Veiligheidsrapportage 2004

Vergelijkbare documenten
Integraal Veiligheidsplan

Integrale Veiligheidsrapportage 2002

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Resultaten gemeentebeleidsmonitor Veiligheid en leefbaarheid

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Woolde Augustus 2010

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010

Tabellen Veiligheidsmonitor 2008 Leiden

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011

Leefbaarheid en Veiligheid 2016

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

Veiligheidsmonitor 2011 Gemeente Woerden

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen

Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt?

Integrale Veiligheidsrapportage 2010

Stadsmonitor. -thema Veiligheid-

Leefbaarheidsmonitor 2011

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid 2016

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden

Leefbaarheid in de buurt

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

GBM Etten-Leur Veiligheid en Leefomgeving 2013

Gegevensverzameling 2003 Veiligheidsrapportage 2004 Integraal Veiligheidsplan

Wijkanalyses. Rapport wijkanalyses Nieuwegein 2012

rapportage op wijkniveau

7,5 50,4 7,2. Gemeente Enkhuizen, Leefbaarheid. Overlast in de buurt Enkhuizen. Veiligheidsbeleving Enkhuizen

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

Gemeente Breda. Omgevingsmeting asielzoekerscentrum: nulmeting. Rapportage

Ontwikkeling van misdrijven in Amersfoort

De wijken Slingerbos en Tweelingstad in cijfers. Achtergrondinformatie ten behoeve van raadsbezoek

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid gemeente Oisterwijk 2010

Ontwikkeling van misdrijven in Amersfoort

Wijktoets Aandachtswijk Gesworen Hoek 2016 Analyse

WijkWijzer De tien Utrechtse wijken in cijfers.

Integrale Veiligheidsmonitor 2009 Politieregio Utrecht Tabellenrapport

Veiligheidssituatie in s-hertogenbosch vergeleken Afdeling Onderzoek & Statistiek, juni 2014

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen september-december 2015

Criminaliteitscijfers 2012 en gebiedsscan criminaliteit & overlast - update 2013

Veiligheid analyse Leerdam, ontwikkelingen tussen

Leefbaarheid en veiligheid

Veiligheidsanalyse. m.b.t. integraal veiligheidsbeleid Gemeente Geertruidenberg en Drimmelen

Analyse cijfers prioriteiten Veiligheid 2012 t/m 2016

PROGRAMMABEGROTING

Samenvatting WijkWijzer 2017

Leefbaarheid in Spijkenisse. Resultaten onderzoek over leefbaarheid en veiligheid onder inwoners van Spijkenisse

Buurtprofiel: Nazareth hoofdstuk 5

Veiligheidsmonitor 2011

Drie jaar Taskforce Overlast

Raadsinformatiebrief Nr. :

Persconferentie criminaliteitscijfers

Veiligheidsmonitor Gemeente Achtkarspelen

Politiemonitor Bevolking Landelijke rapportage

ONDERZOEK VEILIGHEID. Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei GfK 2014 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei

Beleidsplan Integrale Veiligheid

Bijlagen Leefbaarheid en Veiligheid 2013

Transcriptie:

Postbus 1 3430 AA Nieuwegein Bezoekadres Martinbaan 2 www.nieuwegein.nl Communicatie en Juridische Zaken Veiligheidsrapportage 2004 Integraal Veiligheidsplan 2003-2008 Raadsnummer 2004- Datum 19 oktober 2004 Auteur N. van der Vlerk / D. Lenten / C.F. Brouwers (BD / CJZ) Versie 001

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 3 (94) Inhoudsopgave Samenvatting...5 Inleiding...9 Leeswijzer...11 Gegevensverzameling...11 Rapportage geregistreerde criminaliteit en risico s...11 Wijkindeling...13 Veiligheidsrapportage...13 Veiligheidsanalyse criminaliteit...15 Veiligheidsscore 2000, 2001, 2003 (in cijfers)...17 Conclusies politiegegevens...17 Veiligheidsanalyse leefbaarheidsmonitor (subjectief)...20 Prioriteiten leefbaarheidsonderzoek...20 Vergelijking met Houten, Vianen en Lopik...23 Politiegegevens en leefbaarheidsonderzoek met elkaar vergeleken...25 Uitkomsten per facet...25 Uitkomsten per wijk...28 Prioriteiten en aandachtpunten...31 Voortgang doelstellingen 2003-2008...32 Veiligheidsanalyse onveiligheid brandweer...35 Algemene conclusies brand...37 Buitenbranden...37 Binnenbranden...37 Voortgang doelstellingen 2003-2008...38 Brandpreventie...38 Veiligheidsanalyse risico s / externe veiligheid (Wrzo)...39 Risico s / externe veiligheid...41 Risico-inventarisatie...43 Risicoanalyse...43 Risicoveroorzakers...43 - Vervoer gevaarlijke stoffen...43 - Bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico (RRGS / PRK)...47 - Risicokaart (bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico)...54 - Natuurrampen...55 Risico-ontvangers...57 - Risico-objecten (gebouwen, complexen, panden)...57 - Mobiliteitsrisico (personenvervoer over rail, water, wegen)...59 - Sociale risico s (evenementen, nutsvoorzieningen, volksgezondheid)...60 Voortgang doelstelling IVP 2003-2008...61 Bereikbaarheidskaarten / aanvalsplannen...61 Route gevaarlijke stoffen...62 Rampenbeheersing...63 Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr)....65 Ontwikkeling Veiligheidsregio...65 Van Rampenplan naar Cricisbeheersingsplan...66 Uitwerking en implementatie van de gemeentelijke deelplannen...66 Incidenten...67 Oefenen...67 Gemeentelijk Coördinatiecentrum (GCC)...68 Overzicht lopende acties, projecten, initiatieven...69 Veiligheid in en om huis 71 Project Keurmerk Veilig Wonen...71 Project Samenwerken aan Veilig wonen...72 Huiselijk geweld...72 Veiligheid in wijken 73 Project aanpak jeugdoverlast in wijken...73

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 4 (94) Programma overlast/ Buurtbemiddelings-project...74 Veiligheid en ondernemers 75 Project Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein (SBBN)...75 Project Samen veilig ondernemen SVO...76 Jeugd en veiligheid 77 Project Doe effe normaal...77 Voorlichtingsproject Stichting Delinkwentie en Samenleving(D&S)...77 Project School & Veiligheid...78 HALT...78 Netwerk Lokale Aanpak (NLA)...79 Aanpak schoolverzuim Roma...80 Overige veiligheidsgerelateerde projecten 80 Verkeersveiligheidsbeleid...80 Stadswacht...81 Project Senioren en Veiligheid...82 Graffitibeleid...83 Politiesurveillanten...84 Nota Tunnels en overbruggingen...84 Meldpunt sociale veiligheid...85 Coffeeshopbeleid...85 Kansspel automatenbeleid...86 Project: Niets erin... Niets eruit!!!...86 Evaluatie actiepunten 2003...89 Bijdrage Regionaal Projectbureau Veiligheid&Preventie...91 Verspreiding bewaarkaarten huis aan huis...91 Voorlichtings-project Way Out...92 Kortlopende projecten...92 Werkgroep overlast City Plaza...93 Project Hofweide...93 Uitbrengen van de veiligheidswijzer...94 Pilot project Burgernet...94

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 5 (94) Samenvatting Het verschaffen van veiligheid en beheersen van de criminaliteit zijn prioriteiten voor het gemeentebestuur van Nieuwegein. Het gaat daarbij o.a. om de organisatie van de rampenbestrijding en het functioneren van gemeente, politie en brandweer. Tot 2002 waren de jaarlijkse Veiligheidsrapportages gebaseerd op het op 19 november 1998 door de gemeenteraad geaccordeerde Stappenplan Integrale Veiligheid Nieuwegein. Het Integraal Veiligheidsplan 2003-2008 (IVP 2003-2008) is gebaseerd op het in dat jaar ingevoerde model Stappenplan Veiligheidsanalyse en plan van de Politie Regio Utrecht. In het plan zijn meerjaren doelstellingen geformuleerd tot 2008. Met de voorliggende Veiligheidsrapportage 2004 wordt: gerapporteerd over de voortgang van de in het IVP 2003-2008 geformuleerde doelstellingen een analyse van de veiligheidssituatie gegeven Het meerjaren Integraal Veiligheidsplan 2003-2008 past in de uitwerking van het politie convenant welke tussen de minister van BZK, Justitie en de korpsbeheerder regio Utrecht op 27 september 2003 is afgesloten. Het komt er onder andere op neer dat de politie districten zich richten bij het opstellen van hun activiteitenplannen op de integrale veiligheidsplannen van de gemeenten. Op basis van het veiligheidsplan en de daaraan gekoppelde jaarlijkse veiligheidsrapportage wordt tot uitvoering overgegaan en wordt gerapporteerd. Het onderdeel Veiligheidsanalyse risico s / externe veiligheid (Wrzo) (bladzijde 41) van de veiligheidsrapportage dient mede te worden gezien als (wettelijk verplicht) uitwerking onderdeel van het crisisbeheersingsplan. Het wettelijk kader voor de gemeente om deze gegevens aan te leveren is gelegen in de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr) en de Wet milieubeheer (Wm) (Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen: RRGS). Uitgangspunt is dat de gemeente op grond van deze wetten voorgeschreven risico-inventarisatie en -analyse duidelijk maakt welke risico's er in de eigen gemeente zijn en hoe de gemeente zich daar op voorbereidt. De voornaamste middelen om risico's te onderkennen zijn de risico-inventarisatie en de risicoanalyse. De gemeente zal de bevolking door middel van risicocommunicatie ook periodiek moeten informeren over de bestaande risico s en de mate waarin naar redelijke maatstaven de overheid de vereiste maatregelen heeft getroffen op het gebied van preventie, preparatie en repressie. Om te komen tot een veiligheidsanalyse zijn de volgende stappen gezet: rapportage geregistreerde criminaliteit, branden en risico s ; sociale kaart; gebiedsmonitor leefbaarheid en veiligheid; de veiligheidsanalyse. Samenvatting Veiligheidsanalyse Criminaliteit: Op basis van de politie cijfers over 2003 laat de veiligheid in Nieuwegein een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van 2002. Dat neemt niet weg dat de aandacht niet mag verslappen, want uit de cijfers van de eerste twee kwartalen van 2004 blijkt dat de criminaliteit weer iets toeneemt. Uit de veiligheidsanalyse van zowel de feitelijke als de subjectieve (criminaliteits) gegevens blijkt dat aandacht, in meer of mindere mate, noodzakelijk is en of blijft voor vrijwel alle facetten en alle wijken.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 6 (94) Risico s: Ook de veiligheidsanalyse van de risico s laat in 2004 een verbetering zien ten opzichte van 2003. Vrijwel alle risico objecten zijn in nu in kaart gebracht. De risicovolle bedrijven hebben bijna allemaal een milieuvergunning en zijn in 2003 gecontroleerd. Veel bedrijven hebben inmiddels ook een gebruiksvergunning en een (brandweer) bereikbaarheidskaart. Uit de analyse komt naar voren dat ten behoeve van de rivier de Lek een rampbestrijdingsplan noodzakelijk is. Daarnaast blijkt dat binnen de gemeente een BZRO bedrijf is gevestigd op grond waarvan eveneens een rampbestrijdingsplan opgesteld dient te worden. Brand: De analyse van de geregistreerde brandveiligheid (schoorsteen-,. binnen-, en buitenbranden) laat ten opzichte van 2002 een afname zien. Het betreft hier met name een afname van het aantal binnenbranden. Programmabegroting Het Integraal Veiligheidsplan (en daaraan gekoppelde jaarlijkse veiligheidsrapportages) geeft een goed beeld van de stand van zaken als het gaat om subjectieve (gevoel van veiligheid) en objectieve veiligheid (feitelijke veiligheid aan de hand van de cijfers van de politie en brandweer) in de gemeente Nieuwegein op wijkniveau. De meerjaren doelstellingen die hieruit gedestilleerd zijn vormen de basis voor het volgen van de ontwikkelingen van de veiligheid in de gemeente Nieuwegein. Het beleid richt zich op de gehele veiligheidsketen: pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. De beleidskaders ten behoeve van het programma openbare orde en veiligheid van de programmabegroting 2005 zijn hierop gebaseerd. Aanpak aandachtpunten / prioriteiten Een groot deel van de prioriteiten en aandachtspunten uit de veiligheidsanalyses zijn bekend en worden door de diverse veiligheidspartners reeds aangepakt. Niet alle prioriteiten hoeven dan ook binnen het integraal veiligheidsbeleid opnieuw te worden opgepakt. In veel gevallen zijn of worden deze direct dan wel indirect meegenomen in lopende projecten en / of beleid. Een overzicht treft u aan vanaf pagina 71 van het veiligheidsplan. Stand van zaken doelstellingen IVP 2003-2008 In het Integraal Veiligheidsplan 2003-2008 zijn per veiligheidsthema (criminaliteit, brand, risico s en rampenbeheersing) voor het eerst o.b.v. de cijfers van 2000-2002 diverse meerjaren doelstellingen geformuleerd tot 2008. Op basis van de cijfers tot 2004 worden in de onderhavige veiligheidsrapportage 2004 deze doelstellingen geëvalueerd en waarnodig aangevuld. Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Criminaliteit Vandalisme / overlast, diefstal, verkeer, geweld (Stadscentrum / Merwestein) Overlast en vandalisme terugbrengen tot gemiddeld niveau Nieuwegein; Binnen lopende acties / projecten continueren en intensiveren aanpak van alle facetten. Aantal meldingen van vandalisme, overlast, diefstal, verkeer en geweld in zijn totaliteit in het stadscentrum in 2002 was 1539, dit tegenover 700 in Nieuwegein gemiddeld. In 2003 waren er totaal 1275 meldingen in het stadscentrum, het gemiddeld niveau van Nieuwegein was in 2003: 665. Het aantal meldingen is minder geworden, maar ligt nog ver boven het gemiddeld niveau van Nieuwegein. Voorgesteld wordt om de doelstelling aan te houden. Middels o.a. de werkgroep Overlast City Plaza wordt hier extra aandacht aan gegeven.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 7 (94) Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Woninginbraken Het aantal gecertificeerde woningen met 10% verhogen. In 2002 waren 2280 woningen gecertificeerd, in 2003 waren dit er 2885. In 2004 zijn er 98 woningen gecertificeerd waarmee het totaal aantal op 2983 komt. Het is gebleken dat er minder ingebroken wordt in woningen die gecertificeerd zijn. Derhalve stellen wij u, ondanks het behalen van de doelstelling, voor dit project te continueren. Diefstal uit / af motorvoertuig Continuering project "NIETS-ERIN... NIETS ERUIT!!!"op risicolocaties. Diefstal uit auto met 10 % verminderen. In 2002 waren er 1469 diefstallen uit/af motorvoertuig, in 2003 is dit gedaald tot 1115, hiermee is doelstelling van de 10% vermindering ruimschoots gehaald. De eerste 8 maanden van 2004 wijzen echter weer op een stijging van het aantal diefstallen, derhalve wordt voorgesteld dit project te continueren. (Huiselijk) geweld Intensiveren c.q. medewerking verlenen aan de inmiddels opgestarte regionale initiatieven om te komen tot een samenwerkingsconvenant met de betrokken instellingen ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld. Vanuit de gemeente Ijsselstein wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de intentieverklaring en een voorstel voor het vervolg. Gedacht wordt aan het aanstellen van een coördinator. Bedrijfsinbraken Intensiveren samenwerking met SBBN (Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein); Terugbrengen van het aantal bedrijfsinbraken met 10 % en daarmee het vergroten van de veiligheid op de bedrijventerreinen. Vanuit de gemeente wordt er inmiddels weer actief geparticipeerd in het bestuur van de SBBN. In 2002 werden er in geheel Nieuwegein 558 aangiften van bedrijfsinbraak gedaan, in 2003 waren dit er 469. De eerste 8 maanden van 2004 laten zien dat deze daling zich vooralsnog door zet. In de eerste 8 maanden van 2004 waren er 184 aangiften ten opzichte van 292 in de eerste 8 maanden van het jaar 2003. Samenwerken Veilig Ondernemen Intensiveren en continueren samenwerking betrokken partijen binnen het project Samenwerken aan Veilig Ondernemen. De projecten Muntplein en Hoog Zandveld zijn gecontinueerd. SVO City Plaza zal een doorstart moeten maken aangezien dit project in 2003 beëindigd is. Brandveiligheid Voorkomen branden Door middel van organiseren van een integrale aanpak op een gestructureerde wijze het aantal (buiten) branden met 10 % verminderen. Uit de cijfers van 2003 blijkt dat (zonder dat er een start is gemaakt met de uitvoering van de in 2003 geformuleerde doelstelling) het aantal buitenbranden met 23% is afgenomen. Dit percentage zou waarschijnlijk nog

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 8 (94) Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken hoger zijn geweest indien 2003 een normale zomer had gehad (in 2003 was er sprake van een verdubbeling van berm-, natuurbranden). De streefwaarde van 10 % is ruimschoots gehaald. Voorgesteld wordt om deze doelstelling vooralsnog aan te houden. Risico s Bereikbaarheidskaarten / aanvalsplannen Het geven van publieksgerichte voorlichting over het voorkomen van brand. Ten behoeve van alle risico-objecten bereikbaarheidskaarten op te stellen welke vervolgens als input dienen voor de te realiseren noodzakelijke aanvalsplannen die in 2008 gereed zullen zijn. In april 2004 is de veiligheidswijzer Nieuwegein 2004-2005 huis aan huis verspreid. In de veiligheidswijzer is naast andere veiligheidsthema s ook aandacht besteed aan preventieve maatregelen ter voorkoming van brand. Continuïteit in publiekgerichte voorlichting blijft noodzakelijk. Het ligt dan ook in de bedoeling om in 2005 wederom een veiligheidswijzer uit te geven. Het merendeel van alle risicovolle bedrijven / objecten hebben inmiddels een bereikbaarheidskaart. Een aanvalsplan is echter niet voor alle risico bedrijven / objecten noodzakelijk Het onderwerp vraagt continue aandacht. Route gevaarlijke stoffen Het opstellen van een beleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid provincie Utrecht (PUEV) (zie bladzijde 42) is als project opgenomen transport gevaarlijks stoffen / routering. De gemeente krijgt hiermee beter inzicht in het transport gevaarlijke stoffen op basis waarvan (nieuw / gewijzigd) beleid geïnitieerd kan worden. Integraal Veiligheidsplan 2003-2008 Veiligheidsrapportage 2004 Basis gegevens: Regio Politie Utrecht District Lekstroom J. van Straten Gemeente Nieuwegein: SO/Milieu P. de Jong N. Wolters P. Verhagen Brandweer H. Welleweerd J. v.d. Berg Analyse: Afdeling BD/CJZ Strategie en Onderzoek C.F. Brouwers Voorbereiding, ontwikkeling en coördinatie: Afdeling BD/CJZ N. van der Vlerk D. Lenten Met medewerking van: De gemeentelijke veiligheidspartners Drukwerk: Facilitair bedrijf Risicokaart: GEVIC

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 9 (94) Inleiding Leeswijzer... 11 Gegevensverzameling... 11 Rapportage geregistreerde criminaliteit en risico s... 11 Wijkindeling... 13 Veiligheidsrapportage... 13

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 11 (94) Leeswijzer De Veiligheidsrapportage 2004 bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft de gegevensverzameling 2003. In de gegevens verzameling is opgenomen: 1. een rapportage van geregistreerde criminaliteit (periode 2001-2003) 2. een rapportage van de geregistreerde onveiligheid brandweer (periode 2001-2003) 3. een rapportage van de geregistreerde risico s ( stand van zaken tot juni 2004) 4. onveiligheidsgevoelens ( jaren 1998-2000-2002) 5. de sociale kaart van Nieuwegein (situatie per 1-1-2004) Het tweede deel betreft de veiligheidsrapportage zelf. Gegevensverzameling In de bij dit veiligheidsplan behorende gegevensverzameling 2003 zijn de feitelijke inbreuken op de veiligheid per wijk in kaart gebracht. Deze gegevensverzameling vormt het fundament voor de Veiligheidsrapportage 2004. Rapportage geregistreerde criminaliteit en risico s Voor het in kaart brengen van de feitelijke onveiligheidssituatie is gebruik gemaakt van de gegevens van de politie, brandweer en de afdeling milieu. De gegevens zijn per wijk gegroepeerd. De volgende facetten zijn in de inventarisatie opgenomen: vandalisme overlast verkeer inbraken (onderverdeeld in inbraken in woningen en in overige panden) diefstal geweld branden fysieke risico s

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 13 (94) Wijkindeling Bij de wijkindeling is rekening gehouden met de indeling die gehanteerd wordt bij wijkgericht samenwerken (gemeente) en de dienst gebiedspolitie (politie Lekstroom). Nieuwegein is ingedeeld in 10 gebieden. Batau-Noord Galecop Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve Batau-Zuid Jutphaas / Wijkersloot Stadscentrum / Merwestein Doorslag Fokkesteeg (Hoog) Zandveld / Lekboulevard Vreeswijk bedrijventerreinen / overige In de Gegevensverzameling 2003 is een uitgebreid overzicht opgenomen van de veiligheidssituatie per facet en per wijk. Met de gegevensverzameling wordt het gemeentebestuur alsmede de veiligheidspartners geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot bepaalde facetten van veiligheid en de veiligheidsbeleving in Nieuwegein tot 2004. Veiligheidsrapportage Het tweede deel, de Veiligheidsrapportage 2004 betreft (op basis van de Gegevensverzameling 2003): een analyse van de lokale veiligheidssituatie de uit de veiligheidsanalyse voortkomende prioriteiten, conclusies en aandachtspunten een rapportage over de voortgang van de in het IVP 2003-2008 geformuleerde doelstellingen een beschrijving van de lokale veiligheidsactiviteiten

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 15 (94) Veiligheidsanalyse criminaliteit Veiligheidsscore 2000, 2001, 2003 (in cijfers)... 17 Conclusies politiegegevens...17 Veiligheidsanalyse leefbaarheidsmonitor (subjectief)... 20 Prioriteiten leefbaarheidsonderzoek...20 Vergelijking met Houten, Vianen en Lopik... 23 Politiegegevens en leefbaarheidsonderzoek met elkaar vergeleken... 25 Uitkomsten per facet... 25 Uitkomsten per wijk... 28 Prioriteiten en aandachtpunten... 31 Voortgang doelstellingen 2003-2008... 32

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 17 (94) Veiligheidsscore 2000, 2001, 2003 (in cijfers) inwoners: 61.806 woningen: 26.274 Galecop Batau-Noord Batau-Zuid Zuilenstein overige Jutphaas Wijkersloot Stadscentrum Merwestein Doorslag (Hoog) Zandveld Lekboulevard Fokkesteeg Vreeswijk Nieuwegein totaal vandalisme 03 38 119 85 83 63 82 100 71 65 97 12 815 02 36 112 86 109 43 75 116 78 57 63 23 798 01 71 100 83 145 50 141 113 119 61 84 32 999 overlast 03 128 229 282 177 63 211 185 152 178 229 37 1871 02 188 351 359 191 67 347 317 260 268 228 70 2646 01 230 312 322 219 127 379 334 321 169 293 79 2785 verkeer 03 14 97 46 43 109 38 123 52 31 26 14 593 02 20 28 34 42 129 62 128 62 39 33 15 592 01 23 47 47 79 207 61 130 55 36 27 19 731 woninginbraken 03 12 58 47 36 3 45 32 33 17 34 5 322 02 10 42 54 36 4 53 24 24 31 21 14 313 01 7 30 49 28 5 41 35 32 47 32 16 322 overige inbraken 03 60 58 27 92 288 75 92 39 23 21 8 783 02 17 34 19 69 379 49 85 25 26 12 8 723 01 12 39 30 48 341 167 116 59 35 31 18 896 diefstal 03 200 250 185 307 338 247 807 245 152 160 29 2920 02 220 221 148 426 285 292 882 301 198 176 62 3211 01 183 227 194 430 437 380 891 406 222 159 67 3596 geweld 03 11 34 38 50 53 41 60 48 32 57 4 428 02 28 34 28 48 53 47 96 34 36 31 9 444 01 18 34 42 44 43 54 124 41 22 22 13 457 Bron: politie district Lekstroom Conclusies politiegegevens Voor het in kaart brengen van de feitelijke onveiligheidssituatie is gebruik gemaakt van de gegevens van de politie. Alle aangiften en meldingen van 2001, 2002 en 2003 zijn per wijk gegroepeerd. De gegevens richten zich op aspecten van geregistreerde aantastingen van de veiligheid. De volgende facetten zijn in de inventarisatie opgenomen: vandalisme overlast verkeer inbraken (onderverdeeld in inbraken in woningen en in overige panden) diefstal geweld

