NOTITIE.

Vergelijkbare documenten
ForCA QuickScan. Snel zicht op bevorderende en belemmerende factoren bij de implementatie van gedragsinterventies

Vragenlijst implementatierijpheid VTGM

Jaarplan 2015 Krijnie Schotel en Petra Tjalma

De Veranderplanner. Vilans 2011 Michiel Rutjes, Carolien Gooiker, Marjolein van Vliet. Veranderplanner (Versie )

Informatie en instructie zelfredzaamheidscore

Structurele mondverzorging, een verbetertraject - bent u er klaar voor?

Taak- Functieomschrijving Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Spaarne Coaching 360º 360º feedback is een krachtig instrument, maar dient op de juiste wijze gebruikt te worden.

Patiëntenparticipatiecultuur in ziekenhuizen Implementatietrajecten 2015

Implementatie Begeleid Leren in afdelingen en teams

feedback Flexibel en online Robuust 360º Werkboek Robuus Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º Haal het maximale uit 360º

Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion

Verbeterproject GGZ NHN Divisie Langdurende Psychiatrie

: Teamcoach. Algemene informatie Naam organisatie : De Haardstee. FWG-niveau : 45

Toelichting bij de vragen uit de Veranderplanner. 1. Verkennen van het probleem

TMA 360º feedback Flexibel en online. TMA 360º feedback werkboek. Dank u voor het gebruiken van de TMA 360º feedback competentie-analyse

Binnen deze driehoek geldt een aantal randvoorwaarden:

Informatie 4-daagse opleiding tot Leren van Delict trainer

Quickscan Duurzame Inzetbaarheid

LVB en Verslaving. Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013

Implementeren van een zorginnovatie. Heel gewoon.

Op weg naar meer kennis over wat werkt voor multiprobleemgezinnen (MPG) MSc L. (Loraine) Visscher, Universitair Medisch Centrum Groningen

MASTER ORTHOPEDAGOGIEK SCRIPTIE

De lerende Overblijf Medewerker

Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling

Implementatie Zorgstandaard Obesitas voor kinderen (4-12 jaar) KIZO-project

Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling.

Aanvraag VEZN Pro Vita

Voorbeeld IKC PactMeter Samenvatting

BETREFT ZRM METING EN ANALYSE en METING MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT

De Aandachtsfunctionaris 1

Cursus Positief opvoeden volgens Triple P - Amsterdam

Hoe voer ik PMA gesprekken met mijn collega s, leerlingen, deelnemers?

Samenvatting: Help, hoe krijgen we IC aan de praat?

Informatie opleiding Brains 4 Use (B4U)

Medezeggenschap van kinderen en jongeren en de nieuwe Jeugdwet

Organisatiescan persoonsgerichte zorg

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving

Voorlichting Dialoogtafelmethodiek. Korte versie voor de deelnemende aan de dialoogtafel professionals

Helpt het hulpmiddel?

Overzichtskaart 3. Opvoedingsondersteuning. voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen

Kwaliteitsysteem 3x Groei oudertraining. Opleiding en supervisie van trainers en supervisoren

Eerste effectmeting van de training ouderverstoting voor professionals in opdracht van De FamilieAcademie

CONTOUREN ACTIEPLAN JGZ PREVENTIE SCHOOLVERZUIM

Algemeen rapport resultaat

Trendanalyse

SAMENVATTING. Samenvatting

Werken met richtlijnen in jeugdhulp en jeugdbescherming

Instroom 1. Inclusie. Uitstroom. Doorstroom. Universiteit Utrecht 1

Bedrijfsmaatschappelijk werker

COMMUNICATIE technieken. voor leidinggevenden

Kwaliteitskader Verantwoorde zorg Caribisch Nederland

Samenvatting: Help, weer een verandering!?

