienden neemt in deze leeftijdsfase stelselmatig toe in vergelijking met kinderen en tieners. 3.3 Maatschappelijk kwetsbare groepen Onderzoek naar jeugdinformatie wordt, aansluitend bij het bredere jeugdonderzoek, gekenmerkt door een relatief beperkte differentiatie binnen de categorie van jeugdigen (Custers en Mortelmans, 2006). Kinderen en jongeren worden vaak beschouwd als homogene groep, waarbij onderscheiden kenmerken als sociaal-economische achtergrond, etnisch-culturele afkomst ed. worden genegeerd. Een middenklasseperspectief lijkt het jeugdonderzoek in het algemeen en jeugdinformatieonderzoek in het bijzonder te kenmerken (Soenen & Baes, 2011). Het eerder vermelde onderzoek naar informatiebehoeften van jongeren (De Clerck et. al. 2008) geeft een, weliswaar beperkt, inzicht in maatschappelijk kwetsbare groepen, meer bepaald wat betreft etnisch-culturele minderheden. Het stelt dat, voor wat betreft de categorie kinderen, de afkomst een rol speelt in de zorgen die kinderen hebben. Kinderen van niet- of Oost-Europese afkomst maken zich reeds zorgen over hun 10

12 toekomstige job. Daarnaast kampen deze kinderen ook met meer zorgen over geweld, vertrouwen in de eigen capaciteiten en godsdienst. Bij tieners zien we gelijkaardige vaststellingen. Deze groep blijkt ook meer problemen te vertonen met controle en regels en met onveiligheid. Om de inzichten omtrent jeugdinformatie en maatschappelijk kwetsbare groepen beter te begrijpen werd in 2011 een onderzoek uitgevoerd naar de leefwereld van maatschappelijk kwetsbare jongeren in het kader van informatiebehoeften en informatietactieken (Soenen & Baes, 2011). Dit onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van concrete culturele praktijken van jongeren uit minderheden. Door middel van antropologisch onderzoek werd de leefwereld van deze groep jongeren bestudeerd. Belangrijke conclusies voortkomend uit dit onderzoek zijn onder meer dat jongeren afkomstig uit minderheidsgroepen informatiebronnen beter aanvaarden en integreren doorheen alledaagse contacten en praktijken. Veel belangrijker dan informatieverstrekking in de klassieke zin van het woord is dan ook de aanwezigheid van juiste personen. Jeugdinformatie, aldus de onderzoekers, dient altijd bemiddeld te worden doorheen persoonlijke contacten. Een jeugdinformatiebeleid dient daarom verweven te worden met de alledaagse praktijken van deze jongeren. De persoonlijke contacten kunnen uitgaan van zowel professionelen (jeugdwelzijnwerkers, leerkrachten, sporttrainers etc.), maar evengoed bibliothecarissen of politiemensen. De belangrijkste voorwaarde is dat ze enig inzicht hebben in de dagelijkse praktijken van deze jongeren. In het kader van de verdere ontwikkeling van een jeugdinformatiebeleid wordt dan ook aanbeloven aansluiting te zoeken bij de culturele praktijken van jongeren via het basiswerk in het jeugd- en ruimere sociale en culturele beleid. Het is net in dit basiswerk dat moet worden ingezet op expertiseontwikkeling op het vlak van informatieverstrekking. De informerende component van deze instituties wordt vandaag te weinig benut (Soenen & Baes, 2011). 3.4 Beoordeling en gebruik van jeugdinformatie Het perspectief van een jeugdinformatiebeleid dat vertrekt vanuit sociale en culturele praktijken van jongeren biedt interessante aanknopingspunten om verder onderzoek te verrichten naar de wijze waarop kinderen, tieners en jongeren jeugdinformatie beoordelen en gebruiken, de centrale vraagstelling van voorliggend onderzoek. Hierover bestaan er echter weinig onderzoeksgegevens, ook in de internationale literatuur (Shenton, 2004). Meer specifiek is de wijze waarop jongeren hun informatie zoeken het informatiezoekgedrag van jongeren en welke betekenis ze vervolgens daaraan geven veeleer een black box (Agosto & Huges-Hassels, 2006). Dit maakt dat het voor jeugdinformatiewerkers vaak moeilijk is inzicht te krijgen in hoe ze op de informatiebehoeften van jongeren kunnen inspelen. Een belangrijke bijdrage aan deze discussie werd geleverd door Savolainen (1995; Savolainen in Lu, 2010). Savolainen stelde de vraag centraal naar hoe mensen informatie zoeken in hun doel om hun dagelijkse activiteiten te beheren. Vanuit deze vraag ziet Savolainen het gebruik van informatie als een integrale component van het dagdagelijks leven, veeleer dan een aparte activiteit (cf. Everyday Life Information Seeking (ELIS)). De wijze waarop met informatie wordt omgegaan is afhankelijk, aldus Savolainen, van de aanleiding van de informatiezoektocht. Deze kan twee vormen aannemen. Enerzijds kan het om doelbewust zoekgedrag gaan, waarbij getracht wordt een informatiebehoefte te bevredigen. Anderzijds kan met ook op toevallige wijze in contact komt met informatie. Deze informatie kan zinvol zijn voor de actuele situatie waarin de jongere zich bevindt, maar kan evengoed pas betekenis krijgen in een toekomstige situatie. Het meeste onderzoek besteedt aandacht aan de 11

13 doelbewuste vormen van informatiezoekgedrag, om een bepaalde behoefte of nood aan informatie te vervullen. Tevens gaat dit onderzoek vooral uit van de cognitieve vaardigheden van jongeren die verbonden zijn aan het zoeken en gebruiken van informatie. Echter, waar Savolainen op wijst is dat de betekenis die men aan informatie geeft vaak in interactie wordt geconstrueerd door individuen in sociale contexten. Hierop verder bouwend ontwikkelde McKenzie (McKenzie in Agosto & Huges- Hassels, 2006) de idee van informatiepraktijken, waarmee wordt gewezen op het belang van sociale interacties, relaties en contexten bij de zoektocht naar en het gebruik van informatie. Deze inzichten inspireerde ook Williamson (Williamson in Agosto & Huges-Hassels, 2006) in de ontwikkeling van een ecologisch model om informatiebeoordeling en gebruik van jongeren te beschrijven. Hij wees op het belang van sociale en culturele factoren die een invloed hebben op informatiezoekgedrag. Hoewel mensen doelbewust zoeken naar informatie als reactie op een bepaalde behoefte, krijgen ze ook informatie op een toevallige manier, via dagdagelijkse activiteiten. Hun sociaal-culturele achtergrond en waarden, fysieke omgevingen, persoonlijke kenmerken, socioeconomische status en levensstijl bepalen welke betekenis, en dus welk oordeel, ze aan deze informatie geven. Williamson stelde vast dat intieme persoonlijke netwerken zoals familie en vrienden door informatiegebruikers ervaren worden als de meest toegankelijke bron van informatie voor zowel accidentele informatieverwerving als voor doelbewuste informatieverwerving. Ruimere persoonlijke netwerken en de massa media worden als minder toegankelijk ervaren maar worden toch veelvuldig gebruikt voor beide vormen van informatievergaring. Geïnstitutionaliseerde bronnen (bvb het georganiseerde jeugdinformatiebeleid) worden gezien als het minst toegankelijk en worden ook het minst gezien als bron voor accidentele informatie (Williamson in Agosto & Huges-Hassels, 2006). Deze vaststellingen sluiten aan bij beperkte inzichten die werden verkregen in het kader van het onderzoek van De Clerck et. al. (2008). Deze auteurs stellen dat informatiebehoeften inderdaad veelal latent aanwezig zijn en slechts worden geactiveerd naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. Ook dit wijst op het interactieve karakter van een informatiebehoefte. Zo kan een informatiebehoefte zich ontwikkelen bijvoorbeeld naar aanleiding van het in contact komen of in interactie gaan met een bestaand aanbod. Jongeren handelen in die zin, evenmin als volwassenen, niet altijd even rationeel en overwogen, maar geven hun dagdagelijks handelen vorm vanuit de interactie met hun omgeving, inclusief informatieprikkels die voortkomen uit deze omgeving. Deze dynamiek wijst op het belang van informele communicatiekanalen waarmee jongeren worden geconfronteerd. Dit proces van informatievergaring, beoordeling en gebruik wordt gekenmerkt door een actief betekenisgevingsproces door jongeren zelf. Een proces dat door onder meer Shenton en Hay-Gibson (2011) wordt getypeerd door haar complexiteit. Opvallende vaststelling hierbij is dat jongeren hun competenties van informatievergaring, beoordeling en gebruik zelf vaak verkeerd inschatten en veelal overschatten. Informatievergaring, beoordeling en gebruik blijkt in de praktijk gepaard te gaan met mislukking, ongewenste uitkomsten, frustratie ed. Dit blijkt evenzeer waar voor jongeren die worden bestempeld als digital natives, en die desondanks hun vertrouwdheid met bijvoorbeeld nieuwe sociale media niet altijd hun weg weten te vinden. Vele jongeren komen vaak nog onbeslagen op het ijs wanneer het aankomt op het vinden, selecteren en beoordelen van informatie. Er blijft in die zin dan ook een blijvende rol weggelegd voor professionele jeugdinformatiewerkers om jongeren aan te leren informatie te zoeken, deze te leren beoordelen en gebruiken. 12

