Woonmonitor Limburg 2015 Bijlagenboek Definities & Afbakeningen Cijfermatige bijlagen
Colofon Provincie Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht Tel.: +31 (0)43 389 99 99 Fax.: +31 (0)43 361 80 99 E-mail: postbus@prvlimburg.nl Internet: www.limburg.nl Limburglaan 10 6229 GA Maastricht Cluster Wonen en Leefomgeving Etil BV Postbus 1016 6201 BA Maastricht Tel.: +31 (0)43 350 62 80 Fax.: +31 (0)43 350 62 81 E-mail: info@etil.nl Internet: www.etil.nl Wilhelminasingel 68C 6211 BK Maastricht S.A.G. (Sandra) van de Ven R.C.M. (Roger) Vaessens S.C.A. (Stéphanie) Knoors R. (Roy) van Zandvoort Ruimtelijke Economie & Vastgoed (RE&V) Maastricht, september 2016 Bronverantwoording Woonmonitor Limburg: - Bevolking - ontwikkeling CBS - Bevolking - prognoses Etil - Progneff - Woningvoorraad Etil - Vastgoedregister Limburg - Voorraadontwikkeling Etil - Vastgoedregister Limburg / Enquête Woonmonitor Limburg - Sociale huursector Centraal fonds voor de Volkshuisvesting (CfV) - Koopsector - aanbod Pasgoed (Woonplein Limburg) - Koopsector - transacties Kadaster - Plancapaciteiten Etil - Enquête Woonmonitor Limburg
VOORWOORD 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) vastgesteld. Dit POL2014, een plan op hoofdlijnen, is in samenwerking met gemeenten en stakeholders opgesteld. Over het thema wonen staat in POL2014 de volgende passage: Onze ambitie is te zorgen voor een voortreffelijk woonen leefklimaat, waar mensen zich prettig voelen. De Limburgse woningmarkt biedt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. De woningvoorraad biedt voldoende mogelijkheden voor doorstromingen, is toekomstbestendig en kan flexibel inspelen op (veranderende) woonwensen. Om dit te bewerkstelligen is het belangrijk om goed inzicht te hebben op de ontwikkelingen en processen op de woningmarkt. POL2014 is van kracht geworden in januari 2015. Voor het jaar 2014 gold daarom de Provinciale Woonvisie uit 2011 nog als uitgangspunt voor woonbeleid en was daarmee ook richtinggevend voor deze woonmonitor. Omdat de doelstellingen uit deze Provinciale Woonvisie vergelijkbaar zijn met de woonambitie van het POL2014 is naar aanleiding van POL2014 geen aanpassing in de opdracht voor de Woonmonitor doorgevoerd en wordt in dit Factsheetboek Limburg gekeken naar de Provinciale Woonvisie uit 2011. In deze woonvisie zijn de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven en de belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op het woonbeleid, nader belicht. Om eventuele negatieve ontwikkelingen om te kunnen buigen, dient tijdig actie te worden genomen. Om actie te kunnen ondernemen is het voor de Provincie en andere beleidsmakers van groot belang om tijdig inzicht te hebben in ontwikkelingen en processen op de woningmarkt. De Provincie wil daarnaast ook inzicht in de uitvoering van de regionale woonvisies. De Provincie Limburg voert daarom sinds 2006 de provinciale woonmonitor uit, op basis waarvan het beleid tijdig aangepast of bijgestuurd kan worden. De voorliggende 'Woonmonitor Limburg' gaat in op de ontwikkelingen in 2015 en de stand van zaken per 31-12-2015. Op te merken is dat niet voor alle gegevens de ontwikkeling in 2015 bekend is. Voor een aantal gegevens betreffen de meest actuele gegevens het jaar 2014. In het volgende overzicht wordt per gegevenscluster de actualiteitswaarde weergegeven: - Bevolkingsontwikkeling 2015 - Huishoudensontwikkeling 2014 - Verhuisstromen 2014 - Woningvoorraad per 31-12-2015 - Woningvoorraadontwikkeling 2015 - Sociale huursector per 31-12-2014 - Transacties koopwoningen 2015 - Aanbod koopwoningen per 31-12-2015 - Plancapaciteiten per 31-12-2015 In het kader van de 'Woonmonitor Limburg' worden de gegevens vanaf het laagst mogelijke schaalniveau geregistreerd. Zodoende zijn de ontwikkelingen op de Limburgse woningmarkt ook vanaf buurt-, wijk- en gemeenteniveau inzichtelijk te maken¹. Door het regionale karakter van de woningmarkt en het woningmarktbeleid is er in het kader van de woonmonitor voor gekozen de woningmarktontwikkelingen voor de zeven Limburgse woonregio's en de Provincie Limburg structureel te rapporteren. Daarbij worden ieder jaar de volgende publicaties samengesteld: - Factsheetboek Limburg - Factsheetboeken van de woonregio's: - Noord-Limburg - Midden-Limburg - Zuid-Limburg - Kaartenboek Woonmonitor Limburg - Bijlagenboek Woonmonitor Limburg De voorliggende publicatie betreft het Bijlagenboek Woonmonitor Limburg 2015. De woonmonitor is in samenwerking met de 33 Limburgse gemeenten tot stand gekomen. Wij willen dan ook op deze plaats de gemeenten danken voor hun medewerking aan deze monitor. ¹ Indien gewenst kunnen bij Etil gemeentelijke rapportages en factsheets opgevraagd worden. Ook kunnen maatwerkanalyses gemaakt worden. Zo is de informatie in de voorliggende publicatie voor een groot deel ook op wijk- en gemeenteniveau beschikbaar. Indien hieraan behoefte is, gelieve contact op te nemen met de Provincie Limburg of Etil.
INHOUDSOPGAVE In het bijlagenboek worden de in de Woonmonitor Limburg gehanteerde definities en afbakeningen nader toegelicht. Het bijlagenboek bestaat uit de volgende onderdelen: pagina Voorwoord 1 Inhoudsopgave 3 Definities & Afbakeningen 5 Cijfermatige bijlage 17 Bijlage 1: Kerncijfers woningvoorraad per 31 december 1a: eigendom en woningtype 19 1b: gemiddelde WOZ-waarde 1-1-2014 20 1c: leegstand 21 Bijlage 2: Kerncijfers woningvoorraadontwikkeling in 2015 22 Bijlage 3: Kerncijfers woningcorporaties 3a: Kerncijfers sociale huurwoningvoorraad gemeenten, 31 december 2014 23 3b: Kerncijfers woningbezit woningcorporaties, 31 december 2014 24 Bijlage 4: Kerncijfers woningtransacties in 2015 25 Bijlage 5: Kerncijfers plancapaciteiten per 31-12-2015 5a: toevoegingen en onttrekkingen 26 5b: toevoegingen naar verwacht realisatiejaar 27 5c: toevoegingen naar planhardheid 28 5d: toevoegingen naar huur/koop en prijsklassen 29 5e: toevoegingen - specifiek beleid 30
Definities & Afbakeningen
Algemeen Coropregio's In Limburg worden de volgende drie coropregio s onderscheiden: - Noord-Limburg Bergen, Gennep, Mook en Middelaar, Beesel, Peel en Maas, Venlo, Horst aan de Maas, Venray - Midden-Limburg: Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Weert - Zuid-Limburg Beek, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld, Voerendaal, Eijsden-Margraten, Gulpen- Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals, Valkenburg. Stadsregio's In Limburg worden verschillende stadsregio's onderscheiden. Deze stadsregio's zijn afgebakend op basis van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Er zijn in Limburg zeven stadsregio's: Venlo, Venray, Weert- Nederweert, Roermond e.o., Westelijke Mijnstreek, Parkstad Limburg en Maastricht e.o.. Woonmilieus In de woonmonitor Limburg worden verschillende gegevens zoals de woningvoorraad, de woningvoorraadontwikkeling en de plancapaciteiten voor verschillende woonmilieus geanalyseerd. De in de woonmonitor gehanteerde woonmilieus zijn gebaseerd op de CBS-classificatie ten aanzien van stedelijkheid. Deze classificatie en de afbakening van de verschillende woonmilieus is door het CBS op buurtniveau vastgelegd. Etil heeft vervolgens de afbakening (welke buurten behoren tot welke woonmilieus) gecontroleerd op plausibiliteit en als gevolg daarvan enkele beperkte correcties doorgevoerd in de afbakening. Voor de afbakening van de afzonderlijke buurten naar woonmilieu wordt verwezen naar de door Etil samengestelde Woonmilieukaart Limburg (zie bijlage 6). De classificatie heeft betrekking op de mate van stedelijkheid. De mate van stedelijkheid is op grond van de omgevingsadressendichtheid (OAD) bepaald, waarbij aan iedere buurt een zogenaamde stedelijkheids- klasse is toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd: - 1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km² - 2: sterk stedelijk 1 500-2 500 adressen per km² - 3: matig stedelijk 1 000-1 500 adressen per km² - 4: weinig stedelijk 500-1 000 adressen per km² - 5: niet stedelijk < 500 adressen per km² De omgevingsadressendichtheid (OAD) van een buurt is het gemiddeld aantal adressen per vierkante kilometer binnen een cirkel met een straal van één kilometer op 1 januari van het betreffende jaar. De OAD beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, schoolgaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Het CBS gebruikt de OAD om de stedelijkheid van een bepaald gebied te bepalen. Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de OAD vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevings- adressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied. In de Woonmonitor Limburg worden voor de vijf stedelijkheidsklassen van het CBS c.q. de woonmilieus de volgende benamingen gebruikt: CBS Woonmonitor Limburg zeer sterk stedelijk centrum stedelijk sterk stedelijk stedelijk matig stedelijk groen stedelijk weinig stedelijk grotere plaatsen niet stedelijk landelijk - overig In Limburg zijn enkele bedrijventerreinen afgebakend als buurt. In de woonmonitor vallen deze buurten c.q. bedrijventerreinen in de woonmilieuafbakening onder de categorie overig. In de analyses in de monitorrapportages is deze categorie overigens in de categorie 'stedelijk' opgenomen.
