Nieuw Nederlands 4 e editie 5/6 vwo

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nieuw Nederlands 4 e editie 5/6 vwo"

Transcriptie

1 Cursus Spellen Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling 1 Oefeningen persoonsvorm Opdracht 1 A 1 betekent = pvtt, dus stam+t, want het is het onderwerp verovert = pvtt, dus stam+t, want Idols-winnaar Boris is het onderwerp 2 irriteerde = pvvt, dus stam+de, want de r van irriteren zit niet in t ex-fokschaap aanvaardde = pvvt, dus stam+de (aanvaard+de), want de d van aanvaarden zit niet in t ex-fokschaap 3 surfte = pvvt, dus stam+te, want de f van surfen zit in t ex-fokschaap chatte = pvvt, dus stam+te (chat+te), want de t van chatten zit in t ex-fokschaap 4 verzend = pvtt, dus stam, want ik is het onderwerp verstuurt = pvtt, dus stam+t, want mijn werkgever is het onderwerp B 5 deinste moet zijn deinsde, want de z van deinzen zit niet in t ex-fokschaap beleefte moet zijn beleefde, want de v van beleven zit niet in t ex-fokschaap 6 Verraadt moet zijn Verraad, want er staat je achter de persoonsvorm (waar je jij van kunt maken) trachte moet zijn trachtte, want het is pvvt; de stam is tracht en daar komt nog -te achter. 7 vertraagd moet zijn vertraagt, want het is pvtt en dan schrijf je stam+t land moet zijn landt, want het is pvtt, dus stam+t, want het vliegtuig is het onderwerp 8 jogte moet zijn jogde, want de g van joggen zit niet in t ex-fokschaap fitnesde moet zijn fitneste, want de s van fitnessen zit in t ex-fokschaap traind moet zijn traint, want het is pvtt, dus stam+t, want zij is het onderwerp C 9 Vermoed = fout, want het is pvtt, dus stam+t, want je broer is het onderwerp: vermoedt veranderd = fout, want het is pvtt, dus stam+t, want zijn collega is het onderwerp: verandert 10 wordt = fout, want het is pvtt, dus stam, want ik is het onderwerp: word betekent = goed, want het is pvtt, dus stam+t, want dat beroep is het onderwerp 11 rondden = goed, want het is pvvt, dus stam+de (rond+den af), want de d van afronden zit niet in t ex-fokschaap toerdden = fout, want het is pvvt, dus stam+de (toer+den), want de r van toeren zit niet in t exfokschaap: toerden 12 verdedigt = goed, want het is pvtt, dus stam+t, want De advocaat is het onderwerp pleegd = fout, want het is pvtt, dus stam+t, want zijn cliënt is het onderwerp: pleegt Opdracht 2 1 gelooft, beweert 2 bekommert, scoort. 3 vind, accepteert 4 beschermt, wordt 5 verheugt, repareert. 6 bedriegt, misleidt 7 ontwikkelt, bewaarheidt 8 bevreemdt, verleent 9 Ergert, verbaast 10 breidt uit, vermindert Opdracht 3 1

2 1 verlichtten, barbecueden 2 kloofde, brandden 3 kruiste, vertrouwde 4 verfde, monteerde 5 bestrafte, stelde op 6 talmde, aarzelde, verzamelde, durfde 7 splitste, stuurde, leidde 8 brachten, bloeien 9 pochte, declameerde, riposteerde, rapte 10 hechtten, douchten Opdracht 4 1 meldde, vriest, sneeuwt, veroorzaakt 2 kaatst, wordt 3 grilden, rookten 4 beloofde, uitlegt, weigert 5 vergadert, interviewen 6 droomde, kaartte, aftroefde, blufte 7 ontaardt, bezeert 8 zuchtten, steunden, vermoedden 9 vergalt/vergalde, treitert/treiterde, uitfoetert/uitfoeterde 10 verhuisde, verwoestten, vernielden, verbrandden 2 Oefeningen overige werkwoordsvormen Opdracht 5 A 1 bekend, met een d, want het is vd en de n van bekennen zit niet in t ex-fokschaap gepikt, met een t, want het is vd en de k van pikken zit in t ex-fokschaap 2 Glimlachend, met een d, want het is od en je spelt dus infinitief (hele werkwoord) + d Gesnoept, met een t, want het is vd en de p van snoepen zit in t ex-fokschaap 3 vermelden is het hele werkwoord (inf), de vorm uit het woordenboek gepakte is bn bij demonstrant, gemaakt van het vd gepakt door er een e achter te zetten; gepakt is met een t, want de k van pakken zit in t ex-fokschaap; gepakte schrijf je als bn zo eenvoudig mogelijk, dus met één t verwend is bn bij jongetje, gemaakt van het vd verwend ; het is met een d, want de n van verwennen zit niet in t ex-fokschaap 4 gevierd is met een d, want het is vd, en de r van vieren zit niet in t ex-fokschaap versierd is bn bij pand, gemaakt van het vd versierd ; het is met een d, want de r van versieren zit niet in t ex-fokschaap B 5 opgelegt is vd en moet met een d, want de g van opleggen zit niet in t ex-fokschaap: opgelegd vergoedden is infinitief (de vorm uit het woordenboek) en moet dus met één d: vergoeden 6 gewiet is vd en moet met een d, want de d van wieden zit niet in t ex-fokschaap: gewied gebarbecuet is vd en moet met een d, want de ue van barbecueën zit niet in t ex-fokschaap: gebarbecued 7 beweert is vd en moet met een d, want de r van beweren zit niet in t ex-fokschaap: beweerd verbrandde is bn bij bosgebieden, gemaakt van het vd verbrand door er een e achter te zetten; verbrand moet met een d, want de d van verbranden zit niet in t ex-fokschaap; maar verbrande schrijf je als bn zo eenvoudig mogelijk, dus met één d en niet met twee: verbrande bepland is vd en moet met een t, want de t van beplanten zit in t ex-fokschaap: beplant 8 vertelt is vd en moet met een d, want de l van vertellen zit niet in t ex-fokschaap: verteld prekent is od en moet dus met een d, want je spelt het als infinitief + d: prekend C 2

