Lees voor gebruik de bijsluiter

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Lees voor gebruik de bijsluiter"

Transcriptie

1 Lees voor gebruik de bijsluiter Mechanismen achter onbedoelde effecten van sociale zekerheid en re-integratie Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lennart de Ruig, Bram Frouws en Natasha Stroeker Projectnummer: B3839 Zoetermeer, 21 december 2011

2 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Research voor Beleid. Research voor Beleid aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. 2

3 Voorwoord Dit rapport behandelt een ongewoon onderwerp: de mechanismen achter onbedoelde effecten van sociale zekerheid en re-integratie. Dat is ongewoon, omdat beleid gaat over bedoelingen en beleidsonderzoek bekijkt of doelen zijn waargemaakt. Ook dit rapport is betrekkelijk ongewoon. Het vormt niet de basis voor beleidsbeslissingen en is ook niet opgezet als een wetenschappelijk artikel of dissertatie. Het rapport wil de lezer inspireren en tot denken aanzetten. De toon van het rapport is daarom wat losser dan je in de meeste onderzoeksrapporten zult tegenkomen. Wij willen op deze plaats de begeleidingscommissie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedanken: Rik Dillingh, Marcel Einerhand, Leo Schrijver en Jan-Maarten van Sonsbeek. Ook gaat een woord van dank uit naar de gesprekspartners, geïnterviewden en deelnemers aan de groepsdiscussie die in het kader van het onderzoek is uitgevoerd: Jan van Ours (Universiteit van Tilburg), Edwin van Hooft (Universiteit van Amsterdam), Henriëtte Prast (Universiteit van Tilburg (TIBER) en WRR), Fred van Raaij (Universiteit van Tilburg), Henk Nijboer (Ministerie van Financien, Universiteit van Leiden), Siegwart Lindenberg (Universiteit van Groningen), Romke van der Veen (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Pierre Koning (Ministerie van SZW, t.t.v. deelname: CPB). Het onderzoek is uitgevoerd door Lennart de Ruig, Bram Frouws en Natasha Stroeker met medewerking van Sander Quak, Guido Brummelkamp, Sander Wennekers en Bart Dekker. Lennart de Ruig, Bram Frouws en Natasha Stroeker Onderzoeksteam 3

4 4

5 Inhoudsopgave Samenvatting 7 1 Inleiding: Een bijsluiter voor beleid Bijwerkingen van beleid in Baltimore Een bijsluiter voor beleid Het onderzochte beleidsterrein 16 2 Naar een theorie van onbedoelde effecten Wat zijn onbedoelde effecten? Verklaringen op microniveau: Incomplete veronderstellingen Verklaringen op macroniveau I: Interdependentie Verklaringen op macroniveau II: Sociale normen Conclusie 31 3 Verklaringen op microniveau: Incomplete veronderstellingen Inleiding Uitkeringen Re-integratie Prikkels voor werkgevers Conclusie 42 4 Verklaringen op macroniveau I: Interdependentie Inleiding Uitkeringen Re-integratie Prikkels voor werkgevers Conclusie 59 5 Verklaringen op macroniveau II: Sociale normen Inleiding Werkloosheid als sociale norm Effect van de werkloosheidsnorm op macroniveau Sociale normen als moreel risico Conclusie 64 6 Tot slot: lessen trekken Inleiding Beleidsontwikkeling Prognoses Uitvoering 69 Literatuur 71 5

6 6

7 Samenvatting Dit rapport gaat over de onbedoelde effecten van beleid op het gebied van sociale zekerheid en re-integratie. Drie thema s staan centraal: 1) uitkeringen, 2) re-integratie (scholing en bemiddeling) en 3) prikkels voor werkgevers. Doel is niet een droge opsomming te geven van alle mogelijke effecten, maar vooral op zoek te gaan naar de mechanismen achter deze onbedoelde effecten. Meer kennis van die mechanismen vanuit de gedragseconomie en psychologie moet de effectiviteit van het beleid vergroten. Basis voor dit rapport vormt een uitgebreid literatuuronderzoek dat Research voor Beleid in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uitgevoerd. Drie mechanismen Drie categorieën van mechanismen spelen volgens ons een rol bij onbedoelde effecten of bij een geringe effectiviteit van beleid. De eerste categorie betreft het mechanisme dat beleid soms uitgaat van onjuiste of incomplete veronderstellingen over het gedrag van individuen op microniveau. Men verwacht bijvoorbeeld dat mensen zich conform het rationele keuzemodel als een Homo Economicus zullen gedragen, terwijl mensen in veel situaties maar beperkt rationeel handelen (zie hoofdstuk 2). Onjuiste of incomplete aannames over het gedrag van mensen op microniveau kunnen de effectiviteit beperken en kunnen bij de uitvoering van beleid leiden tot onbedoelde effecten. De tweede categorie betreft het mechanisme dat beleidsinterventies ingrijpen in een complexe werkelijkheid, een werkelijkheid waarin individuen reageren en anticiperen op beleid en waarin beleid de samenleving verandert. Ook als beleidsmakers uitgaan van juiste en complete veronderstellingen over gedrag van individuen op microniveau, is het door de complexe interdependenties in de samenleving nog steeds mogelijk dat onbedoelde effecten op macroniveau ontstaan. De socioloog Sam Sieber heeft hiertoe zeven mechanismen onderscheiden die we verderop illustreren. De derde categorie heeft betrekking op sociale normen. De effectiviteit van beleid kan afnemen door een geleidelijke transformatie van sociale normen uit de samenleving zelf. Ook kan een reeks van beleidsinterventies onbedoeld nieuwe of andere sociale normen met zich meebrengen. Ook dit mechanisme doet zich voor op macroniveau. In de volgende paragrafen illustreren we deze mechanismen aan de hand van empirische literatuur. Ook gaan we waar mogelijk in op de implicaties voor beleid. Kanttekening is dat onbedoelde effecten zelden onderwerp zijn van systematisch onderzoek en maar zelden een goede theoretische inbedding krijgen. De onderstaande paragrafen zijn daarom vooral verkennend van karakter. 7

