1 H9. Ruimtemeetkunde Hoofdstuk 9: RUIMTEMEETKUNDE 1. Wat moet ik leren? ( handboek p. 106 150 ) 9.1 Ruimtefiguren Een kubus, balk, driezijdig prisma, piramide, bol, cilinder en kegel herkennen en benoemen. Een zijvlak van een lichaam benoemen + aanduiden op tekening. Een ribbe van een lichaam benoemen + aanduiden op tekening. Een hoekpunt van een lichaam benoemen + aanduiden op tekening. Soorten prisma s herkennen en benoemen. 9.2 Evenwijdige, snijdende en kruisende rechten Kruisende rechten benoemen en herkennen op een ruimtefiguur. 9.3 Aanzichten De 3 mogelijke aanzichten van een lichaam herkennen en noteren. 9.4 Ruimtefiguren tekenen 9.5 Ontwikkelingen van ruimtefiguren Op tekeningen de ontwikkeling van een kubus of balk herkennen. 2. Oefeningen in het werkboek ( werkboek p. 90 112) 9.1 Ruimtefiguren 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 9.2 Evenwijdige, snijdende en kruisende rechten 12, 13, 14, 15 9.3. Aanzichten 16, 17, 19, 20, 22, 23, 24, 25(1) 9.4. Ruimtefiguren tekenen. 26, 28, 30 9.5. Ontwikkelingen van ruimtefiguren 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38
2 H9. Ruimtemeetkunde 3. Aanvullingen 1 Het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht is noodzakelijk voor het alledaagse leven. Je kan dit inzicht verwerven door het vastnemen, verplaatsen,... van voorwerpen, maar ook door na te denken! Enkele ervaringen die te maken hebben met ruimtelijk inzicht: - voorwerpen die zich verder van je bevinden lijken kleiner, maar zijn niet kleiner; - dieptezicht (stereoscopisch zicht); - beseffen dat je iets anders ziet als je een ander standpunt inneemt; - ontdekken dat gegevens uit één foto soms onvolledig zijn; 2 Let bij tekeningen op de onzichtbare ribben! Soms zijn ze in stippellijn getekend maar soms ook niet. 3 Let bij de ontwikkeling op het aantal vlakken! Een kubus en balk hebben zes vlakken. 4 Het aantal zijvlakken bij een prisma is het aantal zijden van het grondvlak plus 2. Het aantal ribben bij een prisma is het aantal zijden van het grondvlak maal 3. Het aantal hoekpunten van het prisma is het aantal zijden van het grondvlak maal 2. 4. Leren leren : Specifieke leertips! 1 Probeer de ruimtefiguren in je directe omgeving te herkennen. Voorbeeld : je pennenzak kan een balk of cilinder voorstellen. 2 Als je het moeilijk hebt bij de ontwikkelingen van kubus of balk, kan je deze ontwikkeling even overtekenen en uitknippen. 3 Gebruik bij kruisende, snijdende en evenwijdige ribben kleuren om je tekening duidelijk te maken.
5. Diagnose en remediëring 3 H9. Ruimtemeetkunde Werkboek p. 113 -> 130 Leerboek p. 139 -> 150 1. Werkboek oef 48-49 Indien problemen: kijk dan eerst theorie na in het leerboek. 2. Werkboek oef 51 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 13 14 na. 3. Werkboek oef 52 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 22 na. 4. Werkboek oef 55 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 34 na. Maak daarna WB oef 54 5. Werkboek oef 53 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 33 na. Maak daarna WB oef 72 6. Werkboek oef 56, 57 Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 24 na. 7. Werkboek oef 58 (1) Indien problemen: kijk dan eerst WB oef 26+30 na. Maak daarna oef 58 (2) 8. Werkboek oef 62 Indien problemen : kijk dan eerst WB oef 32 na. 9. Werkboek oef 64 Indien problemen : kijk dan eerst WB oef 71 na. 10. Werkboek oef 66 Indien problemen : kijk dan eerst WB oef 31 na. 11. Werkboek oef 60 en 75 6. Extra oefeningen 1. VERSTOPPERTJE SPELEN. Zeven kinderen spelen verstoppertje. Zes hebben zich achter muurtjes verstopt en Bart moet ze zoeken. De kinderen blijven tijdens het zoeken stilstaan. Hoeveel kinderen kan Bart zien als hij bij de eik staat? Bart gaat de andere kinderen zoeken. terwijl hij naar de beuk loopt, kijkt hij goed om zich heen. Welke kinderen ziet hij? Bart loopt eerst terug naar de eik en dan naar de kastanje. Ook nu kijkt hij goed om zich heen. Wie kan hij nu zien? Wie heeft zich het best verstopt?
4 H9. Ruimtemeetkunde 2. KIJKEN NAAR FLATGEBOUWEN Flat B is hoger dan flat A. Als je op de bank zit en je kijkt naar het dak van flat A, dan zie je net nog de bovenkant van flat B. Je loopt naar flat A toe. Wat kan je nog zien van flat B? Je loopt van de bank naar achteren. Zie je dan meer of minder van de flat B? 3. EXTRA OPDRACHTEN ONTWIKKELINGEN VAN LICHAMEN 1. Welke figuur hoort bij de gegeven ontwikkeling?
5 H9. Ruimtemeetkunde 2. Een kubus is voor de helft zwart gekleurd. In de ontwikkeling is het grondvlak reeds zwart gekleurd. Vervolledig de gegeven ontwikkelingen. 3. Een vlieg loopt van hoekpunt A naar het midden van ribbe DC, dan naar het hoekpunt G en tenslotte naar hoekpunt B. Teken de route van de vlieg in de ontwikkeling.
6 H9. Ruimtemeetkunde 6. DE PIRAMIDEN NABIJ CAÏRO Een stuntman beklimt de piramide van Gizeh in Egypte. Zeven toeristen nemen een foto. Wie nam welke foto? 7. EEN BOOT VAART ROND EEN EILAND (ZIE P.6) Waar was de boot toen de foto s werden gemaakt?