Structuur en eigenschappen van metalen 4C330

Vergelijkbare documenten
Structuur en eigenschappen van metalen 4C334

gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern.

Deel 2. Basiskennis chemie

Algemene en Technische Scheikunde

Formules Materiaaltechnologie

Inhoud LEERPLANDOELSTELLINGEN LEERINHOUDEN. De leerlingen kunnen

Inhoud LEERPLANDOELSTELLINGEN LEERINHOUDEN. De leerlingen kunnen

IV. Chemische binding

KLASTOETS GRAAD 11. FISIESE WETENSKAPPE: CHEMIE Toets 4: Materie en materiale 1

Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram

Plasticiteit. B. Verlinden Inleiding tot de materiaalkunde. Structuur van de lessen 1-4

VII.Metalen. kern(en) + elektronen. atomen. verbindingen. verklaren én voorspellen eigenschappen. model

Tabellen. Thermodynamica voor ingenieurs, Tabellen 1

Toets T1 Algemene en Anorganische Chemie. 02 oktober 2013

Tentamen WB6101 Materiaalkunde I voor WB over de leerstof van studiejaar januari 2011

Herkansing Toets T1 en T2 AAC. 08 november 2013

Polymeren: Structuur en eigenschappen 4A580

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie

Toets 01 Algemene en Anorganische Chemie. 30 september 2015

Tentamen MATERIAALKUNDE II, code

Klas 4 GT. Atomen en ionen 3(4) VMBO-TG

Kieming en. Jilt Sietsma. groei in metalen

Tentamen Anorganische Chemie I

Oplossing oefeningen. Deel 1: Elektriciteit

Metaalkunde in de. Lastechniek. H.Schrijen 1. Lasgroep Zuid Limburg. Metaalkunde en Lastechniek. Lasgroep Zuid Limburg. Root Cause of Disasters

Tentamen MATERIAALKUNDE II, code

CHEMIE 1 Hoofdstuk 7 Chemische binding I. HOOFDSTUK 7: Chemische binding I

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

Solid Mechanics (4MB00) Toets 2 versie 1

Samenvatting Scheikunde H3 Reacties

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde

Deel 1. Basiskennis wiskunde met oplossingen

5 Formules en reactievergelijkingen

THEORIE UIT EXPERIMENTEN TABELLEN SCIENCE / NATUURKUNDE / SCHEIKUNDE

Tentamen MATERIAALKUNDE II, code

Tentamen Chemische Binding NWI-MOL056 Prof. dr. ir. Gerrit C. Groenenboom, HG00.304/065, 17:30-20:30/21:30, 6 feb 2014

Oefententamen CTO dell II ( )

Atoommodel van Rutherford

Werktuigbouwkunde in vogelvlucht. Materialen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN. Tentamen Stralingsfysica (3D100) d.d. 16 november 2004 van 14:00 17:00 uur

Tentamen MATERIAALKUNDE Ia

Tentamen MATERIAALKUNDE II, code

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 1: INLEIDING MOLECULEN EN ATOMEN

Tentamen MATERIAALKUNDE 2

R&D. Metallurgische (las)eigenschappen van slijtvaste witte gietijzers. Annemiek van Kalken Ludwik Kowalski

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

Toets T1 Algemene en Anorganische Chemie. 01 oktober 2014

(Permitiviteit van vacuüm)

Eddy Brinkman. Materiaalkunde in een notendop. Materials Veldhoven - 31 mei 2017

natuurkunde havo 2017-II

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

1. Langere vraag over de theorie

Uitwerkingen van het Tentamen Moleculaire Simulaties - 8C Januari uur

Tentamen MATERIAALKUNDE Ia

Solid Mechanics (4MB00) Toets 2 versie 4

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,.

1 De basis. Hoofdstuk 1 De basis

THEMA IS BEZWIJKEN HET BEREIKEN VAN DE VLOEIGRENS?

