Optimalisatie van Onderhoud Onderhoud op basis van risico Suppletiepompstation Gouda 7 november 2012 Status Definitief Versie 0.0 Oasen N.V. Nieuwe Gouwe O.Z. 3 Postbus 122 2800 AC Gouda T 0182 59 35 30 www.oasen.nl Pagina 1 van 26
Optimalisatie van Onderhoud Onderhoud op basis van risico Suppletiepompstation Gouda 7 november 2012 Status Definitief Foto: Suppletiepompstation Gouda Versie 0.0 Opdrachtgever: Arie Haasnoot Steller: Afdeling Onderhoud Bijdrage: MaxGrip Verspreiding: Intern Revisiebeheer: Revisie Datum Opmerking 1 2 3 Oasen N.V. Nieuwe Gouwe O.Z. 3 Postbus 122 2800 AC Gouda 4 5 T 0182 59 35 30 www.oasen.nl Pagina 2 van 26
Voorwoord Voor u ligt het rapport OPTIMALISATIE VAN ONDERHOUD; Onderhoud op basis van Risico Het rapport is opgedeeld in 2 delen; Deel 1 geldt als algemene uiteenzetting waarin in algemene zin wordt ingegaan op bijvoorbeeld de missie en visie van Oasen Drinkwater ( 1.1) en de relatie daarmee met onderhoud en haar bedrijfsdoelstellingen ( 1.1.3). De onderhoudsorganisatie van Oasen wil in de toekomst het onderhoud uitvoeren op basis van risico. Een methode om vast te stellen welke onderdelen of faaloorzaken zorgen voor risico s is de FMECA. In deel 1 van dit rapport wordt hier ook kort op ingegaan ( 1.2.2), evenals een korte inleiding op het onderhoud op basis van risico s ( 1.3). Tevens is er in 1.3.5 een uiteenzetting van de onderhoudsvisie gegeven, met name conditiebepaling op basis van de NEN-2767. Deel 2 van dit rapport gaat specifiek over een uitgevoerde FMECA op SPS Gouda. Dit deel gaat meer over het project, de organisatie daarvan ( 2.1), maar uiteraard ook over de resultaten van de FMECA ( 2.3). In dit deel zijn alle kritieke onderdelen van de installatie SPS Gouda opgenomen, inclusief standtijden en effecten daarvan ( 2.3.4). Tevens zijn er paragraven opgenomen die specifiek gaan over de te nemen acties ( 2.4) en de aanbeveling van modificaties om kritieke installatie(onderdelen) niet meer als kritiek aan te merken, dan wel de kans op falen te minimaliseren tot een acceptabel risico ( 2.5). In de bijlagen zijn de risicomatrices van Oasen te vinden (Bijlage 1). 7 november 2012 Pagina 3 van 26
Inhoud Voorwoord 3 Inhoud 4 1 Deel 1: Inleiding 5 1.1. Missie en bedrijfsdoelstellingen Oasen Drinkwater 5 1.1.1. Inleiding 5 1.1.2. Missie OASEN 5 1.1.3. Relatie met onderhoud 5 1.1.4. Wat is acceptabel? 6 1.2. FMECA 7 1.2.1. Inleiding 7 1.2.2. FMECA, de methode 7 1.3. Onderhoud op basis van risico 8 1.3.1. Inleiding 8 1.3.2. Gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) 9 1.3.3. Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) 9 1.3.4. Frequentie van toestandsafhankelijk onderhoud -inspecties 9 1.3.5. Onderhoudsconcepten 11 1.4. Onderhoudsvisie Oasen op basis van NEN-2767 11 1.4.1. Conditieverloop 11 1.4.2. Conditieniveaus 12 1.4.3. Belang, intensiteit en omvang van gebreken 12 1.4.4. Belang 12 1.4.5. Intensiteit 13 1.4.6. Omvang gebrek 13 1.4.7. Bepalen conditieniveau 13 2 Deel 2: FMECA SPS Gouda 14 2.1. Inleiding 14 2.1.1. SPS Gouda - Algemeen 14 2.1.2. Projectorganisatie 14 2.1.3. Opdrachtomschrijving 14 2.2. Aanpak FMECA 15 2.3. Resultaten 15 2.3.1. Resultaten FMECA 15 2.3.2. Uitgangspunten FMECA 15 2.3.3. Kritieke onderdelen Standtijden en Effecten 16 2.3.4. Grafische weergave van kritieke onderdelen 17 2.4. Kritieke onderdelen Onderhoud op basis van Risico 20 2.5. Aanbeveling van modificaties suppletiepompstation Gouda 22 3 Bijlage 1 - Risicomatrices 23 Pagina 4 van 26
1 Deel 1: Inleiding 1.1. Missie en bedrijfsdoelstellingen Oasen Drinkwater 1.1.1. Inleiding De bedrijfsvoering van Oasen is gebaseerd op de missie en visie van de organisatie, waarvan onderhoud een belangrijk integraal onderdeel uitmaakt. Dit betekent dat ook het onderhoud naadloos moet aansluiten op de missie en visie van Oasen. In het komende hoofdstuk is de missie van OASEN, in verkorte versie, beschreven. De missie van OASEN is de basis voor het te formuleren onderhoudsbeleid. 1.1.2. Missie OASEN De missie van Oasen luidt als volgt: Oasen is een maatschappelijk drinkwaterbedrijf. We zorgen op duurzame wijze voor drinkwater voor onze klanten. De volksgezondheid staat daarbij voorop. We hanteren hoge standaarden voor de kwaliteit en de beschikbaarheid van drinkwater en handelen doelmatig en klantgericht. Dat bereiken we door continue ontwikkeling en interactie met onze omgeving. 1.1.3. Relatie met onderhoud Onderhoud aan installaties doen we om diverse redenen. Zo bestaan er uiteenlopende redenen; van bedrijfseconomische- tot wet- en regelgeving waaraan de organisatie Oasen zich aan dient te houden. Voor de onderhoudsorganisatie bestaat er bijvoorbeeld wet- en regelgeving omtrent lozing van bedrijfswater op het oppervlaktewater of scheiding en afvoer van bepaalde residu uit waterzuiveringsprocessen. Vanzelfsprekend voert de onderhoudsorganisatie onderhoud uit om de licence to operate niet te verliezen. 