Congres Bij voorkeur leren
Congres Bij voorkeur leren
Eerst kijken we naar het gedrag van de opleider
Gedrag van de opleider: 1. Taakgericht gedrag (sturing geven): activiteiten die leiden tot concrete resultaten 2. Relatiegericht gedrag (ondersteuning bieden): activiteiten gericht op het onderhouden en ondersteunen van de relatie met de studenten
Op assenstelsel
Wanneer pas je nu bij een student instrueren of overtuigen of ondersteunen of delegeren toe?
Daarvoor kijken we naar het gedrag van de student
Welke begeleidingsstijl kies ik? Wordt bepaald door de taakvolwassenheid van de student: taakbekwaamheid (kan hij het?); leerbereidheid (wil hij het?).
Kan hij het? Wordt bepaald door de taakbekwaamheid van de student, de mate waarin hij: ervaring heeft met de te leren (deel)taak; relevante theoretische voorkennis heeft; zelfstandig kan leren; vaardig is in oplossen van problemen.
Wil hij het? Wordt bepaald door de leerbereidheid van de student, de mate waarin hij: gemotiveerd is; verantwoording wil/kan nemen; zelfvertrouwen heeft.
Vaststellen van de begeleidingsstijl op grond van de taakvolwassenheid van de student door het scoren van de taakbekwaamheid en leerbereidheid.
Situationeel begeleiden Je hebt de begeleidingsbehoefte van de student vastgesteld Nu de begeleidingsstijl uitvoeren: instrueren of overtuigen of ondersteunen of delegeren Hoe doe je dat??? SITUATIONEEL BEGELEIDEN SITUATIONEEL BEGELEIDEN
Even een uitstapje naar leren en begeleiden
Ontwikkelingsfasen van een student onbewust - onbekwaam bewust - onbekwaam bewust - bekwaam onbewust - bekwaam
Helpen te veranderen Model van Kurt Lewin.
Unfreezing Veranderbaar maken Moving Verandering inzetten (Re)freezing Afronden van de verandering
Student: onbewust - onbekwaam Opleider: Unfreezing Student: bewust - onbekwaam
Situationeel begeleiden Opleider: Unfreezing student zich welkom laten voelen; zorgdragen voor fysieke en psychische veiligheid (voorkomen van FIGHT- of FREEZE- of FLIGHT-reactie); zekere mate van controle geven over zijn leer- en werksituatie; identiteit benadrukken: je bent student, maar je hoort bij de organisatie en bij het team; pull-methoden, omstandigheden creëren waardoor de student de noodzaak ziet/ervaart/verleid wordt om te veranderen; push-methoden, dwingen te handelen: je gaat het doen of je het nu leuk vindt of niet SITUATIONEEL BEGELEIDEN
Student: onbewust - onbekwaam Opleider: Unfreezing Student: bewust - onbekwaam Opleider: Moving Student: bewust - bekwaam
Opleider: Moving situationeel begeleiden; plan maken; doelen bepalen en visualiseren van doelen; laten zien dat leren van het beroep een proces is kikker koken : langzaam opvoeren van complexiteit; inspireren/voorbeeldgedrag; uitdagen op ambities en kwaliteiten; vragen stellen; taken laten doen; feedback geven; laten reflecteren en samen evalueren; het leren faciliteren.
Student: onbewust - onbekwaam Opleider: Unfreezing Student: bewust - onbekwaam Opleider: Moving Student: bewust - bekwaam Opleider: (Re)freezing Student: onbewust - bekwaam
Opleider: Re-freezing taken delegeren; blijven belonen van gewenst gedrag; vieren van successen; toepassen van het geleerde in andere situaties; complexiteit opvoeren; kwantiteit opvoeren; eisen aan kwaliteit opvoeren; bevorderen.
