MEERJARENPERSPECTIEF GRONDEXPLOITATIES 2014 GEMEENTE BEVERWIJK.

Vergelijkbare documenten
Bijlage 3: toelichting overige projecten op hoofdlijnen

Actualisatie globaal exploitatieplan Driessen

Beoogd effect: Het voldoende bouwrijpe grond beschikbaar hebben voor het vestigen van bedrijven en daarmee genereren van arbeidsplaatsen.

RAADSVOORSTEL ONTWERPBESLU. Registratienummer Behandeld door: 17 maart 2015 A. Bergstra. Afdeling / Team: RO / ROP

Oranjewijk, fase I I

In hoofdstuk 12 van deze nota zijn de financiële kaders opgenomen voor de grondexploitaties.

De herziene residuele grondwaarden zijn hieronder vetgedrukte aangegeven.

Grondexploitatie Beekweide 2017

Grondexploitatie Boswonen Emmelhage. behorend bij herziening bestemmingsplan 2015

Exploitatieplan De Afhang

Exploitatieplan De Afhang

Bijlage bij besluit eerste herziening exploitatieplan Vossenakker Noord

Grondexploitatie Bedrijventerrein De Munt A

Nota van B&W. Onderwerp Afsluitend krediet woonrijpmaken Monacopad

Doel. Impuls aan de stad geven voor stedelijke vernieuwing

Nota reserves en voorzieningen

Kempisch Bedrijvenpark Tussentijdse rapportage 2013

JRK. ŭ V. Zwolsehoek, fase 4. Herziening grondexploitatie, bestuurlijke samenvatting

AANVULLING NOTITIE GRONDEXPLOITATIE: TUSSENTIJDS WINST NEMEN (POC - METHODE)

Nota Reserves en Voorzieningen Gemeente Bergen (N-H)

Voorstel Gemeenteraad VII- E

Schuytgraaf Made in [Arnhem]

Exploitatieplan De Afhang

Gemeente Steenwijkerland. Herziening grondexploitatie Bedrijventerrein Boterberg Zuid Oldemarkt

Onderwerp: Aanvullend krediet ten behoeve van herontwikkeling Steenstraat Zuid Boxmeer.

oinzicht Zwolle Meerjaren Prognose Vastgoed 2015 Bijlagen

Grondexploitatie Westeremden

In beweging voor u COMPLEXEN IN EXPLOITATIE

Bouwgrondexploitatie Rapportage 3e kwartaal 2010

BEGROTING 2019 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENPARK RENGERS

Nummer : : Herziening exploitatie opzetten. Korte inhoud : Herziening exploitatie opzetten. Uithuizen, 14 april AAN DE RAAD.

Notitie GREX Voorzieningencluster

Grondexploitatie Bedrijventerrein Ens

Grondexploitatie Stedum

Plandeel 3B. Plandeel 3A. totaal %

XL Businesspark Twente

Hoe financieel gezond is uw gemeente?

Herziene exploitatiebegroting Dijkshorn. Peildatum: 31 december 2013

NB beide formulieren invullen (2 tabbladen)

Memo van het College van B&W

Onderwerp : Exploitatieplan Woongebied Westelijk Beverwijk.

Datum voorstel Datum raadsvergadering Bijlagen Ter inzage 17 juli juli vertrouwelijke bijlages

Nota Reserves en Voorzieningen 2014 Gemeente Zundert

In beweging voor u. Voorzieningen en reserves binnen het grondbedrijf VOORZIENINGEN EN RESERVES BINNEN HET GRONDBEDRIJF

Jaarrekening Gemeente Bunnik. Bunnik, 5 juni 2014 Open Huis gemeenteraad

Inhoudsopgave. Stedenbouwkundig ontwerp. Kwaliteitsplan IBOR Maasdriel en IVOR Maasdriel. Nota Aanbestedingsbeleid 2006 Maasdriel

Toelichting Herziene Grondexploitatie Dijkshorn

exploitatieplan LOCATIE CASTOR

4.2 Weerstandsvermogen

E E R H U G O. De Raad wordt verzocht om de normatieve grondexploitatie van de Horst vast te stellen

Paragraaf 7: Grondbeleid

Raadsvoorstel. Grondverkoop Centrum Vlijmen

Richtlijnen van de commissie BBV

Samenvatting exploitatieopzet

De bij het opstellen van de jaarrekening gehanteerde uitgangspunten hebben betrekking op:

4. De exploitatieopzet

Bijlage 1: Overzicht van methodiek en positie grondbedrijven

Notitie Grondexploitaties 2016 Commissie BBV

Bijlage: 1 Bij welk oorspronkelijk stuk hoort de bijlage: 2009i00798 Onderwerp: Voortgangsrapportage GIG 2009

