5 Verkeer en vervoer
Deze module gaat over Verkeer en vervoer. Je kunt de weg vinden in je eigen dorp op stad. Je kunt de weg vragen. Je maakt gebruik van het openbaar vervoer. De film Maatschappelijke participatie, module 5: Verkeer en vervoer. Ga naar www.kleurrijker.nl en bekijk de film. Bespreek: Kun je de film goed verstaan? Begrijp je waar het over gaat? Wat begrijp je nog niet? Wat wist je al? Wat wist je nog niet? Vind je de film leuk? Waarom wel/niet? 5-1
Wat kun je? Verkeer en vervoer 1. Ik kan de weg vinden in mijn eigen woonplaats. 2. Ik kan gebruik maken van het openbaar vervoer. Dat kan ik goed Dat kan ik met hulp Dat kan ik nog niet Dat wil ik leren Deze situaties ga je oefenen. Je kunt ook een bewijs verzamelen voor je portfolio. Bespreek dit met je docent of je begeleider. 5-2
Opdracht 1 Bespreek met elkaar. Welk woord hoort bij welk plaatje? de dienstregeling de kaartautomaat de ov-chipkaart de plattegrond 5-3
Opdracht 2 Bespreek met elkaar. Reis je wel eens met het openbaar vervoer? Hoe reis jij dan? Met het openbaar vervoer, de auto, de fiets of lopend? Vraag je wel eens aan iemand de weg? Begrijp je de uitleg dan? Kun jij iemand goed de weg wijzen? Hoe doe je dat? Kun je op een kaart of plattegrond de weg vinden? Vind je dat moeilijk of makkelijk? Waarom? 5-4
De weg vragen Mark en Vera zijn een dagje in Groningen. Ze staan op het station. Ze willen naar het museum. Vera man Vera man Vera man Vera man Goedemorgen meneer, mag ik u wat vragen? Maar natuurlijk. Wat wilt u weten? Wij zijn op zoek naar het Groninger Museum. Weet u waar dat is? Oh, ja hoor. Dat is heel makkelijk te vinden. U loopt het station uit. Dan steekt u de weg over bij het stoplicht. Dat is de Stationsweg. Aan de overkant ziet u een brug. Als u daar overheen loopt, ziet u het museum aan uw rechterkant. De ingang zit aan de linkerkant van het gebouw. Dus het station uit, oversteken en dan na de brug aan de rechterkant? Ja, dat is helemaal goed. Maar als u twijfelt, kunt u ook even op de plattegrond daar kijken. Daar staat het heel duidelijk op. Nou, dank u wel voor de informatie. Ik denk dat we het wel kunnen vinden. Geen dank en een fijne dag! 5-5
Opdracht 3 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de weg vragen het museum oversteken het stoplicht de overkant de brug de rechterkant de linkerkant twijfelen de plattegrond Lees de tekst De weg vragen nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. Opdracht 4 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 5 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-6
Opdracht 6 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 7 Bespreek met elkaar. 1. Vraag jij weleens iemand naar de weg? 2. Kun jij uitleggen waar iemand naartoe moet? 3. Kun je vertellen hoe je van je huis naar de supermarkt moet lopen? 4. Kun je vertellen hoe je van de leslocatie naar huis moet? 5. Vind je het moeilijk of makkelijk om de weg te wijzen? 5-7
Opdracht 8 Werk samen. Cursist A: je zoekt de weg. Cursist B: je vertelt waar cursist A naartoe moet. Speel eerst gesprek 1. Ga daarna verder met gesprek 2. Wissel steeds van rol. Cursist A 1. Goedemorgen, kunt u mij helpen? 2. Goedemiddag, mag ik iets vragen? Cursist B 1. Ja hoor, wat wilt u weten? 2. Natuurlijk. Cursist A 1. Weet u de weg naar het Stedelijk Museum? 2. Weet u waar het gemeentehuis is? Cursist B 1. Ja hoor, dan gaat u hier rechtsaf en na 5 minuten ziet u het aan uw linkerkant. 2. Eh, even denken. U neemt de tweede straat links, de derde straat rechts en dan is het aan het einde van de weg. Cursist A 1. Dat moet denk ik wel lukken. Dank u wel voor de uitleg. 2. Dank u wel. Ik weet het nu wel te vinden. Cursist B 1. Graag gedaan. 2. Graag gedaan. 5-8
