Inkomstenbelasting inleiding 1 programma Natuurlijke personen Wonen Boxenstelsel Partnerregeling Toerekeningsregels Belastingplicht Artikel 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen. Artikel 2.1 1. Belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting zijn de natuurlijke personen die: a. in Nederland wonen (binnenlandse belastingplichtigen) of b. niet in Nederland wonen maar wel Nederlands inkomen genieten (buitenlandse belastingplichtigen). Binnenlandse en buitenlandse belastingplicht Belastingplicht (art 2.1) Ontstaat door Eindigt door Waarover Binnenlands natuurlijke personen Geboorte in NL Zich definitief in NL vestigen Overlijden NL definitief verlaten Wereldinkomen heffing volgens het woonplaatsbeginsel Buitenlands natuurlijke personen NL-inkomen gaan genieten maar niet in NL wonen) NL metterwoon verlaten en NLinkomen blijven genieten Overlijden Zich metterwoon in NL vestigen Geen NL-inkomen meer genieten Nederlands inkomen heffing volgens het oorsprongbeginsel 1
Belastingplicht Wel of niet IB-belastingplichtig? Jon Dahl Tomasson Prinses Amalia Mark Rutte Paus Benedictus XVI 4 Wonen Het gaat om de feiten en omstandigheden art. 4 AWR Belangrijke aanwijzingen zijn: Waar ingeschreven in het bevolkingsregister? Beschikt bel.pl aldaar over eigen woonruimte? Heeft bel.pl elders een eigen woning? Waar verblijft bel.pl. in het weekend? Waar verblijft gezin? Waar ontvangt bel.pl de post? Waar ingeschreven bij huisarts, apotheek, etc.? Waar is bel.pl. lid van een sportvereniging, toneel, etc.? Enz. woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Bemanningsfictie (art. 4-2 AWR) Schepen en luchtvaartuigen uit Nederland (onder NL-vlag) worden ten opzichte van de bemanning als deel van het Rijk beschouwd. Henk de Velde tijdens solo zeilreis om de wereld Jaarfictie (art 2.2-1 zwerversartikel ) Iemand die Nederland verlaat en binnen een jaar weer in Nederland komt wonen zonder intussen in een andere mogendheid (land) te hebben gewoond, wordt ook tijdens zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. 2
woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Aantal Nederbelgen blijft groeien Keuzerecht (art. 2-5 IB) De binnenlandse belastingplichtige die niet gedurende het gehele kalenderjaar in Nederland woont, en de buitenlandse belastingplichtige (..) kunnen kiezen voor toepassing van de regels van deze wet voor binnenlandse belastingplichtigen. Voor de toepassing Voor wie is de regel van belang? Personen die in D / B wonen en in NL werken. Nederlandse ambassade in Finland Diplomatenfictie (art. 2.2-2 IB) Nederlander die wordt uitgezonden: als diplomaat/consulaire vertegenwoordiger; in kader van NAVO e.d. Heffingsgrondslagen boxenstelsel Artikel 2.3 De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten: a. belastbaar inkomen uit werk en woning; b. het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; c. belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Belastbaar inkomen uit Tarief Box 1 Werk & Woning Progressief van ±37% 1) tot 52% 1) incl. premies volksverzekeringen Box 2 Aanmerkelijk Belang Proportioneel 25% Box 3 Sparen & Beleggen Proportioneel 30% Kenmerken boxenstelsel Gesloten boxen met drie afzonderlijk belastbare inkomens en elk een eigen tarief. Elk inkomensbestanddeel wordt in één box belast (geen dubbele heffing!). Geen verliescompensatie tussen de boxen; bij box 1 en 2 wel verliescompensatie met inkomen uit dezelfde box belast in vorige of komende jaren. Let op: verschil in carry back box 1: 3 jaar box 2: 1 jaar. 3
