Afvalbenchmark 2014 in de Regio West-Brabant 26 juni 2015 Doss. no. 14C136 Tilburg, 26 juni 2015 Afvalbenchmark 2014 in de Regio West-Brabant De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 Postbus 10311 5000 JH Tilburg Tel: 085-7731995 E-mail: info@deafvalspiegel.nl Website: www.deafvalspiegel.nl 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Grootte en type gemeenten 4 3. Landelijk en regionaal beleid 5 4. Tariefsysteem afvalstoffenheffing 7 5. Effect gescheiden afvalinzameling 8 5.1 Fijn huishoudelijk afval 9 5.1.1 Gft-afval 11 5.1.2 Papier 13 5.1.3 Glas 15 5.1.4 Textiel 17 5.1.5 Kunststof verpakkingen 19 5.1.6 Totaal ingezameld fijn huishoudelijk afval en scheidingspercentage 21 5.2 Grof huishoudelijk afval 23 5.3 Totaal fijn huishoudelijk afval én grof huishoudelijk afval 27 6. Resultaat gescheiden afvalinzameling versus doelstellingen 29 7. Conclusies en aanbevelingen 38 Afvalbenchmark Regio West-Brabant 2
1. Inleiding Binnen de Regio West-Brabant (RWB) werken 19 gemeenten op tal van terreinen samen, waaronder duurzaamheid. Binnen de Regio West-Brabant bestaat de wens om via een benchmark de afvalcijfers en resultaten van sorteeranalyses van fijn huishoudelijk restafval in 2014 van de 19 regiogemeenten met elkaar te vergelijken. Doel van de vergelijking is om richtinggevende adviezen te kunnen geven met betrekking tot het toekomstige afvalbeleid. Het gaat om de volgende 19 gemeenten: 1. Aalburg 11. Oosterhout 2. Alphen-Chaam 12. Roosendaal 3. Baarle-Nassau 13. Rucphen 4. Bergen op Zoom 14. Steenbergen 5. Breda 15. Tholen 6. Drimmelen 16. Werkendam 7. Etten-Leur 17. Woensdrecht 8. Geertruidenberg 18. Woudrichem 9. Halderberge 19. Zundert 10. Moerdijk In onderhavige benchmarkrapportage zijn per gemeente opgenomen de inzamelcijfers 2014, sorteerresultaten 2014 (tenzij anders vermeld) en de effectiviteit van de gescheiden inzameling (koppeling sorteerresultaten aan inzamelcijfers). De inzamelcijfers zijn verstrekt door de gemeenten. Saver heeft de sorteeranalyses van fijn huishoudelijk restafval uitgevoerd in de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal en Woensdrecht. De Afvalspiegel heeft de analyses in de andere 15 gemeenten uitgevoerd. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 3
2. Grootte en type gemeenten Het onderling vergelijken van gemeenten is zinvol wanneer de resultaten in een bepaalde gemeente worden afgemeten aan de resultaten in een vergelijkbare gemeente. Hiervoor gebruiken we de indeling naar stedelijkheidsklasse. Het CBS bepaalt de stedelijkheidsklasse van een gemeente op basis van het aantal adressen per km². Er worden vijf stedelijkheidsklassen onderscheiden. Hoe meer adressen per km², hoe meer verstedelijkt een gemeente. In de Regio West-Brabant vinden we gemeenten die behoren tot de klassen niet, weinig, matig en sterk stedelijk. Zeer sterk stedelijke gemeenten komen in deze regio niet voor. Binnen de Regio West-Brabant onderscheiden we 3 gemeenten van klasse 2 (sterk stedelijk), 3 gemeenten van klasse 3 (matig stedelijk), 7 gemeenten van klasse 4 (weinig stedelijk) en 6 gemeenten van klasse 5 (niet stedelijk). Zie ook tabel 2.1. gemeente aantal inwoners per 1-1-2015 aantal adressen per km2 (CBS 2014) stedelijkheidsklasse (CBS 2014) Bergen op zoom 66.319 1.647 2 sterk stedelijk Breda 179.685 1.959 2 sterk stedelijk Etten-Leur 42.505 1.528 2 sterk stedelijk Geertruidenberg 21.596 1.058 3 matig stedelijk Oosterhout 53.813 1.394 3 matig stedelijk Roosendaal 76.902 1.488 3 matig stedelijk Drimmelen 26.717 701 4 weinig stedelijk Halderberge 29.354 676 4 weinig stedelijk Moerdijk 36.816 671 4 weinig stedelijk Rucphen 22.238 656 4 weinig stedelijk Steenbergen 23.645 606 4 weinig stedelijk Werkendam 26.407 628 4 weinig stedelijk Woensdrecht 21.641 592 4 weinig stedelijk Aalburg 12.926 340 5 niet stedelijk Alphen-Chaam 9.706 288 5 niet stedelijk Baarle-Nassau 6.602 306 5 niet stedelijk Tholen 25.439 430 5 niet stedelijk Woudrichem 14.391 332 5 niet stedelijk Zundert 21.358 498 5 niet stedelijk Totaal 718.060 Tabel 2.1 Grootte gemeenten per stedelijkheidsklasse Afvalbenchmark Regio West-Brabant 4
3. Landelijk en regionaal beleid Landelijk beleid Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 Het Landelijk Afvalbeheerplan 2009 2021 (LAP2) vormt het kader voor het gemeentelijk afvalbeleid. Het plan geeft aan dat een vermindering van de milieudruk noodzakelijk is. Het afvalstoffenbeleid moet een bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van duurzaamheid. In LAP2 is daarom ingezet op grondstoffenbeleid. Het beleid dient zich niet alleen meer te richten op de eindfase van materiaalketens, het afvalstadium, maar op de gehele materiaalketen. Conform de prioriteitsvolgorde of ladder van Lansink ligt het accent op het voorkomen van afval en de wel ontstane afvalstromen als grondstof te hergebruiken. In LAP2 zijn zeven afvalstromen waarvan de milieudruk hoog is, geselecteerd als prioritair voor de ketenaanpak in het afvalbeleid, te weten papier en karton, textiel, bouw- en sloopafval, organisch afval/ voedselresten, aluminium, PVC en grof huishoudelijk afval. In het LAP2 is voor 2015 een doelstelling geformuleerd van 60 % nuttige toepassing/ hergebruik (totaal bron- en nascheiding) van alle (grof) huishoudelijk afval. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in augustus 2011 in zijn Afvalbrief de ambitie neergelegd om in 2015 van de totale hoeveelheid afval die vrijkomt uit huishoudens 65 % te recyclen. Dit is dus een feitelijke bijstelling van de doelstelling uit LAP2. Publiek Kader en Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval t/m 2025 In januari 2014 heeft de staatssecretaris de ambitie die is opgenomen in LAP2 nog verder aangescherpt in het programma Van Afval Naar Grondstof. In Van Afval Naar Grondstof staat dat 75 % van het huishoudelijk afval in 2020 geschikt moet zijn voor hergebruik. In de verdere toekomst moet 100 % van het huishoudelijk afval hergebruikt worden. 1 december 2014 heeft de staatssecretaris het Publiek Kader Huishoudelijk Afval en het Uitvoeringsprogramma Huishoudelijk Afval naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin is naast een hergebruiksdoelstelling ook een doelstelling voor de maximale hoeveelheid restafval (totaal van fijn en grof restafval) gedefinieerd, te weten 100 kilogram per inwoner in 2020 en 30 kilogram in 2025. Deze ambitie vormt voor de gemeente geen dwingend kader, maar is politiek hoogst actueel en wordt volop opgepakt door de markt. Kern van het Publiek Kader is dat huishoudelijke product- en materiaalketens worden gesloten en dat dit gebeurt aan de hand van drie uitgangspunten: de vervuiler betaalt; de dynamiek van burgers en bedrijven krijgt de ruimte; marktfalen wordt tegengegaan. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 5
