Formularium psychofarmaca ouderenpsychiatrie



Vergelijkbare documenten
, v26; FK Achtergrondinformatie Bipolaire Stoornis

Voorbij het protocol..

Leeftijd niet nader. gespecificeerd [3] 6-17 jaar [4] gespecificeerd [6]

VERPLEEGKUNDIGE AANDACHTSPUNTEN BIJ HET GEBRUIK VAN PSYCHOFARMACA

Multidisciplinaire richtlijn probleemgedrag bij dementie (2018)

Richtlijn Antipsychotica. Richtlijnenmiddag 2017

Doen bij Depressie. Module 3 Fase 4 - Behandelen. Medicamenteuze behandeling van depressie bij cliënten van verpleeghuizen.

DE AANPAK VAN GEDRAGSSTOORNISSEN BIJ OUDEREN MET DEMENTIE IN EEN WZC

Medicatiegebruik bij mensen met een verstandelijke beperking

Psychofarmacologie bij kinderen en jongeren voor niet-kinder- & jeugdpsychiaters: Is dit wel een goed idee? Dr. Daniel Neves Ramos ZNA UKJA

Probleemgedrag bij ouderen

DEPRESSIE EN ANGSTSTOORNISSEN. Ciske van den Oever Poliklinisch apotheker Klinisch farmacoloog in opleiding Franciscus Gasthuis

Een kwestie van maatwerk

Behandeling met antidepressiva

Verantwoord gebruik van psychofarmaca bij mensen met gedragsproblemen. Astrid de Wit, specialist ouderengeneeskunde 30 november 2017

in gesprek over: Medicijnen tegen depressies

Angst en paniekstoornissen

Delier in de palliatieve fase DR. KARIN SCHOTTE MEDISCHE ONCOLOGIE- PALLIATIEF SUPPORTTEAM

Antipsychotica en monitoren van bijwerkingen

Inleiding psychofarmaca. Anton J.M. Loonen Farmacotherapie bij psychiatrische patiënten

Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker

Is er over 10 jaar nog plek voor antipsychotica bij mensen met dementie? Inhoud. Is er over 10 jaar nog plek voor antipsychotica?

Workshop medicatie bij angststoornissen Alejandro Goilo Joanneke van der Linde

in gesprek over: Medicijnen tegen angststoornissen

De toegevoegde waarde van antipsychotica bij de behandeling van een depressie. P. Moleman directeur Moleman Psychopharmacology

in gesprek over: Medicijnen tegen depressies

Seksuele stoornissen bij psychofarmaca. Informatiebrochure patiënten

Seksuele stoornissen bij psychofarmaca. Informatiebrochure patiënten

PSYCHOFARMACA. Gert- Jan Hendriks, psychiater Directeur Centrum voor Angststoornissen Overwaal Hoofd Zorgprogramma Angststoornissen Pro Persona

De toegevoegde waarde van antipsychotica bij de behandeling van een depressie. P. Moleman directeur Moleman Psychopharmacology

ANTIDEPRESSIVA PATIËNTENINFORMATIE ALGEMENE INFORMATIE OVER GEBRUIK EFFECTEN EN BIJWERKINGEN VAN ANTIDEPRESSIVA

Als het niet over gaat

Informatieavond Bipolaire stoornis. Bart van den Bergh, verpleegkundig specialist GGz Ronald Vonk, psychiater

Medicatie bij dementie. Dr. L.K. Pul Huisarts Mw. L.A. Klarenbeek MSc Verpleegkundig specialist

Medicatie bij dementie

Slecht slapen of juist overmatig veel. Geen trek in eten meer hebben of juist extra veel eten, waardoor je afvalt of juist aankomt in gewicht.

Informatie voor mensen met een manischdepressieve. hun partners en andere betrokkenen. Kinderwens3

Medicatie als instrument om onrust en agressie te beheersen? Niet agressief, maar duf? dr. Martin Smalbrugge. Wie ben ik??

Gebruik psychofarmaca en alternatieven?

Kort & Krachtig behandelprotocollen. Pharmacotherapy for depressive and/or anxiety disorders [in Dutch]

De delirante patiënt van vergeetachtig tot verwardheid

Benzodiazepine-agonisten/benzodiazepinen

Copyright 2016 M. de Ruijter & L..Tammenga. Bijwerkingen in de GGZ

Informatie over de antidepressiva-test. Advies op maat over medicijnen tegen depressie, psychose of angststoornis

Parkinsonismen Vereniging. Parkinson en Psychose

Probleemgedrag bij Dementie. Duodagen 6 en 7 April 2017 M.Y.E. Cappetti, Klinisch Geriater H.P.A. Bom en A.A. Tewarie, huisartsen

De 3D,s POH

Flowchart behandeling cognitieve symptomen dementie

Handreiking. Dementie

Parkinson medicatie.. MOET DAT NOU?? Al die pillen??

