Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU VLOER Meisjes / Jongens Oefeningen 1, 2, 3
SPECIFIEKE RICHTLIJNEN VLOER E-niveau (meisjes/jongens): Algemeen: - De vloeroefening is een verplicht toestel op de wedstrijden recreatief toestelturnen, en moet dus door elke gymnast geturnd worden. Gebeurt dit niet, dan volgt een nulscore voor dit toestel, zowel voor de ploegenranking als voor de individuele ranking. - De oefening wordt uitgevoerd op een verende lange mat van 12-14m lengte (vering niet-officieel) - De oefening wordt uitgevoerd zonder muziek. - Er zijn geen tijdslimieten (min. of max. duur) voor de vloeroefening - De tekst (volledige bewegingsbeschrijving en technische vereisten per element) is steeds bepalend voor een correcte uitvoering en vormt het uitgangspunt voor jurering; de tekeningen gelden enkel ter illustratie! Het is mogelijk dat de richting van de tekening niet overeenkomt met de gevraagde richting in de tekst; ook hier is de tekst steeds bepalend! - De oefeningen komen grotendeels uit het oefenprogramma 'Basisgym', of zijn ervan afgeleid. - Alle vloeroefeningen zijn opgebouwd uit zowel acrobatische als gymnastische elementen. Daarnaast werden ook zgn. 'conditie-elementen' opgenomen (kracht, lenigheid, vormspanning, kaatsen en Schnepper). Deze komen vooral uit het gedeelte 'Technische en Fysieke Voorbereiding' van 'Basisgym'. - Bij sommige elementen is er een keuze voor uitvoeringswijze, dit wordt aangeduid met een vermelding OF. Zowel meisjes als jongens mogen dus kiezen welke uitvoering ze zullen turnen. - Bepaalde elementen worden opgesplitst in een element meisjes en een element jongens. Het is niet toegestaan dat een meisje de uitvoeringswijze jongens turnt, en vice versa. Indien dit toch gebeurt, wordt het element als niet-uitgevoerd aanzien, met bijhorende aftrek. Keuze oefening, samenstelling en inhoud: - De gymnast mag kiezen uit oef. 1 (startwaarde 8p), oef. 2 (startwaarde 9p) of oef. 3 (startwaarde 10p). De keuze is onafhankelijk van het geturnde niveau aan de overige toestellen. Het is een gymnast niet toegestaan een oefening uit niv. D te turnen (oef. 4 of oef. 5) ; indien deze dit wel doet, volgt een nulscore voor die oefening! De gekozen oefening wordt vooraf aan de jury gemeld! Indien de vermelde oefening niet strookt met de geturnde oefening, dan geldt een aftrek van 1,0p op de startwaarde. - De samenstelling van de oefening is volledig opgelegd, d.w.z.: Er zijn 10 voorgeschreven elementen, die allemaal moeten geturnd worden. Indien een element weggelaten wordt, geldt volgende aftrek:?? Indien de gymnast slechts 9 elementen turnt: een aftrek van -1,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 8 elementen turnt: een aftrek van -2,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 7 elementen turnt: een aftrek van -3,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 6 elementen turnt: een aftrek van -4,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 5 elementen turnt: een aftrek van -5,0p op de startwaarde.?? Indien de gymnast slechts 4 elementen turnt: een aftrek van -6,0p op de startwaarde. 2
?? Indien de gymnast slechts 1, 2 of 3 elementen turnt, geldt een startwaarde van 2,00p voor de totale oefening (ongeacht de oorspronkelijke startwaarde). Hiervan wordt ook nog de aftrek voor fouten afgetrokken. De volgorde van deze 10 voorgeschreven elementen is vastgelegd. De gymnast mag deze volgorde niet veranderen; in geval van wijziging volgt een aftrek van 0,5p per keer De richting waarin de elementen geturnd worden is opgelegd, d.w.z. dat een gymnast het aantal voorgeschreven matlengtes en -richtingen dient te respecteren. Indien die niet gebeurt, volgt een aftrek van 0,10p per keer dat er afgeweken wordt. De gymnasten mogen op een vrije manier de elementen met elkaar verbinden. De elementen kunnen ofwel direct na elkaar uitgevoerd worden, ofwel verbonden worden door extra choreografische verbindingen toe te voegen (een of meerdere stappen, bijtrekpassen, of choreografische elementen ter plaatse of in verplaatsing, vb. golfbeweging, dansante beweging, ) Deze leiden niet tot extra punten, noch tot bestraffing, maar dienen enkel om de oefening esthetischer, vloeiender en persoonlijker te maken. Er zijn géén bonuselementen in niveau E van toepassing. De startwaarde kan niet verhoogd worden door toevoeging van extra elementen. 3