7 november 2012 Het onderhoudsbeleid van Oasen moet bovendien bijdragen aan de missie van Oasen. Dit betekend praktisch: bijdragen aan: de in de missie genoemde volksgezondheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid. Maar hoe verhouden deze kernwaarden zicht dan tot onderhoud? Op het kernpunt van volksgezondheid zijn er binnen Oasen bijvoorbeeld de volgende raakpunten met onderhoud; wanneer de leidingdruk wegvalt zal de waterkwaliteit in het geding raken. Om het wegvallen van bv. de leidingdruk te voorkomen (lees: om dit risico daarop te verlagen), voert de onderhoudsorganisatie o.a. onderhoud uit. Dit onderhoud lost niet alleen het mogelijke probleem (het wegvallen van de leidingdruk) op, maar zal dit probleem in de toekomst mogelijk ook kunnen voorkomen. Weten welke installatie(-delen) onderhouden moet(en) worden vergt niet alleen specifieke technische kennis, maar ook kennis met betrekking op de mogelijke risico s bij falen van de installatie. Op het maatschappelijk vlak bestaat er ook een relatie met onderhoud; wanneer (back-up) installaties en voorzieningen in hun functie falen kunnen de gevolgen daardoor een behoorlijke (maatschappelijke) impact hebben. Om falen te voorkomen, zorgt de onderhoudsorganisatie ervoor dat de (back-up) installaties en voorzieningen regelmatig worden getest en onderhouden. Voorts krijgt Oasen hierdoor zicht op toekomstige gebreken, reparaties en vervangingen. Maar onder maatschappelijk wordt ook verstaan: luisteren naar klanten en hierop je leveringscapaciteit afstemmen en kunnen, dan wel willen garanderen. Daarnaast is het van (maatschappelijk) belang dat de organisatie zich kan verantwoorden voor het werk dat ze uitvoert, zoals: Waarom voer je op het ene installatiedeel wél preventief onderhoud uit en juist op een ander deel niet? Waaraan is het (onderhouds-)budget in periode x besteed? Of hoe voorkom je alle ongewenste situaties (dek je alle risico s af?), maar voer je tegelijkertijd niet het onderhoud met een gouden rand uit? Pagina 5 van 26
In duurzaamheid komen de ecologische, economische en sociale belangen bij elkaar. Op het onderhoud is deze zienswijze ook van toepassing. Wanneer het gaat om onderhoud, wil je deze belangen tegen elkaar af kunnen wegen; niet alleen in materiaalkeuze, maar ook in de (noodzakelijke) modificaties aan infrastructuur en het uitvoeren van wél of juist géén preventief onderhoud. Preventief onderhoud is in veel gevallen goedkoper dan het zogenaamde correctief onderhoud, doordat (ongewenst) uitval met grote (gevolg-)schade en zeer hoge kosten, worden voorkomen. Dit is dan ook de voornaamste reden om te kiezen voor preventief (kostenbesparend) onderhoud, ook al is dit niet noodzakelijk. 1.1.4. Wat is acceptabel? Zoals eerder beschreven dient de onderhoudsorganisatie met het uit te voeren onderhoud bij te dragen aan de bedrijfsdoelstellingen van de organisatie. Een organisatie omschrijft uit de missie een aantal bedrijfsdoelstellingen. Zij tracht de met, mensen, machines en middelen, de behaalde bedrijfsresultaten zo dicht mogelijk de bedrijfsdoelstellingen te benaderen. Veelal stelt de organisatie hier KPI s voor op; Kritieke Prestatie-Indicatoren. KPI s en bedrijfsdoelstellingen zijn vaak SMART beschreven; Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden. Resultaten die de onderhoudsorganisatie zou moeten behalen zijn ook SMART beschreven. Helaas kan een onderhoudsorganisatie niet alle storingen voorkomen. Het is dus niet realistisch onderhoudsdoelstellingen met betrekking tot falen te omschrijven die richting 0 (nul) neigen. Maar wat is dan wel acceptabel? Het risico dat uitgaat van een zekere storing wordt bepaald door de kans (standtijd) dat die storing zich voordoet, vermenigvuldigd met het effect op de bedrijfsdoelstelling. Kortweg: Risico = Kans * Effect. Deze vermenigvuldigingen kunnen worden uitgezet in een risicomatrix (zie ook figuur 1.1.4). Op basis van de plek in de matrix wordt de beslissing genomen of het risico voorkomen, dan wel verminderd moet worden door middel van het uitvoeren van preventief onderhoud. De risicogrens is een afgeleide van scenario s die wel of niet geaccepteerd worden. Door een risicogrens vast te stellen is men in staat per installatie (-onderdeel) aan te geven of het risico van de storing wordt getolereerd dan wel niet wordt getolereerd. Voor die storingen, waarvan het risico niet acceptabel is, geldt dat deze moet worden voorkomen. Classificatie van faalfrequentie Frequentie (kans) Effect Vaak Regelmatig Soms Bijna nooit Groot effect niet acceptabel niet acceptabel niet acceptabel niet acceptabel Gering effect niet acceptabel niet acceptabel acceptabel acceptabel Geen effect acceptabel acceptabel acceptabel acceptabel Classificatie van effecten Figuur 1.1.4 Oasen heeft in het verleden 4 risicomatrices in relatie tot haar bedrijfsdoelstellingen omschreven en daarin aangegeven welke effecten wél, en welke juist niet acceptabel zijn. Deze 4 matrices zijn te vinden in bijlage 1. Pagina 6 van 26
Gemakshalve wordt in dit rapport verder gesproken over de matrices: 1. Veiligheid; 2. Milieu; 3. Kwaliteit; 4. Leveringsbetrouwbaarheid. Voor de matrices Veiligheid, Milieu en Kwaliteit geldt dat deze twee-dimensionaal zijn (Risico = Kans * Effect), terwijl voor de matrix Leveringsbetrouwbaarheid een driedimensionale matrix is opgebouwd; naast de kans dat falen optreed, en de effecten van dat falen, is de duur van de opgetreden storing hierin ook een meegewogen factor. (Risico = Kans * Effect * Storingsduur). De storingsduur is de tijd die verstrijkt tussen het moment van opgetreden storing en dat het onderdeel weer functioneert waarvoor het is bedoelt. Vaak zijn dit reparatietijden, reactietijden en levertijden. Nadat duidelijk is welke effecten worden geaccepteerd, maar ook hoe vaak dit wél of niet wordt geaccepteerd, kan de onderhoudsorganisatie een risicoanalyse op een installatie(-deel) uitvoeren. De methode die Oasen hiervoor hanteert is de FMECA; Failure Mode, Effects and Criticality Analysis. 