Om deze visie uit te voeren is het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval ontwikkeld om structureel aan de slag te gaan met het motiveren, faciliteren en betrekken van de gemeenten, de burger en andere ketenpartijen aan de hand van verschillende activiteiten. Het merendeel van de activiteiten richt zich met name op de periode tot en met 2017. Het uitvoeringsprogramma heeft een doorlooptijd tot 2025. Samenvatting landelijke doelstellingen Percentage hergebruik Hoeveelheid restafval per inwoner Doelstelling 2015 65 % Geen doelstelling Doelstelling 2020 75 % 100 kg Doelstelling 2025 Geen doelstelling 30 kg Regionaal beleid De Regio West-Brabant heeft in 2012 een regionale afvalvisie opgesteld. De Regionale Afvalvisie kijkt verder vooruit dan het landelijk beleid en heeft het niet over recycling maar over de afname van de hoeveelheid restafval, hetgeen in feite op hetzelfde neerkomt. De Afvalvisie spreekt verder niet over percentages maar over kilo s. De visie gaat ervan uit dat de hoeveelheid restafval in 2017 is verminderd tot 150 kg per inwoner per jaar en tot 0 kg per inwoner per jaar in 2030. De visie is een stuurmiddel voor de gemeenten. Elke gemeente zal er voor zichzelf mee aan de slag moeten gaan om de gestelde doelen te halen. Samenvatting regionale doelstellingen Doelstelling 2017 Doelstelling 2030 Hoeveelheid restafval per inwoner 150 kg 0 kg Afvalbenchmark Regio West-Brabant 6
4. Tariefsysteem afvalstoffenheffing Binnen de Regio West-Brabant functioneren verschillende tariefsystemen voor de afvalstoffenheffing. De situatie in 2014 is als volgt (zie tabel 4.1). De 12 gemeenten die in 2014 een diftarsysteem hebben waarbij individuele huishoudens direct invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van de afvalstoffenheffing ((volume-)/aanbiedfrequentie eventueel in combinatie met tarief voor kilo s restafval en dure zak) zijn in deze rapportage verder aangeduid met een D. Gemeenten die in hun afvalstoffenheffing alleen sturen op volume van de containers of op grootte van het huishouden rekenen we niet tot de diftargemeenten. gemeente Systeem 2014 Aalburg (D) volumemaat en aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Werkendam (D) volumemaat en aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Woensdrecht (D) volumemaat en aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Woudrichem (D) volumemaat en aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Drimmelen (D) aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Rucphen (D) aanbiedfrequentie gft- en restcontainer Bergen op zoom (D) volumemaat en aanbiedfrequentie restcontainer Halderberge (D) volumemaat en aanbiedfrequentie restcontainer Roosendaal (D) volumemaat en aanbiedfrequentie restcontainer In de diftargemeenten betalen burgers in de hoogbouw veelal een afgeleid tarief. Dit tarief is hier verder buiten beschouwing gelaten. Etten-Leur (D) Oosterhout (D) Zundert (D) Baarle-Nassau Steenbergen Alphen-Chaam Breda Moerdijk Tholen Geertruidenberg aanbiedfrequentie restcontainer aanbiedfrequentie gft- en restcontainer en gewicht restcontainer dure zak volumemaat en grootte huishouden volumemaat gft- en restcontainer een- en meerpersoons huishouden een- en meerpersoons huishouden een- en meerpersoons huishouden een- en meerpersoons huishouden een, twee, drie- en meerpersoons huishouden Tabel 4.1 Tariefsysteem afvalstoffenheffing Afvalbenchmark Regio West-Brabant 7
5. Effect gescheiden afvalinzameling 1 Binnen het gemeentelijk afvalbeleid wordt onderscheid gemaakt in fijn huishoudelijk afval en grof huishoudelijk afval. Fijn huishoudelijk afval Hieronder verstaan we fijn restafval, gft-afval, papier, glas, textiel, kunststof verpakkingen, drankkartons, blik, luiers en klein chemisch afval. In paragraaf 5.1 wordt ingegaan op het fijn restafval en de verschillende huishoudelijke afvalstromen die in alle gemeenten gescheiden worden ingezameld, zoals gftafval, papier, glas, textiel en kunststof verpakkingen. Grof huishoudelijk afval Grof huishoudelijk afval is huishoudelijk afval dat te zwaar of te groot is om in een zak of container te kunnen aanbieden. Grof huishoudelijk afval kunnen inwoners aanbieden op de milieustraat dan wel op afroep aan huis laten inzamelen. Bruikbare huisraad bestemd voor het kringloopbedrijf wordt ook tot het grof huishoudelijk afval gerekend. Zie paragraaf 5.2. Totaal van fijn huishoudelijk afval en grof huishoudelijk afval Het totaal van fijn huishoudelijk afval en grof huishoudelijk afval komt aan bod in paragraaf 5.3. Onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten Vanwege de gewenste vergelijkbaarheid tussen de gemeenten onderling zijn de inzamelresultaten uitgedrukt in kilogram per inwoner. De gemiddelde grootte van het huishouden (aansluiting) kan immers sterk verschillen per gemeente, waardoor de rekeneenheid kilogram per aansluiting geen eerlijke vergelijking mogelijk maakt. Voor de regio is telkens een gewogen gemiddelde berekend op basis van hoeveelheden en aantal inwoners. 1 Alle tabellen en grafieken zijn afkomstig uit een database. De cijfers zijn veelal weergegeven als afgeronde gehele getallen. Alhoewel de cijfers achter de komma in het rapport niet zichtbaar zijn, wordt hier wel mee gerekend. Dit betekent dat bij een handmatige optelling van cijfers uit het rapport het totaal kan afwijken van het gepresenteerde getal. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 8
5.1 Fijn huishoudelijk afval In deze paragraaf is de samenstelling van het fijn restafval weergegeven op basis van de sorteeranalyses uitgevoerd in 2014. Voor gft-afval, papier en karton, glas, textiel en kunststof verpakkingen is de ingezamelde hoeveelheid berekend, hoeveel in het fijn restafval is aangetroffen en wat de inzamelrespons is. Tevens is per afvalstroom de inzamelsystematiek beschreven. Van de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge en Woensdrecht zijn geen sorteercijfers 2014 beschikbaar. Voor Halderberge en Woensdrecht is gebruik gemaakt van resultaten uit 2012 en voor Bergen op Zoom uit 2011. In deze jaren hadden de genoemde gemeenten echter nog geen diftar ingevoerd, hetgeen het beeld kan vertekenen. Inzamelsysteem De gemeenten Breda en Moerdijk zamelen het fijn restafval in de laagbouw in met een duobak die wekelijks wordt geleegd. De andere 17 gemeenten zamelen het fijn restafval in de laagbouw 1 keer per 2 weken in met een minicontainer (in Zundert met een zak). In de hoogbouw zijn vooral verzamelcontainers en zakken in gebruik. Samenstelling De samenstelling is uitgedrukt in kilogram per inwoner. Voor gemeenten waar het fijn restafval van meerdere wijken, gebieden of bebouwingstypen is geanalyseerd, is op basis van het aantal aansluitingen per wijk, gebied of bebouwingstype een gewogen gemiddelde berekend. De categorie echt restafval bestaat vooral uit hygiënisch papier (exclusief luiers), tapijten en matten, leer, rubber, stofzuigerzakken en ondefinieerbaar afval. Dit zijn afvalstromen waarvoor binnen gemeenten geen mogelijkheden zijn om deze gescheiden aan te bieden. Gemiddeld per inwoner bestaat het fijn restafval uit 19 kilogram echt restafval. Dit is 12 % van het fijn restafval. 