rekenboek 5a lessen

Vergelijkbare documenten
Bedankt voor het downloaden van dit rekenwerkboekje bij het thema Sinterklaas.

Routeboekje. bij De wereld in getallen. Groep 5A Blok 4. Van...

Lesopbouw: instructie. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 3 Blok 1. Van...

rekenboek 6a taken

Blok 2 handleiding 5a

5 a. naam Hulp. blad 1. Hoeveel euro? Vul in. Rekenrijk 5a Noordhoff Uitgevers bv

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 4 Blok 2. Van...

1 Werken met getallen. a Neem het schema over en vul in: b Schrijf het getal in woorden: D H T E driehonderdzes. 687 vierduizend acht

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

Overstapprogramma 6-7

Blok 1 Herhalingstoets

De markt. Gebruik je liniaal. 1 hokje = 1 m 2

2 Reken uit. 3 Maak er rekentaal van. Probeer het in één sprong. Denk aan de getallenlijn = = = = = =

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 4 Blok 1. Van...

Tafels bloemlezing. Inhoud 1

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Zwijsen. jaargroep 4. naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. rekentrainer. jij. Bezoek alle leuke dingen. Teken de weg.

BLAD 6: KARWEITJES EN KOZIJNEN

Inhoud kaartenbak groep 8

Rekentijger - Groep 4 Tips bij werkboekje A

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 7 Blok 6. Van...

TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:...

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

spiekboek De beste basis voor het rekenen

antwoorden jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok D H T E werkboek samen beschuiten Hoeveel beschuiten samen?

o e f e n b o e k a n t w o o r d e n blok samen na 1 week weken eerst optellen dan invullen Hoeveel sparen zij samen? Ik spaar elke week 3

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN ): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Takenoverzicht. Rekenrijk Groep 5.

Hoeveel kinderen zitten er in elke groep van de Kameleonschool? Kleur het goede aantal hokjes. b 28 =

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1

Routeboekje. bij De wereld in getallen. Groep 5A Blok 1. Van...

4 a naam. 1 Reken uit. 2 Reken uit, haal af tot Reken uit, haal eerst af tot = 10 8 = 10 5 = 10 1 = 10 6 = 10 7 = 10 2 = 10 9 =

Getal & Ruimte Junior Opstapprogramma Meten en meetkunde

Getal & Ruimte Junior Opstapprogramma Meten en meetkunde

Procenten 75% 33% 10% 50% 40% 25% 50% 100%

Routeboekje. bij Alles telt. Groep 5 Blok 1. Van...

w e r k b o e k a n t w o o r d e n blok Teken de versiering op de taart.

REKENEN OP MAAT GROEP 4

x x x

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

werkboek groep 4 blok 7 en 8 naam

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 4 Blok 1. Van...

Overzicht rekenstrategieën

LES: Betaal gepast. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Munten of briefjes (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

1 Schrijf de getallen op.

spiekboek De beste basis voor het rekenen groep

Rekenen met verhoudingen

tafels van 6,7,8 en 9 X

LES: Betaal gepast 2. inzicht ontwikkelen in deelbaarheid en factoren van getallen. BENODIGDHEDEN Per leerling

BLAD 1: PLEINTJES, ZAKKEN DROP EN WORST

w e r k b o e k a n t w o o r d e n blok Hoeveel keer moet ik 15 gooien? 60 punten Matz wil 60 punten halen met blikgooien. Maak sommen.

LES: Groepjes maken 2

groep 8 blok 7 antwoorden Malmberg s-hertogenbosch

Je oefent schattend vermenigvuldigen en delen in rekenverhalen met geld. Ik wil 2 autootjes. Ik wil 5 stripboeken. Ik heb 12,-.

blok 11 groep 4 Malmberg s-hertogenbosch

Accenten blok 10. Hoelang duurt Kid Paddle? gewicht 100 g 200 g 300 g 400 g 12 kg 600 g. prijs 2, =

1. Hoeveel per stuk? a. Hiernaast zie je vier aanbiedingen uit de supermarkt. Hoeveel moet je per stuk ongeveer betalen?...

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en

LES: Wie van de drie? 2

Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool

Er is 3 deel van de punten. gehaald. Dat zijn 60 punten. Hoeveel punten kun je in totaal verdienen? 400 cm. som: 200 cm. som:

Bij elke opdracht moet je de informatie uit de opdracht in een staafgrafiek zetten. Achterin dit werkblad kun je de staafgrafieken tekenen.

antwoorden jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok werkboek Bedenk zelf maar sommen met poffertjes!

oefenboek antwoorden 425 cent 390 cent blok jaargroep 4 Zwijsen Hoeveel samen? Kun je daar de helikopter mee kopen? En het paard?

