VOORBEELDATERIAAL HOEKENBOX LEERJAAR 3 WERELDORIËNTATIE P. 02-03 Thema 1 KLEUR SCHATTENEILAND De leerlingen ontwerpen een plattegrond van een eiland en maken daarbij een legende. P. 04-05 Thema 1 KLEUR OP HET BORD De leerlingen ontwerpen een zelfgekozen verkeersbord, rekening houdend met de verplichte kleur en vorm. P. 06-07 Thema 2 DIEREN IN GATEN De leerlingen leren enkele woonplaatsen van dieren kennen, zowel onder als boven de grond. P. 08-09 Thema 3 VERSCHILLENDE BEROEPEN De leerlingen zoeken overeenkomsten bij verschillende beroepen en benoemen ze.
wereldoriëntatie THEA 1 E 6 THEA 2 THEA 3 ICT De lln. ontwerpen een plattegrond van een eiland en maken daarbij een legende. Kleur: Schatteneiland Wat moet je doen? 1 3 2 Je ontwerpt je eigen droomeiland. Je maakt een legende bij je plattegrond. ateriaal e Tekenbladen e Kleurpotloden Doe het zo! 1 Neem een tekenblad. Teken een groot eiland. 2 Duid op het eiland de haven aan met enkele dikke zwarte strepen. 3 Teken (op het eiland) de verschillende elementen die op jouw eiland aanwezig moeten zijn: bijvoorbeeld zand, bossen, rivieren, meren, wegen, struiken, keien, bergen, enkele gebouwen, enz. Kijk daarvoor naar het voorbeeld hiernaast. 4 Neem de kleurpotloden en kleur de elementen in met een gepaste kleur. Opgepast: alle verschillende elementen moeten een andere kleur hebben. 5 aak onderaan op je blad een legende zodat duidelijk is wat de kleuren betekenen. Een goed voorbeeld vind je hiernaast. 6 Schrijf op de achterkant van je blad waar je een schat zou verstoppen op je eiland. Corrigeer je werk e Toon je eiland aan de andere leerling. Vertel die leerling de weg van aan de haven tot aan jouw schat. Laat hem/haar met een kruisje aanduiden waar jouw schat verstopt is. Controleer samen de plaats van de schat aan de hand van wat je opgeschreven hebt op de achterkant van je blad. Klaar? e Ruim het materiaal op. Enkele voorbeelden: WORLD.3.TASK.indd 11 15/01/10 14:38
wereldoriëntatie THEA 1 E 6 THEA 2 THEA 3 ICT De lln. ontwerpen een plattegrond van een eiland en maken daarbij een legende. Kleur: Schatteneiland............................ Doel(en) e De leerlingen kunnen een plattegrond van een eiland ontwerpen en daarop enkele onderdelen (bos, weide, gebouwen, wegen ) weergeven. e Ze kunnen bij een zelfgemaakte plattegrond een gepaste legende voorzien. e Ze kunnen een weg beschrijven tussen twee plaatsen op een plattegrond. Overzichtsblad Leerinhouden wo nrs. 3 en 4. ateriaal e Tekenbladen e Kleurpotloden Differentiatie Je kunt een aantal (natuur)elementen laten tekenen volgens de windrichting, bijvoorbeeld: in het noorden van het eiland bevindt zich een groot zandstrand, in het oosten van het eiland staan voornamelijk loofbomen, enz. (**). Hulpkaart Aanpak Zie Doe het zo! op keerzijde. oeilijke woorden: legende, elementen Controle en verbetering Na afloop van de opdracht toont de leerling zijn/haar plattegrond aan de andere leerling. Die duidt de schat op het eiland aan aan de hand van de beschrijving van de ontwerper van het eiland. Tips Deze opdracht zou een inleiding of een verwerking kunnen zijn in het thema ontdekkingsreizigers of piraten. Je kunt de plattegronden tentoonstellen in je klas en de verschillen van alle werkjes bespreken. Je kunt de leerlingen ook een plattegrond (met legende) laten maken van de klas of de school. WORLD.3.TASK.indd 12 15/01/10 14:38
wereldoriëntatie THEA 1 E 8 THEA 2 THEA 3 ICT De lln. ontwerpen een zelfgekozen verkeersbord, rekening houdend met de verplichte kleur en vorm. Kleur: Kleur op het bord Wat moet je doen? 1 3 2 Verkeersborden zeggen ons wat je mag en niet mag doen in het verkeer. Ken jij de verschillende borden? Je krijgt de taak om zelf een verkeersbord te maken. ateriaal e Een stapeltje kaarten met daarop verkeersborden e De hulpkaart Kleur op het bord e Een tekenblad en tekengerei Doe het zo! 1 Leg de kaarten met daarop verkeersborden verspreid op de bank. 2 Orden de borden per soort. Dus: maak groepjes van dezelfde soort verkeersborden. 3 Neem de hulpkaart Kleur op het bord en lees de informatie. 4 Weet je wat de borden op de kaartjes willen zeggen? 5 Ontwerp nu zelf een leuk verkeersbord dat opgehangen kan worden op school. Bijvoorbeeld: Hier moet je zwijgen of Hier mag je roepen of Let op: zorg dat de vorm en de kleur van je verkeersbord overeenkomt met het soort boodschap dat je wilt geven (moet-bord, mag niet-bord, enz.). Als je twijfelt, lees je de hulpkaart nog eens. Je moet alles tekenen op je verkeersbord. Je mag dus geen woorden schrijven! Corrigeer je werk e Vraag de verbetersleutel aan je juf of meester (voor stap 2 en 4). e Toon je verkeersbord aan een andere leerling. Laat hem/haar raden wat je verkeersbord betekent. Klaar? e Ruim het materiaal op. Nog wat tijd over? Ontwerp nog een (klein) verkeersbord extra.