Opdracht 9 Kijk naar de plattegrond. Bespreek met elkaar. 1. Aan welke straat ligt het museum? 2. Hoe weet je waar het station is? 3. Aan welke straat ligt het station? 4. Weet je wat een rotonde is? Kun je die op de kaart vinden? 5-9
Opdracht 10 Kijk naar de plattegrond. Werk samen. Leg uit hoe je moet lopen. Maak gebruik van de volgende woorden: links, rechts, rechterkant, linkerkant, rechtdoor,.gebruik ook de namen van de straten die je ziet. 1. Hoe loop je van punt A naar punt B? 2. Hoe loop je van punt A naar De Markt? 3. Hoe loop je van punt B naar punt A? 4. Hoe loop je van punt A naar de bushalte op de Kruisstraat? Opdracht 11 Lees de woorden. Maak van de woorden een goede zin. Schrijf de zin op. Zin 1 waar Weet je museum het is?... 5-10
Zin 2 daarna de linksaf rechts. derde Je eerst gaat... Zin 3 plattegrond. overkant Aan staat een de... Zin 4 twijfelt je vragen. Als de weg moet... Zin 5 centrum. in het Het is station... Zin 6 vragen. de Ik ga weg... Opdracht 12 Je gaat nu zelf een route opschrijven. Denk eerst goed na voordat je deze opdracht maakt. Schrijf op hoe je van je huis naar je leslocatie gaat. Zorg er voor dat iedereen je route begrijpt. Wees duidelijk in het uitleggen van de route. Bijvoorbeeld: Bij de eerste kruising ga je rechtsaf. Loop door tot aan de rotonde. Bij de rotonde steek je recht over. Daarna ga je bij de verkeerslichten linksaf. Aan het einde van deze weg vind je de leslocatie aan de rechterkant. 5-11
Schrijf nu de route op die je van je huis naar je leslocatie gaat.................................. Opdracht 13 Kun je nu zelf de weg vragen aan iemand, denk je? Dan kun je een opdracht doen voor je portfolio. Bespreek dit met je docent of begeleider. Heb je een opdracht gedaan? Vul dan een bewijsformulier in en stop het in je portfolio. Vertel in de groep hoe het gegaan is. 5-12
Hoe laat vertrekt de trein? Vera is op het station. Ze wil met de trein naar Groningen. Ze vraagt informatie aan de conducteur. Vera Goedemorgen! conducteur Goedemorgen! Vera Mag ik u iets vragen? conducteur Natuurlijk. Vera Hoe laat vertrekt de trein naar Groningen? conducteur Die trein heeft u net gemist. Vera Welke trein moet ik dan nemen? conducteur De trein van half negen heeft vijftien minuten vertraging. Maar de trein van kwart voor acht is op tijd. Die vertrekt van perron 3. Vera Moet ik ook overstappen als ik naar Groningen ga? conducteur Ja, u moet in Utrecht overstappen. Daar vertrekt de trein van spoor 5. Vera Stopt de trein overal? conducteur Nee, dit is een intercity. Vera De intercity is dus sneller dan de stoptrein? conducteur Ja, dat klopt. Vera Oké, dank u wel. conducteur Graag gedaan. Heeft u al een kaartje? U kunt dat aan het loket kopen. Vera Ik haal mijn kaartje wel bij de kaartautomaat. conducteur Oké, goede reis! Dag! Vera Dag! 5-13
