Beleidsnota. Lijkbezorging van gemeentewege

Vergelijkbare documenten
Beleidsregels uitvoering artikelen 20, 21 en 22 van de Wet op de lijkbezorging: uitvaart op kosten van de gemeente Middelburg

beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege Gemeente Berg en Dal 2016;

Beleid lijkbezorging van gemeentewege

Gemeente Goeree-Overflakkee - Beleidsnotitie lijkbezorging van gemeentewege

Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege en het verhaal van de daarop betrekking hebbende kosten 2014

Stationsweg 18 Postbus BA Baarn t (035) I I f (035) e gemeenteíşbaarn.nl I

iiiiiniiniiiiiii Oosterhout gemeente Aan de gemeenteraad Datum 22 oktober 2015 In behandeling bíj

BELEIDSREGELS BEGRAVEN VAN GEMEENTEWEGE GEMEENTE CRANENDONCK 2019 (Wet op de lijkbezorging)

Beleidsregels uitvaarten van gemeentewege, gemeente Noordoostpolder

GEMEENTEBLAD. Nr Beleidsregels Wet op de lijkbezorging. 10 juni Officiële uitgave van gemeente Bellingwedde. INHOUDSOPGAVE.

BELEIDSREGELS WET OP DE LIJKBEZORGING (Wlb) INHOUDSOPGAVE

CVDR. Nr. CVDR100743_1. Beleidsregel lijkbezorging van overheidswege. 18 oktober Officiële uitgave van Kampen.

Mijn uitvaart. Ondergetekende, De heer / mevrouw

CHRISTELIJKE VERENIGING voor UITVAARTVERZORGING SOEST NIEUWSBRIEF Nr. 30 maart 2016

wilsbeschikking Uitvaartvereniging de Laatste Eer

BELEIDSREGELS TER UITVOERING VAN ARTIKEL 20 T/M 22 VAN DE WET OP DE LIJKBEZORGING

Beschrijving van wensen voor de uitvaart

De Heer / Mevrouw. dit boekje is opgemaakt en vastgesteld te datum

TOELICHTING BELEIDSREGELS LIJKBEZORGING VAN GEMEENTEWEGE

Beleidsnotitie uitvoering artikel 20 tot en met 22 Wet op de lijkbezorging

LAATSTE WILSBESCHIKKING SPECIALE WENSEN EN ANDERE GEGEVENS HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN MIJN OVERLIJDEN

Beleidsregels wet op de lijkbezorging (Wlb) gemeente Alkmaar

Mijn uitvaart... laatste wensenformulier. Vertrouwelijke gegevens voor mijn nabestaanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nu voor later E. KREMER UITVAARTVERZORGER LAATSTE WENSEN DOCUMENT. van. voor een uitvaart zoals u het wilt 1

Wijziging van de Wet op de lijkbezorging. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Beleidsregels Wet op de Lijkbezorging (Wlb) gemeente Stede Broec 2018

Uitvaartverzorging van den Bogerd Ireneweg AN Bleiswijk Tel: Wilsbeschikking

U bewaart deze bij uw belangrijke papieren of u geeft deze af aan degene die de uitvaart te zijner tijd met ons bespreekt. Geboortedatum: te: BSN:

De laatste wensen van

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1

Neutrale Uitvaartvereniging Stadskanaal Vlaanderenlaan TJ Stadskanaal

Wensen voor de Uitvaart

Persoonlijke Wensenlijst

Hoe te handelen in geval van mijn overlijden. Speciale wensen en andere gegevens

Wilsbeschikking. Uitvaartverzorging Agterberg Wolter Heukelslaan ST Utrecht (030)

HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN MIJN OVERLIJDEN

Laatste wensenboekje Rembrandt van Rijnstraat VH Bunschoten Tel: / info@uitvaartverzorgingdejong.

Uitvaartverzorging Herman Bottenberg. Tel Wilsbeschikking

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad

Oefenvragen onderdeel Wet op de lijkbezorging

Voorwaarden opdracht tot cremeren

Van der Eijk. Beschrijving van de wensen voor de uitvaart. uitvaartverzorging. Ruimte voor aantekeningen

Oefenvragen onderdeel Kennis van opdrachtgeverschap

. Dit boekje wordt u aangeboden door Algemene begrafenis en Crematievereniging Samenwerking. Telefoon

Mijn wilsbeschikking. Arno de Winter. Rouwcentrum Maassluis telefoon LE Maassluis

UITVAARTVERZORGING RIDDERKERK WILSBESCHIKKING

Rebel's BEGRAFENISONDERNEMING. sinds Uitvaartcodicil

Wensenformulier. Waar zijn de bescheiden te vinden? Marjanvandergiessenuitvaartzorg.nl // Kerkweg AS Ridderkerk. Persoonlijke gegevens.

Indien iemand overlijdt heeft een erfgenaam met betrekking tot de erfenis drie mogelijkheden:

Allereerst betuigen wij u ons medeleven met het overlijden van iemand uit uw naaste omgeving. Wij wensen u sterkte in deze moeilijke tijd.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

HET WENSENBOEK. Wensen die ik heb als ik erg ziek ben en niet meer beter wordt!

Voor u ligt het persoonlijk wensenboekje uitgegeven door Begrafenisvereniging Onstwedde

Deel 2 Uitvaartwensen

Mijn wensen voor de uitvaart en andere gegevens

Draagt elkanders lasten

ECSD/U Lbr. 15/018

Wilsbeschikking. Wensen betreffende mijn uitvaart.

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats

Persoonlijk wensenboekje

Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament

Robert Saalmink Uitvaartverzorging. Uitvaartcodicil

Belangrijke gegevens voor mijn nabestaanden. Uitvaartwensen van

Laatste wensenformulier

Het lichaam ter beschikking van de wetenschap stellen

Laatste wilsbeschikking

Vertrouwelijke gegevens bestemd voor degene, die na mijn overlijden mijn uitvaart zal regelen. Naam :... Adres :... Plaats / Postcode :...

Mijn persoonlijke wensen

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 14 november 2006, Nr. PD/2006/13987;

Wensen bij overlijden 1

mijn afscheid mijn afscheid wensen rondom mijn uitvaart wensen rondom mijn uitvaart

Wilsbeschikking. Indien u de vragen zorgvuldig invult, kunnen uw wensen in veel opzichten van nut zijn voor uw nabestaanden.

Uitvaartzorg Kaag & Braassem R. van Rijnsingel ER Roelofarendsveen

Algemene informatie voor nabestaanden

Mijn uitvaartwensen. Geachte mevrouw/mijnheer,

NIEUWE Verordening op de graf- en begraafrechten Bunnik 2014

Mijn persoonlijke wilsbeschikking

Inzicht in de mogelijkheden die de gemeente Oud-Beijerland biedt op de algemene begraafplaats. BEGRAVEN

CHECKLIST NA OVERLIJDEN

Wensenformulier. Een Bijzonder Afscheid

Bij het invullen kunnen er vragen opkomen over de invulling of juist praktische vragen met betrekking op een uitvaart.

Klachtenregeling van Smartonderwijs

BENOEMING EN AANVAARDING EXECUTELE (Quasiovereenkomst. of VERKLARING VAN ERFRECHT (Art. 4:188 BW) <(met comparitie executeur)>

Bewindvoerderschap. Curatele, bewind en mentorschap

vast te stellen de Beleidsregel gevonden en verloren voorwerpen Gemeente Someren 2012.

Wilsbeschikking. Persoonlijke gegevens: Naam: Voornamen: Roepnaam: Geboren op: in: Geslacht: Man / Vrouw. Adres: Postcode en woonplaats:

Algemene informatie voor nabestaanden

persoonlijke uitvaartwensen

LAATSTE WENSEN FORMULIER VAN. Peppelerweg XK Putten Tel Fax henktermaat@hetnet.nl

Wensen voor de Uitvaart

MIJN PERSOONLIJKE WILSBESCHIKKING. Wilsbeschikking

Persoonlijke wensen rondom de uitvaart van:

Hoe ziet uw uitvaart eruit?