3 9 verdachte = goed; het is bn bij kruidenvrouw, gemaakt van het vd verdacht door er een e achter te zetten; verdachte schrijf je als bn zo eenvoudig mogelijk, dus met één t veroordeeld = goed; het is vd en moet met een d, want de l van veroordelen zit niet in t ex-fokschaap vergiftigt = fout; het is vd en moet met een d, want de g van vergiftigen zit niet in t ex-fokschaap: vergiftigd 10 Wordt = fout; besteed = goed; de beide woorden zijn gebiedende wijs (gw) en die spel je als stam: Word 11 Huilend = goed; het is od en moet dus met een d, want je spelt het als infinitief + d geredde = goed; het is bn bij zoontje, gemaakt van het vd gered ; gered moet met een d, want de d van redden zit niet in t ex-fokschaap; geredde schrijf je als bn zo eenvoudig mogelijk, maar voor de uitspraak zijn de twee d s noodzakelijk 12 verbazent = fout; het is od en moet dus met een d, want je spelt het als infinitief + d: verbazend verlootte = fout; het is bn bij prijzen, gemaakt van het vd verloot ; verloot moet met een t, want de t van verloten zit in t ex-fokschaap; verlote schrijf je als bn zo eenvoudig mogelijk, dus met één o en één t aangepakt = goed; het is vd en moet met een t, want de k van aanpakken zit in t ex-fokschaap Opdracht 6 1 od protesterend, vd verschanst 2 bn bestrate, vd geasfalteerd 3 vd (of: bn) bezwaard, vd betaald 4 bn gestrande, vd gehuisvest, vd gesteld 5 vd verhinderd, vd vernield 6 od Uitkijkend, vd geprofileerd, bn vooruitstrevend 7 bn vertraagde, vd gearriveerd, inf rijden 8 od Tergend, bn weggestuurde, inf melden 9 bn ontvluchte, vd opgepakt 10 vd geraakt, od klagend, od scheldend Opdracht 7 1 od verrassend, pvtt wordt, vd aangesteld 2 bn gefronste, bn spijbelende, od bestraffend 3 pvvt verwondde, bn uitstekend 4 gw Meld, pvtt wordt, vd gerepareerd 5 od Wachtend, pvvt belde, inf melden 6 pvtt verwaarloost, pvtt wordt, vd afgestraft 7 vd gekleed, vd opgemaakt, vd getoupeerd, pvtt vind, bn aangeklede 8 bn ontroerende, vd gedownload, vd uitgevoerd 9 vd verrast (of bn), vd geslaagd 10 pvvt vermoedde, inf trachten, inf ontsnappen, vd gesteld, bn bewaakt Opdracht 8 1 geleide, werden, ruziënde, gestuurd 2 Laadt, raad aan, huren 3 vindt, gedode, verorberd 4 handelend, optreedt, escaleert 5 geëist, ingericht, wordt, opgeleverd 6 schitterend, uitgedoste, paradeerden, verlichte 7 gehockeyd, squasht, tennist 8 verbaast, wordt, geëvacueerd, bereikt 9 bepaalt, wordt, geschorst, geïnjecteerd 10 uitgeruste, verwachte, geraakt 3

4 Hoofdstuk 2 Overige spellingregels 1 Oefening leestekens Opdracht 1 1 Als ik klaar ben met studeren, zei Randolph, ga ik meestal een poosje gitaar spelen. 2 Waarom werk je zoveel bij de supermarkt, Harrold? vroeg vader. Je cijfers worden steeds slechter. 3 In dit tropische zwembad vind je van alles: golfslagbaden, bubbelbaden, stroomversnellingen, glijbanen, sauna s en zonnehemels. 4 Het is mij een raadsel, merkte Pinar op, waarom Angelique niet mee wil op vakantie naar Turkije. 5 De rector zei tegen de docenten: Jullie moeten beter nadenken over je aanpak in de klas, want de examenresultaten moeten omhoog. Opdracht 2 1 De burgemeester zei tegen de raadsleden: Dames en heren, dit voorstel kan ik onmogelijk uitvoeren. 2 Omdat jullie dit prachtige feest voor mij hebben georganiseerd, zei Karin, nodig ik jullie uit voor een etentje bij de Italiaan. 3 Veel mensen zijn dol op winterkost: boerenkool, hutspot, zuurkool en erwtensoep. 4 Wie van jullie zou graag in het Guinness Book of Records willen staan? vroeg de presentator. 5 Shany, je bent geweldig, zei de verslaggever. Ik had niet gedacht dat je al zo vroeg in het seizoen het wereldrecord zo scherp zou stellen. 2 Oefening hoofdletters en leestekens Opdracht 3 1 Heleen ter Velde zei tegen haar vriend: Ik denk dat we in juli maar eens een weekje naar de Middellandse Zee moeten, schat. 2 s Zomers komt Peter van der Grinten veel makkelijker uit zijn bed dan s winters, want dan is het koud in zijn studentenkamer in Utrecht-Zuid. 3 Stikken jullie maar! beet mevrouw Van Schaik-aan het Rot haar vriendinnen toe. Als jullie gereformeerd willen worden, moet je dat zelf weten, maar ik blijf rooms-katholiek. 4 Als je gek bent op achtbanen, zei de radiojournalist, moet je eens een dagje doorbrengen in Walibi in Oost-Flevoland; daar kun je je hart ophalen. 5 In het programma Ik vertrek komen mensen aan het woord die gaan emigreren naar Nieuw-Zeeland of Zuid-Europa, waar ze bijvoorbeeld een hotel openen. Opdracht 4 1 Lieverd, ik hou echt niet van die films van Quentin Tarantino, zoals Pulp Fiction en Reservoir Dogs, want daar zit mij veel te veel geweld in, zei Esther tegen haar vriend. 2 Ilona van der Wiel, wil je werkelijk in s-gravenhage gaan wonen(,) als je in Delft gaat studeren? vroeg de decaan. Dat is toch helemaal niet handig, meid. 3 De vorstgrens trekt vanuit Finland langzaam naar het zuidwesten en bereikt s avonds laat het noordoosten van Nederland, zodat in Groningen en Drente gladheid kan ontstaan. 4 Zullen we dit jaar op excursie naar het Evoluon in Eindhoven gaan, jongelui? vroeg de mentor. Of willen jullie liever naar Nemo in Amsterdam? Zullen we dit jaar op excursie naar het Evoluon in Eindhoven gaan, jongelui, vroeg de mentor, of willen jullie liever naar Nemo in Amsterdam? 5 Peter, zei mevrouw Jansen-van der Veen tegen haar zoon, ik vind het best dat je het christendom verruilt voor de islam als je met Fatima trouwt, zolang je maar geen baard laat staan. 4

5 Opdracht 5 Tekst 1 Is de mens in 2050 onsterfelijk? Halverwege de huidige eeuw zal de mens uitzicht hebben op onsterfelijkheid, zegt de Britse futuroloog Ian Pearson. Tenminste, voegt hij eraan toe, als de wetenschappelijke vooruitgang zich verder doorzet. De onsterfelijkheid die Pearson bedoelt, geldt overigens niet voor het lichaam, maar voor het menselijk brein. Pearson, hoofd van de futurologieafdeling van British Telecom, deed zijn voorspelling tijdens een interview met het tijdschrift The Observer. Naar verwachting zullen computers in 2050 dusdanig ver zijn ontwikkeld dat de complete herseninhoud van een stervende mens gedownload en dus bewaard kan worden. Pearson zegt: Computersystemen zullen in de toekomst zelfs in staat zijn emoties te voelen. Een nuttige toepassing van zulke emotiecomputers ziet Pearson in vliegtuigen. Zou zo n geautomatiseerd systeem(,) waarin de angst voor een vliegtuigongeluk geprogrammeerd zit, geen waardevolle ondersteuning kunnen zijn voor elke piloot? Bron: 3 Oefeningen meervoudsvorming Opdracht 6 1 bases/basissen 2 lobbesen 3 chemici 4 gewoontes/gewoonten 5 piano s 6 binnenzeeën 7 bacteriën 8 hyena s 9 crematoria/crematoriums 10 melodieën 11 fiancees; man: fiancés 12 etalages 13 coupés 14 hobby s 15 antroposofen Opdracht 7 1 bureaus 2 essays 3 jury s 4 drama s 5 casussen 6 genieën 7 matrices 8 patés 9 decennia 10 felicitaties 11 playboys 12 esdoornbladeren 13 fotografen 14 stommeriken 15 poriën 5

