Werkvorm: voor de opleider (1) Hoe kun je een gesprek over discriminatie begeleiden? Is het erg als leerlingen elkaar aanspreken met homo of als een collega in de docentenkamer een grap maakt over de afkomst van een van de leerlingen? Hoe komt het dat je de ene opmerking erger overkomt dan de andere? Door de werkvorm ontdekken studenten waar hun eigen grens ligt en hoe zij met leerlingen een gesprek kunnen voeren over vooroordelen, discriminatie en betere omgangsvormen. In deze werkvorm wordt gewerkt met een aantal situaties uit de educatieve strip Nieuwe vrienden. De werkvorm In deze werkvorm leren studenten te werken met een meningslijn en situaties uit het educatieve stripboek Nieuwe vrienden. Door het gebruik van de meningslijn ervaren studenten dat het persoonlijk is in hoeverre een opmerking als erg wordt gezien. Wat de een grappig vindt, kan een ander als kwetsend ervaren. Een discussie over situaties uit de strip vormt de opmaat tot een gesprek over hoe je als docent samen met leerlingen kunt bijdragen aan een veilige en positieve sfeer in de klas en op school. Door van tevoren over deze grensgevallen na te denken, zijn studenten in de praktijk beter in staat om effectief te reageren. Een kleine groep studenten kan deze werkvorm zelfstandig uitvoeren. Tijdens de bespreking is het raadzaam om de uitkomsten van de verschillende meningslijnen bij elkaar te leggen. Inclusief de bespreking duurt deze werkvorm ongeveer 30 minuten. Inhoud > werkblad met instructies voor studenten; > de meningslijn; > 8 situaties uit het stripverhaal; > educatieve strip Nieuwe vrienden; Nog geen stripboek? Vraag dan de educatieve strip aan via docenten@ annefrank.nl o.v.v. presentexemplaar Nieuwe vrienden. Doelen Voor de docentenopleider Een docent van het Montessori College Oost deelt de stripboeken Nieuwe vrienden uit. De studenten > oefenen hoe zij de meningslijn in kunnen zetten om les te geven over vooroordelen, discriminatie en gewenste omgangsvormen; > kunnen factoren benoemen waardoor een opmerking erg of minder erg wordt gevonden; > ontdekken waar hun eigen grens ligt; > beseffen waarom reageren op vooroordelen en discriminatie van belang is voor een veilige leeromgeving; > denken na over hun rol als docent en een eigen aanpak van discriminerende opmerkingen in de klas en op school. Anne Frank Stichting/Fotografie Charlotte Bogaert
Werkvorm: voor de opleider (2) Nieuwe vrienden in de klas Met dit stripverhaal en bijbehorende opdrachten kunnen docenten de thema s identiteit, vriendschap, pesten, vooroordelen en discriminatie in de klas bespreekbaar maken. De educatieve strip Nieuwe vrienden vertelt het verhaal van Alex. Alex is zeer tegen zijn zin met zijn vader naar Amsterdam verhuisd. Hij mist zijn moeder, vrienden en zijn voetbalteam. Op de eerste dag op zijn nieuwe school komt Alex te laat. Als zijn klasgenoten horen dat hij uit een klein dorp komt, wordt hij uitgelachen. Alex vraagt zich af of hij hier wel nieuwe vrienden zal krijgen Bij de educatieve strip is een digitale les ontwikkeld met animaties en uitdagende opdrachten voor leerlingen van klas 1 en 2 in het voortgezet onderwijs. Wilt u meer informatie of een presentexemplaar kijk dan op: www.annefrank.org/nieuwevrienden Voor de docentenopleider Studenten discussiëren tijdens een programma in het Anne Frank Huis. Anne Frank Stichting/Fotografie Charlotte Bogaert Tips! Stel tijdens de (na)bespreking open vragen zodat u erachter komt waarom studenten welke keuzes hebben gemaakt, bijvoorbeeld: Hoe komt het dat je zegt dat met homo schelden op het sportveld erbij hoort? Laat studenten op elkaar reageren en zo nodig elkaar corrigeren. Laat uw eigen mening zo veel mogelijk achterwege, en confronteer studenten met de mogelijke gevolgen van hun opvattingen: Vind je dat we leerlingen moeten aanmoedigen om homo als scheldwoord te gebruiken? Focus in de afronding van het gesprek op het maken van afspraken over gewenste omgangsvormen en de (voorbeeld)rol van de docent. In onderstaand schema is een aantal factoren opgenomen die een rol spelen bij de mate waarin een opmerking als ernstig wordt