DOELGROEP: basisschool THEMA: natuur MOEILIJKHEIDSGRAAD: aan te passen aan leeftijd/vaardigheden van de leerlingen -*- ONTDEKKINGSTOCHT IN DE NATUUR Dit is een voorbereiding op een ontdekkingstocht in de natuur. Om de natuur te ontdekken heb je tal van hulpmiddelen nodig. Als je bijvoorbeeld insecten wil vangen, moet je die ergens in kunnen doen zonder dat je ze dood doet. In de eerste plaats moet je zelf oplossingen bedenken voor de problemen of noden die je tijdens je tocht kan tegenkomen. Het eerste werkblad stimuleert je tot nadenken over een probleem. In de daarop volgende fiches worden ideeën aangereikt om een insectenzuiger en een pincet te maken. Je kan deze instrumenten gemakkelijk maken tijdens een techniekles. Techniek leent zich immers goed tot het werken vanuit de meervoudige intelligentie. Bovendien heb je er niet veel materialen voor nodig. Tenslotte is er een werkblad voorzien waarop je verslag kunt uitbrengen over je ontdekkingstocht. In de talentencirkel zie je welke talenten in deze fiches voornamelijk aan bod komen. Op de verschillende fiches worden de talenten aangegeven met behulp van gekleurde bolletjes. De kleur staat telkens voor het betreffende talent. Veel plezier op je ontdekkingstocht! 1
WAT HEB JE NODIG VOOR EEN ONTDEKKINGSTOCHT IN DE NATUUR? Je gaat op ontdekkingstocht in de natuur. Daar ga je op zoek naar zoveel mogelijk verschillende insecten. De bedoeling is dat je drie insecten vangt zonder ze te doden. Straks gaan we deze insecten onderzoeken en later laten we ze weer vrij in de natuur. Voordat je aan je ontdekkingstocht begint, moet je dus eerst goed nadenken hoe je dit gaat aanpakken: waar ga je zoeken, waarin ga je de drie insecten bewaren en hoe ga je ze vangen? Bedenk een systeem of een hulpmiddel om insecten te vangen en te bewaren en probeer het uit. WERKEN VOLGENS HET TECHNISCH PROCES... stap5: Evalueer je oplossing. Moet je nog iets bijsturen? stap1: Wat is het probleem of de behoefte waar je een oplossing voor moet vinden? stap4: Test je oplossing uit om na te gaan of het werkt. TECHNISCH PROCES stap2: Hoe zou je dit oplossen? Bedenk een waterdicht plan! Teken je oplossing. stap3: Ga aan de slag en voer je plan uit. 2
STAP1: BRAINSTORMEN Wat is het probleem of de behoefte waar je een oplossing voor moet vinden? Analyseer en omschrijf zo goed en volledig mogelijk het probleem. Noteer alle eisen of voorwaarden waaraan de oplossing moet voldoen. Maak er een mindmap van. STAP2: ONTWERPEN Hoe zou je dit oplossen? Denk goed na en stel een plan op. Wat ga je precies doen of maken? Schets hieronder hoe je oplossing eruit zal zien! 3
STAP3: DOEN Maak wat je nodig hebt om het probleem op te lossen of om in de behoefte te voorzien. Noteer hieronder wat je allemaal nodig hebt en hoe je het maakt. STAP4: UITPROBEREN Test je oplossing uit en schrijf hieronder kort je ervaringen neer. Wat deed je en wat was het resultaat? STAP5: EVALUEREN Werkt je oplossing goed of moet je nog iets veranderen of bijsturen? Vergelijk je oplossing met die van de andere leerlingen. Wat zou je volgende keer anders en/of beter doen? 4
DOELGROEP: basisschool MOEILIJKHEIDSGRAAD: aan te passen aan leeftijd/vaardigheden van de leerlingen -*- DOE-FICHE THEMA: natuur - techniek INSECTENZUIGER Wat heb je nodig? - een potje (confituurpot of doorzichtig plastic potje met een deksel dat goed afsluit - 1 stuk waterslang (pasdarm) van ongeveer 20 cm lang (diameter ca. 6-8mm) - 1 stuk waterslang (pasdarm) van ongeveer 30 cm lang (diameter ca. 10-12mm) - gaasdoekje of stukje stof van 4x4cm - elastiekje - iets om gaten te maken in het deksel (boormachine, scherp voorwerp zoals een schaar,...) - plakband Hoe maak je het? 1 Maak in het deksel van je bokaal/potje twee gaten. In elk gat moet een stuk waterdarm passen. Zorg er voor dat de gaten minimum 1cm van elkaar staan. 2 Stop het uiteinde van de korte waterdarm door een gat in het deksel. 3 Neem het doekje en het elastiekje. Bevestig met het elastiekje het doekje aan het uiteinde van de waterdarm. 4 Draai het deksel op het potje. Het korte stukje waterdarm met het doekje zit nu in het potje. 5 Stop het uiteinde van de lange waterdarm door het tweede gat, door je deksel. Duw hem ver genoeg in het potje maar niet helemaal tot op bodem. 6 Kleef de twee stukken waterdarm aan de buitenkant van je deksel goed vast zodat er geen lucht meer door het deksel kan. 7 Uittesten maar! Zoek een insect en zuig het in je potje. Je moet zuigen aan het korte stukje waterdarm. Het doekje voorkomt dat het insect in je mond komt. 5