Parkinson en Psychoses

Masterclass Antidepressiva

Bijeenkomst Advocaten Warmond 8 juni Warmond juni 2011

Farmacotherapie per doelgroep

Begeleiding van chronisch psychiatrische patiënten (EPA) in de 1e lijn. Het zijn net gewone mensen

Psychiatrie rond zwangerschap. Corné van Lieshout, psychiater

NEUROPSYCHIATRISCHE SYMPTOMEN BIJ M.PARKINSON

To sleep or not to Sleep. over slaap bij psychiatrische ziektebeelden door B.M. Klop- de Vries, psychiater

Doelmatig voorschrijven van antidepressiva in de huisartspraktijk

v27; FK Achtergrondinformatie Angststoornis Pagina 1 van 7

in gesprek over: Medicijnen tegen psychose

TRANSMURAAL PROTOCOL PSYCHIATRIE Herziene versie mei/juni 2009.

Depressie en psychose. Prem Adhien Apotheker/epidemioloog

MEDICAMENTEUZE AANPAK VAN BIPOLAIRE STOORNIS

Delier Sini van den Boomen Anja Manders Marianne de Nobel

Tweede serie vragen:

Antipsychotica. Soms nodig, meestal niet. En waarom afbouwen zo belangrijk is...

Stilnoct Zolpidem 10mg 2,4 0,5-3 - Kortwerkend Rohypnol Flunitrazepam 1mg ** 1,2 +

De toepassing van de multidisciplinaire richtlijn voor depressie in de 2 e lijn

De huisarts / de acuut verwarde patiënt. Presentatie2015: Cassandra Kalidien Conny Koffeman

Palliatieve Zorg bij Parkinson. Presentatie. Ondertitel. Paul Smit, Specialist Ouderengeneeskunde Kaderarts Palliatieve Zorg ParkinsonNet

Psychofarmaca [] voorbeeld van rebound effect. 1 Wat verstaan we onder rebound effect? Geef een

Benzo Moe. Over het terugdringen van chronisch benzodiazepinegebruik

Antidepressiva. Voorlichting voor cliënt en hulpverlener Jan van Ingen Schenau Psychopraxis jaargang 10, nummer 3 (juni 2008) p.

Kanker en depressie. Symposium Psychosociale oncologie Sterkte met je tumor 13 april 2017 Marijn Tijssen, psychiater MUMC+

DE MEDICAMENTEUZE BEHANDELING VAN DE BIPOLAIRE STOORNIS BIJ JEUGDIGEN

HALDOL tabletten en drank

Parnassia Bavo Groep, januari 2014

InFoP 2. Inhoud. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Behandeling van Psychose De rol van medicatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Bipolair aan het werk. Loes Kaarsgaren, psychiater Petra Rijper, sociaal psychiatrisch verpleegkundige Behandelcentrum Bipolaire Stoornissen

THERAPEUTIC DRUG MONITORING Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers -- Commissie Analyse en Toxicologie

FTO Parkinson. Rachel Bouwsma Annet Bruggeman 14-mei 2013

Moleman hoofdstuk 6 Psychofarmaca bij kinderen en jeugdigen.

Slaapstoornissen in de psychiatrie: het belang van behandeling

Depressieve stoornissen in de huisartsenpraktijk stapsgewijs inzicht via de nieuwe multidisciplinaire richtlijn

De weg naar het eerste recept

ADHD bij volwassenen met een angststoornis

Programma. Stelling. Doel. Inleiding. Wim Dijken: Psychiater Manager zorg Indigo Haaglanden

Protocol Psychofarmaca tijdens graviditeit en lactatie

drugs abc antidepressiva

Agitatie, agressie, verwardheid bij een 75-jarige patiënt (met dementie)

NHG-Leergang Palliatieve Zorg. Module 1: Delier Classien Rebergen, maart 2019

Inleiding Hoe het allemaal begon Soorten psychofarmaca, werking, bijwerkingen en indicatiegebieden

Postpartum psychiatrie op de moeder-baby unit

De invloed van psychofarmaca op de slaap. Dr. Marike Lancel Onderzoeker, slaapdeskundige GGZ Drenthe

Deze bijlage is geldig van: tot Vervangt bijlage d.d.:

(on)rust op de ICU. Norinda Fennema

Delirium management ICU. Zoran Trogrlic - 16 & 27 oktober 2014 Schakels in de Zorg

Psychofarmaca bij d e de ouderen Waarom slikken zij? A D. D Hooghe Hooghe

Transcriptie:

Formularium psychofarmaca ouderenpsychiatrie Maart 2003 Inhoud Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding, verantwoording, toelichting Hoofdstuk 2: Medicatie bij depressie Hoofdstuk 3: Medicatie bij bipolaire stoornis Hoofdstuk 4: Medicatie bij psychose Hoofdstuk 5: Medicatie bij angststoornissen Hoofdstuk 6: Slaapmedicatie Hoofdstuk 7: Medicatie bij delirium Hoofdstuk 8: Medicatie bij dementie Synoniemenlijst 25 januari 2008 1 van 19

