Risicoanalyse, de kern van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme!

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Risicoanalyse, de kern van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme!"

Transcriptie

1 SPECIAAL DOSSIER PRAKTISCH EN TOEKOMSTGERICHT Risicoanalyse, de kern van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme! Inhoudsopgave Doelstellingen Methodologie Ins en outs De 10 musts, vandaag en morgen Know your customer Customer due diligence Adequate kantoororganisatie Bijlagen: 100 % praktisch A. Aandachtspunten B. Om de reflectie uit te diepen C. Factoren die volgens de 4de AML/FT-richtlijn wijzen op een hoger of lager risico van witwassen van geld en van financiering van terrorisme! D. Nieuwe vragenlijst IAB /3

2 DOELSTELLINGEN Een risicogeoriënteerde aanpak in het kader van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme? Niet echt nieuw, denkt u wellicht. De risicogeoriënteerde benadering ligt namelijk aan de grondslag van het klantenonderzoek dat door de wet van 11 januari 1993 de ruggengraat van het Belgisch antiwitwasapparaat opgelegd wordt aan externe accountants en/of externe belastingconsulenten. De logica en misschien in mindere mate de methodologie ervan kunnen u vandaag niet onbekend zijn. Om u te helpen en bij te staan bij de correcte toepassing van de bepalingen van de wet van 11 januari 1993, heeft het Instituut u niet alleen een hele reeks wettelijke en didactische teksten ter beschikking gesteld, maar ook praktische tools. U kunt ze allemaal downloaden op onze website of ons BeExcellent-platform: reglement met juridische waarde van een norm 1 (hierna: norm), omzendbrief 2 en handleiding interne procedures 3. Vanaf 2012 werd meermaals de aandacht gevestigd op de uitoefening van het klantenonderzoek, de algemene verplichting om het risico en de risicotypes te beoordelen, alsook op de interne organisatie van de beroepsbeoefenaar, die de ondersteunende structuur van de risicobenadering vormt. Vanuit een nog praktischer oogpunt werden modelformulieren, identificatieschema s en een risicobeheersingsformulier opgesteld evenals beslissingsbomen die de basis vormen om al dan niet een relatie aan te gaan met een cliënt. Die modellen zijn vandaag vlot toegankelijk. Waarom een speciaal dossier? Hoofdzakelijk om drie redenen: omdat de zaken die zo uitvoerig worden uiteengezet en documenten ter beschikking gesteld, niet altijd volstaan voor een snelle en vlotte toepassing ervan. In het kader van de antiwitwasverplichtingen is het geen overbodige luxe om de zaken regelmatig opnieuw te bekijken, en nu eens een of ander bepaald aspect onder de loep te nemen. In dat opzicht vormt de risicogeoriënteerde aanpak een goede invalshoek. Deze benadering behelst tal van actoren en documenten binnen een kantoor en moet tijdens de hele relatie met de klant in rekening worden gebracht; wegens de opmars van het thema. Onlangs werd de risicogeoriënteerde aanpak door twee belangrijke gebeurtenissen in een nieuw perspectief geplaatst: de 4de AML/FT-richtlijn (zie p. 7-10) en de 4de evaluatie van België door de FAG (zie p. 7). Met in het vooruitzicht, hoewel we de exacte reikwijdte van die aanzienlijke vernieuwingen nog niet kunnen meten, vermoedelijke ingrijpende veranderingen die het beheer van de risico s die verband houden met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme op verschillende niveaus zullen beïnvloeden; tot slot met het oog op de kwaliteitstoetsing. Over enkele maanden loopt de pilootfase van de kwaliteitstoetsing ten einde. Tijd dus om de ervaringen van de afgelopen twee jaar te gebruiken, nieuwe pistes de onderzoeken en een nieuwe vragenlijst antiwitwas voor te stellen. Die nieuwe vragenlijst zal vanaf november 2015 gebruikt worden. Al deze acties kaderen uiteraard binnen het opzet van dit dossier. METHODOLOGIE Het is belangrijk om de zaken eerst in perspectief te plaatsen. Uitgaande van een synthese van de hoofdprincipes, zullen we de problematiek van de toepassing van een risicogeoriënteerde aanpak verduidelijken door in te gaan op de meest voorkomende vragen die hierover in een kantoor kunnen worden gesteld. Hoewel het vandaag duidelijk nog om een proces in opbouw gaat, zullen we verder nog de trends van de vermoedelijke evolutie ervan onder de loep nemen. Hiervoor baseren we ons op de belangrijke vernieuwingen van de 4de AML/FT-richtlijn (zie p. 7-10) en de conclusies van de 4de wederzijdse evaluatie van België door de FAG (zie p. 7). Die trends zijn zeker niet van ondergeschikt belang; we hebben er alle belang bij om ons erop voor te bereiden! Vervolgens zullen we onze reflectie resoluut uitdiepen vanuit een praktisch standpunt. Zo zullen we zien dat de risicobenadering steunt op verschillende hoofdpijlers. Het gaat om procedures die vaak bekend zijn onder hun Engelse benaming: know your customer customer due diligence. 2015/3 5

3 Een handleiding interne procedures op maat en helemaal aangepast? Gebruik dan uw BeExcellent-platform! Maar vooral de adequate interne kantoororganisatie die tot uiting werd gebracht in een handleiding interne procedures en de schriftelijke toepassing daarvan vormen de ruggengraat van de risicoanalyse! We zullen dan ook aan de hand van handleiding interne procedures proberen uit te leggen hoe en waarom een dergelijke organisatie de conditio sine qua non is voor een efficiënt beheer van het witwasrisico. Hoe gaan we te werk? Om de essentie met de nodige nuances weer te geven, stellen we u voor elk van de hierboven genoemde procedures en bij het onderzoek van de handleiding interne procedures die overigens verplicht is voor om de nadruk te leggen op 10 musts om goede gewoontes te verwerven en te ontwikkelen, meer bepaald vanuit de specifieke invalshoek van de risicobenadering. 10 gewoontes die het resultaat vormen van een transversale lezing van alle hulpmiddelen die we ter beschikking stellen, die fungeren als reflectiebakens en actiepunten en die overduidelijk nuttig zijn voor onder meer uw klantenonderzoek. Systematisch zullen we u ter aanvulling wijzen op nuttige vermeldingen: de referenties naar de betrokken artikels (wet van 11 januari 1993, norm, omzendbrief, handleiding interne procedures), de middelen die ter beschikking staan (formulieren, identificatieschema s en beslissingsbomen) en de daarmee in verband staande aandachtspunten (onder meer opbouw van de procedures en documenten, en de gevolgen daarvan). Omdat het ontzettend belangrijk is voor de risicobeoordeling om over exacte en actuele gegevens te beschikken, hebben we de grootste zorg besteed om u de laatste versies van bepaalde lijsten (niet-meewerkende landen en gebieden) te bezorgen en u het commentaar, de adviezen en andere waarschuwingen van de CFI mee te geven voor zover ze een weerslag kunnen hebben op het risiconiveau van de cliënten van het kantoor, alsook de daarmee verband houdende klantenonderzoeksmaatregelen die moeten worden ingevoerd. De controle op de naleving van de antiwitwasbepalingen door de externe accountants en de externe belastingconsulenten wordt opgelegd door artikel 39 wet Het IAB voert die controle concreet uit in het kader van de kwaliteitstoetsing (zie p ). Hoewel de 3de AML-richtlijn al een progressieve controle mogelijk maakte volgens de methode van de risk based approach, blijkt nu uit meerdere documenten (4de AML/FT-richtlijn en 4de verslag van de wederzijdse evaluatie van België door de FAG) dat het risicoaspect meer moet worden geïntegreerd, meer bepaald met betrekking tot de omvang en de inhoud van de controles. Wij geven u de eerste reflecties mee over de mogelijke evoluties met betrekking tot het onderdeel antiwitwas in de kwaliteitstoetsing. INS EN OUTS De risicobenadering die sinds haar invoering door de 3de AML-richtlijn een belangrijke factor speelt in het klantenonderzoek wordt nu verder uitgebreid. Reden te meer om de koe bij de hoorns te vatten, want alhoewel er geen wondermiddel bestaat, kunnen we toch verschillende sleutelelementen aanwijzen die bij de reflectie aan bod moeten komen. FA T F GA F I /3

4 A. Een logische en coherente aanpak, klaar om te worden versterkt Om een risico te kunnen beheren, moet het eerst worden vastgesteld en beoordeeld! Vervolgens moet het worden beheerst door maatregelen te treffen aangepast aan de aard, de waarschijnlijkheid, de invloed ervan. Dit is de risicogeoriënteerde aanpak in een notendop. Die benadering staat voortaan centraal in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Dat is het resultaat van de gecombineerde acties van twee hoofdspelers, de FAG 4 en de Europese Commissie 5 die in de loop der jaren op het belang van een dergelijke aanpak hebben gewezen en die heel recent hebben versterkt met de nadruk op een verhoogde efficiëntie en transparantie. Vanaf 2005 maakte de derde Europese AML-richtlijn 6 die in Belgisch recht werd omgezet door de wet van 18 juli deze aanpak tot het basisbeginsel van de uitoefening van het klantenonderzoek, dat aan de externe accountants en/of externe belastingconsulenten wordt opgelegd door de wet van 11 januari Artikel 12, 1 van die wet legt de aan de wet onderworpen personen en ondernemingen immers algemeen op om een beoordeling uit te voeren van het risico dat hun cliënt vertegenwoordigt. Op basis daarvan wordt het principe uitgevaardigd dat een verscherpt klantenonderzoek geldt zodra de risicobeoordeling een situatie aan het licht brengt die door haar aard een hoog risico van witwassen van geld of financiering van terrorisme kan uitmaken. De ondernemingen en personen moeten verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen en een verhoogde waakzaamheid toepassen in situaties die omwille van hun aard een hoger risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme kunnen vormen. In 2012 sloot de FAG zich bij dit standpunt aan in het kader van de herzieningswerkzaamheden 8 van zijn veertig aanbevelingen over witwassen van geld en zijn 9 aanbevelingen over financiering van terrorisme. Een korte blik op de nieuwe aanbeveling nr. 1 volstaat ruimschoots om dit in te zien 9. We weten ook dat België in 2014 door diezelfde FAG-deskundigen werd geëvalueerd om de mate van overeenstemming van de Belgische regeling met de 40 FAG-aanbevelingen te analyseren, maar Anti-money laundering dan vooral de efficiëntie ervan. Het verslag van de wederzijdse evaluatie 10 werd in april 2015 gepubliceerd op de website van de FAG. Volgens het persbericht 11 beschikt België over alle essentiële ele- and counter-terrorist financing measures Belgium menten om op een solide wijze beleid te voeren in de strijd tegen het witwassen van geld (AWW) en Mutual Evaluation Report April 2015 de financiering van terrorisme (FT), alhoewel een aantal elementen nog niet volledig overeenkomen met aanbevelingen van de FAG van In de conclusies 12 worden verschillende probleemgebieden genoemd die verband houden met het feit dat een risicogeoriënteerde aanpak niet of te weinig wordt gevolgd 13. De FAG uit de wens dat een dergelijke benadering zou worden geconsolideerd via het vaststellen van prioriteiten in de risico s en het toewijzen van middelen. Van de toezichthoudende organen worden ook wetgevende en andere maatregelen gevraagd om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen. We gaan hier dieper op in op p De recente publicatie van de 4de AML/FT-richtlijn 14 betekent een nieuwe stap in de aanscherping van de dynamiek van de risicogeoriënteerde aanpak in het kader van de bestrijding van het witwassen van geld. Om het hoe en waarom te begrijpen, brengen we kort de dubbele doelstelling ervan in herinnering: nieuwe bepalingen opnemen die tot doel hebben enerzijds de bestrijding van het witwassen van geld en de terrorismefinanciering binnen de Europese Unie te harmoniseren 15 en te versterken en anderzijds het rechtskader aanpassen aan de evolutie van de praktijken 16 om de efficiëntie op te voeren van de antiwitwasmaatregelen, rekening houdend met de herziene FAG-aanbevelingen uit Wat mag u verwachten? Aanzienlijke wijzigingen die zowel het in kaart brengen van de risico s van WW en FT raken als de uitoefening van het klantenonderzoek. a) Een evaluatie en opvolging van de risico s die verband houden met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt ingevoerd op drie complementaire niveaus: Europees niveau. Aan de basis van de risicogeoriënteerde aanpak bevindt zich de noodzaak dat de lidstaten en de EU de risico s van witwassen van geld en terrorismefinanciering die ze lopen, vaststellen, begrijpen en beperken. De Europese 2015/3 7