Transcriptie:

MEERJARENPERSPECTIEF GRONDEXPLOITATIES 2014 GEMEENTE BEVERWIJK. registratienummer INT-14-13156 Gemeente Beverwijk Afdeling Ruimte

Inhoudsopgave: Voorwoord...2 1. Inleiding...3 1.1 Projecten, Meerjarenperspectief P&C cyclus... 3 1.2 Doel en status van het MJP... 3 2. De grondexploitatie...5 2.1 Onderdelen grondexploitatie... 5 2.1.1 Totale kosten en opbrengsten... 5 2.1.2 Boekwaarde... 6 2.1.3 Fasering en indexering... 6 2.1.4 Rentekosten... 6 2.2 Resultaat grondexploitatie: eindwaarde en contante waarde... 6 3. Invloedssfeer grondexploitatie...8 3.1 Relatie grondexploitatie en project... 8 3.2 Relatie grondexploitatie en begroting... 8 4. Nadere toelichting projecten en grondexploitaties...9 4.1 Stationsgebied BOS... 9 4.1.2 Stand van zaken... 9 4.1.3 Grondexploitatie... 9 4.2 Wijkerbaan... 11 4.2.2 Stand van zaken... 11 4.2.3 Grondexploitatie... 11 4.3 Binnenduin... 13 4.3.1 Stand van zaken... 13 4.3.2 Grondexploitatie... 14 5. Weerstandsvermogen...15 5.1 Resultaat gezamenlijke grondexploitaties... 15 5.2 Risico s... 15 5.3 Ratio weerstandsvermogen... 16 5.4 Bestemmingsreserve grondexploitaties... 16 Bijlagen...18

Voorwoord Voor u ligt de Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2014 (MJP 2014). De actieve grondexploitaties zijn geactualiseerd. Op basis hiervan worden projecten behorende bij de grondexploitaties financieel verantwoord en wordt getoetst of de beschikbare financiële middelen voldoende zijn om financiële projectrisico s te kunnen opvangen.

1. Inleiding 1.1 Projecten, Meerjarenperspectief P&C cyclus In de gemeente Beverwijk zijn diverse projecten actief die tot doel hebben een gewenste ruimtelijke ontwikkeling te realiseren. Voor de projecten Binnenduin, Wijkerbaan en het Bijgestelde Ontwikkelingskader Stationsgebied (BOS) zijn grondexploitaties actief. Deze drie grondexploitaties zijn onderdeel van het meerjarenperspectief grondexploitaties (MJP). Een grondexploitatie is een raamwerk van de verwachte kosten en opbrengsten voortvloeiend uit de realisatie van een ruimtelijk ontwikkelingsplan en vormen dus de financiële begroting van deze projecten. Het verschil tussen de opbrengsten en kosten in de grondexploitatie bepaalt het resultaat (tekort of overschot). Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de grondexploitaties onderdeel van de gemeentelijke begroting. Het is dus wenselijk en noodzakelijk dat het MJP onderdeel is van de P&C cyclus (zie ook INT-14-11147 : Voortgangsrapportage Grote Projecten). De P&C cyclus van Beverwijk is schematisch alsvolgt ingedeeld: Rapportage Projecten (december / januari) Jaarstukken (mei) Rapportage Projecten (juni) Programma Begroting/ MJP (oktober / november) Bij de rapportage projecten in december en juni worden de ruimtelijke projecten vooral inhoudelijk toegelicht en verantwoord. Bij de jaarrekening in mei en het MJP in oktober worden de grondexploitaties van deze projecten financieel toegelicht en verantwoord. Op deze manier wordt de raad meerdere keren per jaar geïnformeerd over de ruimtelijke projecten en bijbehorende financiën en krijgt hiermee de mogelijkheid deze projecten te kunnen (bij)sturen. 1.2 Doel en status van het MJP Het resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties is onderdeel van de gemeentelijke begroting. Het MJP informeert de raad dus naast de stand van de grondexploitaties afzonderlijk ook over de effecten van het resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties op de begroting. Het effect van de grondexploitaties op de begroting bestaat uit 2 hoofdonderdelen: 1. Voor grondexploitaties met een verwacht tekort moet een voorziening worden genomen. 2. Om eventuele financiële tegenvallers in het toekomstige resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties zo goed mogelijk op te kunnen vangen moet de bestemmingsreserve grondexploitaties voldoende hoog zijn.

Beide onderdelen komen tot uitdrukking in bedragen die in de begroting worden gereserveerd. De hoogte van deze bedragen kan jaarlijks wijzigen. Conform de P&C-cyclus worden de grondexploitaties twee maal per jaar geactualiseerd. Bij de jaarrekening wordt de hoogte van de voorziening en bestemmingsreserve vastgesteld. Bij vaststelling van het MJP worden deze bedragen, indien noodzakelijk of wenselijk, aangepast en kunnen dan in de 2 e bestuursrapportage worden verwerkt.

