Rekenen vakantie trainer groep 7/8 Werkblad 1. Kijk voor meer op: http://www.blabook.com! Voorbeeld: A. Vier kinderen brengen folders rond in de wijk. Samen verdienen ze 29,24. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? Som: 29,24:4= 7,31 B. Drie kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 22,95. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? C. Twee kinderen wassen af in het restaurant van hun oom. Samen verdienen ze 12,76. Hoeveel verdient ieder kind? D. Twee kinderen brengen folders rond. Samen verdienen ze 12,68. Hoeveel verdient ieder kind? E. Vier kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 16,48. Hoeveel verdient ieder kind? F. Drie kinderen wassen af in het restaurant van een bekende. Samen verdienen ze 21,99. Hoeveel verdient ieder kind? G. Acht kinderen brengen folders rond in de wijk. Samen verdienen ze 29,20. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? H. Zes kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 22,80. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? I. Vier kinderen wassen af in het restaurant van hun oom. Samen verdienen ze 12,88. Hoeveel verdient ieder kind?
Werkblad 2. In de laatste drie sommen (G, H, I) had je een trucje kunnen toepassen. Weet jij welke? De kinderen (van som A t/m H) gaan op schoolkamp naar Texel. Dit schoolkamp duurt een hele week en kost per kind 75,- Hoeveel moet ieder kind afzonderlijk nog sparen? Voorbeeld: Een kind uit groep A moet nog sparen: 75,- -- 7,31= 67.69 Een kind uit groep B moet nog sparen: Een kind uit groep C moet nog sparen: Een kind uit groep D moet nog sparen: Een kind uit groep E moet nog sparen: Een kind uit groep F moet nog sparen: Een kind uit groep G moet nog sparen: Een kind uit groep H moet nog sparen: Hoeveel kinderen gaan mee op schoolkamp? Hoeveel hebben ze in totaal te besteden?
Werkblad 3. In de buurt gaan een aantal kinderen klusjes doen om extra bij te verdienen. Ze gaan boodschappen doen voor ouderen uit de buurt. Elk kind krijgt voor een klus 5% fooi van wat de boodschap in totaal kost. Wat krijgt ieder kind? Voorbeeld: Albert koopt voor 35,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? 1% van 35,-= 0,35 5% van 35,-= 5 x 0,35= 1,75 Bertus koopt voor 20,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? Cindy koopt voor 135,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt zij? Dirk koopt voor 15,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? Eilat koopt voor 75,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt zij? Tijdens het schoolkamp gaan de kinderen op het veld naast de logeerboerderij een aantal spelletjes doen. Hiervoor krijgen ze punten. Zet de punten in de goede volgorde. Naam: Spel 1: Spel 2: Totaal: Van groot naar klein: Albert 2,034 4,082 Bertus 2,045 4,134 Cindy 2,121 3,987 Dirk 2,120 4,014