5 Toezichthoudende Autoriteiten (ESA) 17 krijgen de opdracht om een gezamenlijk advies uit te brengen over de witwasrisico s die invloed hebben op de interne markt en dit advies ter beschikking te stellen van de lidstaten (art. 6, 4de AML/FT-richtlijn). Hiermee harmoniseert de 4de AML/FT-richtlijn de benadering door voor te schrijven dat factoren van potentieel lager of hoger risico 18 worden in aanmerking genomen ten aanzien van drie centrale criteria: cliëntgebonden risicofactoren, product-, dienst-, transactie- leveringskanaalfactoren of geografische risicofactoren (bijlagen II en III). Nationaal niveau. Op basis van dat advies moet elke lidstaat de nodige maatregelen treffen om zijn witwasrisico en zijn risico van terrorismefinanciering te identificeren, te beoordelen, inzichtelijk te maken en te beperken, die beoordeling actueel te houden en een autoriteit aan te stellen om de nationale respons op de risico s te coördineren. Elke lidstaat moet zijn nationale risicobeoordeling ter kennis brengen van de andere lidstaten, van de Commissie en van de ESA. Let wel 19 : de lidstaat moet bepalen op welke gebieden de meldingsplichtige entiteiten verscherpte maatregelen moeten toepassen en in voorkomend geval welke specifieke maatregelen moeten worden genomen (art. 7, 4de AML/FT-richtlijn). Concreet? België heeft de uitvoering van de beoordeling van de witwasrisico s toevertrouwd aan het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst dat werd opgericht door het KB van 23 juli Voor de terrorismefinanciering werd aan het Ministerieel Comité en aan het College voor inlichting en veiligheid de opdracht verleend om de risico s van financiering van terrorisme en van proliferatie te beoordelen. Een eerste nationale evaluatie van de witwasrisico s werd op 16 december 2013 goedgekeurd en de minister van Justitie stemde in mei 2014 in met voorstellen die in dat document werden geformuleerd. Hoewel het Instituut er in juni 2014 van het CFI een kopie heeft ontvangen, is dit document momenteel nog altijd vertrouwelijk. Logischerwijze hebben we echter met de bevindingen van deze nationale risicoanalyse rekening gehouden om vervolgens onze eigen sectorale analyse uit te voeren waarvan hierna sprake is. Op het niveau van de meldingsplichtigen. Nog altijd in dezelfde logica van meervoudige risicobeheersing zorgen de lidstaten ervoor dat de meldingsplichtige entiteiten de nodige stappen ondernemen om hun witwasrisico en risico van terrorismefinanciering te identificeren en te beoordelen, rekening houdend met risicofactoren zoals die in verband met hun cliënten, landen of geografische gebieden, producten, diensten, transacties en leveringskanalen. Deze stappen zijn evenredig met de aard en omvang van de meldingsplichtige entiteiten 20 en moeten resulteren in adequate klantenonderzoeksmaatregelen die evenredig zijn met de aard en de omvang van de meldingsplichtige (art. 8, 4de AML/FTrichtlijn). Bovendien moeten die risicobeoordelingen worden gedocumenteerd. Concreet? Deze kaart van risico s op het derde niveau werd opgesteld door de Interinstitutenwerkgroep antiwitwas en op 30 september 2014 goedgekeurd door de Raad. De kaart analyseert de witwasrisico s en risico s van terrorismefinanciering die meer specifiek verband houden met de economische beroepsbeoefenaars. Er worden verschillende accenten gelegd voor de externe accountants en/of de externe belastingconsulenten. Bij deze denkoefening werd niet alleen gebruikgemaakt van de ervaringen met de nationale risicoanalyse, maar ook van de verschillende typologieën uit de jaarverslagen en een hele reeks statistische en kwalitatieve gegevens van de CFI. Deze sectorale analyse die eind november 2014 werd bezorgd aan de CFI, om ter beschikking te worden gesteld van de FAG in het kader van het evaluatieproces van België, zonder dat de evaluatoren er uiteindelijk rekening mee hebben gehouden. Ze werd niet publiek vrijgegeven. Voor zover de analyse een invloed heeft op het beheer van het witwasrisico binnen het kantoor zullen we er in dit artikel occasioneel naar verwijzen. b) Naast de invoering van die drie niveaus (Europees, nationaal en sectoraal) voor het beheer van het witwas- en terrorismefinancieringsrisico voert de 4de AML/FT-richtlijn een hele reeks belangrijke wijzigingen en verduidelijkingen in, hoofdzakelijk rond het kernbegrip klantenonderzoek. 1) Klantenonderzoek hoofdstuk II van de 4de AML/FT-richtlijn. Er moeten verscherpte maatregelen worden genomen bij verhoogde risico s op witwassen van geld en financiering van terrorisme; versoepelde maatregelen bij lagere risico s. Schematisch 21 gezien worden wijzigingen aangebracht in die twee niveaus van het klantenonderzoek. Die wijzigingen zullen aanzienlijke gevolgen hebben wanneer deze richtlijn in het Belgisch recht is omgezet. Versoepelde klantenonderzoeksmaatregelen art. 15 tot 17, AML/FT-richtlijn. De vrijstellingen van het gewone klantenonderzoek voor bepaalde types cliënten of producten die in de 3de AML-richtlijn opgenomen zijn, zullen niet langer strikt worden beperkt. Wat is het nieuwe principe? Er gaat een risicoanalyse vooraf aan de toepassing van het vereenvoudigd klantenonderzoek. Een lidstaat kan de toepassing van dergelijke klantenonderzoeksmaatregelen toestaan op alle gebieden die een minder hoog risico vertonen. Om dit na te gaan, moet ten /3

6 minste rekening worden gehouden met de niet-exhaustieve lijst van de factoren die voorkomen in bijlage II van de 4de AML-richtlijn (zie tabel op p. 54). Let wel: het is mogelijk dat de vrijstellingen van klantenonderzoek voor zakenrelaties in een derde land dat over systemen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme gelijkwaardig aan deze in de EU beschikt, die gebaseerd zijn op louter geografische criteria, worden geschrapt zodra deze richtlijn in het Belgisch recht is omgezet. Strengere klantenonderzoeksmaatregelen art. 18 tot 24, 4de AML/FT-richtlijn. Zoals eerder vermeld, moeten bij een hoog risico strengere klantenonderzoeksmaatregelen worden toegepast. De 4de AML-richtlijn breidt het toepassingsgebied van dat verscherpte klantenonderzoek uit en verduidelijkt de criteria die in het kader van die verplichting in aanmerking moeten worden genomen in bijlage III (zie tabel op p. 54). Bovendien is de richtlijn ook om twee redenen veeleisender met betrekking tot de verhoogde risico s: Politiek prominente personen. De systematische toepassing van de verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen is eveneens vereist voor politiek prominente personen (PPP s) op nationaal niveau 22 die in een EU-lidstaat verblijven, net als voor de PPP s die voor een internationale organisatie werken (art. 20, 4de AML/FT-richtlijn). Wanneer deze persoon de beoogde activiteiten en functies heeft stopgezet, moet het witwas- en terrorismefinancieringsrisico dat specifiek is voor politiek prominente personen nog gedurende minstens 12 maanden in aanmerking worden genomen, en moeten de nodige maatregelen worden toegepast die gebaseerd zijn op de beoordeling van dat risico (art. 22, 4de AML/FT-richtlijn). Derde landen met een groot risico. Er moeten verscherpte maatregelen worden toegepast om die risico s op passende wijze te beheersen en te beperken in het geval van natuurlijke personen of juridische entiteiten welke zich bevinden in derde landen die door de Commissie zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico (art. 18, 4de AML/FT-richtlijn). Deze derde landen 23 waarvan een lijst zal worden opgesteld om de goede werking van de interne markt te beschermen vertonen in hun nationale AML/FT-regelgeving strategische tekortkomingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de EU (art. 9, 4de AML/FT-richtlijn). 2) Uiteindelijke begunstigden: een echte vernieuwing op het vlak van de transparantie van de informatie art. 30 en 31, 4de AML-richtlijn. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, inwinnen en bijhouden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijk begunstigden gehouden economische belangen (art. 30, 4de AML/FT-richtlijn). De lidstaten hebben ook het recht te eisen dat trustees van een express trust die door hun recht worden beheerst toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden (art. 31, 4de AML/FT-richtlijn). Ten slotte wordt van de lidstaten verwacht dat ze ervoor zorgen dat deze informatieplicht ook van toepassing is op andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur en functie als trusts (art. 31, 4de AML/FT-richtlijn). Concreet moet die informatie in elke lidstaat worden bewaard in een centraal register. De artikelen 30 en 31 van de richtlijn leggen de EU-lidstaten de verplichting op centrale registers 24 bij te houden waarin alle informatie is opgenomen over de uiteindelijke eigenaars van vennootschappen en andere wettelijke entiteiten en van trusts 25. Volgens welke modaliteiten? Op basis van de informatie die momenteel beschikbaar is, maken we een stand van zaken op in het onderdeel Know your Customer op de p ) Materiële toepassing. In zijn herziene aanbevelingen van 2012 pleitte de FAG voor een strengere aanpak van de strijd tegen fiscale fraude door een uitbreiding van de zware inbreuken die als criminele activiteiten worden beschouwd in de zin van artikel 3, 4de lid, f) van de 4de AML/FT-richtlijn. Momenteel omvatten die criminele activiteiten al alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden. Onder die strafbare feiten noemt de 4de AML-richtlijn uitdrukkelijk de fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, zoals omschreven in de wetgeving van de lidstaten. 2015/3 9

7 Zal die toevoeging concrete gevolgen hebben voor België? Het ziet ernaar uit dat het antwoord negatief zou zijn, aangezien het begrip ernstige fiscale fraude ditmaal aangeduid als al dan niet georganiseerd 26, al deel uitmaakt van de onderliggende misdrijven in de wet van 11 januari Strafbaarstellingen van fiscale fraude met betrekking tot directe of indirecte belastingen leiden overigens tot gevangenisstraffen van 8 dagen (artikels 449 WIB 1992 en 83 WBTW). 4) Sancties. Ten slotte mogen we de administratieve minimumsancties 27 niet vergeten die de 4de AML/FT-richtlijn invoert bij schending van de verplichtingen die voortvloeien uit de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. B. Strikte en samenhangende procedures Er bestaat geen wondermiddel om de risico s van witwassen van geld en financiering van terrorisme te identificeren en te beoordelen. Er zijn slechts enkele onontbeerlijk ingrediënten waarvan we een overzicht opstellen vooraleer we ze meer in detail analyseren door u 10 musts aan te reiken, zodat u zich de goede gewoonte kan eigen maken en verder ontwikkelen! 1. Identificatie en identiteitsverificatie (Know your customer). Het identificeren van de cliënten en het verifiëren van hun identiteit, van hun lasthebber(s), en uiteindelijke begunstigde(n) houden de verplichting in om bepaalde gegevens en documenten te verkrijgen, en er een kopie van te maken die u moet bewaren. Ook is informatie vereist over het doel en de verwachte aard van de zakelijke relatie. Deze eerste onontbeerlijke stap dient om de cliënt te kennen. 2. Algemene verplichting tot risico-inschatting: laag-verhoogd? De cliënten, hun lasthebbers en uiteindelijke begunstigde(n) moeten worden ingedeeld op een risicoschaal met twee niveaus: laag of hoog. Maar er bestaat geen unieke methodologie om aan een cliënt een bepaald witwasrisico toe te kennen. Het komt erop aan om alle nodige types van factoren in aanmerking te nemen. In de praktijk wordt het risico van witwassen en terrorismefinanciering beoordeeld op basis van de analysepijlers waarin de reglementering voorziet, door in casu te steunen op de drie algemene risicocriteria van het FAG: land, cliënt, activiteit, dienst die de cliënt vraagt en gebruikt. Belangrijk is dat deze criteria in de praktijk onder meer dan één categorie kunnen vallen en niet als afzonderlijk en onderscheiden, maar als onderling afhankelijk moeten worden bekeken. Als één van die risico s aanwezig is, dan moet de cliënt worden ingedeeld als een cliënt met een hoog risico. Tenzij de beoordeling door aanvullende informatie wordt gewijzigd. Cliënten die niet worden ingedeeld als cliënten met een hoog risico zijn dus cliënten met een laag risico. Bovendien moeten de omstandigheden die tot een hoog risicoprofiel leiden worden gedocumenteerd. Door beide procedures te combineren, kan het aangaan van een zakenrelatie of de dienstverrichting worden onderworpen aan een voorafgaand onderzoek van de risico s op witwassen van geld en op financiering van terrorisme. Dat onderzoek is dan gekoppeld aan het profiel van de cliënt en aan de aard van de zakelijke relatie of van de voorgenomen verrichting. In het kader van het cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid worden de cliënten die een specifiek risiconiveau kunnen vertonen, pas aanvaard na een grondig onderzoek waarna een beslissing over hen wordt genomen volgens de algemene regels van het kantoor. In dezelfde logica aanvaardt het kantoor geen cliënten met een onaanvaardbaar witwasrisico. 3. Due diligence: controle en opvolging van het risico We mogen niet uit het oog verliezen dat de identificatieprocedure aan de hand van documenten en gegevens die werden verzameld en bijgewerkt en waarvan de kopieën vervolgens worden toegevoegd aan het permanent dossier van de cliënt op zich slechts de eerste stap vormt van de risicogeoriënteerde aanpak binnen het kantoor. De opvolgingsprocedure van het risico waarbij tijdens de hele zakenrelatie de juiste vragen worden gesteld is even belangrijk, of zelfs belangrijker. Naast deze algemene verplichting om het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te beoordelen (als algemene regel: vóór het aangaan van de zakenrelatie) aan de hand van de identificatie- en verificatieprocedures /3