Opdracht 14 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de conducteur missen de vertraging het perron overstappen het spoor de intercity de stoptrein het loket de kaartautomaat Lees de tekst Hoe laat vertrekt de trein? nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. Opdracht 15 Bespreek met elkaar. Reis je wel eens met de trein? Hoe vaak? Waarom wel of waarom niet? Koop je wel eens een treinkaartje? Koop je dit kaartje bij het loket of bij de automaat? Waarom? Heb je een kortingskaart voor de trein? Opdracht 16 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-14
Opdracht 17 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 18 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-15
Een treinkaartje kopen Voordat je de trein in gaat, moet je natuurlijk een kaartje kopen. Dat kan bij het loket of bij een automaat. Bij het loket betaal je 0,50 meer voor je kaartje. De meeste automaten zien er zo uit: Hier kun je kiezen wat voor kaartje je wilt. Hier moet je je pinpas in doen. Hier kun je pinnen. Hier komt het kaartje uit. Eerst moet je kiezen wat voor kaartje je wilt. Dat doe je door het scherm aan te raken. Wil je op dezelfde dag nog terug? Raak dan Dagretour aan. Raak anders Enkele reis aan. Heb je een fout gemaakt? Raak dan Stoppen Alles wissen aan. 5-16
Raak dan de letter aan van de plaats waar je heen wilt. Nu kun je een station kiezen. Daarna moet je nog meer kiezen: 1 e klas / 2 e klas: De 2 e klas is goedkoper dan de 1 e klas. vol tarief / korting: Heb je een voordeelurenkaart om goedkoop te reizen? Raak dan korting aan. Anders kies je vol tarief. vandaag geldig / zonder datum: Wil je meteen met de trein? Kies dan vandaag geldig. Maar misschien wil je alvast een kaartje kopen voor morgen. Kies dan zonder datum. 1 kaartje / 2 kaartjes / : Ben je alleen? Dan kies je natuurlijk voor 1 kaartje. Als je niet alleen bent, kun je meteen meer kaartjes kopen. pinpas: Hier kun je kiezen hoe je wilt betalen. Dit kan bijvoorbeeld met je pinpas. 5-17
Opdracht 19 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de enkele reis het dagretour de 1 e klas de 2 e klas de voordeelurenkaart het vol tarief Lees de tekst Een treinkaartje kopen nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. Opdracht 20 Lees de tekst Een kaartje kopen nog een keer. Beantwoord de vragen. Bespreek daarna je antwoorden. 1. Is een kaartje aan het loket duurder dan uit de automaat? Weet je ook waarom? 2. Wat is het verschil tussen een enkele reis en een retour? 3. Wat is het verschil tussen de 1 e en de 2 e klas? 5-18
4. Wat is het verschil tussen vol tarief en korting? 5.Je wilt vandaag naar Utrecht op en neer. Welk kaartje kun je het beste kopen? a. Een dagretour van jouw station naar Utrecht Centraal. b. Een enkele reis heen en een enkele reis terug. c. Een voordeelurenkaart. 6. Je hebt een voordeelurenkaart. Welk kaartje kun je het beste kopen? a. Een enkele reis zonder korting. b. Een dagretour zonder korting. c. Een dagretour met korting. 7. Je bent op het station. Maar je wilt volgende week pas naar Vlaardingen met de trein. Wat kun je het beste doen? a. Koop een kaartje met de datum van vandaag. b. Koop een kaartje uit de automaat zonder datum. c. Koop een kaartje aan het loket. Opdracht 21 Lees de woorden. Maak met de woorden een goede zin. Schrijf de zin op. Zin 1 intercity - spoor Zin 2 stoptrein - vertraging Zin 3 enkele reis vol tarief 5-19