2. De grondexploitatie 2.1 Onderdelen grondexploitatie Inzicht in de opbouw van grondexploitaties maakt het makkelijker om deze te begrijpen en uiteindelijk ook welke sturingsmogelijkheden er zijn. Hieronder wordt heel beknopt de belangrijkste onderdelen van de grondexploitatie aangehaald en welk effect deze onderdelen kan hebben op het resultaat van de grondexploitatie. De grondexploitatie ziet er alsvolgt uit: 2.1.1 Totale kosten en opbrengsten De hoogte van de kosten en opbrengsten zijn de basis van iedere grondexploitatie en bepalen uiteraard voor het grootste deel het resultaat van een grondexploitatie. Lage kosten in combinatie met hoge opbrengsten zorgen voor een goed resultaat, maar hoge kosten met lage opbrengsten zorgen voor een slecht resultaat. De belangrijkste kosten in een grondexploitatie zijn: - Aankoop van gronden (verwervingen) - Civiele kosten (kosten bouw- en woonrijp maken) - Kosten projectmanagement, ruimtelijke procedures en voorbereiding+ toezicht van de civiele werken (Plankosten) - Rentekosten De belangrijkste opbrengsten in een grondexploitatie zijn: - Verkopen van grond (grondopbrengsten) - Bijdrage in de kosten door derden (subsidies of exploitatiebijdragen)

2.1.2 Boekwaarde De totale kosten zijn verdeeld in al gemaakte kosten en nog te maken kosten. Voor de opbrengsten geld hetzelfde. Zodra een grondexploitatie actief is worden er kosten gemaakt en/of zullen er opbrengsten zijn. Het verschil tussen beide vormt de boekwaarde die ieder jaar zal wijzigen. De hoogte van de boekwaarde bepaalt grotendeels de rentekosten in een grondexploitatie en bepaalt dus mede het resultaat. Een lagere boekwaarde betekent lagere rentekosten. 2.1.3 Fasering en indexering De nog te maken kosten en opbrengsten komen niet ineens, maar worden over meerdere jaren gemaakt. Dit komt in de grondexploitatie tot uitdrukking in de fasering. Door deze fasering zullen de kosten in de toekomst over het algemeen stijgen (inflatie). De opbrengsten daarentegen kunnen zowel stijgen als dalen (of gelijk blijven. De mate waarin stijging of daling optreedt wordt bepaald door de gehanteerde parameters (kostenindex en opbrengstenindex). Door stijging of daling van de kosten en opbrengsten zal het resultaat van de grondexploitatie in de toekomst dus anders zijn wanneer geen rekening hiermee wordt gehouden. Als de opbrengsten in de toekomst harder stijgen dan de kosten zal het resultaat verbeteren (bij gelijke fasering). 2.1.4 Rentekosten Als er meer kosten zijn gemaakt dan opbrengsten gegenereerd is er sprake van een positieve boekwaarde. Dit is feitelijk een schuld waarover rente is verschuldigd. Deze rentekosten is een kostenpost in de grondexploitatie. Zodra de boekwaarde negatief is zijn er dus meer opbrengsten dan kosten geweest en zullen er renteopbrengsten zin de grondexploitatie zijn. De fasering van de nog te maken kosten en opbrengsten heeft ook effect op de rentekosten. Over het algemeen gaan de kosten voor de baten uit. De rentekosten nemen toe als de periode tussen de kosten en opbrengsten toeneemt. De combinatie van boekwaarde, fasering van te maken kosten, de kosten- / opbrengstenindex en het gehanteerde rentepercentage bepaalt de rentekosten. 2.2 Resultaat grondexploitatie: eindwaarde en contante waarde Hiervoor is aangegeven dat het resultaat van de grondexploitatie door diverse factoren wordt beïnvloed. Maar wat is het resultaat van een grondexploitatie eigenlijk? Duidelijk is dat een grondexploitatie meerdere jaren behelst en dat we in de toekomst proberen te kijken. De kosten en opbrengsten worden op huidige datum bepaald (geraamd / getaxeerd), maar er wordt uitgerekend wat aan het eind van de grondexploitatie (meestal eind van het project) het verschil is tussen de kosten en opbrengsten. Dit bedrag is de eindwaarde en is dus een toekomstverwachting. Als op het eind van het project meer kosten dan opbrengsten dan heeft de eindwaarde (EW) een voorzienbaar tekort of verlies. Zijn er meer opbrengsten dan kosten dan heeft de eindwaarde een voorzienbaar overschot of winst.

