KCD. Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KCD. Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO 2014-2015 0"

Transcriptie

1 KCD Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO

2 . Voorwoord Voor u ligt het kwaliteits- en capaciteitsdocument (hierna: KCD) van NV RENDO conform de Gas- en Elektriciteitswet en de Ministeriële Regeling Kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas (MRQ) inclusief de wijzigingen hierop van mei 2011 Staatscourant Nr Tevens voldoet dit KCD aan de gemaakte afspraken met de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) en Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) over de structuur en inhoud van het KCD 2013 (Brief NMa kenmerk /9.B1492). In dit KCD is meer dan voorheen ingegaan op de belangrijkste risico s en de daarbij behorende aanpak volgens de Plan Do Check Act (PDCA) methodiek. Daar waar het gaat om de procedures die door de MRQ worden gevraagd wordt dit conform de afspraak met ACM afgedekt door eerdere KCD s en de NTA 8120 certificering. De organisatie van NV RENDO is conform de Wet Onafhankelijk Netbeheer ingericht. Zo is het juridisch en economisch eigendom van de netten in het bezit van netbeheerder NV RENDO en worden alle kerntaken ten aanzien van netbeheer in eigen beheer uitgevoerd. Hierbij wordt het assetmanagement model toegepast. NV RENDO heeft al haar processen, inclusief het registratiesysteem voor meldingen en storingen, gecertificeerd conform ISO 9001 en de NTA NV RENDO is daarnaast gecertificeerd en werkt in haar netwerken conform BEI-BS en VIAG. NV RENDO heeft een totaal geïntegreerd managementsysteem (KBS/VBS) voor zowel kwaliteit als veiligheid. Het voorliggend KCD is gebaseerd op gegevens uit dit managementsysteem. Dit KCD had niet tot stand kunnen komen zonder de inspanningen van de afdelingen Assetmanagement, Onderhoud & Storingen, Aanleg & Investeringen, Controlling & Regulering en KAM. Ik wil alle betrokken medewerkers bedanken voor hun grote betrokkenheid en inzet. G.R.J. Hagevoort Directeur ad interim Meppel, KCD RENDO

3 INHOUD. VOORWOORD MISSIE EN VISIE MISSIE VISIE KWALITEITSBEHEERSINGSSYSTEEM ASSETMANAGEMENT RISICOMANAGEMENT ONDERHOUDS- EN STORINGSDIENST REGISTRATIESYSTEMEN EN DATABEHEER CERTIFICERING KWALITEIT NAGESTREEFDE KWALITEIT Gas Elektriciteit RELATIE MET BELANGRIJKSTE ASSET GERELATEERDE RISICO S Gas Elektriciteit VEILIGHEID LEREN VAN INCIDENTEN EN OEFENINGEN PRIORITERING VAN RISICO S CAPACITEIT INLEIDING CAPACITEITSRAMING CAPACITEITSVRAAG RELATIE MET BELANGRIJKSTE ASSET-GERELATEERDE RISICO S CAPACITEITSKNELPUNTEN WIJZE WAAROP WORDT VOORZIEN IN CAPACITEITSBEHOEFTE PDCA-CYCLI BIJLAGEN BIJLAGE 1. LEESWIJZER-REFERENTIE TABEL MRQ VS KCD BIJLAGE 2. BEGRIPPENLIJST BIJLAGE 3. OVERZICHT INHOUDSOPGAVE KBS/VBS BIJLAGE 4. RISICOMATRICES (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 5. CERTIFICATEN ISO 9001 EN NTA BIJLAGE 6. OVERZICHT GEMELDE GASINCIDENTEN BIJLAGE 7. INVESTERINGSTABEL AANTALLEN (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 8. ONDERHOUDSTABEL AANTALLEN (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 9. INVESTERINGS- EN ONDERHOUDSTABEL EURO S (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 10. MEMO ANALYSE REALISATIE EN BEGROTING 2011 (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 11. MEMO ANALYSE REALISATIE EN BEGROTING 2012 (VERTROUWELIJK) BIJLAGE 12. KWALITEIT COMPONENTEN BIJLAGE 13. TERUGBLIK CAPACITEITSKNELPUNTEN GENOEMD IN KCD BIJLAGE 14. VOORUITBLIK CAPACITEITSKNELPUNTEN 2014 EN LATER KCD RENDO

4 1. Missie en visie 1.1 Missie De missie van NV RENDO (hierna: RENDO) is om energie daar te transporteren waar de behoefte is. Dit realiseert RENDO met het ontwerp, aanleg en beheer van de gasnetten in Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel en elektriciteitsnetten in Steenwijk en Hoogeveen ten behoeve van het duurzame transport en distributie van gas en elektriciteit. Hierbij creëert RENDO toegevoegde waarde voor alle stakeholders door te voorzien in de behoefte van consumenten en bedrijven aan een ongestoord, veilig, efficiënt en duurzaam energietransport. Afnemers kunnen rekenen op een veilige, betrouwbare, efficiënte en duurzame energievoorziening en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening. Aandeelhouders, zijnde gemeenten in het verzorgingsgebied, krijgen naast de kwalitatief hoogwaardige energievoorziening en dienstverlening voor hun ingezetenen ook een redelijk rendement op het geïnvesteerde vermogen. Daarnaast draagt RENDO bij aan energievraagstukken in diverse gremia en faciliteert zo de energietransitie in haar omgeving. Voor haar werknemers is RENDO een goed werkgever. Naast de direct belanghebbenden zoals hiervoor genoemd staat RENDO ook borg voor een correcte en integere behandeling van toezichthouders, toeleveranciers, aannemers en derden. 1.2 Visie Toekomstbeeld Een groeiende wereldbevolking, het schaarser worden van fossiele brandstoffen en wereldwijde klimaatdoelstellingen duiden enerzijds op een trend naar een meer duurzame energievoorziening. Anderzijds wordt er door de grote spelers op de markt nog steeds veel geïnvesteerd in conventionele grootschalige opwekking. Dit zijn investeringen met een horizon van zeker 40 jaar. Dit creëert een toenemende onzekerheid over de uiteindelijke infrastructuur die nodig is rond De netten die RENDO de komende jaren gaat aanleggen, ook met een horizon van minimaal 40 jaar, kunnen achteraf ondoelmatig blijken. Niet investeren is eveneens geen optie. Deze situatie staat bekend als het netbeheerdersdilemma. RENDO volgt de ontwikkelingen op de voet. Er wordt meer decentrale opwekking van elektriciteit, warmte en groengas verwacht. Hoewel RENDO zich in een krimpregio bevindt zal de vraag naar elektriciteit onder andere als gevolg van de komst van warmtepompen en elektrische auto s toenemen. Hierdoor zullen de elektriciteitsnetwerken intensiever en meer in tweerichtingsverkeer gebruikt worden. Mogelijkerwijs moeten de toekomstige elektriciteitsnetten zwaarder uitgelegd worden, is er sprake van balanshandhaving op decentraal niveau en zouden de netten slimmer moeten worden (de zogenaamde smart grids ). Voor de gasnetwerken wordt voor de langere termijn een afnemende vraag verwacht door dalend verbruik en verdringing door elektriciteits- of warmtenetwerken. Mogelijk ook een ander gebruik in verband met de opkomst van groengas ten behoeve van mobiliteitsdoeleinden. KCD RENDO

5 Ontwikkeling van de regionale gasnetwerken RENDO verwacht in de komende 5 jaren vaker geconfronteerd te worden met de invoeding van groengas, dat het traditionele aardgas deels zal gaan verdringen. De invoeding van groengas kan op termijn enkele aanpassingen van het net qua configuratie vergen. De investeringsniveaus voor nieuwbouw zullen naar verwachting bij de gasnetten op een laag niveau blijven. Daarnaast worden in enkele nieuwbouwsituaties de aardgasnetten verdrongen door warmtenetten. Hiermee resteert op langere termijn voornamelijk de instandhouding en eventuele vervanging van de bestaande gasnetwerken. De kwaliteit van het huidige gasnetwerk is van dusdanige aard dat de komende decennia RENDO qua vervangingsinvesteringen naar verwachting gunstig afsteekt tegen het sectorgemiddelde. Ontwikkeling van de regionale elektriciteitsnetwerken Hoewel in de toekomst meer decentrale opwek is te verwachten, is de inschatting dat bestaande doorsnee wijken niet volledig autonoom in de eigen behoefte zullen kunnen voorzien. De snelheid waarmee de uitrol van warmtepompen, elektrische auto s, zonnepanelen, micro-wkk en smart grids zich voltrekt is de komende jaren te overzien. Grootschalige invoeding blijft ook in de landelijk gepubliceerde scenario s nog heel lang de geëigende methode. De bestaande elektriciteitsnetwerken zullen in de zicht horizon van 5 jaar naar verwachting niet wezenlijk veranderen. Ook in de netwerken van RENDO neemt de decentrale opwekking toe. Dat kan leiden tot aanpassing van de netstructuur. De kwaliteit van het bestaande elektriciteitsnetwerk is van zodanige aard, dat ook hier geldt dat deze qua vervangingsinvesteringen de komende decennia naar verwachting gunstig zal afsteken tegen het sectorgemiddelde. Regulering en energietransitie Naast het bovenstaande wordt de toekomst van netbeheerders mede bepaald door de ontwikkelingen in de Gas- en Elektriciteitswet en het daaruit voortvloeiende reguleringskader en bijbehorende codes. De netbeheerders in Nederland zijn gereguleerd en worden onderling op basis van hun efficiency en kwaliteit (veiligheid en betrouwbaarheid) vergeleken. Er is sprake van een maatstafconcurrentie, waarbij het sectorgemiddelde de norm is en afzonderlijke bedrijven hieraan gespiegeld worden. NV RENDO zal er voor blijven pleiten dat het reguleringskader geen oneigenlijke onevenwichtigheid tussen de netbeheerders veroorzaakt. Dit is immers direct van invloed op de tarieven en het rendement. Bedrijfsvoering aspecten Risk based assetmanagement behelst naast het beheersen van risico s die voortvloeien uit de bestaande netwerken ook risicoafwegingen bij toekomstige investeringen in de netten. Die zullen gepaard gaan met onzekerheden als gevolg van de hierboven genoemde ontwikkelingen bij de energietransitie. Aan de basis van effectief en efficiënt risk based assetmanagement staat een diepgaande kennis van de aard, omvang en kwaliteit (o.a. restlevensduur) van de bedrijfsmiddelen. Het belang van verdergaand onderzoek en de beheersing van datakwaliteit neemt toe met een verdergaande druk op doelmatigheid en een meer onzekere toekomst. RENDO blijft dan ook doorlopend werken aan het handhaven van de huidige kwaliteit van de assets, het bedrijfsmiddelenregister (BMR) en de doorontwikkeling ervan. Om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netwerken voor de toekomst te waarborgen zal RENDO zich blijven inzetten voor voldoende aanbod en ontwikkeling van vakkundig personeel. KCD RENDO

