Finse leiderschapslessen! donderdagmiddag 17 januari 2013
Opwarmer Wie ben ik, professional in het onderwijs? Hoe zou ik mijn baan in het onderwijs willen typeren?
Enkele verschillen op een rij Excellente onderwijsresultaten Lesuren PO en VO: 600 700 uur Maximum aantal lesuren leraar = 4 uur Start basisonderwijs: 7 jaar Minder onderwijsbudget (% BNP) Geen gestandaardiseerde toetsen Geen onderwijsinspectie Kleine scholen Geen doublures Meer leerlingen (parttime) SBO Universitaire opleiding (wachtlijsten) Onderwijskoers los van kabinet Goede onderwijsresultaten (OESO, PISA) Lesuren PO en VO: 940 1040 uur Maximaal aantal lesuren leraar: 5,5 uur Start basisonderwijs: 7 jaar Toetsbatterij -> monopolie CITO HBO (inclusief zij-instromers) Nieuwe onderwijskoers na verkiezingen
Enkele verschillen op een rij Geen gestandaardiseerde methodes Onderwijsontwikkeling bottom- up Leraren in dienst van de overheid Deuren klaslokalen open Erkenning voor het vak Publiek vertrouwen Gratis onderwijs (inclusief boeken en maaltijd) tot 16 jaar Lokaal Professionalisering is vanzelfsprekend Directeuren geven les Onderwijsontwikkeling topdown Leraren in dienst van bestuur Deuren klaslokalen vaak dicht Erkenning voor de druk? Kritischer, mondiger publiek Regionaal Professionalisering is vaak opgelegd Directeuren zien (soms) lessen
Leiderschap in Nederland verandert. Binnen tien jaar met pensioen: leraren -> circa 28% PO en 37% VO schoolleiders -> circa 32% PO en 38% VO Feminisering van het onderwijs (2011): onderwijzend personeel= 86% directielaag= 43,1% www.stamos.nl Meerscholen directeuren -> gedeeld leiderschap
Leiderschap in Nederland verandert. Leerbehoeftes van de leerlingen veranderen (21st CS) Leerverwachtingen van de ouders veranderen -> maatschappelijke status Afrekencultuur: opbrengsten opbrengsten opbrengsten! Bezuinigingen; meer doen met minder middelen
Veranderende leerbehoeftes?
Leerverwachting ouders? 20% school/leraar maximaal e f f e c t 80% aanleg (erfelijke factoren) thuissituatie omgevingsfactoren
Leiderschapsprofielen Waar komen deze vandaan? Welke profielen worden in uw organisatie gebruikt? Dekken deze de lading? In welke context geschreven?
nieuwe leiderschapsprofielen? Vijf domeinen: a. visie gestuurd werken b. in relatie staan tot omgeving c. vormgeven aan organisatiekenmerken vanuit een onderwijskundige gerichtheid d. hanteren van strategieën t.b.v. samenwerking, leren en onderzoeken op alle niveaus e. hogere orde denken Acht competenties Drie profielen per competentie: uitvoerend, vormgevend, strategisch Zeventien specifieke competenties Drieëndertig criteria
21 essentiële leiderschapstaken 1. Bevestiging 2. Veranderaar 3. Persoonlijke waardering 4. Communicatie 5. Cultuur 6. Beschermen / bewaken 7. Flexibiliteit 8. Focus 9. Idealen / overtuigingen 10.Invloed geven 11. Intellectuele uitdaging 12. Betrokkenheid progr., did.aanpak, toetsing 13. Kennis van progr. & did.aanpak, toetsing 14. Monitoring/ evaluatie 15. Optimisme 16. Structuur 17. Woordvoerder 18. Relaties 19. Voorwaarden 20. Situationeel bewustzijn 21. Zichtbaarheid Robert Marzano: Schoolleadership that works
NIVEAU van de verandering I GELEIDELIJKE verandering *oppervlakkig *verfijning II DRASTISCHE verandering *diep *fundamenteel anders verbeteren veranderen Robert Marzano: Schoolleadership that works
Kenmerken niveau I en II Niveau I verbetering Wordt ervaren als een logische stap in de ontwikkeling Past binnen de denkkaders Sluit aan op bestaande normen en waarden Voldoende beschikbare middelen en materialen Iedereen is het eens over de verbetering Niveau II verandering Wordt ervaren als een breuk met het verleden Ligt buiten de bestaande kaders Is in conflict met bestaande normen en waarden Nodige middelen en materialen zijn nog niet beschikbaar Slechts enkelen (met een brede kijk) steunen de verandering Robert Marzano: Schoolleadership that works
Essentiële taken: Niveau I 1. Monitoring/evaluatie 2. Cultuur 3. Idealen/overtuigingen 4. Kennis van programma, didactische aanpak en toetsing 5. Betrokkenheid bij programma, didactische aanpak en toetsing 6. Focus 7. Structuur Accenten: doelen stellen samenwerken studeren ondersteunen feedback geven Robert Marzano: Schoolleadership that works
Essentiële taken: Niveau II 1. Kennis van programma, didactische aanpak, toetsing 2. Optimist 3. Intellectuele uitdaging 4. Veranderaar 5. Monitoring/ evaluatie 6. Flexibiliteit 7. Idealen / overtuigingen Onder druk: cultuur communicatie structuur invloed geven Robert Marzano: Schoolleadership that works
Naar aanleiding hiervan 1. Waar ligt het accent van verandering op jouw school/ scholen? 2. Wat zou je met deze informatie kunnen doen? 3. Conclusies?
