1. Inkomstenbelasting
|
|
|
- Fien Hermans
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1. Inkomstenbelasting ALGEMEEN 1.1 Algemene bepalingen 1 ¾ Indien in Wet IB 2001 wordt verwezen naar ¾ Nederlandse voorschriften ¾ verklaringen van Nederlandse instellingen worden met voorschriften/verklaringen gelijkgesteld (wederzijdse erkenning) ¾ soortgelijke voorschriften van EU-lidstaten ¾ soortgelijke verklaringen van instellingen van EU-lidstaten mits soortgelijkheid ¾ blijkt uit regelgeving vanwege EU-Verdrag, of ¾ bij ministeriële regeling expliciet is bepaald. ¾ Genotsrecht is elke gerechtigheid tot voordelen uit goederen. 1. Art. 1.8, 5.22 Wet IB Gereserveerd 1.3 Partnerregeling/kinderen 1 ¾ Onder partner in IB wordt verstaan (partnerregeling) ¾ echtgenoot ¾ ongehuwde meerderjarige persoon met wie ongehuwde meerderjarige bel.pl. notarieel samenlevingscontract is aangegaan, en op hetzelfde woonadres in basisregistratie personen staat ingeschreven ¾ degene met wie bel.pl. op hetzelfde woonadres in basisregistratie personen staat ingeschreven en uit wiens relatie met bel.pl. kind is geboren die kind van bel.pl. heeft erkend dan wel van wie kind door bel.pl. is erkend die in pensioenregeling als partner van bel.pl. is aangemeld die samen met bel.pl. eigen woning in eigendom heeft die evenals bel.pl. meerderjarig is en waarbij op dat woonadres ook minderjarig kind van ten minste 1 van beiden staat ingeschreven (geldt niet als bel.pl. deel van woning aan die ander verhuurt, aan te tonen via schriftelijke huurovereenkomst) die in aan kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar reeds partner van bel.pl. was met dien verstande dat Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op 25
2 1.3 Inkomstenbelasting ¾ degene die gedurende deel van kalenderjaar als partner wordt aangemerkt, automatisch ook voor andere perioden in kalenderjaar als partner wordt aangemerkt, voor zover betrokkene in die andere perioden op hetzelfde woonadres als bel.pl. staat ingeschreven ¾ partnerschap eindigt zodra verzoek tot echtscheiding/scheiding van tafel en bed is ingediend, en niet langer sprake is van inschrijving op hetzelfde woonadres ¾ persoon op elk moment maar 1 partner kan hebben bij meerdere echtgenoten wordt alleen echtgenoot uit oudste verbintenis als partner aangemerkt bij meerdere samenlevingscontracten wordt alleen oudste samenlevingscontract in aanmerking genomen (samenlevingscontract met meer dan 1 persoon wordt niet in aanmerking genomen) bij meerdere partners op grond van bovengenoemde criteria geldt als partner persoon die in volgorde van criteria als eerste kwalificeert ¾ ongehuwden als partners blijven aangemerkt (partnerschap kan desgewenst via schriftelijke kennisgeving worden beëindigd) indien inschrijving op hetzelfde woonadres niet langer mogelijk is door opname in verpleeghuis/verzorgingshuis wegens medische redenen of ouderdom zolang voor geen van beiden derde persoon als partner wordt aangemerkt. ¾ Niet als partner wordt aangemerkt ¾ bloedverwant 1e graad van bel.pl. tenzij beiden bij aanvang kalenderjaar 27 jaar of ouder zijn ¾ persoon die niet in Nederland woont, en geen kwalificerende buitenlandse bel.pl. is. ¾ Als ongehuwd wordt aangemerkt persoon die van tafel en bed is gescheiden. ¾ Bloedverwanten van partner worden in alle gevallen als aanverwanten van bel.pl. beschouwd. ¾ Pleegkind wordt in alle gevallen als kind beschouwd (ook wat betreft bloed- en aanverwantschap). ¾ Kind wordt in belangrijke mate op kosten van ouder onderhouden indien ¾ op ouder drukkende bijdrage in kosten van onderhoud kind ten minste 416 per kwartaal beloopt, of ¾ ouder voor kind recht heeft op AKW, of soortgelijke buitenlandse regeling. 1. Art. 1.2, 1.4, 1.5 Wet IB 2001; art. 5a AWR; art. 2 Uitv.reg IB y Fiscaal Memo, Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op