6 2. Kwaliteitsbeheersingssysteem 2.1 Assetmanagement De bedrijfsvoering bij RENDO is gebaseerd op zogenaamd Risk Based Assetmanagement met als doel om de door het netwerk gecreëerde waarde te optimaliseren voor de stakeholders: de klanten (incl. maatschappij), aandeelhouders, medewerkers en toezichthouders. Daarbij worden kosten, risico s en operationele prestaties over de gehele levenscyclus van de netwerkassets gebalanceerd. In het beleidsplan assetmanagement staan de relevante delen van het kwaliteitssysteem en beleid ten aanzien van het netbeheer. In de management review wordt minimaal jaarlijks beoordeeld of het KAM managementsysteem (KBS/VBS) efficiënt en effectief is ingevoerd in de organisatie. Dit betreft ook de consistentie en de samenhang van de onderdelen van het KBS/VBS (zie bijlage 3) en natuurlijk het KCD. RENDO hanteert het assetmanagement organisatiemodel. Hierbij zijn asset owner (kader), asset manager (beleid) en service provider (uitvoering) afzonderlijk gepositioneerd. Ook het risicomanagement is op diverse organisatorische niveaus belegd. Op asset owner niveau is o.a. het risicomanagement inzake financiering ondergebracht en (op hoofdlijnen) de kaders voor techniek. Bij de asset manager is het technisch beleid en de coördinatie, communicatie (via o.a. Risico- en capaciteitscommissies) en implementatie van het risicomanagement belegd. Bij de service providers ligt de nadruk op de risico s bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Assetmanagement organisatiemodel Bij Risk Based Assetmanagement gaat RENDO uit van de waardeketen. Het risico en de beïnvloedbaarheid van het kostenniveau daalt naarmate men afdaalt in de waardeketen. De waardeketen De grote diversiteit aan assets vereist een verfijnde besluitvormingsmethodiek om te waarborgen dat de beschikbare (financiële) middelen optimaal worden aangewend. Het grootste afbreukrisico ligt op strategisch niveau. Hier wordt voor de langere termijn de ontwikkelingsrichting bepaald, welke de contouren voor investerings- en onderhoudsplannen vormt. De gemaakte keuzes dienen de juiste balans tussen de eisen van de stakeholders te waarborgen, dit komt onder andere tot KCD RENDO

7 uitdrukking in de formulering van de bedrijfswaarden. Detail ontwerpen alsmede de uitvoering en aanleg zijn in hoge mate gestandaardiseerd, zodat op operationeel niveau de afwijking van de kosten en risico s zijn geminimaliseerd als eenmaal de strategische en tactische keuzes zijn gemaakt. De ontwikkeling en bewaking van de investerings- en onderhoudsplannen vindt op hoofdlijnen plaats in afstemming met verschillende commissies. Deze plannen worden inhoudelijk beoordeeld door de assetmanager en formeel ter goedkeuring voorgelegd aan de asset owner. Conform de NTA 8120 wordt gewerkt vanuit de zogenaamde Plan Do Check Act benadering. PDCA-stappen Risk Based assetmanagement Lifecycle management In de volgende figuur is de generieke levenscyclus (van aanleg tot en met verwijdering) van de assets weergegeven. Het is van belang de totale kosten en prestaties gedurende de levensduur van de assets in balans te houden. Uit bedrijfsmatige overwegingen (bijv. continuïteit op de langere termijn) kan het zijn dat relatief veel geld aan de assets met de hoogste risico s wordt besteed, maar dat er een evenwichtige hoeveelheid middelen wordt ingezet voor de instandhouding van de overige assets. Het verlaagde risico bij de als goed beoordeelde assets is een gevolg van de daar toegepaste beheersmaatregelen tot dan toe. Generieke levenscyclus assets KCD RENDO

8 Van de veroudering van assets wordt aangenomen dat deze volgens een zogenaamde badkuipkromme verloopt. Hierbij ontstaat na de fase van mogelijke kinderziekten een periode van statistisch falen. Gedurende deze fase is het falen een toevalligheid, preventief onderhoud leidt tot een minimale verlaging van de faalkans. Als de assets merkbaar verouderen, hetgeen zich uit in een oplopende faalkans, heeft (preventief) onderhoud meer effect naarmate de faalkans oploopt tot het onaanvaardbare niveau. Na het bereiken van de onaanvaardbare faalkans leidt falen vaak tot hogere kosten. Om deze situatie te voorkomen is vervanging aan de orde. Samenhang en consistentie Binnen het assetmanagement proces is de onderlinge samenhang en consistentie tussen een aantal documenten van belang (conform MRQ artikel 19). De bewaking hiervan vindt plaats door Assetmanagement. De ontwikkeling en bewaking van de plannen vindt op hoofdlijnen plaats door Assetmanagement in afstemming met de verschillende commissies. De plannen worden formeel ter goedkeuring voorgelegd aan de asset owner. In onderstaand schema komt de samenhang tot uiting. Samenhang documenten assetmanagement KCD RENDO

9 2.2 Risicomanagement Algemene risico s RENDO onderkent een breed scala aan risicogebieden. Schema algemene risicogebieden Alle voor RENDO werkzame personen hebben de verantwoordelijkheid om risico s te signaleren en te melden. Medewerkers worden aangemoedigd om dit te melden middels het verbeterformulier. Medewerkers zijn door de korte lijnen voldoende in staat risico s kenbaar te maken. Gesignaleerde risico s / verbetersignalen komen op de lijst met verbeterpunten en worden actief opgepakt. Belangrijke risico s zijn die, die van invloed kunnen zijn op het gevoerde beleid. De algemene risico s worden besproken in het MT overleg, de asset gerelateerde risico s worden besproken in de Risico- en capaciteitscommissies. Voor een afschrift van de risicoregisters zie bijlage 4. Door de afdeling Assetmanagement worden de belangrijke risico s vastgelegd in risicomatrices. Deze worden geüpdatet wanneer zich belangrijke wijzigingen voordoen, maar minimaal jaarlijks. Asset gerelateerde risico s De afdeling Assetmanagement verzamelt de signalen en inventariseert en evalueert de risico s. Al naar gelang de aard en ernst van de gesignaleerde zaken wordt ofwel direct actie ondernomen, en/of wordt het ingebracht in de Risico- en capaciteitscommissies. Eens per kwartaal (of frequenter indien er een directe aanleiding is), komen de Risico- en capaciteitscommissies bij elkaar en wordt zo nodig het risicoregister bijgewerkt. KCD RENDO

10 Weging risico s (FMECA) Per asset(groep) is een beleid en een Failure Mode Effects and Criticality Analysis (FMECA) opgesteld. Hierin zijn de invloedsfactoren die van belang zijn voor het niveau van presteren van de assets vastgelegd. Deze invloedsfactoren kunnen zowel statisch (materiaal, leeftijd, ligging, etc.) als dynamisch (storingen, inspectie, metingen, etc.) zijn. Dit leidt tot een indicatie van de risico s per asset. De risico s worden verder bepaald middels de formule Risico = Kans x Effect. De risico s voortvloeiend uit de diverse FMECA s worden gespiegeld aan de afzonderlijke bedrijfswaarden. Hieruit blijkt de mate waarin een risico kritisch is en deze data vormt zo een bouwwerk van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI s). Deze KPI s zijn nader beschreven in het Beleid per asset en liggen vast in het FMECA systeem. Voor de kwantificering van de risico s / bedrijfswaarde wordt verwezen naar hoofdstuk 3.1. Risicoregister en beheersmaatregelen Op basis van de FMECA s en daarop volgend het beleid per asset liggen de risico s per bedrijfswaarde en de gekozen beheersmaatregelen vast. Dit krijgt zijn beslag in de risicoregisters van gas- en elektriciteit. Doorlopend wordt de effectiviteit van de gekozen beheersmaatregelen getoetst. FMECA stappen 2.3 Onderhouds- en storingsdienst Op basis van de risicoanalyses worden naast (vervangings)investeringen preventieve onderhoudsplannen opgesteld ter voorkoming van falen. Deze jaarlijkse onderhoudsplannen kenmerken zich door een nagenoeg vast programma door de jaren heen waarbij de afwijkingen marginaal zijn. Hierdoor is de exploitatiebegroting door de jaren heen redelijk stabiel. Daarnaast heeft RENDO voor het zogenaamde restrisico een storingswachtdienst en calamiteitenorganisatie ingericht. RENDO voert met eigen medewerkers het onderhoud en het oplossen van storingen uit. Voor specifieke/specialistische werkzaamheden worden ook externe partijen ingeschakeld. In de wacht- en storingsdienstinstructie wordt beschreven hoe storingen en onderbrekingen worden opgelost en wordt de organisatie van de wacht- en storingsdienst beschreven. KCD RENDO

11 2.4 Registratiesystemen en databeheer Aan de basis van Risk Based Assetmanagement ligt het waarborgen van de volledigheid, juistheid, en actualiteit van assets. In onderstaand schema zijn de verschillende systemen weergegeven die samen het BMR vormen. Schema BMR In het Geografisch Informatie Systeem (GIS) ligt de statische data vast. Het betreft alle gas en elektriciteit gerelateerde assets. Hierbij zijn type, doorsnede, bouwjaar/leeftijd, etc., inclusief de geografische ligging vastgelegd. Het BMR omvat tevens de dynamische gegevens (toestand en risico) van de assets. De kwaliteit van de registratie inzake de vastlegging van bedrijfsmiddelen bij RENDO is hoog te noemen. Borging tijdige aanlevering gegevens Bij RENDO wordt gewerkt conform de wet WION. Om ervoor te zorgen dat gegevens tijdig worden bijgewerkt, heeft RENDO betaling van de diensten van aannemers gekoppeld aan de tijdigheid van het aanleveren van de technische gegevens over het uitgevoerde werk. Daarnaast worden deelrevisies verlangd bij langdurige werken om binnen de gestelde termijnen van de WION te blijven. De aannemer draagt projectgegevens over aan de projectleider. Deze controleert de data en kijkt of alles compleet is, zo niet dan volgt actie. Het aanleveren en verwerken van mutaties aan het netwerk door eigen personeel wordt d.m.v. procedures, workflow systemen en toezicht door teamleiders geborgd. Het hele proces van afhandeling van projecten wordt vastgelegd in het volg opdrachten systeem (VOS) zodat er voortdurend zicht is op nog te ontvangen gegevens. Borging juiste en volledige verwerking gegevens Het maken van de ontwerpen en werktekeningen en het verwerken van aangeleverde mutaties wordt op één afdeling door deskundige en geautoriseerde medewerkers uitgevoerd. Hierdoor is gewaarborgd dat mutaties in de registraties juist, volledig en tijdig worden verricht. De overige medewerkers hebben alleen een kijkfunctie in het volledige systeem. KCD RENDO

12 Het GIS is zodanig ingericht dat bepaalde onderdelen van de asset verplicht moeten worden ingevuld. Indien daar niet aan wordt voldaan volgt er een blokkade waardoor verkeerd invoeren onmogelijk is geworden en dus niet kan worden opgeslagen. Controleslagen De verwerkte gegevens worden door de coördinator Configuratiebeheer en door de afdeling Assetmanagement steekproefsgewijs gecontroleerd op kwaliteit en volledigheid. Zo staat het volledige hogedruk gasnet en het middenspanningskabelnet in een apart berekeningsprogramma dat periodiek wordt bijgehouden. Door het veelvuldig beoordelen van exports uit de databases met behulp van query s worden eventuele verschillen opgemerkt. Voor het bepalen van de lengtes van de kabels wordt door RENDO via een data-query van elke kabel, waarvan per streng een uniek nummer is gegenereerd, de gegevens opgevraagd uit het GIS bestand. Per week worden de datagegevens uit het GIS opgeslagen. Hieruit kan naar behoefte een vergelijking gemaakt worden met de stand van zaken ten opzichte van de eerdere rapportages. Eventuele opmerkelijke optredende verschillen worden hierbij onderzocht en krijgen indien noodzakelijk vervolgacties. Steekproefsgewijs controleert de Coördinator Configuratiebeheer de uitgaande KLIC meldingen op de inhoud. In het GIS zijn de statische gegevens van stations en de eigendomsgegevens opgenomen. Alle statische gegevens per station worden op basis van een uniek stationsnummer bijgehouden. Sinds de implementatie van het nieuwe GIS (GTech) in 2010 zijn de aantallen rechtstreeks uit het GIS te genereren. Eventuele verschillen kunnen daarmee snel worden opgespoord. Sinds de ingebruikname van de nieuwe versie van het GIS is een project gestart om de aansluitingen van gas, elektriciteit en OV te vectoriseren. Hiermee wordt het mogelijk om over de lengtes per diameter en materiaalsoort van de aansluitingen te rapporteren. Het plan van aanpak is er op gericht om het vectoriseren van alle aansluitingen gereed te hebben op uiterlijk Tijdens het vectoriseren worden alle gegevens van de aansluitingen gecontroleerd en indien nodig gepeild. Conform bovenstaande werkwijze worden ook de dynamische gegevens (inspectieformulieren, metingen e.d.) geregistreerd en gecontroleerd op volledigheid, juistheid en tijdigheid. Momenteel wordt gewerkt aan de automatisering van dit proces middels een risico- en toestandsregister gekoppeld aan een opdrachtenmodule. 2.5 Certificering RENDO heeft een totaal geïntegreerd managementsysteem voor zowel kwaliteit als veiligheid. Ten behoeve van certificering vindt jaarlijks een geïntegreerde externe audit plaats. De scope van het ISO 9001 certificaat van NV RENDO ziet er als volgt uit: Het ontwerpen, aanleggen en instandhouden van infrastructurele werken ten behoeve van transport en distributie van energie; Het afhandelen van administratieve klantprocessen en het beheren van het aansluitregister. De scope van het NTA 8120 certificaat van NV RENDO ziet er als volgt uit: Beheer en bedrijfsvoering van de gereguleerde elektriciteit- en gasnetwerken in juridisch eigendom van NV RENDO, t/m 10 kv en 8 bar, met uitzondering van het beheer van meetinrichtingen. Zie de certificaten in bijlage 5. KCD RENDO