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 18 (94) De belangrijkste / opvallendste conclusies per facet zijn: In 2003 kreeg de politie 7.756 meldingen en/of registraties binnen. Dit zijn er 971 minder dan in 2002 (-11%). De afname het jaar ervoor was ook 11%. Ook de jaren ervoor is steeds sprake geweest van een (lichte) afname van het aantal meldingen en/of registraties bij de politie. Het lijkt er dan ook op dat de veiligheid in Nieuwegein zich al sinds een paar jaar positief ontwikkeld. Ruim eenderde van de meldingen en / of registraties had betrekking op diefstal en bijna een kwart op overlast. Het aantal meldingen en/of registraties over overlast, diefstal en geweld is vergeleken met 2002 afgenomen. Wat betreft inbraken in woningen én in overige panden en wat betreft vandalisme is het aantal meldingen en/of registraties vergeleken met 2002 toegenomen. De grootste afname van het aantal meldingen en/of registraties is toe te schrijven aan overlast (- 775 meldingen). Met bijna 30% minder meldingen dan het jaar ervoor is de relatieve afname van het aantal meldingen van overlast ook het grootst. Terwijl het aantal meldingen en/of registraties van vandalisme en van overige inbraken vorig jaar nog met ongeveer eenvijfde afnam, is bij beide facetten van veiligheid het aantal meldingen in 2003 vergeleken met 2002 juist licht toegenomen. Hoewel de veiligheid in Nieuwegein in het algemeen een positieve ontwikkeling doormaakt, is niet op alle facetten een afname van het aantal meldingen en/of registraties te zien. Absolute en relatieve toe- of afname van facetten in 2003 in vergelijking met 2002 en 2002 in vergelijking met 2001 2003 2003 t.o.v. 2002 2002 t.o.v. 2001 aantal meldingen en/of abs % abs % registraties Vandalisme 815 +17 +2% -201-20% Overlast 1.871-775 -29% -139-5% Verkeer 593 +1 0% -139-19% Woninginbraak 322 +9 +3% -9-3% Overige inbraak 783 +60 +8% -173-1% Diefstal 2.920-291 -9% -385-11% Geweld 428-16 -4% -13-3% Bron: Politie district Lekstroom, bewerking Statistiek & Onderzoek De belangrijkste conclusies op wijkniveau zijn: De politie kreeg in 2003 de meeste meldingen / aangiften binnen uit Stadscentrum / Merwestein (1.399). Dit was in voorgaande jaren ook het geval. Vreeswijk kent nog steeds het kleinst aantal meldingen / aangiften. In bijna alle wijken is het aantal meldingen en/of registraties vergeleken met 2002 afgenomen. Stadscentrum / Merwestein kent de grootste absolute afname, met 249 meldingen en/of registraties. Met 46% is de relatieve afname van het aantal meldingen en/of registraties in Vreeswijk het grootst. Ook in (Hoog)Zandveld en Lekboulevard nam het aantal meldingen en/of registraties in 2003 af, namelijk met bijna een kwart. Het jaar ervoor was het aantal meldingen nog toegenomen met 11%. Alleen in Batau-Noord (+3%) en in Fokkesteeg (+11%) is het aantal meldingen vergeleken met 2002 toegenomen. Fokkesteeg kenden in 2002 nog een afname van het aantal meldingen en/of registraties, met 13%.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 19 (94) Totaal aantal meldingen en aangiften per wijk in 2003 en vergelijking met 2002, vergelijking 2002 met 2001 aantal meldingen/ aangiften 2003 2003 t.o.v. 2002 2002 t.o.v. 2001 abs abs % abs % Galecop 463-56 -11% -25-5% Batau-Noord 845 +23 +3% +33 +4% Batau-Zuid 710-18 -2% -39-5% Zuilenstein / Huis de Geer / 788-133 -14% -72-7% Blokhoeve Overig 917-43 -4% -250-21% Jutphaas / Wijkersloot 739-186 -20% -298-24% Stadscentrum/ Merwestein 1.399-249 -15% -95-6% Doorslag 640-144 -18% -249-24% (Hoog)Zandveld / Lekboulevard 498-157 -24% +63 +11% Fokkesteeg 624 +60 +11% -84-13% Vreeswijk 109-92 -46% -43-18% Bron: Politie district Lekstroom bewerking Statistiek & Onderzoek Het aantal meldingen per 100 inwoners is het hoogst in de overige wijken (218,3). Dit is echter een vertekend beeld. De overige wijken bestaan voornamelijk uit bedrijventerreinen en het overgrote deel van de meldingen / aangiftes wordt dan ook gedaan door bedrijven, en niet door de weinige inwoners van de overige wijken. Ook in Stadscentrum / Merwestein is het aantal meldingen / aangiftes per 100 inwoners relatief hoog (54,3). Dit is voor een groot deel te verklaren uit het grote aantal voorzieningen in deze wijk (bijvoorbeeld winkels, horeca, sportvoorzieningen). Van de overige woonwijken worden in Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve de meeste meldingen per 100 inwoners gedaan (13,0). Dit kan samenhangen met de bedrijvigheid en horeca in Blokhoeve. Deze wijk wordt op de voet gevolgd door Jutphaas / Wijkersloot (11,8 meldingen per 100 inwoners), Batau-Noord (11,0) en Batau-Zuid (10,3). De minsten meldingen worden gedaan door inwoners van Vreeswijk (4,2 meldingen per 100 inwoners) en Galecop (5,0). Alleen in Batau-Noord en in Fokkesteeg is het aantal meldingen per 100 inwoners vergeleken met 2002 toegenomen. In de overige wijken is het aantal meldingen per 100 inwoners juist afgenomen. Totaal aantal meldingen en aangiften per 100 inwoners naar wijk, 2003 en 2002 Aantal meldingen/ aangiften per 100 inwoners 2003 2002 Galecop 5,0 5,6 Batau-Noord 11,0 10,7 Batau-Zuid 10,3 10,5 Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve 13,0 15,2 Overig 218,3 225,1 Jutphaas / Wijkersloot 11,8 14,8 Stadscentrum / Merwestein 54,3 63,9 Doorslag 9,8 12,0 (Hoog)Zandveld / Lekboulevard 7,2 9,4 Fokkesteeg 9,1 8,2 Vreeswijk 4,2 7,9 Bron: Politie district Lekstroom, bewerking Statistiek & Onderzoek

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 20 (94) Veiligheidsanalyse leefbaarheidsmonitor (subjectief) Eind 2002 is voor de derde keer een onderzoek naar leefbaarheid en veiligheid in de tien Nieuwegeinse wijken gehouden. De resultaten staan in het Leefbaarheidsonderzoek Nieuwegein, 2002. Verschil ten opzichte van het vorige onderzoek in 2000, is dat nu een vergelijking is gemaakt met drie andere buurgemeenten, namelijk Houten, Vianen en Lopik. Behalve voor deze veiligheidsrapportage bieden de uitkomsten van het onderzoek ook belangrijke informatie voor wijkgericht samenwerken en politie. De resultaten uit het leefbaarheidsonderzoek op het terrein van leefbaarheid en veiligheid zijn hieronder samengevat. Algemeen oordeel over leefbaarheid en veiligheid De woonbuurt en de woonomgeving krijgen van de inwoners van Nieuwegein een ruim voldoende (7,4 en 7,1). Hun tevredenheid is ten opzichte van 2000 en 1998 licht toegenomen. De meest genoemde problemen in de buurt zijn volgens de bewoners te hard rijden en hondenpoep op straat (41% en 40%). In de voorgaande jaren stonden deze problemen eveneens bovenaan de top vijf van meest voorkomende problemen. De problemen die volgens de bewoners met voorrang moet worden aangepakt zijn te hard rijden (46%), rommel op straat/zwerfvuil (38%) en hondenpoep op straat (37%). Eén van de problemen, die ontstonden bij het analyseren van de politiecijfers was het vraagstuk van de prioritering. We weten welke delicten vaak worden gepleegd, en ook waar ze worden gepleegd, maar welke delicten zijn zwaarder of belangrijker dan andere? De enquêteresultaten kunnen hierbij een handreiking bieden. Aan de respondenten is namelijk gevraagd welke zaken in de buurt als een groot probleem worden gezien en welke zaken met voorrang moeten worden aangepakt. Voor wat betreft veiligheid, komen daar de volgende prioriteiten uit: Prioriteiten leefbaarheidsonderzoek Te hard rijden Criminaliteit en gebreken in de openbare ruimte: vernieling van en / of defecte telefooncellen, bus- of tramhokjes of verlichting Parkeeroverlast Criminaliteit aan auto s: beschadiging of vernieling aan auto s Woninginbraak Agressief verkeersgedrag Per wijk verschillen de door de bewoners aangegeven met prioriteit aan te pakken problemen. Centrum / Merwestein Jutphaas / Wijkersloot Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve 1. parkeeroverlast 1. te hard rijden 1. te hard rijden 2. te hard rijden 2. vernieling bushokjes e.d. 2. vernieling bushokjes e.d. 3. vernieling bushokjes e.d 3. beschadiging / vernieling van 3. woninginbraak auto s 4. beschadiging / vernieling aan 4. woninginbraak 4. parkeeroverlast auto s 5. agressief verkeersgedrag 5. parkeeroverlast 5. beschading / vernieling aan auto s

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 21 (94) Batau-Noord Batau-Zuid Galecop 1. te hard rijden 1. te hard rijden 1. te hard rijden 2. vernieling bushokjes e.d. 2. parkeeroverlast 2. parkeeroverlast 3. woninginbraak 3. vernieling bushokjes e.d. 3. agressief verkeersgedrag 4. parkeeroverlast 4. woninginbraak 4. beschadiging / vernieling aan auto s 5. agressief verkeersgedrag 5. agressief verkeersgedrag 5. vernieling bushokjes e.d. Doorslag Fokkesteeg (Hoog)zandveld / Lekboulevard 1. te hard rijden 1. te hard rijden 1. te hard rijden 2. vernieling bushokjes e.d. 2. vernieling bushokjes e.d. 2. vernieling bushokjes e.d. 3. parkeeroverlast 3. parkeeroverlast 3. parkeeroverlast 4. beschadiging / vernieling aan 4. agressief verkeersgedrag 4. woninginbraak auto s 5. agressief verkeersgedrag 5 woninginbraak 5. beschadiging / vernieling aan auto s Vreeswijk 1. te hard rijden 2. parkeeroverlast 3. vernieling bushokjes e.d. 4. woninginbraak 5. agressief verkeersgedrag Ruim een vijfde van de bewoners vindt dat de buurt het afgelopen jaar achteruit is gegaan. Daarmee is het aandeel bewoners dat negatief is iets kleiner dan in 2000. Het aandeel bewoners dat vindt dat de buurt vooruit is gegaan is echter ook licht afgenomen ten opzichte van 2000. Er zijn dan ook meer bewoners die vinden dat de buurt hetzelfde is gebleven. Ook voor de toekomst verwachten meer bewoners dan in 2000 dat de buurt niet zal veranderen. Een kwart van de bewoners denkt dat de buurt achteruit zal gaan, terwijl 6% denkt dat de buurt vooruit zal gaan. In 2000 waren meer bewoners negatief gestemd, maar ook meer bewoners positief gestemd. Veiligheid Naast het meten van 'objectieve' criminaliteitscijfers, in de vorm van registraties door de politie, is het ook van belang om de 'subjectieve' cijfers, de gevoelens van de bevolking in kaart te brengen. In het Leefbaarheidsonderzoek Nieuwegein 2002 zijn de bewoners gevraagd naar hun gevoelens over onveiligheid en ervaringen met criminaliteit. De resultaten wat betreft onveiligheidsgevoelens zijn in onderstaande tabel opgenomen. Onveiligheidsgevoelens in Nieuwegein en in de eigen wijk: % dat zich wel eens onveilig voelt voelt zich wel eens onveilig in Nieuwegein voelt zich wel eens onveilig in de eigen buurt 1998 2000 2002 1998 2000 2002 Nieuwegein 44% 56% 55% 27% 26% 25% Galecop 27% 50% 47% 10% 11% 12% Batau-Noord 46% 58% 59% 26% 29% 30% Batau-Zuid 43% 59% 53% 25% 37% 31% Zuilenstein / Huis de Geer 50% 56% 52% 32% 31% 23% Overig - - - -

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 22 (94) voelt zich wel eens onveilig in Nieuwegein voelt zich wel eens onveilig in de eigen buurt 1998 2000 2002 1998 2000 2002 Jutphaas / Wijkersloot 48% 50% 55% 34% 21% 28% Stadscentrum / Merwestein 44% 51% 55% 38% 40% 47% Doorslag 52% 61% 57% 28% 22% 23% (Hoog)Zandveld/ Lekboulevard 41% 55% 57% 22% 26% 24% Fokkesteeg 55% 60% 59% 37% 30% 25% Vreeswijk 25% 48% 57% 9% 11% 15% Bron: Gebiedsmonitor Leefbaarheid en Veiligheid 1998, Leefbaarheidsmonitor 2000, Leefbaarheidsonderzoek Nieuwegein, 2002 Ruim de helft van de bewoners voelt zich in Nieuwegein wel eens onveilig (55%). Dit is vergelijkbaar met 2000. Het aandeel bewoners dat zich wel eens onveilig voelt in Nieuwegein is het grootst in Batau-Noord en Fokkesteeg, en het kleinst in Galecop. Twee jaar geleden waren de onveiligheidsgevoelens nog het grootst bij de bewoners van Doorslag. Opvallend is de toename van het aandeel bewoners van Vreeswijk dat zich wel eens onveilig voelt in Nieuwegein, namelijk van 25% in 1998, via 48% in 2000 naar 57% in 2002. Het aandeel bewoners dat in de eigen buurt wel eens te maken heeft met onveiligheidsgevoelens is kleiner, namelijk een kwart. De onveiligheidsgevoelens steken dus vooral de kop op buiten de eigen buurt. In Galecop en Vreeswijk is het aandeel bewoners dat zich in de eigen buurt wel eens onveilig voelt het kleinst, en in Stadscentrum / Merwestein het grootst. Naast onveiligheidsgevoelens geven ook de mate van dreiging, vermogensdelicten, mate van overlast en verkeersproblemen een idee van de veiligheid in de gemeente. De mate van dreiging in de woonbuurt is gemiddeld genomen gelijk gebleven in vergelijking met voorgaande jaren. Vooral in Stadscentrum / Merwestein is sprake van een toename. Ook de beleving van het aantal vermogensdelicten is gemiddeld gelijk gebleven, al zijn tussen de verschillende vormen van vermogensdelicten verschillen te zien tussen de wijken. Zo is het aandeel bewoners van Doorslag dat vindt dat fietsendiefstal vaak voorkomt sterk toegenomen (van 13% naar 22%), terwijl dit aandeel in Fokkesteeg beduidend is afgenomen (van 16% naar 11%). Het aandeel bewoners dat vindt dat diefstal uit auto s vaak voorkomt is in Batau-Zuid afgenomen (van 21% naar 13%) en in Galecop juist toegenomen (van 6% naar 13%). De mate van overlast (geluid, stank, jongeren, omwonenden en horeca) is vrijwel gelijk gebleven in vergelijking met 2000. Er bestaan grote verschillen tussen de wijken. Zo is de overlast van jongeren in Zandveld e.o., Centrum / Merwestein en Vreeswijk sterk toegenomen, terwijl deze in Galecop juist aanzienlijk is afgenomen. En bijvoorbeeld de geluidsoverlast (niet door verkeer) is in Fokkesteeg en Batau- Zuid sterk afgenomen. De bewoners van Nieuwegein zijn vergeleken met voorgaande jaren positiever over het verkeer en vinden dat de verkeersproblemen zijn afgenomen. Stadscentrum / Merwestein is de enige wijk waarvan de bewoners vinden dat de verkeersproblemen zijn toegenomen. Functioneren politie en gemeente Bijna een kwart van de bewoners is tevreden over het functioneren van de politie. Daarmee zijn de bewoners iets positiever dan in 2000 en 1998. Ruim de helft van de bewoners vindt dat de politie voldoende aandacht heeft voor de problemen in de buurt. Dit is meer dan in de voorgaande jaren. De

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 23 (94) wijkagent krijgt in Nieuwegein steeds meer bekendheid. Bijna de helft van de Nieuwegeiners kent de wijkagent. Dit is een lichte stijging vergeleken met 2000. Bijna eenderde van de Nieuwegeiners is tevreden over het functioneren van de gemeente. Dit is een stijging ten opzichte van 2000, maar in 1998 waren de Nieuwegeiners meer tevreden. Meer dan de helft van de inwoners vindt dat de gemeente genoeg aandacht heeft voor wijkproblemen. Hiermee zijn ze duidelijk positiever dan in voorgaande jaren. Wijkvergelijking Evenals in voorgaande jaren worden de wijken Vreeswijk, Galecop, Zuilenstein / Huis de Geer en (Hoog)Zandveld / Lekboulevard door hun bewoners het meest positief gewaardeerd. Stadscentrum / Merwestein krijgt de minst positieve beoordeling. De overige wijken scoren rond het gemiddelde. In vergelijking met 2000 is de waardering in de meeste wijken gelijk gebleven. In Batau-Noord en Batau-Zuid zijn de bewoners nu positiever over de leefbaarheid en veiligheid dan twee jaar geleden. De wijk Jutphaas / Wijkersloot krijgt van de bewoners juist een minder positieve beoordeling. Vergelijking met Houten, Vianen en Lopik In de onderzoeken die in Houten, Vianen en Lopik gehouden zijn, zijn voor een deel dezelfde vragen gesteld als in Nieuwegein. Daardoor zijn de resultaten met elkaar te vergelijken. In het achterhoofd moet wel worden gehouden dat er bijvoorbeeld op het gebied van type gemeente, inwoneraantal en graad van verstedelijking grote verschillen bestaan tussen de vier gemeenten. De woonbuurt wordt het meest positief gewaardeerd in Houten en het minst positief in Nieuwegein. Uitgedrukt in een rapportcijfer krijgt Houten een 7,6 en Nieuwegein een 7,1. Als belangrijkste probleem in de buurt staat behalve bij Vianen te hard rijden bij alle gemeente op nummer één. Ook hondenpoep op straat scoort hoog en staat bij Vianen op nummer één en bij de overige gemeenten op nummer twee. Te hard rijden, hondenpoep op straat, rommel op straat / zwerfvuil, parkeeroverlast, overlast van groepen jongeren en vernieling van telefooncellen en bus- of tramhokjes worden genoemd als problemen die met voorrang moeten worden aangepakt. Bij alle vier gemeenten staat te hard rijden op nummer één. Bijna tweederde van de bewoners van alle vier gemeenten vinden dat de buurt er het afgelopen jaar niet op vooruit, maar ook niet op achteruit is gegaan. De bewoners van Nieuwegein zijn het minst positief over de ontwikkeling van hun buurt. Van hen vindt 5% dat de buurt vooruit is gegaan en 21% dat de buurt achteruit is gegaan. De bewoners van Houten zijn het meest positief. Volgens 8% is de buurt vooruit gegaan en volgens 13% is de buurt achteruit gegaan. Voor de toekomst verwacht ruim tweederde van de bewoners van de vier gemeenten dat de buurt niet verandert. De bewoners van de vier gemeenten is gevraagd of ze zich wel eens onveilig voelen in hun gemeente en in hun eigen buurt. Het aandeel bewoners van Lopik dat zich in de gemeente wel eens onveilig voelt is het kleinst. Dit aandeel is in Nieuwegein het grootst. Het aandeel bewoners dat zich in de eigen buurt wel eens onveilig voelt is het kleinst in Houten en het grootst in Nieuwegein. De mate van dreiging is het laagst in Houten en het hoogst in Nieuwegein. De verschillen zijn echter niet groot. Ook bij de mate waarin vermogensdelicten voorkomen liggen de scores niet ver uit elkaar. Gemiddeld genomen komen vermogensdelicten volgens de bewoners echter vaker voor dan gevoelens van

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 24 (94) dreiging. De mate waarin vermogensdelicten voorkomen is het laagst in Houten en Lopik en het hoogst in Vianen en Nieuwegein. Wat betreft verkeersproblemen laat Houten een gunstige score zien en hebben Vianen, Lopik en Nieuwegein ongeveer in dezelfde mate te maken met verkeersproblemen. De tevredenheid over de politie is het grootst in Nieuwegein. In Lopik zijn de bewoners het minst tevreden. Het aandeel bewoners dat vindt dat de politie voldoende aandacht heeft voor buurtproblemen is het grootst in Nieuwegein en het kleinst in Vianen. De bekendheid met de wijkagent is eveneens het kleinst in Vianen, en het grootst in Nieuwegein. De tevredenheid over het functioneren van de gemeente is moeilijk te vergelijken, omdat hier in Vianen niet naar gevraagd is en omdat de vraag in Houten op een andere manier is gesteld. Het aandeel bewoners dat vindt dat de gemeente voldoende aandacht heeft voor problemen is in Houten het grootst en in Vianen het kleinst.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 25 (94) Politiegegevens en leefbaarheidsonderzoek met elkaar vergeleken Uitkomsten per facet De algemene uitkomsten zijn gebaseerd op de politiecijfers uit de gegevensverzameling 2003 en de enquêteresultaten van het Leefbaarheidsonderzoek 2002. Vandalisme (gegevensverzameling pag. 13) Het aantal aangiften / meldingen van vandalisme is in 2002 vergeleken met 2001 met 2% toegenomen naar 815 meldingen / aangiften. Van deze meldingen en aangiften gaan er 361 (44%) over vernieling aan motorvoertuigen. Ook overige vernielingen nemen een groot deel van de meldingen van vandalisme voor rekening (39%). Het aantal meldingen van brand vandalisme is ruim drie keer zo groot geworden (30 in 2002 en 130 in 2003). Het aantal aangiften van brand vandalisme is juist afgenomen (van 30 in 2002 naar 4 in 2003). Ook het aantal meldingen / aangiften van vandalisme door baldadigheid is sterk afgenomen (van 40 in 2002 naar 3 in 2004). In Batau-Noord en Stadscentrum / Merwestein komt het meeste vandalisme voor. In 2002 hoorde Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve hier ook bij, maar het aantal aangiften / meldingen van vandalisme nam in 2003 vergeleken met 2002 met bijna een kwart af. In Vreeswijk en Galecop is het aantal meldingen / aangiftes het laagst. In de beleving van de bewoners komt vandalisme bovengemiddeld voor in Stadscentrum / Merwestein en, in mindere mate in Doorslag. In Galecop en Vreeswijk komt vandalisme volgens de bewoners het minst voor. Over het algemeen komen meldingen / aangiften en gevoel overeen, behalve wat betreft Doorslag. In de beleving van de inwoners komt vandalisme vaak voor, terwijl het aantal meldingen en aangiften gemiddeld is. Overlast (gegevensverzameling pag. 14 en 15) In 2003 kwamen bij de politie 1.871 meldingen van overlast binnen. Dit is 29% minder dan in 2002 (2.646 meldingen). De meeste meldingen gaan over overlast van jeugd (474). Dit is een kwart van het totaal aantal meldingen. Geluidshinder in de woonomgeving en overlast van hulpverlening aan burgers nemen beiden eenvijfde van de meldingen voor rekening. Vergeleken met 2002 laten alle facetten van overlast een afname van het aantal meldingen zien. De afname is het grootst wat betreft de meldingen over buren en relatieproblemen (-249), overlast van jeugd (-125) en van hulpverlening aan burgers (-119 meldingen). Het grootste aantal meldingen van overlast komt bij de politie binnen vanuit Batau-Zuid, Batau- Noord en Fokkesteeg. Jutphaas-Wijkersloot staat op een vierde plek. Het aantal meldingen vanuit deze wijk is in 2003 met bijna 40% afgenomen. Ook het aantal meldingen vanuit Stadscentrum / Merwestein is met ruim 40% afgenomen. Opvallend is dat in alle woonwijken, behalve in Fokkesteeg, het aantal meldingen is afgenomen. Als het gaat om de beleving van overlast, dan geven de bewoners van Stadscentrum / Merwestein aan de grootste mate van overlast te ervaren. De inwoners van Fokkesteeg, Batau-Zuid en (Hoog) Zandveld / Lekboulevard ervaren iets meer overlast dan gemiddeld. In Galecop, Vreeswijk en Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve is volgens de bewoners minder sprake van overlast dan gemiddeld. In Stadscentrum / Merwestein komen beleving en meldingen van overlast overeen. Beide zijn bovengemiddeld. In Fokkesteeg en (Hoog)Zandveld en Lekboulevard komt in de beleving van de inwoners