3 Inkomstenbelasting Belastingplichtigen 1 ¾ Inkomstenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen. ¾ Belastingplicht bestaat voor ¾ binnenlandse bel.pl.: persoon die woont in Nederland ¾ buitenlandse bel.pl.: persoon die niet in Nederland woont maar wel Nederlands inkomen (zie 1.106) geniet. 1. Art. 1.1, 2.1 Wet IB RAAMWERK 1.5 Wonen in Nederland 1 ¾ Waar iemand woont wordt naar omstandigheden beoordeeld. ¾ Persoon die ¾ ophoudt in Nederland te wonen, en ¾ binnen 1 jaar daarna weer in Nederland gaat wonen zonder intussen in een andere mogendheid of op de BES eilanden te hebben gewoond wordt geacht tijdens zijn afwezigheid in Nederland te hebben gewoond, tenzij betrokkene aannemelijk maakt dat hij ¾ als inwoner van EU-lidstaat andere mogendheid waarmee Nederland belastingverdrag gesloten heeft onderworpen is aan belastingheffing over heffingsgrondslagen van box 1, 2en3,of ¾ als inwoner van BES eilanden onderworpen is aan Wet inkomstenbelasting BES. ¾ Nederlander die dienstbetrekking heeft met Staat der Nederlanden wordt steeds geacht in Nederland te wonen, indien ¾ uitgezonden als lid van diplomatieke, permanente of consulaire vertegenwoordiging van Nederland ¾ uitgezonden om in andere mogendheid in verdragsverband werkzaamheden te verrichten (ontwikkelingswerkers, militairen) in welk geval navolgende personen ook geacht worden in Nederland te wonen ¾ partner van betrokkene ¾ kinderen tot 27 jaar die in belangrijke mate door betrokkene worden onderhouden (zie 1.3). 1. Art. 2.2, 1.5 Wet IB 2001; art. 3 Uitv.reg. IB Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op 27
4 1.6 Inkomstenbelasting 1.6 Heffing inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen Heffingsgrondslagen 1 Heffingsgrondslagen en verschuldigde inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen bestanddelen belastbaar inkomen uit werk en woning (wereldinkomen) a belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland b belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) c inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen progressief tarief af: te verrekenen belastingkorting verlies uit aanmerkelijk belang d + belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (wereldinkomen) a belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in in Nederland gevestigde vennootschap b belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) inkomstenbelasting tarief box 2 belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (wereldinkomen) a belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland b belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) inkomstenbelasting tarief box 3 gecombineerde inkomensheffing af: gecombineerde heffingskorting e,f verschuldigde inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen a. Genoten tijdens binnenlandse bel.pl. b. Genoten tijdens buitenlandse bel.pl. c. Is premie-inkomen voor premieheffing volksverzekeringen (maximaal 2e schijf tarieftabel box 1); voor buitenlandse premieplichtige moet premieheffing volksverzekeringen berekend worden over belastbaar wereldinkomen uit werk en woning. d. Belastingkorting a.b.-verlies wordt pas afgetrokken van inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op gewone aanslag ná toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting; aftrek geschiedt uiterlijk in 9e jaar na jaar waarin verlies is geleden bij voor bezwaar vatbare beschikking die gelijktijdig met vaststellen aanslag wordt gegeven; belastingkorting a.b.-verlies kan niet tot teruggaaf leiden. e. Gecombineerde heffingskorting ¾ geldt alleen voor bel.pl. die gedurende gehele of deel van kalenderjaar binnenlandse bel.pl. of kwalificerende buitenlandse bel.pl. is (uitzondering geldt voor inkomstenbelastingdeel van arbeidskorting, die ook op buitenlandse bel.pl. van toepassing is) ¾ bestaat uit som van heffingskorting voor inkomstenbelasting en heffingskorting voor volksverzekeringen (zie 1.112). f. Gecombineerde heffingskorting wordt pas afgetrokken van gecombineerde inkomensheffing, ná toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. y Fiscaal Memo, Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op
5 Inkomstenbelasting 1.6 Tarief belastbaar inkomen uit werk en woning 2 Bel.pl. geboren op of na met belasting- en volledige premieplicht 2015 belastbaar inkomen uit werk en woning % van heffing belasting premie totaal belasting a tot AOW-leeftijd 1e schijf ,35% + 28,15% 36,5% e schijf ,85% + 28,15% 42,0% e schijf ,00% + 42,0% e schijf meerdere boven ,00% + 52,0% vanaf AOW leeftijd 1e schijf ,35% + 10,25% 18,6% e schijf ,85% + 10,25% 24,1% e schijf ,00% + 42,0% e schijf meerdere boven ,00% + 52,0% a. Belasting wordt verhoogd met 1% van deel van aftrekbare kosten eigen woning (zie ) dat tegen tarief van 4e schijf in aftrek is gebracht op belastbaar inkomen uit werk en woning (verhoging bedraagt maximaal 1% van aftrekbare kosten eigen woning). Bel.pl. geboren voor met belasting- en volledige premieplicht 2015 belastbaar inkomen uit werk en woning % van heffing belasting premie totaal belasting a 69 jaar en ouder 1e schijf ,35% + 10,25% 18,6% e schijf ,85% + 10,25% 24,1% e schijf ,00% + 42,0% e schijf meerdere boven ,00% + 52,0% Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op 29