Adviesraad Wmo Arnhem Jaarplan 2017

Aanbod scholingen PEDI-NL November 2010 SCHOLINGEN PEDI-NL

Workshop Positieve gezondheid en geluk Co-productie institute for Positive Health (iph) en HKN huisartsen

Informatie Opleiding Leren van Delict (LvD)

Onderzoeksvoorstel Buur & co. interventie gemeente Opsterland

Deeltaak 9.2a en b Public Health groepsvoorlichting

Functioneel meten en vakmanschap

Basistraining Huiselijk Geweld en Kindermishandeling / Meldcode

Schoolondersteuningsprofiel. 17IQ00 School voor Speciaal Basisonderwijs De Verrekijker

Dialoogtafels: jeugdige, ouders en professionals in gesprek over ontvangen zorg. Congres Jeugd in Onderzoek 13 maart 2017 Alona Labun & Marike Serra

Het Poortje Jeugdinrichtingen

Presentatie Sturing en Monitoring 1Gezin1Plan

De meldcode en de aandachtsfunctionaris. Tea Hol Coördinator Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling

Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument. Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid

Borging onafhankelijkheid informatie en adviespunt arbeidsintegratie (arbeidsadviseur)

This is APP! Jongerenparticipatie Gemeente Appingedam

De training wordt incompany gegeven en op maat aangeboden.

Meten van uitkomsten van behandelingen in de jeugdzorg

Bewezen effectief werken. Korte introductie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

Praktijkgericht onderzoek: een kwestie van tweerichtingsverkeer. Els Evenboer UMC Groningen Monique Meijne Odion

Raamwerk communicatiebeleid gemeente Heusden

DEELNEMEN AAN HET ACTIEF NETWERK Nationaal Platform Duurzame Inzetbaarheid - IN ZORG

Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus

EVC-tool: instructie voor leidinggevende

Factsheet Kwetsbare ouderen: Extramuralisering. Trekker: gemeente Arnhem

Persoonlijk ontwikkelplan

Monitor Sociaal Domein

Specialistische zorg. voor jongeren met complexe gedragsproblemen

Zelfinspectie.nl Arbo op orde!

Mijn Ervaring met de Zorgrelatie een instrument om de kwaliteit van de zorgrelatie met de hulpverlener inzichtelijk te maken

Inspirerend Management. in de zorg. Een modulaire aanpak gericht op de ontwikkeling van nieuw leiderschap

Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling

Empowerment Kwaliteit Instrument: Operationalisering en Normering Voor gezondheidsbevorderaars en preventiewerkers als aanvulling op de Preffi 2.

Handleiding EVC-procedure

Communicatie bij implementatie

SGF formulier beoordelen onderzoeksaanvragen vanuit cliëntenperspectief

TEVREDENHEIDSONDERZOEK

Training Soft skills voor technici

Transcriptie:

aan Tamara Pultrum, Petra Tjalma en Krijnie Schotel organisatie ForCA van I.L. Bongers, M.C.P. Peeters & Ch. van Nieuwenhuizen organisatie GGzE datum 30 juni 2016 onderwerp ForCA QuickScan Jongerenparticipatie; enkele aanbevelingen kopie High Level Kennisgroep en Parlement ForCA Aanleiding In opdracht van Krijnie Schotel (voorzitter ForCA) is door de Onderzoeksgroep Forensische Geestelijke Gezondheidszorg 1 de ForCA QuickScan bij acht, bij ForCA aangesloten organisaties, afgenomen. Het doel van de afname van de ForCA Quickscan was om zicht te krijgen op de bevorderende en belemmerende factoren die spelen bij het invoeren van jongerenparticipatie bij deze instellingen. In deze notitie worden de resultaten van de acht focusgroepen besproken en tevens aanbevelingen gedaan op basis van de ForCA QuickScan. Werkwijze Focusgroep Voor de acht focusgroepen zijn jongeren, hulpverleners, onderzoekers en managers en/of beleidsmedewerkers uitgenodigd. In elke focusgroep is eerst kort toegelicht wat het doel van de focusgroep was. Daarna is met de deelnemers, aan de hand van een oefening (zie Bijlage 1), besproken wat participatie is volgens de deelnemers. Als laatste is de ForCA QuickScan gezamenlijk door de deelnemers ingevuld. ForCA QuickScan De ForCA QuickScan is een online module die voor iedereen vrij toegankelijk is (www.forcaquickscan.nl). Met de ForCA QuickScan kunnen de meest relevante bevorderende en belemmerende factoren voor het implementeren van een gedragsinterventie worden vastgesteld. Het instrument is opgebouwd rond vier relevante domeinen voor implementatie: Interventie, Personeel, Organisatie en Doelgroep (IPOD). Elk domein bestaat uit een aantal hoofdvragen. De hoofdvragen zijn algemeen gesteld om een eerste inzicht te krijgen in hoe de implementatie op dit gebied verloopt en worden beantwoord door middel van een Visueel Analoge Schaal (VAS). Afhankelijk van het gegeven antwoord op de hoofdvragen, worden aanvullende verdiepingsvragen gesteld. Met behulp van deze vragen wordt gekeken waar de bevorderende en belemmerende factoren precies zitten en hoe deze aangepakt kunnen worden. De verdiepingsvragen kunnen met ja en nee worden beantwoord. 1 http://www.ggze.nl/professionals/wetenschappelijk-onderzoek/onderzoeksgroep-fggz