14 Het schaarse onderzoek op het domein van informatievergaring, beoordeling en gebruik werd voornamelijk ondernomen omtrent concrete thema s of problematieken. Lu (2010) bijvoorbeeld onderzocht informatiegedrag van kinderen (11-12 jarigen) bij het omgaan met problemen. Opvallende vaststelling hierbij is dat het informatiegebruik van jongeren niet enkel expliciet tot doel heeft een probleem op te lossen. Andere strategieën die mogelijks het gevolg kunnen zijn van informatiegebruik zijn vluchtstrategieën, tijdelijke afleidingsstrategieën of stemmingsveranderingsstrategieën. Informatiegebruik kan, kortom, verschillende effecten ressorteren. Inzicht in deze verschillende effecten is, aldus de auteur, van belang voor jeugdinformatiewerkers omdat ze aanleiding kunnen geven tot een diversiteit van interventies. Wells (2007) onderzocht hoe jongeren omgaan met informatie over stemgedrag naar aanleiding van verkiezingen en hoe informatie hieromtrent hun keuze bepaalt. De auteur komt tot de vaststelling dat nieuwssites door jongeren als betrouwbaar naar voor worden geschoven. Tegelijk geven jongeren ook aan dat de informatie voortkomend uit nieuwssites niet volstaat om tot een opinie te komen. Aanvullend gebruiken jongeren het internet, maar geven hierbij aan dat het aan de gebruiker zelf ligt om in te schatten wat al dan niet betrouwbare informatie is. Ook hier is de wederkerende vaststelling dat het verkrijgen van informatie via verschillende kanalen niet volstaat. Jongeren geven aan meer te leren door met anderen te praten, veelal op basis van informatie die ze verkregen via nieuwssites. Jongeren geven evenwel niet expliciet aan dat ze familie of peers betrouwbaarder vinden dan nieuwssites, toch hechten jongeren groot belang aan het aftoetsen van info bij familie of peers. De impact die sociale netwerken hebben bij informatievergaring, -beoordeling en -gebruik werd in de Vlaamse context onderzocht door Trendwolves (2010). Op de vraag wat jongeren tussen 12 en 25 jaar doen met informatie blijkt dat informatie verkregen via face-to-face kanalen/sociale netwerken (vrienden, ouders, leerkrachten) het meest gebruikt wordt. Informatie via elektronische kanalen (SMS, nieuwsbrieven, YouTube) wordt het minst gebruikt. Verder blijkt ook welke rol leeftijd speelt bij informatiegebruik: hoe jonger, hoe intensiever de verkregen informatie wordt gebruikt. Naarmate men ouder wordt daalt deze intensiteit. Wat betreft de beoordeling van de geloofwaardigheid van informatie, blijkt uit hetzelfde onderzoek dat informatie verkregen via vrienden, ouders, de krant en leerkrachten het meest geloofwaardig zijn. SMS, YouTube, sociale netwerken, nieuwsbrieven en televisie worden als minder geloofwaardig beschouwd. Ondanks deze beperkte inzichten die ons leren dat sociale netwerken van jongeren van groot belang zijn bij informatievergaring, beoordeling en gebruik hebben we geen degelijk inzicht in hoe jeugdinformatie wordt beoordeeld door jongeren zelf, welke criteria zij hiervoor gebruiken en wat de rol van actoren uit hun sociale netwerk hierin is. Evenmin hebben we inzicht in hoe de verspreiding van informatie via het sociale netwerk van kinderen, tieners en jongeren gebeurt, en wat de effecten zijn die deze informatie teweeg brengt. Bestaand jeugdinformatieonderzoek levert inderdaad weinig inzichten in de contexten waarbinnen jeugdinformatie door kinderen, tieners en jongeren wordt gebruikt met het oog op het maken van een keuze. 13

15 4 Methodologie Om jongeren te bevragen over hun informatieverwerkingsgedrag moesten we bij aanvang een methodologische keuze maken. Of je gaat jongeren bepaalde informatiethema s aan de hand van herkenbare cases voorleggen. Of je laat jongeren zelf aangeven wat voor hen belangrijk is en wat hen bezig houdt in hun leefwereld. Beide methodes hebben hun voor- en nadelen. Bij de eerste heb je telkens een knagend gevoel of je de jongere niet te veel stuurt in wat hij belangrijk moet vinden. Als volwassenen filteren we immers die elementen uit onze jeugdjaren waarvan we nu weten dat ze naar impact belangrijk zijn geweest voor onze ontwikkeling. We hebben dan de neiging die elementen te vertalen naar de jongeren om hen zo bij te staan in hun ontwikkeling. Om dit te vermijden, kan men een tweede methode hanteren. Dan laat je de jongere erg vrij. Hij moet zelf aangeven wat voor hem op dat moment belangrijk is. Wat hij op dat moment inschat dat een impact zal hebben op zijn ontwikkeling, op zijn gemoed, op zijn welbevinden, wat hij interessant vindt, leuk vindt, etc. Ook aan deze methode is een valkuil verbonden. Informatie is immers een erg breed begrip, en zeker voor de jongste van onze doelgroep niet gemakkelijk begrijpelijk concretiseerbaar. Omdat we ze niet willen sturen, houden we het begrip dan bewust zo breed mogelijk. Het is dan echter niet ondenkbaar dat ook de respondent zich wat verdwaald voelt in een brede massa van gebeurtenissen waarin hij ooit informatie heeft verwerkt. Daarenboven, hoe vaak gebeurt het niet dat we erg belangrijke informatie verwerken die pas veel later van pas komt? Of we vergeten ook snel situaties waarin informatie-uitwisseling plaats vindt die we een dag later als triviaal beschouwen en verzinkt naar de kelders van onze herinneringen. In dit onderzoek kozen we ervoor om beide methodologische perspectieven aan te wenden. Door beide methodologische perspectieven te combineren, counteren we tegelijkertijd ook de belangrijkste nadelen van die methodes. De aangewezen tool voor de eerste methode is de gestructureerde vragenlijst. We kunnen veel respondenten gestructureerd bevragen en kwantitatief analyseren. De tweede methode noopt een meer kwalitatieve aanpak. We kozen om de respondenten een week lang een dagboek te laten bijhouden. Eerst meer uitleg over onze enquête, want die mag bijzonder genoemd worden. 4.1 Survey Opzet survey In lijn met de werking van VIP Jeugd en Jongerengids.be, splitsten we onze doelgroep in drie leeftijdsgroepen: 8 11 jaar, jaar, jaar. We noemen deze leeftijdsgroepen verder respectievelijk de kinderen, de tieners en de jongeren. We stelden voor elke groep tien situaties op waarover we de respondenten wilden laten nadenken: Wat zou ik in die situatie doen?. Uiteraard ben je in verschillende ontwikkelingsfasen met andere thema s bezig. Elk van die situaties zijn eigen aan de leeftijdscategorie. Daarom waren we genoodzaakt om voor elke leeftijdsgroep tien andere cases of situaties te bedenken die aansluiten bij relevante informatiethema s. De jongste zouden immers weinig aansluiting hebben met thema s die pas later in de ontwikkeling opspelen. Tegelijk zouden oudere groepen de levensthema s van de jongste banaal of triviaal vinden. Dat sloot dus ook de mogelijkheid uit om een basis enquête te ontwerpen waarop we verder bouwen voor de oudere groepen. De middengroep zou dan extra cases krijgen en de oudste groep daar nog wat extra cases bovenop. Dat zou echter ook taal- en stijlproblemen met zich meebrengen, wat de geloofwaardigheid van het onderzoek onderuit zou halen. We kozen dus voor vragenlijsten met tien unieke cases per leeftijdsgroep. De Clerck en collega s (2008) onderzochten reeds de 14

