Handleiding bij het (groeidocument) ontwikkelingsperspectief (OPP) Toelichting Dit document kan gebruikt worden voor alle leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Dus bij: - het formuleren van een eigen leerroute - een aanvraag voor een arrangement bij het Loket - een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring bij het Loket. Het samenwerkingsverband adviseert om dit document te gaan gebruiken, zodra er een vermoeden is, dat een leerling een specifieke aanpak op onderdelen van zijn ontwikkeling nodig heeft. Gaandeweg kan het document dan verder worden aangevuld. Vandaar dat we spreken over een groeidocument, dat leidt tot het formuleren van een OPP. Bij een aanvraag voor een arrangement of een toelaatbaarheidsverklaring dient het document volledig te zijn ingevuld. Als je het groeidocument hebt gebruikt, zoals hierboven beschreven, dan is het al voor het grootste deel ingevuld. Bij het invullen geldt wel: voor zover relevant gelet op de speciale onderwijsbehoeften van de leerling. De aanvraag wordt in behandeling genomen vanaf het moment dat Het Loket bepaald dat het dossier compleet is, incl. de benodigde handtekeningen. He Onder de verschillende kopjes zal vermeld worden wat minimaal moet worden ingevuld/aangetoond. Ook wordt vermeld als bijlagen (moeten) worden meegestuurd en hoe die bijlagen genoemd moeten worden. Ze beginnen allemaal met een letter, eventueel gevolgd door een nummer. Die letter en het eventuele nummer corresponderen met het kopje, waar deze bijlage bij hoort. Hanteer deze richtlijnen voor de naamgeving. Dit komt een adequate voorbereiding en bespreking in het Loket ten goede. Als in de handleiding wordt gesproken over een ontwikkelingsperspectiefplan, dan worden daar de begeleidingsplannen, hulp of handelingsplannen mee bedoeld, waarin de aanpak staat om de geformuleerde doelen te realiseren. Het groeidocument (incl. bijlage F/handtekeningen) is tevens aanvraagformulier voor een arrangement of een toelaatbaarheidsverklaring. De school hoeft hiervoor dus geen apart formulier meer in te vullen. A Algemene gegevens Dit onderdeel spreekt voor zich. Bij aanvraag voor een arrangement of een toelaatbaarheidsverklaring dienen de juiste vakjes te worden aangevinkt: - Bij een aanvraag voor een arrangement wordt aangevinkt welk type arrangement nodig is. - Bij een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring wordt het type speciaal (basis)onderwijs aangevinkt. Als het type onderwijs betrekking heeft op speciaal onderwijs categorie 1 en 3, dan dient de aanvraag door het aanvinken van de juiste type categorie gespecificeerd te worden. Voor eventuele vragen hierover kan contact worden opgenomen met de zorgmakelaar. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 1
B Waarnemen B1 Voorgeschiedenis - Formuleer de reden van een eventuele kleuterverlenging of doublure zo concreet mogelijk. Dus niet bijvoorbeeld: vertraagde ontwikkeling. Maar wel, waarin die vertraagde ontwikkeling bestaat/bestond. - Bij de interne hulp (hulpplannen) kan met aankruisen in welke groep voor welke ontwikkelingsgebieden hulpplannen zijn gemaakt, worden volstaan. Er is ruimte voor een korte toelichting. - Bij externe hulp wordt concreet beschreven welke externe hulp aan de leerling, al dan niet binnen de school, is gegeven en op welke periode deze betrekking hadden. Als daar hulpplannen/begeleidingsplannen van zijn, worden deze als bijlage meegestuurd. - Als in een eerder stadium een arrangement vanuit het samenwerkingsverband is toegekend, wordt dit vermeld achter de regel arrangementen. Het begeleidingsplan, incl. evaluatie, wordt als bijlage meegestuurd. - Er wordt verwacht dat hulpplannen van maximaal de laatste twee schooljaren worden meegestuurd. - De volgende richtlijn geldt voor de naamgeving van bijlagen bij dit onderdeel: Alle bijlagen beginnen met B1, gevolgd door een duidelijke naam, die betrekking heeft op de inhoud van de bijlage. Als er verschillende plannen zijn die betrekking hebben op hetzelfde ontwikkelingsgebied, dan volgt op B1 