TOP 10 TAALERGERNISSEN

Vergelijkbare documenten
Spelling & Formuleren. Week 2-7

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

10 taaltips voor een perfecte

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

het begin van dit boek

Online cursus spelling en grammatica

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden

Eigen vaardigheid Taal

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

tip! in leerjaar 1, is nog weinig verschil; mavo mag deze samenvatting ook gebruiken

Beginnersfouten Nederlandse Vertalers

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro.

Visuele Leerlijn Spelling

Ondernemerschapsblokkades

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!!

Hoe spel ik een werkwoord?

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

V O L G E R S F A C E B O O K / D E D R E S S C O A C H W W W. G L A N C Y. N L

De stappendans van oplossingsgericht werken Voorbeeld van een onlinegesprek


instapkaarten taal verkennen

Inspirerend Presenteren

KIJK IN JE BREIN LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING

Werkwoordspelling op maat

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS

a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok

Meer succes met je website

KIJK IN JE BREIN LESMODULE VMBO LEERLING

* Mijn vader vindt dat je aan make-up niet te veel geld aan moet uitgeven.

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden.

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

8 tips voor meer volgers en engagement op Instagram SOCIAL MEDIA MEISJE.

FABULOUS VIRTUAL ASSISTANT MODULE 1 Les 5: Bijlage

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Week van de opvoeding

- Treffende titels: grabbelzakje - Treffende titels: kaartjes. - Tijdschriften/kranten. - Kopieerblad. - Kopieerblad

Werkwoordspelling. Tegenwoordige tijd persoonsvorm

Laat Je Rela)e Niet Stuklopen

Johannes 8:12 Jezus is de sleutel tot echt leven

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd.

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

10 Tips voor nóg meer opdrachten

De Keukentafel Uitdaging

Dilemmatest vroeger en nu

Adviezen in een hulpverlenend gesprek: zegen of vloek? Door: Johan Clarysse, stafmedewerker Tele-Onthaal West-Vlaanderen

Ruimte voor God thema 5: Écht ontvangen Preek over Matteüs 13:8 & 23 & Lukas 1: Preek Gemeente van Christus,

Kosmos Uitgevers, Utrecht / Antwerpen

Daniël 6 Leven met overtuiging 2 maart 2014 Voor de leeuwen gegooid

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

DOEBOEK VOOR OUDER EN KIND

instapkaarten taal verkennen

De spelling van de werkwoorden

3 Hoogbegaafdheid op school

i n h o u d Inhoud Inleiding

Deel het leven Johannes 4:1-30 & december 2014 Thema 4: Gebroken relaties

100 Gouden regels voor zakelijke teksten. Pyter Wagenaar & Heidi Aalbrecht

Hoe werkt het? Wat heb je nodig? Disclaimer.

HET BELANGRIJKSTE OM TE WETEN OM MEER ZELFVERTROUWEN TE KRIJGEN

5 Niet meer twijfelen 107 Geweest is/is geweest 107 Vele of velen? 108 Hen/hun/ze 110 U/uw, jou/jouw 111 Als/dan 111 Dat/wat 113 Dat/die 115

- Wie wat waar: kaartjes kerst. - Wie wat waar: grabbelzakjes. - Kopieerblad. - Kopieerblad. Beroepen Les 7: Tovertitels: Jij bent een...

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Samenvatting Nederlands Hoofdstuk 2: lezen, woordenschat en spelling

7.4 Script en plaatjes les

Hoe krijg je meer zin? Oefening 3: Wat zijn jouw prikkels? 12

1.2.3 Trappen van vergelijking 20

Waarom ga je schrijven? om de directeur te overtuigen. Wat voor tekst schrijf je? een overtuigende tekst. Voorbereiden van je overtuigende tekst

De wereld op zijn kop! Kan de wereld op zijn kop staan? Met gym heb je het vast wel eens geprobeerd Op je kop staan, bedoel ik, soms lukt het

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Thema 10. We ruilen van plek

TIEN TIPS WANNEER JE EEN KUNSTWERK WILT AANSCHAFFEN

Totaaloverzicht kant-en-klare sjablonen Nederlands Cito spelling 3.0 Cito spelling 2.0 Begrijpend lezen Grammatica Studievaardigheid

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Tabaco y Chanel. Joachim

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

9,5. Vertel het aan de huizen van steen. als ik jou. Gedichtbespreking door H. 988 woorden. 2 keer beoordeeld 27 mei 2013.