16 belevingsthema s bij verschillende leeftijdsgroepen van Vlaamse jongeren. Zij geven een Top 10 van zorgen die kinderen hebben: goede punten halen op school, familie, dieren, dat iemand die je graag ziet sterft, toetsen en examens op school, hoe je lichaam eruit ziet, later een job hebben die je graag doet, het leven, je gezondheid, dat je ouders sterven. Bij de groep tieners komen volgens hetzelfde onderzoek belevingsgerichte vragen over de thema s relaties (ouders, docenten, leeftijdsgenoten), seksualiteit en seksuele identiteit, het lichaam en de maatschappelijke oriëntatie (rechten en plichten) op de voorgrond. Jongeren liggen volgens hetzelfde onderzoek meer wakker van praktische vragen rond studie, beroepskeuze, werk, rechten en plichten, inkomen, gezondheid, vrije tijd, cultuur, eigen huisvesting. Inspiratie voor situaties rond relevante informatiethema s vonden we op jongerengids.be ( Jongerengids.be, 2012). Tabel 1: Overlappende cases per informatiethema. Overlappende onderwerpen Leeftijdsgroepen 8 tot tot plus Studierichting x x x Veilig Online x x x Milieu x x Vriendschap x x Vrije tijd x x Gezondheid x x Geld verdienen en beheren x x Drugs en alcohol x x Seks en gezondheid x x In bovenstaande tabel vinden we de overlap van de gebruikte thema s over de verschillende leeftijdsgroepen. Een volledig overzicht met de beschreven situaties is te vinden in bijlage 1. Studierichtingen en opleidingen komt bij elke leeftijdsgroep voor evenals veiligheid online. Zes thema s overlappen twee groepen. De resterende thema s bestrijken slechts één leeftijdscategorie (zie tabel onder). Overlappende thema s, tenslotte, stellen ons in staat om patronen van informatieverwerkingsgedrag te vergelijken overheen de leeftijdsgroepen. Tabel 2: Cases per thema dat niet overlapt overheen leeftijdsgroepen. Leeftijdsgroepen 8 tot tot plus Problemen thuis Religie Werken en solliciteren Verliefdheid Pesten Relaties De dood Het gerecht, de wet Wonen Kinderrechten Politiek 15

17 We vinden dus voor de oudste en de jongste groep vier cases die een uitsluitend aan die leeftijdsgroep gebonden thema naar voor brengen (tabel 2). Bij de middelste groep zijn dit er slechts drie. Bij elke case vroegen we de respondenten naar hun eigen informatieverwervingsgedrag als ze in die situatie zouden verkeren. Eerst vroegen we hen naar de herkenbaarheid van de situatie. We vroegen of als ze zelf al eens die informatievraag hadden. Vervolgens vroegen we hoe ze zich zouden voelen als ze in die situatie zouden verkeren. Deze twee tussenstappen zijn belangrijk in de analyses want het stelt ons in staat te kijken naar associaties tussen respondenten die ooit al dezelfde vraag hadden en zij die dat niet hadden. De emoties zijn een belangrijke tussenstap omdat die ook voor een groot deel de informatiestroom kunnen verklaren. Vinden we significante associaties tussen informatieverwervingsgedrag en de emotie die de situatie losmaakt? vragen we ons af. Hierbij zijn we vooral geïnteresseerd in de respondenten die aangeven beschaamd te zijn in een bepaalde situatie. Omdat we in dit onderzoek met jonge respondenten werken vanaf 8 jaar, wilden we de vragenlijst ook wat speels aanpakken door ze eerder visueel dan verbaal te maken. We zijn van oordeel dat dit de kwaliteit van de antwoorden ten goede komt. Hieronder zie je het antwoordblad dat in het enquêteboekje telkens op de rechter pagina werd weergegeven. De case, de herkenningsvraag en emotievraag, evenals de invulinstructies stonden telkens op de linker pagina van het boekje. Figuur 1: Antwoordblad van de leeftijdsgroep 8-11 jaar. Op dit antwoordblad kwamen alle informatieverwerkingsantwoorden aan de hand van volgende instructies (versie voor de jongste groep): 16

18 Emma staat in het midden van de kring op je rechter blad. Om haar heen zijn er plaatsen en personen waar je informatie kunt vinden. Emma denkt na waar ze naar toe zou gaan om meer te weten te komen over leuke dingen doen in haar vrije tijd en jij gaat haar helpen. Nu heb je je kleurstiftjes nodig! Zwart doorstrepen. Doorstreep met je zwarte stift in de kring de personen/plaatsen die jij niet kent. Trek maar een dikke streep door het prentje! Zwarte pijlen. Waar zou jij informatie zoeken in Emma s plaats? Trek een zwarte pijl van Emma naar de prentjes van personen of plaatsen waar jij informatie zou zoeken. Je mag meerdere pijlen trekken. Zwarte cirkel. Kijk nu even alleen naar de prentjes waar je al een pijl naar hebt getrokken. Waar zou jij eerst naartoe gaan? Daar mag je een zwarte cirkel rond trekken. Rode cirkel. Kijk opnieuw enkel naar de plaatsen waar je al een pijl naar hebt getrokken. Waar denk jij dat je de beste informatie zal vinden? Daar mag je een rode cirkel rond trekken. Rode pijlen. Misschien heb je over leuke dingen om te doen in je vrije tijd al informatie gekregen zonder dat je er zelf naar op zoek ging. Als dat zo is, mag je van die plaatsen een rode pijl trekken naar Emma die in het midden staat. Je mag meer dan 1 pijl trekken. Uit vorig onderzoek weten we dat fysieke personen die dicht bij de respondent staan een belangrijke informatiebehoefte vervullen (De Clerck et al. 2008). We denken hierbij in de eerste plaats aan dichte familieleden en vrienden en vriendinnen. Andere fysieke personen die we als infobron aanboden waren de leerkracht, trainer of leider of nog een andere volwassene die ze zelf konden specificeren. Een andere categorie bestaat uit de traditionele massamedia. We denken dan zeker aan TV, radio, krant en tijdschriften maar in die groep begrijpen we ook folders en brochures allerhande en de bibliotheek als portaal voor allerhande geschreven media. Ook verschillende organisaties zijn belangrijke informatieverstrekkers. Alle drie de leeftijdsgroepen kregen bij organisaties als infobronnen aangeboden: CLB 1, jongerengids.be en de Kinder- en jongerentelefoon (KJT). Daarnaast kregen ze ook de ruimte om zelf een organisatie te specificeren. De twee oudste groepen kregen nog een extra informatiebron: JIP of jongeren informatiepunt. Bij de keuze van organisaties ging heel wat discussie in het onderzoeksteam vooraf. De verschillende organisaties die onder hun takenpakket een functie van jeugdinformatieverstrekking hebben, zijn niet op één hand te tellen. We kozen ervoor om het CLB op te nemen als vraaggestuurde organisatie aan de school gelieerd. Daarnaast kozen we ervoor, in overleg met de opdrachtgever om drie algemene informatieverstrekkers op te nemen die kinderen, tieners en jongeren als specifieke doelgroep hebben (KJT, jongerengids.be en JIP). Zo kunnen we ook terugkoppelen naar de opdrachtgever over de bekendheid van hun jeugdinfoaanbod. Ten slotte openden we het raam voor andere organisaties die we mogelijks over het hoofd zagen door middel van de open categorie andere organisatie, nl: Een laatste groep zijn de digitale media. Daarin specificeerden we zelf de zoekmachine google en de sociale netwerksites. Een derde open antwoordmogelijkheid was een andere website dan google waarbij de respondent andere relevante websites kon specifiëren. Tenslotte vroegen we naar enkele achtergrondvariabelen. We vroegen naar geslacht en leeftijd, samen met de maand van hun verjaardag. We vroegen ook naar welke taal thuis wordt gesproken. Bij de oudste groep vroegen we ook naar hun werk- of opleidingssituatie en hun woonsituatie. Tijdens het enquêteren hielden we ook de school, klas en studierichting bij. Met het adres van de 1 Het CLB is een vraaggestuurde aan de school gelinkte organisatie met als bekommernissen de mentale en fysische gezondheid van de scholieren alsook het begeleiden van de schoolloopbaan. 17