Eindtoets 3DEX0: Fysica van nieuwe energie van 9:00-12:00

Lasgroep Zuid Limburg

Tentamen MATERIAALKUNDE II, code

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN. Tentamen Stralingsfysica (3D100) d.d. 16 januari 2006 van 14:00 17:00 uur

Voorstelling van moleculen en atomen in chemische symbolentaal

Hoogrendement Zonnecellen Concepten voor de volgende generatie cellen

Opgave 1 Vervormd vierkant kristal en elektronische structuur (totaal 24 punten)

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE

Helium atoom = kern met 2 protonen en 2 neutronen met eromheen draaiend 2 elektronen

TENTAMEN. Thermodynamica en Statistische Fysica (TN )

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Vraagstuk 1 (10 eenheden) In het algemeen zal een ferro-magnetisch lichaam zich opsplitsen in een aantal magnetische domeinen.

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 15 Elektrochemie bladzijde 1

Hertentamen Algemene en Anorganische Chemie. 07 januari 2011

Oefeningen materiaalleer

Laslegeringen voor kwalitatieve onderhoudswerke

Elementen; atomen en moleculen

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5

Toets02 Algemene en Anorganische Chemie. 30 oktober :00-15:30 uur Holiday Inn Hotel, Leiden

Examen Klassieke Mechanica

1) Stoffen, moleculen en atomen

Vraag 1.3 A point source emits sound waves with a power output of 100 watts. What is the sound level (in db) at a distance

Stoffen, structuur en bindingen

PT-1 tentamen, , 9:00-12:00. Cursus: 4051PRTE1Y Procestechnologie 1 Docenten: F. Kapteijn & V. van Steijn

Bindingen. Suiker Suiker heeft de molecuulformule C 12 H 22 O 11

Hoofdstuk 8. Redoxreacties. Chemie 6 (2u)

PT-1 tentamen, , 9:00-12:00. Cursus: 4051PRTE1Y Procestechnologie 1 Docenten: F. Kapteijn & V. van Steijn

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT WERKTUIGBOUWKUNDE DIVISIE COMPUTATIONAL AND EXPERIMENTAL MECHANICS

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan

Quantum Chemie II 2e/3e jaar

Transcriptie:

Tentamen Structuur en eigenschappen van metalen 4C33 5 augustus 22 9.-2. uur Dit tentamen bestaat uit twee delen met in totaal 22 deelvragen. Tijdens het tentamen mag geen gebruik worden gemaakt van het boek, aantekeningen of notebook. Benodigde informatie is bijgevoegd. Neem eerst rustig de tijd om alle vragen en de bijgeleverde informatie door te kijken. Antwoord kort en bondig, maar motiveer uw antwoord en geef uitwerkingen. Beantwoord alle vragen uitsluitend op het opgavenblad! De antwoorden van het tentamen worden na afloop op studyweb gezet. Lever ieder deel in (voorzien van naam en identiteitsnummer). Achternaam: Voornaam: Voorletters: Identiteitsnummer:

Tabellen Periodic table with electronegativity of the elements IA 2 H He 2. IIA IIIA IVA VA VIA VIIA - 3 4 5 6 7 8 9 Li Be B C N O F Ne..5 2. 2.5 3. 3.5 4. - 2 3 4 5 6 7 8 Na Mg VIII Al Si P S Cl Ar.9.2 IIIB IVB VB VIB VIIB IB IIB.5.8 2. 2.5 3. - 9 2 2 22 23 24 25 26 27 28 29 3 3 32 33 34 35 36 K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr.8..3.5.6.6.5.8.8.8.9.6.6.8 2. 2.4 2.8-37 38 39 4 4 42 43 44 45 46 47 48 49 5 5 52 53 54 Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe.8..2.4.6.8.9 2.2 2 2.2 2 2.2.9.7.7.8.9 2. 2.5-55 56 57-7 72 73 74 75 76 77 78 79 8 8 82 83 84 85 86 Cs Ba La-Lu Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn.7.9.-.2.3.5.7.9 2.2 2.2 2.2 2.4.9.8.8.9 2. 2.2-87 88 89-2 Fr Ra Ac-No.7.9.-.7 Characteristics of selected elements Atomic Density of Crystal Atomic Ionic Most Melting Atomic Weight Solid, 2 C Structure, Radius Radius Common Point Element Symbol Number (amu/at) (g/cm 3 ) 2 C (nm) (nm) Valence ( C) Aluminum Al 3 26.98 2.7 FCC.43.53 3+ 66.4 Beryllium Be 4 9.2 9.2 HCP.4.35 2+ 278 Carbon C 6 2. 2.25 Hex..7.6 4+ Copper Cu 29 63.55 8.94 FCC.28.96 + 85 Gold Au 79 96.97 9.32 FCC.44.37 + 64 Hydrogen H.8 - - -.54 + -259 Iron Fe 26 55.85 7.87 BCC.24.77 2+ 538 Lead Pb 82 27.2.35 FCC.75.2 2+ 327 Magnesium Mg 2 24.3.74 HCP.6.72 2+ 649 Manganese Mn 25 54.94 7.44 Cubic.2.67 2+ 244 Nickel Ni 28 58.69 8.9 FCC.25.69 2+ 455 Platinum Pt 78 95.8 2.45 FCC.39.8 2+ 772 Silver Ag 47 7.87.49 FCC.44.26 + 962 Tin Sn 5 8.69 7.7 Tetra..5.7 4+ 232 Titanium Ti 22 47.88 47.87 HCP.45.68 4+ 668 Tungsten W 74 83.85 9.3 BCC.37.7 4+ 34 Zinc Zn 3 65.39 65.4 HCP.33.74 2+ 42 Values of selected physical constants Quantity Symbol SI Units cgs Units Avogadro s number N A 6.23 23 molecules/mol 6.23 23 molecules/mol Boltzmann s constant k.38 23 J/atom-K.38 6 erg/atom-k 8.62 5 ev/atom-k Bohr magneton µ B 9.27 24 A-m 2 9.27 2 erg/gauss a Electron charge e.62 9 C 4.8 statcoul b Electron mass 9. 3 kg 9. 28 g Gas constant R 8.3 J/mol-K.987 cal/mol-k Permeability of a vacuum µ.257 6 henry/m unity a Permittivity of a vacuum ǫ 8.85 2 farad/m unity b Planck s constant h 6.63 34 J-s 6.63 27 erg-s 4.3 5 ev-s Velocity of light in a vacuum c 3 8 m/s 3 cm/s a In cgs-emu units b In cgs-esu units 2

Deel A Beantwoord alle vragen op het opgavenblad. Opgave a. Wat is de belangrijkste veronderstelling voor de elektronen van een atoom volgens het Bohr model? Beschrijf het Bohr model voor het waterstof (H) atoom. Veronderstelling Bohr model: Bohr model waterstofatoom: b. Van welk type zullen de volgende bindingen zijn? Verklaar het antwoord. Ca O C N Ca O: C N: 3

c. Terwijl bij metalen de atomen meestal in zeer eenvoudige kristallen (hoge mate van symmetrie) zijn gerangschikt, is de kristalstructuur van keramieken of polymeren vaak complexer (lager symmetrieniveau). Verklaar dit verschil (noem 2 redenen).. 2. Opgave 2 a. Teken de volgende vlakken in een kubische eenheidscel (unit cell): (2) ( ) Hierbij kunt u gebruik maken van de onderstaande figuren. Geef duidelijk de doorsnijdingen met de eenheidscel aan. z (2) ( ) z y y x x 4

b. Geef de Miller indices van de volgende richtingen in een kubische eenheidscel (unit cell): z z /2 y y x /2 A x B Uitwerking (indien nodig): A: B: Opgave 3 Beschouw een BCT (body centered tetragonal) eenheidscel met afmetingen a = b = 2.2R en c = 2.5R waarbij R de straal van de atomen is. In deze eenheidscel bevindt zich een atoom op ieder hoekpunt en een atoom in het midden. Deze eenheidscel is weergegeven in onderstaande figuur. c b a 5

a. Bepaal de atomic packing factor (APF) van deze eenheidscel en vergelijk deze met de APF van BCC en FCC structuren. Uitwerking: APF = Vergelijking met FCC en BCC: b. Bepaal de vlakdichtheid (planar density, PD) van de vlakken (), () en () (respectievelijk het voorvlak, bovenvlak en diagonaalvlak parallel aan de c-as). Uitwerking: 6

PD () = PD () = PD () = c. Welke van de vlakken uit vraag b zal bij voorkeur een slipvlak zijn? Welke richting in dit vlak zal bij voorkeur de sliprichting zijn? Verklaar het antwoord. Slipvlak: Sliprichting: 7