6 4 Oefeningen tussenklank in samenstellingen Opdracht 8 A 1 wittebrood; wit is een bijvoeglijk naamwoord, dus geen tussen-n 2 horlogemaker; horloge heeft (alleen) een meervoud op -s 3 koeienstaart; koe heeft alleen een meervoud op -en 4 behendigheidsspel; de tussen-s is er omdat je in behendigheidsoefening ook een s hoort 5 tarwebloem; tarwe heeft geen meervoud, dus geen tussen-n B 6 oorlogschip; er moet een tussen-s bij, want je zegt ook oorlogsbodem, dus oorlogsschip 7 manenstraal; je denkt bij dit woord aan één unieke maan, dus manestraal 8 brekenbeen; breken is een werkwoord, dus brekebeen 9 personeelchef; er moet een tussen-s bij, net als in personeelsfeest, dus personeelschef 10 aktentas; akte heeft ook een meervoud op s, dus aktetas C 11 paardebloem; niet correct, want paard heeft alleen een meervoud op -en, dus paardenbloem 12 benzinegeur; correct, want benzine heeft geen meervoud 13 ruggenspraak; niet correct, want in ruggespraak is de gewone betekenis van rug niet herkenbaar, dus ruggespraak 14 beregoed; correct, want bere is een versterking 15 goedenmorgen; niet correct, want goede is bijvoeglijk naamwoord bij morgen, dus goedemorgen Opdracht 9 1 hondenleven 2 bollenkweker 3 zonnescherm 4 aspergesoep 5 geslachtsziekte 6 groentezaak 7 reuzegezellig 8 acteursschool 9 kastanjeblad 10 dwingeland 11 dromenland 12 gildehuis 13 dovenetel 14 ruggengraat 15 nicotinegeur 16 boerenbedrog 17 geboortecijfer 18 spinnewiel 19 doveninstituut 20 wiegelied Opdracht 10 1 berkenboom 2 geloofsstrijd 3 pruimenjam 4 bessenjenever 5 Koninginnedag 6 armelui 7 rijstebloem 8 hellevuur 9 ruitjesschrift 10 blindenschool 11 zotteklap 6

7 12 publiciteitsstunt 13 voetgangersstraat 14 komijnekaas 15 blindeman 16 gedaanteverwisseling 17 liefdesscène 18 spinnenweb 19 zinnebeeld 20 kattententoonstelling 5 Oefening verkleinwoorden Opdracht 11 1 rijmpje 2 borrelglaasje 3 traytje 4 cafeetje 5 bruggetje, brugje 6 paadje, padje 7 cognacje 8 woninkje 9 tv tje 10 geeuwtje 11 mms je 12 A4 tje 13 parapluutje 14 bodempje 15 milkshakeje Opdracht 12 1 weggetje 2 poppetje, popje 3 vlammetje 4 kolibrietje (in het boek staat kolibri ; dat moet zijn kolibrie ) 5 colbertje 6 aspergetje 7 radiootje 8 rally tje 9 aspirientje 10 gsm etje 11 dejeunertje 12 dingetje 13 opaatje 14 chocolaatje 15 buiginkje 6 Oefeningen aaneenschrijven van woorden Opdracht 13 1 tegemoetkoming 2 maximumsnelheid 3 vooruitkijken 4 openhaardhout 5 eronderdoor kruipen 6 koolzuurhoudende dranken 7 eronderuit komen 8 dertien miljoen 7

8 9 hogesnelheidstrein 10 zwaargebouwde mannen 11 meerkeuzetoets 12 pasgebouwde kantoren Opdracht 14 1 gevangenneming 2 onroerendgoedmarkt 3 langeafstandsloper 4 vijftien miljard 5 foutparkeren 6 vioolspelen 7 heteluchtverwarming 8 veertigduizend 9 breedgeschouderde portiers 10 waterbesparende maatregel 11 tweedekansonderwijs 12 fout schrijven 7 Oefeningen liggend streepje Opdracht 15 1 glas-in-loodraam 2 televisie-uitzending 3 ski-jack 4 oud-minister 5 antiaanbaklaag 6 stage-uren 7 kat-en-muisspelletje 8 massaontslag 9 lente-uitjes 10 videoapparaat 11 keuze-element 12 vwo-leerling Opdracht 16 1 vanilleyoghurt 2 het kabinet-balkenende 3 politieambtenaar 4 s-hertogenbosch 5 top 10-plaat 6 café-eigenaar 7 nek-aan-nekrace 8 gummi-jas 9 adrenaline-injectie 10 netto-opbrengst 11 8 uurjournaal 12 insulineopname Opdracht 17 1 twee- en drieledige samenstellingen 2 land- en tuinbouw 3 staats- en particuliere bedrijven (zie de Schrijfwijzer van Renkema, pag.304) 4 lager en kleuteronderwijs (zie de Schrijfwijzer van Renkema, pag.304) 5 Friese en Groningse deelnemers 6 de leg- en slachtkippenindustrie 7 primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden 8 hbo-werk- en -denkniveau 8

9 9 benzine- en dieselmotoren 10 stadscafés en -disco s Opdracht 18 1 in binnen- en buitenland 2 huiskamerconcerten en -voorstellingen 3 nevenactiviteiten en -inkomsten 4 voor- en tegenspoed 5 melk- en vleeskoeienbedrijven 6 hoofdletters en kleine letters 7 brood- en banketbakker 8 literaire kritiek en kunstkritiek; literaire en kunstkritiek mag volgens de Schrijfwijzer van Renkema (pag.304) of gewoon zo laten: 9 bergbewoners en -beklimmers 10 havo- en vwo-scholen en -opleidingen Opdracht 19 Dit zijn de lettergrepen: 1 han-gen 2 ho-ger-op; afbreken op de woordgrens: hoger-op 3 ge-as-si-mi-leerd 4 glooi-ing 5 na-jaars-con-cert; alleen afbreken op de woordgrens: najaars-concert 6 ro-che-len; alleen afbreken na de tweede lettergreep 7 vreemd-ste 8 ko-nin-gin 9 ir-re-eel 10 te-gen-stan-ders; bij voorkeur afbreken als tegen-standers Opdracht 20 Dit zijn de lettergrepen: 1 amb-te-naar 2 koor-den 3 in-dus-tri-eel 4 ge-ir-ri-teerd 5 la-ge-lo-nen-lan-den; alleen afbreken op de woordgrenzen: lage-lonen-landen 6 kraai-en; bij voorkeur niet afbreken 7 e-ve-ne-men-ten; niet afbreken na de eerste e 8 toe-kom-sti-ge 9 ver-lan-gen 10 loo-che-nen 8 Oefeningen trema Opdracht 21 1 heroïsme 2 meteoor 3 beschoeiing 4 cafeïne 5 Israël 6 tweeëntwintig 7 beantwoorden 8 geïnviteerd 9 kanoën 10 financieel 11 mecanicien 12 geïdealiseerd 9

