Informatie GGZ stage



Vergelijkbare documenten
Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL)

Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding tweede opleidingsjaar. versie juni 2015

Het individuele opleidingsplan (IOP)

Toets Consultvoering in jaar 1 IB Aangepast

LEOh. Landelijke Evaluatie Opleider huisartsgeneeskunde. Naam huisartsopleider. Plaats praktijk. Opleidingsjaar. jaar 1. jaar 3. Moment van invullen

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

Stageleerwerkplan (SLWP), versie 11 januari 2017

Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen

In de praktijk wat kan, op school wat moet

Bij de MSF (verwijzers) is het verplicht minimaal 3 verwijzers een vragenlijst te sturen, voor de

Toelichting bij het formulier

Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling Huisartsopleiding

LEOh. Landelijke Evaluatie Opleider huisartsgeneeskunde. Naam aios. Groepsnummer aios. Naam huisartsopleider. BIG-nummer Plaats praktijk

Het individuele opleidingsplan (IOP)

Deel 1 Evaluatie opleider: checklist tussentijds evaluatiemoment versie 2017

TUSSENPROFIEL VAN DE HUISARTS IN OPLEIDING. Jaar 1. Versie 2

Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL) Versie stage-opleider

Evaluatie van opleiders door aios LUMC: inleiding voor opleiders versie 2017

PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE HUISARTSOPLEIDING JANU N ARI

Competentieprofiel van de opleider CHVG

HET LEERWERKPLAN. Bijlage C. Het leerwerkplan. Pagina 1 van 8 Versiedatum: 01 juli 2013

Begeleidingsdocument

Standaard-actieplan stage 3 (PL3)

PROJECT VERNIEUWING HUISARTSOPLEIDING

Standaard-actieplan stage 1 (PL1)

Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL) Versie stage-opleider

LANGE KLINISCHE BEOORDELING

Standaard-actieplan stage 4 (PL4)

Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde

Standaard-actieplan stage 2 (PL2)

Huisartsopleiding. Kennismakingsbrochure. Huisarts: specialist in veelzijdigheid! a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties?

PROTOCOL TOETSING EN BEOORDELING IN DE VERPLEEGHUISARTSOPLEIDING

Generalistische Basis GGZ en Specialistische GGZ

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Leer meer van de dagelijkse praktijk. KBA s als handvat voor aios en opleiders

[WERKWIJZE E-PORTFOLIO HUISARTSOPLEIDING UMCG]

TUSSENPROFIEL VAN DE HUISARTS IN OPLEIDING. Jaar 2. Versie

Pilot nieuwe functie: Het concept ziekenhuisarts Het belang van generalisten in het ziekenhuis. Abe Meininger UMCG

Functieprofiel doktersassistent(e)

Keuzedeel mbo. Zorg en technologie. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0137

Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL) Versie stage-opleider

WORKSHOP: Competentiegericht opleiden

Lokaal toetsplan Huisartsopleiding UMCG Bijlage A bij het Instituutsreglement

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen)

Psychische zorg voor ouderen

Samen naar een individueel opleidingsplan. Anouk Straus

Competenties van de klinisch psycholoog. Ger Keijsers

3.1 Persoonsgerichte werkvormen: leren van ervaringen, supervisie en intervisie

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

5. Protocol Toetsing en Beoordeling

TRAINING EN TOETSING BINNEN DE OPLEIDING. Professioneel Handelen

Richtlijn keuzestages, projecten, cursussen, congressen en studiereizen

Vervolgopleiding tot Huisarts Nijmegen 2012

Individueel Opleidingsplan en -schema AIOS

Programma van toetsing

Verdiepingsstage Dubbele diagnose. Loodds. informatie voor aios

Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven

Voortgangs- en beoordelings systematiek AVG opleiding Erasmus MC. Inhoud. Inleiding

Klinische Stage Interne Geneeskunde. Bijlage 1

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

1.4. De kinderverpleegkundige organiseert en coördineert de verpleegkundige zorg rond het zieke kind.

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ

Landelijk opleidingsplan Interne geneeskunde 2019

Toetsregeling Zorgstage (MED-B1ZST)

Vergelijking tussen: Functie: General Manager Dijkhuis BV Afnamedatum: :26:42 Kandidaat: Verbaan, Jan Afnamedatum: :05:43

Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie /12 Verpleegkundige mbo v0.1

Aantekenformulier van het assessment PDG

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling in de Huisartsopleiding Rotterdam

Beoordelen met de 360 feedback-methode

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Individueel opleidingsplan (IOP) M.S. (Marieke) van Schelven

Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot oncologie verpleegkundige

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Generalistische basis ggz

Competentieprofiel kaderhuisarts

Toetsplan Huisartsopleiding LEIDEN

Verwacht niveau in de co-schappen

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Minor Educatie & Communicatie Variant II

Competentievenster 2015

Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL)

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

Workshop: Lokaal opleidingsplan

Competentieprofiel praktijkopleider verpleegkundig specialist

Transcriptie:

Informatie GGZ stage

Inhoud 1 Inleiding en doel GGZ-stage... 3 1.1 Situering van de GGZ-stage in de huisartsenopleiding... 4 2 Onderwijsprogramma... 5 2.1 Startclass... 5 2.2 De stageplaats... 6 2.3 De terugkomdag... 7 3 Leerproces en evaluatie van de voortgang... 8 3.1 Individueel Opleidings-Plan... 8 3.2 Vaardigheidsonderwijs... 8 3.3 Sturing van het leerproces: feedback en educatieve toetsing... 8 3.4 Eindbeoordeling... 9 4 Stagebezoek en opleidersmiddagen... 10 5 Contactinformatie... 11 6 Bijlagen... 12 Bijlage 1 Beschrijving doelstellingen... 13 Bijlage 2 Individueel Opleidings-Plan... 16 Bijlage 3 KKB klinische stage... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage 4 Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL)... 19 Bijlage 5 Geschiktheidsadvies... 40 Bijlage 6 Evaluatie stageplaats... 41 Bijlage 7 Format leerwerkplan... 43 Bijlage 8 Competenties opleiders... 45 2

1 Inleiding en doel GGZ-stage In het tweede jaar van de vervolgopleiding tot huisarts kan de aios in het kader van de externe leerwerkperiode (ELWP) een stage volgen van drie maanden in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Dit kan een GGZ-instelling zijn voor ambulante of deeltijdzorg, een crisisdienst, maar ook een psychiatrisch ziekenhuis of een instelling voor verslavingszorg. Huisartsen hebben veel te maken met patiënten met psychische klachten. Het is de taak van de huisarts om psychische en psychiatrische problemen te diagnostiseren. Bij een deel van de patiënten neemt de huisarts ook de begeleiding en behandeling op zich. Een ander deel zullen zij verwijzen naar een GGZ-deskundige in de eerste of tweede lijn. Ook als patiënten daar in behandeling zijn, blijven zij een beroep doen op hun huisarts, waarbij de psychische of psychiatrische problematiek doorspeelt in nieuwe hulpvragen en een rol speelt bij de diagnostiek en behandeling daarvan. Hoofddoel van de GGZ-stage is het vergroten van de competenties als toekomstig huisarts voor wat betreft diagnostiek, behandeling, begeleiding en preventie bij psychosociale problemen en psychische stoornissen. Het werken in een GGZ instelling brengt de aios in contact met een breed scala aan psychische en psychiatrische problemen, doorgaans in ernstiger of extremere vormen dan in de huisartspraktijk. De aios kan zien en ervaren hoe patiënt in de eerste en tweede lijns-ggz behandeld wordt en welke specifieke bekwaamheden de diverse GGZ-professionals in huis hebben. Het gaat echter niet alleen om de medisch/psychiatrische, maar nadrukkelijk ook om de andere competentiegebieden van de huisarts. Zo biedt de GGZ-stage bij uitstek de gelegenheid om ervaring op te doen met interacties die het uiterste vragen van de aios op het gebied van communicatietechniek. Door de aard van de problematiek, zoals persoonlijkheidsproblematiek en toestandbeelden die de expressiemogelijkheden van de patiënt sterk beïnvloeden en/of beperken, is de aios genoodzaakt zijn arsenaal aan gespreksinterventies uit te breiden. Het leren omgaan met het fenomeen overdracht en tegenoverdracht komt hierbij onvermijdelijk aan bod. Ook de competentie maatschappelijk handelen komt ruimschoots aan bod, bijvoorbeeld wanneer het gaat om preventie van psychische problemen, het beoordelen van de wils(on)bekwaamheid en het toepassen van wetgeving zoals de WGBO en BOPZ. Omdat de autonomie bij ernstige psychiatrische problemen vaak (tijdelijk of langdurig) verzwakt is, is het een opgave voor de huisarts om zijn verantwoordelijkheid helder te kaderen en de grenzen daarvan te onderkennen. Het omgaan met machteloosheid in welke uitingsvorm dan ook- van de patiënt, van zichzelf, maar ook van de informele en professionele zorgsystemen om de patiënt heen, is een leerzaam spanningsveld waar de aios in de GGZ intensief kennis mee maakt. Uitsluiting en stigmatisering zijn maatschappelijke mechanismen, waarvan de aios zich bewust moet zijn en zijn positie in zal moeten bepalen. Op het terrein van organisatie en samenwerking is de GGZ-stage voor velen een nieuwe en vreemde setting. Niet alleen het werkritme en de caseload zijn anders, ook de overlegstructuren en de managementcultuur zijn vreemd voor de meeste aios. Door te participeren in een multidisciplinair team leert de aios samen te werken met voor hen ten dele nieuwe disciplines. Ook vormen ze zich van binnen uit een beeld van de structuren in de complexe en lokaal diverse sector van GGZ-zorg en welzijn. In de GGZ-omgeving zijn er veel mogelijkheden om na te gaan hoe er wordt omgegaan met evidence based practice; hoe gewerkt wordt met bepaalde protocollen en hoe die protocollen onderbouwd zijn. 3