Zin 4 conducteur - station Zin 5 dagretour - kaartautomaat Opdracht 22 (buitenopdracht) Ga naar www.steffie.nl. Klik op het onderstaande plaatje op de website: Hier krijg je uitleg over de NS-kaartautomaat. Oefen nu zelf met de kaartautomaat op de website. Opdracht 23 Kijk naar de afbeelding met de vertrektijden van de bus. Beantwoord de vragen. 5-20
Halte Confuciusplein (Burg v Leeuwenlaan) Van 10 december 2009 t/m 2 juni 2010 en van 23 september t/m 8 december 2010 1. Wat is het nummer van de bus?. 2. Waar gaat de bus heen?. 3. Bij welke halte hangt dit bord?. 4. Hoe laat vertrekt de eerste bus op maandag?. 5. Hoe laat vertrekt de laatste bus op zaterdag?. 6. Je staat op woensdag om 14.00 uur bij deze halte. Hoe laat vertrekt de bus?. 7. Je staat op zaterdag om 10.00 uur bij deze halte. Hoe laat vertrekt de bus?. 8. Je staat op zondag om 8.30 uur bij deze halte. Hoe laat vertrekt de bus?. 5-21
Opdracht 24 Werk samen. Je bent op het station. Cursist A: je bent een reiziger en stelt een vraag. Cursist B: je bent een conducteur en geeft antwoord. Speel eerst gesprek 1. Ga daarna verder met gesprek 2. Wissel steeds van rol. Cursist A 1. Goedemorgen. Mag ik u iets vragen? 2. Hallo. Kan ik u iets vragen? Cursist B 1. Goedemorgen. Zegt u het maar. 2. Natuurlijk. Cursist A 1. Van welk perron vertrekt de trein naar Amsterdam? 2. Hoe laat vertrekt de trein naar Eindhoven? Cursist B 1. Ik zal even kijken Van perron 5. 2. Over 5 minuten, van perron 12. Cursist A 1. Dank u wel voor de informatie. 2. Fijn, dank u! Cursist B 1. Graag gedaan, goede reis. 2. Niets te danken. Dag. 5-22
De ov-chipkaart Voor de trein heb je een treinkaartje nodig. Voor de bus, tram en metro heb je een strippenkaart of een ov-chipkaart nodig. het treinkaartje Straks heb je geen strippenkaart of treinkaartje meer nodig. Er komt dan één kaart voor al het openbaar vervoer: de ovchipkaart: In sommige steden wordt de ov-chipkaart al gebruikt. Deze kaart kun je opladen. Je zet dan een bedrag (saldo) op je kaart. Met dit saldo kun je overal reizen. de ov-chipkaart de strippenkaart 5-23
Opdracht 25 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de strippenkaart de ov-chipkaart opladen het saldo Lees de tekst De ov-chipkaart nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. Opdracht 26 Bespreek met elkaar. Weet jij wat er verandert met de ov-chipkaart? Heb jij de ov-chipkaart al weleens gebruikt? Vond je het moeilijk om de kaart te gebruiken? Wat vind / lijkt je beter: de strippenkaart of de ov-chipkaart? Waarom? Als je meer wilt weten kijk je op: www.ov-chipkaart.nl Opdracht 27 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-24
Opdracht 28 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 29 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-25
Opdracht 30 Lees de situatie. Schrijf een mailbericht voor je vriend/vriendin. Situatie Je wilt volgende week zaterdag een dagje weg met de trein. Je mailt een vriend/vriendin om te vragen of hij/zij met je mee wil. Schrijf op hoe laat je wilt vertrekken. Schrijf op hoe laat jullie afspreken op het station. En schrijf ook op hoe laat je terug denkt te zijn. Gebruik verder je eigen gegevens. Aan: Onderwerp: vriend/vriendin@gmail.com dagje met de trein 5-26