6 1.6 Inkomstenbelasting a. Belasting wordt verhoogd met 1% van deel van aftrekbare kosten eigen woning (zie ) dat tegen tarief van 4e schijf in aftrek is gebracht op belastbaar inkomen uit werk en woning (verhoging bedraagt maximaal 1% van aftrekbare kosten eigen woning). y Fiscaal Memo, 1.3. Tarief belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) 3 ¾ Belasting op belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) bedraagt 25%. y Fiscaal Memo, 1.3. Tarief belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) 4 ¾ Belasting op belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) bedraagt 30%. y Fiscaal Memo, 1.3. Gewone aanslag/conserverende aanslag 5 ¾ Verschuldigde belasting wordt gesplitst in ¾ verschuldigde belasting op gewone aanslag, d.i. verschuldigde belasting over belastbare inkomens - / - te conserveren inkomen ¾ verschuldigde belasting op conserverende aanslag, d.i. verschuldigde belasting - / - verschuldigde belasting op gewone aanslag minimaal bedrag verschuldigde belasting over te conserveren inkomen. ¾ Te conserveren inkomen bestaat uit ¾ navolgende in Wet IB 2001 aangewezen positieve inkomensbestanddelen stakingswinst door overlijden, tenzij op verzoek bij aangifte stakingswinst (gedeeltelijk) niet als te conserveren inkomen wordt beschouwd (zie ) stakingswinst toerekenbaar aan bedrijfsmiddelen en herinvesteringsreserves (zie ) waarde in economisch verkeer van met toepassing van omkeerregeling opgebouwde pensioenaanspraken (zie 1.46 en 1.107) waarde in economisch verkeer van kapitaalverzekering eigen woning bij einde binnenlandse bel.pl. (zie ) bepaalde negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (zie 1.53) vervreemdingsvoordelen uit fictieve vervreemding aanmerkelijk belang door einde binnenlandse belastingplicht wegens emigratie (zie 1.68) vervreemdingsvoordelen uit fictieve vervreemding aanmerkelijk belang genoten door buitenlandse bel.pl. omdat faciliteit doorschuiving 30 Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op
7 Inkomstenbelasting 1.7 niet mogelijk is bij aandelenfusie/juridische fusie/splitsing (zie 1.108) vervreemdingsvoordelen uit fictieve vervreemding aanmerkelijk belang genoten door buitenlandse bel.pl. omdat werkelijke leiding van vennootschap uit Nederland wordt verplaatst (zie 1.108) ¾ op verzoek van gezamenlijke belanghebbenden vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang (zie 1.68) wegens overgang krachtens huwelijksvermogensrecht op of verdeling van huwelijksgemeenschap naar niet in Nederland wonende verkrijger binnen 2 jaar na ontbinding huwelijksgemeenschap, mits verkregen aandelen/winstbewijzen geen deel uitmaken van vermogen van Nederlandse onderneming of behoren tot resultaat uit werkzaamheid in Nederland van verkrijger vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang (zie 1.68) wegens ¾ overgang krachtens erfrecht onder algemene titel of onder bijzondere titel op niet in Nederland wonende natuurlijk persoon ¾ verdeling van nalatenschap naar niet in Nederland wonende natuurlijk persoon binnen 2 jaar na overlijden van erflater ¾ schenking aan niet in Nederland wonende natuurlijk persoon waarbij als te conserveren inkomen wordt aangemerkt gedeelte van vervreemdingsvoordeel dat onder doorschuiffaciliteit zou vallen als betrokkene tijdens overgang/schenking van aanmerkelijk belang in Nederland zou hebben gewoond. ¾ Heffing van belasting en premie volksverzekeringen geschiedt bij 1 gecombineerde aanslag of 1 gecombineerde conserverende aanslag. ¾ Op conserverende aanslag worden onder voorwaarden uitstel van betaling (zie 25.6) en uiteindelijk kwijtschelding (zie 25.7) verleend. 