8 KYC: cliënten, lasthebber(s) en uiteindelijke begunstigde(n) legt de wet van 11 januari 1993 de verplichting op om de identificatiegegevens van de cliënten, de lasthebber(s), en de uiteindelijke begunstigde(n) van de cliënten te actualiseren naargelang het risico (artikels 7, 3 en 8, 2). Indien geen klantenonderzoek kan worden verricht, verbiedt paragraaf 4 van diezelfde artikels 7 en 8 van de wet van 11 januari 1993 om een zakelijke relatie aan te gaan of in stand te houden, aangezien deze identificatieverplichting onder voorbehoud van aanzienlijke nuances voor wat de uiteindelijke begunstigden betreft 28 moet worden vervuld, ongeacht het risicoprofiel dat wordt toegekend aan de cliënt, zijn lasthebbers of uiteindelijke begunstigde(n), de zakenrelatie of de uit te voeren verrichting. Maar het is vanuit de invalshoek van het niveau van klantenonderzoek dat de risicogeoriënteerde aanpak haar volle betekenis verwerft. Vereenvoudigd klantenonderzoek. Hoewel (nog) dergelijke mogelijkheden bestaan voor bepaalde cliënten of uiteindelijke begunstigden (art. 11, 1) en voor bepaalde producten of transacties (art.11, 2 en 3) is de opsomming van artikel 11 strikt limitatief. In het kader van de risicogeoriënteerde aanpak is de toepassing van het vereenvoudigd klantenonderzoek niet mogelijk buiten de gevallen die worden toegestaan door de richtlijn en de uitvoeringsrichtlijn die beide in de wet van 11 januari 1993 zijn bepaald. Overeenkomstig artikel 11.3 van de richtlijn maakt het nieuwe artikel 11, 3 van de wet de eerder vermelde versoepelingen van het klantenonderzoek afhankelijk van de voorwaarde dat de bedoelde personen en ondernemingen in elk geval voldoende gegevens verzamelen om vast te stellen of de cliënt aan de voorwaarden voldoet om de toepassing van de afwijking te kunnen genieten. Diezelfde bepaling verduidelijkt verder uitdrukkelijk dat het vereenvoudigd klantenonderzoek niet van toepassing is wanneer er een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat. Verscherpt klantenonderzoek. De gevallen waarin een verscherpt klantenonderzoek vereist wordt, worden opgesomd in artikel 12 van de wet (de cliënt is niet fysiek aanwezig, de cliënt/uiteindelijke begunstigde is een politiek prominent persoon, grensoverschrijdende correspondentbankrelaties) maar dit is geen limitatieve opsomming. Er moeten verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen worden toegepast in alle situaties die omwille van hun aard een hoger risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme kunnen inhouden. Om uit te maken welke risicofactoren in aanmerking genomen kunnen worden teneinde na te gaan of het gaat om een zakenrelatie of om verrichtingen waarbij een verscherpt en voortdurend klantenonderzoek nodig is, is het gepast en interessant om gebruik te maken van de richtlijnen die de FAG voor elke beroepscategorie uitbrengt (zie p ). Voortdurende waakzaamheid. Om te beschikken over een operationeel antiwitwasapparaat en atypische verrichtingen of verdachte feiten daadwerkelijk op te sporen en te onderzoeken met het oog op een eventuele melding aan de CFI, vereist artikel 14 van de wet dat een voortdurende waakzaamheid wordt aan de dag gelegd ten opzichte van de zakelijke relatie en de uitgevoerde verrichtingen. Die waakzaamheid die gebaseerd wordt op een adequate interne organisatie en controlemodaliteiten moet eveneens gedifferentieerd gebeuren afhankelijk van het risicoprofiel van de cliënt of van de zakenrelatie. 4. Adequate interne kantoororganisatie Waarom een verantwoordelijke voor de toepassing van de wet? Uitdenken en uitvoeren van de procedures ter naleving van de wettelijke bepalingen Personeel sensibiliseren Toezicht uitoefenen op de aanwerving Interne verslagen analyseren Beheersmeldingsprocedure Bewaring van de documenten Contactpersoon met het IAB en de CFI Opstellen van een jaarlijks werkingsverslag Als één van de essentiële bestanddelen van de interne kantoororganisatie vormt het cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid een mooie verduidelijking van het feit dat die organisatie de dragende structuur vormt van een efficiënt beheer van het WW-/FT-risico binnen het kantoor, rekening houdend met de verplichtingen die de externe accountants en/of externe belastingconsulenten moeten naleven in het kader van de wet van 11 januari We mogen niet uit het oog verliezen dat artikel 16 van deze wet een dubbele reeks verplichtingen inzake interne organisatie oplegt: enerzijds passende interne maatregelen en controleprocedures om toe te zien op de naleving van de wet van 11 januari Anderzijds procedures voor communicatie en informatiecentralisatie om verrichtingen die verband houden met witwassen van geld of financiering van terrorisme te voorkomen, op te sporen en te verhinderen. Daarbij wordt de aandacht 2015/3 11

9 gevestigd op het volgende: De interne controleprocedures houden in het bijzonder rekening met het verhoogd risico op witwassen van geld en financiering van terrorisme in de gevallen bedoeld in artikel 12 of nader bepaald door de Koning met toepassing van artikel 37. In dat opzicht is de dirigent de verantwoordelijke voor de toepassing van de wet. Dat is binnen het kantoor een gespecialiseerde persoon die over de meeste ervaring op het terrein beschikt, een zekere afstand houdt ten opzichte van de cliënt en zorgt voor de invoering van homogene procedures, met inbegrip van de verslagen die moeten worden opgesteld en onderzocht in het kader van de verwerking en de opsporing van atypische verrichtingen. De aanstelling van die verantwoordelijke is verplicht als de regel van de 10 beroepsbeoefenaars 29 van toepassing is, maar wordt in elk geval aanbevolen. Gezien zijn rol en zijn verantwoordelijkheden is dat geen overbodige luxe. C. Geen sinecure, althans zo wordt het aangevoeld We hoeven er niet al te veel over na te denken om te beseffen dat er tal van problemen kunnen opduiken in het kader van de toepassing van doeltreffende procedures om het WW-/FT-risico binnen het kantoor onder controle te houden. Enkele meest voorkomende en relevante voorbeelden: Strengere klantenonderzoeksmaatregelen toepassen op een cliënt. Hoe? Wanneer? De cliënt identificeren: bepaalde gegevens opvragen en ze aan de hand van bewijsstukken controleren. Welke documenten? Hoe? Hoe kan in de identificatieprocedures een onderscheid worden gemaakt tussen de resultaatsverbintenissen en de middelenverbintenissen? Wanneer moet een occasionele cliënt worden geïdentificeerd? Hoe ga ik tewerk? Ik twijfel aan de echtheid en de juistheid van de meegedeelde gegevens. Wat kan ik doen? De AW/FT-wetgeving gaat over welbepaalde situaties en maakt gebruik van een vaak specifieke formulering. Wat wordt exact bedoeld met uiteindelijke begunstigden? Niet-meewerkende landen en gebieden? Kan bij vermoeden van witwassen een vereenvoudigd klantenonderzoek worden toegepast? Welke formaliteiten moet ik toepassen als de cliënt door een derde wordt geïntroduceerd? Zijn achtereenvolgende introducerende derden mogelijk? Hoe kunnen de uiteindelijke begunstigden worden geïdentificeerd als de cliënt in het buitenland is gedomicilieerd of als het om een specifieke juridische entiteit zoals een trust gaat? Wat bij onvoldoende identificatie: lasthebber? Uiteindelijke begunstigde? Doel en aard van de zakenrelatie? Ik kan de identiteit van de cliënt of van de uiteindelijke begunstigde niet vaststellen of verifiëren. Wat zijn de gevolgen? Een verrichting lijkt me abnormaal ten opzichte van wat ik van mijn cliënt weet. Hoe helder ik de situatie op? Welke informatie moet grondiger worden onderzocht als de cliënt een hoger risico kan vertonen? Wanneer is een schriftelijk verslag nodig? Aan wie wordt dat gericht? Hoe wordt het bewaard? Hoe voer ik een procedure van periodieke herbeoordeling van het behoud van de zakenrelatie in? Hoe interpreteer ik de indicatoren van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd? In welke situaties moet ik verzaken aan het aangaan van een relatie met de cliënt? Welke maatregelen kan ik nemen om desgevallend de herkomst van het vermogen en van de fondsen vast te stellen die bij de zakelijke relatie of verrichting worden gebruikt? Hoe houdt de risicogevoeligheid voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme verband met de kenmerken ervan? Activiteit? Type van verleende dienst? Woonstaat? Wat zijn de gevolgen als wordt vastgesteld dat een cliënt de beperkingen inzake betalingen in speciën niet naleeft? Hoe kan ik zorgen voor de communicatie en terbeschikkingstelling van informatie, de actualisering mogelijk maken van de vereiste kennis, namelijk het cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid dat door het kantoor werd vastgesteld, de naam van de verantwoordelijke(n) voor de toepassing van de wet, alsook de regio s, personen en activiteiten die een risico vertonen? Wat zijn binnen het kantoor de rol en de verantwoordelijkheden van de verantwoordelijke voor de toepassing van de wet? Hoe kan ik de opportuniteit of de verplichting om een verantwoordelijke aan te stellen beoordelen? Welke procedure kan worden gevolgd voor het opstellen, de verwerking en de verspreiding van zijn jaarlijks werkingsverslag? Hoe organiseer ik de AWW-opleiding van de kantoormedewerkers? Doel, frequentie, duur? /3

10 Hoe controleer ik bij de werving en de aanstelling van personeel dat de eerbaarheid van die personen adequaat is naargelang de risico s die gekoppeld zijn aan hun taken en functies? Veroorzaakt de aard van de opdracht voor de cliënt met een verhoogd witwasrisico? Ik stel vast dat mijn cliënt cashbetalingen van meer dan euro heeft aanvaard. Is een melding van de CFI verplicht? Ik heb een melding verricht bij de CFI. Beïnvloedt dit het risiconiveau van de betrokken cliënt? Allemaal mogelijk complexe vragen. De moeilijkheden om er antwoorden op te vinden en/of adequate procedures in te voeren kunnen tot gevolg hebben dat de verplichtingen van de wet van 11 januari 1993 als zwaar en belastend worden ervaren, alhoewel dat waarschijnlijk meer zo zal zijn in kleine kantoren of als de activiteit van accountant of belastingconsulent in een eenmanszaak wordt uitgeoefend. Uw vennootschap en de fiscus Tina Tack, Pieter Gillemon, Georges Keymeulen, Carl Van Biervliet, Filip Vandenberghe, Gabriëlla Van Lil 2015 ISBN xxvi blz. paperback 69 euro Reeksprijs: 48,30 euro Dit handboek geeft de lezer op een toegankelijke manier inzicht in de verschillende aspecten van de ondernemingsfiscaliteit en onderzoekt welke de impact van de fiscaliteit is op de beleidsbeslissingen van een ondernemer. Via begrijpelijke voorbeelden, heldere adviezen en praktische tips tonen de auteurs aan welke mogelijkheden er bestaan om belastingen optimaal en overzichtelijk te structureren. Om het meest voordelige fiscale stelsel te genieten, moet een goede bedrijfsleider deze opties kennen, al was het maar om met kennis van zaken zijn beleid in te schatten, met meer begrip een discussie aan te gaan met zijn accountant en belastingconsulent, en onaangename fiscale en financiële verrassingen te voorkomen. Deel I is opgebouwd uit een aantal actuele thema s waarmee elke vennootschap te maken krijgt. In deel II worden de basisregels van de vennootschapsbelasting uiteengezet. Recente fiscale wetgeving heeft nog maar eens duidelijk bewezen dat er heel snel gereageerd moet worden op nieuwe fiscale maatregelen en dat hiermee deskundig moet worden omgegaan bij het nemen van beleidsbeslissingen en hun impact op de jaarafsluiting. De auteurs geven de lezer de nodige adviezen ter zake. Deze derde editie werd bovendien aangevuld met een nieuw hoofdstuk over de fiscale stimuli voor starters. Fax deze antwoordkaart naar Intersentia Ja, ik bestel... ex. van het boek Uw vennootschap en de fiscus (ISBN ) aan 69 euro (incl. btw, excl. verzendkosten) per exemplaar. Ik betaal pas na ontvangst van de factuur, die mij samen met mijn bestelling wordt bezorgd. Ik wens de gratis e-nieuwsbrief te ontvangen. Dhr./Mevr. Voornaam: Naam: Bedrijf: Btw-nr.: Straat: Nr.: Bus: Postcode: Gemeente: Telefoon: Fax: Datum: Handtekening: Groenstraat Mortsel België T F Alle titels zijn ook verkrijgbaar in de boekhandel. Intersentia nv respecteert uw privacy. De persoonsgegevens die u doorgeeft, mag Intersentia gebruiken om u op de hoogte te houden van haar uitgaven. Wilt u geen commerciële informatie van Intersentia nv? Kruis dan dit vakje aan:. U kunt uw gegevens ook opvragen en laten verbeteren via fax of per brief. 2015/3 13