ervaren. Stimuleer studenten om over deze factoren na te denken. De opmerking en/of het gedrag > wat wordt er feitelijk gezegd en/of gedaan? > is er een historische lading, bijvoorbeeld de Holocaust of de slavernij? > komt veel voor, bijvoorbeeld schelden met homo, Turk of jood Kenmerken van de context > waar vindt de opmerking plaats? > wat is de voorgeschiedenis van het voorval? > wie zijn de omstanders; zijn er slachtoffer(s), volwassenen aanwezig? > speelt de actualiteit een rol? Kenmerken van de dader/zender > wie zegt of doet wat; wat is zijn (of haar) leeftijd, achtergrond etc.? > welke intentie heeft de veroorzaker met zijn opmerking en/of gedrag? > wat is zijn rol bijvoorbeeld docent, dominante leerling in de groep? > wat is de verhouding van de zender ten opzichte van ontvanger(s)? Kenmerken van slachtoffer/toehoorder > tegen wie is de opmerking en/of het gedrag gericht; wat is zijn (of haar) leeftijd, achtergrond etc.? > welk effect(en) heeft dit op het slachtoffer en/of de toehoorder(s)? > wat is zijn rol is het bijvoorbeeld nieuwe leerling op school? > wat is de verhouding van ontvanger(s) ten opzichte van de zender? De gesprekken met studenten bieden ook aanknopingspunten om sociaalpsychologische mechanismen toe te lichten. Bijvoorbeeld het indelen van mensen in een in-group en een out-group, ook wel wij-zijdenken genoemd. Een ander mechanisme dat een rol speelt, is de attributiefout. Kort samengevat betekent dit dat fouten bij een ander (of mensen van een andere groep) sneller toegekend worden aan de persoon en het karakter, terwijl eigen fouten eerder het gevolg zijn van de omstandigheden. Meer weten? Lees de online publicatie Begin bij jezelf! Kleine uiteenzetting over Stereotypen en Vooroordelen. Dit leerzame handboek bevat naast basisinformatie, veel foto s en filmmateriaal. Er hoort een online module bij met oefeningen en tips voor docenten voor het omgaan met praktijksituaties. Het handboek en de online module zijn te vinden via: www.annefrank.org/docenten
Werkvorm: voor docenten (in opleiding) (1) Hoe kun je een gesprek over discriminatie begeleiden? Vind jij het erg als leerlingen elkaar aanspreken met homo of als een collega in de docentenkamer een grap maakt over de afkomst van een van de leerlingen? Hoe komt het dat je de ene opmerking erger vindt dan de andere? Door de werkvorm ontdek je waar jouw grens ligt en hoe jij met leerlingen een gesprek kunt voeren over vooroordelen, discriminatie en betere omgangsvormen in de klas. In deze werkvorm wordt gewerkt met een aantal situaties uit de strip Nieuwe vrienden. Wat gaan jullie doen? Aan de hand van situaties uit het educatieve stripboek Nieuwe vrienden gaan jullie discussiëren over wat je niet of juist wel erg vindt. Door het gebruik van de meningslijn ervaar je dat wat de een goede grap vindt door de ander als kwetsend kan worden ervaren. Door hier van tevoren over na te denken, ben je in de praktijk beter in staat om effectief te reageren op discriminerende opmerkingen. Tegelijkertijd ontdek je hoe je met leerlingen kunt bijdragen aan een veilige en positieve sfeer in de klas en op school. Inclusief de bespreking duurt de meningslijn-werkvorm ongeveer 30 minuten. Kijk op de volgende pagina voor het stappenplan. Waar ligt jouw grens? Leerlingen van het Montessori College Oost lezen Nieuwe vrienden. Anne Frank Stichting/Fotografie Charlotte Bogaert Doelen Door deze werkvorm > oefen je hoe je een meningslijn in kunt zetten om les te geven over vooroordelen, discriminatie en gewenste omgangsvormen; Wat heb je nodig? > werkblad met instructies; > de meningslijn; > 8 situaties uit het stripverhaal; > educatieve strip Nieuwe vrienden; Nog geen stripboek? Vraag dan de educatieve strip aan via docenten@annefrank.nl o.v.v. presentexemplaar Nieuwe vrienden. > kun je factoren benoemen waardoor een opmerking erg of minder erg wordt gevonden; > ontdek je waar jouw grens ligt; > besef je waarom reageren op vooroordelen en discriminatie van belang is voor een veilige leeromgeving; > denk je na over een eigen aanpak van discriminerende opmerkingen in de klas en op school.
