EDUCATIE BIJ LEO & LENA Binnenkort komt u met uw leerlingen naar de voorstelling Leo & Lena van NTjong. Bij deze ontvangt u het educatie materiaal zodat u de voorstelling met uw leerlingen kan voorbereiden en/of verwerken. Over de voorstelling Toneelschrijver Jibbe Willems maakt een eigentijdse bewerking van Georg Büchners beroemde toneelstuk over de koningskinderen Leonce und Lena die tegen hun zin in met elkaar moeten trouwen. Een verhaal over twee verwende, luidruchtige pubers die alle grenzen opzoeken. Als ze voor het eerst in hun leven door hun ouders tot iets worden gedwongen, besluiten ze in opstand te komen. Los van elkaar vluchten ze de wijde wereld in op zoek naar extreme avonturen en echte liefde. Hun eerste ontmoeting zet alles op z n kop. Een brutale en absurde komedie over de prinsen en prinsessen die wij in deze tijd van onze kinderen maken. Over het educatiemateriaal De voorstelling gaat over belangrijke onderwerpen in het leven van een (beginnende) puber; vriendschap, liefde, waar sta jij ten opzichte van je ouders, keuzes maken, vrijheid. Het educatieve materiaal is op zo n manier gemaakt dat het onderwerp van de voorstelling in een breder inhoudelijk kader wordt geplaatst. Door middel van het educatiemateriaal stellen we een aantal vragen waardoor de leerlingen hun gedachten en standpunten in deze kwesties kunnen onderzoeken en uitwisselen. Inhoud U werkt met uw leerlingen aan de hand van een kaart en een website. Het adres van deze website is www.ntjong.nl/meedoen. Op de website vindt u: - Een introductie over het stuk en de schrijver. - Geluids- en filmfragmenten. Naar aanleiding hiervan gaat u met de leerlingen aan de slag. Voor elke leerling is er een ansichtkaart. Met deze ansichtkaart kunnen de leerlingen een aantal opdrachten uitvoeren. Door het bezoeken van een website worden de opdrachten duidelijk. Hieronder vindt u bij elk onderdeel één of meerdere lessuggesties. Deze zijn optioneel! Met deze suggesties kunt u een opdracht verder uitdiepen als u daar tijd voor en zin in heeft. Het is ook heel leuk om uw eigen inspiratiebronnen te gebruiken!
OPDRACHTEN EN LESSUGGESTIES Opdracht 1: Introductie Leo & Lena is een eigentijdse bewerking voor kinderen en jongeren van een klassiek toneelstuk voor volwassenen. Büchner is een beroemde toneelschrijver. Hij schreef het stuk in 1836. We vinden het belangrijk om de leerlingen daarom de historische context mee te geven. U vindt deze op de website. Lees de tekst voor in de klas of laat de leerlingen zelf lezen via het digibord. Opdracht 2: Voorkant kaart Bekijk met uw leerlingen de voorkant van de kaart. Laat de leerlingen benoemen wat ze zien. Vragen die u daarbij kunt gebruiken: - Wat zie je? (kijk naar vorm en inhoud) - Wat is de betekenis van dat wat je ziet? (zien de leerlingen dat het gaat om beelden van een beveiligingscamera? Wat betekenen de symbolen op de buttons? Waar bevinden ze zich?) - wat kun je zeggen/fantaseren over de personages die je ziet? - Als dit het affiche van een voorstelling zou zijn, waar zou die voorstelling dan over