Door: Bianca Oldenbeuving

Vergelijkbare documenten
Auditieve oefeningen bij het thema: Kom uit de Kraan van Tjibbe Veldkamp

Pietengymles. Kun jij een echte hulppiet worden? Doe de oefeningen en verdien een pietendiploma!

Lespakket. Het monsterbonsterbulderboek. Door: Maike Douglas.

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Krachtpatsers. Primair Onderwijs. Oosterdok VX Amsterdam tel ( 0,10 p/min.) info info@e-nemo.

De inrichting van de speelleeromgeving bij Geen troep op de stoep.

Archeologen logboek Namen:....

40 Suggesties met...

Steunpunt GOK project Genk De bouwhoek

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les 1: de beginstelling, de Toren en de Loper

Ontwikkelingslijnen 0-4 jaar (MET extra doelen) - versie januari Naam kind. Rekenen Tellen en getalbegrip

Kikkergymles. Kun jij springen als een Kikker? Wie maakt de allergrootste kikkersprong? Oefen het met deze leuke gymles!

bijlagen groep 5 en 6

Junglegymles. Op expeditie

Ontwerp je eigen superbijzondere dier

Kinderboekenweek 2012

Thema 6. Thema 1. Thema 8. Thema 2. Thema 5. Thema 3. Thema 7. Thema 4

LESBRIEF. Samenvatting: Bij dit boek horen diverse bijlagen: thema s: Ben jij ooit naar een neuzenfeest geweest?

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2

Lessuggest. ties Tim. op de tegels voor groep


Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

A 1 Welke vorm? tent tennisbal beker notitieblok ijshoorntje baksteen. Voorwerpen uit de omgeving

Preborden BASISONDERWIJS. Doelgroep. Ontwikkelingsdoelen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

met vouwblaadjes: schuine en vouwpatroon dat zestien vierkantjes oplevert. basisvormen zoals vierkant, rechthoek, cirkel) voorwerpen na.

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

3 Pesten is geen lolletje

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?!

AAN DE SLAG DIT BEN IK

getallenfeest 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, je hebt alle getallen gezien. 11 en 12 er ook nog bij zij sluiten de rij.

Ontwikkelschema Rekenen Groep 1

TAFELTASJE. Tafeltasje is een rugzak met daarin allemaal leuke spelletjes om de maal- en deeltafels in te oefenen. juf Tessa

Carnavalsschilderij: Doel: Het stimuleren van de fijne motoriek en de hand oog coördinatie. Materiaal: Schilderspapier Verf Kwasten Plakband Schorten

LESBRIEF. Cleo THEMA S : REIZEN FANTASIE VRIENDSCHAP SAMENVATTING: Wij maken kinderdromen waar

7&8. Sportles groep 7 & 8 Lekker in je vel? Jouw veiligheidsplan. Over deze les. Wat heeft u nodig?

Vormen van een raket Raketten

Kwartetten met klinkers

Rekenen in de Bouwhoek

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

Kraters slaan. Rekenoefening groep 5&6. Doel. Materiaal. Voorbereiding. Beschrijving. groep 5&6 - Kraters slaan

Heb je een vraag over Meet the Professor? Stuur ook dan even een bericht naar Eline.

Tekst lezen en vragen stellen over de tekst

Uitgeverij Schoolsupport

Spelend leren. Kleuters spelen toch alleen maar?

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

ontdekken de kinderen hoe een regenboog ontstaat en maken daarbij aantekeningen.

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 2:

Praktijk en Loopbaan Dienstverlening

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

LESBRIEF. Grote Anna leert lezen en rekenen. Digibordles lezen : Digibordles rekenen : Wij maken kinderdromen waar

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

Lesbrief Kikker viert de lente. Kikkertiendaagse: 21 t/m 30 maart Thema: Kikker viert de lente Leeftijd: voor kinderen van 3 tot en met 6 jaar

Herkent en gebruikt begrippen oppervlakte. aansprekende context bedoeld. omtrek en oppervlakte in kort, groot, klein, breed, smal,

K 1 Symmetrische figuren

Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6

Les 2 Samenvatten. Leestekst: Lachen. 1. "We gaan vandaag weer proberen om de tekst die jullie krijgen samen te vatten."

Twintig keer fijne motoriek in de gymzaal

REKENEN Hoe rekenen jouw hersenen? Proeven en spelletjes om te trainen

Tussendoelen Ontluikende gecijferdheid (inclusief logisch denken vanaf 3;6 jaar)

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4

Werkbladen les 2. Werkblad 1: Experiment met materialen. Vraag 4: Namen: Benodigdheden: Vraag 5: Vraag 6: Vraag 1: Vraag 7: Vraag 2: Vraag 3:

S C I E N C E C E N T E R

Activiteit Doel Beschrijving doel Planning Uitvoering

Hoe gaat het in groep 1/2 b

Leerlingboekje les 1 en 2. Schrijfopdracht 1 Welk dier is dit? Groep 6

Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen.

Opdracht 1 Hoe werden mensen vroeger begraven? Je krijgt een fotoblad met oude grafmonumenten, zoals een piramide en een hunebed.

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en het zonnewiel leerlingenbestand Lesbrief 1: Opdracht 1: Maak een energieweb

4 Vind me dan. Achtergrondinfo Planten en dieren hebben allerlei manieren om niet op te vallen. Deze kunnen onderverdeeld worden in:

LESBRIEF. Er ligt een krokodil onder mijn bed

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS EN HET ZONNEWIEL

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Wat is evenwicht? Kan dat een bewegend kunstwerk zijn? Wat is een mobile?

maken de kinderen een waterorgel en laten elke lettergreep uit een lied horen op dit orgel. Groep 1 Groep 2 samengestelde woorden in

Schoolbrede start (15 min) Zie hoofdstuk Schoolbrede start.