Opgave 4 Beschouw een kubisch kristal met het slip systeem (hk)[uv], waarbij h > en k > (zie nevenstaande figuur). a. Druk de normaalvector n van het slipvlak en de sliprichting s uit in de parameter ξ = h/k (= atan(θ)), waarbij beide vectoren lengte dienen te hebben. 2 s θ n 3 Uitwerking: n = s = 8

Het kristal wordt belast met een uniaxiale spanning van 8 MPa in de richting []. b. Bepaal de Schmid factor f als functie van de parameter ξ = h/ k. Wanneer vraag a niet beantwoord is, kunt u gebruik maken van: ξ ξ n ; s. /ξ 2 + ξ 2 + Uitwerking: f = 9

c. Schets in onderstaande figuur de geprojecteerde schuifspanning (resolved shear stress, τ) als functie van de hoek θ, waarbij tan(θ) = h/k = ξ, wanneer het kristal wordt belast met 8 MPa in de []-richting. Plaats hierbij getallen langs de vertikale as. Voor welke hoek θ is de geprojecteerde schuifspanning maximaal en wat is deze maximale schuifspanning? Uitwerking: τ (MPa) 2 3 4 5 6 7 8 9 θ ( ) θ max = [ ] τ max = [MPa] Het vervolg (deel B) wordt apart uitgereikt.

Deel B Tentamen Structuur en eigenschappen van metalen, 4C33 5 augustus 22 Achternaam: Voornaam: Voorletters: Identiteitsnummer: Beantwoord alle vragen op het opgavenblad. Opgave 5 a. Een trekstaaf van messing heeft een rechthoekige doorsnede van 2 mm 2 en een lengte van 6 mm. Bij de beproevingstemperatuur heeft het materiaal een elasticiteitsmodulus van GPa, een vloeispanning (yield strength) van 25 MPa en een treksterkte (tensile strength) van 32 MPa. Is het mogelijk om met deze gegevens de trekkracht F te berekenen die een verlenging van. mm tot gevolg heeft. Zo ja, hoeveel bedraagt deze kracht? Zo nee, verklaar waarom dit niet kan. Herhaal de vraag voor een verlenging van.5 mm. Uitwerking:

l =. mm: ja/nee: Verklaring: F = [kn] l =.5 mm: ja/nee: Verklaring: F = [kn] b. Noem en beschrijf drie soorten puntdefecten (point defects) in een kristalrooster en beschrijf de rol van puntdefecten bij de mechanische eigenschappen van een materiaal en bij structuurvorming.. 2. 3. Rol bij mechanische eigenschappen: Rol bij structuurvorming: 2

Opgave 6 Een onderzoeker verricht een aantal trekproeven aan twee aanvankelijk identieke metalen proefstukken (A en B) met een fijne kristalstructuur. Neem aan dat bij iedere trekproef de deformatie volledig homogeen is. Voor beide trekstaven neemt tijdens de trekproef de vloeispanning toe van de initiële vloeispanning σ naar σ bij % rek. Na ontlasting wordt proefstuk B onderworpen aan een nieuwe trekproef tot % rek waarbij een initiële vloeispanning σ 2 gemeten wordt. Deze vloeispanning is groter dan de eerder gemeten spanning σ. a. Verklaar de volgende twee observaties:. σ > σ 2. σ 2 > σ. 2. Beide trekstaven worden gedurende een uur verhit tot.5t m waarbij T m de smelttemperatuur is. Neem aan dat bij deze temperatuur de kritische deformatie voor rekristallisatie kleiner dan % rek is. Opnieuw wordt aan beide proefstukken een trekproef verricht. b. Beschrijf het belangrijkste fysische proces dat optreedt tijdens verhitting van de proefstukken. 3

c. Welke trekstaaf zal de hoogste vloeispanning vertonen bij de nieuwe trekproef? Verklaar het antwoord. Trekstaaf: Verklaring: Opgave 7 Goud-nikkel legeringen worden toegepast in hoogwaardige soldeerverbindingen in bijvoorbeeld motoren voor lucht- en ruimtevaart en in elektronica. Verder worden goud-nikkel legeringen gebruikt voor decoratieve doeleinden (wit goud). In onderstaande figuur is het fasendiagram van goud-nikkel gegeven. Hierin zijn de in evenwicht aanwezige fasen gegeven als functie van de temperatuur ( C) en de atomaire samenstelling (at% Ni). 4 2 L o Temperature ( C) 8 6 FCC 4 2 2 4 6 8 Au atomic % Ni Ni 4