Woning Een woning is een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden. Om de woningvoorraad in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van het door Etil ontwikkelde 'Vastgoedregister Limburg'. De basis van dit register wordt gevormd door een viertal bronregisters: de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de gemeentelijke WOZ-registraties, het Vestigingenregister Limburg (VRL) en de bedrijfsonroerendgoedmonitor Limburg (BOG). Op te merken is dat niet alleen woningen sec tot de woningvoorraad geteld worden, maar ook bedrijfspanden met woonruimte. Daarnaast worden recreatiewoningen, studenten- en kamerverhuurwoningen buiten beschouwing gelaten. Om als woning geclassificeerd te worden moet aan vier criteria voldaan worden: - Het tot bewoning bestemde gebouw dient voor particuliere bewoning geschikt te zijn; - Het tot bewoning bestemde gebouw dient te zijn voorzien van een eigen toegangsdeur die hetzij direct vanaf de openbare weg, hetzij via een gemeenschappelijke ruimte; - Het tot bewoning bestemde gebouw dient tenminste 14 m² aan verblijfsruimte te bevatten. De verblijfsruimte wordt tussen de muren gemeten en is de in de woning gelegen ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen, zoals keuken, woonkamer, slaapkamer(s), werk-/hobbykamer(s) en dergelijke. - het tot bewoning bestemde gebouw dient te beschikken over een toilet en over een keukeninrichting die is bestemd voor bereiding van complete maaltijden. Een specifieke groep woningen wordt gevormd door de zogenaamde bedrijfswoningen die volgens de bouw zowel bestemd zijn voor bewoning door een particulier huishouden als voor de uitoefening van een bepaald beroep of bedrijf. 1 Bevolking & huishoudens Bevolking In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO-militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven. Huishoudens Het betreft hierbij particuliere huishoudens. Dat wil zeggen één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Verhuismobiliteit Cijfer dat de mobiliteit van binnenlandse verhuizingen in een bepaald gebied weergeeft. De verhuismobiliteit van een gebied wordt berekend als het totaal van de binnen gemeenten verhuisde personen in de regio plus de halve som van de tussen gemeenten verhuisde personen (vestigers plus vertrekkers) in de regio. Bevolkings- en huishoudensprognoses De basis voor de bevolkings- en huishoudensprognoses in de Woonmonitor 2014 is het Etil-prognosemodel Progneff 2015. Nadere en gedetailleerdere informatie is te vinden op: www.neimed.nl/nl/onderzoek/prognoses. 2 Woningvoorraad Woningvoorraad Om de woningvoorraad in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van het door Etil ontwikkelde 'Vastgoedregister Limburg'. De basis van dit register wordt gevormd door een viertal bronregisters: de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de gemeentelijke WOZ-registraties, het Vestigingenregister Limburg (VRL) en de BOG-monitor Limburg. Tot de woningvoorraad worden zowel woningen sec alsook woonwagens en -boten en bedrijfspanden met woonruimte (bijvoorbeeld woningen boven winkels of boerderijen) gerekend. Op te merken is dat wooneenheden in verpleeg- en verzorgingshuizen, studentenkamers, woningen ten behoeve van kamerverhuur en recreatiewoningen niet tot de woningvoorraad worden gerekend.
Etil is voor het in beeld brengen van de woningvoorraad afhankelijk van de kwaliteit van de registraties zoals deze door gemeenten wordt uitgevoerd (BAG, WOZ). Op te merken daarbij is, is dat in de BAG nog relatief veel administratieve correcties plaatsvinden en nog niet geheel compleet is. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de gemeentelijke WOZ-registraties nog niet 100% gebruik maken van de BAG-schrijfwijze ten aanzien van adressen. Hierdoor is een volledige koppeling tussen WOZ en BAG nog niet mogelijk. Ook hier zal de komende jaren een kwaliteitsslag plaatsvinden. Etil schat dat de woningvoorraad (zelfstandige woningen) in Limburg in werkelijkheid 520.000 tot 525.000 woningen bedraagt. Op basis van deze inschatting bedraagt het huidig nauwkeurigheidspercentage ten aanzien van de woningvoorraad-statistieken circa 98-99%. Om de woningvoorraad te bepalen, worden de volgende stappen doorlopen: - Stap 1: BAG Verblijfsobjecten Woningvoorraad à verblijfsobject in / buiten gebruik Standplaatsen Woningvoorraad à plaats aangewezen Ligplaatsen Woningvoorraad à plaats aangewezen Gebruiksdoel Woningvoorraad à woonfuntie Panden Woningvoorraad à pand in gebruik, sloopvergunning verleend - Stap 2: WOZ Gebruiksdoel Woningvoorraad à 1000 + 2000 codereeksen - Stap 3: BAG + WOZ Afbakening Woningvoorraad à BAG als adressenbasis + WOZ-registratie t.b.v. afbakening Inhoud Woningvoorraad à kenmerken op basis van WOZ (inhoudelijke informatie) - Stap 4: Controle Controle Woningvoorraad à consistentiecontrole middels de 'Woonlocatiekaart' van Etil Woningwaarde Op basis van de gemeentelijke WOZ-registraties wordt de woningwaarde (WOZ-waarde) in beeld gebracht. De exacte WOZ-waarden per woning zijn niet openbaar c.q. beschikbaar. Zodoende wordt uitgegaan bij de berekening van de gemiddelde WOZ-waarden van de gemiddelde waarde per vastgoedtype per postcode naar eigendom. Indien het aantal objecten in een bepaalde categorie onder vijf komt wordt uitgegaan van het gemiddelde van de waardeklasse. De woningwaarde in de voorliggende rapportage betreft de woningwaarde per 1-1-2014. In een krimpende situatie is het belangrijk de waardeontwikkeling in de gaten te houden. De vraag of en wanneer de woningwaarde gaat dalen indien de vraag naar woningen als gevolg van een afnemend aantal huishoudens afneemt, is niet bekend. Daarbij is het belangrijk inzicht te krijgen waar en voor welke woningtypes dit gaat gelden. Daarnaast geeft de woningwaarde als het ware een indicatie van de kwaliteit van de woning en de woonomgeving. Op basis van deze gegevens kan bijvoorbeeld (aanvullend) inzichtelijk gemaakt worden welke buurten of kernen ten opzichte van het gemeentelijk gemiddelde een lagere of hogere kwaliteit hebben en hoe zich dit in de loop van de jaren ontwikkeld. Energielabel Een verhuurder of verkoper van een huis ouder dan tien jaar is sinds 1 januari 2008 wettelijk verplicht het energielabel voor de woning te overhandigen aan de nieuwe koper of huurder. Het gaat dan om huizen van tien jaar of ouder. Het energielabel voor woningen laat zien hoe energiezuinig een huis is in vergelijking met andere woningen van hetzelfde type. Het energielabel wordt bepaald op bais van de 'Energie Index', welke sinds 1998 de indicator is van de energieprestatie van een woning of gebouw. Hoe lager de Energie Index, hoe beter. De Energie Index wordt bepaald met behulp van een Energie Prestatie Advies (EPA), maatwerkadvies of een energielabel. De energie prestatie wordt vastgesteld door bouwkundige, energetische en installatietechnische eigenschappen van een gebouw te analyseren met behulp van gecertificeerde methodieken en software. Een goed geïsoleerde woning met een efficiënt verwarmingssysteem heeft een betere (lagere) Energie Index dan een slecht geïsoleerde woning. De Energie Index bepaalt in welke "energielabelklasse" een gebouw valt. Op te merken is dat slechts een beperkt deel van de woningvoorraad momenteel een energielabel heeft. Er zijn verschillende klassen. Energielabel A is zeer energiezuinig en label G is zeer onzuinig. Het label is maximaal tien jaar geldig. De volgende energielabels worden onderscheiden. - A++ Energie Index: kleiner of gelijk aan 0,50 (zeer energie zuinig) - A+ Energie Index: 0,51-0,70 - A Energie Index: 0,71-1,05 - B Energie Index: 1,06-1,30 - C Energie Index: 1,31-1,60 - D Energie Index: 1,61-2,00 - E Energie Index: 2,01-2,40 - F Energie Index: 2,41-2,90 - G Energie Index: groter dan 2,90 (zeer energie onzuinig)