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 5 Blok 1. Van...

a n t w o o r d e n reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok w e r k b o e k Hoeveel pakken koeken zijn er nodig voor jouw klas? Reken uit.

Rekenrijk. Antwoordenboek. Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Derde editie. Noordhoff Uitgevers

Zwijsen. a n t w o o r d e n. reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. blok. o e f e n b o e k

Leerwerkboek rekenen deel A. Op weg naar 1F. Startrekenen Vooraf

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 7 Blok 11. Van...

Je mag tekenen op een getallenlijn = = = = = = = = 3 50 = 4 70 = 5 20 =

lesboek groep 7 blok 4

Blok 1 Herhalingstoets

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links:

opdrachtenboek groep 5

De wereld in getallen 3 Lessuggestie groep 8 Werkbladen

TOELICHTING REKENEN MET DECIMALE GETALLEN

Het Breukenboekje. Alles over breuken

bestelcode: RKK05 isbn: Abimo Uitgeverij groep 5 3de leerjaar

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Leerstofoverzicht groep 3

Rekenen op maat 4. Doelgroepen Rekenen op maat 4. Omschrijving Rekenen op maat 4

Rekentijger - Groep 5 Tips bij werkboekje A

antwoorden jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok werkboek Ieder krijgt Eerlijk delen. Hoeveel krijgt ieder? Teken en schrijf.

Routeboekje. bij Pluspunt. Groep 8 Blok 4. Van...

1 Schrijf de getallen op. Maak vast. 2 Maak vast. 3 Welk getal? LES 1 DOEL 1 HULP

Ouderbijeenkomst Rekenen

klas "Eenheden"

Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4

Transcriptie:

rekenboek 5a lessen 507006

De stad in Blok 2 21

770 1000 500 400 Blok 2 Week 1 Les 1 1 Tellen. atel verder. 396 397 598 797 Tel terug. 402 401 903 101 bmaak sprongen van 10. Maak sprongen van 50. 480 490 100 150 370 660 250 550 2 Waar staan de getallen? Tussen welke getallen staan 770, 820, 690, 960, 310, 130? Schrijf het antwoord op een blaadje. 820 960 800 700 900 100 200 300 600 690 3 Waar ligt het getal dichterbij? 700 of 800? 710 700 780 749 752 778 444 488 465 421 403 400 of 500? 895 959 903 834 922 800 of 1000? 22

Les 2 1 Blok 2 Maak de keersommen. 8 5 6 10 8 9 4 2 Week 1 4 3 3 2 2 7 8 6 0 4 6 De tafel van 8. De tafel van 8 ken je al bijna, want 1 8 = 8 1, dus Schrijf van elke som de omkeersom op een blaadje. Welke som vind je nog moeilijk? 3 2 8= 4 8= 6 8= 8 8= 3 8= 5 8= 7 8= 9 8= 10 8 = Maak de sommen. 1 8= 3 8= 5 8= 8 1= 2 8= 6 8= 8 10 = 4 8= 4 8= 7 8= 3 8= 8 2= 8 8= 10 8 = 8 6= 8 8= 9 8= 5 8= 7 8= 9 8= 23

Blok 2 Week 1 Les 3 1 Hoe laat rijdt de tram? a De tram rijdt elk half uur. Maak het lijstje af in je schrift. 12.00 15.00 b Schrijf de twee tijden in je schrift. tien uur 10.00 uur 22.00 uur half acht uur uur zes uur uur uur half vier uur uur half twaalf uur uur 2 Hoe lang is het? a 10 m is van de deur van de klas naar? 100 m is van de voordeur van de school naar? 1 km is van de school naar? 100 m is 10 10 m. 1 km is 10 100 m. b Met welke maat meet je? meter of kilometer? meter of kilometer? 3 Meten in de klas. a Schrijf de antwoorden in je schrift. Dit boek is cm lang. Mijn tafel is cm lang. Mijn potlood is cm lang. Het bord is cm lang. Dat is 1 m en cm lang. Het raam is m en cm lang. b Bedenk zelf 2 dingen die je kunt meten. Schrijf op wat je meet en hoe lang het is. 24 Ga verder met opgave 4 en 5 op pagina 13 van je werkboek.