1. Art , 2.7, 2.11a, 4.53 Wet IB 2001; art. 7-9, 12 Wfsv; Hof s-hertogenbosch , nr. 04/ Art a Wet IB 2001; art. 8, 10 Wfsv. 3. Art Wet IB Art Wet IB Art , 9.1, 10bis.4 Wet IB Toerekeningsregels/gemeenschappelijke inkomensbestanddelen 1 ¾ Toerekening tussen en binnen belastbare inkomens geschiedt als volgt ¾ (vrijgesteld) voordeel dat aan meerdere hoofdstukken, afdelingen of paragrafen kan worden toegerekend wordt uitsluitend toegerekend aan hoofdstuk, afdeling of paragraaf welke als eerste in Wet IB 2001 genoemd wordt, behoudens ¾ bepaalde schuldvorderingen (zie 1.15) ¾ bepaalde uitkeringen vanwege staken of nalaten werkzaamheden (zie 1.46) ¾ uitkeringen uit buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met AKW-uitkeringen (zie 1.49) ¾ vermogensbestanddeel dat (vrijgesteld) inkomen belast in box 1 of box 2 genereert, wordt niet (meer) in aanmerking genomen in box 3 Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op 31
8 1.7 Inkomstenbelasting waarbij geldt dat ¾ schulden waarvan rente specifiek is uitgesloten voor aftrek in box 1 (zie 1.17, 1.49, 1.50) en 2 (zie 1.67) of die voor eigen woning zijn aangegaan maar niet behoren tot eigenwoningschuld (zie 1.50), wél in box 3 in aanmerking worden genomen ¾ vermogensbestanddelen die gedurende maximaal 3 achtereenvolgende maanden inkomen in box 1 of 2 genereren, en daaraan voorafgaand en daaropvolgend inkomen in box 3 genereren óók in box 3 in aanmerking worden genomen, tenzij in box-1/2-periode geen peildatum voor box 3 ligt ¾ vermogensbestanddelen die gedurende meer dan 3 maar maximaal 6 achtereenvolgende maanden inkomen in box 1 of 2 genereren, en daaraan voorafgaand en daaropvolgend inkomen in box 3 genereren óók in box 3 in aanmerking worden genomen, tenzij in box-1/2-periode geen peildatum voor box 3 ligt, of bel.pl. zakelijke overwegingen van zijn handelingen aannemelijk maakt ¾ ontvangen vergoeding van werkgever die verbonden persoon of a.b.-vennootschap is voor werkruimte in woning (ook woonboot/woonwagen) van bel. pl. niet als belastbaar loon maar als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking wordt genomen, mits werkruimte aan zelfstandigheids- en inkomenscriterium voldoet (zie 1.48). ¾ Bij degene die ¾ bij leven, of ¾ bij overlijden vermogen heeft afgezonderd in afgezonderd particulier vermogen (APV) worden toegerekend ¾ bezittingen en schulden van APV ¾ opbrengsten en uitgaven van APV waarna na diens overlijden ¾ bezittingen en schulden van APV ¾ opbrengsten en uitgaven van APV worden toegerekend aan diens erfgenamen ¾ per erfgenaam in dezelfde verhouding als hij verkrijger krachtens erfrecht is van overledene, waarbij geldt dat vanaf overlijdensdag van erfgenaam diens erfgenamen en daaropvolgende erfgenamen in de plaats treden van overleden erfgenaam ¾ per erfgenaam in dezelfde verhouding als hij erfgenaam is van overleden erfgenaam waarvoor hij in de plaats treedt toerekening niet geschiedt aan erfgenaam die niet en ook niet diens partner rechtens/feitelijk, direct/indirect begunstigde is APV en dit ook niet kan worden ¾ toerekening geschiedt dan aan overige erfgenamen in dezelfde verhouding als zij verkrijgers krachtens erfrecht zouden zijn geweest bij uitsluiting van bedoelde erfgenaam 32 Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op
9 Inkomstenbelasting 1.7 toerekening niet geldt als blijkt dat erfopvolging krachtens uiterste wilsbeschikking in overwegende mate is gericht op (gedeeltelijk) ontgaan of uitstellen van toerekening aan erfgenaam met dien verstande dat ¾ onder APV wordt verstaan afgezonderd vermogen waarmee meer dan bijkomstig particulier belang wordt beoogd (geen SBBI, zie 12.9), tenzij tegenover afzondering van dit vermogen uitreiking van aandelen, winstbewijzen, lidmaatschapsrechten, bewijzen van deelgerechtigdheid of daarmee vergelijkbare rechten heeft plaatsgevonden, of economische deelgerechtigdheid is ontstaan ¾ onder afzonderen van vermogen wordt verstaan om niet of onder in maatschappelijk verkeer ongebruikelijke voorwaarden rechtens/feitelijk, direct/indirect afzonderen van vermogensbestanddelen in APV rechtens/feitelijk, direct/indirect vervreemden van vermogensbestanddelen aan APV waarmee meer dan bijkomstig particulier belang wordt beoogd van ¾ vervreemder, of ¾ zijn partner of ¾ 1 of meer van zijn bloed- of aanverwanten in rechte lijn of t/m 4e graad zijlijn ¾ onder erfgenaam mede wordt verstaan persoon die is onterfd, en