13 3. Kwaliteit In dit hoofdstuk wordt het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de afgelopen jaren nader uiteengezet, waarna de nieuwe streefwaarden worden aangegeven. Conform MRQ wordt onder kwaliteit de veiligheid en betrouwbaarheid verstaan. Vanuit de missie en visie zijn de bedrijfswaarden waaronder veiligheid en betrouwbaarheid gekwantificeerd. Aan de hand van de PDCA cyclus is beschreven op welke wijze RENDO de belangrijkste risico s op het gebied van veiligheid en betrouwbaarheid beheerst. In de risicoregisters worden tevens de beheersmaatregelen beschreven. 3.1 Nagestreefde kwaliteit Bedrijfswaarden NV RENDO De uitgangspunten voor de gehanteerde streefwaarden vloeien voort uit de missie/visie en de daaraan gerelateerde gekwantificeerde bedrijfswaarden. Concreet komen daarbij de volgende bedrijfswaarden aan de orde: Veiligheid, Betrouwbaarheid, Doelmatigheid/Financieel, Juridisch, Duurzaamheid/Milieu en Imago. Veiligheid: Handhaven van een veilig netwerk tot een niveau dat praktisch haalbaar en redelijk is, zodat het aantal ongevallen tot een maatschappelijk aanvaardbaar minimum niveau beperkt blijft. Betrouwbaarheid: Handhaven van een betrouwbaar netwerk tot een niveau beter dan het landelijke gemiddelde en een niveau van de leveringszekerheid en leveringsservice, overeenkomstig wet- en regelgeving. Daarbij is het van belang dat er sprake blijft van een maatschappelijk en economisch verantwoorde situatie. Doelmatigheid / Financieel: Handhaven van de balans tussen veiligheid, betrouwbaarheid, leveringszekerheid en het begrip maatschappelijk aanvaardbare kosten. De tarieven moeten toereikend zijn om naast de noodzakelijke investeringen ook aandeelhouderswaarde te behouden. Juridisch: Voldoen aan de relevante wet- en regelgeving. Duurzaamheid / Milieu: Beschermen van het milieu tegen de effecten van energietransport en onze bedrijfsvoering. Zo zal RENDO eventueel belastende situaties uit het verleden zo goed als mogelijk verhelpen. RENDO zal kiezen voor zodanige ontwerpen, materialen en methoden, zodat ze het milieu minimaal belasten. RENDO zal nieuwe technieken ondersteunen en implementeren ten behoeve van inpassing van duurzame energie in de netwerken, waardoor het milieu zoveel als mogelijk beschermd wordt tegen de nadelige effecten van energiegebruik. Imago: Handhaven van het degelijke imago van RENDO. KCD RENDO

14 Kwantificering asset gerelateerde bedrijfswaarden In onderstaande risicomatrix zijn de bedrijfswaarden nader gekwantificeerd. Kwantificering bedrijfswaarden Realiseren bedrijfswaarden Om de bedrijfswaarden te bereiken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Optimale procesbeheersing middels een ISO-9001 en NTA 8120 gecertificeerd KBS/VBSmanagementsysteem. Ontwerpen/aanleggen volgens in de branche gehanteerde normen en richtlijnen. Kiezen voor betrouwbare materialen en leveranciers die zich in de praktijk bewezen hebben (standaardisatie). Uitvoering door goed opgeleid en gemotiveerd personeel. Werken met gecertificeerde aannemers. Proactief beheer van de bedrijfsmiddelen door analyses op leeftijd en betrouwbaarheid, traceerbaarheid en het monitoren/onderzoeken van componenten in samenwerking met collega-netbeheerders en kenniscentra zoals Kiwa Gas Technology, DNV KEMA, TU Delft, TU Twente, TU Eindhoven, Ksandr Gas Streefwaarden gas De streefwaarden voor gas zijn: Kwaliteitsindicator Formule Streefwaarde Jaarlijkse uitvalduur Σ (GA x T) / TA < 20 [seconden / jaar] Gemiddelde onderbrekingsduur Σ (GA x T) / Σ GA < 60 [minuten / onderbreking] Onderbrekingsfrequentie Σ GA / TA < 0,0052 [getroffen afnemers / totaal aantal afnemers] Gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing Gemiddelde tijdsduur voor het aanrijden bij een storing Σ (TV) / S Σ (TR) / S aantal ongevallen gemeld aan de OvV 0 < 60 [minuten / storing] < 50 [minuten / storing] aantal incidenten gemeld aan de OvV < 5 aantal lekken in het hoofdnet met onmiddellijk gevaar voor personen en objecten 0 KCD RENDO

15 Kwaliteitsindicator Formule Streefwaarde aantal overige lekken in het hoofdnet aantal lekken in de aansluitingen met onmiddellijk gevaar voor personen en objecten < 1 / 10 km aantal overige lekken in de aansluitingen < 1 / 1000 TA = Totale aantal Afnemers GA = aantal Getroffen Afnemers S = totale aantal Storingen T = Tijdsduur tussen aanvang en einde onderbreking (min.) TV = Tijdsduur tussen aanvang en Veiligstellen storing (min.) TR = Tijdsduur tussen aanvang storing en aanrijdtijd (min.) 0 Gerealiseerde veiligheid In 2012 zijn 4 gasincidenten gemeld aan OvV, Kiwa Gas Technology en SodM. In 2013 (t/m oktober) zijn er 7 gasincidenten gemeld. Zie bijlage 6 voor een overzicht van deze incidenten. De incidenten zijn geanalyseerd en hebben waar mogelijk geleid tot maatregelen om herhaling te voorkomen. Gerealiseerde betrouwbaarheid Het gastransport- en distributiesysteem heeft door de vermazing van het netwerk een hoge leveringszekerheid. De uitvalduur is dan ook eerder in ordegrootte van seconden dan minuten. In onderstaande tabellen zijn de gerealiseerde waarden gegeven: De piek in 2008 is door een incident veroorzaakt. KCD RENDO

16 3.1.2 Elektriciteit RENDO heeft in het laatste decennium geïnvesteerd in het upgraden van stamvoedingen en verhogen van redundantie bovenin de netwerkstructuur, waardoor de kwetsbaarheid fors gereduceerd is. Er is een studie uitgevoerd naar de invloed van onze investeringen op de betrouwbaarheid van de MS netwerken. Hierbij is onderzoek gedaan naar zowel de invloed van de netstructuur alsmede het verbeterde faalgedrag van de nieuwe componenten. KCD RENDO

17 De komende jaren zal bij gelegenheid (nieuwbouw, reconstructies, e.d.) dieper in de netwerken gestreefd worden naar een meer optimale netopbouw, waarbij de kwetsbaarheid verder verminderd zou kunnen worden door te kiezen voor kleinere subringen. Omdat nog moet blijken in welke mate dit, mede uit het oogpunt van doelmatigheid, gerealiseerd kan worden, hanteert RENDO voor de periode ongewijzigde streefwaarden. Streefwaarden elektriciteit De streefwaarden voor elektriciteit zijn: Kwaliteitsindicator Formule Streefwaarde Jaarlijkse uitvalduur Σ (GA x T) / TA MS+LS: < 15 [minuten / jaar] Gemiddelde onderbrekingsduur Onderbrekingsfrequentie Σ (GA x T) / Σ GA Σ GA / TA MS: < 75 LS: < 130 MS+LS: < 0,200 TA = Totale aantal Afnemers GA = aantal Getroffen Afnemers T = Tijdsduur tussen aanvang en einde onderbreking (min.) [minuten / getroffen afnemer] [getroffen afnemers / totaal aantal afnemers] RENDO heeft een analyse uitgevoerd op de storingsgegevens en het relatieve faalgedrag per component ten opzichte van de sector onderzocht. Uit onderzoek naar de restlevensduur van de MS-kabels en -moffen blijkt dat het middenspanningsnetwerk een behoorlijke restlevensduur heeft op basis van huidige belasting en leeftijd. Hierop zijn de streefwaarden gebaseerd. KCD RENDO

18 Gerealiseerde betrouwbaarheid In onderstaande grafieken zijn de gerealiseerde kwaliteitsindicatoren voor elektriciteit weergegeven. KCD RENDO

19 3.2 Relatie met belangrijkste asset gerelateerde risico s Algemeen RENDO hanteert een risicoregister, genaamd Risicoanalyse en PvA netcomponenten Gas, respectievelijk Risicoanalyse en PvA netcomponenten Elektriciteit. Hierin zijn alle relevante assets van gas c.q. elektriciteit, en de hieraan gerelateerde issues, opgenomen. In deze risicoregisters (zie bijlage 4) wordt eerst een beschrijving van de componenten gegeven. Vervolgens een risicobeschrijving met hun relatie tot de RENDO bedrijfswaarden en dan de effecten en de kans op falen (kwetsbaarheid). Dit resulteert in een weging van het risico, uitgedrukt in een weeggetal. Dit risicoregister vormt de basis voor regelmatige evaluatie om te beoordelen of de opgenomen grondslagen nog van toepassing zijn. Tevens wordt beoordeeld of de gehanteerde weeggetallen nog actueel zijn. Deze evaluatie vindt minimaal in iedere vergadering van de Risico- en capaciteitscommissie plaats. Uit deze regelmatige evaluaties blijkt dat de belangrijkste verbetering ten opzichte van het KCD 2011 voor gas is: - HDPE voorheen bedreven op 8 bar: Ten tijde van het schrijven van het KCD werd nog een substantieel deel van het RENDO HDPE gasnet bedreven op 8 bar. HDPE van de 1 e en 2 e generatie mag volgens de geldende normen niet bedreven worden op een druk van 8 bar. Volgens het al eerder beschreven "Masterplan" heeft RENDO in 2012 dit plan tot afronding gebracht. HDPE leidingen (oud 8 bar) zijn òf vervangen, òf in druk verlaagd, òf buiten bedrijf gesteld. Het weeggetal is hiermede gedaald van 336 naar nu 108. Voor elektriciteit is de belangrijkste verbetering ten opzichte van het KCD 2011: - De betrouwbaarheid van het totale distributienet blijkt volgens een theoretische berekening een verbetering te hebben ondergaan. Dit door de diverse netaanpassingen in de praktijk). Voor het bepalen van het toe te passen beleid en aanpassing van dit beleid wordt gebruik gemaakt van de PDCA-cyclus. KCD RENDO