10 13 amfibieën 14 heroïne 15 geürineerd Opdracht 22 1 mausoleum 2 geërgerd 3 koloniën 4 irreëel 5 hygiëne 6 echoën 7 virtuele 8 verfraaiing 9 geïnteresseerd 10 geordend 11 meniën 12 België 13 evacueren 14 mozaïek 15 smeuïg 9 Oefening apostrof Opdracht 23 1 lelies 2 Hermans pupillen 3 baby tje 4 t Zal koud zijn in t water als t vriest. 5 Hanna s huis 6 WAO er 7 ruïnes 8 amfibietje 9 lp s 10 Jeannes zus sms t graag. Opdracht 24 1 hippies 2 sirtaki s 3 s Morgens lust ik tantes koffie niet. 4 t Is hier fantastisch! 5 hbo er 6 s-gravenhage 7 Hans top 1775 past op twee cd s. 8 etuitjes 9 displaytje er 10 Oefening accenten Opdracht 25 1 crêpe 2 Curaçao 3 solfège 4 abattoir 5 acte de présence 6 idee-fixe (dit woord staat eigenlijk in de verkeerde opdracht) 7 dégénéré 1 0

11 8 frêle 9 misère 10 coûte que coûte 11 rechaud 12 volière Opdracht 26 1 barrière 2 à propos 3 enquête 4 gênant 5 reçu 6 rendez-vous 7 moment suprême 8 scène 9 debacle 10 introducee; man: introducé 11 serre 12 militair appel 11 Oefening getallen Opdracht 27 1 De boer had 23 geiten en 82 schapen. 2 Waarom eten veel mensen op tweede kerstdag kalkoen? 3 Op 8 december viert men Maria Onbevlekte Ontvangenis. 4 Heeft Jan werkelijk twee miljoen euro verdiend aan één cd? 5 Mijn gironummer is Het is honderd kilometer naar Groningen. 7 Ze zeggen dat één op de drie vrouwen wel eens depressief is. 8 De Tweede Wereldoorlog duurde korter dan de Tachtigjarige Oorlog. 9 De schapenbout die we kochten, woog wel vijf kilo. 10 Dit boek kost 23,50. Opdracht 28 1 Wie van de drie? was vroeger een populair tv-spelletje. 2 Ik denk dat een derde van alle Nederlanders niets om politiek geeft. 3 Van Sint-Maarten (11 november) tot Aswoensdag zijn katholieken met carnaval bezig. 4 Verdien jij op de markt vijftig euro op één zaterdag? 5 Zijn jullie vrij op tweede pinksterdag? 6 In deze bundel staan de beste honderd sonnetten van het jaar Woont Inge nog steeds op Hertogstraat 32? 8 Op 14 februari 1992 vierde ik voor het eerst Valentijnsdag procent van de werkenden meldt zich wel eens ten onrechte ziek. 10 Van de tweeëndertig sollicitanten hadden er maar vijftien een foutloze brief geschreven. 12 Oefening sommige of sommigen? Opdracht 29 1 Er komen steeds meer drugsverslaafden in ons land. 2 Veel spelers kwamen met de auto en slechts enkele waren met de fiets. 3 De volwassenen kregen een alcoholisch drankje aangeboden. 4 Van de bevrijde aapjes waren er enkele ondervoed, maar de meeste waren gezond. 5 Allen die willen te kaap ren varen, moeten mannen met baarden zijn. 6 Ik kijk altijd naar het journaal voor doven en slechthorenden. 7 De groten der aarde bekommeren zich te weinig om de armen en behoeftigen. 8 Van de leerlingen hadden alleen de ijverigste hun huiswerk gemaakt. 1 1

12 Opdracht 30 1 Van de docenten waren alleen de populairste op het bovenbouwfeest gekomen. 2 Kies Demon als provider: van de beste de goedkoopste. 3 Blinden en slechtzienden dragen vaak een witte stok met rode strepen. 4 We telden de lopers die de finish haalden en Gianni was echt een van de eersten. 5 Onder de aanwezigen op de party waren diverse criminelen, waarvan er ook enige uit Italië kwamen. 6 Alleen degenen die aan sport doen, mochten meedoen aan de hardloopwedstrijd. 7 De belangrijksten onder de gasten werden aan de koning voorgesteld. 8 Van die scanners vind ik dit de mooiste, maar dat is dan ook een van de duurste. 13 Oefening probleemwoorden Opdracht 31 1 accommodatie 2 achttien 3 begrafenis 4 eczeem 5 financieel 6 racisme 7 rechterlijk ( rechtelijk bestaat overigens ook) 8 staatsiebezoek 9 toentertijd 10 weifelen Opdracht 32 1 luxueuze 2 namelijk 3 per se 4 penicilline 5 pyjama 6 gezamenlijk 7 hardnekkig 8 hygiënisch 9 interessant 10 interview Opdracht 33 1 acuut 2 begroeiing 3 commissaris 4 faillissement 5 gefascineerd 6 gewelddadig 7 onmiddellijk 8 oeuvre 9 professor 10 reële Opdracht 34 1 adolescent 2 caissière 3 dichtstbijzijnde 4 financiën 5 gerechtelijk 6 identiteit 7 onverbiddelijk 1 2

13 8 parallellen 9 recensie 10 represailles 14 Fouten herkennen Opdracht 35 1 Ik vind de illustraties in dit studieboek erg tegenvallen, antwoordde de docent onmiddellijk op de vraag van de vertegenwoordiger. 2 Het wordt er niet beter op met onze economische situatie, stelde burgemeester Ellen de Waal vast in een publicatie over de financiën van de stad. 3 Misschien moeten we een elektricien inschakelen: (;) die redt onze patiënten wel uit deze enigszins netelige positie. 4 In deze zaak met autoartikelen vind je de prachtigste accessoires voor je bolide, zoals spoilers en stereo-installaties. Opdracht 36 1 Voor de verfraaiing van het Mariabeeld werd een exclusieve verf aangewend, waardoor de geïnteresseerde toeschouwers zeer gefascineerd raakten. 2 De journalist maakte zwart-witfoto s van de fascistische tirannen, die vorige maand in een nek-aan-nekrace de verkiezingen in hun voordeel trachtten te beslechten. 3 De minister-president sprak: Een directeur-generaal staat hoger in de hiërarchie dan zijn ambtenaren, omdat hij hopelijk bereid is zich voor alle ongerechtigheden binnen zijn departement volledig te verantwoorden. 4 Bij het barbecueën brandde een van de kleutertjes zich aan een hete aardappel in aluminiumfolie, die tussen de houtskool geroosterd werd. 1 3

aanvaardde = pvvt, dus stam+de (aanvaard+de), want de d van aanvaarden zit niet in t ex-fokschaap

aanvaardde = pvvt, dus stam+de (aanvaard+de), want de d van aanvaarden zit niet in t ex-fokschaap Antwoorden door Saskia 3148 woorden 21 januari 2015 5 1 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling 1 Oefeningen persoonsvorm Opdracht 1 A 1 betekent = pvtt, dus