Hoofdstuk 1: Inleiding, verantwoording, toelichting 1.1 Inleiding Voorschrijfbeleid Dit formularium is bedoeld voor de ouderen-ggz en de verpleeghuizen. Met dit formularium willen we proberen ons eigen voorschrijfbeleid voor medicatie te uniformeren en te rationaliseren. Bovendien willen we dit formularium gebruiken bij het adviseren over medicatie aan anderen die ouderen met geestelijke problematiek geneesmiddelen voorschrijven. In elk hoofdstuk wordt per ziektebeeld de toe te passen medicatie behandeld, de dosering en vervolgens een toelichting op die medicatie. Hoofdstuk 7 over dementie heeft echter een apart karakter. Dementie komt onder ouderen veel voor, vaak is sprake van een samengaan met andere psychiatrische ziektebeelden. Daarom wordt juist op die combinatie van ziektebeelden nader ingegaan en wordt een meer uitgebreide toelichting gegeven dan in de overige hoofdstukken. 1.2 Verantwoording Bronnen Voor het samenstellen van dit formularium is gebruik gemaakt van diverse bronnen. Ten eerste is geprobeerd aan te sluiten bij de bestaande praktijk en ervaringen. Daarnaast is geput uit de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, uit nieuwe wetenschappelijke publicaties, uit het Farmacotherapeutisch Kompas. Keuzes Bij het maken van keuzes hebben steeds verschillende factoren meegewogen. Uiteraard de kwaliteit van het middel in relatie tot het ziektebeeld en de bijwerkingen, maar daarnaast ook het voorschrijfen toediengemak en de te verwachten therapietrouw, de prijs van de geneesmiddelen en ook de ervaring die ermee opgedaan is in de eigen kring. Uiteraard is ook zoveel mogelijk rekening gehouden met de specifieke ouderenaspecten van medicijnen, qua werkzaamheid en bijwerkzaamheid. Er is dus niet één factor verheven boven de andere. Voor bijvoorbeeld de effectiviteit van antidepressiva geldt dat de meeste middelen eigenlijk niet voor elkaar onderdoen. Aspecten als bijwerkingen, maar ook de prijs gaan dan bij de keuze een grotere rol spelen. En wellicht is het voor een verantwoord voorschrijfbeleid nog belangrijker dat een arts middelen voorschrijft die hij of zij kent en waarvan hij de valkuilen heeft ervaren, dan dat de arts steeds weer opnieuw zich conformeert aan "nieuwe" inzichten en daardoor nooit ervaring met een middel opbouwt. Nog een kant van het maken van keuzes is dat de praktijk leert dat nieuwe middelen onveiliger "worden", naarmate ze langer in gebruik zijn. Hoe meer een middel gebruikt wordt, hoe meer kans er is dat een zeldzame bijwerking zich gaat openbaren. We zijn ons bij het opstellen van het formularium steeds bewust geweest van deze nuanceringen die het maken van keuzes bemoeilijken en zijn ons evenzeer bewust van het feit dat de gemaakte keuzes in zekere zin arbitrair zijn. Daarmee is ook gezegd dat het formularium een eindige houdbaarheid heeft. 25 januari 2008 2 van 19

1.3 Toelichting Diagnose stellen Het formularium bevat alleen protocollen voor het voorschrijven van geneesmiddelen. Er wordt van uit gegaan dat de voorschrijvende arts zelf vaststelt dat er sprake is van het betreffende ziektebeeld. Het gaat in dit formularium dus niet over het stellen van een diagnose. Ervaring Ook is er bij het opstellen vanuit gegaan dat het formularium wordt gebruikt door artsen met meer dan voldoende ervaring met het voorschrijven van geneesmiddelen aan ouderen. De eigenheden van deze doelgroep op het gebied van farmacotherapie, zowel farmacokinetisch als farmacodynamisch, worden bekend verondersteld. Verwezen kan nog worden naar het betreffende hoofdstuk in het Farmacotherapeutisch Kompas, waarin deze informatie kort is samengevat. In individuele gevallen kan het zijn dat er afgeweken moet worden van de genoemde doseringen. 1.4 Samenstelling Het formularium is tot stand gekomen door samenwerking tussen, E. Starreveld, verpleeghuisarts Zorgspectrum Het Zand namens de verpleeghuizen in Zwolle H. Venema, ouderenpsychiater Zwolse Poort, Zwolle J. Geerling, sociaal geriater, afdeling Ouderen RIAGG Zwolle J. Aberson, sociaal geriater, afdeling Ouderen RIAGG Zwolle 25 januari 2008 3 van 19