Werkblad 4. Eilat schrijft op een groot papier de namen in volgorde. Wie staat op1, 2, 3 en 4? Naam: 1. 2. 3. 4. Totaal aantal punten: De volgende dag gaan de kinderen verspringen op het strand. Hoeveel moeten ze extra springen om hun oude record te halen? Naam: Eerste sprong Extra Oude record Albert 4,31 m 5,15 m Bertus 5,02 m 5,36 m Cindy 7,25 m 8,43 m Dirk 2,85 m 2,98 m Op de spelletjesavond heeft juf een kaartspelletje bedacht. De leerlingen moeten de getallen zo snel mogelijk van groot naar klein zetten. Gegeven: In volgorde: 1,009 1,091 1,901 1,910 2,345 2,453 2,876 2,786 3,674 3,766 3,567 3,876 4,200 4,189 4,892 4,900 8,992 8,993 8,996 8,978 5,89 5,891 5,7 5,788 Juf laat de kinderen zelf hun eigen taartjes maken. Het ene kind maakt meer dan het andere. Hoeveel heeft elk kind nodig van elk ingrediënt? 1 taartje 1 liter water 2 taartjes 3 taartjes 4 taartjes 5 taartjes 0,2 g boter 2 g suiker ¼ g bloem 3 kaarsjes
Werkblad 5. In de logeerboerderij staat een enorme vissenkom. De lengte is 3,5 meter en de hoogte is 1,5 meter. De breedte is 0,5 meter. Cindy weet dat je de inhoud uitrekent in kubieke meters (m3). Tip: denk aan oppervlakte (m2), inhoud (m3), omtrek (m) Opp. Inhoud Omtrek = lengte x breedte = lengte x breedte x hoogte = lengte + breedte + lengte + breedte Wat is de oppervlakte van het voorste raam waardoor de kinderen kunnen kijken? Wat is de inhoud van de vissenkom? Antwoord in kubieke meters: Wat is de omtrek van een zijraam? Een garnaal wil graag 0,2 m3 water voor zichzelf. Hoeveel garnalen kunnen in de vissenkom? Een zeester wil graag 0,5 m3 water voor zichzelf. Hoeveel zeesterren kunnen in de vissenkom? Een zandhaai wil graag 4,3 kubieke meter water om te zwemmen. Kan er een zandhaai in de vissenkom? Het voorste raam mag alleen gepoetst worden. Over 0,25 m2 doet een kind 15 minuten. Dirk mag het raam schoon maken. Hoelang doet hij hier over? Hoeveel is: 10 x 2,3 x 5= 20 x 5 x 2,3= 4 x 2 x 8,25= 30 x 3,4 x 5= 15 x 5 x 3,4= 8 x 2,25 x 4=
Werkblad 6. Voorbeeld De helft min een vierde schrijf je zo: ½ - ¼= Je kan ook schrijven: 2/4 ¼= Je houdt dus over: ¼ Maak nu de verhaaltjessommen en reken ze uit! Ik heb een half pak melk en drink een vierde gedeelte op. Hoeveelste deel melk blijft er over? In een pak suiker zitten 35 klontjes. Hoeveel klontjes zitten er in 1/7 van het pak? In een net sinasappelen zitten twaalf stuks. ¾ gedeelte zijn hoeveel sinasappels? Rietsuiker kost 2,50. Kristalsuiker is 1/5 goedkoper. Hoe duur is de kristalsuiker? Jacob heeft 15 broers en 4 zussen. Hoeveelste deel (maak de breuk zo klein mogelijk) van de kinderen zijn dochters van Jacob s ouders? Rijtjes sommen: 96:6 = 60:6 = 36:6 = 10:2 = 15:2 = 25:2 = 96x2 = 15x6 = 36x6 = 10x6 = 60x2 = 25x2 =
Werkblad 7. Wat is het goedkoopst? Voorbeeld Een pak koekjes van 250 gram kost 1,30 Twee pakken koekjes samen verpakt kosten 2,65 Wat kan je het beste kopen? Twee losse pakken of twee samen verpakt? Antwoord: twee losse pakken kosten 2x 1,30= 2,60 en dit is het goedkoopst Wat is in onderstaande sommen in verhouding het goedkoopst? 500 gram worst kost 2,30 1 kg worst kost 4,60 1500 gram kost 6,25 1 liter appelsap 1,50 1,5 liter appelsap 2,10 twintig snoepjes kosten 5,- vijftien snoepjes kosten 2,90 Nadenken 1. Uit hoeveel vlakken bestaat een kartonnen doos met deksel? 2. De maand bestaat uit dertig dagen en begint op maandag. Welke dag is precies op de helft van de maand? 3. Een koe in de weide graast acht kilo gras per uur. Hoeveel gras heeft het beest gegeten na twaalf uur? 4. En hoeveel als de koe om de twee uur een uurtje in de zon geniet en dus niet eet?