De GGZ-stage stelt de aios in staat duidelijker zijn taakopvatting en professionele rol ten aanzien van psychische problematiek in de eerste lijn te ontwikkelen. Maar de mens-die-dokter-is zal in de GGZ onvermijdelijk aangezet worden tot reflectie op zijn of haar eigen mensbeeld, in de omgang met psychische problemen en de eigen gevoeligheden die geraakt kunnen worden in het contact met lastige lieden en de psychisch kwetsbare medemens. In bijlage 1 staat een schematische weergave van de doelstellingen van de GGZ-stage. 1.1 Situering van de GGZ-stage in de huisartsenopleiding De huisartsenopleiding duurt, indien fulltime gevolgd, 3 jaar en is verdeeld in 2 fasen: Fase 1: Eerste huisartsstage Poortstage 12 maanden 6 maanden Fase 2: GGZ stage CCZ stage (chronische complexe zorg) 3 maanden Tweede huisartsstage 12 maanden 3 maanden Differentiatie 3 maanden (Indien de aios zich differentieert, duurt de tweede huisartsstage 15 maanden en is er een vrijstelling verleend voor een (deel van een ) ELWP stage) Er zijn dus binnen de huisartsenopleiding drie korte klinische stages, ook wel externe leerwerkplekken / ELWP genaamd: de Poortstage (3 of 6 maanden op de afdeling SEH) de GGZ-stage (3 maanden psychiatrie) de CCZ-stage (3 maanden chronisch complexe zorg). Ook is er de mogelijkheid om bij vrijstelling- een deel van de Poortstage in te ruilen voor een korte stage zoals cardiologie, interne geneeskunde, gynaecologie, kindergeneeskunde of chirurgie/heelkunde. De volgorde van de korte klinische stages verschilt per aios (om logistieke redenen), maar deze stages vinden, op enkele uitzonderingen na, altijd plaats in het tweede jaar van de opleiding, dus na het eerste jaar in de huisartsenpraktijk en voor het tweede jaar in de huisartsenpraktijk. 4

2 Onderwijsprogramma 2.1 Startclass De GGZ-stage begint met een intensieve cursus: de Startclass GGZ. De Startclass is zowel bedoeld om de aios te helpen zich beter te oriënteren op het ervaringsleren en relevante leerdoelen op de stageplek, als om er sneller effectief te kunnen functioneren. De Startclass biedt de aios kennis en vaardigheden die in de gespecialiseerde GGZ nuttig danwel onmisbaar zijn, zoals: kennis van de DSM IV; het psychodiagnostisch onderzoek; het toepassen van de wet WGBO en BOPZ; crisisinterventie en het beoordelen van suïciderisico; psychofarmacotherapie persoonlijkheidsstoornissen; inzicht en bewustwording van overdracht en tegenoverdracht. Daarnaast richt de Startclass de blik van de aios van meet af aan op het herkennen, behandelen/begeleiden en/of verwijzen van psychische problemen binnen de eerste lijn. Onderdelen die hierover gaan zijn: kennismaking met het standpunt GGZ van de NHG; kennismaking met de functie POH-ggz, eerstelijnspsycholoog en AMW; kennis van de structuren in de GGZ en de sociale kaart; begeleiden bij depressie en angststoornissen; cognitieve gedragstherapeutische technieken; psycho-educatie; crisisinterventie vanuit de eerste lijn. Tot slot stelt de aios tijdens de Startclass een IOP op en maakt hij een begin met een aantal competentiegerichte opdrachten, die hij gedurende de drie maanden voltooit. De thema s van de opdrachten staan vast, maar de aios kan een individuele uitwerking kiezen, zodat hij aan zijn eigen leerbehoefte toe komt. Voorbeelden van opdrachten zijn: overdracht en tegenoverdracht; psycho-educatie; onderzoek naar evidence (EBP); sociale kaart; verwijsbrief voor de GGZ; toepassen van begeleidingstechnieken (CGT of PST). 5

2.2 De stageplaats Kennismakingsgesprek Van de stagebegeleider mag verwacht worden dat hij voor de aanvang van de stage een kort kennismakingsgesprek met de aios heeft. In dat gesprek hoort aan de orde te komen welke specifieke leerdoelen de aios heeft en hoe die binnen de stage te realiseren zijn. De aios bereidt dat gesprek voor door zijn leerdoelen op papier te zetten in de vorm van een Individueel Opleidings Plan (IOP zie bijlage 2). Onderwijs en begeleiding Het belangrijkste deel van de opleiding vindt plaats op de stageplaats. De leeromgeving in de GGZ verschilt wezenlijk van die in de huisartsenpraktijk. De nadruk ligt sterk op het incidenteel leren: veel leren door veel (mee) te doen. De aios werkt in de GGZ veelal buiten zijn kerncompetentie en buiten zijn comfortzone ; daarom is het voor velen in eerste instantie een stap terug in de mate van zelfstandigheid. Toch is het nadrukkelijk de bedoeling dat de aios zo snel mogelijk zelf taken mag en kan uitvoeren, waarbij de mate van supervisie en begeleiding aanvankelijk hoog is, maar geleidelijk afneemt, terwijl de complexiteit van taken toeneemt. De ruimte voor intentioneel leren, gericht op specifieke persoonlijke leerdoelen, dient met zorg te worden bewaakt. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de aios. Echter de stageopleider heeft de taak dit zo veel mogelijk te faciliteren. Op veel stageplaatsen ziet de aios slechts een bepaalde categorie mensen en/of problematieken (bijvoorbeeld verslaafden, kinderen). Voor de huisarts, die een generalist is, wringt dit nog al eens; de aios wil veel meer en breder ervaring opdoen. Het vraagt van zowel aios als begeleider de discipline en flexibiliteit om tot een leerplan te komen, dat zoveel mogelijk huisartsgeneeskundig relevante leermomenten mogelijk maakt. De meeste begeleidingscontacten vinden plaats rond patiëntcontacten, met de behandelaar die de eindverantwoordelijkheid draagt voor de patiënt. Echter ook anderen uit het team, zoals (sociaal psychiatrisch) verpleegkundigen die met de patiënt werken, kunnen begeleiding bieden. Veelal zal de aios zelf moeten aangeven wanneer hij behoefte heeft aan instructie, feedback of nagesprek. Bij het vragen van feedback kan de aios gebruik maken van de KKB (Korte Klinische Beoordeling, zie bijlage 3). Van de aios wordt verwacht dat hij aangeeft waar de grenzen liggen wat betreft bekwaamheid, dat hij actief vraagt om supervisie of om overname van een behandeling. Van de stagebegeleider mag de bereidheid worden verwacht vaardigheden te instrueren, feedback te geven en aanwezig te zijn voor supervisie. Ook dient hij de door de aios aangegeven grenzen te respecteren, al zal het soms zinnig zijn die te onderzoeken. De begeleider is verantwoordelijk voor een veilig werkklimaat van de aios. De begeleider dient zich ervan te vergewissen dat de aios competent is om in een bepaalde situatie zelfstandig op te treden. De patiëntveiligheid vereist dat de begeleider bij twijfel ter plaatse komt voor rechtstreekse supervisie of om een gesprek over te nemen. Van de stage-instelling wordt ook verwacht dat er onderwijsactiviteiten plaatsvinden voor aios, bijvoorbeeld in de vorm van casuïstiekbesprekingen, themabijeenkomsten, referaten etc. Voor het bijwonen van dergelijke bijeenkomsten behoort tijd te worden vrij geroosterd. 6

