Vergelijkingen oplossen

Vergelijkbare documenten
Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

F3 Formules: Formule rechte lijn opstellen 1/3

Uitwerkingen Functies en grafieken

Formules en grafieken

Noordhoff Uitgevers bv

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

5.1 Lineaire formules [1]

vak : Wiskunde leerweg : TL toetsnummer : 4T-WIS-S-06 toetsduur: : 100 minuten aantal te behalen punten : 58 punten cesuur : 29 punten

Thema 12: Verbanden vmbo-b12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

wiskunde CSE GL en TL

Noordhoff Uitgevers bv

Bereken hoeveel er voor de patat betaald moest worden. Schrijf je berekening op

wiskunde CSE GL en TL

werkschrift vergelijkingen

Correctievoorschrift VBO-MAVO-D. Wiskunde

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

STADSBOERDERIJ PAARDEN

Robomop. De robomop kan 60 m 2 vloer per uur vegen.

Noordhoff Uitgevers bv

Eindexamen wiskunde A pilot havo II

de eenheid m/s omrekenen naar km/h en omgekeerd.

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 7 Blok 11. Van...

Noordhoff Uitgevers bv

Lineaire modellen Hfdst 3, havo 4.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 maandag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Lineaire verbanden. 4 HAVO wiskunde A getal en ruimte deel 1

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. donderdag 26 mei. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

1.1 Rekenen met letters [1]

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 14 mei uur

Hoofdstuk 4 Machtsverbanden

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Formules, tabellen en grafieken in Excel

7.1 Ongelijkheden [1]

Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl I

Hier vielen de eendjes van het schip. Bereken hoeveel procent van de eendjes in zuidelijke richting dreef. Schrijf je berekening op.

Hoofdstuk 12A - Grafieken en vergelijkingen

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Oefenexamen wiskunde vmbo-tl. Onderwerp: verbanden H1 H4 H7. Antwoorden: achterin dit boekje

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 22 mei uur

Het opstellen van een lineaire formule.

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Vraag Antwoord Scores. 1 maximumscore 3 Er zijn 7 gouden medailles in Dit is 44(%) (of 43,8(%) of 43,75(%)) 1

Thema: Lineaire verbanden vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Kwadratische verbanden - Parabolen klas ms

1 maximumscore 2 De kosten van de gereden kilometers zijn (0,90 8 =) ( ) 7,20 1 De prijs van de taxirit is 7,20 + 2,50 = ( ) 9,70 1

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

3 Bijzondere functies

Examen HAVO. wiskunde A. tijdvak 2 woensdag 23 juni uur

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Transformaties Grafieken verschuiven en vervormen

Praktische opdracht Wiskunde A Formules

handleiding pagina s 964 tot Handleiding 1.1 Kopieerbladen pagina 915: km Huistaken huistaak 27: bladzijde Werkboek 3 Posters

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

Antwoorden door K woorden 14 augustus keer beoordeeld. Wiskunde A. Supersize me. Opgave 1: leerstof: Formules met meer variabelen.

Eindexamen wiskunde a 1-2 havo I

Tabellen en grafieken, Hfdst. 2, havo4a

2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

blikken b dat nodig is voor de toren. Op de uitwerkbijlage staat een tabel, die hoort bij dit verband. Vul de tabel op de uitwerkbijlage verder in.

oppervlakte grondvlak hoogte oppervlakte grondvlak hoogte

exclusief 19% BTW. Bereken de prijs van de kandelaar inclusief 19% BTW. Schrijf je berekening op.

eenvoudig rekenen met een krachtenschaal.

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Paracetamol in het bloed

PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN MET

wiskunde CSE GL en TL

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 15 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Blok 6A - Vaardigheden

Lineaire formules.

Op zondag 12 december 2004 werd in Eindhoven het grootste pitabrood ter wereld gebakken.

Je kunt in de grafiek aflezen wat de gewichtstoename is van schapen die zwanger zijn van één, twee of drie lammetjes.

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

Achter het correctievoorschrift zijn twee aanvullingen op het correctievoorschrift opgenomen.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 vrijdag 21 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

wiskunde A havo 2017-II

Leerjaar 1 Periode 2. Grafieken en formules

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

Bij het beantwoorden van de vragen 1 tot en met 4 kun je de formule gebruiken.

rekentrainer jaargroep 6 Vul de maatbekers. Kleur. Zwijsen naam:

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op.