19 school gaan we aan de slag om te bepalen of een gebied landelijk dan wel stedelijk gelegen is. De onderverdeling is gebaseerd op de sociaaleconomische typologie van Arnaud Dessoy. Gemeenten worden in clusters ondergebracht die gelijkaardige sociaaleconomische eigenschappen hebben (Lokaal Besturen in Vlaanderen: Lokale besturen en provincies in cijfers uitgedrukt, 2006). Wij maakten een verdere onderverdeling waarbij we alle voorkomende clusters in onze steekproef definiëren als landelijk of stedelijk gebied, zie tabel drie. Tabel 3: Verdeling van de geclusterde postcodes over stedelijk of landelijk gebied. stedelijk landelijk clusters postcodes clusters postcodes grote steden 9000, 9050, 8000, 9041, 9052, 9030 kleine gemeenten in Vlaams-Brabant 9680 centrumsteden 9300, 8800, 8501 kleine landelijke gemeenten 8650 kleine steden 9900, 8900, 9800, 1500, 9200 landelijke gemeenten 9980, 9990, 9850, Afname survey In functie van het opleidingsonderdeel Inleiding op onderzoek in het sociaal werk, kregen de 2 e bachelor-studenten sociaal werk en enkele studenten orthopedagogie een training om de vragenlijsten in de klas te gaan begeleiden. Ook kregen ze een training voor het inputten van de data in voorgemaakte sjablonen. HoGent onderzoeksmedewerkers controleerden steekproefsgewijs en aan de hand van frequentietabellen de nauwkeurigheid van de data invoer. Voor de afname van de surveys in buitengewoon onderwijs werd tijdens de opmaak van de survey overlegd met experts en leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs over de haalbaarheid en eventuele aanpassingen van de enquête. Belangrijk om te vermelden is dat de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs niet alle cases hebben beantwoord. Bij de kinderen viel leuke dingen doen in je vrije tijd uit de boot, evenals het milieu, de dood en kinderrechten (de twee laatste waren de laatste cases vielen uit de boot omwille van de tijd). Ook bij de tieners viel milieu, studierichting en geld verdienen en beheren weg Steekproef Omdat de doelgroep bij ontwerp van de onderzoeksvraag al wordt verdeeld in drie subgroepen (8 11 jaar, jaar en jaar), beogen we een gelijke steekproefverdeling tussen deze drie doelgroepen van respectievelijk 150 respondenten per groep. Dat brengt onze totale steekproef in eerste instantie op 450 respondenten. Voor de verschillende leeftijdsgroepen is niet alleen een aangepaste vragenlijst nodig, maar ook een aangepaste benadering. Voor onze steekproef kunnen we bij de twee jongste leeftijdsgroepen terecht op de scholen. We diversifiëren naar onderwijsniveau en naar landelijk gelegen scholen versus stadsscholen. Daarenboven doen we extra moeite om leerlingen uit het buitengewoon 18

20 onderwijs te betrekken. Ze zijn een maatschappelijk kwetsbare groep die in onderzoek zelden een stem heeft. We anticiperen dat die onafhankelijke variabelen invloed uitoefenen op de manier waarop kinderen, tieners en jongeren informatie verwerven. Een goede steekproef van jongeren die niet meer schoolplichtig zijn, is een grotere uitdaging. Naast hogeschool studenten benaderden we jongeren in die leeftijdscategorie via de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding VDAB. 4.2 Dagboeken Opzet dagboeken Kinderen, tieners en jongeren vragen naar hun informatieverwervings- en informatieverwerkingsgedrag doen we met een multidimensionele benadering. Het kwantitatieve aspect omvat een gestructureerde vragenlijst (de survey, zie hierboven). Het kwalitatieve luik bestaat uit twee methoden: dagboeken en focusgroepen. Deze kwalitatieve instrumenten worden ontworpen en geanalyseerd vanuit de vaststellingen die werden gedaan in het kwantitatief onderzoek. Bijvoorbeeld de complexiteit van het zoekproces, waarbij jongeren de kwaliteit van infobronnen afmeten aan diverse personen, kunnen we in de dagboeken en focusgroepen beter nagaan. De methoden zijn dan ook heel complementair aan elkaar. Het dagboek als sociaal-wetenschappelijke onderzoeksmethode is een persoonlijk document dat nauwgezet door een individu wordt bijgehouden op regelmatige tijdstippen (Alaszewski, 2006). Een dagboek kan geschreven worden met de hand, digitaal op een computer worden aangevuld, of audio(visueel) worden opgenomen. De opbouw van een dagboek kan sterk variëren van helemaal open tot zeer gestructureerd (Butcher & Eldridge, 1990). De dagboekmethode is geschikt voor onderwerpen of activiteiten die gemakkelijk worden vergeten of achteraf moeilijk accuraat te herinneren zijn, en voor gevoelige onderwerpen (Corti, 1993). Een belangrijk voordeel bij het gebruik van dagboeken is dat er wordt vertrokken vanuit de kinderen, tieners en jongeren zelf. In het dagboek geven de kinderen en jongeren van de verschillende doelgroepen aan de hand van enkele open vragen gedurende een week dagelijks zelf aan wat voor hen belangrijk is op dat moment en hoe ze daar mee omgaan. Op die manier wordt dus een kijk op informatie gegenereerd vanuit de kinderen en jongeren zelf. Dat de respondent zelf kiest waar en wanneer hij het dagboek invult draagt bij tot een gevoel van privacy en eigenaarschap. Dat laatste wordt nog vergroot door veel plaats voor noteren van eigen gedachten. Er is weinig literatuur over geschiktheid van de methode bij kinderen onder 12 jaar; geletterdheid is een bepalende factor Afname dagboeken Het dagboek is aangepast aan de leeftijd in twee groepen: kinderen 8-11 jaar en een bredere groep tieners en jongeren jaar. Voor wat betreft taalgebruik en lay-out was het niet noodzakelijk een onderscheid voor de jongeren tussen 12 en 22 jaar te handhaven. Daarnaast is er bewust voor gekozen geen voorbeelden van situaties of thema s te formuleren in het dagboek, in tegenstelling tot de survey, ten einde de inbreng zoveel mogelijk van de jongeren uit te laten komen: de onderzoeker bepaalt de contouren, waarbinnen de respondent participeert. Het dagboek is opgebouwd uit zeven dagen. Elke dag wordt een zelfde aantal vragen gesteld. Eerst wordt hen gevraagd om aan te duiden over welke informatiebron ze het willen hebben. Dit kunnen ze doen door één van de gegeven 19

21 iconen met bijhorende benaming te omcirkelen (bv. familie) en vervolgens zelf te specificeren om wie het precies gaat (bv. mijn zus Charlotte ). Daarna wordt gevraagd te vertellen over die dag. Hier wordt de situatie in zijn context geschetst. Aansluitend wordt gevraagd naar welke informatie het precies was. Hier wordt dus gevraagd om de informatie waar het specifiek om gaat te filteren uit de situatiecontext en te benoemen. Verder wordt gepolst naar wat ze van die informatie vinden. Dit kan zowel objectief als subjectief worden opgevat en beantwoord. Ten slotte wordt gevraagd wat ze met deze informatie hebben gedaan en wat ze er mee willen doen. Dit kan zowel gaan over acties in het verleden als voornemens voor de (concrete of abstracte) toekomst. Als samenvatting wordt verzocht om de volgorde van de informatiebronnen visueel aan te duiden met pijlen in een gegeven schema. Elke dag wordt afgesloten met de vraag of er nog andere belangrijke informatiebronnen zijn waarover men iets wil vertellen. Na de zeven dagen is er ruimte gelaten voor een extra dag naar keuze. Ook hier wordt de bovenvermelde structuur gehanteerd. Bij het afsluiten van het dagboek wordt gepolst naar de persoonlijke ervaring bij het invullen van het dagboek, de aard van de voorbije week (al dan niet normale week), extra opmerkingen of verduidelijkingen, en of het dagboek moet worden teruggestuurd. In vergelijking met wat we in literatuur terugvinden is het aantal respondenten, 37, voor deze onderzoeksmethode uitzonderlijk groot. De respondenten werden in een face-to-face contact gebrieft over doel en methode, in sommige gevallen was dat om praktische redenen in kleine groep. Een incentive (bioscoopticket of cadeaubon) was voorzien. Kinderen (9-11 jaar) konden de assistentie van hun ouders inroepen bij het invullen van het dagboek. De verwerking van de dagboeken gebeurde aan de hand van een rigoureuze boomstructuur, waarbinnen de gescande fragmenten in Nvivo werden gecodeerd Steekproef We bereiken met onze dagboeken 37 respondenten waaronder 24 meisjes en 13 jongens. Wat betreft de verdeling naar leeftijd, merken we dat 19 kinderen, 9 tieners en 9 jongeren een dagboek hebben ingevuld. De respondenten worden gerekruteerd via persoonlijke contacten (i.e. via docenten, leerkrachten, jeugdleiders, ). 4.3 Focusgroepen Opzet focusgroepen De focusgroep, ook wel groepsinterview genoemd, is een publiek forum waarin de vertrouwelijkheid van de individuele interviewsituatie en ook die van de anonieme vragenlijst ontbreekt. Idealiter worden focusgroepen gebruikt wanneer de onderzoeksvraag betrekking heeft op cultureel of sociaal geaccepteerde manieren van spreken (Lucassen & Hartman, 2007). Het doel van een focusgroepmethode is vaak om een dienst, product, campagne of programma voor een doelgroep te ontwikkelen dan wel evalueren (Stewart et al., 2007). Waar een individueel interview geschikt is om persoonlijke verhalen uit te diepen en de persoonlijke context te begrijpen, is een groepsinterview geschikt om een bepaald onderwerp in de breedte te verkennen en de diversiteit van meningen te achterhalen. Het grote voordeel van een focusgroep is dat de participanten elkaar stimuleren om verder te kijken dan zijn of haar eigen visie (Evers, 2007). 20