Vloer E-niveau: oefening 1 (startwaarde 8p.) Opgelegde combinatie van 10 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde en werkrichting, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) jongens meisjes Lengte 1: 1 2 3 4 5 jongens en of meisjes Lengte 2: 6 7 8 9 10 4
Schematische voorstelling van de combinatie (richting waarin geturnd moet worden): OEFENING 1: Lengte 1: A 1 2 3 4 5 B 1 Kaatssprongen ter plaatse 5x 2 Koprol voorwaarts 3 Opzwaai tot handstand 4 Strekking van de schouders vanuit kniestand 5 Been hoog voorwaarts zwaaien (jongens) / kattensprong (meisjes) Lengte 2: A 10 9 8 7 6 B 6 Koprol achterwaarts 7 Voorligsteun en bijspringen tot hurkstand 8 Spreidzit met rechte rug 9 Radslag vanuit stand 10 Streksprong met ½ draai (jongens) / halve pirouette (meisjes) 5
Beschrijving van de elementen, vloer E-niveau, oefening 1: Lengte 1: Strekstand aan begin van de mat bij punt A, aangezicht richting punt B. Met vrijwel gestrekte knieën kleine hupjes ter plaatse maken door de voeten krachtig uit te strekken: "kaatsen" - de knieën maken vrijwel geen buig-strek beweging - kort contact met de vloer maken - de armen blijven afwaarts - de voetwreven telkens volledig uitstrekken - lichaam blijft volledig opgespannen met aandacht aan rechte rug! - 5x opkaatsen 1. kaatssprongen ter plaatse 5x Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). Hurkstand met aangezicht naar punt B, armen horizontaal voorwaarts gestrekt; handen plaatsen, zitvlak heffen en nek plaatsen tussen handen; afrollen van schouders naar zitvlak in bolletje; eindigen in hurkstand, armen voorwaarts - Beginnen en eindigen in hurkstand - Rechtkomen zonder handensteun - Vloeiende beweging zonder stuiteren - Lichaam blijft heel de beweging in klein bolletje - Rechte rol uitvoeren 2. Koprol voorwaarts Uitstrekken tot strekstand. Vervolgens enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 6
Strekstand met armen opwaarts (aangezicht naar punt B); grote uitvalspas voorwaarts en handen ver op de mat plaatsen; zwaaibeen opwaarts zwaaien tot verticaal, afstootbeen volgt snel en sluit bij; met gestrekt lichaam 1 tel op de handen staan; terugkeren been per been tot voorlingse spreidstand met armen opwaarts - Er wordt beheerst naar handstand opgezwaaid en teruggekeerd met 1 been - De armen blijven de hele beweging naast de oren - De benen zijn gestrekt tijdens de opzwaai, de handstand en het neerkomen - De gymnast kijkt naar eigen handen - De rug is recht (geen overstrekking!) met het bekken achterover gekanteld - Het lichaam is helemaal in vormspanning en uitgestrekt - 1 tel in handstand staan 3. Opzwaaien tot handstand (en terugkeren tot stand) Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). Komen tot kniestand op een vrije manier, aangezicht naar punt B. Vanuit kniestand de handen ver voorwaarts op de mat plaatsen; het zitvlak opwaarts houden en terwijl de schouders neerwaarts drukken met gestrekte rug tot de schouderhoek meer dan 180 bedraagt en de oksels de mat raken of benaderen. 4. Strekking van de schouders vanuit kniestand 2 - het zitvlak boven de knieën houden - de armen blijven gestrekt - de rug blijft recht - de schouders zakken diep, oksels max. 5 cm boven de mat - 2 aanhouden Op een vrije manier tot strekstand komen. Vervolgens enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 7