S C I E N C E C E N T E R


Knutselmap 1. De basis

Taal. Maak een mindmap n.a.v. een prentenboek. Dit voorbeeld was een eerste mindmap bij het prentenboek ridder rikki

STERREN DANSEN OP DE MUUR WAT HEB JE NODIG? BOUWTEKENING

G 1 Tangram: figuren leggen

Vaardigheden. Denken. Wat heb ik nodig? landen in de wereld. Lees dit eerst:

De pietenschool. speluitleg

De inrichting van de speelleeromgeving bij In elke hoek een boek.

HANDIG SPELEN MET EEN HOND

Je kent natuurlijk Mondriaan wel. Teken eerst eens een mooie Mondriaan.

Docent HET HOUTEN HUIS

Dit stappenplan is ingevuld door:

De stippelspelen.

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les 1: De beginstelling, de Toren en de Loper

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Konijn snapt er niks van. Hij wordt achtervolgd door een groot Zwart Konijn. Konijn vindt het maar eng. Wat wil het Zwarte Konijn toch van hem?

Begin en eindig de les klassikaal. Tijdens de kern van de les vouwen de leerlingen individueel hun dieren aan de hand van het werkblad.

Handleiding Les 1. Nieuwsbegriponderwerp. Schrijftaak. Voorbereiding. week november 2013 Handleiding niveau A, les 1 en 2

Bijlage 6: Schetsbordverhaal Zacheüs

Transcriptie:

Bart is dol op de bouw. Op een dag kruipt hij onder het hek door, bestuurt de wals, de cementwagen en de hijskraan. Hij wordt beloond met een bouwhelm, hoe kan dat? In dit project leren de kinderen van alles over de bouwplaats aan de hand van het prentenboek Kom uit die kraan! van Tjibbe Veldkamp en Alice Hoogstad! Door: Bianca Oldenbeuving

Colofon Auteur: Bianca Oldenbeuving Illustraties: Kleuteruniversiteit logo en iconen: Ruth Wielockx Teksten uit het boek Kom uit die kraan: Tjibbe Veldkamp. Illustraties: Alice Hoogstad, Lemniscaat 2015 Illustraties en teksten uit de boeken zijn gebruikt met uitdrukkelijke toestemming van oorspronkelijke auteurs, illustratoren en uitgeverij. Redactie: Sanne Ramakers Vormgeving en realisatie: Kleuteruniversiteit Disclaimer: Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, publicatie op internet, of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de uitgever of auteur. Kleuteruniversiteit Pagina 2

Voor je ligt het project bij Kom uit die kraan!, een project aan de hand van het boek van Tjibbe Veldkamp en Alice Hoogstad. Bart weet dat hij eigenlijk niet de bouw op mag, maar hij doet het toch. Achteraf blijkt hij er een zeer goede reden voor gehad te hebben. Hij weet zelfs twee bankrovers te pakken te krijgen! Tijdens dit project leren de kinderen uiteraard alles over de bouwplaats. Ze leren de namen van verschillende voertuigen en wat ze kunnen doen. Ook is er aandacht voor de reken- en taalontwikkeling, maar op zo n speelse manier dat niemand dat doorheeft. Als de kinderen alle opdrachten uitgevoerd hebben, kunnen ze net als Bart ook een kijkje nemen op de bouw! Ga alvast op zoek naar een bouwplaats voor een kort bezoek. Is er misschien een ouder werkzaam in de bouw die iets in de klas kan komen vertellen? Staan er ergens in de buurt van de school grote machines, misschien wel een hijskraan? In elke activiteit staat niet alleen beschreven wat het doel is, maar ook welke materialen nodig zijn. Lees vooraf de activiteiten door en ga alvast op zoek naar de benodigde materialen. Vraag ouders al voor dat het thema begint of zij materialen kunnen missen. In de bijlagen zitten niet alleen de materialen die nodig zijn bij de activiteiten, er zijn ook extra getalkaarten en woordkaarten beschikbaar die je kunt gebruiken gedurende dit project. Bij sommige activiteiten staat naast de titel een *. Na deze activiteiten mogen de kinderen een vinkje zetten op de checklist. Tip: neem een kijkje op mijn Pinterest bord voor nog meer ideeën: https://www.pinterest.com/jufbiancanl/themas-bouwen/ Heel veel plezier met dit geweldige boek en met het project! Bianca Oldenbeuving Kleuteruniversiteit Pagina 3