Nadere informatie

Antwoorden Nederlands Cursus Spellen

Antwoorden Nederlands Cursus Spellen Antwoorden Nederlands Cursus Spellen Antwoorden door een scholier 3808 woorden 27 mei 2010 6,8 160 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Cursus Spellen Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling 1

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2)

Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2) Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2) Samenvatting door een scholier 1020 woorden 25 september 2011 7,3 13 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands CURSUS SPELLEN Werkwoordspelling

Nadere informatie

6,3. Samenvatting door L woorden 12 november keer beoordeeld. Nederlands. 1. Werkwoordspelling. Persoonsvorm

6,3. Samenvatting door L woorden 12 november keer beoordeeld. Nederlands. 1. Werkwoordspelling. Persoonsvorm Samenvatting door L. 1035 woorden 12 november 2014 6,3 5 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands 1. Werkwoordspelling Persoonsvorm Vinden van de pv: zin in andere tijd zetten à veranderende

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Spelling

Samenvatting Nederlands Spelling Samenvatting Nederlands Spelling Samenvatting door een scholier 1180 woorden 1 juni 2004 6,5 85 keer beoordeeld Vak Nederlands Nederlands Alle spellingregels WW spelling Persoonsvorm? Ja Nee? TT: zo simpel

Nadere informatie

De persoonsvorm vind je door de tijd in de zin te veranderen. De werkwoorden die mee veranderen zijn persoonsvormen.

De persoonsvorm vind je door de tijd in de zin te veranderen. De werkwoorden die mee veranderen zijn persoonsvormen. Samenvatting door een scholier 2350 woorden 20 maart 2012 5.8 109 keer beoordeeld Vak Nederlands Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling 1.1 Persoonsvorm De persoonsvorm vind je door de tijd in de zin te veranderen.

Nadere informatie

9,6. Samenvatting door een scholier 1001 woorden 26 maart keer beoordeeld. Nederlands

9,6. Samenvatting door een scholier 1001 woorden 26 maart keer beoordeeld. Nederlands Samenvatting door een scholier 1001 woorden 26 maart 2018 9,6 2 keer beoordeeld Vak Nederlands onderwerp pvtt pvvt ik stam stam + de/te je/jij achter pv stam stam + de/te je/jij voor pv stam +t stam +

Nadere informatie

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Luisteren Oefening 2 hobby Willem Linda hockeyen squashen tennissen voetballen bioscoop theater ballet kroegbezoek concertbezoek popmuziek jazz klassieke muziek Spreken Oefening

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands NL Spelling 1 t/m 12

Samenvatting Nederlands NL Spelling 1 t/m 12 Samenvatting Nederlands NL Spelling 1 t/m 12 Samenvatting door een scholier 1040 woorden 26 februari 2014 4,5 16 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands 1 Leestekens Punt Aan het eind van

Nadere informatie

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd.

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd. Grammaticaoefeningen 3 Wonen en vervoer Werkwoorden in een andere tijd Oefening 1 Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd. 1 Begrijp je deze informatie? ja / nee,

Nadere informatie

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd In deze les leer je zwakke werkwoorden als persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op de juiste manier spellen. De sterke werkwoorden leveren vaak geen d- of t-problemen

Nadere informatie

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen

Nadere informatie

Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie

Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie Herhalingsoefeningen Thema 3 Familie en relaties 1 Woorden Familie Lees de zinnen over de familie van Simon en Els. Schrijf de volgende namen in de stamboom: Hans, Helena, Hester, Joke, Mark, Michiel,

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen

Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen Spreekopdrachten thema 2 Boodschappen Opdracht 1 bij 2.1 ** Cursist A: vertel wat je eet of drinkt. Vraag wat cursist B eet of drinkt. Cursist B: geef antwoord. Voorbeeld Cursist A: Ik eet een tomaat.

Nadere informatie

Spelling. 1. Werkwoorden

Spelling. 1. Werkwoorden Stijl en spelling Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stijl- en spellingregels die in de onderbouw bij Nederlands zijn behandeld. Bij schrijfopdrachten en bij het examen wordt in de bovenbouw

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

s middags gaat hij joggen; s avonds na de koffie zoekt hij ontspanning: dan dart hij in café De Gouden Tap (De gouden tap).

s middags gaat hij joggen; s avonds na de koffie zoekt hij ontspanning: dan dart hij in café De Gouden Tap (De gouden tap). Antwoorden door een scholier 493 woorden 30 januari 2016 7 10 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands 1 Leestekens Opdracht 1 1 Dat de KRO-gids zo weinig verkocht wordt, valt me erg tegen,

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Basisspelling Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. groep 8 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Verlengde instructie: Per kind een blad met

Nadere informatie

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7. Grammatica Inhoud 1. De en het 2. Meervoud 3. Werkwoord 4. Vraagwoorden 5. Zinnen maken 1 6. Zinnen maken 2 7. Zinnen maken 3 8. Zinnen maken 4 9. Niet en geen 10. Lange woorden 11. Het verkleinwoord 12.

Nadere informatie

Zbeling Sbeling Speling Spelling

Zbeling Sbeling Speling Spelling Zbeling Sbeling Speling Spelling Beknopt overzicht spellingregels: Meervoud van zelfstandige naamwoorden -s of s: Als er geen uitspraakprobleem is, schrijf je de -s vast: horloges, cafés, bureaus, milieus,

Nadere informatie

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8 Deel 1 Grammatica 1 1 WOORDSOORTEN 3 1.1 Tot welke woordsoort behoren de onderstreepte woorden in de volgende zinnen? 3 1.2 Multiple choice. Benoem de onderstreepte woorden 4 1.3 Benoem de onderstreepte

Nadere informatie

Naam: En jij..? Esther durft! Kinderdienst 3 februari 2019 CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK NIEUWE PEKELA

Naam: En jij..? Esther durft! Kinderdienst 3 februari 2019 CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK NIEUWE PEKELA 3-2-2019 Esther durft! En jij..? Naam: Kinderdienst 3 februari 2019 CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK NIEUWE PEKELA www.cgkpekela.nl www.facebook.com/cgkpekela www.freebibleimages.org 1 Koning Ahasveros