nog een a, b, c etc. Voorbeelden: Twee hulplannen gedrag: B1a-gedrag; B1b-gedrag Eén hulpplan spelling: B1-spelling Eén begeleidingsplan fysiotherapie: B1-fysiotherapie Eén begeleidingsplan arrangement LZ: B1-LZ B2 Toetsresultaten - Bij dit onderdeel wordt als bijlage een meerjarig overzicht van de ontwikkeling van de leerling meegestuurd: Groepen 1 en 2: ontwikkeling vanuit bijvoorbeeld de ontwikkelingslijnen van Kijk indien beschikbaar eventueel CITO-toetsen Groep 3: ontwikkeling in de groepen 1 en 2 vanuit bijvoorbeeld de ontwikkelingslijnen van Kijk. indien beschikbaar CITO-toetsen groep 1 en 2 beschikbare LVS-toetsgegevens groep 3 (technisch lezen, spelling, rekenen/wiskunde) beschikbare gegevens vanuit een pedagogisch leerlingvolgsysteem, bijvoorbeeld ZIEN! Groepen 4 t/m 8: LVS-toetsgegevens voor technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen/wiskunde gegevens vanuit een pedagogisch leerlingvolgsysteem, bijvoorbeeld ZIEN! - Er is geen voorschrift of je de ontwikkeling zichtbaar maakt in DLE of vaardigheidsscore. - Wel is het van belang om het leerrendement helder te maken. - De bijlagen die je meestuurt, hebben een duidelijke naamgeving, die begint met B2, gevolgd door de inhoud van de bijlage. Stuur je meerdere bijlage mee, dan benoem je ze als B2a., B2b. enz. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 2
B3 Onderzoeksgegevens - Bij dit onderdeel wordt een beknopte samenvatting gegeven van eventuele onderzoeken. - Met instelling wordt de organisatie bedoeld, die het onderzoek heeft afgenomen. - Meestal zal sprake zijn van één IQ-onderzoek. Dat is voldoende. Mochten er twee IQ-onderzoeken zijn afgenomen, dan ook daar de gegevens van vermelden. - De onderzoeksverslagen moeten als bijlagen worden meegestuurd. - De bijlagen die je meestuurt, hebben een duidelijke naamgeving, die begint met B3, gevolgd door de inhoud van de bijlage. Stuur je meerdere bijlagen mee, die betrekking hebben op hetzelfde thema, dan benoem je ze als B3a., B3b. enz. C Begrijpen C1 Leerlingkenmerken C2 Omgevingskenmerken In deze twee tabellen de bevorderende en belemmerende factoren per ontwikkelingsgebied (C1- leerlingkenmerken) en per omgevingsfactor (C2-omgevingskenmerken) beschreven. Het gaat om relevante informatie in relatie tot de situatie van de leerling. Waak voor algemeenheden bij het beschrijven. Formuleer de bevorderende en belemmerende factoren zo concreet mogelijk. Naast de dagelijkse ervaringen van de leerkracht(en) en anderen binnen de school, leveren (P)LVS-gegevens, eventuele onderzoeken, gesprekken met ouders en het kind informatie op voor het invullen van de factoren. Aangezien dit document als kenmerk heeft, dat het een groeidocument is, kan dit onderdeel in de loop van de tijd aangevuld worden. Maak door het vermelden van data duidelijk, wanneer aanvullingen hebben plaatsgevonden. D Duiden (formuleren ontwikkelingsperspectief) D1 Leerrendementsverwachting (LRV) en uitstroomniveau: vaststelling Leerrendementsverwachting-toelichting Er is gekozen om de leerrendementsverwachting te berekenen op basis van de DL. Een andere manier is om gebruik te maken van de vaardigheidscores. In dat geval wordt gesproken van een geplande vaardigheidsgroei (GVG). Beide manieren zijn goed te verdedigen. De keuze voor het gebruik van LRV is voornamelijk ingegeven door de praktische bruikbaarheid en wordt gesteund door onder andere deze artikelen: Het verantwoord gebruik van Didactische Leeftijds Equivalenten (DLE s) en De kritiek op DLE s weerlegd. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 3