Beschrijving van de wensen voor de uitvaart

Printversie wilsbeschikking. Voorwoord

WILSBESCHIKKING document laatste wensen

Transcriptie:

Beleidsnota Lijkbezorging van gemeentewege

2

Lijkbezorging van gemeentewege Beleidsnota gemeente Zwolle Juni 2010

4

Voorwoord Voor u ligt de beleidsnota over lijkbezorging van gemeentewege in de gemeente Zwolle. Deze nota is het resultaat van de beleidsopdracht die de gemeente Zwolle aan ons, studenten van de Bestuursacademie Nederland, in het kader van de module beleidsontwikkeling van de Hbo-opleiding Adviseur Lokale Overheid, heeft verstrekt. In deze beleidsnota wordt de problematiek rondom en een efficiënte uitvoering van de Wet op de lijkbezorging behandeld. De nota is een beleidskader met betrekking tot de overheidszorg voor overledenen in de gemeente Zwolle, die geen nabestaanden hebben, nabestaanden niet te traceren zijn of waarvan de nabestaanden niet in de lijkbezorging kunnen of willen voorzien. Wij als projectgroep hebben het onderwerp in eerste instantie als heel onwerkelijk ervaren. Het is moeilijk voor te stellen dat een dierbare begraven wordt in een algemeen graf waarin ook andere onbekenden begraven worden. Een graf waarop geen gedenksteen geplaatst mag worden en dat na 10 jaar geruimd wordt. Of dat een dierbare gecremeerd wordt op last van de gemeente. Juist in een tijd waarbij er steeds meer aandacht besteed wordt aan een uitvaart en waarbij persoonlijke inbreng van familie rondom een uitvaart gestimuleerd wordt. Juist dat maakt een afscheidsdienst zo bijzonder en daarom is het moeilijk te bevatten dat er uitvaarten van gemeentewege plaatsvinden. Als projectgroep hebben we ons hierover verwonderd en afgevraagd wat de aanleidingen zijn; wat is er gaande dat niet de eigen familie maar de gemeente voor een uitvaart zorg moet dragen. Wij willen de gemeente Zwolle bedanken voor het verstrekken van deze opdracht. In het bijzonder de heer G.J. Schippers (sectiehoofd Burgerzaken), mevrouw K. van der Haar-Bisschop (specialist Burgerzaken backoffice) en de heer A. Hardonk (sectiehoofd Centrale Invordering) voor hun medewerking. Daarnaast gaat onze dank uit naar de heer R. Plomp, docent van de module beleidsontwikkeling van de bestuursacademie, voor zijn begeleiding en coaching. De projectgroep, Mathilde Langenburg Marianne Baars Jan Dümmer Wim Schaapman Zwolle, juni 2010 5

6

Samenvatting Als nabestaanden niet voorzien in de lijkbezorging van een overledene dan is, op grond van de Wet op de lijkbezorging (Wlb), de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt hiervoor verantwoordelijk. In de gemeente Zwolle is er de laatste jaren een stijging merkbaar van het aantal uitvaarten van gemeentewege, een tendens die ook landelijk waarneembaar is. Deze stijging leidt enerzijds tot een hogere belasting van het ambtelijke apparaat en anderzijds tot hogere kosten voor de gemeente en uiteindelijk de samenleving. De oorzaken waardoor het aantal uitvaarten van gemeentewege toeneemt zijn in te delen in drie categorieën: Er zijn geen nabestaanden, ze zijn niet bekend of (nog) niet traceerbaar. De nabestaanden zijn bekend, maar zij kunnen niet als opdrachtgever optreden. De nabestaanden zijn bekend, maar zij willen niet als opdrachtgever optreden. Het gemak waarmee nabestaanden soms weigeren aan hun morele verplichting te voldoen en de stijging van het aantal uitvaarten van gemeentewege was voor de gemeente Zwolle aanleiding hierover gemeentelijk beleid vast te stellen. De belangrijkste uitgangspunten voor de projectgroep hierbij zijn: hoe kan het aantal uitvaarten van gemeentewege beperkt worden hoe kunnen de kosten per uitvaart van gemeentewege beperkt worden Voortraject: Een melding van een overledene waarover niemand zich ontfermt, komt binnen bij de medewerkers begraafplaatsadministratie van de afdeling Burgerzaken. Volgens de Wlb dient de melding uiterlijk op de derde dag na het overlijden gedaan te worden. Als de identiteit van de overledene niet vastgesteld kan worden moet onderzoek verricht worden. Als ook na dit onderzoek de identiteit nog steeds niet vastgesteld kan worden, dient het lichaam begraven te worden en mag niet overgegaan worden tot crematie. Ook wordt er, met behulp van de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en andere bronnen een onderzoek ingesteld naar de nabestaanden. De eventueel getraceerde nabestaanden worden gewezen op hun morele verplichting om zorg te dragen voor de uitvaart. Rondom de uitvaart: Als ondanks alle inspanningen geen opdrachtgever voor de uitvaart gevonden kan worden die de uitvaart wil verzorgen, dan is de burgemeester verantwoordelijk voor de lijkbezorging. Als duidelijk is dat de gemeente als opdrachtgever voor de uitvaart zal optreden, wordt er een bezoek aan de woning van de overledene gebracht, met als doel om informatie in te winnen over bank- en/of spaarrekeningen, verzekeringspolissen, testament en dergelijke. Ook wordt er gezocht naar een eventuele wilsbeschikking waaruit blijkt of er een voorkeur is voor begraven of cremeren. Uitgangspunt is een sobere, maar respectvolle uitvaart. Momenteel worden in Zwolle de werkzaamheden met betrekking tot de uitvaart verzorgd door Meander Uitvaarten. Bij het ontbreken van een wilsbeschikking wordt in Zwolle begraven op begraafplaats Kranenburg. De wet biedt twee verhaalsmogelijkheden: verhaal op nalatenschap en verhaal op nabestaanden. In Zwolle wordt alleen op de nalatenschap verhaald. Bovendien worden niet alle gemeentelijke kosten doorberekend voor huur en onderhoud van het graf. Aanbevelingen: Om de aantallen te beperken adviseren wij het volgende: Passieve houding gemeente bij aanvraag: Het verdient aanbeveling om niet gelijk tot actie over te gaan op het moment dat er een melding wordt gedaan, maar het initiatief in eerste instantie aan de nabestaanden over te laten. 7