20 Plan fase RENDO start het planningsproces met het opstellen van het beleid (beleid per asset). Hierin worden interne en externe ontwikkelingen vertaald naar een beleidsplan, die voor alle bedrijfswaarden van toepassing zijn. Dit beleidsplan wordt gebruikt om de korte en lange termijn visie te bepalen. Naar aanleiding van het beleidsplan worden de investerings- en onderhoudsplannen opgesteld (zie bijlagen 7 t/m 11). De belangrijkste onderdelen van deze plannen zijn: relevante netgegevens, belastingprognoses, risicoanalyses, en een uitwerking van één of meerdere alternatieve oplossingen en de kosten. Op basis van de risicoweging wordt wel of niet tot realisatie besloten. Do fase De werkzaamheden, die voortkomen uit goedgekeurde investerings- en exploitatievoorstellen, worden in opdracht gegeven bij de verantwoordelijke afdelingen. Check fase Periodiek rapporteren deze afdelingen over de status en voortgang van het in opdracht gegeven werkpakket. Zie bijlage 7 t/m 11 voor de investerings- en onderhoudsplannen en de analyse van de realisatie. Tevens worden er audits gehouden om te controleren of werkzaamheden conform beleid zijn uitgevoerd. De conditie van het net wordt gemonitord op verschillende wijzen: meldingen vanuit het veld, onderhoudsinspecties, metingen en storingen. De diverse rapportages worden regelmatig geanalyseerd om de toestand van de gas- en elektriciteitsnetten en het effect van de beheersmaatregelen te bepalen. Voor een overzicht van de kwaliteit van de componenten zie bijlage 12. Act fase Op basis van alle hierboven genoemde uitkomsten kan, indien gewenst, het beleid voor de gasen elektriciteitsassets worden aangepast Gas Op basis van het risicoregister zijn de belangrijkste assetgerelateerde risico s vastgesteld: 1. Invoeringen huisaansluitingen gas (weeggetal 240) 2. Asfalt boven gasleidingen (weeggetal 216) 3. Afsluiters 4 en 8 bar gasnet (weeggetal 192) 1. Invoeringen huisaansluitingen gas Enige jaren geleden is de wens uitgesproken om het beleid ten aanzien van de populatie huisaansluitingen gas te herijken. Voornaamste beweegreden hiervoor is om met een toestandsafhankelijke benadering te werken. Met als doel om aan de hand van een gefundeerde risico inschatting het geschikte moment voor vervanging te bepalen. Om hieraan gestalte te geven is het noodzakelijk om actueler inzicht te krijgen in de toestand van de totale populatie huisaansluitingen. Hiervoor is een opdeling gemaakt van de diverse componenten van een huisaansluiting. Uit onderzoek is gebleken dat het hoogste veiligheidsrisico zich voordoet bij het component invoering van de huisaansluiting gas. Onder invoering wordt verstaan het leidingdeel vanaf de overgangskoppeling buiten de gevel tot de gasmeteropstelling. Plan: De invoeringen zijn onderverdeeld in populaties met dezelfde kenmerken, gebaseerd op materiaalsoorten, op jaren van aanleg en op geografische indeling. De landelijke storingscijfers uit Nestor en de Veiligheidsindicator, ingedeeld naar de gemaakte populaties, zijn in relatie KCD RENDO

21 gebracht met de storingscijfers van RENDO. Ook hebben een aantal experts van RENDO hun kennis over de betrouwbaarheid van de diverse populaties ingebracht. Alle bovenstaande acties hebben geresulteerd in een Beheerplan RENDO Aansluitleidingen, waarin per populatie een risico profiel is opgesteld met daaraan gekoppeld weeggetallen. Deze risicobepaling geeft inzicht in de mate van betrouwbaarheid van iedere populatie. Deze mate van betrouwbaarheid vormt de maatstaf wanneer een populatie voor sanering in aanmerking komt. Een aantal populaties kennen een groter risico op falen, of wordt als zodanig ingeschat omdat feitelijke kennis over hun faalgedrag onvolledig is. Om van deze populaties beter inzichtelijk te krijgen hoe hun faalgedrag zich, naar alle waarschijnlijkheid, zal ontwikkelen is er een plan van aanpak (looptijd ) opgesteld. Hierin is bepaald dat van ieder van deze populaties steekproefsgewijs een aantal invoeringen, overgangskoppelingen en aansluitleidingen opgegraven wordt om òf te saneren òf te monitoren. Met monitoren wordt bedoeld dat de leidingmaterialen visueel beoordeeld worden op mate van betrouwbaarheid, zonder dat de leidingen of leidingdelen vervangen worden. Bij saneren worden de leidingen of leidingdelen vervangen en visueel beoordeeld. Van alle beoordelingen vindt verslaglegging plaats middels monitorings- c.q. saneringsrapporten. Zowel in de investeringsbegroting (saneringen) als exploitatiebegroting (monitoringen) zijn middelen opgenomen om het plan van aanpak tot uitvoering te brengen. Do: De voortgang van de projecten wordt in het Programma- en Projectenoverleg regelmatig gevolgd. Dit zowel op aantallen als op financieel niveau. In 2012 zijn er in totaal 587 (proef)saneringen en 832 monitoringen uitgevoerd. Check: De resultaten van de monitoringen en saneringen worden door Assetmanagement geanalyseerd en met behulp van het programma EVAAL van een risico weging voorzien. Doordat de omvang van de steekproef niet teveel verschilt van het plan komt de betrouwbaarheid van het resultaat niet in het gedrang. Als voorbeeld van een beoordeling van een populatie, hierbij een uitgewerkt model betreffende de populatie 22 mm koper in en rondom Coevorden. Plan: In opdracht is gegeven het saneren van 116 invoeringen en monitoren van 341 invoeringen. Do: Er zijn daadwerkelijk 111 saneringen en 317 monitoringen uitgevoerd. Check: De resultaten van de uitgevoerde opdrachten zijn in EVAAL ingevoerd en geven het volgende beeld van de actuele populatie: G=Goed: de leiding verkeert in goede, normale conditie ( zo goed als nieuw of lichte verkleuring en/of lichte verwering van het oppervlak, etc.). M=Matig: niet goed en niet slecht. S=Slecht: de leiding is lek of bijna lek (ernstige aantasting van buis of verbinding). KCD RENDO

22 Voordat de saneringen en monitoringen waren uitgevoerd, gaf deze populatie onderstaand beeld: Act: Gezien de kwaliteit van deze populatie hoeven op korte termijn geen acties uitgevoerd te worden. Act: Door aan alle populaties een risico weeggetal toe te kennen, ontstaat er een risico ranking, op basis waarvan een roadmap ontstaat. Hierin wordt aangegeven hoe de saneringsprojecten voor huisaansluitingen gas in de toekomst verder gestalte dienen te krijgen. Gedurende de uitvoering van het plan van aanpak zullen regelmatig de resultaten van monitoringen en saneringen beoordeeld worden, om eventueel tussentijds bij te sturen. Door blijvend de actuele resultaten van monitoren en saneren, en ook de resultaten van storingen uit Nestor mee te wegen, zal aan de hand van de PDCA-cyclus regelmatig iedere populatie beoordeeld worden. 2. Asfalt boven gasleidingen Het aanbrengen van niet gas doorlatende bedekking boven gasleidingen brengt zowel veiligheidsals betrouwbaarheidsrisico s met zich mee. Gaslekkages zullen minder snel gedetecteerd worden en gas kan zich ophopen onder het asfaltdek. Ook is er een grotere kans dat gas zich verspreid in bijvoorbeeld nabij gelegen riolen of zelfs in gebouwen. Tevens zal het bereiken en repareren van een lekkage moeizamer verlopen en langer duren. Hierdoor is er gedurende een langere periode een onveilige situatie aanwezig. Behalve extra risico s voor de omgeving en de medewerkers is er ook sprake van duurdere reparaties. Plan: In de huidige norm NEN staat: Projecteer de leiding bij voorkeur niet onder een gesloten wegdek. Indien dat onvermijdelijk is, behoort de leiding zo te zijn gelegen dat eventueel lekgas bovengronds is te detecteren en dat de leiding bereikbaar is voor onderhoudswerkzaamheden. RENDO heeft altijd het standpunt gehanteerd dat gasleidingen niet onder gesloten wegdek mogen liggen. Door grondeigenaren wordt steeds vaker gevraagd om toch te accepteren dat leidingen onder asfalt mogen liggen. Daarnaast wordt binnen de sector op verschillende wijze invulling gegeven aan deze norm. Hierdoor is het gewenst om een risico-inventarisatie op te stellen om te bepalen onder welke voorwaarden het acceptabel is dat een gasleiding onder een gesloten wegdek komt te liggen. RENDO heeft op basis van de risico inschatting een concept beoordelingsmatrix met voorwaarden opgesteld wanneer het als acceptabel wordt beoordeeld dat er een gesloten wegdek boven een gasleiding is of wordt aangelegd. KCD RENDO

23 Do: De opgestelde concept beoordelingsmatrix is met de sector gedeeld, met het doel om tot landelijk beleid te komen. Een werkgroep, ressorterend onder de TIS, zal deze beoordelingsmatrix definitief maken. Check: Zodra de beoordelingsmatrix definitief is vastgesteld in de TIS, zal deze gedeeld worden met de toezichthouder en de grondeigenaren. Act: Wanneer de beoordelingsmatrix door meerdere partijen is geaccepteerd, zal RENDO in voorkomende situaties op basis van deze beoordelingsmatrix de veiligheid beoordelen. Het risico dat door het aanbrengen van asfalt boven gasleidingen gevaarlijke situaties ontstaan is hiermee voldoende afgedekt. 3. Afsluiters 4 en 8 bar gasnet In 2011 is er tijdens werkzaamheden op het terrein van een gasontvangstation een afsluiter in het hogedruk gasnet (8 bar) van RENDO vervangen. Toen is geconstateerd dat deze gefabriceerd is uit het materiaal grijs gietijzer. Zowel volgens de oude richtlijnen voor de aanleg van hoofd- en dienstleidingen als de huidige normenserie NEN 7244 zijn componenten van grijs gietijzer niet toegestaan in het 4 en 8 bar deelnet. RENDO is altijd in de veronderstelling geweest dat er aan deze voorwaarden werd voldaan. Plan: Het is niet direct noodzakelijk om alle afsluiters op te graven om te controleren uit welke materialen deze bestaan. Bekend is dat afsluiters welke vanaf begin 1990 zijn geplaatst allen van het materiaal nodulair gietijzer zijn. Over de populatie afsluiters in het hogedruk net, welke voor 1989 zijn geplaatst, wil RENDO door middel van ervaringen van medewerkers en kennisopbouw vast stellen of er grijs gietijzer afsluiters voorkomen. Er wordt sinds begin 2012 een database bijgehouden met alle relevante gegevens van afsluiters uit het hogedruk net van RENDO welke vanaf begin 2012 zijn vervangen. Deze gegevens zijn de locatie, materiaalsoort, diameter, bouwjaar enz. Ook wordt er een foto van de desbetreffende afsluiter aan de database toegevoegd. De opbouw van deze database wordt door de Risico- en Capaciteitscommissie gevolgd. Het risico bij deze afsluiters ontstaat als er aan of in de directe nabijheid van deze componenten wordt gewerkt. Daarom zal RENDO daar waar bijvoorbeeld GTS in de toekomst uitvoering geeft aan het GNIP project, de afsluiters rondom de gasontvangstations preventief onderzoeken op materiaalsoort en status. Als hiervoor aanleiding is, worden deze afsluiters gelijktijdig met deze werkzaamheden vervangen. Wanneer (on)geplande gastechnische werkzaamheden aan of in de onmiddellijke omgeving van afsluiters plaatsvinden, dient een risico afweging gemaakt te worden of deze werkzaamheden zonder aanvullende maatregelen uitgevoerd kunnen worden. Eventueel dient een extra sectie drukloos gemaakt te worden. Do: De totale populatie afsluiters geplaatst in het hogedruk gasnet, is 3190 stuks groot. De populatie geplaatste afsluiters tot 1990 is 932 stuks. In deze populatie kunnen zich grijs gietijzer afsluiters bevinden. Inmiddels zijn er van deze laatste populatie al een aantal afsluiters vervangen en onderzocht op materiaalsoort. Vastgesteld hierbij is dat er toch enkelen van het materiaal grijs gietijzer zijn. Er zijn bij geen van deze afsluiters lekkages vastgesteld. KCD RENDO