De stagecoördinator is verantwoordelijk voor de organisatorische zaken rondom de stage. Hij is voor de aios de aanspreekpersoon voor zaken als roostering. Ook is hij verantwoordelijk voor het zoeken naar mogelijkheden binnen de instelling wanneer de aios specifieke leerdoelen wil realiseren, zoals het verbeteren van vaardigheden op het gebied van ambulante/ poliklinische begeleiding, crisisinterventie of het werken met een specifieke leeftijdsgroep zoals kinderen en jeugd. Van de stage-instelling wordt flexibiliteit verwacht wanneer het gaat om specifieke leerdoelen van een aios. De roostering dient daarvoor ruimte te laten. (zie bijlage 8, competentieprofiel van de opleider) De stage-instelling legt het stageaanbod globaal vast in een leerwerkplan, waaruit blijkt welke specifieke mogelijkheden de instelling biedt en op welke wijze het onderwijs vorm krijgt.( zie bijlage 7) Aan het de stage wordt de stageplek geëvalueerd. Daarbij komt ook het leerklimaat uitdrukkelijk aan de orde, aan de hand van een schriftelijke evaluatie (bijlage 6, pag. 40). 2.3 De terugkomdag Hoewel de aios tijdens de korte stages werkt en leert in een tweede en/of derde lijns (intramurale) setting, is voortdurend de vertaalslag van het geleerde naar de toekomstige huisartsenpraktijk van belang. Reflectie hierop neemt dan ook een belangrijke plaats in op de terugkomdagen. Het onderwijs op de terugkomdagen biedt zowel verdieping als aanvulling op het leren in de praktijk en helpt de aios tot integratie te komen. Er is gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en voor persoonlijke reflectie. Van elkaar leren is daarbij expliciet het doel. Er wordt casuistiek besproken en er worden verschillende thema s behandeld, die voor een belangrijk deel gericht zijn op de vakinhoudelijke ontwikkeling. Communicatie komt aan de orde tijdens de casusbesprekingen en in het rollenspel. Intervisie is bedoeld om te komen tot een persoonsgerichte verdieping. Er is een vast programma opgesteld voor de terugkomdagen, maar dit kan worden aangepast aan de leerwensen die vanuit de groep worden aangegeven. Bij de GGZ-stage verzorgen diverse externe deskundigen onderwijs. Daarnaast zijn er onderwerpen die door en voor de aios worden verzorgd. Het programma van de terugkomdagen wordt in het begin van de GGZ stage vastgesteld en op BlackBoard geplaatst; voor de verschillende programmaonderdelen worden inhoud en werkwijze beschreven en gelinkt aan het betreffende programmaonderdeel. De terugkomdagen worden begeleid door een huisarts en een gedragswetenschapper. Zij zijn beiden verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen van de terugkomdagen, voor een positief leerklimaat en proces in de groep en voor de begeleiding van het individuele leerproces van de aios vanuit de groepssetting. Deze begeleiding is niet één-op-één zoals op de stageplek. De groepsbegeleiders geven feedback op het IOP, bevragen de aios kritisch en geven feedback naar aanleiding van hun inbreng tijdens het onderwijs. Daarnaast hebben zij een inhoudelijke bijdrage middels diverse onderwijsprogramma s. 7

3 Leerproces en evaluatie van de voortgang 3.1 Individueel Opleidings-Plan Het Individueel Opleidings-Plan (IOP, zie bijlage 2) dient om het intentioneel leren (d.w.z. het leren gericht op specifieke, persoonlijke leerdoelen) te stimuleren. Aan het begin van de stage wordt van elke aios verwacht dat hij een IOP opstelt en dat bespreekt met de stagebegeleider.voor sommige leerdoelen is het voldoende ze als onderwerp van aandacht te benoemen en afspraken te maken over de manier waarop dat wordt ingepast in de stage. Voor andere, meer gecompliceerde leerdoelen kan het gewenst zijn een wat meer gericht plan te maken en dat uit te werken in een zogenaamd DART N (zie bijlage 2). 3.2 Vaardigheidsonderwijs In de GGZ-stage doen zich diverse situaties voor waarin vaardigheden dienen te worden aangeleerd of voor het eerst worden uitgevoerd. Idealiter vindt vaardigheidsonderwijs stapsgewijs plaats: - overdracht van kennis over vaardigheden (indicaties, contraindicaties, mogelijke bijeffecten, aandachtspunten) - uitleg en instructie: stap voor stap doornemen van de vaardigheid, evt. aan de hand van een folder / presentatie / video - in reële situatie voordoen door de instructeur (die eventueel elke stap benoemt terwijl hij de handeling uitvoert) - uitvoering onder supervisie van de instructeur (waarbij aios eventueel elke stap benoemt), waarna instructeur feedback geeft - zelfstandige uitvoering door aios met nabespreking Wanneer bij een tussenstap blijkt dat het niveau onvoldoende is wordt die stap herhaald. Wanneer het gaat om minder complexe handelingen of wanneer de aios al over enige vaardigheid beschikt kan evt. een stap worden overgeslagen. 3.3 Sturing van het leerproces: feedback en educatieve toetsing Feedback geldt naast zelfreflectie- als belangrijkste sturende prikkel bij het leerproces. In de GGZ-stage wordt van de aios verwacht dat hij zélf actief vraagt om feedback aan patiënten en aan andere hulpverleners binnen het team. De stagebegeleider volgt de voortgang van de aios en biedt begeleiding in de vorm van nabespreking van werkzaamheden, leergesprekken, observatie van elkaar tijdens gesprekken en het afnemen van KKB s (Korte Klinische Beoordelingen, zie bijlage 3). Het KKB is een evaluatieformulier, dat dient als hulpmiddel bij de feedback. 8

Van de aios wordt verwacht dat hij met regelmaat aan een begeleider vraagt om dit evaluatieformulier geheel of voor een gedeelte in te vullen. Hij kan dat vragen aan elke bij een casus betrokken hulpverlener. De ingevulde KKB s dienen voor de stagebegeleider als onderbouwing van de voortgangsbeoordeling. Het is hierbij belangrijk dat de aios een vast aanspreekpunt heeft en dat de stageopleider ten alle tijden benaderbaar is als eindverantwoordelijke voor het opleiden en de condities waaronder dit gebeurt. Tussenevaluatie: Het is de bedoeling dat de aios en de opleider na zes weken een tussenevaluatie houden waarin de competentieontwikkeling besproken wordt op basis van de Combel (zie bijlage 4) Tijdens de tussenevaluatie wordt besproken in hoeverre het lukt om de aangegeven leerdoelen van het IOP te behalen. Eventueel worden de leerdoelen bijgesteld en worden er nieuwe leerdoelen benoemd. Daarnaast bespreken beiden hun visie op de opleidingssituatie en zoeken zij oplossingen voor eventuele knelpunten. Ook neemt de groepsbegeleider rond de zesde week van de stage telefonisch contact op met de stageopleider om te informeren naar de voortgang. Bij problemen op de stageplek, waar opleider en aios samen niet uitkomen, zal de groepsbegeleider trachten zo snel mogelijk in gesprek te komen met beiden, waarbij openheid naar alle partijen voorop staat. Twijfels over een aios dienen altijd eerst met de aios zelf besproken te worden. Eindevaluatie: Bij afsluiting van de stage wordt teruggekeken op de competentieontwikkeling (opnieuw met behulp van de Combel) en wordt de eindbeoordeling besproken (zie bijlage 5). De stagebegeleider vult in elk geval het voorblad met de 7 competenties in van de Combel. De vervolgbladen dienen daarbij als hulpmiddel; ze hoeven niet persé in detail te worden ingevuld, maar het invullen kan de feedback wel verhelderen. Bij twijfel over het niveau van de aios op een bepaald terrein wordt wel dringend aangeraden het betreffende vervolgblad in te vullen. De ingevulde en ondertekende Combel dient de aios in zijn ontwikkelingsdossier te bewaren. 3.4 Eindbeoordeling Aan het eind van de stage wordt door de stagebegeleider en door de groepsbegeleiders een oordeel uitgesproken over de geschiktheid van de aios om de opleiding volgens planning voort te zetten (middels het formulier geschiktheidsadvies, zie bijlage 5). 9