Leegstand De leegstand wordt op basis de gemeentelijke WOZ-registraties in beeld gebracht. Het betreft vastgoedobjecten, waarbij geen 'gebruiker' geregistreerd staat. De leegstand in de voorliggende rapportage betreft de leegstand per 31-12-2015. In het kader van de woonmonitor worden de leegstaande vastgoedadressen door Etil bij de Limburgse gemeenten opgevraagd, waarna deze op adresniveau gekoppeld worden aan het vastgoedregister. Zodoende zijn ook verschillende leegstandskenmerken beschikbaar (woningtype, waardeklasse, bouwjaar, leegstandsduur) en ontstaat één integraal vastgoedregister. Op te merken is dat de leegstandsgegevens niet alleen voor de markt beschikbare woningen betreft (in de verkoop staande huur- en koopwoningen), maar ook niet voor de markt beschikbare woningen kunnen zijn (woningen boven winkels die als magazijnruimte dienen, leegstaande woningen die gesloopt of gerenoveerd worden, woningen die als tweede woning gebruikt worden). Leegstandssoort Niet alle leegstaande woningen zijn voor de markt beschikbaar. Een deel van de leegstaande woningvoorraad staat namelijk leeg in het kader van herstructureringsplannen. Het betreft als het ware woningen die gesloopt zullen worden. Ook zijn er leegstaande woningen (veelal bovenwoningen) in de stadscentra die niet beschikbaar zijn voor de markt, omdat deze als magazijnruimte gebruikt worden. Daarnaast betreft een deel woningen in het kader van onlangs gerealiseerde nieuwbouwplannen, die wel voor de markt beschikbaar zijn, maar nog niet in het geheel bewoond zijn. Om meer inzicht te krijgen in de aard van de leegstand wordt in de Woonmonitor Limburg vanaf 2010 de volgende vormen van leegstand onderscheiden: - Herstructureringsplan: Leegstand in het kader van een plan, waarbij sloop aan de orde is. - Nieuwbouwplan: Leegstand van nieuwbouwwoningen die in de afgelopen twee jaar zijn gerealiseerd. - Stadscentrum: Het betreft leegstaande 'bovenwoningen' en 'bedrijfspanden met woongedeelte' in een van de zeven stadscentra in Limburg (Venlo, Venray, Weert, Roermond, Sittard, Heerlen en Maastricht). - Overige leegstand: Deze leegstand is ook wel (voor het overgrote deel) als marktleegstand te zien (en valt niet in een van de eerder genoemde categoriën). Op te merken is dat in deze categorie leegstaande woningen vallen die weliswaar 'officieel' leeg staan, maar wel in gebruik kunnen zijn. Het betreft dan woningen die als tweede woning worden gebruikt, maar waarbij de bewoner op een ander adres staat geregistreerd. Daarnaast kunnen het ook woningen zijn die momenteel gerenoveerd worden en als gevolg daarvan (tijdelijk) niet bewoond zijn of woningen die illigaal bewoond worden. Op dit moment is de exacte omvang van deze categoriën niet bekend. De verwachting is echter dat het maar een zeer klein deel van de leegstand betreft en derhalve de conclusies niet wezenlijk beïnvloedt. Transformatieopgave De transformatieopgave betreft een kwantitatieve opgave. Dat wil zeggen dat het een naar de omvang van de woningvoorraad gekeken wordt; niet naar de samenstelling. Aan de hand van gegevens van de huidige woningvoorraad en huishoudensstructuur en de bevolkings- en huishoudensprognose (Etil - Progneff) wordt de kwantitatieve transformatieopgave middels een transformatiecoëfficiënt berekend. Ten eerste wordt het huidige overaanbod/tekort berekend door de huidige leegstand te vergelijken met de frictieleegstand. Als frictieleegstand wordt een percentage van 2% gehanteerd. Vervolgens wordt middels Progneff de toekomstige woningbehoefte berekend en vergeleken met het huidige overaanbod/tekort aan woningen. 3 Woningvoorraadontwikkeling Woningvoorraadontwikkeling De ontwikkeling van de woningvoorraad (toevoegingen en onttrekkingen) werd in de woonmonitor tot 2012 in beeld gebracht op basis van CBS-gegevens (WO15- en WO55-enquêtes) in combinatie met de woonenquête van Etil ten aanzien van planrealisaties en een intensieve controle op adresniveau middels de door Etil ontwikkelde 'Woonlocatiekaart'. Sinds 2012 zijn de twee genoemde CBS-enquêtes komen te vervallen en vervangen door gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Om de consistentie van de tijdreeksen van de voorraadontwikkeling te kunnen garanderen heeft Etil een nieuwe methode ontwikkelt om de woningvoorraadontwikkeling in beeld te kunnen brengen. Met ingang van 2014 wordt de ontwikkeling met behulp van de Plancapaciteitsmonitor Limburg in beeld gebracht.
Om de woningvoorraadontwikkeling te bepalen, worden de volgende stappen doorlopen: - Stap 1: Basis BAG-mutaties Vergelijking BAG peildatum 1 versus peildatum 2 (daarbij hanteert Etil dezelfde methode als het CBS) - Stap 2: Plancapaciteitsmonitor Limburg Jaarlijkse Etil-enquête onder alle Limburgse gemeenten betreffende planrealisaties en plancapaciteiten - Stap 3: Woonlocatiekaart controle Koppeling BAG-mutaties en planrealisaties (centrale vraag: wat is waar? ). Daarbij worden in de woonlocatiekaart ter controle de volgende instrumenten gehanteerd: - Luchtfoto's - Kadasterkaart - BAG-kaart - Planrealisatiekaart - Plancapaciteitenkaart - Internetresearch Woningtoevoegingen In het kader van woningtoevoegingen kan onderscheid gemaakt worden in toevoegingen: - door nieuwbouw - door verbouwing c.q. woonruimtesplitsing - door gebruiksfunctiewijziging van niet-woonobject tot woonobject - anderszins Woningonttrekkingen In het kader van woningonttrekkingen kan onderscheid gemaakt worden in onttrekkingen: - door sloop / afbraak - door verbouwing c.q. woonruimtesamenvoeging - door gebruiksfunctiewijziging van woonobject tot niet-woonobject - anderszins Woningtypes In de woonmonitor worden ten aanzien van de woningtypologie vier verschillende hoofdtypen onderscheiden: huureengezinswoningen, huurmeergezinswoningen, koopeengezinswoningen en koopmeergezins woningen. De verschillende woningtypes worden als volgt gedefinieerd: - eengezinswoning: woning waar geen andere woningen boven of onder gebouwd zijn (grondgebonden woningen). Het gaat hier om tussen- of hoekwoningen, 2^1-kapwoningen, vrijstaande woningen, et cetera; - meergezinswoningen: gestapelde woningen, zoals appartementen, maisonnettes, et cetera; - huurwoning: een zelfstandige woning waarvan de juridische eigenaar niet in de woning woont; - koopwoning: een zelfstandige woning waarvan de juridische eigenaar ook in de woning woont. Prijsklassen planvoorraad en planrealisaties De in de monitor gehanteerde prijsklassen worden ieder jaar geïndexeerd. Voor het monitorjaar 2015 wordt ten aanzien van de planvoorraad en planrealisaties uitgegaan van de volgende prijsklassen: Huurwoningen Koopwoningen Categorie I: < 618 Categorie I: < 185.000 Categorie II: 618-710 Categorie II: 185.000-270.000 Categorie III: > 710 Categorie III: > 270.000 Huurwoningen: De grens tussen categorie 1 en categorie 2 betreffende huurwoningen wordt bepaald door de in het kader van het huurtoeslagbeleid gehanteerde aftoppingsgrens (betreffende huishoudens met drie en meer personen). Voor het subsidietijdvak 2015 ligt de aftoppingsgrens bij 618 (voor huishoudens van 3 personen en meer). De aftoppingsgrens markeert dat deel van de huurvoorraad waarboven men geen extra huurtoeslag meer ontvangt. Een uitzondering geldt voor 65-plussers, alleenstaanden en gehandicapten in een aangepaste woning (zij ontvangen nog 50% subsidie boven deze aftoppingsgrens). De aftoppingsgrens heeft betrekking op de rekenhuur; dit is de kale huur plus de subsidiabele servicekosten (zijnde gemeenschappelijke verlichting e.d., kosten en diensten voor de huismeester; kapitaal- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke ruimten). Bij de afbakening tussen categorie 2 en categorie 3 wordt uitgegaan van de maximale huurtoeslaggrens ( 710). De maximale huurtoeslaggrens wordt overigens alleen gehanteerd in uitzonderlijke situaties. Een uitzonderlijke situatie is bijvoorbeeld een huishouden groter dan tien personen.
