BPV WERKBOEK PROCESCOLLEGE



Vergelijkbare documenten
beroepstaak deelopdrachten doorlooptijd 1 Voorbereiden productieproces 1. Jouw werkplek in de organisatie 2. Het proces in beeld

BPV WERKBOEK PROCESCOLLEGE

BPV WERKBOEK PROCESCOLLEGE

Deelopdracht 3 Werkoverdracht

Voorbeeldexemplaar. Invulformulier BPV-VAARDIGHEDEN. Naam student. Naam opleiding Procesoperator B - leerjaar 1

Voorwoord Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning

Handleiding Proeve van Bekwaamheid voor de deelnemer. Dossiers VMBO

Deelnemersinformatie Beoordeling Eerste Autotechnicus. Crebocode 93420, dossier

Handleiding BPV-beoordeling voor de deelnemer. Dossiers

Autoschadehersteller. Crebonummer / PvB 01. Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie. Handleiding Proeve van Bekwaamheid

Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar

Instructie student. Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl

BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent

BPV werkboek. Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: BPV-werkboek 25262/versie sept.

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Werken in de techniek

PROEVE VAN BEKWAAMHEID

Examens hout- en meubelopleidingen in het mbo Niveau 2 en 3

Werken op een servicedesk

Je functie, taken en planning van werkzaamheden

Handleiding BPV-beoordeling voor de deelnemer. Dossiers VMBO

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

DE ZES-STAPPENMETHODE ZELF WERKEN AAN JE WERKPROCESSEN. Illustraties: Corien Bögels

BPV. Profiel praktijkopleider. Norm. Toelichting. Aanpak. Prestatie

Informatie examens deelnemers

OPDRACHTFORMULIER. De opdrachtomschrijving. Hoe ga je de opdracht uitvoeren? Wanneer ga je de opdracht uitvoeren?

Rondleiding collega. Bij deze opdracht toon jij vaardigheden en werkhouding aan door een rondleiding op je stagebedrijf te

Informatie examens Praktijkopleiders..

Kerntaak 1 Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning. STER opdracht: helpen bij een creatieve activiteit


Autospuiter. Crebonummer PvB 08. Applicatiefouten herstellen. Handleiding Proeve van Bekwaamheid. Voor de beoordelaar

Nul- en voortgangsmeting met voorwaardelijke opdracht Commercie niveau 3. Basisdeel - Kerntaak 3 Zorgt voor relatiebeheer en klantenservice

Kerntaak 1: Beheersen productieproces

Lesbrief: Safe! Thema: Mens & Dienstverlenen aan het werk

Handleiding voor de examinator

Opleiding Verzorgende IG PROEVE

LEERDOELEN RUIMTELIJKE VORMGEVING

Handleiding voor de examinator

Competentiepaspoort. Facilitair medewerker

BPV Styling Design 3e jaars cohort

Crebonummer PvB 02 8HAT-DO2AO. Aandrijfsystemen en onderstellen. Handleiding Proeve van Bekwaamheid. Voor de deelnemer

Formulier ontwikkelingsgericht beoordelen en begeleiden Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen, niveau 4, crebo 25262

PVB 3.4 Aansturen van sportkader

Kerntaak 1: Bedienen en bewaken van installaties

Voorbewerken en spuiten van carrosseriedeel

STAGEVERSLAG VMBO LEERLING INSTRUCTIE

DEEL A COMPETENTIEOPDRACHT LFG 2

Praktijkopdracht. Instructie student. Kwalificerend. Ondernemer horeca/bakkerij Meewerkend horeca ondernemer. Uitstroom : Meewerkend horeca ondernemer

Praktijkopdrachten Oriëntatie op de organisatie (niveau 2)

Formulier ontwikkelingsgericht beoordelen en begeleiden Technicus elektrotechnische installaties woning en utiliteit, Niveau 4, crebo 25263

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

Deelnemer. Handleiding BPVnet. Aanmelden en inloggen. Portaal. Versie 3.5 Januari 2013

Praktijkopdrachten Oriëntatie op de organisatie (niveau 3 en 4)

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING...

METHODE ZELF WERKEN AAN JE BPV- OPDRACHTEN

Het uitdeuken van een carrosseriedeel

Voorbeeld Praktijkopdracht. Bibliotheekmedewerker niveau 4

Praktijkexamen Logistiek medewerker. Kerntaak 1 Ontvangt en slaat goederen op

Kwalificatie Eerste Fietstechnicus. Proeve 7: Pr- en marketingbeleid. Opdracht deelnemer

Meewerken in de productie

Praktijkwerkboek AKA. Kopieën maken... 8 In deze opdracht maak je kopieën van documenten.

Proeve van Bekwaamheid. Onderzoeken en presenteren. Crebonummer Opleiding Onderwijsassistent Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingsformulier Certificaat B Duurzaamheid Kerntaak 1

PROCESVEILIGHEID - VEILIGSTELLEN

1e Autospuiter. Crebonummer PvB 01 8SPU-D01SO. Voorbewerken en spuiten van ondergronden. Handleiding Proeve van Bekwaamheid.

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

Praktijkwerkboek AKA. Dataverwerking. Mutaties doorvoeren... 8 In deze opdracht voer je mutaties door in een databestand.

1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.

Praktijkopdracht. Instructie student. Kwalificerend. Bediening Zelfstandig werkend gastheer/- vrouw. Uitstroom : Zelfstandig werkend gastheer/-vrouw

DEEL A COMPETENTIEOPDRACHT LFG 1

Commercie niveau 4 Nul- en voortgangsmeting met voorwaardelijke opdracht bij de proeve van bekwaamheid met voorwaardelijke meting

Doktersassistent (JANUARI-GROEPEN) Proeve van Bekwaamheid. Kerntaak 3. Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken

Begeleide interne stage

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Opleiding Verzorgende IG PROEVE

Dossier Informatieblad praktijkopleider: voorbereiden en beoordelen proeve van bekwaamheid, niveau 2 en 3

Proeve van Bekwaamheid Entree assistent dienstverlening en zorg

BPV-opdrachten. Ontwikkelingsgericht Kok. : Keuken : B1-K1, B1-K2. : 1v1 NAAM STUDENT : DATUM EXAMEN : DOSSIER

1e Autospuiter. Crebonummer PvB 01 8SPU-D01SO. Voorbewerken en spuiten van ondergronden. Handleiding Proeve van Bekwaamheid

Overzicht kerntaken, werkprocessen, prestatie-indicatoren gekoppeld aan examenproducten

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid

2 Stappen en fasen bw.indd :35

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie?

Nieuwe. Handleiding voor leerlingen/stagiairs Versie 2013

Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven

PVB 3.4 Aansturen van sportkader

Praktijkwerkboek AKA. Kennismaken met het archief... 4 Je gaat kennismaken met een archief met papieren archiefstukken op het werk.

95042 AST3 - Opdrachtenset Deelnemer combinatie 1.doc Pagina 1 van 8

Competentiepaspoort ENTREE - SCHOONMAAK

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

Beoordelingsformulier Certificaat B Duurzaamheid Kerntaak 1

Dossier Informatieblad praktijkopleider: voorbereiden en beoordelen proeve van bekwaamheid, niveau 4

Oriënteren: kijken hoe er gewerkt wordt, wat er gedaan wordt. Handelen: Meedoen, meewerken. Ik gebruik de ICTvaardigheden

ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL)

Voorbereidingsopdrachten Keuzedeel Lesgever Zwem ABC. Naam student:

Kerntaak 3 opleiding doktersassistent: Uitvoeren van organisatie- en professiegebonden taken

Formulier Beoordeling Proeve van Bekwaamheid

Proeve van Bekwaamheid. Terugblikken en vooruitkijken (3) Crebonummer Opleiding Onderwijsassistent Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Transcriptie:

BPV WERKBOEK PROCESCOLLEGE 2013-2014 Beroepspraktijkvorming BOL Operator B/C Naam opleiding: Allround Operator, Operator B Operator C Niveau opleiding: 3/4 Type: Beroeps Opleidende Leerweg

ROC Zadkine Hoefsmidsraat 41 3191 AA Hoogvliet Auteurs: E. Boehlé en W.A. IJpma INHOUD ALGEMEEN... 5 Plaats en inhoud BPV binnen de opleiding... 5 Werkprocessen binnen de BPV... 5 Werkverantwoording... 6 Praktijkopdrachten... 6 Voortgangsrapportage... 7 Beoordeling... 7 INLEIDING... 8 Leerstappen... 8 Procedure uitvoering deelopdrachten... 8 OPBOUW VAN HET WERKBOEK... 9 Pagina 1

BEROEPSTAAK 1 VOORBEREIDEN PRODUCTIEPROCES... 10 Beroepstaak 1: Voorbereiden productieproces... 10 Competenties... 11 DEELOPDRACHT 1.1 JOUW WERKPLEK IN DE ORGANISATIE... 12 Inleiding... 12 Bronnen... 12 Opdrachten... 12 DEELOPDRACHT 1.2: HET PROCES IN BEELD... 17 Inleiding... 17 Bronnen... 17 Opdrachten... 17 DEELOPDRACHT 1.3: WERKOVERDRACHT EN PRODUCTIE-PLANNING... 21 Inleiding... 21 Bronnen... 21 Opdrachten... 22 BEOORDELINGSOPDRACHT... 24 De opdracht... 24 beoordelingslijst beroepstaak 1... 25 BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 1... 25 BEROEPSTAAK 2 HET UITVOEREN VAN EEN CONTROLERONDE... 29 Opdracht 2:... 29 Het uitvoeren van een controleronde... 29 Competenties... 30 DEELOPDRACHT 2.1: VERZAMELEN PRODUCTIEGEGEVENS... 31 Inleiding... 31 Bedrijfsbronnen... 31 Opdrachten... 31 DEELOPDRACHT 2.2: AFWIJKINGEN CONSTATEREN EN SIGNALEREN... 33 Inleiding... 33 Bedrijfsbronnen... 33 Opdrachten... 33 DEELOPDRACHT 2.3 HET NEMEN VAN MONSTERS... 36 Inleiding... 36 Bedrijfsbronnen... 36 Opdrachten... 37 DEELOPDRACHT 2.4 IN/UIT BEDRIJFNEMEN VAN PROCESDEEL... 39 Inleiding... 39 Bedrijfsbronnen... 40 Opdrachten... 40 DEELOPDRACHT 2.5 REGISTREREN EN BEOORDELEN... 43 Inleiding... 43 Bedrijfsbronnen... 43 Opdrachten... 43 BEOORDELINGSOPDRACHT... 46 De opdracht... 46 BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 2... 47 BEROEPSTAAK 3 HET ASSISTEREN BIJ EN HET BEGELEIDEN VAN ONDERHOUD... 51 Beroepstaak 3: Het assisteren bij en begeleiden van onderhoud... 51 Competenties... 51 DEELOPDRACHT 3.1 HET UITVOEREN VAN KLEIN ONDERHOUD... 53 Inleiding... 53 Pagina 2

