Coachen bij faalangst

Vergelijkbare documenten
Faalangst. Informatie en tips voor ouders en verzorgers

FAALANGST DE BAAS! TRAINING 1. faalangst. de baas! training.

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining

Handboek. Faalangstreductie/Examenvreestraining

7Omgaan met faalangst

Handboek. Faalangstreductie/Examenvreestraining

Faalangst WAT IS HET EN WAT KAN JE ER AAN DOEN?

Sportief Coachen 2e Kaderavond. Een$sportbreed$programma$dat$spor/ef$gedrag$s/muleert$en$ongewenst$gedrag$aanpakt$

INFOAVOND OVER FAALANGST MET ILSE DEWITTE

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd.

1Wat is examenvrees eigenlijk?

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Faalangst. Faalangst algemeen begeleidleren.be 1/6

1Help: faalangst! 1.1 Verkenningen

HOE WERKT FAALANGST? WAT IS FAALANGST?

2 Training of therapie/hulpverlening?

Hyperventilatie. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Pedagogiek NHB DEURNE

Gespannen of angstig? Zelf aan de slag!

informatiebrochure Faalangstreductie training (frt) Examenvreesreductie training (evt) Sociale vaardigheid training (sova)

Toelichting bij de MZO screening voor ouders

Nieuwsbrief Januari 2011

Collectief aanbod Jeugd Houten

Mijn kind heeft een LVB

LEEFREGELS EN IK-BEN OPVATTINGEN HERKENNEN

Huiswerkbeleid

Inleiding Ademhaling Hyperventilatie Oorzaak van hyperventilatie Klachten bij hyperventilatie Wat kunt u zelf doen...

STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM

VRAGENLIJST VOOR LEERKRACHTEN basisschool groep 3 t/m 8

Ondersteuningscarrousel Lorentz Lyceum

Mentale Kracht. De succestraining van Olympische sporters en de Nationale Politie

Angstige leerlingen in de klas en het Vriendenprogramma. Drs. N.E. de Vries

Omgaan met rijexamenangst

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Hoe verwerk je een. schokkende gebeurtenis? Informatie voor ouders

MEDISCH CENTRUM Hyperventilatie

Verlies, verdriet en rouw

Feedback. Wat is feedback?

Verlies, verdriet en rouw

Voorstellen. Topsport 1. Naam 2. Coachervaring 3. Ervaring met mentale begeleiding 4. Wat voor type coach bent u? Voorstellen

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

Patiënteninformatie. Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel. Wat is hyperventilatie, wat zijn symptomen en hoe bestrijd je een aanval?

We onderscheiden enkele manieren van attributie (verklaringen voor succes of falen):

Training Omgaan met Agressie en Geweld

We onderscheiden enkele manieren van attributie (verklaringen voor succes of falen):

Handvatten voor het omgaan met zelfbeschadiging

Overzicht Groepsaanbod. Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek,

Inner Game. Tennis Workshop

Lichaam en geest zijn één

Visie (Pedagogisch werkplan)

Beter leven, meer plezier

Zelfbeschadiging; wat kun jij doen om te helpen?

Denk jij dat je. vastloopt tijdens. je studie?

Ontdek je kracht voor de leerkracht

NA DE SCHOK INFORMATIE VOOR OUDERS

Denkt u. dat u mentaal. vastloopt?

Na de schok... Informatie voor ouders

Na de schok... Niemand is echt voorbereid op een schokkende. gebeurtenis en als het gebeurt heeft dat voor iedereen

Motivatie: presteren? Of toch maar leren?

Training Stressmanagement

Voorstellen. Topsport 1. Naam 2. Coachervaring 3. Ervaring met mentale begeleiding 4. Wat voor type coach bent u? Voorstellen

Stress & Burn Out. ubeon Academy

Mindfulness omgaan met wat er is workshop Parkinson café

Beter omgaan met STRESS. E-book

Groei mindset als basis voor een duurzame sportontwikkeling. Looptrainersdag: 12 november 2018 Door: Flip de Bruijn

1. Zijn tics vrijwillig of niet?

Rescue Diver. Voorkomen

Reanimeren: kunnen en durven?