Koopwoningen: In het kader van de Woonmonitor 2006 werd middels een ondergrens van 170.000,- ( prijspeil 2006) aangesloten bij het Impulsplan 'Starters: een eigen thuis!' De Provincie Limburg wilde hiermee samen met gemeenten, woningcorporaties en het Rijk de positie van starters op de Limburgse woningmarkt verbeteren en de stagnatie op de woningmarkt helpen doorbreken. In het kader van de Woonmonitor Limburg 2015 is ten aanzien van de koopwoningen, vergelijkbaar met de huursector, rekening gehouden met een jaarlijkse prijsindexering. De toegepaste indexering ten opzichte van het voorgaande monitorjaar heeft plaatsgevonden op basis van de prijsstijging van de gemiddelde koopsom in Limburg in 30-12-2014. In het monitorjaar 2015 bedragen de prijsgrenzen 185.000 en 270.000). De genoemde bedragen zijn kosten koper (k.k.) bij bestaande woningen of de vrij-op-naam-prijs (v.o.n.) bij nieuwbouwwoningen. Woningen buiten contour via Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) Sinds 2010 wordt in de woonmonitor ook gegevens geregistreerd betreffende het zogenaamde LKM-beleid. Dit onderdeel in het provinciale woningmarktbeleid is te zien als koepelbegrip voor woningbouw buiten de contour (het Limburgse Kwaliteits Menu'). Hierin zijn voormalige beleidsinstrumenten opgenomen zoals Rood-voor-Groen, BOM+ en VORm. Sinds januari 2010 zijn deze losse instrumenten vervangen door het Limburgs kwaliteitsmenu (LKM), waarin een samenhangend kwaliteitsbeleid voor het buitengebied is opgenomen. Via het Limburgs Kwaliteitsmenu zijn, onder voorwaarden, verschillende nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk. Eén van de voorwaarden is dat de ingreep qua ruimtelijke kwaliteit (over)gecompenseerd wordt. Nieuwe woningen in linten of clusters buiten de contouren van de kernen en nieuwe uitleggebieden voor woningbouw buiten de contouren van de kernen vallen onder het LKM-beleid, maar ook woningen als onderdeel van een landgoed, als onderdeel van een recreatieve ontwikkeling (dienstwoning), als onderdeel van en agrarische ontwikkeling (agrarische bedrijfswoning) kunnen alleen met gebruikmaking van het LKM worden gerealiseerd buiten de contouren. Ruimte-voor-Ruimte-woningen Noord- en Midden-Limburg Vrijesectorkavel die beschikbaar komt in het kader van het project Ruimte voor Ruimte. Met het project Ruimte voor Ruimte beoogt de Provincie Limburg een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het Limburgse landelijke gebied te bereiken. Door middel van een landelijke subsidieregeling (Regeling Beëindiging Veehouderijtakken) zijn intensieve veehouderijbedrijven in Noord- en Midden-Limburg in de gelegenheid gesteld om hun bedrijf te beëindigen, door het verkopen van hun mestrechten en door hun stallen gesubsidieerd te laten slopen. Om dit doel te bereiken mag (mogen) in ruil voor het duurzaam en substantieel slopen van bedrijfsgebouwen, op passende locaties één of meerdere compensatiewoningen worden gebouwd. Deze woningen moeten worden gebouwd in of aansluitend aan bebouwingslinten- of clusters, en mogen bovenal niet zijn gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur en het waterbergend winterbed van de Maas. Gebiedsontwikkelingswoningen Een variant op bovengenoemde woningen zijn de woningen die gerealiseerd worden om een grotere of kleiner gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Ook hierbij is de hoofdvoorwaarde dat de bouw van de woning via een tegenprestatie bijdraagt aan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Hier is echter de gebiedsontwikkeling op te vatten als de nagestreefde ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Dit is het startpunt voor het realiseren van de woningen. 4 Sociale huursector Woningcorporaties Een woningcorporatie is een privaatrechtelijke instelling (stichting of vereniging) die zich ten doel stelt uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en als zodanig door de Kroon is toegelaten. De term toegelaten instelling, waar de corporaties ook aangeduid worden, verwijst hiernaar. Ten slotte wordt de term sociale verhuurder veelvuldig als synoniem voor (woning)corporatie gebruikt. Sociale huursector / CfV-bestand Het doel van het CfV-bestand is om inzicht te verkrijgen in het beheer van de sociale huursector in Nederland. Het bestand bevat bij het CfV algemene en cijfermatige kerngegevens van woningbouwcorporaties. De algemene gegevens hebben onder meer betrekking op adressen, contactpersonen, werkgebied, fusiepartners en statutaire gegevens. De cijfermatige kerngegevens bevatten naast financiële gegevens over vermogenspositie en resultaten ook volkshuisvestelijke cijfers over de samenstelling van het bezit, woningtoewijzing, kwaliteitsbeleid en huurontwikkeling.
Bovendien zijn prognoses opgenomen van de ontwikkeling van werkkapitaal, balansposten en financiële kengetallen en de ontwikkeling van het bezit. Bronhouder is het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). De door de corporaties te verstrekken gegevens worden door DG Wonen van het Ministerie van VROM bepaald en formeel vastgelegd in het BBSH. De cijfers worden door het CFV verzameld en gecontroleerd. Het BBSH-bestand 2014 wordt in de voorliggende rapportage gebruikt om de sociale huursector (hoofdstuk drie) te kunnen analyseren (gegevens over {Peildatum} zijn momenteel nog niet beschikbaar). De in hoofdstuk drie gehanteerde termen goedkoop-betaalbaar-duur hebben betrekking op de huurprijsklassen die in het kader van het landelijk huurtoeslagbeleid in het subsidietijdvak 2014 werden gehanteerd: Goedkoop: < 403, Betaalbaar: 403-618, Duur: > 618. De grens tussen goedkoop en betaalbaar wordt gevormd door de kwaliteitskortingsgrens (tevens maximale huurgrens huurtoeslag voor jongeren zonder handicap onder de 23 jaar). Voor de grens tussen betaalbaar en duur wordt de aftoppingsgrens voor huishoudens van drie of meer personen gehanteerd. Verblijfsgerechtigden In de Nederlandse opvangcentra verblijven asielzoekers die, na screening door de Immigratie en Naturalisatiedienst, een verblijfsvergunning hebben gekregen. Deze verblijfsgerechtigden moeten zo snel mogelijk de opvangcentra kunnen verlaten om reguliere woonruimte te betrekken. De Staatssecretaris van Justitie maakt ieder half jaar op basis van artikel 60b van de Huisvestingswet (HVW) een prognose bekend van het aantal te huisvesten verblijfsgerechtigden en op basis hiervan wordt aan alle gemeenten een taakstelling opgelegd. De halfjaarlijkse taakstelling wordt naar inwonertal over de gemeenten verdeeld. De gemeenten zijn op grond van de Huisvestingswet verplicht om deze taakstelling binnen de wettelijk vastgelegde termijn van een half jaar te realiseren. 5 Koopsector Koopwoningtransacties In het kader van de Woonmonitor Limburg worden de transacties van woningen in Limburg in beeld gebracht op basis van gegevens van het Kadaster. Het Kadaster registreert alle verkopen van bestaande woningen, en wel op het moment van eigendomsoverdracht oftewel het moment dat de akte bij de notaris is gepasseerd en in het register is opgenomen. Op te merken is dat dit niet gelijk is aan het moment van ondertekenen van de voorlopige koopakte (het moment dat de ontbindende voorwaarden in de koopakte zijn verlopen). In de praktijk blijkt dat tussen beide momenten een periode van circa twee tot drie maanden zit. De kadastergegevens zijn inclusief de verkopen door woningbouwcorporaties aan zittende huurders, verkopen door de overheid en verkopen via veilingen. De gegevens hebben betrekking op koopsommen tussen 1.000,- en 5.000.000. Transacties waarbij meerdere woonhuizen worden overgedragen en waarbij slechts één koopsom is genoemd en transacties van bouwkavels waarbij het woonhuis pas later wordt gebouwd, worden buiten beschouwing gelaten. Op te merken is dat in het eerste kwartaal het aantal transacties een stuk lager ligt dan in het vierde kwartaal. Gemiddelde koopsom De gemiddelde koopsom is de totale koopsom gedeeld door het aantal verkopen en wordt berekend op basis van kadastergegevens van het aantal kooptransacties van woningen die in een bepaald jaar hebben plaatsgevonden. De daadwerkelijke berekening vindt plaats op basis van het aantal transacties en de gemiddelde koopsom op postcodeniveau per woningtype. Daarbij worden de volgende woningtypes onderscheiden: appartementen, 2^1-kapwoningen, hoekwoningen, tussenwoningen en vrijstaande woningen. Aanbod koopwoningen In het kader van de Woonmonitor Limburg wordt het aanbod van koopwoningen in Limburg in beeld gebracht op basis van gegevens van Pasgoed BV (Woonplein Limburg c.q. woningmarktcijfers.nl). Pasgoed registreert in samenwerking met de op de Limburgse markt actief zijnde makelaars het aanbod van koopwoningen. Alhoewel Pasgoed de aanbodgegevens op adresniveau registreert en beschikbaar heeft, worden deze gegevens in de woonmonitor op gemeenteniveau naar prijsklasse en woningtype opgenomen.
