Inkomstenbelasting inleiding 1 programma Natuurlijke personen Wonen Boxenstelsel Partnerregeling Belastingplicht Artikel 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen. Artikel 2.1 1. Belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting zijn de natuurlijke personen die: a. in Nederland wonen (binnenlandse belastingplichtigen) of b. niet in Nederland wonen maar wel Nederlands inkomen genieten (buitenlandse belastingplichtigen). Toerekeningsregels Binnenlandse en buitenlandse belastingplicht Belastingplicht Belastingplicht (art 2.1) Ontstaat door Eindigt door Waarover Wel of niet IB-belastingplichtig? Binnenlands natuurlijke personen Geboorte in NL Zich definitief in NL vestigen Overlijden NL definitief verlaten Wereldinkomen heffing volgens het woonplaatsbeginsel Jon Dahl Tomasson Buitenlands natuurlijke personen NL-inkomen gaan genieten maar niet in NL wonen) NL metterwoon verlaten en NLinkomen blijven genieten Overlijden Zich metterwoon in NL vestigen Geen NL-inkomen meer genieten Nederlands inkomen heffing volgens het oorsprongbeginsel Prinses Amalia Mark Rutte Paus Benedictus XVI 4 1
Wonen Het gaat om de feiten en omstandigheden art. 4 AWR Belangrijke aanwijzingen zijn: Waar ingeschreven in het bevolkingsregister? Beschikt bel.pl aldaar over eigen woonruimte? Heeft bel.pl elders een eigen woning? Waar verblijft bel.pl. in het weekend? Waar verblijft gezin? Waar ontvangt bel.pl de post? Waar ingeschreven bij huisarts, apotheek, etc.? Waar is bel.pl. lid van een sportvereniging, toneel, etc.? Enz. Woonplaats Het gaat om mix van alle feiten en omstandigheden. 27 februari 2007 Guus Hiddink is dinsdag veroordeeld voor het ontduiken van belasting in 2002 en 2003. De rechtbank in Den Bosch bepaalde dat de 60-jarige voetbaltrainer 45 duizend euro boete moet betalen. Daarnaast kreeg hij een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Hiddink, nu bondscoach van Rusland, stond na zijn terugkeer van Zuid-Korea naar Nederland ingeschreven in België, terwijl hij daar volgens het OM niet heeft gewoond. Hij betaalde minder belasting dan hij in Nederland zou hebben gedaan. De Nederlandse belastingdienst zou daardoor recht hebben op 1,4 miljoen euro. Volgens de rechtbank ligt het bedrag beduidend lager, maar is niet vast te stellen hoeveel geld de fiscus is misgelopen. woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Henk de Velde tijdens solo zeilreis om de wereld Bemanningsfictie (art. 4-2 AWR) Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke binnen het Rijk hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van het Rijk beschouwd. Jaarfictie (art 2.2-1 zwerversartikel ) Een persoon die ophoudt in Nederland te wonen en binnen een jaar daarna weer in Nederland gaat wonen zonder intussen in een andere mogendheid te hebben gewoond, wordt ook tijdens zijn afwezigheid geacht in Nederland woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Aantal Nederbelgen blijft groeien Nederlandse ambassade in Finland Keuzerecht (art. 2-5 IB) De binnenlandse belastingplichtige die niet gedurende het gehele kalenderjaar in Nederland woont, en de buitenlandse belastingplichtige (..) kunnen kiezen voor toepassing van de regels van deze wet voor binnenlandse belastingplichtigen. Voor de toepassing Voor wie is de regel van belang? Diplomatenfictie (art. 2.2-2 IB) Nederlander die wordt uitgezonden: als diplomaat/consulaire vertegenwoordiger; in kader van NAVO e.d. 2