wereldoriëntatie THEA 1 E 8 THEA 2 THEA 3 ICT De lln. ontwerpen een zelfgekozen verkeersbord, rekening houdend met de verplichte kleur en vorm. Kleur: Kleur op het bord......................... Doel(en) e De leerlingen kunnen de verschillende soorten verkeersborden onderscheiden. e Ze kunnen de betekenis van deze verkeersborden kort omschrijven naargelang kleur en vorm. e Ze kunnen een origineel verkeersbord ontwerpen, rekening houdend met de verplichte kleur en vorm. Overzichtsblad Leerinhouden wo nrs. 5 en 25. ateriaal e Een stapeltje kaarten met daarop verkeersborden: materiaalkaart 17 (de eerste keer nog verknippen) e Een verbetersleutel: kopieerkaart 20 (de eerste keer kopiëren en eventueel lamineren) e Een tekenblad en tekengerei Differentiatie Je kunt de leerlingen verschillende verkeersborden laten ontwerpen (***). Je zou hen een vaste soort van verkeersbord kunnen opleggen (**). Hulpkaart Wo 1 Kleur op het bord Aanpak Zie Doe het zo! op keerzijde. oeilijke woorden: ontwerp, overeenkomen Controle en verbetering Na de opdracht toont de leerling zijn/haar verkeersbord aan een andere leerling. Die zal de boodschap van het verkeersbord moeten raden. Tips De verkeersborden kunnen ook daadwerkelijk omhooggehangen worden op school.
wereldoriëntatie THEA 1 THEA 2 E 3 THEA 3 ICT De lln. leren enkele woonplaatsen van dieren kennen, zowel onder als boven de grond. Gaatjes: Dieren in gaten Wat moet je doen? 1 3 2 Een vos, een konijn, een mol, een veldmuis Ze verschillen erg van elkaar. Toch hebben ze één ding met elkaar gemeen. Ze hebben een huis nodig. Jullie gaan door een spel ontdekken welke dieren er zoal in een gat hun thuis gevonden hebben. ateriaal e Een blad met een tekening van gaten onder en boven de grond e Een stapeltje kaarten met afbeeldingen van dieren Doe het zo! 1 Ga naast elkaar zitten. Verdeel de kaartjes met de dierenafbeeldingen. Zorg ervoor dat jullie allebei evenveel kaartjes hebben. 2 Bekijk de dierenkaartjes die jij hebt aandachtig. 3 Leg het blad met de tekening tussen jullie beiden. 4 Lees luidop de informatie die bij één van de gaten staat. Je mag zelf kiezen welk gat. 5 Zoek nu uit over welk dier het zou gaan. Wie denkt dat hij/zij het dier tussen zijn kaartjes heeft, mag het dierenkaartje bij het juiste gat leggen. 6 Doe zo voort tot jullie allebei de kaartjes kwijt zijn. Corrigeer je werk e Ga de verbetersleutel halen bij de juf/meester en controleer of alle dierenkaartjes bij de juiste gaten liggen. Klaar? e Ruim het materiaal op. e Nog wat tijd over? Speel het spel nogmaals.