8 Onbedoelde effecten op microniveau: incomplete veronderstellingen Uitkeringen Op grond van de economische theorie veronderstellen velen dat een verlaging van de uitkeringsduur en -hoogte het onaantrekkelijk maakt om in de uitkering te verblijven en dus leidt tot een stijging van de arbeidsparticipatie. Dit effect wordt bevestigd in de literatuur, maar het verstrekken of aanpassen van uitkeringen leidt ook tot onbedoelde effecten. Daarnaast wordt het gedrag van mensen in een uitkering in sterke mate gestuurd door sociaal-psychologische mechanismen zoals houding en overtuigingen. Een interessant onbedoeld effect is dat het einde van de rechtmatige uitkeringsduur voor uitkeringsgerechtigden functioneert als een prikkel. Zodra het einde van de rechtmatige uitkeringsduur in zicht komt, stromen namelijk meer mensen de uitkering uit en intensiveren zij hun zoekinspanningen. Strikt genomen maken deze mensen gebruik van hun rechten, maar vanuit het perspectief van de effectiviteit van beleid is dit niet te beschouwen als een gewenst effect. Een andere onbedoeld effect is dat het besluit van uitkeringsgerechtigden om werk te hervatten niet alleen wordt bepaald door de contante waarde van de uitkering, maar ook door de uitbetalingssystematiek. Dit bleek in Finland toen de werkloosheidsuitkeringen voor werknemers met een lange arbeidshistorie stegen en ontslagvergoedingen werden afgeschaft. Gevolg was dat de arbeidsparticipatie afnam, ondanks dat de totale vergoeding gelijk was gebleven. Uit de literatuur blijkt verder dat de houding en overtuigingen van mensen belangrijke invloed hebben op hun gedrag als ze een uitkering ontvangen. Ten eerste blijkt dat ongeduldige mensen minder waarde hechten aan de toekomstige opbrengsten van hun gedrag en daarom minder kritisch naar een nieuwe baan zoeken, wat resulteert in een langere werkloosheidsduur. Ten tweede komt naar voren dat werklozen hun werkloosheidsduur ernstig onderschatten, maar wel realistisch zijn over de (beperkte) resultaten van hun zoekinspanningen. Ten derde blijkt dat genereuze uitkeringen werklozen niet beschermen tegen de nadelige psychologische effecten van baanverlies. Mensen die ongelukkiger worden van werkloosheid dan andere mensen, zoeken bovendien minder actief en vinden minder vaak een baan. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we het geheel aan scholings- en bemiddelingsactiviteiten om uitkeringsgerechtigden uit te laten stromen naar regulier werk of de afstand tot regulier werk te verkleinen. Van re-integratie-interventies verwachten we dat die werklozen de benodigde sollicitatie- en werkvaardigheden aanleren. Ook verwachten we dat het beleid netto-effectief is. Dit wordt meestal gemeten in termen van de baanvindkansen van deelnemers binnen één jaar. Re-integratieondersteuning heeft een heel merkwaardig onbedoeld gevolg: sommige effecten zijn pas op de lange termijn zichtbaar. Zo blijkt uit een onderzoek naar de effecten van training dat uitkeringsgerechtigden nog tot zo n twee jaar na de training beter in hun vel zaten. Wie de verschillende studies op dit terrein tot zich neemt, komt tot de conclusie dat re-integratie en bemiddeling niet zozeer invloed lijken te hebben op de baanvindkans van 8

9 werklozen, maar wel op de mate waarin iemand een baan weet te behouden en op de match tussen werkgever en werknemer. Korte-termijn studies focussen op baanvindkansen en komen dan ook tot de conclusie dat re-integratie nauwelijks effectief is. Het werkingsmechanisme van re-integratie loopt waarschijnlijk echter niet via vergroting van de baanvindkans, maar via verhoging van de matchingskwaliteiten. Uit de literatuur blijkt dat zachte factoren een cruciale rol spelen bij re-integratie. Een controlerend en dreigend karakter van re-integratie kan onbedoelde effecten teweegbrengen. De verplichtende context van re-integratie kan leiden tot weerstand, verminderde motivatie en daardoor gebrek aan zelfsturing. Het risico bestaat dat uitvoerders hierdoor maatregelen nemen die de weerstand eerder vergroten dan verkleinen, zoals controle en dreiging met sancties. Ook het aanleren van vaardigheden en het stellen van prestatiedoelen zijn niet zo effectief. Effectiever lijkt het motiveren van uitkeringsgerechtigden, het bieden van keuzevrijheid, het aanleren van een positieve houding, het stellen van leerdoelen, het ondersteunen en het versterken van het zelfregulerend vermogen. Uitkeringsgerechtigden reageren ook op hun sociale omgeving. Zo is sociale druk een uitermate belangrijke verklaring voor zoekgedrag. Sociale druk bepaalt in hoge mate of mensen plannen maken om werk te zoeken. De implicatie hiervoor voor re-integratiebeleid is dat de sociale omgeving betrokken kan worden bij trajecten. Gedragseconomisch onderzoek vertelt ons dat mensen beperkt zijn in de aandacht en verwerkingsmogelijkheden die zij kunnen inzetten bij complexe problemen met meerdere facetten. Gedragseconomen stellen dat mensen zich niet altijd bewust zijn van beschikbare banen die aansluiten bij hun vaardigheden en dat veel mensen ondersteuning nodig hebben bij deze complexe taak. Hieruit volgt dat het van belang is om bemiddeling te versimpelen en informatie, bijvoorbeeld over vacatures of opleidingsmogelijkheden, gemakkelijk vindbaar en toegankelijk beschikbaar te stellen. De gevolgde zoekstrategie is eveneens van invloed op het succes van re-integratie- en bemiddelingsactiviteiten. Recent onderzoek toont aan dat niet de intensiteit van het zoeken, maar de gevolgde strategie goed verklaart of mensen een baan vinden. Een strategie bestaande uit een arbeidsmarktverkenning, netwerken en gerichte actie is effectiever dan het lukraak versturen van sollicitatiebrieven. Interessant is ook dat de gehanteerde strategie verklaard wordt door carrièreplanning. Mensen met een duidelijke carrièreplanning zoeken effectiever dan mensen zonder duidelijke carrièreplanning. Prikkels voor werkgevers Wat betreft prikkels voor werkgevers vinden we dat ook sociale motieven een belangrijke rol kunnen spelen bij het in dienst houden of nemen van werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) heeft het aanstellen van deze werknemers zowel een functie in het licht van externe profilering alsook een interne functie richting de eigen werknemers. 9

10 Onbedoelde effecten op macroniveau I: interdependentie Uitkeringen Het verstrekken en aanpassen van uitkeringen gaat gepaard met onbedoelde effecten die we samenvatten met de termen strategisch gedrag, classificatie en functionele ontwrichting. Met strategisch gedrag wordt bedoeld dat een sociale interventie kan leiden tot misbruik of oneigenlijk gebruik van middelen en mogelijkheden. Hierboven zagen we dat vlak voordat de uitkering afloopt het aantal mensen dat een baan vindt drastisch toeneemt. We kunnen dus concluderen dat de vormgeving van een regeling kan aanzetten tot strategisch gedrag. Een positief onbedoeld effect van strategisch gedrag is het aankondigingseffect. Het aankondigen van een royale belastingteruggaaf in het Verenigd Koninkrijk gericht op het stimuleren van werk bij huishoudens met een laag inkomen en kinderen leidde tot een reactie nog voor het beleid was ingevoerd en daarmee tot een afname van de uitkeringsafhankelijkheid en een stijging van de arbeidsparticipatie. Het verstrekken van uitkeringen impliceert classificatie. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen mensen die recht hebben op de voorziening en anderen die dit niet hebben. Een onbedoeld effect van de classificatie arbeidsongeschikt en de bijbehorende uitkering is dat deze voor sommige groepen in de jaren tachtig zijn gaan functioneren als middel om te ontsnappen aan de druk van betaalde arbeid. Functionele ontwrichting houdt in dat een sociale interventie de functionele vereisten verstoort die het voortbestaan van een sociaal systeem (zoals een organisatie) garanderen. De literatuur impliceert dat functionele ontwrichting zich kan voordoen als er snel en grofmazig gekort wordt op de uitkering als sanctiemiddel. Werklozen nemen na die sanctie eerder een baan aan die onder hun niveau ligt, waardoor er op microniveau is bespaard, maar op macroniveau onbedoeld een rem is ontstaan voor een goede match op de arbeidsmarkt. Re-integratie Onbedoelde effecten bij individuen Re-integratie brengt onbedoelde effecten teweeg via de mechanismen functionele ontwrichting, strategisch gedrag, doelverschuiving en provocatie. Re-integratie met een activerend karakter kan tot functionele ontwrichting leiden. Een bekend effect van re-integratie is het lock-in effect. In plaats van sneller aan een baan te komen, leidt re-integratie dan juist tot een uitstel van het zoeken naar een baan. Daartegenover staat dat een snelle plaatsing op een baan vaak op lange termijn niet leidt tot stabiele werkgelegenheid en niet leidt tot verbetering van de inkomsten van uitkeringsontvangers. Als uitkeringsontvangers direct worden aangenomen door werkgevers zijn wel positieve effecten waarneembaar. Misschien wel het belangrijkste onbedoelde effect van activerende re-integratie is verdringing ofwel substitutie, waarbij de re-integratie van de ene persoon ten koste gaat van de kansen van de andere persoon. Met de nodige slagen om de arm wordt geschat dat verdringing zo n 25% bedraagt. 10