1.2. FMECA 1.2.1. Inleiding 7 november 2012 Een risicoanalyse is een middel waarmee voor een proces of een installatie(-deel) de mogelijke wijzen van falen, de effecten van falen en het risico van het falen op duidelijke en overzichtelijke wijze, structureel geanalyseerd en in kaart gebracht worden. Op basis van de resultaten van de risico- analyse kan een uitspraak worden gedaan over de risico s ten aanzien van de bedrijfsdoelstellingen. Tevens kan op basis van het bepaalde risico een aanbeveling worden gedaan met betrekking tot het uit te voeren onderhoud, zodat de bedrijfsdoelstellingen worden gehaald. Het is mogelijk de risico s van een proces of installatie kwantitatief te maken door middel van de risico- analyse. Een veel gebruikte methode voor risicoanalyse is de eerder genoemde FMECA-methode. 1.2.2. FMECA, de methode De FMECA methodiek; Failure Mode (faalvorm en -oorzaak), Effects (effecten) and Criticality Analysis (kwantitatieve analyse van het risico), is afgeleid van de norm van het Amerikaanse Ministerie van Defensie, de zogenaamde 'MIL-STD 1629A. Het doel van de FMECA is het in kaart brengen van: 1. Wijze van falen (hoe en hoe vaak en op welke manier); 2. Effecten van falen; 3. Signaleren van risico s van falen ten aanzien van de bedrijfsdoelstellingen. De kern van de FMECA methodiek is het uitvoeren van risicoanalyses. Een risicoanalyse is een middel waarmee de mogelijke wijze(n) van falen, en de effecten daarvan, geanalyseerd en in kaart worden gebracht voor een installatie of een gedeelte daarvan. Het in kaart brengen van de faalwijzen en effecten gebeurt per onderdeel. Afhankelijk van de locatie betreffen het de onderdelen: winning, zuivering, opslag, distributie en secundaire systemen. Pagina 7 van 26
Risico Tijdens het in kaart brengen van mogelijke wijze(n) van falen, en de effecten daarvan, worden de onderdelen vanuit twee verschillende oogpunten benaderd, te weten: 1. Bedrijfsvoering tijdens normale omstandigheden; 2. Bedrijfsvoering tijdens calamiteiten. Onder secundaire systemen vallen namelijk ook de beveiliging en back-up & noodsystemen. Doordat deze systemen bij normale bedrijfsvoering niet worden gebruikt en pas tijdens een calamiteit (bij falen van installatiedelen) automatisch (in)schakelen. Het falen van deze systemen komt pas aan het licht als deze nodig zijn. De resultaten van deze analyse (van faalkans en effecten daarvan) worden in de zogenaamde risicomatrices (zie ook 1.1.4) geplaatst. Daaruit volgt een indeling in kritieke- en niet-kritieke onderdelen van de geanalyseerde installatie. Kritieke onderdelen vallen in het rode gebied van één of meer risicomatrices, niet-kritieke onderdelen in het groene deel van één of meer risicomatrices. Dit houd in, het falen van een kritiek installatie(-deel) geeft een bepaald effect (een risico m.b.t. de bedrijfsdoelstellingen) wat onacceptabel is. Risico s kunnen worden verkleind door bijvoorbeeld het verwezenlijken van technische verbeteringen middels modificaties, het bijstellen van bedrijfsprocedures of door het aanpassen van het onderhoud. Wanneer de onderhoudsorganisatie van Oasen onderhoud uitvoert om risico s op bedrijfsdoelstellingen te vermijden, spreken we van onderhoud op basis van risico (zie ook 1.3). 1.3. Onderhoud op basis van risico 1.3.1. Inleiding Uit de risicoanalyse blijkt welke onderdelen een onacceptabel risico hebben ten aanzien van de bedrijfsdoelstellingen van Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.. Uitgangspunt bij het opstellen van een onderhoudsconcept op basis van risico is dat enkel preventief onderhoud wordt uitgevoerd om onacceptabele risico s ten aanzien van de bedrijfsdoelstellingen te voorkomen. Voor faaloorzaken waarvoor geldt dat het falen niet leidt tot een onacceptabel risico, wordt in principe alleen correctief onderhoud voorgeschreven, tenzij preventief onderhoud goedkoper is. In figuur 1.3.1 wordt dit grafisch weergegeven. Risico Onaanvaardbaar (Kritiek) Preventief onderhoud, Modificatie, Reservedelen Risicogrens Correctief onderhoud met storingsregistratie / analyse Risico Aanvaardbaar (Niet Kritiek) Figuur 1.3.1: Acceptabele en niet acceptabele risico s. Correctief onderhoud wordt ook wel storing afhankelijk onderhoud (SAO) genoemd. Bij deze onderhoudsstrategie worden onderdelen alleen onderhouden nadat een storing is opgetreden (ook wel: reparatie/vervangen). Pagina 8 van 26
Bij preventief onderhoud (onderhoud aan kritieke (onder)delen) zijn twee verschillende soorten onderhoud te onderscheiden: 1. GAO: Gebruiks Afhankelijk Onderhoud ( 1.3.2) 2. TAO: Toestand Afhankelijk Onderhoud ( 1.3.3) na een inspectie (TAO-O)( 1.3.44) 1.3.2. Gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) Gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) wordt toegepast bij onderdelen waarvan het faalverloop een vast patroon kent, of wanneer geen duidelijk meetpunt is vast te stellen dat een indicatie geeft van de toestand waarin het onderdeel verkeert. In deze gevallen wordt vastgesteld na welke tijd, draaiuren of meterstanden het onderdeel preventief wordt onderhouden. Een algemene vuistregel uit de industrie is een GAO frequentie van +/- 80% van de MTTF; Mean Time To Failure. (bijvoorbeeld: een as-afdichting van een pomp met een standtijd (= MTTF) van 10 jaar wordt preventief vervangen na jaar 8, zonder inspectie voorafgaand). Deze regel is ook het uitgangspunt in de GAO acties voor Oasen. 1.3.3. Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Bij toestand afhankelijk onderhoud (TAO) wordt door middel van inspecties of meting de conditie van een onderdeel bepaald. Op basis van de uitkomsten van een inspectie of meting wordt bepaald of een onderdeel vervangen of gerepareerd dient te worden. (De onderhoudsactie die uit een TAO-inspectie komt, noemen we TAO-O) 1.3.4. Frequentie van toestandsafhankelijk onderhoud -inspecties 7 november 2012 Om de inspectie-frequentie te bepalen is het noodzakelijk om een aantal variabelen te onderzoeken. Deze variabelen zijn tijdens FMECA-sessies onderzocht en vastgesteld. Een algemene vuistregel uit de industrie is een TAO frequentie van +/- 20% van de MTTF. (bv. Slijtage van lagers van een pomp met een standtijd van 5 jaar, 1 jaarlijks inspecteren (trillingsmeting, geluid, warmte et cetera). Deze regel is ook het uitgangspunt voor de TAO acties voor Oasen. Aan de hand van figuren 1.3.4.1 en 1.3.4.2 wordt een iets uitgebreider uitleg gegeven. Figuur 1.3.4.1 laat een grafiek zien met de procentuele functieafwijking van een onderdeel op de y as, en de operationele tijd/levensduur op de x-as. De dikke blauwe, aflopende lijn schetst het functieverloop van een onderdeel; op tijdstip 0 voldoet het onderdeel 100% in zijn functie (immers, het onderdeel is nieuw). Hoe verder in de tijd, des te minder zal het onderdeel aan zijn functie kunnen voldoen (de lijn raakt de x-as wanneer het onderdeel in zijn geheel niet meer in zijn functie kan voldoen (0%)). Tijdens een FMECA-sessie is als voorbeeld- vastgesteld dat een onderdeel met een faalvorm een standtijd (=MTTF) heeft van 10 jaar. Heel precies is dit echter niet vast te stellen; een (volledige) storingsregistratie ontbreekt. Echter, uit ervaring weten de sessie-deelnemers dat de faalkans van het onderdeel in het 10 de jaar na installatie het grootst is. Uiteraard kan het voorkomen dat het onderdeel (of een gelijk onderdeel elders in de installatie/andere locatie) iets eerder of juist iets later dan de MTTF faalt (MTTF is ook: tijd tussen brand-new en afkeurmoment). Deze spreiding van de faalkans is een statistische afgeleide van de deviatie. Standaard hanteren we als uitgangspunt voor de deviatie 25% van de MTTF. Zonder hier verder diep op in te gaan, betekend dit praktisch dat de meeste kansen op falen (+/- 95%) zich voordoen tussen MTTF -25% en MTTF +25%. In het genoemde voorbeeld is dit derhalve tussen 7,5 en 12,5 jaar. Wanneer er een inspectie-frequentie bepaald moet worden, dient deze bij voorkeur plaats te vinden binnen de deviatie en liefst vóór de MTTF-datum. Als vuistregel hiervoor kan 20% van de standtijd genomen worden. In het voorbeeld betekend dit 20% * 10 jaar = 2 jaarlijkse inspectie. In de grafiek is te zien dat in dit specifieke voorbeeld er binnen de deviatie-periode 3 Pagina 9 van 26
inspectiemomenten zijn; in jaar 8, 10 en 12 na installatie. Het ligt in dit geval voor de hand om de inspecties in jaar 2 en 4 na installatie niet uit te voeren. De inspectie in jaar 6 ná installatie is een optie, te besluiten op basis van ervaring en kennis uit andere, gelijke onderdelen met een installatiedatum eerder dan dit specifieke onderdeel. Figuur 1.3.4.1 Figuur 1.3.4.2 toont eenzelfde soort functieverloop als figuur 1.3.3.1. Echter, in dit geval geeft de rode lijn een functieverloop van een onderdeel die vóór de vastgestelde MTTF ligt. De groene lijn schetst een functieverloop van een onderdeel die het beter doet dan de ingeschatte MTTF van 10 jaar. Hanteert men voor dit specifieke onderdeel de inspectiefrequentie van 2 jaar, dan zal het onderdeel van de rode lijn tijdens inspectie door de mand vallen in jaar 6 (optie), 8 óf 10 na installatie. Het onderdeel met het groene functieverloop zal tijdens inspectie in jaar 8, 10, 12, 14 óf 16 door de inspecteur opvallen. In alle gevallen vindt er een inspectie plaats vóór het ongewenst falen van het onderdeel. Het geeft de organisatie tijd en kans onderdelen en/of componenten te bestellen, een werk- en shutdownplanning te maken en het repareren/vervangen van het onderdeel of component nog vóór het incident zich voordoet. Het effect op de bedrijfsdoelstellingen bij falen van het onderdeel is daardoor geminimaliseerd. Figuur 1.3.4.2. Pagina 10 van 26
Overigens, het afkeur-moment van het rode onderdeel ligt in dit voorbeeld 5 jaar eerder dan het afkeur moment van het groene onderdeel; het is dus mogelijk dat de sterke onderdelen het 5 jaar langer volhouden t.o.v. de zwakke maandag-ochtend-modellen. Wanneer er in dit voorbeeld gekozen was voor een GAO-actie (vuistregel 80% van MTTF) zou dit onderdeel in jaar 8 na installatie vervangen worden. Het nieuwe onderdeel voldoet dan in jaar 8 weer volledig in zijn functie (het is weer brand-new ). Dit nieuwe onderdeel zal in jaar 16 (8 jaar verder) weer vervangen worden, in jaar 24 wéér et cetera. Op die manier zou dit onderdeel 3 maal in 30 jaar tijd vervangen zijn, terwijl de mogelijkheid bestaat dat d.m.v. inspecties hetzelfde onderdeel maar 2 keer vervangen hoeft te worden (jaar 13 en 26 na installatie). Wanneer het gaat om bijvoorbeeld 500 dezelfde kleppen kan dit een forse besparing betekenen, terwijl in beide gevallen het onderhoud/vervanging er voor zorgt dat de kans op falen van het kritieke onderdeel geminimaliseerd is. Wordt in dit geval geen enkel preventief onderhoud gedaan, dus slechts repareren of vervangen na break-down, bestaat de kans dat het onderdeel in diezelfde 30 jaar 4 maal (!) faalt met een direct gevaar voor het niet halen van de bedrijfsdoelstellingen. 