JONGENS Strekstand met aangezicht naar punt B, armen opwaarts; 1 stap op rechtervoet voorwaarts zetten en tegelijk armen zijwaarts brengen; vervolgens linkerbeen voorwaarts tot minimum horizontaal zwaaien. Been neerlaten en 1 stap op linkervoet en vervolgens rechterbeen linkerbeen voorwaarts tot minimum horizontaal zwaaien; been neerlaten en linkervoet aansluiten tot strekstand met armen opwaarts. UITVOERING JONGENS 5. Stap - zwaai linkerbeen hoog voorwaarts - stap - zwaai rechterbeen hoog voorwaarts - De benen zijn de hele oefening gestrekt - Bij het stappen: eerst de teen en dan de hiel plaatsen OF uitvoeren op tenen - Been moet telkens tot minimum horizontaal (of hoger) gezwaaid worden - De romp blijft rechtop tijdens het zwaaien - Been beheerst neerlaten (niet neer laten vallen) MEISJES Vanuit strekstand met aangezicht naar punt B: Bijtrekpas links voor maken en vervolgens rechterknie heffen, opspringen en in de lucht linkerknie opwaarts brengen, landen op rechtervoet en opnieuw bijtrekpas links voor maken; voeten aansluiten en eindigen in strekstand, armen zijwaarts (of symmetrisch) UITVOERING MEISJES 5. Bijtrekpas - kattensprong - bijtrekpas - aansluiten - de knieën worden afwisselend tot minimum heuphoogte geheven tijdens de kattensprong - de bijtrekpassen worden vloeiend met de kattensprongen verbonden - de tenen zijn gestrekt tijdens de sprongen - de sprongen worden met grote amplitude uitgevoerd (hoogte, virtuositeit, ) - De armen blijven steeds zijwaarts Vervolgens enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 8
Lengte 2: Hurkstand met aangezicht naar punt B, armen gebogen met handen naast de oren, handpalmen opwaarts gericht; evenwichtsverlies naar achter met de kin op de borst afrollen van zitvlak naar de schouders in een bolletje; handen plaatsen en krachtig duwen; voeten plaatsen, armen volledig uitstrekken en komen tot hurkstand met armen voorwaarts horizontaal 6. Koprol achterwaarts - Beginnen en eindigen in hurkstand - Over het hoofd rollen (niet over schouder) - Rechtkomen zonder knieën te plaatsen - Vloeiende beweging zonder stuiteren - Lichaam blijft heel de beweging in klein bolletje - Rechte rol uitvoeren Vervolgens beheerst de handen op de mat plaatsen en op een vrije manier komen tot voorligsteun met aangezicht naar punt B. Let op: de hurkstand moet eerst duidelijk zichtbaar zijn alvorens de handen te plaatsen!!! Handen- en voetensteun (aangezicht naar punt B) met schouders boven de handen; lichaam volledig opgespannen; de rug is licht bol met rechte onderrug; Hierna ophurken tot hurkstand, d.w.z. via een kleine overstrekking in de heup met beide voeten tegelijk afstoten, zitvlak heffen en benen buigen en komen tot hurkstand. EN 7. Voorligsteun 2 én bijspringen tot hurkstand Voorligsteun: - rug is rond, onderrug zakt niet door, het hoofd is neutraal - armen en benen zijn gestrekt - de voeten steunen op de wreef óf op de (gekrulde) tenen (naar keuze) - schouders bevinden zich boven de handen - er is geen hoek in de heupen, noch overstrekking van het lichaam - 2 aanhouden Bijspringen: - enkel licht overstrekken in de heup, niet door de rug zakken - voeten raken de mat niet tijdens het bijspringen - armen blijven gestrekt - een vlotte en ruime beweging maken 9
Vervolgens op een vrije manier tot spreidzit komen met aangezicht naar punt B. Zijwaartse spreidzit met aangezicht naar punt B; de handen kort achter de rug steunen op de vloer en de rug rechten Uitvoering 1 8. Spreidzit met rechte rug 2 OF 9. Radslag, vanuit stand (uitvoering naar keuze) Uitvoering 2 - de benen en voeten zijn gestrekt met de knieën opwaarts gericht (nooit binnenwaarts!) - spreiding van de benen bedraagt minimum 90 - de onder- én bovenrug moeten uitgestrekt zijn (geen bolle rug) - 2 aanhouden Na dit element komt de gymnast op een vrije wijze tot stand, en maakt ½ draai tot strekstand met aangezicht naar punt A. Uitvoering 1: Strekstand met 1 voet voorwaarts geplaatst; grote stap voorwaarts zetten en achtereenvolgens de handen vér op de mat plaatsen met vingers dwars op bewegingsrichting gedraaid; benen achtereenvolgens vertikaal gestrekt en gespreid over het hoofd zwaaien en ze aan de andere zijde een voor een neerplaatsen; lichaam oprichten en kijken naar beginpunt OF Uitvoering 2: vanuit strekstand zijdelingse grote uitval en achtereenvolgens de handen vér op de mat plaatsen met vingers dwars op bewegingsrichting gedraaid; benen achtereenvolgens vertikaal gestrekt en gespreid over het hoofd zwaaien en ze aan de andere zijde een voor een neerplaatsen; lichaam oprichten en eindigen in dezefde richting als bij vertrek - Radslag uitvoeren in 4 -tellen-ritme: achtereenvolgens de dichtstbijzijnde hand - de verste hand - de voet van het zwaaibeen - de voet van het afstootbeen plaatsen - Lange radslagbeweging maken (grote stap en handen ver zetten) - de benen worden gestrekt en gespreid over het hoofd gezwaaid - de armen zijn gestrekt - de rug blijft uitgestrekt tijdens de handstandfase - eindigen met het aangezicht naar beginpunt (uitv. 1) / zijdelings (uitv. 2)) 10