Les 4 Week 1 Blok 2 1 Reken handig. 91 88 = 92 88 = 90 87 = 72 69 = 72 68 = 73 69 = 23 19 = 23 20 = 22 19 = 91 88 =, want 88 + = 91 91 87 = 73 68 = 22 18 = 92 87 = 75 68 = 23 17 = 2 Makkelijk of moeilijk? Dit is het schrift van Johan. makkelijk makkelijk moeilijk? of moeilijk 26 + 11 17 + 9? 37 + 33 54 + 6 92 + 2 48 + 10 27 + 38 47 + 16 55 + 27 17 + 17 Welke sommen vind jij makkelijk? 17 7 70 20 17 8 70 25 3 Maak makkelijke en moeilijke sommen. 13 + 37 13 + 59 68 + 4 68 + 34 Kies uit de getallen: 6 8 28 33 4 40 17 36 21 65 Je mag elk getal vaker gebruiken. makkelijk 60 + 82 + 79 47 13 + moeilijk 60 82 79 + 47 + 93 25

Week 2 Blok 2 1 2 Les 1 Maak de sommen. 3+8= 7+5= 12 3 = 11 5 = 3+9= 4+7= 12 4 = 14 8 = 9+3= 8+9= 13 5 = 15 7 = 7+7= 9+5= 16 7 = 13 9 = 7+6= 6+8= 18 9 = 17 8 = Hoeveel mandarijnen? a 21 b 3 H T E 5 6 H T E c 3 Honderdtallen, tientallen, eenheden. a Maak de sommen. 525 = 500 + 20 + 5 b Welke getallen staan onder de vlekken? 20 + 8 + 600 = 147 = 40 + 714 = 300 + 7 + 50 = 326 = 805 = 900 + 1 + 90 = 825 = 388 = 500 + 5 + 50 = 432 = 30 + 517 = 26 90 + 100 + 2= + 7 6 + 20 + + 800 + 5 + 2 263 = 200 + 60 +

Les 2 Week 2 Blok 2 1 Reken uit. Neem de tabellen over en vul ze in. 2 4 8 1 3 5 3 6 9 2 3 4 2 Hoe deel je eerlijk? a Verdeel 20 snoepjes over 4 kinderen. som 20 = 4 of 20 : 4 = b Verdeel 12 lolly s over 3 kinderen. som 12 = 3 of 12 : 3 = c Verdeel 8 spekkies over 2 kinderen. som = of : = 3 Maak de sommen. 35 = 7 28 = 7 48 = 6 24 = 8 35 = 5 28 = 4 48 = 8 24 = 3 35 : 7 = 28 : 7 = 48 : 6 = 24 : 8 = 35 : 5 = 28 : 4 = 48 : 8 = 24 : 3 = 27

Blok 2 Week 2 Les 3 1 Springen en meten. a Hoe ver spring je? Je staat achter een lijn. Je springt zonder aanloop zo ver als je kunt. Zet een streep waar je bent gekomen. Meet nu hoe ver je hebt gesprongen. Schrijf in je schrift hoeveel centimeter dat is. b Hoe lang is een meter? Kijk goed rond in de klas. Zoek 4 voorwerpen waarvan jij denkt dat ze 1 m lang zijn. Schrijf ze op in je schrift. Daarna ga je meten of je gelijk hebt. Schrijf de lengte in je schrift. 2 Weeg voorwerpen uit de klas. Schrijf in je schrift wat je weegt en hoeveel het weegt. 3 Welke gewichten kies je? Ik koop 1 kg appels. Ik koop een halve kg druiven. Welke gewichten kies je? Schrijf de gewichten op. groente en fruit 250 g tomaten 300 g prei 750 g peren snoep 200 g drop 150 g chocolaatjes 190 g schuimpjes 28 Ga verder met opgave 4 en 5 op pagina 15 van je werkboek.