Nadere informatie

Wat denken de jongens? Trek een lijn naar het denk-wolkje. Het is niet eerlijk, ik ben arm en hij is rijk. Ik wil graag vrienden blijven

Wat denken de jongens? Trek een lijn naar het denk-wolkje. Het is niet eerlijk, ik ben arm en hij is rijk. Ik wil graag vrienden blijven Lees het verhaal Een onmogelijke vriendschap. Zie jij de blanke jongen? Hij heet Olivier. Olivier komt uit Nederland. Olivier woont op Sumatra. Zijn vader is de baas van een plantage. Olivier en zijn familie

Nadere informatie

2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over

2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over Naam Datum Klas Ik luister goed. Ik vul de woorden in. 1 in een 2 leerde ze op school 3 haar met haar 4 leest boeken uit de van de stad en gaat graag naar het zich bij opa en oma in de, dat is in 6 Met

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Klas: IG3v (Docent: RKW) D Week: 13 t/m 24 Onderdeel: Grammatica Woordsoorten Nieuw Nederlands. 3 vwo. 5 e editie Hoofdstuk 1, 2, 3, 4 en 5 Werkwoorden en persoonlijke, bezittelijke, wederkerende, aanwijzende,

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 1

BEGINNERSCURSUS DAG 1 1 BEGINNERSCURSUS DAG 1 A. FORCING Voorstelling B. GRAMMATICA Persoonlijke Voornaamwoorden Werkwoord: Infinitief en stam Hebben en Zijn C. CONVERSATIE Kennismaken 2 Zich voorstellen 1. Voornaam: Ik heet

Nadere informatie

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Wat is een zelfstandig naamwoord? Wat is een zelfstandig naamwoord? 1. Inleiding Zelfstandig naamwoorden zijn woorden die 'een zelfstandigheid' aanduiden: een persoon of dier: vrouw, oom, hond een eigennaam: Sara, Apple een ding: fiets,

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Opdracht 1 bij 3.1 Jullie zijn op straat. Cursist A: je wilt met de taxi reizen. Cursist B: je bent taxichauffeur. Klaar? Dan begint cursist B het gesprek. Cursist A 1.

Nadere informatie

1. morgen krijgen we duitsers op bezoek. 2. in onze klas zitten ook kinderen uit irak, somalië en marokko. 3. ik doe boodschappen bij de aldi.

1. morgen krijgen we duitsers op bezoek. 2. in onze klas zitten ook kinderen uit irak, somalië en marokko. 3. ik doe boodschappen bij de aldi. 2 Hoofdletter Wanneer gebruik je een hoofdletter? Aan het begin van de zin Morgen kom ik. Als de zin met een apostrof begint, krijgt het tweede woord een hoofdletter: s Morgens werk ik. t Gaat goed. Bij

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Werkwoordspelling

Samenvatting Nederlands Werkwoordspelling Samenvatting Nederlands Werkwoordspelling Samenvatting door L. 1375 woorden 4 november 2013 5,2 13 keer beoordeeld Vak Nederlands Persoonvorm à tegenwoordige tijd - ik erbij of jij/je erachter = alleen

Nadere informatie

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. 1. Ga opnemen de telefoon je? 2. Ik te laat altijd kwam in de les. 3. Wat zijn

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

Wat kan ik voor u doen?

Wat kan ik voor u doen? 139 139 HOOFDSTUK 9 Wat kan ik voor u doen? WOORDEN 1 1 Peter is op vakantie. Hij stuurde mij een... uit Parijs. a brievenbus b kaart 2 Ik heb die kaart gisteren.... a ontvangen b herhaald 3 Bij welke...

Nadere informatie

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. 1 Voeg een woord aan de zin toe zodat hij correct wordt. Micky werkt graag in tuin. Verbeter de fout in de zin. Floortje leeft

Nadere informatie

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed. Regels werkwoordspelling In dit bestand worden de 5 werkwoordsvormen uitgelegd. Het gaat om: 1. Tegenwoordige tijd 2. Verleden tijd 3. Voltooid deelwoord 4. Onvoltooid deelwoord 5. Bijvoeglijk gebruikt

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 2

BEGINNERSCURSUS DAG 2 1 BEGINNERSCURSUS DAG 2 A. FORCING Tekst: Hans en Hilde B. GRAMMATICA Vorming O.T.T. Substantief: de/ het Vraagwoorden Vraagzin (inversie) C. CONVERSATIE Elkaar vragen stellen (cfr. Voorstelling) Een gewone

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al Hoofdstuk 1 Echt? Saartjes mond viel open van verbazing. Maar dat is supergoed nieuws! Ze sloeg haar armen om haar vriendin heen. Waaah, helemaal te gek. We gaan naar Frankrijk. Zon, zee, strand, leuke

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Hoe gaat het met je studie?

Hoe gaat het met je studie? 195 195 HOOFDSTUK 12 Hoe gaat het met je studie? WOORDEN 1 Kies uit: onvoldoende controleren gymnastiek mening huiswerk 1 Heb je je al gemaakt? 2 Ik was op school niet zo goed in. Ik vond sport niet leuk.

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 7 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

Op en top Ellie en Nellie

Op en top Ellie en Nellie Rindert Kromhout Op en top Ellie en Nellie Met illustraties van Annemarie van Haeringen Leopold / Amsterdam AVI 4 Copyright Rindert Kromhout 2014 Copyright illustraties Annemarie van Haeringen 2014, all

Nadere informatie

Een Islamitische Verrassing

Een Islamitische Verrassing Frederica Hugenholtz Een Islamitische Verrassing 2014 www.eenislamitischeverrassing.nl Rotterdam Inhoud Baardmannen Couscous Geestelijke armoede Overgave Vrouwen Merkkleding Kopvoddentax Islamisering Verwarring

Nadere informatie

als iets niet letterlijk is bedoeld.

als iets niet letterlijk is bedoeld. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

Spelling & Formuleren. Week 2-7

Spelling & Formuleren. Week 2-7 Spelling & Formuleren Week 2-7 Tentamenstof Boek: Praktische cursus Spelling 6e druk Auteur: M. Klein & M. Visscher Alle hoofdstukken behalve hoofdstuk 4 Proeftentamens zie Blackboard Succes! TEGENWOORDIGE

Nadere informatie

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling Basisspelling Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling; regels die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs nog wordt geoefend.

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 14 vers 1 tot 12. Tom, Tom is altijd goed Kom, kom nou zeg, is dat zo?