Inhoud. 1 Spelling 10

POWERTOOL 9 MANIFESTEREN. Toegepaste quantumfysica. Maar dan wel zo, dat het meetbaar wordt, En dat het je helderheid geeft.

Het onderzoeksverslag De verdediging

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven

Boekverslag Nederlands Dodelijk verliefd door Gerry Velema

Verantwoordelijkheid ontwikkelen. Informatiekit om uw medewerkers te helpen bij het voorkomen van werkstress

Ted van Lieshout Floor van de Ven, H3G, Uitgeveri Plaats Jaar uitgave en druk Aantal bladzijdes Genre Inhoudsopgave Samenvatting

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

TAALVERZORGING KGT 2 SPORTIEF PERRON 1

Transcriptie:

TOP 10 TAALERGERNISSEN TIEN FOUTEN & TIEN OPLOSSINGEN VOOR DAGELIJKS GEBRUIK auteur: Isabelle Brus Brus TEKST 2016 www.brustekst.nl / info@brusproducties.nl

1. HUN HEBBEN (GRRRR!) Deze fout hóór je vooral. Heel af en toe lees je hem ook, en dan met name op online discussiefora. Het grappige is dat mensen die 'hun hebben' zeggen, dat alleen doen als 'hun' naar personen of dieren verwijst. Niemand zal zeggen: 'De kussens op de bank, hun zijn versleten'. Maar helaas dus wel: 'Hun hebben het heel leuk gehad op dat feestje.' Moet natuurlijk zijn: zij hebben of ze hebben. Geloof mij: als je er eenmaal op let, hoor je het continu en zeg je het zelf (hopelijk) nooit meer! De dt-fout, de klassieker bij uitstek. 2. BEKEND/BEKENT (EN ANDERE DT-MISSERS) Ik ontkom er nu niet aan met wat grammaticatermen te gooien. Zet je schrap. ;-) uit Trouw Staat het werkwoord in de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd dan eindigt het werkwoord altijd op een t (dus: hij loopt, hij zegt). Als de stam (het hele werkwoord minus en) eindigt op een d (vinden, worden) eindigt het werkwoord in de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd daarom op dt (hij wordt, hij vindt, hij landt). Gaat het om een voltooid deelwoord (hebben/zijn/worden gelegd, hebben/zijn/worden gepakt)? Dan eindigt het op een d als de verleden tijd van het werkwoord met een d wordt vervoegd (hij legde zijn werk neer) en op een t als de verleden tijd met een t wordt gemaakt (hij pakte snel): de regel van 't ex-kofschip. Heel kort: eindigt de stam van een werkwoord op t, x, k, f, s, ch, p? Dan is de verleden tijd met t. Alle andere werkwoorden hebben een verleden tijd met d. Nou heb je van die werkwoorden (beloven, herkennen, bekennen, beëindigen bijvoorbeeld) waarvan de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (belooft, herkent, bekent, beëindigt) hetzelfde klínkt als het voltooid deelwoord (beloofd, herkend, bekend, beëindigd). En dat maakt het dus verwarrend. Je moet dus beoordelen of het om een voltooid deelwoord gaat of een tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd om te weten hoe je het woord schrijft. TIP! Vervang het werkwoord waarover je twijfelt door 'loopt' of door 'gelopen'. Dan heb je het meestal zo in de gaten. uit Onze Taal