Vervolgens komen tot strekstand met aangezicht naar punt B. Hierna enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). JONGENS Strekstand met aangezicht naar punt B, armen afwaarts; opspringen ter plaatse, armen opwaarts zwaaien en een halve draai (180 ) uitvoeren; landen in halve buigstand en terug tot strekstand komen UITVOERING JONGENS 10. Strekprong met ½ draai - het lichaam is in vormspanning met rechte rug - vlotte draaibeweging in de lucht - landing in evenwicht met aangezicht naar punt A - 180 draai uitvoeren MEISJES Uitvalstand voorwaarts links met aangezicht naar punt B, gewicht op linkerbeen; linkerarm gebogen voor het lichaam, rechterarm gestrekt zijwaarts; steun nemen op linkervoet, linkerarm zijwaarts zwaaien en rechterbeen buigen met voet aan linkerknie; ½ draai linksom uitvoeren hoog op tenen en armen opwaarts brengen; na de halve draai wordt de rechtervoet voor de linkervoet geplaatst en de armen zijwaarts geopend, linkervoet plat zetten (of symmetrisch) UITVOERING MEISJES 10. ½ Pirouette met vrije been gebogen - het lichaam is in vormspanning met rechte rug - hoog op de tenen draaien - standbeen is gestrekt tijdens de draai - vlotte draaibeweging - eindigen in evenwicht met aangezicht naar punt A - 180 draai uitvoeren 11
Vloer E-niveau: oefening 2 (startwaarde 9p.) Opgelegde combinatie van 10 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde en werkrichting, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) Jongens Jongens Meisjes Meisjes of Lengte 1: 1 2 3 4 Lengte 2: 5 Lengte 3: 6 7 8 9 10 12
Schematische voorstelling van de combinatie (richting waarin geturnd moet worden): OEFENING 2: Lengte 1: A 1 2 3 4 B 1 Streksprong - kleine zweefrol - streksprong 2 Schaarsprong uit stap (jongens) / met bijtrekpas (meisjes) 3 Handstand doorrol 4 Van zit naar ruglingse steun (jongens) / Strek-hurkstreksprong (meisjes) Lengte 2: A 5 B 5 Aanloop radslag-opsprong-radslag Lengte 3: A 6 7 8 9 10 B 6 Koprol achterwaarts tot voorligsteun 7 Voorligsteun: kaatsen op handen, breder en smaller 8 Grote spreidzit, romp voorwaarts tot ellebogensteun 9 Koprol voorwaarts gespreid - koprol gesloten 10 Streksprong met 1/1 draai 13
Beschrijving van de elementen, vloer E-niveau, oefening 2: Lengte 1: Strekstand aan begin van de mat bij punt A, aangezicht richting punt B. Streksprong maken, landen met de armen opwaarts, lichtjes afstoten en een kleine zweefrol maken met uitstrekken van de benen tijdens de rolfase; opnieuw streksprong maken; - Het lichaam is helemaal gespannen tijdens de streksprongen met de armen naast de oren - De afstoot naar zweefrol begint steeds met de armen opwaarts - Tijdens de rol worden de benen volledig uitgestrekt - Er is een kleine zweeffase te zien (korte vlucht alvorens te rollen) - Vlotte aaneenschakeling van de streksprongen met de zweefrol Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 1. Streksprong - kleine zweefrol - streksprong JONGENS Een stap op linkervoet maken met armen zijwaarts en vervolgens rechterbeen gestrekt heffen, opspringen en in de lucht linkerbeen opwaarts brengen, landen op rechtervoet en opnieuw een stap op linkervoet maken; voeten aansluiten en eindigen in strekstand, armen opwaarts (of symmetrisch) UITVOERING JONGENS 2. Schaarsprong uit stap - de benen worden afwisselend tot minimum heuphoogte geheven tijdens de schaarsprong - de bijtrekpassen worden vloeiend met de schaarsprongen verbonden - de benen en tenen zijn gestrekt tijdens de sprongen - de sprongen worden met grote amplitude uitgevoerd (hoogte, virtuositeit, ) - De armen blijven steeds zijwaarts 14
