NAAM (in drukletters): Stamnummer:

Vergelijkbare documenten
Stamnummer: NPGE: Algemene Scheikunde 6 november u

V.Covalente verbindingen: Ruimtelijke structuur

Stamnummer: NPGE: Algemene Scheikunde 6 november u N H

IV. Chemische binding

IV. Chemische binding

VI.Covalente verbindingen: Orbitalen

Uitwerkingen Bio-organische Chemie Werkcollege Hoeveel protonen, neutronen en elektronen hebben de volgende elementen:

CHEMIE 1 Hoofdstuk 7 Chemische binding I. HOOFDSTUK 7: Chemische binding I

Intermoleculaire krachten ELEKTRONEGATIVITEIT, POLAIRE ATOOMBINDING, DIPOOLMOMENT, ION-

Stoffen, structuur en bindingen

Toets 01 Algemene en Anorganische Chemie. 30 september 2015

Bij het opstellen van de Lewisstructuur houd je rekening met de octetregel en het aantal valentie-elektronen.

Bindingen. Suiker Suiker heeft de molecuulformule C 12 H 22 O 11

Uitwerkingen Basischemie laboratoriumonderwijs hoofdstuk 11

WATER. Krachten tussen deeltjes. Intramoleculaire en intermoleculaire krachten

Toets T1 Algemene en Anorganische Chemie. 01 oktober 2014

vraag A B C D Eventuele illustratie 1s 2, (2sp 2 ) 5, 2p x 1. Het aantal neutronen en electronen. De som van het aantal protonen en neutronen.

gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern.

H10 Analyse. H10.2 Spectroscopie. H10.3 Spectrofotometrie. H10.4 Kwantitatieve analyse. H10.5 Chromatografie

Alleen de metalen zullen de stroom geleiden omdat deze vrije elektronen hebben, dit zijn dus alleen kalium en tin.

Herkansing Toets T1 en T2 AAC. 08 november 2013

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

IV. Chemische binding

Oplossen en mengen. Opdracht 2. Niet.

Koolstofchemie I. Scheikunde Havo 4

a) Teken molecuul I op het antwoordblad en omcirkel alle stereocentra.(5)

Tentamen Chemische Binding NWI-MOL056 Prof. dr. ir. Gerrit C. Groenenboom, HG00.304/065, 17:30-20:30/21:30, 6 feb 2014

Sk-08 Moleculaire stoffen

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

Tentamen Algemene en Anorganische Chemie

Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan

Opgave 1. Lewis-elektronenstructuren 12 punten, 15 minuten

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit twintig vragen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1

07 MOLECUULFORMULES & CHEMISCHE BINDINGEN PROCESTECHNIEK

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde

Toets T1 Algemene en Anorganische Chemie. 02 oktober 2013

Inhoud... 1 I. INLEIDENDE BEGRIPPEN Enkele fundamentele definities Oorsprong van de moderne scheikunde... 6

Eindexamen scheikunde havo 2002-II

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

4 11 juni EINDTOETS THEORIE antwoordmodel

Uitwerkingen Basischemie laboratoriumonderwijs hoofdstuk 10

Opgave 1. Reacties 16 punten

Eindexamen scheikunde pilot vwo I

Uitwerkingen Basischemie laboratoriumonderwijs hoofdstuk 10

Toegepaste Quantumchemie NWI-MOL106 Prof. G. C. Groenenboom en Prof. F. M. Bickelhaupt, HG00.068/HG00.310, 8:30-11:30/12:30, 28 okt 2015

Tentamen Inleiding Quantumchemie (MST1171)

Samenvatting Scheikunde H12

4e jaar Wetenschappen

Lesnr. Werkvorm Lesverloop Leerplandoelen Eindtermen Pagina LWB 1 Inleiding p Hoofdstuk 1 1 Denk er eens over na p. 10

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 5: ORGANISCHE CHEMIE

ANTWOORDEN TENTAMEN. Van Quantum tot Materie

Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo

Bio-Organische Chemie

Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.

Oefenvragen Hoofdstuk 7 Een indeling van stoffen. moleculaire stoffen zouten metalen

Algemene Scheikunde. Academiejaar

Oefenvragen Hoofdstuk 3 Bouwstenen van stoffen antwoorden

Vraag 1 : Beschrijf het verschil tussen een atoom en een molecule.

Eindexamen scheikunde havo II

Atoombinding structuurformules nader beschouwd (aanvulling 2.4)

a Hoeveel valentie-elektronen heeft elk atoom? Dat wil zeggen: hoeveel elektronen in de buitenste schil? Volgens: K 2 L 8 M 18

5 Formules en reactievergelijkingen

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

Hoe komt het dat de platen, waartussen een dunne laag water zit, bij elkaar blijven? Wat is de EN-waarde van een atoom?