4 Stagebezoek en opleidersmiddagen Stagebezoeken ELWP Om de contacten met de stageverlenende instellingen te intensiveren en het verloop van de stage in die instelling in zijn algemeenheid onder te bespreken, worden instellingen periodiek bezocht door een functionaris van de huisartsenopleiding. In praktijk is afgesproken deze bezoeken te laten uitvoeren door de medewerker communicatie rond de tijd dat een instelling voor herregistratie in aanmerking komt. Het doel van de bezoeken is het volgende: Evaluatie van de onderlinge samenwerking: hoe ervaren de aios de stageplaats (de pluspunten en de minpunten uit de evaluaties), hoe ervaart het instituut de samenwerking met enerzijds de aios en anderzijds de huisartsenopleiding Uitwisseling van recente ontwikkelingen binnen de stageinstelling en binnen de huisartsenopleiding. Gekeken wordt of het mogelijk/wenselijk is om de leermogelijkheden van de aios binnen de ELWP te vergroten Het beantwoorden van praktische vragen Stageopleidersmiddag Twee keer per jaar (in juni en in november) organiseert de Voha een stageopleidersmiddag. Deze vindt plaats in studiecentrum Soeterbeeck in Ravenstein (http://www.ru.nl/studiecentrumsoeterbeeck) Het doel van deze middag is deskundigheidsbevordering van de stageopleiders en het uitwisselen van ervaringen. 10

5 Contactinformatie Contactpersonen VOHA voor de GGZ-stage Secretariaat VOHA, tel 024-3615300 Lidwien Bernsen, Opleidingscoördinator Katinka de Vos, Huisarts (docent) Jacqueline Heygele, Gedragswetenschapper (docent) Maarten Jacobs, Kaderhuisarts GGZ/ vakdocent Ingrid van Haalen, Onderwijssecretaresse ELWP Esther van Wezel, Planning Resi Boere, beheerder BlackBoard VOHAsecretariaat@elg.umcn.nl L.Bernsen@elg.umcn.nl K.deVos@elg.umcn.nl J.Heygele@elg.umcn.nl M.Jacobs@elg.umcn.nl I.vanhaalen@elg.umcn.nl Dobbelsteen@elg.umcn.nl V.Blom@elg.umcn.nl 11

6 Bijlagen Bijlage 1 beschrijving doelstellingen *) pag. 14 Bijlage 2 Individueel Opleidings-Plan pag. 17 Bijlage 3 KKB klinische stage **) pag. 19 Bijlage 4 Combel jaar 2 klinische stage **) pag. 21 Bijlage 5 Geschiktheidsadvies pag. 42 Bijlage 6 Evaluatie stageplaats pag. 44 Bijlage 7 Format leerwerkplan pag. 46 Bijlage 8 competentieprofiel stage opleiders pag. 48 *) zoals beschreven in het competentieprofiel en eindtermen van de huisarts, vastgesteld door het CHO in 2009 **) de meest recente versies zijn verkrijgbaar bij het secretariaat van de VOHA 12

Bijlage 1 Doelstellingen GGZ stage Tijdens de GGZ stage is een veelheid aan doelstellingen te behalen. Hieronder zijn de te behalen doelstellingen beschreven per competentie, gebaseerd op het competentieprofiel en de eindtermen van de huisarts, zoals in 2009 door het CHO vastgesteld. In de Combel voor de GGZ-stage zijn deze doelen zichtbaar gemaakt in concreet, toetsbaar gedrag. Dit overzicht kan de aios gebruiken om na te gaan welke doelstellingen nog aandacht moeten krijgen of welke voldoende aan bod zijn geweest. Competentiegebied 1: Medisch handelen De aios is in staat te benoemen: De principes van de DSM classificatie De epidemiologie en het voorkomen naar leeftijd en sekse van de belangrijkste psychiatrische ziektebeelden De symptomen, het beloop en de differentiaaldiagnose van een delier De (vroege) symptomen van de verschillende psychotische stoornissen te herkennen De voorkeursmedicatie en bijwerkingen te benoemen bij acute en chronische psychosen. Symptomen en verschillende typen angststoornissen met de symptomatologie daarvan. De risico s van benzodiazepinen en weet hoe deze te beperken De behandelingsstrategie van de verschillende angststoornissen en heeft weet van de principes van cognitieve gedragstherapie Heeft kennis van de somatische stoornissen die met angst gepaard gaan De verschillende somatoforme stoornissen en bijbehorende klachten en symptomen De kern en nevensymptomen van een depressie De criteria voor de diagnose depressie, ter onderscheiding milde en ernstige depressie Het beloop en prognose van een depressie en maskerende klachten die op een depressie kunnen wijzen De signalen, risicogroepen en risicosituaties van suïcidaliteit De algemene kenmerken van een pathologische persoonlijkheid en de specifieke kenmerken van de verschillende persoonlijkheidsstoornissen volgens DSMIV De factoren die van invloed zijn op het ontstaan en beloop van persoonlijkheidsstoornissen en de invloed op de directe sociale omgeving. De globale therapeutische benadering van patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. De klachten, de verschillende behandelingen en prognose van gedrags- en leerproblemen De aios is in staat: Het DSM classificatie systeem te hanteren in de patiëntenzorg Tot het uitvoeren van een adequaat psychiatrisch onderzoek Problematisch alcoholgebruik en misbruik van geneesmiddelen en drugs te signaleren, de ernst in te schatten, haalbare controleerbare doelen voor afbouw af te spreken en de indicatie te stellen voor gespecialiseerde zorg De indicatie te stellen voor behandeling en verwijzing van psychotische stoornissen Bij acute psychotische stoornissen de-escalerend te interveniëren en de patiënt medicamenteus te behandelen Een verantwoorde keuze te maken tussen behandeling van angststoornissen in eigen beheer of verwijzing 13

Adequaat diagnostisch en therapeutisch beleid uit te voeren bij een delier (zelfstandig, dan wel via de specialist) Om een patiënt met een depressie zelfstandig te behandelen (niet medicamenteus en medicamenteus) Om een eigen grenzen aan te geven bij de behandeling van patiënten met een depressie en op indicatie te verwijzen Suïcidale gedachten en/of plannen bespreekbaar te maken en het suïciderisico in te schatten en vervolgend op korte termijn de benodigde interventies plegen Een persoonlijkheidsstoornis te herkennen en samen met de patiënt reële behandeldoelen te formuleren en zo nodig, gericht te verwijzen Competentiegebied 2: Communicatie De aios kan adequaat communiceren met patiënten: rekening houdend met ongerustheid en angst met begrip voor context en achtergrond met voldoende empathie ongeacht de setting in een crisis situatie met onrust en hectiek met voldoende aandacht voor informatieverschaffing en informed consent De aios is in staat: controleerbare afspraken te maken met patiënten over medicatiegebruik voorlichting te geven over het psychiatrisch ziektebeeld en de diverse behandelingen (psychoeducatie) patiënt zo nodig te motiveren voor specialistische hulp Competentiegebied 3: Samenwerken De aios is in staat: samen te werken met andere hulpverleners en verder betrokkenen om een vraaggerichte, doeltreffende en kostenefficiënte patiëntenzorg mogelijk te maken (binnen een MDO, patiëntenbesprekingen) het juiste hulpverleningsniveau uit te kiezen bij een verwijzing de geleverde zorg inzichtelijk en overdraagbaar te maken voor andere hulpverleners Competentiegebied 4: Organiseren De aios is in staat: waar nodig de regie te nemen adequaat om te gaan met tijdsdruk, door effectief en efficient handelen, door prioriteiten te stellen en door multi-tasking de geleverde zorg zorgvuldig en volgens recente inzichten te registreren Competentiegebied 5: Maatschappelijk handelen De aios is in staat: zijn positie te bepalen binnen de keten GGZ zorg en bereid het basistakenpakket ten aanzien van GGZ zorg uit te voeren 14

het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt te erkennen en daarmee om te gaan de regelgeving inzake de WGBO en BOPZ te benoemen en hiernaar te handelen is zich bewust van de kwetsbare positie van de psychiatrische patiënt in de maatschappij Competentiegebied 6: Kennis en wetenschap De aios : heeft kennis van (de betekenis van) het evidence based denken en inzicht in de verhouding tussen medisch wetenschappelijk onderzoek en praktische richtlijnen voor het medisch handelen, en kan problematiseren heeft een EBP attitude, dwz het routinematig stellen van de vraag naar evidence bij de bewering dat een bepaald medisch handelen gewenst zou zijn (of juist niet) heeft kennis van de basale begrippen uit de epidemiologie, methodologie en de medische statistiek kan verslagen van wetenschappelijk onderzoek op methodologische kwaliteit beoordelen, en op evidentie en toepasbaarheid in de eigen praktijksituatie Competentiegebied 7: Professionaliteit De aios: geeft blijk van kritische zelfreflectie, bijvoorbeeld inzake zijn eigen attitude ten opzichte van psychiatrische ziektebeelden. kan verantwoording nemen voor het eigen professioneel handelen en autonoom beslissingen nemen kan daarbij rekening houden met eigen sterktes en zwaktes en is zich bewust van zijn eigen onmacht, gevoelens en grenzen inzake psychiatrische problematiek kan omgaan met fouten accepteert de onzekerheid die hoort bij het huisartsvak en kan deze hanteren, gebruik makend van zijn kennis van de risico s van over - en onderdiagnostiek kan storingen in de arts-patiënt relatie herkennen en herleiden tot ieders persoonlijkheid en bij de patiënt eventueel tot diens persoonlijkheidsstoornis 15

