Vragen Proeftuin NABO s Q: Gaat de uiteindelijke oplossing vrij naar de markt of is/wordt deze eigendom van een partij? A: ProRail heeft geen interesse in het intellectueel eigendom van de oplossingen en wil marktpartijen niet belemmeren in de toepassing. ProRail wil wel de specificaties van producten waaraan zij mee heeft ontwikkeld en in heeft geïnvesteerd vrij kunnen gebruiken voor overwegen in haar beheergebied. Partijen zijn verder vrij hun ideeën te gebruiken (bijvoorbeeld internationaal). De oplossingen voortkomend uit deze Proeftuin die we uiteindelijk willen toepassen worden in een toekomstige separate aanbesteding functioneel gespecificeerd. De in de proeftuin gekozen contractvorming past bij het verwerven en uitwerken van een idee tot een oplossing. ProRail hecht er aan dat er meer oplossingen komen om uit te kiezen en te testen voor ze een aanbesteding uitschrijft voor het aanpassen van een NABO. We zoeken een nieuwe oplossing, die nu nog niet beschikbaar is op de markt. Q: Moet ik samenwerken om een idee in te dienen? A: Nee, iedereen die zich heeft aangemeld kan een of meerdere oplossingen indienen. U mag uiteraard wel een samenwerking met een andere partij aangaan. Q: Is het mogelijk om voor beide categorieën een oplossing in te dienen? A: Ja, dat mag. Iedere partij mag maximaal vijf ideeën indienen. U kiest per idee de bijpassende categorie. Q: Wat is het budget wat ProRail heeft voor deze Proeftuin? A: Voor het doorlopen van de drie fases, dus tot en met het testen van de geselecteerde oplossingen is er EUR 5 ton beschikbaar. Q: Welke risico s spelen bij NABO s? A: Oorzaken van ongevallen zijn heel talrijk. In het achtergronddocument, in bijlage 3, kunt u meer informatie hierover vinden. Q: Zijn er data beschikbaar over de typen weggebruikers die ongevallen op NABO s veroorzaken? A: Ja, in het achtergronddocument, bijlage 3, kunt u hierover meer informatie vinden. Er is nog meer informatie beschikbaar. Heeft u hierover specifieke vragen, dan ontvangen wij deze vragen graag van u via NABO@prorail.nl. Q: Zijn er uitgangspunten m.b.t. zichtlijnen bij de overweg? A: Nabij onbeveiligde overwegen mogen derden geen uitzicht belemmerende objecten plaatsen binnen de zogenaamde uitzichtlijnen en overzichtlijnen. De uitzichtlijn geeft een weggebruiker de mogelijkheid een trein waar te nemen vanaf 11 meter buiten het spoor tot een afstand van 500 meter langs het spoor naar beide zijden. Uitzichtbelemmerend wil zeggen hoger dan 1,0 meter. De overzichtlijn geeft een weggebruiker de mogelijkheid op 30 meter voor een overweg deze te overzien over een breedte van 10 meter links en rechts. Uitzichtbelemmerend wil hier zeggen hoger dan 1,5 meter.
Q: Is er een bepaald veiligheidsniveau waar jullie aan denken? A: We verwachten dat een oplossing een NABO veiliger maakt dan het huidige veiligheidsniveau. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat het veiligheidsniveau lager zal liggen dan het veiligheidsniveau van een AHOB, maar streven naar zo veilig mogelijk. Q: Wat is het budget voor de aanpassingen aan NABO s. A: Een AHOB kost ongeveer EUR 6 tot 7 ton. Er is geen budget om alle NABO s te kunnen voorzien van een AHOB. Er is een startbudget van 5 miljoen euro beschikbaar voor innovatieve oplossingen voor NABO s. Voor de 3 fases tot en met het testen is er 5 ton beschikbaar. Het Programma NABO wil de NABO s zo veilig mogelijk maken en het aantal waar mogelijk reduceren, waarbij de prioriteit ligt bij de openbare en openbaar toegankelijke overwegen (ongeveer 130). De innovatieve oplossingen zullen onderdeel worden van het bestaande maatregelenpakket voor NABO s. Q: Hoeveel NABO s worden er omgebouwd? A: Het doel is om het spoor in Nederland zo veilig mogelijk te maken. Hiervoor hebben we voor de NABO s een aantal mogelijkheden: 1. Waar mogelijk de NABO s opheffen 2. De NABO voorzien van een AHOB 3. De NABO ongelijkvloers maken 4. De nieuwe innovatieve oplossingen zoals aangedragen door de markt. In de gebiedsgerichte aanpak van het Programma NABO (Spoor 1) zal in samenwerking met de betreffende regionale overheid bekeken worden of en zo ja, welke NABO s in aanmerking komen voor 1 van de 4 mogelijkheden. Door middel van de Proeftuin proberen we meer oplossingsmogelijkheden te creëren. Het precieze aantal NABO s dat meegenomen gaat worden in de gebiedsgerichte aanpak is dus nog onbekend. Dit is afhankelijk van het beschikbare budget en de medewerking van de regionale overheden. Wel is het streven van ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Milieu om het aantal openbare en openbaar toegankelijke NABO s zo spoedig mogelijk veiliger te maken en zoveel mogelijk te reduceren. Q: Voor categorie 2, hoe wordt er gekeken naar de Europese normen? Moet dit nu al worden bewezen? A: Nee, in deze Proeftuin brengen we de oplossingen tot het niveau van een prototype en testen we deze op effectiviteit in een veilige omgeving. Het is de verwachting dat na de Proeftuin een traject nodig is om deze oplossingen gereed voor implementatie te maken. Waaronder het voldoen aan de diverse richtlijnen. Q: Moet het een nieuwe oplossing zijn of mag het ook een al bestaande oplossing uit de spoorsector zijn, bijvoorbeeld uit een ander land? A: Ja, dat mag. Q: Hoe zit het met elektrische voeding? A: Voor de oplossing gaan wij er van uit dat u zelf uw voeding uitwerkt hoe ze van voeding worden voorzien. Het is mogelijk oplossingen in te dienen waarbij dit niet het geval is, onze verwachting is echter dat ze snel meer kosten en risico s met zich mee brengen. Dit wordt wel meegewogen in het
eindoordeel van de oplossing. Hoe onafhankelijker je bent van de ProRail-omgeving, des te gewenster. Q: Wat gebeurt er bij de beoordeling indien twee partijen met hetzelfde idee komen? A: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij graag naar de Proeftuin leidraad, paragraaf 4.2. Q: Zijn er wegingscriteria? A: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij graag naar de Proeftuin leidraad, paragraaf 3.4. Q: Graag een nadere toelichting welke kosten betaald worden voor het uitvoeren van de test (leidraad 4.3.7). Zitten hier bijvoorbeeld ook de kosten in voor overleg ed.? A: Het genoemde overleg voor het verbeteren van het testplan zit in de betaling van werkbon 2. Verder zijn geen overleggen voorzien. De kosten voor het testen worden door ProRail betaald, denk hierbij aan materiaalkosten en bouwwerkzaamheden. De uren die door u aan het testen worden besteed, zitten in de werkbon en bijbehorende vergoeding. Q: Krijgt degene die komt met een oplossing met veel toegevoegde waarde ook een bonus (leidraad 4.3.7)? A: Nee, naast de in de leidraad beschreven vergoedingen, zijn er geen aanvullende vergoedingen voorzien. Q: Welke problemen doen zich voor bij ongelijkvloerse kruisingen (leidraad 1.3)? A: Ongelijkvloerse kruisingen zitten niet in de scope van deze Proeftuin. Wel worden ook innovatieve alternatieven voor ongelijkvloerse kruisingen gewenst. U kunt dergelijke oplossingen indienen als Unsollicited Proposal (te sturen naar USP@prorail.nl). Zie voor meer informatie paragraaf 1.3 van de leidraad. Q. Het is onduidelijk hoe aanbesteed zal worden (leidraad 4.3.8): a. Kan degene die bijvoorbeeld de beste oplossing heeft er zeker van zijn dat hij gekwalificeerd wordt? b. Krijgt degene met de beste oplossing een voorsprong op de anderen? c. Hoeveel partijen worden uitgenodigd? A: a. Kwalificatie voor een eventuele aanbesteding na deze Proeftuin staat los van de resultaten van deze Proeftuin. b. Deelname aan de Proeftuin biedt in algemene zin geen voor- of nadelen voor deelname voor de nieuwe aanbesteding. Bij deelname heeft een deelnemer aan de Proeftuin wel al mogelijk een oplossing ontwikkelt in de Proeftuin die aansluit bij de functionele specificaties van de eventuele volgende aanbesteding en kan deze daarin aanbieden. c. Naar alle waarschijnlijkheid wordt deze aanbesteding niet gelimiteerd naar een beperkt aantal partijen. Q: Overeenkomst artikel 5: conform dit artikel heeft de opdrachtnemer verplichtingen. In de leidraad artikel 7 (spelregels) punt 11 staat dat ProRail zo iedere overeenkomst kan beëindigen. Het zou vreemd zijn als ProRail dit zonder meer kan doen, men moet wel een hele goede reden hebben en
deze ook communiceren. Daarnaast denken wij dat de vergoeding verder moet gaan dan alleen de werkbon (werkelijk gemaakt kosten tot maximum bedrag). Kunt u verdere toelichting geven op dit punt? A: ProRail is niet voornemens deze Proeftuin vroegtijdig te stoppen. Mocht dit wel het geval zijn door onvoorziene omstandigheden, dan zal hierover duidelijk gecommuniceerd worden. Met betrekking tot de gemaakte kosten en vergoeding blijven de spelregels van de leidraad ongewijzigd. De kosten voor het uitvoeren van de proef (materiaal, bouwwerkzaamheden) worden door ProRail betaald. Q: Moet alleen het aanmeldingsformulier ingeleverd worden voor 30 mei a.s.? A: Indien u een oplossing wilt indienen, vragen we u het formulier in te vullen, uw oplossing