Opbouw inkomstenbelasting Belastbaar inkomen box 1 Belasting + premies volksverzekeringen box 1 Belastbaar inkomen box 2 Belasting box 2 Belastbaar inkomen box 3 + Belasting box 3 Totale heffing box 1, 2 en 3 -/- Heffingskorting (art. 2.7-1) 1 ) Totaal verschuldigde heffing (zie artt. 3.1 en 3.2) -/- Loon-, dividend- en kansspelbelasting (art. 9.2) Belastbare winst uit onderneming, Belastbaar loon, etc. -/- Voorlopige aanslagen / teruggaven (art. 9.3) Verschuldigde heffing 1 ) Geldt alleen bij binnenlandse belastingplicht. Opbouw inkomstenbelasting - cijfervoorbeeld Inkomsten Inkomen Belasting Belastbaar inkomen box 1 40.000 16.244 Belastbaar inkomen box 3 4.000 1.200 + Totaal 17.444 Heffingskorting Algemene heffingskorting 2.001 Arbeidskorting 1.723 + 3.724 - Verschuldigde belasting en premieheffing 13.720 Voorheffingen: Loonheffing 16.000 Dividendbelasting 300 + 16.300 Voorlopige teruggaaf IB 3.000-13.300 - Nog te betalen 420 Opbouw Wet IB Deze opbouw van de aangifte vind je ook in de wet terug. De wet kent allereerst hoofdstukken. Elke box wordt in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld. Elk hoofdstuk bestaat uit afdelingen. Hoofdstuk 3 kent o.a. afdelingen over inkomsten uit winst, uit loon, uit overige inkomsten, uit eigen woning, etc. Een afdeling bestaat soms uit paragrafen en een paragraaf uit artikelen. Een artikel kan uit leden bestaan en een lid kan in letters onderverdeeld zijn. 4
Partnerregeling voor alle wetten 1 / 2 Hoofdregel - art 5a AWR Als elkaars partner wordt aangemerkt: echtgenoten; twee ongehuwde meerderjarige personen die een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan volgens de GBA op hetzelfde adres wonen Partnerregeling voor alle wetten 2 / 2 Einde partnerschap Het fiscaal partnerschap eindigt: als bij de rechtbank 1. de aanvraag tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend én 2. de partners volgens de GBA niet meer op hetzelfde adres wonen (dubbele eis!). Idem nadat de scheiding of scheiding van tafel en bed is uitgesproken. als een van de contractpartners in een verpleeghuis of verzorgingshuis verblijft en een van hen een verzoek einde partnerschap indient. (gehuwden blijven dus altijd elkaars partner!) Aanvulling voor Wet IB 2001 1 / 2 Wet IB verstaat onder partners ook degenen die: bij de GBA op zelfde adres staan ingeschreven én samen een kind kregen, of (en/of) samen een kind hebben dat als eigen kind is erkend, of volgens hun pensioenregeling elkaars partner zijn, of samen een eigen woning hebben. Ingangsdatum (voor Wet IB) woonden al samen: terugwerkende kracht tot start samenwonen volgens GBA maar max. tot 1-1 van dit jaar; woonden nog niet samen: getrouwd: vanaf trouwdag contract: zodra aan beide voorwaarden voldaan wordt. 5
Aanvulling voor Wet IB 2001 2 / 2 Bijzondere regel voor bloedverwanten Vader/moeder kan met zoon/dochter alleen fiscaal partner zijn als het kind tenminste 27 jaar oud is. Bijzondere regel voor buitenlander Personen die in het buitenland wonen, kunnen alleen elkaars fiscaal partner zijn als zij voor binnenlandse belastingplicht kiezen (zie keuzerecht art. 2.5 Wet IB). Partnerregeling voorbeelden 1 / 2 Jan en Marie woonden nog thuis. Zij trouwen op 1 april 2014 voor de wet en op 4 april 2014 voor de kerk. Op 4 april 2014 betrekken zij een huurwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. Voor gehuwden eist de wet niet dat zij op hetzelfde adres staan ingeschreven. Zij zijn vanaf 1 april 2014 elkaars fiscaal partner. Piet en Els wonen nog thuis. Zij hebben trouwplannen en kopen op 1 maart 2014 een woning (50/50). Zij trouwen op 1 april 2014 voor de wet en op 4 april 2014 voor de kerk. Op 4 april 2014 betrekken zij hun koopwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. De