Capabel Examens 2011 Pagina 1



Vergelijkbare documenten
Capabel Examens 2011 Pagina 1

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Antwoorden bij het katern LICHAAMSMASSAGE

Capabel Examens 2011 Pagina 1

In welke volgorde vindt deze deling plaats?

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Exameneisen Schoonheidsspecialist niveau 3 Deel 3: Lichaamsbehandeling & Cosmetische Voetverzorging

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Capabel Examens 2011 Pagina 1

3,7. Antwoorden door een scholier 706 woorden 15 april keer beoordeeld

Lesopzet theorie Schoonheidsverzorging Anatomie/fysiologie, Pathologie en Ham

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Wat is juist? Spec. Anat. en Fys. Path en Orthopedie. 1. Waarvan is de kuitbeenslagader een rechtstreekse aftakking?

Spierstelsel. 5.Spierstelsel. Spierstelsel: soorten. Spierstelsel: soorten. Spierstelsel: bouw. Spierstelsel: soorten

BST3 Lichaam en productkennis

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius

A. Schedel B. Romp C. Bovenste extremiteit (Arm) D. Bekken (Pelvis) E. Onderste extremiteit (Been)

De beenderen in het hoofd vormen samen de schedel. De schedel word gedragen door de wervelkolom die in de romp naar beneden loopt.

Opdrachten Pathologie Hoofdstuk 3 / Bouw van het skelet

Massage: het lichaam. Het gespierde lichaam. Psychowerk

Apparatuur. Lesstof Beauty Level Basics 3. Blz Voor toepassing zie ook de praktijkmap

MASSAGE. Massage. 2. Doel. 1. Inleiding. 3. Invloeden/effecten. 3. Invloeden/effecten

Geraamte vmbo-b12. banner. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

SPORTMASSAGE les 1 woensdag Hoofdstuk 1. Anatomie of ontleedkunde: Kennis van de bouw van het menselijk lichaam

Apparatuur. Apparatuur. Hydro apparatuur. Apparatuur Lesstof Beauty Level Basics 3. Gezichtssauna/stoombad/kruidendampbad

Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

Fig De Leefstijlacademie

Opgemaakt door Arno Kanters Geplaatst

uiterlijke verzorging CSPE KB 2009 minitoets bij opdracht 17 A B X C D huidanalyseformulier

1. Waarvan is DNA een belangrijke bouwstof? A) Van de celmembraan. B) Van de chromosomen. C) Van de kernmembraan.

1. Waar in de cel bevindt zich het centraallichaampje? A) In de celkern. B) In het cellichaam. C) In het celmembraan.

uiterlijke verzorging CSPE KB 2011 minitoets bij opdracht 15

Code van de schoonheidsspecialist

Voorbeelden krachtoefeningen voor niet lopende sporters met CP

Schouder, bovenrug en bovenarm

Midden van de rug, onderrug, en billen

Sportmassage BASIS. Mario Blokken

Anatomische terminologie

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren

uiterlijke verzorging CSPE KB 2009 minitoets bij opdracht 17 A B X C D huidanalyseformulier

Statische stretching

KWALIFICATIEDOSSIER. Dierverzorging MODULE NIVEAU 3/4. Anatomie en fysiologie HOOFDSTUK 2. Het bewegingsstelsel

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie

PATIËNTEN INFORMATIE. Kiné na een hysterectomie

SCOREFORMULIER SCOREFORMULIER. Oef. Score 1 Score 2 Letter Oplossing

GRATIS EBOOK ZELFMASSAGE VAN DE BUIK

Samenvattingen. Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging. Basisstof 1. Stevigheid bij dieren door:

Hoe zit je skelet in elkaar? In je lichaam zitten 206 botten. Samen vormen ze je skelet.

MASSAGECENTRUM DE KRACHTBRON RUGSPIEROEFENINGEN

Let tijdens het masseren op afwijkingen en asymmetrische vormen die kunnen duiden op mogelijke lichamelijke klachten.

A. De dijbenen moeten het gewicht van de schedel, de romp en armen kunnen dragen, daarom zijn de dijbenen steviger dan de opperarmbenen

Toets Anatomie Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen

Ik en de maatschappij. Gezondheid

MIND & MOVEMENT COACH. Bewegen

1 Buikplank (2 benen) Oefentherapie bekken en romp Pagina 1 van 5

uiterlijke verzorging CSPE KB 2011 minitoets bij opdracht 15

Geraamte vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Succes en veel plezier toegewenst!