Bedrijfsbronnen... 53 Opdrachten... 53 DEELOPDRACHT 3.2: ONDERHOUD EN VEILIGHEID... 55 Inleiding... 55 Bedrijfsbronnen... 55 Opdrachten... 55 BEOORDELINGSOPDRACHT... 57 Inleiding... 57 De opdracht... 57 Beoordelingslijst beroepstaak 3... 59 BEROEPSTAAK 4 HET BEWAKEN VAN HET PROCES VANUIT DE CONTROLEKAMER... 63 Beroepstaak 4: Het bewaken van het proces vanuit de controlekamer... 62 Competenties... 63 DEELOPDRACHT 1: OPBOUW VAN HET DCS... 64 Inleiding... 64 Bedrijfsbronnen... 64 Opdrachten... 64 BEOORDELINGSOPDRACHT... 66 Inleiding... 66 De opdracht... 66 Beoordelingslijst beroepstaak 2... 67 Pagina 3

Pagina 4

BPV werkboek procescollege BEROEPSPRAKTIJKVORMING OPERATOR B ALGEMEEN Het Proces- en Maintenance College Rotterdam (PMR) is een samenwerkingsverband tussen bedrijven binnen Deltalinqs uit de procesindustrie en de scholen Albeda College Scheepvaart en Transport College en Zadkine. Het Proces- en Maintenance College Rotterdam leidt jonge mensen op voor de procesindustrie tot operator of onderhoudstechnicus. Bij deze opleidingen hoort stage, ook wel de beroepspraktijkvorming (BPV) genoemd. Dit werkboek is voor een specifieke opleiding bedoeld. Naast dit werkboek BPV is er ook een algemene BPV handleiding welke geldt voor alle opleidingen binnen het PMR. Dit werkboek omschrijft de taken en opdrachten die je tijdens je stage moet doen en hoe die worden beoordeeld. Aan de hand van deze beoordeling wordt bekeken in hoeverre je de competenties beheerst die nodig zijn voor het beroep. Op basis van deze formatieve beoordeling wordt bepaald of je mag beginnen aan het examen: de proeve van bekwaamheid. Tijdens de proeve van bekwaamheid worden verschillende werkprocessen geëxamineerd. Deze zullen opleidingspecifiek zijn. Deze examinering moet voldoende worden afgesloten. Plaats en inhoud BPV binnen de opleiding De BPV vindt plaats in 2 periodes in semester 5 en 6 van de opleiding. Iedere periode wordt afgesloten met een proeve van bekwaamheid. De duur van een BPV-periode bedraagt 20 weken. In de BPV werk je onder begeleiding mee in de praktijk en werk je aan de praktijkopdrachten. Op het BPV-bedrijf wordt je begeleid door je praktijkbegeleider. De praktijkbegeleider is degene met wie je binnen het bedrijf afspraken maakt over de uitvoering van je BPV. De BPV-begeleider (praktijkbegeleider) is ook degene die jouw BPV-taken en opdrachten beoordeelt. Vanuit school wordt je begeleidt door een praktijkdocent. De praktijkdocent komt twee keer per BPV-periode langs om de voortgang van de BPV te bespreken. Werkprocessen binnen de BPV In de BPV wordt aan de kerntaken en werkprocessen zoals die in het kwalificatiedossier Allround Operator, Operator B staan beschreven. In onderstaande tabel zijn de kerntaken en werkprocessen weergegeven. Formatief summatief Pagina 5

(voortgang BPV) (examinerend) Kerntaak 1 Beheersen productieproces Werkprocessen 1.1 Voorbereiden productieproces X PVB 1 1.2 Bedienen apparatuur X PVB 1 1.3 Bewaken procesverloop X PVB 1 1.4 Uitvoeren kwaliteitscontroles X PBV 1 1.5 Onderhouden apparatuur X PVB 1 1.6 Bewaken/bijsturen geaut. processen X PVB 1 1.10 Optimaliseren procesverloop/product X PVB 2 Kerntaak 2 Coördineren werkzaamheden en aansturen medewerkers Werkprocessen 2.1 Bewaken planning X PVB 2 2.2 Begeleiden en instrueren medewerkers X PVB 2 Werkverantwoording Aan de proeve van bekwaamheid mag je alleen deelnemen indien je het theoriedeel van niveau 3 hebt afgesloten met een voldoende beoordeling en de opdrachten van de BPV hebt afgesloten met een voldoende beoordeling. Daarnaast moet je voldoende aanwezig zijn geweest op het BPV-bedrijf. Je moet ten minste 20 weken stage lopen. Voor een bedrijf waar men 40 uur per week werkt komt dit overeen met 800 uur. De gemaakte tijd in het BPV-bedrijf en de daarin verrichte werkzaamheden, ziekte en verlof, dient een tijdverantwoordingslijst bijgehouden te worden. Iedere maand dien je de door de praktijkopleider getekende dagstaten naar school te mailen. Je bent voor de operator B opleiding geslaagd indien de twee Proeve van bekwaamheid met een voldoende zijn afgesloten. Praktijkopdrachten Tijdens je BPV werk je aan praktijkopdrachten die beschreven zijn in het praktijkwerkboek. Hoe, wanneer en waar (aan welke installatie) je de praktijkopdrachten uitvoert spreek je af met je praktijkbegeleider. Aan het begin van de BPV maak je een planning waarin je vastlegt wanneer welke praktijkopdracht klaar is. Je bespreekt dit met je praktijkbegeleider. De planning mail je binnen 2 weken na aanvang van de BPV-periode naar je praktijkdocent. De praktijkopdrachten worden beoordeeld door jezelf en je praktijkbegeleider. Na bespreken van de beoordeling in een reflectiegesprek wordt de definitieve beoordeling vastgesteld. Je neemt de definitieve beoordeling op in je portfolio. Aan het eind van de BPV-periode voor de proeve wordt door de praktijkdocent je portfolio beoordeeld en met je besproken (portfoliogesprek). Als het portfolio voldoende is mag je de proeve gaan doen. Pagina 6

Voortgangsrapportage Het is belangrijk dat je de planning die je aan het begin van de BPV-periode met je praktijkbegeleider hebt vastgesteld goed aanhoud. Om de planning te bewaken en te laten zien dat je je eigen werkzaamheden volgens planning kunt uitvoeren neem je in de beoordelingen mee of je de planning wel of niet hebt gehaald. Zodra je een opdracht volledig hebt afgerond rapporteer je dat aan de praktijkdocent. De voortgangsrapportage bestaat uit een overzicht van je portfolio, de tijdverantwoordingslijst en een kort evaluatie over de periode. Tijdens de BPV-periode komt de praktijkdocent minimaal één keer langs om de voortgang met jou en je praktijkbegeleider te bespreken. Beoordeling Voor een voldoende voor de BPV periode moet: de opdrachten met minimaal een voldoende zijn beoordeeld; de (deel)proeve(s) met een voldoende zijn afgesloten; de BPV-tijd middels de verantwoordingslijsten zijn verantwoord. De (deel)proeve wordt met een voldoende afgesloten als de verplichte beoordelingsitems van de laatste beoordeling gemiddeld met een voldoende zijn afgesloten. Er zijn cruciale beoordelingsitems welke minimaal met een voldoende moeten worden afgesloten. In bijlage 1 en 2 is weergegeven op welke wijze dit plaatsvindt. Pagina 7

Beroepspraktijkvorming operator B werkboek 6 INLEIDING Leerstappen De volgende leerstappen voer je tijdens de deelopdrachten uit. Per deelopdracht wordt aangegeven welke je uitvoert. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Oriëntatie Als eerste ga je jezelf oriënteren op de opdracht. Dit betekent dat je goed gaat kijken waar de opdracht over gaat, dat je informatie verzamelt en dat je een beeld vormt van de mogelijke werkzaamheden. Kortom, je weet uiteindelijk wat er van je wordt verwacht. Observeren In de vorige stap heb je je georiënteerd op de opdracht. In deze stap ga je een ervaren collega observeren. Je kijkt hoe hij de klus uitvoert en stelt hem vragen als dingen onduidelijk zijn. Uitleggen Nu je hebt gezien hoe de klus wordt geklaard, kun je zelf aan je begeleider uitleggen wat je moet doen en waarom je het moet doen. Uitvoeren In deze stap ga je aan de slag! Je hebt in de vorige stappen al belangrijke informatie verzameld. Je hebt jezelf georiënteerd en voorbereid. De voorbereiding gebruik je in deze stap om de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Terugkijken Je hebt de beroepstaak uitgevoerd en afgerond. In deze stap ga je terug kijken naar je eigen werk. Je gaat kijken naar de dingen die goed gingen en dingen die een volgende keer beter kunnen. Procedure uitvoering deelopdrachten In het schema vind je een overzicht van de stappen die je gaat nemen vanaf het plannen van een deelopdracht tot het afronden ervan. De deelnemer maakt een planning voor het uitwerken van de deelopdrachten en de beoordelingsopdracht. Pagina 8

Toelichting procedure 1. Het werkboek geeft een toelichting op de opdracht. 2. De deelnemer en de praktijkopleider stemmen indien nodig af welk (deel van het) productieproces voor de deelopdracht wordt gekozen. 3. De deelnemer voert de deelopdracht uit. 4. De deelnemer levert de uitwerking van de opdracht in bij de praktijkopleider. 5. De praktijkopleider bekijkt de uitwerking en geeft een beoordeling aan de deelnemer. 6. De deelnemer maakt een afspraak voor een gesprek met de praktijkopleider. 7. De deelnemer en de praktijkopleider bespreken de uitwerking. Zij vullen beiden de beoordelingslijst handmatig in: a. De beoordeling van de praktijkopleider moet V zijn. Zo niet, dan vanaf stap 2 opnieuw; b. De praktijkopleider geeft feedback en formuleert verbeterpunten en schrijft dit op het formulier; c. De deelnemer formuleert zijn leerpunten en noteert deze op het formulier 8. De deelnemer neemt de uitwerking van zijn opdracht en de beoordelingslijst op in zijn portfolio OPBOUW VAN HET WERKBOEK Dit werkboek bestaat uit vier beroepstaken en een proeve van bekwaamheid. Elke beroepstaak bestaat uit meerdere deelopdrachten. beroepstaak deelopdrachten Doorlooptijd 1 Voorbereiden productieproces 1.Jouw werkplek in de organisatie 2 weken Pagina 9

2. Het proces in beeld 3. Werkoverdracht en productieplanning 2 Het lopen van een controleronde 1. Verzamelen productiegegevens 8 weken 3 Assisteren en het begeleiden van onderhoudswerk 2. Afwijkingen constateren, signaleren en communiceren 3. Het nemen van monsters 4. Registreren en beoordelen 5. In en uit bedrijfnemen van een procesdeel 1. Het uitvoeren van klein onderhoud 2. onderhoud en veiligheid 3 weken 4 Het bedienen vanuit de controle kamer 1. Opbouw van het DCS 5 weken Proeve van bekwaamheid 2 weken In elke opdracht zie je welke werkprocessen je gaat leren, ook lees je aan welke competenties je werkt. In de bijhorende beoordelingslijst zie aan welke beoordelingscriteria je moet voldoen. Beroepstaak 1: Voorbereiden productieproces BEROEPSTAAK 1 VOORBEREIDEN PRODUCTIEPROCES Pagina 10