24 Check: Analyse van de gegevens van de uitgenomen afsluiters heeft aangetoond dat afsluiters van het materiaal grijs gietijzer alleen bij enkele gasontvangstations gesitueerd waren. Jaarlijks worden alle afsluiters in het hogedruk net gecontroleerd op bereikbaarheid, bedienbaarheid en op uitwendige lekkage. Act: Met de verkregen kennis een reden te meer om bij geplande werkzaamheden rondom gasontvangstations in ieder geval vooraf een inventarisatie te maken of er kans is dat er afsluiters van het materiaal grijs gietijzer aanwezig zijn Elektriciteit Op basis van het risicoregister zijn de belangrijkste asset gerelateerde risico s vastgesteld: 1. Middenspanningsmoffen (olie en massa) (weeggetal 320) 2. Middenspanningsschakelinstallaties (weeggetal 288) 3. Aarding kleinverbruiksaansluitingen t/m 3x80 A (weeggetal 180) 1. Middenspanningsmoffen (olie en massa) Middenspanningsmoffen (olie en massa), (hierna MS-moffen) veroorzaken al jaren ca. 30% van de storingen in het middenspanningsnet (MS-net). Er bevinden zich ruim 1450 MS-moffen in het net waarvan ongeveer 900 tot de meest kritisch toegepaste MS-moffen behoren. In dit type MS-mof hebben 33 storingen plaatsgevonden in de afgelopen 10 jaar. Plan: De grootste (bekende) oorzaken voor het falen van MS-moffen zijn het toegepaste type MSmof, het type kabel en de thermische belasting van de kabels. Gezien de omvang en de impact van storingen die worden veroorzaakt door MS-moffen, is het van belang dat er inzicht wordt verkregen in oorzaken, trends en andere aspecten die van invloed kunnen zijn op het falen hiervan. Hierdoor kan er gerichter naar mogelijke oplossingen ter voorkoming van storingen worden gezocht. Om de kwaliteit van moffen te bepalen worden diverse kabeltracés door middel van partiële ontladingsmetingen beproefd. Al deze metingen worden vastgelegd, beoordeeld en geanalyseerd. De jaarlijkse storingsrapportages geven tevens inzicht in het aantal storingen dat landelijk heeft plaatsgevonden in de moffen. Dit dient als input voor faalkans berekeningen. Zowel in de investeringsbegroting als exploitatiebegroting zijn middelen opgenomen om het beleid en uitvoeringsplan in uitvoering te brengen. Do: De volgende activiteiten worden volgens het uitvoeringsplan uitgevoerd: Halfjaarlijks belastingopname Controle dat kabel met massa moffen niet hoger dan 70% worden belast Het meten van kabels (online en offline methodes) Het testen en instellen van beveiligingen om de kortsluitstromen zo kort mogelijk op de kabel te laten staan. De voortgang van de projecten wordt in het Programmaoverleg gevolgd. RENDO neemt deel aan diverse landelijke onderzoeken, overleg met andere netbeheerders (i.s.m. Ksandr) en een landelijke werkgroep (Kris). Check: KCD RENDO

25 De resultaten van de uitgevoerde beheersmaatregelen dienen als input voor analyses die door Assetmanagement en de Risico- en capaciteitscommissie worden uitgevoerd. Hieruit blijkt of er consequenties zijn voor het net, de beheersmaatregelen en of er aanleiding is om het risicoregister aan te passen. De uitgevoerde maatregelen hebben er toe geleid dat door preventief handelen (bijvoorbeeld belastingverlaging en selectieve vervangingen) storingen konden worden voorkomen waardoor het aantal storingsminuten fors is gedaald. Act: Het gevoerde beleid en de resultaten zijn input geweest voor een restlevensduuronderzoek (zie onderstaande figuren) en hieruit blijkt dat het gevoerde beleid effectief is geweest. De beheersmaatregelen waarvan tijdens de Check fase is aangetoond dat ze het gewenste resultaat hebben opgeleverd geven geen aanleiding om het gevoerde beleid aan te passen XLPE cable replacement length [m] PILC cable replacement length [m] Prognose restlevensduur MS-kabel Number of joints to be replaced Prognose restlevensduur MS-moffen 2. Middenspanningsschakelinstallaties Middenspanningsschakelinstallaties (hierna MS-installaties) veroorzaken al jaren circa 10% van de storingen in het MS-net. Plan: De grootste (bekende) oorzaken voor het falen van MS-installaties zijn het toegepaste type MSinstallatie, de toegepaste eindsluiting, verbinder en de omgevingscondities. Gezien de omvang en de impact van storingen die worden veroorzaakt door MS-installaties in het MS-net is het van belang dat er inzicht wordt verkregen in oorzaken, trends en andere aspecten die van invloed kunnen zijn op het falen hiervan. Hierdoor kan er gerichter naar mogelijke oplossingen ter voorkoming van storingen worden gezocht. Om de kwaliteit van MS-installaties te bepalen is voor elk type een onderhoudsfilosofie vastgesteld. De gegevens die uit het onderhoud worden KCD RENDO

26 verkregen, vastgelegd, beoordeeld en geanalyseerd. De jaarlijkse storingsrapportages geven tevens inzicht in het aantal storingen welke landelijk hebben plaatsgevonden in de MSinstallaties. Dit dient als input voor faalkans berekeningen. Zowel in de investeringsbegroting als exploitatiebegroting zijn middelen opgenomen om het beleid en uitvoeringsplan in uitvoering te brengen. Do: De volgende activiteiten worden volgens het uitvoeringsplan uitgevoerd: Elk type installatie wordt onderhouden conform het beleid Elke twee jaar worden de vermogensschakelaars die zijn voorzien met beveiligingsrelais functioneel getest Halfjaarlijkse visuele inspectie gecombineerd met belastingopname van kabels Het testen en instellen van beveiligingen om de kortsluitstromen zo kort mogelijk op de MS-installaties te laten staan De voortgang van de projecten worden in het Programmaoverleg gevolgd. Daarnaast neemt RENDO deel aan diverse landelijke onderzoeken en overleg met andere netbeheerders (i.s.m. Ksandr). Check: De resultaten van de uitgevoerde beheersmaatregelen dienen als input voor analyses die door Assetmanagement en de Risico- en capaciteitscommissie worden uitgevoerd. Hieruit blijkt of er consequenties zijn voor het net, de beheersmaatregelen en of er aanleiding is om het risicoregister aan te passen. Naar aanleiding van de eerste resultaten uit de diverse analyses zijn er aanpassingen gedaan ten aanzien van de beheersmaatregelen voor twee typen MSinstallaties. Het betreft de MS-installaties Coq en ELA-12. Voor Coq is bepaald dat voor het type Coq SV de beheersmaatregelen zijn aangepast zodat deze vervangen worden. Alle andere type Coq installaties worden ten tijde van de eerste geplande onderhoudsronde bekeken wat de status is van de MS-installatie. Aan de hand hiervan wordt bepaald vervangen of volledig reviseren, dit is situatie afhankelijk. Voor de ELA-12 is het beleid dat als er aan de installatie gewerkt moet worden, deze moet worden vervangen. Indien de schakelaars nog zijn voorzien van kunststof bruggen dienen ze te worden vervangen door een gereviseerd exemplaar wanneer ermee geschakeld wordt. Act: De beheersmaatregelen waarvan tijdens de Check fase is aangetoond dat ze het gewenste resultaat hebben opgeleverd, blijven gehandhaafd. Naar aanleiding van bovenstaande resultaten is het beleid verder per type gespecificeerd. De Coq SV is inmiddels uit het net verdwenen. 3. Aarding kleinverbruiksaansluitingen t/m 3x80 A RENDO wil vanwege haar beheertaak c.q. verantwoordelijkheid inzicht verkrijgen in de kwalitatieve staat van de aan derden ter beschikking gestelde, aardingsvoorzieningen. Naast de bedrijfsvoering aspecten die te maken hebben met de belastbaarheid van de componenten en aspecten ten aanzien van de kwaliteit van de spanning wordt bij het ontwerp rekening gehouden met veiligheidsaspecten. Ten aanzien van de veiligheid dient rekening gehouden te worden met mogelijke sluitingen ten opzichte van aarde. Het net dient ontworpen te worden, rekening houdend met een combinatie van optredende foutspanning en hiermee gerelateerde uitschakeltijden (zie onderstaand figuur). KCD RENDO

27 Grens tussen acceptabele foutspanning en risicomanagement In de loop der jaren zijn hiervoor diverse uitgangspunten gehanteerd. Ook maakt het nog verschil of de klant in het verleden een aardingsvoorziening werd aangeboden (TN-stelsel) of niet (TTstelsel). Het kan dan ook niet anders dan dat er een verschil is tussen nieuwe en bestaande netten. Dit heeft enerzijds te maken met wijziging in normen zoals acceptabele foutspanning of aanrakingsspanningen en anderzijds met veranderende filosofie van bedrijven (wel of geen aarding aanbieden). Tot het jaar 2003 zijn er aardingsvoorzieningen verstrekt aan kleinverbruikers volgens het TN stelsel, daarna volgens het TT-stelsel. TN-Stelsel In een TN-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en zijn de metalen gestellen in de installaties door beschermingsleidingen met dat punt verbonden. TT-Stelsel In een TT-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en zijn de metalen gestellen in de installatie verbonden met aardelektroden die elektrisch onafhankelijk zijn van de aardelektroden van de voedingsbron. KCD RENDO

28 Plan: Om de kwaliteit van de aardingsvoorziening te borgen zijn in het uitvoeringsplan diverse beheersmaatregelen opgenomen. Hierbij gaat het om de steekproefsgewijze controle van alle aardingsvoorzieningen die in het verleden zijn aangeboden. Zowel in de investeringsbegroting als exploitatiebegroting zijn middelen opgenomen om het beleid en uitvoeringsplan in uitvoering te brengen. Do: De volgende activiteiten worden volgens het uitvoeringsplan uitgevoerd: Elk jaar controle van ca. 1% van de aansluitingen. Daar waar gebreken en risicovolle situaties worden geconstateerd, worden deze gelijk aangepast. Het controleren door meting en beproeving van de installatiedelen op onderstaande voor zo ver van toepassing zijnde punten: o Onderbrekingen in beschermingsleidingen. o Impedantie van de foutstroomketens. o Juiste toepassing en materiaalkeuze. Halfjaarlijks visuele controle op bovengrondse aardingscomponenten in transformatorstations in LS-net De voortgang van de projecten wordt in het Programmaoverleg gevolgd. RENDO neemt deel aan diverse landelijke onderzoeken, overleg met andere netbeheerders (i.s.m. Ksandr) en een landelijke werkgroep (PQM). Check: Elk jaar worden de uitkomsten van de steekproefsgewijze controle van ca. 1% van de aansluitingen in een rapport vastgelegd. Het rapport wordt geanalyseerd. Deze resultaten samen met alle andere uitgevoerde beheersmaatregelen dienen als input voor verdere analyses die door Assetmanagement en de Risico- en capaciteitscommissie worden uitgevoerd. Hieruit blijkt of er consequenties zijn voor het net, de beheersmaatregelen en of er aanleiding is om het risicoregister aan te passen. Act: De beheersmaatregelen waarvan tijdens de Check fase is aangetoond dat ze het gewenste resultaat hebben opgeleverd geven geen aanleiding om het gevoerde beleid aan te passen. KCD RENDO