Het bewegingsstelsel. 1 Inleiding

Plekken waar je extra aan gaat spannen kunnen zijn: andere kant, je nek, je rug en je buik.

Hoe train ik mijn buikspieren zonder klachten achteraf?

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten

H2 les par2+4+3.notebook November 11, Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna

Ademhalingsorganen/luchtwegen. Ademhaling. De neus. De neus. De keelholte. De keelholte Bouw algemeen Van binnen naar buiten

OEFEN THUIS INHOUDSOPGAVE ENKEL - VOET Stabiliteit RUG SCHOUDER Helma Grimminck

Geraamte hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie

Antwoorden bij het katern GEZICHTSMASSAGE

Begeleidend schrijven bij de cursus "Het tillen van jonge kinderen"

voetverzorging uit Bakens & Zadkine Informatie mbtstof Anatomie Voetverzorging eindtermen

2D/E. T5: Stevigheid en beweging.

Sportmassage massage rug, nek en schouders 30 min 32,50. Hotstone lichaamsmassage 45 min Bindweefsel massage 30 min 32.50

Aanvulling: Om de oefeningen wat uitdagender te maken kun je je handen op je borst leggen ipv naast je lichaam op de grond.

Yogales mei Ademoefening Prana Mudra!

VAATONDERZOEK DUPLEX 17934

Producten gezichtsverzorging

1 De wervelkolom Een hernia Het stellen van de diagnose Wanneer opereren? Een herniaoperatie... 5

Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis

De stoma operatie stap voor stap

Uw been en/of voet in het gips. Instructies en oefeningen

Het skelet in de achtste klas document bij Opleiding Fenomenologie Ger van de Ven (2017)

Antwoorden bij het katern ONTHAREN

( Hoe moet deze oefeningen doen? )

De uitdrukkingen profundus, internus, superficialis, externus worden gebruikt bij het herleiden naar de plaats van bv de spieren (vervoegingen)

Oefeningen bij bekkenklachten

Hoe voorkomt u armlymfoedeem. Massagetechniek en oefeningen voor borstkankerpatiënten

Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam:

uiterlijke verzorging CSPE KB 2009 minitoets bij opdracht 17 A B X C D huidanalyseformulier

10 minuten training 1 Total Body

Krachttraining. Een krachttrainingsschema voor Bewegen, sport en maatschappij. Naam Klas Docent

TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN

Dermatologie. Open been. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

1a HAVO V HAN WO DB OEK

Transcriptie:

1. Bij welke ontharingsmethoden is het besmettingsrisico het grootst? A) Bij chemische en elektrische ontharingsmethoden. B) Bij elektrische en mechanische ontharingsmethoden. C) Bij mechanische en chemische ontharingsmethoden. 2. Wat is een contra-indicatie voor een lichaamsmassage? A) Panniculose. B) Spataderen. C) Striae. 3. Welke spieren hebben meerdere aanhechtingsplaatsen? A) Meerbuikige spieren. B) Meerhoofdige spieren. C) Meerpezige spieren. 4. Wat is de directe brandstof voor de spieren? A) Glucose. B) Glycogeen. C) Melkzuur. 5. Wat verstaat men onder adduceren? A) Het buitenwaarts draaien van een lichaamsdeel. B) Naar het lichaam toevoeren. C) Van het lichaam afvoeren. 6. Wat is de belangrijkste abductor in het schoudergewricht? A) De brede rugspier. B) De deltaspier. C) De driehoofdige armspier. 7. Wat is een oorsprongplaats van het middenrif? A) De bovenste drie ribben. B) De halswervels. C) Het borstbeen. 8. Wat kun je zeggen over de rechte buikspier? A) Het is een antagonist van de ruggenstrekkers. B) Het is een belangrijke inademingsspier. C) Het is een meerpezige spier. 9. Welke bewering over de kleine borstspier is juist? A) Het is een hulpspier bij de inademing. B) Het is een hulpspier bij de uitademing. C) Het is geen hulpademhalingsspier. Capabel Examens 2011 Pagina 1