1.3.5. Onderhoudsconcepten Nadat is vastgesteld welke onderhoud strategie passend is bij de kritieke onderdelen en/of faalvormen, is het mogelijk voor deze onderdelen een onderhoudsconcept op te stellen. Hierin zou kunnen staan: 1. Locatie (bv. ZS de Laak) 2. Installatiedeel (bv. Palletreactor) 3. Onderdeel (bv. Kwaliteitsmeter) 4. TAG nr. (OP01-QT013) 5. Faalvorm(en) (bv. van de Kwaliteitsmeter OP01-QT013) 7 november 2012 6. Standtijd (MTTF) 7. Gekozen strategie (SAO, GAO, TAO) 8. Frequentie van preventief onderhoud 9. Kosten en duur van inspectie/onderhouds- of reparatiewerkzaamheden 10. Et cetera. Daarnaast zou het Oasen-onderhoudsconcept moeten bestaan uit wettelijk verplichte onderhoudsacties en/of inspecties, de zogenaamde Licence to operate acties. (Loyds, NEN et cetera) 1.4. Onderhoudsvisie Oasen op basis van NEN-2767 In het verlengde van onderhoud op basis van risico is Oasen haar onderhoudsactiviteiten ook steeds verder aan het (bij)sturen op conditiemeting op basis van de NEN 2767. Zoals dit bij reservoir inspectie al wordt toegepast. Belangrijk hierbij is de registratie van resultaten uit testen, inspecties en onderhoudsacties. Alleen op deze manier krijgt Oasen een steeds beter inzicht in het objectief, gerenommeerd conditieverloop en de onderhoudshistorie van gebouw en installatie(delen). Tevens krijgt Oasen steeds beter inzicht op kostenbeheersing en uitbesteding onderhoud per locatie. 1.4.1. Conditieverloop Na oplevering van gebouw en installatie(delen) is de conditie uitstekend en zal, met het verloop van de tijd, terug uitlopen. Deze teruglopende conditie van gebouw en installatie(delen) kan door onderhoudsingrepen geheel of gedeeltelijk worden gecorrigeerd, Pagina 11 van 26
waarna het terug uitlopen van de conditie zich herhaald. Het verloop van de conditie, gedurende de levensduur, kan grafisch worden weergegeven met een zogenoemde conditielijn. Deze conditielijn is in afbeelding 1.4.1 grafisch weergegeven. Afbeelding 1.4.1 De uitersten van de conditielijn, de zogenoemde omslagpunten, worden gevormd door de minimum conditie en de gewenste conditie na uitvoer onderhoud. De tussenliggende punten verwijzen in een dalende of stijgende lijn naar de overige conditieniveaus. 1.4.2. Conditieniveaus Om tijdens de inspectie de conditie van gebouw en installatie(delen) op een eenduidige manier vast te leggen wordt er gebruik gemaakt van de NEN 2767 methode. In een referentiekader worden de conditieniveaus op een schaal van zes punten onderverdeeld, waarbij het zesde punt extra is toegevoegd indien het niet meer onder conditie 5 is te classificeren. De zes niveaus zijn: Conditie 1 : uitstekend (oplever situatie incidenteel geringe gebreken); Conditie 2 : goed (incidenteel beginnende veroudering functievervulling gewaarborgd); Conditie 3 : redelijk (plaatselijk zichtbare veroudering functievervulling niet in gevaar); Conditie 4 : matig (zichtbare veroudering functievervulling incidenteel in gevaar); Conditie 5 : slecht (onomkeerbare veroudering functievervulling in gevaar); Conditie 6 : zeer slecht (technisch rijp voor de sloop functie uitval). 1.4.3. Belang, intensiteit en omvang van gebreken Om een conditieniveau te kunnen bepalen dienen de geconstateerde gebreken te worden onderbouwd, waarbij duidelijk de ernst, intensiteit en omvang moet worden weergegeven. Bij meer dan één gebrek aan een gebouw of installatie(deel) moet de rekenmethodiek conditie van een samenstel van delen worden gebruikt. Dit geldt ook voor de bepaling van het totale conditieniveau van de locatie. 1.4.4. Belang Het belang van de geconstateerde gebreken wordt vastgelegd door het volgende onderscheid te maken: - Gering gebrek : geen afbreuk aan de functionaliteit; - Serieus gebrek : degradatie zonder afbreuk aan de functionaliteit; - Ernstig gebrek : directe afbreuk aan de functionaliteit. Pagina 12 van 26
1.4.5. Intensiteit De intensiteit van de geconstateerde gebreken is van invloed op de conditie en wordt vastgelegd door het volgende onderscheid te maken: - Beginstadium : niet of nauwelijks waarneembaar (lage intensiteit) - Gevorderd stadium : duidelijk waarneembaar (middel intensiteit) - Hoog stadium : zeer duidelijk waarneembaar (hoge intensiteit) 1.4.6. Omvang gebrek Ook de omvang waarin de geconstateerde gebreken zichtbaar worden of de frequentie waarin verstoringen zich voordoen zijn van invloed op conditie. Om de omvang van een gebrek te specificeren worden het volgende onderscheid gemaakt: - Incidenteel : < 2% - Plaatselijk : 2% - 10% - Regelmatig : 10% - 30% - Aanzienlijk : 30% - 70% - Algemeen : > 70% 1.4.7. Bepalen conditieniveau 7 november 2012 Bij oplevering kan het conditieniveau worden omschreven als uitstekend en zal na verloop van tijd terug uitlopen. Het gewenste conditieniveau die vervolgens wordt gehandhaafd is goed. Indien tijdens de inspectie wordt geconstateerd dat het conditieniveau is te omschrijven met goed, maar verwacht wordt dat het conditieniveau bij een volgende inspectie verder terug uitgelopen is naar de ondergrens matig waarbij de bedrijfsdoelstellingen (veiligheid, milieu, kwaliteit en leveringsbetrouwbaarheid) nog niet in het geding komen, dient er alvast te worden gekeken naar de financiële kant van de uit te voeren onderhoudsacties. Hierdoor staat men niet voor financiële verassingen en is er tijdig voldoende budget beschikbaar. Indien bij een volgende inspectie blijkt dat het conditieniveau minder snel terug uitgelopen is, moet dit in de prognose worden aangepast. Op deze manier is de juiste interval van de onderhoudsacties vast te stellen. Maar als tijdens de inspectie wordt geconstateerd dat het conditieniveau op de grens goed matig ligt waarbij de bedrijfsdoelstellingen (veiligheid, milieu, kwaliteit en leveringsbetrouwbaarheid) in het geding komen dienen er bij: - snel dalende conditielijn: direct onderhoudsacties te worden voorbereid en uitgevoerd; - langzaam dalende conditielijn: Budget opgeven voor de begroting van het komende jaar, onderhoudsacties voorbereiden en het komende jaar uitvoeren. Bij oplevering van de uitgevoerde onderhoudsacties dient het conditieniveau te zijn terug gebracht naar goed of zelfs naar beter. N.B.: Conditieniveau uitstekend is alleen te halen bij totale vervanging. Pagina 13 van 26