Werkvorm: voor docenten (in opleiding) (2) Nieuwe vrienden in de klas Met de strip Nieuwe vrienden en bijbehorende opdrachten kun je de thema s identiteit, vriendschap, pesten, vooroordelen en discriminatie in klas 1 en 2 bespreekbaar maken. Nieuwe vrienden vertelt het verhaal van Alex. Alex is zeer tegen zijn zin met zijn vader naar Amsterdam verhuisd. Hij mist zijn moeder, vrienden en zijn voetbalteam. Op de eerste dag op zijn nieuwe school komt Alex te laat. Als zijn klasgenoten horen dat hij uit een klein dorp komt, wordt hij uitgelachen. Alex vraagt zich af of hij hier wel nieuwe vrienden zal krijgen Bij de educatieve strip is een digitale les ontwikkeld met animaties en uitdagende opdrachten voor leerlingen van klas 1 en 2, bijvoorbeeld tijdens mentorlessen. Wil je meer informatie of een presentexemplaar, kijk dan op: www.annefrank.org/nieuwevrienden Studenten discussiëren tijdens een programma in het Anne Frank Huis. Anne Frank Stichting/Fotografie Charlotte Bogaert Stappenplan Stap 1. Bekijk samen de 8 situaties uit het stripboek Nieuwe vrienden. Stap 2. Hoe vind je deze opmerking/situatie? Ga met elkaar in gesprek en leg de 8 afbeelding(en) een voor een op de meningslijn; naar rechts betekent steeds erger. Stap 3. Welke opmerkingen en/of situaties vind jij over de grens gaan? Stap 4. Zijn situaties herkenbaar uit de schoolpraktijk? Bespreek deze met elkaar en bedenk hoe je daar als docent mee om wilt gaan. Als meerdere groepen deze opdrachten hebben gedaan, leg dan de verschillende meningslijnen bij elkaar. Welke opvallende verschillen en overeenkomsten zijn er te zien? Stap 5. Inventariseer samen de factoren die van invloed zijn bij het beoordelen van de opmerkingen en situaties. Stap 6. Bedenk wat jij als docent naast effectief reageren op vooroordelen en discriminatie kunt bijdragen aan omgangsvormen zodat leerlingen zich veilig voelen. Doordenker Als docent heb jij zelf ook vooroordelen. Hoe kunnen deze vooroordelen jouw houding in en buiten de klas beïnvloeden? Bijvoorbeeld in het contact met een leerling, een collega of ouder/verzorger? Bedenk twee mogelijke consequenties en voor beide voorbeelden een oplossing. Tips om te reageren op vooroordelen en discriminatie > Reageer altijd op opmerkingen die je over de grens vindt gaan. Als jij niet reageert, dan kunnen leerlingen dit interpreteren als dit mag hier blijkbaar gezegd worden. > Gebruik een leerling nooit als representant van een groep waarover een vooroordeel wordt geuit. > Als je geraakt wordt door een opmerking, dan mag je dit best laten zien. Hierdoor draag je bij aan een open sfeer waarin je opmerkingen kunt bespreken. Ga niet schelden en wordt niet enorm kwaad, want dit doet afbreuk aan de open sfeer. > Wijs het gedrag van een leerling af, maar niet de leerling zelf. > Probeer de LSD-methode uit: Luisteren, Samenvatten en Doorvragen. Op die manier kun je erachter komen waarom de opmerking gemaakt is. Wijs dan bijvoorbeeld op de schoolregels en andere omgangsvormen. > Stel met jouw klas gedragsregels op en gebruik deze als houvast. Hang de gedragsregels bijvoorbeeld op in de klas en doe er echt iets mee, zodat de regels betekenis krijgen.
Werkvorm: werkblad Op dit voorbeeld zie je hoe de meningslijn werkt. Leg de 8 situaties (zie knipvellen) op een grote tafel op een lijn. Links de situatie die je het minst erg vindt. Naar rechts worden de opmerkingen steeds erger. Voorbnegesl-d meni lijn discussie In het stripverhaal en deze digitale les ben je verschillende situaties tegengekomen. Wat vind jij erger? Plaats de gebeurtenissen op de meningslijn.
Werkvorm: knipvel De moeder in de supermarkt noemt Alyn die Fatima (pagina 35). Alex vraagt waar Alyn vandaan komt (pagina 22). Situat2ie 1 en
Werkvorm: knipvel Ruby en Diego maken opmerkingen over Chen en Alex (pagina 10). Aylin is boos op haar klasgenoten die op het Holocaustmonument in Berlijn springen (pagina 49). Situat4ie 3 en
Werkvorm: knipvel De scooterrijder scheldt Safira uit (pagina 44). Langs de lijn van het voetbalveld wordt gescholden (pagina 40). Situat6ie 5 en
Werkvorm: knipvel Klasgenoten gooien met de tas van Chen (pagina 31). Als Aylin te laat is en naar huis rent, denkt Alex te weten hoe haar ouders zijn (pagina 25). Situat8ie 7 en