22 In dit onderzoek gaan de focusgroepen dieper in op de resultaten van de survey en bieden ze de mogelijkheid om ruwe conclusies en aanbevelingen te verkennen, formuleren en toetsen. Er worden focusgroepen georganiseerd met kinderen, tieners en jongeren, evenals met professionele en nietprofessionele intermediairen. Deze laatste twee groepen komen op hun eigen specifieke manier met de doelgroep in contact en bezorgen ons hun aparte visie op het onderzoeksonderwerp. Samen met de informatie die wordt verkregen van de doelgroep wordt op die manier een rijker en meer gevarieerd beeld gevormd. De combinatie van de resultaten van het kwantitatieve en het kwalitatieve luik, biedt ons ten slotte een totaalbeeld op de onderzoeksvragen van dit project Afname focusgroepen Bij het opstellen van de focusgroepen wordt gedifferentieerd naargelang de doelgroep: kinderen, tieners, jongeren, professionele intermediairen en niet-professionele intermediairen. Deze laatste groep (bv ouders of jeugdleiders) zijn op een meer impliciete manier bezig met jeugdinformatie. Voor elke specifieke focusgroep wordt zowel de inhoud als de aanpak zorgvuldig aangepast en uitgewerkt. De grote inhoudelijke lijnen en onderwerpen echter komen in alle focusgroepen terug (bv. de eerste informatiebron, de betrouwbaarheid van de informatiebron, digitale sociale media, traditionele media, etc.). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een draaiboek met topiclijst. Daarnaast worden per focusgroep een aantal accenten gelegd en een aantal uitbreidingen gemaakt die specifiek van belang zijn voor die doelgroep. De aanpak is eveneens op maat en niveau van de doelgroep gemaakt. Zowel de opbouw als het taalgebruik en de benadering is verschillend. De negen gerealiseerde focusgroepen hebben gemiddeld vijf deelnemers met een range van twee tot elf deelnemers en de gemiddelde duur is 75 minuten. Elke focusgroep wordt geleid door dezelfde gespreksleider. Daarnaast is er telkens een verslagnemer aanwezig en worden de groepsinterviews, na mondeling akkoord van de deelnemers, opgenomen met een audiorecorder Steekproef In totaal werden negen focusgroepen gerealiseerd. De twee focusgroepen met kinderen vonden plaats in een lagere school in Drongen. Een klas van het vierde leerjaar werd in twee gesplitst en nam deel aan een focusgroep in afzonderlijke lokalen. Deze twee focusgroepen bevatten respectievelijk tien en elf kinderen van tien jaar. Een eerste focusgroep met zes tieners vond plaats thuis bij één van de onderzoekers. De leeftijd in deze focusgroep was 14 jaar en bestond uit drie meisjes en drie jongens. De andere focusgroep met tieners vond plaats in een VKSJ-lokaal. Hier namen acht meisjes tussen 12 en 15 jaar aan deel. Ook met jongeren organiseerden we twee focusgroepen. Op de eerste focusgroep echter daagden vijf deelnemers niet op, met als gevolg dat we een dubbelinterview hielden met de twee aanwezige jongeren, beide studenten hoger onderwijs. De tweede focusgroep met acht jongeren, studenten van HoGent, verliep zonder problemen. Beide focusgroepen met jongeren tussen 20 en 22 jaar vonden plaats in een lokaal van de HoGent. Naast deze focusgroepen met de doelgroep zelf wilden we de intermediairen die op professionele basis of privé-gerelateerd in contact komen met kinderen, tieners en jongeren aan het woord laten. We organiseerden twee focusgroepen met professionele intermediairen. Beide groepsgesprekken van vijf en drie deelnemers vonden plaats in een lokaal van de HoGent. Drie preventiewerkers, één vormingswerkers, één klinisch psychologe, één lector, één opvoeder en één medewerker van de jeugddienst waren aanwezig. De focusgroep met zes niet-professionele intermediairen vond plaats in 21

23 een lokaal in een middelbare school. Deze bestond uit twee opvoeders, twee leerkrachten en twee ouders. De rekrutering voor de focusgroepen was geen evidentie. Verscheidene keren moest een focusgroep worden afgelast omwille van een te klein aantal of geen inschrijvingen. Vandaar onze keuze om met elke doelgroep twee focusgroepen te organiseren, met uitzondering van de niet-professionele intermediairen. 5 Resultaten 5.1 Resultaten survey Algemene beschrijving Steekproefbeschrijving We bereikten met onze survey in totaal 618 kinderen, tieners en jongeren. Zoals boven aangegeven, hebben we de steekproef voor praktische redenen onderverdeeld in drie subgroepen op basis van leeftijd. Onze steekproeven uit deze drie doelgroepen hebben de volgende karakteristieken: Kinderen Zoals al aangestipt splitsten we de respondentengroep in drie leeftijdscategorieën. De steekproef van de jongste leeftijdscategorie 8 tot 11 jarigen heeft de volgende karakteristieken. Van onze totale steekproef zijn 46 % meisjes (6 missing values). Van de 237 respondenten in dat leeftijdscohort, lopen 224 kinderen regulier onderwijs. Er werden bijgevolg 13 kinderen uit buitengewoon lager onderwijs ondervraagd. Bij de kinderen was het bevragen van buitengewoon onderwijs minder evident. Minder zinvol is het om te spreken over de verschillende leerjaren. In het buitengewoon onderwijs spreekt men immers over opleidingstypes en in methodescholen, goed voor een goede 28% van de steekproef, wordt over leefgroepen gesproken en die beslaan vaak meerdere traditionele leerjaren Regulier onderwijs 13 Buitengewoon onderwijs Figuur 2: Kinderen per onderwijstype. 22

24 Als we kijken naar de leeftijd van onze jongste respondenten, zien we dat de gemiddelde leeftijd een dikke tien jaar is (N=236 met standaardafwijking 1,297). Hoewel we hier praten over de leeftijdsgroep van 8 tot en met 11 jaar, vinden we toch een aanzienlijk aantal kinderen van elf jaar en meer (figuur 3). 39 kinderen zijn twaalf jaar of ouder (de oudste respondent is 14 en een half) omdat alle kinderen in een klas- of leefgroep de zelfde vragenlijsten kregen voorgeschoteld Figuur 3: Leeftijdsverdeling van de leeftijdsgroep van de kinderen. Een grote invloed op informatiestromen is ongetwijfeld ook de afkomst van de kinderen. Om de jongste respondenten niet te vermoeien met vragenbatterijen over afkomst van ouders, of zelfs grootouders, kozen we ervoor om te bevragen naar de taal die men thuis gebruikt. Taal heeft immers ook een grote invloed op informatiegedrag. We vroegen de respondenten of ze al dan niet Nederlands spraken thuis, en welke andere taal er dan eventueel werd gesproken. We zien dat slechts drie kinderen aangeven dat ze thuis exclusief een andere taal spreken (Duits, Frans en Spaans). Meer kinderen geven aan dat ze thuis Nederlands spreken en dat er daarnaast ook nog een andere taal wordt gesproken, in totaal 38 kinderen. Echter, van die 38 kinderen nemen we er negen met een korreltje zout, want zij geven niet echt een andere taal aan, dan wel een Vlaams dialect. Van de overgebleven 29 respondenten die thuis naast Nederlands ook een andere taal spreken, vinden we voornamelijk Europese talen terug (Duits, Engels, Frans, Italiaans, Sloveens). Acht kinderen spreken nog andere talen thuis (Braziliaans Portugees, Afgaans, Koerdisch, Marokkaans en Turks (4)). Het adres van de school gebruikten we om te bepalen of de leerlingen vooral in stedelijk dan wel landelijk gebied vertoeven. Tabel 4 is een frequentietabel van respondenten volgens de clustertypologie van Dessoy, verder opgedeeld naar stedelijk dan wel landelijk gebied voor de leeftijdsgroep van 8 tot 11 jaar. Tabel 4: Indeling van de leeftijdsgroep 8 tot 11 jaar volgens de clustertypologie van Dessoy, verder opgedeeld naar stedelijk of landelijk aan de hand van schooladres. stedelijk landelijk clusters respondenten clusters respondenten grote steden 112 kleine gemeenten in Vlaams-Brabant centrumsteden 18 kleine landelijke gemeenten

25 kleine steden 20 landelijke gemeenten 45 Totaal 150 Totaal 87 We vinden 150 kinderen terug in stedelijk gebied en 87 kinderen in landelijk gebied. Tieners De steekproef van de leeftijdsgroep 12 tot en met 16 jaar bestaat uit 199 respondenten. Omdat er in België een leerplicht is tot en met 16 jaar, enquêteerden we ook hier alle respondenten op de schoolbanken. Twee missing values buiten beschouwing gelaten, vinden we een mooie verdeling tussen de geslachten: 49% jongens en 51% meisjes. In dit leeftijdscohort konden we ook meer leerlingen uit het buitengewoon onderwijs bevragen. We vinden 31 respondenten terug in het buitengewoon onderwijs. Alle 31 tieners zitten in opleidingsvorm 3. Deze opleidingsvorm biedt een algemene, sociale en beroepsgerichte vorming met het oog op de integratie in een gewoon leef en arbeidsmilieu("www.vlor.be," 2012). We spreken dus over een kwetsbare groep waarvan toch wordt verwacht dat ze later ten volle maatschappelijk participeren. Voor jeugdinformatiewerkers is dit bijgevolg een belangrijke doelgroep Figuur 4: Tieners per onderwijstype. 24