Student: Onbewust-onbekwaam Zwak zelfvertrouwen Weinig zelfstandig Weinig gemotiveerd Taakbekwaamheid - Leerbereidheid Opleider: UNFREEZING INSTRUEREN
Kenmerken van het gedrag van een opleider die instrueert zijn: éénrichtingsverkeer van opleider naar student; leerdoel aangeven; aanwijzingen (instructies) geven; aanwezige protocollen en richtlijnen gebruiken; concrete afspraken maken over de uitvoering; voortgangsbewaking van de resultaten. Volgorde instructie: uitleggen voordoen na laten doen feedback geven
Student: Bewust-onbekwaam Voldoende zelfvertrouwen Weinig zelfstandig Gemotiveerd Taakbekwaamheid - Leerbereidheid + Opleider: MOVING OVERTUIGEN
Kenmerken van het gedrag van een opleider die overtuigen als stijl toepast: beperkt tweerichtingsverkeer ; opleider bepaalt wanneer, wat en hoe er wordt geleerd, maar geeft inspraak; begrip kweken voor de taak; juiste uitvoering benadrukken; lacunes in kennis of vaardigheid achterhalen; ingaan op ideeën/suggesties van de student; inzicht verschaffen in werkproblemen en gekozen methode; concrete afspraken maken over de uitvoering van de taak; angsten en weerstand reduceren.
Student: Bewust-bekwaam Weinig zelfvertrouwen Zelfstandig Weinig gemotiveerd Taakbekwaamheid + Leerbereidheid - Opleider: MOVING ONDERSTEUNEN
Kenmerken van het gedrag van een opleider die ondersteunen als begeleidingsstijl toepast: student zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk laten zijn; naar oplossingen/vorige succeservaringen vragen; leer- en werkproblemen van de student helpen oplossen; stimuleren, aanmoedigen en waarderen; uitdagen op ambitie; begrip voor gevoelens van de student hebben en dit tonen; angsten en weerstand reduceren.
student: (On)bewust-bekwaam Goed zelfvertrouwen Zelfstandig Gemotiveerd Taakbekwaamheid + Leerbereidheid + Opleider: RE-FREEZING DELEGEREN
Kenmerken van het gedrag van een opleider die delegeert, zijn: de student vrijheid geven; vertrouwen uitspreken; voorwaarden scheppen om de taak uit te voeren en er van te leren; belangstelling tonen voor de voortgang; leerresultaten en uitvoering van het werk checken (contrôle mag/moet); vaardigheden laten inzetten in andere werksituaties (transfer); tempo en complexiteit van het werk en leren opvoeren. Geen laissez fair. De opleider blijft (eind)verantwoordelijk voor de kwaliteit van de patiëntenzorg en de leeractiviteiten.
Student laten groeien in zijn taakvolwassenheid
Student laten groeien in zijn ontwikkeling
Student laten groeien in zijn ontwikkeling
Student laten groeien in zijn ontwikkeling
Terug moet soms ook
Terug moet soms ook
Situationeel begeleiden als docent toepassen bij werk- en projectgroepen
Gedrag docent
Instrueren bij een groep werkt het beste door als docent: het voorzitterschap (tijdelijk) over te nemen; controleren of en hoe opdracht is uitgewerkt; controleren of de doelstellingen zijn geëxploreerd; doorvragen op aanpak van het project of de studietaak of deze voorschrijven; doorvragen op het stappenplan dat studenten gebruiken of deze voorschrijven.
Overtuigen bij een groep werkt het beste door als docent: de tijd te nemen; aandachtig te luisteren en samen te vatten; de controle steeds vaker uit handen te geven; de studenten vragen te laten stellen; zelf open vragen te stellen; studenten vragen om iets samen te vatten; studenten te vragen om delen van de agenda te bewaken.
Ondersteunen bij een groep werkt het beste door als docent: oprechte belangstelling in de studenten te tonen; over het grote perspectief (beroep uitvoeren) laten nadenken; studenten zelf laten zoeken naar oplossingen; ambities en idealen aan bod laten komen; de tijd te nemen.
Delegeren bij een groep werkt het beste door als docent: los te laten (hoe moeilijk dat ook mag zijn, maar het moet); afspraken te maken over waar en hoe de docent te bereiken is; de rol als van consultant en collega aan te nemen; voortgangsgesprekken af te spreken; afspraken over de oplevering van de producten en de beoordeling.
Drs. C.G.J. Timmer (Carol) Opleidingscoördinator Ambulance Amsterdam Karperweg 19-25 1075 LB Amsterdam Tel: 020-5709573 Mob: 06-46245842 E-mail: ctimmer@ambulanceamstedam.nl