2.1 Lineaire functies [1]

Transcriptie:

H2 Vergelijkingen oplossen 2 BBL 2.1 Oplossen met grafieken 1. Sandra wil foto s laten afdrukken bij fotograaf Flits. Fotograaf Flits berekent het bedrag van het afdrukken van foto s met de formule: Bedrag in euro s = 3,50 + 0,65 x aantal foto s. a. Vul de tabel in. Fotograaf Flits Aantal foto s 0 30 50 Bedrag in euro s b. Teken de grafiek. Bedrag in euro s Fotograaf Flits 40 35 30 25 20 15 10 5 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 Aantal foto s Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 1

2. Sandra heeft foto s gemaakt met haar fotocamera. Sandra betaalt 10 voor het afdrukken. a. Zet in de grafiek van opdracht 1 een punt op de verticale as bij 10. b. Teken een horizontale lijn naar de grafiek en begin bij het punt wat je getekend hebt bij 2a. c. Nu heb je het snijpunt gevonden. Ga vanaf het snijpunt recht naar beneden tot aan de horizontale as. d. Nu kun je aflezen hoeveel foto s Sandra heeft laten afdrukken. Hoeveel foto s heeft Sandra laten afdrukken?..... 3. Koosje laat ook foto s afdrukken bij fotograaf Flits. Zij moet 19,75 betalen. Hoeveel foto s laat Koosje afdrukken?............ 4. Noah wil foto s laten afdrukken bij fotograaf Diafragma. Fotograaf Diafragma berekent het bedrag van het afdrukken van foto s met de formule: Bedrag in euro s = 2 + 0,80 x aantal foto s. a. Vul de tabel in. Fotograaf Diafragma Aantal foto s 0 35 50 Bedrag in euro s Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 2

b. Teken de grafiek die bij de tabel hoort. Fotograaf Diafragma Bedrag in euro s 40 35 30 25 20 15 10 5 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 Aantal foto s c. Noah moet 22 euro betalen. Hoeveel foto s laat Noah afdrukken?............ 5. Lisanne laat ook foto s afdrukken bij fotograaf Diafragma. Zij moet 34 betalen. Hoeveel foto s laat Lisanne afdrukken?............ Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 3

6. Bij aan kopen in bouwmarkt BOB krijg je bij iedere euro een spaarpunt. Zo n spaarpunt is 2 cent waard. Iedere klant kan een pasje laten maken. Op dat pasje staat al 2. Met de volgende formule kun je het spaarbedrag berekenen: Spaarbedrag in euro s = 2 + 0,02 x aantal punten a. Vul de tabel in. Spaarpunten bouwmarkt BOB Aantal punten 0 300 700 Spaarbedrag in euro s b. Teken de grafiek bij de formule. Spaarpunten bouwmarkt BOB Spaarbedrag in euro s 16 14 12 10 8 6 4 2 0 100 200 300 400 500 600 700 Aantal punten c. Jan heeft 12 gespaard. Hoeveel punten heeft hij gespaard?.......... Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 4

7. Koen heeft 7 gespaard bij bouwmarkt BOB. Hoeveel spaarpunten horen hierbij?............ 8. Mohamed heeft een bijbaan. Zijn inkomsten kun je berekenen met de volgende formule: Inkomsten in euro s = 2,50 + 3,50 x tijd in uren. a. Vul de tabel in. Inkomsten Mohamed Tijd in uren 0 3 7 Inkomsten in euro s b. Teken de grafiek bij de formule. Inkomsten Mohamed Inkomsten in euro s 35 30 25 20 15 10 5 0 1 2 3 4 5 6 7 8 Tijd in uren c. Mohamed verdient op een zaterdag 20. Hoeveel euro heeft hij gewerkt?.......... Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 5

9. Isa en Loes hebben allebei een kitten gekocht. Bij het gewicht van de kitten horen formules. Kitten van Isa : Kitten van Loes: gewicht in kg = 2 + 0,4 x tijd in weken gewicht in kg = 1 + 0,8 x tijd in weken a. Vul de tabellen in en teken de grafieken. Kitten Isa: Tijd in weken 0 5 10 Gewicht in kg Kitten Loes: Tijd in weken 0 5 10 Gewicht in kg 16 Gewicht in kg Gewicht kitten 14 12 10 8 6 4 2 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Tijd in weken b. Na hoeveel weken zijn de kitten even zwaar en hoeveel wegen ze dan ongeveer?.......... Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 6

10. Dora en Diego huren ieder een quad. Dat doen zij bij verschillende verhuurbedrijven. Bij de huur van de quads horen formules. Dora : Diego: huurbedrag in euro s = 15 + 20 x tijd in dagen huurbedrag in euro s = 35 + 15 x tijd in dagen a. Vul de tabellen in. Dora: Tijd in dagen 0 3 6 Huurbedrag in euro s Diego: Tijd in dagen 0 3 6 Huurbedrag in euro s b. Teken de grafieken Huur quads Huurbedrag in euro s 160 140 120 100 80 60 40 20 0 1 2 3 4 5 6 7 Tijd in dagen c. Na hoeveel dagen betalen Dora en Diego even veel en hoeveel betalen zij dan?...... Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 7