29 4. Veiligheid 4.1 Leren van incidenten en oefeningen Veilig werken wordt door RENDO gezien als één van de basisvoorwaarden voor het uitvoeren van werkzaamheden in haar gas- en elektriciteitsnetten. NV RENDO streeft naar een veilige bedrijfsvoering met een minimaal aantal incidenten en zonder ongevallen. RENDO beschikt over een calamiteitenplan en met regelmaat worden er calamiteiten-oefeningen gehouden. Deze oefeningen zijn gericht op het testen en verbeteren van het functioneren van de organisatie zowel binnen als buiten kantoortijd. Zo wordt met een scala aan gefingeerde storingen geoefend op bereikbaarheid, aanwezigheid van mensen en middelen, aansturing, kennis en gekozen oplossingen en veilig werken. Het geheel wordt met onafhankelijke auditors getoetst en met alle betrokkenen geëvalueerd. In het kader van het continu verbeteren van het veiligheidsniveau worden er opleidingen en toolboxmeetings georganiseerd over verschillende onderwerpen. Er worden periodiek theorie- en praktijkinstructies gegeven in het kader van VIAG, BEI-BS, brand blussen en levensreddende handelingen. Ten aanzien van de ontwikkeling van het veiligheidsmanagement zoekt RENDO aansluiting bij de brancheorganisaties en participeert actief in initiatieven van de gezamenlijke netbeheerders. Bij RENDO worden alle incidenten globaal met de zogenaamde tripod methode onderzocht. Daar waar nodig volgt diepgaander onderzoek. De evaluatie vindt plaats met alle betrokkenen en er worden daar waar nodig aanpassingen in procedures, werkmethoden en benodigde middelen doorgevoerd of nieuwe beheersmaatregelen getroffen en geïmplementeerd en gecommuniceerd. Incidenten bij RENDO en die van andere netbeheerders worden besproken in de al genoemde Risico- en capaciteitscommissies en zo nodig volgt aanpassing van de risicomatrix en worden toolboxmeetings georganiseerd. Daarnaast worden ook bijzondere storingen die zich hebben voorgedaan in het net van RENDO dan wel bij andere netbeheerders geëvalueerd met monteurs, teamleiders en andere belanghebbenden. Een voorbeeld hiervan is een grote brand in een monumentaal pand te Steenwijk, waarbij de complete MS ruimte verloren is gegaan. Vanwege de GRIP situatie is dit ook met de veiligheidsregio geëvalueerd. De brandweer heeft een toolboxmeeting verzorgd voor de monteurs van RENDO. Daar waar aanpassingen in procedures en/of het calamiteitenplan nodig waren zijn deze doorgevoerd. Calamiteiten tellen mee als oefening mits deze als zodanig worden geëvalueerd. Voordeel van een kleinere organisatie is dat bij oefeningen een groot deel van de organisatie betrokken kunnen worden. Hieronder een impressie van de meest prominente calamiteiten en oefeningen. Datum Voorval Leermomenten / Ervaringen Calamiteit elektriciteit Inkoopstation van hogere netbeheerder in Steenwijk uitgebrand, waardoor klanten van RENDO zonder stroom). Uitvoering buiten verliep goed. Levering transformators verliep goed. Inrichten crisisteam (incl. burgemeester) verliep goed. Interne communicatie verliep goed. Communicatie met externen verliep goed. Destijds vormde deze calamiteit de basis voor het huidige calamiteitenplan. KCD RENDO

30 Oefening gas Zuidwolde en omgeving zonder gas omdat vlakbij het GOS de hogedruk leidingen kapot waren getrokken Calamiteit gas Tijdens het in bedrijf nemen van een nieuw aangelegd leidingdeel te Kuinre is lucht in het gasnet achtergebleven Oefening elektriciteit Brand in verdeelstation te Hoogeveen Oefening gas Vrachtauto beschadigd hogedruk afleverstation bij verzorgingstehuis te Meppel Calamiteit elektriciteit Brand te Steenwijk. Is geëvalueerd en afgehandeld op dezelfde grondige wijze als oefeningen. Uitvoering buiten verliep goed. Opschalen interne organisatie verliep goed. Opschalen externe organisatie verliep goed. Interne communicatie kon beter: div. verbeterpunten zijn afgehandeld. Uitvoering buiten verliep goed. Opschalen organisatie verliep goed. Communiceren met betrokken klanten verliep goed. T.a.v. oorzaak: verbetering werkwijze / instructies. T.a.v. calamiteitenplan: interne communicatie met IV-er kon duidelijker. De verbeterpunten zijn afgehandeld. De afhandeling van de calamiteit verliep op een professionele manier, wel zijn er enkele verbeterpunten die adequaat zijn opgepakt. De afhandeling van de calamiteit verliep zeer goed, slechts op detailpunten dienen verbeteringen doorgevoerd te worden. Deze zijn afgehandeld. De oefening is uitgevoerd met medewerking van het verzorgingstehuis en de brandweer. Uitvoering buiten verliep goed. Opschalen organisatie verliep goed. Communiceren met betrokken partijen in de GRIP situatie verliep goed. Verbeteracties, waaronder aanpassing calamiteitenplan, zijn vastgesteld en uitgevoerd. 4.2 Prioritering van risico s RENDO onderkent veiligheid tot op zekere hoogte als belangrijkste bedrijfswaarde (zie hoofdstuk 3.1). Het betreft zowel de externe veiligheid (de mate waarin de maatschappij blootstaat aan de gevaren van de assets) als de interne veiligheid (veilig werken aan en in de nabijheid van assets). In de risicomatrices vindt prioritering van de risico s per bedrijfswaarde plaats door middel van een FMECA-methodiek (zie risicomatrices in hoofdstuk 3.1). RENDO onderkent de volgende belangrijkste ongewenste gebeurtenissen qua veiligheid: - Gas: o Ongecontroleerde gasuitstroming met als gevolg brand, explosie of verstikking o Ontoelaatbare netdrukken of wegvallen van de druk o Gas- en netverontreinigingen - Elektriciteit: o Elektrocutie door contact met spanning voerende delen o Kortsluiting met als gevolg brand/explosie Daarnaast onderkent RENDO dat de netwerken uit een veelheid (zowel in aantal als diversiteit) van assets bestaan die geleidelijk verouderen en blootstaan aan uiteenlopende omgevings- en gebruikscondities, hetgeen zich uit in oplopende faalkansen. Het beleid en de daarmee samenhangende procedures en beheersmaatregelen zijn er o.a. op gericht om in control te blijven bij deze verouderende assets. RENDO is zich ervan bewust dat er een balans moet blijven tussen de omvang van de risico s en de organisatie in al haar facetten. KCD RENDO

31 Bij het werken aan of in de nabijheid van assets hanteert RENDO een strak regime in het kader van zowel VIAG als BEI-BS. Relatie veiligheid met belangrijkste asset-gerelateerde risico s De belangrijkste asset gerelateerde risico s bij RENDO ten aanzien van veiligheid zijn: - Gas: o Invoeringen huisaansluitingen gas o Asfalt boven gasleidingen o Afsluiters 4 en 8 bar gasnet - Elektriciteit: o Aarding kleinverbruiksaansluitingen In hoofdstuk 3.2 is uitvoerig ingegaan op deze risico s en de beheersmaatregelen. KCD RENDO

32 5. Capaciteit 5.1 Inleiding RENDO raamt doorlopend op basis van de procedure Raming capaciteit de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van gas en elektriciteit. In dit hoofdstuk is conform de MRQ beschreven op welke wijze wordt voorzien in de totale capaciteitsbehoefte en de wijze waarop de capaciteitsknelpunten worden opgelost in de hoge druk gastransportnetten. Voor het inzichtelijk maken van de PDCA-cyclus is de capaciteitsborging schematisch weergegeven in paragraaf 5.7. Het spanningsniveau van het elektriciteitsnet van RENDO is ten hoogste 10 kv. Daarom zijn conform de MRQ, in dit KCD geen ramingen en capaciteitsknelpunten voor elektriciteitsnetten opgenomen. 5.2 Capaciteitsraming Scenario s voor prognose capaciteitsbehoefte RENDO kent voor de ontwikkeling van de scenario s twee variabelen: piekverbruik en prognose woningbouw/industrie. RENDO gaat uit van een steeds groter wordende energie-efficiency in de gebouwde omgeving, waardoor het gemiddeld piekgasverbruik per woning / zakelijk pand op lange termijn daalt. Daarnaast is de ervaring dat de door gemeenten afgegeven woningbouwprognoses doorgaans niet in de beoogde tijdsperiode gehaald worden. Door de huidige onzekere economische situatie is de verwachting dat de ontwikkeling in de huizenmarkt langjarig onder druk zal blijven staan. Bovendien bevindt de regio, waarin RENDO haar netwerkgebied heeft, zich in de situatie dat de bevolkingsgroei minimaal zal zijn. In sommige delen van het gebied is zelfs sprake van krimp van het aantal bewoners, wat overigens niet hoeft te betekenen dat het aantal woningen afneemt. Scenario s capaciteitsbehoefte gas Het door RENDO uitgewerkte scenario betreft dan ook Scenario 4. De verwachting is dat per saldo de uitbreidingen de komende jaren marginaal zullen zijn en het piekverbruik licht zal afnemen. KCD RENDO

Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO 2014-2015 1

Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO 2014-2015 1 Kwaliteits- en capaciteitsdocument NV RENDO KCD RENDO 2014-2015 1 . Voorwoord Voor u ligt het kwaliteits- en capaciteitsdocument 2016-2017 (hierna: KCD) van NV RENDO conform de Gas- en Elektriciteitswet

Nadere informatie

Liander N.V. Factsheet Kwaliteit 2011 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten. Inleiding

Liander N.V. Factsheet Kwaliteit 2011 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten. Inleiding Factsheet Kwaliteit 211: N.V. Factsheet Kwaliteit 211 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten N.V. De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de

Nadere informatie

Factsheet Kwaliteit 2012

Factsheet Kwaliteit 2012 Factsheet Kwaliteit 212 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale netbeheerders aan de

Nadere informatie

Factsheet Kwaliteit 2014

Factsheet Kwaliteit 2014 Factsheet Kwaliteit 214 Regionale netbeheerders Autoriteit Consument & Markt Factsheet Kwaliteit 214 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten De gegevens in de grafieken in dit

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

GEMEENTELIJKE TELECOMMUNICATIE MOBIELE COMMUNICATIE. Bijlage 04 Kwaliteitsborging en auditing

GEMEENTELIJKE TELECOMMUNICATIE MOBIELE COMMUNICATIE. Bijlage 04 Kwaliteitsborging en auditing GEMEENTELIJKE TELECOMMUNICATIE MOBIELE COMMUNICATIE Bijlage 04 Kwaliteitsborging en auditing Inhoud 1 Inleiding 3 2 Aantonen kwaliteitsborging van de dienstverlening 4 3 Auditing 5 3.1 Wanneer toepassen

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland Baggerbedrijf West Friesland Gebruikte handelsnamen: Baggerbedrijf West Friesland Grond & Cultuurtechniek West Friesland Andijk, februari-mei 2014 Auteurs: M. Komen C. Kiewiet Geaccordeerd door: K. Kiewiet

Nadere informatie

Energiemanagementplan Carbon Footprint

Energiemanagementplan Carbon Footprint Energiemanagementplan Carbon Footprint Rapportnummer : Energiemanagementplan (2011.001) Versie : 1.0 Datum vrijgave : 14 juli 2011 Klaver Infratechniek B.V. Pagina 1 van 10 Energiemanagementplan (2011.001)

Nadere informatie

Functieprofiel: Medewerker Gebouw en Techniek Functiecode: 0702

Functieprofiel: Medewerker Gebouw en Techniek Functiecode: 0702 Functieprofiel: Techniek Functiecode: 0702 Doel Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, het doen van aanpassingen, alsmede bedienen van installaties/machines, binnen geldende werkprocessen en afspraken

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Van Schoonhoven Infra BV

Energiemanagement actieplan. Van Schoonhoven Infra BV BV Leusden, oktober 2013 Auteurs: G.J. van Schoonhoven D.J. van Boven Geaccordeerd door: D.J. van Boven Directeur eigenaar INLEIDING Ons bedrijf heeft een energiemanagement actieplan conform NEN-ISO 50001.