rechtens/feitelijk, direct/indirect begunstigde is van APV of wiens partner of bloed- of aanverwant in rechte lijn in feitelijk, (in)direct begunstigde is APV ¾ toerekening van APV geschiedt aan persoon die rechtens/feitelijk, direct/indirect begunstigde is van APV, indien niet te bepalen is wie degene is die vermogen heeft afgezonderd (ook niet diens partner en erfgenamen), waarbij bij meerdere begunstigden toerekening plaatsvindt naar rato van begunstiging ¾ buiten aanmerking blijven bezittingen en schulden van APV opbrengsten en uitgaven van APV waarvoor APV wordt betrokken in naar Nederlandse maatstaven reële winstbelastingheffing (APV wordt daarbij geacht onderneming te drijven met gehele vermogen) ¾ toerekening niet geldt voor APV dat is afgezonderd door vóór overleden persoon, mits op waarde van bezittingen - / - schulden, per erfgenaam maximaal 5000 bedraagt, en tot APV geen a.b.-aandelen/-winstbewijzen behoren ¾ op verzoek, toerekening van voor bestaand APV geschiedt conform uiterlijk op met inspecteur gesloten vaststellingsovereenkomst ¾ voor berekening van inkomen uit werk en woning, worden tot bezittingen van voor bestaand APV behorend ondernemingsvermogen en resultaatvermogen per te boek gesteld voor Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op 33
10 1.7 Inkomstenbelasting historische kostprijs met inachtneming van gebruikelijke afschrijving en afwaardering ¾ voor berekening van inkomen uit aanmerkelijk belang, wordt verkrijgingsprijs van tot bezittingen van voor bestaand APV behorende a.b.-aandelen/- winstbewijzen per gesteld op verkrijgingsprijs zoals die gold voor degene die aandelen/winstbewijzen heeft afgezonderd. ¾ Van minderjarig kind worden navolgende bestanddelen toegerekend aan ouder die gezag over kind uitoefent ¾ belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden verkregen door terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen aan onderneming/ werkzaamheid/a.b.-vennootschap ¾ belastbare inkomsten uit eigen woning ¾ belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) ¾ rendementsgrondslag belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) ¾ als voorheffing geheven dividendbelasting waarbij geldt dat ¾ toerekening geschiedt aan ouder van wie gezag is beëindigd, indien geen andere ouder gezag uitoefent aan alle ouders gelijkelijk, indien gezag aan meerdere ouders toekomt ¾ bel.pl. verhaalsrecht op kind heeft voor evenredig deel van verschuldigde belasting, mits bel.pl. geen vruchtgenot van toegerekende inkomensbestanddelen heeft, en verschuldigde belasting heeft voldaan ¾ kind aansprakelijk blijft voor belastingdeel dat door bel.pl. verschuldigd is ¾ bel.pl. bij overeenkomst verhaalsrecht anders kan regelen met kind. ¾ Toerekening bestanddelen tussen bel.pl. en partner geschiedt als volgt ¾ inkomensbestanddelen komen in aanmerking bij degene die inkomensbestanddeel geniet, of degene op wie inkomensbestanddeel drukt ¾ bestanddelen van rendementsgrondslag (zie 1.77) komen in aanmerking bij degene die bestanddelen bezit ¾ navolgende bestanddelen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen (zie schema) gezamenlijke grondslag sparen en beleggen als voorheffing geheven dividendbelasting komen in aanmerking bij bel.pl. en partner in jaarlijks bij aangifte zelf te kiezen onderlinge verhouding mits bel.pl. gehele kalenderjaar dezelfde partner heeft waarbij geldt dat onderlinge verhouding ¾ mag worden herzien tot onherroepelijk worden van (conserverende) (navorderings)aanslagen van beide partners - inspecteur mag navorderingsaanslag opleggen - toerekening kan nog worden herzien tot 6 weken na uitspraak van Hoge Raad waarmee aanslag onherroepelijk wordt 34 Kijk voor meer informatie over de Memo-serie van Wolters Kluwer op
INKOMSTENBELASTING. Inkomstenbelasting Art. 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen.
I INKOMSTENBELASTING Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001), Stb. 2000, 215, zoals laatstelijk gewijzigd op 30 december 2014, Stb. 2014, 196
Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001)
(Tekst geldend op: 23-07-2012) Wet van 11 mei 2000 tot vaststelling van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Woord vooraf. Tabellen IB/PH VW.5