11 De 10 musts, vandaag en morgen Identificatie is altijd verplicht, ongeacht het risicoprofiel van de cliënt! Middelenverbintenis of resultaatsverbintenis? Identificatieschema s en -formulieren, beslissingsbomen. Om niets te vergeten! Vragen over het doel en de aard van de zakelijke relatie Onderschat de problemen om politiek prominente personen te identificeren niet Hoe krijg ik de kneepjes van de identificatie van de uiteindelijke begunstigden onder de knie? Als een cliënt wordt aangebracht door een confrater, is daarom niet alles geregeld! Het is mogelijk om de identiteit van de cliënten te verifiëren in de loop van het aangaan van de zakelijke relatie, maar alleen onder bepaalde voorwaarden Is het onmogelijk om de identiteit van de cliënt en van de lasthebber vast te stellen of te verifiëren? Is het onmogelijk om de identiteit van de uiteindelijke begunstigde vast te stellen of te verifiëren? Identificeren en verifiëren Het eerste is dan wel een gangbaar begrip maar roept toch een reeks van praktische vragen op: wie, wat, hoe, wanneer? Ook het tweede begrip verdient de nodige aandacht: welke bewijsstukken? Middelen- of resultaatsverbintenis? Wij geven u een eerste en belangrijk overzicht van de voorstelling van de risicogeoriënteerde aanpak /3

12 Know your customer Identificatie is altijd verplicht, ongeacht het risicoprofiel van de cliënt! Referenties: AWW: art. 7 en 8 norm: art. 3 tot 5 omzendbrief: pt. 4.1 en Handleiding interne procedures: pt. 5.4 en 5.5 Tools: identificatieschema s en -formulieren, beslissingsbomen Aandachtspunten: gemoduleerd klantenonderzoek naargelang het risico, voortdurende waakzaamheid t.a.v. de zakelijke relatie Evolutie? Openbaar register van de uiteindelijke begunstigden 4de AML-richtlijn De artikelen 7 en 8 AWW leggen de verplichting op om de cliënten te identificeren en hun identiteit te verifiëren aan de hand van een bewijsstuk waarvan een afschrift wordt gemaakt op papier of op een elektronische informatiedrager. Dat is logisch in het kader van het mandaat dat de accountant en de belastingconsulent met zijn klant verbindt. Die identificatieverplichting wordt in vier situaties opgelegd: a) wanneer de cliënt een zakelijke relatie wenst aan te gaan waardoor hij een gewone cliënt wordt; b) wanneer de cliënt wenst over te gaan tot het uitvoeren van een verrichting voor een bedrag van euro of meer of die bestaat in een geldovermaking (art. 4, 2 Norm); c) wanneer er een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat; d) wanneer wordt betwijfeld of de eerder verkregen identificatiegegevens over een reeds geïdentificeerde cliënt waarheidsgetrouw of juist zijn. Drie gevoelige punten zorgen in de praktijk vaak voor onzekerheid en moeilijkheden en mogen niet uit het oog worden verloren: Gewone en occasionele cliënten. Als het om gewone cliënten gaat, is de procedure logisch aangezien het om een zakelijke relatie gaat die een zekere continuïteit veronderstelt en niet om een eenmalige verrichting (art. 4 van de norm). Hoewel de verplichting om occasionele cliënten te identificeren minder vanzelfsprekend lijkt de identificatieprocedures kunnen meer tijd in beslag nemen dan het consult zelf is het wel degelijk een reële verplichting voor zover de drempel van euro bereikt is en er dus geen vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat. 2015/3 15

13 Identificeren en verifiëren. Los van het witwasrisico bestaat de identificatie in het kennis nemen van de identificatiegegevens van de cliënt, van zijn lasthebber en van zijn uiteindelijke begunstigde(n). Deze identificatie heeft betrekking op de cliënt zelf, zijn lasthebber, zijn uiteindelijke begunstigde(n) alsook op de zakelijke relatie of de voorgenomen verrichting. De verificatie houdt in dat de identificatiegegevens worden vergeleken met een betrouwbare bron waarvan op papier of een elektronische informatiedrager een afschrift werd genomen, waardoor ze al dan niet kunnen worden bevestigd. Vrijstellingen van de identificatieverplichting, afhankelijk van het persoonlijk profiel van de cliënt of van de uiteindelijke begunstigde(n). Deze beslissing dient echter schriftelijk te worden vastgelegd en bewaard (punt 5.6 handleiding interne procedures). Middelenverbintenis of resultaatsverbintenis? Referenties: AWW: art. 7 en 8 omzendbrief: pt. 4.1 Tools: identificatieschema s en -formulieren Aandachtspunten: cliënt, lasthebber en uiteindelijke begunstigde De identificatie is een resultaatsverbintenis, dat wil zeggen dat deze steeds moet worden uitgevoerd en dit ongeacht het niveau van het risico op witwassen. Deze identificatie heeft betrekking op de cliënt zelf, zijn lasthebber(s), zijn uiteindelijke begunstigde(n), alsook op het voorwerp en/of de aard van de zakelijke relatie of verrichting. Als ze niet wordt nageleefd, kan de zakelijke relatie niet worden aangegaan. Terwijl voor cliënten en lasthebbers die natuurlijke personen zijn de naam, de voornaam en de geboorteplaats bekend moeten zijn, hoeft over het adres alleen in de mate van het mogelijke informatie te worden ingewonnen. Ook de verificatie van de identiteit aan de hand van een bewijsstuk is verplicht (resultaatsverbintenis) als het over de cliënt en zijn lasthebber gaat. Als het over de uiteindelijke begunstigde(n) gaat, is het echter slechts een middelenverbintenis. In dat geval moeten middelen worden ingezet die evenredig zijn (middelenverbintenis) met het witwasrisico dat de cliënt, de lasthebber, zijn uiteindelijke begunstigde(n), de zakelijke relatie of de verrichting inhoudt. Identificatieschema s en -formulieren, beslissingsbomen. Om niets te vergeten! Referenties: AWW: art. 7 en 8 norm: art. 3, 6, 7, omzendbrief: pt. 4.2, 4.3 en 4.7 Handleiding interne procedures: pt en hfdst. 11 Tools: website AWW en BeExcellent-platform Aandachtspunten: Cliënten, lasthebbers, uiteindelijke begunstigde(n), cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid Het is niet altijd gemakkelijk om tijdens de identificatie van de cliënt de juiste vragen te stellen en de correcte bewijsstukken te verkrijgen. Of zelfs om de juiste conclusies te trekken als een document ontbreekt of er twijfels zijn over de betrouwbaarheid ervan De identificatieschema s en -formulieren die verkrijgbaar zijn via onze website of via ons BeExcellentplatform zijn geenszins verplicht, maar ze kunnen in de praktijk waardevolle werkinstrumenten blijken. Ze zijn er voor u! Vragen over het doel en de aard van de zakelijke relatie Referenties: AWW: art. 14 norm: art. 10 omzendbrief: pt. 4.6 Handleiding interne procedures: pt Aandachtspunten: cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid Om het voornemen van de cliënt te kennen door middel van het type verrichtingen dat hij wil uitvoeren, moet u het type verrichtingen waarvoor hij u inschakelt, identificeren en registreren, evenals alle informatie die geschikt is om het doel te bepalen van de zakelijke relatie die hij wil aangaan, meer bepaald om een cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid in te voeren in uw kantoor (zie p ). Die analyse moet gebaseerd zijn op de volgende elementen: a) de bedrijfssector waarin hij actief is; b) de geografische plaats waar die activiteit plaatsvindt; /3

14 c) het risiconiveau; d) de samenhang tussen zijn activiteiten en de aard van de zakelijke relatie of van de verrichting (economische rechtvaardiging, duidelijke legitimiteit); e) de hoedanigheid van de betrokken personen. Zo zal u vervolgens, zonder dat u de rol van rechercheur moet spelen, kunnen nagaan of de gemelde activiteit strookt met de boekhoudkundige en financiële elementen waarvan u in de loop van uw opdracht kennis neemt. Onderschat de problemen om politiek prominente personen te identificeren niet! Referenties: AWW: art. 12 norm: art. 10 en 11 omzendbrief: pt Handleiding interne procedures: pt Aandachtspunten: cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid Evolutie: nationale PPP s Dit concept leent zich tot heel wat interpretaties. Het gaat om personen die door hun belangrijke publieke status in bepaalde omstandigheden een groot witwasrisico kunnen inhouden door de corruptie waaraan ze door hun hoge openbare functies worden blootgesteld, vooral in landen waar corruptie veel voorkomt. Concreet? Als we artikel 12, 3 van de wet van 11 januari 1993 lezen, gaat het om een vrij ruim begrip, gezien de opsomming van de personen die in de drie categorieën worden bedoeld: a) politiek prominente personen die in het buitenland wonen, namelijk natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed; b) hun directe familieleden; c) personen bekend als naaste geassocieerden. Maar de moeilijkheid om ze te definiëren is niet de enige reden waarom bijzondere aandacht aan hen moet worden besteed. Samen met de op afstand geïdentificeerde personen, zijn dit de twee gevallen waarin de wet van 11 januari 1993 expliciet eist om verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen toe te passen, vanwege het risico dat deze personen inhouden als ze cliënten of uiteindelijke begunstigden zijn (zie p , meer bepaald voor de analyse van de aldus vereiste aanvullende klantenonderzoeksmaatregelen, wetende dat het feit dat een cliënt een minder belangrijke politieke functie uitoefent daarom niet vrijstelt van de toepassing van een klantenonderzoek dat in verhouding staat tot het risiconiveau). Zoals eerder vermeld, waren die verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen tot nu toe alleen verplicht voor buitenlandse politiek prominente personen. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Volgens de 4de AML/FT-richtlijn zouden dergelijke maatregelen moeten worden toegepast ten aanzien van personen die op het binnenlands grondgebied of in het buitenland een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed, alsook op hogere kaderleden van internationale organisaties. De richtlijn geeft ook verduidelijking over het begrip hoger leidinggevend personeel dat relevant is bij het nemen van de beslissing om al dan niet een zakelijke relatie aan te gaan met de betrokken persoon (art. 3, 9 tot 12 ; 4de AML/FT-richtlijn). Hoe krijg ik de kneepjes van de identificatie van de uiteindelijke begunstigden onder de knie? Referenties: AWW: art. 8 norm: art omzendbrief: pt. 4.3 Handleiding interne procedures: pt Tools: identificatieschema beslissingsboom verklaring uiteindelijke begunstigde Aandachtspunten: cliënt, art. 515bis W.Venn Evolutie: nationaal register 4de AML/FT-richtlijn Als u twijfelt of de cliënten voor eigen rekening optreden of er zeker van bent dat ze niet voor eigen rekening optreden, moeten overeenkomstig artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 alle redelijke maatregelen worden genomen om informatie te verkrijgen over de werkelijke identiteit van de personen voor rekening van wie de cliënten optreden. Hoe? Wanneer? Om deze ingewikkelde stappen tot een goed einde te brengen, vestigen we uw aandacht op de tools die we, bovenop de wet- en verklarende teksten, ter beschikking stellen. U kunt die raadplegen op onze website of rechtstreeks gebruiken in ons BeExcellent-platform. In een schematische tabel hebben we alle te verzamelen en te verifiëren gegevens en documenten gegroepeerd; een beslissingsboom leidt u door een schema zodat u met kennis van zaken kunt beslissen om de zakelijke relatie al dan niet aan te gaan. 2015/3 17