Hoofdstuk 2: Medicatie bij depressie 2.1 Antidepressiva eerdere behandeling met antidepressiva? Nee Ja positief resultaat Ja negatief resultaat mirtazapine of citalopram of venlafaxine herhalen Negatief resultaat negatief resultaat zie toelichting I nortryptiline (of clomipramine) negatief resultaat II lithium additie V negatief resultaat tranylcypromine of ECT Toelichting op de doseringen mirtazapine: 30 mg a.n., na 6 wkn. evt. ophogen max. 60 mg (bij enige verbetering) citalopram: dag 1-10 10 mg s ochtends, na 10 dagen 20 mg 's ochtends. Zo nodig verder ophogen tot maximaal 60 mg. Cave onrust, dan met benzodiazepine combineren, bijv. oxazepam 2 à 3 x 10 mg clomipramine: starten met 1 dd 25 mg; per 3 dagen 25 mg erbij tot max 75 mg òf starten met 25 mg en per week 25 mg toevoegen tot 75 mg dd. venlafaxine 1 tot 2 dd 37,5 mg (75 mg XR) max. 150 mg (XR) I nortryptiline: Klassiek middel met vooral noradrenerge werking, starten met 1 dd 10 mg; per 3 dagen 10 mg erbij tot max 75 mg; of op geleide van bloedspiegel 25 januari 2008 4 van 19

II lithium toevoegen. Volgens richtlijnen NVvP door de specialist in te stellen. V tranylcypromine (klassieke MAO remmer): Instellen door specialist Opmerkingen Handleiding bij de beslisboom * mirtazapine heeft een serotonerge en noradrenerge werking. citalopram heeft een serotonerge werking. venlafaxine heeft een serotonerge werking. Bij hogere doseringen (vanaf 150 mg) ook een noradrenerge werking. * mirtazapine, citalopram en venlafaxine zijn tamelijk duur in vergelijking met de klassieke antidepressiva. Bij gebudgetteerd voorschrijven kan dit een overweging zijn om voor clomipramine te kiezen (bij stap I). * Voordeel van citalopram is dat het waarschijnlijk minder interacties met andere geneesmiddelen geeft. * mirtazapine heeft mede een sederende werking * Bij de meeste middelen geldt dat voorschrijven voor de nacht het beste is omdat men dan de bijwerkingen minder ervaart. citalopram vormt een uitzondering op deze regel. * Bij een psychotische depressie lijkt het aangewezen te kiezen voor een TCA (clomipramine) evt. met toevoeging van een antipsychoticum. * Bij dementie worden geen anti-cholinerg werkende middelen gegeven, dus bijvoorkeur geen TCA s. * lithium kan zowel met een klassiek antidepressivum als met een modern antidepressivum worden gecombineerd. * Als tussenstap tussen stap I en stap II kan eventueel voor de combinatie mirtazapine/venlafaxine gekozen worden. * Mocht er eerder behandeld zijn met een TCA, dan verdient het de voorkeur als stap II een modern antidepressivum te geven. Diversen * Bij de oudere TCA's zijn spiegelbepalingen zinvol als bij een "normale" dosering geen resultaat is bereikt. Als de spiegel therapeutisch is, overgaan op volgende stap. Indien subtherapeutisch dosis verhogen. Spiegelbepalingen zijn duur. * Werkzaamheid van een middel beoordelen na acht weken gebruik van een adequate dosering. Daarna pas spiegelbepaling of switchen. * Afbouwen met een werkzaam gebleken middel kan 6 maand nadat verbetering intrad, bij een eerste episode. * Als er sprake is van een tweede of verdere episode in het leven van de cliënt, is stoppen van een werkzaam gebleken middel af te raden. * Als er een recidief is, wordt therapie gestart met een bij deze cliënt in de vorige episode werkzaam gebleken middel. * Bij stap 3 en 4 zeker doorverwijzen naar de tweede lijn. 25 januari 2008 5 van 19

Hoofdstuk 3: Medicatie bij bipolaire stoornissen 3.1 Acute manie zonder psychose Schema / beslissingsboom medicatie: stemmingsstabilisator 1. 1. lithium of 2. 2. valproinezuur 3. carbamazepine negatief resultaat I twee stemmingsstabilisatoren 1. lithium + valproinezuur of 2. lithium + carbamazepine negatief resultaat II 1 of 2 stemmingsstabilisatoren + (klassiek) anti psychoticum of clozapine Toelichting op de doseringen lithium door specialist in te stellen valproinezuur door specialist in te stellen carbamazepine door specialist in te stellen I lithium door specialist in te stellen valproinezuur door specialist in te stellen carbamazepine door specialist in te stellen II lithium door specialist in te stellen valproinezuur door specialist in te stellen carbamazepine door specialist in te stellen Acute manie met psychose Bij een acute manie met psychose een antipsychoticum toevoegen. Haloperidol 2x1mg tot 2x2½ mg, risperidon ½ - 3 mg. Evt. bij ernstige agitatie ook nog een benzodiazepine toevoegen, oxazepam 3 x 10 mg of dipiperon 20 mg tot max 3 dd 40 mg. Ambulant kan bij een acute manie ook met een anti-psychoticum gestart worden, zo spoedig mogelijk gevolgd door een stemmingsstabilisator. 3.2 Acute (bipolaire) depressie 25 januari 2008 6 van 19