Bijlage 2 Het IOP in vogelvlucht Wat is een IOP? Een individueel opleidingsplan is een document waarin je op vastgestelde momenten tijdens de opleiding voor de komende periode (in principe 3 maanden) beschrijft aan welke leerdoelen jij gaat werken en hoe je dat gaat doen. Het plan omvat een toelichting bij de keuze van je doelen, een concreet actieplan en een beschrijving van de manier waarop de toetsing van het resultaat gebeurt. Wat is het doel van een IOP? Een aios dient aan het eind van de opleiding alle competenties zoals beschreven in het competentieprofiel te beheersen. Veel van deze competenties zal je verwerven, doordat ze vanzelf op je pad komen tijdens het werk in de praktijk of tijdens het instituutsonderwijs (incidenteel leren). Voor een aantal competenties moet je echter een plan maken, omdat de kennis en ervaring niet vanzelf op je af komen (intentioneel leren). Dit plan is voor elke aios verschillend: wát je je nog moet verwerven hangt af van je voorafgaande ervaring en al verworven deskundigheden, hóe je hiermee aan de slag gaat hangt af van bijvoorbeeld de mogelijkheden in de opleidingspraktijk/op de stageplaats en jouw persoonlijke leerstijl. Het planmatig werken aan professionele ontwikkeling is een belangrijke competentie voor huisartsen. Het is dus belangrijk dat je je tijdens deze opleiding de benodigde vaardigheden hiervoor verwerft. In het landelijk protocol toetsing en beoordeling is vastgelegd hoe het IOP samenhangt met de beoordelingsmomenten. Wat is de functie van het IOP Een dergelijk plan is een hulpmiddel om effectief te leren van het werken in de praktijk en van het onderwijs: het helpt je bij het organiseren van relevante leerervaringen en de nodige ondersteuning /praktijkbegeleiding het geeft inzicht in de effectiviteit van je werkwijze, door reflectie op resultaat en werkwijze het maakt jouw leertraject ook voor anderen inzichtelijk, zodat je gebruik kunt maken van hun feedback en tegelijkertijd is het ook een document waarmee jij tijdens de opleiding je (groeiende) competentie als lerende professional zichtbaar kunt maken. Hoe wordt het IOP gedurende de opleiding gebruikt? In de eerste weken van iedere stage lever je een eerste IOP in bij de groepsbegeleiders en bij de opleider. Deze geven feedback op je plan, zowel op de inhoud (doelen, leeractiviteiten) als op de wijze waarop je je IOP hebt vormgegeven. Naar aanleiding van deze feedback stel je het IOP vast voor de komende periode (meestal: het komende kwartaal) en geeft een kopie aan je groepsbegeleiders en opleider. Voorafgaand aan het voortgangsgesprek dat ieder kwartaal gevoerd wordt, evalueer je je plan van de afgelopen periode. Het IOP is gespreksonderwerp bij de voortgangsgesprekken met je groepsbegeleiders en opleider. Na ieder voortgangsgesprek stel je je IOP bij en voeg je er nieuwe doelen aan toe voor de dan volgende periode. Het IOP bewaar je in het ontwikkelingsdossier 16

Hoe maak je een IOP? 1) Je stelt je op de hoogte van welke competenties/deelvaardigheden aan het eind van de komende periode van je verwacht worden. 2) Je verzamelt informatie over je huidige competenties: zelftoetsing/-beoordelingen en feedback van/toetsing door anderen 3) Je zet op een rijtje welke vaardigheden/kennisinhouden je je nog moet verwerven en schat in (samen met je opleider) welke vaardigheden je je zult verwerven door incidenteel leren en met welke je bewust en planmatig aan de slag wilt/moet (intentioneel leren). 4) Je selecteert een realistisch aantal doelen en vertaalt deze in een concrete werkwijze en planning voor de komende periode. Binnen de opleiding is voor het beschrijven van doelen en werkwijze gekozen voor het model DART-N. Dit model wordt in de eerste periode van de opleiding geintroduceerd. 5) Met een korte weergave van je activiteiten en een korte samenvatting van je bevindingen bij stap 1 en 2 vormen deze DART-N s je eerste (aanzet tot een) IOP. 6) Per kwartaal evalueer je je plan (zowel resultaat als werkwijze) en verwerk je je conclusies in een IOP voor de volgende periode: doelen bijstellen, nieuwe doelen formuleren, werkwijze aanpassen. Ondersteuning Op de terugkomdag wordt aandacht besteed aan het opstellen van het IOP (o.a. gericht op het maken van keuzes) en het bijhouden van een IOP: informatie, instructie en coaching door docenten, onderlinge uitwisseling, ondersteuning en feedback in vaste studiegroepen en tijd om aan je IOP te werken. Ook je opleider kan je helpen bij het opstellen van het IOP. Beoordeling Je IOP, de wijze waarop je dit plan gebruikt én je reflectie op je eigen leerproces, geven een indruk van je competentie als lerende professional. 17

18

Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL) JAAR 2 GGZ stage Naam aios: Naam stageopleider/docent: Locatie/stageplaats: Naam groepsbegeleider(s): Stageperiode: werkgroep Toetsing 0804 juni 2008 19

7 Colofon werkgroep Toetsing Huisartsopleiding Nederland Drs.H. Düsman, methodoloog Huisartsopleiding Nederland Dr. D.S. Fokkema, organisator onderwijs Huisartsopleiding Groningen Huisartsopleiding Universitair Medisch Centrum Groningen Drs. P. Jobse, ondersteuning werkgroep Toetsing Huisartsopleiding Nederland Dr. A.W.M. Kramer, huisarts, coördinator onderzoek van onderwijs huisartsopleiding Nijmegen UMC St. Radboud, voortgezette opleiding tot huisarts Drs. P.G. van Peet, huisarts, docent en staflid huisartsopleiding Leiden Leids Universitair Medisch Centrum, afdeling Public Health en Eerstelijns geneeskunde Dr. H. M. Pieters, huisarts, hoofd huisartsopleiding Utrecht Huisartsopleiding Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. P.M. Ram, huisarts, hoofd huisartsopleiding Maastricht, voorzitter werkgroep Toetsing Huisartsopleiding Universiteit Maastricht Drs. P.L. Schoonheim, huisarts, hoofd huisartsopleiding VU Huisartsopleiding VU-Medisch Centrum Drs. M. Veldhuis, coördinator toetsing en beoordeling huisartsopleiding UvA Huisartsopleiding AMC Universiteit van Amsterdam 20

Inhoudsopgave Deel 1: Instructie m.b.t. de ComBeL 24 Doel en positionering van het instrument 24 Gebruik 24 Aanwijzingen voor het verzamelen van informatie 25 Relevante instrumentenbronnen voor externe stages 26 Toelichting bij de waarderingsschaal 27 Invullen van de lijst 27 Deel 2: Eigen oordeel en competentiescores per taakgebied 28 Vakinhoudelijk handelen 29 Arts-Patiëntcommunicatie 31 Samenwerken 33 Organiseren 34 Maatschappelijk handelen 35 Wetenschap en Onderwijs 36 Professionaliteit 37 Beoordeling GGZ-stage 39 Beoordeling GGZ-stage 40 Overall beoordeling taakgebieden 41 21