15 In de praktijk bepalen de interne procedures de maatregelen die moeten worden genomen om de identiteit van de uiteindelijke begunstigden vast te stellen en te verifiëren overeenkomstig artikel 8, 1, 4de lid van de wet. 1. De identiteit van de uiteindelijke begunstigden moet worden geverifieerd naargelang het risico van witwassen van geld of terrorismefinanciering dat verband houdt met het profiel van de cliënt en met de aard van de zakelijke relatie of van de door de cliënt gewenste verrichting. Als de identiteit van de uiteindelijke begunstigden niet redelijkerwijs kan worden geverifieerd door toepassing van de maatregelen die hiertoe daadwerkelijk worden ingezet, moeten die maatregelen schriftelijk worden opgetekend en moet die rechtvaardiging in het identificatiedossier van de cliënt worden bewaard, rekening houdend met het ontbreken van verificatie in de toepassing van het cliëntenacceptatiebeleid dat in hoofdstuk 8 van de norm wordt bedoeld. Als dat gebrek aan verificatie het risico van witwassen van geld of van financiering van terrorisme significant kan verhogen, mag de zakelijke relatie niet worden aangegaan (art. 13 van de norm). 2. U moet nagaan of de inlichtingen die door vennootschappen-cliënten worden meegedeeld pertinent en geloofwaardig zijn (toepassing van artikel 8, 1 van de wet van 11 januari 1993 en van artikel 515bis van het Wetboek van Vennootschappen). Als er redenen zijn om aan de pertinentie of geloofwaardigheid te twijfelen, moet u alle maatregelen treffen waarvan u van mening bent dat ze aan het risico zijn aangepast om de uiteindelijke begunstigden van de cliënt te identificeren, alsook alle redelijke maatregelen om hun identiteit te verifiëren (art. 17 van de norm). 3. De zakelijke relatie mag niet worden aangegaan als er redenen zijn om aan te nemen dat het gebrek aan pertinentie of geloofwaardigheid van de door de cliënt verstrekte inlichtingen tot doel heeft de identiteit van één of meer uiteindelijke begunstigden te verhullen. Dan moet worden uitgemaakt of er een melding aan de CFI moet worden gedaan. Huidige toestand Het leek ons geen overbodige luxe om de essentiële punten in herinnering te brengen die u voor ogen moet houden tijdens deze identificatieprocedure van de uiteindelijke begunstigde(n). 1. Wie? Het gaat om de natuurlijke personen in de zin van art. 8 AWW: a) die de uiteindelijke eigenaar zijn van of de uiteindelijke controle hebben over die vennootschap, rechtspersoon of juridische constructie evenals om de personen ten gunste van wie de verrichtingen worden uitgevoerd. Zo moeten alle natuurlijke personen die rechtstreeks of onrechtstreeks 25 % of meer van de aandelen of van de stemrechten van een vennootschap bezitten of controleren als uiteindelijke begunstigde worden geïdentificeerd. Uitzondering: indien de cliënt of de houder van een controledeelneming een beursgenoteerde vennootschap is op een gereglementeerde markt in de zin van richtlijn 2004/39/EG in een land van de EER of in een derde land aangeduid door de koning, waar openbaarmakingsvereisten gelden die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving, moeten de aandeelhouders niet worden geïdentificeerd en moet hun identiteit niet worden geverifieerd. b) die op een andere wijze de controle hebben over het bestuur van de vennootschap: de natuurlijke personen die worden bedoeld in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen die, zonder dat ze 25 % of meer van de aandelen of van de stemrechten van een vennootschap bezitten, rechtstreeks of onrechtstreeks de feitelijke controle uitoefenen over de vennootschap, alsook de personen die op een andere wijze de controle hebben over het bestuur van de vennootschap. 2. Hoe? Deze identificatie gebeurt op twee manieren: a) Artikel 8, 3 van de wet van 11 januari 1993 legt de vennootschappen-cliënten de verplichting op om aan de in die wet bedoelde ondernemingen en personen (meer bepaald de externe accountants en/of externe belastingconsulenten) met wie zij een zakelijke relatie aangaan of een occasionele verrichting uitvoeren, de vereiste informatie mee te delen over hun aandeelhouders die hun uiteindelijke begunstigden zijn. b) Artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen verplicht houders van aandelen aan toonder of gedematerialiseerde aandelen van niet-beursgenoteerde vennootschappen een melding te doen aan de betrokken vennootschap als deze aandelen meer dan 25 % van de stemrechten vertegenwoordigen. Deze kennisgeving van vennootschappen, andere rechtspersonen of juridische constructies kan desgevallend worden gebaseerd op de oprichtingsakte, het register van aandeelhouders op naam of van vennoten of de aanwezigheidslijsten op de algemene vergaderingen. Daarom kunt u het formulier ter identificatie van de uiteindelijke begunstigden gebruiken dat u kunt downloaden via onze website of via het BeExcellent-platform /3

16 En morgen? Zoals eerder vermeld, brengt de 4de AML/FT-richtlijn een reële vernieuwing aan. Voorts brengt de richtlijn belangrijke verduidelijkingen omtrent over de klantenonderzoeksmaatregelen en de middelen waarmee ze moeten worden uitgevoerd. 1) Begrip toepassing van de 25 %-drempel Om dit percentage als teken van controle over of bezit van een vennootschap te beoordelen, heeft artikel 3, 6 van de 4de AML-richtlijn het over het begrip rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming. Datzelfde artikel lijkt een systematische identificatie 30 van de uiteindelijke begunstigde(n) op te leggen aangezien het uitdrukkelijk stelt dat indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijke begunstigde is, de natuurlijke persoon/personen die behoort/behoren tot het hoger leidinggevend persoon moet(en) worden geïdentificeerd. 2) Verplichting om toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) in te winnen en bij te houden (art. 30 en 31 van de 4de AML/FT-richtlijn) De vennootschappen en andere juridische entiteiten zouden dergelijke informatie over wie hun uiteindelijk begunstigden zijn, moeten inwinnen en bijhouden. Diezelfde verplichting wordt opgelegd aan trustees van een express trust voor wat de uiteindelijk begunstigden van de trust betreft 31. Het gaat om de identiteit van: a) de oprichter, b) de fiduciaires/trustee(s), c) de eventuele protector, d) de uiteindelijke begunstigden, maar ook e) elke andere natuurlijke persoon die effectief zeggenschap over de trust uitoefent. 3) Verplichting om die inlichtingen ter beschikking te houden (art. 30 en 31 van de 4de AML/FT-richtlijn) Die kerninformatie moet worden bijgehouden in een centraal register in elke lidstaat, bijvoorbeeld een handelsregister, een vennootschappenregister, zoals bedoeld in artikel 3 van de richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement of van de Raad 32 of een openbaar register. Let wel: voor trusts is de bijhoudingsplicht alleen van toepassing wanneer aan de trust fiscale gevolgen zijn verbonden. Uiteraard doet het vaststellen en bijhouden van gegevens, wat de inachtneming van de persoonlijke levenssfeer betreft, tussen de regels door het probleem van de toegangsprocedures rijzen. 33 Hierna geven we schematisch weer wat we al weten. Voor de vennootschappen en andere juridische entiteiten : de toegang van de bevoegde overheden en van hun financiële-inlichtingeneenheden (zonder enige beperking) en van de meldingsplichtige eenheden en beroepen in de zin van de wet van 11 januari 1993 (banken, bedrijfsrevisoren, externe accountants en/of externe belastingconsulenten, notarissen, advocaten) zijn overeenkomstig hoofdstuk II van de richtlijn twee logische hypotheses. Maar ook aan het publiek zou een toegangsrecht worden verleend, hoewel dat voorwaardelijk zou zijn. Over wie gaat het dan? Alle personen of organisaties die zich met betrekking tot witwassen en terrorismefinanciering en de daarmee verband houdende misdrijven die zouden kunnen bijdragen tot de financiering ervan, zoals corruptie, fiscale misdrijven en fraude, op een rechtmatig belang kunnen beroepen, eventueel na inschrijving online en betaling van administratieve kosten. De bedoelde personen of organisaties hebben ten minste toegang tot de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijke begunstigde(n), alsmede tot de aard en omvang van het door de uiteindelijke begunstigde gehouden economische belangen. Voor trusts is echter niet voorzien in publieke toegang! 2015/3 19

17 Als een cliënt wordt aangebracht door een confrater, is daarom niet alles geregeld! Referenties: AWW: art. 10, 1 norm: art. 18, 19 en 20 omzendbrief: pt. 4.7 Handleiding interne procedures: pt Om trapsgewijze identificaties te vermijden, voerde artikel 10 van de wet een regeling van delegatie van de verplichting tot inzameling van de identificatiegegevens en de actualisering ervan in, die wellicht zal worden gewijzigd door de omzetting van de 4de AML-richtlijn naar Belgisch recht (zie overweging 35 en de nieuwe afdeling 4 Nakoming door derden artikelen 25 tot 29). De praktische toepassing ervan veronderstelt nu al dat tal van voorwaarden worden nageleefd en waarborgen worden verkregen. We geven die schematisch weer in punt 4.7 van de omzendbrief: Een beroep doen op een derde zaakaanbrenger. De derde zaakaanbrenger heeft de identificatie persoonlijk uitgevoerd, zonder dat hij zelf een beroep heeft gedaan op een andere derde zaakaanbrenger. Hij moet u de door de wet vereiste informatie bezorgen en zich er ook schriftelijk toe verbinden om u op uw verzoek een kopie te bezorgen van de documenten waarmee hij hun identiteit heeft geverifieerd. U moet de documentatie waarop hij zich heeft gebaseerd vooraf verifiëren en bewaren om te controleren of hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, 1, 1e lid van de wet. Indien nodig moet u zelf de nodige aanvullende identificaties en verificaties uitvoeren, of zelfs de aangebrachte cliënt, zijn lasthebber of zijn uiteindelijke begunstigde(n) opnieuw identificeren en zijn/hun identiteit opnieuw verifiëren, in overeenstemming met de bepalingen van de wet van en van de norm. Het is mogelijk om de identiteit van de cliënten te verifiëren in de loop van het aangaan van de zakelijke relatie, maar alleen onder bepaalde voorwaarden Referenties: AWW: art. 7, 4 en 8, 4 norm: hfdst. 3 omzendbrief: pt , en Handleiding interne procedures: pt en Tools: website cliënt, Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), Companyweb, FSMA Aandachtspunten: cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid De algemene regel die wordt uitgevaardigd in artikel 3 van de norm is dat het verboden is om een zakelijke relatie aan te gaan met cliënten voordat een klantenonderzoek werd uitgevoerd. Het klantenonderzoek moet dus worden uitgevoerd alvorens de zakelijke relatie wordt aangegaan. In uitzonderlijke omstandigheden die limitatief worden opgesomd in de interne kantoorprocedures en waarin de uitoefening van de activiteiten niet kan worden onderbroken kan de verificatie van de identiteit van personen in een zakelijke relatie echter in de loop van die relatie worden geverifieerd als aan de volgende voorwaarden is voldaan: de zakelijke relatie houdt een laag risico van witwassen van geld of financiering van terrorisme in, rekening houdend met de aard ervan en met de hoedanigheid van de betrokken personen (zie pt van de omzendbrief); de verificatie van de identiteit van de betrokken personen wordt zo snel mogelijk na het eerste contact met de cliënt verricht; voor de activiteiten die met de cliënt worden uitgeoefend moet een verscherpte waakzaamheid aan de dag worden gelegd tot dat de identiteit van alle betrokken personen werd geverifieerd, zodat elke anomalie met inbegrip van de onmogelijkheid om de identiteit van de personen die bij de zakelijke relatie zijn betrokken te identificeren kan worden opgenomen in een intern schriftelijk verslag, zoals wordt bedoeld in artikel 14, 2 van de wet.!wat de lasthebber betreft, moet het klantenonderzoek worden uitgevoerd uiterlijk op het moment dat deze van plan is om daadwerkelijk de eerste daad in naam en voor rekening van de cliënt te stellen; wanneer hij de opdrachtbrief ondertekent (punt van de omzendbrief)! Is het onmogelijk om de identiteit van de cliënt en van de lasthebber vast te stellen of te verifiëren? Referenties: AWW: art. 7, 4 norm: pt. 4.8 Handleiding interne procedures: pt Als het onmogelijk is om het vereiste klantenonderzoek volledig uit te voeren, dan mag de zakelijke relatie niet worden aangegaan of worden in stand gehouden. De cliënt en zijn lasthebber moeten worden geïdentificeerd, ongeacht het risicoprofiel van de cliënt en van zijn lasthebber, behalve in de gevallen waarin vrijstelling van identificatie wordt verleend /3