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen maken kennis met het verhaal Kom uit die kraan! bijlage 1: woordkaarten Print de woordkaarten uit bijlage 1 en lamineer ze. Lees het boek zelf door en bereid de vragen voor. Inleiding: Wordt er in de buurt van de school gebouwd, dan is dat natuurlijk de perfecte manier om dit thema te beginnen. Praat met de kinderen over de machines die ze kunnen zien. Kunnen jullie de kraan vanuit de klas zien? Fantastisch! Is dat niet het geval, laat dan gewoon het boek zien. Bekijk samen met de kinderen de voorkant van het boek. Wat is er allemaal te zien? Weten de kinderen hoe dat heet? Wijs de titel aan en lees hem voor. Vraag je hardop af waar het boek over zal gaan. Kern: Lees het boek nu voor. Stel bij elke bladzijde vragen. Gespreksvragen: Blz. 1 en 2: Heb jij wel eens zo'n bouwplaats gezien? Blz. 3 en 4: Wat is een keet? Wijs hem aan op de plaat. Blz. 5 en 6: Wat denk jij: durft Bart de bouw op te gaan? Blz. 7 en 8: Wat is een wals, wat kan een wals doen? Blz. 9 en 10: Zou jij zo n wals kunnen we sturen? Waarom wel of niet? Blz. 11 en 12: Wat zit er in een cementwagen? Waar is dat voor bedoeld? Blz. 13 en 14: Wat gebeurt er als je beton op straat stort? Blz. 15 en 16: Bart klimt heel hoog, wat kan hij allemaal zien? Blz. 17 en 18: Wat is een kraanmachinist? Blz. 19 en 20: Wat denk jij: zijn de politieagenten boos? Blz. 21 en 22: Is het nu goed of fout wat Bart gedaan heeft? Blz. 23 en 24: Wat zie je allemaal op de plaat? Bekijk nu samen de woordkaarten die horen bij dit verhaal. Weten de kinderen welke woorden horen bij welke plaat? Leg de woordkaarten op de thematafel. De kinderen kunnen ze gedurende het thema gebruiken om bijvoorbeeld de woorden na te stempelen. Afsluiting: Nadat je met de kinderen de laatste plaat bekeken hebt, praat je nog even verder over de bouwplaats. Wat zouden de kinderen ervan vinden om een bouwplaats in de klas te hebben? Wat is daarvoor allemaal nodig? Kinderen mogen materialen van huis meenemen die passen bij dit thema. Vertel dat jullie net als Bart meer te weten gaan komen over de bouwplaats. Kleuteruniversiteit Pagina 4

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen weten dat je iemand een brief kunt versturen, en kennen de begrippen adres, envelop, brief, postbode, brievenbus en afzender. bijlage 2: brief van Bart, A3 papier, grote envelop Print de brief uit bijlage 2 op A3 formaat. Stop de brief in de envelop. Schrijf het adres op de envelop. Zorg dat iemand de brief op een afgesproken tijdstip bezorgt in de klas. Inleiding: De envelop wordt bezorgd in de klas. Je bedankt de bezorger, maar vraagt je hardop af of de brief wel écht voor de klas is. Vraag de kinderen hoe ze dat kunnen zien? Op de envelop staat een adres, daarin staat ook voor welke groep de brief bedoeld is. Van wie zou de brief zijn? Laat de kinderen daar even over nadenken. Kern: Maak de envelop open en bekijk de brief. Vraag je weer hardop af van wie de brief zou zijn. Laat de brief aan de kinderen zien en vraag: Hoe kunnen we zien wie deze brief geschreven heeft? Als de kinderen zelf niet wijzen op de afzender, valt jouw oog toevallig op de naam onderaan de brief. De brief is van Bart! Wie is Bart? Vertel de kinderen dat ze weten wie de brief gestuurd heeft, door naar de afzender te kijken. De postbode hoeft alleen maar te weten waar hij de brief heen moet brengen. Dat kan hij zien aan het adres. Lees de brief voor en laat de kinderen reageren. Bart wil de kinderen graag uitnodigen ook eens op de bouw te gaan kijken. Hiervoor moeten ze wel laten zien dat ze dat aankunnen. Bart kreeg immers zijn bouwhelm ook niet zomaar! De komende tijd moeten de kinderen in de klas laten zien wat ze allemaal geleerd hebben over de bouwplaats. Elke keer als ze iets nieuws geleerd hebben, mogen ze een vinkje zetten. Afsluiting: Hang de brief ergens op waar de kinderen hem nog vaker kunnen lezen en bekijken. Hang ook de envelop op, zodat je de kinderen nog kunt helpen herinneren aan de begrippen die ze vandaag geleerd hebben. Leg eventueel lege enveloppen en briefpapier in de schrijfhoek, waarmee de kinderen zelf brieven kunnen schrijven. Hang de checklist die bij de brief zat op. Bij sommige activiteiten staat naast de titel een *. Na deze activiteiten mogen de kinderen een vinkje zetten op de checklist. Kleuteruniversiteit Pagina 5