88 % zijn herbruikbare grondstoffen. De hoeveelheden fijn restafval verschillen sterk per gemeente. In de diftargemeenten bieden burgers beduidend minder fijn restafval aan dan in andere gemeenten. Opvallend is de geringe hoeveelheid in Baarle-Nassau (geen diftargemeente) die niet kan worden verklaard. Uit de vergelijking blijkt dat het aandeel gft-afval in alle gemeenten het qua gewicht grootste deel uitmaakt van het fijn restafval. Uit de analyses van De Afvalspiegel blijkt dat dit vooral voedselresten zijn (circa ¾). Het aandeel kunststof verpakkingen is qua gewicht niet de grootste afvalstroom in het fijn restafval, maar wel qua volume. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 9
16 45 36 39 3 43 57 48 41 43 46 67 65 65 57 59 20 73 7 74 78 77 6 11 9 14 10 92 7 12 15 7 111 54 16 11 15 15 21 10 13 9 12 10 20 14 8 14 8 14 11 31 10 19 23 12 11 12 16 17 13 28 14 9 11 29 21 89 13 28 14 20 32 16 35 37 19 18 14 18 29 40 45 37 36 18 8 42 12 19 24 23 41 119 123 19 21 14 16 12 16 42 46 20 18 139 22 52 21 140 144 145 12 19 148 151 155 158 17 47 echt restafval 22 44 57 162 177 21 69 overige grondstoffen * 185 24 197 kunststof verpakkingen 31 21 211 glas en textiel 225 226 20 papier 243 gft-afval kilogram per inwoner * De categorie overige grondstoffen bestaat uit overige kunststoffen (niet zijnde verpakkingen), puin, hout, metalen, kca, elektrische apparaten en luiers. Figuur 5.1 Samenstelling fijn restafval 2014 Afvalbenchmark Regio West-Brabant 10
5.1.1 Gft-afval Inzamelsysteem 16 gemeenten zamelen het gft-afval 1 keer per 2 weken in met een minicontainer. In de hoogbouw zamelen gemeenten veelal geen gft-afval meer apart in. Breda en Moerdijk hebben een duobak voor gft- en restafval die wekelijks wordt geleegd. Woudrichem is de enige regiogemeente die gft-afval 1 keer per 4 weken inzamelt. In Drimmelen, Zundert en Etten-Leur vindt in de zomermaanden een wekelijkse inzameling plaats. In Drimmelen is in het buitengebied een inzameling op afroep. Inzamelresultaat Toelichting berekening percentage inzamelrespons met als voorbeeld Zundert: In Zundert is in 2014 per inwoner een hoeveelheid van 163 kilogram gftafval apart ingezameld met de minicontainer. In het fijn restafval is een hoeveelheid aangetroffen van 16 kilogram per inwoner. De totaal vrijkomende hoeveelheid gft-afval bedraagt 179 kilogram per inwoner (163 + 16). Dit betekent dat 91 % (= 163 kilogram per inwoner) apart is ingezameld en beschikbaar voor hergebruik. Hierbij is er van uitgegaan dat 100 % van het apart ingezamelde gft-afval geschikt is voor hergebruik. De gemeenten in figuur 5.2 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid gft-afval in het fijn restafval (onder de streep). Het aandeel gft-afval in het fijn restafval varieert van 16 tot 111 kilogram per inwoner. De ingezamelde hoeveelheid gft-afval varieert van 50 tot 163 kilogram per inwoner. Duobakgemeenten (Breda en Moerdijk) en de gemeente Woudrichem (inzameling 1 keer per 4 weken) zamelen het minste gft-afval in. Diftargemeenten waar huishoudens apart moeten betalen voor elke aanbieding van de gft-container zamelen bijna altijd minder gft-afval in dan gemeenten die het aanbieden van de gft-container niet apart belasten. Het laten betalen voor elke aanbieding leidt tot een verschuiving van tuinafval; van de gft-container naar aanbieden op de milieustraat en composteren in eigen tuin. Voorbeeld: Kg per inwoner Gft-afval in gft-container Tuinafval naar milieustraat Gft-afval totaal Oosterhout (gft-container belast) 97 kg 61 kg 158 kg Etten-Leur (gft-container vrij) 120 kg 35 kg 155 kg De inzamelrespons varieert van 37 % tot 91 %. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 11
kilogram per inwoner apart ingezameld gft-afval gft in fijn restafval 91% 163 73% 75% 73% 97 120 110 78% 149 70% 99 76% 146 64% 62% 61% 86 94 91 67% 65% 122 135 43% 50 47% 65 59% 63% 57% 53% 124 135 103 88 37% 65 62% 96 16 36 39 41 43 43 46 48 57 57 65 65 67 73 74 77 78 92 111 59 Figuur 5.2 Respons op de inzameling van gft-afval Afvalbenchmark Regio West-Brabant 12
5.1.2 Papier Inzamelsysteem In 10 gemeenten hebben burgers de beschikking over een minicontainer voor papier. Het papier wordt in alle gemeenten, met uitzondering van (delen van) Steenbergen, huis-aan-huis opgehaald. In de meeste gemeenten met een frequentie van 1 keer per maand of 1 keer per 4 weken. Ook hebben de meeste gemeenten een voorziening op de milieustraat. In de hoogbouw komen soms andere inzamelvoorzieningen (vooral verzamelcontainers) voor. Inzamelresultaat De gemeenten in figuur 5.3 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid papier in het fijn restafval (onder de streep). Het aandeel papier in het fijn restafval varieert van 4 tot 32 kilogram per inwoner. De ingezamelde hoeveelheid papier varieert van 54 kilogram per inwoner tot 82 kilogram. Er is geen causaal verband tussen inzamelmiddel en inzamelresultaat. Diftargemeenten scoren niet altijd beter dan nietdiftargemeenten. Gemeenten die meer dan 70 kilogram papier per inwoner inzamelen zijn wel allemaal diftargemeenten. De inzamelrespons varieert van 63 % tot 92 %. gemeente inzamelmiddel inzamelfrequentie inzamelaar Aalburg geen 1 x per maand particulier Alphen-Chaam 1 geen 1 x per maand vereniging Baarle-Nassau minicontainer 1 x per 4 weken particulier Bergen op zoom minicontainer 1 x per 4 weken particulier Breda 2 minicontainer 1 x per 4 weken eigen dienst Drimmelen geen 1 x per maand verenigingen Etten-Leur minicontainer 1 x per 4 weken particulier Geertruidenberg minicontainer 1 x per maand particulier Halderberge 3 minicontainer / brengen 1 x per 4 weken particulier/ verenigingen Moerdijk minicontainer 1 x per maand particulier/ verenigingen Oosterhout krat/ gebundeld 1 x per 2 weken particulier/ verenigingen Roosendaal minicontainer 1 x per 4 weken particulier Rucphen minicontainer 1 x per maand particulier/ verenigingen Steenbergen 4 verzamelcontainer nvt verenigingen Tholen 5 geen/ brengen 1 x per maand verenigingen Werkendam 6 geen 2 x per maand verenigingen Woensdrecht minicontainer 1 x per 4 weken particulier Woudrichem geen 1 x per maand verenigingen Zundert geen 1 x per maand particulier 1 Galder e.o. papiercontainer 1 x per maand/ vereniging 2 Bij hoogbouw ondergrondse verzamelcontainers, in binnenstad los gebundeld 3 Minicontainer in Hoeven, Bosschenhoofd, de wijken Albano, Spui, Pagnevaart, een gedeelte van het centrum in Oudenbosch en een deel van het buitengebied, overige 1 x per maand los gebundeld door verenigingen 4 In Kruisland en Steenbergen Zuid wordt papier aan huis ingezameld. In 2015 gemeentebrede introductie minicontainer 5 Geen inzameling aan huis in Sint-Maartensdijk en Oud-Vossemeer 6 Alleen in kernen Werkendam en Dussen, overige kernen 1 x per maand Afvalbenchmark Regio West-Brabant 13