2 Deel 2: FMECA SPS Gouda 2.1. Inleiding Dit documentdeel beschrijft de risicoanalyse die door MaxGrip in 2010 is uitgevoerd in opdracht van Oasen op suppletiepompstation Gouda. De aanleiding voor de analyse is dat Oasen het onderhoud op basis van risico wil uitvoeren. Daarnaast wil Oasen door middel van de risicoanalyse het ontwerp toetsen en waar mogelijk optimaliseren. 2.1.1. SPS Gouda - Algemeen SPS Gouda (opgeleverd in 2002) ligt aan de rand van Gouda, nabij de rijksweg A12 en de provinciale weg N452, heeft tot doel de levering aan het voorzieningsgebied (VZG) in perioden van hoog verbruik te ondersteunen. De distributiepompen onttrekken reinwater vanuit twee reservoirs met een netto inhoud van 5000 m3 per stuk en leveren dit aan het voorzieningsgebied. In de perioden met laag verbruik worden de reservoirs weer gevuld met reinwater afkomstig van zuiveringsstation C. Rodenhuis te Bergambacht. Het primaire proces van het station betreft reinwateropslag en distributie. Secundaire processen zijn energie, besturing, luchtbehandeling en dergelijke. De reinwatertoevoer vindt plaats met regelbare vulafsluiters in de toevoerleidingen van de reservoirs. Voor het vullen van de reservoirs wordt gebruik gemaakt van standpijpen. De afvoer van de beide reservoirs gaat via een centrale zuigleiding naar de pompenkelder, waar 4 distributiepompen staan opgesteld (nominale capaciteit: 350 m3/h bij 440 kpa). De reservoirs staan communicerend als de handafsluiter in de centrale zuigleiding van de reinwaterpompen open staat (dit is de reguliere bedrijfssituatie). De 2 straten scheiding zal alleen worden toegepast bij onderhoud of calamiteit. Het vullen en verpompen vindt plaats via twee distributieleidingen. 2.1.2. Projectorganisatie Vanuit Oasen zijn de volgende personen betrokken bij het project: Naam Functie en rol binnen project E. van Rinsum Teamleider, Projectleider T. den Otter Engineer Elektrotechniek Onderhoud, Projectmedewerker M. Hoogendoorn Engineer Elektrotechniek Onderhoud, Projectmedewerker R. de Jong Procesoperator regio noord, Projectmedewerker Vanuit MaxGrip zijn de volgende personen betrokken geweest bij het project: Naam Functie en rol binnen project J. Faber Projectleider 2.1.3. Opdrachtomschrijving De opdrachtomschrijving is: Stel met behulp van de FMECA-methodiek een onderhoudsconcept samen voor het suppletiepompstation te Gouda. Pagina 14 van 26
2.2. Aanpak FMECA De FMECA is uitgevoerd over het gehele suppletiepompstation te Gouda. Hierbij is uitgegaan van de aangeleverde P&ID s en elektrische schema s (zie tabel 2.2). Tijdens de uitvoering is echter gebleken dat de P&ID s niet geheel overeenkomen met de as-built situatie. Daar waar dit geconstateerd is, is het model aangepast naar de as-built situatie. Daarnaast zullen de P&ID tekeningen moeten worden aangepast naar de as-built situatie. Onderstaand de gebruikte P&ID s en elektrische schema s: Gebruikte P&ID s & Elektrische schema s 007053-0005.DWG 007053-0006.DWG Benaming Reinwater-Reservoirs en pompen Gebouwinstallaties 007081-0030.DWG t/m 007081-0053.DWG LS-schakel- en verdeelkast A01 007089-0046.DWG t/m 007089-0201.DWG Statische noodstroominstallatie S01 007097-0001.DWG t/m 007097-0003.DWG Beveiliging (inbraak en brand) Tabel 2.5: gebruikte P&ID s. en elektrische schema s Voor de betreffende installatiedelen zijn de Standtijd (MTTF) en storingsduur bepaald, alsmede de effecten op de verschillende bedrijfsdoelstellingen. Tezamen vormen ze het risico van falen, hetgeen gekwantificeerd is volgens de FMECA-methodiek. De MTTF is bepaald op basis van huidig onderhoud en is gebaseerd op de storingsregistratie (wanneer aanwezig), leverancier gegevens en expertise van betrokken medewerkers van Oasen NV en MaxGrip BV. 7 november 2012 2.3. Resultaten 2.3.1. Resultaten FMECA Voor de FMECA is een risicoanalyse uitgevoerd per installatiedeel (P&ID). Bij het beoordelen van de effecten is met nadruk op locatieniveau gekeken naar het meest aannemelijke, worst case technisch falen. De paragrafen hierna geven weer welke installatiedelen op welke bedrijfsdoelstelling als kritiek naar voren zijn gekomen. 2.3.2. Uitgangspunten FMECA Bij het bepalen van de standtijd, storingsduur en het toekennen van effecten is rekening gehouden met een aantal aspecten: De huidige staat van de installatie; Dit betreft de huidige leeftijd en huidige fysieke omstandigheden waarin de installatie zich bevindt. Daarnaast is uitgegaan van de huidige normale bedrijfsomstandigheden (bijv. qua doorzet en kwaliteit van product). Het meest aannemelijke Worst Case falen; Hiermee wordt bedoeld dat men bij het toekennen van de effecten uitgaat van de meest aannemelijke gevolgen van falen ten aanzien van de bedrijfsdoelstellingen. Theoretische kans-op-kans situaties zijn niet als zodanig beschouwd (bijvoorbeeld het gaan lekken van een leiding precies op het moment dat iemand er langsloopt waardoor diegene afgeleid wordt, ongelukkig valt en dit niet overleeft); De huidige reservedelen voorraad; Het huidige onderhoudsbeleid. Voor het opbouwen van de Asssetstructuur, het bepalen en vastleggen van faalmode en -kans en effecten van falen is gebruik gemaakt van de softwaretool Optimizer+. Pagina 15 van 26