Tabellen IB/PH VW.5 Woord vooraf Deze uitgave bevat twee uitgewerkte tabellen met de gecombineerde heffing inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PH) over het belastbaar inkomen uit werk en woning
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen
Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen Dit document bevat vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en de heffingskortingen. ib 801-1z*1fd INKOMSTENBELASTING
2014 -- Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 1
Inkomstenbelasting inleiding 1 programma Natuurlijke personen Wonen Boxenstelsel Partnerregeling Toerekeningsregels Belastingplicht Artikel 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven
Fiscaal Memo Wet- & Regelgeving
Fiscaal Memo Wet- & Regelgeving 2019 Onder redactie van Eikelboom & De Bondt Fiscaal Financieel Adviseurs BV Deventer 2019 VOORWOORD Voor u ligt de 37e editie van Fiscaal Memo Wet- & Regelgeving, jaargang
Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2013
Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2013 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen 3 2 De fiscale partnerregeling
Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2015
Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen 3 2 De fiscale partnerregeling
1. Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)
1. Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) 1.1 Algemeen 1 ¾ Wfsv regelt financiering sociale verzekeringen. ¾ Onder werking van Wfsv vallen ¾ volksverzekeringen AOW/Anw/Wlz ¾ werknemersverzekeringen
Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2014
Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2014 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen 3 2 De fiscale partnerregeling
HRo - Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 1
Inkomstenbelasting inleiding 1 programma Natuurlijke personen Wonen Boxenstelsel Partnerregeling Belastingplicht Artikel 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen
Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen Artikel XII Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten
Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 11 november 2011, nr. BLKB2011/1208M, Staatscourant
Alumni-Mfp. Actualiteiten estate planning. Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014
Alumni-Mfp Actualiteiten estate planning Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014 1 Programma Fiscaal partnerschap Huwelijks vermogensrecht Erven & AWBZ Erven of schenken woning & WOZ Schenken Uniform partnerbegrip
2. Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling
Inkomstenbelasting. Vragen en antwoorden fiscale partnerregeling en heffingskortingen 1 Inkomstenbelasting. Vragen en antwoorden fiscale partnerregeling en heffingskortingen Belastingdienst/Centrum voor
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015
Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015 Nicole MSH Janssen Team GWO Inhoud presentatie Belastingverdrag tot en met 2015 Werken in Nederland Uitkering uit Nederland Fiscaal partnerschap (fp)
Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2016
Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2016 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen 3 2 De fiscale partnerregeling
Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES)
Besluit van tot vaststelling van het besluit ter voorkoming van dubbele belasting voor de BES eilanden (Besluit ter voorkoming dubbele belasting BES) 2010/555; Op de voordracht van de Staatssecretaris
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
7 hoofdstuk Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang Opgave 7.1 Ja. Samen bezitten ze 5% van het geplaatste aandelenkapitaal. Beiden hebben een aanmerkelijk belang. Opgave 7.2 Nee. Na de echtscheiding
Wonen in Duitsland 2016
Wonen in Duitsland 2016 Team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO) Nicole Janssen Inhoud presentatie Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting NL-D: Uitkeringen in belastingverdrag tot en met
Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2018
Belastingdienst Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2018 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen 3 2 De fiscale partnerregeling
A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18.
