Domein: Beweging. Bouwstenen

Vergelijkbare documenten
Thema: Ochtendrituelen. Lesduur: ong. 50 min

Thema: Zee. Lesduur: ong. 50 min

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

4.1f 4.2b 4.4a 4.4b 4.4g 4.6b

Thema: Lente. Lesduur: ong. 50 min

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER DERDEGRAADSSTAGE Datum nazicht: Naam student: Stefanie Van Calenberg Stageschool: De Zonnebergen

TAAK 2 : THEMATISCH WERKEN

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER SPECIALISATIESTAGE

Kinderen, ze dansen voordat ze leren dat er iets bestaat dat geen muziek is. -William Stafford- binnen de klasmuren. Dansen CHARLOTTE DHAENENS

Thema: Verhuizen. Lesduur: ong. 50 min

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

Thema kinderportretten

Thema: Dwergen en reuzen. Lesduur: ong. 50 min

Door middel van opdrachten letters verdienen. Met deze letters een woord of zin maken met zoveel mogelijk punten.

onderwerp: Ik ruik mensenvlees ( drama- beweging)

De wakkere wekker. Benodigdheden: - Een luid tikkende wekker

Algemene lessen. Les 9: Zoeken naar gelijkaardige beelden

Algemene lessen. Les 2: Gevoelens

Fiche voorbereiden van activiteiten

Thema: Het leven in de stad. Lesduur: ong. 50 min

Aan de slag met prentenboeken. Lesduur: ong. 50 min

Fiche voorbereiden van activiteiten

Thema: Muziekinstrumenten. Lesduur: ong. 50 min

Spiegelen en symmetrie

Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen.

joepla 3 De Spinnenweb hoogte van je stemming

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER MUVO 2

Thema kinderportretten

junior Een onmisbaar spel voor muzische vorming. Spelenderwijs inzicht krijgen in sociale en verbale vaardigheden voor kinderen van 4 tot 6 jaar.

Bedoeling: Doelen: Leerplandoelen wiskunde (VVKBaO):

Zing Een beestenboel op school - beweeg als een beest (lesformat) Een les in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER MUVO 1: TAAK 4

Steekkaart: nummer 1W

Materiaal: hoepels, banken, touw (dik en dun), klimrek, dikke mat, stapstenen

Les 11. Meetkundige begrippen. Lijnen. een gebogen lijn een gebroken lijn een rechte. Een rechte benoemen we met een kleine letter.

Thema Beroepen. Les 3: Spelen met beroepen

Thema: Emoties. Lesduur: ong. 50 min

Algemene lessen. Les 4: Maak een portret van jezelf!

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

Accent op verhaal. Aan al deze doelen wordt gewerkt, toch duidt u best aan welke u in de verf wil zetten.

Algemene lessen. Les 7: Zie ik mezelf wel?

Accent op materiaal. Aan al deze doelen wordt gewerkt, toch duidt u best aan welke u in de verf wil zetten.

Accent op improvisatie en taal

Hiervoor zet ik me in! in klas

De Taalkanjers - Thema 1 HANDLEIDING

TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven.

Steekkaart: nummer 3B

De Taalkanjers - Thema 1 HANDLEIDING

Algemene lessen. Les 5: Kaders maken

Lesvoorbereidingsformulier

Een muziekles in aansluiting op het dagproject Een beestenboel op school.

LES 36. GROEP: 3/4 Over de kop gaan, Klauteren, Tikspelen.

Begeleid aanbod: Sherborne sessie 4

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 VOLLEYBAL

De Taalkanjers - Thema 1 HANDLEIDING

De leerlingen wandelen de vooraf uitgestippelde route op de wandelkaart. Ze observeren en leggen de knelpunten inzake de verkeersveiligheid vast.

Een close-up illustratie maken bij een spannend verhaal

joepla 1 De hoogte van je stemming

Kinderrechten. Doelstellingen. Materiaal

Lesbrief bij de voorstelling 'Hatsjoe'

Paasspeurtocht. Veel plezier!

PROFESSIONELE BACHELOR IN HET ONDERWIJS: LAGER ONDERWIJS LESONTWERP

Leerlingen maakten reeds kennis met het toepassingsgebied biochemie. De leerlingen hebben al analyserend en onderzoekend gewerkt.

Groepsverdeling. Naam student Sanne Fabri Leergroep OLO3F Naam mentor Ann Verstraete & Charlotte Seynaeve Klas 1 ste lj Aantal lln.

