Help! Voetschimmel, wat nu? Een kwaliteitsproject in het kader van de opleiding tot AVG door Esther Bakhtiari, januari en februari 2005 s Heeren Loo West-Nederland, lokatie Willem van den Bergh, te Noordwijk Inhoud 1. Inleiding, aanleiding tot probleemstelling en doelstelling 2. Plan 3. Do 4. Check 5. Act 6. Conclusies en aanbevelingen 7. Nawoord 8. Literatuurverwijzingen 9. Bijlagen 1. Inleiding, aanleiding tot probleemstelling en doelstelling Voetschimmel is een veel voorkomende aandoening, die pijn en jeuk kan geven. Op het spreekuur van mijn instelling, Willem van den Bergh te Noordwijk, zien de artsen regelmatig voetschimmel bij patiënten. De begeleiders hebben veel vragen over voetschimmel. Deze gaan over de oorzaken hiervan, maar ook hoe je voetschimmel kunt vaststellen, behandelen en in de toekomst kunt voorkomen. De behandeling en de eventuele preventie van voetschimmel valt of staat met een goede voorlichting aan de groepsbegeleiders. De probleemstelling is de volgende: hebben de begeleiders voldoende mogelijkheid om relevante informatie over voetschimmel te verkrijgen? Het leek mij de moeite waard te onderzoeken of voorlichting over voetschimmel begeleiders meer mogelijkheden biedt om zelfstandig te werken. Indien de kennis over voetschimmel groter en algemener wordt onder de begeleiders kunnen de voordelen hiervan zijn, dat voetschimmel minder vaak gemist wordt, eerder ontdekt en behandeld wordt en vaker wordt voorkomen. Deze voordelen gelden natuurlijk de cliënten. Een mogelijk ander voordeel van deze kennisvergroting is dat het verantwoordelijkheidsgevoel voor het werk en daaraan gekoppeld het plezier in het werk bij de begeleiders toe kunnen nemen. Genoemde mogelijke voordelen zijn moeilijk te meten gedurende de beperkte duur van het kwaliteitsproject.
Om tot een doelstelling te komen, die voldoet aan de criteria van SMART, (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) heb ik deze vereenvoudigd tot de volgende: Doelstelling: Het vergroten van de mogelijkheid voor groepsbegeleiders tot het verkrijgen van duidelijke informatie over voetschimmel. Het uitvoeren van een kwaliteitsproject is een cyclisch proces. Een aantal malen doorloop je de fasen van Plan, Do, Check en Act oftewel: 1. Plan: planning. Het probleem wordt geformuleerd en het te bereiken doel geëxpliciteerd. Vervolgens wordt een werkplan geformuleerd met doelstellingen, beschikbare middelen, wijze van uitvoering en toetsing. 2. Do: uitvoering. De veranderingen worden uitgevoerd. 3. Check: toetsing. Getoetst wordt of de uitvoering van het werkplan juist verloopt en aansluit bij het doel van het kwaliteitsproject. Indien dit niet zo is wordt een verklaring gezocht en het werkplan zo nodig aangepast. 4. Act: evaluatie. De bereikte effecten worden vergeleken met de oorspronkelijke doelstellingen. Indien deze niet voldoende overeenkomen, worden verklaringen gezocht en het werkplan aangepast en/of de doelstellingen geherformuleerd. (1) 2. Plan (planning) Om de doelstelling te behalen is het belangrijk voorafgaand aan het stappenplan te bedenken of het aan de criteria van SMART voldoet. Specifiek: het doel is mijns inziens specifiek genoeg. Meetbaar: of de mogelijkheid tot het verkrijgen van informatie vergroot wordt is te meten aan de hand van vragenlijsten over de poster. Acceptabel: het onderzoek is niet belastend en wellicht juist ondersteunend voor de groepsbegeleiders. Realistisch: de opzet van het onderzoek is klein in omvang en de doelstelling is niet moeilijk te behalen. Tijdgebonden: het project is gebonden aan de beperkte duur van 2 maanden en het stappenplan dient hieraan geconformeerd te worden. Stappenplan en tijdsindeling: 1. Bestudering van relevante literatuur. (duur 1 week) 2. Ontwerpen van voorlichtingsposter over voetschimmel. (bijlage 1). (duur 1 week)