In de eerste opdracht ga je uitzoeken hoe de organisatie waar je stage loopt in elkaar zit en ga je uitzoeken wat er op jouw werkplek allemaal gebeurt. De opdracht bestaat uit 3 deelopdrachten. Deelopdracht 1.1: Mijn werkplek in de organisatie Deelopdracht 1.2: Het proces in beeld Deelopdracht 1.3: Werkoverdracht en productieplanning In elke deelopdracht zijn vragen opgenomen. Deze vragen beantwoord je zo volledig mogelijk en aan het eind van de totale opdracht laat je jouw werk beoordelen door je praktijkopleider. Je moet deze opdracht in de eerste vier weken van je stage periode hebben afgerond. Competenties Deze beroepstaak gaat over werkproces 1.1: Voorbereiden productieproces. Bij deze werkprocessen werk je aan de volgende competenties: Instructies en procedures opvolgen Samenwerken en overleggen Persoonlijke ontwikkeling Formuleren en rapporteren Vakdeskundigheid toepassen Materialen en middelen inzetten Deze competenties komen bij de beoordelingscriteria van de totale opdracht terug. Je kunt er aan zien welk gedrag of resultaat er van jou wordt verwacht. Pagina 11

DEELOPDRACHT 1.1 JOUW WERKPLEK IN DE ORGANISATIE Inleiding Deze deelopdracht gaat over jouw plaats in de organisatie. Het doel van deze opdracht is om te kijken welke afdelingen er binnen het bedrijf zijn en wat je rol is binnen de afdeling. Met wie heb je te maken en met wie zit je in welke overleggen? De deelopdracht gaat ook over de veiligheid op en rondom je werkplek. Werken in de procesindustrie betekent dat je bijna altijd met machines en installaties werkt en dat je veelal met gevaarlijke stoffen te maken hebt. Deze machines, installaties en gevaarlijke stoffen kunnen gevaren opleveren voor jezelf, de omgeving en het milieu. Het is belangrijk dat je altijd de procedures en voorschriften op het gebied van veiligheid opvolgt. Alleen dan werk je veilig. Bronnen Bij deze opdracht kan je gebruik maken van diverse bronnen zoals: Het personeelshandboek, veelal opgenomen op het intranet van het bedrijf; Het calamiteitenplan van het bedrijf; Procedures en werkinstructies; Je voert de opdracht goed uit als je kunt uitleggen waar jouw werkplek/ afdeling in het bedrijf staat. Je bent je bewust van het veilig handelen op en rondom je werkplek. Je kent de afspraken hierover en je kunt ze toepassen. Veiligheidsvoorschriften; Procesbeschrijvingen. Theorieboeken, bedrijfskunde, veiligheid, procestechniek etc. Tabellenboek Tijdens de verschillende opdrachten maak je gebruik van deze bronnen. Je laat dit ook zien in het beantwoorden van de opdrachten (bronvermelding) en aan je praktijkopleider. Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken 1.1 Organigram tekenen Pagina 12

a. Kopieer het organigram of het organisatieschema. Als dit er niet is (omdat je bij een klein bedrijf werkt) teken het dan zelf. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf bestaat het organigram uit verschillende afdelingen en functies. b. Binnen de ploeg werken verschillende operators, van stagiair tot wachtchef. Geef een overzicht van de verschillende operatorfuncties en geef de verschillen tussen de functies aan. c. Beschrijf kort de (soorten) overleggen tussen de afdelingen of collega s waarmee jij te maken hebt. d. Beschrijf de overlegpunten die aan de orde komen in de overleggen waaraan jij deelneemt. 1.2 Blokschema maken a. Maak een blokschema van de processtappen op je werkplek. b. Beschrijf kort wat er bij elke processtap gebeurt. 1.3 Plattegrond maken Kopieer de plattegrond van je eigen (productie)afdeling of het bedrijf waar je werkzaam bent. Je mag de plattegrond ook zelf tekenen. Noteer of teken op deze plattegrond de vluchtwegen en de veiligheidszones (geef de verschillende zones met verschillende kleuren aan.. Neem onderstaande tabel over op je uitwerkingenblad en vul hem in voor jouw leerbedrijf. a. De verschillende (veiligheids)zones. b. De regels die in de zones gelden. c. De PBM s (persoonlijke beschermingsmiddelen) die in de zones gebruikt moeten worden. d. De werkzaamheden die in de betreffende zone worden uitgevoerd. Tabel 1.1 Veiligheidszonering Zone/situatie Regels PBM s Werkzaamheden 1.4 Veiligheidssymbolen Op je werkplek moet je veel veiligheidsregels volgen. Het is belangrijk dat je de voorschriften kent. In de volgende opdrachten moet je een aantal veiligheidssymbolen tekenen. Let daarbij ook op kleur en vorm! Je kunt ook foto s maken en die bij je uitwerking doen. Vraag voor het maken van foto s eerst altijd toestemming! Teken de veiligheidssymbolen die je: a. tegenkomt op je eigen afdeling/werkplek; b. tegenkomt als je werkt met een gevaarlijke stof; c. tegenkomt op je werkplek in geval van storingen; d. moet kennen en herkennen als er brand uitbreekt. Schrijf voor ieder veiligheidssymbool de betekenis erbij. Pagina 13

1.5 Gevaarlijke stoffen Kies één gevaarlijke stof waarmee jij of een collega werkt. Zoek het veiligheidsblad/ gevaarlijke stoffenblad/chemiekaart van deze stof op. Maak een kopie en bewaar deze bij je uitwerkingen. Beantwoord de volgende vragen: a. Welke H- en P-zinnen (of R- en S-zinnen) horen bij die gevaarlijke stof? b. Welke gevarensymbolen tref je aan op het etiket van de stof? c. Wat betekenen de symbolen en de H- en P-zinnen voor jou, en voor de manier waarop je met die stof omgaat? d. Is de informatie actueel en wordt deze bijgewerkt? 1.6 Calamiteiten Bij elk bedrijf kunnen zich calamiteiten voordoen, de twee belangrijkste zijn meestal brand of het vrijkomen van een gas. a. Beschrijf hoe je wordt gewaarschuwd bij het ontstaan van deze twee calamiteiten. b. Wat moet jij doen als één van deze calamiteiten optreedt indien je in de controle kamer bent en indien je buiten in de installatie bent. c. Kopieer nogmaals je plattegrond. Kies een willekeur punt in je installatie waar jij je kan bevinden en veronderstel dat er een calamiteiten alarm afgaat. Teken de route die jij moet lopen als de windrichting Noord-West is om jezelf in op de juiste veilige plek te brengen. Bespreek deze route met een ervaren collega. d. Bespreek met die zelfde ervaren collega of hij al eens calamiteit (of via een calamiteitenoefening) heeft meegemaakt. Vraag ook of hij toen volgens veiligheidsprocedures heeft gehandeld. Zo ja/nee, waarom wel/niet? Noteer de antwoorden in maximaal een half A4-tje. 1.7 Taken van een operator In deze opdracht moet je ten minste 2 collega s bevragen (interviewen) over de taken die ze uitvoeren. Bedenk van te voren ten minste 10 vragen die je wil stellen om duidelijk te krijgen welke taken een operator uitvoert. De taken moet je onderverdelen in bedienen apparatuur (b.v. afsluiters open en dichtdraaien), bewaken procesverloop (b.v. controle proces vanuit controlekamer), kwaliteitszorg (b.v. monstername) en onderhoud. Andere taken die genoemd worden (b.v. stagiaires begeleiden) noteer je bij overig. Geef bij elke taak aan kort aan wat je nog moet doen om die aan te leren. Gebruik voor de uitwerking van deze opdracht tabel 1.2. Tabel 1.2 Taken van een operator taken nog te leren bedienen apparatuur -- - bewaken procesverloop - - kwaliteitszorg - - Pagina 14

onderhoud - - overig - - - Pagina 15

Pagina 16

DEELOPDRACHT 1.2: HET PROCES IN BEELD Inleiding Om de continuïteit van het productieproces te waarborgen worden de in- en uitgaande stoffen gecontroleerd op onder andere hoeveelheid en kwaliteit. Bij het aan- en afvoeren van de in- en uitgaande stoffen door tankschip, treinwagon, vrachtwagen en tankauto is op het bedrijf vaak een opslag aanwezig (tanks voor vloeistoffen en gassen, silo s en bunkers voor poedervormige vaste stoffen en een magazijn voor stukgoederen). Bij een aan- en afvoer door een pijpleiding kan de hoeveelheid per tijdseenheid worden gecontroleerd. door het debiet te meten. Bij gassen speelt ook de druk een rol. De hoeveelheid van de ingaande stromen is van belang bij elk productieproces. De kwaliteit van de in- en uitgaande stoffen wordt vaak gecontroleerd. Dit kan door off-line (na monstername) of in-line kwaliteitsmetingen in het productieproces. In deze deelopdracht komen de kwaliteitseigenschappen aan de orde waarop de stoffen worden gecontroleerd. De werkwijze van de kwaliteitscontroles komt aan de orde in opdracht 4. Je voert de opdracht goed uit als je alle in- en uitgangsstro controleren op hoeveelheid en kwaliteit. Je werkt hierbij v procedures van het bedrijf. Bronnen Voor een goede uitvoering van de opdracht maak je gebruik van de volgende documenten en systemen: registratie- of informatiesysteem; werkvoorschriften/procedures; veiligheidsvoorschriften; productieplanning. Tijdens de verschillende opdrachten maak je gebruik van deze bronnen. Je laat dit ook zien aan je praktijkopleider. Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Pagina 17

Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken 1.8 Grondstoffen in blokschema a. Maak een blokschema van het (deel)productieproces of maak gebruik van het blokschema dat je bij deelopdracht 1 hebt gemaakt. b. Geef hierin de in- en uitgaande stromen aan. 1.9 Grondstoffen in ontvangst nemen a. Zoek in de informatiesystemen of procedures hoe grondstoffen bij je bedrijf in ontvangst worden genomen. b. Noteer puntsgewijs welke personen wat doen bij het in ontvangst nemen volgens de procedure. c. Controleer of dit in de praktijk ook zo gebeurt. Observeer hiervoor een collega. Noteer de belangrijkste punten. Grondstoffen kunnen ook direct van een andere productie installatie komen. d. Bespreek met een ervaren collega hoe in dit geval controle op de hoeveelheid en de kwaliteit plaats vindt. Noteer deze werkwijze. 1.10 Onderzoek stofeigenschappen Kies een (deel)proces uit en beantwoord de volgende vragen. Gebruik voor het beantwoorden van de vragen de tabel. a. Geef de samenstelling (stofnamen) van maximaal vier grondstoffen/toeslagstoffen. b. Geef de belangrijkste stofeigenschappen aan. Waar vind je die informatie? c. Kies een grondstof met een stofeigenschap die bepalend is voor het procesverloop. Leg uit waarom die stofeigenschap zo belangrijk is. d. Geef van iedere grondstof, hulpstof/toeslagstof en eindproduct een voorbeeld waarop deze kan worden afgekeurd = afkeurspecificatie. e. Hoe kun jij zien dat een ingaande stof is goedgekeurd? Pagina 18