a. Schets in onderstaande figuur de Gibbs vrije energie van de in het fasendiagram aanwezige fasen (L en FCC) als functie van de samenstelling bij de volgende temperaturen: 2 C 9 C 6 C 2 C 9 C 6 C G G G at% Ni at% Ni at% Ni Beschouw een goud-nikkel legering met 6. at% Ni (= 3.9 wt% Ni). b. Geef de aanwezige fasen en de samenstellingen van deze fasen (in at% Ni) bij volgende temperaturen: 2 C 9 C 6 C fasen samenstelling (at% Ni) 2 C 9 C 6 C 5

c. Bepaal de massafracties van de aanwezige fasen bij 6 C. Uitwerking: fase massafractie 6

Opgave 8 a. Beschrijf (kort) de structuur van de onderstaande toestanden van een ijzer-koolstof legering. Geef hierbij voor éénfase structuren de kristalstructuur of eventuele samenstelling van een verbinding aan. Beschrijf de aanwezige fasen en hun geometrie in geval van een tweefasen structuur. Austeniet (austenite) Ferriet (ferrite) Cementiet (cementite) Perliet (pearlite) Martensiet (martensite) Bainiet (bainite) Austeniet: Ferriet: Cementiet: Perliet: Martensiet: Bainiet: 7

b. Geef in onderstaand fasendiagram voor ijzer-koolstof legeringen en isotherm transformatiediagram voor ijzer-koolstof legeringen met de eutectoïdische samenstelling op de stippellijnen aan waar deze toestanden (austeniet, ferriet, cementiet, perliet, martensiet en bainiet) voorkomen (4x per figuur). 8

c. Rangschik de volgende ijzer-koolstof legeringen naar sterkte en verklaar deze volgorde: A..76 wt% C, perliet B..5 wt% C, perliet + pro-eutectoïdisch ferriet C..3 wt% C, perliet + pro-eutectoïdisch ferriet D..76 wt% C, bainiet E..76 wt% C, martensiet F..76 wt% C, getemperd martensiet Sterkte: : 2: 3: 4: 5: 6: (laag) (hoog) Verklaring: 9

Tentamen Structuur en eigenschappen van metalen 4C33 5 augustus 22 9.-2. uur Antwoorden a. Elektronen bevinden zich in discrete banen rondom een kern. De meest voorkomende isotoop van waterstof bestaat uit een kern (die gevormd wordt door een proton) en daaromheen één elektron in de s configuratie. b. Ca O: ionen-binding (groot verschil in elektronegativiteit, links en rechts in het periodiek systeem) C N: covalente binding (klein verschil in elektronegativiteit, beiden rechts in het periodiek systeem) c. De metaalbinding is richtingsonafhankelijk (i.t.t. de covalente binding). In metalen zijn alle atomen even groot (i.t.t. keramieken of polymeren). In keramieken zijn er naast aantrekkende interacties tussen verschillend geladen ionen ook afstotende interacties tussen gelijk geladen ionen (i.t.t. metalen). 2 a. z /2 z y y x A x B (Of vlakken parallel hieraan) b. A: [ 2] B: [22 ] 3 a. AP F = n 4 3 π R3 V cel. V cel = abc = 2.R 3 ; n = 2 AP F.69. BCC:.68, FCC:.74 AP F BCC < AP F BCT < AP F FCC.

