Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een gedeelte van een woonwagen en voor een meterkast buiten de aangelegde woonwagenlocatie aan de Heelalstraat. Dordrecht, 22 april 2014
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Heelalstraat te Dordrecht is al geruime tijd ruimte gereserveerd voor het plaatsen van maximaal 5 woonwagens. Al vele jaren worden vanuit de gemeente gesprekken gevoerd met de laatste bewoners van de woonwagenlocatie Wieldrechtse Zeedijk. Naar aanleiding van deze gesprekken is eind december 2013 een overeenkomst gesloten met 3 woonwagenbewoners van de Wieldrechtse Zeedijk voor een verplaatsing naar de woonwagenlocatie Heelalstraat. Er is inmiddels een plan ontwikkeld dat voorziet in het plaatsen van 4 woonwagens. Voor 3 wagens is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Vergunningverlening voor 1 woonwagen is niet mogelijk omdat deze door de omvang voor een gedeelte buiten de standplaats moet worden geplaatst en er daardoor strijdigheid is met het vigerende bestemmingsplan. Tevens wordt aan de westzijde van de locatie een meterkast net buiten de locatie geplaatst. Deze plaats komt voort uit eisen van het nutsbedrijf. Formeel is deze locatie eveneens in strijd met het geldende bestemmingsplan. De gemeente Dordrecht wil medewerking verlenen aan de ontwikkeling. Dit kan op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door middel van een omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Hierbij is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin en maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. 1.2 Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied ligt aan de Heelalstraat, schuin tegenover huisnummer 121. Aan de andere zijden wordt de locatie begrensd door een parkeerterrein en door openbaar groen in de vorm van een grasveld. Ook aan die zijde bevinden zich woningen, waaronder gestapelde woningen. De exacte begrenzing van het projectgebied is aangegeven op de geometrische plaatsbepaling behorende bij deze ruimtelijke onderbouwing. Ligging locatie 2
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor het onderhavige projectgebied is het bestemmingsplan Sterrenburg van de gemeente Dordrecht. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Dordrecht op 28 augustus 2012. De aangelegde locatie is exact in het bestemmingsplan opgenomen met de bestemming Wonen en de functieaanduiding woonwagenstandplaats. Fragment geldend bestemmingsplan Door de gekozen inrichting van de locatie met de thans aan de orde zijnde 4 woonwagens wordt 1 woonwagen gedeeltelijk buiten de aangelegde locatie geplaatst. Door dat daar de bestemming Verkeer is gelegd is er een formele strijdigheid. In onderstaand fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan is de strijdigheid in de rechterbovenhoek. Linksonder is de locatie van de meterkast aangegeven. Afwijkingen van bestemmingsplan 3
2. BESTAANDE SITUATIE EN PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie Het projectgebied bevindt zich aan de Heelalstraat. De locatie is bestraat, er zijn bergingen gebouwd en de locatie is met een hek omheind. Bestaande situatie 2.2 Planbeschrijving Op de standplaatsen aan de Heelalstraat worden 4 woonwagens geplaatst waarvan de woonwagen in de noordoost hoek met 57 m2 de bestemmingsgrens overschrijdt. De meterkast aan de westzijde heeft een afmeting van 2.50 x 1.30 x 227 (b x d x h). 3. BELEIDSKADER Het recent vastgestelde bestemmingsplan Sterrenburg (28 augustus 2012) is opgesteld op basis van beleidsvisies, structuurvisies, plannen, en diverse nota s en notities van rijk, provincie en gemeente. De vergroting van de locatie met 57 m2 en het plaatsen van een meterkast brengt geen wijziging in dat beleidskader. 4. TOETSING 4.1 Archeologie In het geldende bestemmingsplan is voor een groot gedeelte van het plangebied Sterrenburg de dubbelbestemming Waarde Archeologie - 3 opgenomen. Deze bestemming geldt ook voor de gronden waarop de standplaats wordt uitgebreid. Volgens de regels is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders bepaalde grondwerkzaamheden uit te voeren. Het verbod geldt niet indien de grondwerkzaamheden niet dieper gaan dan 100 cm onder maaiveld. Ter plaatse worden voor de ondergrond stelconplaten gebruikt. Doordat niet in de grond wordt geroerd kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. 4.2 Bodemkwaliteit Op basis van alle bij de gemeente Dordrecht geregistreerde bodemonderzoeken is in 2002 de Bodemkwaliteitskaart Dordrecht opgesteld. Deze is in 2007 geactualiseerd. Op deze kaart staat weergegeven wat de algemene bodemkwaliteit van de grond van een bepaalde zone in Dordrecht is. Voor grond waarin bodemverontreinigingen voorkomen gelden beperkingen bij hergebruik en afvoer van grond. Deze beperkingen verschillen per locatie en worden 4