Les 4 Week 2 Blok 2 1 Reken handig. 76 6 = 76 6 = 63 + 13 = 52 + 14 = 76 7 = 76 16 = 63 + 14 = 52 + 15 = 76 8 = 76 26 = 63 + 15 = 52 + 16 = 76 9 = 76 36 = 63 + 16 = 52 + 17 = 76 10 = 76 46 = 63 + 17 = 52 + 18 = 2 Zie je de verstopte sommen? a Er zitten 64 mensen in de tram. Bij de halte stappen 18 mensen in. Hoeveel mensen zitten er nu in de tram? 64 64 + 10 + 8 = b Bij het museum staan 43 mensen te wachten. Er mogen 16 mensen naar binnen. Hoeveel mensen staan er nu nog te wachten? 43 10 6 = 3 Verhaalsommen. Je mag een kladblaadje gebruiken. a In de tram zitten 48 mensen. Er stappen 25 mensen in. Hoeveel mensen zitten nu in de tram? d In de metro zitten 49 mensen. Bij het station stappen 5 mensen in. Bij het volgende station stappen 10 mensen uit. Hoeveel mensen zitten er nog in de metro? b In een zaal van het museum kijken 32 mensen naar de schilderijen. Er mogen 50 mensen tegelijk in deze zaal. Hoeveel mensen kunnen er nog bij? e Voor het museum staan 71 mensen te wachten. Er komen nog 27 mensen bij. Hoeveel mensen staan er nu in de rij? c In de rondvaartboot zitten 45 mensen. Er gaan 7 mensen uit omdat ze zeeziek zijn. Hoeveel mensen varen er nu nog? 29

Blok 2 Week 3 Les 1 1 Reken uit. 16 7 = 9 + 3 = 7 + 6 = 11 5 = 3 + 9 = 4 + 7 = 12 4 = 14 8 = 17 8 = 15 7 = 6 + 8 = 8 + 9 = 7 + 7 = 9 + 5 = 3 + 8 = 13 9 = 12 3 = 13 5 = 18 9 = 7 + 5 = 2 Ga je mee winkelen? Hoe kun je dit spel betalen? 33 Tineke Maarten 143 Wie kan de rollerskates kopen? 294 Anja 191 Blijft er meer of minder dan 100 euro over? Wie kan de basketbal kopen? Blijft er meer of minder dan 100 euro over? Wie kan de fiets kopen? Blijft er geld over? 169 96 335 3 Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten. a Teken het geld in je schrift. 26 schoenen 68 spel 39 jas 197 fiets 375 camera 89 televisie 244 b Je betaalt met 50. Teken het geld dat je terugkrijgt in je schrift. dvd 26 spelletje 48 schoolbord 14 auto 37 30

Les 2 Week 3 Blok 2 1 Reken uit. 20 = 5 27 = 3 90 = 10 48 = 6 40 = 5 15 = 3 35 = 5 36 = 4 30 = 10 25 = 5 36 = 4 42 = 7 18 = 2 21 = 7 15 = 3 45 = 5 14 = 2 36 = 6 100 = 10 24 = 3 2 Hoe deel je eerlijk? a Verdeel 15 spekkies over 3 kinderen. De som is 15 = 3 Weet je de deelsom nog? : = b Verdeel 8 koekjes over 4 kinderen. Wat zijn de sommen? = : = c Deelsom en keersom. 24 24 24 = 4 24 : 4 = 24 = 8 24 : 8 = 3 Schrijf de deelsommen op. a 40 kauwgumpjes in pakjes van 10 b 45 repen chocola in pakjes van 5 c 54 dropjes in rolletjes van 6 d 18 bonbons in pakjes van 3 e 56 mandarijnen in netjes van 7 f 28 appels in zakken van 4 31

Blok 2 Week 3 Les 3 1 Wat krijg je terug? Teken het geld. a b c 7 72 23 d e f 15 18 9 2 Welke plaatjes horen bij elkaar? a b c d e f g h i j k l 3 Wat zou het zijn? a b c 32 Ga verder met opgave 4 op pagina 17 van je werkboek.

Les 4 Week 3 Blok 2 1 Reken handig. 216 9 230 416 + 5 19 + 22 430 + 19 616 29 830 160 56 16 260 40 66 36 116 8 460 76 216 2 Wat kan de prijs van de spelcomputer geweest zijn? a 9 3 5 b Welk bedrag kun je gepast betalen? 545 155 275 3 Maak de sommen. 300 + 40 = 300 + 5 = 320 + 60 = 350 + 200 = 370 + 100 = 260 + 300 = 260 + 40 = 410 + 8 = 410 + 80 = 448 + 400 = 770 70 = 740 300 = 740 4 = 745 40 = 755 5 = 705 5 = 700 7 = 758 700 = 752 50 = 798 90 = 33

Blok 2 Afsluiting Rekenpuzzel 1 Puzzel het uit. Zo begin je: Neem de puzzel over op ruitjespapier. Zo speel je het: In de puzzel staan nog zes lege plekken. Je moet getallen invullen op de lege plaatsen. Maar de antwoorden van alle sommen moeten wel kloppen, van boven naar beneden, en van links naar rechts. Vul deze getallen in: 5 6 7 8 8 9 Begin hier! 34