Opdracht 31 Maak goede zinnen. Trek een lijntje. De buschauffeur staat op rood. Een conducteur kun je kopen met 15 of met 45 strippen. De reiziger stempelt mijn strippenkaart. Op mijn ov-chipkaart stopt op alle stations. Het saldo kun je een treinkaartje kopen. De stoptrein kun je zien hoe je moet lopen. Bij de kaartautomaat geeft 40% korting op de trein. Mijn voordelenurenkaart controleert de kaartjes in de trein. Op de plattegrond weet niet waar hij naartoe moet. Het stoplicht staat mijn pasfoto en mijn naam. Een strippenkaart van mijn kaart is bijna op. 5-27
Opdracht 32 Kijk naar het treinkaartje. Lees de vragen. Denk eerst na over je antwoord. Bespreek met elkaar. 1. Wat is de datum van het treinkaartje? 2. In welke klas kun je reizen met dit treinkaartje? 3. Wat is het eindstation van dit kaartje? 4. Kun je met dit kaartje heen en weer reizen tussen de 2 stations? Waarom wel of waarom niet? 5. Wat is de prijs van dit kaartje? 5-28
www.9292ov.nl Filiz gaat op bezoek bij haar vriendin in Breda. Ze gaat met het openbaar vervoer, maar ze weet niet precies hoe ze moet reizen. Voordat ze vertrekt, kijkt ze op de website www.9292ov.nl. Op deze website staat informatie over reizen met het openbaar vervoer. Eerst typt Filiz in waar haar reis begint, waar ze naartoe gaat en de datum en tijd van haar reis. Hier vul je in waar je reis begint. Dit kan een adres of een treinstation zijn. Filiz vertrekt vanaf het treinstation in Almere. Hier vul je in waar je naartoe gaat. Dit kan een adres of een treinstation zijn. Filiz gaat naar Gastakker 282 in Breda. Hier vul je in op welke dag en hoe laat je vertrekt of wilt aankomen. Filiz vertrekt op zondag 9 augustus, om 10.00 uur. Als je klaar bent met het invullen van je gegevens, klik je op geef reisadvies. 5-29
Filiz krijgt het volgende reisadvies: 1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 Om 10.49 uur vertrekt de trein van treinstation Almere naar treinstation Utrecht Centraal. De trein vertrekt van spoor 1. Om 11.32 uur kom je aan op station Utrecht Centraal. Om 11.38 uur vertrekt de trein van treinstation Utrecht Centraal naar treinstation s Hertogenbosch. De trein vertrekt van spoor 15. Om 12.06 uur kom je aan op station s Hertogenbosch. Om 12.19 uur vertrekt de trein van treinstation s Hertogenbosch naar treinstation Breda. De trein vertrekt van spoor 6. Om 12.50 kom je aan op station Breda. Om 13.04 vertrekt bus 7 van station Breda naar de Tilburgseweg in Breda. Om 13.12 kom je aan op de Tilburgseweg. Vanaf de Tilburgseweg is het nog 6 minuten lopen naar de Gastakker. Filiz zal 2 uur en 29 minuten moeten reizen en drie keer moeten overstappen voordat ze bij haar vriendin in Breda is. 5-30
Ook de kosten van de reis staan bij het reisadvies: Filiz wil dezelfde dag nog terug, dus ze moet een retour kopen. Ze heeft geen kortingskaart, dus ze betaalt vol tarief. Voor de trein betaalt Filiz dan 35,50 en voor de bus betaalt ze 2 strippen met haar strippenkaart. Filiz print het reisadvies uit en neemt het mee. Opdracht 33 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de ov-planner via de veerboot het reisadvies wijzigen de reductie Lees de tekst www.9292ov.nl nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. 5-31
Opdracht 34 Lees de tekst www.9292ov.nl nog een keer. Beantwoord de vragen. Bespreek daarna je antwoorden. 1. Van welk treinstation vertrekt Filiz? 2. Op welke dag en datum reist Filiz? 3. Hoe laat vertrekt de trein naar Utrecht? 4. Hoe laat komt Filiz aan op de Gastakker in Breda? 5-32