11 Rondom re-integratie komt ook strategisch gedrag voor. Een positief onbedoeld neveneffect is het threat-effect, waarbij de dreiging van re-integratie er alleen al voor zorgt dat sommige groepen mensen uit eigen beweging een baan vinden. Naast deze vorm waarbij het gaat om de reactie van calculerende mensen op beleid, is er ook een vorm mogelijk waarbij het beleid zelf aanzet tot strategisch gedrag. Mensen die het aanvankelijk niet van plan waren, gaan zich soms door prikkels en onder bepaalde omstandigheden strategisch gedragen. Een mooi voorbeeld: re-integratie met een controlerend karakter leidt tot een verschuiving van informele naar formele zoekactiviteiten, omdat formele zoekactiviteiten bij controle veel gemakkelijker als zoekgedrag opgevoerd kunnen worden. Doelverschuiving houdt in dat instrumentele doelen, zoals het deelnemen aan een programma soms voorrang krijgen boven hogere doelen, zoals uitstroom naar regulier werk. Dit zien we bij re-integratie terugkomen als het lock-in effect. Werkzoekenden zoeken minder hard naar een baan op het moment dat ze in een re-integratietraject zitten, waardoor de kans op het vinden van een baan tijdelijk afneemt. Sommige wetenschappers pleiten er daarom voor om programma s met een sterk lock-in effect, zoals training, in te zetten tijdens een recessie. Onbedoelde effecten bij de uitvoering Sommige onbedoelde effecten van re-integratie doen zich met name voor bij de uitvoering. Strategisch gedrag doet zich voor bij outputsturing, dat wordt toegepast om het principaal-agent probleem op te lossen. Een pervers effect van outputsturing kan bijvoorbeeld zijn dat eenvoudig te bemiddelen cliënten voorrang krijgen (afroming). Een recente studie van het CPB laat zien dat gemeenten na invoering van de Wet Werk en Bijstand moeilijk bemiddelbare cliënten dirigeerden naar de Wajong. Outputsturing is ook in te zetten binnen uitvoeringsinstellingen, bijvoorbeeld door het invoeren van een prestatiebeloning voor casemanagers. Hierdoor kunnen drie vormen van strategisch gedrag en dus onbedoelde neveneffecten optreden: afroming, moral hazard (snelle plaatsing ongeacht wat er daarna met de cliënt gebeurt) en gaming (prestaties mooier afschilderen dan ze in werkelijkheid zijn). Wat betreft functionele ontwrichting concludeerden onderzoekers dat onder de resultaatgerichtheid als gevolg van de invoering van de WWB, professionalisering van de uitvoering op de tweede plaats kwam. Snel resultaat bereiken had de voorkeur boven verbetering van de uitvoering. De aandacht voor professionalisering van de uitvoering van re-integratie neemt toe, maar kan ook onbedoelde effecten teweegbrengen. Zo kunnen instrumenten voor screening en diagnose van cliënten leiden tot weerstand onder casemanagers en worden opgevat als een provocatie: zij zien het als een diskwalificatie van hun beoordelingsvermogen en een inperking van hun persoonlijke handelingsvrijheid. Soms zijn ze ook beducht voor de inzet van deze instrumenten als controlemiddel. Prikkels voor werkgevers De mechanismen van functionele ontwrichting, strategisch gedrag en classificatie spelen een rol in de verklaring van onbedoelde effecten bij prikkels voor werkgevers. In het kader van functionele ontwrichting is dat vooral te wijten aan het crowding-out effect, dead- 11

12 weight loss, het substitutie-effect, het displacement effect en het draaideur effect. Tevens kunnen werkgevers strategisch gedrag vertonen door de kosten van het sociale verzekeringsstelsel te verhalen op werknemers via de individuele lonen, wat zorgt voor onbedoelde neveneffecten van prikkels voor werkgevers. En prikkels voor werkgevers, bijvoorbeeld in de vorm van werkgeversvouchers, kunnen leiden tot stigmatisering van de betreffende werkzoekenden, waardoor zij na de subsidieperiode nog lastiger of helemaal geen reguliere baan meer vinden. Onbedoelde effecten op macroniveau II: sociale normen Over de invloed van sociale normen op bedoelde en onbedoelde effecten van beleid is relatief weinig literatuur te vinden. De literatuur laat vooral zien op welke wijze werkloosheid zich kan vestigen als een sociale norm. Een hogere werkloosheid in de nabije omgeving zorgt er voor dat niet-werken in sterkere mate als normaal wordt beschouwd en werkloosheid minder pijn doet. Het gevolg is dat mensen minder actief zoeken naar een baan en langdurig werkloos zijn. Wanneer werkloosheid de sociale norm is, is het aannemelijk dat de effectiviteit van beleid afneemt. Dit maakt het voor de overheid moeilijker om mensen, bijvoorbeeld door het inzetten van re-integratie of het aanpassen van uitkeringsbeleid, aan het werk te krijgen. Op macroniveau kan dit bovendien zorgen voor een zelfversterkend effect. Werkloosheid is normaal. Daardoor keert het werkloosheidsniveau na een periode van stijging maar langzaam terug naar het oude niveau. Daarbij speelt ook een rol dat een hogere werkloosheid en als gevolg daarvan een toename van overheidsuitkeringen niet alleen leidt tot een verandering van de sociale normen ten aanzien van werk maar ook tot verslechterde ethische normen ten aanzien van het gebruik van sociale zekerheid. Het centrale dilemma van de Self Destructive Welfare State : een genereus systeem van sociale zekerheid vormt een moreel risico, met als gevolg dat steeds meer mensen een uitkering aanvragen. Toch is het tot op zekere hoogte mogelijk door middel van interventies sociale normen in de gewenste richting te sturen. Hoewel een kwestie van lange adem sociale normen hebben tijd nodig om zich te vestigen in de samenleving is de overheid in Nederland er in geslaagd werken steeds meer als sociale norm te stellen. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de veranderde namen van diverse socialezekerheidsregelingen: de Wet werk en bijstand in plaats van de Algemene bijstandswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in plaats van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Lessen trekken Wie alle voorbeelden van onbedoelde effecten uit dit rapport tot zich neemt, zou wel eens moedeloos kunnen raken. Onbedoelde effecten lijken aan de basis te liggen van beleid, niet in de laatste plaats sociale zekerheids- en re-integratiebeleid. Toch zijn er lessen te trekken uit de onbedoelde effecten op het gebied van sociale zekerheid en re-integratie. Lessen voor beleidsmakers die bezig zijn met het uitdenken en ontwikkelen van nieuwe maatregelen, lessen voor onderzoekers die zich bezighouden met prognoses en lessen voor uitvoerende instellingen. 12