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 26 (94) overlast vaker voor dan gemiddeld, terwijl het aantal meldingen gemiddeld is. In Galecop en Vreeswijk komen beleving en aantal meldingen ook overeen. Beide zijn beneden gemiddeld. Hoewel het aantal meldingen van overlast in Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve gemiddeld is, komt overlast in de beleving van de inwoners minder voor dan gemiddeld. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de meeste overlast ervaren wordt op het bedrijventerrein Blokhoeve en dat ook hier de meeste meldingen vandaan komen. De inwoners zullen van deze overlast weinig hinder ondervinden. Verkeersonveiligheid (gegevensverzameling pag. 16) De verkeersonveiligheid is in 2003 vergeleken met 2002 gestabiliseerd. In de voorgaande jaren was nog sprake van een afname van het aantal aanrijdingen. In 2003 werden bij de politie 593 aanrijdingen geregistreerd. Bij 86% van de aanrijdingen was alleen sprake van materiële schade. Bij één aanrijding was sprake van dodelijke afloop. Dit ongeluk vond plaats in Batau-Zuid. Met 123 aanrijdingen is het aantal ongevallen in Stadscentrum / Merwestein het grootst. Omdat het Stadscentrum veel bezoekers en dus veel verkeer aantrekt is het grote aantal aanrijdingen goed te verklaren. In 2002 vonden de meeste aanrijdingen nog in de overige wijken plaats. Met 109 aanrijdingen staat deze wijk nu op de tweede plaats. Een groot deel van deze wijken bestaat uit bedrijventerreinen en de toegangswegen hier naartoe. Dit brengt iedere dag grote verkeersstromen met zich mee. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in deze wijken veel aanrijdingen plaatsvinden. Het aantal ongevallen in Batau-Noord is vergeleken met 2002 bijna verviervoudigd naar 97 aanrijdingen in 2003. Het aantal ongevallen in Jutphaas-Wijkersloot is juist afgenomen, met bijna 40% naar 38 aanrijdingen in 2003. Vanuit Vreeswijk en Galecop komen bij de politie de minste meldingen van aanrijdingen binnen. Verkeersproblemen doen zich volgens de bewoners vooral voor in Stadscentrum / Merwestein, Batau-Zuid en Jutphaas / Wijkersloot. De bewoners van Galecop en Vreeswijk ondervinden de minste hinder van verkeersproblemen. In Stadscentrum / Merwestein komen beleving van verkeershinder en aantal meldingen van aanrijdingen overeen. Beide zijn hoger dan gemiddeld. Hoewel de inwoners van Batau-Zuid en Jutphaas- Wijkersloot vinden dat verkeershinder vaak voorkomt, strookt dit niet helemaal met het aantal meldingen. Dit is namelijk gemiddeld. De beleving van de inwoners van Galecop en Vreeswijk komt overeen met het aantal meldingen. Beide zijn beneden gemiddeld. Woninginbraken (gegevensverzameling pag. 17) Met 322 woninginbraken in 2003 is het aantal inbraken vergeleken met 2002 met 9% toegenomen. Met 58 meldingen was het aantal inbraken in Batau-Noord in 2003 het grootst. Batau-Zuid (47 meldingen) en Jutphaas-Wijkersloot (45) volgen. De minste woninginbraken vonden plaats in de Overige wijken en in Vreeswijk. Vergeleken met 2002 kende Fokkesteeg de grootste toename van het aantal woninginbraken. Het aantal meldingen steeg met 62% naar 34 meldingen. Het aantal inbraken nam in Batau-Noord toe met 38%, naar 58 inbraken. In Stadscentrum / Merwestein en in Doorslag nam het aantal inbraken met eenderde toe. In Batau-Zuid, Jutphaas-Wijkersloot, Vreeswijk en (Hoog)Zandveld en Lekboulevard nam het aantal inbraken af. (Hoog)Zandveld en Lekboulevard gaf de grootste afname te zien. Het aantal inbraken nam hier af met 45% naar 17 inbraken. Het aantal geslaagde woninginbraken was het grootst in Batau-Noord (43), gevolgd door Jutphaas-Wijkersloot (33) en Batau-Zuid (29). Het aantal inbraken per 100 woningen was het grootst in Stadscentrum / Merwestein, met 2,1 inbraken. Batau-Zuid (1,8 inbraken per 100 woningen), Batau-Noord (1,7) en Jutphaas-Wijkersloot (1,6)

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 27 (94) volgden. De minste inbraken per 100 woningen vonden plaats in Galecop (0,3 per 100 woningen), Vreeswijk (0,5) en (Hoog)Zandveld en Lekboulevard (0,6). Woninginbraken komen in de beleving van de inwoners het meest voor in Stadscentrum / Merwestein, Batau-Zuid en Jutphaas-Wijkersloot. De bewoners van Galecop zijn verreweg het meest positief; het overgrote deel van de inwoners denkt dat woninginbraak slechts soms of bijna nooit voor komt. Wanneer we de beleving van de inwoners vergelijken met het aantal inbraken per 100 woningen blijkt dat er grote overeenkomsten zijn. Het gevoel van de inwoners dat inbraken in Stadscentrum / Merwestein, Batau-Zuid en Jutphaas-Wijkersloot vaak voorkomen strookt met het aantal inbraken in deze wijken. Ook de beleving van de inwoners van Galecop dat inbraken bijna nooit voorkomen strookt met het aantal inbraken. Per 100 woningen komen in deze wijk de minste inbraken voor. Overige inbraken (gegevensverzameling pag. 18) In 2003 kreeg de politie 783 meldingen van overige inbraak (bedrijfsinbraken, diefstal uit scholen, diefstal uit sportcomplexen en diefstal uit overige locaties) binnen. Dit is 8% meer dan in 2002. Het aantal bedrijfsinbraken nam met 30% af naar 402 inbraken, maar het aantal inbraken in overige locaties verdubbelde bijna, tot 318 inbraken. De meeste overige inbraken vonden plaats in de overige wijken van Nieuwegein (288 inbraken). Dit is niet verwonderlijk, omdat hier voornamelijk bedrijven gevestigd zijn. Toch nam het aantal inbraken hier met bijna een kwart af. In de woonwijken vonden de meeste overige inbraken plaats in Stadscentrum / Merwestein en in Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve. Dit kan verklaard worden uit de relatief hoge mate van bedrijvigheid in beide wijken. In Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve nam het aantal inbraken vergeleken met 2002 toe met eenderde, naar 92 inbraken in 2003. De minste overige inbraken vonden plaats in Vreeswijk. Diefstal (gegevensverzameling pag. 19 en 20) In 2003 kreeg de politie 2.920 aangiften van diefstal binnen. Dit is 9% minder dan in 2002. Evenals voorgaande jaren was het aantal aangiften van diefstal uit of vanaf motorvoertuigen het grootst (1.115). Dit is echter wel bijna een kwart minder dan in 2002. Ook het aantal overige diefstallen (564) en diefstallen van motorvoertuigen (136) namen af, namelijk met ruim eenvijfde. Diefstallen (brom)fietsen en winkeldiefstallen lieten juist een toename zien (respectievelijk +37% en +31%). De meeste diefstallen vonden plaats in Stadscentrum / Merwestein (807), op afstand gevolgd door de Overige wijken (338) en Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve (307). Stadscentrum / Merwestein en Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve lieten vergeleken met 2002 een afname van het aantal diefstallen zien (respectievelijk 9% en 28%). In de Overige wijken nam het aantal diefstallen juist toe, met 19%. Vreeswijk kende verreweg de minste diefstallen (29). De bewoners van Stadscentrum / Merwestein en Doorslag vinden dat diefstal in hun wijk bovengemiddeld voorkomt. Volgens de bewoners komt diefstal het minst voor in Galecop en Vreeswijk. Beleving van diefstal en daadwerkelijke aangiften komen over het algemeen overeen, behalve wat betreft Doorslag. In de beleving van de inwoners komt diefstal hier vaker voor dan gemiddeld, terwijl het aantal aangiften gemiddeld is. Geweld (gegevensverzameling pag. 21, 22 en 23) In 2003 kwamen bij de politie 428 meldingen en aangiften binnen van geweld. Dit is een lichte afname vergeleken met 2002 (-4%). Eenderde van de meldingen en/of aangiften had betrekking op

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 28 (94) geweldsmisdrijven zonder wapen (139 aangiften). Eenvijfde van de meldingen en/of aangiften ging over bedreiging (86 aangiften) en 16% over beroving en tasjesroof (70 aangiften). Het aantal aangiften van beroving en tasjesroof nam vergeleken met 2002 (48 aangiften) toe met 46%. Het aantal aangiften van overvallen nam toe van 8 in 2002 naar 16 in 2003. Het aantal aangiften en meldingen van incest nam af van 14 in 2002 naar 0 in 2003. De meeste meldingen en aangiften van geweldsdelicten kreeg de politie binnen vanuit Stadscentrum / Merwestein (60), Fokkesteeg (57), Overige wijken (53) en Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve (50). Het aantal meldingen en aangiften vanuit Stadscentrum / Merwestein heeft de afgelopende jaren een afname laten zien. In 2001 kwamen nog 124 meldingen en aangiften en meldingen binnen, in 2002 96 en in 2003 60. Tussen 2002 en 2003 nam het aantal meldingen en aangiften af met 38%. In Fokkesteeg nam het aantal meldingen en aangiften juist toe, van 22 in 2001, naar 31 in 2002 tot 57 in 2003. Tussen 2002 en 2003 nam het aantal meldingen en aangiften in deze wijk toe met 84%. Volgens de bewoners van Doorslag, Stadscentrum / Merwestein en Jutphaas-Wijkersloot komt geweld in die wijken het vaakst voor. In Vreeswijk, Galecop en Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve heeft men het minst last van geweld. De beleving van de inwoners en het daadwerkelijk aantal meldingen en aangiften van geweld komen niet helemaal overeen. Hoewel het aantal meldingen en aangiften in Doorslag en Jutphaas- Wijkersloot niet bovengemiddeld is, is het aandeel inwoners dat het gevoel heeft dat geweld vaak voorkomt wel groter dan gemiddeld. In de beleving van de inwoners van Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve komt geweld daar minder vaak voor dan gemiddeld, terwijl het aantal meldingen en aangiften juist iets boven het gemiddelde ligt. Een mogelijke verklaring is dat de meeste geweldsdelicten plaatsvinden in Blokhoeve en dat de inwoners daar niet veel van merken. Uitkomsten per wijk De algemene uitkomsten zijn gebaseerd op de politiecijfers uit de gegevensverzameling 2003 en de enquêteresultaten van het Leefbaarheidsonderzoek 2002. Galecop In de beleving van zijn inwoners is Galecop een veilige wijk. De bewoners zijn over alle facetten positiever dan de gemiddelde Nieuwegeiner en vaak zelfs het meest positief. De politiecijfers onderschrijven dit. Het aantal aangiftes en meldingen is voor alle facetten lager dan het gemiddelde van Nieuwegein. Vergeleken met 2002 heeft de veiligheid op het gebied van meldingen en aangiften van overlast (-32%), verkeer (-30%), diefstal (-9%) en geweld (-61%) een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het aantal overige inbraken is juist toegenomen, van 17 in 2002 naar 60 in 2003. Batau-Noord In de wijk Batau-Noord komen de realiteit (politiecijfers) en de beleving van de bewoners niet altijd overeen. Zo is het aantal meldingen en aangiftes van overlast gemiddeld hoger dan in Nieuwegein totaal, terwijl de mate van overlast in de beleving van de bewoners kleiner is dan gemiddeld in Nieuwegein. Alleen wat betreft het aantal aangiften en meldingen van geweld (gelijk gebleven) en overlast (-35%) is geen sprake van toename. Verder is voor alle facetten van geweld het aantal meldingen en aangiften in 2003 toegenomen. Zo is het aantal diefstallen toegenomen van 221 naar 250 (+13%) en het aantal verkeersongevallen van 28 naar 97 (+246%).

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 29 (94) Batau-Zuid De bewoners van Batau-Zuid zijn over het algemeen minder positief over de veiligheid in hun wijk dan de gemiddelde Nieuwegeiner. Het aantal aangiftes en meldingen van overlast, woninginbraak en vandalisme onderschrijven deze houding. Het aantal aangiftes en meldingen van diefstal ligt juist behoorlijk lager dan het gemiddelde in Nieuwegein. Dit aantal is vergeleken met 2002 echter wel toegenomen (met 25% van 148 naar 185). Het aantal meldingen van overlast is vergeleken met 2002 afgenomen met eenvijfde. Dit geldt ook voor het Nieuwegeins gemiddelde. Over het geheel genomen is Batau-Zuid een gemiddelde wijk wat betreft veiligheid (politiecijfers). Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve In de beleving van de eigen bewoners is Zuilenstein / Huis de Geer / Blokhoeve een veilige wijk. Op alle facetten zijn de bewoners positiever dan gemiddeld in Nieuwegein. Wat betreft de politiecijfers scoort de wijk echter voor diefstal en in mindere mate voor overige inbraken hoger dan gemiddeld. Het aantal meldingen en aangiften van diefstal is vergeleken met 2002 wel afgenomen (28%). Het aantal meldingen en aangiften nam af van 426 naar 307. Het aantal overige inbraken nam juist toe van 69 naar 92 (+33%). Het aantal meldingen van vandalisme was in 2002 met 109 nog beduidend groter dan het gemiddelde in Nieuwegein. Dit aantal is echter met bijna een kwart afgenomen naar 83 en lag daardoor in 2003 slechts iets hoger dan het gemiddelde. Overige wijken In de Overige wijken (Laagraven, Plettenburg, De Wiers en Oudegein) is niet geënquêteerd voor het Leefbaarheidsonderzoek. De politiecijfers hangen sterk samen met de opbouw van de wijken, namelijk weinig woningen en veel bedrijven (behalve in Oudegein). Het aantal overige inbraken (onder andere in bedrijven) is veel hoger dan gemiddeld in Nieuwegein, terwijl het aantal woninginbraken ver onder het gemiddelde ligt. Het aantal overige inbraken is in 2003 vergeleken met 2002 echter wel met bijna een kwart afgenomen. Ook het aantal aangiften en meldingen van overlast is lager dan gemiddeld in Nieuwegein. De verkeersproblemen in de Overige wijken zijn juist groter. Hetzelfde geldt voor het aantal diefstallen. Dit aantal is vergeleken met 2002 toegenomen met 19% naar 338 diefstallen in 2003. Jutphaas / Wijkersloot Gemiddeld genomen wordt Jutphaas / Wijkersloot door de bewoners ervaren als een minder veilige wijk dan gemiddeld. Dit komt niet overeen met de politiecijfers. Over het algemeen scoort de wijk namelijk rond het Nieuwegeins gemiddelde. Opvallend verschil tussen beleving en meldingen is dat de overlast iets positiever ervaren wordt dan gemiddeld, terwijl het aantal aangiften en meldingen juist bovengemiddeld is. Het aantal meldingen is echter wel afgenomen vergeleken met 2002. In 2003 werden 211 meldingen gedaan, tegenover 347 in 2002. Dit is een afname van 39%. Stadscentrum / Merwestein De wijk Stadscentrum / Merwestein wordt door de bewoners bestempeld als de minst veilige wijk van Nieuwegein. Vooral overlast, gevoelens van dreiging en verkeersproblemen komen volgens de bewoners veel vaker voor dan gemiddeld in Nieuwegein. De politiecijfers onderschrijven de relatieve onveiligheid in de wijk vooral als het gaat om diefstal en verkeer. Ruim een kwart van alle diefstallen vindt plaats in Stadscentrum / Merwestein. Het aantal aangiften van diefstal in Stadsentrum / Merwestein (807) is echter wel met 9% afgenomen vergeleken met 2002. Van de aangiftes en meldingen van verkeersproblemen en geweld vindt eenvijfde plaats in deze wijk. Positief punt is dat het aantal aangiftes en meldingen voor bijna alle facetten is afgenomen vergeleken met 2002.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 30 (94) Doorslag Doorslag is volgens zijn inwoners een vrij gemiddelde wijk wat veiligheid betreft. De inwoners zijn alleen wat betreft diefstal en geweld minder positief gestemd dan de gemiddelde Nieuwegeiner. Ook in de politiecijfers scoort Doorslag gemiddeld. Het aantal aangiftes en meldingen van overlast (-42%), diefstal (-19%) en verkeer (-16%) is vergeleken met 2002 afgenomen. Het aantal aangiften en meldingen van overige inbraken (+56%), woninginbraken (+38%) en geweld (+41%)is juist toegenomen. Op sommige facetten heeft de veiligheid dus een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar op andere juist een negatieve ontwikkeling. (Hoog) Zandveld / Lekboulevard De wijk (Hoog) Zandveld / Lekboulevard is volgens de inwoners én volgens de politiecijfers een veilige wijk. De meeste meldingen en aangiften hebben betrekking op overlast (178) en diefstal (152). Vergeleken met 2002 is het aantal meldingen en aangiften voor beide facetten echter wel afgenomen (overlast 34% en diefstal 23%). Behalve wat betreft vandalisme is het aantal meldingen en aangiften van alle facetten in 2003 (licht) afgenomen. Fokkesteeg De veiligheid in Fokkesteeg wordt door de bewoners als gemiddeld beoordeeld. Uit de politiecijfers blijkt dat Fokkesteeg wat betreft overlast, vandalisme en geweld minder veilig is dan gemiddeld. Het aantal aangiften en meldingen van deze facetten is namelijk hoger dan gemiddeld. Vergeleken met 2002 is het aantal meldingen en aangiften van vandalisme (+54%), woninginbraken (+62%) en geweld (+84%) toegenomen. Het aantal meldingen en aangiften van diefstal is juist afgenomen (-9%). Over het algemeen is de veiligheid in Fokkesteeg in de beleving van de inwoners positiever dan de politiecijfers uitwijzen. Vreeswijk In de beleving van zijn inwoners is Vreeswijk een veilige wijk. Op alle facetten scoort Vreeswijk positiever dan gemiddeld. Ook de politiecijfers geven een relatief gunstig beeld. Van alle woonwijken scoort Vreeswijk op alle facetten het meest positief. Vooral diefstal en overlast komen minder voor dan gemiddeld. Vergeleken met 2002 is het aantal meldingen en aangiften voor alle facetten afgenomen of gelijk gebleven.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 31 (94) Prioriteiten en aandachtpunten Uit zowel de feitelijke als de subjectieve gegevens blijkt dat aandacht, in meer of mindere mate noodzakelijk is en of blijft voor vrijwel alle facetten en alle wijken. In onderstaande tabel staat per facet welke wijken extra aandacht nodig hebben. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de subjectieve kant van veiligheid, de beleving, en de objectieve kant, de feitelijke politiecijfers. Wanneer de inwoners van een wijk ervaren dat de wijk op een bepaald facet slechter scoort dan gemiddeld, wordt dit in de tabel aangegeven met 1. Wanneer de politiecijfers uitwijzen dat een wijk op een bepaald facet slechter scoort dan gemiddeld, wordt dit in de tabel aangegeven met 2. Wanneer sprake is van beide, dan wordt dit aangegeven met 3. Daarbij moet opgemerkt worden dat voor de gebieden vallend onder overige wijken geen subjectieve gegevens beschikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor het facet overige inbraken. Vreeswijk Fokkesteeg (Hoog) Zandveld / Lekboulevard Doorslag Stadscentrum / Merwestein Jutphaas / Wijkersloot overige Zuilenstein Batau-Zuid Batau-Noord Galecop Vandalisme 2 3 1 2 Overlast 2 2 2 1 Verkeer 2 1 2 1 3 Woninginbraken 2 3 3 1 Overige inbraken 2 2 2 2 Diefstal 2 2 3 1 Geweld 2 2 1 3 3 2 1 = in de beleving van de bewoners scoort wijk op dit facet slechter dan gemiddeld 2 = volgens de politiecijfers scoort wijk op dit facet slechter dan gemiddeld 3 = zowel in de beleving van de bewoners als volgens de politiecijfers scoort wijk op dit facet slechter dan gemiddeld Vergeleken met 2002 is een aantal zaken veranderd. Dit geldt alleen voor de politiecijfers. In 2003 is geen nieuw Leefbaarheidsonderzoek uitgekomen, zodat in deze veiligheidsrapportage, evenals in 2002, gebruik wordt gemaakt van de gegevens uit het Leefbaarheidsonderzoek 2002. Wat betreft vandalisme is de wijk Fokkesteeg nu wel opgenomen in de tabel. In Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve is het aantal meldingen afgenomen in 2003, zodat deze nu niet is opgenomen. Voor overlast is Stadscentrum / Merwestein niet meer opgenomen. Het aantal meldingen is in 2003 namelijk beduidend afgenomen. Jutphaas-Wijkersloot is wel weer opgenomen, maar deze wijk heeft wat betreft overlast een positieve ontwikkeling doorgemaakt in 2003. Hetzelfde geldt voor Batau-Noord en Batau-Zuid. Het aantal aanrijdingen is in de wijk Batau-Noord beduidend toegenomen in 2003, zodat deze wijk nu opgenomen is in de tabel. De woninginbraken zijn gerelateerd aan het aantal woningen in de wijk. Naast de wijken die in 2002 opgenomen waren, is nu ook Batau-Noord opgenomen. Het aantal woninginbraken is in deze wijk in 2003 toegenomen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 32 (94) Het aantal overige inbraken is verreweg het grootst in de Overige wijken. Gekeken naar de woonwijken is het aantal overige inbraken het grootst in Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve, in Stadscentrum / Merwestein en in Jutphaas-Wijkersloot. Deze laatste wijk was in 2002 niet opgenomen, maar het aantal overige inbraken is in deze wijk duidelijk toegenomen vergeleken met 2002. Wat betreft diefstal zijn de wijken Doorslag en Jutphaas-Wijkersloot nu niet opgenomen, omdat ze in 2003 een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt en het aantal diefstallen is afgenomen. Zuilenstein, Huis de Geer en Blokhoeve is nu wel weer opgenomen, maar kende in 2003 ook een afname van het aantal diefstallen. Het aantal meldingen en aangiften van geweldsdelicten is in de wijken Fokkesteeg en Doorslag in 2003 toegenomen, zodat deze nu in de tabel zijn opgenomen. Jutphaas-Wijkersloot is niet opgenomen, omdat het aantal meldingen en aangiften van geweld in deze wijk in 2003 is afgenomen. Het ligt voor de hand om de problemen in de tabel hierboven genoemd onder 3 nader te beschouwen en waar nodig aan te pakken of de huidige aanpak wellicht te intensiveren en/of te wijzigen. Het gaat hier om: Vandalisme (Stadscentrum / Merwestein) Overlast Verkeer (Stadscentrum / Merwestein) Woninginbraken (Batau-Zuid en Jutphaas / Wijkersloot) Diefstal (Stadscentrum Merwestein) Geweld (Stadscentrum Merwestein en Doorslag) Voortgang doelstellingen 2003-2008 Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Criminaliteit Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Vandalisme / overlast, diefstal, verkeer, geweld (Stadscentrum / Merwestein) Overlast en vandalisme terugbrengen tot gemiddeld niveau Nieuwegein; Binnen lopende acties / projecten continueren en intensiveren aanpak van alle facetten. Aantal meldingen van vandalisme, overlast, diefstal, verkeer en geweld in zijn totaliteit in het stadscentrum in 2002 was 1539, dit tegenover 700 in Nieuwegein gemiddeld. In 2003 waren er totaal 1275 meldingen in het stadscentrum, het gemiddeld niveau van Nieuwegein was in 2003 665. Het aantal meldingen is minder geworden, maar ligt nog ver boven het gemiddeld niveau van Nieuwegein. Voorgesteld wordt om de doelstelling aan te houden. Woninginbraken Het aantal gecertificeerde woningen met 10% verhogen. Middels o.a. de werkgroep Overlast City Plaza wordt hier extra aandacht aan gegeven. In 2002 waren 2280 woningen gecertificeerd, in 2003 waren dit er 2885. In 2004 zijn er 98 woningen gecertificeerd waarmee het totaal aantal op 2983.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 33 (94) Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Het is gebleken dat er minder ingebroken wordt in woningen die gecertificeerd zijn, derhalve stellen wij u, ondanks het behalen van de doelstelling, voor dit project te continueren. Diefstal uit / af motorvoertuig Continuering project "NIETS-ERIN... NIETS ERUIT!!!"op risicolocaties. Diefstal uit auto met 10 % verminderen. In 2002 waren er 1469 diefstallen uit/af motorvoertuig, in 2003 is dit gedaald tot 1115, hiermee is doelstelling van de 10% vermindering ruimschoots gehaald. De eerste 8 maanden van 2004 wijzen echter weer op een stijging van het aantal diefstallen, derhalve wordt voorgesteld dit project te continueren. (Huiselijk) geweld Bedrijfsinbraken Samenwerken Veilig Ondernemen Intensiveren c.q. medewerking verlenen aan de inmiddels opgestarte regionale initiatieven om te komen tot een samenwerkingsconvenant met de betrokken instellingen ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld. Intensiveren samenwerking met SBBN (Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein); Terugbrengen van het aantal bedrijfsinbraken met 10 % en daarmee het vergroten van de veiligheid op de bedrijventerreinen. Intensiveren en continueren samenwerking betrokken partijen binnen het project Samenwerken aan Veilig Ondernemen. Vanuit de gemeente Ijsselstein wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de intentieverklaring en een voorstel voor het vervolg. Gedacht wordt aan het aanstellen van een coördinator. Vanuit de gemeente wordt er inmiddels weer actief geparticipeerd in het bestuur van de SBBN. In 2002 werden er in geheel Nieuwegein 558 aangiften van bedrijfsinbraak gedaan, in 2003 waren dit er 469. De eerste 8 maanden van 2004 laten zien dat deze daling zich vooralsnog door zet. In de eerste 8 maanden waren er 184 aangiften ten opzichte van 292 in de eerste 8 maanden van het jaar 2003. De projecten Muntplein en Hoog Zandveld zijn gecontinueerd. SVO City Plaza zal een doorstart moeten maken aangezien dit vorig jaar beëindigd is.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 35 (94) Veiligheidsanalyse onveiligheid brandweer Algemene conclusies brand... 37 Buitenbranden... 37 Binnenbranden... 37 Voortgang doelstellingen 2003-2008... 38 Brandpreventie... 38