Zakelijke opstelling gemeente: Hoewel de nabestaanden hiertoe niet verplicht zijn, mag de gemeente hen wijzen op hun morele verplichting en hen met nadruk verzoeken de uitvaart te regelen zodat de kosten van de uitvaart niet voor rekening van de gemeenschap komen. De Wlb fungeert enkel als een vangnetregeling. Ook is het zaak om in het voortraject te wijzen op het sobere karakter van de uitvaart en om aan te geven dat de overledene begraven wordt in een algemeen graf waarin ook anderen begraven worden en dat dit graf 10 jaar na de laatste teraardebestelling geruimd gaat worden. Voor nabestaanden kan dit een reden zijn om alsnog als opdrachtgever van de uitvaart op te treden. Dienstverlenende opstelling gemeente: De nabestaanden kunnen gewezen worden op de mogelijkheden van bijzondere bijstand en de mogelijkheid van het bieden van een betalingsregeling. Om de kosten te beperken adviseren wij het volgende: Als niemand van de nabestaanden de uitvaart wil regelen en de gemeente dit op zich moet nemen, is het belangrijk om de kosten van de uitvaart zo laag mogelijk te houden. Hierbij speelt een aantal zaken, waarbij het enerzijds gaat om beperken van kosten en anderzijds om het uitwerken van wettelijk kader, een rol: Beïnvloedbare kosten gemeente: Het huidige beleid in Zwolle is gericht op een sobere uitvaart waarbij begraven wordt tenzij uit een eventuele wilsbeschikking van de overledene blijkt dat de voorkeur uitgaat naar een crematie. In deze beleidsnota zijn een aantal varianten uitgewerkt voor zowel begraven als cremeren waarmee de kosten beperkt kunnen worden. Vanuit kostenoogpunt adviseren wij uit te gaan van crematie tenzij de wet of morele overwegingen dit in de weg staan. Verhaal op nalatenschap: Als de gemeente opdrachtgever is, dan kunnen de gemaakte kosten verhaald worden op de nalatenschap van de overledene. De gemeente is als opdrachtgever preferent schuldeiser en mag als eerste de kosten van de uitvaart op de nalatenschap verhalen. Onze aanbeveling hierbij is om de gemeentelijke kosten voor huur en onderhoud van het graf ook door te berekenen. Verhaal op nabestaanden: Als de nalatenschap onvoldoende groot is om alle kosten af te dekken die de gemeente heeft gemaakt voor de uitvaart, dan kan de gemeente deze kosten verhalen op eventuele nabestaanden. De efficiency van de verhaalsactie moet niet uit het oog verloren worden, daarom is het zaak om alleen op nabestaanden te verhalen in gevallen waar de kosten van een verhaalsactie nog opwegen tegen de mogelijke opbrengsten. 8

Inhoudsopgave Voorwoord 5 Samenvatting 7 Inhoudsopgave 9 1. Inleiding 11 1.1 Aanleiding 11 1.2 Probleemstelling 11 1.3 Toelichting probleemstelling 11 1.4 Doelstelling 12 1.5 Werkwijze 12 1.6 Leeswijzer 12 2. Voortraject 13 2.1 Melding 13 2.2 Vaststellen identiteit overledene 13 2.3 Onderzoek nabestaanden 14 2.4 Nabestaanden verzoeken opdracht te geven voor de uitvaart 15 3. Rondom de uitvaart 17 3.1 Gemeente opdrachtgever 17 3.2 Binnentreden woning 17 3.3 Sobere uitvaart 18 3.4 Opdracht uitvaartondernemer 18 3.5 Begraven of cremeren 19 3.6 De nalatenschap 20 3.7 Verhaal op de nalatenschap 21 4. Probleemanalyse 23 4.1 Probleem 23 5. Van probleem naar oplossing 27 5.1 Beperken aantallen uitvaarten van gemeentewege 28 5.2 Beperken kosten per uitvaart van gemeentewege 28 5.3 Verhaal op nabestaanden 29 5.4 De kosten die verhaald kunnen worden 30 6. Conclusies en aanbevelingen 31 Bijlagen: 6.1 Conclusies 31 6.2 Aanbevelingen 31 6.3 Evaluatie 32 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Relevante wetsteksten Wet op de lijkbezorging Verhaalschema Werkinstructie, protocol en stappenplan gemeente Zwolle Bronvermelding 9

10

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Als niemand voorziet in de uitvaart van een overledene, dan is op grond van de Wet op de lijkbezorging (hierna te noemen Wlb ) de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt verantwoordelijk voor de lijkbezorging. Bijna iedere gemeente wordt hier vroeg of laat mee geconfronteerd, variërend van eens per 2 à 3 jaar tot bijna dagelijks. Voor de ene gemeente misschien geen dagelijks werk, voor de andere gemeente routine. Ook de gemeente Zwolle heeft hiermee te maken. In 2009 waren er in Zwolle 15 uitvaarten waarbij de gemeente als opdrachtgever fungeerde. Dit is een stijging ten opzichte van de voorgaande jaren 2008 (11) en 2007 (7). In het eerste kwartaal van 2010 hebben 5 uitvaarten van gemeentewege plaatsgevonden. Het was in sommige gevallen opvallend hoe gemakkelijk de familie de uitvaart van een familielid op het bordje van de gemeente legde. Voor de gemeente Zwolle was dit stijgende aantal uitvaarten en de manier waarop deze naar de gemeente doorgeschoven werden, reden om te onderzoeken of en zo ja hoe deze aantallen beperkt kunnen worden en op welke wijze de kosten van een uitvaart op de nalatenschap of op de nabestaanden van de overledene verhaald kunnen worden. 1.2 Probleemstelling Het komt steeds vaker voor, dat er geen nabestaanden van de overledene aanwezig zijn, te traceren zijn of dat de wel aanwezige nabestaanden niet in staat zijn of weigeren de uitvaart te regelen. Op grond van de Wlb is de burgemeester in deze situaties verantwoordelijk voor de lijkbezorging. Dit leidt tot een behoorlijke stijging van de kosten voor de gemeente Zwolle en tot een hogere belasting van het ambtelijke apparaat. In de Wlb is weinig geregeld over de wijze van lijkbezorging. Gemeenten zullen hieraan zelf invulling moeten geven. Hieruit blijkt, dat er bij de uitvoering van de Wlb sprake is van een grote mate van beleidsvrijheid voor gemeenten. 1.3 Toelichting probleemstelling Het uitgangspunt van de Wlb is dat lijkbezorging geen primaire taak van gemeenten is, maar dat nabestaanden in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvaart van de overledene. Ook stelt de wetgever dat de zorg voor de lijkbezorging niet alleen van familierechtelijke en erfrechtelijke betrekkingen afhankelijk is, maar ook van feitelijke betrekkingen. Ook van vrienden, kennissen en buren kan en mag dus verwacht worden dat zij in bepaalde gevallen de uitvaart verzorgen. Uitgangspunt van de wetgever is dat lijkbezorging geen taak van de overheid is, maar een zaak van burgers die zorg dragen voor elkaar. Pas als niemand in de lijkbezorging voorziet, fungeert de gemeente als een soort vangnet. De kosten van de lijkbezorging komen dan ten laste van de gemeente. De gemeente heeft op grond van de Wlb het recht om de kosten te verhalen op de nalatenschap en op nabestaanden. De Wlb is in dit kader niet bedoeld om financiële problemen van nabestaanden op te lossen. 11