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Hyperventilatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

NA DE SCHOK INFORMATIE VOOR OUDERS

Samenvatting Protocol Excellente leerlingen

EHBOnrust in. EHBOnrust in een (werk)relatie. EHBOnrust als leidinggevende. EHBOnrust in teams

Extra materiaal 7.4 groep 5-6

ZELFVERTROUWEN EN ZELFBEELD BIJ KINDEREN Rehobothschool Geldermalsen. Karolijn Ilsink-Erwich

Deze gevoelens en emoties blijven bestaan totdat jij er aan toe bent om ze te uiten.

Protocol. Pestprotocol

Extra materiaal Kleur op school 7.4 groep 7-8

Terrorisme en dan verder

FOLLOW YOUR SUN LESSENREEKS GROEP 7 & 8 SCHOOLJAAR 2018 / Missie: ieder kind straalt!

Organisatie: Yvonne Roosen Uitvoering: Koekkoek en co vertegenwoordigd door:

SPECIALE AANDACHT GEVRAAGD. Informatie en advies voor de praktijkbegeleider

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie

Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel

Training Stressmanagement

Module 26: Stop met Piekeren.

Leerlingen met faalangst begeleiden

DÉ SLIM-TENNIS WEDSTRIJDVOORBEREIDING

NLcoach Workshop: Trainer - Sportouder een bijzondere relatie 9 december Ivo Spanjersberg Sportpsycholoog

...de draad weer oppakken

Wat kan ik wél doen bij angst of dwang in mijn gezin?

Omgaan met faalangst en weerstanden! Trainer: Gijs Visser

Pedagogisch sport klimaat Kind centraal

Transcriptie:

Coachen bij faalangst Rien Slager, 10 oktober 2005 1 e wijziging 28 07-2009

1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave... - 2-2. Inleiding... - 3-3. Oorzaken... - 4-4. Psychische verschijnselen... - 5-5. Lichamelijke verschijnselen... - 5-6. Hoe is faalangst te herkennen?... - 5 - Algemeen (dagelijks functioneren)... - 5 - Tijdens de uitleg...- 5 - Tijdens wedstrijden en het uitvoeren...- 6 - In het contact met andere jongeren...- 6-7. Hoe om te gaan met faalangst?... - 6 - Veilige (leer)omgeving...- 6 - Rol van de coach...- 6 - Faalangst verhogende kenmerken van (coach en) gedrag:...- 7 - Faalangst verlagende kenmerken van (coach en ) gedrag:...- 7 - Augustus 2013-2 -