te omschrijven in ca. 1000 woorden en een visualisatie bij te voegen. Meer informatie over wat u moet inleveren en waaraan het moet voldoen kunt u in paragraaf 6.1 van de leidraad vinden. Q: Is ontwerpbureau Frolic uitgesloten van deelname aan de proeftuin? A: JA Q: Is de GPS-locatie van passerende treinen (vóór en na de NABO) ten alle tijde beschikbaar op de locaties van de NABO s? A: Niet alle treinen hebben GPS. De GPS informatie van treinen die wel voorzien zijn, is vaak ten behoeve van logistieke toepassingen. Wat wil zeggen dat de GPS coördinaten met lange tussenperiodes wordt verstuurd. GPS is dus op dit moment niet als betrouwbare bron beschikbaar voor aankondiging voor Nabo's. Q: Wat dient in fase 3 exact bereikt te worden? Op welke punten legt ProRail de focus? Hoe en wat wordt er exact in deze fase beoordeeld (denk aan: techniek, innovatie, gebruiksvriendelijkheid, Life cycle kosten, aanschafkosten, mate van onderhoud). A: In Fase 3 gaat het om het beproeven van het prototype; is het prototype in een praktijksituatie effectief in het veiliger maken van een NABO-overgang. Het prototype zal daartoe in de praktijk getest worden; de mogelijke methoden van testen worden thans nader uitgewerkt. Q: Kan er een waarderingsystematiek voor alle fasen met betreffende criteria beschikbaar worden gesteld? A: De beoordeling van uw oplossing wordt aan u meegedeeld. Zie voor meer informatie over wijze van beoordelen paragraaf 3.4 (criteria) en 4.2 (beoordelen) van de aanbestedingsleidraad. Q: Wie heeft er toegang tot de Proeftuin? Zijn dit alleen ProRail medewerkers of is deze voor iedereen toegankelijk? A: De Proeftuin is alleen toegankelijk voor de indiener van het voorstel, ProRail medewerkers (of door ProRail ingehuurde medewerkers), leden van de expertgroep /panel en eventuele stakeholders (gebruikersgroepen). Q: Wat voor treinen / voertuigen zijn betrokken bij deze Proeftuin? En met welke frequentie wordt gereden? A: De invulling van het testen wordt op dit moment nog nader uitgewerkt. Aangezien het type oplossingen breed kan variëren, kan ook de betreffende methode om de werking en effectiviteit te
testen uiteen lopen. Voor oplossingen in Onderdeel 1 is het zeer wel mogelijk dat er zonder rijdende treinen toch al een beoordeling op effectiviteit kan plaatsvinden Q: Wij verzoeken u om bedrijven, die fase 3 succesvol afronden, een nog nader te bepalen hoeveelheid NABO s te laten leveren. Hiermee kunnen de kosten die ontstaan gecompenseerd worden en is het een extra motivatie. A: Dit is niet de intentie van ProRail. Naast de in de leidraad beschreven vergoedingen, zijn er geen aanvullende vergoedingen voorzien. Een eventuele aanbesteding na deze Proeftuin staat los van de resultaten van deze Proeftuin. In de nieuwe aanbesteding zal ProRail een functionele specificatie opstellen, het I.E. van de specifieke techniek van de geselecteerde oplossingen blijft dus van de indiener. Deze heeft daarmee al een technische invulling van de oplossing voorhanden. Q: Hoe ziet ProRail de verschillende fases voor zich; Toezicht/toezien of actief meewerken bij het opstellen van de eisen. A: Bij de beoordeling en de selectie van oplossingen die toegelaten worden tot de volgende fase heeft ProRail een faciliterende rol bij het expertpanel en de Stuurgroep Overwegen. Nadat de laatste selectie heeft plaatsgevonden voor fase 3 (en daarmee de principiële ontwerpkeuzes voor de geselecteerde ideeën door de marktpartijen zijn gemaakt) en de deelnemers een werkende oplossing hebben opgeleverd, spant ProRail zich in om de testfase met een zo goed mogelijk resultaat af te ronden (denk hierbij aan faciliteren van testlocaties, bekostiging van materialen, hulp bij proefopstellingen, ed.). De oplossingen worden dan zo goed mogelijk getest en geëvalueerd. Q: Graag ontvangen wij meer data mbt het type gebruikers die in de afgelopen jaren bij NABO`s de meeste storingen en of ongelukken hebben veroorzaakt. A: Hieronder ontvangt u meer informatie over het type gebruiker die betrokken zijn bij ongevallen op NABO s. Meer specifieke vragen kunnen gesteld worden op NABO@prorail.nl. Percentage van betrokken voertuigen over de laatste 10 kalenderjaren op NABO s op het reizigersnet: o 66 procent motorvoertuigen o 30 procent fiets bromfiets, snorfiets o 4 procent wandelaars Hieronder vindt u een grafiek waarin de ongevallen onderverdeeld zijn naar leeftijd van de betrokken weggebruiker, wederom gaat dit over de laatste tien kalender jaren en op het reizigersnet.