2.3.3. Kritieke onderdelen Standtijden en Effecten Deze paragraaf geeft per kritiek onderdeel een analyse vanuit de FMECA. Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van beschikbare informatie uit het Optimizer+ -bestand, gemaakt op 25 oktober 2012. De onderdelen die als kritiek uit de FMECA-analyse van SPS Gouda gekomen zijn, zijn de volgende: Kritiek op Bedrijfsdoelstelling* # SYSTEEM ONDERDEEL TAG COMPONENT 1. 2. 3. 4. 1 OPSLAG REINWATERRESERVOIR RRO1 Dak X 2 OPSLAG REINWATERRESERVOIR RRO2 Dak X 3 Filterelementen X 4 Leidingwerk X OPSLAG BE- ONTLUCHTINGSFILTER RRO1-LF01 5 Ontlastklep X 6 Terugslagklep X 7 Filterelementen X 8 Leidingwerk X OPSLAG BE- ONTLUCHTINGSFILTER RRO2-LF02 9 Ontlastklep X 10 Terugslagklep X 11 SECUNDAIRE SYSTEMEN BEVEILIGING - Brandmeldcentrale X 12 SECUNDAIRE SYSTEMEN BEVEILIGING - Inbraakcentrale X * Bedrijfsdoelstelling 1.=Veiligheid, 2.=Milieu, 3.=kwaliteit, 4.=Leveringsbetrouwbaarheid Pagina 16 van 26
2.3.4. Grafische weergave van kritieke onderdelen Om een duidelijk beeld te krijgen van de kritieke onderdelen, zijn de kritieke faaloorzaken (rode vakken) per bedrijfsdoelstelling geplot in de risicomatrices van Oasen. De effecten van de kritieke onderdelen bij geen onderhoud zijn uitgezet ten opzichte van met preventief onderhoud. Hierdoor wordt direct zichtbaar in welke mate het uitvoeren van onderhoud van invloed is op het risico, kans en effect van de kritieke onderdelen. Voor deze risicomatrices is gebruik gemaakt van beschikbare informatie uit het Optimizer+ bestand, gemaakt op 25 oktober 2012, en de in 1.3 omschreven procentuele frequenties. Zonder Preventief Onderhoud Met Preventief Onderhoud Bedrijfsdoelstelling VEILIGHEID 7 november 2012 Voor SPS Gouda zijn er geen faaloorzaken die in het rode deel van de matrix Veiligheid vallen. Bedrijfsdoelstelling MILIEU Brandbeveiliging Pagina 17 van 26
Bedrijfsdoelstelling KWALITEIT Brandbeveiliging Inbraakbeveiliging Ontlastklep be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Verkleving rubber ring) Filterelementen be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Vervuiling) Leidingwerk be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 Terugslagklep be- en ontluchtingsunit RR01 (Veroudering) Dakbedekking RR01 & RR02 (Veroudering) Ontlastklep be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Veroudering) (Veroudering) Dakbedekking RR01 & RR02 (Lekkage) Met preventief onderhoud Brandbeveiliging Inbraakbeveiliging Ontlastklep be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Verkleving rubber ring) Filterelementen be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Vervuiling) Leidingwerk be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 Terugslagklep be- en ontluchtingsunit RR01 (Veroudering) Dakbedekking RR01 & RR02 (Veroudering) Ontlastklep be- en ontluchtingsunit RR01 & RR02 (Veroudering) (Veroudering) Dakbedekking RR01 & RR02 (Lekkage) Pagina 18 van 26
Bedrijfsdoelstelling LEVERINGSBETROUWBAARHEID [10 jaar 5 jaar] Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect Brandbeveiliging Inbraakbeveiliging Met preventief onderhoud 7 november 2012 Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect Brandbeveiliging Inbraakbeveiliging Pagina 19 van 26
2.4. Kritieke onderdelen Onderhoud op basis van Risico In deze paragraaf worden de benodigde beheersmaatregelen benoemd die nodig zijn om ongewenst falen van de kritieke onderdelen te voorkomen. Brandmeldinstallatie Gebeurtenis: Oorzaak: Gevolgen: Beheersmaatregel(en): Geen Defecte Brandschade Periodiek onderhoud; brandmelding brandmelder(s) - Lagere druk dan Continu bewaking; of apparatuur normaal (Uitval locatie); storingsmeldingen; - Geen gegarandeerde Permanente bewaking chemische en doormelding storingen bacteriologische naar PAC; veiligheid drinkwater; Werkvergunning. - Overtreding milieuvoorschriften. Toelichting: Onder normale omstandigheden is het aannemelijk dat er geen persoonlijk letsel door brand zal ontstaan doordat de verblijftijd van de medewerkers beperkt is. Bij (onderhouds)werkzaamheden is er een verhoogd risico. Denk hierbij aan werkzaamheden met warmtebronnen en elektriciteit. In het geval er brand zal er materiële schade zijn. Afhankelijk van de omvang van de brand kunnen installaties geheel of gedeeltelijk beschadigd zijn. Ook kan er milieuschade ontstaan door vrijkomende rook en bluswater of andere blusmiddelen. Inbraakmeldinstallatie Gebeurtenis: Oorzaak: Gevolg: Beheersmaatregel(en): Geen Defecte Ongewenste toegang Periodiek onderhoud; inbraakmelding detectie of - Geen gegarandeerde Continue bewaking apparatuur chemische en storingen; bacteriologische Permanente bewaking veiligheid drinkwater; doormelding storingen - Lagere druk dan naar PAC. normaal (Uitval locatie). Toelichting: Bij binnendringen van ongewenste personen in een situatie waarbij er geen inbraakmelding actief is zijn er mogelijkheden om wijzigingen en/of schade aan de installaties aan te brengen. Ook is er een gerede kans dat diefstal plaats zal vinden. Bij een gerichte actie (terrorisme) zijn alle denkbare ernstige gevolgen mogelijk. Pagina 20 van 26