13 Beleidsontwikkeling Misschien wel de belangrijkste les uit dit rapport is dat beleidsmakers een andere bril moeten opzetten. De onbedoelde effecten van beleid komen pas in beeld als je veel breder kijkt dan gebruikelijk en als je goed nadenkt over het werkingsmechanisme van maatregelen. Waar dit op neerkomt, is een verdere professionalisering van het vak beleidsambtenaar. Een beleidsambtenaar zou ook een expert moeten zijn in collectieve gedragsbeïnvloeding. Met beleid intervenieer je immers in sociale systemen (van burgers, instituties, bedrijven) en moet je dus ook weten hoe die sociale systemen kunnen reageren. Bij een verdere professionalisering van het vak beleidsambtenaar hoort de opbouw van kennis over methoden van gedragsbeïnvloeding en de verwachte effecten en neveneffecten in bepaalde situaties. Het zou ook goed zijn om nieuwe maatregelen met een sceptische blik te bekijken en op zoek te gaan naar falsificaties. Nieuwe plannen zijn te onderwerpen aan een kritische collegiale toetsing of peer review. Dat zou bijvoorbeeld interdepartementaal geregeld kunnen worden of tussen afdelingen en directies, zodat je een tunnelvisie beperkt. Het uitvoeren van een zogenoemde serious game zou ook een interessant experiment zijn. Dit houdt in dat de werkelijkheid op een computerprogramma nagebootst wordt en beleidsmakers de kans krijgen om zich in dit programma te gedragen als de objecten van beleid. Zo kunnen beleidsmakers snel signaleren of objecten van beleid de mogelijkheid hebben om zich anders te gedragen dan verwacht. Prognoses De mechanismen die ten grondslag liggen aan onbedoelde effecten zijn over het algemeen niet opgenomen in de econometrische prognosemodellen waarmee de effecten en neveneffecten van beleid veelal worden doorgerekend. Het ligt dan ook voor de hand om inzichten uit de sociale wetenschappen (sociale psychologie, sociologie) te verwerken in deze prognosemodellen. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een al lang bestaande, maar voor de sociale wetenschappen en het beleidsonderzoek relatief nieuwe techniek: sociale simulatie. Dit is een instrument afkomstig uit de kunstmatige intelligentie, waar gebruik wordt gemaakt van multi-agent systems. In een sociale simulatie creëer je een virtuele wereld met verschillende agents (individuen) met eigen persoonskenmerken. Op deze manier verwerk je het gedrag van individuen op microniveau in het model. De agents kunnen daarnaast worden beïnvloed door omgevingsvariabelen, zowel op macro-niveau (bijvoorbeeld beleid) als door hun directe omgeving (bijvoorbeeld vrienden). Op deze manier zijn sociale normen en interdependenties op macroniveau in het model te verwerken. Sociale simulatie is daarmee geschikt om complexe problemen te onderzoeken waarbij meerdere (interacterende) factoren een rol spelen. 13

14 Uitvoering De keuzes die uitvoerders maken hebben ook invloed op de effecten en neveneffecten van beleid. Work First kan bijvoorbeeld op macroniveau averechtse effecten hebben als uitkeringsontvangers alleen op tijdelijke uitzendbaantjes worden geplaatst. Een ander voorbeeld: bepaalde groepen trekken zich terug als ze horen van verplichte deelname aan een re-integratie-programma. Van dit soort inzichten maken uitvoerders nu nog nauwelijks bewust gebruik. Op uitvoeringsniveau is vooral behoefte aan antwoorden op specifieke vragen over de inzet van instrumenten en trajecten. Wat werkt voor wie? Hoe motiveer je uitkeringsgerechtigden? Hoe voorkom je oneigenlijk gebruik van uitkeringen? De wetenschappelijke kennis over gedragsbeïnvloeding op microniveau moet grotendeels nog neerslaan in instrumenten, checklists, leidraden en dergelijke voor uitvoerende professionals. Het is daarom zaak door te gaan met de al in gang gezette projecten gericht op professionalisering van de uitvoering. 14

15 1 Inleiding: Een bijsluiter voor beleid 1.1 Bijwerkingen van beleid in Baltimore Stel dat beleidsmakers maatschappelijke problemen konden oplossen. Dat uitkeringsgerechtigden een baan vinden door effectieve bemiddeling. Dat een bonus werkgevers aanzet om arbeidsgehandicapten aan te nemen. Of dat politie en justitie drugscriminaliteit kunnen tegengaan door intelligente opsporingstechnieken, om een voorbeeld op een ander beleidsterrein te noemen. In de onvolprezen Amerikaanse televisieserie The Wire ( ) wordt Baltimore geteisterd door hardnekkige drugscriminaliteit. Na maanden van voorbereiding slagen politie en justitie erin om de dealers en cornerboys met een telefoontap af te luisteren. Hun inspanningen leiden uiteindelijk tot de vangst van de grote baas: Avon Barksdale. In het machtsvacuüm dat ontstaat na de val van het Barksdale-imperium ontwikkelt zich echter een nieuwe, gewetenloze leider, Marlo Stansfield. Marlo zadelt de politie van Baltimore op met een ander probleem: een drugsoorlog waarin ook onschuldige burgers vallen. The Wire is op het eerste gezicht een misdaadserie, een serie over sociale problematiek in een vervallen Amerikaanse havenstad. Maar de afleveringen laten zich ook bekijken als een studie naar de onbedoelde effecten van beleid. 1 Stel dat beleidsmakers maatschappelijke problemen konden oplossen, zegt The Wire in wezen, dan creëren ze soms nieuwe, schijnbaar onoplosbare problemen. In deze visie is het oplossen van maatschappelijke problemen als het vechten tegen een veelkoppig monster. Als beleid onbedoelde effecten heeft, dan zou je verwachten dat het vergezeld gaat van een bijsluiter. Of dat de onbedoelde effecten onderwerp zijn van uitvoerig onderzoek. Dat is niet het geval. In Nederland zien we dat er veel evaluatie- en beleidsonderzoek plaatsvindt, maar dat de focus ligt op de doelen van beleid, op doeltreffendheid en doelmatigheid. Bovendien reikt de tijdshorizon van dit soort onderzoek meestal niet verder dan vier jaar na invoering van het beleid. Onbedoelde effecten - die zich vaak op lange termijn voordoen - blijven zodoende buiten beeld. Was de bestrijding van het Barksdale-imperium onderworpen aan een regulier evaluatieonderzoek, dan hadden we waarschijnlijk geconcludeerd dat het beleid doeltreffend is. 1 The Wire is fictie, maar leidt ook tot werkelijke onbedoelde effecten. There have even been reports of reallife criminals watching the show to learn how to counter police investigation techniques, zegt Wikipedia. Bron: William K. Rashbaum ( ). "Police Say a Queens Drug Ring Watched Too Much Television". The New York Times. 15

16 1.2 Een bijsluiter voor beleid In dit rapport gaan we op zoek naar onbedoelde effecten van beleid. Dit doen we aan de hand van een grote hoeveelheid literatuur. Ons uitstapje naar de drugscriminaliteit in Baltimore was eenmalig. Hier concentreren we ons vooral op de beleidsterreinen die voor het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid relevant zijn én waar voldoende onderzoek naar is verricht: sociale zekerheid en re-integratie. Het doel van deze excercitie is het ontwikkelen van een bijsluiter voor beleidsmakers. In die bijsluiter staat een inventaris van alle relevante effecten die vooraf niet waren voorzien, beoogd, verwacht of gewenst. Het begrip onbedoelde effecten moeten we dus breed opvatten. In de bijsluiter treffen we averechtse effecten, perverse effecten, onvoorziene effecten, neveneffecten, onverwachte effecten, lange termijn effecten en indirecte effecten aan. En hoewel deze opsomming een negatieve ondertoon heeft, zullen we zien dat onbedoelde effecten ook positief kunnen zijn. Dit rapport behoeft zelf ook een bijsluiter. Het onderzoek dat de basis vormt voor dit rapport is te beschouwen als een testcase om na te gaan of er in de literatuur een redelijke hoeveelheid informatie over dit soort effecten is te vinden, en of die informatie ook beleidsmatig bruikbaar is. Het resultaat van de test is grotendeels geslaagd. Er is inderdaad behoorlijk veel literatuur te vinden en die lijkt beleidsmatig bruikbaar. Maar het blijkt niet mogelijk om zeer nauwkeurig aan te geven welke bijwerkingen bij welke beleidsmaatregelen precies zijn te verwachten, en hoe sterk ze zijn. Het is net als bij medische bijsluiters: dit medicijn kan bij sommige personen hoofdpijn, misselijkheid en/of duizeligheid veroorzaken. Of en hoeveel hoofdpijn je krijgt en of die ook gepaard gaat met misselijkheid, is vooraf niet bekend. Een tweede waarschuwing bij dit rapport is dat de nadruk op onbedoelde effecten de suggestie kan wekken dat beleid niet effectief is, of dat beleid alleen maar onbedoelde effecten teweegbrengt. Dat is natuurlijk niet waar. De hier gepresenteerde resultaten zijn bedoeld als aanvulling op de bedoelde effecten en het bekende beeld daarvan in regulier effectiviteitsonderzoek. 1.3 Het onderzochte beleidsterrein Sinds de tweede helft van de vorige eeuw is in Nederland een genereus sociale zekerheidsstelsel tot stand gekomen. Dat stelsel beschermt werknemers tegen de financiële risico s van ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en bestrijdt armoede. Vanaf de jaren 1980 komen onbedoelde effecten van het stelsel aan het licht: een hoge mate van uitkeringsafhankelijkheid, weinig uitstroom uit uitkeringen, oneigenlijk gebruik van regelingen en mede daardoor een dreigende onbetaalbaarheid van het stelsel. In reactie daarop maken opeenvolgende kabinetten het stelsel activerender: werk komt boven uitkering te staan, inkomensbescherming is niet meer het enige doel van sociale zekerheid, fraude wordt bestreden, enzovoort. Het is de geboorte van wat de internationale literatuur active labor market policy noemt. 16

