MUVO: DRUKTECHNIEKEN 2 E GRAAD BASISONDERWIJS

Vergelijkbare documenten
Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Lesonderwerp: Hocus pocus circus: Een nieuw dier samenstellen a.d.h.v. verschillende materialen.

Leerplandoelen: VVKBaO. WO TE 6.6 Kinderen zien in dat producten gemaakt worden volgens bepaalde technische principes

Algemene lessen. Les 5: Kaders maken

Leerplandoelen: VVKBaO WO TE 6.18 Kinderen kunnen met techniek omgaan in verschillende toepassingsgebieden.

Timing: 50 min. Graad: 1-2. Leerplandoelen: VVKBAO:

Algemene lessen. Les 4: Maak een portret van jezelf!

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBAO:

Je eigen nieuwjaarsbrief

LESVOORBEREIDING /4 lessen. Anouk Vercouter STAGE II Mentor: Johan De Loore 19, 23, 26 en 30 januari 2015

China. Chinees tempels. 2 lessen handvaardigheid rond Chinese tempels. Vakgebied: Beeldende Vorming. Lesduur: 60 minuten per les

Les 6 Tegeltjes leggen

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8

Timing: 50 min. Graad: 2-3. Leerplandoelen: VVKBaO

Lesbrief. beeldende opdracht. Voor groep 5/6

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER BASISSTAGE

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER MUVO 2

Contextgebied Gebruiksvoorwerpen Werken met hout Een flipperkast

Steekkaart: nummer 3B

OLYMPIASCHOOL. Schoolmaatplan Beeldend. Huidige situatie beeldend onderwijs

Lesonderwerp: De spelregels schrijven voor een zelfverzonnen spel.

MUZO AD 19 Genoegen beleven aan muzisch bezig zijn.

tonen een experimentele en explorerende aanpak om meer te weten te komen over techniek (OD 2.9)

K 1 Symmetrische figuren

Wat is een cardboard-animatie? Hoe kun je met verschillende cardboards een beweging laten zien? Hoe ziet een beweging eruit?

Lesvoorbereidingsformulier

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 5 en 6

MOERASBOS IN STADSHAGEN. Thema: natuur

Les van 45 minuten ter voorbereiding van de workshop Magnifiek Grafiek.

Hoek 6 Sector: Grafische industrie

LESVOORBEREIDING. Gegevens over de student Gegevens over de school en de klas Gegevens over de les Naam: Vak: Muzische vorming Groep: 1A

Hoe werkt een balpen?

Thema Beroepen. Les 1: Beroepen doorheen de tijd

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

Portret. Materiaal linoleum, papier, potlood, krijt, gutsen.

LEERJAAR 2 WERELDORIËNTATIE

lesformulier en -planning

Mens in actie. Zo groot ben jij!

Kaartjes drukken. Aan welke behoefte moet het ontwerp voldoen?

Soorten gezinnen. 2. Vakgebied en vakonderdeel: Wereldoriëntatie / Godsdienst. Eerste graad Tweede graad Derde graad

ABC, druk je mee? Welkom bij [TAAL] [DRUK] [WERK] PLAATS. Grafisch Werkcentrum Amsterdam. Algemene informatie

Een les cardboards maken in aansluiting op het dagproject: Een beestenboel op school.

Een les cardboards maken in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

China. Met Fan Kuan op stap. 3 lessen rond kunst in China. Vakgebied: Beeldende Vorming. Lesduur: 60 minuten per les

Een tandje bijsteken / Onderzoeken riem- en kettingoverbrenging

De leerlingen die al vertrouwd zijn met het bouwen van een elektrische stroomkring. die het verschil tussen een geleider en een isolator kennen.

Dag 1 Kaders vol kunst!

Lesbrief. Uitgeverij Leopold, in samenwerking met het Mauritshuis. Groep 1, 2, 3 en 4

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les

Zelf cadeaupapier maken

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Winkelen in het bos?

Bij voorkeur hebben de lln het onderzoek transportmiddelen uitgevoerd. De leerlingen hebben ervaring met het ontwerpend en onderzoekend leren.

Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6.