Global Education Reform Movement(GERM) GERM Standaardisatie van het leren en lesgeven (voorgeschreven) Focus op taal- en rekenvaardigheid Werken met een voorgeschreven curriculum Lenen van hervormingsideeën uit het bedrijfsleven Verantwoording op basis van toetsen en controle FERM (= Finnish Way) Op maat leren en lesgeven (flexibel nationaal curriculum) Focus op creatief leren Aanmoedigen van risico s nemen Eigenaar blijven van de eigen innovatietraditie (good practice!) Gedeelde verantwoordelijkheid en vertrouwen (ondersteuning geven)
De epiloog: vijf kernpunten 1. Traditie en culturele identiteit als waardevolle ankers 2. Nederland: het land van leuk en aardig, van ruilverkaveling en ruilhandel 3. Puzzelen met paradoxen 4. De inhoud: niet-onderhandelbare doelen, eigen keuzes 5. Van TWO (tijdelijk werkbare oplossing) naar ZBO (zeer betrouwbare organisaties)
Traditie en culturele identiteit als waardevolle ankers Finland blijft trouw aan zijn traditie en culturele identiteit: Gelijke onderwijskansen, respecteren en benutten van diversiteit als basis voor leren, maatschappelijk vertrouwen in de professional Wat zijn de Nederlandse verworvenheden van het onderwijs? Artikel 23 van de grondwet: Vrijheid van Onderwijs Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste kinderen van de wereld -> veel aandacht voor pedagogisch klimaat Het bevoegd gezag benoemt haar personeel -> hoge eisen vakbekwaamheid Nederland heeft van oudsher een open, democratische samenleving Context: Anglo-Amerikaans of Rijnlands?
Anglo-Amerikaans Rijnlands 1. Wie de baas is mag het zeggen Wie het weet mag het zeggen 2. Mensbeeld: individualisme Mensbeeld: solidariteit 3. Doelstelling is vertrekpunt Hier en nu als vertrekpunt 4. Organisatie als geldmachine Organisatie is werkgemeenschap 5. Zelf willen schitteren Samen schitteren: team play 6. Regelgedreven Principegedreven 7. Regels zijn regels Contextgevoelig 8. Functiesplitsing als norm Vakmanschap als basis 9. Coördinatie van bovenaf Coördinatie vanaf de werkvloer 10. Staf(aan)gestuurd Primair proces centraal 11. Standaardisering Maatwerk 12. Weten is meten Meten is weten
De Anglo-Amerikaanse school De Rijnlandse school 1. Gericht op leerstof Gericht op kwaliteiten en talenten 2. Leerstofopbouw->makkelijk naar moeilijk Interesse en talent sturen het leren 3. Leerstof centraal Kinderlijke ontwikkeling centraal 4. Standaardisering Pluriformiteit 5. Toets is er voor de leraar Toets voor de leerling 6. Eerst theorie, dan praktijk Praktijk en theorie gaan samen 7. Leren voor later Leren voor nu 8. Zinvol Betekenisvol 9. Alleen leren Samen leren 10. Leerkracht als uitvoerder Leerkracht als vakman 11. Leerkracht stuurt het proces Zelfsturing/verantwoordelijkheid leerling 12. Directie als beheerder Directie als onderwijskundig leider
Anglo-Amerikaans Rijnlands Nederland Polderen Ruilverkaveling
Onze Nederlandse traditie http://www.youtube.com/watch?v=6r9uveuwyze
Nederland: het land van leuk en aardig, van ruilverkaveling en ruilhandel De Finse onderwijsconsensus: Gemeenschappelijk ideaal: algemeen toegankelijk onderwijs voor iedereen Nederlandse belemmeringen: Regieverlegenheid en vrijblijvendheid: sectoren, koepels, organisaties, instituten, adviesorganen, stuur-, werk-, actie- en klankbordgroepen, klachten-, bezwaren-, geschillen- of tuchtcommissies, beroepsorganen, parlementaire enquêtes Machten en krachten overheid: Ontwikkeling van (jonge) kinderen bij diverse ministeries, beleid afhankelijk van kabinet(speriode) en middenveld (positiemacht) Uitgevers (kennismacht), ruilhandel -> wij laten elkaar met rust
Nederland: het land van leuk en aardig, van ruilverkaveling en ruilhandel Nodig: Erkenning van de professionaliteit van de leraar! * beroepsethos: Het is een intensief en prachtig vak * scherpe, professionele dialoog: in en tussen scholen * sturen op pedagogiek en didactiek, fors investeren in vakmanschap en professioneel leren in en tussen scholen VERTROUWEN! TOEGANKELIJKHEID! SAMENWERKING!