Schema / beslisboom medicatie Stemmingsstabilisator (lithium of lamotrigine) dan wel een van de andere anti-epileptica negatief resultaat I stemmingsstabilisator + antidepressivum (citalopram) bij psychotische depressie: stemmingsstabilisator + antidepressivum (nortriptyline/clomipramine) negatief resultaat II alternatieven: - wijzig stemmingsstabilisator + voeg tranylcypromine toe - geef een andere stemmingsstabilisator en een ander antidepressivum - geef 2 stemmingsstabilisatoren + AD - additie schildklierhormonen (t3 of t4), instellen op geleide van bloedspiegel door specialist - ECT Toelichting op de doseringen Stemmingsstabilisatoren dienen door een specialist ingesteld te worden (zie hoofdstuk 3.1). Ambulant beginnen met een antidepressivum heeft geen nut, gezien het ontbreken van een korte termijneffect en brengt het vaar met zich mee, dat patiënt doorschiet richting een manie (cave rapid cycling). 25 januari 2008 7 van 19

Hoofdstuk 4: Medicatie bij Psychose Protocol farmacologsiche behandeling van de psychotische stoornis Schema / beslisboom medicatie eerdere behandeling met antipscychotica? nee haloperidol, risperidon,quetiapine ja herhalen, mits effectief gebleken bij geen effect of bijwerkingen: EPS, diabetes, etc. bij geen effectof bijwerkingen: EPS, diabetes, etc. I vervang klassiek door atypisch antipsychoticum (of andersom) (zie de middelen genoemd bij stap I) therapie resistentie na 2 verschillende antipsychotica met compliance + bloedspiegels clozapine lithium toevoeging ECT 25 januari 2008 8 van 19

Toelichting op de doseringen haloperidol 2 x 1 mg tot max. 2 x 2 ½ mg risperidon,1 x ½ mg tot max. 3 mg of quetiapine startdosering 25 mg dd; ophogen met stappen van 25 mg dd 1 à 2 dagen op geleide van het klinische beeld tot max. 300 mg dd. I clozapine, starten 1 x daags 12,5 mg, vanaf dag 3 2 x 12,5 mg, daarna geleidelijk verhogen op geleide van klinisch beeld en/of bloedspiegel. Overige opmerkingen * Bij gebruik van clozapine moet regelmatig het witte bloedbeeld worden gecontroleerd in verband met het gevaar van leucopenie * Bij twijfel over de medicatietrouw kan eventueel penfluridol worden voorgeschreven 20 mg/week. Dit kan door een familielid of een professional worden gegeven. * Bij parkinsonisme of lewy body moet quetiapine worden overwogen. Van de bekende atypische neuroleptica lijkt quetapine de minste extrapiramidale bijwerking te hebben. * Start dosering 25 mg per dag. Ophogen in stappen van 25 mg per 1 à 2 dagen op geleide van het klinische beeld tot maximaal 30 mg per dag. 25 januari 2008 9 van 19

Hoofdstuk 5: Medicatie bij Angststoornissen 5.1 Paniekstoornis Schema / beslisboom medicatie paroxetine pt verdraagt de medicatie nee a Stap de eerste Ia 8 weken combineren met een benzodiazepine: oxazepam of alprazolam ja ja toename angst? als er wel enige respons is na ± 6 weken, maar nog onvoldoende, ophogen paroxetine bijwerkingen? ja nee Paniekstoornis na 10 weken responsbepaling I bij onvoldoende respons citalopram bij Stap voldoende respons onderhoudsbehandeling I wel enige paroxetine respons, maar onvoldoende dan ophogen citalopram Stap Ia II Stap De eerste Ia 8 weken combineren met V een benzodiazepine: oxazepam of alprazolam Pt verdraagt de bij onvoldoende medicatie respons clomipramine 75 mg ja ja daags (langzaam toename opbouwen) angst? nee bij onvoldoende respons alprazolam als er wel of enige klassieke respons MAO-remmer is na ± 6 weken, maar nog onvoldoende, ophogen paroxetine Bijwerkingen? 25 januari 2008 10 van 19 Stap III Na 10 weken responsbepaling