Maar voor de actuele begroting is het belangrijk om de eindwaarde te waarderen op huidig prijsniveau. Daarom wordt de eindwaarde teruggerekend naar huidig prijspeil. Dit is de netto contante waarde (NCW). Door de NCW kunnen de resultaten van de grondexploitaties met verschillen doorlooptijden met elkaar vergeleken worden. Zowel de eindwaarde als de netto contante waarde zijn bedragen die door dezelfde gegevens (bedragen, fasering en parameters) worden bepaald. Eindwaarden zijn onderling niet vergelijkbaar met elkaar omdat deze bedragen in verschillende jaren kunnen worden verwacht. Netto contante waarde zijn onderling wel vergelijkbaar.

3. Invloedssfeer grondexploitatie 3.1 Relatie grondexploitatie en project Bij de inleiding is aangegeven dat het MJP ingrediënten biedt om projecten te kunnen sturen. De wijze waarop en met welke gevolgen wordt hierna kort toegelicht. Ieder project heeft kaders waarop het project is gebaseerd. Kaders zijn bijvoorbeeld de omvang van een project, de te voeren grondpolitiek of de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. De grondexploitatie is gebaseerd op dezelfde kaders. Het project en de grondexploitatie zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanuit de kaders van het project is dus de grondexploitatie te beïnvloeden ( sturen ). Hierbij wordt direct aangetekend dat niet alle kaders zomaar gewijzigd kunnen worden omdat deze worden bepaald externe factoren (bijvoorbeeld woningmarkt of subsidievoorwaarden). Andersom geldt hetzelfde. Door een grondexploitatie, al dan niet noodgedwongen, aan te passen (om bijvoorbeeld het resultaat te verbeteren) zullen de kaders van een project ook worden veranderd. Deze gewijzigde kaders zullen dan ook moeten worden doorgevoerd anders ontstaat er een hiaat tussen de uitvoering en de bijbehorende financiën. Er is dus een wederzijdse relatie tussen het project en de bijbehorende grondexploitatie. Soms is de inhoud van het project belangrijker dan het resultaat van de grondexploitatie, maar soms is het resultaat van de grondexploitatie belangrijker dan de inhoud (of onderdelen daarvan) van het project. 3.2 Relatie grondexploitatie en begroting Zoals aangegeven wordt aan de hand van het MJP de hoogte van de voorziening en de bestemmingsreserve grondexploitaties bepaald. Beide bedragen zijn opgenomen in de begroting, de hoogte is dus afhankelijk van het resultaat van de grondexploitaties. Grondexploitaties worden sterk beïnvloed door de markt. Het is dus mogelijk dat de exploitatieresultaten resulteren in hogere voorzieningen of hogere bestemmingsreserves. Er is dan een directe invloed op de begroting, want de gereserveerde bedragen hiervoor kunnen immers niet worden uitgegeven aan andere doelen.

4. Nadere toelichting projecten en grondexploitaties 4.1 Stationsgebied BOS 4.1.2 Stand van zaken Sinds de kaders van het project Stationsgebied in 2011 zijn bijgesteld concentreert de grondexploitatie BOS zich voornamelijk op de locatie Ankies Hoeve en infrastructuur daaromheen. Medio 2013 heeft de gemeenteraad besloten de locatie vrij te geven voor andere bebouwingsmogelijkheden (INT-13-01737). Binnen dit besluit mag op de locatie ook woningbouw worden gerealiseerd. Het college heeft in juli 2014 (INT-14-01503) besloten een breed onderzoek te doen naar de wenselijke en mogelijke ontwikkelingen op de langere termijn in het hele stationsgebied (inclusief Ankies Hoeve). Hierdoor is de fasering van het project en de grondexploitatie BOS echter wel onzeker geworden. Inmiddels zijn, eerder dan gepland, de voorbereidingen op de infrastructurele aanpassingen opgestart (Velserweg/Vondellaan). De provincie heeft subsidie verleend voor ca. 90% van de kosten. 4.1.3 Grondexploitatie De subsidie voor de Velserweg/Vondellaan was bij het MJP 2013 nog niet voorzien en is dus een financiële meevaller. Het resultaat van de grondexploitatie krijgt hierdoor een positieve impuls. De in de grondexploitatie opgenomen grondopbrengst voor Ankies Hoeve was tot het MJP 2013 gebaseerd op het plan van Heliomare en ging uit van uitsluitend maatschappelijke bestemmingen. Doordat de raad heeft besloten ruimere en meer commerciële bouwmogelijkheden mogelijk te maken zal de grondwaarde hoger kunnen zijn. Echter: de resultaten van het onderzoek naar de langere termijn voor het stationsgebied zal eerst worden afgewacht om te concluderen of er ook daadwerkelijk hogere grondopbrengsten te verwachten zijn. In de grondexploitatie zijn de kosten en opbrengsten gerelateerd aan Ankies Hoeve vooralsnog ongewijzigd opgenomen. De werkzaamheden Velserweg/Vondellaan zijn als Design&Construct aanbesteed. Bij deze aanbestedingsvorm wordt het ontwerp en technisch uitwerken van de werkzaamheden, als onderdeel van de opdracht, door de aannemer gedaan. De verwachting is dat de totale kosten voor dit werk zullen afnemen. Bovenstaande aspecten zijn verwerkt in de grondexploitatie voor het MJP 2014 en leiden tot een verbetering van het exploitatieresultaat op netto contante waarde van 6.565.189,- tot een verwacht tekort van 6.001.000,-. Bij de jaarrekening 2013 is hiervoor een voorziening opgenomen. In onderstaande tabel zijn de verwachte totale kosten en opbrengsten per post aangegeven. In bijlage 1 is de integrale grondexploitatie aangegeven.