Coöperatief leren (CLS) Volgens Dr. Spencer Kagan Verwerkt door Peter Steurs en Natascha Vansteelant

Accent op beweging. Aan al deze doelen wordt gewerkt, toch duidt u best aan welke u in de verf wil zetten.

Meer doen met de rijtjesboeken

Ze hebben daarbij o.a. kennis opgedaan over diverse beeldaspecten op het gebied van kleurtoepassing en compositie, ruimte en perspectief.

Doelstellingen Activiteit Organisatie Materiaal/opmerkingen Opwarming: cardio-vasculaire prikkeling

Zelfregulering bij bewegingsonderwijs in het po

Les 6 Tegeltjes leggen

Stap 1 Voorafgaand aan het bestuderen van een nieuw onderwerp vatten leerlingen in kleine groepjes samen wat ze al van het onderwerp weten.

MUZO AD 19 Genoegen beleven aan muzisch bezig zijn.

Lesvoorbereiding Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs

Samenvatting. Context. Doelstellingen. Vaardigheden computationeel denken. Katholiek onderwijs. Gemeenschapsonderwijs

Thema Beroepen. Les 1: Beroepen doorheen de tijd

WPO Science jaar 1 de observatie- of demonstratiekring

Leerinhoud: lettervorming. Locatie: klaslokaal. Groepsindeling: groepjes van twee leerlingen. Tijdsduur: 10 minuten.

playbook SPRINGSAUTE TIKTOUCHE BEESTBETE DARTFLECHE

Circustechnieken: jongleren met sjaaltjes

Steekkaart: nummer 4Bew

Bijlage 5 5.I. colade. Op naar de top. Arschoot Elien. Economische groei. 4 de jaar ASO. D hauwers Fien. Lerarenhandleiding.

Lesvoorbereidingsformulier

Uitgeverij Schoolsupport

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Draaiboek. Koningsspelen. Brede school

Ik kom voor mezelf op (lessenserie Omgaan met pesten)

LES 2. GROEP: 3 t/m 8 KORFBAL DOELSTELLINGEN:

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Samenvatting. Context. Doelstellingen. Vaardigheden computationeel denken. Katholiek onderwijs. Gemeenschapsonderwijs

De vernieuwde spelvormen

Lesonderwerp: De spelregels schrijven voor een zelfverzonnen spel.

De zomer van Atlas 2018

Naam student: Elke Brys Leergroep VOLO1 Naam mentor: Philip O Neill Klas 4 de Aantal lln.: 24 Oefenschool Jakob van Artevelde

Transcriptie:

Domein: Beweging Bouwstenen Bij het domein Beweging horen de bouwstenen tijd, ruimte en kracht. Er wordt gewerkt aan de bouwstenen ruimte en kracht bij de uitgewerkte activiteiten hieronder. Bouwsteen ruimte houdt bij onderstaande activiteiten in: - Hoogtelagen: diep, midden en hoog - Op lichaamsniveau: centraal, perifeer (de ledematen) - Richtingen: voor en achter, links en rechts, naar boven en naar beneden, diagonaal - Vloerpatronen: rond, hoekig, zigzag, spiraal - Gericht ongericht - Open gesloten - Symmetrisch asymmetrisch Bouwsteen kracht houdt bij onderstaande activiteiten in: - Ontspannen gespannen - Energie: sterk zwak - Zwaar licht - Dynamisch (bewegingsstroom) statisch (ingehouden) - Gecontroleerd ongecontroleerd - Gewichtsverdeling over het lichaam: steunen leunen Bewegingen kunnen grillig, vloeiend, luchtig,... zijn. Dit is het karakter van Op deze bewegingen kan je bewegingswoorden plakken. Vanuit deze bewegingswoorden gaan we gericht associëren. Tenslotte bedenken we of ons lichaam deze beweging ook kan en we gaan hiermee experimenteren. Bv. een vloeiende beweging (wiegen op een boot in de wind) vloeien op een boot bij wind: wiegen/schommelen Kan mijn lichaam ook wiegen/schommelen? van links naar rechts zachtjes wiegen met het lichaam Leerplandoelen 2. Kinderen kunnen zichzelf met een zekere dynamiek in bewegingen aanvoelen en organiseren. Dat houdt in dat ze: 2.1 spelen met bewegingen, 2.2 de lichaamsruimte aanvoelen en gebruiken, 2.3 bewegingsenergie weten te doseren. 3. Kinderen bewegen vlot in tijd en ruimte. Dat houdt in dat ze: 3.2 zich in de verschillende ruimtelagen bewegen.