Theoretische verkooptijd (TVT) De theoretische verkooptijd (TVT) is een door "Woningmarktcijfers.nl" ontwikkeld instrument om de gemiddelde verkooptijd van woningen te bepalen. Het actuele woningaanbod wordt vergeleken met het aantal transacties van de laatste 12 maanden. Indien bijvoorbeeld in de laatste 12 maanden 12.000 woningen zijn verkocht en thans eveneens 12.000 woningen te koop staan, dan bedraagt de TVT 12 maanden. Minder aanbod zorgt voor een lagere TVT, meer aanbod juist voor een hogere. 6 Plancapaciteiten Plancapaciteiten De totale gemeentelijke bouwgrondcapaciteit voor woningbouw in aantallen woningen. Verkochte bouwkavels waar per {Peildatum} (nog) geen woningen in aanbouw zijn, dienen hiertoe ook te worden gerekend. Het betreft zowel woningtoevoegingen als ook woningonttrekkingen. De plancapaciteit wil niet zeggen dat de plannen daadwerkelijk gerealiseerd worden; de daadwerkelijke realisatie is afhankelijk van een groot aantal factoren; waaronder de regionale woningbouwprogrammering en eventuele belemmeringen in het kader van bestemmingsplanprocedures en/of marktontwikkelingen. Planhardheden In het kader van de provinciale woonmonitor wordt betreffende de planhardheid de zogenaamde WRO-indeling als uitgangspunt gehanteerd. Een plan voor woningbouw doorloopt verschillende stadia. Dit begint bij de eerste ideeën over locaties welke in de toekomst voor woningbouw in aanmerking komen en gaat tot locaties welke juridisch gezien onderdeel uitmaken van de juridisch beschikbare onherroepelijke capaciteit. In de woonmonitor worden de volgende planhardheden ('harde' plannen betreffen fase 1a en 1b) onderscheiden: Fase 1a Onherroepelijk bestemmingsplan - Juridisch onherroepelijke plancapaciteit, met of zonder bouwvergunning, in een vigerend (globaal en gedetailleerd) bestemmingsplan (voor 1 januari 2016 conform de Wet op de Ruimtelijke Ordening onherroepelijk geworden bestemmingsplan waarbij geen beroep bij de Raad van State meer mogelijk is), danwel in plannen als bedoeld in artikel 10 van de Overgangswet RO. - Plancapaciteit in een in procedure zijnde plan, op basis waarvan via een verleende verklaring van geen bezwaar (vvgb) ex artikel 19 van de 'oude' Wet op de Ruimtelijke Ordening en/of artikel 50 lid 5 van de Woningwet kan worden gebouwd; inclusief de gevallen waarbij artikel 19 lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan worden toegepast. - De beschikbare en potentiële bouwgrondcapaciteit binnen de bebouwde kom waarvoor (nog) geen bestemmingsplan in ontwerp ter visie is gelegd of een voorbereidingsbesluit is genomen. Voor een aanvraag voor een bouwvergunning hoeft dan alleen getoetst te worden aan de Bouwverordening. - Capaciteit in al dan niet geactualiseerde vigerende plannen die betrekking hebben op de vanouds grotendeels bebouwde gedeelten van de kom, waarin geen nieuwe ontwikkelingen zijn verwerkt. Dit kunnen oude bestemmingsplannen zijn, maar ook verordeningen, uitbreidings- en wederopbouwplannen, mits juridisch nog steeds vigerend. Fase 1b Onherroepelijk bestemmingsplan; met nog uit te werken deelplannen - Het betreft de juridisch beschikbare plancapaciteiten (gepland aantal woningen) in nog uit te werken (deel)plannen. De reden hiervoor is dat wanneer een bestemmingsplan goedgekeurd en juridisch onherroepelijk is, dit nog niet wil zeggen dat in alle gevallen direct gebouwd kan gaan worden. Zogenaamde globale plannen kunnen wel juridisch beschikbaar zijn, maar er dient nog (voor een deel) een uitwerkingsplan (artikel 11 WRO) gemaakt te worden (er is nog geen directe woningbouwtitel). In principe betekent dit dat er, alvorens te kunnen bouwen, nog een uitwerkingsplan (van de globale bestemming) gemaakt moet worden. Dit plan kent opnieuw een aantal juridische fasen (waaronder bezwaar en beroep). Artikel 11 WRO kan daardoor tot extra proceduretijd leiden en daarmee een extra obstakel zijn voor het verlenen van een bouwvergunning. Fase 2 Vastgesteld bestemmingsplan - Plancapaciteit in bestemmingsplannen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld, maar nog niet door Gedeputeerde Staten zijn goedgekeurd conform de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Fase 3 Ontwerp bestemmingsplan - Plancapaciteiten (gepland aantal woningen) die in het kader van de bestemmingsplanprocedure als (voor)ontwerp bestemmingsplan zijn opgenomen, echter nog niet door de gemeenteraad is vastgesteld. Fase 4 Potentiële plancapaciteit - Plancapaciteiten (gepland aantal woningen) die nog niet in een bestemmingsplanprocedure zijn opgenomen. Tot deze fase behoort ook plancapaciteit in vlekken van een vigerend moederplan waarop een wijzigingsbevoegdheid naar woningbouw rust. Hieronder vallen ook plancapaciteiten in gebieden die nu nog niet voor woningbouw bestemd zijn, maar volgens de huidige, gemeentelijke inzichten, in de toekomst wellicht voor woningbouw in aanmerking komen. Dit kan bijvoorbeeld in gemeentelijke structuurplannen beschreven zijn. Het gaat hierbij zowel om uitbreidings- als inbreidingslocaties. Bij deze laatste groep kan het gaan om bedrijfslocaties waar het voornemen bestaat tot bedrijfsverplaatsing ten behoeve van woningbouw. Ook kan men denken aan (voormalige) sportterreinen, groenstroken, oude villa's, boerderijen, et cetera. Onder deze categorie vallen planideeën en/of -schetsen die nog niet in een van de bovengenoemde bestemmingsplanfases (1-3) vallen. 7 Wonen met Zorg Onderzoeksverantwoording Etil hanteert het Centraal Vastgoed Register (CVR) om het aanbod aan zorggeschikte woningen af te bakenen en in beeld te brengen. Het CVR is door Etil in eigen beheer ontwikkeld; het betreft een integraal registratiebestand van alle vastgoedobjecten in Limburg, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In dit register zijn de gegevens op adresniveau geregistreerd over omvang, samenstelling en ontwikkeling van de Limburgse vastgoed-voorraad (woningen en bedrijfsvastgoed). De data-base is samengesteld op basis van verschillende bronnen; de gemeentelijke WOZ-registraties, de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen), het Vestigingenregister Limburg en de BOG-monitor Limburg. Daarbij heeft een wederzijdse koppeling tussen de afzonderlijke registraties plaatsgevonden. De voorraad intramurale woningen en verzorgd wonen wordt op basis van het CVR in beeld gebracht. Om de voorraad overig zorggeschikte en potentieel zorggeschikte woningvoorraad in beeld te kunnen brengen zijn de uitkomsten uit het onderzoek Analyse quickscan bestaande woningvoorraad woningcorporaties ROW Parkstad Limburg geïntegreerd in het CVR. In dat onderzoek is in de regio Parkstad Limburg door de woningcorporaties (een groot deel van) de sociale huurwoningen op basis van een aantal zorgfilters (Woonkeur Bestaande Bouw) gecontroleerd op zorggeschiktheid. Door de uitkomsten uit dit onderzoek te hanteren, heeft in het kader van de woonmonitor een verdere verfijningslag plaats kunnen vinden op het gebied van Wonen met Zorg. Op basis van deze koppeling is een norm berekend, rekening houdende met woningtypologie, bouwjaar en grootte van de woning. Deze norm is vervolgens gebruikt om voor Limburg de voorraad Wonen met Zorg verder te identificeren. Ten slotte zijn steekproefsgewijs controles uitgevoerd te aanzien van de (potentieel) zorggeschikte woonobjecten. De bepaling van de voorraad van (potentieel) zorggeschikte woningen bestaat zodoende deels uit registraties en is deels gebaseerd op aannames. Intramurale woningen Alle onzelfstandige wooneenheden ten behoeve van de doelgroep (ouderen, gehandicapten en ggz-cliënten) in instellingen en groepswoningen 'in de wijk' (beschermd wonen). In het CVR zijn deze objecten afgebakend op adresniveau, waarbij per object de soort zorg en de zorgaanbieder is geregistreerd. Opgemerkt dient te worden dat verpleegplaatsen per instellingslocatie in het CVR zijn opgenomen. In tegenstelling tot wooneenheden in verzorgingshuizen zijn namelijk voor verpleegplaatsen geen adressen toegekend. Verzorgd wonen Zelfstandige woningen, specifiek bestemd en geschikt voor ouderen die in de gemeentelijke WOZ -registraties als senioren- c.q. aanleunwoningen zijn geregistreerd en waarvan de zorgaanbieder bekend is. Ook woningencomplexen die niet als zodanig zijn afgebakend, maar wel als complex zorg ontvangen van een zorginstelling vallen onder verzorgd wonen. Overige geschikte woningen Voorgaande woonvormen onderscheiden zich doordat er feitelijk sprake is van het leveren van persoonlijke verzorging of verpleging. Veel ouderen ontvangen deze zorg (nog) niet, maar willen wel vaak comfortabeler wonen. Dat kan in zelfstandige woningen geschikt voor de doelgroep, zoals (een deel van) appartementen en bungalows. Om de overige geschikte woningen af te bakenen is de Parkstad-norm gehanteerd op basis van...