17 Dit rapport gaat over de onbedoelde gevolgen van sociale zekerheid, maar ook over de onbedoelde gevolgen van activering en prikkels. Het kwam eerder al ter sprake: maatschappelijke problemen zijn als een veelkoppig monster. Zelfs de maatregelen die zijn genomen om de onbedoelde gevolgen van sociale zekerheid te voorkomen en beperken, creëren op hun beurt onbedoelde gevolgen. Wat verstaan wij in dit rapport onder activering en prikkels in de sociale zekerheid? Een onderdeel is het aanpassen (meestal verlagen) van de hoogte en duur van uitkeringen. Dit onderdeel zou je klassiek kunnen noemen. Klassiek, omdat het bij overheden en klassieke economen een bekend instrument is om uitkeringsgerechtigden te prikkelen weer aan het werk te gaan. Maar werkt het ook zo? Nemen mensen misschien de rechtmatige uitkeringsduur als norm voor hoe lang zij de tijd hebben om een nieuwe baan te vinden? Betekent een uitkeringsduur van zes maanden ook dat veel mensen pas na zes maanden een baan vinden? Wat voor een effect heeft een langdurig verblijf in de uitkering op de arbeidsmarktkansen van uitkeringsgerechtigden? Het tweede onderdeel is re-integratie. Re-integratie bestaat uit verschillende instrumenten gericht op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt (categorie a), op de vraagzijde (categorie b) en op het matchen van vraag en aanbod (categorie c). Hier ligt de nadruk op scholing voor werklozen (categorie a), financiële prikkels voor werkgevers bij het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (categorie b) en bemiddeling van werklozen (categorie c). Hoe zit het met de lange termijn effecten van deze instrumenten? Ebt de effectiviteit van re-integratie op langere termijn weg of wordt hij juist versterkt? Leidt reintegratie misschien tot een andere cultuur, een ander arbeidsethos? En zijn financiële prikkels en sancties effectief of hebben ze onbedoelde gevolgen? Voordat we bekijken of de literatuur antwoord geeft op deze en andere vragen, is het zaak een stapje terug te doen. Want wat zijn onbedoelde effecten eigenlijk? Welke oorzaken liggen eraan ten grondslag? Welke wetenschappelijke stromingen bestuderen onbedoelde effecten en hoe categoriseren ze die effecten? 17

18 18

19 2 Naar een theorie van onbedoelde effecten 2.1 Wat zijn onbedoelde effecten? Het begrip onbedoelde effecten is ogenschijnlijk synoniem met begrippen als ongewenste effecten, perverse effecten, onvoorziene effecten, averechtse effecten, neveneffecten, onverwachte effecten en indirecte effecten. Toch zijn er subtiele maar relevante verschillen. Om dit helder te krijgen, moeten we het begrip ontleden. Onbedoelde effecten houden verband met beleid, met sociale interventies, om sociologisch jargon te gebruiken. Een sociale interventie is een bewuste poging om een menselijke situatie te veranderen in een gewenste richting, zoals een wet, een welzijnsprogramma of een re-integratietraject. Dit betekent bijvoorbeeld dat de bankrun op de DSB Bank in oktober 2009 niet binnen deze definitie valt. Dat was weliswaar een onbedoeld effect (een self fulfilling prophecy om precies te zijn), maar het kwam niet voort uit een bewuste sociale interventie. Op de tweede plaats verwijst het begrip naar bedoelingen. Wat mensen bedoelen is natuurlijk niet altijd duidelijk. Doelen van sociale interventies kunnen behoorlijk vaag zijn. Toch heeft iedereen een redelijk beeld van wat het einddoel is van een interventie en wat absoluut niet tot het einddoel behoort. Het staat bijvoorbeeld buiten kijf dat het team handhavers van het UWV probeert uitkeringsfraude te voorkomen en bestrijden. Een toename van het aantal fraudeurs zal niet de bedoeling zijn. Het begrip onbedoelde effecten omvat dus alle effecten waarvan je kunt aannemen dat de beleidsmakers die niet voor ogen hadden. Vaak gaan achter beleid ook een paar meer of minder expliciet verwoorde veronderstellingen schuil over de wijze waarop doelen zijn te behalen. In bestuurskundig jargon: de beleidstheorie. Om de arbeidsparticipatie van arbeidsgehandicapten te stimuleren, zijn er subsidies in het leven geroepen. De aard van de interventie (in dit geval een subsidie) laat zien dat beleidsmakers veronderstellen dat een financiële prikkel werkgevers zal motiveren om een arbeidsgehandicapte aan te nemen. In de praktijk hoeft de interventie niet via het mechanisme van de financiële prikkel te werken. We rekken het begrip onbedoelde effecten hiermee wat op: als de veronderstellingen over de werking van de interventie onjuist blijken te zijn, spreken we ook over onbedoelde effecten. Je kunt ook onderscheid maken naar de aard van de onbedoelde effecten. Onbedoelde effecten gebruiken wij in dit rapport als containerbegrip voor twee groepen effecten. Een eerste groep bestaat uit effecten die optreden naast de bedoelde effecten en die daarom ook wel neveneffecten (of bijeffecten) worden genoemd. Denk aan positieve (gewenste) neveneffecten, zoals een afname van de CO 2 -uitstoot als gevolg van de economische crisis in 2009, of aan negatieve (ongewenste) neveneffecten, zoals het feit dat de opmars van de Taliban mede te wijten is aan ondersteuning van de Afghaanse mudjahideen door de CIA in de jaren tachtig. Een tweede groep bestaat uit perverse effecten (ook wel averechtse of boomerang-effecten genoemd). Kenmerkend hiervoor is dat de interventie het probleem alleen maar erger maakt. Een mooi voorbeeld uit Freakonomics van Levitt en Dubner (2008) is het kinderdagverblijf in Haifa dat iets wilde doen tegen het te laat ophalen van 19