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 37 (94) Geregistreerde brandonveiligheid De volgende facetten zijn meegenomen bij de registraties van branden (gegevensverzameling 2003, pag. 39 tot en met 45): 1. type branden 2. object buitenbrand 3. oorzaak buitenbrand 4. functie gebouw binnenbrand 5. vermoedelijke oorzaak binnenbrand De wijkindeling is gelijk aan de wijkindeling zoals die wordt gehanteerd bij de geregistreerde onveiligheid bij de politie. Aantal branden in 2003, absolute en relatieve afname van branden in 2003 t.o.v. 2002 en 2002 t.o.v. 2001 2003 2003 t.o.v. 2002 2002 t.o.v. 2001 abs rel abs rel Schoorsteenbrand 6 +3 +100% 0 0 Binnenbrand 44-19 -30% +21 +50% Buitenbrand 144-9 -6% +20 +15% Totaal 194-25 -11% +41 +23% Bron: Brandweer Gemeente Nieuwegein, bewerking Statistiek & Onderzoek Algemene conclusies brand In 2003 werden door de brandweer 194 branden in Nieuwegein geregistreerd. Dit is een afname vergeleken met 2002 van 25 branden, ofwel -11%. Van de branden betrof 74% een buitenbrand en 23% een binnenbrand. De meeste branden vonden in 2003 plaats in de Overige wijken (29) en in Batau-Noord (22). Het aantal branden in Batau-Noord nam vergeleken met2002 toe met 29% naar 22 branden. In 2002 vonden de meeste branden nog plaats in (Hoog)Zandveld en Lekboulevard. In 2003 nam het aantal branden in deze wijk af met meer dan de helft van 35 naar 16. Ook in Stadscentrum / Merwestein is het aantal branden met de helft afgenomen, van 26 in 2002 naar 13 in 2003. In Galecop nam het aantal branden af van 20 in 2002 naar 12 in 2003. Buitenbranden Van de 144 buitenbranden vond 40% in papier-, vuilcontainer- en afvalbakken of in los afval op straat (58 branden). Het aantal branden in dit soort objecten is hiermee 23% minder dan in 2002. Een kwart van de buitenbranden (37) vond plaats in berm, bos, heide, natuurterrein en dergelijke. In 2002 vonden in dit soort objecten nog 18 branden plaats. Dit betekent een verdubbeling in 2003. Deze verdubbeling wordt toegeschreven aan het extreem warme weer ( droogte) in 2003. Bijna de helft (67) van de buitenbranden had een onbekende oorzaak. Dit waren er 18 (37%) meer dan in 2002. Het aantal branden dat werd veroorzaakt door brandstichting is in 2003 met 39% afgenomen naar 31 branden. Vandalisme was de oorzaak van 29 branden. Binnenbranden Bijna de helft van de 44 binnenbranden (21) vond plaats in woongebouwen. De functie van bijna een kwart van de binnenbranden (10) werd bestempeld als anders. Het aantal branden in bijeenkomstgebouwen nam af van 11 in 2002 naar?? 2003. Ook het aantal branden in gebouwen met de

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 38 (94) functies onderwijs, gezondheidszorg en industrie, landbouw en veeteelt nam in 2003 af. Het aantal branden in gevangenissen nam juist toe van 0 naar 5. De vermoedelijke oorzaak van 39% van de binnenbranden was defecte apparaten of verkeer gebruik van apparaten en producten (17 branden). Het jaar ervoor waren dit er nog 9. Het aantal branden dat veroorzaakt werd door brandstichting in 2003 vergeleken met 2002 gehalveerd naar 8 branden. Voortgang doelstellingen 2003-2008 In het veiligheidsplan 2003-2008 zijn per veiligheidsthema (criminalitieit, brand, risico s rampenbeheersing) voor het eerst o.b.v. de cijfers van 2000-2002 diverse meerjaren doelstellingen geformuleerd tot 2008. In de onderhavige veiligheidsrapportage worden deze doelstellingen op basis van de cijfers 2001-2003 geëvalueerd. Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Brandveiligheid Voorkomen branden Brandpreventie Door middel van organiseren van een integrale aanpak op een gestructureerde wijze het aantal (buiten) branden met 10 % verminderen. Uit de cijfers van 2003 blijkt dat (zonder dat er een start is gemaakt met de uitvoering van de in 2003 geformuleerde doelstelling) het aantal buitenbranden met 23% is afgenomen. Dit percentage zou waarschijnlijk nog hoger zijn geweest indien 2003 een normale zomer had gehad (in 2003 was er sprake van een verdubbeling van berm-, natuurbranden). De streefwaarde van 10 % is ruimschoots gehaald. Voorgesteld wordt om deze doelstelling vooralsnog aan te houden. Het geven van publieksgerichte voorlichting over het voorkomen van brand. In april 2004 is de veiligheidswijzer Nieuwegein 2004-2005 huis aan huis verspreid. In de veiligheidswijzer is naast andere veiligheidsthema s ook aandacht besteed aan preventieve maatregelen ter voorkoming van brand. Continuïteit in publiekgerichte voorlichting blijft noodzakelijk. Het ligt dan ook in de bedoeling om in 2005 wederom een veiligheidswijzer uit te geven.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 39 (94) Veiligheidsanalyse risico s / externe veiligheid (Wrzo) Uitwerking risico -inventarisatie -analyse artikel 3 Wet rampen en zware ongevallen / crisisbeheersingsplan. Risico s / externe veiligheid...41 Risico-inventarisatie...43 Risicoanalyse...43 Risicoveroorzakers...43 - Vervoer gevaarlijke stoffen...43 - Bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico (RRGS / PRK)...47 - Risicokaart (bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico)...54 - Natuurrampen...55 Risico-ontvangers...57 - Risico-objecten (gebouwen, complexen, panden)...57 - Mobiliteitsrisico (personenvervoer over rail, water, wegen)...59 - Sociale risico s (evenementen, nutsvoorzieningen, volksgezondheid)...60 Voortgang doelstelling IVP 2003-2008...61 Bereikbaarheidskaarten / aanvalsplannen...61 Route gevaarlijke stoffen...62

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 41 (94) Risico s / externe veiligheid Het is belangrijk dat het gemeentebestuur en hulpverleningsdiensten zich goed voorbereiden op mogelijke rampen. Dat begint met het in kaart brengen van de risico's in de omgeving. De volgende stap is dat het gemeentebestuur besluit hoe zij met deze risico's wil omgaan. Om met een voorbeeld te verduidelijken: in een gemeente staat een fabriek die een bepaald risico kan opleveren voor de omwonenden. Het gemeentebestuur kan in zo n geval beslissen dat de fabriek moet worden verplaatst om risico zoveel mogelijk uit te sluiten. Maar men kan ook besluiten dat het risico gereduceerd kan worden door een goed rampbestrijdingsplan en harde afspraken te maken over het beoefenen ervan. 2004 wordt het jaar van de invoering van belangrijke en verstrekkende besluiten betreffende externe veiligheid (EV). 1. Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS)/provinciale risicokaarten (PRK) Zowel voor het RRGS als voor de PRK moeten gemeenten de risico s in de leefomgeving van de burger in kaart brengen. Het bevoegd gezag hoeft deze gegevens maar één keer aan te leveren en mag zelf kiezen volgens welke systematiek. De PRK is per juli 2004 wettelijk verplicht, het RRGS medio 2005. Het besluit vormt de grondslag voor een verplichting tot het periodiek aanleveren van actuele risicoinformatie met betrekking tot inrichtingen, transportroutes en buisleidingen door het bevoegd gezag. Gemeentelijke acties zijn: Inventariseren van voornamelijk inrichtingen met een plaatsgebonden risico buiten de bedrijfsgrens van 10-6; Gegevens aanleveren aan de provincie of het RIVM met een actualiseringplicht van 5 jaar 2. Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Volgens dit besluit moet elke gemeente risicovolle situaties van inrichtingen ten opzichte van kwetsbare bestemmingen saneren. Het besluit is waarschijnlijk per oktober 2004 effectief. De externe veiligheidsrisico s hebben voor ruim 80% te maken met de productie en het transport van chloor, ammoniak en LPG. Deze categorieën worden de komende jaren dan ook met voorrang aangepakt. Doel van het BEVI is om de risico s waaraan de burger blootgesteld wordt te minimaliseren. Er bestaat een belangrijke relatie met het hierboven genoemde registratiebesluit. Het registratiebesluit geeft inzicht in de problematiek, de BEVI verplicht tot saneren. Gemeentelijke acties zijn: Inventariseren van (urgente) saneringssituaties Risicocontouren in bestemmingsplannen overnemen Opstellen saneringsprogramma 3. Circulaire risicobenadering gevaarlijke stoffen en buisleidingen Deze circulaire verschijnt tegelijk met het Besluit externe veiligheid inrichtingen en biedt gemeenten een handreiking bij het procesmatig omgaan met risicobenadering van gevaarlijke stoffen die over de weg, over het spoor of per buis worden vervoerd. 4. Afgelopen overgangstermijn vuurwerkbesluit (1 maart 2004) Per 1 maart jl. mogen bedrijven alleen nog vuurwerk opslaan als ze voldoen aan de eisen gesteld in het Vuurwerkbesluit. Bedrijven die moeten stoppen met de opslag van vuurwerk, kunnen tot eind 2004 een schadevergoeding aanvragen bij het Rijk. Hiervoor heeft een meldingsplichtig bedrijf een verklaring van de gemeente nodig. Gemeenten moeten in de komende bepalen of bedrijven die willen doorgaan, voldoen

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 42 (94) aan de eisen van het VWB. Voor vergunningsplichtige bedrijven die moeten stoppen, moeten zij de procedure tot het intrekken van de milieuvergunning starten. 5. Besluit risico s zware ongevallen (BRZO) Het BRZO uit 1999 is geëvalueerd. Eind 2004 wordt de aangepaste versie verwacht. Het besluit zal worden versimpeld en geeft de betrokken bedrijven meer verantwoordelijkheid. Gemeenten met BRZ0- bedrijven binnen de grenzen kunnen een beroep doen op de technische ondersteuning van de DCMR (Milieudienst Rijnmond). Provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid- provincie Utrecht (PUEV) Het Ministerie van VROM heeft onderkend dat lagere overheden ondersteund moeten worden bij de voorbereiding op de nieuwe taken. Landelijk wordt voor de periode 2004/2005 20 miljoen beschikbaar gesteld voor projecten die ten goede komen aan versterking van inzet, kennis en vaardigheden. Om in aanmerking te komen voor de programmafinanciering is per provincie in overleg met gemeenten en de regionale brandweer een uitvoeringsprogramma opgesteld. Het Provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid- provincie Utrecht (PUEV) is 1 juni 2004 ingediend bij VROM. Het programma is door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht en, inmiddels ook, door VROM goedgekeurd en kan per 1 september in uitvoering worden genomen. Het PEUV richt zich op de volgende vier projecten: 1. transport gevaarlijks stoffen / routering 2. risico-inventarisatie 3. ruimtelijke ordening en externe veiligheid 4. verantwoording groepsrisico Lokale aanpak Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten (productie en opslag) en van transport van gevaarlijke stoffen. Het is een onderwerp dat door de afdeling 'milieu' wordt opgepakt. Externe veiligheid is echter een beleidsterrein dat niet alleen gevolgen heeft voor het milieu en de rampenbestrijding, maar vooral ook voor de ruimtelijke ordening. Afstanden moeten in acht genomen worden vanaf de risicovolle activiteiten of transportassen. Het wettelijk kader voor de gemeente om gegevens aan te leveren is gelegen in de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (WKR) en de Wet milieubeheer (WM) (Register risicosituaties gevaarlijke stoffen: RRGS). Uitgangspunt is dat de gemeente op grond van deze wetten voorgeschreven risico-inventarisatie en -analyse duidelijk maakt welke risico's er in de eigen gemeente zijn en hoe de gemeente zich daar op voorbereidt. Dit onderdeel van de integrale veiligheidsrapportage dient dan ook gezien te worden als de uitwerking (wettelijk verplicht) onderdeel van de Wet rampen en zware ongevallen t.b.v. het crisisbeheersingsplan. De voornaamste middelen om risico's te onderkennen zijn de risico-inventarisatie en de risicoanalyse. De gemeente zal de bevolking door middel van risicocommunicatie ook periodiek moeten informeren over de bestaande risico s en de mate waarin naar redelijke maatstaven de overheid de vereiste maatregelen heeft getroffen op het gebied van preventie, preparatie en repressie. Bij de behandeling van de voorjaarsnota is de gemeenteraad gevraagd een budget te voteren voor het opstellen van een digitale risicokaart waarmee de risico s en andere in het kader van de rampenrisicobeheersing relevante gegevens actueel beschikbaar zijn.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 43 (94) Risico-inventarisatie De gemeente dient een goed inzicht te hebben in de veiligheidsrisico s binnen haar grondgebied. Het uiteindelijke doel is om voor alle ramptypen 1 te komen tot een geïntegreerde gemeentelijke risicoanalyse. Deze inventarisatie dient tevens als een belangrijke bron voor de regionale risicoinventarisatie. De lokale gegevens zullen dan ook worden verwerkt op de provinciale risicokaart (provinciaal beeld van alle risico s). De uitkomsten van de gemeentelijke risico-inventarisatie vormen een belangrijke input voor het te voeren preventiebeleid, en voor het vaststellen van preparatieve overheidsmaatregelen (bereikbaarheidskaarten, aanvalskaarten en rampenbestrijdingsplannen). Het ligt in de bedoeling dat de risico-inventarisatie wordt vastgelegd op een (digitale) risicokaart. Een eerste aanzet is hiertoe reeds ondernomen (statisch) m.b.t. de risicovollebedrijven en diverse gegevens met betrekking tot het rampbestrijdingsplan Amsterdam-Rijnkanaal. Voor een goede voorbereiding op een crisissituatie / ramp is het noodzakelijk om via een dynamische risicokaart alle veiligheidsgegevens (actueel) te raadplegen. Risicoanalyse Bij de inventarisatie en analyse van veiligheidsrisico s wordt conform het Crisisbeheersingsplan ( = verbreed rampenplan) onderscheid gemaakt in twee hoofdtypen risico s: Risicoveroorzakers; Risico-ontvangers. Risicoveroorzakers Onder risicoveroorzakers worden verstaan: vervoer van gevaarlijke stoffen; opslag, productie, risicovollebedrijven; natuurrampen. - Vervoer gevaarlijke stoffen Vervoer over wegen Soort object Locatie Omschrijving risico Effectstraal, ± (worst case) Snelwegen A-2 A-12 A-27 -ongevallen (gevaarlijke stoffen) tot 300 meter brand / explosie tot 1500 meter intoxicatie Provinciale gemeentewegen Diversen Ongevallen (gevaarlijke stoffen) tot 300 meter brand / explosie tot 1500 meter intoxicatie Bron: brandweer Nieuwegein / effectwijzer BZK (1997) Risico analyse De risico s die worden veroorzaakt door het wegtransport hangen met name af van het aantal transporten met gevaarlijke stoffen en de kans op een ongeluk. Met name over een deel van de Rijkswegen A-28 en een klein deel A-27 vindt veel transport van (gevaarlijke) stoffen plaats. Voor deze wegdelen geldt een verhoogd risico. Op de andere wegen kan de kans op een ongeval weliswaar hoog zijn (bijvoorbeeld op delen van de A2), maar is het aantal vrachtauto s met gevaarlijke stoffen dat er per jaar rijdt lager. Er wordt dan niet gesproken van een verhoogd risico. De risico s bij het vervoer van gevaarlijke stoffen kunnen beperkt worden door verschillende 1 Ministerie BZK, Handboek voorbereiding rampenbestrijding (Den Haag 2003).

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 44 (94) maatregelen. Bijvoorbeeld door maatregelen bij het transport zelf. Hierbij moet gedacht worden aan strengere eisen aan de voertuigen en de opleiding van chauffeurs. Dit is geregeld in de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS). In de WVGS is ook een routeringsregeling opgenomen. De Minister van V & V wijst het landelijke net aan. Provinciale Staten wijst vervolgens een provinciaal net aan van provinciale wegen. Gemeenten kunnen (dit zijn ze niet verplicht) vervolgens een gemeentelijke route instellen. Provinciale Staten van Utrecht hebben in haar vergadering van 17 juni 1998 alle provinciale wegen aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Routering biedt (vooral op gemeentelijk niveau) de mogelijkheid het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen te leiden waarlangs minder kwetsbare bestemmingen zijn gelegen. Volgens artikel 21 van de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen is het verboden in gemeenten, waar krachtens de artikelen 18, eerste lid en 20 wegen of weggedeelten zijn aangewezen en aangeduid, de krachtens artikel 12 aangewezen gevaarlijke stoffen te vervoeren over andere dan de aangewezen en aangeduide wegen of weggedeelten. Ingevolge artikel 22 van de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen kunnen burgemeester en wethouders, indien dat noodzakelijk is voor het laden en lossen, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 21. Het verlenen/tekenen (namens het college) van deze ontheffingen is gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Milieu (of zijn vervanger). Door de afdeling Milieu is nagegaan welke stoffen routeplichtig zijn en welke daarvan in onze gemeente worden gelost. Deze stoffen betreffen o.a. LPG, Propaan, butaan (koolwaterstoffen) en vuurwerk. Verder is nagegaan op welke adressen deze stoffen worden gelost en door welk bedrijf dit wordt gedaan. Vervolgens zijn deze bedrijven (vervoerders) aangeschreven. Alle bij de gemeente geregistreerde bedrijven hebben een ontheffing aangevraagd en inmiddels ontvangen. Deze werkwijze wordt als zodanig gecontinueerd. De gemeente Nieuwegein kent 1 route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze is speciaal bedoeld voor het bereiken van het fabrieksterrein van Henkel. De route loopt vanaf de A12, verkeersplein Laagraven via Laagravenseweg Plettenburgerbaan Zuidstedeweg Binnenwal naar het Henkelterrein. Omdat Nieuwegein aan alle kanten wordt omgeven door rijkswegen is het doorgaande verkeer niet genoodzaakt om gebruik te maken van wegen door de bebouwde kom. Het toezicht vindt plaats door de Rijksverkeersinspectie en door de afdeling Milieu. Nagegaan wordt of routeplichtige stoffen binnen onze gemeente vervoerd worden en de Rijksverkeersinspectie controleert de voertuigen en verpakkingen. De politie Lekstroom houdt geen toezicht. Als een overtreding wordt vastgesteld dan volgt een twee-stappenplan. Dat wil zeggen direct waarschuwen dat bij de eerstvolgende overtreding een dwangsombeschikking wordt opgemaakt. Vervoer over water Soort object Locatie Omschrijving risico Effectstraal, ± (worst case) Waterwegen Beatrixsluis -sluizencomplex tot 600 meter brand / explosie tot 5000 meter intoxicatie Waterwegen Amsterdam Rijnkanaal Lek Lek kanaal Bron: brandweer Nieuwegein / effectwijzer BZK (1997) -ongevallen (gevaarlijke stoffen) -passagierschepen, Rode Kruis tot 600 meter brand / explosie tot 5000 meter intoxicatie

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 45 (94) Toelichting / risico analyse De binnenvaart staat bekend als veilig. Een ongeluk met een binnenschip kan echter niet alleen voor de bemanning, maar ook voor de bewoners langs de vaarweg en voor het milieu ernstige gevolgen hebben. Verontreiniging van de oppervlaktewateren is schadelijk voor plantaardig en dierlijk leven en brengt de drinkwatervoorziening voor grote delen van Nederland in gevaar. Veiligheid in het vervoer over water is dus een groot goed. In en rond de gemeente Nieuwegein bevinden zich een aantal druk bevaren waterwegen. Het gaat hier om het Amsterdam-Rijnkanaal, Lekkanaal en de Lek. Rampenbestrijdingsplan Amsterdam-Rijnkanaal / Lekkanaal Medio 2002 is een algemeen model-rampenbestrijdingsplan voor de provincie Utrecht gepresenteerd. Dit model is vervolgens uitgewerkt tot een modelrampenbestrijdingsplan voor het Amsterdam-Rijnkanaal. Begin april 2004 is de uitwerking van het modelrampenbestrijdingsplan Amsterdam- Rijnkanaal op districtelijk niveau naar een gemeentelijke rampenbestrijdingsplan met de specifieke gemeentelijke informatie uitgewerkt. Verwacht wordt dat het rampenbestrijdingsplan nog dit jaar ter vaststelling zal worden aangeboden. In maart 2005 zal op basis van het rampbestrijdingsplan een bestuurlijke oefening gehouden worden. Beatrixsluis Voor de Beatrixsluis heeft de brandweer een aanvalsplan ontwikkeld welke regelmatig geoefend wordt. Rivier de Lek De Lek is een van de drukst bevaren rivieren in Nederland. Zowel vrachtschepen als (grote) passagierschepen bepalen het verkeersbeeld en dus het risico op de rivier. Ter realisering van een gecoördineerde aanpak van de bestrijding van incidenten op de rivier De Lek is het convenant tot regeling van de incidentenbestrijding voor de grote vaarwegen in het benedenrivierengebied (van 18 juni 1998) bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 1998 voor Nieuwegein van toepassing verklaard. Mede gelet op de ontwikkelingen aangaande de Wet kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding wordt in navolging van het Amsterdam.-Rijnkanaal ook voor de rivier de Lek (in districtsverband) een lokaal rampbestrijdingsplan opgesteld. De verwachting is dat medio 2005 dit plan gereed zal kunnen zijn. Vervoer per (pijp) leiding Soort object Locatie Omschrijving risico Effectstraal, ± (worst case) Gasverdeelstation Gasunie, hoek Paukenlaan / Symfonielaan -pijpleidingbrand -gasbrand tot 200 meter gewonden tot 200 meter schade Aardgashoofdleiding /stations Doorsnijdt N gein Noord t.h.v. afscheiding Bateaunoord / Galecop -gasbrand, 36 atmosfeer tot 200 meter gewonden tot 200 meter schade Nato-brandstoffenpijpleiding -pijpleidingbrand -milieu-incidenten (bevat kerosine) tot 100 meter gewonden tot 100 meter schade Bron: brandweer Nieuwegein / effectwijzer BZK (1997) Toelichting / risico analyse In Nederland wordt zeker 10.000 km pijpleiding gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Verreweg het grootste deel van de ongevallen met pijpleidingen heeft externe oorzaken (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Het aardgas (grotendeels methaan) dat een druk heeft van 40 tot 60 bar, komt hierbij

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 46 (94) met oorverdovend geraas vrij. Als het gas tot ontsteking komt ontstaat een fakkel van 70 tot 80 meter lengte. Rondom ontstaat een cirkelvormig gebied met een diameter van enkele tientallen meters, waarbinnen branden kunnen ontstaan door de grote intensiteit van de warmtestraling. De gevolgen van dergelijke incidenten kunnen aanzienlijk zijn. Er kunnen slachtoffers vallen en er kan branduitbreiding plaatsvinden. Als dit laatste niet gebeurt, dan blijft de omvang van het incident beperkt tot maximaal 100 meter. Dat het incident zo beperkt blijft, is te danken aan de hoge snelheid waarmee het gas uitstroomt en de snelle verdunning die daarmee gepaard gaat. Bekende gassen die onder zeer hoge druk worden opgeslagen en vervoerd, zijn aardgas (pijpleidingen, aardgasbussen) en waterstof. Deze gassen hebben een kleinere dichtheid dan lucht en worden 'lichte gassen' genoemd. Daarom moet bij lekkages van deze gassen rekening gehouden worden met ophoping van gas op hoge punten binnen een gebouw. In de open lucht stijgt het zeer lichte waterstof meteen op, u zult daar geen wolk van aantreffen (op de grond). Leidraad Buisleidingincidenten De Leidraad Buisleidingincidenten beschrijft het brandweeroptreden bij incidenten met buisleidingen waardoorheen gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. De reden dat er apart aandacht wordt besteed aan dit onderwerp is dat dit optreden wezenlijk verschilt van dat bij een (klein) ongeval met gevaarlijke stoffen. De leidraad gaat uitgebreid in op de incidentregeling die namens de vereniging van Leidingeigenaren in Nederland in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgezet. Deze publicatie is bedoeld voor verantwoordelijken die zich bezighouden met de voorbereiding op de ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen, operationeel leidinggevenden van de parate hulpverleningsdiensten en leidingbeheerders. In het geval de Brandweer over een gasontsnapping en/of brand wordt gealarmeerd, dient zij altijd de Centrale Commando Post ( CCP) van Gasunie te alarmeren, zodat zij vanuit die organisatie, over de locale omstandigheden kan worden geïnformeerd. Tevens wordt door de CCP de Gasunie-wachtdienstorganisatie opgeroepen, die als deskundige organisatie de Brandweer van grote dienst kan zijn. Ook in de Nieuwegein lopen diverse ondergrondse pijpleidingen waardoor onder (zeer) grote druk brandbare vloeistoffen en gassen worden vervoerd. De Gasunie heeft t.b.v. de gasdrukleiding een bewakingssysteem bestaande uit: druksensoren,op afstand bestuurbare afsluiters, intensief vooroverleg omtrent werkzaamheden nabij de leidingen,periodieke controle ( 1x in de 14 dagen met helikopter),1x per jaar een tracé controle. Op de lokale risicokaart worden deze drukleiding opgenomen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 47 (94) - Bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico (RRGS / PRK) Inventarisatie o.b.v. het Register Risicosituaties Gevaarlijks Stoffen en de Provinciale Risico Kaart Situatie per 1 juni 2004 Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart Shell Nederland BV A.C. Verhoefweg oostzijde 1 Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Henkel Hygiene Brugwal 5 bedrijf / opslag risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: ja gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Pril Handelsmaatschappij Celsiusbaan 10 Loods / veem / opslag opslag van gevaarlijke stoffen risicoafstand: 40 m toxisch: - brand: 140 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja (oud, nieuwe is in aanvraag ber. kaart:ja SAB-Profiel BV Celsiusbaan 3 bedrijf / opslag risicoafstand: 70 m toxisch: 880 m brand: 140 m explosie:- BRZO mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja rampenbestrijdingsplan verplicht. Tinq Drilleveld 24 Tankstation risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Garage Damste Dukatenburg 94 Tankstation risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Fom-Instituut Edisonbaan 14 Laboratoria risicoafstand: 130 m toxisch: 2700 m brand: - explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: ja gebr. vergunning: ja