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen leren de omtrek van de bouwplaats te meten. bijlage 3: bouwplaats, ijslollystokjes. Print voldoende van de bouwplaatskaarten uit bijlage 3 en lamineer ze. Verzamel voldoende ijslollystokjes om als hek te kunnen dienen. Inleiding: Bekijk samen met de kinderen nog eens bladzijden één en twee uit het boek Kom uit die kraan! Hierbij zien de kinderen dat om de bouwplaats een groot hek staat. Waarom zou dat zijn? Hoe lang moet het hek zijn om de hele bouwplaats heen te passen? Wie moet dat hek eigenlijk bouwen? Kern: Leg een aantal van de bouwplaatskaarten in een figuur bij elkaar (zie voorbeeld). Laat de kinderen de ijslollystokjes zien. Vertel dat de kinderen hiermee een hek gaan maken om de bouwplaats. Weten de kinderen hoe dat moet? Hoeveel stokjes denken zij dat nodig zijn om om de bouwplaats heen te leggen? Laat een paar kinderen hier op reageren en laat vervolgens een kind ijslollystokjes om de bouwplaats heen leggen. Tel tot slot hoeveel stokjes ervoor nodig waren. Klopte het geraden aantal? Leg nu met het zelfde aantal bouwplaatskaarten een andere figuur. Laat de kinderen weer raden: hoeveel ijslollystokjes zijn er deze keer nodig om een hek om de bouwplaats te kunnen maken? Laat weer een kind dit uitvoeren en tel de stokjes. Komt er een ander getal uit? Hoe kan dat? In bijlage 3 vind je papier met hokjes. Hierop kunnen de kinderen aangeven hoe de bouwplaats er uitziet. Met een dikke lijn tekenen ze het hek om de bouwplaats. Ze schrijven erbij hoeveel hekken er nodig zijn om de bouwplaats heen. Afsluiting: De bouwvakkers weten nu hoe ze een hek om een bouwplaats heen kunnen maken. Ze weten ook hoeveel hekken ze nodig hebben. Leg de kinderen uit dat dit omtrek heet: alsof je een lijn om de bouwplaats heen trekt. Laat de kinderen vanaf nu vrij experimenteren met de materialen uit deze activiteit. Ze kunnen met meegebrachte machines, auto's en blokjes zelf een bouwplaats nabouwen en er een hek omheen zetten. Laat de kinderen een vinkje zetten op de checklist. Kleuteruniversiteit Pagina 6

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen kunnen 16 vierkantjes vouwen. Een lange strook behang, verschillende maten vouwbladen in verschillende kleuren, scharen, lijm, restpapier, bijlage 4: vouwvoorbeelden, schuursponsjes, bruine verf. Vouw zelf de vouwvoorbeelden na. Maak eventueel een vouwreeks. Zorg voor een plek waar het groepswerk kan komen te hangen. Inleiding: Kijk met de kinderen nog eens naar de eerste en de laatste bladzijden uit het boek Kom uit die kraan! Kijk vooral naar hoe de bouwplaats er uitziet. Welke machines zien de kinderen? Laat het stuk behang zien, en leg uit dat de kinderen hiervan een bouwplaats gaan maken. Kern: Laat de vouwvoorbeelden zien aan de kinderen. Laat in de kring zien hoe je 16 vierkantjes vouwt, en hoe je de vouwen mooi scherp krijgt, door met je duim over de vouw te wrijven. Er zijn twee vouwvoorbeelden waar de kinderen uit kunnen kiezen. Ze mogen ook hun eigen voertuig maken voor op de bouwplaats. Let er tijdens het vouwen op dat de kinderen goed op de tafel werken en scherp vouwen. Help eventueel voordat de kinderen gaan knippen, door een streep te tekenen op de knip-lijn. Laat de kinderen, die nog geen 16 vierkantjes kunnen vouwen, een eenvoudige vrachtwagen vouwen van het rechte kruis. Ook mogen ze muren stempelen op het behang. Dit doen ze door de zijkant van een schuursponsje in de bruine verf te dopen, en die op het papier te drukken. Tussen de stenen komt een stukje wit, dit is de voeg. Als de kinderen klaar zijn met vouwen, plakken ze hun voertuig op het stuk behang. Natuurlijk mag er daarna nog bij geknutseld en getekend worden. Er moeten ook mensen op de bouwplaats zijn, laat kinderen die maken. Vraag kinderen ook wat ze nog meer zien op de bouwplaats. Afsluiting: Hang de bouwplaats ergens op en kijk met de kinderen hoe het geworden is. Laat eventueel enkele kinderen het woord bouwplaats erbij schrijven of stempelen. Laat de kinderen hun naam bij hun voertuig schrijven of stempelen. Misschien zijn er ook kinderen die de naam van hun voertuig willen zetten? Bespreek met de kinderen hoe het vouwen van 16 vierkantjes verlopen is. Vonden ze het moeilijk? Zijn de vouwen mooi scherp geworden? Het is fijn als je vouwen scherp zijn, wanneer je sommige vierkantjes weg moet knippen. Kleuteruniversiteit Pagina 7