bladzijde 2 Resultaten Deelnemers In totaal zijn er acht focusgroepen georganiseerd en hebben 36 mensen deelgenomen (14 jongeren, acht hulpverleners, vijf onderzoekers en negen managers of beleidsmedewerkers). De deelnemers waren allemaal enthousiast om deel te nemen aan de focusgroepen en vonden het onderwerp erg relevant. De focusgroepen zijn georganiseerd bij Justitiële Jeugdinrichtingen, Jeugdzorgplus instellingen, GGz-instellingen en een universiteit. 2 Het is niet gelukt om focusgroepen te organiseren bij het NIFP en 3RO. Oefening: wat is participatie? In Figuur 1 is een voorbeeld te zien van de oefening, die door een van de deelnemers aan een focusgroep, is ingevuld. Volgens alle deelnemers staan de jongeren centraal of zijn zij degene waar het om draait in participatie. Volgens de deelnemers moet er een wisselwerking zijn tussen de organisatie, de hulpverleners en de jongeren die dienend is aan het belang van de jongeren. Figuur 1 Voorbeeld ingevulde opdracht uit de focusgroep 2 Deelnemende instellingen: Het Keerpunt, Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt, Het Poortje jeugdinrichtingen, Forensisch Centrum Teylingereind, Icarus, De Jutters, GGzE De Catamaran, Tilburg University

bladzijde 3 Gelijkwaardigheid tussen jongeren, hulpverlening en organisatie wordt door slechts enkele deelnemers aan de focusgroepen genoemd. Volgens sommige deelnemers legt participatie een verantwoordelijkheid bij de jongeren, maar ook organisaties en personeel hebben een verantwoordelijkheid om iets te doen met de opmerkingen van jongeren. De deelnemers gaven aan dat participatie niet vrijblijvend is: om jongerenparticipatie te laten slagen, moeten jongeren gehoord worden en moet er vanuit de organisaties en hulpverlening de wil zijn hieraan gehoor te geven en veranderingen door te voeren. De deelnemers hebben niet alleen omschreven wat participatie is, maar hebben ook voorbeelden van jongerenparticipatie in de instellingen genoemd. Een cliëntenraad en/of jongerenraad waar jongeren mee kunnen denken en geïnformeerd worden over de organisatie en de aangeboden zorg is in alle instellingen geïmplementeerd. Sommige instellingen gaan zelfs verder en kunnen jongeren daadwerkelijk inspraak uitoefenen op verschillende niveaus. Er werden ook vormen van jongerenparticipatie genoemd die gericht zijn op één enkele jongere. Voorbeelden hiervan zijn een jongere goed informeren over de opname of na een overleg tussen hulpverleners de jongere een terugkoppeling geven. Volgens de deelnemers van de focusgroepen is het voor een goede participatie nodig dat jongeren, hulpverleners en de organisatie goed met elkaar communiceren en samenwerken. ForCA QuickScan In de focusgroepen zijn alle domeinen van de ForCA QuickScan ingevuld. De deelnemers gaven aan moeite te hebben met het interpreteren van de vragen met betrekking tot het domein Interventie. De belangrijkste reden hiervoor is dat jongerenparticipatie geen methode is maar een proces en afhankelijk van de situatie, doelgroep en persoon. In de ForCA QuickScan wordt in het domein Interventie uitgegaan van een vaststaande interventie die beschreven is in een handleiding. Deze twee sluiten onvoldoende op elkaar aan en daarom kunnen de vragen uit dit domein niet ingevuld worden voor jongerenparticipatie. Om deze reden wordt het domein Interventie verder niet besproken. Voor de drie overige domeinen Doelgroep, Personeel en Organisatie is in de focusgroepen de ForCA QuickScan wel ingevuld. Bij elke vraag is het woord interventie vervangen door jongerenparticipatie. In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het gemiddelde en range van de score op de verschillende hoofdvragen. Wat opvalt, is dat de gemiddelden het hoogst zijn voor het domein Doelgroep (domein Doelgroep range gemiddelde 95,9 99,8). Dit betekent dat de deelnemers van de focusgroepen vinden dat er weinig belemmerende factoren spelen voor het invoeren van jongerenparticipatie voor de jongeren. Volgens de deelnemers van de focusgroepen hebben het personeel en de organisatie er meer moeite mee. Uit de ForCA QuickScan blijkt dat het personeel door de organisatie ondersteund wordt om hun kennis en vaardigheden op peil te houden en over het algemeen goed samenwerken (zie Tabel 1 respectievelijk hoofdvraag 5 gemiddelde 75,1; range 20-100 en hoofdvraag 6 gemiddelde 75,1; range 32-100). De instellingen waar lager gescoord wordt op hoofdvraag 5 geven in de aanvullende verdiepingsvragen aan dat er geen specifieke deskundigheidsbevordering is gericht op