Werkblad 8. Hoofdrekenen + 15+35= 24+27= 25+34= 56+23= 45+56= 35+21= 65+45= 14+43= 67+12= 90+26= 89+24= 32+17= 14+27= 15+28= 16+29= 17+30= 81+10= 76+91= 49+16= 83+14= Hoofdrekenen + 141+27= 154+28= 167+29= 178+30= 811+10= 763+91= 495+16= 839+14= 153+35= 247+27= 253+34= 560+23= 453+56= 356+21= 652+45= 145+43= 675+12= 909+26= 891+24= 324+17= Hoofdrekenen + 459+569= 355+216= 652+457= 142+438= 678+128= 904+267= 893+247= 321+179= 147+277= 151+288= 163+294= 171+306= 816+106= 762+919= 492+168= 832+144= 155+355= 243+274= 256+344= 562+232= Hoofdrekenen - 15-10= 24-17= 25-14= 56-23= 67-12= 90-26= 89-24= 32-17= 67-52= 90-36= 89-74= 32-27= 14-7 = 15-12= 16-15= 17-10= 81-76= 76-19= 49-16= 83-14= Hoofdrekenen 812-76= 761-19= 490-160= 836-148= 673-52= 903-36= 899-746= 327-279= 153-10= 242-17= 250-145= 568-230= 674-12= 902-26= 890-243= 325-174= 815-76= 765-19= 491-162= 837-145=
Werkblad 9. Rekenen x (gebruik een kladblaadje!) 15x35= 24x27= 25x34= 56x23= 45x56= 35x21= 65x45= 14x43= 67x12= 90x26= 89x24= 32x17= 14x27= 15x28= 16x29= 17x30= 81x10= 76x91= 49x16= 83x14= Rekenen x 24x27= 35x28= 76x29= 87x30= 61x20= 66x91= 89x26= 53x34= 95x35= 44x47= 45x34= 56x23= 35x26= 25x21= 15x45= 64x43= 27x12= 10x16= 19x34= 92x27= Rekenen : 96:3= 84:7= 42:2= 12:2= 60:4= 88:8= 99:9= 20:2= 55:5= 27:3= 75:3= 32:2= 21:3= 49:7= 54:9= 64:2= 66:6= 82:6= 81:9= 84:2= Rekenen : 555:5= 270:3= 927:3= 324:2= 210:3= 497:7= 540:9= 646:2= 612:6= 826:6= 819:9= 848:2= 960:3= 849:7= 424:2= 122:2= 608:4= 888:8= 918:9= 204:2= Door elkaar heen 81+10= 76+91= 49+16= 83+14= 960:3= 849:7= 424:2= 122:2= 81x10= 76x91= 49x16= 83x14= 0,1x10= 7,6+2,1= 4,5-0,7= 8,6-3,4=
Rekenen vakantie trainer groep 7/8
Rekenen vakantie trainer groep 7/8 Antwoordblad 1. Voorbeeld: A. Vier kinderen brengen folders rond in de wijk. Samen verdienen ze 29,24. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? Som: 29,24:4= 7,31 B. Drie kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 22,95. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? 7,65 C. Twee kinderen wassen af in het restaurant van hun oom. Samen verdienen ze 12,76. Hoeveel verdient ieder kind? 6,38 D. Twee kinderen brengen folders rond. Samen verdienen ze 12,68. Hoeveel verdient ieder kind? 6,34 E. Vier kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 16,48. Hoeveel verdient ieder kind? 4,12 F. Drie kinderen wassen af in het restaurant van een bekende. Samen verdienen ze 21,99. Hoeveel verdient ieder kind? 7,33 G. Acht kinderen brengen folders rond in de wijk. Samen verdienen ze 29,20. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? 3,65 H. Zes kinderen gaan auto s wassen. Ze verdienen samen 22,80. Hoeveel verdient ieder kind afzonderlijk? 3,80 I. Vier kinderen wassen af in het restaurant van hun oom. Samen verdienen ze 12,88. Hoeveel verdient ieder kind? 3,22