Lesdoelen De lln. kunnen aandachtig kijken naar een getoond (kunst)werk. De lln. kunnen een lijn stilstaand uitbeelden. De lln. kunnen een figuur stilstaand uitbeelden. De lln. kunnen een figuur laten meebewegen met de wind. De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte De lln. kunnen enkel dat lichaamsdeel bewegen dat medell. aantikt. De lln. kunnen reflecteren op les a.d.h.v. vragen gekoppeld aan kleurvlakken op dobbelsteen. Leerinhoud De les vindt plaats in de 3 de graad en duurt 50 minuten. Er wordt een kunstwerk van Franz Kline getoond. Leerlingen kiezen één lijn uit het werk en beelden deze uit als standbeeld. Leerkracht wandelt rond tussen de beelden en duidt willekeurig leerlingen aan om mee rond te wandelen. Enkele leerlingen komen hierbij aan bod. Beelden/lijnen op het werk worden overlopen/benoemd. Leerkracht ziet man in de prent van Franz Kline. Zien leerlingen deze ook? Leerlingen beelden de man die zij menen te zien in de prent uit. Leerkracht vertelt dat man op boot staat en dat er wind is die steeds heviger wordt. Leerlingen bewegen hun man op de wind. Per twee: één leerling is standbeeld (op basis van de man op de boot) en beweegt enkel het lichaamsdeel dat andere leerling aantikt. Standbeeld-leerling tikt andere leerling aan met aangetikte lichaamsdeel. Rollen worden gewisseld nadat 2 lichaamsdelen bij beide leerlingen in beweging zijn gebracht. Leerkracht begeleidt leerlingen tot bewegen van alle lichaamsdelen. Leerkracht doet mee en verwoordt welke lichaamsdelen kinderen nog kunnen proberen/gebruiken. Sommige lichaamsdelen, bv. oren, gaan moeilijker. Leerlingen veranderen stilaan in standbeelden en nemen hierbij houding aan van kapitein op een schip. Ze kiezen zelf wat voor houding dit is. Leerkracht geeft aan hoe snel/traag het veranderen gebeurt en doet mee. Het tempo van verstijven gebeurt als klas samen. De standbeelden zijn er, maar er komt opnieuw wind. Sommige standbeelden breken doordat ze omvallen van de wind, anderen kunnen er beter tegen.

Wind is gaan liggen, dus standbeelden ontdooien stilletjesaan. De kapotte standbeelden blijven stuk, dus hebben het misschien moeilijker met terug rechtstaan. Leerlingen zijn kapitein van hun schip, maar hoe worden schepen zo groot? Leerlingen gaan groeien en beginnen klein, maar worden steeds groter, breder, langer,.... Ze kiezen zelf hoe groot, breed,... hun schip eruitziet en wat voor vorm het voor de rest heeft. Reflectie op de les gebeurt a.d.h.v. dobbelsteen met gekleurde vlakken. Aan elk vlak/elke kleur is een andere vraag verbonden die leerkracht stelt nadat leerling met dobbelsteen gooide. Fase 1: Verkenning 10 minuten 2 minuten De lln. kunnen aandachtig kijken naar een getoond (kunst)werk. Lk. toont volgend werk van Franz Kline. Lln. bekijken het werk. 5 minuten De lln. kunnen een lijn (gekozen uit een kunstwerk) stilstaand uitbeelden. Lk. laat lln. één lijn kiezen uit dit werk en beelden deze uit (zoals zij willen) als zijnde standbeelden in een beeldenpark. Lk. wandelt rond tussen de beelden en duidt enkele lln. aan die mee rondwandelen in het beeldenpark. Lln. wisselen hierbij van rol: alle lln. mogen eens rondwandelen in het beeldenpark en de beelden bekijken. 3 minuten Lk. overloopt met lln. of er soms dezelfde beelden waren en hoe deze herkend konden worden. Welke beelden heb je herkend vanop het werk? Welke minder? Lln. lichten toe welk beeld zij waren door deze aan te duiden op de prent.

