De arbelos. 1 Definitie

Vergelijkbare documenten
Inversie. Hector Mommaerts

Hoofdstuk 8 : De Cirkel

Vlakke meetkunde. Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting.

Overzicht eigenschappen en formules meetkunde

Extra oefeningen: de cirkel

Rakende cirkels. We geven eerst wat basiseigenschappen over rakende cirkels en raaklijnen aan een cirkel.

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Lijst van formules en verwijzingen naar definities/stellingen die in het examen vwo wiskunde B wordt opgenomen

De constructie van een raaklijn aan een cirkel is, op basis van deze stelling, niet zo erg moeilijk meer.

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Spelen met passer en liniaal - werkboek

Vlakke Meetkunde. Les 20 Nadruk verboden 39. Het construeren van figuren

Samenvatting stellingen uit de meetkunde Moderne Wiskunde voor het VWO (bovenbouw)

Laat men ook transversalen toe buiten de driehoek, dan behoren bij één waarde van v 1 telkens twee transversalen l 1 en l 2. Men kan ze onderscheiden

14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:

12.1 Omtrekshoeken en middelpuntshoeken [1]

12 Bewijzen in de vlakke meetkunde

Paragraaf 4.1 : Gelijkvormigheid

Samenvatting VWO wiskunde B H04 Meetkunde

Wiskunde 1b Oppervlakte

E = mc². E = mc² E = mc² E = mc². E = mc² E = mc² E = mc²

Voorbeeld paasexamen wiskunde (oefeningen)

Vlakke Meetkunde. Les 1 Congruentie en gelijkvormig

Voorbereiding : examen meetkunde juni - 1 -

Eindexamen vwo wiskunde B 2014-I

Atheneum Wispelberg - Wispelbergstraat Gent Bijlage - Leerfiche (3 e jaar 5u wiskunde): Meetkunde overzicht

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Hoofdstuk 10 Meetkundige berekeningen

Soorten lijnen. Soorten rechten

8.1 Gelijkvormige en congruente driehoeken [1] Willem-Jan van der Zanden

Meetkundige ongelijkheden Groep A

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 15 september dr. Brenda Casteleyn

De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten

Vl. M. Nadruk verboden 1

Wiskunde oefentoets hoofdstuk 10: Meetkundige berekeningen

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

9.1 Vergelijkingen van lijnen[1]

wiskunde B vwo 2017-II

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

Neem [pr]=[ps] en beschrijf uit r en s twee cirkelbogen met dezelfde straal, die elkaar in c snijden. [cp] is de loodlijn op [ab].

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 maandag 15 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Uitgewerkte oefeningen

wiskunde B Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

3 Cirkels, Hoeken en Bogen. Inversies.

Verdieping - De Lijn van Wallace

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Hoofdstuk 2 : VLAKKE FIGUREN

Passermeetkunde een bewijs van de stelling van Mohr-Mascheroni. Mascheroni DICK KLINGENS. aaaaa

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

Overzicht Sangaku s. Pentapuzzel 8. Hoekenjagen 9. Vijfde wiel aan de wagen. Gulden molentje. Tweelingcirkels van. Archimedes

Analytische meetkunde. Les 4 Kwadratische vergelijkingen (Deze les sluit aan bij de paragraaf 3.1 van Analytische meetkunde van de Wageningse Methode)

Estafette. 36 < b < 121. Omdat b een kwadraat is, is b een van de getallen 49, 64, 81 en 100. Aangezien a ook een kwadraat is, en

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Analytische Meetkunde

2 Lijnen en hoeken. De lijn

Dan is de afstand A B = lengte van lijnstuk [A B]: AB = x x )² + ( y ²

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 16 januari uur Aantal opgaven: 5

2.1 Cirkel en middelloodlijn [1]

Voorbeeld paasexamen wiskunde (oefeningen)

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Een sangaku (en niet alleen) als het regent

Diagnostische toets. AMB stelling van de omtrekshoek AMB ˆ ANB. AQB ARB ˆ 180 koordenvierhoekstelling =

Archimedes en de cirkel

Bewijzen onder leiding van Ludolph van Ceulen

Blok 6B - Vaardigheden

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen


Hoofdstuk 3: De stelling van Pythagoras

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Vlakke meetkunde. Module Geijkte rechte Afstand tussen twee punten Midden van een lijnstuk

Hoofdstuk 5 - Meetkundige plaatsen

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek

wiskunde B vwo 2017-I

INHOUDSTABEL. 1. TRANSFORMATIES (fiche 1) SYMMETRIE (fiche 2) MERKWAARDIGE LIJNEN IN EEN DRIEHOEK (fiche 3)...6

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Driehoeken. Enkele speciale topics. Arne Smeets. Trainingsweekend Februari 2008

Eindexamen vwo wiskunde B 2013-I

De bouw van kathedralen

1 Cartesische coördinaten

Paragraaf 14.1 : Vergelijkingen in de meetkunde

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Cabri-werkblad. Apollonius-cirkels

Hoofdstuk 1 LIJNEN IN. Klas 5N Wiskunde 6 perioden

25 JAAR VLAAMSE WISKUNDE OLYMPIADE. De slechtst beantwoorde vragen in de eerste ronde per jaar

wiskunde B vwo 2016-II

1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Eindexamen wiskunde B vwo II

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4

Hoofdstuk 1 Spiegelen in lijn en in cirkel. Eigenschappen.