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging
Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2017
De heer P. Janusz Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2017 Relatiebeheerder: TAX SERVICE Datum: 9 november 2018 De heer P. Janusz Nieuw Vennep, 9 november 2018 Geachte heer Janusz, Ingevolge uw
Inkomstenbelasting. Vragen en antwoorden fiscale partnerregeling en heffingskortingen
FIN Inkomstenbelasting. Vragen en antwoorden fiscale partnerregeling en heffingskortingen 12 december 2007/Nr. CPP2007/2793M Belastingdienst/Centrum voor procesen productontwikkeling, Sector brieven &
Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt
Partnerschap 2013 Stroomlijning partnerbegrip Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt (artikel 1.2 Wet IB 2001) Partnerregeling (artikel 5a Awr ) Wie zijn partners? echtgenoot, geregistreerd
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 19 november
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2008, 574 HOOFDSTUK 1 REIKWIJDTE
INKOMSTENBELASTING. Partnerregeling
INKOMSTENBELASTING IB 1. Algemeen INKOMSTEN- BELASTING IB 1.1 Partnerregeling Aanpassing partnerbegrip Bloed- en aanverwanten worden met ingang van 1 januari 2016 voor het partnerbegrip in de inkomstenbelasting
Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 2
Inkomstenbelasting inleiding 2 programma Verliescompensatie Heffingskorting Splitsing heffingskorting Middeling Aanslag Verliescompensatie 1 van 2 Binnenjaarse verliescompensatie Binnen een box mogen de
INKOMSTENBELASTING. Partnerregeling. Algemeen
INKOMSTENBELASTING IB 1. Algemeen INKOMSTEN- BELASTING IB 1.1 Partnerregeling Algemeen Het begrip partner is vanaf 2011 gedefinieerd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Diverse wetten kunnen
2011 -- HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 1
Inkomstenbelasting NW 1 programma Inkomsten uit werk, anders dan winst Algemene bepalingen Loon Resultaat overige werkzaamheden Periodieke uitkeringen Heffingsgrondslagen boxenstelsel 1 van 2 Artikel 2.3
Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016
Mevrouw F. Nitoo Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016 Datum: 28 januari 2017 Aan de erven van Mevrouw F. Nitoo Utrecht, 28 januari 2017 Geachte mevrouw Nitoo, Ingevolge uw opdracht hebben wij
Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016
De heer/mevrouw T. End Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016 Datum: 28 januari 2017 De heer/mevrouw T. End Utrecht, 28 januari 2017 Geachte heer/mevrouw End, Ingevolge uw opdracht hebben wij
HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2
Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen
Partnerschap 2011. Partnerregeling (artikel 5a Awr ) Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr)
Partnerschap 2011 Stroomlijning partnerbegrip Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt (artikel 1.2 Wet IB 2001) Partnerregeling (artikel 5a Awr ) Wie zijn partners? echtgenoot, geregistreerd
2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2
Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen
Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting
Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling
Overzicht Fiscale Cijfers 2013 en 2014 (per januari 2014)
Overzicht Fiscale Cijfers 2013 en 2014 (per januari 2014) Box 1: Belastbaar inkomen uit werk en woning (2013) Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning : Inkomen uit werk en woning bestaat uit inkomsten
Partnerschap 2014. Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt. (artikel 1.2 Wet IB 2001)
Partnerschap 2014 Stroomlijning partnerbegrip Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt (artikel 1.2 Wet IB 2001) 1 Partnerregeling (artikel 5a Awr ) Wie zijn partners? echtgenoot, geregistreerd
1. Inleiding. 2. Uitgangspunt
1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop
Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M