Fase 2: Experimenteren 25 minuten 3 minuten De lln. kunnen aandachtig kijken naar een getoond (kunst)werk. Lk. laat lln. opnieuw naar dezelfde prent van Franz Kline kijken. Lk Ik zie in die prent een man. Lln. proberen in de prent een man te herkennen en nemen hiervoor misschien allemaal iets anders voor in gedachten. Lk. overloopt deze niet. Hoofdopdracht 1: Wat een weertje! 12 minuten 6 minuten De lln. kunnen een figuur stilstaand uitbeelden. De lln. kunnen een figuur laten meebewegen met de wind. De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte Lk. laat lln. staan in de ruimte zoals de man (die zij in het kunstwerk vonden) staat. Lk. vertelt dat de man op een boot staat. Wat hij aan het doen is kiezen de lln. zelf. Lk. gaat verder: Er komt wind op, nog niet heel hevig. Ze hebben echter storm aangekondigd, dus de wind zal (nu nog niet, maar later) toenemen. Lk. vervolgt verhaal waarbij de wind steeds heviger wordt en uiteindelijk weer gaat liggen. Lln. laten de man op de boot meebewegen met de wind. 6 minuten De lln. kunnen enkel dat lichaamsdeel bewegen dat medell. aantikt. De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte Lln. vormen duo s. Om beurten vormt één ll. een standbeeld (op basis van de man op de boot). De andere ll. tikt een bepaald lichaamsdeel aan bij de 1 ste ll. De ll. die standbeeld is, brengt het aangetikte lichaamsdeel tegen datzelfde lichaamsdeel van de andere ll. Lln. bewegen samen enkel dat lichaamsdeel dat in beweging is gezet. Ll. die 1 ste keer andere ll. aantikte, blijft meebewegen maar tikt een 2 de lichaamsdeel aan. Aangetikte ll. begint dat lichaamsdeel mee te bewegen en tikt bij 1 ste ll. datzelfde lichaamsdeel aan. Lln. bewegen nu beiden 2 lichaamsdelen.

Hierna worden de rollen omgewisseld en begint de andere ll. als standbeeld. Hoofdopdracht 2: Bewegend standbeeld tikken - 10 minuten 3 minuten De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte Lln. bewegen allemaal alle lichaamsdelen en worden zich bewust van hun bewegingen onder begeleiding lk. Lk. doet mee en verwoordt ook welke lichaamsdelen de kinderen nog allemaal kunnen gebruiken. Lln. ondervinden zo ook bij welke lichaamsdelen dat moeilijker gaat, bv. je oren is wel héél moeilijk... 4 minuten De lln. kunnen een figuur stilstaand uitbeelden. De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte De lln. kunnen een figuur laten meebewegen met de wind. Lk. geeft aan dat lln. stilaan veranderen in standbeelden. Lln. nemen hierbij de houding aan van een kapitein op een schip. Lln. geven zelf invulling over welke houding de kapitein van een schip heeft. Lk. begeleidt lln. door aan te geven hoe snel/traag iemand verandert in een standbeeld en doet steeds mee met de lln. Lk. verwoordt ook de stappen die volgen. Lln. kijken goed rond naar de rest om zo samen het tempo van verstijving te volgen. Lk. en lln. zijn standbeelden geworden. Er komt opnieuw wind op. De standbeelden bewegen eerst zachtjes, maar dan steeds harder door de toenemende wind aan boord van het schip. Sommige standbeelden vallen bijna om, waardoor één van de bevroren benen misschien afbreken. Hoe zou dat standbeeld er dan nog uitzien? Hoe zou het kunnen blijven rechtstaan? Kan het nog wel rechtstaan? Goddank dat de wind stilletjesaan weer gaat liggen... Standbeelden blijven even staan/liggen zoals de wind hen heeft achtergelaten. Lln. kijken rond om de schade te bekijken aan boord van het schip.

3 minuten De lln. kunnen een figuur stilstaand uitbeelden. De lln. kunnen spelen met Lk. slaat zucht van opluchting en lln. doen mee, want de zon komt tevoorschijn. De standbeelden ontdooien zachtjes en rustig aan. lichaamsruimte Fase 3: Verwerking 15 minuten 10 minuten De lln. kunnen spelen met lichaamsruimte aanvoelen en gebruiken. De lln. kunnen een figuur laten meebewegen met de wind. Lk. overloopt met lln. dat ze al de kapitein van een groot schip zijn geweest, maar hoe zou het voelen om zo n groot schip te zijn? En hoe worden schepen soms zo groot? Lln. staan verspreid in de zaal om zichzelf zoveel mogelijk plaats te geven. Lk. begeleidt lln. door mee te doen en stappen te zeggen waarin lln. groeien. Er wordt begonnen met de basis van het schip. Voeten stevig op de grond. Lln. gaan steeds groeien, want de boot groeit ook steeds en wordt alsmaar groter, breder, langer,... Lln. proberen voor zichzelf te bedenken hoe hun schip eruitziet: breed? Lang? Kort? Rond? Vierkant? Lln. staan hiervoor recht en steunen stevig op hun voeten, maar voor de rest bepalen ze zelf hoe hun boot eruitziet. Lk. laat de wind weer opkomen en gaat als wind bij sommige lln./boten langs. Lln. zorgen ervoor dat hun boot stevig genoeg is, zodat hij niet beweegt door de wind. 5 minuten: Reflectie De lln. kunnen reflecteren op les a.d.h.v. vragen gekoppeld aan kleurvlakken op dobbelsteen. Lk. en lln. verzamelen in een kring op het dek van een schip. Wat had je anders gedacht? Lk. neemt grote dobbelsteen boven waarvan elk vlak een andere kleur heeft gekregen.