Nadere informatie

Business Continuity Management conform ISO 22301

Business Continuity Management conform ISO 22301 Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,

Nadere informatie

Energie Management ACTIE Plan

Energie Management ACTIE Plan 1. Inleiding Het Energie Management ACTIE Plan (EMAP) geeft weer hoe binnen Schulte en Lestraden B.V. de zogenaamde stuurcyclus (Plan-Do-Check-Act) wordt ingevuld om de prestaties en doelstellingen van

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen OPDRACHTGEVER AUTEUR TenneT TenneT VERSIE 1.0 VERSIE STATUS Definitief PAGINA 1 van 7 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen 27 maart 2015 te Diemen 380 kv PAGINA 2 van 7 Voorwoord Op

Nadere informatie

2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF

2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT 2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF Inhoudsopgave: Inleiding 3 Toelichting op het Capaciteitsplan 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Opbouw van het net 4 1.3 Invullen

Nadere informatie

Energiemanagementsysteem

Energiemanagementsysteem Energiemanagementsysteem BVR Groep B.V. Roosendaal, 20-06-2014. Auteur(s): H. Schrauwen, Energie & Technisch adviseur. Geaccordeerd door: M. Soenessardien,Manager KAM, Personeel & Organisatie Pagina 1

Nadere informatie

Informatiebeveiliging voor gemeenten: een helder stappenplan

Informatiebeveiliging voor gemeenten: een helder stappenplan Informatiebeveiliging voor gemeenten: een helder stappenplan Bewustwording (Klik hier) Structureren en borgen (Klik hier) Aanscherping en maatwerk (Klik hier) Continu verbeteren (Klik hier) Solviteers

Nadere informatie

Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder. Datum: 18-08-2011 Versie: 02

Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder. Datum: 18-08-2011 Versie: 02 Stappenplan certificering van de MVO Prestatieladder en de CO 2 -Prestatieladder Datum: 18-08-2011 Versie: 02 Opgesteld door: ing. N.G. van Moerkerk Inhoudsopgave Opbouw niveaus van de MVO Prestatieladder

Nadere informatie

Studiedag VZI Risicomanagement Toepassing van gecertificeerde kwaliteitsmanagementsystemen Kees van Putten, DEKRA Solutions B.V.

Studiedag VZI Risicomanagement Toepassing van gecertificeerde kwaliteitsmanagementsystemen Kees van Putten, DEKRA Solutions B.V. Studiedag VZI Risicomanagement Toepassing van gecertificeerde kwaliteitsmanagementsystemen Kees van Putten, DEKRA Solutions B.V. Een kwaliteitsmanagementsysteem helpt bij de beheersing van risico s Want

Nadere informatie

PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D

PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D PROJECT PLAN VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN EEN STANDAARD SITE VOOR DE VERENIGING O3D Auteur : P. van der Meer, Ritense B.V. Datum : 17 juli 2008 Versie : 1.3 2008 Ritense B.V. INHOUD 1 VERSIEBEHEER...1 2 PROJECT

Nadere informatie

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Het gerecht Het resultaat: weten dat u met de juiste dingen bezig bent. Alles is op een bepaalde manier meetbaar.

Nadere informatie

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben Wij brengen energie Waar mensen licht en warmte nodig hebben Energie in goede banen De beschikbaarheid van energie bepaalt in grote mate hoe we leven: hoe we wonen, werken, produceren en ons verplaatsen.

Nadere informatie

Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters

Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters GT - 120429 4 april 2013 Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters Poolbesluit controlejaar 2012 Aanvullingen controlejaar 2011 4 april 2013 Statistische controle Balgengasmeters en

Nadere informatie

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO)

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO) Procedure 07 CO 2 -prestatieladder 24 februari 2013 (FKO) Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Stuurcyclus Energiemanagement 4 2. Methodiek voor de emissie inventaris 6 Procedure 07 CO 2-prestatieladder 2 Inleiding

Nadere informatie

Communicatieplan m.b.t. CO2

Communicatieplan m.b.t. CO2 Communicatieplan m.b.t. CO2 Opgesteld door : H. van Roode en Y. van der Vlies Datum : 20 februari 2014 Goedgekeurd door : H. van Roode Datum: 20 februari 2014 Blad 2 van 11 Inhoudsopgave Inleiding... 3

Nadere informatie

Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet

Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet Gasunie Network Improvement Program GNIP Het regionale gastransportnet van Gasunie bestaat, naast leidingen, uit afsluiterschema

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan

Energiemanagement Actieplan 1 van 8 Energiemanagement Actieplan Datum 18 04 2013 Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 8 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Review CO2 reductiesysteem 2014-1 ste half jaar 2015 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Management review - invalshoek A: Inzicht 4 2.1. Footprint berekening 4

Nadere informatie

CO₂ Prestatieladder - Communicatieplan

CO₂ Prestatieladder - Communicatieplan 2015 CO₂ Prestatieladder - Communicatieplan Goedgekeurd door: H. van Wijk Auteurs: Y. van der Vlies & L. van Wijk Bedrijf: H. van Wijk transport- en Handtekening: aannemersbedrijf & H. van Wijk bestrating

Nadere informatie

4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f.

4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f. 4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f. 4 A 2 en 3 B 2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma v_1, 1/7 Inhoud Inhoud... 2

Nadere informatie

Business Risk Management? Dan eerst data op orde!

Business Risk Management? Dan eerst data op orde! Business risk management? Dan eerst data op orde! Kwaliteit, leveringsbetrouwbaarheid, klantgerichtheid, kostenbewustzijn en imago zijn kernwaarden in de bedrijfsvoering die door nutsbedrijven hartelijk

Nadere informatie

Gasveiligheid, wat gaat het kosten?

Gasveiligheid, wat gaat het kosten? Gasveiligheid, wat gaat het kosten? 22 mei 2014 Marco Poorts AsM Strategie Ontwikkeling Enexis 2 Gas(on)veiligheid Gasveiligheid is een belangrijk strategisch thema Missie: Veilige, betrouwbare en betaalbare

Nadere informatie

3.B.2 Energie Management Actieplan

3.B.2 Energie Management Actieplan Inleiding B.V. is in 2012 gecertificeerd voor niveau 3 van de CO 2 -prestatieladder. Op basis van de uitkomsten uit de interne audits van 2012 en de vragen vanuit de markt, is een vervolgtraject gestart

Nadere informatie

Nalevingsverslag van het reglement discriminerende handelingen verslagjaar 2015. artikel 11b lid 3 Elektriciteitswet artikel 3c lid 3 Gaswet

Nalevingsverslag van het reglement discriminerende handelingen verslagjaar 2015. artikel 11b lid 3 Elektriciteitswet artikel 3c lid 3 Gaswet Nalevingsverslag van het reglement discriminerende handelingen verslagjaar 2015 artikel 11b lid 3 Elektriciteitswet artikel 3c lid 3 Gaswet Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Organisatie en Processen...

Nadere informatie

Energiemanagementsysteem. Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV

Energiemanagementsysteem. Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV Nuth,20augustus 2015 Auteur(s): Tom Kitzen Theo Beckers Geaccordeerd door: Serge Vreuls Financieel Directeur C O L O F O N Het format voor dit

Nadere informatie

Energie Kwailteitsmanagement systeem

Energie Kwailteitsmanagement systeem Energie Kwailteitsmanagement systeem (4.A.2) Colofon: Opgesteld : drs. M.J.C.H. de Ruijter paraaf: Gecontroleerd : W. van Houten paraaf: Vrijgegeven : W. van Houten paraaf: Datum : 1 april 2012 Energie

Nadere informatie

HVK student ontwikkelt het Arbo-management Instrument voor de Preventiemedewerker

HVK student ontwikkelt het Arbo-management Instrument voor de Preventiemedewerker HVK student ontwikkelt het Arbo-management Instrument voor de Preventiemedewerker Ter afronding van een Hoger veiligheidskundige opleiding heeft John Fuijkkink een nieuw veiligheidskundig-instrument ontwikkeld.

Nadere informatie

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Datum: Januari 2013 Bezoekadres Dorpsstraat 20 7683 BJ Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 F +31 (0) 546 67 28 25 E

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan

Energiemanagement actieplan Energiemanagement actieplan Vandervalk+degroot-groep Waalwijk, 15 oktober 2013 Auteur(s): Arend-Jan Costermans Ed den Breejen Antoine Steentjes Joni Ann Hardenberg Geaccordeerd door: Leo van der Valk Algemeen

Nadere informatie

De nieuwe ISO-normen: meer dan KAM-management alleen!

De nieuwe ISO-normen: meer dan KAM-management alleen! De nieuwe ISO-normen: meer dan KAM- alleen! Dick Hortensius Senior consultant Managementsystemen NEN Milieu & Maatschappij dick.hortensius@nen.nl 1 Wat kunt u verwachten? Ontwikkelingen systeemnormen Plug-in

Nadere informatie

Energie Management Actieplan

Energie Management Actieplan Tijssens Electrotechniek B.V. De Boelakkers 25 5591 RA Heeze Energie Management Actieplan 2015 Status: definitief versie 1.0 Datum: november 2015 Datum gewijzigd: n.v.t. Auteur: U.Dorstijn Pagina 1 Inhoud

Nadere informatie

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Doel Initiëren, coördineren, stimuleren en bewaken van Arbo- en Milieuwerkzaamheden binnen een, binnen de bevoegdheid van de leidinggevende,

Nadere informatie

Capaciteitsplan. ONS Netbeheer BV 30-11-2000

Capaciteitsplan. ONS Netbeheer BV 30-11-2000 Capaciteitsplan ONS Netbeheer BV 2001 2007 30-11-2000 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Visie 3. Modellen 3.1. Model 1 Belasting, invoeden en uitwisselen in knooppunten bij verschillende transportscenario's

Nadere informatie

Klachten en Meldingen. Managementdashboard

Klachten en Meldingen. Managementdashboard Welkom bij de demonstratie van het Welkom bij de systeem demonstratie van Welkom bij de systeem demonstratie van het Management Klachten en Meldingen System Managementdashboard Systemen van Inception Borgen

Nadere informatie

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013 ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN code: B1308 3 oktober 2013 datum: 3 oktober 2013 referentie: lak code: B1308 blad: 3/8 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Onderdelen van het energiemanagement actieplan 5 2.1

Nadere informatie

Inleiding. Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management?

Inleiding. Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management Wat, waarom en hoe? Asset management? Inleiding Stand van zaken Nederland? Groeiende druk op de buitenruimte Veeleisende burgers Krimpende budgetten en Risico management Planmatig en weinig flexibiliteit en creativiteit; Beheer en onderhoud

Nadere informatie

De opkomst van all-electric woningen

De opkomst van all-electric woningen De opkomst van all-electric woningen Institute for Business Research Jan Peters Directeur Asset Management Enexis Inhoud Beeld van de toekomst Veranderend energieverbruik bij huishoudens Impact op toekomstige

Nadere informatie

Energie actie- en meetplan 2015

Energie actie- en meetplan 2015 Energie actie- en meetplan 2015 3.B.2 Opgesteld door: Energie actie- en meetplan 2014-2020 Cheryl de Vette Van Beek Infra Groep B.V. CO2 Prestatieladder, versie 2.2 Geaccordeerd door: Peter van Beek Directeur

Nadere informatie

Is uw organisatie grootverbruiker van gas en/of elektriciteit? In deze brochure vindt u belangrijke informatie voor uw aansluiting. www.enduris.