bladzijde 4 jongerenparticipatie (zie Bijlage 2 voor de scores op de aanvullende verdiepingsvragen). De aanvullende verdiepingsvragen met betrekking tot de samenwerking geven aan dat de taken niet duidelijk verdeeld zijn tussen de medewerkers. Het laagst wordt gescoord op hoofdvraag 4 van het domein Personeel (beschikken medewerkers over de juiste kennis en vaardigheden, gemiddelde 59,0; range 48 78). Bij de aanvullende verdiepingsvragen valt op dat aangegeven wordt dat de medewerkers zelf niet van overtuigd zijn dat ze de juiste kennis en vaardigheden hebben om met jongerenparticipatie te werken. Tabel 1: Gemiddelden op de hoofdvragen van de ForCA QuickScan Hoofdvragen ForCA QuickScan * Gemiddelde Min-Max Doelgroep Personeel 1. Past de interventie bij de doelgroep binnen de organisatie? 95,9 70-100 2. Komt de problematiek van de doelgroep overeen met het behandel- of trainingsdoel van de interventie? 96,8 74-100 3. Is de verwachting dat de deelnemers baat hebben bij de interventie? 99,8 99-100 4. Beschikken medewerkers over de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de interventie? 5. Worden medewerkers ondersteund om hun algemene kennis en vaardigheden op peil te houden? 59,0 48-78 75,1 20-100 6. Werken medewerkers samen binnen de organisatie? 75,1 32-100 Organisatie 7. Is de organisatiestructuur geschikt voor het implementatietraject? 94,0 73-100 8. Weet de organisatie de interventie duidelijk te profileren? 59,6 14-100 9. Voelen álle medewerkers zich verantwoordelijk voor het succes van de interventie? 10. Zijn de benodigde randvoorwaarden voor de implementatie van de interventie aanwezig? 47,7 9-99 70,0 37-100 * De hoofdvragen van de ForCA QuickScan worden met een visuele analoge schaal gescoord. Op elke hoofdvraag kan gescoord worden van 0 (helemaal niet) tot en met 100 (helemaal wel). De meeste belemmerende factoren rapporteerden de deelnemers van de focusgroepen voor de organisaties. Deze belemmerende factoren wisselen erg tussen de verschillende instellingen, sommige instellingen score op alle vragen 100 en andere instellingen scoren veel lager. De organisatiestructuur is volgens de deelnemers geschikt om met jongerenparticipatie te werken (hoofdvraag 7 gemiddelde 94,0; range 73-100); ook de randvoorwaarden zijn in de meeste instellingen voldoende aanwezig (hoofdvraag 10 gemiddelde 70,0; range 37-100). Voor de organisaties die laag scoren op de randvoorwaarden (hoofdvraag 10) werd in de ForCA QuickScan op de aanvullende verdiepingsvragen geantwoord dat er te weinig tijd werd vrijgemaakt en er te