DOELGROEP: basisschool MOEILIJKHEIDSGRAAD: aan te passen aan leeftijd/vaardigheden van de leerlingen -*- DOE-FICHE THEMA: natuur - techniek PINCET Wat heb je nodig? - 2 houten spatels - fretboortje - splitpen (17mm) - elastiekje - deuveltje of kort stukje rondhout - meetlat en potlood Hoe maak je het? 1 Neem een spatel, de meetlat en een potlood. Meet van het uiteinde van de spatel 2 cm naar het midden toe. Trek op 2cm van het uiteinde een streep over de breedte van de spatel. 2 Zoek het midden van de streep en teken daar een kruisje. 3 Neem het fretboortje en maak een gaatje waar het kruisje staat. 4 Leg de spatel met het gaatje op de andere spatel en teken door het gaatje van de eerste spatel een puntje op de tweede spatel. 5 Maak met het fretboortje een gaatje in de tweede spatel. Als je de spatels op elkaar legt, moet het gaatje op dezelfde plaats zitten. 6 Bevestig de spatels aan elkaar met de splitpen. Steek de splitpen door de gaatjes en plooi de beentjes open. 7 Neem het deuveltje of stukje rondhout en steek het tussen de spatels, ongeveer twee cm naast de splitpen. Draai het elastiekje rond de twee spatels en rond de uiteinden van het deuveltje zodat dit goed op zijn plaats blijft zitten. 8 Probeer je pincet uit. 6
INSEKTEN VANGEN WERKBLAD Ga op ontdekkingstocht in de natuur en zoek enkele leuke instecten waar je meer over te weten wil komen. Neem ze mee naar de klas en onderzoek ze. Vul tijdens je zoektocht dit werkblad in. Welke insecten heb je gevonden? Teken je insect Hoe heet het? Wat is het? Wat vind je er van? _ Ken je nog een andere benaming? vlieger kruiper springer waar leeft het? Ken je nog een andere benaming? Ken je nog een andere benaming? vlieger kruiper springer waar leeft het? vlieger kruiper springer waar leeft het? 7
DOELGROEP: basisschool THEMA: natuur - insecten MOEILIJKHEIDSGRAAD: aan te passen aan leeftijd/vaardigheden van de leerlingen -*- CLASSIFICATIE VAN INSECTEN Insecten zijn geleedpotige diertjes. Met bijna een miljoen beschreven soorten is het verreweg de grootste groep van dieren. Insecten leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven in zee. Sommige insecten spelen een directe rol in het leven van de mens, zoals bij het overbrengen van ziekten, het verzamelen van honing, of door het opeten van de oogst, maar ook door de bestuiving van voedingsgewassen. De wetenschap die zich met de bestudering van insecten bezighoudt is de entomologie. Insecten zijn eenvoudig van andere geleedpotigen te onderscheiden door de vrij specifieke lichaamskenmerken. Er zijn zowel nuttige insecten als schadelijke soorten. Een aantal soorten insecten wordt gegeten of gebruikt voor de voedselbereiding. Het zijn allemaal zeer interessante diertjes waar je zeker meer over moet leren! Begin al maar met het zoeken van een geschikt classificatiesysteem voor deze diertjes. Hoe zou jij ze ordenen en waarom? Bedenk zoveel mogelijk manieren en kies er dan één uit die je gaat toepassen. Succes! 8
BEDENK EEN EIGEN CLASSIFICATIESYSTEEM Een classificatie is een indeling van verschijnselen en/of objecten op basis van overeenkomsten of kenmerken. Onder classificatie kunnen verschillende dingen worden verstaan: indexeren, sorteren, identificeren of determineren. Determineren is het rubriceren van objecten of verschijnselen in een gekozen, reeds bestaand classificatiesysteem, of het vaststellen van de identiteit van objecten volgens één of meer criteria. STAP1: OEFENING Bedenk samen een classificatiesysteem voor de leerlingen van de klas. Hoe zou jij hen sorteren, op basis van welke eigenschappen of kenmerken? Schrijf al je ideeën op en probeer ze uit. 9
- - - - STAP2: EEN SYSTEEM BEDENKEN Bedenk nu een classificatiesysteem voor insecten. Schrijf al je ideeën op samen met de voordelen en de nadelen van dat systeem. Bespreek ze met de groep. idee1: + idee2: + idee3: + idee4: + STAP3: AAN DE SLAG! Orden alle insecten in het classificatiesysteem dat je met je groep gekozen hebt. Maak er een mooie, duidelijke voorstelling van. Hoe je dat doet, kies je zelf! Hoe ga je de insecten ordenen? Welk systeem hebben jullie bedacht? Op welke manier ga je dit presenteren? Wat heb je allemaal nodig om deze taak tot een goed einde te brengen? 10
Bedwants Duiventeek Hondenteek Hondenvlo Hoofdluis Kattenvlo Mensenvlo Schapenteek Vogelmijt Vogelvlo Bijtende insecten Kakkerlakken Mieren Motten Muggen Spinnen Termieten Textielinsecten Vliegende insecten Voorraadinsecten Wespen en bijen Filtermot Bamboesnuitkever Grote houtwormkever Heipaalkever Houtborende snuitkever Huisboktor Kleine houtwormkever Spinthoutkever Staalblauwe kever Zachte houtwormkever Gipskever Pissebed Springstaart Duizendpoot Europese bruine slak Huiskrekel Huisstofmijt Miljoenpoot Oorworm Ovenvisje Zeepissebed Aasvlieg Daas Bonenspintmijt Gegroefde lapsnuitkever Grasharlekijnmijt Groene perzikbladluis Houtwesp Lieveheersbeestje Loopkever Meikever Rode-spinmijt Schildluizen Schorskever Tripsen Tuinsnuitkever Zwarte kastrips Herfstvlieg Huisvlieg Kaswittevlieg Honingbij Hoornaars Houtbij Sociale wespen Solitaire bij Fruitvlieg Gele zwermvlieg Groene gaasvlieg 11
12
13
14