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen spelen het verhaal van Kom uit die kraan! na in verschillende hoeken. rode overall, pet, diverse speelgoedvoertuigen, zand, kiezelstenen, hijskraan, afzetlint, pionnen, klembord, papier, pennen, houten blokjes, rolmaat, een zandtafel (of een wasmachinelekbak) Zorg dat er in de huishoek, zandtafel en bouwhoek voldoende ruimte is voor de nieuwe materialen. Verzamel eventueel zelf materialen, of vraag ouders wat zij kunnen bijdragen. Inleiding: Vertel in de grote kring dat je de verschillende hoeken wilt inrichten bij het boek Kom uit die kraan! De kinderen kunnen in de hoeken bezig gaan met het verhaal en met de bouwplaats in het algemeen. Al spelende leren zij wat er allemaal gebeurt op een bouwplaats. Vraag de kinderen in de grote kring welke spullen ze nodig denken te hebben voor de huishoek, de bouwhoek (of de bouwtafel) en de zandtafel. Schrijf deze spullen op een lijst, en vraag meteen of de kinderen iets van huis mee kunnen nemen. Het is handig de ouders vooraf op de hoogte te stellen van deze vraag, zodat ze alvast op hun werk of thuis kunnen zoeken naar geschikte materialen. Kern: Bij de huishoek is het voldoende om te starten met een rode overall en een pet. Ook andere overalls en bouwhelmen zijn welkom, zo kunnen de kinderen zich inleven in de rol van Bart of van één van de bouwmensen. Uiteindelijk zullen ze andere materialen nodig hebben: ze willen bijvoorbeeld een bouwtekening bekijken of maken, iets opmeten of hun lunch opeten in de bouwkeet. In de bouwhoek wordt natuurlijk altijd al gebouwd. Deze keer wordt er ook goed op de omgeving gelet: het bouwterrein wordt afgezet met pionnen en afzetlint. De bouwmensen dragen een bouwhelm voor de veiligheid. Zorg ook hier voor klemborden, zodat de kinderen een bouwtekening kunnen maken. Alleen zo kan het gebouw goed in elkaar gezet worden! In een latere activiteit maken de kinderen een hijskraan in de bouwhoek. In de zandtafel, die gevuld is met zand, wordt kiezelstenen, blokjes en speelgoedvoertuigen toegevoegd. Op deze manier kan het zand verplaatst worden, zodat er ruimte komt om gebouwen neer te zetten. De kiezelstenen kunnen vervoerd worden in een kiepwagen, maar ook gestapeld worden. De houten blokjes kunnen ook gebruikt worden om te bouwen. In een latere activiteit maken de kinderen cement om mee te metselen. Heb je geen zandtafel? Zet een wasmachinelekbak neer met bovenstaande materialen, hiermee creëer je eenzelfde effect! Afsluiting: Laat de kinderen gedurende de rest van het thema in deze hoeken spelen. Bespreek in de kring het spel, voeg eventueel materialen toe. Maak foto s van bouwwerken, die later weer als inspiratie kunnen dienen. Kleuteruniversiteit Pagina 8

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen leren dat een rood verkeersbord staat voor wat niet mag en een blauw bord voor wat wel mag. De kinderen kunnen aangeven of iets wel of niet mag, ze formuleren hun mening. bijlage 5: borden, voor elk kind een blauw en een rode vouwcirkel (of gebruik bijlage 5), boek Kom uit die kraan! Print de borden uit bijlage 5 en lamineer ze. Als je geen vouwcirkels hebt, print dan voor elk kind een rode en blauwe cirkel uit bijlage 5 en knip ze uit. Print de lege verkeersborden uit, zoveel als gewenst. Inleiding: Blader samen met de kinderen naar bladzijde 3 en 4 van het boek Kom uit die kraan! Wijs de kinderen op het verkeersbord dat aan de rechterkant te zien is. Weten de kinderen wat dit betekent? Leg uit dat een driehoekig bord met een rode rand altijd betekent pas op.... Waar moet iedereen hier voor oppassen? Pas op, hier wordt gewerkt. Kern: Blader naar de volgende bladzijde. Bart legt hier de grote jongens uit dat hij de bouw niet op mag. Vraag de kinderen of ze wel eens een verkeersbord hebben gezien waarop stond dat je iets niet mag. Laat een paar voorbeelden zien uit bijlage 5. Borden met een rode rand betekenen je mag niet.... Je mag niet harder rijden dan 50 kilometer per uur. Je mag hier niet rijden met een auto. Je mag niet inhalen. Als de verkeersborden blauw zijn, dan betekent het juist dat je iets wel mag. Laat weer voorbeelden zien uit bijlage 5. Je mag hier links afslaan. Je mag hier fietsen. Laat de kinderen nu de rode cirkels en blauwe vierkanten zien. Vraag hen de juiste vorm op te steken. Laat ze even oefenen met: je mag hier fietsen (=blauw). Je mag niet inhalen (=rood). Vertel nu dat je wat zinnen gaat opnoemen. - Door het rode stoplicht fietsen. - Mijn vriendje slaan. - Samen spelen met mijn vriendje. - Fietsen op het fietspad. - Iemand uitschelden. - Zonder jas naar buiten gaan. - Boos zijn. - Heel hard rennen. Afsluiting: Bij sommige van deze zinnen is het antwoord duidelijk, bij andere is er ruimte voor discussie. Laat de kinderen daarover praten, zonder te zeggen of een antwoord goed is of niet. Met behulp van de lege verkeersborden kunnen de kinderen zelf regels opstellen in de klas. In de klas mag je niet rennen (rood bord), maar op het schoolplein mag het wel (blauw bord). Er kan weer een vinkje op de lijst gezet worden! Kleuteruniversiteit Pagina 9

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen oefenen hun grove motoriek. Ze oefenen het mikken, balanceren, het afleggen van een parcours, klimmen en springen. diverse klimtoestellen in het speellokaal, pittenzakken, blokken (bijvoorbeeld uit de bouwhoek), matten, hoepels en een laken Zet de 5 verschillende situaties klaar in het speellokaal. Inleiding: De kinderen kunnen weer een vinkje verdienen op de checklist. In het speellokaal mogen ze bewijzen dat ze lenig en sterk genoeg zijn om op een bouwplaats te kunnen werken. Let op: je kunt ervoor kiezen de kinderen zelfstandig te laten spelen, zonder hierbij een opdracht te geven. Je kunt ook de kinderen in groepjes verdelen, en hen dan na elk onderdeel door te laten draaien. Tot slot is er ook nog de mogelijkheid om beide te doen: de kinderen krijgen in de eerste les de gelegenheid zelf te spelen, in de volgende les krijgen ze een opdracht en werken ze alle onderdelen af. Kern: Hieronder staan de verschillende situaties beschreven. - Mikken: De pittenzakken zijn zakken cement, die op de juiste plaats gegooid moeten worden. Leg hoepels neer op verschillende afstanden, laat de kinderen achter een bank staan. De pittenzakken moeten in de hoepels gegooid worden. Zet bij de hoepels een cijfer, en laat de kinderen hun eigen punten bij elkaar optellen. - Balanceren: Zet banken neer waar de kinderen overheen lopen naar de andere kant. De banken stellen muren voor die de bouwvakkers gemetseld hebben. Soms moeten bouwvakkers elkaar passeren op de muur, zonder naar beneden te vallen. Laat twee kinderen aan beide kanten van de bank beginnen, en laat zien hoe ze elkaar kunnen passeren door elkaar vast te houden. Zorg voor een smaller vlak of obstakels op de bank door bijvoorbeeld pittenzakken neer te leggen waar de kinderen overheen moeten stappen. - Parcours: Zet een parcours uit met pionnen, leg aan het begin en einde een hoepel. In de eerste hoepel zet je de blokken, die moeten de kinderen tijdens het parcours meedragen. Je kunt het parcours aanpassen aan het niveau van de kinderen, zet er bijvoorbeeld een bank tussen waar de kinderen overheen moeten klimmen. Kleuteruniversiteit Pagina 10