Lk. rolt de dobbelsteen naar iemand toe. Ll. waarbij dobbelsteen uitkomt antwoordt op de vraag die lk. stelt. Aan elke kleur is een vraag gekoppeld: - Rood: Was deze les moeilijk? - Wit: Wat hebben we gedaan tijdens deze les? - Zwart: Wat vonden jullie minder leuk aan deze les? - Geel: Wat vonden jullie leuk aan deze les? - Groen: Wat zouden jullie hier en daar veranderen aan de activiteiten van deze les? - Blauw: Hoe zouden jullie deze activiteiten een volgende keer aanpakken? Differentiatiemogelijkheden 1ste graad - Leerlingen kiezen één lijn uit kunstwerk en beelden deze uit nadat leerkracht voorbeeld geeft. Leerkracht doet daarna opnieuw mee met leerlingen. Worden overlopen. - Leerkracht duidt aan op prent welke figuur ze herkent en beeld deze uit. Leerlingen mogen nadoen, maar moet niet exact hetzelfde zijn als leerkracht. Er komt wind, leerkracht beweegt zich zoals de wind haar beeld doet bewegen. Leerlingen doen mee. - Per twee: leerling probeert enkel dat lichaamsdeel te gebruiken dat wordt aangetikt door medeleerling. Leerkracht geeft aan welk lichaamsdeel wordt gebruikt en wordt aangetikt. Nadat eerste leerling ander lichaamsdeel aantikt bij medeleerling, wordt van rol gewisseld. Leerkracht begeleidt heel duidelijk. - Kinderen gebruiken enkel armen en benen. - Kinderen kennen de kapitein van een schip. Leerkracht toont hoe die staat, heel fier op de uitkijk bv. Leerlingen nemen houding over en stilletjesaan bevriezen ze en worden standbeelden. Kunnen ze lang zo blijven staan? Zou de wind hen omver kunnen blazen? Leerkracht gaat rond en is de (zachte) wind. - De standbeelden ontdooien stilletjes terug. - Kinderen zijn kapitein van een schip dat aan het groeien is. iedereen begint klein en wordt steeds breder, groter, langer,... Leerkracht verwoordt duidelijk hoe een schip kan groeien bv. de boeg wordt langer (armen naar voren strekken) en doet mee. - Reflectie gebeurt a.d.h.v. dobbelsteen met gekleurde vlakken, maar vragen zijn simpeler bv. wat minder leuk, wat leuk, moeilijk, wat allemaal gedaan,... Vooral de groene en blauwe vraag vervangen door andere vragen.

2de graad - Leerlingen kiezen één lijn uit kunstwerk en beelden deze uit nadat leerkracht voorbeeld geeft. Worden overlopen. - Leerkracht duidt aan op prent welke figuur ze herkent en overloopt kort met leerlingen welke figu(u)r(en) zij herkennen. Daarna beeldt iedereen zijn/haar figuur uit, terwijl er wind opkomt. - Per twee: lichaamsdeel gebruiken dat wordt aangetikt. Nadat beide leerlingen 2 lichaamsdelen in beweging hebben, wordt van rol gewisseld. - Alle lichaamsdelen worden één voor één gebruikt. - Leerlingen veranderen stilletjesaan in beelden en nemen hierbij houding aan van kapitein van een schip. Ze proberen tempo van verstijving zoveel mogelijk klassikaal (non-verbaal) te doen verlopen. Er komt wind. Kunnen alle standbeelden blijven staan? - De standbeelden ontdooien stilletjes terug. - Kinderen zijn kapitein van een schip dat aan het groeien is. iedereen begint klein en wordt steeds breder, groter, langer,... Kinderen vullen zelf in hoe hun schip gevormd wordt. - Reflectie: leerkracht gebruikt dezelfde dobbelsteen en stelt dezelfde vragen. Niet individuele leerling die moet antwoorden, enkel gooien. Vragen worden klassikaal besproken. Bronnen Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs. (1999). Muzische Opvoeding: Bewegingsexpressie deelleerplan. Brussel: VVKBaO.