Opdracht 35 Bekijk het formulier en vul het in. Dit is een formulier waarmee je een abonnement aanvraagt bij de NS. Vul het formulier in met je eigen gegevens. Vul bij de datum de datum van vandaag in. Vergeet niet je handtekening te zetten. Aanvraag Jaartrajectabonnement Ik wil graag onbeperkt reizen over een vast traject en kies voor een Jaartrajectabonnement Traject Roepnaam : van.naar.... :.. Geboortedatum : M/V Adres Postcode E-mail Legitimatie: :.. : Telefoonnummer:.. :.. Ο paspoort Ο identiteitskaart Ο rijbewijs Vergeet u niet om een pasfoto en een kopie van uw legitimatie toe te voegen? Datum: Handtekening:.. Bespreek je antwoorden in de groep en met de docent. 5-33
Opdracht 36 Bekijk het formulier hieronder en vul het in. Dit is een formulier waarmee je een maandabonnement voor de bus aanvraagt. Vul het formulier in met je eigen gegevens.vul bij de datum de datum van vandaag in. Bij Sterwaarde vul je 2 in. Het zonenummer van de centrumzone is 5122. Vergeet niet je handtekening te zetten. Bespreek je antwoorden in de groep en met de docent. 5-34
Opdracht 37 Bedenk zoveel mogelijk woorden die horen bij het woord openbaar vervoer. Kijk naar het voorbeeld korting. Schrijf de woorden bij de streepjes. Als je wilt, kun je er zelf meer streepjes bijtekenen. korting openbaar vervoer Bespreek je antwoorden in de groep en met de docent. Opdracht 38 (buitenopdracht) Ga naar www.9292ov.nl. Beantwoord de vragen. 1. Vul bij VAN je eigen adresgegevens in. 2. Bij NAAR klik je met de muis op treinstation. 3. Vul bij station nu Amsterdam Centraal in. 4. Klik met je muis op Geef reisadvies. 5. Beantwoord nu de volgende vragen: 1. Wat is de aankomsttijd? 5-35
2. Hoe vaak moet je overstappen? 3. Waar reis je mee? Met de trein, met de bus, met? 4. Hoe duur is de reis? Bespreek de antwoorden met de docent en de groep. Bespreek met je docent hoe de oefening gegaan is. Wat kun je al goed? Wat vind je nog moeilijk? Kun je nu zelf een reis plannen via internet? Of moet je nog een paar keer oefenen? 5-36
Welkom bij 0900-9292 Filiz wil met de trein naar Zwolle. Ze wil weten hoe laat ze de trein moet nemen. Daarom belt ze met telefoonnummer 0900 9292. Bij dit telefoonnummer kan ze informatie vragen over haar treinreis. Ze krijgt een computer aan de lijn. computer De kosten voor dit gesprek zijn zeventig cent per minuut. Goedemiddag, welkom bij 9292. Uw adviseur van deur tot deur. Wilt u een reisadvies van de pratende computer? Toets 1. Wilt u een reisadvies van een van onze medewerkers? Toets 2. Filiz toetst een 1 in. Ze krijgt de pratende computer aan de lijn. computer Filiz computer Filiz computer Filiz computer Filiz computer Filiz computer Filiz computer Filiz computer Vanaf welk station wilt u vertrekken? Station Almere centrum. U wilt vertrekken van Station Almere centrum. Klopt dat? Ja. Naar welk station wilt u reizen? Naar station Zwolle. U wilt naar station Zwolle. Klopt dat? Ja. Op welke dag wilt u reizen? Vandaag. Wilt u met een vertrektijd reizen of met een aankomsttijd? Vertrektijd. Hoe laat wilt u vertrekken? Om vier uur. Uw reisadvies is als volgt: Uw trein vertrekt om 16.07 uur uit Almere-centrum. U komt aan om 17.01 uur in Zwolle. Uw reistijd is 54 minuten zonder overstap. 9292 wenst u een prettige reis. 5-37