bladzijde 5 weinig ondersteuning was voor het personeel om goed te werken met jongerenparticipatie. Een gemiddelde score rapporteerde de deelnemers voor de mate waarin de organisaties zich met jongerenparticipatie profileren (hoofdvraag 8 gemiddelde 59,6; range 14 100). Uit de aanvullende verdiepingsvragen blijkt vooral dat het belang van jongerenparticipatie nog niet altijd goed duidelijk gemaakt kan worden door de organisaties. Gemiddeld werd het laagst gescoord op hoofdvraag 9 (voelen alle medewerkers zich verantwoordelijk voor het succes: gemiddelde 47,7; range 9-99). De aanvullende verdiepingsvragen gaven aan dat het topmanagement de interventie steunt maar dat de medewerkers niet gemotiveerd waren om met jongerenparticipatie te gaan werken. Conclusie Het doel van de focusgroepen was om zicht te krijgen op de bevorderende en belemmerende factoren die spelen bij jongerenparticipatie bij de aangesloten instellingen van ForCA. De ForCA QuickScan kan hiervoor gebruikt worden. De domeinen Doelgroep, Personeel en Organisatie konden door de deelnemers van de focusgroepen makkelijk gescoord worden; het domein Interventie kon echter niet ingevuld worden. Voor de domeinen Doelgroep, Personeel en Organisatie gaven de deelnemers aan dat de doelgroep klaar is voor participeren en dat het personeel en de organisatie nog de nodige stappen moeten zetten om jongerenparticipatie goed in te bedden. Aanbevelingen 1. Om jongerenparticipatie binnen de instellingen beter op de kaart te zetten, is het goed jongeren te informeren over jongerenparticipatie en een speciale coördinator aan te stellen. Op deze manier krijg je ambassadeurs van jongerenparticipatie en wordt het gebruik van jongerenparticipatie gestimuleerd op verschillende niveaus. 2. Specifieke training of deskundigheidsbevordering ontwikkelen voor medewerkers, zodat de medewerkers meer vertrouwen krijgen in hun eigen vaardigheden. Van belang is dat er blijvende ondersteuning is voor het personeel bij het uitvoeren van participatie. 3. Het belang van jongerenparticipatie moet op alle niveaus helder zijn. Dit kan bereikt worden door concrete uitwerkingen van jongerenparticipatie en wat de meerwaarde hiervan is in kaart te brengen. 3 Daarnaast moeten zowel jongeren als medewerkers tijd maken om jongerenparticipatie mogelijk te maken. 3 Zie ook: Visie op jongerenparticipatie in inrichtingen voor gesloten behandeling. Opgesteld door Mijntje ten Brummelaar en Tamara Pultrum September 2015

bladzijde 6 Bijlage 1 Oefening: Wat is participatie? Instructie oefening: Vanuit uit het begrip participatie, vul je de driehoek in vanuit jezelf als persoon, niet vanuit je rol als medewerker. Waar staat de jongere? Waar staat de organisatie en waar staat de hulpverlener?