3. Verzoek aan tien groepen om mee te werken aan project en poster over voetschimmel gedurende drie weken op te hangen op een duidelijk aanwezige plaats, waar men tijd heeft de poster te lezen. Deze tien groepen zijn uitgekozen vanwege hun diversiteit van de bewoners: van licht tot ernstig verstandelijk gehandicapt, met gedragsproblemen, verpleegbehoeftig, of buiten gelokaliseerd. (duur 3 weken) 4. Het opstellen en verspreiden per e-mail van vragenlijsten over de poster, met het doel de informatieve waarde van de poster over voetschimmel te optimaliseren. (bijlage 2). (duur 1 week) 5. Overleg met Hester Brandenhorst, kwaliteitsfunctionaris, over het kwaliteitsproject, verwerken van de antwoordlijsten. (duur 1 week) 6.Het schrijven van het verslag met de verwerkte gegevens.(duur 1 week) 3. DO (uitvoering) Het eerste middel om de doelstelling te bereiken is de poster over voetschimmel. Dit is een geplastificeerde poster in A3 formaat geworden met korte, duidelijke zinnen en bijpassende plaatjes (bijlage 1). Uitleg wordt gegeven over: 1. Wat is voetschimmel? Wat kun je zien? 2. Waardoor komt het? 3. Kan het kwaad? 4. Wat kun je als begeleider er zelf aan doen? 5. Wanneer naar de arts? Het tweede middel is de vragenlijst over de poster (bijlage 2). Deze bestaat uit 11 eenvoudige vragen in een worddocument en vraagt weinig tijd en moeite aan de begeleiders om te beantwoorden. De vragen hebben tot doel om te weten te komen of de mogelijkheid tot duidelijke informatievoorziening over voetschimmel vergroot is. De vragen zijn deels open en deels gesloten gesteld en betreffen bijvoorbeeld de plek, waar de poster hangt, de duidelijkheid van de tekst en plaatjes, de informatieve waarde, maar ook een aanzet tot weten of de kennis en signalering van voetschimmel vergroot is door deze poster. 4. Check (toetsing) De uitvoering van het stappenplan is verliep naar wens, in die zin dat alle benaderde groepen welwillend tegenover het project stonden. Alle groepen hebben de poster opgehangen en de vragenlijst (bijna) volledig beantwoord. In het overleg met Hester Brandenhorst kwam naar voren, dat een betere doelstelling zou zijn: het geven van informatie over voetschimmel om de kennis te vergroten over voetschimmel. Het middel is het informatiemateriaal (de poster) en vragenlijsten om de kennis over voetschimmel op t0 en t1 (voor en 3 weken na de introductie van de poster) te
meten. Als aan de norm van (bijvoorbeeld) 90 % goed beantwoorde vragen op t1 voldaan is, is het doel bereikt. Gezien de beperkte tijdsduur van het project (T) en de vraag of deze opzet van het project wel acceptabel (A) is voor de begeleiders en realistisch (R) om te behalen heb ik gekozen voor een andere doelstelling, namelijk om de mogelijkheid om kennis over voetschimmel te verkrijgen te vergroten. 5. Act (evaluatie) Van alle groepen heb ik een of meerdere antwoordlijsten ontvangen, allen waren enthousiast om mee te doen aan het project. De antwoorden van de vragenlijsten wil ik graag hieronder samenvatten: Meestal werd de poster op het personeelstoilet of in de badkamer opgehangen, soms ook in de keuken of op de medicijnkast. Op alle plaatsen viel de poster op en werd hij gelezen. Het onderwerp voetschimmel werd als goed beschouwd, aangezien dit veel voorkomt. De tekst en de lay-out werden als informatief, aantrekkelijk en duidelijk beschouwd. Meer dan de helft antwoordde op de vraag of de kennis over voetschimmel is vergroot met ja, vooral de behandeling en wanneer naar de arts. Voetschimmel wordt vaker herkend volgens de antwoorden. Een advies was om dergelijke posters ook te ontwikkelen over andere veel voorkomende gezondheidsonderwerpen. Een andere vraag van de groep met licht verstandelijk gehandicapte cliënten was, of het mogelijk is de poster te vereenvoudigen, zodat de cliënten zelf deze kunnen lezen. De antwoorden waren bijna allen positief. Graag wil ik de criteria voor de doelstelling testen op SMART (zie boven). De antwoorden op de vragen waren vaak te weinig specifiek, waarschijnlijk lag dat aan de onvoldoende specifieke vraagstelling. Bijvoorbeeld de vraag Heeft u voldoende gelegenheid gehad om de poster te lezen? was beter als volgt gesteld: Hoe veel keren per dag heeft u de poster gelezen? Het behalen van de doelstelling door middel van de poster is aan de hand van de vragenlijsten niet goed meetbaar in getal en maat, duidelijk was dat men meer kennis over voetschimmel heeft kunnen verkrijgen, maar hoe groot de mogelijkheid precies was om kennis te verkrijgen was niet te achterhalen met de vragenlijsten. De doelstelling werd als acceptabel ervaren, men reageerde enthousiast en het meedoen aan het project vormde geen extra belasting voor de groepsbegeleiders. Het project was realistisch te behalen en de tijdsgebondenheid voor de duur van twee maanden is ook behaald. 6. Conclusies en aanbevelingen De doelstelling van dit kwaliteitsproject, namelijk het vergroten van de mogelijkheid voor groepsbegeleiders tot het verkrijgen van duidelijk informatie over