woning was nog geen eigen woning in de zin van de Wet IB. Zij zijn vanaf 1 april 2014 elkaars fiscaal partner (geen eis samenwonen). Partnerregeling voorbeelden 2 / 2 Coen en Karima wonen sinds 1 februari 2014 samen (GBA). Op 18 sep 2014 trouwen zij. Coen en Karima woonden al samen. Daarom wel terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 feb 2014 elkaars fiscaal partner. Ali en Shiva wonen sinds 1 augustus 2009 samen (GBA). Er is geen samenlevingscontract. Op 16 okt 2014 kopen zij een woning (60/40), die zij op 1 dec 2014 betrekken. Er is geen notarieel contract. Daarom waren zij nog geen fiscaal partners. De koop van de woning maakt hen tot fiscaal partners. Zij woonden al wel samen, dus terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 jan 2014 elkaars fiscaal partner. 6
Belang partnerregeling Belang partnerregel art. 2.17 Regels over toerekening van de inkomsten bij fiscale partners. Zij mogen van bepaalde inkomensbestanddelen (zie art. 2.17 leden 2 en 5) zelf bepalen welk deel ervan aan elk van hen wordt belast. overzicht Overige toerekeningsregels 1 van 2 art. 2.14 IB Inkomen (winst, loon, etc.) kan slechts in één box worden belast ( lagere box gaat voor hogere box). Dwingende volgorde ( afpellend karakter ook binnen een box); artt. 2.15 en 2.16 IB Sommige inkomensbestanddelen van de kinderen worden toegerekend aan de ouders (+verhaalsrecht voor de ouders) kind wordt zelf belast voor arbeid ; Overige toerekeningsregels 2 van 2 art. 2.17 lid 5 IB Belastbare inkomsten uit eigen woning (art. 3.110 e.v.); Inkomen uit aanmerkelijk belang (dga art. 4.1 e.v.); De persoonsgebonden aftrek (pga art. 6.1 e.v.). 7
Wijze van heffing De IB is een aanslagbelasting. Kenmerkend voor een aanslagbelasting is: bel.pl. moet aangifte doen (verstrekt informatie) inspecteur beoordeelt de aangifte; inspecteur stelt inkomen vast en legt aanslag op. Bij het bepalen van de te betalen belasting wordt rekening gehouden met: ingehouden loonbelasting en dividendbelasting; eerder opgelegde voorlopige aanslagen Eén aanslag voor IB plus premies volksverzekeringen (en soms inkomensafhankelijke premie zorgverzekering). Zorgverzekeringswet 1 van 3 Wie in Nederland woont, moet een ziektekostenverzekering afsluiten. De premie bestaat uit twee delen: inkomensafhankelijke premie heffing via Belastingdienst; nominale premie betaal jezelf aan verzekeringsmij. Voor werknemers wordt de inkomensafhankelijke premie (meestal) door de werkgever betaalt. Wie niet voor een baas werkt, moet de inkomensafhankelijke premie zelf betalen. De heffing loopt via de aanslag IB. Zorgverzekeringswet 2 van 3 Inko m e n Fiscaal inko me n Zvw-premie Premieinko me n Belastbare winst nvt Belastbaar loon 23.189 1.739 23.189 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000 -- 15.000 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500 Inkomen box 1 voor PGA 30.689 38.189 Basis premie-inkomen Zvw 38.189 Maximum premie-inkomen Zvw 51.414 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 38.189 Af: bij werkgever verdient 23.189 Blijft 15.000 Tarief 5,40% Op aanslag te betalen premie Zvw 810 8
Zorgverzekeringswet 3 van 3 Inko m e n Fiscaal inko me n Zvw-premie Premieinko me n Belastbare winst Belastbaar loon 40.000 3.000 40.000 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000 -- 15.000 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500 Inkomen box 1 voor PGA 47.500 55.000 Basis premie-inkomen Zvw 55.000 Maximum premie-inkomen Zvw 51.414 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 51.414 Af: bij werkgever verdient 40.000 Blijft 11.414 Tarief 5,40% Op aanslag te betalen premie Zvw 616 Einde 9