IJBURGCOLLEGE.NL Profielproduct Verantwoording & 02-06-2012
Activiteiten Voor het tot stand komen van dit profielproduct zijn de volgende stappen doorlopen (zie ook figuur 1): 1. Literatuuranalyse van betekenisvol leren aan de hand van de definities van betekenisvol leren door Jonassen (2011). 2. Opstellen van een vragenlijst voor leerlingen waarmee geïnventariseerd kan worden welke ervaringen van betekenisvol leren zij tijdens realistische opdrachten gehad hebben 3. Afnemen van deze vragenlijst onder vier leerlingen per profiel (Maatschappij profiel en Natuur profiel): Delphi expert ronde 4. Analyseren en vertalen van de antwoorden van de leerlingen naar stellingen voor de Delphi consensus ronde 5. Voorleggen van stellingen over de individuele ervaringen van betekenisvol leren tijdens de verschillende realistische opdrachten: Delphi consensus ronde 6. Maken van de ontwikkelkaart per profiel met specifieke ontwerpregels en concrete voorbeelden uit bestaande realistische opdrachten Figuur 1: Activiteiten
Tijdens de ontwikkeling van ons profielproduct hebben we als eerste een begripsanalyse gemaakt van betekenisvol leren zoals omschreven door Jonassen (2011). De omschrijving van Jonassen is omgezet in vragen voor de leerlingen waarmee zij hun ervaringen in de realistische opdrachten konden terugkoppelen: Delphi expert ronde (zie bijlage 1). De ervaringen van de leerlingen zijn vervolgens geanalyseerd en omgezet naar stellingen (zie bijlage 2 & 3). Deze stellingen bevatten de kenmerken van betekenisvol leren zoals ervaren werden door één of meerdere leerlingen. Tijdens de volgende ronde (Delphi consensus), hebben de leerlingen kunnen aangeven of zij het eens waren met de stellingen door middel van een 5-punts Likertschaal. Indien er op punten geen consensus bereikt werd, is dit besproken met de leerlingen: de resultaten werden teruggekoppeld en zij gingen onderling met elkaar discussiëren over de stellingen. Elke leerling kreeg de kans om zijn of haar mening toe te lichten. Deze toelichting diende als nuttige informatie voor anderen. Elke deelnemer kon van mening veranderen op basis van evaluatie van de nieuw verkregen informatie. Hierna volgde een nieuwe ronde van stemmen op de stellingen en kon opnieuw bepaald worden of er wel of geen consensus bereikt is. Na twee ronden is er een analyse gemaakt van alle stellingen: hebben 75% of meer leerlingen dit kenmerk ervaren? De stellingen waar een meerderheid van de leerlingen het mee eens is, zijn in ontwikkelkaarten per profiel verwerkt(zie bijlage 4 & 5).
Consistentie uitvoering onderzoeksplan Tijdens het onderzoek is er in milde mate afgeweken van het onderzoeksplan. In plaats van de kenmerken van betekenisvol leren sec te presenteren aan de leerlingen (zie Plan van Aanpak: Sessie 1a), zijn de kenmerken vertaald in vragen voor de leerlingen waarop zij hun ervaringen met betekenisvol leren konden geven. De antwoorden op deze vragen geven de ervaringen van leerlingen met betekenisvol leren in leerlingentaal weer. De definitie van betekenisvol leren uit de literatuur vonden wij te ver afstaan van de behoefte en de belevingswereld van de leerlingen: leerlingen willen graag feedback geven op de realistische opdrachten, wij willen graag input op betekenisvol leren. Om deze reden hebben wij voor de leerlingen de vertaalslag gemaakt zodat zij konden reflecteren op hetgeen zij geleerd en gedaan hebben. Tijdens sessie 1b zijn de resultaten van sessie 1a niet teruggekoppeld aan de leerlingen. De antwoorden zijn door ons geanalyseerd en vertaald naar stellingen. Deze keuze hebben wij gemaakt omdat er een discrepantie bestaat tussen expert en leerling: de leerling wordt alleen als expert beschouwd van de ervaring met de realistische opdracht, niet als expert van de literatuur. De analyse van de literatuur over betekenisvol is te complex. De literatuuranalyse resulteerde in de vragenlijst en zodoende is de evaluatie van de vragen ook door de onderzoekers gedaan. Sessie 2+3 (zie Plan van Aanpak) zijn uitgevoerd zoals beschreven in het plan van aanpak: de afname van de vragenlijst met Likertschaal (Delphi consensus ronde). Hierna zijn de resultaten geëvalueerd en alleen de vragen teruggekoppeld waarbij het resultaat geen consensus opleverde. De leerlingen gingen deze stellingen met elkaar bespreken (onder begeleiding van ons) zodat zij via discussie hun mening konden profileren of aanpassen. Na de discussie is de vragenlijst nogmaals afgenomen. Na afloop van sessie 2+3 is de ontwikkelkaart voor ieder profiel gemaakt met specifieke ontwerpregels gebaseerd op de kenmerken van betekenisvol leren uit de literatuur.