18 Op basis van het risicoprofiel van de cliënt en van zijn lasthebber en afhankelijk van de omstandigheden rond de onmogelijkheid om het klantenonderzoek te verrichten, dient te worden beslist of de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) moet worden ingelicht. Als het kantoor beschikt over een verantwoordelijke voor de toepassing van de wet, dan moet deze persoon een schriftelijk verslag worden toegestuurd. Op basis daarvan zal hij of zij beslissen of de omstandigheden rechtvaardigen dat een vermoeden wordt gemeld aan de CFI. Is het onmogelijk om de identiteit van de uiteindelijke begunstigde vast te stellen of te verifiëren? Referenties: AWW: art. 8, 4 omzendbrief: pt. 4.8 Handleiding interne procedures: pt Hoewel de uiteindelijke begunstigde(n) moet(en) worden geïdentificeerd, is de verificatie van die identificatie slechts een middelenverbintenis. Wanneer aan de hand van aangepaste en adequate maatregelen (rekening houdend met het risiconiveau van de cliënt) niet alle identificatiegegevens van de uiteindelijke begunstigde(n) kunnen worden geverifieerd, mag de zakelijke relatie worden aangegaan of in stand gehouden en mag de verrichting worden uitgevoerd. Als het onmogelijk is om de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) te verifiëren, kan zich echter een specifiek risico voordoen dat, rekening houdend met het risicoprofiel van de cliënt, vereist dat verscherpte en voortdurende waakzaamheid aan de dag wordt gelegd en dat meer bepaald de uitgevoerde verrichtingen, en indien nodig de herkomst van het geld, aandachtig worden onderzocht. Wat we hierboven bij de onmogelijkheid om de cliënt te identificeren of zijn identiteit te verifiëren hebben vermeld over de vraag of het opportuun is om een vermoeden te melden aan de CFI en over de rol van de verantwoordelijke voor de toepassing van de wet is desgevallend ook van toepassing voor de uiteindelijke begunstigd(e). Antiwitwasregelgeving (Wet van 11 januari 1993) Beslissingboom III Identificatie van een uiteindelijke begunstigde v De cliënt is een op een in de Europese Economische Ruimte gereglementeerde markt genoteerde vennootschap Alle personen die de controle over de cliënt hebben zijn: - een op een in de Europese Economische Ruimte gereglementeerde markt genoteerde vennootschap - een kredietinstelling of financiële instelling gevestigd in de Europese Economische Ruimte - een Belgische publieke overheidsinstantie, een Europese publieke autoriteit of instelling Neen EN er is geen vermoeden van witwassen (2) W 8 1 al 4 W 11 Ja Ja Geen identificatieverplichting van de uiteindelijke begunstigde(n) (tenzij er een strikter cliëntenaccepta tiebeleid is) NB: - Huidige beslissingsboom behandelt enkel het onderdeel antiwitwassen van het cliëntenacceptatie-en opvolgingsbeleid dat de beroepsbeoefenaar in toepassing van hoofdstuk 8 van het reglement dient uit te werken en toe te passen (1) - Huidige beslissingsboom is een instrument bedoeld om de toepassing van de antiwitwasreglementering te vergemakkelijken maar is niet bedoeld om het geheel van de reglementering, die de enige officiële referentie blijft, weer te geven W: wet R: Neen Identificatie van de uiteindelijke begunstigde(n) 1 - IDENTIFICATIE DOOR DE CLIËNT De cliënt heeft de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) verstrekt (naam en voonaam, alsook, in de mate van het mogelijke, geboortedatum en geboorteplaats en, naargelang het risico op witwassen, het adres) EN de verstrekte informatie lijkt afdoende en geloofwaardig te zijn W 8 3 al 2 R 17 1 Neen Aanvullende maatregelen, aangepast aan het risicoprofiel, maken het mogelijk om de uiteindelijke begunstigde(n) te identificeren en er is geen bedoeling om de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) te verhullen W 8 4 R 17 2 Neen Eventueel melding aan de CFI W 8 3 al 1 W 8 4 R 17 2 Ja Ja 2 - VERIFICATIE VAN DE IDENTITEIT VAN DE UITEINDELIJKE W 8 1 al 1+4 BEGUNSTIGDE(N) R 13 In toepassing van op het risico afgestemde maatregelen, worden de identiteitsgegevens geverifieerd Neen Neen Er wordt een schriftelijk verslag gemaakt, en bewaard, van de genomen maatregelen EN de onmogelijkheid tot verificatie leidt niet tot een betekenisvolle toename van het risico van witwassen W 8 4 R 17 2 W 8 4 R 17 2 Eventueel melding aan de CFI Ja Ja De cliëntenacceptatieprocedure kan worden voortgezet De beroepsbeoefenaar knoopt geen zakelijke relatie aan (1) Deze procedure moet het risiconiveau van de cliënt op het gebied van witwassen en financiering van terrorisme bepalen. (2) De term "witwassen" omvat het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zoals omschreven in Er bestaan nog twee andere beslissingsbomen m.b.t. het aanknopen van een zakelijke relatie met een cliënt (natuurlijke persoon - entiteit). Beide zijn beschikbaar via onze website of via het BeExcellent-platform. 2015/3 21

19 De 10 musts, vandaag en morgen Risico s van witwassen van geld en van financiering van terrorisme: vier beoordelings- en beheersingsniveaus! Onderliggende misdrijven en hoofdtrends in het witwassen van geld? Raadpleeg het jaarverslag van de CFI Risicobeoordeling: de criteria van de FAG hoe plaats ik de cliënt op de goede risicoschaal? Klantenonderzoek: een tabel zegt meer dan duizend woorden! Verscherpt klantenonderzoek: hoe handel ik ernaar? Vereenvoudigd klantenonderzoek: met omzichtigheid toepassen! Voortdurende waakzaamheid: beter twee keer dan één! Atypische verrichtingen opsporen en behandelen! Bijhouden en actualiseren: meer dan een loutere formaliteit! Verplichtingen in geval van twijfel over de waarheidsgetrouwheid of juistheid van de identificatiegegevens van een bestaande cliënt Klantenonderzoek De gegevens en documenten die tijdens de know-your-customerprocedure (lasthebber, uiteindelijke begunstigde, doel en aard van de zakelijke relatie) verkregen werden, leggen de basis voor de vaststelling van het risicoprofiel van de cliënt. Dat risicoprofiel bepaalt tot slot welke waakzaamheidsprocedure dient te worden toegepast. Dat risiconiveau zal gedurende de hele zakelijke relatie met de cliënt behouden blijven /3

20 Customer due diligence Risico s van witwassen van geld en van financiering van terrorisme: vier beoordelings- en beheersingsniveaus! We kaartten het al aan op pagina s 7-10! De risicogeoriënteerde aanpak was enkel van toepassing voor de meldingsplichtigen in de zin van de wet van 11 januari 1993, inclusief in zekere mate voor hun toezichthoudende overheden. Die benadering vormde een belangrijke inbreng van de 3de AML/FT-richtlijn, maar wordt aanzienlijk versterkt door de publicatie van de 4de AML/FT-richtlijn. 34 Een piramide met vier niveaus Gevolg? Het beheer van de witwas- en de terrorismefinancieringsrisico s houdt vandaag verplichtingen en beslissingen op vier beoordelingsniveaus, in zodat ze voldoende flexibel kunnen worden uitgevoerd om rekening te houden met de verschillende situaties en de verschillende actoren: Supranationaal (art. 6). De Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ESA; Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en Europese Autoriteit voor effecten en markten) krijgen de opdracht om een gezamenlijk advies uit te brengen over de witwasrisico s en terrorismefinancieringsrisico s die een invloed op de interne markt hebben. Om de twee jaar zal een rapport gepubliceerd worden waarin de risico s op witwassen en terrorismefinanciering worden geïdentificeerd en geanalyseerd. Het rapport zal uiterlijk op 26 juni 2017 opgesteld zijn. Nationaal (art. 7). Elke lidstaat moet een indeling opstellen van de witwas- en terrorismefinancieringsrisico s waarmee ze worden geconfronteerd om ze te beoordelen, inzichtelijk te maken en te beperken, meer bepaald op basis van het ESA-advies. Zo kan de adequate en efficiënte toewijzing van de middelen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering worden geconcentreerd op de situaties en gebieden die een hoog risiconiveau inhouden. In dat kader zouden de lidstaten een autoriteit moeten aanstellen om de nationale respons op die vastgestelde risico s te coördineren. Ook moet de lidstaat aan de verschillende meldingsplichtige entiteiten de verschillende situaties aanwijzen waarin ze verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen moeten treffen en die maatregelen indien nodig verduidelijken. Meldingsplichtigen (art. 8). Rekening houdend met de beoordelingen van de lidstaten en van de toezichthoudende overheden moeten de meldingsplichtige entiteiten van de 4de AML/FT-richtlijn, in de derde lijn, de risico s die inherent zijn aan hun activiteit in kaart brengen en klantenonderzoeksmaatregelen nemen die aangepast zijn aan en in verhouding staan tot de aard en de omvang van de meldingsplichtige entiteiten. Die maatregelen hebben tot doel de witwas- en terrorisme- 2015/3 23

Driemaandelijks tijdschrift van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten www.iec-iab.be Nr. 3 / 2015

Driemaandelijks tijdschrift van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten www.iec-iab.be Nr. 3 / 2015 AFGIFTEKANTOOR: 3000 LEUVEN I P608443 IEC-IAB E. JACQMAINLAAN 135/2 BE-1000 BRUSSEL Driemaandelijks tijdschrift van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten www.iec-iab.be Nr. 3 / 2015

Nadere informatie

Cliquez pour modifier les styles du texte du masque. Deuxième niveau Troisième niveau Quatrième niveau. Cinquième niveau

Cliquez pour modifier les styles du texte du masque. Deuxième niveau Troisième niveau Quatrième niveau. Cinquième niveau Cliquez Institut et des modifiez Réviseurs d Entreprises le titre Norm en omzendbrief van het IBR inzake anti- Cliquez pour modifier les styles du texte du masque 29 juni 2011 Deuxième niveau Troisième

Nadere informatie

Identiteit van de uiteindelijk begunstigden van een vennootschap

Identiteit van de uiteindelijk begunstigden van een vennootschap Identiteit van de uiteindelijk begunstigden van een vennootschap Argenta Spaarbank nv Dienst Personenbeheer Belgiëlei 49-53, 2018 ANTWERPEN FSMA 27316 RPR Antwerpen btw BE 0404.453.574 Kenmerk: PBUBOA

Nadere informatie

I. Openbare verklaring van de FAG van 23 oktober 2015

I. Openbare verklaring van de FAG van 23 oktober 2015 MEDEDELING Rechtsgebieden met strategische tekortkomingen op het gebied van de bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme zoals vastgesteld door de Financiële Actiegroep (FAG) en de te nemen

Nadere informatie

COMPLIANCE RICHTLIJNEN

COMPLIANCE RICHTLIJNEN Meldpunt Ongebruikelijke Transacties Afdeling Toezicht COMPLIANCE RICHTLIJNEN Ter bevordering van de naleving en handhaving van de Wet MOT en WID, voor een effectieve bestrijding van Money Laundering en

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

NIEUWE WET VERPLICHT ADVOCATEN, AC- COUNTANTS EN BELASTINGADVISEURS TOT CLIËNTENONDERZOEK

NIEUWE WET VERPLICHT ADVOCATEN, AC- COUNTANTS EN BELASTINGADVISEURS TOT CLIËNTENONDERZOEK NIEUWE WET VERPLICHT ADVOCATEN, AC- COUNTANTS EN BELASTINGADVISEURS TOT CLIËNTENONDERZOEK Niet alleen banken vragen vaker om uw paspoort of rijbewijs. Sinds 2003 doen advocaten, accountants en belastingadviseurs

Nadere informatie

FATF evaluatieverslag: gevolgen voor België. Cel voor Financiële Informatieverwerking (CTIF-CFI)

FATF evaluatieverslag: gevolgen voor België. Cel voor Financiële Informatieverwerking (CTIF-CFI) FATF evaluatieverslag: gevolgen voor België Cel voor Financiële Informatieverwerking (CTIF-CFI) FATF evaluatieverslag: gevolgen voor België 1. Inleiding 2. Wat zijn de algemene conclusies? 3. Wat zijn

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 19 juli 2007

No.W /III 's-gravenhage, 19 juli 2007 ................................................................................... No.W06.07.0169/III 's-gravenhage, 19 juli 2007 Bij Kabinetsmissive van 21 juni 2007, no.07.001943, heeft Uwe Majesteit,

Nadere informatie

MEDEDELING. 22 juni Deze mededeling vervangt de voorgaande mededeling van 16 februari 2012.

MEDEDELING. 22 juni Deze mededeling vervangt de voorgaande mededeling van 16 februari 2012. ctif c 1 MEDEDELING Landen met strategische tekortkomingen op het gebied van de bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme zoals vastgesteld door de FAG en de te nemen maatregelen voor deze

Nadere informatie

7768/15 ADD 1 REV 1 mak/hh 1 DPG

7768/15 ADD 1 REV 1 mak/hh 1 DPG Raad van de Europese Unie Brussel, 17 april 2015 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2013/0025 (COD) 7768/15 ADD 1 REV 1 CODEC 463 EF 65 ECOFIN 235 DROIPEN 30 CRIMORG 32 NOTA I/A-PUNT van: aan: Betreft:

Nadere informatie

Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Handleiding voor Verkopers van goederen

Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Handleiding voor Verkopers van goederen Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Handleiding voor Verkopers van goederen Versie: 04-07-2013 Inleiding Vanaf 1 augustus 2008 is de Wet

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Alain Claes Onderwerp De nabije toekomst: derde Europese antwitwasrichtlijn Datum Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten

Nadere informatie

16 februari Deze mededeling vervangt de voorgaande mededeling van 28 oktober 2011.