voetschimmel, lijkt gehaald te zijn. Hoeveel groter die mogelijkheid is voor de groepsbegeleiders is aan de hand van de weinig specifieke vragenlijsten niet goed te testen. De poster is als een bruikbaar informatiemiddel ontvangen. Mijn aanbevelingen zijn de volgende: 1.De vragenlijst dient aangepast te worden met meer specifieke vragen, die meer gericht zijn op het onderzoeken van de doelstelling. 2. Een interview met de groepsbegeleiders kan een goede aanvulling zijn op 1, aangezien in een interview doorgevraagd kan worden en zo meer bruikbare informatie verkregen kan worden. 3. Indien blijkt, dat de doelstelling behaald is, kan de poster op meer groepen verspreid worden, waarbij de kwaliteitscirkel van plan, do, check en act weer doorlopen dient te worden. 7. Nawoord Het uitvoeren van het kwaliteitsproject heeft mij geleerd, dat bij het doorvoeren van veranderingen de kwaliteitscirkel een zeer goed middel is om de veranderingen te bereiken en effecten daarvan te borgen. Ik ben enthousiast geworden, omdat ik meer controle heb kunnen krijgen over de gewenste veranderingen. Het samenwerken met de groepsbegeleiders heeft mijn plezier in het project vergroot en ik wil hen graag daarvoor bedanken. Ook wil ik Jan den Ouden, AVG-opleider, graag bedanken voor het meedenken over het project, Hester Brandenhorst, kwaliteitsfunctionaris, voor het kritisch lezen van het verslag en Talitha van den Heuvel, AVG in opleiding, voor haar voorbeeldverslag over obstipatie. 8. Literatuurverwijzingen 1. Peter Harteloh, kwaliteitsfunctionaris ErasmusMC te Rotterdam, colleges kwaliteitsbevordering 2003/2004. 2. NHG, patiëntenfolder over voetschimmel, 2003. 9. Bijlagen 1. Poster over voetschimmel. 2.Vragenlijst.
VOETSCHIMMEL Wat is het? Wat kun je zien? kleine plantjes, alleen onder de microscoop te zien vooral op huid van de voeten, tussen de tenen geven blaasjes, velletjes en kloofjes die jeuken of pijn doen Waardoor komt het? schimmels zitten bijna overal, vooral in (zwem)baden en douches gezonde huid heeft droge en vrij harde bovenlaag voetschimmels kunnen binnendringen in zachte huid (door water of zweet) dragen van (sport)schoenen van synthetisch materiaal maakt de huid zacht Kan het kwaad? voetschimmel kan geen kwaad, groeit in bovenste lagen huid jeuk of pijn is hinderlijk bij bv. suikerziekte heeft het lichaam minder afweer tegen de schimmels Wat kunt u er als begeleider zelf aan doen? dagelijks de voeten wassen zonder zeep, hierna goed afdrogen, vooral tussen de tenen dagelijks schone sokken van katoen of wol laten dragen laat de bewoner (open) leren schoenen dragen, zo vaak mogelijk schoenen uitlaten smeer de voeten s morgens en s avonds in met miconazolcreme tot 1 week na herstel Wanneer naar de arts? als de voetschimmel niet herstelt binnen 3 weken als de blaasjes, velletjes en kloofjes uitbreiden als de huid rondom rood, warm en pijnlijk wordt
Vragenlijst poster voetschimmel 1. Heeft u de poster opgemerkt en zo ja, op welke plek was deze bevestigd? 2. Was dit een plek, waar uw oog vaak op viel? 3. Heeft u voldoende gelegenheid gehad om de poster te lezen? 4. Zo nee, waar lag het aan, dat u de poster niet heeft kunnen lezen? 5. Zo ja, wat vindt u van het onderwerp voetschimmel op de poster? 6. Wat vindt u van de tekst? (bv. te veel/ te weinig, te moeilijk/te makkelijk, niet/wel interessant etcetera) 7. Wat vindt u van de lay-out? (bv. te veel/te weinig plaatjes, te groot/te klein, wel/niet overzichtelijk) 8. Heeft u het idee, dat uw kennis vergroot is over voetschimmel? 9. Zo ja, over welk deel van voetschimmel heeft u meer kennis verworven? 10. Heeft u het idee, dat voetschimmel u vaker opvalt? 11. Gaarne al uw resterende op- en aanmerkingen. Hartelijk dank voor het invullen van de vragenlijst, ik zal deze verwerken in het verbeteren van de poster. Esther Bakhtiari, februari 2005.