2014 -- Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 1

Vergelijkbare documenten
HRo - Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 1

Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt

Inkomstenbelasting - Inleiding -- Deel 2

Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling en heffingskortingen

Partnerschap Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr) Nader uitgewerkt. (artikel 1.2 Wet IB 2001)

Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2015

Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2013

Partnerschap Partnerregeling (artikel 5a Awr ) Stroomlijning partnerbegrip. Uniform partnerbegrip (artikel 5a Awr)

Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2017

Als u gaat scheiden. Let op! PA 960-1Z71FD (1019)

Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2014

PARTICULIEREN: LETOP

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

Als u gaat scheiden. Let op! PA 960-1Z81FD (2126)

Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016

1. Inkomstenbelasting

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2015

Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2018

Aanvullende toelichting Belasting berekenen bij emigratie of immigratie in 2016

Woord vooraf. Tabellen IB/PH VW.5

INKOMSTENBELASTING. Inkomstenbelasting Art. 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen.

Belastingdienst. Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over de fiscale partnerregeling en heffingskortingen 2016

Presentatie scholingsdag NBPB. Mr. R. van Rijssen R. Ruinemans RB

Wonen in Duitsland 2016

HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 1

7.7. Samenvatting door een scholier 2041 woorden 26 juni keer beoordeeld

Kwalificerende Buitenlandse Belastingplichtige 2015

2. Vragen en antwoorden over fiscale partnerregeling

Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 1

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2011

Info voor gastouders over

Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016

Jonggehandicapten: Jonggehandicaptenkorting 708 per jaar 59,00 per maand (Wajongkorting)

Fiscaal rapport aangifte inkomstenbelasting 2016

Heffingskortingen 2016

Het fiscale partnerschap... 2 Wie zijn fiscale partners?... 2 Gehuwden... 2 Ongehuwd samenwonenden... 3 Meer partners in een jaar...

1. Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv)

Inkomstenbelasting. Vragen en antwoorden fiscale partnerregeling en heffingskortingen

Inhoud. Lijst van afkortingen 13. Studiewijzer 15. Inleiding belastingrecht 17. Deel 1 Inkomstenbelasting 24

Wonen in Nederland en werken in Duitsland

De belastingplichtige krijgt dan een positieve/negatieve aanslag IB opgelegd.

Inhoud. Inleiding belastingrecht 19. Deel 1 Inkomstenbelasting 26. Lijst van afkortingen 15. Studiewijzer 17

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2012

Op het bovenstaande geldt een aantal uitzonderingen. Niet verzekerd zijn de volgende categorieën ingezetenen:

1 Belastingjaar 2016

Z E E R B E L A N G R I J K

Pensioen uit Nederland. Nieuw verdrag vs. Kwalificerende Buitenlandse Belastingplicht. 22 maart 2016

Als u gaat trouwen. Sommige inkomsten en aftrekposten kunt u verdelen. Let op! PA 940-1Z71FD

Inkomstenbelasting. Fiscale partnerregeling en heffingskortingen. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Hoofdlijnen van het Nederlands belastingrecht

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

1 Belastingplannen 2016

Nieuw verdrag Nederland Duitsland ITEM/GWO. 16 november 2016

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

Bijlage bij Algemeen Overleg Partnerbegrip in de fiscaliteit 09/06/10 1

Checklist Wij verzorgen uw aangifte inkomstenbelasting Onze werkwijze is als volgt:

Overzicht Fiscale Cijfers 2013 en 2014 (per januari 2014)

Algemeen en arbeid jonger dan AOW leeftijd: NAAM VTB & BEDRAGEN RELEVANTE CRITERIA VOOR TOEKENNING & WIJZE VAN AANVRAGEN Algemene

Regeling zorgverzekering

Afdeling Samenleving Richtlijn 330 Ingangsdatum:

Checklist aangifte inkomstenbelasting 2016

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

Inhoud. 5.1 Als u particulier verzekerd bent Als u ziekenfondsverzekerd bent Als u meeverzekerd bent bij uw partner 16

HRo - Loonbelasting -- Deel 3

Als u gaat samenwonen

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2013

Als u gaat werken in Duitsland

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht

Als u 65 jaar of ouder bent

Wijzigingen in de loonheffingskorting 2019 voor niet-inwoners van Nederland

Checklist aanlevering gegevens aangifte inkomstenbelasting 2011

UITLEG AANPAK AFWIKKELING LIJFRENTE BIJ SCHEIDING EN VASTLEGGING IN CONVENANT

Dit jaar let de Belastingdienst extra op de kosten van de ondernemer en wordt ook het aantal

geen max. 12% van de winst max. dotatie oudedagsreserve

Belastingplan Vs

Checklist aangifte inkomstenbelasting / premieheffing 2010

Reader Fiscaal J. Clermonts T. Visser

Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2009

Transcriptie:

Inkomstenbelasting inleiding 1 programma Natuurlijke personen Wonen Boxenstelsel Partnerregeling Toerekeningsregels Belastingplicht Artikel 1.1 Onder de naam inkomstenbelasting wordt een belasting geheven van natuurlijke personen. Artikel 2.1 1. Belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting zijn de natuurlijke personen die: a. in Nederland wonen (binnenlandse belastingplichtigen) of b. niet in Nederland wonen maar wel Nederlands inkomen genieten (buitenlandse belastingplichtigen). Binnenlandse en buitenlandse belastingplicht Belastingplicht (art 2.1) Ontstaat door Eindigt door Waarover Binnenlands natuurlijke personen Geboorte in NL Zich definitief in NL vestigen Overlijden NL definitief verlaten Wereldinkomen heffing volgens het woonplaatsbeginsel Buitenlands natuurlijke personen NL-inkomen gaan genieten maar niet in NL wonen) NL metterwoon verlaten en NLinkomen blijven genieten Overlijden Zich metterwoon in NL vestigen Geen NL-inkomen meer genieten Nederlands inkomen heffing volgens het oorsprongbeginsel 1

Belastingplicht Wel of niet IB-belastingplichtig? Jon Dahl Tomasson Prinses Amalia Mark Rutte Paus Benedictus XVI 4 Wonen Het gaat om de feiten en omstandigheden art. 4 AWR Belangrijke aanwijzingen zijn: Waar ingeschreven in het bevolkingsregister? Beschikt bel.pl aldaar over eigen woonruimte? Heeft bel.pl elders een eigen woning? Waar verblijft bel.pl. in het weekend? Waar verblijft gezin? Waar ontvangt bel.pl de post? Waar ingeschreven bij huisarts, apotheek, etc.? Waar is bel.pl. lid van een sportvereniging, toneel, etc.? Enz. woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Bemanningsfictie (art. 4-2 AWR) Schepen en luchtvaartuigen uit Nederland (onder NL-vlag) worden ten opzichte van de bemanning als deel van het Rijk beschouwd. Henk de Velde tijdens solo zeilreis om de wereld Jaarfictie (art 2.2-1 zwerversartikel ) Iemand die Nederland verlaat en binnen een jaar weer in Nederland komt wonen zonder intussen in een andere mogendheid (land) te hebben gewoond, wordt ook tijdens zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. 2

woonplaatsficties artt. 2.2 en 2.5 IB Aantal Nederbelgen blijft groeien Keuzerecht (art. 2-5 IB) De binnenlandse belastingplichtige die niet gedurende het gehele kalenderjaar in Nederland woont, en de buitenlandse belastingplichtige (..) kunnen kiezen voor toepassing van de regels van deze wet voor binnenlandse belastingplichtigen. Voor de toepassing Voor wie is de regel van belang? Personen die in D / B wonen en in NL werken. Nederlandse ambassade in Finland Diplomatenfictie (art. 2.2-2 IB) Nederlander die wordt uitgezonden: als diplomaat/consulaire vertegenwoordiger; in kader van NAVO e.d. Heffingsgrondslagen boxenstelsel Artikel 2.3 De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten: a. belastbaar inkomen uit werk en woning; b. het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; c. belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Belastbaar inkomen uit Tarief Box 1 Werk & Woning Progressief van ±37% 1) tot 52% 1) incl. premies volksverzekeringen Box 2 Aanmerkelijk Belang Proportioneel 25% Box 3 Sparen & Beleggen Proportioneel 30% Kenmerken boxenstelsel Gesloten boxen met drie afzonderlijk belastbare inkomens en elk een eigen tarief. Elk inkomensbestanddeel wordt in één box belast (geen dubbele heffing!). Geen verliescompensatie tussen de boxen; bij box 1 en 2 wel verliescompensatie met inkomen uit dezelfde box belast in vorige of komende jaren. Let op: verschil in carry back box 1: 3 jaar box 2: 1 jaar. 3