Scheikunde Chemie overal Week 1. Kelly van Helden

Deel 2. Basiskennis chemie

Tentamen QCB juli 2005, 9:00-12:00 uur, A. van der Avoird

Hertentamen Algemene en Anorganische Chemie. 07 januari 2011

Koolstofverbindingen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

QUARK_5-Thema-01-elektrische kracht Blz. 1

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie

Samenvatting Scheikunde H6 Water (Chemie)

Elementen; atomen en moleculen

Bepaal het atoomskelet van de verbinding

EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

In deze moleculen bevinden zich een of meer dubbele of drievoudige bindingen.

06 H6 Water is bijzonder. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2.4, 4, 5.1 t/m 5.3

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3 en 4

Voorstelling van moleculen en atomen in chemische symbolentaal

Het kunnen onderscheiden van verschillende isomeren is nodig voor het begrijpen van de unieke eigenschappen die isomeren bezitten.

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

Transcriptie:

AAM (in drukletters) Stamnummer iet-periodegebonden evaluatie Algemene Scheikunde oktober u Vraag ( punten) Twee binaire verbindingen van een onbekend element X en fosfor hebben een massaverhouding X/P van.84 en.6. Indien de moleculen van beide verbindingen slechts één fosforatoom bevatten, wat is dan de identiteit van X en wat is de formule van beide verbindingen? mx,i.84 mx,ii.6 en mp,i mp,ii Wet van meervoudige verhoudingen n n X,II X,I.6 g X in II g P.66.84 g X in I g P 5 Elke molecule bevat atoom P formules PX 5 en PX m Voor elke verbinding geldt X nx AM X mp np AMP 5 AM PX 5.6 X.6. AM X 8. 5.5 5 AM PX.84 X.84. AM X 8..5 PSE 8. amu MM F X F Formules verbindingen PF en PF 5 Vraag ( punten) Rangschik op basis van de periodieke trends de onderstaande sets van atomen in de aangegeven volgorde. Verklaar telkens je antwoord a) in volgorde van toenemende EA arseen, antimoon, indium Rangschikking As > Sb > In b) in volgorde van toenemende straal telluur, zilver, technetium Rangschikking Ag > Tc > Te Pagina van

Vraag (6 punten) Geef de geometrie rond de aangeduide atomen in de onderstaande verbinding. Vermeld of de verbinding polair is of niet. Geef tevens de bindingsorden van alle bindingen en alle bindingshoeken. Verklaar kort je antwoord. a) b) l c) itrobenzeen, 6 5 (geometrie rond ) a) ( ) ( 4) 6 6 valentie-elektronen bindingsorden (B) aantal gedeelde e-paren B ; B ; B bindingsdipolen E (.6) < E (.5) δ - δ, E. E (.6) > E (.) δ - δ, E.4 geometrie rond LW ( bindingen) minimale repulsie voor een trigonale schikking van de LW geometrie trigonaal planair bindingshoek - - ; - - geometrie rond LW (dubbele binding is LW; bindingen) minimale repulsie voor een lineaire schikking van de LW geometrie lineair bindingshoek - - 8 moleculair dipoolmoment vectorsom bindingsdipolen én bijdrage vrij e-paren op heffen elkaar niet op µ polair Pagina van

b) l ( 6) 8 valentie-elektronen - - l l l 8 e rond l; FL ; FL op l; -FL op K e rond l; FL ; FL op l; K; dominant e rond l allen FL op gunstig bindingsorden (B) aantal gedeelde e-paren; stel gelijke bijdrage l B. 66 l B.66 bijdrage B > B twee equivalente l met.66 < B < bindingsdipolen E l (.5) < E (.5) l δ - δ, E.45 geometrie rond l dominante resonantiestructuur LW (dubbele binding is LW; bindingen vrij ep) minimale repulsie voor een trigonale schikking van de LW geometrie trigonaal planair bindingshoek -l- (repulsie vrij e-paar bindingse-paar > bindingse-paar bindingse-paar) moleculair dipoolmoment vectorsom bindingsdipolen bijdrage vrij ep op l heffen elkaar niet op µ polair Pagina van