Bijbellezing: Johannes 14 vers 1 tot 12. Tom, Tom is altijd goed Kom, kom nou zeg, is dat zo? Bijbellezing: Johannes 14 vers 1 tot 12 Tom, Tom is altijd goed Kom, kom nou zeg, is dat zo? Heb een Tom, Tom gekocht Bij de ANWB winkel in Drachten Nou ja ik heb hem eigenlijk gekregen Voor mijn verjaardag

Nadere informatie

Alzheimer Oud worden zonder het te weten

Alzheimer Oud worden zonder het te weten Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Alzheimer Oud worden zonder het te weten Als je oud bent, weet je het soms allemaal niet meer zo goed. Je vergeet veel. Bij sommige oude

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

PV? tt of vt stam+t? of + niets. PV? tt of vt te/ten of de/den ( t ex kofschip) PV? VD? t of d ( t ex kofschip)

PV? tt of vt stam+t? of + niets. PV? tt of vt te/ten of de/den ( t ex kofschip) PV? VD? t of d ( t ex kofschip) Deel : De puzzel valt op z n plaats In deze les leer je het schema werkwoordspelling toe te passen bij verschillende spellingsproblemen in de vorm van een soort rebusspel. Hierbij wordt ervan uitgegaan

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2. Werkwoordspelling op maat Werkwoordspelling op maat besteedt aandacht aan het hele algoritme van de spelling van regelmatige werkwoorden en ook aan de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden. Doelgroepen

Nadere informatie

Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1

Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1 Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1 Als ik aan het eind van een klankgroep een lange klank hoor, dan gebruik ik daar maar één letter voor. Als ik aan het eind van een klankgroep een korte klank hoor,

Nadere informatie

Feest in de Boeskoolstad

Feest in de Boeskoolstad Opdracht 1 Nodig: vragenlijst voor jezelf Hoe beleef jij carnaval? In deze opdracht ga je jezelf interviewen over het carnaval. Van je juf of meester krijg je een vragenlijst. Vul deze lijst in. Bewaar

Nadere informatie

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort. Woordsoorten De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort. Woord Uitleg Voorbeeld Werkwoord Lidwoord Zelfstandig Bijvoeglijk

Nadere informatie

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders,

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders, Lesbrief groep 5/6 Beste ouders, Het is al weer een tijdje geleden dat we een lesbrief aan jullie hebben gestuurd. Maar met de start op onze prachtige nieuwe school, ook gelijk maar een doorstart met de

Nadere informatie

De spelling van de werkwoorden

De spelling van de werkwoorden De spelling van de werkwoorden Tegenwoordige tijd Opdracht 7, wb. p. 52 Om welke reden schrijf je beland in zin b zonder t en bevindt in zin f met t? In beide zinnen is het onderwerp je, maar in zin b

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Taal Spelling & leestekens

Taal Spelling & leestekens Taal Taalverzorging Basisoefenboek voor de Citotoets, Entreetoets, LVS-toetsen - groep 7&8 Inzage exemplaar Taal Spelling & leestekens Basisoefenboek met 200 vragen versie 1.0 Uitgave voor het basisonderwijs

Nadere informatie

kettinkje Ik hoor ju. ik schrijf je. Categorie 43d Verkleinwoorden op nkje Thema 5 groep 6

kettinkje Ik hoor ju. ik schrijf je. Categorie 43d Verkleinwoorden op nkje Thema 5 groep 6 Categorie 43d Verkleinwoorden op nkje Thema 5 groep 6 Ik hoor ju. ik schrijf je. kettinkje Categorie 43d Verkleinwoorden op nkje Thema 5 groep 6 buiginkje palinkje schuttinkje woninkje Categorie 43f Verkleinwoorden

Nadere informatie

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s 2 Werkwoorden waarvan de IK-VORM eindigt op een D De IK-VORM van een werkwoord

Nadere informatie

Werkwoorden Kies de juiste spelling van het woord dat bedoeld wordt op de plaats van de getallen.

Werkwoorden Kies de juiste spelling van het woord dat bedoeld wordt op de plaats van de getallen. Oefentoets Spelling en Formuleren Normering verschilt per toets. Gemiddeld aantal fouten dat vorig studiejaar gemaakt mocht worden was: 17 fouten (= 5,5) / 43 goed. LET OP: Bovenstaande wil niet zeggen

Nadere informatie

Aflevering: 31. Te + infinitief

Aflevering: 31. Te + infinitief Te + infinitief A: Te + Infinitief: twee dingen tegelijk. Jan staat in de keuken. Hij doet de afwas. Jan staat in de keuken de afwas te doen. Tom zit op zijn stoel. Hij leest een boek. Tom zit op zijn

Nadere informatie

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1 Oefening 1 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009 255 euro per maand 272 euro per maand 182.000 studenten 200.000 studenten 5.800 Nederlandse

Nadere informatie

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy Reality Reeks Verwerkingsopdrachten Mooi meisje Verliefd op een loverboy Lees blz. 3. Woont Laura in de stad of op het platteland? Hoe weet je dat? Lees blz. 5 en 7. Woont Laura s oma al lang op de boerderij?

Nadere informatie

Deel D Spreken - Thema 1 Thuiskomen

Deel D Spreken - Thema 1 Thuiskomen Deel D Spreken - Thema 1 Thuiskomen 1. Leven jouw opa en oma nog? (grootmoeder) 2. Kun jij zelf een kast in elkaar zetten? (handig) 3. Waarom doet de stofzuiger het niet? (stekker) Je neef stelt jou een

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

5,5. Boekverslag door I woorden 20 juni keer beoordeeld. Psychologische roman Eerste uitgave 1975 Nederlands.

5,5. Boekverslag door I woorden 20 juni keer beoordeeld. Psychologische roman Eerste uitgave 1975 Nederlands. Boekverslag door I. 1450 woorden 20 juni 2013 5,5 4 keer beoordeeld Auteur Harry Mulisch Genre Psychologische roman Eerste uitgave 1975 Vak Nederlands Methode Nieuw Nederlands Inleiding Ik heb voor het

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

bankbiljet BBQ Hoe moet ik dat spellen? Hoe schrijf je dat woord voluit? 4 verkleinwoord na -y 5 letter- of cijferwoord

bankbiljet BBQ Hoe moet ik dat spellen? Hoe schrijf je dat woord voluit? 4 verkleinwoord na -y 5 letter- of cijferwoord Ludo Permentier Nederlands voor 4 verkleinwoord na -y Als er voor een y aan het eind van een woord een medeklinker komt, en we spreken de y uit als ie, gebruiken we een apostrof om een verkleinwoord te

Nadere informatie

We zijn tevreden mensen!

We zijn tevreden mensen! Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Vlamingen bekennen: We zijn tevreden mensen! De Vlaamse regering wil de Vlamingen goed kennen. Daarom doet ze elk jaar een onderzoek.