1.4 Doelstelling De opdracht voor deze beleidsnota luidt: Het formuleren en vaststellen van Zwols beleid voor lijkbezorging van gemeentewege, met daarbij de volgende uitgangspunten: Het beperken van het aantal uitvaarten van gemeentewege; Het beperken van de kosten per uitvaart van gemeentewege. 1.5 Werkwijze De nota is tot stand gekomen door te starten met voorbereidende gesprekken met ambtenaren van de gemeente Zwolle. Aan de hand van die gesprekken hebben wij een plan van aanpak opgesteld en deze is vervolgens besproken en goedgekeurd. Wij hebben onderzoek verricht om de problematiek rondom de lijkbezorging van gemeentewege duidelijk in beeld te krijgen. Andere gemeenten zijn door ons geraadpleegd; zowel digitaal, telefonisch, als door middel van werkbezoeken. De relevante wetgeving is in kaart gebracht. Ook hebben wij onderzoek verricht naar het verhalen van de kosten. Opvallend is dat nog weinig gemeenten beleid over dit onderwerp hebben geformuleerd. Bij het maken van beleid komen niet alleen de gevolgen, maar ook de oorzaken van de in het werkveld aanwezige problemen aan de orde. Als methode voor de beleidsanalyse hebben wij daarom gekozen voor het causale veldmodel. In dit model zijn vanuit het centrale probleem de oorzaken en gevolgen schematisch weergegeven. Ook de primaire problemen en externe factoren zijn door gebruik van dit model inzichtelijk gemaakt. Het causale veldmodel heeft geresulteerd in de doelenboom. Vanuit deze doelenboom hebben wij de doelstelling van de nota verder uitgewerkt. De doelenboom is de basis van onze aanbevelingen en conclusies. Tijdens dit proces is voortdurend vanuit verschillende invalshoeken zoals de doelstelling, praktijk en wetgeving het te bereiken resultaat getoetst. Tussentijds heeft terugkoppeling van onze bevindingen van de werkgroep richting de opdrachtgever plaatsgevonden. 1.6 Leeswijzer Na de aanleiding in hoofdstuk 1, waarin ingegaan wordt op de Zwolse situatie, wordt de probleem- en doelstelling van de nota verder uitgewerkt en wordt de werkwijze beschreven. De hoofdstukken 2 en 3 geven een inventarisatie van de huidige Zwolse werkwijze: het voortraject en de zaken die zich rondom de uitvaart afspelen; van melding tot de daadwerkelijke uitvaart. Ook de kosten van diverse uitvaartvormen en het verhaal op de nalatenschap worden in dit hoofdstuk geanalyseerd. Hoofdstuk 4 geeft een uitgebreide probleemanalyse aan de hand van het causale veldmodel. In hoofdstuk 5 wordt nieuw beleid geformuleerd en wordt aan de hand van de doelenboom ingegaan op hoe de aantallen uitvaarten van gemeentewege en de kosten beperkt kunnen worden. In hoofdstuk 6 zijn de conclusies en aanbevelingen geformuleerd en wordt een evaluatievoorstel gedaan. 12

Hoofdstuk 2 Voortraject 2.1 Melding Een melding dat er een overledene is waarover niemand zich ontfermt, is meestal afkomstig van hulpverleners, zoals verpleeg- of verzorgingshuis, ziekenhuis (mortuarium), politie, uitvaartondernemers en dergelijke. Soms meldt een familielid een overlijden aan de gemeente en geeft aan niet zelf voor de uitvaart te kunnen of willen zorgdragen. Volgens art. 20 van de Wlb dient de melding uiterlijk op de derde dag na het overlijden te worden gedaan: Ingeval niemand maatregelen neemt tot lijkschouwing of lijkbezorging overeenkomstig de wet, waarschuwt degene, die het lijk onder zijn berusting heeft, de burgemeester en wel uiterlijk op de derde dag na het overlijden In Zwolle komt een melding binnen bij de medewerkers begraafplaatsadministratie van de afdeling burgerzaken. 2.2 Vaststellen identiteit overledene Direct na een melding moet de identiteit van de overledene worden vastgesteld. In de meeste gevallen is het duidelijk wie de overledene is. Indien de identiteit van de overledene niet is vast te stellen, moet onderzoek plaatsvinden. Aanwijzingen kunnen worden gevonden in documenten of papieren die de overledene bij zich draagt of bronnen zoals getuigenverklaringen en vermissingsberichten. Mocht na onderzoek nog niet duidelijk zijn wat de identiteit van de overledene is dan dient lichaamsmateriaal afgenomen te worden volgens art. 21 lid 3 Wlb: Indien de identiteit van het lijk niet kan worden vastgesteld, draagt de burgemeester er, uitsluitend ten behoeve van de identificatie en opsporing van vermiste personen, zorg voor dat door of onder verantwoordelijkheid van een arts daarvan lichaamsmateriaal wordt afgenomen Met behulp van dit lichaamsmateriaal kan een DNA-profiel worden bepaald waarmee de identiteit later kan worden vastgesteld. De DNA-gegevens van de onbekende overledene worden opgenomen in de databank voor vermiste personen en stoffelijke overschotten, die wordt bijgehouden door het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Naast de verplichting om lichaamsmateriaal af te nemen als de identiteit van een overledene niet kan worden vastgesteld, biedt de Wlb in art. 21 lid 4 de mogelijkheid om meer kenmerken van de overledene vast te leggen: Zo nodig kan tevens door of onder verantwoordelijkheid van een arts onderzoek in het lichaam worden verricht of een gebitsstatus worden opgemaakt of kunnen door een daartoe bevoegde ambtenaar van politie afdrukken van lichaamsdelen worden afgenomen Als door justitie al lichaamsmateriaal is afgenomen en hiervoor genoemde kenmerken van de overledene zijn geregistreerd, zijn lid 3 en 4 van art. 21 niet van toepassing. Indien een overledene niet geïdentificeerd kan worden, dient het lichaam volgens art. 21 lid 6 Wlb begraven te worden. Hiervoor wordt gekozen om in ieder geval gedurende 10 jaar (grafrusttermijn) een herkenbare plek te hebben voor het geval nabestaanden zich alsnog melden. In dat geval kan door deze nabestaanden eventueel een keuze gemaakt worden tussen herbegraven in een eigen graf of crematie. Die kosten komen voor rekening van de nabestaanden (als opdrachtgever). 13

2.3 Onderzoek nabestaanden Centraal uitgangspunt van de Wlb is dat de lijkbezorging primair geen taak van de overheid is, maar een zaak van burgers die zorg dragen voor elkaar. Soms kan er, naast de nabestaanden of als er geen nabestaanden zijn, een beroep worden gedaan op vrienden, niet gehuwde partners, werkgevers, kerkgenootschap en dergelijke. Nadat er melding gedaan is van een overledene waarvoor nog niemand zich gemeld heeft, stelt de afdeling burgerzaken een onderzoek in naar eventuele nabestaanden. Met behulp van de gemeentelijke basisadministratie (GBA), de registers van de burgerlijke stand en het persoonskaartenarchief wordt een overzicht gemaakt van de meest directe nabestaanden. Voor het benaderen van nabestaanden kan de erfrechtelijke rangorde zoals omschreven in art. 4:10 BW gehanteerd worden: 1. De wet roept tot een nalatenschap als erfgenamen uit eigen hoofde achtereenvolgens: a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen; b. de ouders van de erflater tezamen met diens broers en zusters; c. de grootouders van de erflater; d. de overgrootouders van de erflater. 2. De afstammelingen van een kind, broer, zuster, grootouder of grootouder worden bij plaatsvervanging geroepen. 3. Alleen zij die tot de erflater in familierechtelijke betrekking stonden, worden tot de in de vorige leden genoemde bloedverwanten gerekend. Door deze werkwijze worden de meest directe familieleden als eerste benaderd. Degene die de opdracht tot een uitvaart op zich neemt, hoeft niet een familielid te zijn. Het belangrijkste is dat er een opdrachtgever gevonden wordt ongeacht uit welke geleding hij of zij afkomstig is. Onderzoek naar nabestaanden kan een tijdrovende klus zijn. De gemeente dient per situatie te bepalen welke inspanningen daar voor geleverd moeten worden en binnen welk tijdbestek. De recente wijzigingen in de Wlb brengen met zich mee, dat voor het onderzoek eventueel meer tijd genomen kan worden. De termijn waarbinnen begraven of gecremeerd moet worden is verruimd naar uiterlijk zes werkdagen. Art. 16 Wlb zegt hierover: Begraving of crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden Ondanks deze verruiming kan het soms toch nog raadzaam zijn af te wijken van de wettelijke termijn om nabestaanden op te sporen of om opgespoorde nabestaanden meer tijd te geven zich te beraden over opdrachtverlening voor de uitvaart. In dat geval moet een arts toestemming verlenen voor begraven of cremeren na de zesde werkdag. Hiervoor is een verklaring van uitstel nodig. Deze wordt afgegeven door de burgemeester zoals vermeld in art. 17 lid 1 Wlb: Na een arts te hebben gehoord kan de burgemeester der gemeente, waar het lijk zich bevindt, voor de begraving of crematie daarvan een andere termijnstellen. Begraving of crematie binnen 36 uur na het overlijden staat hij echter niet toe dan in overeenstemming met de officier van justitie In de Wlb zijn geen wettelijke voorschriften vastgelegd voor het opsporen en benaderen van nabestaanden. De gemeente dient zich bij het onderzoek te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waarbij met name het zorgvuldigheidsbeginsel in dit verband van belang is. In Zwolle vindt in beperkte mate dossiervorming over dit onderzoek plaats. 14