7 november 2012 Be- en ontluchtingsfilters reinwaterkelder(s) Gebeurtenis: Oorzaak: Gevolg: Beheersmaatregel(en): Geen luchtfiltering Defect filterelement Open verbinding met buitenlucht Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische Periodieke controle; Periodiek preventief filterelementen vervangen ; Testen ontlastklep. Beperkte luchtfiltering Vastzitten /defect ontlastklep Veroudering leidingwerk Veroudering Filterelement Vochtophoping Toelichting: RR01-LF01 & RR02-LF01 veiligheid drinkwater. Gescheurd filterelement Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische veiligheid drinkwater. Gescheurd leidingwerk Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische veiligheid drinkwater. Dichtslaan en/of vervuiling van filter (verminderde capaciteit) onderdruk ontlastklep opent Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische veiligheid drinkwater. Bacterie- en/of schimmelvorming Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische veiligheid drinkwater. Dakbedekking Gebeurtenis: Oorzaak: Gevolg: Beheersmaatregel(en): Lekkage Veroudering Regenwater loopt in Ballastlaag van grind; kelder Geen Periodieke controle; gegarandeerde Periodieke inspectie; chemische en Periodiek schoonmaak; bacteriologische veiligheid drinkwater. Periodiek preventief dakbedekking vervangen. Wortelgroei Beschadiging Bij afsterven wortels Geen gegarandeerde bacteriologische veiligheid drinkwater. Regenwater loopt in kelder Geen gegarandeerde chemische en bacteriologische veiligheid drinkwater. Toelichting: RR01 en RR02 Regenwater kan via stortnaden en krimpscheuren in contact komen met reinwater. Pagina 21 van 26
2.5. Aanbeveling van modificaties suppletiepompstation Gouda Aanbeveling modificaties Installatie(onderdeel) Modificatie Niveauschakelaar Bijplaatsen van een 3 e niveauschakelaar, ten behoeve van waterop-vloer water-op-vloer detectie detectie, volgens de standaard van Oasen. Drukmeters (uitgaande druk) Aanbrengen testmeetleiding bij drukmeters ten behoeve van aanbrengen gekalibreerde testdrukmeter. Manual controle en Opstellen manual locatie specifiek controle en kalibreren kalibreren drukmeters drukmeters. Verdeelblok Aanbrengen kogelkraan op verdeelblok ten behoeve van meetleidngen doorspoelen. Toelichting: 1. Door het plaatsen van een 3 e niveauschakelaar, ten behoeve van de water-op-vloer detectie, wordt de betrouwbaarheid van de schakeling groter. Doordat de water-op-vloer detectie dan uit 2 uit 3 schakelaars bestaat, worden bij het falen van één niveauschakelaar nog steeds de verdrinkafsluiters dicht gestuurd. 2. Door het aanbrengen van een testmeetleiding wordt het mogelijk om de drukmeters (uitgaande druk) te controleren en te kalibreren. Het is op dit moment niet mogelijk om een gekalibreerde testmeter aan te sluiten en de drukmeters te controleren. 3. Er is tot op heden nog geen locatie specifieke manual aanwezig voor het controleren en kalibreren van de drukmeters. 4. Door het aanbrengen van een kogelkraan op het verdeelblok, wordt het mogelijk om de meetleidingen door te spoelen. Pagina 22 van 26
3 Bijlage 1 - Risicomatrices KWALITEIT > 20 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar 5 jaar 5 jaar 1 jaar 1 jaar 0 uur Acute gevaren voor de volksgezondheid Microbiologische veiligheid kan niet worden gegarandeerd Afwijking van de wettelijke norm, maar niet acuut Afwijking van de bedrijfsnorm, maar binnen de wettelijke norm Geen effect 7 november 2012 MILIEU > 20 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar 5 jaar 5 jaar 1 jaar 1 jaar 0 uur Overtreding van milieuvergunningsvoorschriften met grote gevolgen voor de omgeving Overtreding van milieuvergunningsvoorschriften met gevolgen voor de waterwinning Overtreding van milieuvergunningsvoorschriften met hinder 'binnen het hek' Overtreding van milieuvergunningsvoorschriften zonder directe gevolgen Geen effect Pagina 23 van 26
VEILIGHEID > 20 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar 5 jaar 5 jaar 1 jaar 1 jaar 0 uur Letsel met dood of handicap tot gevolg Letsel met langdurig verzuim > 1 maand Klein letsel met verzuim < 1 maand Klein letsel zonder verzuim Geen effect > 20 jaar LEVERINGSBETROUWBAARHEID >120 uur 120 uur 24 uur 24 uur 8 uur 8 uur 1 uur 1 uur 0 uur Drukloos leidingnet (leveringsonderbreking drinkwater) Lage druk, onder de wettelijke norm (Leveringsonderbreking maar niet drukloos) Lagere druk dan normaal Verlies van leveringscapaciteit / Redundantie Geen effect Pagina 24 van 26
20 jaar 10 jaar LEVERINGSBETROUWBAARHEID >120 uur 120 uur 24 uur 24 uur 8 uur 8 uur 1 uur 1 uur 0 uur Drukloos leidingnet (leveringsonderbreking drinkwater) Lage druk, onder de wettelijke norm (Leveringsonderbreking maar niet drukloos) Lagere druk dan normaal Verlies van leveringscapaciteit / Redundantie Geen effect 10 jaar 5 jaar 7 november 2012 LEVERINGSBETROUWBAARHEID >120 uur 120 uur 24 uur 24 uur 8 uur 8 uur 1 uur 1 uur 0 uur Drukloos leidingnet (leveringsonderbreking drinkwater) Lage druk, onder de wettelijke norm (Leveringsonderbreking maar niet drukloos) Lagere druk dan normaal Verlies van leveringscapaciteit / Redundantie Geen effect Pagina 25 van 26
5 jaar 1 jaar LEVERINGSBETROUWBAARHEID >120 uur 120 uur 24 uur 24 uur 8 uur 8 uur 1 uur 1 uur 0 uur Drukloos leidingnet (leveringsonderbreking drinkwater) Lage druk, onder de wettelijke norm (Leveringsonderbreking maar niet drukloos) Lagere druk dan normaal Verlies van leveringscapaciteit / Redundantie Geen effect 1 jaar 0 uur LEVERINGSBETROUWBAARHEID >120 uur 120 uur 24 uur 24 uur 8 uur 8 uur 1 uur 1 uur 0 uur Drukloos leidingnet (leveringsonderbreking drinkwater) Lage druk, onder de wettelijke norm (Leveringsonderbreking maar niet drukloos) Lagere druk dan normaal Verlies van leveringscapaciteit / Redundantie Geen effect Pagina 26 van 26