kilogram per inwoner 92% apart ingezameld papier papier in fijn restafval 85% 94% 90% 91% 88% 87% 89% 87% 87% 86% 83% 82% 80% 77% 77% 77% 72% 63% 83% 64 75 67 72 60 64 72 69 66 64 58 64 82 65 57 64 65 54 54 65 4 7 7 7 8 9 9 10 10 11 12 14 15 16 17 20 20 21 32 14 Figuur 5.3 Respons op de inzameling van papier Afvalbenchmark Regio West-Brabant 14
5.1.3 Glas Inzamelsysteem Alle gemeenten hebben verspreid door de gemeente op strategische plekken glasbakken staan. De meeste gemeenten hebben aanvullend een voorziening op de milieustraat. De gemeente Oosterhout zamelt ook nog glas aan huis in. Burgers hebben een kratje dat 1 keer per 2 weken wordt geleegd. Inzamelresultaat De gemeenten in figuur 5.4 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid glas in het fijn restafval (onder de streep). Het aandeel glas in het fijn restafval varieert van 2 tot 11 kilogram per inwoner. De ingezamelde hoeveelheid glas varieert van 14 tot 30 kilogram per inwoner. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Bij gemeenten die veel glas inzamelen is het inzamelresultaat mogelijk vertekend als gevolg van aangeboden glas uit de horeca. Deze veronderstelling kan niet worden gestaafd met cijfers. De inzamelrespons varieert van 58 % tot 94 %. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 15
kilogram per inwoner 94% 93% 86% 84% apart ingezameld glas glas in fijn restafval 81% 92% 87% 79% 81% 79% 77% 80% 77% 75% 75% 71% 68% 63% 79% 28 23 28 18 27 26 19 22 21 20 24 22 20 30 22 21 19 58% 14 18 23 2 2 2 3 4 5 5 5 6 6 6 7 7 7 7 9 9 10 11 6 Figuur 5.4 Respons op de inzameling van glas Afvalbenchmark Regio West-Brabant 16
5.1.4 Textiel Inzamelsysteem In alle gemeenten, met uitzondering van Oosterhout, staan textielcontainers. Oosterhout zamelt het textiel 1 keer per twee weken aan huis in. 12 gemeenten zamelen het textiel in aanvulling op een netwerk van textielcontainers tevens aan huis in (2 tot 4 keer per jaar). Bij enkele gemeenten is de inzamelfrequentie onbekend. De meeste gemeenten hebben aanvullend een voorziening op de milieustraat. Inzamelresultaat De gemeenten in figuur 5.5 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid textiel in het fijn restafval (onder de streep). Het aandeel textiel in het fijn restafval varieert van 3 tot 14 kilogram per inwoner. Bij een groot aantal gemeenten zit nog veel textiel in het restafval. De ingezamelde hoeveelheid textiel varieert van 2 tot 7 kilogram per inwoner. Diftargemeenten scoren niet altijd beter dan niet-diftargemeenten. Niet altijd zijn alle ingezamelde hoeveelheden textiel in een gemeente bekend. De inzamelrespons varieert van 18 % tot 61 %. gemeente inzameling aan huis brengvoorziening Aalburg 3 x per jaar textielcontainers Alphen-Chaam 2 x per jaar textielcontainers Baarle-Nassau 4 x per jaar textielcontainers Bergen op zoom textielcontainers Breda textielcontainers Drimmelen 2 x per jaar textielcontainers Etten-Leur 4 x per jaar textielcontainers Geertruidenberg 2 x per jaar textielcontainers Halderberge textielcontainers Moerdijk 2 x per jaar textielcontainers Oosterhout 1 x per 2 weken Roosendaal textielcontainers Rucphen frequentie onbekend textielcontainers Steenbergen frequentie onbekend textielcontainers Tholen 4 x per jaar textielcontainers Werkendam 4 x per jaar textielcontainers Woensdrecht textielcontainers Woudrichem 4 x per jaar textielcontainers Zundert textielcontainers Afvalbenchmark Regio West-Brabant 17
kilogram per inwoner apart ingezameld textiel textiel in fijn restafval 61% 5 31% 2 46% 48% 32% 4 5 3 39% 43% 40% 37% 30% 34% 28% 4 5 5 3 3 4 3 42% 5 18% 2 36% 5 32% 30% 4 5 38% 7 16% 3 36% 4 3 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 7 7 9 9 9 11 11 7 14 Figuur 5.5 Respons op de inzameling van textiel Afvalbenchmark Regio West-Brabant 18
5.1.5 Kunststof verpakkingen Inzamelsysteem 13 gemeenten kennen in 2014 een haalsysteem voor kunststof verpakkingen. De inzamelfrequentie varieert van 1 keer per 2 weken tot 1 keer per maand. 4 gemeenten hebben aanvullend ook nog verzamelcontainers staan verspreid door de gemeente. Binnen de andere 6 gemeenten functioneert een systeem van verzamelcontainers in wijken. De meeste gemeenten hebben ook een voorziening op de milieustraat. Inzamelresultaat De gemeenten in figuur 5.6 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid kunststof verpakkingen in het fijn restafval (onder de streep). Het aandeel kunststof verpakkingen in het fijn restafval varieert van 3 tot 29 kilogram per inwoner. gemeente inzameling aan huis brengvoorziening Rucphen verzamelcontainers De ingezamelde hoeveelheid kunststof verpakkingen varieert van 5 tot 20 kilogram per inwoner. Bij de meeste gemeenten die veel kunststof verpakkingen Steenbergen verzamelcontainers Tholen 1 x per 4 weken apart inzamelen, wordt ook weinig in het fijn restafval aangetroffen. Met name in Werkendam 1 x per 2 weken Woensdrecht, Halderberge en Bergen op Zoom zitten nog veel kunststof verpakkingen in het fijn restafval, zeker in verhouding tot de apart ingezamelde Woensdrecht verzamelcontainers Woudrichem 1 x per 2 weken hoeveelheden (met name in Woensdrecht). De sorteeranalyses in deze gemeenten zijn uitgevoerd door Saver. Zij nemen chips- en koffiezakken mee als Zundert 1 x per 2 weken verpakking en wijken hiermee af van de richtlijn van Nedvang. Dit kan het grote verschil met de andere gemeenten echter niet verklaren. Aalburg Alphen-Chaam 1 x per 2 weken 1 x per maand Baarle-Nassau 1 x per 4 weken verzamelcontainers Bergen op Zoom Breda Drimmelen 1 x per 4 weken verzamelcontainers verzamelcontainers Etten-Leur 1 x per 2 weken verzamelcontainers Geertruidenberg verzamelcontainers Halderberge 1 x per 2 weken verzamelcontainers Moerdijk Oosterhout 1 x per maand 1 x per 2 weken Roosendaal 1 x per 2 weken verzamelcontainers Diftargemeenten scoren meestal beter dan niet-diftargemeenten. De inzamelrespons varieert van 22 % tot 73 %. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 19