2.4 Nabestaanden verzoeken opdracht te geven voor de uitvaart Als uit onderzoek blijkt dat er nabestaanden zijn, dan worden zij benaderd met het verzoek de organisatie rondom de uitvaart op zich te nemen en op te treden als opdrachtgever. De huidige werkwijze bij de gemeente Zwolle is er op gericht, dat deze nabestaanden gewezen worden op hun morele verplichting om zorg te dragen voor de uitvaart. In de praktijk blijkt iedere situatie verschillend. Soms is snel na een melding duidelijk dat nabestaanden niet bij machte zijn de uitvaart zelf te regelen en/of er onvoldoende middelen zijn de uitvaart te betalen. In dergelijke situaties treedt de gemeente op als opdrachtgever en voert de lijkbezorging uit. Er zijn echter ook situaties waarbij sprake is van onwil, soms uit angst ook verantwoordelijk te worden geacht voor eventuele schulden van de overledene. Per situatie wordt besloten hoe hiermee om te gaan. Kranenburg (Parkgedeelte) 15

16

Hoofdstuk 3 Rondom de uitvaart 3.1 Gemeente opdrachtgever Indien, ondanks de inspanningen van de afdeling burgerzaken, geen opdrachtgever gevonden is die voor lijkbezorging van de overledene kan of wil zorgdragen, dan draagt de burgemeester van de gemeente waar het lijk zich bevindt hiervoor zorg volgens art. 21 lid 1 Wlb: Indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging overeenkomstig de wet, draagt de burgemeester daarvoor zorg. Aan hoofdstuk V wordt in dat geval geen toepassing gegeven, tenzij de overledene zijn lijk uitdrukkelijk tot ontleding heeft bestemd Ter beschikking stellen van de medische wetenschap, waarvan sprake is in hoofdstuk V in bovengenoemde wettekst, kan dus uitsluitend indien de overledene dit uitdrukkelijk heeft vastgelegd. In dat geval dient een lichaam binnen 24 uur overgebracht te worden naar de faculteit omdat het lichaam daarna niet meer geschikt is voor ontleding. 3.2 Binnentreden woning Nadat duidelijk is geworden dat de gemeente als opdrachtgever voor de uitvaart zal optreden, wordt de afdeling Centrale Invordering hiervan op de hoogte gesteld. Afhankelijk van de situatie brengen vervolgens twee medewerkers van deze afdeling een bezoek aan de woonruimte van de overledene. Zoals hierboven aangegeven is de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt verantwoordelijk voor de lijkbezorging. Aangezien de gemeente Zwolle voor wat betreft de medische zorg een regiofunctie heeft kan de situatie zich voordoen, dat een overledene opgebaard is in Zwolle maar dat dit niet de laatste woonplaats van de overledene is. In deze situatie kan een woning betreden worden nadat hiervoor toestemming is verleend door de burgemeester van de gemeente waar de overledene staat ingeschreven. Bij het binnentreden van een woning moet rekening worden gehouden met een aantal vormvoorschriften. De Algemene wet op het binnentreden is een belangrijke wet die hieromtrent richtlijnen geeft. Dit houdt onder andere het volgende in: Door de burgemeester moet een schriftelijke machtiging zijn afgegeven. Dit is niet vereist als de woning direct moet worden binnengetreden ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. Alleen personen die bevoegd zijn verklaard kunnen een woning binnentreden. Binnentreden gebeurt met inachtneming van geldende regels, zoals de legitimatieplicht en de verplichting om van het binnentreden een verslag op te maken. Art. 21 lid 2 Wlb biedt mogelijkheden voor binnentreden indien de overledene zich in een woning bevindt en de afgifte ervan of de toegang tot de woning wordt geweigerd: Indien de toepassing van het voorgaand lid (art. 21 lid 1) wordt verhinderd, doordat het lijk zich in een woning bevindt en de afgifte van het lijk of de toegang tot de woning wordt geweigerd, heeft de burgemeester of een ambtenaar van politie toegang tot die woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is Verder heeft de burgemeester op grond van de Gemeentewet bevoegdheden om noodmaatregelen te treffen waardoor het binnentreden van een woning gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld voor het afsluiten van gas/elektra of om te controleren of er geen sprake is van een situatie waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan. Het doel van een bezoek aan de woonruimte van de overledene is het inwinnen van informatie over bank- en/of spaarrekeningen, verzekeringspolissen, testament en dergelijke. Ook wordt gezocht naar een eventuele wilsbeschikking waaruit blijkt of er voorkeur is voor begraven of cremeren. 17

De woning van de overledene is na het huisbezoek slechts in overleg met de gemeente Zwolle toegankelijk voor nabestaanden. Na afronding van het onderzoek wordt bij een huurwoning de sleutel overgedragen aan de betreffende woningcorporatie die voor ontruiming zorgdraagt. 3.3 Sobere uitvaart Uitgangspunt bij een lijkbezorging van gemeentewege is dat er sprake is van een sobere uitvaart. Een uitvaart moet echter wel op een respectvolle wijze plaatsvinden en daarom is in de gemeente Zwolle een pakket van handelingen samengesteld waarmee voldoende invulling aan dit criterium gegeven wordt. Het huidige Zwolse protocol ziet er als volgt uit: Werkzaamheden door een uitvaartvereniging: Overbrengen van de overledene naar het uitvaartcentrum van de uitvaartvereniging. Laatste verzorging, kisten en opbaren overledene. Verzorging van de benodigde formaliteiten alsmede aangifte bij de burgerlijke stand. Plechtigheid (max. 30 minuten) in de kapel van begraafplaats Kranenburg of in het rouwcentrum van crematorium Kranenburg. Rouwauto op de dag van de uitvaart. Eenvoudige kist. Overige richtlijnen: De gemeente bepaalt, in overleg met de uitvaartvereniging, de datum en het tijdstip van de uitvaart. Een medewerker van de gemeente Zwolle is aanwezig bij de uitvaart. Er is voor nabestaanden geen onderhandeling mogelijk voor diensten aanvullend op het dienstenpakket van de uitvaartondernemer. De gemeente betaalt geen rouwadvertentiekosten, rouwkaarten en dergelijke. De nabestaanden kunnen dit op eigen gelegenheid wel doen, de uitvaartverzorger bemiddelt hierin niet. Voorafgaand aan de uitvaart is een korte dienst (max. 30 minuten) in de kapel op de begraafplaats of in de aula van het crematorium. Bij de afscheidsdienst worden maximaal twee sprekers toegelaten. Tijdens de dienst kunnen twee muziekstukken en bij het verlaten van de kapel/aula één muziekstuk gespeeld worden. Wanneer de nabestaanden/belangstellenden iets willen drinken na de uitvaart, dan moeten zij dat zelf organiseren en betalen. Kosten die gemaakt zijn door een uitvaartverzorger voordat de gemeente opdrachtgever is geworden, kunnen niet verhaald worden op de gemeente Zwolle. 3.4 Opdracht uitvaartondernemer Eens per twee jaar worden de uitvaartverenigingen die met regelmaat aangifte van overlijden doen bij de gemeente Zwolle in de gelegenheid gesteld een offerte uit te brengen met betrekking tot de uitvoer van lijkbezorgingen van gemeentewege. De werkzaamheden waarop de offerte gebaseerd is staan omschreven in paragraaf 3.3 bij Werkzaamheden door een uitvaartvereniging. Voor wat betreft de jaren 2010 en 2011 worden deze werkzaamheden uitgevoerd door Meander Uitvaarten, die daarvoor van de gemeente Zwolle een vergoeding ontvangt van 1.050,- per uitvaart. De medewerkers van de afdeling burgerzaken melden een uitvaart van gemeentewege bij deze uitvaartvereniging die vervolgens contact opneemt met eventuele nabestaanden en de uitvaart verzorgt overeenkomstig de gemaakte afspraken. In overleg tussen medewerkers van de afdeling burgerzaken en Meander Uitvaarten wordt een datum en tijdstip van de uitvaart vastgelegd. 18