Geef de kinderen de opdracht om in de laatste hoepel een toren te bouwen. Het volgende blok moet dus steeds op het eerste blok gestapeld worden. Zorg dat de toren niet instort! - Klimmen: Bouwvakkers moeten goed kunnen klimmen op bijvoorbeeld een ladder. Zorg voor een wandrek waarbij de kinderen recht omhoog kunnen klimmen, en hang er een ladder in zodat de kinderen ook schuin omhoog kunnen klimmen. Laat de kinderen tijdens het klimmen een pittenzak op hun hoofd dragen. Die mag er niet afvallen! - Springen: Leg matten neer met een ruimte ertussen, en zet een kast neer waar de kinderen vanaf kunnen springen. Ze oefenen hier het ver springen en het diepspringen. Afsluiting: Na een lange werkdag moeten de bouwvakkers tot rust komen. Laat alle kinderen een plekje in de zaal zoeken, op de grond. Ze maken zich zo klein mogelijk en doen hun ogen dicht. Doe het licht uit en loop de zaal rond terwijl je rustig praat. Vertel met een rustige stem wat de kinderen vandaag allemaal gedaan hebben. Leg ondertussen het laken over één van de kinderen heen. Vraag alle kinderen hun ogen open te doen. Weten zij welke bouwvakker onder het kleed ligt? Laat de kinderen raden. Herhaal deze activiteit een paar keer en ga dan met de kinderen terug naar de klas. Vergeet het vinkje niet! Kleuteruniversiteit Pagina 11

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen weten dat een zin uit woorden bestaat, en kunnen het aantal woorden tellen Lange stroken papier, dikke stiften, houten blokjes van dezelfde maat, bijlage 6: zinnen Schrijf de zinnen uit bijlage 6 op de stroken papier, maak duidelijke spaties tussen de woorden. Schrijf een hoofdletter aan het begin en een punt aan het eind van de zin. Inleiding: Als bouwvakker moet je niet alleen goed zijn in bouwen, maar je moet ook goed kunnen lezen. Soms schrijft iemand in een brief hoe het gebouw eruit moet komen te zien. Vandaag leren de kinderen het aantal woorden in een zin tellen. Kern: Laat de eerste strook zien en vertel dat daar een zin op staat. Een zin begint altijd met een hoofdletter (wijs deze aan) en eindigt met een punt (wijs aan). Om te tellen hoeveel woorden er staan, moeten de kinderen eerst weten wat een woord is. Laat een kind uitleggen wat een woord is. Een woord is een groepje letters, tussen de woorden staat steeds een leeg stukje. Vraag een kind nu op elk woord een blokje neer te leggen. Doe hetzelfde met de volgende zinnen. Uiteindelijk liggen in de kring allemaal stroken met blokjes op elk woord. Vraag nu de kinderen welke zin de meeste woorden heeft. Hoe kunnen ze daar achter komen? Let op! Soms denkt een kind dat de langste zin ook de meeste woorden heeft. Laat het controleren door de blokjes te tellen. Hoe kan het dat de lange zin minder woorden heeft? Het woord en en het woord bouwvakker hebben allebei één blokje, maar bouwvakker heeft veel meer letters. Het tellen van al die blokjes is best onhandig. Is er ook een manier om in één keer te zien welke zin de meeste blokjes heeft? Als de kinderen er zelf niet mee komen, opper dan de blokjes op te stapelen tot een toren. Hoe kunnen de kinderen nu zien welke zin de meeste blokjes heeft? Welke toren is het hoogst? Afsluiting: Laat de kinderen nog even herhalen wat een woord nu eigenlijk is: een groepje letters met een leeg stukje. Er zijn lange en korte woorden. Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Laat het begin en einde van een zin nog even aanwijzen. Hang de zinnen ergens op in de juiste volgorde. De kinderen mogen een vinkje zetten op de checklist. Kleuteruniversiteit Pagina 12