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 48 (94) Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart ber. kaart:ja Pally Holland BV Galvanibaan 12 Silo-opslag risicoafstand: - toxisch: - brand: - explosie: 75 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Total tankstation Swart Graaf Florisweg 4 Tankstation risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie: - mil. vergunning: nee (AmvB van toepassing) mil. controle: 2003 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja W.R.K.NV. Watertransport Groenendael 6 Distributie en zuivering van water risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: ja gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja KIWA NV Groningenhaven 7 Laboratoria risicoafstand: 40 m toxisch: - brand: 40 m explosie: 40 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Gebr. Van Bentum Herenstraat 108 Metaalbewerking risicoafstand: 40 m toxisch: - brand: 40 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2002 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Corus Vlietjonge BV Hollandhaven 1 Metaalbewerking risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja E.R.C. SKF Kelvinbaan 16 Bedrijf / opslag / laboratoria risicoafstand: 90 m toxisch: 440 m brand: 35 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: ja gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja St. Antonius Ziekenhuis Koekoekslaan 1 Ziekenhuis risicoafstand: 9 m toxisch: - brand: 90 m explosie: 90 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: ja gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Industrial Plastics Montageweg 34 Kunststoffen en rubber risicoafstand: - toxisch: 2450 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 49 (94) Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden brand: - explosie:- Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Lastechniek Europa Pascalbaan 1 Gassenopslag risicoafstand: 90 m toxisch: - brand: 90 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Veiling The Greenery Ravenswade 6 Veilinggebouwen risicoafstand: 210 m toxisch: 3750 m brand: - explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 (pand is ten dele reeds afgebroken) ber. kaart: ja gebr. vergunning: ja Pierre Boels BV Ravenswade 9 Gassenopslag risicoafstand: 35 m toxisch: - brand: 55 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Tankstation Oudegein Rijksweg A2 kilometerpaal 69,5 Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Total Fina de Ijssel Rijksweg A2 Kilometerpaal 68 Tankstation risicoafstand: 80 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja BP Tankstation De Kroon Rijksweg A 27 Kilometerpaal 66,1 Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Shell Station De Knoest Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2003

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 50 (94) Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart Rijksweg A 27 Kiometerpaal 65,9 brand: 290 m explosie: 160 m brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:: ja Jos Brouwer en Zn Van Musschenbroekbaan 3 Garage en spuiterij risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 25 m explosie: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Save Industriebanden Veldwade 10 Kunststoffen en rubber risicoafstand: 15 m toxisch: - brand: 15 m explosie:- mil. vergunning: ja mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Van Wijk Nieuwegein BV Vuilcop 3 Diversen risicoafstand: 65 m toxisch: - brand: 110 m explosie: - mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Gulf Station Vreeswijk Nijverheidsweg 16 Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart:ja Terberg exploitatiemaatschappij Plettenburgerbaan 2 Tankstation risicoafstand: 110 m toxisch: - brand: 290 m explosie: 160 m mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Tango Grote Wade 2 BP Juthaas Richterslaan 1 Tankstation Nog niet bekend mil. vergunning: nee, AmvB mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: nee Tankstation Nog niet bekend mil. vergunning: nee, AmvB mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 51 (94) Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart gebr. vergunning: ja ber. kaart:: nee Tamoil Ravenswade 200 Verstegen Grijpers BV Marconibaan 20 Vebidak Groningenhaven 4 Hatenboer Yachting BV Marconibaan 26 MW Verdonk Handelskade 12-13 Tankstation Nog niet bekend mil. vergunning: nee, AmvB mil. controle: 2004 brw.aanvalsplan: nee gebr. vergunning: in procedure ber. kaart:nee Bedrijf / metaalbewerking Nog niet bekend mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: in procedure ber. kaart:nee Opleidingsinstituut / opslag Nog niet bekend mil. vergunning: nee, AmvB mil. controle: 2001 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: nee Bedrijf Nog niet bekend mil. vergunning:ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: nee Bedrijf / opslag Nog niet bekend mil. vergunning: ja mil. controle: 1997 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: nee ber. kaart: nee Hubo Oppelaar Muntplein 10 Bedrijf / verkoop consumenten vuurwerk Nog niet bekend mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee gebr. vergunning: nee ber. kaart: nee Firma Brugman Nedereindseweg 27-31 Bedrijf / verkoop consumenten vuurwerk Nog niet bekend mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: nee Blokker Bedrijf / verkoop Nog niet bekend mil. vergunning: ja

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 52 (94) Objectnaam Soort object Risicoafstand en effectafstanden Risico reductie maatregelen mil. vergunning mil. controle brw.aanvalsplan gebruiksvergunning brw bereikbaarheidskaart Hoogzandveld 22 consumenten vuurwerk mil. controle: nvt brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Machinefabriek Th. Vernooy en Zn BV Hildo Kropstraat 35a Bedrijf Nog niet bekend mil. vergunning: ja mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan:nee gebr. vergunning: ja ber. kaart: ja Van Vliet Groep Grote Wade 45 Loods / veem / opslag Afvalstoffendepot risicoafstand: 380 m toxisch: 2450 m brand: 40 m explosie:- Bron: afdeling milieu / brandweer Nieuwegein (situatie per 1 juni 2004) mil. vergunning: ja (provincie) mil. controle: 2003 brw.aanvalsplan: nee (wel aanbevolen) ber. kaart: ja gebr. vergunning: ja Toelichting / risico analyse De bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico zijn bedrijven die vallen onder het Vuurwerkbesluit, CPR-15 en -13 2, BRZO. Maar daarnaast behoren hiertoe ook de meeste van de bedrijven die op de Provinciale Risico Kaart staan. Tenslotte zijn 2 bedrijven als "risicovol" erkend, uitsluitend vanwege opslag van propaan voor verwarming. Milieuvoorschriften richten zich met name op de veiligheid en gezondheid van personen in de omgeving van de te reguleren bedrijven. Ook op dit gebied kan een aantal factoren worden onderscheiden, aan de hand waarvan bedrijven kunnen worden ingedeeld naar de mate waarin deze een risico inhouden voor wat betreft de veiligheid voor de omgeving en voor de werknemers. De volgende factoren zijn dan onder meer van belang: aanwezigheid van giftige/explosieve stoffen; ernst van de potentiële schade die deze stoffen aan de gezondheid kunnen toebrengen; mate van naleving van (kern)voorschriften; mogelijkheden om gevaar te ontwijken of te bestrijden; fysiek: aard van de omgeving, aard en staat van het pand, aanwezigheid bluswater; sociaal: aanwezigheid van hulp (zoals bedrijfshulpverlening, evacuatie-inzet), zelfredzaamheid; het groeps- en individueel risico (de risicocontouren van het bedrijf); aanwezigheid van kwetsbare bestemmingen (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen). Met het opstellen van een (lokale) risicokaart worden een groot deel van deze factoren direct inzichtelijk waardoor in een crisissituatie direct maatregelen genomen kunnen worden. Er is in Nieuwegein één Bzro bedrijf aanwezig met een zodanig risico op grond waarvan er een rampbestrijdingsplan noodzakelijk is. 2 Commissie voor de Preventie van Rampen (CPR), CPR-13 staat voor de opslag ammoniak, CPR-15 staat voor de opslag van van gevaarlijke stoffen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 53 (94) Verklaring legenda risicokaart Risicoafstand Op de grens van een risicoafstand is het risico op overlijden van een individu door een calamiteit bij het betreffende object één op de miljoen per jaar. Deze norm van één op de miljoen per jaar is wettelijk vastgesteld. Vanaf de grens van de afstand naar het bedrijf wordt het risico groter, buiten de risicoafstand wordt het risico kleiner (maar is nog wel aanwezig). Anders gezegd: een kleine risicoafstand betekent een klein risico. Hoe groter de risicoafstand, des te groter is ook het risico. Het kan voorkomen dat het effectgebied rond een object enkele kilometers groot is, maar het risico op een calamiteit zeer klein. In de berekening van de risicoafstand is uitgegaan van het meest negatieve scenario van een calamiteit die zich bij een bedrijf kan voordoen. Verder is uitgegaan van een tijdstip waarop de meeste mensen thuis zijn ('s avonds en gemiddelde meteorologische omstandigheden). Effectafstanden Op de grens van een effectafstand (toxisch, brand, explosie) wordt gerekend met één procent dodelijke slachtoffers als gevolg van een incident met opgeslagen stoffen bij het bedrijf. Hoe dichter bij de bron, des te groter de kans dat mensen overlijden. Buiten de effectafstand is volgens de berekening geen kans op dodelijke slachtoffers; wel zullen buiten de effectafstand mensen gewond kunnen raken en is er kans op schade. Het effect geldt maar voor een beperkt deel van de afstand (een taartpunt of sigaarvorm ). Niet het hele gebied binnen deze afstand ondervindt het effect. Waar het effect zich voordoet is afhankelijk van de weersomstandigheden en de windsnelheid, de grootte van de calamiteit en de snelheid waarmee maatregelen worden getroffen. Giftige stoffen Giftige stoffen zijn stoffen die al bij kleinere hoeveelheden zeer schadelijk zijn voor levende organismen. Indien een levend organisme een grotere hoeveelheid van een giftige stof binnen krijgt, kan de verstoring op het levende organisme dusdanig groot worden dat functies uitvallen en mogelijk de dood zal intreden. Explosie Een explosie of ontploffing leidt tot een overdruk en een korte hevige vuurbal die stralingswarmte afgeeft (zie brand). De heftigheid van de explosie hangt af van de hoeveelheid betrokken stof en de omgeving waarin de explosie plaatsvindt. In een open omgeving zal de overdruk snel afbouwen en minder schade aanrichten dan in een omgeving met veel (hoge) gebouwen. Brand Brand is een snelle chemische reactie waarbij een willekeurige stof met zuurstof (uit de lucht) een verbinding vormt. Hierdoor ontstaan nieuwe stoffen, waaronder meestal koolstofdioxide (een onschadelijk gas dat ook al in de lucht zit). Het gevaar van brand is de warmtestraling waardoor men kan verbranden, het eveneens in de brand gaan van aanliggende objecten (domino-effect) en het ontstaan van reactieproducten die giftig zijn.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 54 (94) - Risicokaart (bedrijven met een verhoogd extern veiligheidsrisico) Bron: afdeling milieu Kaart: afdeling Gevic (risicokaart Nieuwegein) risico-object effectstraal explosie effectstraal risico effectstraal brand effectstraal toxisch

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 55 (94) - Natuurrampen Soort Aard risico Omschrijving risico Calamiteitenregeling Overstroming Dijkdoorbraak Grote wateroverlast -waterkering -waterbeheersing -waterkwaliteit Algemene ontwrichting Milieuschade Noodzaak tot evacuatie van mens en dier Instorting Uitval voorzieningen Grote materiële schade - CBP / rampenplan - Calamiteitenregeling Hoogheemraadschap Extreme weersomstandigheden Zware storm /regen Uitval elektriciteit Verkeersstremmingen Bedreigende situaties Overstromingen Ongevallen te water Instortingen - CBP/Rampenplan - Calamiteitenregeling Hoogheemraadschap - calamiteitenregeling RW Koude, sneeuw of ijzel Uitval transport routes Geïsoleerde gebieden Uitval elektriciteit Uitval gas voorziening Verspreide noodsituaties - CBP / rampenplan - herstelplannen regionale netbeheerder Extreme hitte / droogte Drinkwater tekorten Uitval elektriciteitsproductie - CBP / rampenplan - Nooddrinkwaterplan Hydron - Afschakel-en herstelplannen regionale netbeheerder Toelichting / risico analyse Overstroming Na de bijna-rampen in '93 en '95 zijn de rivierdijken verhoogd en versterkt. Dijkversterking alleen biedt echter niet voldoende bescherming tegen de risico's in gevallen van extreem hoge waterstanden. De rivier moet ook meer ruimte krijgen zodat er in korte tijd meer water kan worden afgevoerd. Die extra afvoercapaciteit bij hoogwater komt tot stand door de rivier te verdiepen, uiterwaarden te verlagen en zogeheten 'retentiegebieden' te realiseren waar de rivier op een natuurlijke manier gebruik van kan maken als er veel water afgevoerd moet worden. Deze benadering van het veiligheidsbeleid is in 2000 vastgelegd in het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water. De gevolgen van een overstroming in het Nederlandse rivierengebied zijn enorm. Ons land is in dit opzicht bijzonder kwetsbaar. Er kunnen slachtoffers vallen en er is sprake van enorme schade en ontwrichting. Daarom vindt het kabinet het nodig maatregelen voor te bereiden om de gevolgen van een overstroming vanuit de rivieren beter te beheersen. Ondanks alle maatregelen kan een overstromingsramp niet met absolute zekerheid worden voorkomen. Als zo'n ramp dreigt, hoeft ons dat niet volledig te overrompelen. Want een extreme hoogwatergolf komt vanuit Duitsland (Rijn) of België (Maas) op ons af en dat zien we dan tijdig genoeg aankomen om maatregelen te kunnen nemen. Als we ons daar tenminste nu op voorbereiden. En dat is precies wat het kabinet wil. De komende twee jaar wordt een heel pakket aan mogelijke maatregelen nader onderzocht. Voor het bovenstroomse deel van de Lek zullen de ingrepen op de lange termijn beperkt zijn. Dit is een gevolg van de keuze om de waterafvoer via de Lek in de verdere toekomst niet te laten toenemen in combinatie met het gegeven dat de dijken langs de Lek bijna overal hoog genoeg zijn. De in de toekomst verwachte grotere hoeveelheid af te voeren water zal over de Waal en de IJssel worden verdeeld en afgevoerd. Voor het benedenstroomse deel van de Lek (vanaf Schoonhoven) is door het inklinken van de grond en zeespiegelrijzing op lange termijn wel verdere dijkverhoging noodzakelijk.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 56 (94) Overstromingsscenario s In het kader van de startovereenkomst Waterbeheer 21 e eeuw hebben gemeenten, waterschappen, provincies en rijk afgesproken om gezamenlijk een Hoogwater Informatie Systeem (HIS) te ontwikkelen en te gebruiken. Het HIS kan zowel als ondersteunend instrument worden ingezet bij de voorbereiding op hoogwatersituaties als bij de coördinatie van hoogwaterbestrijding. Voor een adequate rampenbestrijdingsorganisatie is het van groot belang dat inzicht wordt geboden in de eventuele gevolgen van een mogelijke calamiteit. Daarom is een overstromingsmodule ontwikkeld, waarmee onder aanname van een aantal vastgestelde waarden zoals waterstand, omvang van de dijkdoorbraak (een zogenaamde bres) en de bresgroei - antwoord kan worden gegeven op vragen als: hoe snel loopt een polder vol, hoe stroomt het water en hoe hoog komt het water uiteindelijk te staan? Dit onderzoek dient als basis voor de ontwikkeling van op maat gesneden en efficiënte rampenbestrijdingsplannen, calamiteitenplannen of evacuatieplannen. In het najaar van 2001 hebben de provincies Noord-Holland en Utrecht opdracht verleend om een Overstromingsmodel te ontwikkelen voor dijkringgebied 44. Het dijkringgebied beslaat het zuidelijk en westelijk deel van de Provincie Utrecht, dat is gelegen ten oosten van het Amsterdam Rijnkanaal en het buitendijkse gebied gelegen langs het Noordzeekanaal in de Provincie Noord-Holland. Bij een dijkdoorbraak langs de Nederrijn/Lek komt een groot deel van dijkring 44 onder water te staan. Afhankelijk van de omvang van de bres kan de omvang van het overstroomde gebied zich zelfs uitstrekken tot tegen de Markermeerdijken. Wanneer een dijk daadwerkelijk overloopt of doorbreekt varieert de overstromingsdiepte van geen water of een paar decimeter in de hoger gelegen stads- en dorpskernen, tot meer dan 3 meter in de lager gelegen polders. In de hogere gebieden duurt de inundatie (het onder water lopen van land) enkele dagen, in de lager geleden polders kan het water enkele weken blijven staan. Medio november 2004 zullen de resultaten van de studie overstromingsberekeningen dijkring 15 worden gepresenteerd. Deze dijkring omvat het gebied van de Lopiker- en Krimpenerwaard, dat ligt tussen de Lek en de Hollandse IJssel. Met de presentatie zal duidelijk worden op welke wijze een dijkdoorbraak effect heeft op het gebied. Extreme weersomstandigheden Extreem weer kan leiden tot crisissituaties. O.a. door het drukkere verkeer en de toename van recreatie is de samenleving kwetsbaarder geworden voor extreme weersituaties. De waarschuwingen voor extreme weersomstandigheden worden door het KNMI uitgegeven als (verwacht wordt dat) aan de volgende criteria is voldaan: gladheid door ijzel op grote schaal zware sneeuwval, intensiteit 2 cm per uur of hoger sneeuwjacht, sneeuwval bij windkracht tenminste 6 bft en zicht minder dan 200 m wolkbreuk, intensiteit 5 mm of meer in 10 minuten aanhoudend zware regen, 30 mm of meer in 24 uur zware hagel, doorsnede hagelstenen 2 cm of meer zwaar onweer, intensiteit tenminste 15 ontladingen per minuut binnen een straal van 15 km zware tot zeer zware storm of orkaan, windkracht 10 tot 12 zeer zware windstoten, 100 km per uur of meer en tenminste anderhalf maal de gemiddelde windsnelheid " windchill": criterium nog punt van onderzoek "hittestress": criterium eveneens nog punt van onderzoek Dit betekent niet dat er in deze gevallen altijd ook sprake is van een crisissituatie. Per situatie zal een en ander beoordeeld moeten worden.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 57 (94) Risico-ontvangers Dit onderdeel richt zich op de risico s waarbij (veel) mensen betrokken kunnen geraken. De risico s zijn onderverdeeld in: risico-objecten (ziekenhuis, winkelcentrum, beursgebouw, scholen e.d.) mobiliteitsrisico s (tramlijn, water,wegen) sociale risico s (evenementen, nutsvoorzieningen, volksgezondheid); - Risico-objecten (gebouwen, complexen, panden) Soort object Locatie / aard Aard risico effect Indicatie slachtoffers Risico reductie maatregelen brw.aanvalsplan (ap) gebruiksvergunning brw (gv) bereikbaarheidskaart (bk) Beursgebouw / evenementen -Home trade center Symfonielaan 1 Nieuwegeins Business Center evenementenhal (NBC) Blokhoeve 1 -grote concentratie mensen brand / aanslagen / paniek vele tientallen slachtoffers gv: ja bk: in procedure ap: nee gv: ja bk: in procedure Winkelcentrum -Cityplaza -Praxis Ravenswade 15 -grote concentratie mensen -brand / aanslagen / paniek vele tientallen slachtoffers ap: ja gv: ja bk: in procedure gv: ja bk: ja -Hornbach Ravenswade 56r+s, gv: ja bk: in procedure Zwembad, Sporthal -Sportcity heidehal Blokhoeve 2 - t Veerhuis Nijemonde 4 -grote concentratie mensen -brand / paniek tientallen of honderden gewonden /slachtoffers gv: ja bk: in procedure gv: ja bk: in procedure -Merwestein Merweplein 1 zwembad: tot 3500 m intoxicatie gv: ja bk: in procedure Ziekenhuis, verzorgings- en verpleeghuizen -St. Antonius ziekenhuis Koekoekslaan 1 -niet zelfredzame groepen -gevaarlijke stoffen tientallen gewonden / slachtoffers ap: ja gv: ja bk: ja

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 58 (94) Soort object Locatie / aard Aard risico effect Indicatie slachtoffers Risico reductie maatregelen brw.aanvalsplan (ap) gebruiksvergunning brw (gv) bereikbaarheidskaart (bk) -de Geinsche hof Vuurscheschans 75 -paniek -radioactiviteit -brand ap: nee gv: ja bk: in procedure -Verzorgingshuis Vreeswijk Lekboulevard 10 ap: ja gv: ja bk: in procedure -Verzorgingshuis Zuilenstein Diepenbrocklaan 1 ap: ja gv: ja bk: in procedure Psychiatrisch ziekenhuis Rpc Rembrandhage 77 -niet zelfredzame groepen -paniek tientallen gewonden / slachtoffers gv: ja bk: in procedure Gevangenis Penitentiaire inrichting De Liesbosch 100 - niet zelfredzame groep -brand / aanslagen / paniek tientallen gewonden / slachtoffers ap: ja gv: ja bk: ja Scholen - Basisonderwijs - Voortgezet onderwijs - Peuterspeelzalen -niet zelfredzame groepen -paniek tientallen gewonden / slachtoffers gv: 29 nee gv: 26 ja bk: nee gv: alle 24 ja bk. in procedure Uitgaansgelegenheden Horecabedrijven - Cafe s - Restaurants - Zalencentra brand paniek tientallen gewonden / slachtoffers gv: 37 nee gv: 43 ja bk. nee Bron brandweer Nieuwegein Toelichting / risico analyse De volgende factoren zijn bij deze opsomming van gebouwen, complexen, panden van belang: de aantallen in een object verblijvende personen; de mate van zelfredzaamheid (kinderen, zieken, ouderen, mensen met een lichamelijke of geestelijke stoornis); fysiek: aard van de omgeving, aard en staat van het pand, aanwezigheid bluswater; de bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten; de mate waarin door uitval van voorzieningen het dagelijks leven ontwricht wordt; en de tijd die herstel in de oude toestand zal vergen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 59 (94) Gebruiksvergunningen / bereikbaarheidskaarten Mede naar aanleiding van de gebeurtenissen in Enschede en Volendam is een inhaalslag gemaakt in de afgifte van gebruiksvergunningen. Op 19 juli 2004 waren er 498 van de 713 gebruiksvergunningsplichtige gebouwen / gedeelte van gebouwen voorzien van gebruiksvergunningen. - Mobiliteitsrisico (personenvervoer over rail, water, wegen) Soort object Locatie / aard Aard risico effect Indicatie slachtoffers Calamiteitenregeling Tramlijn Van Zuid naar Noord N gein botsing paniek beknellingen ongevallen variërend van enkele tot tientallen gewonden / slachtoffers 1. CPB / rampenplan 2. informatieplan ConneXXion Personen vervoer binnenwater Partyschepen Amsterdam Rijnkanaal Lek Hollandse Ijssel Merwedekanaal Aanvaring, zinken kapseizen paniek onderkoeling moeilijk bereikbaar variërend van enkele tot tientallen gewonden / slachtoffers 1. ARK: rampbestrijdingsplan 2. Lek : rampbestrijdingsplan noodzakelijk Personen vervoer wegen A2 A12 A27 kettingbotsing busongevallen beknellingen moeilijk bereikbaar variërend van enkele tot tientallen gewonden / slachtoffers 1. CBP / rampenplan Bron: brandweer Nieuwegein (2002-2003) Toelichting / risico analyse Autosnelwegen, spoorlijnen, vaarwegen, tunnels, bruggen: ongelukken leiden soms tot vele slachtoffers. Bovendien wordt de bereikbaarheid van bepaalde gebieden dan meteen beperkt. Veiligheid staat hoog op de maatschappelijke agenda. Het verkeer en het openbaar vervoer in Nederland moeten veiliger, want er vallen nog teveel verkeersslachtoffers en het aantal mensen dat zich onveilig voelt in bus, tram, trein of metro groeit. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wil veiligheid meer en beter onderdeel laten zijn van beleid, uitvoering en handhaving. Vooral het toezicht op de naleving van regels is cruciaal geworden. De Inspectie Verkeer en Waterstaat is hiervoor verantwoordelijk. Nieuwegein ligt in een risicogebied als het gaat verkeer en vervoer. Hierboven is reeds het vervoer van gevaarlijke stoffen aan de orde gekomen als een potentiële risicoveroorzaker. De deelnemer aan het verkeer kan gezien worden als risico-ontvanger. Incidenten op de weg, water of spoor kunnen leiden tot een crisissituaties. Te denken valt aan: kettingbotsing,ongeval met een touringcar of bus ongeval met rondvaartboten, veerponten, (zeilende) passagiersschepen e.d. ongeval met sneltram

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 60 (94) - Sociale risico s (evenementen, nutsvoorzieningen, volksgezondheid) Soort object Locatie / aard Aard risico effect Indicatie slachtoffers Calamiteitenregeling Evenementen Wielerronde Vreeswijk bij kaarslicht Braderieën Gein-beat, Oudegein Warenmarkten Parkdagen Koninginnedag Avondvierdaagse Kermis Merwestein Nacht van Nieuwegein Circus Meubelbeurs Ford Swart Toernooi Sail Vreeswijk Lunapark -paniek in menigte -ongeregeldheden of ongevallen -grootschalige ordeverstoringen Nutsvoorzieningen Gas Ontbreken primaire warmtebron, met name bij langdurige wintervorstperiode tientallen of honderden gewonden Geen indicatie mogelijk 1. Crisisbeheersingsplan (rampenplan) 2. veiligheidsvoorwaarden die expliciet aan het desbetreffende evenement worden gesteld. 1. Crisisbeheersingsplan (rampenplan) Water Besmetting Ontbreken primaire levensbehoefte tientallen of honderden slachtoffers 1. Crisisbeheersingsplan (rampenplan) 2. Nooddrinkwatervoorziening Hydron Elektriciteit Grote maatschappelijke / economische gevolgen Uitval - levensreddende / verlengende apparatuur liften 1. CBP / rampenplan 2. herstelplannen regionale netbeheerder Volksgezondheid Infectieziekten (bijv. SARS, influenza) Biologische wapens (terrorisme bijv. Antrax, pokkenvirus) maatschappelijke / economische ontwrichting 1. Crisisbeheersingsplan (rampenplan) 2. Nooddrinkwatervoorziening Hydron Bron: brandweer Nieuwegein Toelichting / risico analyse