kilogram per inwoner apart ingezamelde kunststof verpakkingen kunststof verpakkingen in fijn restafval 82% 15 3 73% 68% 69% 62% 61% 60% 56% 49% 20 17 18 15 16 17 18 14 24% 5 7 8 8 9 10 11 14 14 14 45% 35% 38% 15 10 11 40% 26% 22% 22% 15 7 6 6 18 18 19 20 21 23 23 25% 9 39% 19 41% 11 16 28 29 Figuur 5.6 Respons op de inzameling van kunststof verpakkingen Afvalbenchmark Regio West-Brabant 20
kilogram per inwoner 5.1.6 Totaal ingezameld fijn huishoudelijk afval en scheidingspercentage Met het apart inzamelen van gft-afval, papier en karton, glas, textiel, kunststof verpakkingen, kca en eventueel blik, drankenkartons en luiers zijn in 2014 de volgende resultaten behaald (aangeduid als fijn huishoudelijk afval (fha); zie figuur 5.7). Dit zijn dus de resultaten exclusief milieustraat en aan huis ingezameld grof huishoudelijk afval. apart ingezameld fha fijn restafval De gemeenten in figuur 5.7 worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid fijn restafval (onder de streep). De apart ingezamelde hoeveelheid fijn huishoudelijk afval varieert van 157 kilogram per inwoner tot 284 kilogram. 84% 276 72% 66% 64% 62% 58% 54% 60% 64% 61% 60% 64% 224 233 223 227 194 167 217 262 240 231 284 52% 47% 53% 193 162 221 45% 41% 50% 173 157 229 42% 180 55% 201 Diftargemeenten zamelen niet altijd meer fijn huishoudelijk afval apart in dan gemeenten zonder diftar. Gemeenten die het aanbieden van gft-afval beprijzen zamelen namelijk weinig gft-afval in en dit is de grootste afvalstroom. 54 89 119 123 139 140 144 145 148 151 155 158 177 185 197 211 225 226 243 162 Figuur 5.7 Apart ingezameld fijn huishoudelijk afval Afvalbenchmark Regio West-Brabant 21
Vergelijking met gemiddelde stedelijkheidsklassen In tabel 5.1 zijn de resultaten, uitgedrukt in kilogram per inwoner, vergeleken met het CBS-gemiddelde voor de verschillende stedelijkheidsklassen. De gemeenten worden per stedelijkheidsklasse getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid fijn restafval. Uit de vergelijking blijkt het volgende: Alle klasse 2 en 3 gemeenten hebben minder of evenveel fijn restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. De apart ingezamelde hoeveelheid fijn huishoudelijk afval ligt in Geertruidenberg onder het CBS-gemiddelde. De andere klasse 2 en 3 gemeenten zamelen meer fijn huishoudelijk afval apart in dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. De diftargemeenten uit klasse 4 hebben minder fijn restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. Steenbergen en Moerdijk hebben meer fijn restafval dan het CBS-gemiddelde. Drimmelen en Moerdijk zamelen minder fijn huishoudelijk afval apart in dan het CBS-gemiddelde. De andere 5 gemeenten in klasse 4 scoren op dit punt hoger dan gemiddeld. De diftargemeenten en de gemeente Baarle-Nassau uit klasse 5 hebben minder fijn restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. Alphen-Chaam en Tholen hebben meer fijn restafval dan het CBS-gemiddelde. Zundert en Baarle-Nassau zamelen meer fijn huishoudelijk afval apart in dan het CBS-gemiddelde. Dit komt vooral omdat deze gemeenten veel gft-afval inzamelen. Met name Woudrichem (weinig gft-afval) en Tholen liggen met de apart ingezamelde hoeveelheid fijn huishoudelijk afval ruim onder het gemiddelde van klasse 5 gemeenten. apart ingezameld fijn restafval fha apart ingezameld fha gemeente klasse totaal Etten-Leur (D) 2 233 119 352 66% Bergen op Zoom (D) 2 193 177 369 52% Breda 2 162 185 347 47% CBS gemidddelde 2 155 211 366 42% Oosterhout (D) 3 224 89 314 72% Roosendaal (D) 3 217 145 362 60% Geertruidenberg 3 173 211 385 45% CBS gemiddelde 3 188 195 383 49% Werkendam (D) 4 223 123 346 64% Drimmelen (D) 4 194 140 334 58% Halderberge (D) 4 262 148 409 64% Rucphen (D) 4 231 155 386 60% Woensdrecht (D) 4 284 158 442 64% Steenbergen 4 221 197 417 53% Moerdijk 4 157 225 383 41% CBS gemiddelde 4 210 176 386 54% Zundert (D) 5 276 54 331 84% Aalburg (D) 5 227 139 366 62% Woudrichem (D) 5 167 144 311 54% Baarle-Nassau 5 240 151 392 61% Alphen-Chaam 5 229 226 455 50% Tholen 5 180 243 423 42% CBS gemiddelde 5 232 188 420 55% RWB gemiddelde 201 162 362 55% Tabel 5.1 Ingezameld fijn huishoudelijk afval in relatie tot CBS gemiddelde (kg per inwoner) Afvalbenchmark Regio West-Brabant 22
5.2 Grof huishoudelijk afval Inzamelsysteem In alle gemeenten functioneert een milieustraat. Voor bepaalde afvalstromen moeten burgers betalen en voor andere niet. Dit verschilt per gemeente. Ook wordt in alle gemeenten, uitgezonderd in Alphen-Chaam en Zundert, grof huishoudelijk afval aan huis opgehaald. Dit gebeurt op verschillende manieren met verschillende tarieven, Meestal betalen burgers voor grof huishoudelijk restafval en zijn herbruikbare goederen gratis. Voor de inzameling van grof tuinafval functioneren ook verschillende systemen met wel of geen apart tarief. Inzamelresultaat Met het apart inzamelen van de verschillende grof huishoudelijk afvalstromen (haal- en brengsysteem) zijn in 2014 de volgende resultaten behaald (zie figuur 5.8). Grof huishoudelijk afval wordt afgekort weergegeven als gha. De gemeenten in figuur 5.8 worden getoond in volgorde van toenemende ingezamelde hoeveelheid grof restafval (onder de streep). Dit is het grof restafval aangeboden op de milieustraat inclusief indien van toepassing aan huis opgehaald. De hoeveelheid grof restafval varieert van 10 tot 51 kilogram per inwoner. Verschillende tariefstellingen leiden tot verschillen in hoeveelheden die gemeenten inzamelen. In Steenbergen waar per inwoner 51 kilogram grof restafval wordt ingezameld is het aanbieden van deze afvalstroom gratis. In Oosterhout waar per inwoner 10 kilogram grof restafval wordt ingezameld betalen huishoudens 0,26 per kilogram. De apart ingezamelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval (alles behalve grof restafval) varieert van 33 tot 253 kilogram per inwoner. Verschillende acceptatiecriteria leiden tot grote verschillen in hoeveelheden die gemeenten apart inzamelen. In Oosterhout waar per inwoner 253 kilogram grof huishoudelijk afval apart wordt ingezameld is het apart aanbieden van grof huishoudelijk afval gratis. Diftargemeenten scoren niet altijd beter dan nietdiftargemeenten. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 23
kilogram per inwoner apart ingezameld gha grof restafval 96% 90% 87% 86% 91% 85% 84% 77% 253 91% 88% 90% 86% 86% 125 114 127 92 101 183 85% 119 82% 84% 94 121 227 81% 77% 120 100 183 231 212 181 74% 87% 141 151 33 10 10 12 12 14 16 18 19 21 21 23 26 29 31 33 33 34 34 51 23 Figuur 5.8 Apart ingezameld grof huishoudelijk afval Afvalbenchmark Regio West-Brabant 24