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen kunnen bouwstenen in verband leggen. zelfgemaakte klei, houten blokjes, kleigereedschap (bijvoorbeeld messen), bijlage 7: in verband Maak zelf klei met behulp van het basisrecept op http://www.jufbianca.nl/2011/10/zelfgemaakte-klei. Voeg eventueel wat grijze ecoline toe aan de klei. Print bijlage 7 en lamineer deze. Inleiding: Als bouwvakkers een muur moeten metselen, dan leggen ze de stenen in verband. Laat met houten blokjes zien wat je bedoelt. Weten de kinderen ook waarom bouwvakkers dat doen? Tip! Is de muur van de school ook in verband gemetseld? Neem met de kinderen een kijkje! Zien de kinderen het patroon? Kern: Geef de kinderen een bak met klei die ze kunnen gebruiken als cement. Met het kleigereedschap doen de kinderen wat klei op de houten blokjes. De blokjes die ze erboven op leggen, blijven door de klei plakken. Let erop dat de kinderen in verband metselen, anders stort de muur in! Laat de kinderen vrij experimenteren met de klei en de blokjes. Laat de plaat van bijlage 7 erbij liggen, zodat kinderen steeds het voorbeeld zien. Let op! De klei droogt uit als die niet luchtdicht opgeborgen wordt. Een gemetselde muur kan een nacht blijven staan, maar houd er rekening mee dat die klei daarna nog maar moeilijk te gebruiken is. Soepele klei laat moeiteloos los van de houten blokjes. Als de klei niet loslaat, laat de klei dan helemaal uitdrogen. Vervolgens is de klei eraf te krabben. Maak de blokjes liever niet schoon met water, dan zouden ze kunnen beschimmelen. Tip! Maak foto s van de gemetselde muren. De kinderen kunnen zo toch hun werk laten zien, terwijl ze de blokjes en klei weer opruimen. Afsluiting: Maak zelf eens een muur met blokjes en klei, waarbij de stenen niet in verband liggen. Laat in de kring zien wat er gebeurt als de blokken een duwtje krijgen. Een in verband gemetselde muur blijft veel steviger staan, de blokken houden elkaar vast! De kinderen hebben weer iets nieuws geleerd, tijd voor een vinkje op de checklist. Kleuteruniversiteit Pagina 13

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen leren hoe een hijskraan iets op kan hijsen. Ze leren ook iets over stabiliteit en evenwicht. Twee stevige kokers, touw, een haakje of magneet, een parasolvoet of een stevige doos met houten blokken erin, tape Je kunt ervoor kiezen de hijskraan al in elkaar te zetten, maar leuker is het om dat samen met de kinderen te doen. Bij gebruik van een parasolvoet, is het handig te controleren of de kokers wel passen. Inleiding: In het boek klimt Bart in een kraan. Een echte kraan is heel erg hoog! Weten de kinderen waarom de kraan zo hoog is? En waarom zit er zo n lange arm aan? Stel de kinderen voor een echte hijskraan te bouwen voor in de bouwhoek. Kern: Nodig twee of drie kinderen uit om samen met jou de hijskraan te bouwen. Laat de materialen zien, en vraag je hardop af hoe hier een hijskraan van gemaakt kan worden. Komen de kinderen zelf met ideeën? Het is de bedoeling dat de ene koker rechtop op de stevige ondergrond (parasolvoet of doos met blokken) gezet wordt. Maak deze koker stevig vast met tape. De andere koker komt horizontaal bovenop de ene koker. Zorg voor een lange arm en een korte arm, maak de koker stevig vast met tape. Leid door de horizontale koker een touw, maak aan dat touw een haakje of een magneet vast. Zorg ervoor dat het haakje voldoende gewicht heeft. Maak het touw aan de onderste koker vast, zodat het niet steeds terug schiet. Tip! Heb je een parasolvoet die gevuld kan worden? Maak dan de hijskraan eerst zonder vulling. Tijdens het hijsen zal de hijskraan ongetwijfeld omvallen. Hierdoor leren de kinderen dat de hijskraan heel zwaar moet zijn, om voor stabiliteit te zorgen. Vul de voet en probeer het nog eens. Afsluiting: Met een magneet kan de hijskraan allerlei metalen voorwerpen ophijsen. Heb je een haak gebruikt, maak dan een platform met touwtjes waarmee de hijskraan iets op kan hijsen. Laat de kinderen vrij experimenteren, vraag af en toe kinderen in de kring te vertellen wat ze ontdekt hebben. Maak foto s en filmpjes van het gebruik van de hijskraan, zodat je die later in de kring kunt laten zien. Laat de kinderen een vinkje zetten op de checklist. Kleuteruniversiteit Pagina 14

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen herkennen de getallen van 1-12 en kunnen de juiste hoeveelheid hierbij weergeven. bijlage 8: getalkaarten, bijlage 9: hijskraan, kleine blokjes of steentjes Print de getalkaarten van bijlage 8 en lamineer ze. Print één of meer hijskranen van bijlage 9 en lamineer de platen. Verzamel minstens 80 telvoorwerpen per kind. Inleiding: De kinderen hebben met de hijskraan in de bouwhoek gewerkt. Bouwvakkers weten dat het erg belangrijk is om te kijken hoe zwaar de lading is. Als de lading te zwaar is, kan de hijskraan omvallen! Kern: Het getal op de getalkaarten laat zien hoe zwaar de lading mag zijn. Oefen in de grote kring de getallen die op de kaarten staan. Leg ze open in de kring, noem een getal en vraag een kind de juiste kaart aan te wijzen. Deze kaart wordt omgedraaid. Als alle kaarten zijn omgedraaid, noem je weer een getal. Weten de kinderen nog waar die kaart lag? In een klein groepje gaan de kinderen oefenen met het neerleggen van de juiste hoeveelheid. Ze nemen een hijskraanplaat voor zich en leggen één van de getalkaarten erop. Op de plaat van de hijskraan moeten nu evenveel blokjes neergelegd worden. Voor de kinderen die de getalbeelden goed herkennen en goed resultatief kunnen tellen, kun je de opdracht iets moeilijker maken. Vertel dat een slimme bouwvakker heeft uitgezocht dat de hijskraan nog steeds niet omvalt als je eentje meer dan het aangegeven getal neerlegt. Laat de kinderen een getalkaart pakken en de hoeveelheid met eentje meer neerleggen. Weten ze welk getal daarbij hoort? Afsluiting: Deel de getalkaarten uit aan willekeurige kinderen in de kring. Leg uit dat jullie gaan oefenen met tellen. Noem een getal, het kind met die kaart gaat staan en noemt het getal op. Vervolgens gaat het volgende kind staan en noemt zijn getal. Zo wordt de telrij afgemaakt. Je kunt aan het begin van de telrij starten, maar ook ergens halverwege, om het verder tellen te oefenen. Nu de kinderen alle getallen kennen en goed kunnen tellen, mag het laatste vinkje op de checklist gezet worden! Kleuteruniversiteit Pagina 15