Deel 1, instructie m.b.t. de Combel Doel en positionering van het instrument De Competentie Beoordeling Lijst (afgekort: ComBeL) is een instrument met behulp waarvan stageopleiders en docenten (groepsbegeleiders) een oordeel geven over de mate waarin de aios als aspirant-huisarts de competenties in het Competentieprofiel van de huisarts 2005 (zie www.huisartsopleiding.nl PVH producten) beheerst, in relatie tot het stadium van zijn/haar opleiding, in dit geval de GGZ stage in het tweede jaar van de opleiding. De ComBeL omvat competenties uit de zeven taakgebieden van voornoemd competentieprofiel en wordt aangemerkt als domkkende criterialijst. Conform het protocol Toetsing en Beoordeling, vastgesteld door de HVRC in juli 2005, wordt de ComBeL gebruikt bij de formele voortgangsgesprekken van de (stage)opleiders en docenten met de aios. Gebruik De ComBeL wordt voorafgaand aan het voortgangsgesprek ingevuld door de aios en stageopleider op basis van observatie en andere informatie over het functioneren van de aios gedurende de maanden vóór het gesprek. De aios maakt een verslag van dit gesprek en neemt het op in het ontwikkelingsdossier. Het verslag van dit gesprek wordt door de groepsbegeleider(s) beoordeeld en zonodig wordt aan de aios en/of stagebegeleider om toelichting gevraagd. De stageopleider en de docent kunnen op onderdelen extra informatie toevoegen aan het verslag. De uitkomsten van de ComBeL worden gebruikt ter onderbouwing van het advies omtrent de geschiktheid van de aios om de opleiding voort te zetten. Deze adviezen gebruikt het hoofd van de opleiding bij het nemen van een beslissing over de voortzetting c.q. afronding van de opleiding. In principe gebruiken (stage)opleiders, docenten en aios een eigen exemplaar van dezelfde lijst. Het streven is de lijst zo volledig mogelijk in te vullen. 22

Aanwijzingen voor het verzamelen van informatie Als algemene kwaliteitseis geldt, dat (stage)opleider en docent informatie verzamelen: op meerdere momenten gedurende de bewuste opleidingsperiode; in verschillende werksituaties (evt. verschillende locaties); o.a. afdeling, spreekuursituaties, eventuele (crisis)diensten, telefoongesprekken met patiënten en specialisten en overlegsituaties op basis van verschillende bronnen; collega-artsen, verpleegkundigen,psychologen, SPV-ers, secretaresses, doktersassistentes, patiënten, docenten, mede-aios; verzuimgegevens, registratie van patiëntenaanbod. reflectieverslagen, verwijsbrieven, presentaties op de stageplek of in de aios-groep met behulp van diverse meet- en beoordelingsinstrumenten. In de hiernavolgende matrix wordt een aanbeveling gedaan voor methoden en instrumenten ter beoordeling van de diverse taakgebieden. Een aantal instrumenten is specifiek ontwikkeld voor en gebruikt in de Huisarts-Stage-periode. Voor de klinische stages (SEH, verpleeghuis en GGZ) wordt aanbevolen eventueel gebruik te maken van instrumenten, zoals de KKB en Korte Praktijk Beoordeling en Multi source feedback. 23

Relevante instrumenten/bronnen voor de externe stages (vetgedrukt). Taakgebieden Directe observatie (videoregistratie) Andere bronnen Vakinhoudelijk handelen Arts-patiëntcommunicatie Samenwerken Organiseren korte klinische beoordeling (KKB) Korte praktijk beoordeling (KPB) Beoordeling vakinhoudelijke inbreng in de aios-groep korte klinische beoordeling (KKB) Korte praktijk beoordeling (KPB) Deelname aan rollenspel of clinics Beoordeling patiëntencontact t.a.v delegatie, consultatie en verwijzing Beoordeling van overlegsituaties op de stageplek Beoordeling samenwerking (vaardigheden) in de praktijk situatie Beoordeling inbreng t.a.v. opvat-tingen en omgaan met samenwer-king in de onderwijssituatie (leergesprek en groep) Beoordeling organisatievaardig-heden in de praktijk Beoordeling organisatievaar-digheden en informatietechnologie in de onderwijssituatie (leergesprek en groep) Nabespreking van patiëntencontacten (onderbouwing van het handelen) Beoordeling presentaties tijdens de overdracht Beoordeling medisch journaal/probleemlijst/verslaglegging Kennistoets (LHK) Kennis over vaardigheden (KOV) Vaardighedentoets (stationstoets of VAT) Vaardighedentoets in de praktijk (VATIP) Oordeel van derden (specialisten, psychologen, collega s, assistentes, SPV-ers, verpleegkundigen, patiënten, toetsresultaten bijv. op basis van video s) Nabespreking van patiëntencontacten t.a.v. samen-werking en verwijzing Beoordeling verwijsbrieven/brieven aan de huisarts Informatie van derden (specialisten, psychologen, verpleegkundigen, SPV-ers, doktersassistentes, collega s, ondersteunend personeel, ed) Nabespreking van patiëntencontacten t.a.v continuïteit, overdracht, afstemming zorg op praktijkbehoefte, (bijna) gemaakte fouten, opzoeken van informatie Beoordeling (elektronisch) dossier Informatie van derden (specialisten, psychologen, SPV-ers, verpleegkundigen, doktersassistentes en collega s) tav omgaan met continuïteit, afspraken, tijd, (bijna) fouten en computer Maatschappelijk handelen Wetenschap en onderwijs Professionaliteit Beoordeling van patiënten-contacten Beoordeling inbreng in vakinhoudelijke discussies (in groep of in leergesprek) Beoordeling presentaties/referaat over de vakinhoud (op de stage plek of in de groep) Beoordeling patiëntencontacten met korte klinische beoordeling (KKB) Beoordeling inbreng m.b.t. professionaliteit in groep of leergesprek Nabespreking van patiëntencontacten tav maatschappelijk handelen Overzicht voorschrijfgedrag Nabespreking patiëntencontacten mbt overwegingen bij klinische beslissingen (in leergesprek of in groep) Beoordeling van schriftelijk verslag over literatuurstudie (CAT/PICO) Beoordeling inbreng bij kritisch lezen van wetenschappelijke publicatie Nabespreking patiëntencontacten Beoordeling reflectieverslagen Beoordeling Individueel OpleidingsPlan (IOP) Beoordeling door supervisor 24

Toelichting bij de waarderingsschaal Het referentiepunt voor de beoordeling is altijd de opleidingsfase waarin de betreffende aios verkeert. Voor het 2 e jaar (de klinische stages) geldt dat alleen die competenties worden beoordeeld die relevant zijn voor het domein van de stage. De gebruikte schaal reikt van 2 tot 10 ( rapportcijfers ). De scores zijn geordend onder 4 categorieën. Dit maakt het mogelijk om binnen een categorie verandering in score aan te geven tussen de verschillende beoordelingsmomenten. Categorieën (U, V, O, ZZ,?) en scores (2-10): U = uitstekend (vasthouden), score opties 10 of 9 V = voldoende (aan blijven werken), score opties 8, 7 of 6 O = onvoldoende (gericht aandacht geven), score opties 5 of 4 ZZ = zeer zwak (dringend aandachtspunt), score opties 3 of 2? = onduidelijk (onvoldoende informatie) In geval er geen of weinig relevante informatie beschikbaar is, wordt het vraagteken gebruikt. De aanwezigheid van vraagtekens kan er op duiden dat de beoordelaar te weinig actief waarneemt dan wel te weinig informatie heeft verzameld, of dat de aios zich te weinig laat zien of observeren. Invullen van de lijst De beoordelaar: geeft een globaal oordeel per taakgebied aan de hand van een aantal indicatoren. Het is niet noodzakelijk de genoemde indicatoren afzonderlijk te beoordelen. De overallwaardering is een gewogen oordeel. 1. vult rechts van het laatste hokje een vraagteken in wanneer het betreffende item niet beantwoord kan worden door onvoldoende informatie. 2. geeft aan van welke informatie (eigen observatie en andere bronnen) gebruik gemaakt is bij de beoordeling. 3. geeft per taakgebied aan welke overwegingen het oordeel sterk hebben beïnvloed. Eventuele bijzonderheden die het handelen van de aios in een bepaalde periode hebben beïnvloed (bijvoorbeeld de privé-situatie) kunnen ook hier genoemd worden. Desgewenst kan de beoordelaar beginnen met de overwegingen of met het beoordelen van de competenties. 4. bespreekt de ComBel met de aios in het voortgangsgesprek. De door de aios ingevulde ComBeL ligt daarbij ook ter tafel. De opleider vraagt de aios te tekenen voor akkoord, dan wel voor gezien. De aios kan daarbij desgewenst zijn/haar zienswijze aantekenen (zie ook: protocol Toetsen en Beoordelen). 5. draagt er zorg voor de hij/zij aan het van de stage over voldoende informatie beschikt om alle taakgebieden te kunnen beoordelen 25