Het begrip faalangst betekent letterlijk: de angst om te mislukken. 2. Inleiding Faalangst komt op vele plaatsen voor. Op de basisschool, middelbaar en hoger onderwijs in het beroeps en volwasseneneducatie, op het sporttoneel. Uiteindelijk op alle plaatsen waar mensen iets moeten of willen presteren. Een centrale figuur in het onderwijs is de leraar of coach maar op de overige podia zijn dat trainers, coaches, werkmeesters, chefs, regisseurs, ouders en noem maar op. Deze figuur, de coach zal ik hem noemen en kan heel goed een haar zijn, heeft een belangrijke rol en dient zich dit te realiseren. Ik zal in het volgende deel ingaan op faalangst en toelichten hoe je als coach invloed kan hebben op het voorkomen of reduceren van faalangst. Angst Angst is een waarschuwing voor gevaar. Je wordt alert en staat klaar om te reageren. Angst is een overlevingsmechanisme. Van jongs af aan leer je je angst overwinnen. Kinderen genieten niet van de angst zelf, maar van het overwinnen van die angst (bijvoorbeeld: verstoppertje, boemannetje, griezelverhalen). Angst levert kracht en energie. Hoe meer angst, hoe sterker het lichaam reageert. Het is maar net hoe je die extra energie die vrijkomt, gebruikt. Soms wordt die extra hoeveelheid aan energie gebruikt om hard weg te rennen, soms wordt die energie gebruikt om beter te presteren (denk aan sporters: de extra hoeveelheid adrenaline (energie) wordt gebruikt om een topprestatie te leveren). Die energie / spanning wordt dan als heel waardevol ervaren. Soms wordt die extra energie door het lichaam omgezet in trillen of transpireren, wat door de persoon meestal niet als prettig wordt ervaren. Faalangst Iedereen herkent wel een bepaalde mate van angst (spanning) bij nieuwe of spannende gebeurtenissen. De meeste mensen hebben in de meeste situaties leren omgaan hoe je met die spanning om kunt gaan. De angst (spanning) wordt dan positief gebruikt. Wanneer iemand meedoet aan een sportwedstrijd, dan voelt diegene van te voren vaak een soort spanning / angst. Het bloed van de sporter stroomt sneller door het lichaam (adrenaline). Op het moment dat de sporter de prestatie moet leveren, is er zoveel energie / adrenaline in het lichaam aanwezig, dat de sporter leidt naar een topprestatie. Dit verschijnsel wordt ook wel positieve faalangst genoemd. De spanning of angst is dus waardevol! We spreken van negatieve faalangst wanneer de extra energie die vrijkomt, een negatieve invloed heeft op prestaties. De angst of energie die vrijkomt, werkt dan bijvoorbeeld verlammend. Wanneer een beginnende coach bijvoorbeeld training moet geven aan 20 sporters, heeft hij zich goed voorbereid. Op het moment dat hij voor de groep gaat staan, breekt het zweet hem uit. Zijn keel wordt dichtgeknepen en al zijn goed voorbereide zinnen is hij kwijt. De extra energie die vrij is gekomen werkt verlammend en negatief op de prestatie van die leer- en oefenmeester. We spreken pas over faalangst, wanneer iemand zo gegrepen is door de angst voor mislukking, dat zijn prestaties er ernstig onder lijden. Deze angst valt dus onder de noemer 'negatieve faalangst'. De angst blokkeert het normale denken van de persoon. De persoon presteert onder de maat, wat ook wel onderpresteren wordt genoemd. Met andere woorden: er komt niet uit wat er in zit. Er is onderscheid te maken tussen angst als levenstrek en angst als toestand. Van angst als levenstrek is sprake waneer iemand vrijwel constant met een angstgevoel leeft. Angst als toestand doet zich alleen voor in bepaalde situaties. Dit wordt situatiegebonden faalangst genoemd. Bij situatiegebonden faalangst spelen persoonlijkheidsfactoren een minder grote rol. Cognitieve faalangst De persoon is bang om aan nieuwe leerstof of een oefening te beginnen, uit angst voor een negatieve beoordeling van zijn / haar prestaties: dichtklappen bij vragen, onrust en slechte concentratie tijdens de uitvoering; zeggen dat ze niets kunnen of er niets van verwachten; niet beginnen aan de opdracht (bang om verkeerd te doen); negatieve reacties op resultaten. Augustus 2013-3 -