bladzijde 7 Bijlage 2 Aanvullende verdiepingsvragen aantal keren dat ja of nee gescoord werd. Aanvullende verdiepingsvragen Score Nee Score Ja Domein Personeel P1.1 Hebben medewerkers de specifieke kennis die nodig is voor het uitvoeren van de 4 4 interventie? P1.2 Zijn medewerkers er zelf van overtuigd dat ze de kennis en vaardigheden hebben 3 5 om de interventie uit te kunnen voeren? P1.3 Worden medewerkers getraind om de interventie correct uit te kunnen voeren? 5 3 P1.4 Is de interventie uit te proberen in een oefensituatie of bij anderen te observeren? 3 5 P1.5 Zijn medewerkers in staat om effectief gebruik te maken van de aanwezige 2 6 apparatuur en software? P1.6 Zijn de medewerkers in staat om zich gemakkelijk aan te passen aan een nieuwe 5 3 situatie? P1.7 Is er een balans tussen ervaren en minder ervaren medewerkers? 3 5 P2.1 Is er een doorlopende deskundigheidsbevordering van medewerkers? 6 2 P2.2 Is er ondersteuning in de dagelijkse praktijk mogelijk? 5 3 P2.3 Zijn er intervisie bijeenkomsten? 6 2 P2.4 Vindt er supervisie plaats? 6 2 P3.1 Is er structureel overleg tussen verschillende afdelingen? 5 3 P3.2 Wordt er structureel samengewerkt tussen de betrokken afdelingen? 5 3 P3.3 Is er sprake van een teamgeest binnen de betrokken afdelingen? 4 4 P3.4 Ervaren de medewerkers steun van hun leidinggevenden? 5 3 P3.5 Voelen medewerkers zich gesteund door hun collega s? 5 3 P3.6 Zijn de taken duidelijk verdeeld binnen het team? 5 3 P3.7 Neemt elke medewerker zijn verantwoordelijkheid in het behandelproces? 8 - Domein Organisatie O1.1 Heeft de organisatie korte beslis- en communicatielijnen? 7 1 O1.2 Is er binnen de organisatie een duidelijke taakverdeling? 6 2 O1.3 Is planmatig werken ingebed in de organisatie? 7 1 O1.4 Is er op alle lagen van de organisatie kennis van de interventie? 6 2 O1.5 Geeft de organisatie duidelijke voorlichting aan alle medewerkers? 8 - O1.6 Geeft de organisatie inzicht in de resultaten die het behaalt? 6 2 O2.1 Gebruikt de organisatie (digitale) media om de interventie te promoten? 8 - O2.2 Weet de organisatie duidelijk te maken waarom deze interventie van belang is? 7 1 O2.3 Werft de organisatie actief cliënten voor de interventie? 4 4 O2.4 Wordt er door verwijzers of cliënten specifiek om de interventie gevraagd? 5 3 O2.5 Past de interventie binnen de visie en missie die de organisatie uitdraagt? 3 5 O3.1 Steunt het topmanagement de interventie? 2 6 O3.2 Zijn de medewerkers gemotiveerd om met de interventie te gaan werken? 6 2

bladzijde 8 Aanvullende verdiepingsvragen Score Nee Score Ja O3.3 Worden besluiten over de interventie zowel op centraal niveau als decentraal 6 2 niveau genomen? O3.4 Zijn de medewerkers actief betrokken bij de ontwikkeling van of keuze voor de 6 2 interventie? O3.5 Zijn er opinieleiders op de afdelingen die medewerkers kunnen motiveren en 4 4 stimuleren? O4.1 Is er voldoende tijd vrijgemaakt voor de implementatie van de interventie? 6 2 O4.2 Is er voldoende ondersteuning voor het personeel, door onder andere goede 5 3 intervisie? O4.3 Is er een coördinator aangesteld die de implementatie begeleidt en coördineert? 7 1 O4.4 Is er voldoende expertise over het implementeren van interventies op organisatie- 1 7 en afdelingsniveau? O4.5 Zijn er samenwerkingsverbanden met ketenpartners die het mogelijk maken om de 1 7 benodigde expertise te lenen van andere organisaties? O4.6 Is er voldoende technische ondersteuning voor de interventie? 2 6 O4.7 Is er een rapportage systeem dat aansluit op de interventie? 2 6 O4.8 Zijn er personeelstekorten die de implementatie van de interventie kunnen 3 5 belemmeren? Domein Doelgroep D1.1 Is de doelgroep van de interventie duidelijk omschreven? 8 - D1.2 Is er voldoende instroom, zijn binnen de organisatie voldoende cliënten die binnen 7 1 de doelgroep van de interventie vallen? D2.1 Is de problematiek waar de interventie zich op richt duidelijk omgeschreven? 8 - D2.2 Is het doel van de interventie ook het behandeldoel van de cliënten? 7 1 D3.1 Is de verwachting dat bij deelnemers een duidelijke gedragsverandering optreedt? 8 - D3.2 Is er een beloningssysteem opgenomen in de interventie/methodiek? 8 - D3.3 Krijgen deelnemers een tastbaar bewijs in de vorm van diploma s of certificaten 8 - bij het afronden van de interventie? D4.1 Hebben de cliënten behoefte aan de interventie? 6 2 D4.2 Past de interventie bij het niveau van de deelnemer? 7 1 D4.3 Sluit de interventie aan op de leefwereld van de deelnemer? 7 1 D4.4 Wordt er gebruik gemaakt van het systeem om de deelnemer heen? 7 1