Nadere informatie

Grammatica Zinsontleding. Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6

Grammatica Zinsontleding. Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6 Grammatica Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6 Inhoudsopgave Zinnen knippen 4 Het onderwerp 7 De persoonsvorm 11 Het gezegde 17 Het werkwoordelijk gezegde 21 Het naamwoordelijk gezegde 24 Het lijdend

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 8

BEGINNERSCURSUS DAG 8 1 BEGINNERSCURSUS DAG 8 A. FORCING Tekst: Bij de dokter B. GRAMMATICA Gebruik van de infinitief: dubbele inf. om + te + inf. aan het + inf. te + inf. De stamtijden (Dag 6 pagina s 8-11) C. CONVERSATIE

Nadere informatie

Ramon ten Thije 3G2. Vertraging. Schrijver: Hans Maarten Roepnaam: Tim Krabbé Uitgeverij: Wolters-Noordhoff e druk niveau bladzijden

Ramon ten Thije 3G2. Vertraging. Schrijver: Hans Maarten Roepnaam: Tim Krabbé Uitgeverij: Wolters-Noordhoff e druk niveau bladzijden Ramon ten Thije 3G2 Vertraging Schrijver: Hans Maarten Roepnaam: Tim Krabbé Uitgeverij: Wolters-Noordhoff 1999 3 e druk niveau 4 125 bladzijden Inhoud Over de Auteur... 3 Over het boek... 4 Keuzeopdracht:

Nadere informatie

EXTRA IMPROVISATIE OPDRACHTEN

EXTRA IMPROVISATIE OPDRACHTEN EXTRA IMPROVISATIE OPDRACHTEN De Vloer Op Jr. in de klas Captijn (2016) INHOUD INLEIDING... 3 OPDRACHTEN... 3 INTEGRATIE EN DISCRIMINATIE... 3 ROT OP NAAR JE EIGEN LAND... 3 VOOR MIJ BEN JIJ EEN NUMMER...

Nadere informatie

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR Bijbel voor Kinderen presenteert Geschreven door: Edward Hughes Illustraties door: Byron Unger en Lazarus Aangepast door: E. Frischbutter en Sarah S. Vertaald door: Arnold Krul

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Lesbrief: Variëren met eten Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

Lesbrief: Variëren met eten Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen? Lesbrief: Variëren met eten Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen? Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Eten is in alle culturen belangrijk. Gezellig samen eten

Nadere informatie

DOE-BOEK VOOR KINDEREN

DOE-BOEK VOOR KINDEREN DOE-BOEK VOOR KINDEREN MET EEN ZIEKE PAPA OF MAMA DIT DOE-BOEK IS VAN... Doe-boek voor kinderen met een zieke papa of mama Uitgave van: Erasmus MC Psychosociale Zorg Volwassenen & Consultatieve Psychiatrie

Nadere informatie

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag.

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 21 21 HOOFDSTUK 2 Te laat! WOORDEN 1 Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 2 Ron,! De bus komt bijna! 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 4 We komen

Nadere informatie

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren

Nadere informatie

Heleen slaat het boek dicht. Vanavond komt er niets van lezen, haar gedachten dwalen steeds af.

Heleen slaat het boek dicht. Vanavond komt er niets van lezen, haar gedachten dwalen steeds af. 1 Heleen van Rijnsburg zet de wekker op halfacht. Als ze nu nog een halfuurtje leest in bed, dan krijgt ze zeven uur slaap. Dat is precies genoeg. Zes uur is te kort en acht uur is te lang. Op het nachtkastje

Nadere informatie

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

PRESENTEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier PRESENTEREN in meervoud. - Gebruik je hoofdletters

Nadere informatie

Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem. Spelling. Eerste tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs. Gompel&Svacina. Toetsen

Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem. Spelling. Eerste tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs. Gompel&Svacina. Toetsen Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem Spelling Eerste tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs Toetsen 91 92 Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem Spelling Eerste tot en met zesde leerjaar van het lager

Nadere informatie

Stap 1. Stap2. Stap3. Stap4. Opstel door een scholier 1979 woorden 11 januari keer beoordeeld. Nederlands. Stappenplan.

Stap 1. Stap2. Stap3. Stap4. Opstel door een scholier 1979 woorden 11 januari keer beoordeeld. Nederlands. Stappenplan. Opstel door een scholier 1979 woorden 11 januari 2007 5 18 keer beoordeeld Vak Nederlands Stappenplan. Stap 1 Wat is kindermishandeling? Wat zijn de gevolgen? Wat moet je doen? Bel je de kindertelefoon?

Nadere informatie

Herhalingsoefeningen De Sprong, thema 6

Herhalingsoefeningen De Sprong, thema 6 Herhalingsoefeningen De Sprong, thema 6 Vocabulaire Oefening 1 Zoek de synoniemen bij elkaar de macht - de grondwet - de maatschappij - diverse - een belangrijke taak hebben - eens - in feite - lokaal

Nadere informatie

A) Schrijf het verbum in de best passende tijd en vorm, eventueel met een hulpverbum

A) Schrijf het verbum in de best passende tijd en vorm, eventueel met een hulpverbum A) Schrijf het verbum in de best passende tijd en vorm, eventueel met een hulpverbum 1. Wat voor rare mensen waren dat daarstraks? (zijn) 2. Zodra we de film, zullen we je vertellen wat we ervan vonden.

Nadere informatie

WOUTER KLOOTWIJK ANNE, HET PAARD EN DE RIVIER MET ILLUSTRATIES VAN ENZO PÉRÈS-LABOURDETTE LEOPOLD / AMSTERDAM

WOUTER KLOOTWIJK ANNE, HET PAARD EN DE RIVIER MET ILLUSTRATIES VAN ENZO PÉRÈS-LABOURDETTE LEOPOLD / AMSTERDAM WOUTER KLOOTWIJK ANNE, HET PAARD EN DE RIVIER MET ILLUSTRATIES VAN ENZO PÉRÈS-LABOURDETTE LEOPOLD / AMSTERDAM Eerste druk 2017 2017 tekst Wouter Klootwijk 2017 illustraties Enzo Pérès-Labourdette Boekverzorging

Nadere informatie

Na de uitslag moest Rob onmiddellijk een Europese bestemming noemen. Razendsnel dacht hij na.

Na de uitslag moest Rob onmiddellijk een Europese bestemming noemen. Razendsnel dacht hij na. Tekst finale spellingwedstrijd + uitleg probleemwoorden De televisiequiz Stel je voor: je meldt je aan voor een televisiequiz. Tot je verrassing word je uitgenodigd. De vragen beantwoord je zo goed mogelijk.

Nadere informatie

INHOUD. 3 Inleiding 4 Kiezen voor het leven DRIE GOUDEN TIPS OM VOLUIT TE LEVEN

INHOUD. 3 Inleiding 4 Kiezen voor het leven DRIE GOUDEN TIPS OM VOLUIT TE LEVEN INHOUD 3 Inleiding 4 Kiezen voor het leven DRIE GOUDEN TIPS OM VOLUIT TE LEVEN 7 Verdriet uit je hart en verdriet om je zorgen 11 De belangrijkste relatie is die met jezelf 14 In dankbaarheid ligt geluk

Nadere informatie

Boekverslag Nederlands Liever ziek dan verliefd

Boekverslag Nederlands Liever ziek dan verliefd Boekverslag Nederlands Liever ziek dan verliefd door Stasia Cramer Boekverslag door een scholier 1685 woorden 28 december 2015 0 keer beoordeeld Auteur Genre Stasia Cramer Jeugdboek Eerste uitgave 1997

Nadere informatie