gaan? Kijk met de leerlingen naar de voorkant van de kaart. Wat zien ze allemaal? Laat de kinderen een elfje schrijven naar aanleiding van dat wat ze zien op de kaart. Een elfje is een kort gedichtje dat in een specifieke vorm is geschreven. De vorm is als volgt: - de eerste regel van het gedicht begint met één woord. - de tweede regel bestaat uit twee woorden, - de derde regel uit drie woorden - de vierde regel uit vier woorden. - Je sluit het gedicht af met één woord. Laat de leerlingen het elfje schrijven vanuit dat wat ze zien en daar bij fantaseren. NB: Het elfje hoeft geen letterlijke beschrijving van de kaart te zijn! Je kunt ook je fantasie gebruiken. Fantaseer bijvoorbeeld eens wie de personages zijn op de kaart, wat ze denken, voelen, vinden of waar ze van houden. Een voorbeeld: Camera Een jongen En een tong Ik zie zwart wit Weglopen
Opdracht 3: Achterkant kaart Voor de opdrachten die verbonden zijn aan de achterkant van de kaart heeft u de geluidsen beeldfragmenten nodig die te vinden zijn op: www.ntjong.nl/meedoen 1. Luister met de leerlingen naar het geluidsfragment van Leo. Laat de leerlingen op de kaart hun definitie van vrijheid formuleren en laat de leerlingen daarna hun definities met elkaar uitwisselen. Voer met de leerlingen een gesprek over vrijheid. Vragen die u daarbij kunt gebruiken: - Wie is volgens jou vrijer? Een kind of een volwassenen? Waarom? - Kan je vrij zijn als je je aan de regels houdt? Waarom wel/niet? - Van welke factoren is vrijheid afhankelijk? - Waar en/of op welke momenten voel jij je het meest vrij? - Is vrijheid belangrijk? Waarom wel/niet? NB: Misschien willen de leerlingen na het voeren van dit gesprek hun definitie bijstellen. Dit mag natuurlijk. Vertel de leerlingen dat ze met de hele klas een kort experiment gaan doen: Ze gaan vijf minuten naar buiten, het is de bedoeling dat ze niet met elkaar spreekt en niet aan elkaar zit. Iedereen zoekt een eigen plek op het schoolplein om vijf minuten VRIJ te zijn. Na vijf minuten klapt u in uw handen. Zonder te spreken komen de leerlingen terug naar de klas. Voer een kort gesprek met de leerlingen over wat ze hebben ervaren. Vragen die u daarbij kunt gebruiken: - Waar ben je gaan zitten/liggen/staan? En waarom? - Heb je iets gedaan of ergens aan gedacht? - Voelde je je vrij? Waarom wel/waarom niet? - Kán je helemaal vrij zijn? Bestaat dat? Waarom wel/niet? - Vind jij het fijn om volledig vrij te zijn en dat niemand zegt wat je moet doen? 2. Luister met de leerlingen naar het geluidsfragment van Lena. Laat de leerlingen op de kaart hun definitie van liefde formuleren en laat de leerlingen daarna hun definities met elkaar uitwisselen. Voer met de leerlingen een gesprek over liefde. Vragen die u daarbij kunt gebruiken: - Wat voel je als je verliefd bent? - Wat doe je als je verliefd bent? - Is het leuk om verliefd te zijn? Waarom wel/niet? - Is verliefd zijn hetzelfde als houden van? - Kan je verliefd zijn op iemand die je stom vindt? NB: Misschien willen de leerlingen na het voeren van dit gesprek hun definitie bijstellen.