Opdracht 39 Bespreek met elkaar. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Je vindt de woordenlijst achterin. de adviseur de vertrektijd de aankomsttijd de reistijd Lees de tekst Welkom bij 0900 9292 nog een keer. Welke belangrijke woorden ken je nog niet? Schrijf de woorden op in jouw woordenlijst achterin. Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis ook op. Opdracht 40 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 41 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 42 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-38
Opdracht 43 Werk samen. Cursist A: je wilt morgen met de trein. Je belt met 0900-9292. Cursist B: je bent de medewerker van 0900-9292. Je kunt de zinnen uit de tekst Welkom bij 0900-9292 gebruiken. Voer het gesprek. Wissel daarna van rol. TIP: Ga met de ruggen naar elkaar toe zitten. Zo kun je elkaar niet aankijken en lijkt het net een echt telefoongesprek. Als het kan: vraag of een andere cursist naar jullie wil luisteren. Of neem het gesprek op. Bereid het gesprek eerst voor. 1. Vanaf welk station vertrek je? 2. Waar wil je naartoe? 3. Hoe laat wil je vertrekken? 4. Welke woorden en zinnen heb je nodig? Opdracht 44 Bespreek het rollenspel. 1. Was het een goed gesprek? Wat vond je nog moeilijk? 2. Konden jullie elkaar goed verstaan? 3. Waren jullie beleefd? 4. Heb je goede vragen gesteld? En je antwoorden goed gegeven? Oefen het rollenspel eventueel nog een keer. Maak het gesprek een beetje anders. Bespreek met je docent hoe het rollenspel gegaan is. 5-39
Opdracht 45 (buitenopdracht) Ga naar een treinstation of busstation. Zoek de borden met vertrektijden. Begrijp je de borden? Wat begrijp je niet? Bespreek dit met elkaar. Opdracht 46 Kun je nu zelf met het openbaar vervoer reizen, denk je? Dan kun je een opdracht doen voor je portfolio. Bespreek dit met je docent of begeleider. Heb je een opdracht gedaan? Vul dan een bewijsformulier in en stop het in je portfolio. Vertel in de groep hoe het gegaan is. 5-40
Opdracht 47 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 48 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 49 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: Opdracht 50 Ga naar www.kleurrijker.nl en maak deze opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-41
Assessment Wat gaat u doen? 1. U belt met ov-reisinformatie. 2. U leest een tekst van de busmaatschappij. 3. U vult een formulier in. Situatie taak 1: U wilt vandaag naar s Hertogenbosch. U wilt weten hoe laat u de bus en de trein moet hebben. Taak 1: U belt met 0900 9292. U krijgt een medewerker aan de telefoon. U vraagt om informatie over uw reis naar s Hertogenbosch. Docent of andere cursist Neemt de telefoon aan. U reageert. Cursist A Goedemorgen, u spreekt met ovreisinformatie. Waarmee kan ik u helpen? Cursist B Groet terug, noem uw naam en zeg waarvoor u belt. Cursist A Cursist B Situatie taak 2: U gaat vandaag naar s Hertogenbosch. U staat bij de bushalte. Bij de halte hangt een brief met informatie. 5-42
Taak 2: Lees de brief. Lees de vragen. Zoek de antwoorden op in de tekst. Zet een rondje om het goede antwoord. Heen en Weer busmaatschappij Beste reizigers, WIJZIGING Vanaf 4 januari rijdt bus 23 een andere route. Door werkzaamheden is de Laan van Rooy afgesloten. Hierdoor zal bus 23 een andere route rijden. De bus zal NIET meer via Laan van Rooy rijden, maar zal via de Langstraat naar het station rijden. Voor bus 22 en bus 25 verandert er niets. Bus 23 zal NIET meer stoppen op de volgende haltes: - Halte Berekuil - Halte Laan van Rooy - Halte Lindebloesemstraat Er zijn 2 nieuwe haltes op de nieuwe route gekomen: - Halte Schepenstraat - Halte Langstraat Wij wensen u een fijne reis. Om de volledige dienstregeling te bekijken kunt u deze downloaden van de website: www.heenenweerbus23.nl. Voor vragen kunt u bellen met nummer 024-874628776 Met vriendelijke groet, de directie Heen en Weer Busmaatschappij 1. Welke bus zal een andere route gaan rijden? a. bus 22 b. bus 23 c. bus 25 5-43