SPOT EEN JOB! Later wil ik worden. Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. Materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder. Student(e) Klas Stageschool Plaats

Thema 6: Kun je verloren lopen in je gedachten? webversie

Titel: Pollocken. (met dank aan Gabriëlla van Dijk ea) Bouw: groep 1. Tijdsindicatie totaal: 20 min.

EEN GOEDE VOORBEREIDING IS HET HALVE WERK. Plannen en evalueren van een activiteit. Inhoud

Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6.

naam WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden.

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

Cultuureducatie met Kwaliteit Nijmegen - Vaardigheidslijn Beeldend -

Leerplan OVSG. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

LEERKRACHTGEDEELTE ACTIVITEIT: ZEG HET MET EEN T- SHIRT

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de kerstperiode

Lesvoorbereiding: Printmedia (beroep: drukker)

Optische illusie en gezichtsbedrog

beeldende vormgeving Naam:...Klas... Deze periode gaan we ons bezig houden met het menselijk lichaam en met enkele details.

groep 5/6 Thema: Water groep 1/2 groep 3/4 groep 7/8

TEKENEN. beeldende vorming. Vlakvullingen. hoofdstuk 13: vlakvulling

Bedoeling: Doelen: Leerplandoelen wiskunde (VVKBaO):

De leerlingen maken van bamboestokken en elastiekjes een brug en gebruiken hiervoor verschillende technische inzichten.

De Tekenbot Een welgekomen hulp voor de kunstenaar!

ZML SO Leerlijn Kunstzinnige oriëntatie - Beeldende vorming

Piramide 4: muzische vorming

Mentor Datum Groep Aantal lln. Helma Goudsmits a 32

Inhoud Voor de leerling Voor de leraar Algemeen

OVSG- toets. school. vorming.

EEN GELDBEUGEL VOUWEN

Wat is evenwicht? Kan dat een bewegend kunstwerk zijn? Wat is een mobile?

54 beeldaspecten kleur. 55 beeldende kunst, architectuur, en vormgeving directe omgeving. 54 beeldaspecten compositie

kunnen specifieke functies van onderdelen bij eenvoudige technische systemen onderzoeken door middel van hanteren, monteren of demonteren (ET 2.

Lesvoorbereiding: Grafische sector (beroep: drukker)

3-5 uur Techniek Sjabloontechniek. Beeldende aspect Voorkennis. n.v.t.

Ontwerp je eigen superbijzondere dier

I. Inleiding. II. De grafische technieken van de drukker. Werkbundel De grafische sector bundel voor de leerkracht

S C I E N C E C E N T E R

Leerlingen die voor het eerst bewust en doelgericht met katrollen gaan experimenteren. Deze activiteit is eerder bedoeld voor de hogere graden.

De leerlingen wandelen de vooraf uitgestippelde route op de wandelkaart. Ze observeren en leggen de knelpunten inzake de verkeersveiligheid vast.

Lesfiche: dode hoek BASISONDERWIJS. Doelgroep. Eindtermen (ET) Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Onderwerp. Voorkennis. VVKBaO

basiscompetenties 2de graad beeldende en audiovisuele kunsten

Transcriptie:

MUVO: DRUKTECHNIEKEN 2 E GRAAD BASISONDERWIJS EXPO FILATELIEFDE Doelgroep Duur 2 e graad lager onderwijs Ongeveer 75 minuten DOELEN VVKBAO 3.2 De kinderen kunnen aangewende technieken en materialen kennen en herkennen. 5.3 Beeldende middelen exploreren en ermee experimenteren. Dat houdt in dat kinderen mogelijkheden van materialen en technieken leren kennen. 17 De leerlingen kunnen vrij experimenteren met materiaal, kunnen met dat materiaal gericht experimenteren of kunnen gericht verkennen. OVSG DL-MV-BLD-01.01 De leerlingen exploreren nieuwe materialen DL-MV-BLD-01.09 De leerlingen experimenteren met hulpmiddelen: dragers, verbindingswijzen, werktuigen DL-MV-BLD-01.15 De leerlingen kunnen een bewuste keuze maken aan materialen om beeldend vorm te geven. DL-MV-BLD-02.02 De leerlingen kunnen reflecteren op het eigen werk en hoe het gemaakt werd. GO! 1.2 verschillende materialen en gereedschap verkennen. Dit houdt in: b. materialen en gereedschap beeldend verkennen;