10. Wat is de werking van de opperarm-spaakbeenspier? A) Aanvoeren van de bovenarm. B) Buigen van de arm in het ellebooggewricht. C) Strekken van de arm in het ellebooggewricht. 11. Wat is de voornaamste spier voor het strekken van de knie? A) De halfvliesachtige spier. B) De kleermakersspier. C) De vierhoofdige dijbeenspier. 12. Waar is de aanhechtingsplaats van de kleermakerspier? A) Aan de voorste bovenste darmbeendoorn. B) Naast de laterale zijde van de scheenbeenknobbel. C) Naast de mediale zijde van de scheenbeenknobbel. 13. Wat zijn voorbeelden van platte beenderen? A) De knieschijven en de ribben. B) De ribben en de schouderbladen. C) De schouderbladen en de knieschijven. 14. Waardoor zijn de wervels verbonden? A) Alleen door gewrichten. B) Alleen door tussenwervelschijven. C) Door gewrichten en tussenwervelschijven. 15. Tussen welke beenderen treffen we een straf gewricht aan? A) Darmbeen en schaambeen. B) Heiligbeen en darmbeen. C) Zitbeen en heiligbeen. 16. Welk gewricht bestaat uit twee beenstukken? A) Het ellebooggewricht. B) Het enkelgewricht. C) Het schoudergewricht. 17. Welke bewering over de lendenwervels is juist? A) Ze hebben 2 doornuitsteeksels en 1 dwarsuitsteeksel. B) Ze hebben 4 gewrichtsvlakken en 1 wervellichaam. C) Ze hebben 1 wervelboog en 1 dwarsuitsteeksel. 18. Waarvan is het ravenbekuitsteeksel een onderdeel? A) Van het opperarmbeen. B) Van het schouderblad. C) Van het sleutelbeen. Capabel Examens 2011 Pagina 2

19. Waaruit bestaat de hand onder andere? A) Uit 7 handwortelbeentjes en 5 middenhandsbeentjes. B) Uit 8 handwortelbeentjes en 14 vingerkootjes. C) Uit 15 vingerkootjes en 5 handwortelbeentjes. 20. Van welk been is het schaambeen een onderdeel? A) Van het darmbeen. B) Van het heupbeen. C) Van het zitbeen. 21. Welke slagader verloopt aan de duimzijde van de onderarm? A) De armslagader. B) De ellepijpslagader. C) De spaakbeenslagader. 22. Welke slagader voorziet de buitenenkel van bloed? A) De achterste scheenbeenslagader. B) De kuitbeenslagader. C) De voorste scheenbeenslagader. 23. Waarin mondt de koningsader uit? A) In de armader. B) In de ellepijpader. C) In de hoofdader. 24. Welke ader bevindt zich in de benen? A) De hoofdader. B) De koningsader. C) De rozenkransader. 25. Wat zijn indicaties voor een cosmetische lichaamsmassage? A) Gezwollen lymfeklieren en stress. B) Nerveuze spanningen en vermoeidheid. C) Vermoeidheid en direct na een operatie. 26. Waardoor wordt de biochemische invloed van de massage zichtbaar? A) Door de verhoging van de spiertonus. B) Door het gladder worden van de huid. C) Door het roder worden van de huid. 27. Welke grepen pas je toe om korte reflectorische spiercontracties op te wekken? A) Lopende vibraties. B) Rotaties. C) Waaierslagen. Capabel Examens 2011 Pagina 3

28. Wat is een indicatie voor huidplukken? A) Een atrofische huid. B) Een gespannen, nerveuze huid. C) Een slecht doorbloede huid. 29. Hoe voer je massagegrepen uit als het accent ligt op de afvoer van bloed en lymfe? A) Langzaam, met lichte druk en in de lengterichting van de spier. B) Langzaam, met lichte druk in diverse richtingen op de spier. C) Snel, met stevige druk en dwars op het verloop van de spier. 30. Wat is de werking van een lijnzaadpakking? A) Bevochtigend en doorbloedend. B) Desinfecterend en verwekend. C) Reinigend en verzachtend. 31. Welk apparaat kun je gebruiken voor het toedienen van mechanische prikkels? A) Een aquajet. B) Elektrische desincrustatie. C) Elektrokinesie. 32. Wat is de invloed van elektrische desincrustatie? A) Adstringerend. B) Dieptereinigend. C) Verwekend. 33. Bij welke apparatieve behandeling gebruik je vierpuntselektroden? A) Elektrische desincrustatie. B) Elektrokinesie door middel van continue gelijkstroom. C) Elektrokinesie door middel van wisselstroom. 34. Wat is de overeenkomst tussen infrarode en ultraviolette straling? A) Ze hebben dezelfde golflengte. B) Ze werken in gelijke mate ontvochtend. C) Ze zijn onzichtbaar. 35. Wat is de werking van een geringe concentratie ozon op de huid? A) Activerend. B) Desinfecterend. C) Keratiniserend. 36. Welke huid geleidt een elektrische stroom het beste? A) Een huid met een dikke hoornlaag en een verhoogde talgproductie. B) Een huid met een dunne hoornlaag en een geringe zweetproductie. C) Een huid met een dunne hoornlaag en een verhoogde zweetproductie. Capabel Examens 2011 Pagina 4