Tabel: totale kosten en opbrengsten verwacht tot eind project Verwacht tot eind project volgens MJP 2013 Verwacht tot eind project volgens MJP 2014 Verschil Verwervingen 1.516.892 1.516.892 0 Sloop 23.372 23.372 0 Bodemsanering 73.350 73.350 0 Bouwrijp maken 1.540.011 1.540.011 0 Woonrijp maken 1.638.406 1.635.708-2.698 Infrastructuur / kunstwerken 1.204.747 1.210.047 5.300 Plan-/proces-/projectmanagement 2.625.661 2.658.520 32.859 VAT-kosten 865.822 794.085-71.737 Dotaties / Fondsen 0 0 0 Tijdelijk beheer 68.332 43.499-24.833 Rente 2.652.978 2.533.750-119.228 Totaal investering 12.209.571 12.029.232-180.339 Grondopbrengsten 2.591.729 2.591.729 0 Subsidies 450.021 1.352.371 902.350 Exploitatiebijdrage beheersbudgetten 532.183 532.183 0 Exploitatiebijdrage derden 232.872 232.872 0 Tijdelijk beheer 23.736 25.556 1.820 Algemene middelen 0 0 0 Totaal opbrengsten 3.830.541 4.734.711 904.170 Saldo (eindwaarde) 8.379.030 (tekort) 7.294.232 (tekort) + 1.084.509 Saldo (netto contante waarde) 6.565.189 (tekort) 6.001.221 (tekort) + 563.968

4.2 Wijkerbaan 4.2.2 Stand van zaken Het project Wijkerbaan nadert de laatste fase. De grondexploitatie loopt nog enkele jaren door tot 2017, maar de enige rol die de gemeente nog heeft is het verder woonrijp maken van het gebied. Voor al deze werkzaamheden is in 2012 opdracht gegeven (één bestek). Een deel hiervan is uitgevoerd, het resterende deel zal tot 2017 gefaseerd worden uitgevoerd. De fasering wordt afgestemd op de voortgang van de bouw van de woningen. WoonopMaat is leidend in dit project, de werkzaamheden van de gemeente worden hierop afgestemd. De opening van de parkeergarage (werk WoonopMaat) zal in 2014 plaatsvinden in plaats van 2015. Hierdoor zijn de werkzaamheden woonrijp maken in 2013 grotendeels uitgevoerd in plaats van in 2014. De totale kosten nemen daardoor niet toe, alleen de fasering van deze kosten is anders. Alle grondopbrengsten en exploitatiebijdragen zijn gerealiseerd. De nog te verwachten opbrengsten zijn uitsluitend gemeentelijke beheersgelden en ISVbijdrage van de provincie. De planning woonrijp maken is licht gewijzigd, de fasering van de hierbij horende kosten is in de grondexploitatie ook aangepast aan deze planning. Door Woonopmaat is aangegeven dat er mogelijk stagnatie in de planning kan ontstaan voor de laatste fase van het project. Hierover is overleg geweest met de gemeente, maar medio 2014 zal WoonopMaat aangeven of en hoeveel stagnatie er zal zijn. Vooralsnog is de grex gebaseerd op de huidige planning, dus zonder rekening te houden met eventuele stagnatie. 4.2.3 Grondexploitatie De grondexploitatie is in hoofdlijnen slechts marginaal veranderd. Wel wordt rekening gehouden met extra plankosten omdat het overleg met WoonopMaat over eventuele stagnatie extra tijd zal vergen. Bij het MJP 2013 was dit nog niet voorzien. Bovenstaande aspecten zijn verwerkt in de grondexploitatie voor het MJP 2014. Het resultaat is licht verbeterd tot een verwachte opbrengst op netto contante waarde van 1.785.000,-. In onderstaande tabel zijn de verwachte totale kosten en opbrengsten per post aangegeven. In bijlage 2 is de integrale grondexploitatie aangegeven.

