MUVO: DRUKTECHNIEKEN 2 E GRAAD BASISONDERWIJS EXPO FILATELIEFDE Doelgroep Duur 2 e graad lager onderwijs Ongeveer 75 minuten DOELEN VVKBAO 3.2 De kinderen kunnen aangewende technieken en materialen kennen en herkennen. 5.3 Beeldende middelen exploreren en ermee experimenteren. Dat houdt in dat kinderen mogelijkheden van materialen en technieken leren kennen. 17 De leerlingen kunnen vrij experimenteren met materiaal, kunnen met dat materiaal gericht experimenteren of kunnen gericht verkennen. OVSG DL-MV-BLD-01.01 De leerlingen exploreren nieuwe materialen DL-MV-BLD-01.09 De leerlingen experimenteren met hulpmiddelen: dragers, verbindingswijzen, werktuigen DL-MV-BLD-01.15 De leerlingen kunnen een bewuste keuze maken aan materialen om beeldend vorm te geven. DL-MV-BLD-02.02 De leerlingen kunnen reflecteren op het eigen werk en hoe het gemaakt werd. GO! 1.2 verschillende materialen en gereedschap verkennen. Dit houdt in: b. materialen en gereedschap beeldend verkennen;
c. materialen en gereedschap zorgvuldig en correct gebruiken; 1.3 na doorgevoerde observatie een beter inzicht krijgen in de wijze waarop een beeld is ontstaan. 1.5 het gebruik van technieken en materialen verder uitdiepen en vervolmaken, rekening houdend met vorm, kleur en compositie, bij de verwezenlijking van een beeldend werk. Dit houdt in: a. het gebruik van de technieken en materialen verder uitdiepen; EINDTERMEN 1.4 De leerlingen kunnen plezier en voldoening halen in het beeldend vormgeven en in wat beeldend vormgegeven is. 1.5 De leerlingen kunnen problemen oplossen, technieken toepassen en materialen en gereedschappen hanteren om beeldend vorm te geven op een manier die voor hen voldoet. LEERINHOUD HET ONTSTAAN VAN EEN POSTZEGEL: Een postzegel doorgaat een heel traject vooraleer hij op een brief of postkaart gekleefd wordt. Veelal wordt er vertrokken vanuit een belangrijke gebeurtenis, een bekend persoon of cultureel erfgoed. Hiervan moet er dan eerst een ontwerp gemaakt worden. Wanneer de kunstenaar zijn ontwerp klaar heeft legt hij het voor ter goedkeuring. Wordt het goedgekeurd, dan wordt de matrijs gemaakt. Dit is een metalen plaat waarin het ontwerp gegraveerd wordt. Met de matrijs kan je slechts één postzegel tegelijk drukken. Daarom wordt de oorspronkelijke matrijs een aantal keer gekopieerd en samengevoegd tot een drukplaat. Met deze drukplaat kunnen de postzegels op een volledig vel tegelijk gedrukt worden. Wanneer de drukplaat klaar is kan het proefdrukken beginnen. Hier wordt er geëxperimenteerd met verschillende kleuren en worden er mogelijke drukfouten opgespoord.
DRUKTECHNIEK: HOOGDRUK Bij hoogdruk wordt er een reliëf aangebracht op een drukplaat. Wanneer er dan inkt op de drukplaat wordt aangebracht, blijft deze aan de verhoogde delen hangen. Deze verhoogde delen zorgen er dan voor dat de inkt op het papier terecht komt. inkt drukplaat BEELDASPECTEN Tijdens de les wordt er gewerkt rond e beeldaspecten kleur en compositie. Bij kleur gaat het erom dat de leerlingen experimenteren met het mengen van kleuren, drukken in verschillende kleuren en de contrasten tussen verschillende kleuren. Bij compositie gaat het over de ordening van de elementen op de postzegel, de drukplaat en op het definitieve drukwerk. MATERIAAL Stukjes stevig karton van ongeveer 10 op 15 cm (minstens 1 per leerling) Allerhande materiaal om de drukplaten mee te maken: o Touw o IJzerdraad o Wol o Elastiekjes o Karton o Plakkaatverf (verschillende kleuren) Drukinkt (verschillende kleuren) Eventueel rollertjes om de inkt over de drukplaat te verspreiden Tekenplaat postzegel (zie bijlage) Kleurpotloden Stevig papier voor de drukproeven
Prikkussen en naalden
LESVERLOOP FASE 1: WIE STAAT ER OP EEN POSTZEGEL? (5 ) Laat de leerlingen enkele postzegels bekijken (toon ze vergroot aan bord of vergroot met een overheadprojector). Stel de leerlingen volgende vragen: Wat zie je allemaal op die postzegels? Wat is het verschil tussen een postzegel en een schilderij? Stel, je zou je brieven ook mogen posten met schilderijen, is er dan nog steeds een verschil tussen schilderijen en postzegels? Staan er voornamelijk mensen of dieren op een postzegel? Laat de leerlingen ervaren dat de beelden op postzegels vaak echte schilderijtjes zijn. Er is vaak erg veel werk in gekropen. FASE 2: WAT ZET JE OP EEN POSTZEGEL? (HET ONTWERP) (20 ) Vertel de leerlingen dat wanneer er een postzegel gemaakt werd, er altijd eerst een ontwerp gemaakt moest worden. Een soort van schets vooraleer de eigenlijke postzegel gemaakt kon worden. Wat zouden jullie graag ontwerpen om op een postzegel te zetten? Laat de leerlingen vertellen over wat zij graag op hun postzegel zouden hebben staan. Vervolgens deel je de postzegelkleurplaten uit (zie bijlage) uit. De leerlingen kunnen hierin hun postzegel ontwerpen. (Druk deze groot genoeg af, niet op postzegelformaat!) Laat de leerlingen hun postzegel ontwerpen, ga rond en stel vragen: Waarover gaat jouw postzegel gaan? Komt er een mens op of iets anders? Wanneer een leerling klaar is met zijn of haar postzegel kan hij of zij een volgende ontwerp maken. Je kan de leerlingen laten werken met potloden of stiften.