Tabel 1.3 Eigenschappen van in en uitgaande stoffen Naam (deel)proces: Grondstof Stofeigenschappen Functie van de stof in proces afkeurspecificatie Hulpstof/ Toeslagstof Stofeigenschappen Functie van de stof in proces afkeurspecificatie Inggangsstromen Eindprodukt Stofeigenschappen Functie van de stof in proces afkeurspecificatie Uitgangsstromen 1.11 Proces in beeld brengen In de vorige opdrachten heb je een blokschema gemaakt en de stoffen die in het proces een rol spelen in kaart gebracht. In deze opdracht ga je het proces verder in beeld brengen door er een processchema of als je kunt zelfs een P&ID van te maken. Pagina 19

Spreek met je praktijkbegeleider af welk (deel)proces je gaat nalopen en in kaart gaat brengen. a. Zoek een processchema of P&ID van de installatie die je moet nalopen. Loop de installatie na. Markeer alle leidingen en apparatuur die je hebt gezien met een markeerstift. b. Teken een P&ID van een klein deel van de installatie, b.v. een pomp met pers- en zuigkleppen, een kolom met toebehoren, etc. 1.12 Specificaties controleren Het proces wordt gecontroleerd door in het proces te meten en indien nodig bij te sturen. Bepaal welke 3 procesgrootheden op jouw installatie het meest belangrijk zijn en beantwoord daar de volgende vragen over. Gebruik voor het beantwoorden onderstaande tabel. a. Noteer drie belangrijke procesgrootheden, met de bijbehorende symbolen en de eenheden van de symbolen. b. Noem de specificaties waaraan de procesgrootheden moeten voldoen. c. Schrijf ook op hoe deze worden geregistreerd. d. Laat aan een ervaren operator of je praktijkopleider zien hoe je de controles uitvoert en wat je registreert. Tabel 1.4 Procesgrootheden Procesgrootheid Symbool Eenheid Hoe geregistreerd? Pagina 20

DEELOPDRACHT 1.3: WERKOVERDRACHT EN PRODUCTIE-PLANNING Inleiding Een productieproces is vaak een continu proces. Dat betekent dat je het werk moet overdragen aan je collega s of de volgende ploeg en je werk van hen weer overneemt. Bij een ploegwissel is informatie-uitwisseling en communicatie erg belangrijk. Deze deelopdracht gaat daar over. Je voert de opdracht goed uit als je goed deelneemt aan bespreki werkoverdracht en je laat zien dat je zowel mondeling als schrifte boodschap goed kunt overbrengen. Bronnen Voor een goede uitvoering van de opdracht maak je gebruik van de volgende documenten/ systemen (terminologie van documenten bedrijfsspecifiek maken): werkvoorschriften; productieplanning; logboek; notulen/verslagen. Tijdens de verschillende opdrachten maak je gebruik van deze bronnen. Je laat dit ook zien aan je praktijkopleider. Pagina 21

Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren collega Uitleggen Uitvoeren Terugkijken 1.13 Observeren werkoverdracht a. Observeer hoe de informatie-uitwisseling (overleg) bij een ploegoverdracht plaatsvindt. b. Kijk goed naar ieder zijn rol en de informatie die wordt gegeven en ontvangen. c. Kijk ook naar je eigen rol. Breng jij je informatie goed en duidelijk over? d. Neem onderstaand schema over en vul het in. Noteer rechts ook je eigen opmerkingen of vragen over de informatie-uitwisseling. Tabel 1.5 informatie-uitwisseling bij ploegoverdracht welke rol wie geeft/ontvangt informatie soort informatie vragen/opmerkingen 1.14 Nabespreken werkoverdracht a. Welke informatie wordt doorgenomen tijdens een werkoverdracht? b. Zijn er vaste overlegpunten bij de werkoverdracht? Zo ja welke? Zo nee, kun je er enkele bedenken om de werkoverdracht nog beter te laten verlopen? c. Heb je opvallende dingen gezien? (verbale of non-verbale reacties). d. Wat zou je eventueel aan de werkoverdracht willen verbeteren? e. Vraag aan je praktijkopleider of jij informatie naar anderen goed overbrengt. Noteer de verbetertips. 1.15 Registeren en rapporteren Neem het schema over. Vul het in met behulp van onderstaande opdrachten. Tabel 1.6 informatie-uitwisseling bij ploegoverdracht welke informatie Hoe informeer/ registreer je Welke afspraken/ voorschriften eigen mening Pagina 22

a. Welk registratiesysteem gebruik je tijdens de werkoverdracht? b. Bedenk welke informatie je voor, tijdens of direct na een werkoverdracht registreert in de systemen en hoe je anderen informeert (of aan hen rapporteert). c. Noteer welke informatie jij vraagt of aan collega s geeft. Hoe doe je dat? d. Beschrijf welke afspraken binnen je bedrijf zijn gemaakt over de manier waarop je elkaar informeert/rapporteert. Beschrijf ook waar vind je die afspraken/voorschriften kunt vinden. e. Beschrijf kort wat je eigen mening is over de manier van overleggen, informeren en f. registeren. Wat vind je hier goed of minder goed aan? 1.16 productieplanning begrijpen Bij de meeste continu bedrijven waar bulk wordt geproduceerd heb je minder met een productieplanning te maken dan bij batchbedrijven of bedrijven die verpakte producten produceren. De kans is groot dat jij je BPV uitvoert bij een continu bedrijf voor bulkproductie. Ondanks dat er dan geen directe productieplanning zal liggen zijn er wel afspraken over capaciteit en kwaliteit van de door jouw afdeling te maken producten. Dit ga je in deze opdracht onderzoeken. Maak hiervoor een afspraak met de wachtchef van jouw ploeg en bespreek de volgende vragen. a. Wie bepaalt de hoeveel er geproduceerd moet worden en met welke kwaliteit dit geproduceerd moet worden? b. Hoe komt een operator aan deze informatie? c. Hoe weet je of je met de meest actuele planning te maken hebt? d. Wie is verantwoordelijk voor het behalen van de productieplanning en welke bevoegdheden heeft hij? e. Wat is de maximale capaciteit van jouw installatie en op hoeveel procent van die maximale capaciteit wordt er tijdens dit gesprek geproduceerd? f. Verwerk deze vragen in een kort verslag (1A4). Pagina 23

BEOORDELINGSOPDRACHT Je hebt je werkplek nu leren kennen. Maak een afspraak met je praktijkbegeleider en lever het gemaakte werk van deze opdrachten bij hem in. De opdracht a. Kijk kritisch naar de beoordelingslijsten die horen bij deze opdracht. Hierin lees je op welke criteria je wordt beoordeelt. Beheers je ze alle? b. Bespreek met je praktijkopleider je gemaakte werk. Hij zal hierover zeker een aantal vragen stellen. c. Vul vervolgens je beoordelingsformulier in. Ook je praktijkopleider zal dit doen. d. Bespreek met je praktijkopleider wat er goed ging en wat minder. e. Indien er punten zijn die minder goed gingen zorg je ervoor dat je ze in de komende weken goed onder de knie krijgt. Eventueel maak je een nieuwe afspraak met je praktijkopleider om deze beoordelingsopdracht op nieuw te doen. Pagina 24

beoordelingslijst beroepstaak 1 BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 1 Naam deelnemer: Geplande datum,: Naam praktijkopleider: Naam docent: paraaf: datum af: paraaf: paraaf: De praktijkopleider en deelnemer beoordelen beiden de competenties: Maak gebruik van de beoordelingscriteria om je keuze te bepalen; Vul een O (Onvoldoende), V (Voldoende) of G (goed) in; Vul de leerpunten (deelnemer), verbeterpunten (praktijkopleider) en afspraken gezamenlijk in. Samenwerken en overleggen Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik houd mij aan procedures/afspraken van het bedrijf over veilig werken.en controle grondstoffen en apparatuur Ik neem deel aan werkbesprekingen O = onvoldoende V = voldoende G = goed Pagina 25

Instructies en procedures opvolgen Deelnemer O V G O V G Ik houd me aan procedures/afspraken van het bedrijf over veilig werken en controle grondstoffen en apparatuur Ik ken het calamiteitenplan en weet waar de vluchtwegen zijn Ik gebruik gereedschap, apparatuur en PBM s volgens voorschriften Persoonlijke ontwikkeling Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider Stelt zich collegiaal op O V G O V G Ik houd rekening met collega s. Ik ben bereid bij te springen. Ik luister naar anderen. Ik draag bij aan een positieve sfeer. Gedraagt zich als werknemer bij het uitvoeren van het werk O V G O V G Ik kan uitleggen waar mijn werkplek/afdeling in het bedrijf staat Ik ben me bewust van het veilig handelen op en rondom mijn eigen werkplek Ik houd rekening met de bedrijfscultuur Ik houd het belang van het bedrijf in het oog Pagina 26

Vakdeskundigheid toepassen Deelnemer O V G O V G Ik maak materialen, gereedschappen, machines klaar voor gebruik. Ik controleer of er voldoende grondstoffen aanwezig zijn. Materialen en middelen inzetten Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider Praktijkopleider O V G O V G Ik neem de goederen in ontvangst en controleer ze. Ik voer de juiste grondstoffen en materialen aan. Ik maak materialen, gereedschappen en apparatuur klaar voor gebruik Formuleren en rapporteren Deelnemer O V G O V G Ik leg gegevens vast in systemen en lijsten. Ik breng de boodschap kort en duidelijk mondeling/schriftelijk over. Ik rapporteer aan collega s indien nodig of volgens voorschrift. Pagina 27

leerpunten door deelnemer Verbeterpunten door praktijkopleider Afspraken door deelnemer en praktijkopleider Pagina 28

; Opdracht 2: Het uitvoeren van een controleronde BEROEPSTAAK 2 HET UITVOEREN VAN EEN CONTROLERONDE In deze tweede opdracht ga je, je voorbereiden op de op de werkzaamheden van een operator tijdens een controleronde. De werkzaamheden die bij het lopen van een controleronde herken je in de volgende deelopdrachten die je gaat uit voeren: Deelopdracht 2.1: Het verzamelen van productiegegevens Deelopdracht 2:2; Afwijkingen constateren, signaleren en communiceren Deelopdracht 2.3: Het nemen van monsters Deelopdracht 2.4: Registreren en beoordelen van productiegegevens Deelopdracht 2.5: Het in/uit bedrijfnemen van een procesdeel. Pagina 29

In elke deelopdracht zijn vragen opgenomen. Deze vragen beantwoord je zo volledig mogelijk en aan het eind van de totale opdracht laat je jouw werk beoordelen door je praktijkopleider. Dit doe je door samen met je praktijkopleider een controle ronde te lopen waarin je alle aspecten van de deelopdrachten laat zien. Voor deze opdracht geldt een doorlooptijd van 8 weken. Competenties Deze beroepstaak gaat over werkproces 1.2: bedienen apparatuur, 1.3 bewaken procesverloop en 1.4 uitvoeren kwaliteitscontrole. Bij deze werkprocessen werk je aan de volgende competenties: Instructies en procedures opvolgen Samenwerken en overleggen Kwaliteit leveren Analyseren Formuleren en rapporteren Vakdeskundigheid toepassen Deze competenties komen bij de beoordelingscriteria van de totale beroepstaak terug. Je kunt er aan zien welk gedrag of resultaat er van jou wordt verwacht. Pagina 30