b. P D = n A (): n =, A = bc = 5.5R 2 P D =.8R 2 (): n =, A = a 2 = 4.84R 2 P D =.2R 2 (): n = 2, A = 2ac = 7.78R 2 P D =.26R 2 c. Vlak () zal het slipvlak zijn omdat de vlakdichtheid het grootst is. De sliprichting zal de [ ] of de [ ]-richting zijn (diagonaalrichtingen van de eenheidscel). Dit omdat de lijndichtheid daar het grootst is (de atomen liggen tegen elkaar aan). 4 a. n h k s s s 2 h k = ξ n met s n = en s = s ξ 2 + ξ /ξ 2 + ξ b. cos(φ) = cos(λ) = ξ 2 + /ξ 2 + ξ ξ = ξ 2 + = /ξ 2 + f = cos(φ)cos(λ) = ξ 2 + /ξ 2 + = ξ + /ξ = ξ ξ 2 + of: f = cos(φ)cos(λ) met φ = θ = atan(ξ) en λ = 9 θ f = cos(θ)cos(9 θ). c. τ = σ f, f = ξ ξ 2 +, ξ = tan(θ) of: f = cos(θ)cos(9 θ) De geprojecteerde schuifspanning is maximaal voor θ = 45. τ max = 4 MPa. 5 4 τ (MPa) 3 2 2 3 4 5 6 7 8 9 θ ( ) 5 a. σ = Eε = E l l = 83.3 MPa < σ y, dus het is mogelijk. F = σ A = 36.7 kn. σ = E l l = 275 MPa > σ y. Het materiaal zal niet elastisch blijven. Hierdoor is het niet mogelijk de trekkracht te bepalen. b. Vacature: ontbrekend atoom in een rooster (lege atoompositie). Interstitieel opgelost atoom: extra vreemd atoom in ruimte tussen reguliere atoomposities. Substitutioneel opgelost atoom: vreemd atoom dat regulier atoom in een rooster vervangt. Rol: opgeloste atomen zorgen voor roosterspanningen die dislocatiebeweging hinderen en kun- 2

nen dislocaties pinnen. Vacatures maken diffusie mogelijk en spelen daarmee een rol bij het mechanisme voor vorming en evolutie van structuren. 6 a.. Door koudversteviging neemt tijdens een trekproef de vloeispanning toe. 2. Door een herdefinitie van het oppervlakte (van de dwarsdoorsnede) zal in de tweede trekproef een hogere vloeispanning gemeten worden dan aan het einde van de eerste trekproef. b. Rekristallisatie zal optreden. Hierbij onststaan vanuit kiemen nieuwe kristallen met een lage dislocatiedichtheid (wat leidt tot een lagere Gibbs vrije energie). c. Beide trekstaven zijn gerekristalliseerd. Staaf B zal de meest fijne kristalstructuur gevormd worden omdat de deformatie in deze staaf het hoogst was. Hierdoor zal de vloeispanning van staaf B in een nieuwe trekproef het grootst zijn. 7 a. 2 C 9 C 6 C FCC L L FCC L G G G FCC at% Ni at% Ni at% Ni b. 2 C: L, C L = 6 at% Ni 9 C: FCC, C FCC = 6 at% Ni 6 C: FCC met C FCC = 2 at% Ni en FCC met C FCC 2 = 97 at% Ni C Ni c. C Ni = A Ni C Ni A Ni + C Au A Au C Ni = 2 at% C Ni = 7.3 wt% C Ni = 97 at% C Ni = 9 wt% W FCC = C FCC 2 C C FCC2 C FCC = 9 3.9 9 7.3 =.72, W FCC 2 = W FCC =.28 8 a. Austeniet: een FCC rooster van ijzeratomen met daarin opgelost de koolstof atomen. b. Ferriet: een BCC rooster van ijzeratomen met daarin opgelost de koolstof atomen. Cementiet: een interstitiële verbinding van ijzer- en koolstofatomen (Fe 3 C). Perliet: een lamellaire structuur van cementiet en ferriet fasen. Martensiet: een oververzadigde (metastabiele) oplossing van koolstofatomen in een BCT ijzerrooster. Bainiet: ferriet met een fijne dispersie van cementiet deeltjes/naaldjes. 3

austeniet perliet austeniet bainiet perliet ferriet cementiet martensiet c. Laag naar hoog: C B A D F E De sterkte van perliet/ferriet neemt toe met het percentage koolstof. Bainiet is sterker dan perliet (+ferriet) doordat het een fijnere structuur van ferriet en cementiet bezit (meer barrières tegen dislocatiebeweging). Getemperd martensiet heeft een nog fijnere structuur. Martensiet is het sterkst door het BCT rooster met weinig slipsystemen en de grote hoeveelheid opgeloste koolstofatomen. 4