20 kinderen door hun ouders. De oplossing was simpel: laatkomers kregen een boete. Het gevolg van deze maatregel was een stijging van het aantal laatkomers: een schoolvoorbeeld van een pervers effect. Aan deze twee groepen onbedoelde effecten is in theorie nog een derde groep toe te voegen, namelijk het positieve effect dat het probleem met minimale inspanning verdwijnt. Stel dat een gemeente een innovatieve interventie inzet om het beroep op de bijstand te verminderen. Deze interventie slaagt en wordt door andere gemeentes met succes geïmiteerd: er is sprake van een vliegwieleffect. Helaas Dit effect zijn we in de literatuur over sociale zekerheid en re-integratie niet tegengekomen. In dit rapport kijken we dus naar positieve, negatieve en averechtse onbedoelde effecten van sociale interventies. De eerlijkheid gebied te zeggen dat we niet echt geïnteresseerd zijn in de onbedoelde effecten an sich. Dit rapport zou dan een saaie en zinloze opsomming worden in de trant van: de introductie van Work First in gemeente X leidde tot een stijging van het aantal ontvangers van een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand, enzovoort. We gaan veel meer op zoek naar verklaringen voor onbedoelde effecten, naar de mechanismen die schuilgaan achter de effecten. Daarbij gaat het niet alleen om verklaringen voor onbedoelde effecten, maar ook over verklaringen voor geringe effectiviteit van sociale interventies. Hieronder werpen we licht op deze verklaringen aan de hand van verschillende wetenschappelijke disciplines. We maken daarbij onderscheid in verklaringen op microniveau (micro-economie, gedragseconomie, sociale psychologie) en verklaringen op macroniveau (macro-economie, sociologie, sociale-psychologie). Eerst kijken we naar verklaringen op microniveau. Die vatten we samen met het begrip incomplete veronderstellingen. Vervolgens komen verklaringen op macroniveau aan bod, die we scharen onder de begrippen interdependentie en sociale normen. 2.2 Verklaringen op microniveau: Incomplete veronderstellingen Een discrepantie tussen veronderstellingen en werkelijkheid Veel sociale interventies gaan uit van dezelfde veronderstellingen over menselijk gedrag: mensen weten wat ze willen, streven altijd naar het beste voor zichzelf en handelen daar ook naar. Deze veronderstellingen zijn gebaseerd op het rationele keuzemodel, dat zijn oorsprong vindt in de klassieke (micro-)economie. Hierin is de mens te typeren als een Homo Economicus, een rationeel denkend wezen dat door de overheid aangereikte informatie, prikkels en bepalingen grondig bestudeert en dan in zijn eigen belang handelt. Maar is dat ook zo? In de dagelijkse praktijk zijn mensen vaak prima in staat om logische, rationele keuzes te maken. Snelheidsbeperkingen en boetes voor te hard rijden leiden ertoe dat de meeste mensen binnen de maximumsnelheid blijven. En het heffen van flinke tabaksaccijnzen ontmoedigt rokers. Er zijn ook momenten dat het model van de Homo Economicus niet voldoet (WRR, 2009). Niet alleen zijn cognitieve vaardigheden om keuzes te maken beperkt, ook zijn preferenties soms inconsistent en ontbreekt het mensen regelmatig aan de wilskracht 20

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën CPB Notitie Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën Budget deeltijd-ww 1 Inleiding Per 1 april 2009 is de regeling deeltijd-ww tot behoud van

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Startnotitie Werken naar Vermogen

Startnotitie Werken naar Vermogen Startnotitie Werken naar Vermogen 1. ACHTERGROND 1.1. Aanleiding Voor u ligt de Startnotitie Werken naar Vermogen. Concrete aanleiding voor deze Startnotitie is de aangenomen motie van het CDA van 15 november

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) 163 Samenvatting (Summary in Dutch) Er zijn slechts beperkte financiële middelen beschikbaar voor publieke voorzieningen en publiek gefinancierde diensten. Als gevolg daarvan zijn deze voorzieningen en

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling Driedaagse Leergang Kennisintensieve beleidsontwikkeling 6, 13 en 20 juni 2014 Den Haag Doelstellingen en doelgroep De doelgroep bestaat uit beleidsmedewerkers/stafmedewerkers bij beleidsinstanties (nationaal,

Nadere informatie

Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011

Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011 Vraaggestuurde re-integratie: methode of mythe? Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek) 27 mei 2011 Onderwerpen presentatie Definitie vraaggestuurde re-integratie Aanleiding onderzoek en onderzoeksvraag

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch) Modellen voor het effect van arbeidsmarktbeleid

Samenvatting (Summary in Dutch) Modellen voor het effect van arbeidsmarktbeleid Samenvatting (Summary in Dutch) Modellen voor het effect van arbeidsmarktbeleid in Nederland Arbeidsmarkt en beleid in Nederland Nederland scoort sinds het midden van de jaren 90 internationaal gezien

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid Businesscase WAO 1. Inleiding In de begrotingsafspraken 2014 van de regeringspartijen met D66, CU en SGP is het volgende afgesproken: Het UWV maakt een businesscase over hoe en voor welke groepen de kansen

Nadere informatie

Effectieve toeleiding van werklozen naar werk

Effectieve toeleiding van werklozen naar werk Effectieve toeleiding van werklozen naar werk Els Sol c.c.a.m.sol@uva.nl NGSZ Reintegratie: van afvoerputje naar succesbeleid Doelenzaal UvA, Amsterdam 24 juni 2015 23 June 2015 1 23 June 2015 2 Is hulp

Nadere informatie

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d.

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. De raad van de gemeente Echt-Susteren, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. Gelet op het bepaalde in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere

Nadere informatie

De psychologie van de wanbetaler

De psychologie van de wanbetaler 07-10-2015 De psychologie van de wanbetaler Dr. Martijn Keizer Rijksuniversiteit Groningen m.keizer@rug.nl Deze presentatie Deze presentatie Hoe motiveren we debiteuren om actie te ondernemen? Overzicht

Nadere informatie

ARMOEDE EN WONEN: SCHULDEN EN (HUUR)INCASSO

ARMOEDE EN WONEN: SCHULDEN EN (HUUR)INCASSO ARMOEDE EN WONEN: SCHULDEN EN (HUUR)INCASSO Roeland van Geuns Lector armoede en participatie Hogeschool van Amsterdam Den Haag, 24 juni 2015 1 INHOUD 1. Enkele cijfertjes 2. Gedrag: enkele recente inzichten

Nadere informatie

Verdringing op de arbeidsmarkt: Wat is het en hoe meet je het?

Verdringing op de arbeidsmarkt: Wat is het en hoe meet je het? Verdringing op de arbeidsmarkt: Wat is het en hoe meet je het? Presentatie op studiemiddag NISZ Utrecht, 22 januari 2016 Arjan Heyma www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Relevante vragen

Nadere informatie

Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel:

Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel: Re-integratiebegeleiding (2 e en 3 e spoor) Doel 1. Duidelijkheid! Wij analyseren de situatie en vervolgens werken we met een eenvoudig categoriemodel: 2. Werk! * Ruime arbeidsmogelijkheden * Beperkte

Nadere informatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie Wet stimulering arbeidsparticipatie Op 1 januari 2009 is de Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) in werking getreden (Stb. 2008, 590 en 591). In deze wet wordt een aantal wijzigingen met betrekking

Nadere informatie

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft)

De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) De VrijBaan Vragenlijst (specifiek voor iemand die geen werk heeft) Inleiding Veel mensen ervaren moeilijkheden om werk te vinden te behouden, of van baan / functie te veranderen. Beperkingen, bijvoorbeeld

Nadere informatie

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 Algemene toelichting Tot 1 januari 1996 gold voor de bijstandsverlening een uiterst gedifferentieerde normensystematiek.