Is uw organisatie grootverbruiker van gas en/of elektriciteit? In deze brochure vindt u belangrijke informatie voor uw aansluiting. www.enduris. Is uw organisatie grootverbruiker van gas en/of elektriciteit? In deze brochure vindt u belangrijke informatie voor uw aansluiting www.enduris.nl Wanneer wordt u aangemerkt als grootverbruiker? U valt

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Aan de raad van de gemeente Lingewaard 6 Aan de raad van de gemeente Lingewaard *14RDS00194* 14RDS00194 Onderwerp Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2014-2017 1 Samenvatting In deze nieuwe Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen

Nadere informatie

Opzet Masterclass. Risicomanagement & Op risico gebaseerd onderhoud

Opzet Masterclass. Risicomanagement & Op risico gebaseerd onderhoud Opzet Masterclass Risicomanagement & Op risico gebaseerd onderhoud Copyright Promaint BV Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij

Nadere informatie

Operationeel technicus

Operationeel technicus Doel Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, alsmede bedienen van installaties/machines, binnen geldende werkprocessen en -afspraken en volgens wet- en regelgeving en interne richtlijnen, teneinde een bijdrage

Nadere informatie

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2011

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2011 1 december 2011 Definitief N1101188 Openbaar Voorwoord Voor u ligt het door Westland Infra Netbeheer B.V. opgestelde Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Elektriciteit 2011. In dit document worden de maatregelen

Nadere informatie

Westland Infra, Diepgeworteld in de tuinbouw.

Westland Infra, Diepgeworteld in de tuinbouw. Westland Infra, Diepgeworteld in de tuinbouw. Westland Infra heeft al meer dan 40 jaar haar wortels in de tuinbouw. Als netbeheerder zijn we verantwoordelijk voor aanleg, onderhoud en beheer van energienetten

Nadere informatie

ONTWIKKELING VAN ASSET MANAGEMENT INTRODUCTIE VOOR NEDERLANDSE PROVINCIES INTERPROVINCIAAL OVERLEG

ONTWIKKELING VAN ASSET MANAGEMENT INTRODUCTIE VOOR NEDERLANDSE PROVINCIES INTERPROVINCIAAL OVERLEG John de Croon 6 oktober 2011 ONTWIKKELING VAN ASSET MANAGEMENT INTRODUCTIE VOOR NEDERLANDSE PROVINCIES INTERPROVINCIAAL OVERLEG Inhoud Waarom is asset management belangrijk Wat verstaan we onder asset

Nadere informatie

Risicomodel Gasvervanging

Risicomodel Gasvervanging Risicomodel Gasvervanging T.b.v. een risico gedreven uitvoering van het gasvervangingsprogramma door Sebastiaan Madlener Stedin Asset Management Agenda Risicomodel Gasvervanging Stedin, de randstedelijke

Nadere informatie

Statistische controle

Statistische controle 11 april 2013 Statistische controle Elektronische Volume Herleidingsinstrumenten Poolbesluit controlejaar 2012 11 april 2013 Statistische controle Elektronische Volume Herleidingsinstrumenten Poolbesluit

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Koninklijke Bammens

Energiemanagement actieplan. Koninklijke Bammens Maarssen, 16 februari 2015 Auteur(s): Niels Helmond Geaccordeerd door: Simon Kragtwijk Directievertegenwoordiger Milieu / Manager Productontwikkeling C O L O F O N Het format voor dit document is opgesteld

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0117 Stichting Portaal t.a.v. het bestuur Postbus 375 3900 AJ VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur, Ieder

Nadere informatie

Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle

Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle Materiële Controle Menzis Zorgkantoor Datum Auteur Status Versie Bestand Afdrukdatum 22 februari 2016 Martin Eising Definitief 1.0 Controleplan 2016 AO IC controle

Nadere informatie

energiemanagement & kwaliteitsmanagement

energiemanagement & kwaliteitsmanagement Energiemanagement Programma & managementsysteem Het beschrijven van het energiemanagement en kwaliteitsmanagementplan (zoals vermeld in de norm, voor ons managementsysteem). 1 Inleiding Maatschappelijk

Nadere informatie

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000 Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 11 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER...

Nadere informatie

Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek

Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek Ingevuld door: Naam Instelling: Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek In de documentenanalyse wordt gevraagd om verplichte documentatie en registraties vanuit de NTA 8009:2007 en HKZ certificatieschema

Nadere informatie

Hoezo dé nieuwe ISO-normen?

Hoezo dé nieuwe ISO-normen? De nieuwe ISO-normen Dick Hortensius Senior consultant Managementsystemen NEN Milieu & Maatschappij dick.hortensius@nen.nl 1 Hoezo dé nieuwe ISO-normen? 2 1 De cijfers voor Nederland (eind 2013) Norm Aantal

Nadere informatie

Medewerker administratieve processen en systemen

Medewerker administratieve processen en systemen processen en systemen Doel Voorbereiden, analyseren, ontwerpen, ontwikkelen, beheren en evalueren van procedures en inrichting van het administratieve proces en interne controles, rekening houdend met

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19941 8 november 2011 Besluit van... tot vaststelling van veiligheidseisen voor het transport van gas door buisleidingen

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary)

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary) Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015 Versie 3.0 (Summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: Augustus 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue

Nadere informatie

PQR Lifecycle Services. Het begint pas als het project klaar is

PQR Lifecycle Services. Het begint pas als het project klaar is PQR Lifecycle Services Het begint pas als het project klaar is IT wordt een steeds crucialer onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering. Waar u ook bent, het moet altijd beschikbaar en binnen bereik zijn.

Nadere informatie

Beoordelingskader Dashboardmodule Claimafhandeling

Beoordelingskader Dashboardmodule Claimafhandeling Beoordelingskader Dashboardmodule Claimafhandeling I. Prestatie-indicatoren Een verzekeraar beschikt over verschillende middelen om de organisatie of bepaalde processen binnen de organisatie aan te sturen.

Nadere informatie

Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405

Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405 Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405 Doel Registreren en (laten) oplossen van vragen en storingen van ICT-gebruikers binnen de richtlijnen van de afdeling, teneinde bij te dragen aan efficiënt

Nadere informatie

Energie Management ACTIE Plan

Energie Management ACTIE Plan 1. Inleiding Het Energie Management ACTIE Plan (EMAP) geeft weer hoe binnen A-GARDEN.V. de zogenaamde stuurcyclus (Plan-Do-Check-Act) wordt ingevuld om de prestaties en doelstellingen van het energiemanagement

Nadere informatie

Beoordelingskader Dashboardmodule Betalingsachterstanden hypotheken

Beoordelingskader Dashboardmodule Betalingsachterstanden hypotheken Beoordelingskader Dashboardmodule Betalingsachterstanden hypotheken Hieronder treft u per onderwerp het beoordelingskader aan van de module Betalingsachterstanden hypotheken 2014-2015. Ieder onderdeel

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Gas 2014-2020

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Gas 2014-2020 29-11-2013 Definitief N1302740 Openbaar Kwaliteits- en capaciteitsdocument Gas 2014-2020 Voorwoord Voor u ligt het door Westland Infra Netbeheer B.V. opgestelde Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas

Nadere informatie

Condition Based Maintenance klinkt logisch, maar hoe krijg ik het georganiseerd.

Condition Based Maintenance klinkt logisch, maar hoe krijg ik het georganiseerd. Condition Based Maintenance klinkt logisch, maar hoe krijg ik het georganiseerd. Jan van der Lee 3 november 2011 Onderhoud ProRail, Lightrail en Industrie Bruggen, Tunnels, Sluizen, Rivieroevers, Waterkeringen

Nadere informatie

1. FORMAT PLAN VAN AANPAK

1. FORMAT PLAN VAN AANPAK INHOUDSOPGAVE 1. FORMAT PLAN VAN AANPAK 1.1. Op weg naar een kwaliteitsmanagementsysteem 1.2. Besluit tot realisatie van een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) 1.3. Vaststellen van meerjarenbeleid en SMART

Nadere informatie

Evaluatie en verbetering kwaliteitsysteem

Evaluatie en verbetering kwaliteitsysteem Evaluatie en verbetering kwaliteitsysteem Versie : 00-00-00 Vervangt versie : 00-00-00 Geldig m.i.v. : Opsteller : ------------------- Pag. 1 van 5 Goedkeuringen : Datum: Paraaf: teamleider OK/CSA : DSMH

Nadere informatie

Administrateur. Context. Doel. Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van: Directeur dienst Afdelingshoofd

Administrateur. Context. Doel. Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van: Directeur dienst Afdelingshoofd Administrateur Doel Realiseren van beheersmatige, adviserende en managementondersteunende administratieve werkzaamheden ten behoeve van de instelling, dan wel onderdelen daarvan, binnen vastgestelde procedures

Nadere informatie

Review CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1

Review CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Review CO 2 reductiesysteem Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Invalshoek A: Inzicht 3 2.1. Footprint berekening 3 2.2. Kwaliteitsmanagement (ISO 14064-1 hoofdstuk

Nadere informatie

VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken

VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken Leiderschap 1. De directie heeft vastgelegd en is eindverantwoordelijk voor het

Nadere informatie

ENERGIEMANAGEMENTPROGRAMMA VDM-GROEP

ENERGIEMANAGEMENTPROGRAMMA VDM-GROEP ENERGIEMANAGEMENTPROGRAMMA VDM-GROEP F.G. van Dijk (Directie) C.S. Hogenes (Directie & lid MVO groep) Opdrachtgever : Van Dijk Maasland Groep Project : CO 2 Prestatieladder Datum : Maart 2011 Auteur :

Nadere informatie

TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE. Leiderdorp

TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE. Leiderdorp TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE Leiderdorp Plaats : Leiderdorp Gemeentenummer : 0547 Onderzoeksnummer : 281765 Datum onderzoek : 10 november - 23 december 2014

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102680 / 82 Betreft zaak: WON Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit gelet op de artikelen 5, 16, eerste en tweede lid,

Nadere informatie

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE

Nadere informatie

Service Niveau Overeenkomst Digikoppeling

Service Niveau Overeenkomst Digikoppeling Service Niveau Overeenkomst Digikoppeling Versie 1.3 Datum 26 mei 2015 Status Definitief Colofon Logius Servicecentrum: Postbus 96810 2509 JE Den Haag t. 0900 555 4555 (10 ct p/m) e. servicecentrum@logius.nl

Nadere informatie

NEN 2767 Goede kapstok en basis voor prestatiecontracten met inzet van automatiseringsconcepten

NEN 2767 Goede kapstok en basis voor prestatiecontracten met inzet van automatiseringsconcepten NEN 2767 Goede kapstok en basis voor prestatiecontracten met inzet van automatiseringsconcepten 17 september 2013 Nationale Conferentie Gebouw Automatisering Bijdrage door: Johan Smit Stakeholdersmodel

Nadere informatie

Uw specialist in technisch management

Uw specialist in technisch management IP-Solutions Het technisch beheer van installaties staat onder druk. De toenemende concurrentie, kostendruk en veranderende wet- en regelgeving vraagt om grotere transparantie, flexibiliteit en efficiency.

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan

Energiemanagement Actieplan 1 van 8 Energiemanagement Actieplan Datum Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 8 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2014-2020

Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2014-2020 Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2014-2020 2 december 2013 Definitief N1302741 Openbaar II Voorwoord Voor u ligt het door Westland Infra Netbeheer B.V. opgestelde Kwaliteits- en capaciteitsdocument

Nadere informatie

Certificeren Waardevol?? KVGM B.V.

Certificeren Waardevol?? KVGM B.V. Certificeren Waardevol?? KVGM Improvement Solutions: + Specialisten in verbetermanagement + 20 jaar ervaring + 6 deskundige, gedreven en pragmatische professionals + Praktische aanpak waarbij de klantorganisatie

Nadere informatie

VOORWOORD. 1 Code voor informatiebeveiliging, Nederlands Normalisatie Instituut, Delft, 2007 : NEN-ISO.IEC 27002.

VOORWOORD. 1 Code voor informatiebeveiliging, Nederlands Normalisatie Instituut, Delft, 2007 : NEN-ISO.IEC 27002. Gesloten openheid Beleid informatiebeveiliging gemeente Leeuwarden 2014-2015 VOORWOORD In januari 2003 is het eerste informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld voor de gemeente Leeuwarden in de nota Gesloten

Nadere informatie