DEELOPDRACHT 2.1: VERZAMELEN PRODUCTIEGEGEVENS Inleiding In de eerste beroepstaak heb je met behulp van een P&ID, jouw (deel)proces verkend. In deze opdracht ga je leren welke productiegegevens je moet verzamelen bij het lopen van een controle ronde. Als operator is het belangrijk dat je informatie verzamelt en deze goed vastlegt. Dat doe je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de operators die na jou aan de slag gaan en voor het bedrijf zelf. Door gegevens, afwijkingen en eventuele acties goed schriftelijk vast te leggen, kun je anderen beter informeren. Je voert de opdracht goed uit als je de (productie)gegevens volgens afspraken vastlegt, en je ook anderen kunt wijzen op de afspraken die rondom het vastleggen van zaken binnen jouw bedrijf zijn gemaakt. Bedrijfsbronnen Om deze opdracht goed uit te voeren, maak je gebruik van de volgende bronnen: Werkinstructie Registreren productgegevens Lijst voor controleronde Registratiesysteem productie Procedures/voorschriften Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Pagina 31

2.1 Welke productiegegevens moet jij verzamelen Vraag aan een ervaren operator of je met hem een controleronde over jouw (deel)proces mag meelopen. Voer de volgende opdrachten tijdens jouw observatie van de ervaren operator uit: a. Maak een overzicht van de belangrijkste gegevens die de operator noteert, beschrijft of vastlegt. b. Van welke soort formulieren maakt hij gebruik. Bijvoorbeeld van standaardformulieren, productielijsten, lijst voor controleronde, checklist e.d. c. Vraag aan einde van de controle ronde of de operator nog andere gegevens had kunnen onderzoeken, stel vast welke dat eventueel zijn en waarom hij deze nu niet heeft onderzocht. Wanneer je terug bent van je observatie ga je onderzoeken wat er met de gegevens gebeurt d. Geef bij alle gegevens die zijn vastlegt aan voor wie de informatie relevant is en waarom: voor jezelf, team, leidinggevende, bedrijf enzovoort. e. Noteer bij je overzicht wat er gebeurt met de vastgelegde gegevens. 2.2 Doen: vastleggen productiegegevens Vraag of je weer met een ervaren operator een controleronde kan lopen, waarbij jij de productiegegevens verzamelt. Bij elk gegeven dat je vastlegt leg je uit voor wie deze informatie bedoelt is en wat er gebeurt met deze gegevens. Pagina 32

DEELOPDRACHT 2.2: AFWIJKINGEN CONSTATEREN EN SIGNALEREN Inleiding Als je afwijkingen en storingen op tijd signaleert en meldt, kun je vaak grotere problemen voorkomen. Een productieproces moet periodiek worden gecontroleerd op afwijkingen en storingen. Dit gebeurt vaak door middel van een controleronde. Tijdens een controleronde worden (vaak met behulp van een checklist) de belangrijkste zaken gecontroleerd. Tijdens een controleronde wordt opgemerkt of er zaken anders dan normaal verlopen. Dit wordt onder andere gedaan door te letten op: Visuele kenmerken: Is het opgeruimd, zijn er geen gevaarlijke situaties, lekkages etc.? Geluid: Klinkt de installatie anders dan gewoonlijk? Geur: Is de geur in de fabriek anders dan anders, lekkages? Hoe zijn de proceswaarden (druk, temperatuur, etc) Bedrijfsbronnen Om deze opdracht goed uit te voeren, maak je gebruik van de volgende bronnen: Bedieningsinstructies; Lijst voor controleronde; Standaard afwijkingen of verstoringen en oplossingen. Je voert de opdracht goed uit als je afwijkingen en storingen tijdens een controleronde op tijd constateert en tijdig problemen signaleert. Je stelt vervolgens het proces bij of draagt andere oplossingen aan om afwijkingen te voorkomen of te verhelpen Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Pagina 33

2.3 Onderzoek naar afwijkingen in het verleden In de vorige opdracht heb je al enige controlerondes samen met anderen gelopen. Hebben zich tijdens die controlerondes afwijkingen of storingen voorgedaan. Neem deze dan op in de onderstaande tabel. Kijk in het logboek of in het informatiesysteem welke afwijkingen/storingen tijdens controlerondes in bijvoorbeeld een periode van twee weken werden opgemerkt. Maak uit de gegevens van eerdere controlerondes een tabel van frequent voorkomende afwijkingen of storingen. Waren er ook veiligheidsrisico s? Geef dit aan in de tabel. Tabel 2.2 Historie afwijkingen/storingen Plaats Apparaat Omschrijving Veiligheidsrisico? 2.4 Procesverstoring onderzoeken Kies in overleg met je praktijkopleider een procesverstoring die die recent heeft plaats gevonden en die nogal wat gevolgen had voor het productieproces van het bedrijf. Beschrijf samen de case (het verhaal van de verstoring in die situatie). Zoek zelf de antwoorden op de volgende vragen binnen het bedrijf of de afdeling. a. Gaat het om het een acute verstoring of om een verstoring die niet meteen opgelost hoeft te worden? Anders gezegd: is de verstoring van invloed op de directe situatie? Of kan de oplossing wachten tot onderhoud wordt gedaan? b. Welke schriftelijke afspraken/procedures zijn er voor het melden van verstoringen? c. Hoe meld jij een verstoring als deze: ga je het persoonlijk melden, gebeurt het telefonisch of schriftelijk? d. Bij welk type verstoring informeer je ook andere afdelingen? Bij welke afdeling meld je de verstoring? e. Is er juist gehandeld tijdens de signalering, melding en het verhelpen van de verstoring? Zo niet, wat zijn dan de leerpunten? Verwerk je antwoorden in een kort verslag (ongeveer 1 A4). Maak een kopie van het formulier of de procedure die wordt gebruikt bij het melden van een verstoring. 2.4 Controleronde lopen a. Vraag aan een ervaren operator of je samen met hem een controleronde mag lopen en let bij deze ronde vooral op afwijkingen en storingen. Pagina 34

b. Neem tabel 2.3 over en noteer de afwijkingen en storingen die jullie tegen komen. Noteer tevens aan wie ze worden gemeld en welke handelingen ter plaatse verricht moeten worden om deze storing te verhelpen. c. Indien de afwijking of storing niet ter plaatsen kan worden verholpen,waar en door wie wordt dan de afwijking of storing verholpen. Tabel 2.3 Controleronde Afwijking/storing Melden aan: Bedieningshandeling 2.5 Nabespreken van de afwijking Bespreek met de ervaren operator na hoe het bedienen naar aanleiding van de gevonden afwijkingen is verlopen aan de hand van de volgende punten. Gehandeld volgens de voorschriften? waarom wel/niet? Welke afwijkingen en hoe opgelost? (Mogelijke) oorzaak van de afwijking? Is er veilig gewerkt? Maak hiervan een kort verslag (omvang maximaal 2 A4 tjes) Als er geen afwijkingen zijn geweest tijdens de uitvoering, kan je de operator vragen stellen over de eventuele afwijkingen en de manier waarop jij zou handelen en hoe de operator handelt. Pagina 35

DEELOPDRACHT 2.3 HET NEMEN VAN MONSTERS Inleiding In deze opdracht leer je hoe je monsters moet nemen. uitvoert. Ook onderzoek je wat er met de monster gebeurd en hoe de resultaten van de analyses worden terug gekoppeld naar productie. Het nemen van een monster doe je volgens de bedrijfsvoorschriften. Bij het nemen van monsters heb je een grotere kans om in contact komen met het product. Daarom moet zijn de veiligheidsprocedures bij het nemen van monsters zeer specifiek. Bedrijfsbronnen Om deze opdracht goed uit te voeren, maak je gebruik van de volgende bronnen: procedures en voorschriften monstername MSDS van de stoffen die je gaat bemonsteren Je voert de opdracht goed uit als je controles, steekproeven en/of monsters op de juiste wijze kunt afnemen volgens de richtlijnen van het bedrijf. Informatie betreffende het uitvoeren van kwaliteitscontroles Productspecificaties van de stoffen die je gaat bemonsteren Pagina 36

Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Overleg met je praktijkopleider welke monsters jij zelfstandig zou mogen nemen. Is hiertoe geen mogelijkheid dan moet je wel kunnen vertellen hoe je een monster in jouw deel van je proces zou moeten nemen. Worden er in jouw deel van het proces helemaal geen monsters genomen, overleg dan met je praktijkopleider waar wel monsters worden genomen en vraag of je die monstername procedure mag trainen. 2.6 procedure onderzoek monstername Om te weten welke monsters moeten worden genomen en hoe je deze moet uitvoeren heb je richtlijnen nodig. Ga als volgt te werk: Zoek de procedures/voorschriften op die je nodig hebt voor de controles. Zoek de MSDS van het product op dat je gaat bemonsteren. Lees de documenten goed door en stel vragen/opmerkingen bij onduidelijkheden. Maak een stappenplan waarin je de handelingen die je moet verrichten in chronologische volgorde zet. Welke specifieke risico s zijn er bij het nemen van dit monster, welke maatregelen moet je vooraf nemen en hoe moet je handelen indien het toch fout gaat. 2.7 Observeren collega: controle producten Vraag een ervaren operator of je met hem mag meelopen tijdens het nemen van monsters. Observeer hem tijdens de uitvoering. Vergelijk zijn werkwijze met jouw stappenplan en veiligheidsmaatregelen. a. Zijn er zaken die anders verlopen dan in de procedure vermeld? Beschrijf de verschillen. b. Zie je onveilige situaties tijdens het uitvoeren van de productcontrole? Wat is je actie? c. Geef aan wat voor zaken jou (eventueel) tijdens de observatie opvallen. Bespreek dit ook met diegene die je hebt geobserveerd. d. Stel (indien nodig) jouw stappenplan bij. Let hierbij op dat je niet afwijkt van de procedure. Wanneer dit wel noodzakelijk is ga dan eerst in overleg met je praktijkbegeleider. 2.8 onderzoek wat er met het monster gebeurt Een monster wordt geanalyseerd, dit kan gebeuren in het eigen laboratorium of door een externbureau. a. Waar en waarop wordt jouw monster geanalyseerd? Indien het monster geanalyseerd wordt in het eigen laboratorium bezoek dan dit lab en stel er de volgende vragen b. Waar moet voor het laboratorium een goed monster aan voldoen? c. Hoe wordt het monster geanalyseerd, vraag of je zo een analyse mag bij wonen en of je het analyse voorschrift mag lezen. Pagina 37

d. Wat gebeurt er met de analyse resultaten, naar wie gaan deze toe? e. Als de analyseresultaten aan geven dat het product niet voldoet aan zijn specificaties wat moet er dan gebeuren. Na je bezoek aan het laboratorium vraag je in de controle kamer (bijvoorbeeld aan de wachtchef)de volgende vragen: f. Hoelang duurt het voordat de analyse resultaten na monstername bekend zijn? g. Wat er gebeurt als de analyse resultaten afwijken van de specificaties? h. Welke acties moeten dan door productie worden genomen? 2.8 Doen: zelf controles uitvoeren Je gaat nu zelf een monster nemen van een grondstof of tussen- of eindproduct. Laat een ervaren operator of jouw handelswijze observeren en beoordelen. a. Lees de procedure en jouw stappenplan nog eens goed door. b. Stel je zeker dat je alle veiligheidsmaatregelen hebt genomen die noodzakelijk zijn. c. Voordat je daad werkelijk het monster gaat nemen vertel je eerst aan de ervaren operator, hoe je het werk gaat uitvoeren. d. Voer de monstername procedure dan zelf uit. Houd rekening met de volgende aandachtspunten: werk nauwkeurig en planmatig; werk volgens voorschriften/procedures; volg de voorschriften (o.a. voor opslaan en voorbereiding) als je een monster neemt; verwerk de gegevens volgens de juiste procedures. e. Vraag de operator om feedback: wat ging er goed, wat kon beter f. Noteer kort hoe de controle verliep en wat je is opgevallen (1 A4-tje). Indien jij en de operator niet tevreden zijn over de uitvoering (er ging te veel mis) doe het dan later nog een keer over. Pagina 38