Onderzoeksgroepen en instrumenten Het gebruikte instrument voor dit onderzoek is een aangepaste vorm van de Delphi-methode (Linstone & Turoff, 2002). De Delphi-methode kan gebruikt worden om te inventariseren, consensus te bereiken en meningen en ervaringen uit te wisselen (Gordon, 1994; Hasson et al, 2000). De initiële inventarisatieronde geeft inzicht in de individuele ervaringen van de leerlingen met betekenisvol leren tijdens de realistische opdrachten. De 2 de ronde (consensus ronden) laat de leerlingen beschouwen of ze het eens zijn met de ervaringen van hun medeleerlingen. Door middel van discussie wordt de mening van de deelnemers verrijkt en aangepast. De uitkomst van de consensusronde(n) zijn kenmerken van betekenisvol leren die gedeeld worden door een meerderheid van de leerlingen. De onderzoeksgroep in dit onderzoek zijn de leerlingen van 4HV. 4 leerlingen uit het Maatschappij profiel: 2 havo en 2 vwo leerlingen 4 leerlingen uit het Natuur profiel: 2 havo en 2 vwo leerlingen De reden dat er in het 4de jaar geëvalueerd is komt voort uit het feit dat de meeste leerlingen uit leerjaar 5 en 6 met het eindexamen bezig zijn op het moment van dataverzameling. Daarnaast zitten in de realistische opdrachten van het 4de leerjaar de meeste ontwikkeluren. Figuur 2: Aangepaste Delphi methode
Resultaat en proces Kans op implementatie: Met ons onderzoek hebben wij een methode ontwikkeld waarmee realistische opdrachten gemakkelijk kunnen worden geëvalueerd op betekenisvol leren. Door de handleiding is er een product gerealiseerd dat praktisch uitvoerbaar is door andere docenten en ontwikkelaars. Daarnaast is met deze methode een ontwikkelkaart ontwikkeld met specifieke ontwerpregels en concrete voorbeelden uit realistische opdrachten. Deze ontwikkelkaart kan docenten helpen bij het (her-)ontwerpen van realistische opdrachten. Wat ging minder goed: Het bereiken van consensus onder leerlingen kostte meer tijd dan van tevoren was ingeschat. Door organisatorische uitdagingen was het lastig om alle sessies in te plannen. Uiteindelijk is dit wel gelukt maar merkten wij dat andere docenten op hetzelfde tijdstip afspraken met de leerlingen inplanden. Onze aanbeveling is om indien input van leerlingen gewenst en noodzakelijk is, meer tijd beschikbaar te stellen en duidelijk aan te geven dat leerlingen hierbij gevrijwaard zijn van andere verplichtingen. Wat ging goed: De aangepaste Delphi-methode heeft als doel om over meningen en ervaringen van leerlingen een mate van consensus te verkrijgen die als evaluatie kunnen dienen. Wij waren erg verrast over de professionele manier waarop leerlingen de realistische opdrachten evalueerden. De manier waarop er consensus werd bereikt over de kenmerken van betekenisvol leren in realistische opdrachten ging zeer soepel. Dit kwam mede door het gebruik van Google-Docs om gegevens te verzamelen. Wij denken dan ook dat dit een uitermate geschikt hulpmiddel is om de realistische opdrachten in de toekomst te evalueren.
Literatuur Gordon, T.J. (1994). The Delphi Method. Millenium Project: AC/UNU. Hasson, F. et al (2000). Research guidelines for the Delphi survey Technique. In: Journal of Advanced Nursing. Vol.32(4), p. 1008-1015. Jonassen, D.H. (2011), Goal of technology Integrations: Meaningful Learning In: Howland, J.L et al (Eds). Meaningful Learning with Technology 4th edition. Pearson Education: Boston. Linstone, H.A. & Turoff, M. (2002). The Delphi Method: techniques and applications. Murray Turoff and Harold A. Linstone.