ComBeL jaar 2 GGZ stage scorelijst Naam aios: Stageplaats: Datum 1 e gesprek (): Datum 2 e gesprek ( stage): Naam stageopleider: Stageperiode: Groepsnummer: U = uitstekend (vasthouden), score 10 of 9 V = voldoende (aan blijven werken), score optie 8, 7,of 6 O = onvoldoende (gericht aandacht geven), score 5 of 4 ZZ = zeer zwak (dringend aandachtspunt), score 3 of 2? = onduidelijk (onvoldoende informatie) 26

Taakgebied 1: Vakinhoudelijk handelen Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios heeft kennis van de voor de stage relevante ziekten/stoornissen/ gezondheidsproblemen (m.b.t. voorkomen, symptomatologie, etiologie, pathofysiologie en natuurlijk beloop) voert op adequate wijze het psychiatrische onderzoek uit kent het diagnostische arsenaal van het vakgebied (incl. het onderscheidende vermogen ervan) en zet dit op rationele wijze in kent het therapeutische en preventieve arsenaal van het vakgebied (incl. wetenschappelijke onderbouwing, werkzaamheid en risico s) en zet dit op rationele wijze in beheerst het voor de huisartspraktijk relevante psychiatrische farmaco-therapeutische arsenaal betrekt de context van de patiënt d.w.z. fysieke, sociale, culturele achtergrond, gezondheidsgeschiedenis en/of levensfase bij werkhypothese en beleid gaat adequaat om met crisissituaties (b.v. bij suïcidaliteit, psychosen, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen) 27

kan goed het gevaar van de situatie voor de patiënt zelf, zichzelf (als arts) en derden inschatten en kan goed passende maatregelen treffen Overall oordeel taakgebied vakinhoudelijk handelen: Opmerkingen ( op grond waarvan tot oordeel gekomen) 28

Taakgebied 2: Arts patient communicatie: Zz O V U de aios 2 3 4 5 6 7 8 9 10 bouwt een effectieve behandelrelatie met de patiënt op stemt de communicatie af op de aard van de psychische stoornis van betrokkene en past zo nodig specifieke communicatietechnieken toe (m.n. bij suïcidaliteit, PTSS, verslaving en persoonlijkheidsstoornis) bejegent de patiënt / naasten met betrokkenheid, begrip en respect verheldert hulpvraag in complexe setting en bij complexe problematiek communiceert adequaat met patiënten /naasten en is in staat te bepalen wie in welke situatie de meest geëigende gesprekspartner is (d.w.z. de patiënt zelf, de familie of de omgeving) kan grenzen stellen aan gedrag van patiënt en het eigen hulpaanbod geeft voldoende en begrijpelijke informatie aan de patiënt / naasten en past zinsbouw en woordkeus aan bij leeftijd geslacht, opleiding en emotie van de patiënt 29

geeft de patiënt / naasten, indien mogelijk, inspraak in de besluitvorming gaat geordend en gestructureerd te werk Overall oordeel taakgebied arts-patiënt communicatie: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 30

Taakgebied 3: Samenwerken Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios draagt bij aan een goede werkrelatie met de andere hulpverleners zorgt voor heldere mondelinge en schriftelijke informatieoverdracht werkt adequaat samen met andere zorgverleners in een multidisciplinaire structuur en geeft blijk van inzicht in onderlinge taakverdeling en verantwoordelijkheden consulteert op tijd en effectief en maakt optimaal gebruik van de expertise van andere hulp- en zorgverleners. Overall oordeel taakgebied samenwerken: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 31

Taakgebied 4: Organiseren Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios draagt een patiënt zorgvuldig over in een multidisciplinaire, complexe, situatie en draagt zorg voor continuïteit kent de samenhang tussen de instellingen in de GGZ en geeft blijk de weg te weten naar en binnen de GGZ (o.a. crisisdienst, bureau jeugdzorg, vertrouwensarts, Riagg) kent de transmurale behandeltrajecten en kan in deze trajecten participeren legt medische gegevens zorgvuldig en begrijpelijk vast en maakt zo mogelijk adequaat gebruik van het HIS Maakt gericht gebruik van internet voor het opzoeken van informatie t.b.v. patiëntenzorg gaat adequaat met de tijd om, zodat toegewezen taken binnen een bepaalde limiet uitgevoerd kunnen worden Overall oordeel taakgebied organiseren: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 32

Taakgebied 5: Maatschappelijk handelen Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios heeft voldoende kennis van en handelt volgens relevante wettelijke regelgeving ( WGBO, BIG, BOPZ, regels rond dwangbehandeling en KNMG groene boekje) is zich bewust van de vertrouwensrelatie met patiënten en respecteert de privacy van gegevens registreert en delegeert volgens de wetgeving en procedures van de instelling herkent incidenten in de patiëntenzorg die tot een klacht (zouden) kunnen leiden en speelt daar zo nodig op in om een klacht te voorkomen informeert patiënt / naasten desgewenst over geldende klachtenprocedure van de instelling Overall oordeel taakgebied maatschappelijk handelen: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 33

Taakgebied 6: Wetenschap en onderwijs: Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios onderbouwt de zorg op wetenschappelijk verantwoorde wijze heeft kennis van de binnen het vakgebied geldende richtlijnen t.a.v. diagnostiek en therapie presenteert op adequate wijze patiënten of medische onderwerpen in (multidisciplinaire) besprekingen en/of de aios-groep Overall oordeel taakgebied wetenschap en onderwijs: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 34

Taakgebied 7: Professionaliteit Zz O V U 2 3 4 5 6 7 8 9 10 de aios toont inzet en betrokkenheid, houdt zich aan afspraken neemt, ook bij fouten, de verantwoordelijkheid voor het eigen handelen hanteert een goede balans tussen betrokkenheid en distantie staat open voor feedback en gaat daar constructief mee om schat het eigen niveau van professioneel functioneren goed in en handelt daar naar (roept zo nodig hulp in) overlegt regelmatig over de vorderingen met de stageopleider en stelt leerplan bij, evalueert leerdoelen, stelt nieuwe leerdoelen op en evalueert het eindresultaat reflecteert op het eigen handelen en onderkent de invloed van de eigen persoon op het contact met patiënt en betrokkenen 35

handelt in ethisch opzicht zorgvuldig hanteert verschillen in normen en waarden tussen verschillende hulpverleners- en vragers (patiënt, verpleging en familie) op professionele wijze binnen de geldende ethische en medische gedragsregels gaat adequaat om met de werkbelasting op de stageplek is toenemend in staat gebleken zelfstandig te werken Overall oordeel taakgebied professionaliteit: Opmerkingen (op grond waarvan tot oordeel gekomen) 36

Beoordeling GGZ stage : Gebruikte instrumenten ( zie bladzijde 25): Aanbevelingen/aandachtspunten: Datum: Handtekening aios: Handtekening stagebegeleider: 37

Beoordeling GGZ stage: Gebruikte instrumenten ( zie bladzijde 5): Aanbevelingen/aandachtspunten: Eindoordeel: uitstekend/voldoende/onvoldoende/zeer zwak* * doorstrepen wat niet van toepassing is Datum: Handtekening aios: Handtekening stageopleider 38

Overall oordelen taakgebieden Competentie Beoordeling Lijst Jaar 2 GGZ stage naam aios naam stageopleider / docent stageperiode... Halverwege 2 3 4 5 6 7 8 9 10 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Vakinhoudelijk handelen O O O O O O O O O O O O O O O O O O Arts-patiënt communicatie O O O O O O O O O O O O O O O O O O Samenwerken O O O O O O O O O O O O O O O O O O Organiseren O O O O O O O O O O O O O O O O O O Maatschappelijk handelen O O O O O O O O O O O O O O O O O O Wetenschap en onderwijs O O O O O O O O O O O O O O O O O O Professionaliteit O O O O O O O O O O O O O O O O O O Voor toelichting: zie volledige Combel ; gebruik deze ook voor meer specifieke beoordeling, met name bij twijfel. Maak waar mogelijk gebruik van Korte Klinsche Beoordelingen (KKB). opvallend sterke kanten, aandachtspunten, aanbevelingen 39