woningtype. Vervolgens heeft een verdere aanpassing plaatsgevonden. Voor appartementen is een minimumgrootte gehanteerd van 75 m² en een bouwjaar na 1950, grondgebonden woningen groter dan 80 m² en gebouwd na 1980. De bovengenoemde gehanteerde grenzen zijn overigens op basis van de Parkstad-norm tot stand gekomen. Vraag naar Wonen met Zorg De populatie wordt als volgt afgebakend. Voor de doelgroep wonen met zorg worden twee groepen onderscheiden: zorg zonder verblijf (personen van 65 jaar en ouder met een zorgindicatie) zorg met verblijf (personen die intramuraal wonen, alle leeftijdsgroepen, geslacht en zzp) De normatieve zorgvraag wordt in beeld gebracht met behulp van CBS StatLine. In deze online database staan gegevens over de zorgbehoefte van personen gespecificeerd naar geslacht, leeftijdsklasse, regio, zzp-klasse en functie. Etil rekent met het aantal personen dat op de tweede vrijdag van november met een indicatie geregistreerd staat voor AWBZ-gefinancierde zorg zonder verblijf en dat gebruik heeft gemaakt van AWBZ- en/of Wmo-gefinancierde zorg zonder verblijf in natura waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden. Het cijfer is dus de populatie op een vast moment in het jaar. Op basis van gegevens van het Centrum indicatiestelling zorg (CiZ) vindt een extrapolatie van de populatie plaats. Prognoses vraag naar Wonen met Zorg Scenario 0: Op basis van demografische ontwikkelingen. Het aandeel mensen dat aanspraak maakt op zorg met verblijf (CiZ-populatie) wordt constant verondersteld op het procentuele niveau van 1 oktober 2014. Het aandeel personen met een indicatie voor zorg met verblijf wordt gerelateerd aan de bevolkingsprognose Progneff 2014 om het aantal instellingsbewoners in de periode 2015-2024 vast te stellen (beleidsneutraal). Vervolgens wordt de intramurale populatie gecorrigeerd met behulp van landelijke gebruikcijfers van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) over het verslagjaar 2013. Niet iedereen met recht op zorg met verblijf woont namelijk in een intramurale instelling. Hoe lager de ZZP-indicatie, hoe groter het verschil is tussen indicatie en daadwerkelijk verblijf. De correctie bestaat uit het verkleinen van de intramurale doelgroep en het vergroten van de extramurale doelgroep. Tot slot wordt de resulterende zorgvraagprognose vertaald naar de behoefte aan wonen met zorg van 65-plussers. Hiervoor worden leeftijdsspecifieke factoren gebruikt die verkregen zijn met onderzoek WoOn 2012, en die rekening houden met feit dat er meerdere personen in een particulier huishouden kunnen wonen. De resulterende prognose is het nulscenario. Scenario 1: Scenario 2: Rekening houdende met het actuele extramuraliseringsbeleid van de Rijksoverheid. In dit scenario wordt het nulscenario gecorrigeerd voor het actuele beleid, het maatregelenpakket van het Regeerakkoord aangepast met de verzachtende maatregelen uit het Zorgakkoord. Veranderingen in het beleid die na 1-1-2014 van kracht worden zijn hierin meegenomen. Door middel van indexcijfers worden de normpercentages van de zzp-klassen die geëxtramuraliseerd worden afgebouwd. Hierbij wordt onderscheid naar ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg gemaakt. Daarnaast is rekening gehouden met ZZP-zwaarte, versterfte en verblijfsduur van de huidige instellingsbewoners. Versterkte extramuralisering. Binnen dit scenario worden de eerder bekende, niet-afgezwakte kabinetsplannen doorgerekend, ofwel het maatregelenpakket ten tijde van het Regeerakkoord. Veranderingen in het beleid die na 1-1-2014 van kracht zouden worden zijn doorgerekend. Door middel van indexcijfers worden de normpercentages van de relevante zzp-klassen afgebouwd. Hierbij wordt onderscheid naar ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg gemaakt. Daarnaast is rekening gehouden met ZZP-zwaarte, versterfte en verblijfsduur van de huidige instellingsbewoners.
Cijfermatige bijlagen
Bijlage 1a Kerncijfers woningvoorraad per 31 december 2015 naar eigendom en woningtype Totaal naar eigendom naar woningtype Huur Koop Onb. MG EG Onb. Bergen Lb Gennep Mook en Middelaar Maasduinen 5.614 7.136 3.500 16.250 1.766 2.474 966 5.206 3.845 4.653 2.523 11.021 3 9 11 23 340 936 409 1.685 5.085 5.918 2.960 13.963 189 282 131 602 Horst aan de Maas Venray Venray e.o. 17.174 18.212 35.386 3.915 6.694 10.609 13.203 11.446 24.649 56 72 128 1.605 3.238 4.843 14.832 14.312 29.144 737 662 1.399 Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. 5.931 17.712 46.498 70.141 2.057 5.043 19.525 26.625 3.869 12.652 26.954 43.475 5 17 19 41 744 1.861 13.906 16.511 5.054 15.202 31.353 51.609 133 649 1.239 2.021 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg 14.291 15.476 10.454 7.087 9.274 27.169 22.049 105.800 4.272 3.229 2.604 2.184 2.378 12.608 7.782 35.057 10.018 12.198 7.840 4.892 6.885 14.539 14.264 70.636 1 49 10 11 11 22 3 107 1.849 1.390 857 757 568 8.421 5.347 19.189 11.969 13.339 9.254 6.042 8.453 18.086 16.177 83.320 473 747 343 288 253 662 525 3.291 Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek 7.450 5.865 45.129 11.542 69.986 2.349 1.764 18.906 3.367 26.386 5.099 4.095 26.173 8.174 43.541 2 6 50 1 59 1.650 631 13.271 1.722 17.274 5.637 5.090 31.113 9.542 51.382 163 144 745 278 1.330 Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg 14.341 45.266 23.637 17.822 6.952 3.628 5.051 5.583 122.280 5.833 24.165 11.572 6.796 2.035 1.060 1.957 1.683 55.101 8.500 21.090 12.051 11.011 4.916 2.568 3.093 3.899 67.128 8 11 14 15 1 0 1 1 51 4.336 15.977 8.285 3.793 1.071 297 1.007 472 35.238 9.823 28.641 15.067 13.702 5.739 3.256 3.931 4.987 85.146 182 648 285 327 142 75 113 124 1.896 Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Maastricht en Mergelland 10.790 6.720 56.653 8.573 5.175 8.015 95.926 2.804 2.359 32.718 2.641 2.770 3.287 46.579 7.976 4.346 23.721 5.929 2.400 4.697 49.069 10 15 214 3 5 31 278 1.029 1.106 24.038 1.345 2.237 2.354 32.109 9.384 5.292 30.645 6.984 2.822 5.448 60.575 377 322 1.970 244 116 213 3.242 Totaal Limburg 515.769 205.563 309.519 687 126.849 375.139 13.781 Bron: Etil; Vastgoedregister Limburg 2015. Onbekend betreft met name leegstaande woningen en zogenaamde bedrijfswoningen, boerderijen/winkels met woongedeelte, woonwagens waarvan het woningtype of de eigendomssituatie onbekend is.
Bijlage 1b Kerncijfers woningvoorraad per 31 december 2015 gemiddelde WOZ-waarde 1-1-2014 Gemiddelde WOZ-waarde Bergen Lb Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Maastricht en Mergelland Totaal Limburg 211.200 217.200 266.600 225.800 240.400 254.200 246.300 184.000 231.000 172.800 188.300 193.500 223.200 202.600 276.800 200.400 186.900 210.300 206.600 181.300 189.000 155.000 175.300 164.000 130.200 122.600 127.500 148.200 211.600 167.500 160.800 205.300 139.800 241.200 211.600 188.300 220.800 144.900 207.500 198.900 183.500 Bron: Etil; Vastgoedregister Limburg 2015. De gegevens hebben betrekking op de gemiddelde WOZ-waarde per 1-1-2014 op basis van de woningvoorraad van 31-12-2015. Woningen waarvan de WOZwaarde onbekend is, zijn buiten beschouwing gelaten.
Bijlage 1c Kerncijfers woningvoorraad per 31 december 2015 Leegstand Abs. In % Bergen Lb Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Maastricht en Mergelland Totaal Limburg 142 2,5% 174 2,4% 74 2,1% 390 2,4% 181 3,1% 160 2,0% 1.557 3,3% 1.898 3,1% 274 1,6% 404 2,2% 678 1,9% 464 3,2% 423 2,7% 298 2,9% 168 2,4% 305 3,3% 971 3,6% 738 3,3% 3.367 3,2% 191 2,6% 215 3,7% 1.741 3,9% 304 2,6% 2.451 3,5% 551 3,8% 1.913 4,2% 1.380 5,8% 491 2,8% 216 3,1% 117 3,2% 191 3,8% 172 3,1% 5.031 4,1% 381 3,5% 312 4,6% 2.619 4,6% 286 3,3% 315 6,1% 487 6,1% 4.400 4,6% 18.215 3,6% Bron: Etil; Vastgoedregister Limburg 2015.