Antwoordblad 2. In de laatste som ( I) had je een trucje kunnen toepassen. Weet jij welke? 12:4= 3,- en 88:4=22 nu 0,88:4=22 cent dus samen 3,22 De kinderen (van som A t/m H) gaan op schoolkamp naar Texel. Dit schoolkamp duurt een hele week en kost per kind 75,- Hoeveel moet ieder kind afzonderlijk nog sparen? Voorbeeld: Een kind uit groep A moet nog sparen: 75,- -- 7,31= 67.69 Een kind uit groep B moet nog sparen: 75,- -- 7,65 Een kind uit groep C moet nog sparen: 75,- -- 6,38 Een kind uit groep D moet nog sparen: 75,- -- 6,34 Een kind uit groep E moet nog sparen: 75,- -- 4,12 Een kind uit groep F moet nog sparen: 75,- -- 7,33 Een kind uit groep G moet nog sparen: 75,- -- 3,65 Een kind uit groep H moet nog sparen: 75,- -- 3,80 Hoeveel kinderen gaan mee op schoolkamp? 4+3+2+2+4+3+8+6=32 kinderen Hoeveel hebben ze in totaal te besteden? 32 x 75,-= 2400,-
Antwoordblad 3. In de buurt gaan een aantal kinderen klusjes doen om extra bij te verdienen. Ze gaan boodschappen doen voor ouderen uit de buurt. Elk kind krijgt voor een klus 5% fooi van wat de boodschap in totaal kost. Wat krijgt ieder kind? Voorbeeld: Albert koopt voor 35,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? 1% van 35,-= 0,35 5% van 35,-= 5 x 0,35= 1,75 Bertus koopt voor 20,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? 1,- Cindy koopt voor 135,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt zij? 6,75 Dirk koopt voor 15,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt hij? 0,75 Eilat koopt voor 75,- aan boodschappen. Hoeveel fooi krijgt zij? 3,75 Tijdens het schoolkamp gaan de kinderen op het veld naast de logeerboerderij een aantal spelletjes doen. Hiervoor krijgen ze punten. Zet de punten in de goede volgorde. Naam: Spel 1: Spel 2: Totaal: Van groot naar klein: Albert 2,034 4,082 6,116 6,179 Bertus 2,045 4,134 6,179 6,134 Cindy 2,121 3,987 6,108 6,116 Dirk 2,120 4,014 6,134 6,108
Antwoordblad 4. Eilat schrijft op een groot papier de namen in volgorde. Wie staat op1, 2, 3 en 4? Naam: 1. Bertus 6,179 2. Dirk 6,134 3. Albert 6,116 4. Cindy 6,108 Totaal aantal punten: De volgende dag gaan de kinderen verspringen op het strand. Hoeveel moeten ze extra springen om hun oude record te halen? Naam: Eerste sprong Extra Oude record Albert 4,31 m 84 cm 5,15 m Bertus 5,02 m 34 cm 5,36 m Cindy 7,25 m 1 m 18 cm 8,43 m Dirk 2,85 m 13 cm 2,98 m Op de spelletjesavond heeft juf een kaartspelletje bedacht. De leerlingen moeten de getallen zo snel mogelijk van groot naar klein zetten. Gegeven: In volgorde: 1,009 1,091 1,901 1,910 1,910 1,901 1,091 1,009 2,345 2,453 2,876 2,786 2,876 2,786 2,453 2,345 3,674 3,766 3,567 3,876 3,876 3,766 3,674 3,567 4,200 4,189 4,892 4,900 4,900 4,892 4,200 4,189 8,992 8,993 8,996 8,978 8,996 8,993 8,992 8,978 5,89 5,891 5,7 5,788 5,891 5,89 5,788 5,7 Juf laat de kinderen zelf hun eigen taartjes maken. Het ene kind maakt meer dan het andere. Hoeveel heeft elk kind nodig van elk ingrediënt? 