Bijlage 5 Formulier Geschiktheidsadvies aan het hoofd van de Vervolgopleiding tot Huisarts Naam aios:.. Datum: Stageopleider/Groepsbegeleider: Groep:.. Stageopleider: ELWP stage-instelling: Stage van tot. Overallwaardering competenties (meest recente ComBeL-scores) 1 Taakgebied Overallwaardering Vakinhoudelijk handelen Arts-patiënt-communicatie Samenwerken Organiseren Maatschappelijk handelen Onderzoek & onderwijs Professionaliteit Waarderingsschaal: 10=uitstekend, 9=zeer goed, 8=goed, 7=ruim voldoende, 6=voldoende, 5=onvoldoende en 4-1=slecht en?=onduidelijk (onvoldoende informatie) Ondergetekende adviseert het hoofd van de opleiding, dat bovengenoemde aios WEL / NIET / ONDUIDELIJK* geschikt is om de opleiding volgens planning voort te zetten dan wel af te ronden 2 Overwegingen die het advies sterk hebben beïnvloed ** 3 Ruimte voor eventuele afwijkende zienswijze van de aios Naam / functie beoordelaar: Handtekening beoordelaar: De betrokken aios verklaart dit geschiktheidsadvies voor GEZIEN / AKKOORD * Handtekening aios: De beoordelaar levert het formulier in bij het secretariaat. De aios maakt een kopie voor het ontwikkelingsdossier. * aankruisen wat van toepassing is ** denk hierbij aan het competentieniveau, de waargenomen groei en verwachte groeimogelijkheden en de kwaliteit van het leergedrag. 40

Bijlage 6 EVALUATIE STAGEPLAATS ELWP NAAM AIOS : GROEP : STAGE-INSTELLING : STAGE-PERIODE: : STAGE-BEGELEIDER: 1. introductie onvoldoende / twijfel / voldoende - (tijdige) kennismaking vooraf - introductieprogramma - inwerken door Opmerkingen: 2. leermogelijkheden onvoldoende / twijfel / voldoende - variatie in werkzaamheden - mate waarin persoonlijke leerdoelen konden worden gehaald - ruimte voor eigen initiatief - structureel onderwijs (besprekingen, praatjes, etc.) - leerzame patiëntenbesprekingen e.d. Opmerkingen: 41

3. begeleiding onvoldoende / twijfel / voldoende - direct op werkplek door - door stagecoördinator - door mentor(en) - feedback op eigen leerontwikkeling Opmerkingen: 4. organisatie onvoldoende / twijfel / voldoende - dienstrooster - duidelijkheid over aanspreekbare personen - overleg/evaluatie Opmerkingen: 5. samenwerking met eerste lijn onvoldoende / twijfel / voldoende - contact met huisartsen - gezamenlijke nascholingsbijeenkomsten met huisartsen erbij - participatie in transmurale projecten Opmerkingen: RUIMTE VOOR SPECIALE OPMERKINGEN Datum: Handtekening aios: Handtekening stagebegeleider: Ingeleverd bij N.B.Door aios in te vullen en ter bespreking met stagebegeleider. Hierna inleveren bij je groepsbegeleider 42

Bijlage 7 format leerwerkplan GGZ-stage Voorlopige versie in afwachting van voorstel landelijke werkgroep ELWP- coördinatoren 1) Algemene data NAW-gegevens hoofdlokatie / nevenlokaties Capaciteit ziekenhuis, verzorgingsgebied Relevante relaties in regio Verantwoordelijke / aanspreekbare personen - directie - stagecoordinator - onderwijscoordinator - secretariaat / contactpersoon aios (b.v. voor ziekmelding) - overige relevante personen 2) Introductie kennismaking en inwerkperiode - kennismaking stage- en onderwijscoordinator, secretariaat / contactpersoon - kennismaking relevante specialisten en verpleegkundigen - voorlichting over gang van zaken / rondleiding / wegwijs maken - bespreken IOP en mogelijkheden specifieke leerdoelen - planning inwerkperiode 3) Invulling stage Stagemogelijkheden: - algemene beschrijving PAAZ Polikliniek Verslavingszorg GGZ ouderen GGZ (volwassenen/jeugd) kinderpsychiatrie 3 e lijns-verbijfsinrichting Crisisdienst Activiteiten / werkzaamheden o voor alle aios 43

o mogelijkheden, afhankelijk van individueel opleidingsplan (IOP) 4) Begeleiding en beoordeling Leermomenten / opleidingsactiviteiten tijdens de GGZ-stage - overdrachtbesprekingen - patiëntbesprekingen - bed-side teaching - refereerbijeenkomsten - assistentenpraatjes - nascholingsbijeenkomsten voor huisartsen - multidisciplinair overleg (MDO) - tussenevaluaties/valuatie (KKB,ComBel, IOP) 5) Organisatorische afspraken - roostering o kenmerken dienstrooster o planning - ziekmelding 6) Faciliteiten - kleding - huisvesting - parkeermogelijkheden/personeelspas 44

Bijlage 8 Competentieprofiel van de stage-opleider Het CHVG (College voor huisartsgeneeskunde,verpleeghuisgeneeskunde en Arts voor Verstandelijk Gehandicapten) heeft in 2008 een competentie profiel vastgesteld voor opleiders/docenten van de aios zowel voor de klinische stages als voor de huisartsenpraktijk. De huisartsenopleiding heeft zich ontwikkeld tot een competentie gerichte opleiding en daarin passen eveneens competenties van docenten en opleiders. Wat is nu de functie van een competentie profiel voor stage opleiders? - Het is een beknopte en volledige beschrijving van het vakgebied van de opleider - Het is het fundament van het scholingsplan voor opleiders - Het vormt een referentiekader bij de toetsing en beoordeling van een opleider Het competentieprofiel van de opleider is ingedeeld in zes competentiegebieden: - 0) handelen als expert - 1) agogisch handelen - 2) didactisch handelen - 3) samenwerken - 4) organisatie - 5) professionaliteit Compact competentieprofiel van de Stage-opleider 0)Handelen als expert - is rolmodel voor de verschillende competenties uit het competentieprofiel van de specialist. Laat zien dat hij/zij een bekwame professional is, uitstekend op de hoogte van ontwikkelingen op eigen vakgebied 1)Agogisch handelen - realiseert een constructief werk-leerklimaat draagt zorg voor een veilig opleidingsklimaat waarbij de opleider respectvol, reflectief en ondersteunend is naar de aios - bouwt een constructieve relatie op met de individuele aios is goed toegankelijk voor aios bij vragen en problemen - kan omgaan met diversiteit kan afstemmen op de eigenheid van de aios in culturele, sociale en ethische zin. 2. Didactisch handelen - realiseert een evenwichtige en uitdagende werk-leerplek - begeleidt de individuele aios naar zelfsturing in het realiseren van zijn opleiding realiseert gerichte opleidingsactiviteiten op basis van het opleidingsplan 45

ondersteunt bij het formuleren van haalbare leerdoelen en bijbehorend plan van aanpak - beoordeelt resultaten en adviseert over de consequenties voor de voortgang verzamelt relevante informatie tbv de voortgang en beoordeling van de aios beoordeelt en legt de voortgang in het leerproces vast 3. Samenwerken - past samenwerkingsvaardigheden doelgericht toe - stemt het eigen handelen af met andere betrokkenen bij de ondersteuning van de aios zorgt voor een heldere taakverdeling, -afstemming en uitvoering met andere (stage)opleider(s) en collega s 4. Organisatie - organiseert personeelsinzet, middelen en informatiestromen zodanig dat er efficiënt gewerkt en geleerd kan worden. organiseert het eigen werk zodanig dat er voldoende tijd en ruimte is voor opleiden biedt ruimte in de opleiding voor bijwonen van en deelnemen aan activiteiten buiten de eigen werkplek tbv de opleiding (commissies, werkgroepen, etc) bewaakt dat de aios geconfronteerd wordt met patiëntgebonden en niet patiëntgebonden werkzaamheden,die leiden tot gewenste competentieontwikkeling - handelt volgens de relevante wet- en regelgeving - creëert binnen zijn organisatie/praktijk draagvlak voor het opleiden van aios draagt zorg voor de continuïteit in het opleiden van de aios wanneer hij zelf niet aanwezig is 5. Professionaliteit - beschouwt het opleiderschap als een wezenlijk aspect van de eigen professie toont inspirerend gedrag om te onderwijzen en te leren gaat bewust en adequaat om met de eigen houding als opleider toont plezier in het werk als opleider en als specialist - werkt systematisch en doelgericht aan verbetering van het eigen beroepsmatig functioneren - bewaakt de balans tussen betrokkenheid en distantie. U kunt het volledige document downloaden via onze website: Competentieprofiel MODERNISERING MEDISCHE VERVOLGOPLEIDINGEN van de Opleider CHVG april 2008 46