c. materialen en gereedschap zorgvuldig en correct gebruiken; 1.3 na doorgevoerde observatie een beter inzicht krijgen in de wijze waarop een beeld is ontstaan. 1.5 het gebruik van technieken en materialen verder uitdiepen en vervolmaken, rekening houdend met vorm, kleur en compositie, bij de verwezenlijking van een beeldend werk. Dit houdt in: a. het gebruik van de technieken en materialen verder uitdiepen; EINDTERMEN 1.4 De leerlingen kunnen plezier en voldoening halen in het beeldend vormgeven en in wat beeldend vormgegeven is. 1.5 De leerlingen kunnen problemen oplossen, technieken toepassen en materialen en gereedschappen hanteren om beeldend vorm te geven op een manier die voor hen voldoet. LEERINHOUD HET ONTSTAAN VAN EEN POSTZEGEL: Een postzegel doorgaat een heel traject vooraleer hij op een brief of postkaart gekleefd wordt. Veelal wordt er vertrokken vanuit een belangrijke gebeurtenis, een bekend persoon of cultureel erfgoed. Hiervan moet er dan eerst een ontwerp gemaakt worden. Wanneer de kunstenaar zijn ontwerp klaar heeft legt hij het voor ter goedkeuring. Wordt het goedgekeurd, dan wordt de matrijs gemaakt. Dit is een metalen plaat waarin het ontwerp gegraveerd wordt. Met de matrijs kan je slechts één postzegel tegelijk drukken. Daarom wordt de oorspronkelijke matrijs een aantal keer gekopieerd en samengevoegd tot een drukplaat. Met deze drukplaat kunnen de postzegels op een volledig vel tegelijk gedrukt worden. Wanneer de drukplaat klaar is kan het proefdrukken beginnen. Hier wordt er geëxperimenteerd met verschillende kleuren en worden er mogelijke drukfouten opgespoord.

DRUKTECHNIEK: HOOGDRUK Bij hoogdruk wordt er een reliëf aangebracht op een drukplaat. Wanneer er dan inkt op de drukplaat wordt aangebracht, blijft deze aan de verhoogde delen hangen. Deze verhoogde delen zorgen er dan voor dat de inkt op het papier terecht komt. inkt drukplaat BEELDASPECTEN Tijdens de les wordt er gewerkt rond e beeldaspecten kleur en compositie. Bij kleur gaat het erom dat de leerlingen experimenteren met het mengen van kleuren, drukken in verschillende kleuren en de contrasten tussen verschillende kleuren. Bij compositie gaat het over de ordening van de elementen op de postzegel, de drukplaat en op het definitieve drukwerk. MATERIAAL Stukjes stevig karton van ongeveer 10 op 15 cm (minstens 1 per leerling) Allerhande materiaal om de drukplaten mee te maken: o Touw o IJzerdraad o Wol o Elastiekjes o Karton o Plakkaatverf (verschillende kleuren) Drukinkt (verschillende kleuren) Eventueel rollertjes om de inkt over de drukplaat te verspreiden Tekenplaat postzegel (zie bijlage) Kleurpotloden Stevig papier voor de drukproeven

Prikkussen en naalden

LESVERLOOP FASE 1: WIE STAAT ER OP EEN POSTZEGEL? (5 ) Laat de leerlingen enkele postzegels bekijken (toon ze vergroot aan bord of vergroot met een overheadprojector). Stel de leerlingen volgende vragen: Wat zie je allemaal op die postzegels? Wat is het verschil tussen een postzegel en een schilderij? Stel, je zou je brieven ook mogen posten met schilderijen, is er dan nog steeds een verschil tussen schilderijen en postzegels? Staan er voornamelijk mensen of dieren op een postzegel? Laat de leerlingen ervaren dat de beelden op postzegels vaak echte schilderijtjes zijn. Er is vaak erg veel werk in gekropen. FASE 2: WAT ZET JE OP EEN POSTZEGEL? (HET ONTWERP) (20 ) Vertel de leerlingen dat wanneer er een postzegel gemaakt werd, er altijd eerst een ontwerp gemaakt moest worden. Een soort van schets vooraleer de eigenlijke postzegel gemaakt kon worden. Wat zouden jullie graag ontwerpen om op een postzegel te zetten? Laat de leerlingen vertellen over wat zij graag op hun postzegel zouden hebben staan. Vervolgens deel je de postzegelkleurplaten uit (zie bijlage) uit. De leerlingen kunnen hierin hun postzegel ontwerpen. (Druk deze groot genoeg af, niet op postzegelformaat!) Laat de leerlingen hun postzegel ontwerpen, ga rond en stel vragen: Waarover gaat jouw postzegel gaan? Komt er een mens op of iets anders? Wanneer een leerling klaar is met zijn of haar postzegel kan hij of zij een volgende ontwerp maken. Je kan de leerlingen laten werken met potloden of stiften.