2. Welke halte kunt u NIET meer gebruiken? a. Halte Lindebloesemstraat b. Halte Schepenstraat c. Halte Langstraat 3. Wie heeft de brief geschreven? a. de reizigers b. de Berekuil c. de directie Situatie taak 3: U heeft een uur vertraging met uw trein. U kunt een formulier invullen om geld terug te krijgen van uw treinkaartje. Dit formulier heet Geld terug bij vertraging. Taak 3: Bekijk het formulier en vul het in. Vul de datum van vandaag in. Uw vertrekstation is in uw woonplaats. Gebruik uw eigen gegevens. Geld terug bij vertraging. Naam: Adres: Postcode: Woonplaats: Vertrekstation: Aantal minuten vertraging: Handtekening: 5-44
De film Maatschappelijke participatie, module 5: Verkeer en vervoer. Bekijk de film nog een keer. Bespreek: Begrijp je nu alles? Wat begrijp je nog niet? Vertel in je eigen woorden waar de film over gaat. Wat is anders in jouw land? Ben je het eens met de persoon? Wat is jouw mening? Waarom? Examentrainer Ben je klaar voor een oefenexamen? Doe de examentrainer. Ga naar www.kleurrijker.nl en kies de examentrainer. Kies Maatschappelijke participatie, module 5: Verkeer en vervoer. Maak de opdracht op de computer. Klaar met deze opdracht? Vink af: 5-45
Woordenlijst Schrijf de betekenis op in jouw eigen taal of beschrijf het woord in het Nederlands. woord betekenis de 1 e klas de 2 e klas de aankomsttijd de adviseur de brug de conducteur de dagretour de enkele reis de informatie de intercity de kaartautomaat de linkerkant het loket missen het museum opladen de ov-chipkaart de overkant overstappen oversteken de ov-planner 5-46
het perron de rechterkant de reductie het reisadvies de reistijd het saldo het spoor de stoptrein de strippenkaart twijfelen de veerboot de vertrektijd via het vol tarief de voordeelurenkaart de weg vragen wijzigen Schrijf jouw nieuwe woorden op deze lijst. Schrijf ook de betekenis op. Vul minimaal drie woorden in. woord betekenis 5-47
Kies 5 woorden uit de woordenlijst. Spreek ze uit. Kies opnieuw 5 woorden uit de woordenlijst. Maak een zin waarin het woord voorkomt en spreek deze uit. Kies 5 moeilijke woorden uit de woordenlijst. Vraag aan een medecursist wat de woorden betekenen. 5-48
Wat kun je nu? Verkeer en vervoer Doelen Dat kan ik goed De weg vinden in eigen stad of dorp. Gebruikmaken van openbaar vervoer. 1. Ik kan de weg vragen naar een gebouw in de stad. 2. Ik kan informatie vinden op een plattegrond. 3. Ik kan de gevonden informatie noteren. 4. Ik kan de gevonden informatie aan een ander overdragen. 1. Ik kan informatie over een reis opzoeken op www.9292ov.nl. 2. Ik kan telefonisch informatie vragen over een reis bij 0900-9292. 3. Ik kan een kaartje kopen aan de NS-kaartautomaat of aan een automaat van een lokaal vervoersbedrijf. 4. Ik kan advies vragen over een bus- of treinreis met overstap. 5. Ik kan een (maand)abonnement openbaar vervoer aanvragen. Dat moet ik nog oefenen Dat heb ik gedaan voor mijn portfolio 5-49