Sociale faalangst Deze angst komt voort uit angst afgewezen of negatief beoordeeld te worden door groepen die belangrijk zijn voor de persoon. De persoon heeft een gebrek aan eigenwaarde: de persoon is bang om vragen te stellen in de groep uit angst afgewezen te worden door groepsgenoten; de persoon is bang om vrienden te maken; de persoon is bang om naar een vereniging te gaan. Motorische faalangst Wanneer personen bang zijn om fouten te maken bij het uitvoeren van fysieke handelingen, is er sprake van motorische faalangst: overbeweeglijk zijn; trillen; missen van het doel of techniek; onhandig zijn; snel opgeven of stoppen; niet of veel te Iaat aan een taak/opdracht beginnen. Concluderend: faalangst is een problematische vorm van angst als toestand die zich op cognitief, sociaal en / of motorisch gebied voordoet bij het leveren van prestaties. 3. Oorzaken Faalangst treedt niet zomaar op. De meest uiteenlopende zaken kunnen een oorzaak vormen voor het optreden van faalangst. Een aantal van die oorzaken zijn hieronder weergegeven: Hoge verwachtingen. Faalangst kan optreden wanneer er ten aanzien van de resultaten (te) hoge verwachtingen bestaan; Wanorde, onoverzichtelijkheid en ongestructureerdheid. Wanneer er bijvoorbeeld wanorde in de groep heerst, de coach de stof onoverzichtelijk en ongestructureerd aanbiedt, vormt dit een bron van verwarring voor de meeste personen. Dit kan faalangst tot gevolg hebben; Schoolverleden. De persoon heeft in het verleden te maken gehad met negatieve ervaringen en neemt die ervaringen mee in een nieuw leerproces. Het kan de persoon zo sterk beïnvloeden dat deze slecht presteert; Alleen het negatieve wordt aangehaald. Wanneer de nadruk ligt op het bekrachtigen van negatieve (leer)prestaties door de trainer, kan dit tot gevolg hebben dat de persoon zijn/haar positieve prestaties niet of nauwelijks meer ziet; Negatief zelfbeeld. Wanneer de persoon een aantal negatieve ervaringen achter elkaar opdoet, kan hij / zij een negatiefbeeld van zichzelf ontwikkelen en kan zo in een neerwaartse spiraal terecht komen (het zogenaamde tunneldenken); Thuissituatie. Ook de thuissituatie kan een oorzaak zijn van faalangst. Wanneer ouders steeds aanhalen dat zij ook geen 'hoogvliegers' waren en dat hun kind dat waarschijnlijk ook niet zal zijn, dan bestaat de kans dat zo n kind dat gaat geloven en er vervolgens naar gaat handelen. Gevoelens hebben immers een heel grote invloed op gedrag; Omgaan met testen/examenvrees. Het verleden kan gevolgen hebben voor de toekomst. Dit geldt ook voor het testen. Wanneer de persoon in het verleden altijd slecht presteerde op examens, dan kan dit tot gevolg hebben dat hij ook nu weer slecht scoort. Augustus 2013-4 -