Doelen: Materialen: Voorbereiding: De kinderen weten hoe een bouwplaats er in het echt uit ziet. Ze maken kennis met een bouwvakker. Eventueel voor iedereen een (geknutselde) bouwhelm Je kunt voor elk kind een bouwhelm maken (of die door de kinderen laten maken), door een gele hoofdstrook op maat te nieten. Met andere gele stroken maak je de helm over het hoofd af. Zorg voor voldoende begeleiding van ouders en eventueel vervoer naar de bouwplaats toe. Mocht je niet naar een bouwplaats toe kunnen, nodig dan een bouwvakker in je klas uit. Deze kan iets vertellen over zijn werk, foto s en filmpjes laten zien op het digibord en eventueel een activiteit met de kinderen doen. Inleiding: De checklist is af, alle vinkjes zijn gezet. Zoals Bart gezegd heeft, mogen de kinderen nu echt een kijkje nemen op een bouwplaats! Vraag de kinderen of ze nog weten waar alle vinkjes bij horen. Wat hebben ze allemaal geleerd de afgelopen tijd? Kern: Het is tijd om naar de bouwplaats te gaan. Laat de kinderen vooraf nadenken over wat ze willen vragen en voorspellen wat ze gaan zien. Schrijf dit op, zodat je het later nog kunt bespreken met de kinderen. Maak tijdens het bezoek aan de bouwplaats foto s, die je achteraf in de klas kunt laten zien. Neem eventueel het boek Kom uit die kraan mee, om te zien of de voertuigen die daarin getekend staan ook in het echt te zien zijn. Je kunt ook de woordkaarten meenemen, en zo nog eens extra controleren of de kinderen de voertuigen kennen. Afsluiting: Maak een fotoverslag en laat de kinderen erbij vertellen wat ze gezien hebben. Zo kunnen ook de ouders en eventueel andere groepen zien wat de kinderen allemaal geleerd hebben tijdens dit thema. Kleuteruniversiteit Pagina 16

Bart beton de bouwplaats de bouwvakker Kleuteruniversiteit Bijlage 1: woordkaarten

de cementwagen de drilboor het hek de keet Kleuteruniversiteit Bijlage 1: woordkaarten

de hijskraan platwalsen de wals de helm Kleuteruniversiteit Bijlage 1: woordkaarten

Hallo kinderen, Ik ben Bart. Ik heb een helm. Ik mag op de bouwplaats! Willen jullie ook op de bouwplaats? Dan moeten jullie eerst iets leren over de bouw. Als jullie alle opdrachten doen, mag je op de bouwplaats. Zet na elke opdracht een vinkje op de checklist. Heel veel succes! Groetjes van Bart Kleuteruniversiteit Bijlage 2: brief van Bart

checklist 1. hekken maken 2. mag wel mag niet 3. bouwen en sjouwen 4. bouwen met woorden 5. metselen 6. hijskraan bouwen 7. stenen tellen Kleuteruniversiteit Bijlage 2: brief van Bart

Kleuteruniversiteit Bijlage 3: bouwplaats

Kleuteruniversiteit Bijlage 3: bouwplaats

Kleuteruniversiteit Bijlage 3: bouwplaats

Kleuteruniversiteit Bijlage 3: bouwplaats

Kleuteruniversiteit Bijlage 4: vouwvoorbeelden

Kleuteruniversiteit Bijlage 4: vouwvoorbeelden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

je mag niet... Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

je mag... Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Kleuteruniversiteit Bijlage 5: borden

Bart kijkt bij de bouw. De bouwvakkers eten in de keet. De grote jongens durven wel op de bouw. Bart klimt in de hijskraan. Hij stort beton op straat. Kom uit die kraan! Kleuteruniversiteit Bijlage 6: zinnen

Kleuteruniversiteit Bijlage 7: in verband

Kleuteruniversiteit Bijlage 8: getalkaarten

Kleuteruniversiteit Bijlage 8: getalkaarten

Kleuteruniversiteit Bijlage 8: getalkaarten

Kleuteruniversiteit Bijlage 9: hijskraan

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam Kleuteruniversiteit bijlage 10: extra cijferkaarten

Naam de pion beton storten de bouwplaats de bouwvakker Kleuteruniversiteit bijlage 11: extra woordkaarten

Naam de cementwagen de drilboor de hijskraan de keet Kleuteruniversiteit bijlage 11: extra woordkaarten