Opbouw inkomstenbelasting Belastbaar inkomen box 1 Belasting + premies volksverzekeringen box 1 Belastbaar inkomen box 2 Belasting box 2 Belastbaar inkomen box 3 + Belasting box 3 Totale heffing box 1, 2 en 3 -/- Heffingskorting (art. 2.7-1) 1 ) Totaal verschuldigde heffing (zie artt. 3.1 en 3.2) -/- Loon-, dividend- en kansspelbelasting (art. 9.2) Belastbare winst uit onderneming, Belastbaar loon, etc. -/- Voorlopige aanslagen / teruggaven (art. 9.3) Verschuldigde heffing 1 ) Geldt alleen bij binnenlandse belastingplicht. Opbouw inkomstenbelasting - cijfervoorbeeld Inkomsten Inkomen Belasting Belastbaar inkomen box 1 40.000 16.244 Belastbaar inkomen box 3 4.000 1.200 + Totaal 17.444 Heffingskorting Algemene heffingskorting 2.001 Arbeidskorting 1.723 + 3.724 - Verschuldigde belasting en premieheffing 13.720 Voorheffingen: Loonheffing 16.000 Dividendbelasting 300 + 16.300 Voorlopige teruggaaf IB 3.000-13.300 - Nog te betalen 420 Opbouw Wet IB Deze opbouw van de aangifte vind je ook in de wet terug. De wet kent allereerst hoofdstukken. Elke box wordt in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld. Elk hoofdstuk bestaat uit afdelingen. Hoofdstuk 3 kent o.a. afdelingen over inkomsten uit winst, uit loon, uit overige inkomsten, uit eigen woning, etc. Een afdeling bestaat soms uit paragrafen en een paragraaf uit artikelen. Een artikel kan uit leden bestaan en een lid kan in letters onderverdeeld zijn. 4

Partnerregeling voor alle wetten 1 / 2 Hoofdregel - art 5a AWR Als elkaars partner wordt aangemerkt: echtgenoten; twee ongehuwde meerderjarige personen die een notarieel samenlevingscontract zijn aangegaan volgens de GBA op hetzelfde adres wonen Partnerregeling voor alle wetten 2 / 2 Einde partnerschap Het fiscaal partnerschap eindigt: als bij de rechtbank 1. de aanvraag tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend én 2. de partners volgens de GBA niet meer op hetzelfde adres wonen (dubbele eis!). Idem nadat de scheiding of scheiding van tafel en bed is uitgesproken. als een van de contractpartners in een verpleeghuis of verzorgingshuis verblijft en een van hen een verzoek einde partnerschap indient. (gehuwden blijven dus altijd elkaars partner!) Aanvulling voor Wet IB 2001 1 / 2 Wet IB verstaat onder partners ook degenen die: bij de GBA op zelfde adres staan ingeschreven én samen een kind kregen, of (en/of) samen een kind hebben dat als eigen kind is erkend, of volgens hun pensioenregeling elkaars partner zijn, of samen een eigen woning hebben. Ingangsdatum (voor Wet IB) woonden al samen: terugwerkende kracht tot start samenwonen volgens GBA maar max. tot 1-1 van dit jaar; woonden nog niet samen: getrouwd: vanaf trouwdag contract: zodra aan beide voorwaarden voldaan wordt. 5

Aanvulling voor Wet IB 2001 2 / 2 Bijzondere regel voor bloedverwanten Vader/moeder kan met zoon/dochter alleen fiscaal partner zijn als het kind tenminste 27 jaar oud is. Bijzondere regel voor buitenlander Personen die in het buitenland wonen, kunnen alleen elkaars fiscaal partner zijn als zij voor binnenlandse belastingplicht kiezen (zie keuzerecht art. 2.5 Wet IB). Partnerregeling voorbeelden 1 / 2 Jan en Marie woonden nog thuis. Zij trouwen op 1 april 2014 voor de wet en op 4 april 2014 voor de kerk. Op 4 april 2014 betrekken zij een huurwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. Voor gehuwden eist de wet niet dat zij op hetzelfde adres staan ingeschreven. Zij zijn vanaf 1 april 2014 elkaars fiscaal partner. Piet en Els wonen nog thuis. Zij hebben trouwplannen en kopen op 1 maart 2014 een woning (50/50). Zij trouwen op 1 april 2014 voor de wet en op 4 april 2014 voor de kerk. Op 4 april 2014 betrekken zij hun koopwoning. Jan en Marie woonden nog niet samen. Daarom geen terugwerkende kracht. De woning was nog geen eigen woning in de zin van de Wet IB. Zij zijn vanaf 1 april 2014 elkaars fiscaal partner (geen eis samenwonen). Partnerregeling voorbeelden 2 / 2 Coen en Karima wonen sinds 1 februari 2014 samen (GBA). Op 18 sep 2014 trouwen zij. Coen en Karima woonden al samen. Daarom wel terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 feb 2014 elkaars fiscaal partner. Ali en Shiva wonen sinds 1 augustus 2009 samen (GBA). Er is geen samenlevingscontract. Op 16 okt 2014 kopen zij een woning (60/40), die zij op 1 dec 2014 betrekken. Er is geen notarieel contract. Daarom waren zij nog geen fiscaal partners. De koop van de woning maakt hen tot fiscaal partners. Zij woonden al wel samen, dus terugwerkende kracht. Zij zijn vanaf 1 jan 2014 elkaars fiscaal partner. 6