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 61 (94) Evenementen Bepaalde evenementen in de gemeente trekken jaarlijks vele honderden / duizenden bezoekers. Bij dergelijke evenementen is er een verhoogde kans op problemen met het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Grootschalige publieksevenementen zouden immers kunnen verworden tot crises. In de evenementenvergunning stelt de burgemeester ter voorbereiding en voorkoming hierop voorschriften vast. Volksgezondheid Vanuit medisch oogpunt zijn er risico s die kunnen leiden tot een crisis. Hierbij kan gedacht worden aan een grootschalige uitbraak van infectieziekten. Dit kan leiden tot enorme maatschappelijke ontwrichting waaraan ook aspecten van openbare orde en veiligheid zijn verbonden. Enerzijds door onrust bij de bevolking door de berichtgeving, anderzijds door de daadwerkelijke fysieke impact van een medische crisis, zoals een epidemie met influenza (griep), SARS en dergelijke. Bij terroristische dreiging kan verder gedacht worden aan biologische wapens zoals dreiging met besmetting van Antrax, ricine of het pokkenvirus. Het kan gaan om risico's op korte termijn door bijvoorbeeld acute blootstelling aan vrijkomende gevaarlijke stoffen, maar ook om langetermijneffecten, wanneer bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen terechtkomen in en op de bodem en in het grondwater. De Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV) geeft gemeentelijke en regionale gezondheidsdiensten (GGD en) een belangrijke taak op het voorkomen en beperken van de effecten van besmetting met virussen en bacteriën via lucht, voedsel of lichamelijk contact. In geval van opschaling zijn afspraken gemaakt tussen GGD en GHOR over de taakverdeling. Het behoort tot de taken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten (LCI) te signaleren of zich landelijke dreigingen voordoen op infectieziektegebied. Bij bedreiging van voedingswaren ligt de verantwoordelijkheid bij de Rijkskeuringsdienst van Waren op grond van de Warenwet. Bij bedreiging van het drinkwater zijn de drinkwaterbedrijven (in onze provincie Hydron) verantwoordelijk op grond van de Waterleidingwet. De gemeente kan op grond van haar verantwoordelijkheid voor de gezondheid van de inwoners ook maatregelen nemen op grond van de Gemeentewet. Voortgang doelstelling IVP 2003-2008 In het veiligheidsplan 2003-2008 zijn per veiligheidsthema (criminaliteit, brand, risico s rampenbeheersing) voor het eerst o.b.v. de cijfers van 2000-2002 diverse meerjaren doelstellingen geformuleerd tot 2008. In de onderhavige veiligheidsrapportage worden deze doelstellingen op basis van de cijfers 2001-2003 geëvalueerd. Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Risico s Bereikbaarheidskaarten / aanvalsplannen Ten behoeve van alle risicoobjecten bereikbaarheidskaarten op te stellen welke vervolgens als input dienen voor de te realiseren noodzakelijke aanvalsplannen die in 2008 gereed zullen zijn. Het merendeel van alle risicovolle bedrijven / objecten hebben inmiddels een bereikbaarheidskaart. Een aanvalsplan is echter niet voor alle risico bedrijven /objecten noodzakelijk Het onderwerp vraagt continue aandacht.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 62 (94) Veiligheidsthema Doelstelling 2003-2008 Stand van zaken Route gevaarlijke stoffen Het opstellen van een beleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Binnen het Provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid provincie Utrecht (PUEV) (zie bladzijde :42 ) is als project opgenomen transport gevaarlijks stoffen / routering. De gemeente krijgt hiermee beter inzicht in het transport gevaarlijke stoffen op basis waarvan (nieuw/gewijzigd) beleid geïnitieerd kan worden.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 63 (94) Rampenbeheersing Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr).... 65 Ontwikkeling Veiligheidsregio... 65 Van Rampenplan naar Cricisbeheersingsplan... 66 Uitwerking en implementatie van de gemeentelijke deelplannen... 66 Incidenten... 67 Oefenen... 67 Gemeentelijk Coördinatiecentrum (GCC)... 68

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 65 (94) Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr). De reeds in het vorig hoofdstuk aan de orde gekomen Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr) brengt ook een aantal wijzigingen met zich mee met betrekking tot rampenplannen en rampbestrijdingsplannen. Zoals gesteld worden gemeenten worden verplicht de in de gemeente aanwezige risico s en de gevolgen daarvan te inventariseren en te analyseren (zie vorig hoofdstuk). De rampen- en rampbestrijdingsplannen moeten hierop worden gebaseerd. De gemeenten moeten op basis van de inventarisatie een keuze maken voor welke mogelijke rampen een rampbestrijdingsplan vast te stellen. Deze lijst vormt een aparte paragraaf in het rampenplan. De burgemeester moet in ieder geval voor deze risico s een rampbestrijdingsplan vaststellen. Het rampenplan zal door het college van B&W worden vastgesteld in plaats van door de gemeenteraad. De gemeenteraad zal voortaan een oordeel kunnen geven over de lijst met risico s in het rampenplan. Ook de rampbestrijdingsplannen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het voornemen om de rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding van de rampenbestrijding te versterken. Ten slotte moeten de plannen voortaan ten minste eens in de vier jaar worden vastgesteld of eerder, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Op deze manier wordt de regelmatige actualisatie van de plannen bevorderd. De halfjaarlijkse rapportages aan de Tweede Kamer met betrekking tot de actualisatie van de rampenplannen komen hiermee te vervallen. Met de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding worden verbeteringen beoogd op een aantal kernpunten. De kwaliteit van de organisatie van de rampenbestrijding moet worden verbeterd door: 1. het verhogen van het risicobewustzijn bij bestuur, burgers, bedrijven en hulpverleners; 2. een goede planvorming door het bestuur en de hulpverleningsdiensten; 3. borging van de kwaliteit door toezicht, rapportage en terugkoppeling. Deze drie kernpunten lopen als een rode draad door de wet en hebben gevolgen voor de werkwijze van betrokken bestuurders en operationele diensten. De Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding is geen nieuwe wet. De Wkr bevat uitsluitend wijzigingen in de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen, de Wet Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de Wet ambulancevervoer. Na de inwerkingtreding van de Wkr blijven dus uitsluitend die (gewijzigde) bestaande wetten over. Ontwikkeling Veiligheidsregio Het kabinet houdt vast aan het uitgangspunt dat de voorbereiding op rampenbeheersing een taak is van het lokale bestuur en dat het gezag over het optreden bij crises bij de burgemeester berust. Het beheer over de hulpverleningsorganisaties zou echter - meer dan nu het geval is - verplicht op regionaal niveau moeten worden georganiseerd. Dit moet in 2006 zijn geregeld. De besturen van de brandweer en de GHOR (Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen) worden samengevoegd tot één hulpverleningsbestuur. Dit bestuur moet samenwerkingsafspraken maken met het regionale bestuur van de politie om de gecoördineerde voorbereiding op gezamenlijk optreden tijdens een crisis te verbeteren. Het regionale bestuur krijgt doorzettingsmacht en hoeft zijn besluiten niet langer voor te leggen aan de deelnemende gemeenten. Het kabinet zal vaststellen welke taken verplicht op regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om multidisciplinaire taken die gericht zijn op rampenbeheersing, zoals het verplicht adviseren van de gemeentebesturen voor welke objecten een rampbestrijdingsplan moet worden opgesteld. Verder vindt het kabinet dat in ieder geval het personeel van de brandweer vanaf een bepaalde rang en functie in dienst van de regio moet treden. Het gaat daarbij

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 66 (94) tenminste om leidinggevenden. De huidige manier van financiering blijft gehandhaafd. Financiering door gemeenten is daarbij het uitgangspunt. Van Rampenplan naar Cricisbeheersingsplan Het nu fungerende rampenplan is op basis van artikel 3 van de Wet Rampen en Zware Ongevallen door de gemeenteraad op 28 februari 2002 vastgesteld. Op 18 juni 2002 is het basisplan door het College van Gedeputeerde Staten getoetst en akkoord bevonden. Mede gelet op de ontwikkelingen in het kader van de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Wkr) zal ook het rampenplan wijzigen. Van de overheid wordt verwacht dat zij risico s inventariseert, analyseert en zonodig tot aanvaardbare proporties terugbrengt. Door recente gebeurtenissen als de Vogelpestcrisis, de dreiging naar aanleiding van de oorlog in Irak en voorbereiding op een mogelijke pokkenpandemie groeide het besef dat het huidige rampenplan zich met name richt op 'traditionele rampen 1, terwijl de gemeenten zich in de praktijk veelal geconfronteerd zien met gebeurtenissen, die niet het karakter hebben van een traditionele ramp. Daarom is besloten een plan te ontwikkelen dat een stap verder gaat; niet alleen heeft het tot functie gemeenten voor te bereiden op rampen en zware ongevallen, maar ook op crises en de dreiging daarvan. Daarom is ervoor gekozen het model rampenplan voortaan model crisisbeheersingsplan te noemen. Het model crisisbeheersingsplan is opgesteld op grond van de wettelijke bepalingen van de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo) en kan daardoor worden aangemerkt als rampenplan, als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Wrzo. Het ligt in de bedoeling dat bestuurlijke vaststelling van het Crisisbeheersingsplan medio mei 2005 zal kunnen plaatsvinden. Uitwerking en implementatie van de gemeentelijke deelplannen Artikel 4 van de Wet Rampen en Zware Ongevallen bepaalt waaraan tenminste aandacht moet worden besteed in de deelplannen. Op 9 juni 2002 zijn de deelplannen door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. In het nieuwe Crisisbeheersingsplan gaat het om de beschrijving van 25 processen. Deze processen zijn uitgewerkt in 4 clusters. Per cluster wordt aangegeven wie de procesverantwoordelijke dienst is. De andere diensten kunnen overigens wel een uitvoerende taak hebben in die processen. Het gaat om de volgende clusters: Cluster A: Bron en effectbestrijding Procesverantwoordelijke: Brandweer (regionaal commandant) Cluster B: Geneeskundige hulpverlening Procesverantwoordelijke: GHOR (Regionaal Geneeskundige Functionaris) Cluster C Rechtsorde en verkeer Procesverantwoordelijke: Politie Regio Utrecht (Korpschef) c.q. OM ((Hoofd)Officier van Justitie) Cluster D Bevolkingszorg Procesverantwoordelijke: Gemeente (Burgemeester) De gemeente is verantwoordelijk voor het cluster bevolkingszorg. De uitwerking en de afstemming van deze deelplannen in draaiboeken die onder de gemeentelijke organisatie vallen betreft vergt continue inspanning. Het gaat hier om de volgende draaiboeken: Overzicht gemeentelijke deelplannen (processen) Voorlichting / informeren Proces Verantwoordelijk sector Bestuur en dienstverlening Opvangen en verzorgen Maatschappelijke Ontwikkeling

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 67 (94) Overzicht gemeentelijke deelplannen (processen) Registreren van slachtoffers Uitvaartverzorging Voorzien in primaire levensbehoeften Registratie van schade en afhandeling Milieuzorg Nazorg Proces Verantwoordelijk sector Maatschappelijke Ontwikkeling Stadsbeheer Maatschappelijke Ontwikkeling Bestuur en dienstverlening Stadsontwikkeling Gemeente (totaal) Bron: unit CJZ Daarnaast kunnen enkele algemene en ondersteunende processen worden onderscheiden. Het betreft hier activiteiten die in élk specifiek proces aan de orde kunnen komen. Het gaat hier om alarmering, communicatie en verbindingen, logistiek, registratie en verslaglegging, evaluatie en archivering. Om deze elementaire handelingen gestructureerd te laten verlopen zullen deze in elke cluster onafhankelijk geregeld moeten worden. In cluster D (bevolkingszorg) zal voor de gehele gemeentelijke rampenbestrijding een ondersteuningsgroep deze taken moeten waarborgen. Incidenten In 2003 zijn er hebben zich geen incidenten voorgedaan op basis waarvan er sprake is geweest van een extra opschaling (GRIP 1 of hoger 3 ) van de bij de rampbestrijding betrokken diensten ( brandweer, politie,rgf en gemeente). Wel zijn de volgende gebeurtenissen vermeldenswaardig: 1. In de nacht van dinsdag 20 of woensdag 21 april 2004 zijn bij baggerwerkzaamheden bij de Prinses Beatrixsluis in het Lekkanaal twee vliegtuigbommen gevonden. Het ging om Britse 500 ponders. De bommen waren niet voorzien van een ontstekingsmechanisme en één van de twee leek in eerste instantie geen springstof te bevatten. Door het ontbreken van een ontstekingsmechanisme konden de bommen niet spontaan ontploffen. Het Explosieve Opruimingscommando heeft de bommen onder politiebegeleiding afgevoerd naar het terrein van het Regionaal Militair Commando in Leusden, waar de bommen onschadelijk zijn gemaakt. 2. Begin 2004 is een regionale werkgroep gevormd die zich naar aanleiding van de in Azië geconstateerde aviaire influenza (vogelpest) tot doel heeft om een draaiboek op te stellen mocht een dergelijke ziektegolf lijden tot een apendamie. Oefenen Op 13 maart 2003 een oefening gehouden ten behoeve van het beleids- en operationeel team. Het onderwerp betrof een ramp op afstand, in casu een busongeval met leden van de plaatselijke voetbal vereniging JSV in de gemeente Venlo. Geoefend werd op de informatievoorziening alsmede het operationaliseren van een opvanglocatie t.b.v. familieleden van de slachtoffers. 3 GRIP= Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 68 (94) Bij besluit van 13 januari 2004 is het college van burgemeester en wethouders akkoord gegaan met een districtelijk opleidings- en oefenplan op het gebied van de rampenbestrijding. Het opleiden en oefenen gebeurd in samenwerking met de Nibra. Voor deze gezamenlijke aanpak heeft de provincie een subsidie beschikbaar gesteld. Op basis van voornoemd plan zijn inmiddels de volgende oefeningen gehouden: 17 december 2003 is een training gehouden voor het Beleidsteam van de rampenstaf. Het training was gericht op de probleem- en procesbenadering bij rampenbestrijding en hulpverlening, het adfomeren, de samenwerking en coördinatie. 10 maart 2004 is een oefening gehouden t.b.v. het Gemeentelijk Operationeel Team inzake de leiding en controle van het directie team tijdens een crisissituatie. 12 maart 2004 is een algemene training / inleiding georganiseerd t.b.v. de (loco) burgemeesters. Ook zijn / worden i.k.v. voornoemd plan dit jaar diverse workshops georganiseerd op uitvoeringsniveau ten behoeve van de onderscheidende processen / draaiboeken. Inmiddels hebben de volgende workshops plaatsgevonden: 21 april 2004 Centrale Registratie Afhandeling Schade (opzet regionaal model draaiboek) 3 juni 2004 Opvang en Verzorging (taak / rol en inzet van het Rode Kruis) 21 juni 2004 Ondersteuningsgroep (taak / rol gemeentelijk facilitair bedrijf); 29 juni 2004 Centrale Registratie Afhandeling Schade (landelijke ontwikkelingen) 14 september 2004 Voorlichting Voorts is op 12 januari 2004 t.b.v. de leden van het Beleidsteam en Gemeentelijk Operationeel Team een (telefonische) bereikbaarheidsoefening gehouden. Gemeentelijk Coördinatiecentrum (GCC) Burgemeester en Wethouders zijn conform de Wet Rampen en Zware Ongevallen belast met de voorbereiding van de rampenbestrijding. Zij bevorderen in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die nodig zijn voor een doelmatige rampenbestrijding. Dit betekent impliciet ook dat B en W zorg dienen te dragen dat het beleidsteam / gemeentelijke rampenstaf ( het gemeentelijk coördinatiecentrum) op ieder moment, zowel in personele als materiële zin, in functie kan treden. In januari 2001 is gestart met een onderzoek naar de aanwijzing en inrichting van een gemeentelijk coördinatiecentrum. Op 17 oktober 2002 is door de gemeenteraad een bedrag gevoteerd waarmee het GCC kan worden ingericht. Het gaat hier om het beschikbaar hebben van een locatie als mede een (basis) pakket (materiaal en inrichting, waaronder een noodstroomvoorziening e.d.) welke in een (dreigende) rampsituatie direct kan worden aangewend waardoor de door burgemeester gevormde rampenstaf (BeleidsTeam, het Gemeentelijk Operationeel Team (GOT)) en de mogelijke daaraan gekoppelde actiecentra zo snel mogelijk en optimaal kan functioneren. Gelet op de tijdelijke huisvesting van de gemeente in het gemeentehuis aan de Martinbaan alsmede de geringe budgettaire ruimte is uitgegaan van een minimale inrichting / realisatie. Stand van zaken Inmiddels is de ruimte t.b.v. het GCC (technisch) ingericht. Ook is een noodstroomvoorziening voor (een deel van) het gemeentehuis gerealiseerd. In de komende periode zal de noodstroomvoorziening worden getest. Het komende jaar zullen protocollen worden opgesteld en personeel worden opgeleid die het GCC tijdens calamiteiten zullen bemensen. Het ligt in de bedoeling dat tijdens een crisis situatie het GCC gebruikt maakt van de digitale risicokaart zoals hierboven omschreven.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 69 (94) Overzicht lopende acties, projecten, initiatieven Veiligheid in en om huis 71 Project Keurmerk Veilig Wonen...71 Project Samenwerken aan Veilig wonen...72 Huiselijk geweld...72 Veiligheid in wijken 73 Project aanpak jeugdoverlast in wijken...73 Programma overlast/ Buurtbemiddelings-project...74 Veiligheid en ondernemers 75 Project Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein (SBBN)...75 Project Samen veilig ondernemen SVO...76 Jeugd en veiligheid 77 Project Doe effe normaal...77 Voorlichtingsproject Stichting Delinkwentie en Samenleving(D&S)...77 Project School & Veiligheid...78 HALT...78 Netwerk Lokale Aanpak (NLA)...79 Aanpak schoolverzuim Roma...80 Overige veiligheidsgerelateerde projecten 80 Verkeersveiligheidsbeleid...80 Stadswacht...81 Project Senioren en Veiligheid...82 Graffitibeleid...83 Politiesurveillanten...84 Nota Tunnels en overbruggingen...84 Meldpunt sociale veiligheid...85 Coffeeshopbeleid...85 Kansspel automatenbeleid...86 Project: Niets erin... Niets eruit!!!...86

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 71 (94) Overzicht lopende acties, projecten, initiatieven Nieuwegein doet veel aan de verbetering van de veiligheid. Er lopen tal van projecten in woonwijken, op bedrijventerreinen, op specifieke deelgebieden zoals jeugd, preventie woninginbraken en dergelijke. Er wordt op diverse plekken nauw samengewerkt met o.a. bewoners, politie, justitie, sociaal cultureel werk en bedrijfsleven. Een groot deel van de hiervoor aangegeven aandachtspunten zijn daarom veelal bekend en worden door de diverse veiligheidspartners ook erkend. Niet alle onveiligheidsaspecten behoeven dan ook binnen het integraal veiligheidsbeleid opnieuw te worden opgepakt. In veel gevallen zijn of worden deze direct dan wel indirect meegenomen in lopende projecten en / of beleidsvoorstellen. Hieronder treft u, voor het eerst dit jaar ingedeeld in vijf categorieën, de projecten aan die zich richten op de verbetering van de veiligheid en leefbaarheid op diverse terreinen. Veiligheid in en om huis Hieronder vallen de projecten die zich afspelen in de directe woonomgeving van de burger 1 Aanpak van Wie Hoe Wat Woninginbraken Sociale veiligheid Politie i.s.m. regionaal Bureau Veiligheid & Preventie Project Keurmerk Veilig Wonen Preventieadviezen en certificering woningen Rol / taken Bureau V&P: Het geven van een preventieadvies aan het slachtoffer van een woninginbraak en een geselecteerd aantal woningen daar omheen. Doelstelling project: Het voorkomen van (herhaald) slachtofferschap en het verminderen van het aantal woninginbraken in de gemeente. Huidige stand van zaken: Vanaf 1996 tot 2000 is regionaal- het aantal woninginbraken gedaald met ± 50 %. In het kader van de aanpak Veilig Wonen in de gemeente Nieuwegein komt binnen 48 uur na een inbraak een preventieadviseur van het regionaal Bureau Veiligheid & Preventie bij het slachtoffer en minimaal 10 liggende woningen. Naast het houden van een beperkt buurtonderzoek wordt de bewoners een preventieadvies aangeboden voor het verkrijgen van het Politie Keurmerk Veilig Wonen. Door middel van de eisen die dan aan de preventie van de woning gesteld worden is het huis weerbaarder te maken tegen gelegenheidsdieven. Jaar Aantal aangiften diefstal uit woning 2000 645 2001 327 2002 315 2003 327 2004 224(t/m 31-08-04)

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 72 (94) 2 Aanpak van Wie Hoe Wat Woninginbraken Politie i.s.m. regionaal Bureau Veiligheid & Preventie Project Samenwerken aan Veilig wonen Verbetering hang- en sluitwerk Rol / taken bureau V&P: Het doorgeven van mogelijke bedrijven waar inwoners individueel of als collectief terecht kunnen voor het aanbrengen van hang- en sluitwerk en het daadwerkelijk certificeren van de woningen die voldoen aan de gestelde eisen van het Politie Keurmerk Veilig Wonen. Doelstelling project: Het bieden van een preventieadvies om daarmee het hang- en sluitwerk in zowel nieuwe als bestaande woningen te verbeteren. Huidige stand van zaken: Het project Samenwerken aan Veilig Wonen, werd in 1999 beëindigd. Dit betekent echter niet dat inwoners van de gemeente geen preventieadvies Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) kunnen verkrijgen. Bewoners kunnen heden ten dage individueel of als collectief PKVW-erkende bedrijven benaderen voor het uitbrengen van een preventieadvies. Deze bedrijven zijn bekend bij de politie en bureau Veiligheid en Preventie. Na opvolging van dit advies is PKVW -certificering van de woning mogelijk. Gebleken is dat met een beperkt preventiepakket de woning weerbaarder te maken is tegen gelegenheidsdieven. Gedurende het jaar 2003 werden in totaal 225 adviezen in de gemeente Nieuwegein uitgebracht en werden in totaal 71 certificaten uitgereikt. Gemeente Nieuwegein: vanaf 1 januari 1995 t/m 31 december 2003 Woningbestand: 25.623 Aantal adviezen Aantal certificaten Certificaten in % t.o.v. adviezen 8343 2.885 34,5% Bron: politie Lekstroom 3 Aanpak van Wie Hoe Wat Huiselijk geweld Vitras/ Politie/ Gemeenten Huiselijk geweld d.m.v. gezamenlijke aanpak terugdringen van huiselijk geweld Rol / taken gemeente: De rol van de gemeente, conform de beleidsaanwijzing van de rijksoverheid, is het overleg tussen de betrokken partijen op te starten, te faciliteren en een samenwerkingsovereenkomst voor te bereiden. Rol/taken Vitras: Verzorgen van de eerstelijns hulpverlening en het eventueel doorgeleiden naar andere vormen van hulpverlening.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 73 (94) Politie: Is veelal de partner die als eerste in aanraking met huiselijk geweld. Huidige stand van zaken: Medio 2002 is er vanuit het district Lekstroom het initiatief genomen voor een gezamenlijke aanpak huiselijk geweld. Er is een initiatiefgroep van start gegaan met daarin ambtelijke vertegenwoordigers van uit de vijf gemeenten, Vitras, Rivas, politie, bureau Jeugdzorg, Centrum Maliebaan, Bureau Slachtofferhulp, woningbouwvereniging Ijsselstein en GGD Midden Nederland. Gewerkt is aan het opstellen van een conceptintentieverklaring. De trekkersrol is meerdere malen gewisseld gedurende het traject, momenteel wordt vanuit Ijsselstein de laatste hand gelegd aan de intentieverklaring en een voorstel voor het vervolg. Veiligheid in wijken Hieronder vallen projecten die zich afspelen op wijkniveau van de gemeente Nieuwegein 4 Aanpak van Wie Hoe Wat Jeugdoverlast Vandalisme Welzijn / WGS Politie (Actieprogramma Jeugdbeleid) Project aanpak jeugdoverlast in wijken Wijkgewijs informatieoverdracht en deskundigheidsbevordering organiseren over de aanpak van jeugdoverlast Rol / taken politie: De politie informeert de ouders van overlast veroorzakende jongeren. Wanneer er sprake is van het opmaken van proces verbaal tegen jongeren, dan wordt de Raad van de Kinderbescherming hiervan in kennis gesteld. De voor HALT in aanmerking komende jongeren worden doorverwezen. De leden van de jeugdgroepen worden geïnventariseerd en de relevante verslaglegging vindt plaats. Daarnaast vindt er regelmatig overleg plaats met o.a. het Openbaar Ministerie, e.a. Rol / taken WGS: Wijkgericht Samenwerken is aanspreekpunt en is alert op signalen uit de wijknetwerken. Samen met de politie wordt een adequate aanpak van de overlast opgezet. Er wordt contact gezocht met de jongeren en er worden oplossingsgerichte voorzieningen zoals JOP s en speelkooien geïnitieerd. Daarnaast wordt het effect van de aanpak wordt bewaakt en neemt WGS deel aan het Stedelijk Overleg Jeugdoverlast. Rolt / taken welzijn: Welzijn is verantwoordelijk voor het jeugdbeleid en de middelen en neemt deel aan het Stedelijk Overleg Jeugdoverlast. Doelstelling project: Dit thema te integreren in de nieuwe impuls m.b.t. Wijkgericht Samenwerken en het overleg eens per kwartaal plaats te laten vinden en nieuwe meetinstrumenten te ontwikkelen. Stand van zaken: Het Stedelijk Overleg Jeugdoverlast vindt plaats tussen SWN (buurthuiswerk en jongerenwerk), de politie en de gemeente Nieuwegein (Welzijn, Sportbuurtwerk en de wijkmanagers van WGS). Zwaarwegend