MEISJES Bijtrekpas links voor maken en vervolgens rechterbeen gestrekt heffen, opspringen en in de lucht linkerbeen opwaarts brengen, landen op rechtervoet en opnieuw een bijtrekpas maken; voeten aansluiten en eindigen in strekstand, armen opwaarts (of symmetrisch) UITVOERING MEISJES 2. Bijtrekpas - schaarsprong - bijtrekpas - aansluiten - de benen worden afwisselend tot minimum heuphoogte geheven tijdens de schaarsprong - de bijtrekpassen worden vloeiend met de schaarsprongen verbonden - de benen en tenen zijn gestrekt tijdens de sprongen - de sprongen worden met grote amplitude uitgevoerd (hoogte, virtuositeit, ) - De armen blijven steeds zijwaarts Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). Vanuit strekstand een grote uitvalspas voorwaarts maken met armen naast de oren; handen ver op de grond plaatsen en achterste been krachtig opwaarts zwaaien; afstootbeen bijbrengen tot handstand; lichaam volledig uitstrekken en opspannen; evenwichtsverlies naar voor en vervolgens de armen buigen, de kin tegen de borst drukken en voorwaarts rollen tot hurkstand. 3. Handstand doorrollen - Een grote stap voorwaarts maken alvorens de opzwaai - De handen worden zo ver mogelijk op de mat geplaatst - Het lichaam is helemaal gestrekt en gespannen tijdens de hanstand - De rug is recht (geen overstrekking!) met het bekken achterover gekanteld - de handstand min. 1 tel aanhouden alvorens te rollen - een beheerste rolbeweging uitvoeren zonder stuiteren - eindigen in hurkstand en zonder handensteun 15
JONGENS Komen tot strekzit met armen opwaarts en aangezicht naar punt B (op vrije manier); handen achter romp op mat plaatsen en 1 been buigen. Vervolgens het gestrekte been opwaarts zwaaien en tegelijk afduwen van het gebogen been; steunen op de armen met de schouders boven de handen (of iets meer achterwaarts), beide benen sluiten en vluchtig tot verticaal brengen. Daarna de heupen uitstrekken en komen tot ruglingse steun 2. Vervolgens op een vrije manier terug tot stand komen. UITVOERING JONGENS 4. Van zit tot ruglingse steun via opwipje - Steunen met gestrekte armen - Beiden benen gestrekt in de lucht brengen tot verticaal - Een dynamische beweging maken - De heupen volledig uitstrekken bij de ruglingse steun - 2 aanhouden in ruglingse steun MEISJES Bewegingsbeschrijving : Vanuit strekstand (aangezicht naar punt B) achtereenvolgens en zonder stop een streksprong, een hurksprong en nog een streksprong maken; eindigen in evenwicht. - Bij de streksprong is het lichaam volledig uitgestrekt met de armen opwaarts en de rug recht (geen boog) - Bij de hurksprong worden de knieën minimum tot heuphoogte geheven - Er is geen stop tussen de 3 sprongen - de sprongen worden met grote amplitude uitgevoerd (hoogte, virtuositeit, ) UITVOERING MEISJES 4. Streksprong hurksprong - streksprong Hierna een halve draai maken op een vrije manier tot stand met aangezicht naar punt A gericht. Nog enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 16
Lengte 2: Uitvoering 1 OF Aanlopen (naar punt A), een opsprong maken gevolgd van radslag, hierna een zijwaartse bijtrekpas maken met armen opwaarts, gevolgd van nog een radslag; eindigen in voorlingse spreidstand, aangezicht naar beginpunt gericht OF dwars op de bewegingsrichting (vrije uitvoeringskeuze) - Lange radslagbewegingen maken door telkens een grote stap en handen ver te zetten na de opsprong - Telkens een correcte radslag uitvoeren - Hoge zijwaartse bijtrekpas maken met gestrekt lichaam en armen opwaarts - De armen blijven heel de serie naast de oren! - Een serie van 2 radslagen maken met tussendoor slechts 1 bijtrekpas - Laatste radslag in evenwicht beëindigen 5. Aanloop rad bijtrekpas - rad Uitvoering 2 Hierna draait de gymnast zich met het aangezicht naar punt A, doet enkele stapjes voorwaarts, maakt een choreografische beweging of gaat direct verder met het volgende element (vrije keuze). Lengte 3: Vanuit hurkstand (aangezicht naar punt A) een koprol rugwaarts maken met gebogen armen; bij het plaatsen van de handen worden de benen actief over het hoofd gebracht en achterwaarts uitgestrekt; duwen op de handen, armen uitstrekken en de voeten ver op de mat plaatsen tot voorligsteun (de voeten steunen op de wreef óf op de (gekrulde) tenen) 6. Koprol achterwaarts tot voorligsteun - Actieve rol rugwaarts met vlotte overgang tot voorligsteun - Bij het eindigen in voorligsteun zakt de rug niet door! - Er wordt onmiddellijk vanuit rol naar voorligsteun gegaan, geen tussenstop via hurkstand 17