3. DAT OF WAT? Het boek wat ik las, het meisje wat daar loopt, het huis wat ik heb gekocht Fout, fout, fout! Toch zijn wel goed: het enige wat ik niet wil, alles wat ik zie, dat wat ik wil is, er is zoveel wat ik wil zeggen Hoe zit het nou? Als je verwijst naar een het-woord (een onzijdig zelfstandig naamwoord), gebruik je altijd dat. Aan het huis dat wij kochten, moesten we nog veel doen. Het team dat die geweldige prestatie leverde, is bijzonder populair. Het kastje dat daar zo in de weg staat, wordt niet eens gebruikt. Als je verwijst naar de hele passage ervoor, en niet naar een enkel woord, gebruik je wat. Het project was bijna afgerond, wat we allemaal heel erg fijn vonden. En na de woorden alles, enige, dat(gene) en iets gebruik je ook altijd wat. Het enige wat we nog missen is een goede openingsact. Alles wat ik wil hebben past in mijn auto. Dat wat hij zei, klopt echt niet. 4. DAN MIJ, DAN JOU, DAN HAAR/HEM, DAN ONS, DAN HUN Hij loopt sneller dan mij. Zij hebben betere voorstellen dan ons. Waarom is zij loyaler dan jou? Tenenkrommend. Maar het wordt vaak gezegd, en je leest het -zeker online- ook regelmatig. Feitelijk is een deel van de zin hier weggelaten, en daardoor gaan mensen in de fout. Want een constructie als 'hij loopt sneller dan mij loopt' zul je niet snel zien. Gelijk ook de manier om het nooit meer fout te doen: maak de zin compleet en je vergissen is echt verleden tijd. Hij doet dat een stuk handiger dan ik (dat doe). Zij werkt een stuk trager dan hij (werkt). Die collega is langer in dienst dan jij (in dienst bent). TIP! Extra lastig (of handig?) is misschien dat in het Engels beide opties wel juist zijn. John is quicker than I (am) en John is quicker than me zijn allebei goed. Dat scheelt dan weer.

5. HIJ WILT Hij loopt. Hij kijkt. Hij biedt. Hij zegt. Allemaal stam + t, want derde persoon enkelvoud (hij/zij/het). En toch is hij wilt hartstikke fout. (Net als 'een aantal mensen wilt' en 'het toeval wilt'.) Willen is een onregelmatig werkwoord, net als kunnen, mogen en zullen. En bij die werkwoorden wordt de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) net zo vervoegd als de eerste persoon enkelvoud (ik). ik wil - jij/u wilt - hij/zij/het wil ik zal - jij/u zult - hij/zij/het zal ik mag - jij/u mag - hij/zij/het mag ik kan - jij/u kunt - hij/zij/het kan 6. IK IRRITEER ME Deze veel gehoorde én veel geschreven fout is eigenlijk ook wel logisch te verklaren. De verwarring komt door zich ergeren en het vergelijkbare irriteren. Je kunt ze vrijwel door elkaar heen gebruiken maar dan wel net anders: íets irriteert me of ik erger me áán iets Bij irriteren is de bron van de irritatie het onderwerp, bij zich ergeren is degene die hinder ondervindt juist het onderwerp. Al dat geruzie van de kinderen irriteert me mateloos. (onderwerp = al dat geruzie (van de kinderen)) Ik erger me mateloos aan al dat geruzie van de kinderen. (onderwerp = ik) Allebei goed, maar toch net even anders. Als je je er bewust van wordt vergis je je niet meer zo makkelijk. 7. GROTER ALS Onmiskenbare invloed van het Duits op het Nederlands, met zijn größer als, besser als, höher als. In het oosten van Nederland hoor (en lees) je deze fout dan ook vaker dan in het westen, al rukt de fout op richting de Noordzeestranden. ;-) Sven Kramer was weer sneller dan de concurrentie. Het huis is groter dan de schuur. Meisjes zijn meestal wat kleiner dan jongens. (want: vergrotende trap + dan) Je gebruikt wel als in de volgende gevallen: Waarschijnlijk was de conclusie van het onderzoek toch minder verrassend dan deze kop nu doet vermoeden. (uit Onze Taal) Vrouwen moeten evenveel verdienen als mannen. De nummer twee sprong op een haar na net zo ver als de winnaar. (want: evenveel, net zo, even ver, hetzelfde enzovoorts.)