DEELOPDRACHT 2.4 IN/UIT BEDRIJFNEMEN VAN PROCESDEEL Inleiding Een complete installatie in en uit bedrijf nemen kan zeer complex zijn. Vooral in een bedrijf waar fysische en/of chemische bewerkingen worden uitgevoerd. Bij veel continue processen gebeurt het stoppen en opstarten van de complete installatie slechts eens in de drie jaar. Tijdens deze stop (shutdown) wordt volgens een voorafgemaakte planning diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Wat vaker voorkomt is het in en uit bedrijf nemen van een gedeelte van de installatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het starten van een pomp, het wisselen van een filter, een klep op de bypass nemen. Bij een verkeerde werkwijze kan schade aan de apparatuur of installatie optreden. Het in en uit bedrijf nemen moet op een veilige manier, volgens de voorschriften gebeuren. Bij een batchproces moet vaak een nieuwe batch (handmatig) worden gestart. Ook dit kun je zien als het in bedrijf nemen van een (deel)proces. Als in/uit bedrijfname in de periode dat je stage loopt niet voorkomt voer je de opdracht gesimuleerd uit. Dat houdt in dat je alles doet behalve het daadwerkelijk in/uit bedrijfnemen een procesdeel. Je voert de opdracht goed uit als je de procedures voor het in- en uit bedrijf nemen kent juist toepast. Je hanteert hierbij de richtlijnen van het bedrijf en zorgt ervoor dat het in- en uit bedrijf nemen op een veilige manier gebeurt, voor jezelf en anderen. Pagina 39

Bedrijfsbronnen Om deze opdracht goed uit te voeren, maak je gebruik van de volgende bronnen: Werkinstructies/procedures voor in en uit bedrijf nemen Veiligheidsvoorschriften met betrekking tot in en uit bedrijf nemen Documentatie over bedrijfsspecifieke apparatuur Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Kies in overleg met je praktijkopleider één of meerdere gedeelte(n) van het proces wat in/uit bedrijf genomen gaat worden. Denk hierbij aan: pomp starten/stoppen; omzetten/verwisselen van een filter; op de bypass nemen van een klep; starten nieuwe batch; omzetten apparaat bij dubbel uitgevoerde apparaten. 2.9 Informatie over in bedrijf nemen/uit bedrijf nemen a. Beschrijf twee mogelijke situaties waarom het gedeelte van het proces in/uit bedrijf moet worden genomen. b. Maak een tekening van het deelproces/apparaat wat uit bedrijf genomen moet worden. Geef hierin de belangrijke leidingen en appendages aan. Pagina 40

c. Beschrijf puntsgewijs hoe de bediening van dit deelproces verloopt. Verwerk hierin het antwoord op de volgende vragen: - Wat doet de Paneloperator? - Wat doet de Fieldoperator? - Hoe verloopt de communicatie? d. Verzamel alle aanvullende informatie die je kunt vinden die over het in/uit bedrijf nemen van een gedeelte van de installatie. Noteer stapsgewijs hoe je dit in praktijk uitvoert. Geef ook aan waarom het in deze volgorde gebeurt. Denk hierbij aan: het type apparaat (b.v. pomp: impuls- of verdringerpomp); de voorzorgsmaatregelen bij het in/uit bedrijf nemen of wisselen van standby apparatuur; de veiligheidsmaatregelen die je in acht neemt; de gegevens die je vast moet leggen. 2.10 Collega observeren bij het in bedrijf nemen/uit bedrijf nemen In deze opdracht ga je observeren hoe een collega een (deel)proces in- of uit bedrijf neemt. Je vergelijkt zijn handelen met de procedurebeschrijving uit opdracht 1.1. e. Observeer een collega die een (deel)proces in/uit bedrijf neemt. Bekijk of het stoppen volgens procedure verloopt. Hoe gaat het in zijn werk, wat gaat goed en wat kan beter? f. Neem het schema over. Noteer welke verschillen en overeenkomsten er zijn tussen de procedure en hoe jouw collega het (deel)proces in/uit bedrijf neemt. Noteer ook wat jou opvalt. Tabel 2.1 Observatie procedure in-/uit- bedrijf nemen (deel)proces Overeenkomsten Verschillen Wat valt op? 2.11 In/uit bedrijf nemen Als deze opdracht niet daad werkelijk kan worden uitgevoerd dan voer je de opdracht uit in de vorm van simulatie. Simulatie wil zeggen dat jij precies kan vertellen welke handelingen in de juiste chronologische volgorde je moet verrichten om een procesdeel in of uit bedrijf te nemen. Ga samen met een ervaren operator een procesdeel in of uit bedrijf nemen. Jij voert alle handelingen uit, de ervaren operator observeert jou. Houd rekening met onderstaande zaken: Voorschriften/procedures ; Veiligheidsrisico s; Omstandigheden en de tijd die ervoor staat. Pagina 41

a. Vertel voordat je begint aan de ervaren operator welke handelingen je in welke volgorde gaat verrichten, indien hij jouw positief beoordeeld mag je werkzaamheden gaan verrichten. b. Voer de werkzaamheden uit c. Bespreek met de ervaren operator zijn feedback, wat ging er goed, wat kan er beter d. Als er nog veel te verbeteren valt voer de opdracht dan op een later moment nogmaals uit. 2.12 Evaluatie Maak van deze opdracht een kort verslag (max 10A4-tjes) beschrijf hierin de volgende zaken: a. De werking van het apparaat of deelproces dat je in of uit bedrijf hebt genomen. Neem hierbij de tekening van opdracht 2.9b op b. Beschrijf puntsgewijs (blokschematisch) welke handelingen je moet verrichten om het deelproces in of uit bedrijf te nemen. c. Beschrijf de voorzorgsmaatregelen die je vooraf en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden moet nemen. d. Hoe de communicatie verloopt tussen jouw en de paneloperator en wie welke werkzaamheden verricht. e. Alle gegevens die je vooraf, tijdens en na afloop van jouw werkzaamheden moet vastleggen, geef ook aan waar in je deze moet vastleggen. Pagina 42

DEELOPDRACHT 2.5 REGISTREREN EN BEOORDELEN Inleiding Je hebt nu diverse controlerondes gelopen. Uit al deze rondes heb je gegevens gehaald. Hoe moet je deze nu registreren en beoordelen. In deze opdracht leer je hoe je de gemeten waarden en eventuele afwijkingen aan een product vastlegt, begrijpt en beoordeelt. Ook leer je hoe je handelingen zoals het in en uit bedrijf nemen van procesapparatuur en het nemen van monsters vast gelegd moeten worden. Het is belangrijk deze zaken nauwkeurig vast te leggen om fouten te voorkomen. Bedrijfsbronnen Om deze opdracht goed uit te voeren, maak je gebruik van de volgende bronnen: Je voert de opdracht goed uit als je de controles volgens de voorschriften van het bedrijf registreert en de waarden van de controles juist weet te beoordelen. Informatiesystemen (papier of computer) Registratiesystemen (papier of computer) Voorschriften voor registratie Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Pagina 43

2.13 Welke gegevens moeten worden geregistreerd Bijna elk bedrijf heeft een kwaliteitssysteem (ISO 9000). Afhankelijk van het soort product dat je maakt moeten gegevens vast liggen. Wanneer je medicijnen of grondstoffen produceert voor de farmaceutische industrie moet je achteraf bijna elke handeling die je aan het product hebt gedaan kunnen verantwoorden. Ook voor de levensmiddelen industrie gelden strikte regels (HACCP). De kwaliteit aan producten wordt voortdurend gemeten en ze moet worden geregistreerd. De kwaliteitsgegevens worden vastgelegd in verschillende systemen. Ook de handelingen, die je doet aan het product, moeten vaak geregistreerd zijn in verschillende systemen. Ook in het bedrijf waar jij nu stage loopt is iemand verantwoordelijk voor het kwaliteitssysteem. Maak met deze persoon een afspraak en stel hem de volgende vragen: a. Wat is het belang van het kwaliteitssysteem en wat moeten operators hieraan bijdragen. b. Welke gegevens moet je vast leggen na het lopen van een controleronde. c. In welk systeem moet je dit vast leggen d. Wat gebeurd er met de gegevens die jij registreert. 2.14 Welke gegevens moet je registreren Je hebt nu diverse controlerondes gelopen. Iedere handeling af meting die je hebt verricht vereist een bepaalde vorm van registratie. a. Neem de volgende tabel over en leg hier in vast welke gegevens je per soort werkzaamheid moet vast leggen en in welk systeem je dit moet vast leggen. Soortwerkzaamheid Controleronde Welke gegevens moet je registeren Waar moet je deze gegevens registreren Afwijkingen en storingen Monstername Pagina 44

In en Uit bedrijfname b. Kijk eens terug naar je werkzaamheden van afgelopen periode heb je in alle gevallen op de juiste manier en op de juiste plek je gegevens geregistreerd. Pagina 45

BEOORDELINGSOPDRACHT Je hebt nu samen met ervaren operators en misschien ook al alleen diverse controle rondes gelopen waarbij je voorkomende werkzaamheden zoals: reageren op afwijkingen en storingen, monster nemen en in en uit bedrijf nemen hebt geoefend. Je bent nu klaar om te laten zien dat je de werkzaamheden die horen bij het lopen van een controle ronde daad werkelijk beheerst. De opdracht Maak een afspraak met je praktijkopleider om samen met hem een controle ronde te lopen. Hij zal je beoordelen of je deze ronde ook werkelijk goed uitvoert. a. Kijk kritisch naar de beoordelingslijsten die horen bij deze opdracht. Hierin lees je op welke criteria je wordt beoordeelt. Beheers je ze alle? b. Loop samen met je praktijkopleider een controleronde, zoals je deze moet uitvoeren. Je kunt diverse vragen van je praktijkopleider verwachten zoals: Wat moet je doen als deze waarde afwijkt van normaalbedrijf? Wat moet je doen als je een bepaalde verstoring waarneemt? Hoe moet je dit procesdeel of dit apparaat uit bedrijf nemen of in bedrijf stellen? Hoe moet je een monster nemen van dit product. Het kan zijn dat je bovenstaande vragen uit moet voeren maar anders moet je dit in de vorm van simulatie kunnen vertellen. c. Na afloop van je controleronde registreer je (of laat je zien hoe) alle noodzakelijk gegevens. d. Vul vervolgens je beoordelingsformulier in. Ook je praktijkopleider zal dit doen. e. Bespreek met je praktijkopleider wat er goed ging en wat minder. f. Indien er punten zijn die minder goed gingen zorg je ervoor dat je ze in de komende weken goed onder de knie krijgt. Eventueel maak je een nieuwe afspraak met je praktijkopleider om deze beoordelingsopdracht op nieuw te doen. Let Op! Deze beoordelingsopdracht komt overeen met meer dan 60% van je Proeve van Bekwaamheid. Als je dit dus niet voldoende beheerst kan je PvB wel eens uitlopen op een teleurstelling Pagina 46

BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 2 Naam deelnemer: Geplande datum,: Naam praktijkopleider: Naam docent: paraaf: datum af: paraaf: paraaf: De praktijkopleider en deelnemer beoordelen beiden de competenties: Maak gebruik van de beoordelingscriteria om je keuze te bepalen; Vul een O (Onvoldoende), V (Voldoende) of G (goed) in; Vul de leerpunten (deelnemer), verbeterpunten (praktijkopleider) en afspraken gezamenlijk in. O = onvoldoende V = voldoende G = goed Kwaliteit leveren Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik werk volgens het kwaliteitsysteem van het bedrijf. Ik bedien apparaten nauwkeurig Ik ben alert tijdens het bewaken van het procesverloop Ik grijp tijdig in bij afwijkingen Ik zorg dat monsters worden genomen en behandeld volgens voorschrift Pagina 47

Samenwerken en overleggen Deelnemer O V G O V G Ik houd mij aan procedures/afspraken Ik vraag informatie aan collega s bij twijfel of onduidelijkheden over de werkzaamheden Ik overleg met een collega over een te nemen actie Ik geef en ontvang feedback van collega s Instructies en procedures opvolgen Deelnemer O V G O V G Ik houd me aan procedures/afspraken Ik toon een gedisciplineerde werkhouding Ik reageer alert en actief bij onveilige situaties en handel volgens veiligheidsvoorschriften Formuleren en rapporteren Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider Praktijkopleider O V G O V G Ik rapporteer en registreer concreet in de daarvoor bestemde systemen Ik rapporteer meetgegevens nauwkeurig en volledig Ik gebruik de juiste woorden en vaktermen. Pagina 48

Vakdeskundigheid toepassen Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik signaleer verstoringen Ik werk nauwkeurig en planmatig Ik beoordeel de werking van het (deel)proces met behulp van een checklist. Ik reageer snel en adequaat op storingen in het procesverloop Ik neem een representatief monster Ik stop en start apparatuur op de juiste wijze Ik ken de grens van mijn verantwoordelijkheid en schakel tijdig andere collega s in Analyseren Deelnemer Praktijk-opleider O V G O V G Ik ben voortdurend alert op afwijkingen Ik signaleer en lokaliseer (ver)storingen in procescondities Pagina 49

leerpunten door deelnemer Verbeterpunten door praktijkopleider Afspraken door deelnemer en praktijkopleider Pagina 50

Beroepstaak 3: Het assisteren bij en begeleiden van onderhoud BEROEPSTAAK 3 HET ASSISTEREN BIJ EN HET BEGELEIDEN VAN ONDERHOUD In de beroepstaak ga je een aantal onderhoudstaken uitvoeren. Het aantal onderhoudstaken dat je als operator mag uitvoeren is per bedrijf anders geregeld. Veel onderhoud zowel preventief als correctief is uitbesteed aan de eigen technische dienst of aan contractors. Wanneer de TD of een contractor werkzaamheden verricht in jouw proces dan moet operations deze medewerkers een veilige werkplek bieden. Het veiligstellen van je proces voor onderhoud is één van de belangrijkste (onderhouds)taken van een operator. In deze beroepstaak ga je leren welk (klein) onderhoud operations verricht en ga je dat zelf ook uitvoeren, je gaat onderzoeken hoe derde onderhoud in jouw proces moeten uitvoeren en je gaat meewerken bij het voorbereiden van en toezicht houden bij onderhoud door derde. Je voert hiervoor twee deelopdrachten uit. Deelopdracht 3.1: Het uitvoeren van klein onderhoud Deelopdracht 3.2: onderhoud en veiligheid In elke deelopdracht zijn vragen opgenomen. Deze vragen beantwoord je zo volledig mogelijk en aan het eind van de totale opdracht laat je jouw werk beoordelen door je praktijkopleider. Je hebt voor deze opdracht ongeveer 3 weken doorlooptijd nodig. Competenties Deze beroepstaak gaat over werkproces 1.5: Onderhoud verrichten aan installaties. Bij deze werkprocessen werk je aan de volgende competenties: Instructies en procedures opvolgen Samenwerken en overleggen Pagina 51

Formuleren en rapporteren Vakdeskundigheid toepassen Materialen en middelen inzetten Deze competenties komen bij de beoordelingscriteria van de totale opdracht terug. Je kunt er aan zien welk gedrag of resultaat er van jou wordt verwacht. Pagina 52

DEELOPDRACHT 3.1 HET UITVOEREN VAN KLEIN ONDERHOUD Inleiding Onder klein onderhoud verstaan we handelingen zoals drainen, olie bijvullen of een filter reinigen. Dit zijn in het algemeen werkzaamheden die een operator zelf moet uitvoeren. Omdat dit standaard operationele handelingen zijn is het bij de meeste bedrijven niet noodzakelijk om hiervoor een werkvergunning te hebben. Dit wil niet zeggen dat je dit werk mag of kan uitvoeren zonder toestemming. In deze deelopdracht ga je zelfstandig klein onderhoud verrichten. Je voert de opdracht goed uit als je het klein onderhoud volgens d het bedrijf juist uitvoert en registreert. Bedrijfsbronnen Werkinstructies en procedures Registratiesysteem onderhoud Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken 3.1 Welke onderhoudstaken zijn er Maak met je praktijkbegeleider een afspraak en bespreek met hem de volgende vragen: a. Welke onderhoudstaken hebben de procesoperators van jouw ploeg? b. Welke onderhoudstaken komen voor in het procesdeel dat jij aan het leren bent? c. Welke van deze onderhoudstaken zou jij mogen verrichten? d. Spreek met elkaar af dat je minimaal één van deze onderhoudstaken gaat leren uitvoeren. 3.2 voorbereiden onderhoudstaak Voor de onderhoudstaak die jij gaat aanleren zoek je de werkinstructie/procedure op. Beantwoord de volgende vragen aan de hand van de werkinstructie: Pagina 53

a. Welke veiligheidsmaatregelen moet je nemen voor aanvang van het werk, tijdens het werk en na afloop van het werk? b. Welke gereedschappen en materialen heb je nodig? c. Welke voorbereidingen moet je treffen voor dat je aan de onderhoudswerkzaamheden kan beginnen? d. Welke acties moet je ondernemen nadat je de werkzaamheden hebt uitgevoerd? e. Maak een stappenplan om het werk uit te voeren Vraag aan een ervaren operator of hem mag observeren bij het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Bespreek na afloop de volgende zaken: f. Zijn er zaken anders uitgevoerd dan in jouw stappenplan indien dit zo is waarom? g. Is er daarmee afgeweken van de werkinstructie/procedure, zo ja waarom? h. Indien nodig stel je jouw stappenplan bij. (let op! afwijken van de procedure en/of werkinstructie is niet toelaatbaar, zonder uitdrukkelijke toestemming van de veiligheidsverantwoordelijke) 3.3 uitvoeren van de werkzaamheden Vraag aan een ervaren operator of hij jouw wil observeren bij het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Stel de volgende zaken vooraf zeker: a. Zijn alle maatregelen die vooraf genomen moeten worden werkelijk genomen (lock-out, tag-out) b. Heb jij al de voorgeschreven veiligheidsmiddelen en maatregelen getroffen c. heb je alle gereedschappen en materialen d. Voer een LMRA uit en bespreek deze met de operator Je zou nu het werk moeten kunnen aanvangen, ga als volgt te werk: a. Vertel de operator eerst hoe je het werk gaat uitvoeren b. Vraag toestemming aan de operator of je mag beginnen c. Voer het werk volgens de werkinstructie/procedure uit d. Het onderhoudswerk is pas beëindigd nadat de werkplek is opgeruimd en je de werkzaamheden hebt geregistreerd in het daarvoor bestemde systeem. e. Bespreek het werk na met de operator, wat ging er goed en wat ging er minder. Pagina 54

DEELOPDRACHT 3.2: ONDERHOUD EN VEILIGHEID Inleiding Binnen de chemische industrie wordt het meeste onderhoud niet door productie verricht, de eigen technische dienst samen met zogenaamde contractorbedrijven voeren het onderhoud uit. Omdat productie de "eigenaar" is van de fabriek moeten zij andere afdelingen of derde een veilige werkplek bieden. De technische dienst of de contractors zijn verantwoordelijk het werk veilig uit te voeren. De afspraken die beide partijen maken omtrent veiligheid wordt vastgelegd in de werkvergunning. In deze opdracht ga je de procedure werkvergunningen leren. Je voert de opdracht goed uit als je de procedure werkvergunningen en taakrisicoanalyse kan uitleggen. Werkinstructies en procedures Registratiesysteem onderhoud Opdrachten Bedrijfsbronnen Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken Pagina 55

3.3 Leren procedures Onderzoek wie in jouw ploeg werkvergunningen mogen verstrekken en maak met één van hen een afspraak. a. lees voor dat je de afspraak maakt de procedure werkvergunningen goed door. Kijk hierbij goed naar de rollen van vergunningverstrekker, vergunning aanvrager, vergunninghouder en toezichthouder. Schrijf alle vragen die je over de procedure hebt op. b. Maak een afspraak met de vergunningverstrekker, en leg hem uit wat jij hebt begrepen van de procedure en welke vragen je nog hebt. c. Vraag of je een hele procedure van aanvraag tot oplevering van het werk mag bijwonen. 3.2 Voorbereiden van het onderhoudswerk Het meeste onderhoudswerk begint met het aanvragen van een werkvergunning. Bij deze aanvraag wordt afhankelijk van de risico's vast gesteld of een taakrisicoanalyse (TRA) noodzakelijk is. Een taakrisicoanalyse is een samenspel tussen operations (de vergunningverstrekker) en de uitvoerder van het werk (aanvragerwerkvergunning). a. Bestudeer de procedure of werkinstructie taakrisicoanalyse en bespreek deze met de vergunningverstrekker b. Vraag of je een taakrisicoanalyse mag bijwonen. Uit de TRA blijkt vaak dat de procesinstallatie veiliggesteld moet worden. Dit wordt bij veel bedrijven de lock-out, tag-out procedure genoemd. c. Bestudeer de procedure lock-out, tag-out (veiligstellen). Welke rollen spelen in deze procedure de operators? Beschrijf deze rollen. d. Vraag toestemming om met een ervaren operator bij het uitvoeren van deze rollen mee te lopen en eventueel te assisteren. 3.3 het uitvoeren van het onderhoudswerk Het uitvoeren van het onderhoudswerk moet geschieden volgens de werkvergunning. Operators moeten hier toezicht op houden. a. Vraag of je samen met een ervaren operator een toezicht mag houden op een werkvergunning. b. Onderzoek wat je moet doen als je tijdens je toezichtronde vast stelt dat er afgeweken wordt van de werkvergunning. 3.4 Evaluatie werkvergunningen a. Maak een verslag over de procedure werkvergunningen en jouw ervaringen hier mee. Het verslag beschrijft de uitvoering van de procedure van aanvraagwerkvergunning tot en met het opleveren en inleveren van de werkvergunning. Het verslag mag maximaal 10 A4-tjes zijn. Pagina 56