Nadere informatie

Aan de raad. No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015

Aan de raad. No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015 Raadsvergadering d.d. 15 januari 2015 Aan de raad Voorstraat 31, 4491 EV Wissenkerke Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke Tel (0113) 377377 Fax (0113) 377300 No. 5 en 5A Wissenkerke, 5 januari 2015 Onderwerp:

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Extern MVO-management MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Duurzame ontwikkeling... 4 1.1 Duurzame

Nadere informatie

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 -1.833.52 REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet : de WWB b. WWB:

Nadere informatie

Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit

Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit Opdrachtgever DWI Amsterdam Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit Opdrachtnemer Amir Nazar Onderzoek Einddatum 1 november 2010 Categorie Profilings-, diagnose en targetinginstrumenten Conclusie Hoewel

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk Lex Burdorf, hoogleraar Determinanten van Volksgezondheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Academische Werkplaats Publieke Gezondheid CEPHIR

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands (Summary in Dutch)

Samenvatting in het Nederlands (Summary in Dutch) Samenvatting in het Nederlands (Summary in Dutch) In onze vergrijzende samenleving vormen de stijgende kosten van de gezondheidszorg een steeds groter probleem. Publieke zorgverzekeringsstelsels komen

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Inleiding Er is veel in beweging rond de bijstand. Sommige gemeenten experimenteren met een andere uitvoeringspraktijk, met minder

Nadere informatie

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T.a.v. de minister mr J.P.H. Donner Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Utrecht, 10 mei 2010 Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Quick scan re-integratiebeleid Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Doetinchem, 16 december 2011 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 18 december 2008 het beleidsplan

Nadere informatie

De markt beweegt verder Rechte tellingen. Rapport: nog te verschijnen

De markt beweegt verder Rechte tellingen. Rapport: nog te verschijnen De markt beweegt verder Rechte tellingen Rapport: nog te verschijnen September 2010 Projectnummer: 09/516 V. Veldhuis, MSc drs T.J. Veerman m.m.v. drs. D.A.G. Arts J.W. van Egmond AStri Beleidsonderzoek

Nadere informatie

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 Inhoud 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 2 Tevredenheid en beleid 15 2.1 Het doel van tevredenheid 16 2.2 Tevredenheid in de beleidscyclus 19 2.3

Nadere informatie

Beste HRM Dienstverlener voor de Overheid

Beste HRM Dienstverlener voor de Overheid Sociale Zaken Creëren van Participeren Het kabinet wil de Participatiewet per 1 januari 2014 in werking laten treden. Er wordt nog gedebatteerd over onderdelen van de wet. Echter, de kern staat vast. Het

Nadere informatie

Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06

Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 07 Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 Maaike Hersevoort, Daniëlle ter Haar en Luuk Schreven Centrum voor Beleidsstatistiek (paper 08010) Den Haag/Heerlen Verklaring

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Ketensamenwerking. verstandshuwelijk of lat-relatie

Ketensamenwerking. verstandshuwelijk of lat-relatie Ketensamenwerking verstandshuwelijk of lat-relatie Inleiding Sinds invoering sociale zekerheid is er voortdurende zoektocht naar optimale afstemming tussen uitkeringsverstrekking en arbeidsvoorziening.

Nadere informatie

Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden

Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden Betreft: In spraakreactie Stichting ZON t.a.v.: Beleidsplan Participatiewet B&W 14.0684 d.d. 15 juli 2014

Nadere informatie

AMSTERDAMMERS AAN HET WERK. Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon

AMSTERDAMMERS AAN HET WERK. Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon AMSTERDAMMERS AAN HET WERK Gemeentelijk werk voor tenminste het minimumloon 1 Samenvatting De weg uit armoede is werk. De vraag hoe mensen weer aan het werk geholpen kunnen worden is actueel. De flinke

Nadere informatie

Ketensamenwerking. een logisch coordinatiemechanisme voor werk en inkomen? Yolanda Hoogtanders en Marloes de Graaf-Zijl

Ketensamenwerking. een logisch coordinatiemechanisme voor werk en inkomen? Yolanda Hoogtanders en Marloes de Graaf-Zijl Ketensamenwerking een logisch coordinatiemechanisme voor werk en inkomen? Yolanda Hoogtanders en Marloes de Graaf-Zijl Logica ketensamenwerking Sinds invoering sociale zekerheid is er voortdurende zoektocht

Nadere informatie

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) Definitie consensus groep EPA¹ - Sprake van psychische stoornis

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch Summary)

Samenvatting (Dutch Summary) Chapter 8 Samenvatting (Dutch Summary) * I thank Jacques Don, Ryanne van Dalen and Robert de Vries for help with the Dutch summary. Without them it would have been English with Dutch words. 192 Chapter

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Participatiewet / Wsw Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Bespreekpunten Wat is de huidige situatie in Wwb en Wsw? Wat zijn de belangrijkste contouren van de Participatiewet? Welke effecten heeft de Participatiewet

Nadere informatie

BrancheMonitor 2012. Samenvatting. Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL

BrancheMonitor 2012. Samenvatting. Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL BrancheMonitor 2012 Samenvatting Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL BrancheMonitor De BrancheMonitor 2012 geeft inzicht in de activiteiten van dienstverleners

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Vier stromingen rondom paradigma s

Vier stromingen rondom paradigma s Vier stromingen rondom paradigma s De verdieping van het thema paradigma wordt hier langs vier stromingen nader uitgewerkt: (1) NLP neuro-linguïstisch programmeren (2) RET rationele effectiviteitstraining

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Leiderschap in planning & control

Leiderschap in planning & control Leiderschap in planning & control A3 netwerkbijeenkomst, 20 januari 2015 Henk Doeleman Leiderschap in planning & control? Minder papier Meer participatief en versterkte betrokkenheid Versterking van de

Nadere informatie

Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet

Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet Programma Opening Presentatie & Interactieve oefening Pauze Worldcafé, in gesprek over leiderschap Terugkoppeling Samenvatting: Wat werkt wel en Wat

Nadere informatie

Toon Vandevelde. Economische en menselijke rationaliteit

Toon Vandevelde. Economische en menselijke rationaliteit Toon Vandevelde Economische en menselijke rationaliteit uit: F. Verbeure en L. Apostel (reds), Verwijdering of ontmoeting? Pelckmans, 1994, 88-105 Inleidende beschouwingen: geen consensus over wat de economische

Nadere informatie

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER UTRECHT MIDDEN DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER Doel van de Participatiewet De Participatiewet vervangt de bijstandswet, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong. Het doel van de

Nadere informatie

Staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De heer H.A.L. van Hoof Postbus 90801 2509 LV Den Haag

Staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De heer H.A.L. van Hoof Postbus 90801 2509 LV Den Haag 1 Staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De heer H.A.L. van Hoof Postbus 90801 2509 LV Den Haag Bijlagen -- Inlichtingen bij Uw kenmerk Dossier/volgnummer 55808-054 Mr. G.A. van Nijendaal

Nadere informatie

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit?

Samenvatting. Zorgt het openstellen van de detailhandelssector voor buitenlandse concurrentie in een verbetering van de productiviteit? Samenvatting Dit proefschrift bestudeert de relatie tussen beleidshervormingen en productiviteitsgroei. Het beargumenteert dat het onderkennen van de diversiteit van bedrijven aan de basis ligt voor het

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Pensioenbewustzijn. Henriëtte Prast en Arthur van Soest, Tilburg University & Netspar. Panel paper in opdracht van Stichting Instituut GAK

Pensioenbewustzijn. Henriëtte Prast en Arthur van Soest, Tilburg University & Netspar. Panel paper in opdracht van Stichting Instituut GAK Pensioenbewustzijn Henriëtte Prast en Arthur van Soest, Tilburg University & Netspar Panel paper in opdracht van Stichting Instituut GAK Inhoud Motivatie Wat bedoelen we met pensioenbewustzijn? Pensioenbewustzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 311 Zelfstandig ondernemerschap Nr. 83 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Vluchtelingen en werk

Vluchtelingen en werk VluchtelingenWerk Nederland Vluchtelingen en werk Pagina 1 Vluchtelingen en werk Sinds het begin van de vluchtelingencrisis in de zomer van 2015 willen steeds meer werkgevers hun steentje bijdragen door

Nadere informatie

4. Werkloosheid in historisch perspectief

4. Werkloosheid in historisch perspectief 4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) Eerste deel Evolueert de werkloosheidsduur naargelang de leeftijd van de werkloze? Hoe groot is de kans

Nadere informatie

Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER Raadsvergadering: 19 december 2012 Registratienummer: TB 12.3407403 Agendapunt: 8 Onderwerp: Voorstel: Toelichting: Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Re-integratiebeleid: Wat zijn de resultaten en wat zijn ze waard?