Vanuit de voorligsteun (waarmee element 6 beëindigd werd) krachtig duwen uit de schouders zodat de handen loskomen (kaatsen); de handen zo afwisselend meer naar buiten en naar binnen toe plaatsen met de vingers voorwaarts gericht (steun breder en smaller maken); 7. Voorligsteun: kaatsen op handen en deze afwisselend breder en smaller plaatsen - de armen blijven vrijwel gestrekt en er wordt geen buig-strek beweging gemaakt bij het kaatsen - het lichaam blijft in volledige vormspanning met aandacht voor de ronde rug - 3x de handen breder en 3x smaller plaatsen (6x kaatsen in totaal) - De gymnast steunt de hele oefening op handen en voeten (géén knieën plaatsen) Na dit element komt de gymnast op een vrije manier tot spreidzit met het aangezicht naar punt B gericht. Zijwaartse spreidzit met benen min. 90 gespreid (aangezicht naar punt B); met rechte rug voorwaarts buigen en de ellebogen plaatsen; deze houding 3 tellen aanhouden 8. Grote spreidzit, romp voorwaarts neigen tot elleboogsteun 2 - de benen en voeten zijn gestrekt met de knieën opwaarts gericht (nooit binnenwaarts!) - de onder- én bovenrug zijn uitgestrekt - de ellebogen steunen werkelijk op de mat - de benen zijn minimum 90 gespreid - 2 aanhouden Vervolgens de benen sluiten en op een vrije manier tot hurkstand komen met aangezicht naar punt B. Er mag ook een choreografisch element toegevoegd worden. 18
9. Koprol voorwaarts gespreid - koprol gesloten Vanuit hurkstand een koprol voorwaarts maken (aangezicht naar punt B); wanneer men over de rug rolt, worden de benen zijwaarts gespreid; op het einde van de rol steunen de voeten op de mat en duwen de handen tussen de gespreide benen tot spreidstand; de kin op de borst leggen en een nieuwe koprol maken; benen sluiten en eindigen in hurkstand ; hierna komen tot strekstand - Beginnen en eindigen in hurkstand (met tussendoor een spreidstand) - De benen zijn gestrekt bij het spreiden - Vlotte aaneenschakeling tussen de twee rollen Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). Strekstand, armen afwaarts; opspringen ter plaatse armen opwaarts zwaaien en een volledige draai uitvoeren; landen in halve buigstand en terug tot strekstand komen 10. Draaisprong 360, gestrekt - het lichaam is in vormspanning met rechte rug - vlotte draaibeweging in de lucht - landing in evenwicht - 360 draai uitvoeren 19
Vloer E-niveau: oefening 3 (startwaarde 10p.) Opgelegde combinatie van 10 voorgeschreven elementen: (vaste volgorde en werkrichting, alle elementen moeten geturnd worden, géén bonuselement) Jongens Meisjes Lengte 1: 1 2 3 4 5 Jongens Meisjes Lengte 2: 6 Lengte 3: 7 8 9 10 20
Schematische voorstelling van de combinatie (richting waarin geturnd moet worden): OEFENING 3: Lengte 1: A 1 2 3 4 5 B 1 Aanloop zweefrol 2 Spreidhoeksprong 3 Ophurken of opspreiden naar handstand en doorrol 4 Vanuit voorligsteun bijtrekken tot gespreide houding en doorrollen 5 Romp 90 voorwaarts buigen (jongens) / Halve pirouette in arabesque (meisjes) Lengte 2: 6 6 Aanloop rondat opkaatsen A B Lengte 3: A 7 8 9 10 B 7 Koprol achterwaarts tot handstand (stut) 8 Vanuit halve schelp 1 been voorwaarts strekken 9 Vanuit kniestand 3x pompen 10 Waagstand (jongens) / hurksprong met ½ draai (meisjes) 21
Beschrijving van de elementen, vloer E-niveau, oefening 3: Lengte 1: Strekstand aan begin van de mat bij punt A, aangezicht richting punt B. Bewegingsbeschrijving : Aanlopen, afstoten met armen opwaarts; een zweefrol maken met lichaam gestrekt in de zweeffase, gevolgd van een rol; via hurkstand eindigen in strekstand 1. Aanloop zweefrol (op vloer) - Bij de afstoot zijn de armen naast de oren - Er is een duidelijke zweeffase te zien alvorens de rol ingezet wordt - Het lichaam is helemaal gespannen (schelpvorm) tijdens de zweeffase met de armen naast de oren - De rol verloopt vloeiend zonder val of stuiteren op de rug - Tot hurkstand komen zonder gebruik van handsteun en doorgaan tot strekstand Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). Vanuit strekstand opspringen, de benen zijwaarts spreiden en gestrekt heffen tot spreidhoekhouding met armen voorwaarts; de benen sluiten en landen in evenwicht 2. Spreidhoeksprong zijwaarts - De benen worden maximaal gespreid - De benen worden tot horizontaal geheven - De benen zijn de hele sprong gestrekt - De sprong wordt hoog en ruim uitgevoerd - De romp blijft rechtop, het zitvlak wordt niet naar achter geduwd - Bij de landing zijn de benen gesloten Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). 22