wereldoriëntatie THEA 1 THEA 2 E 3 THEA 3 ICT De lln. leren enkele woonplaatsen van dieren kennen, zowel onder als boven de grond. Gaatjes: Dieren in gaten......................... Doel(en) e De leerlingen kunnen vaststellen dat dieren er een bepaalde beschutting en leefwijze op nahouden. e Ze kunnen voor een aantal dieren een kenmerk geven van deze beschutting/woonst. Overzichtsblad Leerinhouden wo nr. 15. ateriaal e Een blad met een tekening van gaten onder en boven de grond: kopieerkaarten 22 en 23 (de eerste keer kopiëren op A3-formaat, aan elkaar plakken en eventueel lamineren) e Een stapeltje kaarten met afbeeldingen van dieren: kopieerkaart 24 (de eerste keer kopiëren, eventueel lamineren en verknippen) e Een verbetersleutel: kopieerkaart 25 (de eerste keer kopiëren en eventueel lamineren) Differentiatie Je kunt de opdracht nog uitgebreider maken. Laat de leerlingen het spel eerst spelen zoals vermeld: informatie bij een gat lezen en nadien het juiste dierenkaartje erbij leggen. Vervolgens komt de extra opdracht erbij: de leerlingen spelen het spel opnieuw, maar zonder de hulp van de dierenkaartjes. Dus: ieder leest om de beurt de informatie bij een gat; de andere moet zo snel mogelijk zeggen over welk dier het gaat (zonder naar de kaartjes te kijken) (**). Hulpkaart Aanpak Zie Doe het zo! op keerzijde. oeilijk woord: gemeen hebben Controle en verbetering Tips Wanneer alle kaartjes op de tekening liggen, komen de leerlingen de verbetersleutel bij jou halen. Aan de hand van deze kaart controleren ze of alle dierenkaartjes bij het juiste gat liggen.
wereldoriëntatie THEA 1 THEA 2 THEA 3 E 3 ICT De lln. zoeken overeenkomsten bij verschillende beroepen en benoemen ze. Verzamelen: Heel veel verschillende beroepen 1 Wat moet je doen? De meeste beroepen zijn zowel voor mannen als vrouwen. Of denk je er anders over? Speel dan ons beroepenspel. 3 Doe het zo! 1 Ga over elkaar zitten. Zet een map of een stuk karton tussen jullie. 2 De ene leerling neemt de witte kaartjes, de andere de gekleurde. Zorg dat je elkaars kaartjes NIET ziet. 3 Bekijk je kaartjes. 4 Neem een kaartje. Zoek samen hetzelfde beroep bij de andere speler. Als je een kaartje moeilijk vindt, neem je eerst een ander. Stel goede vragen of bespreek wat jouw persoon allemaal doet. 5 Heb je het bijpassende kaartje gevonden? Schrijf dan op een blanco kaartje de naam van het beroep en leg de drie kaartjes samen weg. 6 Dan mag de andere leerling een kaartje uit zijn stapel kiezen. Doe zo verder. Corrigeer je werk ateriaal 2 e Een reeks witte kaartjes e Een reeks gekleurde kaartjes e Blanco kaartjes en pen e Vraag de verbetersleutel aan je juf of meester. Klaar? e Bespreek wat je later wilt worden.
wereldoriëntatie THEA 1 THEA 2 THEA 3 E 3 ICT De lln. zoeken overeenkomsten bij verschillende beroepen en benoemen ze. Verzamelen: Heel veel verschillende beroepen........ Doel(en) e De leerlingen zien in dat vrouwen en mannen hetzelfde beroep kunnen uitvoeren. e Ze kunnen in een reeks gegevens overeenkomsten vinden en deze verwoorden. e Ze kennen de correcte naam van een aantal beroepen. Overzichtsblad Leerinhouden wo nr. 26. ateriaal Differentiatie Hulpkaart e Kaartjes reeks 1: kopieerkaarten 56 en 57 (de eerste keer kopiëren op wit papier, best lamineren en verknippen) e Kaartjes reeks 2: kopieerkaarten 58 en 59 (de eerste keer kopiëren op gekleurd papier, best lamineren en verknippen) e De verbetersleutel: kopieerkaarten 60 en 61 (de eerste keer kopiëren en eventueel lamineren) e Blanco kaartjes (liefst even groot als de beroepenkaartjes) en pen Aanpak De leerlingen zitten over elkaar. Ieder krijgt een reeks kaartjes met beroepen, maar de naam van het beroep ontbreekt. Ze zien elkaars kaartjes niet. Door uitwisseling van gegevens moeten ze hetzelfde beroep bij hun medeleerling vinden. Ze schrijven de naam van het beroep op een apart kaartje en leggen de 3 kaartjes samen weg. Controle en verbetering De leerlingen controleren hun werk aan de hand van de verbetersleutel. Tips