FASE 3: ONTWERP GOEDKEUREN (10 ) Wanneer iedere leerling minstens één postzegel ontworpen heeft, ga je over tot de goedkeuring van de ontwerpen. Let hierbij op dat de leerlingen op een positieve manier over elkaars werk spreken. Vraag wie van de leerlingen graag zijn of haar postzegelontwerp wil tonen. Laat de leerling vertellen over wat hij/ zij tekende. Laat de leerlingen elkaars werk bespreken en goedkeuren. Stel vragen als: Wat vind je goed? Wat heeft goed gedaan? Merk op dat de leerlingen de waarde, ontwerper, land van herkomst en jaar van uitgave vergaten! FASE 4: DRUKPLATEN MAKEN (15 ) Deel aan de leerlingen een stuk karton uit. Dit wordt hun drukplaat. Laat de leerlingen hun ontwerp op de drukplaat leggen. Laat hen nog niets vast kleven! Vertel de leerlingen dat het belangrijk is dat er voldoende reliëf in hun drukplaat (=stempel) zit, de vormen en figuren die ze willen tonen na het drukken moeten hoger liggen dan de delen die wit mogen blijven. Verduidelijk eventueel met een schets aan bord. Ga rond en ondersteun waar nodig. Controleer voldoende of de leerlingen voldoende met reliëf werken. Laat hen ook vergelijken met hun oorspronkelijke ontwerp: zijn de vormen en de lijnen goed overgebracht? Geef aan de leerlingen aan wanneer ze mogen starten met vastkleven. Leerlingen die sneller klaar zijn kunnen al starten met het drukken zelf. Het is handig om hiervoor een aparte hoek te voorzien, zo moet er niet over en weer gelopen worden met inkt en verf. FASE 5: EXPERIMENTEREN MET DE DRUKTECHNIEK (15 ) Laat de leerlingen experimenteren met hun drukplaat. Bied hiervoor verschillende soorten en kleuren inkt aan. Laat de leerlingen op een groot blad werken zodat de verschillende drukproeven goed naast elkaar zichtbaar zijn.
Mogelijke manieren om te experimenteren: Verschillende kleuren over elkaar Kleuren mengen Verschillende delen van de drukplaat in verschillende kleuren Drukplaat klein beetje draaien ten opzichte van vorige druk... Laat de leerlingen op een stevig A4 blad werken. Wanneer het blad vol is kunnen de leerlingen hun postzegels uit prikken. Zo wordt het effect van de tandjes bij een postzegel gecreëerd. FASE 6: POSTZEGELTENTOONSTELLING (10 ) Stel de verschillende postzegels ten toon in de klas. Deel aan de leerlingen papiertjes uit in de twee kleuren, op deze papiertjes staat de zin Ik vind het goed dat. Op de ene kleur noteren ze positieve feedback over de kleur van de postzegel, op de andere kleur noteren ze feedback over de compositie (hoe is alles geordend op de postzegel). Iedere leerling doet dit voor minstens 2 verschillende postzegels. Wanneer er al twee briefjes bij een postzegel liggen, mogen er geen meer bijkomen. Laat de leerlingen rondlopen in het lokaal en elkaars werk bekijken. Let erop dat ze de feedback positief formuleren. Je kan de verschillende drukwerkjes ophangen in de klas, laat de leerlingen wel hun papiertjes met feedback meenemen.
BIJLAGE BIJLAGE: POSTZEGEL KLEURPLAAT