Toelichting op de doseringen + 1A paroxetine: 10 mg tot max. 60 mg oxazepam: 3x10mg of alprazolam: 3X0,25 mg I citalopram: 10 tot maximaal 60 mg. (zie pagina 5) II clomipramine: starten met 1 dd 25 mg. Dosering verder ophogen op geleide van klinisch beeld tot een max. dosering van 75 mg dd. V aprazolam: 3X 0,25 mg tot max 3x0,5 mg 5.2 Gegeneraliseerde sociale fobie Hiervoor gelden dezelfde stappen en doseringen als bij de paniekstoornis. 5.3 Obsessief compulsieve stoornis Schema / beslisboom medicatie paroxetine geen verbetering enige verbetering of onacceptabele bijwerkingen I clomipramine ander SSRI (citalopram) geen verbetering Toelichting op de doseringen (zie paniekstoornis). Is er sprake van comorbide psychose, combineer dan SSRI met antipsychoticum. Opmerkingen Als de angstklachten niet afnemen, moet paroxetine worden vervangen door citalopram. Als de angstklachten wel afnemen, maar de psychotische verschijnselen niet, dan moet een antipsychoticum worden toegevoegd nl. haloperidol, risperidon of quetiapine. Indien dat ook onvoldoende effect heeft, moet paroxetine worden vervangen door een andere SSRI, nl. citalopram of door clomipramine. 5.4 PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) 25 januari 2008 11 van 19

Schema / beslisboom medicatie alleen slaapstoornis: temazepam bij zeer milde klachten: oxazepam bij ernstiger symptomatologie paroxetine I geen of onvoldoende effect na 12 weken: overgaan op citalopram II geen of onvoldoende effect na 12 weken: stemmingsstabilisator of MAOI of TCA Toelichting op de doseringen temazepam: 10-20 mg oxazepam: 3x10mg paroxetine: 10-60 mg I t/m stap III: citalopram: dag 1-10 10 mg s ochtends, na 10 dagen 20 mg s ochtends. Zo nodig verder ophogen tot maximaal 60 mg. Cave onrust, dan met benzodiazepine combineren, bv. oxazepam 2 a 3x 10 mg. clomipramine: starten met 1 dd 25 mg; per 3 dagen 25 mg erbij tot max. 75 mg of starten met 25 mg en per week 25 mg toevoegen tot 75 mg daags. venlafaxine 1 tot 2 dd 37,5 mg (75 mg XR) max. 150 mg (XR). Een stemmingsstabilisator moet door een specialist worden ingesteld. Opmerkingen MAO-remmer panuate kan alleen met een artsenverklaring worden voorgeschreven. Stemmingsstabilisator: valproinezuur, door specialist in te stellen. 25 januari 2008 12 van 19

5.5 Gegeneraliseerde angststoornis Schema / beslisboom medicatie kortdurend bestaande GAS met somatische symptomen, spanningsklachten, zonder coexistente depressie langdurend bestaande GAS, chronisch fluctuerend zonder depressie bij comorbiditeit met andere angststoornis of depressie alprazolam/oxazepam buspiron of venlafaxine behandelen op dezelfde wijze als bij angststoornis of depressie I bij geen of onvoldoende effect of als er bijwerkingen II optreden: venlafaxine of buspiron Toelichting op de doseringen alprazolam: 3x0,25 tot 3x,5 mg oxazepam: max 3x 20 mg buspiron: 2x5mg tot 3x10mg daags venlafaxine: 1 tot 2 dd 37,5 mg (75 XR) max 150 mg (XR) I Voor doseringen zie onder stap I. Opmerkingen Angststoornissen algemeen * Bij angststoornissen worden bij voorkeur SSRI's gebruikt, gevolgd door TCA's en benzodiazepinen. * Antipsychotische middelen worden niet gebruikt. * Bij de start van antidepressiva wordt begonnen met de halve dosering (SSRI) of een derde dosering (TCA) om de patiënt te laten wennen en zo bijwerkingen te voorkomen. De max dosering ligt ( bij OCS) hoger dan bij depressie. * Om te bepalen of een medicament werkzaam is moet het effect gedurende een periode van 6 tot 12 weken beoordeeld worden. * Bij wisselen van het ene SSRI naar het andere SSRI moet een afbouwperiode van twee weken in acht genomen worden. Na 1 week afbouwen (voor fluoxetine geldt 2 weken) kan het volgende medicament worden gegeven. Indien na SSRI (een TCA of) MAO wordt overwogen moet na afbouw tenminste 1 week (fluoxetine 4 weken) worden gewacht alvorens te starten. * In principe wordt een werkzaam gebleken SSRI of TCA voor langere tijd (jaren) gehandhaafd. * benzodiazepinen dienen vlot afgebouwd te worden vanwege verslavingsrisico en vanwege gewenning. Behandelduur met benzodiazepinen maximaal 8 weken. * Bij angststoornissen wordt behandeling met geneesmiddelen bij voorkeur gecombineerd met andere niet farmacotherapeutische behandelstrategieën bijv. gedragstherapie. 25 januari 2008 13 van 19