Tabel: totale kosten en opbrengsten verwacht tot eind project Verwacht tot eind project volgens MJP 2013 Verwacht tot eind project volgens MJP 2014 Verschil Verwervingen 1.599.103 1.599.103 0 Sloop 38.321 38.321 0 Bodemsanering 13.458 13.458 0 Bouwrijp maken 1.136.375 1.136.375 0 Woonrijp maken 3.665.273 3.652.702-12.571 Infrastructuur / kunstwerken 0 0 0 Plan-/proces-/projectmanagement 1.362.089 1.423.532 61.443 VAT-kosten 1.020.939 1.025.977 5.038 Dotaties / Fondsen 0 0 0 Tijdelijk beheer 19.000 20.024 1.024 Rente -719.963-702.544 17.419 Totaal investering 8.134.595 8.206.948 72.353 Grondopbrengsten 7.144.723 7.135.623-9.100 Subsidies 940.864 940.864 0 Exploitatiebijdrage beheersbudgetten 1.687.894 1.687.894 0 Exploitatiebijdrage derden 588.235 612.153 23.918 Tijdelijk beheer 0 0 0 Algemene middelen 0 0 0 Totaal opbrengsten 10.361.716 10.376.534 14.818 Saldo (eindwaarde) 2.227.122 (overschot) 2.169.586 (overschot) - 57.536 Saldo (netto contante waarde) 1.745.008 (overschot) 1.784.924 (overschot) + 39.916

4.3 Binnenduin 4.3.1 Stand van zaken Door de gemeenteraad is het besluit genomen om het gehele project Westelijk Beverwijk uit te voeren. In 2007 is de grondexploitatie, gebaseerd op het gehele plangebied, voor het gehele project Westelijk Beverwijk (Binnenduin) vastgesteld door de Raad. Op basis van de historische grondeigendompositie binnen de projectgrenzen zijn de deelgebieden noord, midden en zuid te onderscheiden. Ieder deelgebied heeft een eigen "dynamiek" t.a.v. grondeigendom en ontwikkelpotentie. Deelgebied noord en zuid hebben veel (deels historisch) grondbezit, terwijl het middengebied relatief veel particulier grondbezit laat zien. Dit onderscheid is ook in het exploitatieplan opgenomen. In het noordelijk deelgebied zijn in 2013 de eerste gronden verkocht volgens het verkavelingplan en zijn de eerste woningen inmiddels klaar. Dat is wat later dan verwacht als gevolg van de economische situatie. Wel is ook de particuliere markt (ontwikkelaars/grondeigenaren in het gebied) in gesprek gegaan met de gemeente om te kunnen ontwikkelen. Dat heeft geresulteerd in een concreet bouwplan en aanpassing van de verkaveling voor het noordelijk veld. Het college heeft ingestemd met deze plannen (C-14-01139). Dit deel van het bestemmingsplan zal in 2014 zijn aangepast, zodat de realisatie in 2015 kan worden gestart. Een deel van het bouwrijp maken noordelijk veld is gestart en afgerond in 2013. In 2014 wordt het resterend deel bouwrijp gemaakt. Alle gronden zijn in 2014 klaar voor uitgifte en bebouwing van dit plan. Woonrijp maken zal (in fases) na realisatie woningbouw worden uitgevoerd. Meerdere grondeigenaren in het middengebied zijn recentelijk het gesprek aangegaan met de gemeente over nieuwbouwplannen. Dit geeft aan dat de markt weer aan ontwikkelen denkt, al is het in kleinere hoeveelheden. Planning De woningmarkt lijkt dus herstellende, maar neemt niet weg dat er behoorlijke stagnatie in de planning ontstaat. Uit de gesprekken met de marktpartijen is ook op te maken dat er mogelijk verdere (deel)aanpassingen van het bestemmingsplan nodig zullen zijn en er in deelprojecten zal worden ontwikkeld. Daarnaast sluit de binnen het bestemmingsplan mogelijke woningbouw in het middengebied veel beter aan op de huidige marktsituatie dan in het zuidelijk deelgebied. Volgens het exploitatieplan is huidige ontwikkeling in het middengebied niet mogelijk. Als vastgehouden wordt aan de huidige fasering zit het project op slot en dat is niet wenselijk. De planning zal fors veranderen, de doorlooptijd wordt langer en de fasering van de kosten en opbrengsten zal sterk veranderen. Zowel de grondexploitatie als het exploitatieplan is op dit punt aangepast. Grondbeleid Bij aanvang van het project is uitgegaan van een actieve grondpolitiek voor het hele project. In het middengebied zijn hiervoor grote investeringen voor het verwerven van grond nodig. Deze verwervingen brengen een groot financieel risico (rentekosten) voor de grondexploitatie met zich mee. Voor Binnenduin zal de gemeente terughoudend zijn in verwervingen en zoveel mogelijk een facilitair grondbeleid voeren.