Leerrendementsverwachting-vaststelling De LRV dient een beredeneerd en gewogen gemiddelde te zijn, en geen geautomatiseerd gemiddelde. Dat betekent dat bij het bepalen van de LRV weliswaar berekend wordt wat de leerwinst is tussen (minimaal drie) verschillende momenten van LVS-toetsen (bijv. M3, E3 en M4), maar dat bij het vaststellen van de verwachte groei de hierboven beschreven belemmerende en bevorderende ontwikkelingsfactoren meegewogen moeten worden. We bekijken in de groepsplannen hoe hieraan gewerkt is en wat de evaluatie daarvan was. Een paar aandachtspunten bij het vaststellen van de LRV: - Bij het vaststellen van de leerrendementsverwachting is bij spelling en technisch lezen het leerrendement van afgelopen periode zeer bepalend. - Bij begrijpend lezen en rekenen is juist de bouwsteen IQ heel bepalend. - Het vaststellen van de LRV en uitstroomverwachting wordt gedaan door IB-er én de leerkracht. - Bij twijfelgevallen wordt de orthopedagoog geraadpleegd. - De argumenten om het betreffende LRV vast te stellen dienen bij verantwoording van de LRV beschreven te worden. - Als er nog geen resultaten van drie verschillende momenten van een LVS-toets zijn (daarvan zal sprake zijn tot ongeveer midden groep 4), dan dient de leerrendementsverwachting bepaalt te worden op basis van beschikbare gegevens. - In de groepen 1 en 2 is het formuleren van een leerrendementsverwachting niet nodig. Voor deze leerlingen kan dit onderdeel worden overgeslagen. Uitstroomniveau-toelichting Het uitstroomperspectief wordt alleen bepaald voor leerlingen met een DL van minimaal 27. Voor jongere leerlingen is het niet mogelijk/niet verstandig om al een uitspraak te doen over het verwachte uitstroomniveau. In deze vakken wordt het verwachte niveau gegeven van de leerling bij een DL van 60, dus eind groep 8. De aanpak in het onderwijs richt zich op de streefdoelen. De minimumdoelen worden gegeven om een bandbreedte te benoemen waarbinnen de leerling in ieder geval moet presteren. De LRV wordt vanaf een derde toetsmoment aangegeven. Uitstroombestemming-toelichting Het uitstroomniveau kan per vakgebied verschillen. De uitstroombestemming is een uitspraak over het verwachte of geplande vervolgonderwijs. Deze uitspraak is opnieuw een gewogen besluit op basis van de uitstroomniveaus van de verschillende hoofdvakken én de belemmerende en bevorderende ontwikkelingsfactoren. De prognose uit Parnassys kan meegewogen worden, maar mag nooit automatisch overgenomen worden. D2 Leerrendementsverwachting (LRV) en uitstroomniveau: wijziging Op basis van evaluatie(s) van hulpplannen kan er aanleiding bestaan om de LRV en het uitstroomniveau aan te passen. Als hiervan sprake is, kan de tabel onder dit kopje worden ingevuld. D3 Tussendoelen Hiervoor is een uitspraak gedaan over de LRV en de verwachte uitstroombestemming. Op basis daarvan kunnen tussendoelen worden bepaald. Beschrijving van de aanpak, het leerstofaanbod en de evaluatie kan worden gedaan in het groepsplan of het handelingsplan, men kan volstaan met een verwijzing daarnaar. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 4
leergebiedspecifiek groepen 3 t/m 8 Bij voorspellingen over een langere periode is er een grote onzekerheidsmarge. Vandaar dat alleen tussendoelen worden bepaald voor maximaal twee toetsmomenten in de toekomst. Geef bij beide toetsmomenten de doelen aan in een bandbreedte: een minimumdoel en een streefdoel. Op de website is een rekenhulp beschikbaar. - In de rij toetsmoment wordt: o in de kolom huidig de meest recente toets vermeld (bijv. E5) o in de twee volgende kolommen de twee toetsen die in de toekomst worden afgenomen (bijv. M6 en E6) - In de rijen technisch lezen t/m rekenen/wiskunde wordt: o in de kolom huidig het niveau in DLE s vermeld (bijv. van E5) o In de eerste kolommen minimum en streef de minimum- en streefdoelen van het eerstvolgende toetsmoment (bijv. van M6) o in de tweede set kolommen minimum en streef de minimum- en streefdoelen van het tweede toetsmoment (bijv. van E6) groepen 1 en 2 (en begin groep 3) Dit onderdeel dient voor de groepen 1 en 2 wel ingevuld te worden. Er is nog geen tabel beschikbaar die hiervoor geschikt is. Verwijder in de eerste kolom de kopjes technisch lezen t/m rekenen/wiskunde en vul daarvoor in de plaats ontwikkelingsgebieden in vanuit het ontwikkelingsvolgsysteem van de school. Daarna net als bij de leerstofgebieden het huidige niveau vermelden en de te verwachten minimum- en streefdoelen. Deze kunnen niet in DLE s worden vermeld. De school vermeldt het huidige niveau en het verwachte niveau op een manier die past bij het gebruikte ontwikkelvolgsysteem. leergebiedoverstijgend Behalve leergebiedspecifieke doelen zullen er in de meeste gevallen ook doelen zijn die leergebiedoverstijgend zijn. Bij de leergebiedoverstijgende ontwikkelingsgebieden worden de doelen zo concreet mogelijk omschreven. Voorbeeld (groepen 3 t/m 8; groepen 1 en 2 wordt later toegevoegd) D4 Onderwijs- en begeleidingsbehoeften van de leerling Op deze plaats wordt zo concreet mogelijk geformuleerd welke onderwijs- en begeleidingsbehoeften de leerling heeft. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de volgende voorbeeldzinnen. Let op: het zijn voorbeeldzinnen. Denk vooral kindspecifiek. Instructie nodig: - waarbij de leraar voordoet en hardop denkt - die de betekenis van keersommen verheldert - die haar sterke visuele kant benut ter compensatie van het zwakke gehoor - die vooral auditief is (hardop voorlezen, instructie binnen verhaal, liedje of rijmpje) - die verkort is (doelen, kernpunten, strategieën kort bespreken waarna de leerling zelf aan het werk kan) - die verlengd is (activerende basisvaardigheden, begeleide inoefening, ondersteuning bij het toepassen van de strategie) -. Opdrachten nodig - die op of net onder het niveau liggen zodat hij de komende maand vooral succeservaringen op kan doen - die op of net boven het niveau liggen zodat hij voldoende uitdaging krijgt - die overzichtelijk zijn door een sobere lay-out met zo weinig mogelijk afleiding van plaatjes - waarbij hij alleen de antwoorden hoeft in te vullen - met uitgewerkte voorbeelden -.. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 5
(leer)activiteiten nodig - die aansluiten bij zijn belangstelling voor de natuur. - die structuur bieden met een stap-voor-stap-plan en zelfcorrigerend zijn zodat hij direct feedback krijgt - die denkhandelingen concreet ondersteunen (bijv. getallenlijn) - die erop gericht zijn om de leertijd zo goed mogelijk te besteden - die opgedeeld zijn in kleinere deelactiviteiten - die hem uitdagen (uitbreiding, plustaken of verdieping) - die ruimte laten voor eigen inbreng en keuze -. Feedback nodig - die consequent en direct op het gewenste gedrag volgt - waarbij inzet/inspanning wordt benadrukt (bijv. Je hebt 10 minuten zelfstandig gewerkt! ) - waarbij de succeservaringen worden benadrukt - die in een grafiekje is weergegeven zodat hij zelf zijn vorderingen kan volgen en zich minder met andere kinderen gaat vergelijken - Groepsgenoten nodig - met wie hij samenwerkend kan leren - die accepteren dat hij anders reageert in onverwachte situaties - die hem vragen mee te spelen in de pauze - die zijn clowneske gedrag negeren en niet lachen - die hem niet uitdagen - Een leerkracht nodig - die de overgangen tussen activiteiten structureert - die de instructie terugvraagt, controleert en samen met hem evalueert (responsieve instructie) - die let op zijn taakbeleving en deze voorafgaand, tijdens en na de taak met hem bespreekt - die vriendelijk en beslist is - die positieve interne attributies bij succes benadrukt - die situaties creëert waarin zijn sterke kanten naar voren komen - die doelgericht en flexibel kan differentiëren - die hem complimenteert met zijn inzet - die begrijpt waar hij moeite mee heeft - die een neutrale rustige, wat laconieke houding aanneemt - die steun biedt bij het omgaan met zijn vaak heftige emoties (en de strijd negeert die hij soms oproept) - die voorspelbaar is in zijn gedrag, houding en activiteitenaanbod - die hem voorbereidt op de leswisselingen -.. Overige, zoals - een leeromgeving die - ondersteuning nodig die. -.. D5 Ondersteuningsbehoefte van de leerkracht(en) (handelingsverlegenheid) In deze tabel wordt geformuleerd welke ondersteuningsbehoefte de leerkracht heeft en wat hij wil bereiken met deze ondersteuning. D6 Ondersteuning die gerealiseerd wordt/kan worden - Als een leerling extra begeleiding nodig heeft, wordt in de eerste plaats van de school zelf verwacht, dat ze vanuit de basisondersteuning deze