4. Psychische verschijnselen De persoon heeft een negatief zelfbeeld ("ik kan het toch niet"). Fouten worden toegeschreven aan "ik kan dat ook niet, dat lukt mij nooit". De persoon vindt zichzelf niet zoveel waard en vindt dat hij/ zij zelf niet zoveel kan, hij/zij: probeert aan de verwachte mislukking te ontkomen en toont 'vermijdingsgedrag'. Bijvoorbeeld: hij/ zij verzint een smoes om niet aan het werk te gaan, hij/ zij doet alsof hij/ zij ziekis; raakt in paniek vlak voor of tijdens het uitvoeren; voelt zich onrustig en raakt in verwarring als het niet goed lukt; piekert over het resultaat; is onzeker. 5. Lichamelijke verschijnselen De persoon: komt moeilijk in slaap en is vroeg wakker; heeft vlinders en/ of hoofdpijn; heeft last van hartkloppingen; heeft zwetende handen en heeft het warm of juist koud; vertoont zenuwachtig gedrag; heeft maagklachten, darmklachten, hoofdpijn; krijgt last van hyperventilatie, krijgt koorts, moet overgeven, valt flauw. 6. Hoe is faalangst te herkennen? Uit het bovenstaande duidelijk dat een coach dient te zorgen voor een positieve en veilige omgeving. De vraag is nu, moet de coach de faalangst kunnen herkennen? Immers wanneer faalangst wordt herkend, dan kunnen vervolgens maatregelen worden genomen om de faalangst te doen verminderen of weg te nemen. Of, is dit nu net de verkeerde benadering? Moet er niet altijd worden gestreefd naar een voor iedere persoon zo positief en veilige omgeving waar het individu zich kan ontplooien? Jazeker, dat zou de wens van alle coaches moeten zijn en hun inspanningen zouden hierop moeten zijn gericht. Toch is het nodig dat de coach de tekenen herkent. Het herkennen van faalangst kan worden opgesplitst in de volgende onderdelen, die achtereenvolgens zullen worden besproken. 1. Algemeen (dagelijks functioneren); 2. Tijdens de uitleg; 3. Tijdens testen en het uitvoeren; 4. In contact met andere jongeren. Algemeen (dagelijks functioneren) Personen hebben een sterke behoefte aan dat anderen positieve verwachtingen uitspreken over hun functioneren, al voelen ze dat zelf niet; Personen willen vaak een reactie op hun geleverde arbeid. Soms vragen ze er ook om; Bij nieuwe opdrachten zijn ze vaak onzeker en weten ze niet goed hoe die aan te pakken; Ze kijken eerst bij anderen, hoe die het doen; Ze zijn snel uit hun balans gebracht als de sfeer thuis of in de groep minder goed is. Tijdens de uitleg Als er nieuwe stof wordt uitgelegd, of een nieuwe opdracht wordt opgegeven, horen ze vaak niet of nauwelijks wat er gezegd wordt; Als de coach een vraag aan de groep stelt, duiken ze weg achter anderen of buigen zich voorover, zodat de coach niet op het idee komt hen een beurt te geven; Augustus 2013-5 -

Ze kijken de coach niet aan tijdens de uitleg; Ze durven geen vragen te stellen over de nieuwe stof, of ze stellen extreem veel vragen; Als de coach in hun richting kijkt, doen ze alsof ze heel druk bezig zijn met de stof of de opdracht; Ze hebben er moeite mee om de grote lijn tijdens de uitleg vast te houden. Tijdens wedstrijden en het uitvoeren Ze bewegen voor en tijdens wedstrijden onrustig en zien er opgewonden uit; Ze stellen veel vragen over, wat ze precies moeten doen of over de inhoud; Ze net op tijd of iets te laat of ze beginnen heel gehaast concentratie; Ze reageren sterk op geluiden, bewegingen en andere prikkels in de omgeving; Ze hebben na afloop geen idee of ze het goed of slecht gedaan hebben. In het contact met andere jongeren Ze maken veel negatieve opmerkingen over anderen en over zichzelf; De meeste faalangstige personen voelen zich onbehaaglijk in het gezelschap van groepsgenoten die een hogere plaats innemen in de groepshiërarchie, of, in het algemeen, bij individueel contact met een andere leden van de groep. Ze zoeken het liefst grote groepen op, waarin ze zich kunnen verbergen; Ook zijn er faalangstige personen die juist voortdurend steun zoeken bij anderen; Ze zijn zeer gevoelig voor kritiek; sommige kinderen zijn zelfs bang voor complimenten; Ze durven niet te weigeren als iemand wat van hen gedaan wil hebben. Faalangst is een gevoel en gevoelens zijn moeilijk zichtbaar. Daarnaast zal het in de praktijk vaak zo zijn dat een hoeveelheid aan factoren en signalen benodigd is, alvorens aan te nemen dat u wellicht te maken heeft met een faalangstig persoon. Het is misschien wel wenselijk eens naar de omgeving te kijken. Is het positief en veilig? Het signaal kan ook werken als moment van reflectie voor de coach. 7. Hoe om te gaan met faalangst? Veilige (leer)omgeving Hoe veiliger de omgeving waarin de persoon zich bevindt, hoe minder vaak een hij/ zij last ervaart van faalangst. Hoe meer de nadruk wordt gelegd op de uitgangspunten 'van je fouten leer je' en 'fouten maken mag', hoe veiliger de persoon zich voelt en hoe minder men de angst zal voelen om te falen/ fouten te maken. Binnen het sporten komt faalangst in verschillende mate voor. In pubertijd (12-18 jaar) is de kans dat een persoon zich minder veilig voelt duidelijk aanwezig: de dagen zijn minder overzichtelijk en daarnaast krijgt de persoon te maken met meerdere leer- en oefenmomenten op een dag, soms ook met meerdere groepen. Binnen deze leeftijd (voortgezette onderwijs) heeft 10% van de personen last van faalangst. Tijdens de examenjaren loopt dat percentage zelfs op tot 25%! Men kan aannemen dat, met de hoeveelheid aan toetsen en examens, de kans dat een persoon het' goed moeten presteren' als een druk ervaart aanwezig is en dat hierdoor faalangst optreedt. Rol van de coach Uit bovenstaande is duidelijk geworden dat een veilige sport(leer)omgeving belangrijk is voor het functioneren en presteren van een persoon. Een coach vervult een belangrijke rol in het zich veilig voelen van de persoon. Hoe kan hij zorgen voor een veilig klimaat? Enkele vuistregels zijn: Benadruk dat faalangst menselijk is; Geef aan dat mislukken best wel eens mag; Goed voorbeeld doet goed volgen (het is voor elk persoon menselijk, geloofwaardig, wanneer hij ziet dat de coach ook wel eens een foutje maakt); Augustus 2013-6 -