4.3.2 Grondexploitatie Zoals aangegeven zijn de eerste woningen in het noordelijk veld gerealiseerd. De daarbij horende grondopbrengsten of exploitatiebijdragen zijn betaald en in de grondexploitatie verwerkt. Alle woningbouwgronden zijn bij het maken van het exploitatieplan in 2011 getaxeerd. Bij het MJP 2013 is al rekening gehouden met lagere grondopbrengsten ( afwaardering ) vanwege de slechte woningbouwmarkt. Ten behoeve van de herziening van het exploitatieplan en de grondexploitatie zijn de gronden opnieuw getaxeerd zodat rekening wordt gehouden met de meest actuele marktsituatie op het dieptepunt van de markt. Op basis van deze taxatie zijn ten opzichte van het MJP 2013 de verwachte totale grondopbrengsten verder afgenomen. De kosten bouw- en woonrijp maken zijn ook dit jaar geactualiseerd. Ten behoeve van de actualisatie van het exploitatieplan zijn de inbrengwaarden (= verwervingskosten in grondexploitatie) opnieuw gewaardeerd door externe deskundigen. Uit de gemaakte taxatie blijkt dat de verwervingskosten niet zijn gestegen. De grondexploitatie ziet er dus geheel anders uit. Aangezien de realisatie van het project naar verwachting in kleinere projecten zal geschieden en de doorlooptijd flink zal toenemen zullen zowel de plankosten als de kosten bouw- en woonrijp maken als de rentekosten toenemen. Door de omschakeling van actieve naar facilitaire grondpolitiek zullen de verwervingskosten lager worden, de grondopbrengsten lager maar de exploitatiebijdrage hoger. De actuele grondexploitatie heeft een voorzienbaar overschot van 2.382.000,- op netto contante waarde. Dit is een verslechtering van 1.290.000,- dan bij het MJP 2013. Tabel: totale kosten en opbrengsten verwacht tot eind project Verwacht tot eind project volgens MJP 2013 Verwacht tot eind project volgens MJP 2014 Verschil Boekwaarde start project 339.863 339.863 0 Verwervingen 11.377.105 6.746.010-4.631.095 Sloop 284.468 233.269-51.199 Bodemsanering 152.252 58.463-93.789 Bouwrijp maken 4.444.481 4.447.525 3.044 Woonrijp maken 5.354.528 5.941.365 586.837 Infrastructuur / kunstwerken 158.084 156.929-1.155 Plan-/proces-/projectmanagement 2.916.064 2.895.672-20.392 VAT-kosten 552.414 889.362 336.948 Dotaties / Fondsen 525.832 664.552 138.720 Tijdelijk beheer 204.947 131.059-73.888 Rente 1.323.777 2.661.684 1.337.907 Totaal investering 27.633.814 25.165.752-2.468.062 Grondopbrengsten 30.734.097 22.598.334-8.135.763 Subsidies 0 0 0 Exploitatiebijdrage beheersbudgetten 0 0 0 Exploitatiebijdrage derden 2.324.420 6.641.550 4.317.130 Tijdelijk beheer 0 0 0 Algemene middelen 0 0 0 Totaal opbrengsten 33.058.517 29.239.883-3.818.634 Saldo (eindwaarde) 5.424.703 (overschot) 4.074.132 (overschot) - 1.350.571 Saldo (netto contante waarde) 3.671.652 (overschot) 2.382.060 (overschot) - 1.289.592