3.5 Begraven of cremeren De burgemeester is verantwoordelijk voor de lijkbezorging en dient de wens van de overledene te respecteren voor wat betreft de wijze waarop dit plaatsvindt, aldus art. 18 lid 1 Wlb: In de lijkbezorging wordt voorzien door degene, die het in artikel 11 bedoelde verlof aanvraagt, dan wel door degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden Door middel van een codicil, testament of anderszins opgestelde wilsbeschikking kan de overledene aangegeven hebben welke vorm van lijkbezorging wenselijk is. Maar ook als de overledene zich hierover niet expliciet heeft uitgelaten kan een wens soms blijken uit het feit dat de overledene aanhanger was van een bepaalde godsdienst of levensovertuiging die verplicht tot crematie of juist tot begraven. Bij het binnentreden van de woning door de medewerkers van de afdeling Centrale Invordering wordt expliciet naar een mogelijke wilsbeschikking gezocht zodat hiermee rekening gehouden kan worden. In paragraaf 2.2 is aangegeven, dat een afweging tussen begraven en cremeren vervalt als de identiteit van een overledene niet vastgesteld kan worden. In dergelijke gevallen schrijft de Wlb een begrafenis voor. Het huidige beleid binnen de gemeente Zwolle is erop gericht dat begraven wordt in een algemeen graf op begraafplaats Kranenburg tenzij de overledene heeft aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar een crematie. In dat geval wordt de overledene gecremeerd in crematorium Kranenburg en wordt de as verstrooid op het strooiveld van het crematorium. Bij een begrafenis wordt de uitvaartdienst gehouden in de kapel op begraafplaats Kranenburg en bij een crematie in de aula van het crematorium. Kapel begraafplaats Kranenburg 19

3.6 De nalatenschap De gemeente Zwolle mag als opdrachtgever van een lijkbezorging de kosten van een uitvaart verhalen op de nalatenschap van een overledene, zoals vermeld in art. 22 Wlb. Onder een nalatenschap wordt het geheel van bezittingen en schulden verstaan dat wordt nagelaten door de overledene, de zogenaamde erflater. Bezittingen zijn bijvoorbeeld een woning, meubilair, kunstvoorwerpen, banksaldi en waardepapieren. Bij schulden valt te denken aan hypothecaire geldleningen, persoonlijke leningen en belastingschulden. Na een overlijden zal iedere erfgenaam moeten beslissen of de nalatenschap geaccepteerd wordt of niet. Soms laat een overledene meer schulden dan bezittingen na. In dat geval loopt een erfgenaam het risico aansprakelijk te worden gesteld voor (een deel van) deze schulden. De nalatenschap kent de volgende aanvaardingsvormen: a. Aanvaarding van de nalatenschap: Deze vorm wordt ook wel zuivere aanvaarding genoemd. De erfgenaam/erfgenamen worden dan als het ware eigenaar van alle bezittingen en schulden van de overledene. In de praktijk vindt een zuivere aanvaarding meestal plaats door een door een notaris opgestelde verklaring. Het opstellen van deze notariële verklaring is echter niet verplicht. Als een erfgenaam zich gedraagt alsof de nalatenschap aanvaard is, bijvoorbeeld door de inboedel van de overledene te verkopen, dan gaat de wet ervan uit dat daarmee de nalatenschap zuiver aanvaard is. Wanneer er meer schulden dan bezittingen zijn in de nalatenschap, is de erfgenaam met zijn of haar eigen vermogen aansprakelijk voor het negatieve saldo. b. Beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap: De nalatenschap wordt alleen aanvaard als er meer bezittingen dan schulden zijn. Een erfgenaam is dus niet verantwoordelijk voor een eventueel negatief saldo. Een beneficiaire aanvaarding komt tot stand nadat een verklaring is afgelegd bij de rechtbank die bevoegd is in de regio waar de overledene gestorven is. c. Verwerping van de nalatenschap: In dit geval zien de erfgenamen af van de nalatenschap. Voor het verwerpen van een nalatenschap is toestemming van de kantonrechter nodig. Bij beneficiaire aanvaarding en verwerping van de nalatenschap door alle erfgenamen kunnen de schulden van de nalatenschap slechts worden voldaan door een executeur testamentair (als er een testament is) of een vereffenaar, die door de rechtbank kan worden benoemd (art. 4:203 en 204 BW). Bij beneficiaire aanvaarding kunnen ook alle erfgenamen gezamenlijk als vereffenaar optreden. Als een nalatenschap beneficiair is aanvaard, vindt een vereffening plaats volgens art. 4:7 lid 1 BW. Onbeheerde nalatenschap Volgens het nieuwe erfrecht is sprake van een onbeheerde nalatenschap als: er na het overlijden van de erflater geen erfgenamen zijn onbekend is of er erfgenamen zijn erfgenamen bekend zijn die de nalatenschap onbeheerd laten en een executeur ontbreekt Op verzoek van een belanghebbende (schuldeiser) of van het Openbaar Ministerie kan de rechtbank een vereffenaar benoemen, die de goederen van de nalatenschap indien nodig te gelde maakt, vorderingen int, de banksaldi opeist en schulden betaalt. Na de vereffening worden de eventueel resterende goederen of banktegoeden aan de Staat afgegeven, indien nog steeds geen erfgenamen bekend zijn of de erfgenamen de goederen niet in ontvangst willen nemen. Gedurende twintig jaar kunnen de goederen en/of banktegoeden door eventuele erfgenamen worden opgeëist en kunnen eventuele latere schuldeisers zich hierop verhalen. Daarna vervalt alles definitief aan de Staat. 20

3.7 Verhaal op de nalatenschap Formeel gesproken kan de gemeente de kosten van lijkbezorging niet zelf invorderen of verhalen op de nalatenschap door bezittingen van de overledene te verkopen of door deze kosten te verrekenen met het vermogen van de overledene. De gemeente is immers niet benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap en een executoriale titel ontbreekt. Toch gaan veel gemeenten, zo ook de gemeente Zwolle, daar vaak wel toe over. De gemeente doet dit vanuit de verwachting dat de nalatenschap onbeheerd zal blijven, dat het verkopen van bezittingen en het verrekenen van kosten met het vermogen van de overledene een effectieve manier van kostenverrekening is en dat het risico van een dergelijke handelwijze beperkt is. Op dit moment worden voor een begrafenis of crematie door de gemeente Zwolle de volgende kosten in rekening gebracht (tarieven 2010): Begrafenis Vergoeding uitvaartvereniging 1.050,00 Begraven (openen/sluiten graf) 1.041,00 Totaal 2.091,00 Crematie Vergoeding uitvaartvereniging 1.050,00 Kosten crematorium 1.053,60 Asverstrooiing 119,50 Totaal 2.223,10 Naast bovenstaande kosten worden ook personeelskosten in rekening gebracht. De hoogte van deze kosten verschillen per situatie. De kosten worden eventueel verrekend met de nalatenschap van de overledene. Indien hiervan sprake is, dan wordt dit door het sectiehoofd Centrale Invordering verder afgehandeld. Hij zorgt er voor dat een eventuele bankrekening geblokkeerd wordt en dat goederen van waarde verkocht worden. Als de overledene niets nalaat of de nalatenschap ontoereikend is, dan komen de kosten voor rekening van de gemeente Zwolle. In de huidige situatie worden er geen kosten doorberekend voor huur en onderhoud van het graf en wordt er niet verhaald op eventuele nabestaanden. 21