Vergelijking met gemiddelde stedelijkheidsklassen In tabel 5.2 zijn de resultaten, uitgedrukt in kilogram per inwoner, vergeleken met het CBS-gemiddelde voor de verschillende stedelijkheidsklassen. De gemeenten worden per stedelijkheidsklasse getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid grof restafval. Uit de vergelijking blijkt het volgende: 6 van de 7 klasse 2 en 3 gemeenten hebben minder grof restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. In Bergen op Zoom ligt de score net iets boven het CBSgemiddelde. De apart ingezamelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval ligt in Geertruidenberg onder het CBS-gemiddelde. De andere klasse 2 en 3 gemeenten zamelen meer, of zoals in Bergen op Zoom en Oosterhout, ruim meer grof huishoudelijk afval apart in dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. 2 (Drimmelen en Werkendam) van de 7 klasse 4 gemeenten hebben minder grof restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. Met name de ingezamelde hoeveelheid grof restafval in Steenbergen ligt ruim boven het CBS-gemiddelde. De apart ingezamelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval ligt in Woensdrecht onder het CBS-gemiddelde. De andere klasse 4 gemeenten zamelen meer, of zoals in Moerdijk en Halderberge, ruim meer grof huishoudelijk afval apart in dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. 2 (Tholen en Zundert) van de 6 klasse 5 gemeenten hebben meer grof restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. De apart ingezamelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval ligt in Alphen-Chaam, Aalburg en Woudrichem onder het CBSgemiddelde. Opvallend is de zeer lage score in Alphen-Chaam. apart ingezameld gha grof restafval apart ingezameld gha gemeente klasse totaal Etten-Leur (D) 2 114 12 126 90% Breda 2 119 21 139 85% Bergen op Zoom (D) 2 183 33 216 85% CBS gemiddelde 2 93 28 121 77% Oosterhout (D) 3 253 10 263 96% Geertruidenberg 3 94 21 115 82% Roosendaal (D) 3 121 23 144 84% CBS gemiddelde 3 107 25 132 81% Drimmelen (D) 4 125 12 137 91% Werkendam (D) 4 127 18 145 88% Moerdijk 4 227 26 253 90% Rucphen (D) 4 120 29 149 81% Woensdrecht (D) 4 100 31 131 77% Halderberge (D) 4 181 34 215 84% Steenbergen 4 141 51 192 74% CBS gemiddelde 4 111 22 133 83% Alphen-Chaam 5 33 10 43 77% Aalburg (D) 5 92 14 106 86% Woudrichem (D) 5 101 16 117 86% Baarle-Nassau 5 183 19 202 91% Tholen 5 231 33 264 87% Zundert (D) 5 212 34 246 86% CBS gemiddelde 5 142 25 167 85% RWB gemiddelde 151 23 174 87% Tabel 5.2 Ingezameld grof huishoudelijk afval in relatie tot CBS gemiddelde (kg per inwoner) Afvalbenchmark Regio West-Brabant 25
Hoeveelheden apart ingezameld per afvalstroom Uit figuur 5.8 en tabel 5.2 blijkt dat er grote verschillen zijn in de hoeveelheden grof huishoudelijk afval die gemeenten apart inzamelen. In tabel 5.3 is voor tuinafval, hout, puin en de categorie overig grof huishoudelijk afval apart per gemeente en gemiddeld per stedelijkheidsklasse weergegeven om welke hoeveelheden het gaat. De gemeenten worden per stedelijkheidsklasse getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid totaal grof huishoudelijk apart ingezameld (laatste kolom)l. Gemeenten die veel grof huishoudelijk afval apart inzamelen hebben in de meeste gevallen veel tuinafval en/ of puin. Uitgezonderd Geertruidenberg, Aalburg en Alphen-Chaam, zamelen alle gemeenten per inwoner meer dan 100 kilogram grof huishoudelijk afval apart in. Oosterhout, Moerdijk, Tholen en Zundert scoren zelfs meer dan 200 kilogram per inwoner. Het landelijk gemiddelde in de verschillende stedelijkheidsklassen (minimaal 93 kilogram per inwoner en maximaal 142 kilogram per inwoner) ligt over het algemeen lager dan de scores in de Regio West-Brabant. Gemiddeld wordt in West-Brabant per inwoner 174 kilogram grof huishoudelijk afval apart ingezameld. tuinafval overig hout puin gha apart totaal gha apart gemeente klasse Bergen op Zoom (D) 2 35 36 59 53 183 Breda 2 40 25 20 35 119 Etten-Leur (D) 2 35 16 22 41 114 CBS-gemiddelde 2 19 21 23 30 93 Oosterhout (D) 3 61 39 75 77 253 Roosendaal (D) 3 32 23 35 31 121 Geertruidenberg 3 44 22 12 16 94 CBS-gemiddelde 3 32 20 26 29 107 Moerdijk 4 39 44 79 64 227 Halderberge (D) 4 52 37 56 36 181 Steenbergen 4 33 40 23 46 141 Werkendam (D) 4 58 20 37 12 127 Drimmelen (D) 4 97 8 5 15 125 Rucphen (D) 4 25 24 46 25 120 Woensdrecht (D) 4 46 30 0 24 100 CBS-gemiddelde 4 41 18 26 26 111 Tholen 5 46 51 97 37 231 Zundert (D) 5 94 33 64 21 212 Baarle-Nassau 5 54 18 92 19 183 Woudrichem (D) 5 61 17 11 12 101 Aalburg (D) 5 56 16 10 10 92 Alphen-Chaam 5 16 13 0 5 33 CBS-gemiddelde 5 51 24 37 30 142 Tabel 5.3 Apart ingezameld grof huishoudelijk afval per afvalstroom en in relatie tot CBS gemiddelde (kg per inwoner) Afvalbenchmark Regio West-Brabant 26
kilogram per inwoner 5.3 Totaal fijn huishoudelijk afval én grof huishoudelijk afval Inzamelresultaat Met het apart inzamelen van fijn huishoudelijke én grof huishoudelijke afvalstromen samen zijn in 2014 de volgende resultaten behaald (zie figuur 5.9). De gemeenten worden getoond in volgorde van toenemende hoeveelheid totaal restafval (onder de streep). totaal apart ingezameld totaal restafval 85% 83% De hoeveelheid restafval varieert van 88 tot 277 kilogram per inwoner. De grote verschillen hebben vooral te maken met de ingezamelde hoeveelheid fijn restafval in de container, duobak of zak. De apart ingezamelde hoeveelheid huishoudelijk afval varieert van 262 tot 488 kilogram. Diftargemeenten scoren niet altijd beter dan niet-diftargemeenten. 488 478 73% 71% 68% 68% 63% 67% 347 350 319 319 268 338 71% 71% 66% 67% 424 442 351 384 281 376 267 262 362 384 411 352 88 99 131 141 152 153 159 168 170 182 184 189 205 209 232 236 248 252 277 58% 64% 53% 53% 59% 60% 60% 66% 184 Figuur 5.9 Apart ingezameld totaal huishoudelijk én grof huishoudelijk afval Afvalbenchmark Regio West-Brabant 27
Vergelijking met gemiddelde stedelijkheidsklassen In tabel 5.4 zijn de resultaten, uitgedrukt in kilogram per inwoner, vergeleken met het CBS-gemiddelde voor de verschillende stedelijkheidsklassen. De gemeenten worden per stedelijkheidsklasse getoond in volgorde van toenemende restafval. Uit de vergelijking blijkt het volgende: 5 van de 6 klasse 2 en 3 gemeenten hebben minder of evenveel restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. In Geertruidenberg ligt de score boven het CBS-gemiddelde. De apart ingezamelde hoeveelheid huishoudelijk afval ligt in Geertruidenberg onder het CBS-gemiddelde. De andere klasse 2 en 3 gemeenten zamelen meer huishoudelijk afval apart in dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklassen. De diftargemeenten uit klasse 4 hebben minder restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. Steenbergen en Moerdijk hebben meer restafval dan het CBSgemiddelde. Drimmelen zamelt minder huishoudelijk afval apart in dan het CBSgemiddelde. De andere 6 gemeenten in klasse 4 scoren op dit punt hoger dan gemiddeld. De diftargemeenten en de gemeente Baarle-Nassau uit klasse 5 hebben