Neem iedereen serieus; Ga niet mee in het tunnel denken (negatieve spiraalvorming). Wanneer een coach, een veilige omgeving weet te creëren, dan zal de kans dat faalangst optreedt, worden verkleind. Indien een coach werkt binnen een 'onveilige' omgeving (de coach besteedt geen aandacht aan sfeer en veiligheid in de groep), dan zal de kans dat faalangst optreedt, aanzienlijk groter zijn. Een coach kan dus de kans op faalangst verhogen, maar hij/ zij kan de kans op faalangst ook doen afnemen. Hieronder staan een aantal voorbeelden van zowel faalangst verhogende als faalangst verlagende gedragingen van een coach. Er is ruimte overgelaten voor eventuele aanvullingen. Faalangst verhogende kenmerken van (coach en) gedrag: veel zelfstandig laten werken (zonder opbouwende factor hierin); geen feedback geven; alleen negatieve feedback geven; benadrukken van fouten ('zie je wel'); bevorderen van doemdenken (in plaats van tegengaan); wisselingen in omstandigheden van plaatst, tijd; alleen moeilijke vragen stellen, zodat de persoon het antwoord vaak niet weet; geen verbanden binnen stof laten zien; geen structuur van de trainingsstof aanbieden. Faalangst verlagende kenmerken van (coach en ) gedrag: feiten in hun samenhang laten Ieren, met name het doel waartoe de trainingsstof zal dienen of dient is hierbij van belang; structuur, zorg voor ritme (terugkerende punten tijdens oefensessies); aansluiten bij het bekende/ de voorkennis; orde en strategie. Een sturende coach bezorgt faalangstige persoon duidelijkheid en veiligheid; zorgen voor een veilige omgeving (waarin ze niet bang zijn om vragen te stellen en of fouten te maken; geef veel feedback, vooral positieve; laat oefenen (drill en practice ) en bespreek na. Dit biedt een stukje rust en zekerheid aan een faalangstige persoon; Iaat een persoon duidelijk weten wat er van hem/ haar verwacht wordt (leerdoelen). 1 e revisie 17 oktober 2005 Bronnen Sociale faalangst, oftewel doe ik er toe? Door drs. Ard Q. A. Nieuwenbroek. Je zenuwen? Je motor! : leren omgaan met faalangst Gordebeke, Toon. 2001. Faalangst bij kinderen Ilse Dewitte Faalangst en ouders Nieuwenbroek, Ard. 1998. Augustus 2013-7 -