Bijlage 2 Kerncijfers woningvoorraadontwikkeling 2015 Toevoegingen Onttrekkingen Saldo Totaal waarvan: Totaal waarvan: nieuwbouw AndersOnttr Totaal Sloop AndersSaldo Bergen Lb Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Maastricht en Mergelland Totaal Limburg 14 14 0-7 -7 0 7 3 1 2-14 0-14 -11 16 16 0-2 -2 0 14 33 31 2-23 -9-14 10 6 6 0 0 0 0 6 44 44 0-4 -2-2 40 130 107 23-123 -116-7 7 180 157 23-127 -118-9 53 133 125 8-12 -6-6 121 79 79 0-4 -3-1 75 212 204 8-16 -9-7 196 70 70 0-22 -22 0 48 40 36 4-3 -3 0 37 2 2 0-1 -1 0 1 44 43 1-2 -2 0 42 29 29 0 0 0 0 29 177 100 77-7 -6-1 170 162 156 6-8 -7-1 154 524 436 88-43 -41-2 481 0 0 0 0 0 0 0 12 10 2-2 -1-1 10 25 12 13-83 -76-7 -58 45 45 0-1 0-1 44 82 67 15-86 -77-9 -4 53 53 0-95 -94-1 -42 29 3 26-27 -19-8 2 11 0 11-159 -157-2 -148 43 41 2-12 -12 0 31 3 2 1-1 -1 0 2 2 2 0 0 0 0 2 12 12 0-1 0-1 11 5 5 0 0 0 0 5 158 118 40-295 -283-12 -137 113 101 12-1 -1 0 112 5 4 1-10 -3-7 -5 145 101 44-272 -185-87 -127 71 30 41-3 -1-2 68 4 4 0 0 0 0 4 0 0 0 0 0 0 0 338 240 98-286 -190-96 52 1.527 1.253 274-876 -727-149 651 Bron: Etil, Vastgoedregister Limburg 2015.
Bijlage 3a Kerncijfers sociale huurwoningvoorraad gemeenten (woningbezit woningcorporaties per 31 december 2014) Goedkoop Betaalbaar Duur tot HTG Duur boven HTG Totaal Bergen (L) Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg Maastricht en Mergelland Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Totaal Limburg 86 1.122 50 12 1.270 284 1.254 169 72 1.779 82 465 45 13 605 452 2.841 264 97 3.654 147 718 269 57 1.191 47 907 261 54 1.269 4.401 13.650 2.521 990 21.562 158 1.192 191 39 1.580 294 1.081 178 39 1.592 131 1.195 219 18 1.563 5.178 18.743 3.639 1.197 28.757 190 2.161 333 105 2.789 175 1.488 200 97 1.960 160 1.224 186 66 1.636 134 1.207 150 19 1.510 122 1.361 93 32 1.608 607 6.452 1.210 533 8.802 423 3.664 662 152 4.901 1.811 17.557 2.834 1.004 23.206 484 3.199 475 89 4.247 2.110 12.045 2.337 167 16.659 1.130 5.295 1.279 96 7.800 391 3.711 651 120 4.873 157 1.074 114 42 1.387 77 490 73 0 640 98 834 305 67 1.304 62 885 210 17 1.174 4.509 27.533 5.444 598 38.084 161 1.267 207 67 1.702 348 2.747 551 140 3.786 1.037 9.693 2.284 362 13.376 1.546 13.707 3.042 569 18.864 255 1.932 456 86 2.729 566 3.389 853 250 5.058 821 5.321 1.309 336 7.787 109 1.302 177 36 1.624 77 775 106 38 996 1.873 9.174 1.585 686 13.318 222 1.795 308 103 2.428 2.281 13.046 2.176 863 18.366 16.598 98.748 18.708 4.664 138.718 Bron: Centraal fonds voor de Volkshuisvesting (CfV), bewerking Etil
Bijlage 3b Kerncijfers woningbezit woningcorporaties per 31 december 2014 Goedkoop Betaalbaar Duur Duur tot HTG boven HTG Totaal Laurentius Maaskant Wonen Stichting Antares Woonservice Stichting Destion Stichting Mooiland Stichting Vestia Stichting Vitaal Wonen Stichting Weller Wonen Stichting Wonen Wittem Stichting Wonen Zuid Stichting Woningbeheer Born-Grevenbicht Stichting WoonGoed 2-Duizend Stichting Woonpunt Stichting Woonservice Urbanus Stichting Woonzorg Nederland Stichting ZO Wonen Wonen Limburg Woningstichting Berg en Terblijt Woningstichting De Voorzorg Woningstichting De Woonplaats Woningstichting Domus Woningstichting Gulpen Woningstichting HEEMwonen Woningstichting Kessel Woningstichting Maasvallei Maastricht Woningstichting Meerssen Woningstichting Obbicht en Papenhoven Woningstichting Servatius Woningstichting Simpelveld Woningstichting Spaubeek Woningstichting St. Joseph Woningstichting Urmond Woningstichting Vaals Woningstichting Voerendaal Woningstichting WoonWENZ Woningvereniging Nederweert Wooninvesteringsfonds Totaal Limburg 5 3 61 165 234 200 1.333 273 24 1.830 313 3.649 1.342 90 5.394 188 2.003 93 18 2.302 264 823 139 79 1.305 0 0 0 0 0 10 203 31 28 272 945 7.142 1.299 36 9.422 2 354 79 1 436 1.448 10.646 1.399 363 13.856 55 740 70 0 865 353 3.405 508 161 4.427 2.448 9.989 2.584 1.077 16.098 49 575 113 5 742 24 225 296 68 613 1.666 9.671 1.669 375 13.381 2.166 17.758 3.135 842 23.901 2 235 58 4 299 540 1.904 252 38 2.734 0 128 0 0 128 8 451 204 52 715 24 402 50 22 498 1.151 7.012 1.626 175 9.964 35 373 51 1 460 567 1.973 528 224 3.292 158 1.101 162 34 1.455 60 112 13 0 185 2.526 6.430 894 382 10.232 98 784 304 67 1.253 39 193 14 1 247 9 358 72 3 442 0 0 0 0 0 294 1.066 178 39 1.577 61 830 205 17 1.113 689 5.674 856 254 7.473 134 1.115 149 19 1.417 67 88 1 0 156 16.598 98.748 18.708 4.664 138.718 Bron: Centraal fonds voor de Volkshuisvesting (CfV), bewerking Etil
Bijlage 4 Kerncijfers woningtransacties 2015 Totaal waarvan: Eengezins Meergezins <184 184-270 >270 Gemiddelde koopsom in Bergen (L) Gennep Mook en Middelaar Maasduinen 66 126 65 257 0 13 8 21 66 113 57 236 37 58 21 116 23 46 19 88 6 22 25 53 188.000 207.200 250.600 213.200 Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. 91 335 818 1.244 3 28 175 206 88 307 643 1.038 49 134 515 698 34 142 213 389 8 59 90 157 189.900 210.000 176.700 186.600 Horst aan de Maas Venray Venray e.o. 302 259 561 22 27 49 280 232 512 121 114 235 119 102 221 62 43 105 213.400 203.300 208.800 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg 260 280 189 137 179 498 481 2.024 21 16 8 9 3 74 55 186 239 264 181 128 176 424 426 1.838 141 160 111 42 106 272 252 1.084 87 83 51 59 51 144 144 619 32 37 27 36 22 82 85 321 183.000 196.200 189.400 225.900 185.900 192.300 199.900 194.900 Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek 138 111 839 226 1.314 16 2 117 8 143 122 109 722 218 1.171 80 66 562 143 851 41 31 192 65 329 17 14 85 18 134 185.700 183.800 171.400 175.500 174.600 Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg 236 649 353 309 138 52 89 110 1.936 40 121 45 15 7 0 0 6 234 196 528 308 294 131 52 89 104 1.702 195 512 302 232 76 32 50 42 1.441 33 107 45 51 49 11 27 46 369 8 30 6 26 13 9 12 22 126 135.500 140.700 130.700 156.900 180.900 188.200 181.400 212.100 150.900 Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg Maastricht en Mergelland 215 110 1.025 148 97 125 1.720 6 5 368 10 20 20 429 209 105 657 138 77 105 1.291 74 48 547 60 57 61 847 81 42 257 55 21 37 493 60 20 221 33 19 27 380 232.500 200.500 211.800 221.400 191.800 219.900 213.900 Totaal Limburg 9.056 1.268 7.788 5.272 2.508 1.276 186.400 Bron: Kadaster, bewerking Etil <184 = < 184.000 184-270 = 184.000-270.000 >270 = > 270.000
Bijlage 5a Kerncijfers plancapaciteiten per 31 december 2015 woningtoevoegingen en -onttrekkingen Woningtoevoegingen Woningonttrekkingen Netto Bergen LB Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Anders Totaal Limburg 458-17 441 445-2 443 444 0 444 1.347-19 1.328 318-57 261 1.674-10 1.664 2.713-428 2.285 4.705-495 4.210 1.102-3 1.099 1.464-78 1.386 2.566-81 2.485 666-4 662 1.242-8 1.234 991-13 978 765-89 676 792-29 763 3.618-211 3.407 1.177-64 1.113 9.251-418 8.833 431-20 411 155 0 155 1.941-619 1.322 692-23 669 3.219-662 2.557 736-637 99 1.866-381 1.485 1.063-303 760 267-72 195 331-10 321 116-1 115 116-6 110 188-61 127 4.683-1.471 3.212 505-23 482 218-9 209 4.695-1.907 2.788 192-26 166 340-83 257 247-29 218 6.197-2.077 4.120 31.968-5.223 26.745 Bron: Etil; Plancapaciteitsmonitor 2015.