Belang partnerregeling Belang partnerregel art. 2.17 Regels over toerekening van de inkomsten bij fiscale partners. Zij mogen van bepaalde inkomensbestanddelen (zie art. 2.17 leden 2 en 5) zelf bepalen welk deel ervan aan elk van hen wordt belast. overzicht Overige toerekeningsregels 1 van 2 art. 2.14 IB Inkomen (winst, loon, etc.) kan slechts in één box worden belast ( lagere box gaat voor hogere box). Dwingende volgorde ( afpellend karakter ook binnen een box); artt. 2.15 en 2.16 IB Sommige inkomensbestanddelen van de kinderen worden toegerekend aan de ouders (+verhaalsrecht voor de ouders) kind wordt zelf belast voor arbeid ; Overige toerekeningsregels 2 van 2 art. 2.17 lid 5 IB Belastbare inkomsten uit eigen woning (art. 3.110 e.v.); Inkomen uit aanmerkelijk belang (dga art. 4.1 e.v.); De persoonsgebonden aftrek (pga art. 6.1 e.v.). 7

Wijze van heffing De IB is een aanslagbelasting. Kenmerkend voor een aanslagbelasting is: bel.pl. moet aangifte doen (verstrekt informatie) inspecteur beoordeelt de aangifte; inspecteur stelt inkomen vast en legt aanslag op. Bij het bepalen van de te betalen belasting wordt rekening gehouden met: ingehouden loonbelasting en dividendbelasting; eerder opgelegde voorlopige aanslagen Eén aanslag voor IB plus premies volksverzekeringen (en soms inkomensafhankelijke premie zorgverzekering). Zorgverzekeringswet 1 van 3 Wie in Nederland woont, moet een ziektekostenverzekering afsluiten. De premie bestaat uit twee delen: inkomensafhankelijke premie heffing via Belastingdienst; nominale premie betaal jezelf aan verzekeringsmij. Voor werknemers wordt de inkomensafhankelijke premie (meestal) door de werkgever betaalt. Wie niet voor een baas werkt, moet de inkomensafhankelijke premie zelf betalen. De heffing loopt via de aanslag IB. Zorgverzekeringswet 2 van 3 Inko m e n Fiscaal inko me n Zvw-premie Premieinko me n Belastbare winst nvt Belastbaar loon 23.189 1.739 23.189 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000 -- 15.000 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500 Inkomen box 1 voor PGA 30.689 38.189 Basis premie-inkomen Zvw 38.189 Maximum premie-inkomen Zvw 51.414 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 38.189 Af: bij werkgever verdient 23.189 Blijft 15.000 Tarief 5,40% Op aanslag te betalen premie Zvw 810 8

Zorgverzekeringswet 3 van 3 Inko m e n Fiscaal inko me n Zvw-premie Premieinko me n Belastbare winst Belastbaar loon 40.000 3.000 40.000 Belastbaar resultaat overige werkzaamheden 15.000 -- 15.000 Belastbare periodieke uitkeringen Belastbare inkomsten eigen woning -7.500 Inkomen box 1 voor PGA 47.500 55.000 Basis premie-inkomen Zvw 55.000 Maximum premie-inkomen Zvw 51.414 Laagste bedrag = premie-inkomen Zvw 51.414 Af: bij werkgever verdient 40.000 Blijft 11.414 Tarief 5,40% Op aanslag te betalen premie Zvw 616 Einde 9