8. ZOWIEZO - ZO-WIE-ZO - ZOWIESO? Veel leenwoorden die wij nu volop gebruiken zijn eigenlijk Engelse leenwoorden. Denk aan: computer, cool, tune, rollercoaster. Ooit was Frans heel populair: portemonnee, centrifuge, garage. In het Nederlands vind je ook veel en vaak heel alledaagse germanismen: überhaupt, im Frage, bühne, schlager. En zo gebruiken wij tal van leenwoorden, uit allerlei talen. Wist je bijvoorbeeld dat het Nederlandse woord 'polder' in onder meer Italiaans, Frans, Duits en Zweeds gebruikt wordt? Soms is een leenwoord gewoon makkelijker dan een eigen woord of een omslachtige omschrijving van het begrip. Sowieso is een mooi voorbeeld van een Duits leenwoord dat veelvuldig in het Nederlands wordt gebruikt. En helaas ook veelvuldig verkeerd gespeld. Daarbij lijkt de creativiteit van al die schrijvers bijna onuitputtelijk: "Op internet kom je onder andere tegen: 'so wie so', 'zowiezo', 'zo-wie-zo', 'sowiezo', 'zowieso', 'sowiso', 'zowizo', 'soïso', 'zoïzo', 'soieso', 'zoiezo', 'zo en zo', 'zo bij zo', 'sobieso' en 'zobiezo'." (bron: Genootschap Onze Taal) Om voor eens en altijd duidelijkheid te verschaffen: sowieso is de enige juiste spelling. 9. JOU/JOUW Weet jij het antwoord als ik jou vraag wat jouw hoogste score is? Weet je het antwoord als ik je vraag wat je hoogste score is? En dat is ook gelijk het ezelsbruggetje: bij twijfel kun je heel vaak overstappen op je in plaats van jij, jou of jouw. Maar jij, jou en jouw benadrukken sterker dat het om jou gaat (en niet om mij of iemand anders). Het verschil snappen en de woorden correct kunnen spellen zijn in sommige situaties daarom toch wel handig. Nu de uitleg: jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw een bezittelijk voornaamwoord. Dit boek is van jou. Ik schreef dit boek voor jou. Ik geef jou dit boek. Dit is jouw boek. De regel is zoals met u en uw: boek van u, boek voor u, uw boek. En zoals me (mij) en mijn. Vorig jaar werd me zoals in me moeder verkozen tot meest irritante woord van het jaar. Des te meer reden om goed op te letten. uit Onze Taal

10. S'AVONDS OF,S AVONDS OF 'S-AVONDS? Het gebruik van de apostrof stelt veel mensen kennelijk voor een raadsel. Waar zet je hem nou? Online kom je alle varianten tegen, zelfs komma's worden volop gebruikt! (Of is dat een kwestie van de goede toets niet kunnen vinden?) De apostrof geeft aan dat een deel van het woord is weggelaten. Neem bijvoorbeeld het bezittelijk voornaamwoord mijn. Veel mensen zeggen 'mun' en schrijven dan m'n. Correct. Mijn is misschien meer schrijftaal (in je sollicitatiebrief zul je het eerder hebben over mijn ambitie dan over m'n ambitie stel ik me zo voor) maar m'n is ook prima. Net als z'n in plaats van zijn. De apostrof staat hier lekker veilig tussen de m en de n in, vergissen is haast onmogelijk. Het wordt ook heel vaak vervangen door het veel kortere 't. Online en in sms-berichten valt vaak zelfs de apostrof weg. Bij 's avonds (en voor 's ochtends, 's middags, 's nachts geldt hetzelfde) is een deel van het woord voor de s weggevallen: des avonds is de complete versie. Dat zegt en schrijft niemand meer. De apostrof komt op de plek van de weggevallen letters, en dus vóór de s. Wat houvast: Des avonds zijn twee woorden, net als 's avonds: er hoeft koppelteken tussen. Een apostrof is een soort zwevende komma, maar géén komma! Zoek even op je toetsenbord. Aan het begin van de zin krijgt de letter direct na de apostrof geen hoofdletter. De eerstvolgende letter wel. Dat wordt dus: 's Avonds zaten wij nog heerlijk buiten. En ook: 't Kan vriezen, 't kan dooien. 'k Zag geen kans dat nog voor de vergadering af te ronden. 't Wordt winter!