37. Welke behandeling geef je voor het verstevigen van spieren? A) Een behandeling met continue gelijkstroom. B) Een behandeling met hoogfrequente wisselstroom. C) Een behandeling met interferente stroom. 38. Waarvoor dient een aardlekschakelaar? A) Deze controleert de juiste frequentie van de wisselstroom. B) Deze controleert of de stroom die het huis binnenkomt even groot is als de stroom die het huis verlaat. C) Deze controleert of de stroomsterkte niet te hoog wordt. 39. Wat betekent onderstaand symbool? A) Dit apparaat heeft een aardaansluiting. B) Dit apparaat is dubbel geïsoleerd. C) Dit apparaat is een gelijkstroomapparaat. 40. Wat is het doel van drainage-apparatuur? A) Het rechtstreeks onttrekken van vocht aan de huid. B) Het verbeteren van de vochtcirculatie in het weefsel. C) Het verkrijgen van een betere spanning in de spieren. Capabel Examens 2011 Pagina 5

Answer Key K:\Itembank\Examiner\SV-bank\SchVerz.xam "LichBeh-110111" Exam ID: 1120 K:\Itembank\Examiner\SV-bank\SchVerz\4V000000.TKY The answer key lists the item number, then item difficulty, then the correct answer. For multiple-choice items, this is followed by the points required for mastery, and, if there is more than one correct response, a list of points for each alternative. Other item types show the answer. The item identifier is listed below the item number. The Total Points is the number of possible points in the test. The Number of points required for mastery is the points required to pass the exam. Number Difficulty Answer 1: 0.63 B (21.1.4.1.1.1.2) 2: 0.50 B (24.1.1.1.1.1.1) 3: 0.50 C (25.2.2.1.1.1.1) 4: 0.50 A (25.3.2.3.1.1.1) 5: 0.50 B (25.3.8.2.1.1.3) 6: 0.61 B (25.4.1.2.1.1.1) 7: 0.50 C (25.5.1.3.1.1.2) 8: 0.72 A (25.5.1.4.1.1.1) 9: 0.50 A (25.6.3.1.1.1.3) 10: 0.50 B (25.7.2.1.1.1.3) 11: 0.50 C (25.8.1.2.1.1.2) 12: 0.49 C (25.8.1.3.1.1.4) 13: 0.50 B (26.2.2.1.1.1.3) 14: 0.50 C (26.3.2.1.1.1.1) 15: 0.61 B Capabel Examens 2011 Pagina 1

Answer Key Number Difficulty Answer (26.4.1.1.1.1.2) 16: 0.59 C (26.4.4.1.1.1.1) 17: 0.50 B (26.5.4.1.1.1.3) 18: 0.50 B (26.7.1.1.4.1.1) 19: 0.78 B (26.9.4.1.1.1.1) 20: 0.48 B (26.10.1.3.1.1.2) 21: 0.84 C (27.1.3.1.1.1.1) 22: 0.52 B (27.2.5.1.1.1.5) 23: 0.60 A (27.3.6.1.1.1.4) 24: 0.50 C (27.4.6.1.1.1.5) 25: 0.79 B (28.1.1.1.1.1.3) 26: 0.91 C (28.3.2.1.1.1.1) 27: 0.68 C (29.5.4.2.1.1.1) 28: 0.50 C (29.8.1.1.1.1.1) 29: 0.82 A (30.1.1.1.1.1.4) 30: 0.71 A (31.3.3.1.1.1.1) 31: 0.46 A (32.1.3.1.1.1.1) Capabel Examens 2011 Pagina 2

Answer Key Number Difficulty Answer 32: 0.69 C (32.3.1.1.1.1.7) 33: 0.50 C (32.3.2.1.1.1.1) 34: 0.50 C (33.1.1.1.1.1.4) 35: 0.50 B (33.1.2.2.1.1.3) 36: 0.84 C (33.2.3.1.1.1.6) 37: 0.50 C (33.2.17.1.1.1.1) 38: 0.50 B (33.2.18.4.1.1.2) 39: 0.50 B (33.2.19.1.1.1.3) 40: 0.76 B (34.1.5.1.1.1.1) Total points = 40 Percentage required for mastery = 65% (26 points) Capabel Examens 2011 Pagina 3