Bewegingsbeschrijving : Hurkstand met handen voor zich op de mat geplaatst; Afduwen van de voeten, daarna schouders en zitvlak boven de handen heffen met gebogen of gespreide benen; benen opwaarts uitstrekken/sluiten tot handstand; doorrollen en eindigen in hurkstand; - De schouders en het zitvlak worden eerst boven de handen gebracht tot de rug vertikaal is alvorens uit te strekken tot handstand; - Het lichaam is helemaal gestrekt en gespannen tijdens de hanstand - De handstand even aanhouden alvorens te rollen - Een beheerste rolbeweging uitvoeren zonder stuiteren - Eindigen in hurkstand zonder handensteun 3. Ophurken of opspreiden tot handstand en doorrollen Vanuit de hurkstand op een vrije manier tot voorligsteun komen Bewegingsbeschrijving : Voorligsteun met de voetwreven op de mat gesteund (aangezicht naar punt B); de voeten (al schuivend) rustig bijtrekken naar de handen toe waarbij de benen gestrekt blijven en geleidelijk aan gespreid worden ; eindigen in gespreide houding met de voetwreven tegen de mat en zitvlak en schouders boven de handen; deze houding 2 aanhouden en vervolgens doorrollen tot hurkstand; uitstrekken tot stand. 4. Vanuit voorligsteun bijtrekken tot gespreide houding 2 en doorrollen - Vertrekken in gespannen voorligsteun met de voetwreven geplaatst (geen tenen krullen) - Niet doorzakken in de rug/heupen bij de start van het bijtrekken - Het bijtrekken moet in 1 rustige beweging gebeuren, zonder stops of schokjes of sprongetjes - De benen worden tijdens het bijtrekken steeds een beetje meer gespreid - De armen blijven de steeds gestrekt - Op het einde van het bijtrekken moeten schouders en zitvlak boven de handen geplaatst zijn, de rug is rechts tot rond - Deze houding 2 aanhouden alvorens door te rollen 23
Enkele stapjes voorwaarts zetten, een choreografische beweging maken of direct verder gaan met het volgende element (vrije keuze). JONGENS Vanuit strekstand met aangezicht naar punt B, de armen opwaarts strekken en lichaam lang maken; vervolgens met gestrekte rug de romp voorwaarts buigen tot horizontaal met de armen naast de oren en hoofd neutraal; deze houding 2 aanhouden en terugkeren tot strekstand met armen opwaarts; UITVOERING JONGENS 5. Vanuit strekstand de romp horizontaal voorwaarts buigen 2 - De beweging wordt uitgevoerd met gestrekte armen en benen - De rug blijft recht (niet bol trekken) - De armen blijven steeds in het verlengde van de romp - De romp tot horizontaal brengen (90 ) - Deze houding 2 aanhouden MEISJES Uitvalstand voorwaarts links met aangezicht naar punt B, gewicht op linkerbeen; linkerarm gebogen voor het lichaam, rechterarm gestrekt zijwaarts; steun nemen op linkervoet, linkerarm zijwaarts zwaaien en rechterbeen gestrekt achterwaarts heffen tot arabesk; ½ draai linksom uitvoeren hoog op tenen en armen opwaarts brengen; na de halve draai wordt het rechterbeen nog 1 tel in arabesk gehouden terwijl de voet plat geplaatst wordt en de armen zijwaarts gebracht worden; vervolgens been beheerst neergelaten en voeten aansluiten tot strekstand (of symmetrisch) UITVOERING MEISJES 5. Halve pirouette in arabesk - hoog op de tenen draaien - beide benen zijn gestrekt tijdens de draai - het achterste been is min. 45 geheven tijdens de draai - vlotte draaibeweging - eindigen in arabesk met been horizontaal (standvoet mag plat) - 180 draai uitvoeren 24