minder restafval dan gemiddeld in deze stedelijkheidsklasse. Alphen-Chaam en Tholen hebben meer restafval dan het CBS-gemiddelde. Zundert, Baarle-Nassau en Tholen zamelen meer huishoudelijk afval apart in dan het CBS-gemiddelde. Tholen zamelt veel puin en hout in. Zundert zamelt veel gft-afval, puin en tuinafval in en Baarle-Nassau zamelt veel gft-afval en puin in. apart ingezameld restafval apart ingezameld gemeente klasse totaal Etten-Leur (D) 2 347 131 478 73% Breda 2 281 205 486 58% Bergen op Zoom (D) 2 376 209 585 64% CBS-gemiddelde 2 248 239 487 51% Oosterhout (D) 3 478 99 577 83% Roosendaal (D) 3 338 168 506 67% Geertruidenberg 3 267 232 499 53% CBS-gemiddelde 3 296 220 516 57% Werkendam (D) 4 350 141 492 71% Drimmelen (D) 4 319 152 470 68% Halderberge (D) 4 442 182 624 71% Rucphen (D) 4 351 184 535 66% Woensdrecht (D) 4 384 189 573 67% Steenbergen 4 362 248 609 59% Moerdijk 4 384 252 636 60% CBS-gemiddelde 4 321 198 519 62% Zundert (D) 5 488 88 576 85% Aalburg (D) 5 319 153 472 68% Woudrichem (D) 5 268 159 428 63% Baarle-Nassau 5 424 170 594 71% Alphen-Chaam 5 262 236 498 53% Tholen 5 411 277 687 60% CBS-gemiddelde 5 374 213 587 64% RWB gemiddelde 352 184 536 66% Tabel 5.4 Ingezameld afval in relatie tot CBS gemiddelde (kg per inwoner) Afvalbenchmark Regio West-Brabant 28
6. Resultaat gescheiden afvalinzameling versus doelstellingen Doelstellingen zijn geformuleerd op regionaal en op landelijk niveau en onderscheiden in hergebruikspercentages en maximale hoeveelheid restafval per inwoner. Landelijke doelstellingen Percentage hergebruik Hoeveelheid restafval per inwoner 2015 65 % Geen doelstelling 2020 75 % 100 kg 2025 Geen doelstelling 30 kg Regionale doelstellingen 2017 Geen doelstelling 150 kg 2030 Geen doelstelling 0 kg Realisatie hergebruikspercentages 11 gemeenten en de regio als geheel halen de landelijke doelstelling voor 2015, te weten 65 % hergebruik, reeds in 2014 (zie figuur 5.1). 2 van deze gemeenten halen ook al de doelstelling voor 2020 (75 % hergebruik). Voor een aantal van de overige 11 gemeenten is de hergebruiksdoelstelling voor 2020 binnen handbereik. De overige 8 gemeenten scoren hergebruikspercentages die liggen tussen de 53 % en 64 %. Voor een aantal van deze gemeenten is de doelstelling voor 2015 binnen handbereik. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 29
Doelstelling 2020 75 % hergebruik gerealiseerd in 2014 Doelstelling 2015 65 % hergebruik gerealiseerd in 2014 Doelstelling hergebruik niet gerealiseerd in 2014 85% 83% 73% 71% 71% 71% 68% 68% 67% 67% 66% 64% 63% 66% 60% 60% 59% 58% 53% 53% Figuur 6.1 Hergebruik totaal in 2014 Afvalbenchmark Regio West-Brabant 30
Realisatie hoeveelheid restafval Er zijn zowel landelijke als regionale doelstellingen voor wat betreft de maximale hoeveelheid restafval per inwoner. 4 gemeenten halen in 2014 reeds de regionale doelstelling voor 2017 (150 kilogram restafval). 2 van deze gemeenten halen zelfs al de landelijke doelstelling voor 2020 (100 kilogram restafval). De landelijke doelstelling voor 2025 (30 kilogram restafval) en de regionale doelstelling voor 2030 (0 kilogram restafval) is ook voor deze gemeenten nog lang niet binnen handbereik. Voor een 8-tal gemeenten is de regionale doelstelling voor 2017 op termijn zeker realiseerbaar. Het zijn gemeenten die nu een hoeveelheid restafval hebben die onder de 200 kilogram ligt. Voor de overige gemeenten is, afhankelijk van de hoeveelheid restafval die ze nu inzamelen, het gat naar 150 kilogram restafval per inwoner groot tot zeer groot. De inspanningen zullen vooral gericht moeten zijn op het verminderen van de hoeveelheid fijn restafval. Dit is in alle gemeenten een veel grotere afvalstroom dan het grof restafval. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 31
kilogram per inwoner 0 50 2030 2025 100 88 99 2020 150 131 141 152 153 2017 200 159 168 170 182 184 189 doelstellingen 184 205 209 250 232 236 248 252 300 grof restafval fijn restafval 277 Figuur 6.2 Hoeveelheid restafval in 2014 versus doelstellingen Afvalbenchmark Regio West-Brabant 32
Consequenties halen doelstelling 100 kilogram Het realiseren van maximaal 100 kilogram restafval per inwoner (doelstelling 2020) betekent dat extra grondstoffen gescheiden moeten worden ingezameld voor hergebruik. In figuur 6.3 is de consequentie geschetst voor de RWB-regio als geheel. Reductie van de hoeveelheid restafval van 184 kilogram per inwoner naar 100 kilogram per inwoner betekent dat het verschil (84 kilogram per inwoner) extra gescheiden moet worden ingezameld als grondstof. Bij gemeenten die tariefdifferentiatie introduceren is ook een reductie van de hoeveelheid restafval waarneembaar. De reductie kan echter nooit geheel worden verklaard uit een beter scheidingsgedrag. Figuur 6.4 toont een voorbeeld van een gemeente voor en na invoering van diftar. Uit de vergelijking blijkt dat, uitgaande van een gelijk afvalaanbod, een hoeveelheid van 68 kilogram verschoven afval is dat niet zichtbaar is voor de gemeente. 536 536 84 540 540 35 15 68 verschoven afval 352 66 % 352 100 184 81 % extra hergebruik hergebruik restafval 119 155 15 200 36 56 133 94 14 139 472 overig grof afval gescheiden grof tuinafval papier, plastic, glas, textiel, kca, luiers en drankkartons gft-afval grof restafval fijn restafval Resultaat 2014 Doelstelling 2020 Figuur 6.3 Resultaat regio 2014 versus doelstelling 2020 voor invoering diftar na invoering diftar Figuur 6.4 Voorbeeld gemeente totale afvalaanbod voor en na invoering diftar Afvalbenchmark Regio West-Brabant 33
Gedifferentieerde hoeveelheden restafval naar hoogbouwklassen Vanuit het Ministerie van I&M is op basis van het aandeel hoogbouw een voorstel gedaan voor gedifferentieerde richtlijnen ten aanzien van de landelijke doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner in 2020. Achterliggende gedachte is dat een deel van de afvalprestaties van gemeenten wordt bepaald door het aandeel hoogbouw. Dit gegeven is uitgangspunt geweest bij het opstellen van de clustering in zogenaamde hoogbouwklassen. Op deze wijze wordt rekening gehouden met gemeenten die vanwege een hoog aandeel hoogbouw voor een grote(re) opgave staan om de 100 kilogram restafvaldoelstelling te realiseren. In de praktijk houdt dit in dat gemeenten met veel hoogbouw een (op papier) iets minder ambitieuze richtlijn krijgen, terwijl gemeenten met weinig hoogbouw iets meer moeten doen. Door gemiddeld per hoogbouwklasse de aangegeven richtlijnen te halen wordt er landelijk gemiddeld nog maar 100 kilogram restafval per inwoner geproduceerd. De voorgestelde richtlijnen zijn als volgt. Hoogbouwklasse Percentage hoogbouw Richtlijnen voor 2020 per hoogbouwklasse A meer dan 60 % 160 kg Gemeenten B 35 % tot 60 % 130 kg Breda C 25 % tot 35 % 105 kg Bergen op Zoom D 15 % tot 25 % 75 kg Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout en Roosendaal E minder dan 15 % 55 kg Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Drimmelen, Halderberge, Moerdijk, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Woensdrecht, Werkendam, Woudrichem, Zundert Geen van de regiogemeenten haalt in 2014 al de richtlijn voor 2020. Voor Oosterhout is de stap naar realisatie van de richtlijn het kleinst (zie figuur 6.5). Afvalbenchmark Regio West-Brabant 34