In de liefde gebruikt men soms vreemde woorden om aan te geven hoe schattig, leuk, lief of aandoenlijk je de ander vindt. Een lief woord hoeft niet perse ook lief te zijn. De betekenis en de manier waarop je iets zegt kunnen verschillend zijn. Bloemkoolkopje, snotteschatje of bollebuikje zijn bijvoorbeeld liefdeswoordjes die je zou kunnen verzinnen, je moet dit dan wel heel aardig zeggen. Deel de klas in kleine groepjes. Laat de leerlingen liefdeswoordjes en koosnaampjes verzinnen die je tegen een denkbeeldige liefde kunt zeggen. Laat twee groepjes tegen over elkaar staan en tegen elkaar opbieden vanuit hun lijstje. Ze moeten steeds de overtreffende trap doen, dus steeds liever en schattiger. Als het twee groepjes meisjes zijn kan je een van de jongens in het midden zetten (als iemand dat durft!!), deze beslist welk groepje wint. 3. Kijk met de leerlingen naar de filmpjes die te vinden zijn op de website. Elk filmpje laat een personage uit de voorstelling zien. Bekijk de filmpjes in de volgorde: - Lena - Leo - Valeria - Valerio - Rosetta Bij elk filmpje is er een vraag. Verdeel de klas in groepjes van twee of drie. Bekijk met de leerlingen de filmpjes. Laat de groepjes na elk filmpje kort overleggen en de bijbehorende vraag bij opdracht 2 op de ansichtkaart beantwoorden. Let wel: het groepje hoeft niet eenzelfde antwoord te geven op de vraag! Lena: Om welke reden zou jij weglopen van huis? Leo: Waarin lijk jij het meest/minst op je ouders? Valeria: Op welke momenten doe jij je anders voor dan je bent? Valerio: Wat is voor jou een reden om het met iemand uit/aan te maken? Rosetta: Wat is jouw grootste droom voor de toekomst? Ga met de leerlingen in een kring staan. Er is één interviewer, die in het midden van de kring staat. Deze interviewer belt aan bij iemand uit de kring. De interviewer bedenkt van tevoren welke vraag van de ansichtkaart hij gaat stellen. Dus bijvoorbeeld de vraag van Valeria: Op welke momenten doe jij je anders voor dan je bent? De interviewer kan gebruik maken van een microfoon door zijn/haar hand te ballen als een vuist, of een voorwerp uit de klas te gebruiken die kan dienen als microfoon. Zorg ervoor dat de leerlingen geconcentreerd en stevig op twee benen in de kring staan. Wanneer de interviewer bij je aanbelt, geef je antwoord op de vraag. Samen rond je het gesprek af. Een voorbeeld van een kort interview: Interviewer: Hallo, mag ik u een vraag stellen? Leerling: Ja hoor, natuurlijk. Interviewer: Op welke momenten doe jij je anders voor dan je bent?
Leerling: Nou, eh, wat een vraag! Ik denk als de vrienden van mijn ouders er zijn, dan doe ik altijd heel aardig terwijl ik dat niet altijd ben. Interviewer: Oke, bedankt voor het beantwoorden van de vraag. Tot ziens! Leerling: Dag! Wanneer de interviewer aan iemand een vraag heeft gesteld kan hij/zij bij nog iemand aanbellen, of iemand anders kan de interviewer zijn. 4. Laat de leerlingen naar aanleiding van de filmpjes op de kaart aanvinken welk personage het beste bij hun persoonlijkheid past. Voer met de leerlingen een kort gesprek. - Wie heb je gekozen? Waarom vind jij dat dit personage het beste bij je past? - Wat herken je in zijn/haar persoonlijkheid wat ook bij jou past? - Ben je altijd hetzelfde? Of herken je je in meerdere van de personages? Opdracht 4: Na de voorstelling - verwerking Wij vinden het belangrijk dat u de voorstellingservaring ook met de leerlingen nabespreekt. Veel van de vragen in deze brief kunt u na de voorstelling nogmaals gebruiken. - Hoe denken de leerlingen na het zien van de voorstelling over de vragen die eerder in de klas behandeld zijn? Is hun idee of mening over bijvoorbeeld vrijheid en verliefd zijn verandert? - Hoe zouden de vragen uit deze brief gelden voor de personages uit de voorstelling? (Op deze manier kun je een inhoudelijke analyse maken van de verschillende personages en wat de leerlingen van ze vinden) - Zou je nu een andere naam aankruisen op de kaart? Waarom wel/niet? - Hoe denk je dat het verhaal verder gaat? Hoe loopt het af met Leo & Lena, Valeria en Valerio en wat zal er met Rosetta gebeuren? Denk je dat de ouders van Leo en Lena hun gedrag nu zullen veranderen? Bezoek aan de voorstelling We zouden het op prijs stellen als u, naast de inhoudelijke en thematische voorbereiding, de leerlingen ook voorbereidt op het theaterbezoek zelf. De regels die in een theater gelden: - rustig zijn - jassen uit - plaats nemen waar wordt aangegeven. Hoe je te de gedragen in de zaal: - mobiel uit - niet met elkaar kletsen - niet plassen tijdens voorstelling Wellicht zijn deze punten niet nieuw voor de leerlingen, maar het is toch goed om ze even te herhalen!