1 taartje 1 liter water 0,2 g boter 2 g suiker ¼ g bloem 3 kaarsjes 2 taartjes 2l 0,4g 4g 2/4g 6 stuks 3 taartjes 3l 0,6g 6g 3/4g 9 stuks 4 taartjes 4l 0,8g 8g 4/4g of 1g 12 stuks 5 taartjes 5l 1kg 10g 1 1/4g 15 stuks
Antwoordblad 5. In de logeerboerderij staat een enorme vissenkom. De lengte is 3,5 meter en de hoogte is 1,5 meter. De breedte is 0,5 meter. Cindy weet dat je de inhoud uitrekent in kubieke meters (m3). Tip: denk aan oppervlakte (m2), inhoud (m3), omtrek (m) Opp. Inhoud Omtrek = lengte x breedte = lengte x breedte x hoogte = lengte + breedte + lengte + breedte Wat is de oppervlakte van het voorste raam waardoor de kinderen kunnen kijken? Wat is de inhoud van de vissenkom? Antwoord in kubieke meters: 3,5x 1,5x 0,5= 2,625m3 Wat is de omtrek van een zijraam? 0,5+1,5+0,5+1,5=4 meter Een garnaal wil graag 0,2 m3 water voor zichzelf. Hoeveel garnalen kunnen in de vissenkom? 2,625:0,2=13,125 Dus 13 garnalen Een zeester wil graag 0,5 m3 water voor zichzelf. Hoeveel zeesterren kunnen in de vissenkom? 2,625:0,5= 5,25 Dus 5 zeesterren Een zandhaai wil graag 4,3 kubieke meter water om te zwemmen. Kan er een zandhaai in de vissenkom? Nee 4,3 is meer dan 2,625 Het voorste raam mag alleen gepoetst worden. Over 0,25 m2 doet een kind 15 minuten. Dirk mag het raam schoon maken. Raam= 3,5x 1,5= 5,25m2 Hoelang doet hij hier over?5,25:0,25=21 dus 21x15= 315 minuten Hoeveel is: 10 x 2,3 x 5=115 20 x 5 x 2,3=230 4 x 2 x 8,25=66 30 x 3,4 x 5=510 15 x 5 x 3,4=255 8 x 2,25 x 4=72
Antwoordblad 6. Voorbeeld De helft min een vierde schrijf je zo: ½ - ¼= Je kan ook schrijven: 2/4 ¼= Je houdt dus over: ¼ Maak nu de verhaaltjessommen en reken ze uit! Ik heb een half pak melk en drink een vierde gedeelte op. Hoeveelste deel melk blijft er over? 2/4 ¼= 1/4deel In een pak suiker zitten 35 klontjes. Hoeveel klontjes zitten er in 1/7 van het pak? 35/:7=5 klontjes In een net sinasappelen zitten twaalf stuks. ¾ gedeelte zijn hoeveel sinasappels? 9 sinasappels Rietsuiker kost 2,50. Kristalsuiker is 1/5 goedkoper. Hoe duur is de kristalsuiker? 2,00 Jacob heeft 15 broers en 4 zussen. Hoeveelste deel (maak de breuk zo klein mogelijk) van de kinderen zijn dochters van Jacob s ouders? 4/20=1/5 Rijtjes sommen: 96:6 =16 60:6 =10 36:6 =216 10:2 =5 15:2 =7,5 25:2 =50 96x2 =192 15x6 =90 36x6 =216 10x6 =60 60x2 =120 25x2 =50