c) 6 5 (6 4) (5 ) 5 ( 6) 46 valentie-elektronen - - - 6 - - - - - - - bindingsorden (B) aantal gedeelde e-paren (zie p. voor berekening); stel gelijke bijdrage en 6 B. en56 B. 5 4 en45 en B.4 en B. B en 6 dominant B.5 equivalente bindingen met. < B <.5 en 5 6 dominant B.5 equivalente bindingen met.5 < B <.5 4 en 4 5 dominant B.5 equivalente bindingen met.4 < B <.5 en dominant B.5 equivalente bindingen met. < B <.5 dominant B < B <.4 bindingsdipolen E (.6) < E (.5) δ - δ, E.45 E (.5) < E (.5) δ - δ, E.45 E (.6) > E (.) δ - δ, E.4 geometrie rond en rond alle dominant LW (dubbele binding is LW; bindingen) minimale repulsie voor een trigonale schikking van de LW geometrie trigonaal planair bindingshoek -- ; -- bindingshoek -- ; -- ; -- moleculair dipoolmoment vectorsom bindingsdipolen heffen elkaar niet volledig op µ polair Pagina 4 van

Vraag 4 FK-, l F, werd voornamelijk gebruikt als koelvloeistof in ijskasten. a) Welke eigenschap van l F maakte het uitermate geschikt om gebruikt te worden als koelvloeistof? Welke verbinding werd voordien hiervoor gebruikt? ( punt) b) Voor welk van deze beide verbindingen verwacht je de hoogste waarde van deze eigenschap? Verklaar je antwoord. ( punten) c) Zouden de halonen even geschikt zijn om gebruikt te worden als koelvloeistof als de freonen? Verklaar je antwoord. ( punten) a) het lage kookpunt maakt l F zeer geschikt om als koelvloeistof gebruikt te worden ter vervanging van het vroeger gebruikte ammoniakgas. b) verbinding dispersie dipool-dipool -brug l F MM vrije e-paren op l (n ; E.5) vrije e-paren op F (n ; E 4) MM vrij e-paar op (n ; E.) 4 LW tetraedrisch 4 bindingen F E.4 l E.55 µl F (vrij groot) 4 LW tetraedrisch bd vrij e p trigonaal pyramidaal E. µ (groot) -. l F >>> > l F >> l F Intermoleculaire krachten l F Schatting kookpunt kookpunt l F verschil in dispersiebijdrage verschil in dipool-dipoolbijdrage bijdrage -brug kookpunt l F ( 4) (6 5 ) kookpunt l F 4 kookpunt ammoniak kookpunt l F Pagina 5 van

c) alonen bevatten naast, l en F ook Br. Vervanging van één of meerdere l-atomen of F-atomen door een broomatoom zou resulteren in een vrij sterke toename van de dispersiekrachten in de halonen omdat de vrije e-paren op Br (n 4; E.85) veel gemakkelijker polariseerbaar zijn dan deze op F (n ; E 4) en gemakkelijker polarizeerbaar dan deze op l (n ; E.5). Schatting F Br.5 (8 ); l Br 45 (8 5.5) De lagere E van Br in vergelijking met l en F resulteert in kleinere bindingsdipolen van de -Br binding met als gevolg dat de halonen een kleiner moleculair dipoolmoment hebben dan de freonen. Schatting F, l Br bijdrage µ 5 4 De kleinere bijdrage tot de intermoleculaire krachten van het kleinere dipoolmoment van de halonen wordt dus meer dan gecompenseerd door de grotere bijdrage van de toegenomen dispersiekrachten. et kookpunt van de halonen zou als gevolg van de grotere dispersiekrachten dus merkelijk hoger liggen dan dit van de freonen. De halonen zijn dus minder geschikt dan de freonen om als koelvloeistof gebruikt te worden. Vraag 5 ( punten) Welk van onderstaande verbindingen heeft een stereo-isomeer dat achiraal is? mcirkel je keuze(s). a),-dihydroxybutaan ( stereocentrum; stereo-isomeren) b),-broom-chloor-butaan ( stereocentra; 4 stereo-isomeren) c),-dibroompentaan ( stereocentrum; stereo-isomeren) d),-dibroompentaan ( stereocentra; 4 stereo-isomeren) e),4-dihdroxyhexaan ( stereocentra; stereo-isomeren; heeft achirale mesovorm) 5 5 mesovorm Pagina 6 van

Pagina van Vraag c berekening B - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6 4 gelijkwaardige resonantiestructuren FL ; -FL op ; FL op gelijkwaardige resonantiestructuren FL 4; -FL op ; FL op ; FL op geringe bijdrage Stel alle resonantiestructuren dragen evenveel bij. B.5 B.4 B 4.4 B 5 4.5 B 6 5. B 6. B. B.4 B dominante bijdragen alle bindingen B en B dragen evenveel bij dominant B.5 alle bindingen B en B dragen evenveel bij dominant B.5 binding bijdrage B > bijdrage B dominant B