Heffingsgrondslagen boxenstelsel Artikel 2.3 De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten: a. belastbaar inkomen uit werk en woning; b. het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; c. belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Belastbaar inkomen uit Tarief Box 1 Werk & Woning Progressief van ±33% tot 52% Box 2 Aanmerkelijk Belang Proportioneel 25% Box 3 Sparen & Beleggen Proportioneel 30% Kenmerken boxenstelsel Gesloten boxen met drie afzonderlijk belastbare inkomens en elk een eigen tarief. Elk inkomensbestanddeel wordt in één box belast (geen dubbele heffing!). Geen verliescompensatie tussen de boxen; bij box 1 en 2 wel verliescompensatie met inkomen uit dezelfde box belast in vorige of komende jaren. Let op: verschil in carry back box 1: 3 jaar box 2: 1 jaar. Opbouw inkomstenbelasting (zie artt. 3.1 en 3.2) Belastbaar inkomen box 1 Belasting en premies box 1 Belastbaar inkomen box 2 Belastbaar inkomen box 3 Belastbare winst uit onderneming, Belastbaar loon, etc. Belasting en premies box 2 + Belasting en premies box 3 Totale heffing box 1, 2 en 3 -/- Heffingskorting (art. 2.7-1) 1 ) Totaal verschuldigde heffing -/- Loon-, dividend- en kansspelbelasting (art. 9.2) -/- Voorlopige aanslagen / teruggaven (art. 9.3) Verschuldigde heffing Opbouw inkomstenbelasting - cijfervoorbeeld Inkomsten inkomen belasting Belastbaar inkomsten box 1 40.000 15.114 Belastbaar inkomsten box 3 4.000 1.200 + Totaal 16.314 Heffingskorting: algemene heffingskorting 1.987 arbeidskorting 1.574 + 3.561 -/- Verschuldigde belasting 12.753 Voorheffingen: loonheffing 14.000 dividendbel. 500 + 14.500 Voorlopige teruggaaf IB 1.800 -/- 12.700 -/- Nog te betalen 53 1 ) Geldt alleen bij binnenlandse belastingplicht. 3
Opbouw Wet IB Deze opbouw van de aangifte vind je ook in de wet terug. De wet kent allereerst hoofdstukken. Elke box wordt in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld. Een hoofdstuk bestaat uit afdelingen. Hoofdstuk 3 kent o.a. afdelingen over inkomsten uit winst, uit loon, uit overige inkomsten, uit eigen woning, etc. Een afdeling bestaat soms uit paragrafen en elke paragraaf uit artikelen. Een artikel kan uit leden bestaan en een lid kan in letters onderverdeeld zijn. Partnerregeling voor alle wetten 1 / 2 Hoofdregel - art 5a AWR Als elkaars partner wordt aangemerkt: echtgenoten; twee ongehuwde meerderjarige personen die een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan volgens de GBA op hetzelfde adres wonen Ingangsdatum woonden al samen: voor dit jaar terugwerkende kracht tot start samenwonen volgens GBA; woonden nog niet samen: getrouwd: vanaf trouwdag contract: zodra aan beide voorwaarden voldaan wordt. Partnerregeling voor alle wetten 2 / 2 Einde partnerschap Het fiscaal partnerschap eindigt: als bij de rechtbank (1) een aanvraag tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend én (2) de partners volgens de GBA niet meer op hetzelfde adres wonen (dubbele eis!). Idem nadat de scheiding of scheiding van tafel en bed is uitgesproken. als een van de contractpartners in een verpleeghuis of verzorgingshuis verblijft en een van hen een verzoek einde partnerschap indient. (gehuwden blijven dus altijd elkaars partner!) Aanvulling voor Wet IB 2001 1 / 2 Wet IB verstaat onder partners mede degenen die: bij GBA op zelfde adres staan ingeschreven én samen een kind kregen, of samen een kind hebben dat als eigen kind is erkend, of volgens hun pensioenregeling elkaars partner zijn, of samen een eigen woning hebben Ingangsdatum voor Wet IB woonden al samen: voor dit jaar terugwerkende kracht tot start samenwonen volgens GBA; woonden nog niet samen: vanaf moment dat aan beide eisen wordt voldaan. 4
Aanvulling voor Wet IB 2001 2 / 2 Bijzondere regel voor bloedverwanten Vader/moeder kan met zoon/dochter alleen fiscaal partner zijn als het kind tenminste 27 jaar oud is. Bijzondere regel voor buitenlander Personen die in het buitenland wonen, kunnen alleen elkaars fiscaal partner zijn als zij voor binnenlandse belastingplicht kiezen (zie dia 8 keuzerecht art. 2.5 Wet IB). Partnerregeling voorbeelden 1 / 2 Jan en Marie woonden nog thuis. Zij trouwen op 1 april 2011 voor de wet en op 4 april 2011 voor de kerk. Op 4 april 2011 betrekken zij hun huurwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. Voor gehuwden eist de wet niet dat zij op hetzelfde adres staan ingeschreven. Zij zijn vanaf 1 april 2011 elkaars fiscaal partner. Piet en Els wonen nog thuis. Zij hebben trouwplannen en kopen op 1 maart 2011 een woning (50/50). Zij