26 De andere 168 respondenten vinden we terug in het reguliere onderwijssysteem, in de eerste vier leerjaren (figuur 5) Figuur 5: Tieners regulier onderwijs per niveau. Kijken we naar de leeftijd van de respondenten, dan vinden we een range van 11 tot 17 jaar. We vinden dus een paar uitschieters buiten de bepaling van de leeftijdsgroep jaar om dezelfde redenen als bij de jongste groep. We vinden een gemiddelde leeftijd van iets meer dan 14 jaar (N = 199 en standaard afwijking 1,434) Figuur 6: leeftijdsverdeling van de groep tieners. Vervolgens hebben we nog data over de taal die deze tieners thuis spreken. We vinden tien leerlingen die thuis geen Nederlands spreken. Opnieuw vinden we onder hen vooral West-Europese talen terug (4 x exclusief Frans, 2 x Frans met Spaans of Engels, 1 x Fins en 1 x Portugees). Blijven nog over Arabisch en Slovaaks. Elf tieners spreken naast Nederlands nog een andere taal thuis. We vinden negen maal Turks, ook onmiddellijk de grootste groep van de tweetalige. Verder spreken er vijf ook Frans thuis, drie Engels, eentje zowel Frans als Engels, en telkens één maal Kosovaars, Marokkaans en Albanees. 25

27 Ten slotte delen we de groep in naar landelijk of stedelijk gebied (zie tabel 5). Tabel 5: Indeling van de middelste leeftijdsgroep naar stedelijk of landelijk gebied. stedelijk landelijk clusters respondenten clusters respondenten grote steden 75 kleine gemeenten in Vlaams-Brabant centrumsteden 39 kleine landelijke gemeenten - - kleine steden 75 landelijke gemeenten 10 Totaal 189 Totaal 10 We vinden bijgevolg slechts 10 respondenten van deze leeftijdsgroep terug in landelijk gebied. Jongeren Bij de oudste groep hebben we dezelfde achtergrondinformatie verzameld, aangevuld met de woonsituatie en werk en/of opleidingssituatie van de respondent. We verzamelden surveys van 182 respondenten in deze groep. We verzamelden opnieuw een groot aantal enquêtes in het middelbaar onderwijs, zowel buitengewoon als regulier, maar gingen verder nog op zoek naar respondenten bij de VDAB en Hogeschool Gent. Zo hebben we ook een groep werkloze jongeren en een groep van hoger opgeleide jongeren in de steekproef. We kijken eerst naar de verdeling meisjes/jongens in deze groep. We vinden een ietwat ander beeld dan bij de vorige leeftijdsgroepen. We vinden namelijk veel meer meisjes terug in de steekproef dan jongens (60% meisjes en 40 % jongens). We zien dat deze afwijking het kleinst is als we enkel kijken naar de schoolgaande jeugd. In het secundair onderwijs vinden we namelijk 42% jongens tegenover 50% meisjes (N = 127 en 10 missing values). Het grote verschil tussen de geslachten werd vooral veroorzaakt door de studenten van de Hogeschool Gent, omdat de opleiding orthopedagogie vooral meisjes aantrekt. Op een groep van 32 studenten vinden we slechts vijf jongens terug. Als we naar leeftijd kijken in deze leeftijdsgroep, vinden we een gemiddelde van 19 jaar (standaard afwijking 1.89, N = 177). Opnieuw zijn er een paar uitschieters die eigenlijk te oud zijn voor deze studie zoals in het begin bepaald. Opnieuw, omdat we groepen bevraagd hebben, nemen we ook die respondenten mee. We vinden ze vooral terug in onze groep werkzoekenden. Daar vinden we 7 respondenten ouder dan 22 jaar. 3 daarvan zitten aan HoGent en één vinden we terug in het Buitengewoon onderwijs. 26

28 Figuur 7: Leeftijdsverdeling in de groep 16+. Kijken we naar de gezinssituatie van deze groep, vinden we voor de overgrote meerderheid (173 respondenten) dat ze nog thuis wonen. Tenminste, de domicilie staat nog op het adres van de ouderlijke woonst. Dat kan dus ook betekenen dat ze in de week op kot zitten maar de weekends thuis doorbrengen. Vier respondenten wonen zelfstandig en drie respondenten delen de woonst met partner of vrienden. Van deze groep, vonden we vijf respondenten bij de VDAB. De jongste onder hen is 18 jaar, de oudste 24 jaar. Eentje loop TSO in het zesde jaar en één respondent loopt school in het buitengewoon onderwijs. Beide zijn 18 jaar oud. 163 jongeren in onze steekproef gaan naar school of volgen een (voortgezette) opleiding. Twaalf jongeren volgen geen opleiding (meer) en zijn ook niet aan het werk. Twee werkende jongeren vervolledigen de steekproef. Kijken we naar opleidingstypes, dan lopen de meeste respondenten middelbaar onderwijs (127 respondenten). 47 jongeren volgen ASO. 46 volgen er TSO. 13 volgen KSO. 19 volgen BuSO. Eéntje zit in het zevende jaar beroepsonderwijs. We ronselden 34 respondenten die hoger onderwijs volgen. Allen behalve één studeert orthopedagogie aan HoGent. Eéntje zit in het derde jaar Sociaal Werk Figuur 8: Opleidingen van de jongeren die nog een opleiding volgen. Vervolgens vroegen we ook in deze groep naar de moedertaal, dan wel gebruikstaal thuis. Slechts drie respondenten geven aan dat er thuis geen Nederlands wordt gesproken, maar respectievelijk Albanees, Frans en Turks. 178 respondenten geven aan dat er thuis wel Nederlands wordt gesproken. 15 respondenten gebruiken thuis ook nog een andere taal. Opnieuw zijn Frans en Engels goed 27

Structureel meer aandacht voor jeugdinformatie

Structureel meer aandacht voor jeugdinformatie ADVIES 1606 Structureel meer aandacht voor jeugdinformatie Datum: 6 april 2016 Voorzitter: Nozizwe Dube Aanwezigen: Al Hilou Fatimah, Aernouts Fried, Baetens Jo, De Mesmaeker Mathias, De Vilder Gilles,

Nadere informatie

Profiel van informatiezoekers

Profiel van informatiezoekers Profiel van informatiezoekers Kritisch denken Ik ben iemand die de dingen altijd in vraag stelt 20,91% 45,96% 26,83% 6,3% Ik ben iemand die alles snel gelooft 0% 25% 50% 75% 100% Grondig lezen Ik lees

Nadere informatie

F S I N BEKNOPT RAPPORT ONDERZOEK NAAR INFORMATIEZOEKGEDRAG BIJ KINDEREN, TIENERS EN JONGEREN

F S I N BEKNOPT RAPPORT ONDERZOEK NAAR INFORMATIEZOEKGEDRAG BIJ KINDEREN, TIENERS EN JONGEREN I N F O S C A N BEKNOPT RAPPORT ONDERZOEK NAAR INFORMATIEZOEKGEDRAG BIJ KINDEREN, TIENERS EN JONGEREN Faculteit Mens en Welzijn in opdracht van I N F O S C A N RAPPORT ONDERZOEK NAAR INFORMATIEZOEKGEDRAG

Nadere informatie

Project leerkrachten en jeugdinformatie

Project leerkrachten en jeugdinformatie PROJECTFICHE Project leerkrachten en jeugdinformatie Datum: 22 januari 2015 1 Vaststellingen vooraf We hebben als De Ambrassade al heel wat expertise opgebouwd rond jeugdinformatie. We willen vanuit deze

Nadere informatie

het Domein patiëntenperspectief

het Domein patiëntenperspectief het Domein patiëntenperspectief omschrijving: Het effect van de behandeling op de levenskwaliteit van de patiënt, gemeten op basis van een combinatie van een objectieve (op basis van meetschalen) en een

Nadere informatie

Business. IT in charge. Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord. Analytics

Business. IT in charge. Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord. Analytics Business Analytics IT in charge Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord Informatie is van en voor mensen CIO speelt belangrijke rol in nieuw spanningsveld Door Guus Pijpers Een van de eerste

Nadere informatie

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren Nu beslissen De motieven om te starten met leerlingenparticipatie kunnen zeer uiteenlopend zijn, alsook de wijze waarop je dit in de klas of de school invoert. Ondanks de bereidheid, de openheid en de