Bijlage 5b Kerncijfers plancapaciteiten per 31 december 2015 woningtoevoegingen naar verwacht realisatiejaar Woningtoevoegingen Totaal 2016 2017 2018 2019 2016-2019 2020 e.v. Onb. Bergen LB Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Anders Totaal Limburg 458 52 35 21 7 115 0 343 445 7 15 55 5 82 10 353 444 26 75 27 0 128 0 316 1.347 85 125 103 12 325 10 1.012 318 6 50 65 67 188 46 84 1.674 88 255 298 285 926 213 535 2.713 397 488 331 99 1.315 404 994 4.705 491 793 694 451 2.429 663 1.613 1.102 125 260 154 92 631 61 410 1.464 93 177 76 48 394 44 1.026 2.566 218 437 230 140 1.025 105 1.436 666 33 107 26 32 198 31 421 1.242 47 139 153 114 453 177 604 991 100 101 34 0 235 0 756 765 59 97 86 0 242 0 523 792 165 182 164 49 560 0 232 3.618 183 602 420 790 1.995 1.285 338 1.177 118 171 199 51 539 58 580 9.251 705 1.399 1.082 1.036 4.222 1.551 3.454 431 0 165 140 0 305 0 126 155 3 28 2 2 35 2 118 1.941 150 57 86 5 298 0 1.643 692 19 16 26 0 61 0 631 3.219 172 266 254 7 699 2 2.518 736 34 93 51 0 178 75 483 1.866 52 395 146 45 638 412 816 1.063 126 110 19 108 363 123 577 267 62 66 18 20 166 19 82 331 26 16 10 9 61 218 52 116 25 12 12 1 50 4 62 116 0 6 0 0 6 0 110 188 22 54 26 2 104 5 79 4.683 347 752 282 185 1.566 856 2.261 505 138 62 74 41 315 18 172 218 25 21 12 0 58 0 160 4.695 330 318 367 106 1.121 1.973 1.601 192 20 4 1 47 72 0 120 340 21 68 0 0 89 29 222 247 59 21 30 0 110 0 137 6.197 593 494 484 194 1.765 2.020 2.412 31.968 2.611 4.266 3.129 2.025 12.031 5.207 14.706 Bron: Etil; Woonenquête Gemeenten 2015.
Bijlage 5c Kerncijfers plancapaciteiten per 31 december 2015 planhardheden (woningtoevoegingen) Woning toevoeg ingen Onbekend Ideefase Ontwerpbest.plan Vastgesteld best.plan Onherroepelijk best.plan Bergen LB Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Anders Totaal Limburg 458 115 114 24 70 135 445 3 281 0 0 161 444 47 288 7 0 102 1.347 165 683 31 70 398 318 39 44 6 0 229 1.674 87 579 49 0 959 2.713 556 1.376 83 0 698 4.705 682 1.999 138 0 1.886 1.102 79 53 95 34 841 1.464 100 203 71 85 1.005 2.566 179 256 166 119 1.846 666 109 200 34 8 315 1.242 8 513 92 0 629 991 13 276 0 57 645 765 68 268 24 2 403 792 212 236 7 0 337 3.618 3 1.070 468 86 1.991 1.177 357 23 4 0 793 9.251 770 2.586 629 153 5.113 431 29 284 43 0 75 155 0 120 1 0 34 1.941 9 416 131 152 1.233 692 582 2 6 39 63 3.219 620 822 181 191 1.405 736 258 139 0 0 339 1.866 966 25 317 0 558 1.063 68 264 60 33 638 267 61 0 27 0 179 331 121 28 107 8 67 116 16 45 19 0 36 116 7 7 0 5 97 188 26 19 6 3 134 4.683 1.523 527 536 49 2.048 505 0 27 0 58 420 218 10 75 0 5 128 4.695 1.401 686 164 492 1.952 192 40 20 1 0 131 340 8 160 14 0 158 247 113 12 30 0 92 6.197 1.572 980 209 555 2.881 31.968 5.511 7.853 1.890 1.137 15.577 Bron: Etil; Woonenquête Gemeenten 2015.
Bijlage 5d Kerncijfers plancapaciteiten per 31 december 2015 woningtoevoegingen naar huur/koop en prijsklassen Woningtoevoegingen Totaal Huur Koop Cat.1 Cat.2 Cat.3 Onb Cat.1 Cat.2 Cat.3 Onb Onb Bergen LB Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Anders Totaal Limburg 458 3 0 3 0 0 268 4 71 91 102 187 445 17 13 4 0 0 171 0 0 68 103 257 444 50 13 19 12 6 78 1 44 26 7 316 1.347 70 26 26 12 6 517 5 115 185 212 760 318 202 129 56 17 0 116 6 74 36 0 0 1.674 265 22 170 60 13 1.407 180 521 584 122 2 2.713 599 325 141 35 98 1.217 53 235 780 149 897 4.705 1.066 476 367 112 111 2.740 239 830 1.400 271 899 1.102 131 18 79 8 26 629 44 149 136 300 342 1.464 159 2 4 40 113 720 0 58 205 457 585 2.566 290 20 83 48 139 1.349 44 207 341 757 927 666 65 0 54 32-21 442 11 312 103 16 159 1.242 188 0 149 39 0 723 82 295 303 43 331 991 110 18 78 6 8 347 93 99 82 73 534 765 47 19 28 0 0 411 68 75 254 14 307 792 26 7 4 0 15 329 36 158 76 59 437 3.618 409 113 30 3 263 1.618 305 389 543 381 1.591 1.177 210 16 92 95 7 750 27 128 232 363 217 9.251 1.055 173 435 175 272 4.620 622 1.456 1.593 949 3.576 431 193 18 74 71 30 228 0 69 32 127 10 155 41 0 38 3 0 16 0 0 16 0 98 1.941 585 85 371 129 0 541 26 227 112 176 815 692 44 0 33 0 11 109 0 0 1 108 539 3.219 863 103 516 203 41 894 26 296 161 411 1.462 736 43 30 0 13 0 127 12 8 4 103 566 1.866 668 129 175 215 149 646 81 346 172 47 552 1.063 407 48 87 0 272 345 123 220 0 2 311 267 107 0 70 9 28 144 20 62 60 2 16 331 49 3 46 0 0 262 25 143 94 0 20 116 0 0 0 0 0 42 5 25 13-1 74 116 3 0 0 3 0 98 18 23 5 52 15 188 9 0 0 0 9 53 0 2 28 23 126 4.683 1.286 210 378 240 458 1.717 284 829 376 228 1.680 505 37 16 18 1 2 447 43 237 155 12 21 218 66 15 33 17 1 119 24 49 30 16 33 4.695 1.227 216 176 346 489 584 15 202 203 164 2.884 192 54 46 0 0 8 81 0 31 52-2 57 340 116 0 49 38 29 170 0 96 52 22 54 247 24 10 3 10 1 206 0 70 119 17 17 6.197 1.524 303 279 412 530 1.607 82 685 611 229 3.066 31.968 6.154 1.311 2.084 1.202 1.557 13.444 1.302 4.418 4.667 3.057 12.370 Huur: Cat.1 = < 618 Cat.2 = 618-710 Cat.3 = > 710 Koop: Cat.1 = < 185.000 Cat.2 = 185.000-270.000 Cat.3 = > 270.000 Bron: Etil; Woonenquête Gemeenten 2015.
Bijlage 5e Kerncijfers plancapaciteiten per 31 december 2015 toevoegingen - specifiek beleid Zorgwoningen Woningtoevoegingen Totaal Buiten contour prov. kwaliteit Nultredenwoning Bergen LB Gennep Mook en Middelaar Maasduinen Beesel Peel en Maas Venlo Venlo e.o. Horst aan de Maas Venray Venray e.o. Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Beek Schinnen Sittard-Geleen Stein Westelijke Mijnstreek Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Nuth Onderbanken Simpelveld Voerendaal Parkstad Limburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Maastricht Meerssen Vaals Valkenburg aan de Geul Anders Totaal Limburg 458 24 0 0 445 40 13 0 444 0 0 0 1.347 64 13 0 318 0 90 0 1.674 611 254 0 2.713 98 85 0 4.705 709 429 0 1.102 24 53 35 1.464 26 0 0 2.566 50 53 35 666 54 0 35 1.242 143 128 38 991 43 55 10 765 74 64 0 792 5 0 6 3.618 35 410 14 1.177 61 0 90 9.251 415 657 193 431 16 27 0 155 0 26 0 1.941 4 348 0 692 0 15 0 3.219 20 416 0 736 0 173 0 1.866 25 48 0 1.063 0 39 0 267 0 21 0 331 10 0 0 116 6 0 0 116 8 0 0 188 25 12 0 4.683 74 293 0 505 12 20 0 218 29 22 0 4.695 0 142 100 192 7 5 0 340 1 113 0 247 0 0 0 6.197 49 302 100 31.968 1.381 2.163 328 Bron: Etil; Enquête Woonmonitor Limburg 2015.