realiseert. Deze ondersteuning wordt geformuleerd aan de hand van de items aandacht en tijd: welke extra aandacht en tijd wordt besteed om deze leerling te helpen in zijn ontwikkeling? voorzieningen: wat zet de school aan voorzieningen in? Hier kan gedacht worden aan methodes, aanpakken etc. expertise: hoe zet de school de eigen expertise (zoals geformuleerd in het ondersteuningsprofiel) in om de ontwikkeling van de leerling te steunen? gebouw: hoe gebruikt de school de fysieke mogelijkheden in en rond het schoolgebouw om de leerling te helpen? samenwerking: hoe wordt binnen de school samengewerkt om de leerling te begeleiden? (Bijvoorbeeld: opvang als het in de klas niet gaat, maatje voor de leerkracht en/of leerling, afspraken voor de pauzes etc) - Als de begeleiding die de school vanuit haar basisondersteuning geeft ontoereikend blijkt te zijn, dan kan bij het Loket een arrangement worden aangevraagd. Als het Loket vindt dat de school op een adequate wijze vanuit de eigen basisondersteuning begeleiding heeft gegeven, zal het arrangement meestentijds worden toegekend. In de aanvraag formuleert de school aan de hand van de genoemde items wat aan extra ondersteuning nodig is om een leerling te ondersteunen in zijn ontwikkeling. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 6
- Afhankelijk van de problematiek kan de school een beroep doen op Jeugdhulp om door deze expertise het blijvend volgen van basisonderwijs mogelijk te maken. E Doen De aanpak, het leerstofaanbod en de evaluatie om de tussendoelen te realiseren worden vastgelegd in een ontwikkelingsperspectiefplan (= het begeleidingsplan of hulp/handelingsplan op basis van het OPP). Het ontwikkelperspectiefplan moet voldoen aan wettelijke eisen. Informatie hierover en over het OPP is te vinden in de publicatie Ontwikkelingsperspectief in het basisonderwijs van de PO-raad. Voeg de ontwikkelingsperspectiefplan(nen) als bijlage(n) toe. Deze beginnen met E. F. Toestemmingsverklaring en vaststelling Hiervoor wordt bijlage F gebruikt (http://www.berseba.nl/randstad/het-loket/documenten/). Bij de aanvraag voor een arrangement of een toelaatbaarheidsverklaring moeten zowel de ouders, als de betrokken orthopedagoog, als de intern begeleider of de directeur te ondertekenen. Alleen als deze drievoudige ondertekening als bijlage F bij het groeidocument is gevoegd, zal bespreking in het Loket plaatsvinden. Het (groeidocument) ontwikkelingsperspectief wordt onder verantwoordelijkheid van de school naar het Loket verstuurd. Het kan zijn dat er een afwijkende visie is van de ouders en/of orthopedagoog. Er wordt verwacht, dat de school dan aan beide de ruimte geeft om deze afwijkende visie te formuleren. Dat kan digitaal gebeuren in de daarvoor bestemde vakken. Deze visie mag ook vermeld worden op een aparte bijlage, waarnaar verwezen wordt in het betreffende tekstvak van bijlage F. De bijlage(n) wordt (worden) dan als volgt genoemd: - F-visie ouders en/of - F-visie orthopedagoog G. Bijlagen bij het OPP De bijlagen 1 t/m 8 zijn verplicht om mee te sturen. Hanteer de richtlijnen voor de nummering en naamgeving, zoals onder de verschillende kopjes beschreven. Dit komt een adequate voorbereiding en bespreking in het Loket ten goede. De bijlagen 8, 9 en 10 beginnen allemaal met de letter G, gevolgd door de inhoud van de bijlage. - Van de verslagen in het OT wordt door de school één document gemaakt: G-verslagen OT. Vanuit het verslagen is duidelijk dat de ouders aanwezig zijn geweest bij de bespreking. - Verslagen van oudergesprekken worden toegevoegd, als het een waardevolle aanvulling is op de verslaglegging van het OT. Van de verschillende oudergesprekverslagen maakt de school één bijlage: G- oudergesprekken. - Verslagen van kindgesprekken zijn niet verplicht, maar het Loket hecht wel veel waarde aan het voeren van kindgesprekken. Als ze beschikbaar zijn, dan ontvangt het Loket deze graag. Van de verschillende kindgespreksverslagen maakt de school één bijlage: G-kindgesprekken. (groeidocument) ontwikkelingsperspectief-handleiding/pagina 7