16 februari Deze mededeling vervangt de voorgaande mededeling van 28 oktober 2011. MEDEDELING Landen met strategische tekortkomingen op het gebied van de bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme zoals vastgesteld door de FAG en de te nemen maatregelen voor deze landen

Nadere informatie

29/09/ seminarie stagiairs 1

29/09/ seminarie stagiairs 1 DE PREVENTIEVE ANTIWITWASWETGEVING : & DE BOEKHOUDER BIBF Een inleiding Frank Haemers Juridische dienst BIBF INLEIDING WITWASSEN BESTRIJDEN Repressief luik Preventief luik Art 505 Strafwetboek Wet 11 januari

Nadere informatie

Wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de artikelen 107 tot 122.

Wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de artikelen 107 tot 122. de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 35 88 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be Mededeling Brussel, 2 juni 2017 Kenmerk: NBB_2017_18 uw correspondent:

Nadere informatie

Aanvraagformulier openen Rabo Business Account voor vennootschappen of VZW

Aanvraagformulier openen Rabo Business Account voor vennootschappen of VZW Aanvraagformulier openen Rabo Business Account voor vennootschappen of VZW 1. Identificatie vennootschap: Sociale benaming: Vennootschapsvorm: Handelsbenaming: Aard van de activiteit: Ondernemingsnummer:

Nadere informatie

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005 KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hoogstraat, 139, B-1000 Brussel Tel. : +32(0)2/213.85.40 E-mail : commission@privacy.f gov.be Fax. : +32(0)2/213.85.65 http://www.privacy.fgov.be/ COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING

Nadere informatie

De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme

De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme 31 juli 2008 Implementatie derde witwasrichtlijn Per vrijdag 1 augustus 2008 wijzigt de integriteitswetgeving. De Eerste

Nadere informatie

Verklaring m.b.t. de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van rechtspersonen en andere juridische constructies

Verklaring m.b.t. de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van rechtspersonen en andere juridische constructies Verklaring m.b.t. de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van rechtspersonen en andere juridische constructies De wet ter voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering, verplicht

Nadere informatie

DE PREVENTIEVE ANTIWITWASWETGEVING : & DE BOEKHOUDER BIBF. Een inleiding. Frank Haemers Juridische dienst BIBF

DE PREVENTIEVE ANTIWITWASWETGEVING : & DE BOEKHOUDER BIBF. Een inleiding. Frank Haemers Juridische dienst BIBF DE PREVENTIEVE ANTIWITWASWETGEVING : & DE BOEKHOUDER BIBF Een inleiding Frank Haemers Juridische dienst BIBF INLEIDING WITWASSEN BESTRIJDEN Repressief luik Preventief luik Art 505 Strafwetboek Wet 11 januari

Nadere informatie

Brussel, 6 december Geachte heer Geachte Mevrouw

Brussel, 6 december Geachte heer Geachte Mevrouw Brussel, 6 december 2016 Geachte heer Geachte Mevrouw Gelet op de recente nationale en internationale ontwikkelingen, verwacht de Bank van de financiële instellingen dat zij, binnen de grenzen van hun

Nadere informatie

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging De wet ter voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering verplicht de banken tot

Nadere informatie

Identificatieformulier van uw uiteindelijke begunstigden Formulier voor Belgische vzw s

Identificatieformulier van uw uiteindelijke begunstigden Formulier voor Belgische vzw s Identificatieformulier van uw uiteindelijke begunstigden Formulier voor Belgische vzw s Om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen, bent u wettelijk verplicht om uw uiteindelijke

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

INLEIDING. Interne organisatie van de beroepsbeoefenaars.

INLEIDING. Interne organisatie van de beroepsbeoefenaars. I. Reglement inzake de toepassing van de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme INLEIDING De Wet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 237 Wijziging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties ter uitvoering van richtlijn nr. 2005/60/EG

Nadere informatie

Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Handleiding voor Makelaars in onroerende zaken

Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Handleiding voor Makelaars in onroerende zaken Belastingdienst/Bureau Toezicht Wwft Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Handleiding voor Makelaars in onroerende zaken Versie: 04-07-2013 Inleiding Vanaf 1 augustus 2008 is

Nadere informatie

DE LWTF: DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN VOOR VRIJE BEROEPSBEOEFENAREN. mr. George Croes (Senior Policy Advisor Integrity Supervision Dept.

DE LWTF: DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN VOOR VRIJE BEROEPSBEOEFENAREN. mr. George Croes (Senior Policy Advisor Integrity Supervision Dept. DE LWTF: DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN VOOR VRIJE BEROEPSBEOEFENAREN 30 juni 2011 mr. George Croes (Senior Policy Advisor Integrity Supervision Dept.) 30 juni 2011 1 I. Introductie: Achtergrond LWTF II.

Nadere informatie

Toelichting bij de verplichtingen van de vastgoedmakelaar in het kader van de antiwitwaswetgeving BIV

Toelichting bij de verplichtingen van de vastgoedmakelaar in het kader van de antiwitwaswetgeving BIV Toelichting bij de verplichtingen van de vastgoedmakelaar in het kader van de antiwitwaswetgeving BIV In 1993 beoogde de antiwitwaswet 1 preventieve maatregelen te installeren ten aanzien van ondernemingen

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer 1/6 Advies 30/2016 van 8 juni 2016 Betreft: Advies uit eigen beweging over de mededeling door de Kruispuntbank van Ondernemingen van gegevens betreffende de functies die een persoon uitoefent binnen een

Nadere informatie

Sectoraal comité van het Rijksregister en sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid

Sectoraal comité van het Rijksregister en sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid Ziekenhuis....... Sectoraal comité van het Rijksregister en sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid Sint-Pieterssteenweg 375 1040 BRUSSEL Ref.nr. : Dossier behandeld door :. Tel.:.

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 004 Commissie verzoekschriften 009 9.0.007 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 077/007, ingediend door Dominique Voillemot (Franse nationaliteit), hoofd van de Franse delegatie

Nadere informatie

Rol van de CFI, samenwerking en doelstellingen

Rol van de CFI, samenwerking en doelstellingen Rol van de CFI, samenwerking en doelstellingen Kris Meskens, Secretaris-generaal CFI Conferentie 8 december 2016 «Strijd tegen het witwassen van geld» Structuur, doelstellingen en huidige werkwijze CFI

Nadere informatie

Aanvragen van een machtiging bij het Sectoraal comité voor de Federale Overheid

Aanvragen van een machtiging bij het Sectoraal comité voor de Federale Overheid Aanvragen van een machtiging bij het Sectoraal comité voor de Federale Overheid A Algemeen luik Voor elke machtigingsaanvraag moeten delen A, B en C van dit formulier correct worden ingevuld. Indien de

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/035 BERAADSLAGING NR 11/026 VAN 5 APRIL 2011 MET BETREKKING TOT DE RAADPLEGING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Belangrijkste gegevens van het dossier

Belangrijkste gegevens van het dossier Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris Ref : Accom AFWIJKING 2006/9 Samenvatting van het advies dd. 21 september 2006 met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel

Nadere informatie

Factureringsregels van toepassing vanaf 1 januari 2013 volgend op de omzetting. in het Belgisch recht van richtlijn 2010/45/EU

Factureringsregels van toepassing vanaf 1 januari 2013 volgend op de omzetting. in het Belgisch recht van richtlijn 2010/45/EU volgend op de omzetting in het Belgisch recht van richtlijn 2010/45/EU Het betrouwbaar controlespoor Als u denkt dat Btw reglementering eenvoudig is, of u niet btw plichtig bent, leest u best niet verder.

Nadere informatie

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis; 1/8 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr 98/2014 van 19 november 2014 Betreft: Aanvraag van de Nationale Bank van België (NBB) om toegang te krijgen tot het Rijksregister en het Rijksregisternummer

Nadere informatie

(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN

(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN 17.6.2017 L 155/1 II (Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1018 VAN DE COMMISSIE van 29 juni 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

5933/4/15 REV 4 ADD 1 LAS/mt 1 DPG

5933/4/15 REV 4 ADD 1 LAS/mt 1 DPG Raad van de Europese Unie Brussel, 28 april 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0025 (COD) 5933/4/15 REV 4 ADD 1 MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: EF 26 ECOFIN 70 DROIPEN 14 CRIMORG 16 CODEC

Nadere informatie

Circulaire. Structuur

Circulaire. Structuur de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 38 12 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be Circulaire Brussel, 12 juli 2016 Kenmerk: NBB_2016_32 uw correspondent:

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT ONTWERPADVIES. Commissie internationale handel en consumentenbescherming VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) 31.1.

EUROPEES PARLEMENT ONTWERPADVIES. Commissie internationale handel en consumentenbescherming VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) 31.1. EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie internationale handel en consumentenbescherming 31.1.2005 VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) ONTWERPADVIES van de Commissie internationale handel en consumentenbescherming

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie L 214/29

Publicatieblad van de Europese Unie L 214/29 4.8.2006 Publicatieblad van de Europese Unie L 214/29 RICHTLIJN 2006/70/EG VAN DE COMMISSIE van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement

Nadere informatie

Deze herziene versie van het verslag is opgesteld na bespreking in de Groep materieel strafrecht van 23 juni 2004.

Deze herziene versie van het verslag is opgesteld na bespreking in de Groep materieel strafrecht van 23 juni 2004. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 juli 2004 (23.07) (OR. en) 0369//04 REV PUBLIC LIMITE DROIPEN 24 NOTA van: het voormalige Ierse voorzitterschap aan: het Comité van artikel 36 nr. vorig

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : 10

Nadere informatie

Samenvatting HOE STEL IK MIJN HANDLEIDING OP IN VIER STAPPEN? 14/10/2014. Inleiding Basisaanpak m.b.t. 4 stappen Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Gesprek

Samenvatting HOE STEL IK MIJN HANDLEIDING OP IN VIER STAPPEN? 14/10/2014. Inleiding Basisaanpak m.b.t. 4 stappen Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Gesprek HOE STEL IK MIJN HANDLEIDING OP IN VIER STAPPEN? STEFAN STREMERSCH Accountant en belastingsconsulent 1 Samenvatting Inleiding Basisaanpak m.b.t. 4 stappen Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Gesprek 2 1 3 4 2

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE EF 76 ECOFIN 269 CRIMORG 137 CODEC 744 NOTA van: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie

ECB-PUBLIC ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK. van 18 augustus 2011

ECB-PUBLIC ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK. van 18 augustus 2011 NL ECB-PUBLIC ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 18 augustus 2011 betreffende de bescherming tegen valsemunterij en de handhaving van de kwaliteit van de geldomloop (CON/2011/64) Inleiding en rechtsgrondslag

Nadere informatie

Actualisering van de Uiteindelijke Begunstigden van een vennootschap

Actualisering van de Uiteindelijke Begunstigden van een vennootschap Actualisering van de Uiteindelijke Begunstigden van een vennootschap $ $ 1. Identificatie van de rekeninghouder HANDELSNAAM:... ADRES VAN DE MAATSCHAPPELIJKE ZETEL: Straat... Nr... Bus... Ondernemingsnummer:......