Re-integratiebeleid: Wat zijn de resultaten en wat zijn ze waard? Tijdschrift voor Openbare Financiën 40 Re-integratiebeleid: Wat zijn de resultaten en wat zijn ze waard? M. Buurman Samenvatting Recent publiceerde het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Elke dag nemen mensen talrijke beslissingen. Belangrijk voor het maken van keuzen is dat men weet wat de gevolgen van de verschillende mogelijkheden zijn. Het verzamelen

Nadere informatie

Werk, participatie en gezondheid

Werk, participatie en gezondheid Werk, participatie en gezondheid Prof Dr Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Coordinator academische werkplaats CEPHIR ism Dr Merel Schuring Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg,

Nadere informatie

Naar een modernere arbeidsmarkt

Naar een modernere arbeidsmarkt Naar een modernere arbeidsmarkt Bas van der Klaauw De arbeidsmarkt is de afgelopen twee decennia sterk veranderd. De instituties hebben die veranderingen niet bij kunnen houden. Ze ontmoedigen mobiliteit.

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte.

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte. Het speelveld De wereld om ons heen verandert razend snel. De richting is duidelijk, de sociale zekerheid wordt geprivatiseerd. Samen bouwen we aan een vernieuwende structuur om de arbeidsmarkt essentieel

Nadere informatie

Notitie. Tegenprestatie naar vermogen

Notitie. Tegenprestatie naar vermogen Notitie Tegenprestatie naar vermogen Gemeente Den Helder Afdeling Publiekszaken Juli 2012 Inhoud Wat is de aanleiding voor deze notitie? Aan welke werkzaamheden denken we? Voor wie geldt de tegenprestatie?

Nadere informatie

Het waarom van ons aanbod

Het waarom van ons aanbod Pagina 1 van 5 - scroll Het waarom van ons aanbod Mensen laten zich leiden door ervaringen en de betekenis die zij daaraan hebben gegeven. Daarmee besturen zij zichzelf en daarmee geven zij iedere keer

Nadere informatie

Samen op zoek naar verandering of Hoe maak ik het contact met de cliënt efficiënter?

Samen op zoek naar verandering of Hoe maak ik het contact met de cliënt efficiënter? Samen op zoek naar verandering of Hoe maak ik het contact met de cliënt efficiënter? Inleiding In deze notitie staan de tips en adviezen uit het project Samen op zoek naar verandering. Ze zijn het resultaat

Nadere informatie

De toekomst van duurzame inzetbaarheid? Langer gezond werken: nieuwe inzichten en uitdagingen voor de bedrijfsarts?

De toekomst van duurzame inzetbaarheid? Langer gezond werken: nieuwe inzichten en uitdagingen voor de bedrijfsarts? De toekomst van duurzame inzetbaarheid? Langer gezond werken: nieuwe inzichten en uitdagingen voor de bedrijfsarts? Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Rotterdam RVZ rapport

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... Concurrentie Zeehavens beconcurreren elkaar om lading en omzet. In beginsel is dat vanuit economisch perspectief een gezond uitgangspunt. Concurrentie leidt in goed werkende markten tot

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid versie 2013 www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Inleiding... 3 Participatiewet, geplande invoerdatum 1 januari 2014... 4 Wet Wajong (sinds 2010)... 6 Wet Werk

Nadere informatie

KENNISMEMO 12-03. 18 juni 2012. Katinka van Brakel T (020) 687 3176 Katinka.vanBrakel@uwv.nl. Peter Hilbers T (020) 687 3173 Peter.Hilbers@uwv.

KENNISMEMO 12-03. 18 juni 2012. Katinka van Brakel T (020) 687 3176 Katinka.vanBrakel@uwv.nl. Peter Hilbers T (020) 687 3173 Peter.Hilbers@uwv. 12-03 Datum 18 juni 2012 Van Kenniscentrum UWV Aan Raad van Bestuur Katinka van Brakel T (020) 687 3176 Katinka.vanBrakel@uwv.nl Peter Hilbers T (020) 687 3173 Peter.Hilbers@uwv.nl Margreet Stoutjesdijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 240 XV Jaarverslag en slotwet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2011 Nr. 2 RAPPORT BIJ HET JAARVERSLAG 2011 VAN HET MINISTERIE

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Het antwoord op uw personele vraagstuk

Het antwoord op uw personele vraagstuk BD Recruitment BV Het antwoord op uw personele vraagstuk Wie bepaalt bij welk re-integratiebedrijf ik terecht kan? De gemeente of UWV WERKbedrijf maakt bij uw re-integratietraject vaak gebruik van een

Nadere informatie

Consumenten en hun gedrag

Consumenten en hun gedrag Consumenten en hun gedrag Stefanie de Beer Wilte Zijlstra 1 Voorstellen Stefanie de Beer Stefanie.deBeer@afm.nl Wilte Zijlstra Wilte.Zijlstra@afm.nl Twitter: @wilte 2 Opwarmen 3 Geheugentest 4 Geheugentest

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Cardiovasculaire toestandsveranderingen in gesimuleerde werkomgevingen

Hoofdstuk 3: Cardiovasculaire toestandsveranderingen in gesimuleerde werkomgevingen Een inspirerende nieuwe fase in het onderzoek naar mens-computer interactie heeft zich aangediend met het ontstaan van adaptieve automatisering. Binnen dit onderzoeksgebied worden technologische systemen

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; DE RAAD DER GEMEENTE HAREN, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10, tweede

Nadere informatie

Geschiedenis Participatiewet

Geschiedenis Participatiewet De Participatiewet Welkom 1 Opening 2 Inhoud van de Participatiewet 3 De Participatiewet, lucht, last of lust voor ondernemers 4 Praktijkervaringen 5 Paneldiscussie met de zaal over belemmeringen, kansen

Nadere informatie

INHOUD Verantwoording 1 De macht van de situatie 2 Koester je zeurende collega 19 3 De calculerende medewerker 4 Respect!

INHOUD Verantwoording 1 De macht van de situatie 2 Koester je zeurende collega 19 3 De calculerende medewerker 4 Respect! INHOUD Verantwoording 7 1 De macht van de situatie 11 We hebben de neiging te denken dat we zelf bepalen wat we doen, maar in werkelijkheid worden we ook gestuurd door allerlei omstandigheden. 2 Koester

Nadere informatie

5 Tips Voor Meer Sollicitatiesucces Snel en eenvoudig 5 stappen in de goede richting

5 Tips Voor Meer Sollicitatiesucces Snel en eenvoudig 5 stappen in de goede richting 5 Tips Voor Meer Sollicitatiesucces Snel en eenvoudig 5 stappen in de goede richting E-book geschreven door Sollicitatiedokter.nl Inhoudsopgave 1. Behandel solliciteren als een baan... pagina 1 2. Wees

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL)

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Algemeen Met ingang van 1 januari 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. In de WWB staat de eigen verantwoordelijkheid van

Nadere informatie