Lengte 2: Na het vorige element maakt de gymnast op vrije manier een halve draai tot strekstand met aangezicht naar punt A. Lengte 3: 6. Aanloop rondat opkaatsen Aanloop, opsprong en een rondat maken met handen ver op de mat geplaatst en de verste hand verder dan ¼ ingedraaid; eindigen met gespannen lichaam en opkaatsen; eindigen in strekstand - De handen ver op de mat plaatsen; de vingers van de verste hand wijzen zoveel mogelijk in de richting van de afstootvoet - Benen snel sluiten na het plaatsen van de handen; krachtig afduwen van de handen, uitduwen uit de schouders - Er is een duidelijke zweeffase na het afduwen van de handen; tijdens de zweeffase is het lichaam in schelphouding - Landen met het aangezicht naar het vertrekpunt gericht; - Bij het landen buigen de benen vrijwel niet en is er slechts kort contact met de mat: de gymnast kaatst met gespannen lichaam op en landt in evenwicht Na de rondat maakt de gymnast op vrije manier een halve draai tot strekstand met aangezicht naar punt B. Ook toevoeging van een choreografisch element, of enkele stapjes zijn toegelaten. Bewegingsbeschrijving : Vanuit hurkstand of vanuit stand via vluchtige hurkstand een koprol rugwaarts maken met gebogen armen ; bij het plaatsen van de handen worden de benen actief opwaarts geduwd en de heupen uitgestrekt, tegelijkertijd duwen op de handen en de armen uitstrekken; komen tot vluchtige handstand, been per been gestrekt neerlaten en eindigen in strekstand 7. Koprol achterwaarts tot handstand (stut) - Tot vluchtige handstandfase komen (benen moeten door het verticale passeren) - Tijdens de handstandfase is het lichaam volledig opgespannen, armen gestrekt - Vlotte overgang van rol naar handstand 25
Na de stut komt de gymnast op een vrije manier tot ruglig met aangezicht naar punt A. Ook toevoeging van een choreografisch element, of enkele stapjes zijn toegelaten. Ruglig met gebogen benen en schouders van de grond geheven (halve schelp), armen voorwaarts gestrekt en de onderrug tegen de mat gedrukt; van hieruit 1 been traag voorwaarts horizontaal uitstrekken tot net boven de mat (10cm), 1 tel aanhouden en been weer buigen, voet op de grond plaatsen; vervolgens ander been traag voorwaarts horizontaal uitstrekken tot net boven de mat (10cm), 1 tel aanhouden en been weer buigen, voet op de grond plaatsen 8. Vanuit halve schelphouding (beide benen gebogen): achtereenvolgens linker- en rechterbeen voorwaarts strekken en voet terugplaatsen - De schouders zijn heel de oefening van de grond geheven - De handen zijn vrij voorwaarts en trekken niet aan de benen - De onderrug moet helemaal tegen de mat gedrukt zijn (niet hol trekken) - Achtereenvolgens beide benen helemaal uitstrekken zonder de vloer te raken (been per been) - Elk been 1 tel aanhouden in de gestrekte positie Na dit element keert de gymnast zich op een vrij manier om tot handen- en knieënstand met aangezicht naar punt B. Knieënstand met de handen ver voorwaarts zodat de heupen gestrekt zijn (gestrekt lichaam), schouders boven de handen; de armen afwisselend buigen en strekken met gespannen lichaam en in rustig tempo 9. Vanuit kniestand 3x pompen (heupen gestrekt) - de armen worden ver gebogen zodat het lichaam dichtbij de vloer komt - de schouders bevinden zich boven de handen - het lichaam blijft gespannen met rechte rug (niet doorhangen!) - beheerst buigen en strekken van de armen (rustige uitvoering) - 3x buigen en weer strekken zonder stop De gymnast komt op vrije manier tot stand met aangezicht naar punt B 26
JONGENS Vanuit strekstand met armen opwaarts 1 been beheerst gestrekt achterwaarts heffen tot boven het horizontale; de romp gelijktijdig mee voorwaarts buigen met armen schuin zij-voorwaarts (romp blijft boven het horizontale!); deze waagstand 2" onbeweeglijk aanhouden en terugkeren tot strekstand met armen opwaarts UITVOERING JONGENS 10. Waagstand tot horizontaal 2 - de benen zijn heel de oefening gestrekt - het achterste been komt tot boven het horizontale - de romp blijft tot boven het horizontale - de waagstand 2 aanhouden op het hoogste punt MEISJES Strekstand, armen afwaarts; opspringen ter plaatse, armen opwaarts zwaaien en een hurksprong met halve draai uitvoeren; landen in halve buigstand en terug tot strekstand komen UITVOERING MEISJES 10. Hurksprong met halve draai - het lichaam is gehurkt met de knieën minimum geheven tot heuphoogte - vlotte draaibeweging in de lucht - landing in evenwicht - 180 draai uitvoeren 27