141 152 153 159 105 99 75 75 75 75 88 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 55 130 131 168 170 182 184 189 205 209 232 resultaat 2014 gedifferentieerde richtlijnen 2020 kilogram per inwoner 236 248 252 277 Figuur 6.5 Hoeveelheid restafval in 2014 versus gedifferentieerde richtlijnen naar hoogbouwklassen Afvalbenchmark Regio West-Brabant 35
Hoe realistisch zijn de gedifferentieerde richtlijnen? De vraag is wat in theorie mogelijk is met betrekking tot het reduceren van de hoeveelheid restafval. In figuur 5.1 hebben we laten zien hoeveel echt restafval er in het fijn restafval aanwezig is. Dit is de hoeveelheid restafval die we overhouden wanneer alle herbruikbare afvalstromen er voor 100 % worden uitgehaald. Tellen we hierbij op de hoeveelheid grof restafval (voornamelijk aangeboden op de milieustraat) dan komen we tot de in figuur 6.4 getoonde hoeveelheden. In de praktijk zal het bij sommige gemeenten nog mogelijk zijn om een deel van het grof restafval na te scheiden. Op basis van ervaringen wordt ingeschat dat dit maximaal 40 % is. Hier is thans geen rekening mee gehouden. Bij 100 % scheiding van het fijn restafval en status quo van het grof restafval zijn de gedifferentieerde richtlijnen haalbaar voor 17 gemeenten. Voor 2 gemeenten die 55 kilogram per inwoner zouden moeten halen is deze gedifferentieerde richtlijn (nog) niet haalbaar. Het zijn gemeenten met naar verhouding veel fijn restafval (Moerdijk) of veel grof restafval (Steenbergen). Om de hoeveelheid grof restafval te verminderen is het aanpassen van voorzieningen (milieustraat) en tariefstelling dan noodzakelijk. Is dat onmogelijk dan kan door middel van nascheiding de hoeveelheid grof restafval, zoals hiervoor aangegeven, met ongeveer 40 % worden gereduceerd. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 36
22 17 21 33 42 50 11 6 19 16 14 24 21 21 19 16 18 10 16 12 23 10 12 14 19 34 22 18 31 21 30 31 33 33 35 36 39 40 45 12 12 22 20 21 31 31 34 29 33 26 43 51 46 51 53 58 richtlijn 130 kg richtlijn 105 kg richtlijn 75 kg richtlijn 55 kg 72 grof restafval echt fijn restafval kilogram per inwoner Figuur 6.6 Hoeveelheid restafval in 2014 versus gedifferentieerde richtlijnen naar hoogbouwklassen Afvalbenchmark Regio West-Brabant 37
7. Conclusies en aanbevelingen Conclusies 1. Het fijn restafval dat inwoners in de laagbouw aanbieden, via minicontainer of duobak of in de hoogbouw via verzamelcontainers of zakken, bestaat gemiddeld voor 12 % uit echt restafval. Gescheiden inzameling van de verschillende componenten waaruit echt restafval bestaat heeft geen toegevoegde waarde omdat voor dit afval (momenteel) nog geen mogelijkheden zijn voor hergebruik. 88 % zijn grondstoffen waarvoor binnen gemeenten wel voorzieningen zijn om deze gescheiden aan te bieden. Inwoners maken nu echter nog de keuze om deze grondstoffen als restafval af te voeren. 2. De landelijke en regionale doelstellingen zijn ambitieus, maar zeker voor de kortere termijn (2017 en 2020) te realiseren. Vier regiogemeenten halen in 2014 reeds de regionale doelstelling voor 2017 (150 kilogram restafval). Twee van deze gemeenten halen zelfs al de landelijke doelstelling voor 2020 (100 kilogram restafval). Voor acht gemeenten is de regionale doelstelling voor 2017 op termijn zeker realiseerbaar. Het zijn gemeenten die nu een hoeveelheid restafval hebben die onder de 200 kilogram ligt. Voor de overige zeven gemeenten is, afhankelijk van de hoeveelheid restafval die ze nu inzamelen, het gat naar 150 kilogram restafval per inwoner groot tot zeer groot. 3. De landelijke doelstelling voor 2025 (30 kilogram restafval) en de regionale doelstelling voor 2030 (0 kilogram restafval) is nog voor geen enkele gemeente binnen handbereik. 4. De grote verschillen in inzamelscore tussen gemeenten hebben vooral te maken met het voorzieningenniveau, het afrekensysteem voor de afvalinzameling en de wijze waarop de gemeente inwoners betrekt en ondersteunt bij afvalscheiding. De inzamelsystematiek alleen is echter niet altijd bepalend voor het inzamelresultaat. Met name voor de inzameling van papier en kunststof verpakkingen is geen causaal verband aantoonbaar tussen inzamelmiddel en inzamelresultaat. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 38
Aanbevelingen 1. Gemeenten zullen de inspanningen vooral moeten richten op vermindering van de hoeveelheid fijn restafval. Dit is in alle gemeenten een veel grotere afvalstroom dan het grof restafval. 2. Om te komen tot minder restafval en meer gescheiden inzameling van grondstoffen is het noodzakelijk dat elke gemeente het bestaande voorzieningenniveau voor alle afvalstromen/ grondstoffen, de afrekenwijze en de manier waarop ze inwoners betrekt bij afvalscheiding kritisch onder de loep neemt. Ervaringen in de regio laten zien dat meer hergebruik van grondstoffen zeker mogelijk is. Daarnaast worden her en der in het land goede resultaten bereikt met nieuwe en/ of andere inzamelsystemen, maar ook het door co-creatie stimuleren van inwoners om te werken aan een thuissituatie waar afval zoveel als mogelijk als grondstof apart wordt bewaard. Deze nieuwe systemen en/ of andere benadering van burgers maken dat gemeenten nog succesvoller kunnen zijn met afvalscheiding. 3. Elke gemeente afzonderlijk moet toetsen wat voor haar de beste aanpak is. De focus dient te liggen op preventie en het frequent aan huis ophalen van herbruikbare grondstoffen waarbij de gemeente zoveel als mogelijk faciliteert door middel van het beschikbaar stellen van bewaar- en inzamelmiddelen. Wat niet van waarde is, het uiteindelijke restafval, gaat de gemeente minder frequent inzamelen of moet de burger zelf wegbrengen naar ondergrondse verzamelcontainers in de buurt. Vanuit deze visie mag van burgers ook wat worden verwacht, namelijk dat zij zich inspannen om afval te zien als grondstof en herbruikbare grondstoffen gescheiden aan te bieden. Diverse onderzoeken tonen aan dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders moeite wil doen om het afval zo goed mogelijk te scheiden. Bepalend voor het scheidingsgedrag is vooral de mate waarin de gemeente burgers in de gelegenheid stelt om het afval te scheiden. Afvalbenchmark Regio West-Brabant 39