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 74 (94) is in dit overleg om na te gaan of de afspraken van het Protocol Jeugdoverlast worden nagekomen door de betrokken partijen. Jeugdoverlast wordt op wijkniveau opgepakt. Coördinator / aanspreekpunt is de wijkmanager (WGS) in samenspraak met de wijkagent. Verschillende oplossingsrichtingen worden onderzocht om de jeugdoverlast tegen te gaan. Het betreft hier onder andere een onderzoek naar een eenvoudige procedure voor het creëren van Jongeren OntmoetingsPlaatsen (JOP) en de organisatie van andere activiteiten voor jongeren. Naast de inmiddels gerealiseerde voetbal / speelkooien nabij de Nedereindseweg en het Nijpelsplantsoen is er een JOP geplaatst aan de Reinesteijnseweg, ten zuiden van de wijk Galecop. Inmiddels is via de provincie financiering gevonden voor de aanleg van een voetbal/speelkooi in het Park Oudegein. Daarbij zal een JOP worden geplaatst evenals bij de reeds eerder gerealiseerde voetbalkooien. 5 Aanpak van Wie Hoe Wat Overlast / leefbaarheid wijken SWN WGS Politie Welzijnzaken Programma overlast/ Buurtbemiddelingsproject Door middel van medeburgers conflicten in een vroegtijdig stadium oplossen Rol / taken SWN: SWN is verantwoordelijk voor buurthuiswerk en jongerenwerk. Zij inventariseren de problematiek en maken deze bespreekbaar in de wijknetwerken. Tevens verzorgen zij de terugkoppeling in en vanuit de wijknetwerken. Rol / taken WGS: Wijkgericht samenwerken fungeert als aanspreekpunt en signaleert in de wijknetwerken en verzorg een coördinerende rol die tot de oplossing van het probleem moet komen. Dit in nauwe samenwerking met politie en overige partners bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, wijkbeheerders etc. Tevens behoort het initiëren van oplossingsgerichte middelen zoals JOP s en speelkooien, maar ook andere activiteiten die een gerichte aanpak tot nut kunnen zijn, zoals sport, jongerencentra, etc. tot hun taken. Daarnaast wordt de voortgang bewaakt. Rol / taken politie: Zij signaleert problemen en heeft contact met jongerengroepen middels de wijkagent. Handhaving en verzorgen en coördineren van het vervolgingstraject bij overtredingen (Proces verbaal, in kennis stellen Raad van de Kinderbescherming, HALT, Openbaar Ministerie) behoort ook tot de taken van de politie. Rol / taken welzijnzaken: Initiëren en faciliteren van activiteiten zoals bijvoorbeeld het op een sportieve manier in contact komen met jongeren d.m.v. laagdrempelige sportactiviteiten (instuif), organiseren van sport en spelactiviteiten in de buitenruimte in de wijken, opzetten en uitvoeren van mobiele sportuitleen middels sportbus, organisatie van voetbaltoernooien, starten van nieuwe functionele samenwerkingsverbanden met het onderwijs en het welzijnswerk. Ook geven zij bekendheid aan het sportbuurtwerk en reclame t.b.v. activiteiten en proberen zij mensen zelfvertrouwen op te laten doen en discipline en sociale vaardigheden aan te leren en verbeteren. Door middel van een sport- en spelactiviteit en bieden ze de mogelijkheid tot het volgen van een cursus op sport en recreatiegebied welke zij begeleiden en ondersteunen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 75 (94) Doelstelling project: Het doel is dit thema voort te zetten in de nieuwe impuls m.b.t. Wijkgericht Samenwerken waarbij WGS een nadrukkelijke rol in de afstemming tussen partijen zal spelen. Stand van zaken: De mogelijkheden tot aanpak van de bestrijding van de overlast in wijken bestaan uit drie invalshoeken te weten: sport, jongerencafé en veiligheidsbeleid jongerencentra. De jeugdoverlast in de wijken en het stadscentrum zo deze op dit moment nog plaatsvindt verdient bij WGS bijzondere aandacht. Hierbij is het reguleren van hangplekken een prioriteit. Het plaatsen van JOP s op overlast ongevoelige plaatsen is een eerste aanzet. Ook het bieden van gelegenheid door sport en spel middels het plaatsen van voetbal/speelkooien biedt een middel tegen verveling en ongewenst gedrag. Het wegnemen of verplaatsen van hangplekken op ongewenste plaatsen is voortdurend aan de orde. Hierover vindt nauw overleg plaats met de wijknetwerken en de omwonenden. Een bijzonder aandachtspunt is de ongewenste verplaatsing naar ongeschikte locaties. Veiligheid en ondernemers Hieronder vallen projecten die te maken hebben met veiligheid in / rond en om bedrijven 6 Aanpak van Wie Hoe Wat Inbraken op bedrijventerreinen Plettenburg / De Wiers Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein Project Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein (SBBN) Publiek private samenwerking in de vorm van het permanente toezicht in de nachtelijke uren en tijdens zon- en feestdagen door een particulier beveiligingsbedrijf Doelstelling project: De schade als gevolg van criminaliteit te beperken en de veiligheid te verbeteren. Stand van zaken: Landelijk wordt het Keurmerk Veilig Ondernemen voor Bedrijventerreinen (KVO-B) ontwikkeld. Binnen de regio Utrecht wordt, in overleg met de landelijke partners, een regionale aanpak vorm gegeven, welke is gebaseerd op de reeds beproefde methodiek van het project Samen Veilig Ondernemen (detailhandel). Allereerst wordt een individuele preventie advisering veilig ondernemen voor de ondernemer van het bedrijf voorgestaan. De aanpak zal gefaseerd op nader aan te wijzen bedrijventerreinen worden aangereikt. Vervolgens worden, op basis van over een te komen resultaten, het toezicht voor de publieke buitenruimte en het samenwerkingsverband opgebouwd. Doel is te komen tot een veilig onderneming, veilige omgeving en een goed samenwerkingsverband. Uit de gegevensverzameling 2002 komt naar voren dat het aantal inbraken op de bedrijventerreinen aanmerkelijk is toegenomen. In 2001 waren er nog 286 inbraken, in 2002 is dit aantal flink gestegen en waren er 348 bedrijfsinbraken. Eind 2003 is de gemeente, in samenwerking met de politie en de Kamer van Koophandel, gestart met het begeleiden van en actief participeren in de Stichting. Doel van deze extra begeleiding is om de Stichting op een hoger plan te tillen en wellicht in de toekomst in aanmerking te laten komen voor het Keurmerk Veilig Ondernemen voor Bedrijventerreinen (KVO-B).

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 76 (94) 7 Aanpak van Wie Hoe Wat Winkelcriminaliteit Politie Corio Winkeliers Bewoners WGS Bur. V&P Project Samen veilig ondernemen SVO City Plaza Muntplein Hoog-Zandveld Wijkgerichte, brede, integrale aanpak van de winkelcriminaliteit waarbij ondernemers het voortouw nemen. Rol / taken winkeliers / bewoners: Participeren in het Samen Veilig Ondernemen. Rol / taken Corio: Het ondersteunen van initiatieven op het winkelgebied van City Plaza welke hun eigendom is. Rol / taken WGS: Het bieden van ondersteuning en advisering aan de winkeliers. Rol / taken bureau V&P: Het begeleiden van het project van Samen Veilig Ondernemen op het Muntplein en Hoog-Zandveld (initiatiefase) en in de toekomst wellicht weer op City Plaza. Doelstelling project: Het maken van een goede, integrale aanpak gericht op het omlaag brengen van de criminaliteit op de voornoemde winkelcentra door een goede samenwerking tussen partners en op initiatief van de winkeliers. Het is dus een project voor en door winkeliers ondersteund door een aantal partners. Daarnaast heeft het project als doel om de veiligheidsgevoelens te verhogen onder zowel winkelend publiek als de ondernemers zelf en het bevorderen van het leefklimaat in en om het winkelcentra. Huidige stand van zaken: Het project Samen Veilig Ondernemen heeft als doel om in winkelcentra het aantal delicten drastisch omlaag te brengen, het leefklimaat te bevorderen en het verhogen van het veiligheidsgevoel bij ondernemers en bezoekers. In deze aanpak nemen ondernemers collectief en individueel verantwoordelijkheid voor de veiligheid in en rond de winkel. Zij kunnen hierbij rekenen op actieve ondersteuning van politie en gemeente. Het projectleiderschap ligt in handen van medewerkers van het projectbureau Veiligheid & Preventie van de Regionale Politie Utrecht In 2000 is gefaseerd gestart met de aanpak Samen Veilig Ondernemen in respectievelijk het winkelgebied City Plaza in 2002, Muntplein in 2001 en Hoog Zandveld in 2002. Na invoering van de startmaatregelen is de aanpak in de winkelgebieden maar moeizaam te continueren. Waar in het winkelgebied City Plaza de ondernemers vanwege gebrek eigen draagvlak en daadkracht in 2001 afhaakten, maakt de werkgroep Veilig Ondernemen Muntplein medio augustus 2003 een pas op de plaats. In het jaar 2003 hebben zij een voorlichtingsavond gekregen met betrekking tot de invloed die zigeuners hadden op het veiligheidsgevoel van de ondernemers, daarnaast hebben zij een waarschuwingssysteem aangebracht in de winkels op het Muntplein. Het SVO-team Hoog- Zandveld waar onlangs het project Samen Veilig Ondernemen opgezet is, bevindt zich nog in de opstartfase. Teneinde deze impasse te doorbreken is het noodzakelijk dat de aanpak Veilig Ondernemen wordt versterkt en ondersteund door betrokken partners. Het belang van een publiek private samenwerking voor een veilig bedrijf, een veilige omgeving en vaste samenwerkingspartijen wordt door alle betrokkenen onderkend. Door gestructureerd te werken kunnen, zoals in de gebieden is vastgesteld, goede veiligheidsresultaten worden bereikt en gecontinueerd. Voorgesteld wordt daarom om binnen het kader en de methodiek van het Keurmerk Veilig Ondernemen Winkelcentra in 2004 een gestructureerde aanpak van Veilig Ondernemen in de

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 77 (94) winkelgebieden Nieuwegein vorm te geven. De verplichtingen alsmede een plan van aanpak dienen de partners op schrift te stellen. Dit zal de leidraad zijn voor het uitvoeren van maatregel in de eigen winkel en de publieke ruimte. Een periodieke evaluatie zal dit moeten versterken. Jeugd en veiligheid Alle projecten op het gebied van jeugd en jongeren in de gehele veiligheidsketen 8 Aanpak van Wie Hoe Wat Jeugd(overlast) Diverse criminaliteitsaspecten Politie Project Doe effe normaal Voorlichting basis onderwijs Rol / taken politie: Het geven van voorlichting over diverse criminaliteitsaspecten op basisscholen in het kader van het voorkomen van (jeugd)overlast. Doelstelling project: Door middel van voorlichting op basisscholen mogelijke overlast van jongeren proberen te voorkomen. Huidige stand van zaken: In het schooljaar 2002/2003 zijn de onderwerpen t.a.v. 12 minners en zinloos geweld standaard opgenomen in respectievelijk lesbrieven van Halt en Geweld. Zinloos geweld en 12-minners worden dus niet meer afzonderlijk behandeld. In het kader van het project doe effe normaal werden de groepen 7 en 8 van de in totaal 33 scholen in Nieuwegein bezocht. Aan deze groepen werd door de wijkagenten 14 lessen besteed, dus in totaal 462 lesuren. Ook in 2003 werd door de politie de jaarlijkse Doe effe Normaal dag georganiseerd. Voor het jaar 2003 is er verandering optreden voor wat betreft de bestede uren van de politie aan het geven van de lessen. Het lespakket dat gegeven wordt door de politie bestaat uit de onderdelen politie, vuurwerk, diefstal en vandalisme voor groep 7. De lessen voor groep 8 gaan over het onderwerp verslaving en geweld. De belangrijke wijziging in deze nieuwe opzet is dat de overige lessen door de leerkrachten zelf gegeven worden. De lessen over het project HALT worden door bureau Halt zelf gegeven terwijl voorheen alle lessen door de politie werd verzorgd. Deze nieuwe opzet is een eerste aanzet tot een herbezinning op de kerntaken van de politie, namelijk handhaven openbare orde, hulpverlening en bestrijding van criminaliteit. In het schooljaar 2004 / 2005 zal de politie alleen nog les geven aan groep 8 en vervolgens zal dit het jaar daarna nog verder afgebouwd worden. 9 Aanpak van Wie Hoe Wat Jeugd(overlast) Diverse criminaliteitsaspecten Stichting D&S Voorlichtingsproject Stichting Delinkwentie en Samenleving(D&S) Verzorgt gastlessen aan jongeren op onderwijs instellingen en buurthuizen (voortgezet onderwijs) (wijst op risico s van normoverschrijdend gedrag)

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 78 (94) Rol / taken Stichting D&S : Het verzorgen van gastlessen om daarmee normoverschrijdend gedrag te voorkomen. Doelstelling: Het voorkomen van jeugdcriminaliteit door middel van het geven van preventielessen, bieden van ondersteuning aan ex-gedetineerden bij terugkeer naar de maatschappij en het bespreekbaar maken van vooroordelen van (ex)- gedetineerden onder jongeren. Stand van zaken: In 2003 is D&S (Midden-Nederland) actief geweest in Nieuwegein. Met een bereik van 225 jongeren in verschillende groepen van het voortgezet onderwijs en 6 jongeren in de PI, is D&S ervan overtuigd dat men een niet gering aantal jongeren ervan heeft doordrongen van de risico s van norm overschrijdend gedrag. 10 Aanpak van Wie Hoe Wat Veiligheid op scholen Scholen Politie Gemeente (onderwijs en veiligheid) (Actieprogramma jeugdbeleid) Project School & Veiligheid Op basis van het convenant School en Veiligheid wordt er door de betrokken partijen samengewerkt ten bate van de veiligheid op scholen. Rol / taken partners: In het convenant School en Veiligheid zijn de verschillende verantwoordelijkheden van de deelnemende partijen omschreven. Bij melding van overlast, diefstal of andersoortige incidenten wordt op basis van dit convenant actie ondernomen. Doelstelling project: Een actief veiligheidsbeleid op scholen waarvan een preventieve werking uitgaat. Huidige stand van zaken: In 2000 is het convenant School en Veiligheid afgesloten. De aandacht voor gemaakte afspraken is inmiddels verslapt. Op initiatief van politie en gemeente zal het convenant nieuw leven ingeblazen worden. 11 Aanpak van Wie Hoe Wat Jeugdcriminaliteit Bureau Halt politie HALT Verzorging alternatieve straffen voor jongeren Rol / taken bureau HALT: Het voorzien in Halt- afdoeningen voor jeugd die in aanraking is gekomen met criminaliteit vallend binnen bepaalde criteria. Daarnaast is Halt actief in het aanbieden van deskundigheid aan de partners op het gebied van terugdringen van beginnende jeugdcriminaliteit. Rol / taken politie: Het aanbrengen van jongeren die in aanraking zijn gekomen met criminaliteit binnen bepaalde grenzen om zo d.m.v. een doorverwijzing naar Halt te voorkomen dat zij het verkeerde pad op gaan.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 79 (94) Doelstelling project: Het terugdringen van beginnende jeugdcriminaliteit door repressieve en preventieve activiteiten. Huidige stand van zaken: In 2003 zijn er 66 jongeren woonachtig in de gemeente Nieuwegein naar Halt verwezen, hiervan waren er 53 mannen en 13 vrouwen. Drie van deze jongeren zijn recidivist. Een onderverdeling van strafbare feiten die bovenstaande jongeren gepleegd hebben, laat het volgende beeld zien: Delictomschrijving Aantal Percentage (Winkel)diefstal(in 23 35% vereniging) Baldadigheid 7 11% Wet Wapen en Munitie 6 9% Vernieling/ graffiti 4 6% Vuurwerkdelict 22 33% Overige delicten 4 6% Preventie en voorlichting: In het jaar 2003 hebben medewerkers van Halt in totaal 33 lessen op scholen verzorgd. 12 Aanpak van Wie Hoe Wat Samenhang creëren in lokaal Jeugdbeleid Bureau Jeugdzorg Politie, Vitras, SWN Onderwijs, GGD Kinderopvanginstellingen, leerplicht Netwerk Lokale Aanpak (NLA) Meer samenhang aanbrengen in het (hulp)aanbod aan de jeugdigen in Nieuwegein (0-25 jaar) Rol / taken partners: De partners nemen eens per 6 weken deel aan een bijeenkomst waarbij onderwerpen aan bod komen als probleemsignalering, preventief werken, doorverwijzing, onderlinge samenwerking en hulpaanbod. Binnen het netwerk wordt door de lokale instellingen samen met Bureau Jeugdzorg een werkwijze ontwikkeld met betrekking tot de toeleiding van jongeren ofwel naar een lokale instelling, ofwel richting de jeugdhulpverlening. Doelstelling project: In 2002 is het Netwerk Lokale Aanpak (NLA) van start gegaan. Door structurele samenwerking van de verschillende organisaties wordt hulp en dienstverlening aan jongeren beter op elkaar afgestemd. Hiermee worden gelijke (zo gelijk mogelijke) ontwikkelingskansen gecreëerd waardoor iedere jongere de kans krijgt zich te ontwikkelen tot een zelfstandige burger. Huidige stand van zaken: Het NLA is opgesplitst in een 11- en een 11+ deel. Het NLA 11+ functioneert goed. De meeste aandacht zal de komende tijd uitgaan naar het verder opstarten van het NLA 11-, wat nog onvoldoende in ontwikkeling is.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 80 (94) 13 Aanpak van Wie Hoe Wat Schoolverzuim onder Roma- leerplichtigen Leerplicht,Sociale zaken en Arbeid, politie, scholen, SWN, Vitras, GGD, Raad voor de kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, politie op afroep aanwezig: basisscholen, voortgezet onderwijs ziekenhuis, maatschappelijk werk, volkshuisvesting, Mitros Roma Netwerk Aanpak schoolverzuim Roma Rol / taken partners Het Roma Netwerk komt 10 keer per jaar (2 uur) bijeen om concrete knelpunten te bespreken in de maatschappelijke participatie van de Roma groep. Tevens heeft het netwerk als taak om een optimale samenwerking tussen alle professionals rond de uitvoering van integratie en achterstandenbeleid rond de Roma groep in Nieuwegein (ketenbenadering). De afdeling jeugdzorg bij de politie wil via het Roma Netwerk tijdige, effectieve aanpak zodat jeugdige delinquenten niet verder afglijden om daarmee stelselmatig daderschap op latere leeftijd te voorkomen. Ook wil de Politie meer afstemming en maatwerk in de uitvoering van sancties en maatregelen. De politie zet zich in om binnen 2 jaar alle Roma kinderen structureel naar school te laten gaan en dat zij zich minder schuldig maken aan strafbare feiten. Doelstelling: -verdere verhoging van aantal leerplichtige Roma kinderen -stringente handhaving van leerplicht bij verzuim van leerplichtige kinderen -de instandhouding en verhoging van de schoolgang van 4 12 jarigen -verlaging van het functioneel analfabetisme Huidige stand van zaken (halverwege 2004): - de uitvoeringspraktijk van de afgelopen jaren van het Roma beleid is ingebed in regulier integratie- en achterstandenbeleid - er wordt bekend wie van de deelnemers uit het Netwerk het beheer van het Netwerk op zich gaat nemen - hebben alle permanente Netwerkpartijen een aanwezigheid convenant ondertekend Overige veiligheidsgerelateerde projecten 14 Aanpak van Wie Hoe Wat Verkeersonveiligheid Stadsbeheer Verkeersveiligheidsbeleid Oplossen ergste verkeersknelpunten; Uitwerking Startprogramma Duurzaam Veilig Rol / taken stadsbeheer: Uitvoering geven aan de nota verkeersveiligheid en de daarin opgenomen doestellingen en naar aanleiding van een evaluatie eventueel het beleid of de uitvoering bijstellen of aanpassen.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 81 (94) Doelstelling project: Het creëren en in stand houden van een verkeersveilig wegennet door het realiseren van infrastructurele maatregelen, handhaving, educatie en communicatie. Huidige stand van zaken: Op 2 maart 2000 heeft de gemeenteraad van Nieuwegein de beleidsnota Verkeersveiligheid vastgesteld waarin een drietal doelstellingen werden geformuleerd: Verbeteren van de verkeersveiligheid; Verbeteren van de leefbaarheid; Verzekeren van de bereikbaarheid van de bestemmingen. De wijkverkeersplannen maakten tevens deel uit van deze beleidsnota. In 2001 is een start gemaakt met de uitvoering van het maatregelenpakket welke in 2003 zijn afgerond. Ondanks de goede resultaten naar aanleiding van de gerealiseerde verkeersmaatregelen in de periode van 2001-2003 heeft de gemeente ook veel klachten ontvangen van onder andere burgers, ConneXXion, hulpdiensten en andere belangenorganisaties. In maart 2003 heeft de gemeente dan ook besloten om een onafhankelijk adviesbureau een evaluatie te laten maken inzake de uitgevoerde maatregelen. De gemeenteraad heeft op 16 december ingestemd met het voorstel om de maatregelen aan te passen voortkomend uit de het evaluatierapport. In 2004 zullen er een aantal drempels verwijderd worden, maximumsnelheid op diverse plaatsen aangepast worden, voorrangssituaties gewijzigd worden, aanpassen van de inritdrempels en zullen markering en bebordingen worden aangepast. Er is met name aandacht besteed aan educatie voor kinderen van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Zo wordt er momenteel op het voortgezet onderwijs verkeerseducatie gedoceerd aan de hand van een verkeerseducatieprogramma dat is gefinancierd door de gemeente. Een enthousiaste groep verkeersouders zet zich in voor de verkeersveiligheid van de kinderen van de basisscholen. Jaarlijks voeren zij verschillende projecten uit, zoals verkeersexamens en een project dat ingaat op de gevaren van de dode hoek van vrachtwagens. De verkeersouders worden ondersteund door de gemeente. De trend van een teruglopend aantal letselongevallen in de laatste drie jaar, die geldt voor heel Nieuwegein, is ook terug te zien onder de kinderen van 0 tot en met 17 jaar. Het resultaat van deze activiteiten is moeilijk te meten. Er is een daling van het aantal ongevallen onder jongeren, welke groter is dan de afname van alle letselgevallen in Nieuwegein, de inspanningen op het gebied van gedragsbeïnvloeding lijken dus effect te hebben. 15 Aanpak van Wie Hoe Wat Onveiligheidsgevoelens Criminaliteit Politie Stadswacht Preventief toezicht Rol / taken stadswacht: Door middel van preventief toezicht het bevorderen van het veiligheidsgevoel. Sinds 1 januari 2004 kan door een aantal stadswachten dat hun diploma Buitengewoon Opsporings Ambtenaar heeft gehaald ook repressief optreden worden. Daarnaast hebben zij een toezichthoudende en dienstverlenende taak.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 82 (94) Doelstellingen project: Het creëren van werkgelegenheid voor werkloze werkzoekenden (mensen die vanuit een situatie van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid middels een opleiding en praktijkervaring het perspectief bieden op een plaats op de reguliere arbeidsmarkt); Het optimaliseren van de veiligheid binnen de openbare gebieden (door middel van permanente en preventieve surveillance het gevoel van veiligheid voor de burger vergroten). Huidige stand van zaken: Sterkte: De sterkte op 31 december 2003 waren er 11 stadswachten. Dit is een wederom een daling welke mede veroorzaakt werd door het feit dat er een personeelsstop is op de instroom door de situatie met de In- en Doorstroombanen. Toezicht: Door de stadswachten werd in 2003 toezicht gehouden in de gemeente Nieuwegein en Ijsselstein. In ieder geval was er overdag elk uur een of meerdere koppels stadswachten in het centrum. Ook dit jaar is er toezicht gehouden zoals tijdens de avondvierdaagse, kermis, braderieën, kerstmarkten, weekmarkten, moonlight- en starlightshopping, Sint Nicolaas, parkdagen, wielerronde en Vreeswijk bij kaarslicht. Op diverse terreinen is er ondersteuning verleend aan de politie: o.a. project "niets erin, niets eruit" op het terrein van het Antonius Ziekenhuis, autoluwe zondag, verkeersexamens. Daarnaast is het opruimen voorgezet van de z.g. fietsvervuiling rond City Plaza; per kwartaal worden er wrakken verwijderd. Ook het posten bij banken in het centrum van Nieuwegein in verband met afstorten van gelden van o.a. winkeliers. Ondernemers van City Plaza bellen niet meer de politie als er problemen zijn maar de stadswacht, aangezien deze op openingstijden elk uur op City Plaza aanwezig zijn. Stadswachten hebben diverse aanhoudingen verricht, diverse winkeldieven, vernielers van goederen en openlijke geweldplegers. Ook doen winkeliers steeds meer een beroep op de stadswacht als er een aanhouding moet worden verricht. Dit blijkt uit het feit dat stadswachten 60 keer bij winkeldiefstallen zijn gewaarschuwd. In totaal hebben de stadswachten 6715 mutaties gemaakt. Surveillance-uren: Totaal werden 11207 surveillance-uren gewerkt, waarvan 9714 voor Nieuwegein en de overige uren voor IJsselstein. Projecten: Naast het algemeen toezicht is de stadswacht betrokken geweest bij het "vakantieproject". De woningen van bewoners die op vakantie waren, werden op inbraak gecontroleerd. Voorts is de stadswacht betrokken bij het project Samen Veilig Ondernemen ( Muntplein), de Werkgroep Overlast City Plaza en het auto-inbraak project "Niets erin... niets eruit". 16 Aanpak van Wie Hoe Wat Geweld Onveiligheidsgevoelens Weerbaarheid Politie i.s.m. Regionaal Bureau Veiligheid & Preventie (RBVP) Project Senioren en Veiligheid Contact met senioren in de wijk verbeteren en de door hen ervaren veiligheidsproblematiek aan de orde stellen Rol / taken Regionaal Bureau Veiligheid &Preventie (RBVP): Het begeleiden en coördineren va het project bestaande uit o.a. het verstrekken van informatie en het geven van nuttige tips.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 83 (94) Doelstelling project: Het veiligheidsgevoel onder senioren verbeteren door middel van het geven van informatie in een presentatie en het aanreiken van nuttige tips en materiaal waardoor ouderen zich veiliger voelen. Huidige stand van zaken: Het gevoel van onveiligheid is bij senioren onevenredig hoog. Straatroof, zakkenrollen en veiligheid in en rond de woning zijn de trefwoorden voor deze groep mensen. Om het veiligheidsgevoel bij deze categorie (55 jaar en ouder) te verhogen, is het project Senioren & Veiligheid opgezet en ondergebracht bij het Bureau Veiligheid en Preventie. Een projectleider coördineert de activiteiten. Opzet is om via aanwezige netwerken de senioren informatie te verstrekken waardoor het veiligheidsgevoel toeneemt. Bij presentaties, onder meer in verzorgingstehuizen, krijgen de senioren een boekwerk met tips. Daarnaast is het mogelijk een alarmkaart voor belangrijke adressen en telefoonnummers aan te vragen, sleutelhanger met alarm, handbeursje en een winkelwagenmuntje met geheugensteuntje om geen tassen in het wagentje te laten liggen. Met een videofilm over senioren en veiligheid wordt de presentatie kracht bijgezet. De bijeenkomsten worden gehouden in overleg met de districtelijk Preventie - Specialist en veelal in aanwezigheid van de wijkagent. In de gemeente Nieuwegein worden dit jaar, in overleg met organisaties in het veld (bv. ouderenbonden, buurtcentra, verenigingen) voor de doelgroep 5 informatiebijeenkomsten gehouden. De projectleider van het RBVP ondersteunt en begeleidt de organisatie en uitvoering van deze bijeenkomsten. 17 Aanpak van Wie Hoe Wat Vernielingen (graffiti) Stadsbeheer, politie Stadswacht, Nutsbedrijven, Overheid, Woningbouwcorporaties, particulieren Graffitibeleid Continuering, ontmoediging, preventie, advisering derden, inventarisatie en registratie van graffiti, opsporing dader, Halt afdoening Rol / taken betrokken partners: De rollen en taken worden in het kader van dit project nader bekeken, inclusief de financiële consequenties, en daarna wordt daar verder invulling aan gegeven. Doelstelling project: Het sterk reduceren van vervuiling door graffiti en aanplakbiljetten op zoveel mogelijk plaatsen in de gemeente Nieuwegein te verwijderen. Huidige stand van zaken: 37 benoemde gemeentelijke objecten zoals tunnels, bruggen, viaducten, overbruggingen voor voetgangers en geluidsschermen, worden eens per 3 weken geïnspecteerd en ontdaan van graffiti. Racistische leuzen worden onmiddellijk verwijderd (uiterlijk binnen 24 uur na melding). Nutsbedrijven en het vervoersbedrijf maken hun objecten met regelmaat graffitivrij. Op dit moment wordt onderzocht of een integrale aanpak van de overlast mogelijk is. Hierbij wordt de mogelijke rol van niet-gemeentelijke overheid, woningbouwcorporaties, middenstand / horeca, particulieren, enz. nader bekeken inclusief de financiële consequenties. Goede onderlinge afstemming van graffitibestrijding is noodzakelijk voor een effectieve aanpak en een schoon straatbeeld. Het budget voor 2004 bedraagt 24.322,00 excl. BTW, uitsluitend bestemd voor de benoemde gemeentelijke objecten.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 84 (94) 18 Aanpak van Wie Hoe Wat Onveiligheidsgevoelens Politie Gemeente Politiesurveillanten Ondersteuning gebiedsgebonden politie Rol / taken politie: Het leveren en aansturen van de politiesurveillanten. Rol / taken gemeente: Het inzichtelijk maken van de problematiek in de gemeente waar de surveillanten gericht op ingezet kunnen worden. Doelstelling project: Het bieden van gebiedsgebonden ondersteuning van de politie door de politiesurveillanten. Huidige stand van zaken: Bij de wensen nieuw beleid 1998 is vanaf 1999 54.453,63 structureel beschikbaar gesteld om (2) politiesurveillanten aan te stellen. Het gaat hier om toezichthoudende- en handhavingstaken waaraan de politie niet in die mate kan toekomen als door het gemeentebestuur gewenst wordt (preventie, hulpverlening, toezicht, beperkte mate repressie). De surveillanten werden op de diverse toezichthoudende taakgebieden ingezet, onder andere: - Bestrijding van overlast door honden - Toezicht en controle van stalling van caravans, aanhangwagens en autowrakken - Corrigerend gedrag op het verkeersgedrag van de jeugd (scootercontroles) - Toezicht op de zgn. hotspots in de gemeente Nieuwegein waar overlast door de jeugd plaats vindt In 2003 werden door de politiesurveillanten in totaal 400 processen-verbaal opgemaakt. 19 Aanpak van Wie Hoe Wat Sociale veiligheid Stadsbeheer Nota Tunnels en overbruggingen Sociaal veilig maken van diverse tunnels en overbruggingen. Doelstelling project: In de gemeente Nieuwegein bevinden zich diverse fiets en voetgangerstunnels en viaducten. Deze kunstwerken zijn grotendeels in de jaren 70 van de 20ste eeuw gerealiseerd. Zij vormen de verbindingselementen in de hoofdinfrastructuur tussen de woonwijken onderling. De viaducten verbinden tevens de verschillende woonwijken onderling en deze wijken met de omgeving buiten de gemeente. Een aantal van deze viaducten, die aan de rand van de gemeente zijn gelegen, zijn in eigendom van de provincie en het rijk. De overige kunstwerken zijn in eigendom en beheer bij de sector Stadsbeheer van de gemeente Nieuwegein. Huidige stand van zaken:

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 85 (94) Een groot aantal gemeentelijke kunstwerken, waaronder de tunnels hebben te kampen met diverse vormen van wateroverlast. Naast deze problemen is ook de sociale veiligheid van de tunnels en viaducten niet optimaal. Naar aanleiding hiervan is door Stadsbeheer (in 2000/2001) een inventarisatie gemaakt en een plan van aanpak opgesteld. Dit plan moet leiden tot een verbetering van de sociale veiligheid en het geven van oplossingen met betrekking tot de problematiek wateroverlast en verzakkingen. De resultaten van deze aanpak zijn zichtbaar. Op een aantal plaatsen (zoals bij de tunnel onder de Nedereindseweg) is de wateroverlast terug gedrongen. In het kader van de sociale veiligheid is het verlichtingsniveau in de tunnels aanzienlijk verbeterd, hetgeen de veiligheid ten goede komt. 20 Aanpak van Wie Hoe Wat Sociale Veiligheid Stadsontwikkeling Meldpunt sociale veiligheid Aanpak sociaal onveilige plekken. Doelstelling project: Sociale veiligheid is een breed en veelomvattend terrein. Binnen Nieuwegein is sprake van een integrale aanpak met betrekking tot het omgaan met de sociale veiligheid. Onder sociale veiligheid wordt verstaan: een omgeving maken waar men zich vrij van de dreiging van of een confrontatie met geweld kan bewegen. Het begrip sociale veiligheid kent twee kanten: de onveiligheidsgevoelens en de werkelijke onveiligheid. Informeel toezicht, persoonlijke controle en het imago van het gebied zijn factoren die kunnen bijdragen aan meer veiligheid. Huidige stand van zaken: In de periode 2003 is binnen een aantal projecten de sociale veiligheid uitvoerig aan de orde geweest. Het sociaal veiligheidsbeleid is geïntegreerd opgepakt bij reconstructie en nieuwbouwprojecten, zoals de herinrichting omgeving nieuwbouw obs De Toonladder / Lohengrinhof, Lekbloulevard / Hoog- Zandveld (zuid) en Vreeswijk noord. Daarnaast wordt bij de actualisering Bestemmingsplannen in een eigen paragraaf aandacht besteed aan het aspect Sociale Veiligheid. Hierbij wordt nader ingegaan op de onderdelen: - vrijliggende groenvoorzieningen, - langzaamverkeersroutes, - buurtbeheer en - jeugdopvang. Het ConneXXion project Aanpassing en vernieuwing van de tramhalteplaatsen wordt in 2005 afgerond, met de aanpak van de halteplaatsen Nieuwegein-zuid en Merwestein. 21 Aanpak van Wie Hoe Wat Voorkoming (drugs) overlast Aantasting van het woon- en leefklimaat Politie Bestuur Coffeeshopbeleid Vestiging één coffeeshop Rol / taken politie: Het handhavend optreden indien een ander verkooppunt ontstaat dan de coffeeshop waar de gedoogverklaring aan is afgegeven. Rol / taken bestuur:

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 86 (94) Het toetsen van de aanvragen aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria en het afgeven van een gedoogverklaring. Doelstelling project: Om de overlast als gevolg van handel in en gebruik van soft drugs beheersbaar te maken, heeft de gemeenteraad van Nieuwegein in zijn vergadering van 22 mei 2003 (2002-366) besloten het nulbeleid zoals vastgelegd bij besluit van 29 januari 1998 (1997-580) te verlaten en zich uit te spreken vóór het vestigen van één coffeeshop binnen de gemeente Nieuwegein. Stand van zaken: De besluitvorming omtrent de vestigingscriteria heeft in december 2003 plaatsgevonden. Aan de hand daarvan konden er aanvragen ingediend worden voor het in aanmerking komen van een gedoogverklaring. De binnen gekomen aanvragen zijn momenteel in behandeling. 22 Aanpak van Wie Hoe Wat Gerelateerde vormen van criminaliteit a.g.v. gokverslaving door kansspel automaten Welzijn Kansspel automatenbeleid Het streven is, om de kans dat jongeren in aanraking komen met fruitautomaten te beperken Rol/taken welzijn: Het uitvoeren van het gemeentelijk speelautomatenbeleid wat er toe strekt het aanbod van de kansspelautomaten (gelduitkerende speelautomaten) uit oogpunt van volksgezondheid, openbare orde en de bescherming van de jeugd te reguleren. Het streven is, om de kans dat jongeren in aanraking komen met fruitautomaten te beperken. In laagdrempelige inrichtingen zoals snackbars en sportkantines worden daarom kansspelautomaten geweerd en in hoogdrempelige inrichtingen zoals cafés en restaurants zijn het aantal automaten beperkt tot twee. Het beleid wordt in 2003 en 2004 voortgezet en er zal rekening gehouden worden met gewijzigde jurisprudentie op dit gebied. Doelstelling project: Het aanbod van kansspelautomaten reguleren om hiermee de kans dat jongeren in aanraking komen met die automaten te verkleinen. Stand van zaken: Volgens informatie van de afdeling Samenlevingsvoorzieningen (vergunningverlening Wet op de Kansspelen) waren er in 2003 in totaal 108 kansspelautomaten in de gemeente aanwezig; 79 in automatenhal Fortuna aan de Kapittelstede, 29 in diverse horecagelegenheden. Daarnaast waren er tevens 11 behendigheidsautomaten. De daling, die vorig jaar verwacht werd, heeft ook plaatsgevonden. 23 Aanpak van Wie Hoe Wat Autocriminaliteit Politie i.s.m. Regionaal Bureau Veiligheid & Preventie (RBVP) Project: Niets erin... Niets eruit!!! Door gedragsbeïnvloeding van de autogebruiker het aantal diefstallen uit de auto te reduceren

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 87 (94) Rol / taken RBVP: Het formeren van preventieteams die de meest kwetsbare parkeergelegenheden bezoeken en daar de auto s controleren. Doelstelling project: Het bewerkstelligen van een gedragsverandering bij automobilisten om daarmee het aantal autoinbraken terug te dringen. Huidige stand van zaken: Het aantal auto-inbraken is in de afgelopen jaren explosief gestegen. In veel gevallen geldt gelegenheid maakt de dief. Immers vaak is sprake van een auto-inbraak, omdat (kostbare) spullen als autotelefoons, laptops en waardepapieren in het zicht liggen. Met het oog op dit gegeven is de actie Niets er in...niets er uit! opgezet. Daarvoor zijn teams van preventieadviseurs geformeerd, die dagelijks bij de meest kwetsbare parkeergelegenheden in de regio Utrecht langsgaan. Automobilisten, die op zichtbare plaatsen in hun voertuig waardevolle spullen hebben liggen, worden hierop geattendeerd. Doel is gedragsbeïnvloeding om zo het aantal auto - inbraken terug te dringen. In de gemeente Nieuwegein is in 2000 sprake geweest van een stijging in inbraken in auto s. In ruim 26 % van de auto s was een voor auto-inbreker attractief goed (zichtbaar) aanwezig. Inmiddels is dit percentage gedaald naar 11,8 % wat blijkt uit een meting in september 2002. De aanpak richt zich op een viertal locaties in de gemeente, te weten het Antonius ziekenhuis, Cityplaza, Poort van Nieuwegein en de Blokhoeve (NBC). In 2002 werden 1471 auto inbraken gepleegd, in 2003 was dit aantal gedaald naar 1115. In totaal zijn er in het jaar 2003 29640 voertuigen gecontroleerd, hiervan waren er 26061 in orde, 74 waren niet afgesloten en 3505 (11,8 %) voertuigen hadden een buit in zicht liggen. Jaar Aantal aangiftes auto-inbraak 2000 1660 2001 1622 2002 1484 2003 1115 2004 892 (t/m 31-08-04) Door structureel te controleren op inbraakgevoelige locaties wordt uitvoering gegeven aan de preventie aanpak Niets erin. Niets eruit.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 89 (94) Evaluatie actiepunten 2003 Bijdrage Regionaal Projectbureau Veiligheid&Preventie...91 Verspreiding bewaarkaarten huis aan huis...91 Voorlichtings-project Way Out...92 Kortlopende projecten...92 Werkgroep overlast City Plaza...93 Project Hofweide...93 Uitbrengen van de veiligheidswijzer...94 Pilot project Burgernet...94

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 91 (94) Jaarlijks is er voor veiligheidsprojecten een budget vastgesteld van 56.900,-. Vanuit dit budget wordt zowel interne als externe veiligheidsprojecten benoemd. Elk jaar dienen gemeentelijke afdelingen en externe partners projecten in die als doel hebben de veiligheid en leefbaarheid in Nieuwegein te vergroten. Dit zijn projecten die variabel zijn in omvang en kosten, waarbij opgemerkt dient te worden dat het budget niet zodanig is geoormerkt dat alleen externe projecten mogen worden uitgevoerd. Zoals in het voorgaande hoofdstuk blijkt, lopen er binnen de gemeentelijke organisatie op het onderdeel veiligheid, aanzienlijk veel projecten. Om deze projecten goed te begeleiden dan wel coördineren is er een bepaald budget nodig. Het huidige budget schiet daarin tekort wat ertoe zou leiden dat bepaalde projecten uitgesteld dienen te worden of in het ergste geval niet uitgevoerd kunnen worden. Bij de behandeling van de voorjaarsnota 2003 is besloten een deel van voornoemd budget te besteden aan diverse (noodzakelijk geachte) projecten. De kosten die verbonden zijn aan de extra inzet voor veiligheidsprojecten zijn op jaarbasis 24.900,-. Voorbeelden van projecten zijn het intensiveren van het project Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Nieuwegein (project 2 van de lopende projecten), de begeleiding en coördinatie van de projecten rondom de overlast op City Plaza en de Hofweide (project 5 en 6 van de actiepunten) en het pilotproject Burgernet (project 8 van de actiepunten). Door de diverse veiligheidspartners zijn op basis van de gegevensverzameling 2002 alsmede op basis van eigen waarneming / signalen de volgende actiepunten naar voren gebracht. Evaluatie actiepunten 2003 1 Aanpak van Wie Hoe Criminaliteit (algemeen) B&W Politie Bijdrage Regionaal Projectbureau Veiligheid&Preventie Het Regionaal Bureau Veiligheid & Preventie biedt op een verantwoorde wijze en aantrekkelijke prijs verschillende preventie producten en diensten aan. Dit zijn producten die zich richten op de bestrijding van de gekozen beleidsspeerpunten, zoals woninginbraak, diefstal uit / vanaf auto's, winkelcriminaliteit en bedrijfsinbraak. De gemeente Nieuwegein neemt over de afgelopen jaren een groot deel van deze producten af (zie boven onder overzicht lopende acties, projecten, initiatieven ) Deze projecten zijn veelal van dien aard (grootschalig, aansluitend op landelijke / regionale publiciteit, brede kennis en ervaring e.d.) dat zij vrijwel niet of met zeer veel moeite door en /of vanuit de gemeente op zichzelf zouden kunnen worden geïnitieerd, gefinancierd of ontwikkeld. De continuering van het bureau is dan ook zinvol en aanbevelingswaardig. 2 Aanpak van Wie Hoe Voorlichting rampenbestrijding Gemeente Verspreiding bewaarkaarten huis aan huis Zoals bekend fungeert Radio M Utrecht tevens als rampenzender. Onlangs is de frequentie van deze zender veranderd. Om de frequentiewijziging bij een zeer breed publiek onder de aandacht te brengen, heeft de gemeente Nieuwegein, net als vele andere gemeenten, besloten de zogenaamde bewaarkaarten (met daarop de tekst: wat te doen als de sirene gaat) te bestellen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is van belang deze bewaarkaarten huis aan huis te verspreiden zodat iedere

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 92 (94) burger in de gemeente Nieuwegein weet wat hij of zij moet doen als de sirene gaat. Eind van dit jaar zullen de bewaarkaarten verspreid worden. 3 Aanpak van Wie Hoe Bijdrage Vandalisme geweld (uitgaan / stappen) Oosterlicht College Voorlichtingsproject Way Out 1000,- Doelstelling: Het geven van voorlichting op scholen een jongeren met betrekking tot het thema stappen/uitgaan. Stand van zaken: In het kader van preventie op scholen (veiligheid in en om school) organiseert het Oosterlicht College t.b.v. de derde klassen (± 350 leerlingen) het voorlichtingsproject de kunst van het stappen / Way Out. Het betreft hier een voorlichtingsproject met als thema uitgaan / stappen (aspecten m.b.t. uitgaan zoals vandalisme, geweld, alcohol en drugs). In 2002 en 2003 heeft het voorlichtingsproject plaatsgevonden. Zowel de docenten als de leerlingen hebben het project als zeer zinvol en leerzaam ervaren. De bijdrage van de gemeente werd gebruikt om lesmateriaal voor de leerlingen te verzorgen evenals een docentenhandleiding en een video. 4 Aanpak van Wie Hoe Bestrijden van overlast in wijken Programma s & Projecten (P&P) WGS Kortlopende projecten Rol / taken P&P: Advisering over in te zetten opbouwwerkmethoden. Rol en taken WGS: Het signaleren van probleemsituaties en verzorgen van de intake (ook van meldingen van derden w.o. woningcorporaties, politie en opbouwwerk) en is verantwoordelijk voor de uitvoering. Doelstelling project: Flexibel budget om via ondersteuning door extra (innovatieve) opbouwwerkmethoden overlast te kunnen bestrijden. Doel is om het contact tussen (groepen) bewoners tot stand te brengen en daarmee het zelfoplossend vermogen om met dergelijke situaties om te gaan, te versterken. Stand van zaken: T.a.v. Hoogzandveld loopt contact over het uitvoeren van een buurtsoap na de opening van het jongerencafé in buurthuis De Spil. Dit is een interactief theaterspel met buurtbewoners om ze te leren omgaan met situaties zoals overlast. Overlast is vaak problematisch omdat het om geëscaleerde verhoudingen gaat doordat communicatie over dat gedrag achterwege is gelaten. Door de overlastbezorgende groep hierin te betrekken wordt de onderlinge communicatie versterkt. Een andere wijk waar waarschijnlijk actie op wordt ondernomen, is Fokkesteeg (Geinse hof), op dit moment wordt nagedacht over de vorm waarin dit gegoten gaat worden.

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 93 (94) 5 Aanpak van Wie Hoe Bestrijden van overlast rondom de tramhalte van City Plaza Gemeente, politie, stadswacht, Corio, winkeliersvereniging, de Kom, SWN en bewoners Werkgroep overlast City Plaza Algemeen: Rond de tramhalte van City Plaza en het nabij gelegen basketballveldje wordt er door zowel het bedrijfsleven als de bewoners van Nieuwegein overlast ervaren. De overlast heeft diverse oorzaken: onder meer de grote hoeveelheid zwerfvuil, fout geparkeerde auto s en rondhangende jongeren. Bovenstaande partijen hebben samenwerking gezocht om maatregelen voor te bereiden die de overlast terug moeten dringen. Deze samenwerking vindt plaats op initiatief van de gemeente. Doelstelling project: Het terugdringen van de diversen soorten overlast rondom de tramhalte van City Plaza en het nabijgelegen basketballveldje en rosarium middels een goede integrale samenwerking tussen alle betrokken partijen. Stand van zaken: Door een goede samenwerking is al een aantal zaken bereikt. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het verdrievoudigen van het schoonmaken tussen de rails. Het schoonmaken van het perron vindt dagelijks plaats, zijn er bankjes weggehaald, lichtmasten geplaatst, bossages gesnoeid en betonpaaltjes geplaatst en hebben de controleurs van ConneXXion meer bevoegdheden. Momenteel wordt onderzocht of de schoonmaakfrequentie van het schoonmaken tussen de rails nog verder opgevoerd kan worden of dat er andere structurele maatregelen getroffen kunnen worden. Dit aangezien zelfs het verdrievoudigen van de frequentie nog niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. 6 Aanpak van Wie Hoe Overlast Hofweide Gemeente, politie Project Hofweide Algemeen Sinds enige tijd zijn er problemen van diverse aard rondom de Hofweide. Aangezien de problemen thuishoren bij verschillende afdelingen en het niet integraal opgepakt werd, is besloten een plan van aanpak te schrijven. Doel van het project is om het probleem met al zijn facetten integraal op te pakken en ieders verantwoordelijkheden vast te leggen in een plan van aanpak. Dit om de problemen te structureren en terug te brengen naar een acceptabel niveau dan wel op te lossen. Doelstelling project: De ontstane overlast terugbrengen naar een acceptabel niveau en illegale situaties terug te (laten) brengen in de oorspronkelijke staat. Stand van zaken: De diverse vormen van overlast en illegale situaties met veiligheidsaspecten in de zin van openbare orde zijn in kaart gebracht en zijn uitgezet bij de diverse afdelingen waar de handhaving hiervan

Raadsnummer 2004-425 Versie 001 Datum 19 oktober 2004 94 (94) dient plaats te vinden. Deze trajecten zijn in gang gezet en de meeste zijn inmiddels met goed gevolg afgerond. 7 Aanpak van Wie Hoe Bredere voorlichting omtrent veiligheid Gemeente Uitbrengen van de veiligheidswijzer Algemeen Op het gebied van veiligheid zijn er een tal van zaken die de aandacht behoeven, voorbeelden hiervan zijn onder andere veiligheid in het huis, veiligheid op straat en veiligheid in het verkeer. De veiligheidswijzer beoogt de burgers van Nieuwegein te informeren over een tal van aspecten omtrent veiligheid. Het informatieboekje zal huis-aan-huis verspreid worden onder alle bewoners van de gemeente Nieuwegein. Doelstelling project: Het voorlichten van de burgers over vele relevante facetten van veiligheid. Stand van zaken: De verspreiding van de veiligheidswijzer heeft in april 2004 plaatsgevonden. Het boekje is, voor zover wij dat vernomen hebben, goed ontvangen en wordt door een aantal mensen gebruikt als naslagwerk naast de gemeentegids en wordt zelfs bij de pakketten van nieuwe inwoners gevoegd. Er heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden en naar aanleiding daarvan zijn er afspraken gemaakt voor in ieder geval nog vijf edities van de veiligheidswijzer. Volgend jaar zal er dus weer een veiligheidswijzer uit komen. 8 Aanpak van Wie Hoe Criminaliteit en betrokkenheid burgers vergroten Politie, gemeente Pilot project Burgernet Doelstelling van project: Het project Burgernet behelst veiligheid als een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving, meer handen en voeten te geven. Het middel daartoe is een werkwijze waarbij tijdens incidenten burgers en de politie nauwer samenwerken door interactief met elkaar te communiceren volgens het Burgernetconcept. Stand van zaken: Na de startbijeenkomst zijn er meer aanmeldingen binnen gekomen dan verwacht. Als minimale eis waren 400 deelnemers nodig om het project te kunnen starten, dit zijn er nu inmiddels ruim 1500. Tot nu hebben er vijftien Burgernet acties plaatsgevonden, allen zijn goed verlopen, maar hebben helaas niet geleid tot het aanhouden van de verdachte. In het voorjaar van 2005 zal er een evaluatie plaatsvinden en zal bekeken worden of het project mogelijk landelijk ingevoerd zou kunnen gaan worden.