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

NT2-docent, man/vrouw met missie

NT2-docent, man/vrouw met missie NT2docent, man/vrouw met missie Resultaten van de bevraging bij NT2docenten Door Lies Houben, CTOmedewerker Brede evaluatie, differentiatie, behoeftegericht werken, De NT2docent wordt geconfronteerd met

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen RESEARCH SUMMARY ONDERZOEK I.K.V. VIONA STEUNPUNT WSE Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen Richtlijnen voor auteurs - De hoofdindeling ligt vast en bestaat uit volgende rubrieken:

Nadere informatie

Tabel 2: Overzicht programma in middelen, doelen en leerstijlen in fase 2

Tabel 2: Overzicht programma in middelen, doelen en leerstijlen in fase 2 Bijlage Romeo Deze bijlage hoort bij de beschrijving van de interventie Romeo, zoals die is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. Meer informatie: www.nji.nl/jeugdinterventies December

Nadere informatie

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief 20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief Wat is exact het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief marktonderzoek in termen van onderzoek (wat doe je) in termen van resultaat (wat kan je er mee) in

Nadere informatie

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Advies Kinder- en Jongerentelefoon Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Parlementaire vraag van de heer J. Roegiers over bijkomende subsidiëring van de Kinder- en Jongerentelefoon

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

To read or not to read

To read or not to read To read or not to read Een onderzoek naar nieuwsconsumptie in Nederland Mijke Slot (TNO) Fleur Munniks de Jongh Luchsinger (EUR) 3D Academy bijeenkomst 18 maart 2011 Inhoud Inleiding Theorieën over nieuwsconsumptie:

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Een retrospectieve zelfrapportering van ervaringen met psychisch, fysiek en seksueel in de sport voor de leeftijd

Nadere informatie

Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie

Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie Resultaten enquête jongerenambassadeurs voor sociale inclusie Datum: 12 november 2013 1 Deelnemers Belangrijk om op te merken in elke communicatie is dat deze enquête peilde bij een 500-tal jongeren over

Nadere informatie

Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet

Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet Uw ervaringen na 1 jaar M-decreet Heeft u leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften door de invoering van het M-decreet in uw klas of school? Is uw rol als ondersteuner gewijzigd omwille van de invoering

Nadere informatie

De mediawijze adolescent

De mediawijze adolescent De mediawijze adolescent Amber Walraven, 12 november 2014 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen 1 Inhoud Wat kunnen adolescenten wel op het gebied van mediawijsheid? Wat kunnen adolescenten niet op het gebied

Nadere informatie

Verslag sessie 1: Seksuele start

Verslag sessie 1: Seksuele start Verslag sessie 1: Seksuele start a. Reactie discuttant (Lies Verhetsel): Enkele opvallende resultaten: o De resultaten van de seksuele startleeftijd lijken het effect van de mei 68/pil-generatie te tonen.

Nadere informatie

INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN

INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN (NAAM)BEKENDHEID De Belgische bevolking heeft algemeen genomen weinig kennis van organisaties die zich bezighouden met de strijd voor gelijke

Nadere informatie

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Relationele vorming De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Programma Introductie relationele- en seksuele vorming Inventarisatie van vragen De seksuele ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

EEN GOEDE VOORBEREIDING IS HET HALVE WERK. Plannen en evalueren van een activiteit. Inhoud

EEN GOEDE VOORBEREIDING IS HET HALVE WERK. Plannen en evalueren van een activiteit. Inhoud Plannen en evalueren van een activiteit Inhoud Doelgroep Vakgebied Duur Materialen Doelen In deze les moeten de leerlingen in groep een bepaalde activiteit voorbereiden. Dit kan bijvoorbeeld het organiseren

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Wat? = een educatief centrum voor jongeren tussen 11 en 14 jaar oud, hun ouders en hun

Wat? = een educatief centrum voor jongeren tussen 11 en 14 jaar oud, hun ouders en hun Wat? = een educatief centrum voor jongeren tussen 11 en 14 jaar oud, hun ouders en hun leerkrachten om op interactieve en ervaringsgerichte wijze kennis te maken met een brede waaier aan praktisch uitvoerende

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

3.3. Doelgroep Identiteit. Tools en en instructies. halve dag. Praktisch

3.3. Doelgroep Identiteit. Tools en en instructies. halve dag. Praktisch 3.3 Doelgroep Tijdens de workshop doelgroep baken je de groepen af waarvoor je wil werken. Dit kunnen primaire doelgroepen zijn: zij die rechtstreeks participeren in jouw werking, of secundaire doelgroepen

Nadere informatie

Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken

Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken Relatiecirkels als hulpmiddel voor systeemdenken Leerdoelen: De leerlingen kunnen onder begeleiding de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten in duurzaamheidsvraagstukken herkennen.

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Kijkwijzer techniek. Kijkwijzer leerlingencompetenties, materiaal uit traject Talenten breed evalueren, dag 1 Pagina 1

Kijkwijzer techniek. Kijkwijzer leerlingencompetenties, materiaal uit traject Talenten breed evalueren, dag 1 Pagina 1 Kijkwijzer techniek Deze kijkwijzer is een instrument om na te gaan in welke mate leerlingen een aantal competenties bezitten. Door middel van deze kijkwijzer willen we verschillende doelen bereiken: Handvatten

Nadere informatie

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Stichting toetsing verzekeraars Datum: 8 februari 2016 Projectnummer: 2015522 Auteur: Marit Koelman Inhoud 1 Achtergrond onderzoek 3 2

Nadere informatie

Gezondheidsvaardigheden van chronische zieken belangrijk voor zelfmanagement Monique Heijmans, Geeke Waverijn

Gezondheidsvaardigheden van chronische zieken belangrijk voor zelfmanagement Monique Heijmans, Geeke Waverijn Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Gezondheidsvaardigheden van chronische zieken belangrijk voor zelfmanagement, M. Heijmans, NIVEL, juni 2014) worden gebruikt.

Nadere informatie

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9 Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VOET LEREN LEREN EN GOK Voet@2010 leren leren en thema s gelijke onderwijskansen Socio-emotionele ontwikkeling (1ste graad)

Nadere informatie

Voorbeelden compententieprofiel mentor

Voorbeelden compententieprofiel mentor BIJLAGE 1 Voorbeelden compententieprofiel mentor Voorbeeld 1 Meetindicator voor competenties en gedragingen van een mentor, opgesteld door Ryhove, beschutte werkplaats in Gent (PH= persoon met een handicap)

Nadere informatie

ECTS- FICHE. Hoofdvestiging centrum CVO Horito Via secretariaat en/of website

ECTS- FICHE. Hoofdvestiging centrum CVO Horito Via secretariaat en/of website HBO5 Orthopedagogie ECTS- FICHE ECTS-Fiche Emancipatorisch werken 2 (G2) Code: G2 Cluster: 3 Academiejaar: 2014-2015 Studietijd: 40 lestijden Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: mogelijk Onderwijstaal:

Nadere informatie

Kinderen met een handicap op de schoolbanken

Kinderen met een handicap op de schoolbanken Kinderen met een handicap op de schoolbanken Ouders van een kind met een handicap moeten vaak een moeilijke weg bewandelen met veel hindernissen en omwegen om voor hun kind de geschikte onderwijsvorm of

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO.

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. 1. Referentie Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. Taal Nederlands ISBN - ISSN / Publicatievorm onderzoeksrapport 2. Abstract In dit onderzoek, uitgevoerd door het

Nadere informatie

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat:

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat: De opportuniteit In de huidige productmaatschappij hebben consumenten doorgaans de keuze uit een ruim assortiment producten om een bepaalde behoefte te bevredigen. Bijgevolg is het product op zich niet

Nadere informatie

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg.

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg info@osbj.be - www.osbj.be Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Deel 2: aandachtspunten voor organisaties Naar aanleiding van het

Nadere informatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak

Nadere informatie

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn De toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn bevat vier praktische instrumenten om samen met cliënten te werken aan verbetering of vernieuwing van diensten

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

DISCO : Algemene handleiding

DISCO : Algemene handleiding DISCO : Algemene handleiding DISCO het Screeningsinstrument Diversiteit en Onderwijs m.b.t. omgaan met diversiteit biedt enerzijds handvatten om maatregelen en acties die reeds genomen werden in kader

Nadere informatie

Gebruik mobiele apparaten

Gebruik mobiele apparaten Rapport onderzoek Gebruik mobiele apparaten creative studio 1. Voorwoord Wij, Pascal Usmany en Britt Vreeswijk zijn beide werkzaam in de communicatie. Pascal is eigenaar van Drop Alive Creative Studio

Nadere informatie

Students Voices (verkorte versie)

Students Voices (verkorte versie) Lectoraat elearning Students Voices (verkorte versie) Onderzoek naar de verwachtingen en de ervaringen van studenten, leerlingen en jonge, startende leraren met betrekking tot het leren met ICT in het

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

Studienamiddag 21/04/2015

Studienamiddag 21/04/2015 Studienamiddag 21/04/2015 SKILLVILLE: online leerplatform in de klas Hoe SKILLVILLE je kan helpen bij de vakoverschrijdende eindtermen Aanloop Start Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

Hoe zoeken werkzoekenden?