BEOORDELINGSOPDRACHT Inleiding In deze beoordelingsopdracht laat je zien dat je de beroepstaak: Assisteren bij en het begeleiden van onderhoudswerk voldoende beheerst. Hiervoor maak je een afspraak met je praktijkbegeleider. De opdracht a. Kijk kritisch naar de beoordelingslijsten die horen bij deze opdracht. Hierin lees je op welke criteria je wordt beoordeelt. Beheers je ze alle? b. Lever je verslag in over de werkvergunningprocedure. Je praktijkopleider zal deze beoordelen en je hierover een aantal vragen stellen. c. Laat aan je praktijk opleider zien dat je het uitvoeren van klein onderhoud zelfstandig kan uitvoeren. Hiervoor ga je samen met je praktijk opleider naar de plek waar je het onderhoud uitvoert en vertel je hem hoe je het werk moet uitvoeren. Indien dit kan mag je het ook laten zien. Laat ook zien hoe je het onderhoud moet registreren. d. Vul vervolgens je beoordelingsformulier in. Ook je praktijkopleider zal dit doen. e. Bespreek met je praktijkopleider wat er goed ging en wat minder. f. Indien er punten zijn die minder goed gingen zorg je ervoor dat je ze in de komende weken goed onder de knie krijgt. Eventueel maak je een nieuwe afspraak met je praktijkopleider om deze beoordelingsopdracht op nieuw te doen. Pagina 57

Pagina 58

BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 3 Beoordelingslijst beroepstaak 3 Naam deelnemer: Geplande datum,: Naam praktijkopleider: Naam docent: paraaf: datum af: paraaf: paraaf: De praktijkopleider en deelnemer beoordelen beiden de competenties: Maak gebruik van de beoordelingscriteria om je keuze te bepalen; Vul een O (Onvoldoende), V (Voldoende) of G (goed) in; Vul de leerpunten (deelnemer), verbeterpunten (praktijkopleider) en afspraken gezamenlijk in. O = onvoldoende V = voldoende G = goed Samenwerken en overleggen Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik overleg met leidinggevende en/of collega s over de planning van werkzaamheden Ik ben flexibel in de uitvoering van taken Pagina 59

Instructies en procedures opvolgen Deelnemer O V G O V G Ik houd me aan de procedures rond lock-out en tag-out Ik houd me bij de onderhoudswerkzaamheden aan de veiligheidsprocedures Formuleren en rapporteren Deelnemer O V G O V G Ik leg onderhoudsgegevens vast in de daarvoor bestemde systemen Materialen en middelen inzetten Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider Praktijkopleider O V G O V G Ik kies zorgvuldig de materialen, gereedschappen en middelen voor het onderhouden van apparatuur Ik ga verantwoord om met de materialen, gereedschappen en middelen voor het onderhouden van apparatuur Pagina 60

Vakdeskundigheid toepassen Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik gebruik de juiste onderhoudsschema s en/of procedures Ik registreer nauwkeurig en volledig in een aanwezig procesvolgssyeem Ik voer preventief onderhoud uit. Ik controleer regelmatig en nauwkeurig de apparatuur op de juiste werking (door visuele inspecties, te luisteren naar afwijkende geluiden of metingen aan het product) Pagina 61

leerpunten door deelnemer Verbeterpunten door praktijkopleider Afspraken door deelnemer en praktijkopleider Pagina 62

BEROEPSTAAK 4 HET BEWAKEN VAN HET PROCES VANUIT DE CONTROLEKAMER In deze beroepstaak ga je de weg leren kennen in het geautomatiseerde geregelde systeem (meestal een DCS). Het werkelijk bedienen van dit systeem valt bij de meeste bedrijven niet onder de taken van de leerlingoperator, maar vereist een lange ervaring op het gehele productieproces. Wel moet je kennis hebben van het DCS systeem dat ga je in de volgende twee deelopdrachten leren. In elke deelopdracht zijn vragen opgenomen. Deze vragen beantwoord je zo volledig mogelijk en aan het eind van de totale opdracht laat je jouw werk beoordelen door je praktijkopleider. Je hebt voor deze opdracht ongeveer 5 weken doorlooptijd nodig. Competenties Deze beroepstaak gaat over werkproces 1.6: bewaken en bijsturen van geautomatiseerde processen. Bij deze werkprocessen werk je aan de volgende competenties: Samenwerken en overleggen Formuleren en rapporteren Vakdeskundigheid toepassen Materialen en middelen inzetten Analyseren Deze competenties komen bij de beoordelingscriteria van de totale opdracht terug. Je kunt er aan zien welk gedrag of resultaat er van jou wordt verwacht. Pagina 63

DEELOPDRACHT 1: OPBOUW VAN HET DCS Inleiding In de afgelopen weken heb je jouw (deel)proces goed leren kennen. Je hebt er controlerondes gelopen, monstergenomen onderhoudstaken verricht enz. Nu ga je onderzoeken hoe jouw (deel)proces vanuit de controle kamer wordt bewaakt. Hierover maak je een verslag. Deze opdracht bevat 1 deelopdracht en een beoordelingsopdracht. Je voert de opdracht goed uit als je kan uitleggen hoe het proces w vanuit de controle kamer Bedrijfsbronnen Werkinstructies en procedures P&ID DCS beschrijving of handleiding Opdrachten Onderstaande leerstappen voer je tijdens de opdrachten uit. Oriënteren Observeren Uitleggen Uitvoeren Terugkijken 4.1 Hoe is het systeem opgebouwd Voor deze opdracht zal vaak blijken dat het deelproces dat jij nu enigszins beheerst veel te complex is om vanuit de controlekamer volledig te doorgronden in de korte periode dat jij hier werkzaam bent. Daarom zal je in overleg met je praktijkbegeleider deze opdracht uit voeren over een kleiner deel van jouw proces. In dit deel moeten minimaal zijn opgenomen: 5 regelkringen waarvan 1 meervoudige regelkring (cascade-, verhoudings- of bijvoorbeeld een split range-regelkring) 1 beveiliging Een apparaat dat vanuit de controlekamer gestart kan worden (pomp, mixer e.d.) Wanneer je dit deelproces hebt vastgesteld maak je een afspraak met een ervaren controle kamer operator om samen met hem in het DCS te kijken. Onderzoek hoe de operator van het ene scherm naar het andere scherm komt en welke informatie hij daar vindt en wat hij daarmee kan. Maak een verslag van maximaal 20 A4-tjes waarin je uit legt hoe het DCS systeem voor het door jouw geselecteerde proces is opgebouwd en geef per scherm aan wat je hiermee kan doen. Ga als volgt te werk: Pagina 64

Laat als eerste zien waar jouw geselecteerde deel zich bevindt in het graphic display. Laat vervolgens zien waar de regelkringen zich bevinden in het groupsdisplay en vervolgens elke regelaar met zijn faceplate. Laat zien hoe je een apparaat kan starten/stoppen via het status display. Geef aan welke alarmen kunnen optreden in jouw deelproces en waar je deze kan vinden. De volgende zaken moet je hebben beschreven: 1. hoe vraag je informatie op de displays op over: a. proceswaarden b. regelwaarden c. statussen van instrumenten/apparaten d. trendinformatie e. alarmmeldingen 2. Hoe voer je informatie in: a. Maken van setpointinstellingen b. Overschakelen van handbediend naar automatisch bediening (en andersom) c. handbediening van regelkleppen en dergelijke d. starten stoppen van pompen en dergelijke e. bevestigen alarmen 3. registeren van informatie a. gegevens opslaan en verzenden naar andere systemen b. hardcopies maken van displays c. informatieoverzichten printen Maak je verslag ook een presentatie. Deze moet je in je beoordelingsopdracht aan jouw ploeg presenteren. Pagina 65

BEOORDELINGSOPDRACHT Inleiding In deze beoordelingsopdracht wordt jouw verslag beoordeeld en je presentatie. Bereid je goed voor op je presentatie je kan van je collega's kritische vragen verwachten. De opdracht a. Kijk kritisch naar de beoordelingslijsten die horen bij deze opdracht. Hierin lees je op welke criteria je wordt beoordeelt. Beheers je ze alle? b. Lever je verslag in over de het DCS in. Je praktijkopleider zal deze beoordelen en je hierover een aantal vragen stellen. c. Laat aan je praktijkopleider en je collega's zien dat je weet hoe het DSC systeem voor jouw procesdeel werkt en hoe dit deel wordt bewaakt en geregeld. d. Vul vervolgens je beoordelingsformulier in. Ook je praktijkopleider zal dit doen. e. Bespreek met je praktijkopleider wat er goed ging en wat minder. f. Indien er punten zijn die minder goed gingen zorg je ervoor dat je ze in de komende weken goed onder de knie krijgt. Eventueel maak je een nieuwe afspraak met je praktijkopleider om deze beoordelingsopdracht op nieuw te doen. Pagina 66

BEOORDELINGSLIJST:BEROEPSTAAK 4 Beoordelingslijst beroepstaak 2 Naam deelnemer: Geplande datum,: Naam praktijkopleider: Naam docent: paraaf: datum af: paraaf: paraaf: De praktijkopleider en deelnemer beoordelen beiden de competenties: Maak gebruik van de beoordelingscriteria om je keuze te bepalen; Vul een O (Onvoldoende), V (Voldoende) of G (goed) in; Vul de leerpunten (deelnemer), verbeterpunten (praktijkopleider) en afspraken gezamenlijk in. O = onvoldoende V = voldoende G = goed Samenwerken en overleggen Deelnemer Praktijkopleider O V G O V G Ik weet wie ik binnen het bedrijf waarover moet aanspreken Ik communiceer over de noodzaak en oplossingen van bepaalde storingen met betrokkenen Pagina 67

Vakdeskundigheid toepassen Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider O V G O V G Ik ga op de juiste wijze om met procesinformatie Ik neem de juiste maatregelen bij afwijkingen, zodat tijdig de juiste actie ondernomen kan worden Ik signaleer verstoringen in de procescondities Ik neem de juiste maatregelen bij geconstateerde afwijkingen, zodat tijdig de juiste actie ondernomen kan worden Formuleren en rapporteren Deelnemer O V G O V G Ik rapporteer tijdig afwijkingen in het proces en aan de apparatuur Ik registreer nauwkeurig, volledig en met de juiste vaktermen in het systeem Pagina 68

analyseren Deelnemer O V G O V G Ik bespreek de consequenties van verstoringen op het gebied van veiligheid, productkwaliteit en procesverloop Materialen en middelen inzetten Deelnemer Praktijkopleider Praktijkopleider O V G O V G Ik controleer het procesverloop aan de hand van planning en voor geschreven productspecificaties Pagina 69

leerpunten door deelnemer Verbeterpunten door praktijkopleider Afspraken door deelnemer en praktijkopleider Pagina 70