Nadere informatie

N.V. Jean VERHEYEN (Verzekeringsagent) Bedrijfspolitiek op het gebied van de belangenconflicten

N.V. Jean VERHEYEN (Verzekeringsagent) Bedrijfspolitiek op het gebied van de belangenconflicten MiFID Belangenconflicten beleid Versie 18/08/2014 - Deze versie annuleert en vervangt alle vorige versies 1. Inleiding Conform de Europese reglementering (Markets in Financial Instruments Directive, hierna

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Aanvraagformulier openen Rabo Business Account voor een feitelijke vereniging

Aanvraagformulier openen Rabo Business Account voor een feitelijke vereniging Aanvraagformulier openen abo Business Account voor een feitelijke vereniging Gegevens van de feitelijke vereniging: Sociale benaming: Oprichtingsdatum: Doel van de vereniging: BTW-nummer: ]]]]]]]]] ]]]]]]]]]

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op kredietinstellingen

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op kredietinstellingen Prudentieel toezicht op kredietinstellingen Brussel, 30 december 1997 CIRCULAIRE D1 97/10 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN Mevrouw, Mijnheer, De hoeksteen voor de goede werking van de financiële sector is het

Nadere informatie

Compliance Charter ERGO Insurance nv

Compliance Charter ERGO Insurance nv Compliance Charter ERGO Insurance nv Inleiding Op basis van de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance aan de verzekeringsondernemingen werd een wettelijke verplichting opgelegd aan de

Nadere informatie

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING 2. VERSTEVIGING VAN RISICOMANAGEMENT Van belang is een goed samenspel tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de auditcommissie, evenals goede communicatie met

Nadere informatie

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INHOUDSOPGAVE Paragrafen Inleiding... 1-4 Reikwijdte en doelstellingen van de interne audit... 5 Verhouding

Nadere informatie

Speaking Notes. e-invoicing: Juridisch luik

Speaking Notes. e-invoicing: Juridisch luik Speaking Notes e-invoicing: Juridisch luik 1 Op 1 januari 2013 treden er in België nieuwe factureringsregels in werking in verband met de belasting over de toegevoegde waarde. Deze wijzigingen werden aangebracht

Nadere informatie

Formulier voor de benoeming van een lid van een operationeel orgaan van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening

Formulier voor de benoeming van een lid van een operationeel orgaan van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening Bijlage Bijlage bij de uniforme brief van 23 mei 2007 Formulier voor de benoeming van een lid van een operationeel orgaan van een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening Toepassingsveld: Artikelen

Nadere informatie

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES over EEN ONTWERP VAN WET INZAKE HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP DE ONAFHANKELIJK FINANCIËLE PLANNERS EN INZAKE HET VERSTREKKEN

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007; SCSZ/07/122 1 BERAADSLAGING NR. 07/036 VAN 2 OKTOBER 2007 MET BETREKKING TOT MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE 29.11.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 314/41 AANBEVELINGEN AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 22 november 2011 betreffende de procedure voor de erkenning van opleidingcentra en examinatoren voor

Nadere informatie

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 18 juli 2017

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 18 juli 2017 A D V I E S Nr. 2.044 ------------------------------ Zitting van dinsdag 18 juli 2017 ----------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit houdende diverse maatregelen inzake detachering

Nadere informatie

SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE. De leden van het Auditcomité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van twee jaar.

SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE. De leden van het Auditcomité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van twee jaar. SOLVAY NV HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITE I. SAMENSTELLING VAN HET AUDITCOMITÉ 1. Aantal leden - Duur van de mandaten Het Auditcomité telt minstens vier leden. De leden van het Auditcomité

Nadere informatie

Aanvraagformulier opening rekening voor een zelfstandige

Aanvraagformulier opening rekening voor een zelfstandige 1/5 Aanvraagformulier opening rekening voor een zelfstandige 1. Identificatie o Zelfstandige o Vrij beroep o Bestuurder/zaakvoerder van een vennootschap Zo ja, vennootschapsvorm: ]]]]]]]]]]]]] Familienaam:

Nadere informatie

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29; Advies nr 34/2016 van 29 juni 2016

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29; Advies nr 34/2016 van 29 juni 2016 1/6 Advies nr 34/2016 van 29 juni 2016 Betreft: Advies betreffende het ontwerp van Koninklijk besluit tot wijziging van het Koninklijk besluit van 11 maart 2015 ter uitvoering van artikel 3, 5, 3 van de

Nadere informatie

Aanbevelingen in verband met de oproepingen tot de algemene vergadering

Aanbevelingen in verband met de oproepingen tot de algemene vergadering Mededeling FSMA_2013_06 dd. 27 februari 2013 Aanbevelingen in verband met de oproepingen tot de algemene vergadering Toepassingsveld: De Belgische emittenten waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de

Nadere informatie

VERSOEPELING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET AANHOUDEN VAN HET SOLVAC-AANDEEL

VERSOEPELING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET AANHOUDEN VAN HET SOLVAC-AANDEEL Brussel, 1 oktober 2015 VERSOEPELING VAN DE VOORWAARDEN VOOR HET AANHOUDEN VAN HET SOLVAC-AANDEEL Er wordt aan herinnerd dat krachtens de artikelen 6 tot 8 van de statuten alle Solvacaandelen op naam zijn

Nadere informatie

CIRCULAIRE PPB CPB van de CBFA over de voorbereiding op de inwerkingtreding van de MiFID- richtlijn

CIRCULAIRE PPB CPB van de CBFA over de voorbereiding op de inwerkingtreding van de MiFID- richtlijn Prudentieel beleid Brussel, 20 juni 2007 CIRCULAIRE PPB-2007-8-CPB van de CBFA over de voorbereiding op de inwerkingtreding van de MiFID- richtlijn (circulaire aan de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen,

Nadere informatie

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 1. Inleiding Dit verslag bevat de informatie zoals bepaald in artikel 15 van de wet van 22 juli 1953 houdende de oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren, aangepast

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen EIOPA-BoS-12/069 NL Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringsondernemingen 1/8 1. Richtsnoeren Inleiding 1. Artikel 16 van de Eiopa-verordening 1 (European Insurance and Occupational

Nadere informatie

INSTITUUT VAN DE ACCOUNTANTS EN DE BELASTINGCONSULENTEN (I.A.B.)

INSTITUUT VAN DE ACCOUNTANTS EN DE BELASTINGCONSULENTEN (I.A.B.) INSTITUUT VAN DE ACCOUNTANTS EN DE BELASTINGCONSULENTEN (I.A.B.) Instituut opgericht bij wetten van 21 februari 1985 en van 22 april 1999 Belgisch Staatsblad van 28 februari 1985 en 11 mei 1999 Zetel:

Nadere informatie

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN INHOUDSOPGAVE Paragrafen Inleiding... 1-4 Relevant orgaan... 5-10 Te communiceren controle-aangelegenheden

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen op het vlak van witwaspreventie

Recente ontwikkelingen op het vlak van witwaspreventie Circulaire FSMA_2013_20 d.d. 18/12/2013 Recente ontwikkelingen op het vlak van witwaspreventie Toepassingsveld: Alle ondernemingen die onder toezicht staan van de Nationale Bank van België en de Autoriteit

Nadere informatie

hierna elk afzonderlijk "de Autoriteit" en gezamenlijk "de Autoriteiten" genoemd,

hierna elk afzonderlijk de Autoriteit en gezamenlijk de Autoriteiten genoemd, 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten over de buitenlandse beleggingsondernemingen De Nationale Bank van België (hierna "de Bank"),

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

Charco & Dique. Trustkantoren. Risk Management & Compliance. DNB Nieuwsbrief Trustkantoren

Charco & Dique. Trustkantoren. Risk Management & Compliance. DNB Nieuwsbrief Trustkantoren Trustkantoren DNB Nieuwsbrief Trustkantoren Sinds 2012 publiceert De Nederlandsche Bank (DNB) drie keer per jaar de Nieuwsbrief Trustkantoren. Zij publiceert de Nieuwsbrief Trustkantoren om de wederzijdse

Nadere informatie

EXTERNE LEIDRAAD VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 62 VAN DE BANKWET

EXTERNE LEIDRAAD VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 62 VAN DE BANKWET 1/5 EXTERNE LEIDRAAD VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 62 VAN DE BANKWET SOORTEN CUMULBEPERKINGEN STRUCTUUR ARTIKEL 62 De wettelijke cumulbeperkingen, zoals geformuleerd in artikel 62 van de wet van 25 april

Nadere informatie

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité Bijlage 3 Intern reglement van het Auditcomité 1. Samenstelling en vergoeding Het Comité bestaat uit twee leden die door de Raad van Bestuur van de Zaakvoerder worden aangeduid uit de onafhankelijke Bestuurders.

Nadere informatie

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 18 juli 2017

A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 18 juli 2017 A D V I E S Nr. 2.049 ------------------------------ Zitting van dinsdag 18 juli 2017 ----------------------------------------- Voorontwerp van wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende

Nadere informatie

A8-0326/ Toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten

A8-0326/ Toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten 18.11.2016 A8-0326/ 001-022 AMENDEMENTEN 001-022 ingediend door de Commissie economische en monetaire zaken Verslag Emmanuel Maurel Toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten A8-0326/2016

Nadere informatie

PRIVACY REGLEMENT - 2015

PRIVACY REGLEMENT - 2015 PRIVACY REGLEMENT - 2015 Jasnante re-integratie onderdeel van Jasnante Holding B.V. (kvk nr. 52123669 ) gevestigd aan de Jacob van Lennepkade 32-s, 1053 MK te Amsterdam draagt zorg voor de geheimhoudingsverplichting

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom ADVIES 2004/1 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

5748/15 ADD 2 ons/gra/mt 1 DGG 1B

5748/15 ADD 2 ons/gra/mt 1 DGG 1B Raad van de Europese Unie Brussel, 2 februari 2015 (OR. en) Interinstitutionele dossiers: 2013/0024 (COD) 2013/0025 (COD) 5748/15 ADD 2 EF 20 ECOFIN 55 DROIPEN 8 CRIMORG 14 CODEC 127 NOTA I/A-PUNT van:

Nadere informatie

Privacyreglement. Drive The Care Company b.v. Sint Martinusstraat CK Venlo Telefoon

Privacyreglement. Drive The Care Company b.v. Sint Martinusstraat CK Venlo Telefoon Privacyreglement Drive The Care Company b.v. Sint Martinusstraat 70 5911 CK Venlo Telefoon 077 467 40 33 E-mail: info@mentaalspecialist.nl Privacyreglement Versie : 1.1 Versiedatum: 04-06-2008 Inleiding

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

ADVIES Nr 10 / 2001 van 25 APRIL 2001

ADVIES Nr 10 / 2001 van 25 APRIL 2001 ADVIES Nr 10 / 2001 van 25 APRIL 2001 O. Ref. : 10 / A / 2001 / 10 BETREFT : Ontwerp van koninklijk besluit waarbij de V.Z.W. Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat gemachtigd wordt om toegang

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

B.I.B.F. Legrandlaan BRUSSEL Tel: 02/ Fax: 02/

B.I.B.F. Legrandlaan BRUSSEL Tel: 02/ Fax: 02/ B.I.B.F. Legrandlaan 45 1050 BRUSSEL Tel: 02/626.03.80 Fax: 02/626.03.90 www.bibf.be betreffende de verplichtingen inzake identificatie en kantoororganisatie in toepassing van het Reglement van het BIBF

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen

Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen EIOPA(BoS(13/164 NL Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen EIOPA WesthafenTower Westhafenplatz 1 60327 Frankfurt Germany Phone: +49 69 951119(20 Fax: +49 69 951119(19

Nadere informatie

Voorafgaande opmerkingen

Voorafgaande opmerkingen FAQ betreffende het reglement van de FSMA van 17 januari 2017 over de medewerking van de bedrijfsrevisoren aan het toezicht op de naleving van de EMIR-verordening door de niet-financiële tegenpartijen

Nadere informatie

VRAGENLIJST KWALITEITSTOETSING

VRAGENLIJST KWALITEITSTOETSING VRAGENLIJST KWALITEITSTOETSING Hein Vandelanotte Voorzitter Commissie kwaliteitstoetsing Inleiding Objectief en duidelijk afgelijnd kader Vragenlijsten identiek voor iedereen Uitgewerkt door Commissie

Nadere informatie

Bijlage 7 De risk-based approach van de Wwft

Bijlage 7 De risk-based approach van de Wwft Bijlage 7 De risk-based approach van de Wwft Drs. E.Y.C. Ligthart en mr. M.E.M. Suijkerbuijk 1 Inleiding Sinds 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)

Nadere informatie

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna het Comité); 1/9 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr. 11/2016 van 2 maart 2016 Betreft: machtigingsaanvraag van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten om toegang te krijgen

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

INSCHRIJVINGSFORMULIER

INSCHRIJVINGSFORMULIER APHILION Q² Beleggingsvennootschap met veranderlijk naar Belgisch recht Havenlaan 86C, bus 320, te 1000 Brussel Ondernemingsnummer: 0475805685 Inschrijvingsformulier Aphilion Q² 1/5 INSCHRIJVINGSFORMULIER

Nadere informatie

FSMA_2011_01 dd. 27 april 2011

FSMA_2011_01 dd. 27 april 2011 Mededeling FSMA_2011_01 dd. 27 april 2011 Mededeling inzake de wet van 20 december 2010 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen Toepassingsveld:

Nadere informatie

Uw cliëntenacceptatiebeleid, een last of een lust? Voordelen van de opdrachtbrief: een must Betalingen in contanten.

Uw cliëntenacceptatiebeleid, een last of een lust? Voordelen van de opdrachtbrief: een must Betalingen in contanten. Uw cliëntenacceptatiebeleid, een last of een lust? Voordelen van de opdrachtbrief: een must Betalingen in contanten. Jos De Blay, lid van het Uitvoerend Comité voorzitter interinstituten werkgroep witwassen

Nadere informatie

Circulaire. Toepassingsveld. Samenvatting/Doelstelling. Brussel, 18 december 2013. Recente ontwikkelingen op het vlak van witwaspreventie

Circulaire. Toepassingsveld. Samenvatting/Doelstelling. Brussel, 18 december 2013. Recente ontwikkelingen op het vlak van witwaspreventie Circulaire Nationale Bank van België n.v. de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 35 88 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be FSMA Congresstraat 12-14

Nadere informatie