Hoofdstuk 6: Slaapmedicatie Schema / beslisboom slaapmedicatie slaapproblemen temazepam lormetazepam negatief resultaat I trazodon pipamperon zolpidem Toelichting op de doseringen temazepam: 10mg a.n. max 20mg lormetazepam: 1 mg a.n., max 2 mg I: trazodon: 50 100 mg a.n. pipamperon: 20-40 mg. a.n. zolpidem: 5 10 mg a.n. Opmerkingen Ook bij slaapmedicatie geldt dat rekening gehouden moet worden met gewenning en verslaving. Cave vallen bij het uit bed komen t.g.v. spierverslapping. 25 januari 2008 14 van 19

Hoofdstuk 7: Medicatie bij delirium 7.1 Inleiding Een delirium heeft in principe een onderliggende medische oorzaak. Deze moet dan eerst behandeld worden om het delirium blijvend te bestrijden. Cave multiple pathologie. Mogelijke oorzaken van het delirium zijn Medicijnenintoxicatie/verandering van de medicatie urineweg/luchtweginfectie slechte voedingsintake, dehydratie CVA/TIA Hoofdtrauma/subduraal hematoom Pijn Obstipatie Metabole ontregeling decompensatio cordis orthostatische hypotensie COPD Hypothyreoïdie/hyperthyreoidie Diabetes (ontregeld) alcoholonthouding/misbruik sensorische deprivatie Ga in ieder geval na of er recent een medicatiewijziging is geweest, die het delier zou kunnen verklaren. Ook niet-fysieke stressoren kunnen voor een delier verantwoordelijk zijn. Vraag na of er stressoren in de omgeving zijn, bijvoorbeeld verhuizing. Vraag ook na of er psychosociale stressoren zijn, bijvoorbeeld tekort aan structuur, gebrek aan bezigheden, vereenzaming/sociale deprivatie etc. 7.2 Medicamenteuze behandeling/interventie: Delirium allereerst oorzaak van een delier bestrijden, zo nodig psychofarmaca. Eerste keus haloperidol starten met 2 dd 1 mg 2 x 2½ mg of risperidon, max. 3 mg. Tweede keus quetiapine startdosering 25 mg/dag; ophogen in stappen van 25 mg per 1 à 2 dagen op geleide van het klinische beeld tot max. 300 mg/dag NB: bij een delier ten gevolge van onttrekking van benzodiazepines: schrijf een kortwerkend benzodiazepine voor: bijvoorbeeld lormetazepam. 25 januari 2008 15 van 19

Hoofdstuk 8: Medicatie bij dementie 8.1 Delirium bij dementie Het is belangrijk om eerst uit te sluiten of de onrust/agitatie bij dementie niet berust op een delirium. Zie voor de behandeling van een delirium hoofdstuk 7. 8.2 Psychoe bij dementies Eerste keus haloperidol, starten met 2 dd 1mg. Met name in een acuut stadium starten met een conventioneel middel. Tweede keus risperidon, starten met 1 à 2 dd 0,5 mg. Met name voor de langere termijn. Voor dosering zie hoofdstuk 8.9 Eventueel kan rivastigmine ingezet worden.(voor dosering zie hoofdstuk 8.9) Bij parkinson (dementie) en lewy body dementie wordt quetiapine aanbevolen. (Voor dosering zie hoofdstuk 4.) 8.3 Depressie bij dementie Ernstige depressie met antidepressiva behandelen. Eerste keus modern middel. citalopram of mirtazapine voor dosering zie AD protocol (hoofdstuk 2). Bij een psychotische depressie antipsychoticum bijvoegen. 8.4 Angst bij dementie Acuut: benzodiazepine: oxazepam 3 dd 10 mg. Lange termijn: buspiron tot 20 mg daags of trazodon 1 dd 50 mg tot 100 mg a.n. 8.5 Dagnachtritme, (in)slaapproblemen bij dementie Eerste keus pipamperon 20 mg a.n. evt naar 40 mg. Tweede keus trazodon 1 dd 50 a.n.; zo nodig 100 mg Eventueel benzodizepine toevoegen, temazepam 10-20 mg. a.n., lormetazepam 1 mg a.n. 25 januari 2008 16 van 19