trouwen op 1 april 2011 voor de wet en op 4 april 2011 voor de kerk. Op 4 april 2011 betrekken zij hun koopwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. De woning was nog geen eigen woning in de zin van de Wet IB. Zij zijn vanaf 1 april 2011 elkaars fiscaal partner (geen eis samenwonen). Partnerregeling voorbeelden 2 / 2 Coen en Karima wonen sinds 1 februari 2011 samen (GBA). Op 18 sept 2011 trouwen zij. Coen en Karima woonden al samen. Daarom wel terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 feb 2011 elkaars fiscaal partner. Belang partnerregeling Belang partnerregel art. 2.17 Regels over toerekening van de inkomsten bij fiscale partners. Zij mogen van bepaalde inkomensbestanddelen (zie art. 2.17 leden 2 en 5) zelf bepalen welk deel ervan aan elk van hen wordt belast. Ali en Shiva wonen sinds 1 augustus 2009 samen (GBA). Er is geen samenlevingscontract. Op 16 okt 2011 kopen zij een woning (60/40), die zij op 1 dec 2011 betrekken. overzicht Er is geen notarieel contract. Daarom waren zij nog geen fiscaal partners. De koop van de woning maakt hen tot fiscaal partners. Zij woonden al wel samen, dus terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 jan 2011 elkaars fiscaal partner. 5
Overige toerekeningsregels 1 van 2 art. 2.14 IB Bepaald inkomen (winst, loon, etc.) kan slechts in één box worden belast ( lagere box gaat voor hogere box). Dwingende volgorde ( afpellend karakter ook binnen een box); Overige toerekeningsregels 2 van 2 art. 2.17 lid 5 IB Belastbare inkomsten uit eigen woning (art. 3.110 e.v.); Inkomen uit aanmerkelijk belang (dga art. 4.1 e.v.); De persoonsgebonden aftrek (pga art. 6.1 e.v.). artt. 2.15 en 2.16 IB Sommige inkomensbestanddelen van de kinderen worden toegerekend aan de ouders (+verhaalsrecht voor de ouders) kind wordt zelf belast voor arbeid ; Wijze van heffing De IB is een aanslagbelasting. Kenmerkend voor een aanslagbelasting is: bel.pl. moet aangifte doen (verstrekt informatie) inspecteur beoordeelt de aangifte; inspecteur stelt inkomen vast en legt aanslag op. Bij het bepalen van de te betalen belasting wordt rekening gehouden met: ingehouden loonbelasting en dividendbelasting; eerder opgelegde voorlopige aanslagen Eén aanslag voor IB plus premies volksverzekeringen. Zorgverzekeringswet 1 van 3 Wie in Nederland woont, moet een ziektekostenverzekering afsluiten. De premie bestaat uit twee delen: inkomensafhankelijke premie heffing via Belastingdienst; nominale premie betaal jezelf aan verzekeringsmij. Werkgevers moeten de inkomensafhankelijke Zvw-premie aan hun werknemers vergoeden. Zij zijn verder verplicht deze premie bij de loonbetaling in te houden en samen met de LB/PH en premies SV aan de Belasting dienst af te dragen. Wie niet voor een baas werkt, moet de inkomensafhankelijke premie zelf betalen. De heffing loopt via de aanslag IB. 6
Zorgverzekeringswet 2 van 3 Zorgverzekeringswet 3 van 3 Inkomen fiscaal inkomen ingehouden Zvw-premie Belastbare winst Belastbaar loon 23.189,00 1.527,16 21.661,84 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000,00 0,00 15.000,00 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500,00 Inkomen box 1 voor PGA 30.689,00 36.661,84 Basis premie-inkomen Zvw 36.661,84 Maximum premie-inkomen Zvw 33.189,00 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 33.189,00 Af: bij werkgever verdient 21.661,84 Blijft 11.527,16 Tarief 4,95% Op aanslag te betalen premie Zvw 570,00 Inkomen fiscaal inkomen ingehouden Zvw-premie Premieinkomen Premieinkomen Belastbare winst Belastbaar loon 40.000,00 2.634,28 37.365,72 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000,00 0,00 15.000,00 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500,00 Inkomen box 1 voor PGA 47.500,00 52.365,72 Basis premie-inkomen Zvw 52.365,72 Maximum premie-inkomen Zvw 33.189,00 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 33.189,00 Af: bij werkgever verdient 37.365,72 Blijft 0,00 Tarief 4,95% Op aanslag te betalen premie Zvw 0,00 Einde 7