5. Weerstandsvermogen 5.1 Resultaat gezamenlijke grondexploitaties In de bijlagen zijn de integrale grondexploitaties opgenomen. Als de totalen van de grondexploitaties bij elkaar worden opgeteld ontstaat het volgende overzicht: BOS Wijkerbaan Binnenduin Totaal Kosten 12,03 8,21 25,17 45,41 Opbrengsten 4,73 10,38 29,24 44,35 Eindwaarde - 7,30 (tekort 2017) 2,17 (overschot 2017) 4,07 (overschot 2024) -1,04 (tekort 2017-2024) Netto contante waarde -6,00 (tekort) 1,78 (overschot) 2,38 (overschot) -1,84 (tekort) Ten opzichte van het MJP 2013 is het gezamenlijk resultaat op netto contante waarde gedaald. In onderstaande grafiek is het verloop van de netto contante waarde over de afgelopen 5 jaar en het verwachte verloop van het gezamenlijke resultaat voor de komende jaren weergegeven. Uit de grafiek is af te leiden dat de daling minder is dan in de afgelopen jaren en zich voor de komende jaren zal stabiliseren. 8,00 6,00 7,16 6,73 5,32 4,00 2,00 0,00-2,00-4,00 3,67 2,34 2,74 2,38 2,50 2,62 2,76 2,89 1,93 1,93 1,74 1,78 1,87 1,96 2,06 2,16 1,15 1,07 2010 2011 2012 2013 2014-1,16-1,84-1,93-2,03-2,13-2,24 Binnenduin Wijkerbaan BOS TOTAAL Binnenduin toekomst Wijkerbaan toekomst BOS toekomst Reeks8 Reeks9 TOTAAL toekomst -6,00-8,00-8,35-5,92-6,18-6,57-6,00-6,30-6,62-6,95-7,29-10,00 5.2 Risico s Iedere grondexploitatie kent een boekwaarde. Deze boekwaarde zal in de toekomst, afhankelijk van de nog te maken kosten en opbrengsten, toenemen of afnemen. Meestal neemt de boekwaarde eerst toe voordat deze weer afneemt (kosten komen voor de baten). Een toenemende (tussentijdse) boekwaarde vormt een financieel risico als hiervoor onvoldoende financiële middelen tegenover staan. Zoals in paragraaf 2.1.3 is aangegeven hebben parameters (kosten- en opbrengstenindex en rente) en fasering effect op de grondexploitatie. Om het effect van de risico s hoger in te schatten wordt in de risicoberekening ook rekening gehouden met veranderende parameters.

De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met een combinatie van hogere kosten, lagere opbrengsten en andere parameters (die het resultaat negatief beïnvloeden). Daarnaast wordt er rekening gehouden met denkbare scopewijzigingen (verandering van projectkaders) die een nadelige financiële invloed hebben op het projectresultaat. Hiervoor zijn berekening uitgevoerd om een indicatie van de omvang van de risico s te verkrijgen en deze te kunnen beoordelen. 5.3 Ratio weerstandsvermogen De grondexploitaties in het MJP zijn toekomstverwachtingen en zijn daarmee onzeker. De werkelijke resultaten van de grondexploitaties kunnen dus afwijken in zowel positieve als in negatieve zin. Om negatieve afwijkingen in de toekomst op te kunnen vangen moeten er financiële middelen beschikbaar blijven. De mate waarin deze middelen beschikbaar zijn noemen we weerstandsvermogen. In de Nota reserves en voorzieningen (raadsbesluit 2010/46056) is aangegeven dat de gemeente streeft naar voldoende weerstandsvermogen. Conform de nota dienen dan de beschikbare financiële middelen (= beschikbare weerstandscapaciteit) tussen de 100% - 140% van de financiële risico s (= benodigde weerstandscapaciteit) te bedragen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een verhouding (ratio). De ratio moet dus tussen de 1,0 1,4 zijn om als voldoende te worden gekwalificeerd. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van: - De bestemmingsreserve grondexploitaties, deze is bij de jaarrekening 2013 vastgesteld op 2,40 miljoen. - De verwachte overschotten van de grondexploitaties met een voorzienbaar overschot. Het maximaal berekende risico bedraagt 4,17 miljoen, waarbij het resultaat van de grondexploitaties met een voorzienbaar overschot afneemt tot 1,82 M (beide bedragen op netto contante waarde 1-1-2014). De ratio weerstandsvermogen bedraagt dan: Ratio weerstandsvermogen = 2,40 + 1,82 4,17 = 1,0 De ratio weerstandsvermogen is dus voldoende. 5.4 Bestemmingsreserve grondexploitaties De ratio weerstandsvermogen is voldoende, verhoging van de bestemmingsreserve grondexploitaties ( 2,40 M) is op basis van de Nota reserves en voorzieningen niet nodig. Sinds het MJP 2011 is de bestemmingreserve getoetst aan aanvullende criteria, ook voor het MJP 2014 wordt hieraan getoetst. Deze aanvullende criteria zijn:

1. De reserve dient een minimaal niveau van 1,0 miljoen te hebben. 2. Een percentage van 25% van het saldo is benodigd van de reeds gemaakte investeringen en opbrengsten (boekwaarde). 3. De reserve moet ten minste de te verwachten verhoging van de verliesvoorzieningen naar de eindwaarde afdekken. Volgens al deze criteria is de huidige bestemmingsreserve van 2,40 M voldoende. Aanpassing van de bestemmingsreserve is niet noodzakelijk.

Bijlagen Bijlage 1 : grondexploitatie BOS Bijlage 2 : grondexploitatie Wijkerbaan Bijlage 3 : grondexploitatie Binnenduin