22 Richting begraafplaats en crematorium

Hoofdstuk 4 Probleemanalyse Zoals vermeld in hoofdstuk 1 komt het steeds vaker voor dat er geen nabestaanden van de overledene aanwezig zijn, te traceren zijn of dat de wel aanwezige nabestaanden niet in staat zijn of weigeren de uitvaart te regelen. De gevolgen die hierbij ervaren worden zijn tweeledig. Enerzijds leidt bovenstaande tot hogere kosten voor de gemeente (samenleving), anderzijds leidt het tot een hogere belasting van het ambtelijke apparaat. Deze gevolgen worden als probleem ervaren. De gemeente Zwolle wil het aantal uitvaarten van gemeentewege en de kosten per uitvaart zo veel mogelijk beperken door gericht beleid te voeren op deze uitvaarten. 4.1 Probleem Om het probleem, de gevolgen en de primaire oorzaken in beeld te krijgen, is het causaal veldmodel gehanteerd. 23

Centraal probleem Het centrale probleem is de toename van het aantal uitvaarten van gemeentewege. De tendens is dat er steeds gemakkelijker en sneller een beroep wordt gedaan op de gemeente. Onderstaand overzicht geeft de aantallen uitvaarten van gemeentewege over de laatste jaren weer. Jaar Aantal uitvaarten Gevolgen 2007 7 2008 11 2009 15 2010 (1 e kwartaal) 5 De kosten die de gemeente maakt, worden in de huidige situatie voor circa 50% verhaald op de nalatenschap. De stijging van de ureninzet is inherent aan de stijging van het aantal uitvaarten. Oorzaken De oorzaken van het probleem zijn grofweg in te delen in drie categorieën: 1. er zijn geen nabestaanden, zij zijn niet bekend of zij zijn niet (op tijd) te traceren 2. de nabestaanden zijn bekend, maar zij zijn niet in staat als opdrachtgever op te treden 3. de nabestaanden zijn bekend, maar zij willen niet als opdrachtgever optreden De eerste categorie is de categorie waarbij er geen nabestaanden zijn, ze niet bekend of te traceren zijn. Met behulp van de gemeentelijke basisadministratie/persoonskaartenarchief kan door de medewerkers burgerzaken vastgesteld worden dat er geen nabestaanden zijn. Ook kan zich een situatie voordoen, dat nabestaanden niet bekend zijn of dat ze niet op tijd gevonden kunnen worden. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer er sprake is van buitenlandse nabestaanden. De tweede categorie is de categorie waarbij de nabestaanden bekend zijn, maar niet in staat zijn om als opdrachtgever op te treden. Soms is de bereidheid wel aanwezig, maar zijn de financiële middelen er niet. Wanneer de overledene geen of een beperkte nalatenschap heeft, leidt dit tot kosten voor nabestaanden. Als de nabestaanden moeten rondkomen van een uitkering en geen spaargeld hebben of zelfs kampen met schuldenproblematiek, zijn zij niet altijd in staat om de kosten van de uitvaart te dragen. Als de nabestaanden niet bij machte zijn om de uitvaart te regelen, kan dit leiden tot een uitvaart van gemeentewege. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan éénoudergezinnen voor wie het moeilijk is om financieel rond te komen, nabestaanden met een geestelijke beperking, nabestaanden opgenomen in een penitentiaire of andere inrichting. De derde categorie, waarbij de nabestaanden bekend zijn maar niet bereid zijn om opdracht te geven voor de uitvaart, is de categorie waarbij in 2010 de problematiek het sterkst ervaren wordt. Nabestaanden zijn niet bereid om opdracht te geven omdat bijvoorbeeld de familierelatie verstoord is. Voorbeelden hiervan zijn overledenen die door een alcohol- of drugsverslaving vervreemd zijn van de familie, strafrechtelijke feiten hebben begaan, waarbij dader en slachtoffer soms tot dezelfde familie behoren. In deze situaties kan er sprake zijn van een (ernstig) verstoorde familierelatie waardoor de nabestaanden geen opdracht tot een uitvaart willen geven. Naast deze situaties is er in toenemende mate sprake van weigering door nabestaanden om diverse niet voor de hand liggende redenen. Van een verstoorde familierelatie is geen sprake of deze is in mindere mate reden voor weigering. Door deze groep wordt een morele verplichting tot het verzorgen van een uitvaart niet ervaren. Nabestaanden zijn niet bereid om zelf enige financiële bijdrage te doen in de uitvaart. De verzekeringspolissen worden bijvoorbeeld niet gevonden of zijn net ontoereikend. Deze onwelwillendheid is in algemene zin te wijten aan een verharding van onze samenleving. 24

In de jaren 2007 en 2008 lagen de achterliggende oorzaken met name op het vlak van verslavingsproblematiek, geen nabestaanden aanwezig of te traceren en/of schuldenproblematiek. In 2009 en 2010 is een verschuiving merkbaar naar situaties waar de nabestaanden bekend zijn, maar geen opdracht willen geven voor de uitvaart aangezien zij niet met die kosten geconfronteerd willen worden. Externe factoren Ook een aantal algemene factoren op macroniveau ligt ten grondslag aan de problematiek. Als gevolg van de vergrijzing waardoor het aantal sterfgevallen aanzienlijk gaat stijgen de komende jaren, de toename van de éénoudergezinnen en een toename van de armoede is de algemene verwachting dat het aantal uitvaarten van gemeentewege de komende jaren verder zal stijgen. Deze tendens wordt in meerdere gemeenten als zodanig ervaren. 25

26

Hoofdstuk 5 Van probleem naar oplossing Een beleidsnota zal niet alle in hoofdstuk 4 genoemde oorzaken en externe factoren in onze samenleving kunnen oplossen. Doel van deze nota is voor de diverse oorzaken een handreiking te bieden om de opdracht tot uitvaart zo veel mogelijk door de nabestaanden uit te laten voeren waar dit redelijkerwijs van ze verwacht mag worden. Waar de gemeente opdrachtgever is, is het doel de kosten zo veel mogelijk te beperken dan wel te verhalen op de nalatenschap en/of op de nabestaanden. De mogelijke oplossingen om het doel van de nota te bereiken, komen voort uit het causaal veldmodel en zijn weergegeven in onderstaande doelenboom. 27