De inhoud: niet- onderhandelbare doelen en eigen keuzes voor school en leerling Een hard curriculum: Ondergrens taal-, lees- en rekenniveau en doorlopende leerlijnen scherp gedefinieerd Niet- onderhandelbare doelen vaststellen voor prestaties en onderwijs bovenschoolse doelen schoolspecifieke doelen -> bekend op alle locaties Doelen m.b.t. lesgeven: breed maar in een gemeenschappelijk kader Alle schoolleiders ondersteunen deze bovenschoolse doelen - expliciet: schoolleiding neemt daadwerkelijke actie - impliciet: schoolleiding ondermijnt de doelen niet
Alle betrokkenen staan op één lijn en ondersteunen deze doelen Ontwikkelingsdoelen, prestatiedoelen Helder meerjarenplan -> stip aan de horizon - welke inhoudelijke keuzes zijn gemaakt? - op welke wijze is het ontwikkelproces pedagogisch-didactisch ingericht? - hoe wordt dit in verbinding met ouders/ samenwerkingspartners gerealiseerd? - de te verwachte resultaten NB: Eigen belangen en verwachtingen van individuele teamleden leveren geen bijdrage aan het algehele succes
Zeer Betrouwbare Organisaties (ZBO) Kenmerken: Duidelijke doelen, constant toezicht op het realiseren hiervan Helder inzicht in de noodzakelijke voorwaarden waaronder deze doelen worden verwezenlijkt Onmiddellijk corrigerend optreden als de doelen niet worden gehaald (Bellamy, Crawford, Marshall, Coulter) Bijv. energiebedrijven, kerncentrales, luchtverkeersleiding, onderwijs?
Zeer Betrouwbare Organisaties (ZBO) Onderwijs: scholen/ leraren/ schoolleiders schoolbesturen schoolorganisaties Ministerie van OC en W Inspectie van het onderwijs Vakbonden, samenwerkingsverbanden, pers, e.d. Criteria: Noodzakelijke voorwaarde: leerlingprestaties, welbevinden vertrouwen, toegankelijkheid, samenwerking
Vertrouwen: uitgaan van eigen kracht! Wij moeten niet alleen naar andere landen kijken!
Van tijdelijk werkbare oplossingen(two) naar ZBO -> vijf Finse lessen 1. Doelgerichte actie op alle lagen Vertrouwen op de vakbekwaamheid van onderwijsmensen Verantwoording slimmer organiseren (professionele dialoog met beperkte kengetallen van het harde curriculum) Positief over het vak praten; hoopvol perspectief bieden 2. Doordacht onderwijs Bewust zijn van onze tradities Blijven toepassen van theorieën, concepten, onderzoek, innovatie Iedere school/ organisatie is een ZBO
Van tijdelijk werkbare oplossingen(two) naar ZBO -> vijf Finse lessen 3. Diep leren Vertrouwen op het curriculum, aanpak en methode -> ontwikkeling van het kind Focus op korte termijn, ontwikkelingsperspectief lange termijn Ruimte scheppen voor nieuwe ideeën, opvattingen, aanpakken Respecteren van autonomie maar elkaar professioneel aanspreken en de maat durven nemen (= professionele dialoog) 4. Discipline organiseren -> simplexiteit Waar willen we goed in zijn? Waar krijgen we energie van? Waar doen we het voor? -> geen ruilhandel!
Van tijdelijk werkbare oplossingen(two) naar ZBO -> vijf Finse lessen 5. Doorleefd werken Iedere leerling, iedere ouder, iedere leraar weet vol trots, in enkele zinnen te vertellen wat de kern en kracht van zijn school is Schoolleiders, bestuurders en beleidsmakers slagen er in om de motivatie van de medewerkers jaar na jaar te laten toenemen -> blijven werken aan nieuwe uitdagingen!