11. Joosje heeft twee kaarsen gekocht. Bij de kaarsen horen forumles: Witte kaars: Lengte in centimeters = 35 3 x tijd in uren Blauwe kaars: Lengte in centimeters = 50 6 x tijd in uren a. Vul de tabellen in. Witte kaars: Tijd in uren 0 3 7 Lengte in centimeters Blauwe kaars: Tijd in uren 0 3 7 Lengte in centimeters b. Teken de grafieken Kaars lengtes Lengte in centimeters 60 55 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 1 2 3 4 5 6 7 8 Tijd in uren Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 8

c. Na hoeveel uren zijn de twee kaarsen even lang? d. Hoelang zijn de kaarsen dan? 12. Na hoeveel uren zijn de kaarsen opgebrand? a. Witte kaars:.... b. Blauwe kaars:.... Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 9

2.2 Oplossen met inklemmen 13. Welk getal staat er onder het vierkant? Vul het getal in, in het vierkant. a. 23 6 = 17 b. 12 x 4 = 48 c. 18 : 6 = 3 d. 5 + 9 = 14 e. 7 x 7 = 49 f. 88 88 = 0 g. 81 : 9 = 9 h. 28 + 14 = 42 14. Ron en Daniek spelen samen een spelletje scrabble. Bij scrabble worden de punten van de letters bij elkaar opgeteld. Daniek legt het woord HAPPY, ze krijgt hiervoor in totaal 15 punten.? a. Hoeveel punten krijgt ze voor de letter Y? b. Ron legt ook een woord, hij legt het woord QUIZ. Hij krijg hiervoor 21 punten.? Hoeveel punten krijgt hij voor de letter I? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 10

15. James wil posters laten afdrukken. Het bedrag van alle poster kun je berekenen met de formule: Bedrag in euro s = 3 + 2 x aantal posters James wil voor 25 posters laten afdrukken. Hij wil weten hoeveel posters hij voor dit geld kan afdrukken. a. Vul in de formule het getal 5 in voor aantal posters. Wat is de uitkomst en is deze minder dan 25, gelijk aan 25 of meer dan 25? b. Vul in de formule het getal 10 in voor aantal posters. Wat is de uitkomst en is deze minder dan 25, gelijk aan 25 of meer dan 25? c. Vul in de formule het getal 15 in voor aantal posters. Wat is de uitkomst en is deze minder dan 25, gelijk aan 25 of meer dan 25? d. Welk getal moet James voor aantal posters invullen om 25 te krijgen? Omcirkel het juiste antwoord hieronder. 11 12 13 14 Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 11

16. De pony van Kim eet per dag 1,5 kg brokken. De voorraad is 150 kg. Hierbij hoort de formule Voorraad in kg = 150 1,5 x tijd in dagen. Na een aantal weken is er nog maar 38 kg over. a. Welke vergelijking hoort hierbij? b. Los de vergelijking op met inklemmen. c. Na hoeveel dagen is er 38 kg voer over? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 12

17. Een orka weegt bij zijn geboorte 180 kg. Elke dag groeit hij ongeveer 9 kg. Hierbij hoort de formule: Gewicht in kg = 180 + 9 x tijd in dagen. Na een aantal dagen weegt de orka 468 kg. a. Welke vergelijking hoort hierbij? b. Los de vergelijking op. c. Na hoeveel dagen weegt de orka 468 kg. Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 13

18. Jing werkt in een snoepwinkel. Haar inkomsten per week worden berekend met de formule: inkomsten in euro s = 5 +2,5 x tijd in uren. Ze verdient in week 1 42,50. a. Welke vergelijking hoort hierbij? b. Los de vergelijking op. c. Hoeveel uren heeft Jing gewerkt in week 1? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 14

19. In week 2 verdient Jing 60. a. Welke vergelijking hoort hierbij? b. Los de vergelijking op. c. Hoeveel uren heeft Jing gewerkt in week 2? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 15

20. Daan en Kees hebben een camper gehuurd om op vakantie te gaan naar Spanje. De kosten van de camper berekenen zij met de formule: Bedrag in euro s = 105 + 0,55 x afstand in km. In totaal betalen zij 446,55. Hoeveel kilometer hebben Daan en Kees gereden? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 16

21. Thijs huurt een scooter. De kosten berekent de verhuurde met de formule: Bedrag in euro s = 55 + 6,50 x tijd in dagen. Als hij de scooter terugbrengt, moet hij een rekening betalen van 81. Hoeveel dagen hij de scooter gehuurd? Hoofdstuk 2: Vergelijkingen oplossen 17