8.6 Sundowning bij dementie Hiermee wordt de toename van de onrust, hallucinaties aan het eind van de middag/avond bedoeld, als het donker wordt. Eerste keus bij hallucinaties: Bij onrust/weg willen: haloperidol, risperdon of quetiapine (zie hoofdstuk 8.2) resperdal trazodon 50-100 mg risperidon 2 x ½-1 mg pipamperon 20-40 mg daags 8.7 Agressie bij dementie Eerste keus haloperidol of risperidon (Voor dosering zie hoofdstuk 8.2) pipamperon 20 mg 40 mg Tweede keus trazodon 50 100 mg a.n. valproinezuur (in te stellen door specialist) carbamazepine (in te stellen door specialist) 8.8 Aspecifieke onrust en gedragsstoornissen bij dementie Screen op eventuele neuropsychiatrische (specifieke) symptomen, met name - psychose - depressie - angst - inslaapproblemen - sun-downing Is dit niet aan de orde, dan is de onrust te benoemen als aspecifieke uiting van de dementie. Het wordt aanbevolen om zowel medicamenteus, als ook niet medicamenteus te interveniëren bij onrust/agitatie bij dementie. Medicatie Eerste keus pipamperon 2 x 10 mg tot max. 3 x 40 mg Tweede keus haloperidol 2-5 mg Bij niet medicamenteuze interventies valt te denken aan: psycho-educatie zorgdragers structurering bijvoorbeeld dagritme, rust. Psychomotorische therapie. Herkenningstekens in de omgeving. Gedragsinterventies bijvoorbeeld loopcircuit op dagbehandeling. Muziektherapie. Bij gedragsstoornissen bij Lewy body dementie wordt rivastigmine aanbevolen. 25 januari 2008 17 van 19

8.9 Anti-Alzheimermiddelen Voor het voorschrijven van deze nog nieuwe middelen zijn door het CVZ uitgebreide voorschriften gegeven. Die behelzen de zorgvuldigheid van de diagnostiek en de contra-indicaties. Met nadruk wordt gewezen op de noodzak van goede voorlichting en op instemming die nodig is alvorens overgegaan kan worden tot het voorschrijven van deze middelen, als ook het doen van een nulmeting en het evalueren van het resultaat ervan. Nadrukkelijk wordt in het protocol vermeldt dat het voorschrijven van anti-alzheimermiddelen ingebed dient te zijn in een groter geheel van begeleidingsmethoden. Heel nadrukkelijk staan ook de criteria die ertoe moeten leiden dat het voorschrijven weer gestaakt wordt in het protocol beschreven. Voor de voorbereiding van de behandeling verwijzen we naar het volledige protocol. Als na de benodigde voorbereiding overgegaan wordt tot voorschrift van rivastigmine geldt de volgende richtlijn. 1 Starten met 2 x 1,5 mg rivastigmine. 2 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 1 x 1,5 en 1 x 3 mg rivastigmine daags 3 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 2 x 3 mg rivastigmine daags 4 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 1 x 3 en 1 x 4,5 mg rivastigmine daags 5 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 2 x 4,5 mg rivastigmine daags 6 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 1 x 4,5 en 1 x 6 mg rivastigmine daags 7 Beoordelen bijwerkingen na 14 dagen. Indien afwezig, 2 x 6 mg rivastigmine daags Indien bij een stap bijwerkingen optreden (meestal misselijkheid) terug gaan naar de vorige dosering en na 14 dagen opnieuw ophogen. Als bijwerkingen dan opnieuw optreden, terug gaan naar vorige niveau. Als dat 2 x 3 mg rivastigmine of minder is, is voortzetting van behandeling met rivastigmine niet zinvol. Na 3 maanden en na 6 maanden resultaat beoordelen aan de hand van dezelfde instrumenten als gebruikt bij de nulmeting. Zie voor de stopcriteria het CVZ-protocol. Bij matige of ernstige dementie kan overwogen worden memantine in te zetten. Binnen het circuit NW Overijssel is hier nog geen ervaring mee opgedaan. 25 januari 2008 18 van 19

Synoniemenlijst In dit formularium worden conform het voorgestane voorschrijfbeleid steeds de stofnamen gebruikt. Voor sommigen is een synoniemenlijst toch handig. stofnaam merknaam merknaam stofnaam alprazolam amitriptyline buspiron carbamazepine citalopram clomipramine clozapine fluoxetine fluvoxamine haloperidol lithium lamotrigine lormetazepam memantine mirtazapine nortriptyline paroxetine oxazepam pipamperon quetiapine risperidon rivastigmine temazepam tranylcypromine trazodon valproinezuur venlafaxine zolpidem Xanax Tryptizol Buspar Tegretol Cipramil Anafranil Leponex Prozac Fevarin Haldol Camcolit, Priadel Lamictal Noctamid Ebixa Remeron Nortrilen Seroxat Seresta Dipiperon Seroquel Risperdal Exelon Normison Parnate Trazolan Depakine Efexor Stilnort Anafranil Buspar Camcolit Cipramil Depakine Dipiperon Ebixa Efexor Exelon Fevarin Lamectal Haldol Leponex Noctamid Normison Nortrilen Parnate Priadel Prozac Remeron Risperdal Seresta Seroquel Seroxat Stilnort Trazolan Xanax Zyprexa clomipramine buspiron lithiumcarbonaat citalopram valprionezuur pipamperon memantine venlafaxine rivastigmine fluvoxamine lamotrigine haloperidol clozapine lormetazepam temazepam nortriptyline tranylcypromine lithiumcarbonaat fluoxetine mirtazapine risperidon oxazepam quetiapine paroxetine zolpidem trazodon alprazolam olanzapine 25 januari 2008 19 van 19