FASE 3: ONTWERP GOEDKEUREN (10 ) Wanneer iedere leerling minstens één postzegel ontworpen heeft, ga je over tot de goedkeuring van de ontwerpen. Let hierbij op dat de leerlingen op een positieve manier over elkaars werk spreken. Vraag wie van de leerlingen graag zijn of haar postzegelontwerp wil tonen. Laat de leerling vertellen over wat hij/ zij tekende. Laat de leerlingen elkaars werk bespreken en goedkeuren. Stel vragen als: Wat vind je goed? Wat heeft goed gedaan? Merk op dat de leerlingen de waarde, ontwerper, land van herkomst en jaar van uitgave vergaten! FASE 4: DRUKPLATEN MAKEN (15 ) Deel aan de leerlingen een stuk karton uit. Dit wordt hun drukplaat. Laat de leerlingen hun ontwerp op de drukplaat leggen. Laat hen nog niets vast kleven! Vertel de leerlingen dat het belangrijk is dat er voldoende reliëf in hun drukplaat (=stempel) zit, de vormen en figuren die ze willen tonen na het drukken moeten hoger liggen dan de delen die wit mogen blijven. Verduidelijk eventueel met een schets aan bord. Ga rond en ondersteun waar nodig. Controleer voldoende of de leerlingen voldoende met reliëf werken. Laat hen ook vergelijken met hun oorspronkelijke ontwerp: zijn de vormen en de lijnen goed overgebracht? Geef aan de leerlingen aan wanneer ze mogen starten met vastkleven. Leerlingen die sneller klaar zijn kunnen al starten met het drukken zelf. Het is handig om hiervoor een aparte hoek te voorzien, zo moet er niet over en weer gelopen worden met inkt en verf. FASE 5: EXPERIMENTEREN MET DE DRUKTECHNIEK (15 ) Laat de leerlingen experimenteren met hun drukplaat. Bied hiervoor verschillende soorten en kleuren inkt aan. Laat de leerlingen op een groot blad werken zodat de verschillende drukproeven goed naast elkaar zichtbaar zijn.

Mogelijke manieren om te experimenteren: Verschillende kleuren over elkaar Kleuren mengen Verschillende delen van de drukplaat in verschillende kleuren Drukplaat klein beetje draaien ten opzichte van vorige druk... Laat de leerlingen op een stevig A4 blad werken. Wanneer het blad vol is kunnen de leerlingen hun postzegels uit prikken. Zo wordt het effect van de tandjes bij een postzegel gecreëerd. FASE 6: POSTZEGELTENTOONSTELLING (10 ) Stel de verschillende postzegels ten toon in de klas. Deel aan de leerlingen papiertjes uit in de twee kleuren, op deze papiertjes staat de zin Ik vind het goed dat. Op de ene kleur noteren ze positieve feedback over de kleur van de postzegel, op de andere kleur noteren ze feedback over de compositie (hoe is alles geordend op de postzegel). Iedere leerling doet dit voor minstens 2 verschillende postzegels. Wanneer er al twee briefjes bij een postzegel liggen, mogen er geen meer bijkomen. Laat de leerlingen rondlopen in het lokaal en elkaars werk bekijken. Let erop dat ze de feedback positief formuleren. Je kan de verschillende drukwerkjes ophangen in de klas, laat de leerlingen wel hun papiertjes met feedback meenemen.

BIJLAGE BIJLAGE: POSTZEGEL KLEURPLAAT