Uitwerkingen van alle opgaven

Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 donderdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

wiskunde B vwo 2016-I

PQS en PRS PS is de bissectrice van ˆP

Eindexamen vwo wiskunde B 2014-II

Eindexamen wiskunde B vwo I

Tweepuntsperspectief I

Transcriptie:

De arbelos 1 Definitie De arbelos is een meetkundige figuur die bestaat uit drie aan elkaar rakende halve cirkels. De raakpunten liggen op een lijn. In onderstaande tekening is de arbelos de paarse figuur. De arbelos is geïntroduceerd door Archimedes in zijn Liber assumptorum. Het woord arbelos komt uit het Grieks, en betekent schoenmakersmes. Verder definieren we de secant als het lijnstuk CD in de volgende tekening. De cirkel met CD als middellijn noemen we de secantcirkel. 1

Eigenschappen We gebruiken volgende tekening voor de al de stellingen. We noteren met r 1 en r de stralen van de twee kleine cirkels Stelling.1. De oppervlakte van de arbelos is gelijk aan de oppervlakte van de secantcirkel Bewijs. De oppervlakte van de arbelos is 1π(r 1 +r ) 1 πr 1 1 πr = πr 1 r. ( ) h. De oppervlakte van de secantcirkel is π De driehoek ABC is rechthoekig in C ( omtrekshoek op een halve cirkel). Omdat, in een rechthoekige driehoek de hoogte op de schuine zijde middenevenredig is tussen de stukken waarin ze de schuine zijde verdeelt, is h = (r 1 ).(r ). Bijgevolg is de oppervlakte van de secantcirkel gelijk aan πr 1 r, wat moest bewezen worden. Stelling.. De omtrek van de arbelos is gelijk aan de omtrek van de cirkel met AB als middellijn. Bewijs. De omtrek van de arbelos is 1 π(r 1 + r ) + 1 πr 1 + 1 πr = π(r 1 + r ). En dis is de omtrek van de cirkel met als middellijn AB = r 1 + r.

Stelling.3. De vierhoek PCQD is een rechthoek. Bewijs. Omtrekshoeken op een halve cirkel zijn recht, dus staat PD loodrecht op AC, QD loodrecht op BC en AC loodrecht op BC. Hieruit volgt het gestelde. Gevolg.4. De punten P,C,Q en D zijn concyclisch. Gevolg.5. De secant en het stuk van de gemeenschappelijke raaklijn tussen de raakpunten P en Q zijn evenlang en verdelen elkaar middendoor. Stelling.6. PQ is de gemeenschappelijke raaklijn aan de twee kleine halve cirkels. Bewijs. De driehoeken APD en PCD zijn gelijkvormig, daarom is P M 1 D = P OC, waarbij O het snijpunt is van de diagonalen van de rechthoek PCQD. Omdat P OD het supplement is van P OC, zijn ook P M 1 D en P OD supplementair. De som van de hoeken van de vierhoek M 1 P OD is π. Uit het vorige vinden we dan dat M 1 P O + ÔDM 1 = π. Bijgevolg is M 1 P O een rechte hoek en staat P M 1 loodrecht op P Q. Dus raakt P Q aan de kleine cirkel met middelpunt M 1. Analoog voor de tweede halve cirkel. 3 Rakende cirkels in de arbelos Om de formules wat eenvoudiger te maken spreken we af dat de diameter van de grote halve cirkel gelijk is aan 1 en de diameters van de kleine halve cirkels zijn r en 1 r. Onthouden we dat h = r(1 r). 3

We zijn opzoek naar een cirkel die raakt aan de grote halve cirkel in het segment, bepaald door de gemeenschappelijke raaklijn aan de twee kleine halve cirkels. Maken we eerst een tekening: Stelling 3.1. De middellijn van de grootste cirkel die past in het segment van de grote halve cirkel bepaald door de uitwendige raaklijn en de boog door P heeft een middellijn die gelijk is aan r(1 r). Bewijs. Beschouw de inversie met als inversiecirkel de cirkel met middelpunt P en straal P Y. T is het tweede snijpunt van de middellijn van C door P. t is de raaklijn in T aan C. Het punt T is het beeld van T bij de gebruikte inversie I. Het beeld van de raaklijn t is de cirkel met middellijn P T. Omdat t en de gemeenschappelijke raaklijn evenwijdig zijn, zal deze cirkel raken aan de grote halve cirkel. Noteer met r de middellijn van deze cirkel. Dan geldt: P T. P T = 1. P T = P Y = r(1 r) Dus P T = r(1 r). 4

Een ander leuk probleem gaat over de tweeling cirkels van Archimedes: cirkels die raken aan één van de kleine halver cirkels, de grote halve cirkel en de secant. Om de straal en de ligging van die cirkels te berekenen maken we volgende constructie: Stelling 3.. De straal van de Archimedes cirkels is gelijk aan 1 r(1 r). Bewijs. We construeren XX loodrecht op BC. dan geldt: MX = 1 r + x, X M = 1 r x, XO = 1 x en X O = 1 r + x. Volgens de stelling van Pythagoras geldt er dat XX = XM X M = XO X O. Door invullen van vorige formules vinden we: x = 1 r(1 r) 5

We kunnen nog een aantal eigenschappen van die Archimedes cirkels geven (zonder bewijs): De kleinste cirkel die beide Archimedes-cirkels omvat (uitwendig raakt) heeft een middellijn die gelijk is die van de secantcirkel. De cirkel die precies om de tweelingcirkels van Archimedes heen past heeft een oppervlakte gelijk aan die van de arbelos. Er zijn zeker nog verdere eigenschappen te vinden. We geven enkele constructies die zeker de moeite zijn om te onderzoeken: 6

7