Hoe zoeken werkzoekenden? Hoe zoeken werkzoekenden? Doyen G. en Lamberts M. (2001), Hoe zoeken werkzoekenden? HIVA, K.U.Leuven. Het gaat goed op de Vlaamse arbeidsmarkt. Sinds een aantal jaren stijgt de werkgelegenheid en daalt

Nadere informatie

Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen

Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen Doelgroep Methodiek Thema s 11 ouders van jongeren in secundaire scholen (2014) Waarderende benadering Ouderbetrokkenheid- Communicatie Ondersteuning

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Communicatie voor & door je club of vereniging. Eric Goubin

Communicatie voor & door je club of vereniging. Eric Goubin Communicatie voor & door je club of vereniging Eric Goubin Je ziet deze foto in de krant. Wat vertelt die foto over deze KVLV-afdeling? Je vindt deze folder in je brievenbus. Wat vertelt dit over deze

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

Prioriteiten jongeren in armoede, Verkiezingen 2014 Videoboodschap: De shit waar je in zit

Prioriteiten jongeren in armoede, Verkiezingen 2014 Videoboodschap: De shit waar je in zit Prioriteiten jongeren in armoede, Verkiezingen 2014 Videoboodschap: De shit waar je in zit Sinds 2011 komt een groep jongeren in armoede op regelmatige basis samen. Om elkaar te leren kennen, om naar elkaar

Nadere informatie

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

CROSS-OVER 2/12/2014

CROSS-OVER 2/12/2014 CROSS-OVER 2/12/2014 SKILLVILLE: Alcohol, tabak en cannabis Historiek Start Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) september 2012 Impact van het ontwikkelen en inzetten van een educatieve game ter

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

Educatief materiaal om te werken rond relaties en seksualiteit met de bijhorende VOET

Educatief materiaal om te werken rond relaties en seksualiteit met de bijhorende VOET 1 Educatief materiaal om te werken rond s en seksualiteit met de bijhorende VOET Beddengoed, voorbehoedmiddelengids voor jongeren Een heldere en leerrijke brochure, bruikbaar in klasverband. Het boekje

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Jong & Van Zin EVELIEN SELOS * VORMINGSWERKER EN PROCESBEGELEIDER

Jong & Van Zin EVELIEN SELOS * VORMINGSWERKER EN PROCESBEGELEIDER Jong & Van Zin EVELIEN SELOS * VORMINGSWERKER EN PROCESBEGELEIDER Jong & Van Zin biedt kinderen, jongeren en hun begeleiders expertise over relaties en seksualiteit, weerbaarheid en pesten, identiteit,

Nadere informatie

Effectieve toeleiding van werklozen naar werk

Effectieve toeleiding van werklozen naar werk Effectieve toeleiding van werklozen naar werk Els Sol c.c.a.m.sol@uva.nl NGSZ Reintegratie: van afvoerputje naar succesbeleid Doelenzaal UvA, Amsterdam 24 juni 2015 23 June 2015 1 23 June 2015 2 Is hulp

Nadere informatie

PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN

PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN PROCESDOEL 1 VRIJ EN ZELFSTANDIG LEREN DENKEN EN HANDELEN Bijzondere procesdoelen 1.1. Groei naar volwassenheid 1.2. Zelfstandig denken 1.3. Zelfstandig handelen 1.4. Postconventionele instelling 1.1 Groei

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Mediagedrag van nu en de toekomst

Mediagedrag van nu en de toekomst Mediagedrag van nu en de toekomst Agenda Inleiding Gebeurtenissen & informatiebronnen Reden raadplegen informatiebronnen Perceptie informatiebronnen Samenvatting & aanbevelingen Waarom dit onderzoek? Verwachting

Nadere informatie

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN INHOUD Kwantitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Enquête Experiment Kwalitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Observatie Interview Kwaliteit van het onderzoek

Nadere informatie

Draaiboek Invoering Basisregistratie Personen l Afnemers

Draaiboek Invoering Basisregistratie Personen l Afnemers Draaiboek Invoering Basisregistratie Personen l Afnemers Van Oriëntatie naar Gebruik van de BRP Inleiding & toelichting op de vijf hoofdstappen Publicatiedatum: oktober 2014 Ten geleide Voor u ligt de

Nadere informatie

Communicatie voor & door je club of vereniging. Eric Goubin

Communicatie voor & door je club of vereniging. Eric Goubin Communicatie voor & door je club of vereniging Eric Goubin Je ziet deze foto in de krant. Wat vertelt die foto over deze KVLV-afdeling? Je vindt deze folder in je brievenbus. Wat vertelt dit over deze

Nadere informatie

HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen

HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen 7 pagina 103 HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen 7.1 Doelgroep 7.1.1 Leer de doelgroep beter kennen 7.1.2 Versterk de relatie met jongeren 7.2 Inhoud 7.2.1 Onderscheid nieuws van nieuwtjes, maar bied beide 7.2.2

Nadere informatie

«I wish It wouldn t all depend on Me» Elizabeth ERWIN, Leslie SOODAK, Pamela WINTON, Ann TURNBULL (2001)

«I wish It wouldn t all depend on Me» Elizabeth ERWIN, Leslie SOODAK, Pamela WINTON, Ann TURNBULL (2001) «I wish It wouldn t all depend on Me» Elizabeth ERWIN, Leslie SOODAK, Pamela WINTON, Ann TURNBULL (2001) UITGANGSPUNTEN dit onderzoek steunt op de gedachte dat families partners zijn in school- en interventieprogramma

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Onderzoek naar Een nieuwe toekomst voor de pastorij in Nieuwerkerken. Greet De Brauwere (Hogeschool Gent) in opdracht van de stad Aalst

Onderzoek naar Een nieuwe toekomst voor de pastorij in Nieuwerkerken. Greet De Brauwere (Hogeschool Gent) in opdracht van de stad Aalst Onderzoek naar Een nieuwe toekomst voor de pastorij in Nieuwerkerken Greet De Brauwere (Hogeschool Gent) in opdracht van de stad Aalst Het onderzoek: Centrale vraag Welke diverse ideeën leven bij buurtbewoners

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

~ 1 ~ selecteren. (LPD 1,8,27) (LPD 13,22,23,27)

~ 1 ~ selecteren. (LPD 1,8,27) (LPD 13,22,23,27) ~ 1 ~ Functionele taalvaardigheid/ tekstgeletterdheid Eindtermen (P)AV voor 2 de graad SO 3 de graad SO 3 de jaar 3 de graad SO DBSO niveau 2 de graad DBSO niveau 3 de graad DBSO niveau 3 de jaar 3 de

Nadere informatie

HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER

HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER HET IENE2 MODEL CURSUS : TRAIN DE TRAINER Dit project werd gefinancierd en ondersteund door de Europese Commissie. Deze publicatie geeft de mening weer van de auteur en de Commissie kan niet verantwoordelijk

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Hoofdstuk 1 vormt de algemene inleiding van het proefschrift. In dit hoofdstuk beschrijven wij de achtergronden, het doel, de relevantie en de context van het onderzoek, en de

Nadere informatie

Vrijetijdsbesteding en -behoeften van Brusselse jeugd met een handicap. Roeland Janssen Joris Van Puyenbroeck Dirk Smits

Vrijetijdsbesteding en -behoeften van Brusselse jeugd met een handicap. Roeland Janssen Joris Van Puyenbroeck Dirk Smits Vrijetijdsbesteding en -behoeften van Brusselse jeugd met een handicap Roeland Janssen Joris Van Puyenbroeck Dirk Smits Doelgroep Kinderen met een functiebeperking (6-12 jaar) en hun ouders Nederlandstalig

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Situering Onze maatschappij houdt ons graag een ideaalbeeld voor van een gezonde levensstijl, waarbij

Nadere informatie

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio. Startnotitie Dagactiviteiten Huidige situatie In de huidige uitvoering van dagactiviteiten is een onderscheid in drie segmenten : dagactiviteiten voor jeugd, volwassenen en ouderen. Zij worden gescheiden

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

2. In functie van implementatie van onderzoekscompetenties in de lerarenopleiding

2. In functie van implementatie van onderzoekscompetenties in de lerarenopleiding Gebruikswijzer P- Reviews: Hoe kunnen de Reviews op een nuttige manier geïntegreerd worden in de lerarenopleiding? In deze gebruikswijzer bekijken we eerst een aantal mogelijkheden tot implementatie van

Nadere informatie