Inkomstenbelasting. Keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen; inhaal - en terugnameregeling bij negatieve inkomsten uit eigen woning en belastingvermindering bij keuzerecht Directoraat-generaal
2014 -- Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 1
Inkomstenbelasting NW 1 programma Inkomsten uit werk, niet-winst Algemene bepalingen Loon Resultaat overige werkzaamheden Periodieke uitkeringen Heffingsgrondslagen boxenstelsel 1 van 2 Artikel 2.3 De
Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016
De heer H. Buiten Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016 Datum: 31 januari 2017 De heer H. Buiten Utrecht, 31 januari 2017 Geachte heer Buiten, Ingevolge uw opdracht hebben wij de in dit rapport
2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 5
Inkomstenbelasting winst 5 programma Staken onderneming Stakingsaftrek Stakingswinst Doorschuiven Staking en de fiscale oudedagsreserve Oefeningen 1 Enkele begrippen 1 van 3 Staken Ondernemer stopt de
17-4-2014. Onderwerpen: Wet op de inkomstenbelasting 2001
Onderwerpen: Korte uitleg heffingssysteem inkomstenbelasting Korte uitleg heffingssysteem vennootschapsbelasting Vrijstellingen en heffingskortingen Aflossen eigenwoningschuld Familielening eigen woning
EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau
EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Eamen Belastingrecht niveau 6 Niveau Vergelijkbaar met hbo Versie 1-0 Geldig
Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2015
Belastingdienst 15 2015 Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2015 IB 331-1B51PL Deze aanvullende toelichting hoort bij de M aangifte 2015. In het Overzicht inkomsten
Regeling. pagina 1 van 8
Regeling voor een doelmatige belastingheffing over inkomsten uit sparen en beleggen, welke verworven zijn door participanten in een fiscaal transparante GmbH & Co. KG. Heerlen, pagina 1 van 8 1.
Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland
Vakblad Grensoverschrijdend Werken nr. 20, februari 2019 www.grensoverschrijdendwerken.nl Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland Auteur: Nicole M.S.H. Janssen, werkzaam
7.7. Samenvatting door een scholier 2041 woorden 26 juni keer beoordeeld
Samenvatting door een scholier 2041 woorden 26 juni 2012 7.7 6 keer beoordeeld Vak Economie Hoofdstuk 1 Brutoloon Het brutoloon is het loon dat de werknemer ontvangt van zijn werkgever. Van dit loon worden
Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars
Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Besluit 31-03-2006 nr CPP06-507 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of
Programma. Inleiding wettenbundel fiscaal. FFP opleiding Fiscaal. Inleiding Wettenbundel IB 2001, IWIB, UBIB, URIB. Box 1.
FFP opleiding Fiscaal Programma Inleiding Wettenbundel IB 00, IWIB, UBIB, URIB Box Resulaat uit overige werkzaamheid Eigen woning regeling Stellingen en MC vragen Box MC vragen Persoonsgebonden aftrek
147.500 145.000 143.000 140.500 139.500 137.500. geen max. 12% van de winst max. dotatie oudedagsreserve 11.590 11.396 11.227 11.050 10.951 10.
Overzicht fiscale/sociale cijfers 2009 Overzicht fiscale/sociale cijfers 2009 omschrijving (bedrag in euro s) 2009 2008 2007 2006 2005 2004 kapitaalverzekering eigen woning uitkeringsvrijstelling kapitaalverzekering
Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016
Belastingdienst 16 2016 Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016 Deze aanvullende toelichting hoort bij de M-aangifte 2016. In het Overzicht inkomsten en aftrekposten
DE PENSHONADO REGELING (tekst 2008)
KPMG Tax & Legal Services Kantooradres Kaya Flamboyan 7 Curaçao Nederlandse Antillen Postadres Postbus 3766 Curaçao Nederlandse Antillen Telefoon (599-9) 732-5400 Telefax (599-9) 737-3409 DE PENSHONADO
Heffingskortingen 2016
Heffingskortingen 2016 Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hierdoor betaalt een belastingplichtige minder belasting en premies. Een heffingskorting is