5.1 Beperken aantallen uitvaarten van gemeentewege In de doelenboom staan aanbevelingen waarmee bereikt kan worden dat het aantal lijkbezorgingen van gemeentewege beperkt blijft. Passieve houding gemeente bij aanvraag Tenzij direct overduidelijk blijkt dat de gemeente opdrachtgever gaat worden van de uitvaart, verdient het aanbeveling niet gelijk tot actie over te gaan. Door het initiatief aan de nabestaanden over te laten, wordt mogelijk het besef gevestigd dat zij verantwoordelijk zijn voor de uitvaart. Dit kan voorkomen dat de gemeente als opdrachtgever moet fungeren. Zakelijke opstelling gemeente Zoals al aangegeven is het begraven of cremeren van een dierbare, volgens het karakter van de Wlb, een taak van de nabestaanden. Hoewel de nabestaanden hiertoe niet wettelijk verplicht zijn, mag de gemeente hen wijzen op hun morele verplichting en hen met nadruk verzoeken de uitvaart te regelen zodat de kosten hiervan niet voor rekening van de belastingbetaler komt. Het is van belang de nabestaanden in het voortraject te wijzen op het sobere karakter van de uitvaart en aan te geven dat de overledene begraven wordt in een algemeen graf waarin ook anderen begraven worden en dat dit graf 10 jaar na de laatste teraardebestelling geruimd gaat worden of er overgegaan wordt tot crematie. Ook is het raadzaam de nabestaanden te wijzen op de verhaalsmogelijkheden die de gemeente heeft. Voor nabestaanden kan dit een reden zijn om alsnog als opdrachtgever van de uitvaart op te treden. Dienstverlenende opstelling gemeente Er zijn situaties waarbij nabestaanden als opdrachtgever willen optreden maar waarbij de hoogte van de kosten van de uitvaart een belemmering is. Om de nabestaanden te stimuleren wel zelf als opdrachtgever op te treden, kan in dergelijke gevallen in overleg met een medewerker burgerzaken/centrale invordering een betalingsregeling afgesproken worden zodat de gemeentelijke grafrechten in termijnen voldaan kan worden. Ook kunnen nabestaanden gewezen worden op de mogelijkheden van bijzondere bijstand. Art. 35 lid 1 Wet werk en bijstand (Wwb) biedt de juridische grondslag voor het recht op bijzondere bijstand voor uitvaartkosten. Voor de bijzondere bijstand heeft iedere gemeente eigen beleid. In Zwolle wordt het recht op bijzondere bijstand getoetst op basis van de volgende vragen: 1. Betreft het (aantoonbare) noodzakelijke kosten van het bestaan? 2. Betreft het kosten waarin de algemene bijstand voorziet? 3. Is er sprake van bijzondere omstandigheden? 4. Kunnen de kosten worden voldaan uit de aanwezige draagkracht? Het beleid van de gemeente Zwolle is erop gericht dat er geen beroep kan worden gedaan op bijzondere bijstand als er sprake is van een schuld. In dat geval wordt doorverwezen naar de schuldhulpverlening. Soms wordt een melding gedaan van een ernstig zieke, die waarschijnlijk op korte termijn zal overlijden en er geen middelen zijn om de uitvaart te regelen. Het is aan te bevelen om met name in die gevallen de melder te wijzen op de mogelijkheden van bijzondere bijstand en hen daarvoor door te verwijzen naar de eenheid Sociale Zaken. 5.2 Beperken kosten per uitvaart van gemeentewege Het is van belang de kosten voor de gemeente zo laag mogelijk te houden gezien de mogelijkheid dat de overledene niets nalaat of de nalatenschap ontoereikend is. De afweging tussen een begrafenis of crematie speelt hierbij een grote rol aangezien de kosten hiervan deels te beïnvloeden zijn door de gemeente. 28

Hieronder wordt een aantal invullingen van de uitvaart omschreven, waarbij variant 1 en 2 betrekking hebben op begraven en variant 3 op cremeren. Variant 1: Algemeen graf op begraafplaats Kranenburg Deze variant gaat uit van een begrafenis in een algemeen graf op begraafplaats Kranenburg. De plechtigheid voorafgaand aan de begrafenis vindt plaats in de kapel van de begraafplaats. De minimale kosten voor deze begrafenis zijn: Vergoeding uitvaartvereniging 1.050,00 Begraven (openen/sluiten graf) 1.041,00 Huur/onderhoud graf 488,00 (*) Totale kosten 2.579,00 Variant 2: Algemeen graf op begraafplaats Bergklooster Bij deze variant gaan we uit van een begrafenis in een algemeen graf op begraafplaats Bergklooster. De plechtigheid voorafgaand aan de begrafenis vindt plaats in de kapel van begraafplaats Kranenburg. In dat geval hebben we te maken met de volgende kosten: Vergoeding uitvaartvereniging 1.050,00 Begraven (openen/sluiten graf) 621,00 Huur/onderhoud graf 117,00 (*) Totale kosten 1.788,00 (*) De huur en het onderhoud bij zowel variant 1 als 2 betreft 1/3 deel van de totale kosten voor een periode van 10 jaar, de termijn die wettelijk staat omschreven als grafrust. Uitgegaan wordt van 1/3 deel omdat er drie personen begraven worden in een algemeen graf. Variant 3: Crematie na afscheid in aula crematorium Er is bij deze variant sprake van een crematie in crematorium Kranenburg. De afscheidsdienst wordt gehouden in de aula van het crematorium en de asverstrooiing vindt plaats op het strooiveld van het crematorium. De afscheidsdienst vindt op werkdagen plaats, in principe om 10.00 uur. Met het crematorium is een gereduceerd tarief overeengekomen. De nieuwe afspraak brengt een besparing met zich mee van 553,60 per crematie ten opzichte van het huidige tarief. Vergoeding uitvaartvereniging 1.050,00 Kosten crematorium 500,00 Asverstrooiing 119,50 Totale kosten 1.669,50 5.3 Verhaal op nabestaanden Als de gemeente opdrachtgever is van een uitvaart, dan kunnen de gemaakte kosten, volgens art. 22 Wlb, worden verhaald op de nalatenschap van de overledene. Wanneer de nalatenschap onvoldoende groot is om alle kosten af te dekken die de gemeente heeft gemaakt voor de uitvaart, dan kan verhaald worden op bloed- en aanverwanten die tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest. Art. 22 Wlb verwijst voor wat betreft deze bloed- en aanverwanten naar de artikelen 1:392-396 BW. Bloed- en aanverwanten zijn volgens art. 1:392 BW: a. de ouders b. de kinderen c. behuwdkinderen, schoonouders en stiefouders 29

Deze opsomming kent een aantal uitzonderingen. Zo mag bijvoorbeeld niet worden verhaald op een ouder als het kind ouder is dan 21 jaar. Daarnaast geldt voor een stiefouder, dat er alleen kosten verhaald kunnen worden tijdens zijn of haar huwelijk/geregistreerd partnerschap met de ouder van het overleden kind. Voor schoonouders, schoonzoons en dochters (behuwdkinderen) geldt dat er niet verhaald mag worden als het huwelijk of partnerschap ontbonden is. De verplichting vervalt niet als de schoonzoon of dochter gescheiden is van tafel en bed of als de schoonouder weer hertrouwd is. Als er echter een echtgenoot, een vroegere echtgenoot of (vroegere) geregistreerde partner is, die verplicht was om te voorzien in het onderhoud van de overledene, dan kan op deze persoon verhaald worden. En dus niet op alle eerder genoemde personen. In bijlage 2 wordt schematisch weergegeven hoe aan de verhaalsmogelijkheden op nabestaanden in de praktijk invulling gegeven kan worden. Ook is in dit stroomschema het verhaal op de nalatenschap opgenomen. De nabestaanden op wie verhaald mag worden zijn, overeenkomstig de hoofdregel van artikel 6:6 lid 1 BW, ieder voor een gelijk deel van de hoofdsom verbonden. Op het besluit om te gaan verhalen bestaat geen bezwaar of beroepsmogelijkheid in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB), omdat door de verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek er hier sprake is van burgerrechtelijk/privaatrechtelijk verhaal. In de artikelen 17 en 68 Wlb wordt daarnaast de AWB buiten werking verklaard. 5.4 De kosten die verhaald kunnen worden De gemeente maakt vaak meer kosten dan alleen de kosten van de uitvaart. Als de gemaakte kosten te maken hebben met de uitvaart dan kunnen deze verhaald worden op de nabestaanden. Het moet hierbij wel gaan om kosten die onder normale omstandigheden ook gemaakt zouden zijn of die de gemeente vanuit bijvoorbeeld de zaakwaarneming heeft moeten maken. Een opsommende lijst met kostenposten bestaat wettelijk niet, het is dus aan de gemeente wat zij wel of niet wil verhalen. 30