Antwoordblad 7. Wat is het goedkoopst? Voorbeeld Een pak koekjes van 250 gram kost 1,30 Twee pakken koekjes samen verpakt kosten 2,65 Wat kan je het beste kopen? Twee losse pakken of twee samen verpakt? Antwoord: twee losse pakken kosten 2x 1,30= 2,60 en dit is het goedkoopst Wat is in onderstaande sommen in verhouding het goedkoopst? 500 gram worst kost 2,30 1 kg worst kost 4,60 1500 gram kost 6,25 is in verhouding het goedkoopst 1 liter appelsap 1,50 1,5 liter appelsap 2,10 is in verhouding het goedkoopst twintig snoepjes kosten 5,- vijftien snoepjes kosten 2,90 is in verhouding het goedkoopst Nadenken 5. Uit hoeveel vlakken bestaat een kartonnen doos met deksel? 6. De maand bestaat uit dertig dagen en begint op maandag. Welke dag is precies op de helft van de maand? 7. Een koe in de weide graast acht kilo gras per uur. Hoeveel gras heeft het beest gegeten na twaalf uur? 8. En hoeveel als de koe om de twee uur een uurtje in de zon geniet en dus niet eet? 5. 6vlakken 6. 15e=maandag 7. 96kilo 8. 64kilo
Antwoordblad 8. Hoofdrekenen + 15+35= 24+27= 25+34= 56+23= 45+56= 35+21= 65+45= 14+43= 67+12= 90+26= 89+24= 32+17= 14+27= 15+28= 16+29= 17+30= 81+10= 76+91= 49+16= 83+14= Hoofdrekenen + 141+27= 154+28= 167+29= 178+30= 811+10= 763+91= 495+16= 839+14= 153+35= 247+27= 253+34= 560+23= 453+56= 356+21= 652+45= 145+43= 675+12= 909+26= 891+24= 324+17= Hoofdrekenen + 459+569= 355+216= 652+457= 142+438= 678+128= 904+267= 893+247= 321+179= 147+277= 151+288= 163+294= 171+306= 816+106= 762+919= 492+168= 832+144= 155+355= 243+274= 256+344= 562+232= Hoofdrekenen - 15-10= 24-17= 25-14= 56-23= 67-12= 90-26= 89-24= 32-17= 67-52= 90-36= 89-74= 32-27= 14-7 = 15-12= 16-15= 17-10= 81-76= 76-19= 49-16= 83-14= Hoofdrekenen 812-76= 761-19= 490-160= 836-148= 673-52= 903-36= 899-746= 327-279= 153-10= 242-17= 250-145= 568-230= 674-12= 902-26= 890-243= 325-174= 815-76= 765-19= 491-162= 837-145= Tijdens het narekenen een rekenmachine gebruiken!
Antwoordblad 9. Rekenen x 15x35= 24x27= 25x34= 56x23= 45x56= 35x21= 65x45= 14x43= 67x12= 90x26= 89x24= 32x17= 14x27= 15x28= 16x29= 17x30= 81x10= 76x91= 49x16= 83x14= Rekenen x 24x27= 35x28= 76x29= 87x30= 61x20= 66x91= 89x26= 53x34= 95x35= 44x47= 45x34= 56x23= 35x26= 25x21= 15x45= 64x43= 27x12= 10x16= 19x34= 92x27= Rekenen : 96:3= 84:7= 42:2= 12:2= 60:4= 88:8= 99:9= 20:2= 55:5= 27:3= 75:3= 32:2= 21:3= 49:7= 54:9= 64:2= 66:6= 82:6= 81:9= 84:2= Rekenen : 555:5= 270:3= 927:3= 324:2= 210:3= 497:7= 540:9= 646:2= 612:6= 826:6= 819:9= 848:2= 960:3= 849:7= 424:2= 122:2= 608:4= 888:8= 918:9= 204:2= Door elkaar heen 81+10= 76+91= 49+16= 83+14= 960:3= 849:7= 424:2= 122:2= 81x10= 76x91= 49x16= 83x14= 0,1x10= 7,6+2,1= 4,5-0,7= 8,6-3,4= Tijdens het narekenen een rekenmachine gebruiken!