bepaald aan de hand van de eisen welke gesteld worden in de Wet Bodembescherming, het Bouwstoffenbesluit en het Gemeentelijk Grondstromenbeleid. Bij nieuwe ontwikkelingen op de locatie zal bodemonderzoek moeten uitwijzen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik of dat saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. De locatie is al eerder geschikt bevonden voor het plaatsen van woonwagens. De betreffende uitbreiding van de locatie wordt bestraat met stelconplaten. Er wordt niet in de grond geroerd. De bodemkwaliteit staat de uitbreiding van de locatie met 57 m2 niet in de weg. 4.3 Bedrijven en milieuzonering Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken, is gebruik gemaakt van de publicatie Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Bedrijven zijn opgenomen in een tabel die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een woonbestemming dient te zijn (de zogenoemde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Er zijn in de omgeving geen bedrijven gevestigd, die bij het uitbreiden van de woonwagenlocatie met 57 m2 in acht moeten worden genomen. 4.4 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De standplaatsen, en derhalve ook die op nummer 6B, liggen niet binnen een bron van externe veiligheid. 4.5. Flora en fauna Er is sprake van een grasveld met een openbare functie tussen bestaande gebouwen in stedelijk gebied. Het gebied heeft geen bijzondere betekenis vanuit natuurregelgeving. Het grasveld wordt 57 m2 kleiner en wordt zodanig aangepast dat deze niet gebruikt kan worden als hondenuitlaatplaats, maar wel openbaar toegankelijk blijft. 4.6. Geluid De standplaatsen zijn reeds aangelegd. Het verkeer dat naar/van de woonwagens gaat, maakt gebruik van de bestaande verkeersstructuur en is begrepen in de verkeersprognoses voor die wegen. Er is geen verschil met de situatie zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. 4.7 Waterhuishoudkundige situatie Waterkering Er is ter plaatse geen sprake van een waterkering. Oppervlaktewater In het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Er wordt slechts een kleine oppervlakte verharding toegevoegd (57 m2). Hierdoor is compensatie in de vorm van oppervlaktewater niet nodig. 5
Hemelwaterafvoer/vuilwaterafvoer Er is sprake van een gescheiden stelsel waarvan ook deze standplaatsen gebruik gaat maken. 4.8. Verkeer en vervoer Ten opzichte van het in het geldende bestemmingsplan toegelaten maximum van 5 woonwagens wordt er in totaliteit 1 minder geplaatst. Via de onderhavige procedure wordt de standplaats met 57 m2 vergroot. Er is in de nieuwe opzet geen sprake van toename verkeer. 5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven ontwikkeling is in handen van de wooncorporatie. Op grond van artikel 6.12, lid 2, sub a t/m c van de Wet ruimtelijke ordening behoeft voor deze ruimtelijke onderbouwing geen exploitatieplan te worden vastgesteld. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning is door de wetgever geregeld. Voor de omgevingsvergunning, waarbij sprake is van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, is de te volgen procedure opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De procedure voor deze zogenaamde uitgebreide Wabo-procedure (artikel 3.10 Wabo) betreft afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht. Uitgebreide Wabo-procedure In het kader van de uitgebreide Wabo-procedure wordt het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken ter visie gelegd voor een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen tegen het besluit kenbaar maken. Beroep en hoger beroep Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6